Uitgelicht

Hooglied

Dit is de samenvatting van het bericht.

In ieders binnenste borrelt en blupt het soms.

Bij mij ook.

Wat er vooral als een fontein sproeit is het verliefd zijn op Jezus.

En het wéten dat Hij dat ook op mij is.

In mijn blogs over Hem,schrijf ik een beetje mijn eigen Hooglied.

In de hoop dat je ook gegrepen wordt door deze liefde,want ik wil Hem graag delen.

bericht

Klop klop…

Wanneer Johannes verbannen wordt naar Patmos lijkt zijn bediening als apostel van Jezus ten einde.
Niets is minder waar want Jezus heeft nog een grote verrassing voor Johannes in petto, de apostel die steeds van zichzelf gezegd heeft; ‘degene die Jezus lief had,’ of ‘de geliefde.’
Zó overtuigd geliefd te zijn door Jezus, ik vind het prachtig om te lezen.
Niks geen; ‘ik ben en blijf een zondaar,’ nee; ‘ik ben de geliefde, the beloved!’

Zou het daarom zijn dat Jezus Johannes apart gezet heeft voor een speciale bediening; te schrijven over dat wat De Stem luid als een bazuin (Opb.1:10) hem openbaarde.
We zeggen meestal Openbaringen, alsof het laatste boek van de Bijbel een reeks aan visioenen is, terwijl het is één aaneengesloten openbaring is;
de onthulling van Jezus Christus Zelf!

Johannes is voorzover ik weet de enige van de discipelen waaraan Jezus als de verheerlijkte verscheen.
Wat een mooie tijd moet deze verbannen apostel daar op Patmos gehad hebben, samen met zijn Heer en Heiland te zijn, degene die hij zo lief had!
Hoe intiem en dichtbij…

Jezus geeft Johannes opdracht brieven aan de zeven gemeenten te schrijven, ook aan Laodicea.
In deze brief staat de vaak geciteerde, tekst:

‘Zie, Ik sta aan de deur, en Ik klop; indien iemand Mijn stem zal horen, en de deur opendoen, Ik zal tot hem inkomen, en Ik zal met hem avondmaal houden, en hij met Mij.’
‭‭OPENBARING‬ ‭3:20‬ ‭

Deze woorden worden meestal als oproep tot bekering gebruikt.
Dit is in eerste instantie een verkeerde uitleg, omdat deze brief niet is gericht naar ongelovigen, maar aan de christenen in Laodicea.

Wanneer je als christen deze woorden tot je neemt, krijgen ze een heel andere waarde, zeker gezien het schrijven vooraf aan deze tekst.
Jezus zegt dat de gemeente van Laodicea niet warm of koud is, maar lauw…
Uit deze woorden klinkt een diepe afschuw over de lauwheid van deze gemeente.
Zelfs zo erg, dat Jezus zegt ze uit Zijn mond te spuwen!

Stel je eens voor iets in je mond te stoppen wat je er dezelfde beweging weer uit spuwt, zo gruw je er van.

Daar gaat het over in deze brief, het gruwen van Jezus over de lauwheid van zijn gemeente.

Johannes citeert verder;

‘Want gij zegt: Ik ben rijk, en verrijkt geworden, en heb geens dings gebrek; en gij weet niet, dat gij zijt ellendig, en jammerlijk, en arm, en blind, en naakt.
Ik raad u dat gij van Mij koopt goud, beproefd komende uit het vuur, opdat gij rijk moogt worden; en witte klederen, opdat gij moogt bekleed worden, en de schande uwer naaktheid niet geopenbaard worde; en zalf uw ogen met ogenzalf, opdat gij zien moogt.
Zo wie Ik liefheb, die bestraf en kastijd Ik; wees dan ijverig, en bekeer u.’
‭‭OPENBARING‬ ‭3:17-19‬ ‭

Wat een waarschuwing aan de kerk van vandaag!
Het is schokkend om te lezen dat we er als kerk vanuit kunnen gaan het allemaal goed voor elkaar te hebben, net zoals Laodicea dat dacht, en toch Jezus buiten gesloten hebben.

