Uitgelicht

Hooglied

Dit is de samenvatting van het bericht.

In ieders binnenste borrelt en blupt het soms.

Bij mij ook.

Wat er vooral als een fontein sproeit is het verliefd zijn op Jezus.

En het wéten dat Hij dat ook op mij is.

In mijn blogs over Hem,schrijf ik een beetje mijn eigen Hooglied.

In de hoop dat je ook gegrepen wordt door deze liefde,want ik wil Hem graag delen.

bericht

Ik zie ik zie wat jij ook ziet.

Deze week was er in Lelystad een infoavond over een door het Leger des Heils tijdelijk te plaatsen unit voor opvang van dak en thuislozen.
Ik zag daarvan een filmpje op Omroep Flevoland maar was verplicht eerst een reclamespotje te kijken.
Groter controverse tussen dit spotje en het onderwerp van de avond in Lelystad is niet mogelijk.
In het spotje presenteerde zich namelijk een bedrijf dat me maar wat graag wil helpen mijn dromen uit te laten komen; het bouwen van een villa!
Verbaasd vroeg ik me af hoe dit bedrijf weet van mijn droom in een huis te wonen waar ik heel veel voetstappen zetten moet om van de keuken in de woonkamer te komen.
En hoe weten ze zo exact dat mijn droomhuis veel ramen moet hebben en minstens drie verdiepingen?
U begrijpt het nu inmiddels wel, ik heb het hoog in mijn bol, maar er is gelukkig een bedrijf dat mijn kasteel niet in lucht laat opgaan.

Na dit spotje volgde het verslag van een nogal tumultueus verlopen goed bezochte info-avond over een door het Leger des Heils tijdelijk te plaatsen unit voor opvang dak en thuislozen.
Bezorgde buurtbewoners uiten luid en duidelijk hun ongenoegen over dit plan, met argumenten als: ‘in de buurt wonen veel kwetsbare ouderen en we moeten onze kinderen toch ook beschermen?’
De wethouder nam een petitie met zo’n honderd handtekeningen tegen plaatsing van de unit in ontvangst en er werd zelf gedreigd met het overwegen van juridische stappen.

Tja, heb je net je droomvilla betrokken en loopt er een dak en thuisloze door je keurige buurtje.
Dat kun je natuurlijk niet tolereren!
Hebben je kinderen door de glimmend gepoetste ramen net zo’n mooi uitzicht, wordt het verpest door de verlangende blikken van dak en thuislozen die ook dromen van een huis waarin ze veel stappen moeten zetten van de keuken naar de kamer.
Je wilt natuurlijk zelf ook niet geconfronteerd worden met de moedeloze blik in de ogen van dak en thuislozen die het dromen over een huis waarin veel stappen van de keuken naar de kamer moeten worden gezet allang opgegeven hebben.
De pijn in de ogen van een dak of thuisloze over een verleden eens met het gezin ook in zo’n huis gewoond te hebben waar veel stappen, ach u raadt het al…daar sluit je liever ook je ogen voor.
Logisch toch?
Ieder is verantwoordelijk voor zijn eigen geluk!!

De vraag werd gesteld waar deze units dán geplaatst moeten worden, ‘overal maar niet in onze buurt!’ was het antwoord.

Waar je ook maar om je heen kijkt, de samenleving van vandaag verandert in rap tempo in ‘wij tegenover zij!’
Bestaat het woord samenleving überhaupt nog wel?
Samen… dat betekent toch; ‘wat mag ik voor jou betekenen?’

Wanneer je tot de groep gaat horen waarvan het leven niet meer zo aan het leien dakje van de verwachting voldoet word je een bedreiging voor de groep waar het allemaal (schijnbaar)nog wel op rolletjes loopt.
Als speelbal van allerlei instanties die zich over je ‘ontfermen’ maar ondertussen een dikke boterham verdienen aan jou nood, beland je in een steeds groter isolement.
Niet alleen omdat men liever aan je voorbij kijkt, maar vooral om een nog gemener fenomeen: schuld.

Hoe dat in zijn werk gaat?
Stel je leeft je huisje-boompje-beestje leventje, een leven dat je dik verdiend hebt en waar je, terecht, van geniet.
Maar oh jee, komt daar die minder gefortuneerde pechvogel op je pad, iemand die voor datgene wat jij normaal vindt, bv de sportschool, een nieuw lampje voor de fiets, vitamine supplementen tegen de griep, fysiotherapie na een operatie, nieuwe schoenen ter vervanging van je oude lekke exemplaren, een vriendinnen lunch enz. enz. steeds zeggen moet; ‘daar heb ik geen geld voor.’
Ergens vindt je dat je iets voor die ander (zou) moeten doen, maar tegelijkertijd knaagt er irritatie over de afhankelijkheid waarin de ander zich bevindt.
Alsof die ander schuld heeft aan jou gevoel van onbehagen over je eigen goede leven, begin je jezelf slachtoffer te voelen van dat eigen schuldgevoel en houdt daar vervolgens de ander verantwoordelijk voor.
Verhuld in allerlei mooie excuuses bedoel je te zeggen; ‘ben ik mijn broeders hoeder,’ en verwacht een excuus van die ander voor het ‘aanpraten’ van jou eigen schuldgevoel.
Daarmee eis je in principe hoederschap van degene waarover jezelf het broederschap ontkent of uit de weg gaat.

Omdat ikzelf in een van instanties afhankelijk en gedirigeerd leven ben beland weet ik intussen hoe het voelt wanneer men je liever niet ziet, er aan je voorbij gekeken wordt, soms letterlijk de rug wordt toegedraaid.
Ik weet hoe het voelt dat ik verantwoordelijk word gehouden voor het onbehagen dat mijn situatie bij de ander oproept.
Ik weet hoe de onuitgesproken eis me te moeten verontschuldigen en begrip op moeten brengen voor dat onbehagen, tussen mij en anderen instaat.
Alsof de ander van mij toestemming moet krijgen om te mogen genieten van wat hij/zij wel heeft en ik niet, maakt die ander zich afhankelijk van mijn excuses voor het eigen knaagdier; schuld.

