Ik, ík heb hem gedood!

Als lid van het Sanhedrin, kon ik als Farizeeër mijn haat en minachting niet langer verbergen voor die timmerman uit Nazareth, die zichzelf God noemde…notabene!
Weet je wat hij zei over ons?
Dat we witgekalkte graven zijn!
Ons, de vrome mannen die geroepen zijn leiding te geven aan het volk.
Hoe weet het gewone volk anders dan door ons, hoe men leven moet?
Wie anders legt hun de wet van Mozes uit?
Als wij, als ik er niet zou zijn, zou ons land in zeer korte tijd een losgeslagen bende rovers zijn.
Aan de varkens gelijk, zoals bijvoorbeeld de Samaritanen, dat stinkende volk dat claimt ook afstammelingen van Abraham te zijn, en dezelfde God als de onze te aanbidden.
Mochten ze willen, alleen wij zijn het uitverkoren volk van God.
Als ik ze tegenkom, draai ik me om, want ik wil me niet door hen laten verontreinigen.
Die timmerman vertelde zelfs een verhaal over een man in nood, die geholpen werd door een Samaritaan!
Daarmee wilde hij ons gewoon voor schut zetten natuurlijk!

Net zoals die Tollenaren, ik ben zó blij dat ik niet net als zij ben!
En hij, Jezus eet met hun!
Bah, hoe kun je je zó verlagen!

Die timmerman verweet ons zelfs dat als Abraham onze aartsvader is, we dan hem, Jezus als zoon van God, de lang verwachte Messias zouden herkennen.
Alsof wij, die zich iedere dag verdiepen in de Thora niet zouden weten dat de Messias er ander gedrag op na zou houden dan hij.
Hij zou als Messias eerbied en ontzag hebben voor ons, en ik denk dat vooral ik, als voorbeeld van een netjes leven een wit voetje bij hem zou hebben.
Hordes vrouwen lopen achter die Jezus aan, waaronder zelfs de meest verachtelijke hoeren.

Op een feestje van één van de leden van Sanhedrin waren Jezus en zijn volgelingen ook uitgenodigd, om hem op die manier een beetje te paaien en in de gaten te houden.
Wie weet, konden we hem op iets betrappen, zodat we hem voor Pilatus, de Romeinse stadhouder konden brengen.
Nou, het feestje werd volledig verpest doordat een vrouw van laag alooi zich door niemand tegen liet houden en rechtstreeks op die Jezus afstormde.
Kijk, dat bedoel ik, alweer een vrouw, die als een bij aangetrokken tot de honing, aan zijn voeten neerknielde.
Ze huilde tranen met tuiten…bah, daar heb ik zo’n hekel aan, dat hysterische gejank van een vrouw.
Bovendien verkwistte ze ook nog eens een jaarloon doordat ze met een veel te dure zalfolie zijn voeten zalfde.
Wat een aanstellerij, als ik er aan denk gruw ik nog steeds.
Ik zei er natuurlijk wat van, en gelukkig viel één van zijn volgelingen , Judas, me bij.
Weet je wat hij zei, die Jezus?
Dat de goede daad van deze vrouw overal bekend zal worden!
Grrrr….

Na het feestje hebben we in het geheim Judas benaderd en een valstrik opgezet.
Die man moet gestopt worden, daar waren we het allemaal over eens, al heb ik mijn twijfels bij Nicodemus, want zodra we het over de timmerman hebben, knijpt hij er tussenuit.

Maar uiteindelijk is het ons gelukt, Herodes en Pilatus sloegen de handen ineen, terwijl ze daarvóór nog vijanden waren, waarna Jezus, ( van haat en minachting kan ik zijn naam amper over mijn lippen krijgen) die godslasteraar gekruisigd is.
En zeg nou zelf, als hij God was, was hij toch van dat kruis afgekomen?
De hamerslagen die zijn handen en voeten aan het vloekhout nagelden, klonken me als muziek in de oren!
Hij fluisterde zelfs nog een gebed:” Vader vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen.”
Wat een lef, hij had beter voor zichzelf kunnen bidden, al betwijfel ik of zijn godslastering ooit vergeven kan worden.