Hoe triest is het dat Jezus, de gekruisigde en opgestane Heer aan Zijn eigen deur staat te kloppen om alsjeblieft binnen gelaten te worden.
Niet om als grote broer zijn familie om de oren te slaan, maar omdat Hij goud, witte kleren en ogenzalf voor hen bij zich heeft.
Hij verlangt er zo naar om uit te delen en daarna brood en wijn met elkaar te delen.

Ontroert het u/jou ook zo Jezus te zien en horen kloppen aan de deur van Zijn eigen huis?
Doe dan open en deel in Zijn genade, ontferming, barmhartigheid en liefde.

Ik heb de wijsheid in pacht! (en jij ook)

Een spannende tijd van voorbereiden breekt aan wanneer je als vrouw in ‘blijde verwachting’ bent.
Waar ga ik bevallen, thuis of in het ziekenhuis?
Elke babywinkel wordt bezocht om voor je kindje de meest mooie babykamer in te richten waarbij kosten nog moeite gespaard worden.
Omdat ik dit wonder zelf mee heb mogen maken kan ik erover mee praten hoe je nieuwsgierig en verlangend uit kunt zien naar de geboorte van het kleine wezentje in je buik.
Hoe zal het eruit zien, is het een jongen of een meisje, hoe gaan we het noemen?

Iedere vrouw die ooit een kind gebaard heeft weet tevens welk een vlijmende pijn aan de geboorte van een kind vooraf gaat.
Het is alsof je lijf uiteen scheurt om het kind de ruimte te geven de baarmoeder te verlaten.
Het woordje ‘nood’ verklaart al dat een barende vrouw het vaak uitgilt van de pijn.
Het maakt totaal niet meer uit of de hele wereld om haar bed staat, zonder schaamte kreunt en schreeuwt een barende vrouw het kindje haar lijf uit.

In Romeinen 8 gaat het ook over het verlangend uitzien naar een geboorte.

‘Want wij weten dat heel de schepping gezamenlijk zucht en gezamenlijk in barensnood verkeert tot nu toe.’
‭‭Romeinen‬ ‭8:22‬ ‭HSV‬‬

Een paar verzen eerder dan in Rom.8:22 staat het volgende
‘Met reikhalzend verlangen immers verwacht de schepping het openbaar worden van de kinderen van God.’
‭‭Romeinen‬ ‭8:19‬ ‭HSV‬‬

Wat mij daarom bijzonder interesseert is dat er al enige tijd onderzoek wordt gedaan naar een geheimzinnig brommend en kreunend geluid uit de ruimte en in de aarde.
Van deze geluiden zijn zelfs geluidsopnamen waarmee de wetenschap voor de zoveelste keer de Bijbel bewijst.
Alhoewel wereldwijd steeds meer wetenschappers deze stelling onderschrijven, is veel wetenschappelijk onderzoek er naar mijns inziens vooral op gericht te bewijzen dat er geen God is.

De woorden van Jezus klinken als muziek in mijn oren wanneer Hij zegt;
‘Ik dank U, Vader, Heer des hemels en der aarde, dat Gij deze dingen voor wijzen en verstandigen verborgen hebt, doch aan kinderkens geopenbaard.’
‭‭Matteüs‬ ‭11:25‬ ‭NBG51‬‬

Ik reken mij graag onder die kinderkens…
Een kind van God naar wie de in barensnood zuchtende schepping reikhalzend uitziet.
En niet alleen dat, de schepping verwácht het openbaar worden van de kinderen Gods zelfs!
In dat verwachten zit iets van het zeker weten dat degene op wie je wacht ook echt komen gaat, waarom degene die verwacht wordt geen excuus meer aan durft dragen niet op te komen dagen.
Er wordt immers reikhalzend naar je uitgezien!
Je wordt verwacht!