Is dat terecht?
Volstrekt niet!
Wil je genieten van datgene wat je uit Vaders hand ontvangen hebt, doe dat dan.
Dat gun ik iedereen.
Maar houd mij niet verantwoordelijk voor het schuldgevoel dat je vindt eigenlijk iets voor mij of alle andere armoedzaaiers, zwervers, hulp afhankelijken, dak en thuislozen te moeten/willen doen, maar ja, het komt er maar niet van, want………’
Als je zegt iets te willen doen, doe dat dan, omdat je anders valse verwachtingen wekt bij anderen.

The Bottom Line is:
Laat iedereen genieten van wat uit Vaders hand ontvangen is, want uiteindelijk is God de enige aan wie verantwoording hoeft te worden afgelegd.

De namen van mijn kinderen.

Al heel lang neem ik me voor mijn berging eens op te ruimen maar het komt er maar niet van.
Het liefst doe ik de deur steeds zo snel mogelijk weer achter me dicht, omdat de herinneringen aan toen en voorbij soms een loopje met mijn emoties nemen.
Het is dat het niet mogelijk is op de tast dat ene blik verf of die en die bloempot te pakken anders hield ik het liefst ook mijn ogen dicht.
De opstapeling van een leven vóór het nu is af en toe te confronterend.

Je zou zeggen: ‘dan kieper je het toch weg?’
Maar zo simpel ligt het niet, want het meeste zijn waardevolle spullen, zó waardevol dat er naar kijken en aanraken zoet pijn doet.

Neem nou de wieg…
Vier keer werd in dit mandje een kostbaar kleinood gelegd, drie meisjes en één jongetje.
Vier heel verschillende baby’s; het derde kindje met een door uitdroging gebarsten roze huidje en donkerblonde haartjes, de vierde een donker donsbedekte achtponder met gitzwarte wimpertjes, de jongste en vijfde baby zó wit, blond en doorzichtig dat je haast door haar heen kon kijken.
Mijn oudste en eerste kindje dat in de wieg gelegd werd, had een roomwit velletje waarover een zacht gouden gloed van zomerworteltjes oranje haartjes lag.
Alle vier kinderen anders van kleur, niemand leek op het andere broertje of zusje.

Behalve het tweede kindje, het was een precies eendere baby als het eerste, roomblank, bedekt met een gouden gloed van zomerworteltjes oranje gekleurde haartjes.

Voor zijn geboorte lag ik in de verloskamer van het ziekenhuis waar de arts haar oor te luisteren legde door de toeter op mijn buik.
Koud en hard luidde daarna het oordeel: ‘Die vrucht is allang dood!’

Verdoofd probeerde mijn gevoel mijn kind binnen te houden, maar mijn lijf deed gewoon wat het doen moest; wilde het niet zelf dood gaan moest dat wat er niet hoorde uitgedreven worden.
Nog eer ‘de vrucht’ een eerste hap lucht had ingeademd, had het al in de veilige beschutting van mijn buik de laatste zucht geslaakt.
Het kleine rode mondje zweeg, de oogjes met de zomerworteltjes gekleurde wimpertjes bleven gesloten, de handjes grepen niet zoekend in het rond om krachtig mijn eigen vingers te omknellen, de voetjes die ik eens voorzichtig fladderend in mijn binnenste had voelen trappelen weigerden daarbuiten ook maar één stap te zetten.
Oorverdovend stil, slap als een lappenpop lag het tussen mijn benen.
Terwijl mijn binnenste krijste en schreeuwde: ‘ga huilen, ga huilen!’ klemden ook mijn lippen zich verstommend op elkaar.
Zoals mijn kind al van tevoren zijn oogjes gesloten had, zo dwong mijn verstand te kijken naar wat mijn gevoel weigerde te geloven, mijn bloedeigen dode kind.
Ondanks de ontzetting zoog ik het beeld in me op, mijn kind dat ik voor het eerst en tegelijk voor het laatst bekijken kon.
Zijn stille hartje baande zich een weg naar het diepste van mijn eigen bloedend en bonzend binnenste.
Alsof het ruimte maken moest, zo rukte de pijn een deel van mijn eigen kloppend hart uit mijn lijf, waarna ik mijn kind in de ontstane holte veilig opbergen kon.

De schreeuw in mijn binnenste was als het roepen in een echoput, hard en meedogenloos kwam het als een boemerang terug en sloeg mezelf in het gezicht

Lamgeslagen kwam ik thuis en ruimde de wieg weer op.Niemand sprak over de bevalling, niemand vroeg de naam van mijn kind.
Pas jaren later durfde ik mezelf toestaan het zwijgen te doorbreken en oorverdovend te gaan schreeuwen.
Ik leerde rouwen om mijn tweede kindje, mijn zoontje Marlon.
De tijd heeft de scherpte van het verdriet wat geschaafd en gepolijst, maar gaat nooit meer helemaal over en kan soms onverwacht hevig schrijnen.Dat is niet erg, soms alleen een beetje lastig.Het zorgt er tevens voor dat mijn berging een soort van no-go-area is.

Gelukkig ligt mijn hart en alles wat daar verborgen ligt in het veilige kommetje van Jezus doorboorde handen.
Samen met de vijf kinderen die uit me geboren zijn word ik gewiegd in een eeuwigdurend trouwverbond.

Opgedragen aan:
Joke
Marlon
Maaike
Jelle-Dirk
Ditta


Lees verder De namen van mijn kinderen.

Kerstzeer


Afgelopen december heb ik me verbaasd over de boze reacties van christenen tav de ‘feestmaand’ folder van de Lidl.Er waren zelfs oproepen om als christen deze goddeloze supermarkt te boycotten en elders je inkopen te doen.
Vervolgens verbaas ik me er nog meer over dat de overvolle winkels tijdens de dagen voorafgaand aan Kerst extra personeel in moeten huren om lege schappen te voorkomen.


Ik geloof dat Jezus geboortefeestje ruim gevierd mag worden, net zoals ieders verjaardag een hoogtijdag is die je niet zomaar voorbij laat gaan.Alleen wordt nog maar weinig de naam van Jezus genoemd, maar des te meer de drukte om de boodschappen en de vraag: ‘wat eten we met Kerst?’


