Liefde op de stenen van Jericho.

Ik, Rachab de hoer, heb een geheim.
Dat durf ik vandaag wel te vertellen, het kan het ook want het is veilig nu.
Bovendien, ik ben zo opgewonden, ik moet mijn hart even luchten.

Nog vóór het volk Israël de Jordaan overstak, stuurde Jozua, de leider van het volk 2 verspieders om Jericho en het land eromheen, te verkennen.
Ze kwamen in mijn huis overnachten, zonder dat ik eerst wist wie ze waren hoor.
Tja, er komen wel meer mannen over de vloer, zoals je inmiddels toch wel snapt?
Opvallend was het dus bepaald niet.
Maar de bevolking had argwaan gekregen, hun zenuwen zijn ook tot het uiterste gespannen.
Er zijn veel ruzies in de stad, wat de situatie niet verbetert.
Straks moorden ze elkaar nog uit, dat zal dan een makkie zijn voor de Israëlieten, de mensen hier zijn hun eigen vijand geworden en strijden al tegen elkaar.

De koning van Jericho zond een paar soldaten naar me toe om
de verspieders te arresteren.
Gelukkig hadden ze zich op mijn platte dak verstopt, waarop ik de soldaten met een kluitje in het riet heb weg gestuurd.

Daarna heb ik de Israëlieten uit mijn raam aan de buitenkant van de muur laten ontsnappen.
Ze hebben me belooft dat hun God mij goedertierenheid gaat bewijzen!
Wanneer de stad door hen ingenomen gaat worden zal mijn familie niet omkomen.
Vandaar dat ze nu allemaal in mijn huis zijn, en mijn huis ook niet meer verlaten zullen.
We wachten op iets, wat dat weten we niet, maar het is iets groots, zeker weten!

Ja, waarom, zul je vragen.
Waarom verraad ik mijn eigen stad en land?
Omdat ik die God van dat volk niet verraden kan…
Zo simpel is het!
Ik ken Hem niet, maar weet dat Hij míj kent, en dat is genoeg.
Oh, sinds ik hoorde van dit volk en hun God, voel ik ontzag en eerbied voor die onbekende God, zonder bang voor Hem te zijn.
Mijn hart, dat toch al snakt naar een beetje dramatiek, bonst van een weten dat er iets bijzonders gebeuren gaat.
Ook met mij, met mij!
Ik weet het, ik weet dat ik weet dat ik weet…
Daarom wil ik erbij zijn!
Ik wil zelf meemaken wat dit volk meemaakt, dus moet ik bij hun God zijn.
En ik weet dat die God bij mij moet zijn.

Vanuit mijn raam hangt een koord, een scharlaken koord.
Bloedrood wappert het in de wind, als teken van een verbond met de God van Jozua.
Dikwijls ga ik buiten de poort kijken naar dat koord uit mijn raam.
Het brengt mijn fantasie op hol.
Ik droom van een vrouw die net haar eerste kind gebaard heeft, een bijzonder kind, een zoon.
Het scharlaken koord uit mijn raam wordt de navelstreng van dat kind, nu nog verbonden met de moeder.
Ik huiver wanneer ik een hand zie, met een zwaard, een zwaard dat het kind wil doden.
En toch moet dat gebeuren, het kind is geboren om te lijden en gedood te worden.
In mij woedt strijd, ik wil het kind vast houden, vluchten met het kind, het behoeden voor dat zwaard.
Maar ik wil het ook weer niet, alsof ik zelf een schakel ben in een plan wat ik niet bevatten kan, het is te groot voor een jonge vrouw als ik.
Het zwaard klieft mijn ziel, en toch ben ik dankbaar.
Verwondert dankbaar.
In gedachten koester ik het kind, alsof ik het zelf gebaard heb.
Het huilt en zoekt met zijn smakkend mondje naar mijn borst, waar het gulzig drinkt, naar me opkijkend met de ogen van een volwassen zoon.
Een zoon van smarten, die mij vreugde gaat brengen.

Het is te verwarrend om het allemaal te begrijpen, ik voel dat ik zweef in een gebied dat nog ontgonnen moet worden.
Ik, een hoer, een meisje van plezier.
Een gevallen vrouw.
Mijn binnenste zindert van verwachting…

Ik richt me naar de God van Jozua.
Die God, waarvan als teken van Zijn barmhartigheid een scharlaken koord uit mijn raam hangt.
Een reddingslijn.
Zou dit de trap zijn waarmee ik de hemel kan bereiken?
Ik weet niets meer zeker, dan dat ene…
Deze gevallen vrouw, ik Rachab de hoer, zal opgericht worden door de God van dat volk, het volk waarvan Jozua de leider is.

De Jozua die zijn voeten in het onstuimige water van de Jordaan zette, waarna de hele vlakte droog viel.
Niet een smal paadje waarop mijn voeten toch nog nat worden, nee een brede weg die een belofte verkondigt van melk en honing in een land, waar geen muren meer zijn.
Ik zal wonen in dat land!
In dat land van Jozua
Ik, Rachab
Moeder…

( wordt vervolgd )

Auteur: tinyonline

Ik word blij van zelf nadenken i.p.v. napraten

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s