Wat me nu zo opvalt is dat we ons als christenen zo vaak schamen voor het kindschap Gods, en daarvoor allerlei voor ons zelf mooi klinkende excuus hebben bedacht.

bv: we moeten natuurlijk niet denken dat wij nou de wijsheid in pacht hebben…’
Waarom zouden we dat niet denken dan?
Wanneer Jezus in ons woont hébben we toch de Wijsheid in pacht?
De gelijkenis van de talenten (Matt:25) laat zien dat ieder van ons talenten te pacht heeft gekregen.
Wat doen we daarmee?
Net zoals de dienaar uit de gelijkenis begraven, omdat we onszelf wijs maken de wijsheid niet in pacht te hebben?
Maar Jezus zelf spreekt dat excuus tegen wanneer Hij ons de Heilige Geest beloofd, die wanneer we niet meer weten wat we zeggen moeten door ons heen gaat spreken.
Het is zelfs zeer wenselijk het zelf niet meer te weten, dan krijgt de Geest tenminste de ruimte!
Stoppen wij Zijn mond dan toe door de leugen ‘de Wijsheid niet in pacht te hebben?’
Dan ontkennen we daarmee toch Degene die in ons woont?

Nog zo’n excuus:
‘we moeten het de ander niet door de strot duwen.’
Dat zal waar zijn, maar het is vaak genoeg een excuus voor dat er geen enkel getuigenis over onze opgestane Heer meer over onze lippen komt.
Wanneer we daar tegenover zetten dat er eens een tijd komt dat die ander tot in alle eeuwigheid zijn strot schor schreeuwen zal omdat Satan hem de hel door de strot geduwd heeft…?
Zouden we dan nog zwijgen over onze gekruisigde en opgestane Heer Jezus Christus?

Wie zou ons zo vriendelijk en welwillend al deze excuses hebben ingegeven?
Wie zou ons wijs gemaakt hebben dat we op moeten passen zelf een belachelijk figuur te slaan, en ons daarom de wijsheid in pacht gegeven heeft niet te denken dat wij de wereld veranderen kunnen?
Omdat de verheerlijkte Jezus in de hemel is heeft Hij ons aangesteld als Zijn werkers in de wereld, Zijn wijngaard.
Wij zijn hier Zijn mond, handen en voeten.
Het is ons toch een eer Hem straks een rijke oogst aan te bieden?

Wat te denken van: ‘we moeten natuurlijk niet denken het allemaal beter te weten.’
Huh…?
We weten het toch ook beter?
Eer we Jezus leerden kennen, waren we allemaal op een punt het zelf niet meer te weten.
Dat is toch precies waarom we Jezus nodig hadden?
Omdat Hij nu in ons woont weten we we nu toch beter dan wie ook waar de ganse schepping reikhalzend naar uitziet en kreunend als in barensnood op wacht?
Op het openbaar worden van de kinderen Gods, u, jij en ik!

Kom op, als echte wereldverbeteraars doen we onze mond wijd open, want omdat we de Wijsheid in pacht hebben weten we het allemaal beter!
We hebben Jezus…

Emaille Voorraadbussen en Klokjesbloemen.

Na een paar dagen Emmeloord/Urk ben ik weer onderweg naar mijn eigen bedoeningkje, mijn thuis in Oegstgeest.
Ik heb erg mooie dingen meegemaakt, al is het alleen al het herstelde contact met een deel van mijn kinderen en kleinkinderen.
En wat een heerlijk kind is mijn achterkleinzoontje Joas, zo’n prachtig jongetje.
Het is bovendien steeds weer fijn om mijn nichtje en vriendin weer te zien.
We hebben het altijd goed met elkaar.

