Bubbelbad

Als parels die hun glans enkel verleenden aan een laagje verf op een plastiek kraal, zo schijnt het roomwit emaille van mijn antieke badkuip haar glans verloren te hebben.
De pootjes in de vorm van de anders zo vriendelijk gouden leeuwenklauwtjes, lijken vandaag wel modderige berenpoten, wachtend op het signaal de aanval in te zetten.
Rillingen van ontzetting en angst doen mijn lijf verstijven en bevriezen.

Al mijn zintuigen staan op scherp, klaar om ieder moment de fight en flight positie in te nemen.
Het bad, gisteren nog gevuld met geurend naar Jasmijn en Patchoulie warm en helder water, heb ik vandaag vol laten lopen met mijn eigen bitter gehuilde tranen.
Als een niet te stuiten waterval stroomden ze mijn wangen schraal, en lieten met mijn radeloze wanhoop het bad haast overlopen.
Hoewel ik het liefst de stop eruit trek weet ik dat ik het niet meer ontlopen kan, ik zal de beer in de bek moeten kijken.
Hoezeer de geur van het zilte water me doet walgen, ik moet deze strijd met mezelf aangaan.
Ontkennen dat dit bad, deze tranen mijn eigen bestaan markeren en tekenen, zal een ontkenning van mijn eigen bestaan zijn.

Voorzichtig til ik mijn benen één voor één over de rand, en laat me centimeter voor centimeter in het zoute traanvocht zakken.
Terwijl het gloeiendhete water blaren brandt in mijn vel, ervaar ik een diepe sensatie van hoop en wanhoop, genot en weerzin.
Mijn God, waar ben ik mee bezig?
Waar geef ik me aan over?
Wat gebeurt er met mij?
Ben ik dit wel?

Op de rand van het bad ligt een aantrekkelijk gekleurde bruisbal, die ik, voorzichtig in het water leg.
Hopelijk zal het de weemakende geur van mijn tranenbad wat overstemmen.
Het bubbelend schuim verspreidt zich langzaam over de oppervlakte van het water, waardoor mijn geest weer wat tot rust lijkt te komen.

Mijn hemel, plotseling doet de bal het water wild golven en trekt me in een wilde kolk naar de bodem van mijn bestaan.
In wilde paniek slaan en schoppen mijn armen en benen zich tevergeefs een weg naar boven, totdat ik me zinken laat in een diep verlangen om niet meer te voelen en op de bodem te blijven liggen.
Moe gestreden schreeuwt mijn ziel het uit;’Wie er ook maar hoort, laat mij asjeblieft dood gaan, ik kan niet meer, het is op.’
Berustend in het er niet meer toe doen, en te verdwijnen in het niets, voel ik me opeens meer levend dan ooit!
Terwijl alle pijn uit het verleden zich een weg baant naar de oppervlakte van mijn hart, besef ik ineens dat ik dat wat ik onder het steeds stoffiger wordend vloerkleed in mijn binnenste verstoptte, mijn botten heeft doen verschrompelen.

Een oude melodie uit mijn schooltijd zoekt akkoorden op de gespannen snaren van mijn ziel en als een bluppend visje vormen mijn lippen lang vergeten woorden;

t’Hijgend hert der jacht ontkomen,
schreeuwt niet sterker naar t’genot,
van de frisse waterstromen,
dan mijn ziel verlangt naar God.’

Ik voel mij als terug in de baarmoeder, daar waar ik onwetend genoot van de warmte van moeders lijf.
Ik stop het vechten, en kom langzaam tot het besef dat dood gaan helemaal niet erg is, ja zelfs buitengewoon noodzakelijk!
Verdrinkend in mijn eigen tranen voel ik me meer levend dan ooit, waardoor ik opeens niet meer bang ben voor de pijn in mijn ziel.

