Featured

Hooglied

Dit is de samenvatting van het bericht.

In ieders binnenste borrelt en blupt het soms.

Bij mij ook.

Wat er vooral als een fontein sproeit is het verliefd zijn op Jezus.

En het wéten dat Hij dat ook op mij is.

In mijn blogs over Hem,schrijf ik een beetje mijn eigen Hooglied.

In de hoop dat je ook gegrepen wordt door deze liefde,want ik wil Hem graag delen.

bericht

Zussenhaat

We springen plonzend overboord hand in hand
we spetteren en spatten
totdat een kwaaie lust haar uitgenodigd overmand.

In t ruime sop is ruimte toch te klein
mijn zusje pakt me beet
wat doet ze nu, is dit soms gein?

Ze duwt en trekt totdat ik slap en willoos
van boven water of van onder
mijn leven als een film voorbij in t’felle kleurenwonder

Wie redt mij uit haar klauw, wie ziet de boze drift
de donkere wil en duistere zwarte plannen
in welke hand de pen die in haar hart haat heeft gegrift.

Ze wil me dood, die blinde haat
het is mijn eigen zus
die lachend mij verdrinkt en t’bloed verraad

Roeping

De kerk is dicht het hek is voor de laatste keer
geopend en gesloten
Geen ‘goeiemorgen, wil je koffie,wat was het ook al weer
zwart toch?’ meer

De planken leeg geruimd, de heilige boeken weg
toegedaan in dozen
De dominee heeft voor een and’re plek in’t huisgezin van God gekozen

De zoete klanken van de toetsen en de snaren
verblijden ergens anders mijlen weg van hier
wat blijft dat is de echo en zal ik in mijn hart bewaren

Een dichte kerk, een lege kamer, de deur en t’ hek op slot
verweest vraag ik mij af ‘wat is uw plan
Mijn Heer mijn God?’

De krullen van Moeder

Op één van zijn jaarlijkse rondgangen langs de schoorstenen van Urk had de goedheiligman, Sinterklaas een prachtig cadeau voor Moeder achtergelaten.
Hoe Piet dat door de schoorsteen had gekregen is me nog steeds een raadsel, maar dat hij er een zwarte snoet aan overhield is me wel duidelijk.
Dat Sinterklaas blij met haar was bewees het kostbare cadeau wel, Moeder had een eigen droogkap, net zo één als bij kapper Visser.
Ze was de koningin te rijk!
Ik was ook opgelucht, want we hadden gelukkig nog een moeder, ze was niet in de zak meegenomen naar Spanje om haar het volgend Sinterklaasfeest als pepernoten over ons uitgestrooid te krijgen.
De roe was mezelf ook bespaard gebleven, chocola en speelgoed was mijn deel.

Ik wilde trouwens dat Moeder een ander cadeau gekregen had omdat dat ding daarna zelf wel voor de roe zorgde…

Waarom en hoe?
Dat zal ik je vertellen.

Een droogkap is een apparaat aan een steel op een vierpoot, zo’n uitstekend driedelig opstakel waar menig gipsdokter de slachtoffers van op zijn werkbank heeft zien liggen.
Je weet met zo’n onhandig apparaat nooit hoe je hem draaien of schuiven moet, er is namelijk niet één goeie manier.
De droogkap moet daarom op de goede plek staan, zodat je niet met die poot in een ongewenste verstrengeling als een gevallen vrouw ter aarde valt.
Doordat bovenop die steel een soort van vreselijk lelijke motorhelm staat, is het apparaat ook nog eens topzwaar.
De bedoeling van die helm is om daar je hoofd in te steken, waarna het gevaarte door warme lucht te blazen verschrikkelijk veel lawaai in je oren toetert.