Het doet me bovendien bijzonder zeer dat over het algemeen de Eerste Kerstdagdienst het enige moment is dat we als Jezusfamilie de geboorte van onze grote broer vieren.Daarna spoedt men zich naar huis om achter gesloten deuren met uitsluitend eigen familie het Kerstdiner ter ere van de geboorte van het Lam te nuttigen.


Vergeef me, maar de christelijke verontwaardiging over de ‘feestfolder’ van supermarkt Lidl tegenover de stress over wat er met Kerst gegeten moet worden en de steeds groter groeiende groep eenzame mensen staan in mijn beleving haaks op de Kerstgedachte.

Of zou je kunnen zeggen dat het een teken van allemaal hetzelfde gemis is: Kerst, waarbij de jarige buiten aan de deur staat te kloppen of hij er ook bij mag?

All I want for Christmas is You!

Als klein meisje kon ik ontzettend uitzien naar mijn verjaardag.
Eer het zover was werden de nog te slapen nachtjes ongeduldig afgeteld en weggestreept tot het eindelijk 13 mei was: mijn dag!
‘Dat je maar gauw een grote meid mag worden,’ zei men vaak.
Nu ben ik groot en nog net als vroeger geniet ik van mijn verjaardag, maar toch anders; ik ben niet meer het onbevangen kind van toen maar zo wel zo blij als het kind van toen.

Precies zo zag ik als klein meisje uit naar de viering van Jezus’ geboortedag, het Kerstfeest.
Wat was het nog heerlijk onbezorgd, Moeder haalde de ballen en lichtjes van zolder, Vader zorgde voor een boom, en wij kinderen mochten hem volhangen met wat men nu vintage versiering noemt.
Vooral de vogeltjes op het knijpertje en het zilverkleurig klokje met een echt klepeltje hadden een enorme bekoring.
Af en toe mocht ik het klokje zijn betoverend klingeltje laten rinkelen, wat in mijn oren als de uitnodiging van de zondagse kerkklokken klonk.
‘Welkom, welkom, welkom.’
Naarmate de boom langer in ons door de kolenkachel verwarmd huis stond, werden de takken steeds kaler wanneer mijn klokje zijn welkom klingelde.
Dat was ook de reden dat zodra het 27 december was Moeder de boom weer opruimde en Vader deze aan de waslijn hing om pyromaantje te spelen.
De vlammen vlogen soms boven het dak uit…wat hadden we een pret.

Kerst, het feest van Jezus’ geboorte…
Denkbeeldig zat ik op mijn knietjes voor de kribbe en bewonderde het kindje Jezus dat me vriendelijk toelachte.
Net zoals de in doeken gewikkelde baby, zo was ook de volle betekenis van zijn komst in nevelen gehuld.
Het was genoeg dat het kind gekomen was, ook voor mij.

Naarmate ik ouder werd, groeide Jezus met me mee in de onthulling van het geheimenis van lijden, smadelijke dood aan het kruis en glorieuze opstanding uit het graf.
Alhoewel ik geloof over een eeuwigheid nog slechts een fractie van de noodzakelijkheid van Zijn komst te bevatten, in het kleine beetje weten van nu groeit een steeds groter en dieper ontzag voor Jezus Christus de Zoon van God, de Redder van de wereld; mijn Heiland.

Kerst, het feest van de geboorte van het Christuskind…
Ik wilde wel dat het nog net zo onschuldig en eenvoudig was als vroeger.
Eerste Kerstdag 2 keer naar de kerk, tweede Kerstdag het Kerstfeest van de Zondag-school.
We aten peertjes of witlof, koevlees of rollade, we maakten hangop met perzik uit blik en kregen ter ere van Kerstfeest een met melk aangelengd advocaatje met slagroom.
We zaten rond de tafel en ik liet me betoveren door de door kaarsvlammetjes ronddraaiende engeltjes.
Stille nacht, heilige nacht
Ere zij God, in mensen een welbehagen.

Wat kan ik een heimwee hebben naar Kerstfeest, zonder al die toeters en bellen van nu.
Zonder Hohoho en kerstmannen met dikke buiken, geen Jinglebel Jinglebel en lange rijen voor de kassa’s in de overvolle winkels, maar gewoon een familiefeest om de geboortedag van een bijzonder broertje.
Een verjaardagsfeestje waar Hij gekroond op de stoel mag staan en we Hiep Hiep Hoera Hoera schreeuwen en juichen, zo hard dat Vader het ook horen kan.
Een fuif waar niet de kalkoen maar het Lam in het middelpunt staat, Hij, mijn grote broer Jezus:
Waar we dansen op het lied;
‘All I want for Christmas is Him!’ en meezingen met het engelenkoor: ‘Heilig heilig heilig, is de Heer God Almachtig.’

Ik zie uit naar de dag, die grote dag waarop de bazuinen zullen schallen en het alleen nog maar om Hem zal gaan, Jezus Overwinnaar.
De dag waarop Hij alles in allen zal zijn…

Kerst, het geheim in doeken.
Hier, kijk dan, hier ligt Hij, de Zoon van God…
Luister dan, hier klopt het Vaderhart, hier tussen die doeken…
Hoor je het in de hamerslagen op Golgotha?
‘De schuld betaald, de schuld betaald…’
Kom naar het open graf.
Zie je de uit de doeken gewikkelde dwaasheid van het kruis?
Hoor je het bloed roepen?
‘Ik hou van je, Ik hou van je!’
Kijk dan, Hij is opgestaan,
Hij is niet dood
Hij leeft!!

Kerst, invasie uit de Hemel…

Kaïn en Abel

Het van kinds af aan vertrouwd zijn met de Bijbel kan er soms voor zorgen dat je niet meer verwondert raakt over de geschiedenis van Gods plan met deze wereld,met u, jij en mij.

Zo las ik vanmorgen over Kaïn en Abel en voor het eerst besefte ik hoe gemakkelijk dit verhaal aan betekenis inboeten kan omdat het al zo overbekend is.
Is dat niet hetzelfde met het nieuws van vandaag?
Berichten over vluchtelingen, stikstof en milieucrisis zijn langzamerhand zo gewoon aan het worden, dat het je steeds minder raakt.