Aarzelend begint een ander lied in mijn binnenste te zingen;

‘Maar de Heer zal uitkomst geven,
Hij die daags zijn gunst gebiedt.
k’Zal in dit vertrouwen leven,
en dat melden in mijn lied.
k’Zal zijn lof zelfs in de nacht
zingen daar ik Hem verwacht,
en mijn hart wat mij moog treffen
tot de God mijns levens heffen.’

Tegelijk met de laatste regel kom ik weer boven en merk dat ik niet meer alleen ben.
Met een houding van allang op deze dag gewacht te hebben ontwaar ik, zittend op de rand van het bad een zo onwerkelijk mooi wezen.
Zonder schaamte over mijn naaktheid, kan ik niet anders dan me over geven aan zijn wonderlijke ogen en verdrink opnieuw.
Maar oh, wat is dit heerlijk; kopje onder te gaan in een zee van ontferming en eeuwige liefde!
Zijn glimlach is er een zonder hoon en spot, zijn handen zonder neiging tot geweld.
Voorzichtig beroeren zijn vingers het vuile water, en op hetzelfde moment verandert het in een verkoelende bron.
Het zuiver blauwe water heelt mijn wonden, de beker die Hij me aanreikt vernieuwen mijn verschrompelde botten.

‘Ik heb een bruisbal voor je meegenomen, mag ik die in het water gooien?’ vraagt hij haast verlegen.
Ik kan natuurlijk niet weigeren, waarna hij de vuurrode bal eerst hoog optilt, om daarna met kracht in het water te smijten.
Gillend van plezier over het opspattend water doet hij een dansje rond het bad.
Het borrelend schuim ruikt naar Lavendel en Engelse theerozen, en alsof water zich vermengd met bloed kleurt het water rozerood.
De betovering wordt compleet wanneer hij als uit het niets handen vol witte rozenblaadjes over me uitstrooit.
Tot mijn verbazing zie ik dat het emaille weer begint te glanzen als van het van Oma geërfd parelsnoer.
Nu wil ik natuurlijk ook weten hoe het met de modderige berenpoten is, waarom ik me roze druipend over de rand van het bad buig.
Het goud glimt me tegemoet, en verbeeld ik het me nu of is het echt?
De leeuwenpootjes kroelen als de klauwtjes van pasgeboren kittens in het dikke tapijt op de vloer van mijn badkamer…

‘Mag ik u iets vragen?’ zeg ik bedremmeld, bang dit magisch moment te verbreken.
Zijn ogen knipperen me bemoedigend toe dus vooruit, ik stel mijn vraag.
Het ergste dat gebeuren kan is dat ik gewoon wakker wordt uit een droom vol onvervuld verlangen.
‘Was het nou echt nodig om eerst in mijn wanhoop te verdrinken?’ vraag ik.
‘Mijn lief, ben je verdronken dan?’
geeft hij als antwoord.
Nee, ik moet toegeven dat ik dácht te verdrinken, maar daardoor juist levend werd.
Of zou het zo zijn dat wat al dood was, verdronken is?
‘Ach, is het belangrijk voor nu?’ bedenk ik me.
Omdat ik opeens doordrongen ben van nog zeeën van tijd, besluit ik maar gewoon te genieten van het mysterie rond deze man, en hem later nog eens aan de tand te voelen over de littekens in zijn handen en voeten.
‘Mijn Vader noemt me onze Trien’ zeg ik zacht.
‘Dat weet ik toch allang’ zegt hij glimlachend…
‘Ooo? Met welke naam noemt uw Vader u dan?’
Hij schatert het uit; ‘ik dacht dat je het nooit zou vragen,’
Met beide handen pakt hij mijn hoofd liefdevol vast, en alsof hij me een al eeuwen geleden verklapt geheim toevertrouwd, fluistert hij me toe;
‘Ik Ben’

Auteur: tinyonline

Ik word blij van zelf nadenken i.p.v. napraten

2 gedachten over “Bubbelbad”

Laat een reactie achter op tinyonline Reactie annuleren

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s