Het allerfijnste is dat ik mijn ouders ontmoeten kan.
Als ik dan aan kom lopen zie ik Vader al in zijn hoekje bij het raam op de uitkijk zitten.
In de vensterbank staan deze keer een paar prachtig bloeiende Clocksinia’s, een volgende keer zijn het misschien weer Azalea’s.
Tevens zie ik al van ver de verlichte wereldbol staan, Vaders’ Sinterklaascadeau uit mijn kindertijd
Tussen de oranje emaille Koffie Thee en Suiker bussen steekt Moeder’s hoofd net boven het smalle keukenraam uit.
Ze zwaait naar me en verdwijnt van voor het raampje om de deur voor me open te doen.
Vaders’ zicht wordt jammergenoeg steeds slechter, maar door Moeder weet hij dat ik eraan kom.
Vroeger bedekt met een prachtig zwarte brylcreem kuif, maar nu met alleen nog wat baby-zacht dons buigt zijn hoofd zich voor het grote raam waarna ook hij me blij zwaaiend welkom heet.

‘Bin je daar oenze Trien!’
Ja ik ben er, ik ben tegelijkertijd weer even kind dat bij Vader en Moeder thuis komt en een vrouw van middelbare leeftijd die bij haar bejaarde ouders op bezoek is.
Iedere keer weer ben ik mijn hemelse Vader zo dankbaar we elkaar nog in de armen sluiten kunnen, we leven nog.
Vooral dat mijn ouders er nog nog allebei zijn is een dankzegging waard.

Moeder verteld trots dat ze zelf haar haar heeft geknipt, wat best lastig is, in spiegelbeeld te zorgen dat je ondertussen de schaar niet in je vel zet.
Vader heeft de achterkant gedaan, waarop ik zeg dat ze dat maar niet teveel rond vertellen moeten omdat straks de hele zwemclub van Moeder in de rij staat om door Vader geknipt te worden.
‘Ja’ zegt Vader met glimmende ogen ‘vroeger had ze van die prachtige krullen!
Alle jongens waren gek op haar..’
Prachtig dat gekoeter van mijn ouders, twee hoogbejaarde mensen die totaal met elkaar vergroeid zijn.
Vader wiens ogen steeds minder zien, Moeder wiens oren steeds minder horen.
Het heeft in al zijn tekenen van ouderdomsgebrekkigheden iets schattigs, iets wat me telkens weer vertederd.
Ze houden van me,ik hou van hun, en dat laten we ook blijken.

Wanneer Moeder in de keuken bezig is met koffie zetten legt Vader zijn hand op mijn arm.
Met tranen in zijn ogen zegt hij: ‘je Moeder doet geen oog meer dicht oenze Trien, ze is er overspannen van’ waarbij hij doelt op onze door blinde haat verdeelde familie.
‘We zijn er zo kapot van, Trien..’ klaagt Vader verder.
‘Als we nou maar eens wisten wat hun bezielt.
Ze staan zondags met hun handen in de lucht, en als je zegt ‘wie beweert God te kennen maar zijn naaste haat is een leugenaar’ breekt helemaal de hel los…’
Vader kan zijn tranen amper inhouden en ik ook.
Allerlei emoties strijden om voorrang; woede, verdriet, pijn en onbegrip.
Dat vooral, onbegrip.
En toch begrijp ik het ook weer wel.
Deze alles verzengende haat naar mijn ouders en naar mij komt uit de leugenaar, Satan, de vijand van ieder mens en vooral van degene die Gods naam belijdt.

Deze haat heeft afgelopen dagen ook iets met mij gedaan, meer nog dan daarvóór.
Hoopte ik eerder nog om in de komende tijd nog eens samen met mijn zussen bij mijn ouders aan tafel te zitten, nu is die hoop dood gegaan.
Er is teveel haat.
Het kerft een brandend stempel in mijn eigen hart, dus wend ik mij voor mijn eigen veiligheid af.

Ik heb er erg om gehuild, niet zozeer vanwege mezelf, maar vooral om mijn ouders.
Ik zie hoe kapot ze zijn, en dat doet me zo vreselijk zeer.
Twee oude mensen, bij wie de hoop op herstel steeds kleiner wordt.

Alhoewel ik het liefst iedere dag even om het hoekje bij mijn ouders zou willen kijken, ben ook blij ver van dit gedoe af te wonen.
Het zou me teveel in beslag gaan nemen.
Van afstand kan ik iedere dag mijn handen vouwen om mijn familie onder het verzoenend bloed van Jezus te brengen.
Dat doe ik dan ook en ben daardoor dichterbij dan wie ook.