Zo vergaat het ook een beetje de woorden: ‘de laatste dagen’, de tijd voorafgaand aan Jezus’
wederkomst.
Alhoewel zowel Jezus als de apostelen genoeg spreken over de eindtijd, lijkt het haast weinig of geen indruk meer te maken, we zijn er zelfs aan gewend geraakt het af te doen met: ‘het is toch altijd al zo geweest?’

Opmerkelijk genoeg is dat wat betreft alle berichtgeving over oorlogen, moord en doodslag ook werkelijk zo, de mens is vanaf het allereerste begin van nature geneigd tot alle kwaad.

Neem nou het verhaal van Kaïn en Abel.
Zelfs niet christenen weten gelijk waarover het gaat, Kaïn vermoorde zijn broer Abel.
Maar wanneer je deze geschiedenis gaat lezen alsof je aan tafel bij Pauw naar een rechtbankverslag luistert zoals dat dikwijls het geval was in de zaak Holleeder of nu in de zaak Moreno, zou je van de ene verbazing in de andere vallen.
De gruwelen van deze zorgvuldig geplande excecutie doen je de rillingen over de rug lopen en vandaag zouden de kranten erover berichten als over een kille afrekening in het naar de kroon steken van een topcrimineel.
Vol afschuw zou je horen hoe Kaïn,
precies eender de spot drijft met God en zijn bloedeigen broer als Holleeder en Taghi dat doen met hún slachtoffers en de opsporingsdiensten.
Wanneer God aan Kaïn vraagt; ‘waar is Abel, je broer?’ antwoordt hij koud en arrogant met een wedervraag;
‘Is dat soms mijn verantwoordelijkheid? Wat heb ik met Abel te maken?’

Nergens lees je iets van schuldbesef of compassie, eerder het tegenovergestelde: weergaloze gewetenloosheid, kille berekening en een volkomen gebrek aan empathie.
De moord op zijn broer raakt hem niet, hij vraagt zich ook niet af wat dit verschrikkelijk nieuws met zijn ouders doet.
Het enige waarover Kaïn zich zorgen maakt is: welke gevolgen heeft dit voor mezelf?’

Lees nu eens wat Paulus in zijn brief aan Timotheüs schrijft:

‘En weet dit dat in de laatste dagen zware tijden zullen aanbreken.
Want de mensen zullen liefhebbers zijn van zichzelf, geldzuchtig, grootsprekers, hoogmoedig, lasteraars, hun ouders ongehoorzaam, ondankbaar, onheilig, zonder natuurlijke liefde, onverzoenlijk, kwaadsprekers, onmatig, wreed, zonder liefde voor het goede, verraders, roekeloos, verwaand, meer liefhebbers van zingenot dan liefhebbers van God. Zij hebben een schijn van godsvrucht, maar hebben de kracht ervan verloochend.
Keer u ook van hen af.’
‭‭2 Timotheüs‬ ‭3:1-5‬ ‭HSV‬‬
https://www.bible.com/1990/2ti.3.1-5.hsv

Gezien wetenschappelijk onderzoek uitwijst dat narcisme in onze tijd epidemische vormen aanneemt is het daarom op zijn minst bijzonder dat Paulus in zijn waarschuwing voor de verdorvenheid tav de laatste dagen de exacte kenmerken van iemand met een narcistische/ psychopathische persoonlijkheidsstoornis opsomt.

Zijn woorden: ‘keer u van hen af’ zijn nogal revolutionair te noemen en zouden in de huidige tijd zomaar beantwoord kunnen worden met: ‘oordeelt niet opdat gij niet geoordeeld wordt.’

Toch zegt God bij monde van Paulus de gemeente: ‘keer je af van deze leugenaars, deze lastertongen, deze valsspelers, deze veraders, deze geweldenaars, deze grootsprekers, deze Godshaters, weer ze uit je midden omdat ze alleen maar komen om te roven en te verslinden.’

De toon in de vertelling van het Kain en Abel verhaal heeft in mezelf een beeld van Kaïn gecreëerd als van een man waar je medelijden mee hebben moet.
De plaatjes van de beide offers waarbij rook van Kaïn’s offer verticaal en dat van Abel’s offer horizontaal wordt afgebeeld, dragen er zeker toe bij dat je gaat denken dat het nogal logisch is dat Kaïn in een jaloerse bui zijn broer Abel vermoord.
Het Pieter Baan centrum zou Kaïn diagnostiseren als ontoerekeningsvatbaar en geld nog moeite sparen hem weer op het juiste spoor te krijgen.
In tegenstelling daarvan moest Kaïn volgens de vertelling vluchten om niet zelf vermoord te worden.
Toch wel erg zielig voor Kaïn…

Echter; na het lezen van de waarschuwing van Paulus: ‘houd je verre van deze mensen’, begin ik me af te vragen of het niet precies tegenovergesteld is.
De berekenende aanloop naar de moord op zijn broer en de onverschilligheid daarna, geven genoeg aanleiding te concluderen dat Kaïn nooit op het juiste spoor geweest is!
Hoe zou hij daar dan weer op terug te brengen zijn?

Heb ik, hebben wij Kaïn de hand boven het hoofd gehouden?
Zou de kerk van nu de moed hebben Kaïn buiten te zetten?

Zijn sluwe werkwijze volgend kunnen we gerust veronderstellen dat Kaïn de eerste narcist/psychopaat, de eerste Holleeder in de geschiedenis is geweest.
Omdat hij totaal geen wroeging of schuldbesef toont, moet hij daarom ook zeker in staat worden geacht met dezelfde gewetenloosheid zijn eigen ouders, Adam en Eva te vermoorden.
Ik geloof dat God hem daarom zelf verwijderde van zijn familie, niet in de eerste plaats om Kaïn te beschermen, maar omdat Kaïn in de moord op Abel de eerste stappen had gezet het heilsplan van God om zeep te helpen.
Kaïn was als het ware een dodelijk gevaar voor de kerk en werd daarom zelf door de Herder van de kerk verwijderd; de wolf werd van de schapen gescheiden.