Maar waarom wil een verstandig mens, míjn moeder nog wel liefst, vrijwillig onder die droogkap zitten,vraag je je misschien af…
Nou, het wordt nog erger!
Luister…
Eer je je hoofd in die helm steekt moeten er namelijk nog krulspelden in je haar worden gezet!
Dat zijn stekelige buisvormige rolletjes, waaromheen je plukjes haar wikkelt, van onder naar boven.
Alsof je een paar cactussen uit het tuincentrum meegenomen hebt, en daar je pas gewassen haren zo strak mogelijk omheen rolt, waarna je met een stopnaald die cactus vastpind in het bot van je schedel.
Vooral in je nek en boven je oren, die gedeeltes op je arme hoofd waar de dunste plukjes zitten, doet het het meeste zeer.
Omdat het door de korte haartjes juist daar goed strak opgerold moet zitten, priemen de stekels van de krulspelden, en of dat nog niet erg genoeg is, ook nog die pin, als een ware marteling je dunne huid.
Het is gewoon een verkapte zelfkastijding dat krulspelden zetten, al zullen alle nette dames in de kapsalon dat natuurlijk te vuur en te paard ontkennen.
Al loopt het bloed langs hun oren, en zijn de korsten van de vorige keer nog maar net genezen, de volgende week zitten ze weer stoïcijns als gekroond met doornen, hun haren zo strak mogelijk rond de krulspelden gewikkeld, onder die kap hun doktersromannetjes te lezen.
Je zult begrijpen dat de droogkap en zijn bijbehorende krulspelden niet zouden misstaan in een martelwerktuigen museum uit de middeleeuwen.
En dat ding stond gewoon in de huiskamer bij ons…
De plek waar ik me als kind veilig hoorde te voelen had één hoekje waar moeders droogkap stond, en dat allemaal op vrijwillige basis.
Nu ik dit zo schrijf bedenk ik me opeens dat Sinterklaas misschien helemaal zo blij niet was met Moeder.
Zou hij er tegenop gezien hebben haar mee te nemen naar Spanje, en haar in plaatst daarvan strafte met een droopgkap?
Want dat kan natuurlijk, dat je een cadeau van iemand krijgt waarin een lesje verborgen zit, een soort van onderhuidse terechtwijzing, of aansporing tot ander gedrag.
Je weet het maar niet…
Of misschien was het bedoeld als lesje voor mij…

In ieder geval, Moeders’ haar moest vanwege de droogkap iedere zaterdag in de krulspelden gezet worden, en in eerste instantie moesten we lootjes trekken wie die dag de kapster was.
Moeder vond dat ik er het meest handig in was, vandaar dat het al gauw de gewoonte was, dat ik op zaterdag haar haren in de krulspelden draaide.
De andere kinderen hadden hun interesse allang verloren zodat me zonder strijd de bevoorrechte rol van volleerd krulspeldendraaister werd toegewezen.
Een paar zaterdagen later was ik daar zo trots niet meer op, en liet dat op een dag goed blijken ook.
Terwijl de andere kinderen buiten allerlei kattenkwaad uithaalden, had ik de persoonlijke plicht kapstertje te spelen voor Moeder.
Ik had er geen zin meer aan, iemand anders kon het toch ook wel eens doen?
Dat ik dat aangaf betekende al dat ik het echt spuugzat was, want normaliter was ik niet zo ‘brutaal’
De reactie van Moeder was dat ze resoluut de tweedelige keukendeur opende, mij aan de buitenkant van die deur neerzette en de deur weer sloot.
Ik was niet meer gewenst…

