De Stratenmaker op zee

In de kelder van mijn hart staat een grote kist.
Zo één als je in sprookjes boeken ziet afgebeeld, met koper beslag op de hoeken en om het sleutelgat.
Aan een haak, bovenaan het keldertrapje hangt een ketting met daaraan een zware sleutel, die precies in dat sleutelgat past.
Hij werkt ook alleen maar in mijn hand en niet in die van een ander.

Af en toe daal ik af in mijn kelder.
Voorzichtig open ik de toegang naar beneden, til de sleutel van de haak, en hang de ketting om mijn nek, waarna ik de deur sluit en de tien treden naar beneden ga.
Soms blijf ik even op de bovenste treden van het trapje zitten, en kijk door het smalle kiertje licht onder de deur naar de voetstappen van de voorbijgangers.
Dan ben ik bang dat iemand halt houdt, de deur opent en me nieuwsgierig vraagt waarom ik zo geheimzinnig doe.
Gelukkig is mijn geheim nog nooit ontdekt, dat zou een ramp zijn.

Het lijkt net een schatkist, maar het is de kist van mijn schuld en schaamte.
Wanneer ik naar de kist in mijn kelder ga draag ik in In mijn handen een stoffer en blik vol met scherven van de kristallen glazen waaruit ik gedronken heb.
Grote en kleine glazen van hoop en verwachting, die toch weer elke keer kapot vielen op de harde vloeren van het bestaan.
Sierlijk stonden ze te pronken, maar eenmaal leeg gedronken werden ze uit mijn handen geslagen om aan mijn voeten als scherven uiteen te spatten.
De splinters deden mijn vingers bloeden wanneer ik haastig en beschaamd de boel bijeen wilde rapen, bang dat iemand de brokken zag.

Ook vandaag zit ik met een blik vol scherven op mijn keldertrapje en bekijk de voeten van de voorbijgangers door de smalle lichtbundel onderaan de deur.
Bebloed houden mijn krampachtige handen mijn schuld en schaamte bij elkaar.
Angstig en radeloos hoop ik deze keer dat het rinkelen van het verzamelde glas iemand stil doet staan om mijn pijnlijke vingers te verbinden.
Maar het lijkt ijdele hoop te zijn en ik wil me omdraaien om ook deze keer alleen naar mijn kist te gaan.
De kist, waarin ik mijn scherven bewaar die niemand mag zien.

Totdat ik een onbekend rinkelen opvang, teer als zilveren belletjes, een tinkeling zuiverder dan elk ander geluid.
Al mijn zintuigen staan op scherp en nieuwschierig blijf ik zitten om te wachten op het voorbijgaan van de voeten horend bij dit zoete geluid.
Dan…mijn adem stokt in mijn keel; vlak voor mijn turende ogen blijven de voeten staan.
Omringd door een met glanzende belletjes versierde zoom van een lange mantel staan de voeten stil bij de kelderdeur waarbij het lijkt dat dit ook het doel was van de wandeling.
Alsof ze hun eigen melodietje spelen, rinkelen en tinkelen de belletjes een vrolijk en lieflijk lied.

Ik hoor de klink van de deur naar beneden gaan en bevend krimp ik ineen.
Mijn heimelijk verlangen door iemand gezien te worden, en mijn angst voor ontdekking van de kist in mijn kelder strijden om voorrang.
Ik durf amper adem halen en wacht bang en vol schaamte op wat komen gaat.
Het stoffer en blik valt kletterend uit mijn trillende handen, en doet de laatste scherven in kleine scherpe splinters uiteen spatten.
Ik verwacht een flinke uitbrander, maar twee warme handen strelen mijn neergebogen schouders waarna ze mijn hoofd voorzichtig oprichten.
Wanneer ik opkiijk zie ik mezelf weerspiegelt in de de meest liefdevolle ogen ter wereld, ogen die niet voorbijkijken, maar mij zíen en me bij mijn naam noemen.
Warm en vol mededogen klinkt zijn stem:” zal ik met je meegaan naar je kist?”
Verward begrijp ik dat hij mijn geheim weet, en dat ik deze stem behorend bij de belletjes omringde voeten die stil stonden voor mij, geen weerstand bieden kan…
Snel probeer ik eerst de splinters van de vloer te vegen en zie beschaamd dat het opspattend glas zijn voeten doen bloeden.
Met lieflijke dwang neemt hij het stoffer en blik en veegt met mijn schuld de vloer aan, waarna hij me vraagt de kist te openen.
Hij legt zijn hand op de kapotte handen van mij, waardoor het bloeden stopt en alles in mij niet meer anders wil dan hem te volgen, waar hij ook gaat.

Samen tillen we het zware deksel omhoog waarna hij de nieuwe scherven bovenop de berg andere veegt.
Het is niet meer donker in de kelder nu hij er is, een helder licht heeft de duisternis verdreven.
Ik zie iets wat ik nooit eerder zag…
de scherven in mijn kist glinsteren als diamanten en dansen hun kleurig weerschijn in duizenden regenbogen op het grauwe grijs van de muren en het plafond van het gewelf.
De ogen van de man tranen van oneindig erbarmen bij het zien van al mijn kapot kristal.
” Jou scherven zijn kostbaar in mijn ogen mijn lieveling,” zegt hij.
” Ik kom ze ophalen”
Alsof hij nimmer een zo mooi cadeau gekregen heeft, zo blij is hij met mijn kist vol gebrokenheid.
“Wat gaat u er dan mee doen?” vraag ik, niets begrijpend van zijn vreugde over mijn kist vol scherven ongeluk.

“Ik zal je een geheim verklappen” zegt hij samenzweerderig, glimlachend om mijn verbazing.
” In mijn koninkrijk ontwerp ik een stad waarin de gouden straten als van een glazen zee zijn, helder als kristal.
Daar heb ik jou scherven voor nodig, zodat ik voor jou huis in die stad ook een mooie toegangsweg kan aanleggen.”
Ik word er stil van en kan niets meer uitbrengen, zó ontroerd ben ik.
Door zijn aanwezigheid schaam ik mij als vanzelf niet meer voor de chaos van mijn bestaan, verstopt in de kist.
” Jou scherven brengen geluk, lieveling” fluistert hij in mij oor.
Als vanzelf kniel ik voor hem neer en ontdek ineens dat de belletjes onder aan zijn mantel ronde kralen kristal zijn, sierlijk vastgeregen in de golvende zoom van zijn mantel.
Bij iedere beweging tikken ze glinsterend tegen elkaar als de opgeheven glazen champagne in de handen van een jonggehuwd stel.
“Ik beloof je dat ik terug kom, dan neem ik je mee mijn liefste, en zal je voeten laten dansen op de glazen zee, speciaal voor jou aangelegd.
Stil maar, wacht maar, want alles wordt nieuw”

Wanneer hij weg is, nadat hij mijn kist met scherven als zijn eigendom op zijn sterke schouders tilde, voel ik mij zo licht als een veertje.
Het tere rinkelen van de zoom van zijn mantel echoot na in mijn ziel, waardoor ik voortaan mijn scherven zal zien zoals hij ze ziet; glinsterend goud in de handen van de stratenmaker van de glazen zee…


‘En voor de troon was als een glazen zee, kristal gelijk.
‭‭Openbaring‬ ‭4:6‬ ‭NBG51‬‬
https://www.bible.com/328/rev.4.6.nbg51

Schilderij :. “Oog in oog met de zoom van zijn mantel”
Kunstenares : Monique Touwen

http://kunst-van-monique.tumblr.com


Auteur: tinyonline

Ik word blij van zelf nadenken i.p.v. napraten

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s