Ik moet eerlijk bekennen dat ik nog wel een paar enge momenten heb beleefd, omdat het plotseling uren lang pikkedonker werd.
Ongewild werd ik zó bang dat we gestraft werden door die Jezus, (was hij misschien toch de zoon van God?)maar ik weet zeker dat de duisternis een teken van Gods boosheid was.
Wraak over de zonde van deze timmerman, die zich zijn zoon waagde te noemen en daarbij durfde beweren zelf zonden te vergeven…
Zeg nou zelf, hij hangt daar als de grootste zonde zelf!
God moest wel ingrijpen, en als vrome Farizeeër heb ik heb de naam van de God van onze vaderen eer bewezen!
Ik vraag me af of het ook zo geweest is op de berg Sinaï, toen Mozes de stenen tafelen met de 10 geboden kreeg?

In ieder geval, ik ben ervan overtuigd dat we het enig juiste hebben gedaan, deze man moest gekruisigd worden!
Wij zijn tijdens de duisternis niet verdelgd, daarmee vertrouw ik erop dat we een goede daad verricht hebben voor onze heilige God, terwijl de zelfbenoemde koning der Joden, zo dood als een geslacht offerdier in de tempel, aan het kruis hangt.

Ik slaak een zucht van verlichting, en haal opgelucht adem.
Ik, één van de meest vrome godgeleerde farrizeeen kan mijn gebeden op alle hoeken van de straten weer opzeggen, zonder door deze Jezus, deze zelfbenoemde God gestoord te worden.
Gelukkig heb ik persoonlijk geen vuile handen gekregen, de gehate Romeinen en hun kruisigingsritueel kwamen goed van pas.
Morgen is het Sabbath, ik kan met een zuiver geweten gaan slapen, omdat we deze stoorzender als een vervelende mug aan het hout gespietst hebben!

Op het moment dat de vrouw van Pilatus ten tonele verscheen kneep ik hem nog wel een beetje, stel dat zij ons plan in de war had gestuurd!
Een heidense vrouw die beweerde dat ze een droom had gekregen waarin gezegd werd dat ” deze man onschuldig was”
Hoe haalde ze het in haar hoofd!
” Gij zult de naam van de Heer uw God niet ijdel gebruiken”
Zo staat het in de wet van Mozes, dus die man was zo schuldig als wat!
Tja, wat wist zij daarvan…
Wat verbeelde die vrouw zich eigenlijk?
Deze Jezus kwam rechtstreeks van Beelzebul, deze godslasteraar…
Dat Pilatus zijn echtgenote niet meteen terecht wees zeg, je laat je toch als gezaghebber niet ringeloren door je eigen vrouw!
Wat ben ik blij dat ik een vrouw heb die tenminste ontzag heeft voor mij, de man des huizes!
Mijn keurige vrouw weet haar recht gelukkig, het aanrecht!
Ik weet zeker dat ze op dit moment een heerlijke maaltijd aan het bereiden is voor mij!

Oh, en dan dat trucje van Pilatus om een misdadiger te ruilen voor Jezus, nee, daar trapten we niet in!
“Kruisig hem, kruisig hem” begonnen we te roepen, en gelukkig, de hele meute schreeuwde mee.
Net als ik geen vuile handen heb heeft Pilatus dat ook niet, hij heeft tijdens het proces zijn handen demonstratief in een kom water gewassen zodat iedereen het zien kon: hij heeft geen schuld aan de dood van deze Jezus!

Ja, hij is zo goed als dood!
Wacht, hij schreeuwt nog iets, zo luid en duidelijk zou je het niet verwachten van een bijna dode, helemaal niet van iemand die we als verdiende straf voorafgaand aan de kruisiging, het vlees van zijn botten hebben laten geselen…
” Het is volbracht”

Wat dan?
Wat is er volbracht?
Zijn straf is volbracht!
Ja toch zeker?

Plotseling begint de aarde met donderend geluid te schudden…
Zie je wel, de hele schepping viert zijn dood!
Ik zal maken dat ik thuis bij mijn vrouw kom, dan kan ik haar trots vertellen over de dood van de timmerman uit Nazareth, en hoe haar eigen man zijn best gedaan heeft de naam en eer van onze God te verdedigen.
Onze God is één en heeft geen zoon!

