Dode Zee privé.

In mijn badkamer staat een prachtig bad.
Zo één op krullende pootjes.
Mijn romantische badkuip wordt gedragen door goudkleurig geverfde leeuwenenklauwtjes en staat in de bovenkamer van mijn woning, de plek waar ik op dit moment vertoef.
Ik zou me gelukkig moeten voelen, maar de werkelijkheid is dat mijn tranen het bad langzaam maar zeker vullen met pijn en verdriet.
Druppels die geuren naar schuld en schaamte vermengen zich als parfum met het zilte water dat in niet te stoppen stromen uit mij vloeit.

Ik hoef mij niet uit te kleden, ik ben al naakt.
Het enige dat ik draag is een buideltje geld, zojuist aangevuld door één van de schriftgeleerden uit de tempel.
Binnengekomen door een geheime ingang waardoor hij mijn huis ook weer verliet.
Met het vullen van mijn buidel raakt mijn hart steeds holler en leger.
Ondanks dat ik het onrustig voel bonzen onder de naaktheid van mijn borsten, lijkt het wel alsof ik geen hart meer heb.
Het voelt vanbinnen alsof ik een put ben die steeds sneller de bodem van mijn bestaan raakt.
Alsof mijn naaktheid bedekt wordt door het grof linnen windsel van een lijkwade, zo schurend en schrijnend is het zeer van eenzaamheid, afwijzing en verraad.

Mijn huisje dat vlakbij de tempel is, is een plek van plezier geworden voor mannen die alleen mijn lijf begeren, zonder mij zelf echt te kennen.
Niemand van hun weet de kleur van mijn ogen, laat staan dat van mijn hart.

Het raampje in mijn kleine badkamer staat op een kier, ik hoor vaag het geroezemoes op het tempelplein.
Het is vandaag de laatste dag van het Loofhutten feest, dus is het druk in de stad.

De wind draagt flarden geluid mee, dat zich mengt met de diepe uithalen uit het binnenste van mijn zijn.
Plotseling wordt mijn aandacht getrokken door een stem…een stem die ik nog niet eerder gehoord heb.
Ik spits mijn oren, deze stem eist gezag voor hetgeen gezegd wordt.
Luid en krachtig klinkt over het plein:

“Indien iemand dorst heeft, hij kome tot Mij en drinke! Wie in Mij gelooft, gelijk de Schrift zegt, stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien.”

Het doorboort mijn hart, alsof iemand met een meterslange spies precies de plek in mijn hart die het meest pijn doet, raakt in de roos van mijn ziel.
Alsof vanaf het tempelplein een speciaal voor mij afgeschoten liefdespijl trillend van opwinding blijft naveren in het meest gehavende stukje van mijn hart.
Ik spring op uit mijn bad, ik wil weten wie dit roept.

Zenuwachtig kleed ik mij aan en ren de trappen naar beneden om op straat aangekomen te ontdekken dat er geen doorkomen meer aan is.
De mensenmenigte belet mijn voeten daar naar toe te rennen, waar iemand met water is.
Water waar ik naar snak.
Water waar mijn ziel, als een hert verlangend naar waterstromen naar hunkert, en vandaag bijna bereikbaar was.
Nog eenzamer dan vóór deze stem mijn hart doorboorde druip ik weer af naar de naakte waarheid van mijn bestaan.
Hoe kon ik denken dat deze man míj bedoelde?
Mijn droge ziel zal blijven dorsten, het water waar die man het over had, zal wel voor anderen bedoelt zijn.

De luikjes van mijn hart, die voorzichtig op een kiertje gingen, sluiten zich weer, ter voorkoming van nieuwe teleurstelling en pijn.
De stenen muur, waarachter mijn echte ik, het ik van een klein meisje, dat zo graag bij papa op schoot wil zitten, zich schuil houdt, is weer iets dikker geworden.

Er is geen schoot voor mij, en zeker niet die van een papa.
De mannen, die vaak zelf papa zijn van kleine meisjes, begeren míjn schoot, en betalen daar hun zilverlingen voor.

Wacht, ik hoor een zachte klop op mijn geheime deur.
Het sein dat ik nodig ben.

Haastig spray ik wat parfum uit één van de kostbare verzameling als afkoop geschonken kruikjes, en smeer een likje camouflage crème rond mijn rode ogen.
Niemand mag zien dat ik gehuild heb.
Ik moet de schaamte over de diepe schuld in mezelf verbloemen.
Niemand mag weten dat mijn lach een façade is, waaronder een niet te peilen leegheid schuilt.

Oh, had ik maar bij die man kunnen komen.
Die man die sprak over een bron, die nooit opdroogt.
De man, die mij vertelde dat ook in mij een nieuwe bron zal ontspringen, wanneer ik zijn water ga drinken.

Zou het waar zijn?
Zou er nog hoop zijn voor mijn opgedroogde put?

Snel, de klop op mijn deur duidt ongeduld.
Ik zal open doen…

( wordt vervolgd )

Auteur: tinyonline

Ik word blij van zelf nadenken i.p.v. napraten

3 gedachten over “Dode Zee privé.”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s