Woedend was ik, en ik zou het haar betaald zetten ook!
Was ze nou glad betoetert…
Ik kwam nooit, maar dan ook nooit meer terug, nee echt nooit meer!
Wie dacht ze wel dat ze was, als ze krulspelden in haar haar wilde dan ging ze maar naar de kapper!
Zonder jas zwierf ik uren over Urk, me verkneukelend over haar ( hopelijke ) ongerustheid.
Des te langer ik weg bleef, des te meer zorgen zou ze zich natuurlijk maken, waardoor mijn wraak steeds zoeter werd.
Totdat het begon te schemeren, mijn maag begon te knorren en ik het koud begon te krijgen…
Tja, wat moest ik toen doen hè?
Uit schaamte durfde ik ook nergens aankloppen, terwijl ik toch tantes genoeg had.
Maar over Moeder allerlei boze gedachten hebben, was toch wat anders dan deze bij een ander te uiten.
Noodgedwongen begon mijn woede wat te slinken, zodat ik zo langzaam mogelijk de kant van ons huis weer op liep, toch nog steeds niet helemaal overtuigd van terugkeer naar een moeder met een droogkap.
Bij mijn ouderlijk huis aangekomen gluurde ik eerst stiekem naar binnen, en zag tot mijn ontzetting dat alles gewoon doorgegaan was; zonder mij!
Althans zo leek het…
Mijn woede vlamde weer op, had ik me daarom uren lang weg gehouden, om te ontdekken dat er van paniek totaal geen sprake was in mijn familie?
Had Moeder gewoon net als andere dagen de normale dingen gedaan zoals ze dat gisteren ook deed?
Ik was zo verschrikkelijk teleurgesteld!
Al die moeite voor niks!
Voor straf bleef ik gewoon nog een tijdje in de steeg wachten…

Plotseling hoorde ik de deur open gaan en ik zag dat Moeder naar buiten kwam rennen.
Van schrik verborg ik mij achter de heg van de buren en gluurde tussen de opening naar wat er gebeurde.
De aanblik in Moeder blik zal ik nooit meer vergeten!
Het was er een van pure paniek en angst; om mij…
Haar kind was zoek en ze ging het zoeken…
Wat hield ik op dat moment weer van haar!
Alle woede en lust tot wraak vervlogen als sneeuw in het warme lentezonnetje.
De gele narcissen trompetterden als het ware weer liefde en nieuw leven.
Ik had me uit trots kunnen blijven verbergen om haar alsnog om me te laten zoeken, maar we hadden elkaar weer gevonden!
Gelukkig!
De volgende zaterdag zette ik weer gewoon krulspelden in Moeders haar, maar draaide ze stiekem wel een beetje strakker…
De droogkap verhuisde niet zo lang daarna naar een onbeduidend hoekje op zolder…

Bon Appetit

Het gesprek rond kinderen aan het Avondmaal blijft me bezighouden.
‘Hoe komt dat?’ vraag ik mezelf af.
Waarschijnlijk omdat dit me al boeit vanaf dat ik zelf denken kan en in de traditie waarin ik werd opgevoed zoveel discrepantie rondom allerlei godsdienstige thema’s ervoer.
Als kind begreep ik niets van de ‘grote mensen’ taal rond de tafel des Heren, en nu ik na allerlei kerkelijke wegen bewandeld ‘groot’ geworden ben, begrijp ik er nog steeds niets van.
Ik ervaar in de beweringen rond het toegang verlenen tot de tafel des Heren ook vandaag veel discrepantie.

Vroeger werd me als kind de toegang tot de Dis geweigerd door ‘grote’ mensen die voor het overgrote deel zelf ook in de bank bleven zitten.
Het was zelfs vromer om niet aan te gaan, en snikkend de dienst door te brengen, zodat ieder ander kon zien hoe je worstelde met je zonden…
Ik heb er al meerdere keren over geschreven, ik begreep er niets van.
Dat was dan weer mijn worsteling; hoe bestaat het dat de Heere God Zelf voor een zoenoffer zorgde, en de Heere Jezus gastheer was van de tafel voorin, en toch ging haast niemand naar voren, want stel je voor dat je jezelf een oordeel at…
Tenminste, zo vertelden ze het mij.

