Klingelende Sneeuwklokjes

Na, lijkt het wel, eindeloze dagen waarop de lucht grijs bleef en de wolken dikke tranen huilde, dagen waarop het maar geen dag werd, dagen waarop ik het liefst onder de dekens wilde blijven liggen, schijnt vanmorgen opeens de zon.
Ik zie het meteen als ik wakker word aan de streep licht die onder en boven het gordijn door piept.
De beginnende dag is helderder van kleur dan de vorige sombere morgens.
Het verwarmd meteen de kou in mijn gebroken hart, alsof iemand met een lijmpistool een liefdespijl afschiet in een poging de twee helften weer samen te smeden.

Oh, hoe schrijnt de pijn van dat wat eens was en nooit meer terug komt.
Het is het omgekeerde gevoel van in vuur en vlam staan voor iemand waarbij het vuur samensmeltend als vreugdevuur beantwoord wordt.
De pijn van verlatenheid is het smeulen van een vanbinnen opgesloten vuur dat schroeiende brandblaren nalaat, blaren die mijn lijf doen rillen van kou en eenzaamheid.

Met het ontwaken van een nieuwe dag in de vroege zonnestralen, wordt tegelijkertijd een ander gevoel in mij wakker, hoop en verwachting naar een nieuw seizoen.
Voorzichtig als het binnenpiepen van het Lentezonnetje, begint in mijn hart een ander vlammetje te flakkeren, aarzelend als een walmend vlaswiekje.

Woorden uit een oude profetie komen als in een melodietje aan een feestslinger van verschillende notenbalken voorbij zweven;”de rokende vlaswiek zal Hij niet uitblussen”
Zoiets ja, zo voelt het ontwaken op deze dag, een ontwaken van een nieuwe morgen.
“Hè wat klinkt dat dramatisch” vermaan ik mezelf…

Voorzichtig zet ik mijn blote voeten op de koude vloer, waarbij ik me gewaar word van een verfrissende sensatie die ik lange tijd niet gevoeld heb.
Gisteren nog kneep de kilte van mijn slaapkamer mijn keel dicht en was het alsof dat wat op slot zat zich nog dieper verschool achter de grendels van mijn hart, maar vandaag zet het de deur voorzichtig op een kier.
Ik hoor een Winterkoninkje zingen en kan het niet laten om het slaapkamerraam wijd open te gooien om te genieten van zijn prachtig lied.
“ wat zing je mooi, lief vogeltje” fluister ik hem toe, de heldere klank uit zijn keeltje in mij opnemend.
Zie ik dat nou goed, hij knipoogt naar me…
“ ik ben zo blij dat mijn zang je bekoort, omdat ik al een paar weken zo mijn best doe in het oefenen van mijn lied speciaal voor jou” antwoordt het Winterkoninkje.
Nou ja, het moet niet gekker worden, ben ik nou echt in gesprek met een vogeltje?
En heb ik al die weken niets vernomen van zijn prachtig fluiten onder mijn eigen raam?
“ Het geeft niets hoor” zegt hij ,” ik beloof je dat ik er morgen ook weer ben om mijn lied voor jou te fluiten”

Vol goede moed overlaat ik me daarna met sinaasappel geurend schuim en laat me door het warme water uit de sproeier van mijn douche masseren.
In tijden heb ik niet zo genoten van deze weldaad, terwijl die toch iedere dag voorhanden is.
Na mijn lievelingsontbijt van amandelmelk en havermout, en een paar koppen gemberthee, besluit ik naar buiten te gaan.
Tot voor kort nog de grote boze wereld, de wereld waar ik iedere steeg en binnenweg ken, om wanneer ik het boodschappen doen niet meer uit kon stellen, onzichtbaar en bang mijn weg te zoeken.

Met mijn wandelschoenen aan de voeten trek ik hoopvol de deur achter me dicht om in een wereld vol beginnend voorjaar me te laten koesteren door de zon.
Wanneer ik door het vele jaren geleden aangelegde park wandel ben ik gelukkig nog alleen.
Ik voel me een jong vogeltje dat eer de pasgevallen smetteloos witte sneeuw door modder en zand besmeurd een vieze bruine brij wordt, met zijn tere pootjes afdrukjes achterlaat in deze verstilde wereld.

Toch hoor ik overal om me allerlei zachte geluidjes, fluisterende stemmetjes als het zachte ritselen van door de wind omslaande bladzijden van een opengeslagen boek.
Ik vraag me verbaasd af waar het vandaan komt, totdat ik me realiseer dat het vanaf beneden komt, daar waar mijn in de bergschoenen gestoken voeten staan.
Ik buk me om mijn met ogen al speurend de oorzaak van die stemmetjes en geluiden te zoeken, waarop een zacht giechelen te horen is.
Verwonderd begrijp ik er nog steeds niets van, tot opeens een helder stemmetje me vraag me op mijn knieën te laten zakken.
Een beetje verlegen doe ik wat me gevraagd wordt, en beland midden in een kakofonie van geluiden.
Sneeuwklokjes die verheugd als de vroege kerkklokken in Oostenrijk klingelen dat het een lieve lust is.
Krokussen die met hun paars,wit en roze gekleurde blaadjes uitbundig applaudisseren, terwijl de blauwe druifjes met zachte knalletjes hun violet van boven naar beneden aan hun tere groene steeltjes laten ontploppen.
Nieuwsgierig steekt een veldmuisje zijn spitse neus boven de blaadjes en sprietjes uit, en giert het uit van dolle pret om mijn verbazing over haar wereld.
Bovenin één van de majestueuze eiken klinkt het indrukwekkende “oehoe” van een bosuil, alsof hij wil zeggen:” ik hoor er ook bij hoor”
Kwetterend komt een familie musjes dichterbij, zich verlustigend in de kleurenpracht van de voorjaarsbloemen.
De prachtige kleurschakering in hun, naar ik dacht, grijze veren-manteltje, valt me pas op, nu ze zich van zo dichtbij laten bewonderen.
Wanneer ik moet niezen van de overweldigend heerlijke geuren van de hyacinten breekt een luid gelach uit, waarna ik zelf ook omval van het schateren.
Boven me buitelt en koert een paartje witte duifjes, gelukkig met de simpelheid van hun bestaan, terwijl een ekster trots zijn regenboog versierde veren showt onder het zwart en wit van zijn bovenjasje.

Temidden van alles wat hier geurt, bloeit en zingt voel ik mij omarmt door een zee van liefde, en besef ik ineens dat dit het doel van het bestaan is.
Te zijn, meer niet…
Zoals de mussen zich geen zorgen maken over morgen, de bloemen na de winter gewoon hun kopjes weer boven de zwarte aarde uit laten steken, zo mag ik ook bloeien en groeien voor mijn Schepper.
Hoe zwart ook het donker van de nacht, daarin schuilt nieuw leven, geur en kleur.

“Ik blijf hier gewoon nog even liggen, mag dat” vraag ik aan de sneeuwklokjes.
Als antwoord luiden ze hun klokjes nog vrolijker dan ooit, me welkom hetend in de kapel waar de naam van de Heer hun God lof gezongen wordt.

Auteur: tinyonline

Ik word blij van zelf nadenken i.p.v. napraten

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s