Zegt deze geschiedenis iets voor deze tijd?
De doorwerking van het kwaad in deze wereld en in de kerk weg wimpelen met de opmerking; ‘het is toch altijd al zo geweest,’ is allerminst onbijbels wanneer we daarmee onze verantwoordelijkheid ontkennen in het onderscheiden van de geesten en daardoor ijveren in het zuiver en veilig houden van de gemeente.
God geeft in beide Schriftgedeeltes toch genoeg handvatten de in schaapskleren vermomde wolf te herkennen en deze buiten de poort te houden?
In tegenstelling dat daar meteen het stickertje: ‘je mag niet oordelen’ op wordt geplakt zegt Paulus: ‘laat je niet verleiden door de vleierij van deze leugengeesten en de op roof uitgezonden wolven.
Ga niet met hen om!’

Bid daarom om onderscheiding van geesten.
Bid om moed krachtig te handelen wanneer dat nodig is.
Bid om voldoende olie in onze lampjes, zodat we niet overvallen worden door het donker van de nacht.
Bid om bescherming van Abel opdat er een goede geur van de gemeente uitgaat…

‘Zie, Ik kom als een dief. Zalig hij, die waakt en zijn klederen bewaart, opdat hij niet naakt wandele en zijn schaamte niet gezien worde.’
‭‭Openbaring‬ ‭16:15‬ ‭NBG51‬‬
https://www.bible.com/328/rev.16.15.nbg51

Veilig in Jezus armen.

Er zijn van die momenten waarop machteloze woede om aanhoudend onrecht me plotseling kan overvallen.
Niet maar zo opeens natuurlijk, de oorzaak is vaak een stapeling van duwtjes en prikjes, het druilerige weer en gek genoeg net zo goed een heel mooie reden, zoals bijv. een vriendelijk gebaar of het teken van Gods trouw aan het firmament..

‘Laat het achter je’ is dan zo vreselijk goedkoop, want hoe kun je iets achter je laten als je dat maar blijft achtervolgen?
Het klinkt in mijn oren als: ‘wanneer je hier maar over blijft zeuren laat ik jou achter me.’
Daarom is het goed met David de harp te pakken en mee te brullen naar God.
Waar anders is mijn woede om wat was en nog steeds is, veiliger dan bij mijn God en Vader?

‘Voor de leider van het koor.

Een prachtig lied van David, op de wijs van: ‘Dood mij niet.’
Koningen en heersers, zijn jullie wel rechtvaardig?
Spreken jullie inderdaad recht? Nee! Jullie zijn juist kwaad van plan.
Jullie doen allerlei slechte dingen. Mensen die zich niets van God aantrekken, zijn al vanaf hun geboorte ontrouw aan God.
Ze liegen vanaf de dag dat ze zijn geboren.
Hun slechtheid is als slangengif.
Ze zijn zo doof [ voor God ] als een slang die niet wil luisteren naar de slangenbezweerder, al speelt deze nog zo goed op zijn fluit.
Ze zijn zo gevaarlijk als leeuwen. God, maak hen machteloos!
Zorg dat ze niets meer kunnen doen met hun klauwen en hun tanden! Laat hen helemaal verdwijnen, zoals water dat wegzakt in de grond.
En als ze op me willen schieten, breek dan hun pijlen in stukken.
Laat hen verdwijnen, als een slak waar je zout op strooit.
Laat hen sterven, als een te vroeg geboren kind.
Hij blaast hen weg, zoals doorntakken onder een pot worden weggeblazen door de wind.
Hij blaast ze weg, zowel de groene als de dorre takken, vóórdat de pot op het vuur de hitte heeft kunnen voelen.
De mensen die leven zoals U het wil, zullen blij zijn als ze zien hoe U de slechte mensen straft: ze zullen door het bloed kunnen waden!
Ze zullen zeggen: “Er is dus tóch een beloning voor de mensen die leven zoals God het wil. Er is dus tóch een rechtvaardige God!”’
‭‭PSALMEN‬ ‭58:1-12‬ ‭BB‬‬
https://www.bible.com/1276/psa.58.1-12.bb

Vanmorgen luisterde ik een preek over Micha 7:7.
Bemoedigend, omdat het over de trouw van mijn God en Vader gaat en tegelijk zeer pijnlijk omdat het verlangen naar recht zo herkenbaar zeer doet.

‘Maar ik zal uitzien naar de Here, ik zal wachten op de God mijns heils; mijn God zal mij horen.’
‭‭Micha‬ ‭7:7‬ ‭NBG51‬‬
https://www.bible.com/328/mic.7.7.nbg51

Met Habakuk zing ik de woorden van zijn hoopvolle lofzang mee:

‘Zelfs als de vijgenbomen niet zullen bloeien, en er geen één druif in de wijngaarden te vinden zal zijn,
en we geen enkele olijf van de olijfbomen zullen kunnen oogsten, en er niets meer op de akkers zal groeien,
en alle schapen uit de stallen zullen worden geroofd,
en alle koeien verdwenen zullen zijn,
zelfs dan (!) zal ik tóch nog juichen over de Heer, blij jubelen over de God die voor mij zorgt.
Want de Heer is mijn kracht.
Dankzij Hem zal ik rondspringen als een hert. Hij zal ervoor zorgen dat ik stevig blijf staan.”’
‭‭HABAKUK‬ ‭3:17-19‬ ‭BB‬‬
https://www.bible.com/1276/hab.3.17-19.bb

Evenzo zing ik met David de woorden van psalm 23:

‘Ja, heil en goedertierenheid zullen mij volgen al de dagen van mijn leven;
ik zal in het huis des Heren verblijven tot in lengte van dagen.’
‭‭Psalmen‬ ‭23:6‬ ‭NBG51‬‬
https://www.bible.com/328/psa.23.6.nbg51

Over stalken gesproken!
Zijn goedheid en genade (achter) volgen mij dag aan dag.

Gelukkig mag het allemaal naast elkaar staan, woede, roep om recht, roep om wraak, verdriet, pijn, verlangen en vertrouwen.
Bij Hem ben ik veilig.

‘Hij heeft mij verlost uit de macht der duisternis en overgebracht in het Koninkrijk van de Zoon zijner liefde, in wie ik de verlossing heb, de vergeving der zonden.’
‭‭Kolossenzen‬ ‭1:13-14‬ ‭NBG51‬‬
https://www.bible.com/328/col.1.13-14.nbg51

‘God is goed!
Altijd!’

Ik ga me nog weer een keer laten bemoedigen door de preek.
Luister je mee?

https://kerkdienstgemist.nl/stations/363/events/recording/157700520000363

Een al te gemakkelijke Waarheid?’

