Zin in een wijntje?

In heel veel geschiedenissen in de bijbel verteld, speelt de mantel van het hoofdpersoon een zeer betekenisvolle rol.
De eerste keer dat we in de bijbel lezen over een mantel en de drager ervan is in het verhaal van Noach.

Noach legde na de zondvloed een wijngaard aan, en zal vast benieuwd geweest zijn naar zijn eerste zelf gerijpte wijntje.
Het smaakte hem zo goed dat hij zich, lamlazerus zoop.
Hij werd stomdronken en wist daardoor niet meer wat hij deed,
trok zijn kleren uit en lag daarna naakt zijn roes uit te slapen in zijn tent.
Cham, één van zijn zonen zag in de schaamteloosheid van zijn vader, kans om zelf schaamteloos aan zijn broers, Sem en Jafeth te vertellen wat hij had gezien.
Sem en Jafeth reageerden vol schaamte over het gedrag van zowel hun vader als hun broer, en hadden een heel andere reactie dan hun broer Cham.

Het zou kunnen dat ze zeiden; “ach dat is zijn eigen verantwoordelijkheid, wat hebben wij ermee te maken” en daardoor hadden ze hun rug toe kunnen draaien, rustig afwachtend totdat hun vader zijn roes had uitgeslapen.
Dat is een schaamte die je doet weglopen, een schaamte die zegt:”het is niet mijn pakkie an.”
De schaamte die de beide broers hadden was van een heel andere orde, het zette hun aan tot zorg over de schaamteloosheid van hun vader.
Achting voor de man waaruit zij voortgekomen waren, spoorde hen aan Noach te beschermen voor nog meer hoon en spot.
Ze legden een mantel op hun beider schouders en liepen met afgewend gezicht achteruit de tent van Noach binnen.
Daarbij legden ze, zonder de naaktheid van hun vader te zien de mantel over hun naakte vader.
Uit diep respect voor Noach, hun vader met wie ze 120 jaar lang aan de ark hadden gebouwd, bedekten ze bij elke stap die ze deden, voorzichtig en met liefdevolle zorg het naakte lichaam van hun nu dronken vader, zonder dat de dappere Noach, die 120 jaar lang de hoon en spot van alle andere wereldbewoners geduldig verdragen had, zich dat zelf bewust was.

Sem en Jafeth waren met recht de eerste mantelzorgers!

In hun zorg legden Sem en Jafeth Noach, de arken-bouwer in een beschermende ark op de golven van een vloed vol schuld, schaamte, hoon en spot.

Hier speelt zich een wonderlijk fenomeen af.
In het uit schaamte weglopen van de dronken Noach, net doen alsof je het niet gezien hebt, laat je Noach open en bloot liggen.
Onbeschermd wordt hij ten toon gesteld, tot spot en hoon van alle omstanders.
Door hem voorbij te lopen bedek je je eigen zonde, bedek je jezelf met de mantel van eigengerechtigheid.
Zand erover, ik heb niets gezien…
En spreidt daarmee je eigen harde hart ten toon.

Vanuit schaamteloosheid de spot gaan drijven met Noach is een andere daad, maar komt uit precies dezelfde bron.
Door het vinger wijzen naar Noach vermijdt je het kijken in de spiegel van je eigen hart.
Zolang je de ander zijn zonde aan kunt wijzen veeg je je eigen zonde onder het kleed.
Het lachen om de ander zijn schaamteloosheid, maakt dat je schaamteloos voorbij gaat aan je eigen schaamte.
Of zou het ook zo kunnen zijn, dat je je zo schaamt voor jezelf dat het makkelijker is het over de ander te hebben?


In elk van deze reacties is zelfveroordeling altijd de oorzaak van dit gedrag.
Zelfveroordeling is de wortel aan een boom met blaadjes van schuld en schaamte.
Zelfveroordeling zet een muur om je hart, en belet je de vrije toegang tot de schatkamer van het volkomen offer van Jezus.
Zelfveroordeling hult je in een mantel van eigengerechtigheid vol door de mot van schuld en schaamte aangevreten gaten.

