Ruth zoemt rond de Bijenkorf.

Ruth kiest voor melk en honing

Nou, daar sta ik dan bij een open graf…voor de tweede keer in korte tijd
Drie vrouwen in rouw.
Mijn schoonmoeder Naomi aan de rechterkant ondersteunend, terwijl mijn schoonzuster Orpa haar andere arm vast heeft, staren we huilend in wat wel een afgrond lijkt.
Bodemloos als een put, onverzadigbaar lokkend als de meisjes van plezier, genot biedend alsof het een gratis recht is.
Achteraf kom je er pas achter dat het je alles gekost heeft en ben je voorgoed iets kwijt dat je nooit meer terug zult vinden.

De eerste keer dat we hier waren wees mijn schoonmoeder ons het graf van mijn schoonvader Elimelek, de man van Naomi en de vader van Machlon, mijn man, en Kiljon, de man van Orpa.
Nu zijn we al drie weduwe daar we ook ieder onze man begraven hebben,Orpa en ik.

Mijn schoonmoeder is ontroostbaar.
Met gierende uithalen jammert ze haar verdriet eruit.
Ik heb zo’n medelijden met haar, een weduwe die nu ook nog eens kinderloos is geworden.
Mijn eigen verdriet valt in het niet als ik deze moeder zie, wier hart gebroken en in stukken uiteen gevallen is op de Moabitische grond.
De grond waar zij met haar gezin van gegeten heeft toen in Betlehem, hun geboortegrond, de velden geen oogst meer op leverden.
Betlehem, het broodhuis, in het beloofde land notabene!
De grond waar men naar snakte toen het volk van mijn schoonfamilie in Egypte zó geknecht werd, dat men de vleespotten achter liet en er jaren zwerven voor over had hun voeten in dat heilige land te zetten.
Het land van melk en honing, werd hun in een ver verleden door hun God toegezegd.
Amper één geslacht verder ontvluchtten mijn schoonouders Israel, om hun kinderen eten te geven van heidense grond…Moab, míjn land, het land van Lot…

Vreemde geschiedenis, die mij intrigeert.
Ik kon er geen genoeg van krijgen wanneer mijn man Machlon trots verhaalde van zijn aartsvader Abraham, aan wie het land al door hun God belooft werd.
De neef van Abraham, Lot, kreeg door een incestueuze verhouding met zijn oudste dochter een zoon, Moab.
Lot is dus mijn Aartsvader, en daardoor zijn we familie volken.
Toch is er verschil, juist daar was mijn overleden man en schoonvader zo trots op.
Hij behoorde tot het heilige volk,wonend in het “beloofde land”
Ik behoor tot de heidenen voor wie die God van Abraham een ver van mijn bed show is.

Ondanks dat deelde Machlon zijn bed met mij, op heidense grond, mijn grond, omdat zijn grond, het Heilige land geen oogst op bracht.
Met knorrende magen uit het broodhuis vertrokken om verzadigd te worden in Moab…!
En toch dood!

Kun je je voorstellen dat mijn gedachten niet stil staan rond dit mysterie?
Ik zou die God, de God van melk en honing zeg maar, wel eens spreken willen, nu de mannen uit mijn aangetrouwde familie alle drie dood zijn!
De heidense grond, die zijn opbrengst deelde met het volk van de belofte, heeft zijn mond geopend, en tot verzadiging hun dode lichamen in zich opgenomen…
Nutteloos, zonder zaad na te laten, hebben we de zonen van Naomi en Elimelek aan de zwarte aarde van Moab gegeven.
Alsof er een soort “pay-back” heeft plaats gevonden.
Lot die zijn hand ophield bij Abraham…
Moab die grond opeiste van zijn neef Isaac, de beloofde zoon…
Op de één of andere manier heeft het iets onheilspellends dat zijn einde pas vindt wanneer er bloed vloeit.
Of zou mijn fantasie een beetje op hol slaan, ik Ruth, hier staande met Naomie en Orpa bij het derde graf.

In ieder geval bloedt het hart van mijn lieve schoonmoeder en van mijn schoonzuster Orpa en ik.
Terwijl de Moabitische aarde het verzadigde graf vult en haar inhoud toedekt als een overspelige minnares voel ik mij onbedekt en dakloos.
Ik voel me deelgenoot van een ongelijke strijd tussen het nageslacht van onze aartsvaders.
Moab heeft deze slag gewonnen, ik heb als het ware in hem gewonnen, maar toch een immens verlies geleden.
Is dit de straf van “ de God van melk en honing”, toen hij vermenging van heidens bloed met heilig bloed verbood?
Maar Rebekka, de vrouw van Isaac was toch ook familie?
En heidens…
Ach, ik stop met deze eindeloze tollende gedachtengang die als een steeds naar de korf terugkerende bij mijn hoofd vult met gezoem.

Maar…de korf van de volhardende bij wordt wel steeds voller en zwaarder van de verzamelde honing…
Terwijl de koningin zorgt voor nageslacht vult de honingraat zich met een dikke kostbare kleverige lekkernij.
Goudgele zoete stromen die de tong en het gehemelte strelen en de keel
zacht maken.
Onwillekeurig lik ik mijn lippen alsof ze druipen van de smakelijke honing, verzameld op de bloemen van de acacia boom.

Kom ik toch weer terug bij die God die zijn volk, het nageslacht van Abraham honing beloofde.
Niet in Moab, maar in Kanaan…
Het land dat nu naar de kleinzoon van Abraham wordt genoemd; Israel.

Mijmerend loop ik met de andere 2 vrouwen weer terug naar de woning waar voortaan alleen nog rouw is door het gemis van onze mannen.
In mijn hoofd speelt ondertussen het verhaal van de bij.
Steeds meer vereenzelvig ik mij met haar, tot ik zelf een net door de koningin gelegd bijenei ben.
Groter dan de andere mij omringende eitjes om me heen, voel ik me opgenomen in een plan dat mijn gedachten niet bevatten kan, maar ondertussen gewoon zijn voortgang vindt.
Ook hier in Moab!
Zelfs in mij!
Juist in mij…

( Wordt vervolgd )

Auteur: tinyonline

Ik word blij van zelf nadenken i.p.v. napraten

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s