‘Maar…waar is de Heere Jezus dan voor gestorven?’ vroeg ik mij wanhopig af.
Het antwoord was als een soort automatisme altijd;’voor onze zonden’
‘Nou dan…’
Maar als kind had ik weinig in te brengen want ‘ik zou nog wel eens met een ingebeelde hemel naar de hel kunnen gaan’

Ik las eens het boek:’ in Zijn arm de lammeren’
Het zou over mij kunnen gaan.
De voortdurende vragen in het hoofd van Fransje waren ook mijn vragen, alleen durfde ik ze, in tegenstelling tot Fransje, niet hardop te stellen.

Gelukkig durf ik dat nu wel.
En ik doe het ook nog steeds op dezelfde kinderlijke manier zoals ik dat vroeger deed.
Toen leefden die vragen in een continue stroom in mijn hoofd en hart,nu spreek ik ze uit wat vaak interessante gesprekken oplevert.

Want hoe kan het bestaan, dat nu ik ‘groot’ ben, de ‘grote’ mensen nog steeds voor de kleinen beslissen wanneer zij recht op die viering hebben.
In mijn beleving is door ‘grote’ mensen een hoog hek rond de tafel geplaatst, waardoor je pas wanneer je daarover heen kunt springen, mee mag eten en drinken.

Ik was b.v. in een Avondmaalsdienst waarin de voorganger eer hij het brood brak en de wijn deelde, de kinderen toesprak en aanraadde goed te kijken, zodat ze mogen weten dat wat aan tafel gevierd werd ook aan hun beloofd is.
‘ nog voordat jullie daar enig besef van hadden, heeft de Here zijn hand op je gelegd in de doop.
Dat betekent dat Hij ons leven is geworden.
Zoals je vanmorgen je ontbijtje hebt gegeten, en daar niet buiten kunt, zo is de Here ons leven geworden, ons eten en drinken…
Wanneer je groeien mag in het geloof, dan nodigen we jullie ook uit.’

Op zo’n moment luister ik met steeds groter wordende verbazing over de discrepantie die ik als kind al ervoer en me ook nu weer in verwarring en verbijstering achter laat.
Wat ik me daarbij ook afvraag is: ‘ hoe komt het dat we in de traditionele kerk de kinderdoop verkiezen boven de volwassen of groot-doop, en vervolgens de gedoopte kinderen pas aan het Avondmaal nodigen als ze volwassen zijn?
Welke waarde heeft dan de kinderdoop voor het kind?’

Nu gaat het er mij niet om hier een dominee of een kerk af te katten,
of iets af te doen aan de belijdenis geschriften,( dat is nl. een heel andere discussie) alleen, ik wil zelf niet, zoals mij dat vroeger gebeurde, één van de ‘grote’ mensen zijn die voor de kleinen van nu beslist dat zij eerst nog moeten groeien in het geloof, om pas dan samen met mij Jezus te eten en drinken.

Wat naar mijn bescheiden mening dan gezegd wordt is:
‘wanneer je het straks beter begrijpt nodigen we jou ook uit’
Dat impliceert dat ík het begrijp, en het kind nog niet.
Terwijl we in de doop zeggen;’ je hoort erbij’ , hoor je er pas echt bij wanneer je in het ‘ ja’ zeggen op de vragen van de formulieren aangeeft dat je begrijpt waar het over gaat.

Persoonlijk raak ik steeds dieper onder de indruk van Jezus’ lijden en sterven, en ontdek ik tevens steeds minder daarvan te begrijpen.
Juist in die verwondering groeit een steeds groter ontzag voor Hem, en begrijp ik des te meer waarom Jezus zegt dat we moeten worden als de kinderen.
En ik kies daar ook voor, als een kind neem ik Zijn Genade aan, want als volwassene ga ik redeneren en blijft van Zijn Genade niets over.
Geloven is redenatie uitzetten, omdat geloven een mysterie is.
Ik geloof in iets wat ik niet zie, en het maakt me kinderlijk gelukkig.
Genade is geen religie maar een Persoon!