In dezelfde bijbel waarin we lezen van de schaamte-bedekkende mantel waarmee de stomdronken Noach door zijn zonen werd bedekt, lezen we het goede nieuws over een andere mantel.
Een mantel die elke schaamte bedekt, elke zelfveroordeling uitroeit, elke schuld betaald!

In de actie van Sem en Jafeth zien we een voorbeeld van de latere zoon van Sem, Jezus.
We zien hoe door het offer van Jezus, God de Vader met een mantel van gerechtigheid de zonde bedekt heeft.
Niet zomaar onder het kleed geveegd…
Geen zand erover!
Bloed erover!
Het bloed van God zelf!
Het bloed van de schuldloze Jezus, die schuld werd, onze schuld, mijn schuld.
Ontmanteld tot op het bot stierf hij naakt, zelfs door zijn Vader verlaten.

Niemand is ooit zó naakt en eenzaam ten toon gesteld als Jezus aan het kruis.
Niemand anders is ooit zó onterecht gehoond en bespot als Jezus, de schuldloze…de mens zonder zonde.
Niemand anders is ooit zó terecht terecht gesteld als Jezus, degene die alle schuld van de wereld in zich droeg.
Het kón niet anders, niemand zou ooit het recht hebben gehad de schuld en de macht van de zonde te niet te doen.
Niemand anders dan de schuldloze Zoon van God was ooit in staat geweest deze macht krachteloos te maken.
Alleen Hij zelf, God, was als hogere macht bij machte elk oordeel van schaamte en schuld te vernietigen.

De zoon van God, die zijn handen zegenend op zieken legde, doden opwekte, kinderen omarmde, brood brak en vermeerderde, hing aan dezelfde handen vastgespijkerd aan het vloekhout.
Één geworden met de vloek van dat vloekhout verwierf hij voor mij de mantel der gerechtigheid.


Open en bloot lag ik dronken van mijn verslaving aan de macht van de zonde in mijn schamele tentje, hopend dat niemand mijn schuld en schaamte zag.
Totdat Jezus, de zoon van God kwam, die door zijn dood aan het kruis en zijn opstanding uit de dood, de macht van de zonde verbroken heeft.
Achteruit lopend, zijn ogen afgewend om mijn schuld niet te hoeven zien legde hij de mantel der gerechtigheid over mij heen.
Bedekte mijn naaktheid, en drijft daarmee de spot met satan, de duivel, wiens macht hij overwonnen heeft.
In het mij bedekken met zijn mantel, stelt Jezus de duistere machten ten toon en ontneemt hen elk recht mij aan te klagen.

In de ark die Hij om mij heen gebouwd heeft ben ik één met Hem
als in het heilige der heiligen van de tabernakel.

Geen enkele schuld kan in die nieuw geschapen ruimte bestaan, daar is die ruimte te klein voor.
En toch zo ruim dat iedere Cham welkom is.
Omdat het gordijn van boven naar beneden is opengescheurd hoeft niets je te beletten binnen te gaan.
Je mag het brandoffer altaar gewoon voorbij lopen omdat het offer op Golgotha elk ander offer overbodig, ja zelfs nutteloos heeft gemaakt.
Kijk maar, daar staat Hij, Het Offerlam, geslacht voor jou en mij.
Kijk maar, daar staat Hij, de Leeuw van Judah, die je brullend beschermd tegen elke aanklacht van de duivel.

Laat je als een lammetje toevoegen aan zijn kudde.
Warm en behaaglijk in je wolletje van Zijn gerechtigheid.

Ik heb wel zin in een feestje, proost je mee?

 

‘En Noach werd een landman en plantte een wijngaard. Toen hij van de wijn gedronken had, werd hij dronken en hij ontblootte zich in zijn tent. Toen zag Cham, de vader van Kanaän, zijns vaders naaktheid en hij vertelde het aan zijn beide broeders buiten. Daarop namen Sem en Jafet een mantel, legden die op hun beider schouders, liepen achterwaarts en bedekten huns vaders naaktheid, terwijl hun aangezicht afgewend was, zodat zij huns vaders naaktheid niet zagen.’
‭‭Genesis‬ ‭9:20-23‬ ‭NBG51‬‬
http://bible.com/328/gen.9.20-23.nbg51

Auteur: tinyonline

Ik word blij van zelf nadenken i.p.v. napraten

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s