De op waarheid berustte tv serie Unbelievable gaat over Marie, een meisje van 12 dat niet geloofd werd nadat ze aangifte deed van een goed voorbereide verkrachting Daardoor verschoof langzamerhand de mening over haar van slachtoffer naar dader.
Als zeer onbetrouwbaar leugenachtig en bestempeld als afhankelijk van negatieve aandacht, werd ze door iedereen in de steek gelaten.
Tot het uiterste in het nauw gedreven verklaarde ze uiteindelijk over de verkrachting gelogen te hebben waarna ze zelf werd aangeklaagd en veroordeeld voor het doen van een valse aangifte.

De dader in dit verhaal waande zich onaantastbaar en ontwikkelde zich als een serieverkrachter die jarenlang het ene na het andere slachtoffer maakte.

Marie veranderde ondertussen van een extrovert en vrolijk jong meisje in een schuw, monddood en het liefst onzichtbaar bang vogeltje.
Ten gevolge van haar veroordeling voor het doen van een valse aangifte moest ze verplicht in therapie waar de therapeut haar de vraag stelde wat ze geleerd had van deze situatie en wat ze doen zou wanneer ze weer met onrecht te maken zou krijgen.
Zou ze dan weer liegen?

Greep haar geschiedenis me al erg aan, het antwoord van Marie deed me dat des te meer:
‘Ik hoor te zeggen dat ik niet zou liegen als ik het over zou moeten doen.
Maar de waarheid is dat ik eerder zou beginnen te liegen.
En beter zou liegen.
Ik zou het zelf uitzoeken.
Alleen.
Hoeveel iemand ook zegt om je te geven, het is niet zo.
Niet genoeg.
Misschien willen ze het, of proberen het, maar andere dingen worden belangrijker.
Dus daar zou ik mee beginnen.
Liegen.
Want zelfs goede mensen, mensen die je min of meer kunt vertrouwen; een waarheid die ze niet past, een waarheid die ze niet uitkomt, geloven ze niet.
Zelfs als ze echt om je geven.
Ze geloven het gewoon niet…’

Waarom deze serie, ‘Unbelievable’ me zo boeide is omdat een verhaal als dat van Marie niet op zichzelf staat.
Het is aan de orde van de dag dat slachtoffers van misdaden op seksueel gebied niet gehoord worden maar daarentegen zelf het stickertje ‘dader’ krijgen opgeplakt.
Vaak niet zo duidelijk zichtbaar zoals in het geval van Marie maar meer onderhuids en daardoor niet minder verwoestend.
Een slachtoffer van seksueel geweld moet gewoon zijn/haar mond houden, daar komt het op neer.
De maatschappij is over het algemeen niet gediend van dit soort verhalen.
Het gevolg daarvan is dat de omgeving medeverantwoordelijk wordt voor de volgende slachtoffers op het voor de dader door de omgeving geëffend pad.
Niet alleen medeverantwoordelijk voor de verwoestende gevolgen in het leven van het eerste maar ook voor de verdere ontwrichting van de maatschappij.
Een volgend slachtoffer ondergaat immers hetzelfde lot, waardoor de cirkel zich niet om de dader, maar om het steeds kleinere wereldje van het slachtoffer sluit.

Het is, zoals Marie het zegt: ‘een ongemakkelijke waarheid.’

In het kader van de serie ‘Unbelieveble’ las ik in een artikel op
https://www.psychologiemagazine.nl/artikel/ze-vroeg-erom/

“Wie slachtoffer is van een misdrijf kan behalve op medeleven ook bijna altijd rekenen op victim blaming, slachtofferbeschuldiging. Want: wie trekt er dan ook zo’n kort rokje aan; wie laat zich nou dronken voeren; wie gaat er dan ook naar zó’n land op vakantie…

THE JUST-WORLD-THEORIE.

De neiging om slachtoffers verantwoordelijk te houden voor het onheil dat hen is overkomen, is een veelgemaakte denkfout en staat te boek als dejust world bias, ofwel de rechtvaardige-wereldfout. Zo’n reactie komt voort uit het vertrouwen dat de wereld een geordende, voorspelbare en rechtvaardige plek is waar iedereen krijgt wat hij verdient. We vinden dit geloof terug in spreekwoorden zoals ‘boontje komt om zijn loontje’, ‘wie goed doet, goed ontmoet’ en ‘wie oogst, zal zaaien.’ Kinderen krijgen dit vertrouwen met de paplepel ingegoten en ook in boeken en films zegeviert uiteindelijk de held van het verhaal en krijgt de boosdoener zijn verdiende straf: hij sterft of verliest zijn vermogen of zijn gezondheid.

De just-world bias heeft een functie. Wanneer we het slachtoffer verantwoordelijk houden voor zijn ellende, houden we de illusie in stand dat we zelf controle hebben over de gevolgen van ons gedrag. Het is immers vervelend om te moeten constateren dat je iets doet dat onvoorspelbare consequenties heeft.
( Aldus https://www.volkskrant.nl/auteur/SUZANNE%20WEUSTEN)

In het artikel van http://www.psychologiemagazine.nl valt te lezen dat gelukkig niet iedereen aan victim-blaming doet.
“Waarin verschillen zij van de mensen die met een beschuldigende vinger naar het slachtoffer wezen? Laura Niemi, onderzoeker aan de Harvard-universiteit in Massachusetts, publiceerde onderzoek waaruit blijkt dat ‘de meelevers’ andere morele waarden hebben.
Als het om die morele waarden gaat, zijn er grofweg twee groepen. De eerste bestaat uit mensen met overwegend individualiserende waarden. Zij geven prioriteit aan de bescherming van het welzijn en de rechten van individuen. Volgens Niemi denken deze mensen bij delicten aan een slachtoffer en een dader: het slachtoffer wordt iets aangedaan en moet worden beschermd.”

VICTIM-BLAMING; NIET IN DE KERK TOCH?

