De weeklagende weduwe die taartjes gaat eten.

Vandaag ben ik in Naïn.
Het belooft weer een heel mooie vakantie dag te worden.
Ik ben de laatste voorbereidingen aan het treffen omdat de gids een prachtige bergwandeling heeft uitgezet, 7 km. zuidwestelijk op de Taborberg.
Het weer is precies goed, en nog niet te warm in de frisse ochtendzon.
Over een kwartiertje gaan we vertrekken.
In de poort van de kleine stad wacht ik rustig op wat komen gaat.

Maar opeens komt er van beide kanten,zowel buiten de poort als binnen de poort een stoet mensen aan.

De binnenstad-se groep maakt veel kabaal door de luid weeklagende vrouwen voorop.
In het zwart gekleed slaan ze elkaar luid kreunend op de borst, daarbij tevens elkaar de haren uit het hoofd trekkend.
Het lijkt wel een melodramatisch openluchttoneelstuk opgevoerd om de toeristen te vermaken.
Snel zoek ik in mijn buidel wat los geld,want ik verwacht ieder moment dat de hoed zal rondgaan.

Maar dan zie ik in het midden van de stoet een vrouw, een moeder…
Een rouwende moeder, die zover ik waar kan nemen naast een baar loopt, een baar waarop een dode ligt, aan de contouren te zien van het witte kleed met blauwe strepen.
In haar diep verdriet vermoed ik te zien dat het om haar kind gaat.
Zó huilt namelijk alleen een moeder, zó diep en bitter.
Ze loopt alleen, er is geen man aan haar zij,dus zal het wel een weduwe zijn met een eniggeboren zoon.

Beschaamd steek ik mijn buidel snel weer tussen mijn bagage, vol schroom om toeschouwer te moeten zijn van dit diep verdriet.

De buitenstad-se menigte is veel groter.
Er hangt een sfeer van uitgelaten verwachting omheen.
Een sfeer van: “er staat wat te gebeuren, en ik ben erbij!”
Het pakt mij ook,deze sfeer.
De atmosfeer raakt bezwangert van een mysterieus en bedwelmend onzichtbaar vuur.
Een vuur van verwachting en uitzien naar de geboorte van een Messias, lang geleden aan dit volk belooft.
Oh,wat voel ik me plots alleen en eenzaam, ik wilde wel dat ik ook bij dit volk hoorde.
Ik zie nu wie de aanvoerder is van deze stoet.
Het is een eenvoudige man in een prachtige kostbaar geweven mantel.
Maar zijn ogen, oh, zijn ogen!
Nooit in mijn leven heb ik zoveel compassie en mededogen gezien.
Ik zoek een woord uit mijn zondagsschool verleden…ja, dat is het woord,ontferming.
Ontferming!
Diep diepe ontferming.
Het komt van binnenuit de ingewanden van de man met de prachtige mantel.

Hij loopt op de vrouw toe.
Iedereen houdt zijn adem in!
Ook ik moet nu weten wat er gebeuren gaat,en ben de bergwandeling compleet vergeten.
Ik raak overtuigd van het zelf getuige te zullen zijn van iets dat zó groot is, zo ongehoord groot, iets waarover eeuwen na dit nog gesproken gaat worden.

Alle schaamte voorbij dring ik me naar voren, ik wil vlak bij die man zijn.
Hoor,hij gaat iets zeggen!
“Weeklaag niet meer”
Nou ja,weeklaag niet meer…
Dat slaat natuurlijk nergens op.
U ziet toch wel dat deze vrouw, deze eenzame weduwe, haar enige zoon moet begraven?
Haar zoon, die voor haar zorgde toen zijn vader overleed.
Kom op zeg,is dat alles wat u aan ontferming tonen kunt?
Natuurlijk huilt deze vrouw,wat kan ze anders nog doen?
Moederziel alleen is ze…

In mij komt een plan: ik zal met de hoed rondgaan en een collecte houden voor deze kinderloze moeder.
De mensen gaan vast ruimhartig schenken na het zien van haar verdriet, en tevens komt het goed uit dat de menigte van mensen zeer groot is.
Dat brengt geld in de hoed.
Trots over mijn eigen ontferming voor deze vrouw,doe ik alvast mijn hoed af.
Zou dít de daad zijn, waarover eeuwen na deze nog gepraat gaat worden?
Dat ik, een onbeduidende toeris, er toch maar mooi voor gezorgd heb dat de oudedag-voorziening voor deze vrouw geregeld is!

Maar eer ik de eerste munten in mijn zelf bedachte “daad van ontferming-en trots op eigen goedheid-hoed” hoor rinkelen legt de man zijn hand op de lijkbaar en zegt met een stem waaruit zoveel kracht spreekt, een kracht waaruit blijkt dat hij weet dat wat hij gaat zeggen ook gebeuren zal:
“Jongeman sta op”

Het gebeurt!
Mijn hemel, het kleed beweegt en de jongen staat op, alsof hij uit een verkwikkende slaap ontwaakt.
Een kort moment houdt iedereen de adem in, de tijd staat even stil.
Of nee, het is een gewaarwording als is er geen tijd meer…een ervaring waarbij elke tijd,vroeger,nu en de toekomst in dit bijzondere moment zijn samengevat in die ene man.
Deze man die spreekt en het is er, Is de tijd!

Iedereen is een moment beduusd, waarna het luide gejuich van de eerst jammerende vrouwen,gevolgd wordt door de beide stoeten.
“God heeft naar ons omgezien” klinkt het uit de mond van jong en oud.
In het gedrang zie ik niet meer hoe het de moeder vergaat,en dat is ook niet meer belangrijk.
Het eensgezind zingen dat God goed is,dat is waar het nu om gaat.
Eten en drinken komt op lange tafels te staan,waarna het feest doorgaat tot in de late uurtjes.
Om uiteindelijk toch maar eens naar bed te moeten gaan,kom ik in de de vroege morgen van de andere dag aan op mijn hotelkamer.

Ja,het gaat om deze man,de man met de prachtige mantel.
De man die naar je kijkt met ontfermende ogen!
Ik ga deze man volgen.
Zal zo eens kijken of hij op Face-Book zit
.

( opgedragen aan Robert)

Auteur: tinyonline

Ik word blij van zelf nadenken i.p.v. napraten

3 gedachten over “De weeklagende weduwe die taartjes gaat eten.”

  1. Nu moet men wel geloven! Echter: “Zalig zij die geloven en niet zien.” Maar wat zou ik daar ook graag bij geweest zijn! Dan was ik direct een van de vrouwelijke apostelen geworden.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s