Ik bid vooral dat mijn ouders als vruchtbare Clocksinia mogen bloeien in de tuin van Jezus.
Ik bid dat ze mogen genieten van elkaar, en zegen hen met de rust van de algoede God en Vader van onze gekruisigd en opgestane Heer, Jezus Christus.
Hem zij alle lof en glorie tot in eeuwigheid.


Kerk en Voedselbank 2

Onlangs schreef ik een blog over de Voedselbank dat in het Nederlands Dagblad van 5 juli 2019 geplaatst is.
n.a.v. Handelingen 4 stelde ik daarin de vraag; ‘zijn we net als in de eerste gemeente ook vol van het krachtig getuigenis van onze opgestane Heer?’
Als Voedselbank klant stelde ik vervolgens de daaruit voortvloeiende vraag: ‘welk getuigenis gaat er van de kerk uit wanneer we als kerkfamilie onze mede broeders en zusters naar de Voedselbank laten gaan?’

Allereerst reageerde de Voedselbank met een verdedigend artikel in de krant van de volgende dag.
De stelling die daarin vooral naar voren komt is dat ik de medewerkers van de Voedselbank een klap in het gezicht gegeven heb.
Ik kan deze bewering wel begrijpen, alleen is mijn als ervaringsdeskundige schrijven niet gericht naar de Voedselbank zelf, maar aan de kerk in Nederland.
Ik heb daarom ook geen behoefte mijn blog naar de Voedselbank
te verdedigen.

Waar ik meer waarde aan hecht is het reageren vanuit de kerk.
Via een doos verse boodschappen, persoonlijke mail of telefoon kreeg ik enkele hartverwarmende reacties die mij diep ontroeren.
De volgende reactie is: ‘er verandert immers toch niets…’
Dit zegt mijns inziens veel over de murw geslagen zielen van christenen die het hopen en bidden opgegeven hebben.
Ik vind dat erg zorgwekkend en een belangrijker agendapunt dan wat voor activiteit we nu weer eens gaan organiseren.
Daartegenover staat de stilte, niet reageren, net doen alsof het er niet is…
Vooral in beide twee laatste reacties ervaar ik een enorm groot gemis.
Ze benadrukken nog meer het belang van de vraag:’ hoe is het in onze kerken gesteld met het getuigenis van onze opgestane Heer?’
‘Wat zegt het offer van onze Heer Jezus ons nog in het leven van alle dag?’
Jezus zelf zegt; ‘zal ik nog geloof vinden?’

Ik bid dat we als kerk het gemeenteleven zoals we dat lezen in Hand.4 niet als een utopie zien, een onbereikbaar droombeeld, maar meer en meer verlangen niet alleen met de mond Jezus als opgestane Heer te belijden, maar Hem in alle vezels van ons bestaan te léven.
Hij is het zo vreselijk waard!

Gele trui bubbels

‘Die bubbel waar je nou in leeft, daar kan alles.
Alles is mogelijk in deze bubbel.’
Schitterende quote van gele truidrager Mike Teunissen.
Woorden met een enorme verbeeldingskracht, die in ieder geval op mij hun invloed niet missen.

Ik heb wat met bubbels.
Alleen het woord al!
Bubbels…
Het heeft iets verwachtingsvol, iets waardoor ik op scherp sta want er gaat wat gebeuren en ik wil vooraan staan!
Net zoals in het liedje van Elly en Rikkert(de schatten) zit ik op het puntje van mijn stoel want het is zó spannend…

