Boom doet Leven!

Boom doet Leven!

Majesteit, dat is wat ik uit straal.
Fris groene blaadjes vol glans en glorie sieren mijn dikke stevige takken.
Mijn kruin reikt naar de hemel en lijkt mee te draaien met de zon, mijn kracht.
Die heerlijke lichtbron geeft me energie en hoop.

Aan één van mijn takken hangt een schommel; 2 dikke touwen met een zitplankje.
Omdat mijn wijd verbreide armen zich hoog verheffen kan de schommel eindeloos zwieren, waardoor jong en oud plezier hebben van dit ogenschijnlijk eenvoudige pret-atribuut.
Kindjes, aangezwengeld door de grote mensen kirren van plezier.
” nog een keer papa. Hoger, hoger, nog hoger.”
Totdat papa zijn verlangen weer kind te zijn niet langer negeert, en zichzelf vaart geeft op het houten plankje aan de ruige vissers lijnen.
Hoger, hoger, nog hoger!

Dromend zo de hemel in te schieten geniet een mijmerend omaatje van het heen en weer, heen en weer…een zoete glimlach op haar gezicht, verwijzend naar vroeger, toen ze jong en verliefd was.

Vogels van allerlei pluimage nestelen zich in mijn takken en doen zich te goed aan de vruchten in mijn top.
In de winter, bij het eerste ochtendgloren fluit het winterkoninkje een aankondiging van de lente.
De in de herfst begraven voorjaarsbolletjes laten zich door zijn zang verleiden tot bloei, en sieren uitbundig het daarvoor nog saaie gazon.
Narcissen die de komst van nieuw leven rondbazuinen, tulpen met hun fiere stelen hoger en hoger naar de hemel bloeiend.
En zie je daar het kind dat ondanks de waarschuwingen van juf, de kleine mollige armpjes vol plukt voor de liefste mama?
Knak zegt de steel, knak, ik heb je.

De merels zingen in mei hun liefdes lied verrukt over hun piepend en hongerige jonge grut, net bevrijd uit het ei.
Tot groot plezier van de eenzame bewoners van het verzorgingstehuis aan de overkant, vliegt vadermerel af en aan, zijn snavel gevuld met wormen die als dikke palingen uit het IJsselmeer verheugd verorbert worden in het nest.

Onder mijn boom vindt een jonge vrouw, bont en blauw gebutst, net op tijd gevlucht uit een gewelddadige relatie, een plek om uit te huilen.
Ik hoor haar smartelijk gierende uithalen en laat voorzichtig één van mijn takken zakken.
Vlak voor haar in wanhoop gesloten tot vuisten gebalde handen, laat ik een zoet geurende sappige vrucht, bungelen.
Zou ze het zien?
“Open je betraande ogen, lieve jonge vrouw, eet mijn vrucht der vertroosting, ja, toe maar, eet!”
Voorzichtig proevend van elk partje, zie ik haar nieuwe moed opkomen als een sneeuwklokje, dat teer en fragiel, maar oh zo krachtig, de koude bevroren grond overleeft heeft en nu des te krachtiger haar witte belletjes laat klingelen.

En daar komt de vermoeide onzichtbare man met zijn koffertje vol niet belangrijke grafieken, berekeningen en tabellen.
Opgejaagd door de moderne tijd, de hoop eens belangrijk en werknemer van het jaar te zijn, als een kaars uitgeblazen door zijn hippe werkgever, die maar één belang heeft, zijn eigen allernieuwste Jaguar.
Moedeloos laat hij zich in het gras onder mijn takken vallen, waarbij zijn koffer vol gewichtloze caches open valt.
Een windvlaag neemt de papieren mee in de lucht, waar ze veranderen in witte wensballonnen, en de zinloosheid verbranden tot as.
Smullend van mijn vruchten waar hij maar geen genoeg van krijgt, komt de onzichtbare man uit zijn schulp, waarbij zijn hart plotseling barst van nieuwe ideeën.
Eindelijk heeft hij de moed zijn eigen dromen te verwezenlijken.

De moegestreden dominee gooit alle frustratie en verloren geestdrift in een wilde noodkreet aan mijn voeten.
Hoe komt het toch dat de fontein in zijn binnenste de muur in zijn gemeente maar niet bereikt?
Hij voelt zich een kleine jongen met een waterpistool, krachtig genoeg om iedereen nat te spuiten en aan te steken tot een vrolijk waterballet.
Maar waarom duikt de gemeente weg, zodra hij spelen wil?
Het heldere water van de beek, waaruit ik drink, doet hem zomaar zijn Jezus sandalen uitgooien en de sokken van zijn voeten trekken.
Aaaah…wat een genot, pootje baden zoals vroeger aan de hand van opa.
“Vertrouw op de bron mijn jongen, vertrouw op de bron”
Hij hoort het opa zeggen…
In een flits begrijpt hij het, zijn waterpistool is geen middel om het vuil aan te wijzen, maar een kracht om het Vaderhart te laten zien.
De muren in zijn eigen hart zijn omgevallen zodat elk hoekje open en bloot ligt, en zo moet het zijn!
“Goedzo mijn jongen,goedzo” klinkt het warm en zachtmoedig in het kwetsbare hart.

Zo sta ik tot eer van mijn Schepper koninklijk midden in het park.
Ik ben trots dat ik hier sta, eens een piepklein zaadje, meegenomen door een warme windvlaag die mij hier, in het midden een plek gaf, vlakbij de klaterende beek.
Mijn wijd verbreide wortels, zich onzichtbaar onder de grond vertakkend, verzadigen zich met het water dat mij leven geeft.
Dat is de oorzaak van mijn majesteit en mijn glorie; de beek waaruit ik drinken mag en de zon waarnaar ik mijn takken draai, zodat mijn vruchten glans geven in het leven van ieder die zich eraan tegoed wil doen.

Kom je ook in mijn schaduw schuilen, zoals een kuikentje onder de vleugels van mama-kip?
Kom je ook rusten in mijn belofte van het land van melk en honing?
Kom, leg je neer:
Enjoy my fruits of Happyness…

Auteur: tinyonline

Ik word blij van zelf nadenken i.p.v. napraten

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s