De brede en de smalle weg.

Als kind was ik vroeger enorm gefascineerd door de plaat van de brede en de smalle weg.
Uren stond ik voor de etalage van de plaatselijke christelijke boekhandel deze afbeelding te bestuderen.
Alsof het de Nachtwacht van Rembrandt betrof, of het Meisje met de parel van Vermeer, ik kon er geen genoeg van krijgen.

Zoals de kunsthistoricus de oude meesters bestudeert, en zelfs digitaal een doek screent in een röntgenapparaat, waardoor we precies weten met welke ingrediënten Rembrandt zijn verf maakte, zo nam ik iedere millimeter van het schilderij ” de brede en de smalle weg” in me op.
Hopend op het antwoord van mijn levensvraag; “hoe kom ik in de hemel?”
De vraag die me vanaf dat ik denken kon bezig hield, omdat ik de logica van de hel als mijn voorbestemde eindbestemming niet recht kon breien in mijn verstand.
Ik weigerde te geloven dat ik geboren was voor de hel, want dat te geloven over een God die me notabene zelf gemaakt heeft, riep in mij een enorme weerstand op.
Ik was altijd bezig met de vraag wie Jezus is en wat Hij in mijn levensverhaal betekent.

Lag het antwoord in de afbeelding van de brede en de smalle weg?
Want het was duidelijk, ik bewandelde of de of de ene of op de andere weg!
Meer wegen waren er niet…
Wat me daarom allereerst verbaasde was dat de plaat dan wel zo heette, ” de brede en de smalle weg”, maar hoe zat het dan met het plein op de voorgrond?
De brede weg eindigde namelijk in de hel, de smalle weg in de hemel.
Maar waar ging je naar toe als je op dat plein, vóór de twee poorten naar beide wegen, dood ging?
Deze vraag kwelde mijn kleine “zondige” hartje, omdat ik me in mijn kinderlijkheid vooral op dat plein het meest veilig voelde.
Daar was alles neutraal en kon het nog alle kanten opgaan.

Wat me ook kwelde was waarom het er op de brede weg veel gezelliger aan toeging dan op de smalle weg.
Hield God dan niet van vrolijke mensen die feestelijk gekleed plezier maakten in de draaimolentjes van de kermis?
De vrouwen op die weg droegen prachtige japonnen in allerlei mooie kleuren, iets wat me enorm aan sprak
Terwijl ik op zondag naar de kerk een hoedje op moest, gingen de dames met hun prachtige hoeden op de brede weg rechtstreeks naar de hel.
In de kerk staken de vrouwen met het ene nog mooiere hoofddeksel dan het andere elkaar vaak naar de kroon, terwijl de vrolijk feestvierende kermisgangers zich van geen jaloezie en nijd bewust plezier rond lieten zwieren, en daarom door de hoeden bedekte hoofden in de kerk hoeren werden genoemd.
Waarom, zo vroeg ik me af, mocht ik geen plezier hebben in het leven?
Plezier is op de plaat automatisch de snelweg naar het eeuwige vuur.
Maar in mijn ogen was het veel leuker op de brede weg.
De prijs die je ervoor betaalde was het het misschien wel waard, je had tenminste lol gehad in het leven zo redeneerde ik.
Maar als ik dan weer het eeuwige vuur van de hel in mijn nek hoorde hijgen, kneep mijn meisjeshartje samen van angst voor die plek van wening en knersing der tanden.
Het korte plezier hier had wel een heel hoge prijs!

Toch maar op de smalle weg gaan wandelen leek me ook niet echt een optie.
Deze weg vol stenen en hobbels is op de plaat enkel kommer en kwel.
Niemand is fatsoenlijk gekleed en aan eten was volgens mij ook gebrek in overvloed.
Juist dat strompelen in allerlei tekorten eindigt op de plaat in de hemel, de plek waar je tot in eeuwigheid gelukkig bent.
Ik vroeg me kinderlijk af waarom ik van God alvast niet een beetje plezier mocht hebben voor mijn dood…
Of was het mogelijk om eerst de brede weg met haar goddeloze geneugten te bewandelen, te dansen in de bankzalen op die weg, en dan op het eind gauw over te steken?
Maar hoe kon ik weten waar voor mij het eind zou zijn?
Wat was dan het meest geschikte plekje om snel het laatste stukje de smalle weg te strompelen?

De afbeelding deed het conflict in mezelf alleen maar escaleren, hoe vaak ik ook smachtend naar een antwoord voor de etalage van die winkel stond.
Mijn ziel onrustig en verslagen vond ook in dit schilderij geen rust.

Tot ik erachter kwam dat deze onrust nodig was!
In alles wat zich afspeelde in mijn hoofd en hartje was het Jezus zelf die mijn zieltje beroerde.
Als Moeder, die s’morgens mijn bordje havermout kookte en om het niet aan te laten branden, met een pollepel over de bodem van de pan roerde, zo roerde Hij met zijn liefdevolle vingers op de bodem van mijn ziel.
Hij is 2000 jaar geleden al voor mij in de hel geweest om daar elke aanklacht te vernietigen en de aanklager te schande te zetten.
Dat deed Hij vanuit een hart vol liefdevolle ontferming voor het meisje dat uren staarde naar de plaat van de brede en smalle weg, en maar één verlangen had : bij Jezus te horen!
Die ene vraag :” vertel mij wie Jezus is” heeft vanaf mijn geboorte mijn leven beheerst.
Ook nu nog, nadat ik Hem ken, omdat Hij mij kent.
Omdat ik steeds meer ontdek dat ik een eeuwigheid nodig zal hebben in mijn zoektocht naar wie Hij is.
Gelukkig heeft Hij deze eeuwigheid zelf in het vooruitzicht gesteld en verlangt Hij zelf, nog meer dan ik verlang naar Hem, naar mij!

Wat ik hier van Hem weet is dat Hij met ontferming bewogen was over het meisje dat vanaf haar geboorte huilde omdat het toen de woorden nog niet had:” vertel mij alsjeblieft wie Jezus is”
Hoe kon ik toen weten dat ik al vanaf de schepping met Hem verbonden ben, en mijn vraag naar wie Hij is daar het logische gevolg van is.

Mijn liefste is van mij
Ik ben van Hem,
Hij
Jezus
De Weg…

lees voor de aardigheid ook eens

Kermis

Auteur: tinyonline

Ik word blij van zelf nadenken i.p.v. napraten

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s