Bubbels
Neem nou zo’n bruisbal voor het bubbelbad.
Er zijn van die winkeltjes waar ze gesorteerd op geur en kleur verleidelijk liggen te flirten naar iemand zoals ik.
Ik lig bv lekker in bad en heb zo’n gele bruisbal, die wanneer ik hem in het badwater gooi, zacht schuimend en bubbelend uit elkaar valt.
Het aroma uit de ploppende bubbels verspreidt zich langzaam in de met kaarsen verlichte badkamer en betoverd al mijn zinnen.
Net wanneer ik denk dat de bruisbal uitgebubbeld is onthuld de bal een geheime binnenkant van plotseling heel andere kleuren en geuren.
Alsof ze al jaren gevangen zaten in de diepte der zee, spuwt de bal ontelbare roze balletjes waar ik me gillend van pret in onder dompel.
Oh zo heerlijk en begeerlijk!
Hè, wat jammer dat ik geen bad heb…😥

Zie je nou wat zo’n uitdrukking met mij doet?
Ik zit gelijk in mijn eigen bubbel waar de meest mooie bubbelingen beginnen te bubbelen.

Maar Mike Teunissen zegt nog iets anders; ‘alles is mogelijk in die bubbel’
Toch lijkt het vandaag wel alsof de bubbel van de Nederlandse ploeg uit elkaar gespat is en het binnenste van de bruisbal een niet zo heel leuke verassing bubbelt.
De gele trui moest uitgetrokken worden en daar sta je dan in je hempie…

Ik zit ook in een bubbel; de Jezusbubbel.
In die bubbel is niets onmogelijk en daarom is alles mogelijk!
Zijn liefde voor een zondaar als ik, bracht Hem aan het kruis, waardoor Hij de gele trui aan mij verloor.
Ik hoef daarom nooit meer bang te zijn dat ik in mijn hemd zal komen te staan, want Hij heeft al mijn schande bedekt!
Alsof ik die zelf in de eindzege gewonnen heb, plaatste Hij me op het hoofdpodium om me zo trots als een pauw de door Hem verdiende beker te overhandigen.
Eer Hij de champagne knallen liet, kustte Hij me op beide wangen en fluisterde me toe hoe geweldig blij Hij met me is.
Jezus zelf staat tevens garant voor dat niemand de beker van overwinning van mij roven kan, zoals dat de tourwinnaar van vorig jaar overkwam.
Hij zelf is mijn eeuwigdurende verzekering,
Hij is mijn!
Vive la Liberté

Opgerold en uitgerold.

Gistermorgen ging ik naar een dienst even verderop, waardoor ik eerder dan op andere zondagen om half tien op de fiets zat.
In het half uur onderweg deed ik veel inspiratie op voor een verhaaltje.

Ik fietste achter een jonge vrouw waarvan ik hoopte dat ze ook op weg was naar het zondagse feestje, totdat ik door het opgerold matrasje onder haar arm begreep, dat zij voor een heel ander partijtje dan ik haar wekker had gezet.
We waren allebei op weg naar een spirituele oefening, zij naar Yoga, ik naar de kerk.
We hadden ons er ook allebei op gekleed, tenminste aan haar kleding was buiten het matje, duidelijk te zien waar ze naar toe ging.
Op van die rubberen slippertjes stapte ze parmantig voor me uit; ze had er zin in, net als ik!

Het beeld van dat opgerolde matje bleef hangen bij mij.
Ik stelde me voor hoe je als lid van het Yoga clubje s’morgens je voorbereidingen treft om met het matje onder de arm op pad te gaan.
Erop gekleed om je zo soepel mogelijk te kunnen bewegen, rol je het matje uit, om je daarna op blote voeten in allerlei bochten te wringen in een poging jezelf te verenigen met het goddelijke.

Op zíjn matje in de moskee even verderop, doet de moslim precies hetzelfde.
In zijn lange gewaad knielt hij blootsvoets neer om aan zijn god te laten zien dat hij zijn uiterste best doet om goed te leven en zo een plaatsje in de hemel te verdienen.

Al fietsend, op weg naar de Oud Katholieke Kerk sloeg mijn fantasie op hol.
Een droom voortkomend uit een diep verlangen naar een gemeenteleven zoals dat beschreven is in de Handelingen der Apostelen.