Thuisgekomen verwondert het mij dat de etensgeuren me niet tegemoet komen om me, zoals op andere dagen het water in de mond te laten lopen.
Mijn vrouw is nergens te bekennen…
Ik had toch minstens verwacht dat zij op de uitkijk zou staan, benieuwd naar mijn verhaal van overwinning op die lastpak Jezus!
Een toenemende boosheid over dit onbehoorlijke gedrag maakt dat mijn vuisten zich ballen en ik mijn witte knokkels kapot sla op de muren van mijn huis, om ze vervolgens in schaamte te bedekken voor één van de knechten van de tempel.
Hij zal het toch niet gezien hebben…?
Hijgend en buiten adem stamelt hij dat het voorhangsel, dat de toegang belet tot het heilige der heiligen, daar waar de ark van het verbond staat, van boven naar beneden gescheurd is!
Ontzet ren ik met hem mee naar de tempel, om met eigen ogen te zien hoe beschadigd en als nutteloze vodden het heilige gordijn erbij hangt.
Een paar levieten houden de twee helften bijeen, terwijl het angstzweet op hun voorhoofd staat.
Heeft God niet gezegd dat de hogepriester maar één keer per jaar het heilige der heiligen mag binnengaan?
In alle haast wordt het gordijn weer dicht genaaid, zodat de tempeldienst met haar offers tenminste gewoon door kan gaan!

Die Jezus, die vervloekte, wat moeten we daarmee?
Vóór de Sabbath begint zal hij van het kruis gehaald moeten worden, om onze rustdag niet te ontheiligen.
Gelukkig verteld iemand me dat dat al geregeld is.
Ene Jozef van Arimathea is met enkele vrouwen op weg om het lichaam, nou ja, wat daarvan over is, op Golgotha op te halen om het in zijn eigen grafspelonk te leggen.
Ik zal eens een kijkje gaan nemen, want je weet maar nooit wat voor streken die volgelingen nog uit willen halen.

Om niet gezien te worden verberg ik mij tussen de olijfbomen van de graftuin.
Mijn hart staat stil van ontzetting…waarna het bonzend van verbijstering en ongeloof overslaat, waardoor ik amper nog lucht krijg.
Ik ben bang ter plekke dood neer te vallen zo misselijk en draaierig word ik van wat ik zie…
Als versteend en niet in staat een woord uit te brengen aanschouw ik alsof ik toeschouwer ben van een liefdesritueel, hoe mijn eigen vrouw samen met die hoer, die vrouw van het kruikje zalfolie, met nog enkele anderen het gehavende lichaam liefdevol verzorgt, terwijl hun tranen zich mengen met het bloed van die dode Jezus…
Hoe durft ze, de vrouw van één van de leden van het Sanhedrin, míjn vrouw, zich te verontreinigen door die vervloekte timmerman aan te raken op een manier zoals ze mij nog nooit heeft aangeraakt!
Een dode!
En welke dode…
Ik wil weg rennen, schreeuwen, haar aan haar haren meesleuren, weg van hier!
Maar als versteend weigert mijn lijf alle dienst.
Mijn ogen weigeren zich te sluiten, alsof ze mij gebieden te kijken naar iets dat buiten mijn voorstellingsvermogen om gaat.
Ik wil in die ogen wrijven, totdat dit tafereel dat zich op mijn netvlies brandt, uitgewist is, maar mijn armen hangen verlamd naast mijn lijf.
Ze dwingen mij het beeld in te drinken en nooit meer te vergeten…
Woede, om dit verraad van mijn eigen vrouw doet mijn hoofd haast barsten, terwijl ik gebiologeerd als in trance me niet af kan wenden van wat ik zie.
Teder, alsof een kostbaar kleinood wordt ingepakt, wikkelt mijn vrouw samen met de anderen het lichaam in het zuiverste linnen, om het voorzichtig, bang het te breken, als een kristallen wijnglas in het graf te leggen.
Niemand schaamt zich voor de tranen van verdriet, een verdriet zoals ik nog nimmer heb gezien, zo intens en diep!
Het is het verdriet van een geliefde over haar minnaar, een verdriet dat mijn ergernis en woede alleen maar groter maakt.

Ik moet naar huis, ik wil dit niet langer zien!
Mijn benen beginnen te rennen, alsof de dood me op de hielen zit.
Door het opwaaiende stof verraden, richt mijn vrouw zich op en roept mijn naam om me daarna achterna te rennen.