Als Christen, kerkelijk meelevend gemeentelid én slachtoffer van zowel huiselijk als seksueel geweld, ben ik vooral benieuwd naar hoe er in de kerk, de Familie van God, wordt omgegaan met het fenomeen victim-blaming.
Aan welke morele waarde hecht de kerk zich wanneer zij met een ‘ongemakkelijke waarheid’ wordt geconfronteerd?
Tot mijn groot verdriet en herkenning lees ik het volgende:

“De tweede groep bestaat uit mensen met meer bindende waarden: ze zijn loyaal aan de groep, gehoorzaam aan het gezag en ze hebben religieuze en seksuele zuiverheid hoog in het vaandel staan. Uit alle experimenten van de Harvard-onderzoeker bleek dat deze mensen de slachtoffers meer stigmatiseren en de schuld geven. Het groepsbelang staat voor hen ver boven het individuele belang, waardoor ze minder sympathie voor slachtoffers hebben en eerder een hard oordeel vellen over iedereen die zich niet conformeert aan de groepsregels. Deze mensen leven dus minder mee met het slachtoffer, ze richten zich op wat die persoon had kunnen doen om het delict te voorkomen.”
http://www.psychologiemagazine.nl

Terwijl ik ervan uit ga dat kerkleden goedwillende mensen zijn en er niet bewust op uit zijn aan victim-blaming te doen, is wat er uit dit onderzoek naar voren komt erg confronterend.
Kort gezegd komt het erop neer dat een slachtoffer van seksueel/huislijk geweld in de kerk van een kouwe kermis thuiskomt.
Jammergenoeg gebeurt dit in kerken van alle richtingen en denominaties.

Afwijzing door de maatschappij wordt door slachtoffers van seksueel geweld als een tweede verkrachting ervaren.
Wanneer ook de kerk het slachtoffer als een onzuiver object buitensluit moge duidelijk zijn dat de kerk in deze een zeer grote verantwoordelijkheid op zich laadt.

Hoe is het toch mogelijk dat een organisatie die religieuze en seksuele zuiverheid hoog in het vaandel heeft, maar weinig sympathie op kan brengen voor onschuldige slachtoffers van seksuele onzuiverheid?
Is er een verklaring voor het feit dat broers en zussen van Christus een familielid dat het meest bescherming nodig heeft nog meer beschadigen en buitensluiten?
Het kan niet anders dan dat zich onder het fenomeen victim-blaming in de kerk een nog veel groter probleem schuilt, nog gemener en nog meer onderhuids.

VICTIM-BLAMING IN DE KERK.

Ieder mens heeft een door God ingeschapen geweten, een besef van goed en kwaad.
De verschillende vertalingen van Spreuken 20:27 geven dit prachtig weer.

‘De geest van een mens is een lamp van de HEERE, die alle schuilhoeken van zijn binnenste doorzoekt.’
‭‭Spreuken‬ ‭20:27‬ ‭HSV‬‬
https://www.bible.com/1990/pro.20.27.hsv

‘De ziel des mensen is een lamp des HEEREN, doorzoekende al de binnenkameren des buiks.’
‭‭SPREUKEN‬ ‭20:27‬ ‭SV-RJ‬‬
https://www.bible.com/165/pro.20.27.sv-rj

‘De Heer heeft je een geweten gegeven om je te leiden. Je geweten is een lamp die je laat zien wat er in het diepst van je hart is.’
‭‭SPREUKEN‬ ‭20:27‬ ‭BB‬‬
https://www.bible.com/1276/pro.20.27.bb

Het lampje van je geweten helpt je dus bepaalde keuzes te maken alsook te laten zien wat op de bodem van je hart open of juist verstopt ligt.

Een goed voorbeeld van een open hart met een zuiver geweten is Paulus.
Als vervolger van de gemeente had hij alle reden om zijn eerdere geweldsmisdrijven zoveel mogelijk verborgen te houden, maar in het licht van Gods Genade legde hij zijn zonde open en bloot aan de voet van het kruis en ontving vrijspraak om niet.
Daardoor kon hij tegen iedereen getuigen van een zuiver geweten, Jezus had immers zijn schuld gedragen.
‘The case is closed’ schrijft Paulus in Rom.8:1 zo mooi in de TPT vertaling.

Wanneer je net als Paulus gelooft en belijdt dat in Jezus dood en opstanding je zaak gesloten is, kom je als het ware in het volle licht van Jezus te staan.
Omdat Hij het Licht is ben je in Zijn licht ook zelf Licht der Wereld dat zonder dimmer volop tot Zijn eer schijnen en schitteren mag.

Gods licht legt de zonde namelijk niet bloot om ons voor schut te zetten of om deze onder het zand te schoffelen maar onder het reinigend bloed van Jezus te brengen.
Hij nodigt ons uit tot een geweldige deal, in ruil voor onze ongerechtigheid op Hem, legt hij Jezus’ gerechtigheid op ons.

‘Want God nam Christus, die geen zonde gedaan had, en belastte Hem met onze zonden. In ruil daarvoor rekent God de rechtvaardigheid van Christus aan ons toe.’
‭‭2 Korinthiërs‬ ‭5:21‬ ‭HTB‬‬
https://www.bible.com/75/2co.5.21.htb

Met Zijn gerechtigheid omkleed mag je dus vrijmoedig en met een zuiver geweten in het volle licht staan.
Dat heet Vrije Genade!

Je zou denken dat we nu massaal in de rij staan om in dat Licht alles wat er aan troep onder het zand verstopt ligt onder Jezus bloed te brengen.
Dat waaraan het geweten ons voortdurend als een zeurende zere kies herinnert, open en bloot voor de Heer neer te leggen om daarna verlost van deze last als vrij en vergeven mens verder te mogen leven.

Alleen, er is buiten God nog een speler in het spel, een valsspeler; de duivel.
Hij wordt in de Bijbel de aanklager van de beginne genoemd, de slang, de tegenstander van God en daarom ook van ons.
Zijn werkwijze is uiterst sluw en geslepen, maar nog steeds eender als die waarmee hij Eva verleidde tot het eten van de verboden vrucht.
Om ons tot zonde te verleiden zet hij je eerst een verklein-brilletje op, daarna legt hij de zonde onder het vergrootglas en verteld je dat je zelf ook nog een beetje je best moet doen om vergeving te kunnen ontvangen.
Hij gebruikt het door God gegeven geweten om ons daarin voortdurend aan te klagen.
‘Wat vrije Genade: Voor wat hoort wat.’
Omdat we van nature al niet in staat zijn te ontvangen om niet, wordt de Waarheid van het Kruis zodoende een ongemakkelijke waarheid.
Gevangen in het net van schuld en schaamte begint iedere keer wanneer het geweten ons aanklaagt een rood alarm licht te flikkeren en zetten we wanhopig nog een tandje bij in het ons uiterste best doen voor God.