Ik durf daarom te beweren dat wanneer we als volwassenen, geacht gegroeid te zijn in het geloof, de kinderen aan de maaltijd van de Heer weigeren, we niet-begrijpen dat het ook niet te begrijpen is.
Hoe kan ik als niet begrijpend( Hallelujah Prijs de Heer)wat er aan de tafel gebeurt, verwachten dat een kind pas aan het Avondmaal mag als het volwassen geworden beter begrijpt wat er gebeurt.
Ik ben niet zo van het vallen in de Geest, maar ik wilde wel dat we van verbazing allemaal achterover vielen over het mysterie van wat er aan het kruis op Golgotha gebeurde, en precies daarom Avondmaal vieren!

Juist als kind begreep ik al dat terwijl het Heil me in zijn offer ruimschoots werd aangeboden, het geredeneer de weg naar Christus steeds enger en smaller maakte.
Ik wilde het zo vaak uitschreeuwen;’ wat bedoelde Hij dan toen Hij riep’ het is volbracht?’

Vandaar dat ik maar één reden zie om Avondmaal te vieren; de woorden van de Heer zelf;’ doe dit tot Mijn gedachtenis!’
Daar aan de tafel ontváng ik geen vergeving, ik vier dat ik het al voor voor mijn geboorte ontvangen héb!
Wie daar andere gedachten over heeft, prima!
Dan heb ik een volgende vraag:’ waar staat het in de Bijbel?’

Onder stroom.

Vandaag in de kerk staat voorin een tafel met een wit laken daarover heen.
In het midden ligt nog een ander kleiner laken, met daaronder iets verstopt wat we niet zien mogen.
Eerst gaan we bidden en zingen en dominee gaat preken.
Omdat ik nog klein ben begrijp ik niet zoveel van wat hij verteld, maar omdat ik af en toe de naam
‘Jezus’ hoor noemen word ik wel erg blij.

Hij heeft het ook over een zondig hartje, en dat we ons bekeren moeten, maar dat is vast grote mensen taal, want dat snap ik nog niet, wat dominee daarmee bedoelt.
Maar wanneer ik ‘Jezus’ hoor lijkt het wel alsof mijn hartje een sprongetje maakt op de klank van heel mooie muziek.
Dan willen mijn voetjes ook sprongetjes maken, maar dat mag niet, want in de kerk moet je eerbiedig zijn en stil zitten.
Dat hoort bij elkaar ‘ kerk, eerbiedig en stil zitten’ begrijp ik er van.

Het is, wanneer ik dominee ‘ Jezus’ hoor zeggen, net als wanneer dokter met een hamertje op mijn knietje tikt, en ik dan niet tegen kan houden dat mijn hele beentje omhoog schiet.
Of wanneer ik mijn elleboog stoot, dan zegt Mama dat ik mijn elektrische botje gestoten heb.
‘Dan lijkt het net of je een beetje onder stroom staat’ zegt ze.

Nou, zo voelt het ook wanneer ik ‘Jezus’ hoor, maar dan zonder dat het pijn doet, het voelt juist erg fijn!
Wanneer Papa en Mama uit de kinderbijbel voorlezen gaat het soms ook over Jezus, dan gebeurt dat ook, dat ik ‘onder stroom’ sta.
Op een heel bijzondere manier trilt alles dan vanbinnen.

De preek is afgelopen en dominee zegt dat we nu als gemeente van de Here Jezus Christus Heilig Avondmaal gaan vieren.
Dat ligt dan zeker onder dat laken verstopt, het Heilig Avondmaal!
Dominee verteld dat Jezus de rekening al betaald heeft voor het eten en drinken op de tafel, dus hoeven we geen geld mee te nemen.
Het is jammer dat ik zo ver weg zit want nu kan ik het nog niet goed zien!
Sta ik ‘onder stroom’ en willen mijn voetjes dansen, en zie ik ook niet eens wat voor lekkers er onder dat laken ligt.
Hè, wat vervelend als je nog zo klein bent!