Zonder dat ze zich ook maar ergens voor verontschuldigd zit ik aan tafel met een vrouw die ik niet ken, in een huis dat mijn huis niet meer lijkt.
“Hoe kun je me dit aandoen”? bijt ik haar toe.
“Die vervloekte Nazarener, die….”
De tranen die ze nu huilt, zijn tranen die ze huilt om mij, ik voel het tot in mijn botten.
“Lieveling” fluistert ze,” hij móest sterven.
Ik verwijt je niets!
In de boeken staat het allemaal al geschreven, alleen je zag het niet.
Je was verblind van haat zodat je het licht in zijn ogen niet zag, en zijn woorden niet begreep.
Deze Jezus, mijn Messias, jou Messias…hij is het brandoffer dat de zonde der wereld weggenomen heeft, daar kwam hij voor.”

Ik zie in haar ogen dat ze de waarheid spreekt, in de glans op haar gezicht zie ik een glorie die alleen van God kan zijn.
Wat heb ik gedaan?
In volle zwaarte besef ik dat ik het kind van de belofte, de beloofde Messias, de zoon van God gedood heb!

Niet de Romeinen, niet Herodes, niet Pilatus, ik, ik heb hem vermoord!
Ik heb niet gestreden vóór God, ik heb gestreden tégen God!
Dit besef doet me schreeuwen van berouw en pijn om mijn blindheid, mijn bitterheid, vroomheid en zelfrechtvaardiging.
Mijn schuld verpletterd me, alsof de stenen tafelen vanaf bovenop de berg Sinaï op mij , speciaal op míj, om mijn eigen gouden kalf van zelfvoldane hoogmoed, neergesmeten worden.
De zwaarte van wat ik gedaan heb doet me neerdalen in een duisternis zwarter dan het pikkedonker in de uren bij het kruis.
Deze duisternis, dit inktzwarte gat, was niet de wraak van een God voor de misdaad van Jezus, maar het oordeel over mijn,míjn zonde!
Mijn ongerechtigheid opgenomen in degene die ik bespot en geminacht heb, totdat ik hem aan het kruis nagelde.
Zijn gebed om vergeving goldt mij…
Zijn bloed dat de aarde op Golgotha rood kleurde waren zijn tranen van pijn en verdriet over mijn veraad.
Het veraad aan zijn Vader…
Deze Jezus, die ik geselde met mijn hoon: ” kom van het kruis als je de zoon van God bent, bewijs het dan…”
En hij zweeg in zijn liefde, omdat hij daar hing voor mij!
Zó bewees hij waarlijk de zoon van God te zijn.
Ik huil bittere tranen om wie ik, de vrome wets-betrachter, met mijn zelfrechtvaardiging doorstoken heb…

“Waarom heb je me niet tegen gehouden, waarom heb me niet gewaarschuwd?”
Mijn kreet moet in heel Jeruzalem te horen zijn, zo rauw gooi ik mijn schuld eruit.
Kan ik ooit nog voor deze God en Vader van de door mij gekruisigde Zoon verschijnen?

Mijn vrouw…ik ken haar niet eens,zo mooi en lieflijk heb ik haar nog nooit gezien!
Ze knielt naast me neer en pakt me zonder verwijt vast, waardoor de armen van mijn vrouw de armen van de voor mij neergeknielde gekruisigde Jezus zijn.
Ze zoekt me met haar ogen, terwijl ik amper haar blik verdragen kan.
Dan ineens wordt het licht en in haar ogen zie ik hem, die ik gedood heb…ogen die een taal spreken die ik niet ken, maar me overweldigen op een manier waarbij verzet geen optie meer is.
Ogen die fluisteren:” dankjewel”
Dankjewel?
“Waarvoor Heer”
Nee, ik durf het niet te vragen, ik weet…

Jezus is de Christus, de Messias.
Hij moest sterven, inderdaad!
Voor mij!
Door mij!
Opdat ik vrij van deze last zou zijn.
Vrijgesproken van de enorme schuld zie ik mijn vrouw met de ogen van Jezus.
Vrijgesproken van schuld heeft mijn vrouw mij al die tijd al gezien met de ogen van Jezus!
Samen huilen we van blijdschap en ontroering, waarbij onze tranen op haar bebloede kleding een sieraad van vreugde en verlossing zijn.
Het bloed van Jezus, de zoon van God, dat ons reinigt van alle zonde.
Ook die van mij,
Zelfs die van mij,
Degene die hem gedood heeft…


Waarom het kruis?

Hand in hand kameraden

Help, de gordijnen scheuren

Auteur: tinyonline

Ik word blij van zelf nadenken i.p.v. napraten

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s