Elk goed werk wordt op die manier een poging God een beetje tevreden te stellen, maar is in feite niets anders dan de zonde van ongeloof met zand bedekken en gladstrijken.

Ongeloof over het volkomen verzoenend offer van Jezus is luisteren naar de victim-blaming uit de hel en daarom levensgevaarlijk.
Des te langer je er naar luistert des te meer verhard zich je hart voor de boodschap van Genade en begin je deze stem zelfs na te praten: ‘we zijn en blijven immers zondaars?’
Vaak met een vroom sausje overgoten zodat het net lijkt alsof gebukt gaan onder je zondelast een aan God gewijd offer is om bij Hem in een goed blaadje te komen.

EIGEN SCHULD, DIKKE BULT?

Ik hoorde eens een bekend spreker op het terrein van de bewustzijnswetenschap uitleggen hoe het proces van het door de maatschappij isoleren en stigmatiseren van een slachtoffer werkt

Zodra namelijk een slachtoffer van welk geweld aanklopt om recht, doet diegene tevens een beroep op de verantwoordelijkheid van de hoorder het slachtoffer tegen de dader in bescherming te nemen.
Als hoorder wordt je op dat moment voor de keus gesteld het wel of niet op te nemen voor het slachtoffer.

Maar stel dat je zelf, al is dat maar één keer, eens een pornosite bezocht hebt (dit systeem werkt overigens in elk niet gereinigd geweten, ongeacht de aard van de zonde) en deze zonde niet bij het kruis hebt achtergelaten…?
Dan is de roep om verantwoordelijkheid te nemen tegen een dader van seksueel geweld een roodflikkerend alarm dat je herinnert aan je eigen zonden.

En verdorie, heb je al die tijd zo hard je best gedaan dat onder het zand te scheppen, je hebt er zelfs een mooi kasteeltje op gebouwd, er wappert een mooi vroom vlaggetje op, komt daar iemand met haar slachtoffer verhaal met één grote golf je bouwwerk wegspoelen…
In allerijl begin je zo hoog mogelijke dammetjes aan te leggen en zo diep mogelijk geultjes te graven want er dreigt gevaar!
Uit angst dat iedereen kan zien wat er onder je zandkasteel verstopt ligt moet de bedreiging zo snel mogelijk buitengesloten worden, dus trek je haastig je ophaalbrug op.
Tot de tanden bewapend bescherm je je fort en bent desnoods bereid de mond van de hulproeper op je hakblok het zwijgen op te leggen!

Met andere woorden, je sust de stem van je geweten en zegt: ‘ik hou me er buiten want ik ben zelf immers ook maar een arme zondaar?
Verblind door angst, schuld en schaamte heb je niet eens in de gaten dat je eigen kantelen ook kantelen…

Dat dit proces ook in de kerk, of moet ik zeggen; zelfs in de kerk plaatsvind is niet in de eerste plaats een negeren van de hulpvraag door een slachtoffer van welk geweld dan ook, (alhoewel het bij seksueel geweld het meest voorkomt) het is vooral een minachting van Jezus’ dood aan het kruis en opstanding uit het graf.

De kerk is toch bij uitstek de plek waar een ‘veilig thuis’ geboden zou moeten worden?
De plek waar iedere zondag het geheimenis van het kruis uit de doeken wordt gedaan; het geheimenis van het kruis waaraan Jezus elke zonde in zichzelf opgenomen heeft en in Zijn dood en opstanding uit het graf de aanklager de mond heeft gesnoerd.
Satan is voorgoed ontwapend en voor schut gezet…!

‘En Hij heeft u, toen u dood was in de overtredingen en het onbesneden zijn van uw vlees, samen met Hem levend gemaakt door u al uw overtredingen te vergeven, en het handschrift dat tegen ons getuigde, uit te wissen. Dit handschrift was met zijn bepalingen tegen ons gericht, en Hij heeft dat uit het midden weggenomen door het aan het kruis te nagelen. Hij heeft de overheden en de machten ontwapend, die openlijk te schande gemaakt en daardoor over hen getriomfeerd.’
Kolossenzen 2:13-15 HSV
https://www.bible.com/1990/col.2.13-15.hsv

Een triest gevolg van het niet om kunnen gaan met deze waarheid, vrij te zijn in Christus, is dat een verhaal, zoals dat van Marie zelfs in de kerk een ongemakkelijke waarheid wordt.
Wanneer een kerk of individueel gelovige als victim-blamende kerk weigert te ontvangen ‘om niet’, zal ze daarom een geweldsslachtoffer vooral vertellen wat ze zelf had moeten doen om het geweld te voorkomen.
De kerk die op Golgotha vrijspraak ontving, is vervolgens degene die haar eigen meest hulpeloze leden buiten de poort kruisigt en op dat moment nogmaals Jezus aan de paal nagelt.

Mijn gebed is dat de kerk de ongemakkelijke Waarheid van het kruis omarmt, zodat we als het zout der aarde en het licht van de wereld een thuishaven zijn voor ieder die snakt naar dat wat we in Christus te bieden hebben.
Ik bid dat omdat Jezus’ offer iedere aanklacht de mond heeft gesnoerd de kerk diegene die de tanden uit de mond zijn geslagen recht van spreken geeft.
Ik bid dat omdat Jezus tussen hemel en aarde hing degene wie de bodem onder de voeten is weggeslagen in de kerk op hun voeten worden gezet.
Ik bid dat de kerk de plek is waar Marie niet meer hoeft te liegen.
Waar u/jij niet meer hoeft te liegen.
Waar ik niet mee hoef te liegen…

Het hele werk van genade is immers van God en God alleen uitgegaan. Hij heeft jou en mij aangenaam gemaakt in Zijn Zoon Christus Jezus.
Efeze 1: 6 tot lof van de heerlijkheid zijner genade, waarmede Hij ons begenadigd heeft in de Geliefde.