In mijn droom zie ik hoe we op zondag allemaal met een opgerold matje onder de arm naar de kerk gaan.
Zingend; ‘kom ga met ons en doe als wij’ leggen we de matjes zij aan zij om ons daarna eensgezind voor de Koning der Koningen neer te buigen.
Stel je voor, even geen vergaderingen over welke activiteiten we nu weer eens kunnen organiseren om de jeugd binnen te houden, geen speciaal belegde Synode over vrouw in het ambt, geen geneuzel over hoedjes, tv en de kleur van bruidsjurken…geen onenigheid over twee of drie e’s…
Gewoon simpel allemaal op de knieën, bloot of bedekt, wat maakt het uit!
Als ze zich maar buigen voor Degene die zich in allerlei bochten gewrongen heeft om zondaren weer te verenigen met de God van hemel en aarde.
Hij verlangde zo naar die eenheid dat Hij zich kapot geslagen als een insect vast liet pinnen aan het kruis.
Stervend rolde Hij daarmee een compleet nieuwe wereld aan onze voeten uit.
Hoe waard is Hij het dat we in eerbied en ontzag voor Hem neer knielen!

Die jonge vrouw met haar opgerold matje onder de arm heeft het zo gek nog niet bekeken.
Net zo min als de moslim met zijn kleedje toch?
Nu wij nog…
Zullen we hen voordoen welke kant je op knielen moet?

Rugzakje

Voor mijn laatste verjaardag had ik wat geld gekregen waarvoor ik al maanden daarvoor een bestemming had; een rugzak!
Ik kon het niet laten om ongeduldig als ik ben, van tevoren in de tassenwinkel en op Marktplaats wat rond te neuzen en me te verlekkeren in de ruime keuze op dit gebied.
Nu ben ik niet van het nep, het moest wel een echt leren tas zijn!
Over de kleur was ik het ook al eens; geel.
En het is gelukt, ik heb er eentje, een okergeel leren rugzak waar ik superblij mee ben.

Nu doet me dat tegelijk denken aan een andere tas.
Hetzelfde maar toch anders,zo eentje van de uitdrukking;’die heeft een rugzakje’

Buiten mijn echt leren rugzak heb ik ook zo’n rugzakje waarvan ik soms behoorlijk last kan hebben.
Trouwens, waarom het een zakJe wordt genoemd begrijp ik al niet zo goed, want die van mij heeft meer het formaat van een legerplunjezak.
Zo een die op menig zolder staat te wachten op de oorlog, weet je wel?
Loodzwaar!
Misschien wil je weten wat er allemaal in zit dan?
Om eerlijk te zijn, de last van mezelf.
Het mezelf met mijn al eerder genoemd ongeduld zo in de weg zitten b.v.
Of mijn altijd draaiende molen van gedachten en meningen over van alles en nog wat.
Van het meel uit mijn molen is soms een heerlijk brood te bakken, maar vaak genoeg halen zelfs de muizen hun neus er voor op.
In plaats van het dan gelijk te lozen kan ik dagen lopen zeulen met schuldgevoelens over een in het verleden of heden gemaakte domme zet van mezelf.

Kortom, ik ben soms zo moe van mezelf.
Ik zou wel eens willen dat de wieken van mijn molen niet heel tijd rond en rond draaien.

Maar ben ik dan nog wel eerlijk naar mezelf?
Dit is toch wie ik ben?
Zou ik gelukkig zijn met stilstand?
Nee toch?

Blij zijn met mezelf betekent blij zijn met mijn Schepper, niks meer en niks minder.
Hij heeft me zeer goed gemaakt!
In plaats van mijn rugzak te vullen met zelfveroordeling kan ik me beter laten vullen met Gods waarheid over mij; in Jezus Christus noemt Hij mij de Gerechtigheid Gods.(2 Kor.5:21)

Dan gaan de wieken van mijn molen steeds meer op de goeie wind rond en rond; de krachtige wind van Pinksteren.
Van het meel bakt de Meesterbakker dan de ene keer zoete broodjes, en een andere keer een pittig gekruid breekbrood.
Wijntje erbij,
gezelligheid alom…