Maar gelukkig zegt dominee dat alle kinderen bij hem mogen komen, dus voordat iemand me tegen kan houden ren ik uit de bank, om als allereerste bij die geheimzinnige tafel te kunnen zijn!
Mijn roze klik-klak schoentjes maken vrolijke muziek lijkt het wel wat niet iedereen leuk vindt, want ik hoor ‘ ssst, sssttt’
Ik vraag me af waarom ze dan zelf niet ‘ sssstt’ zijn zoveel lawaai maken ze ermee.
Het zijn net bromtollen, maar dan zonder liedje, bedenk ik me, wat ik zelf best wel grappig vind.

Gelukkig sta ik vooraan, en kijk mijn ogen uit wanneer dominee het laken optilt en opvouwt.
Dit is dus het Heilig Avondmaal!
Een zilveren schaal die net als de prachtige zilveren bekers schitteren als heldere spiegels, zó mooi.
In de schaal liggen netjes in gelijke stukjes gesneden wit brood gestapeld, waarvan één brokje op de grond gevallen is.
In de bekers fonkelt bloed lijkt het wel, maar dominee zegt dat het rode wijn is.
Vervolgens legt hij ons uit dat het brood het lichaam en de wijn het bloed van Jezus voorstelt.
Dominee verteld dat Jezus heeft gezegd dat we steeds avondmaal moeten vieren met elkaar en dat wanneer je bij Jezus hoort, je dan een lichtje bent net als Jezus!

Opeens begrijp ik het helemaal!
Jezus is een soort stopcontact, en wanneer je daar je stekker in steekt sta je onder stroom waardoor je lichtje aan gaat!
Het is dus helemaal niet zo vreemd dat wanneer ik zijn naam hoor, mijn hartje sprongetjes maakt en mijn beentjes dansen willen.
Stiekem probeer ik in de zilveren bekers te kijken of ik nu een lichtje ben…

Nu mogen we vast ook een stukje brood pakken en en een beetje wijn drinken, maar dan zegt dominee dat we dat later als we het beter begrijpen pas mogen doen.
Hè?
Dominee zei toch net nog dat Jezus betaald heeft en daarom het eten gratis is?
Waarom zegt hij nu dan dat ik er niets van eten mag?
Het is nog erger dan wanneer Mama in de snoepwinkel zegt dat ik wel overal naar kijken maar nergens aan komen mag…

Ik krijg het plotseling erg koud, en flap eruit:’ dominee, ik snap het al helemaal hoor, want ik sta helemaal onder stroom’
Vriendelijk probeert hij me uit te leggen dat we toch eerst nog wat groter moeten zijn, maar dat hoor ik allemaal niet meer omdat in mijn hoofd een plannetje groeit.
Ik ga proberen het stukje brood dat op de grond gevallen is te pakken!
Net alsof ik de veters van mijn roze schoentjes strikken moet buk ik me en gris het snel weg.
Daarna ga ik gehoorzaam weer naast Papa en Mama zitten, mijn kostbaar bezit onzichtbaar in één van mijn handjes.
Wanneer de grote mensen allemaal in een grote kring staan om Avondmaal te vieren doe ik het samengeknepen brokje in mijn tasje want ik wil het zo lang mogelijk koesteren.

Thuis gekomen ren ik tegelijk naar mijn kamertje en laat het van mijn ene hand in de andere rollen.
‘ het lichaam van Jezus’ fluister ik opgewonden en stop het in mijn mond.
Het proeft helemaal niet bijzonder, en toch weet ik dat ik iets heel speciaals eet!
Ik kauw het net zo lang tot ik het vloeibaar als romige melk doorslik.

Mijn hartje maakt duizend sprongetjes en mijn voetjes gaan als vanzelf dansen.
Ik ben nog nooit zo blij geweest, en gil het uit van plezier, want ik ben een lichtje omdat ik onder stroom sta voor Jezus…