Israël en onze schuld.

Vandaag werd ik in een toespraak als christen opgeroepen te bidden voor het volk Israël.
Omdat Israel het uitverkoren volk van God is, sta ik volledig achter deze aansporing.
Omdat God Zelf de aartsvader van Israel, Abraham, als heiden uit de volken riep om zich een heilig volk af te zonderen, geloof ik in de bijzondere positie van dit volk in de geschiedenis.
Jezus de Messias is uit dit volk geboren, en door dit volk terechtgesteld en gekruisigd.

Mede als gevolg daarvan heeft de protestantse kerk van Nederland een rampzalige vervangingstheologie of vervangingsleer in het leven geroepen,die als volgt is te definiëren:
– In het plan van God is de christelijke kerk in de plaats gekomen van Israël, of nauwkeu- riger geformuleerd, de kerk is het historisch vervolg van Israël.
– Het Joodse volk verschilt niet van andere etnische groepen, zoals de Engelsen, Span- jaarden, enz.
– Zonder berouw, wedergeboorte en integratie in de kerk hebben de Joden geen toe- komst, geen hoop en geen roeping.
– In onze tijd, na Pinksteren, is “Israël” (in de juiste betekenis van het woord) de kerk.

Gelukkig komen steeds meer gelovigen terug op deze zeer onbijbels leer, Israël heeft zijn positie als volk van God namelijk nooit verloren.
Een aansporing tot gebed voor Israel zou eigenlijk helemaal niet nodig hoeven zijn, al was het alleen maar omdat God zelf daartoe aanmoedigt in zijn belofte aan Abraham met de woorden;
‘Wie u zegent zal ik zegenen, wie u vervloekt zal ik vervloeken.’

Wat me opvalt in de meest pro-Israel samenkomsten, is het de christenen voortdurend herinneren aan hun schuld t.o.v. het volk Israël.
Deze schuld zit dan voornamelijk in het tijdens de Tweede Wereldoorlog, laffe optreden van de kerk in het algemeen, waardoor onder toeziend oog van de kerk miljoenen Joden zijn vermoord.

Ik stelde al eerder dat het als gelovige goed is te bidden voor het volk Israël.
Het is onweerlegbaar verschrikkelijk dat het overgrote deel van de kerk haar ogen sloot voor het wegvoeren van de Joden tijdens WO2 en zich zelfs verrijkte aan de gestolen rijkdom van deze Joden.

Toch heb ik moeite met de schuldvraag in combinatie met de noodzaak om voor Israël te bidden.
Vandaar mijn vraag; ‘is het terecht om mij als christen steeds te herinneren aan mijn schuld, waarbij deze schuld des te meer reden is tot voorbede voor Israël?’

Ik stel deze vraag omdat schuld in de kerk en in het persoonlijk leven van kerkmensen sowieso al vaak de ondertoon van ons geloof is.
We zijn zó doorspekt van schuld, het lijkt in onze genen verweven!

Schuld!
Terwijl Jezus in Zijn kruisdood volkomen verzoening bracht, en Paulus in Rom. 8:1 zegt dat er geen veroordeling is voor degene die in Christus Jezus zijn, zeggen we tegelijkertijd; ‘ja maar, we blijven zondaren.’
Maar al te vaak wordt het hoogmoedig en arrogant gevonden om van jezelf te zeggen een geliefd kind in wie God een welbehagen heeft, te zijn.

Ik geloof dat we Jezus eren in ons te noemen wat we zijn; Geliefde kinderen van de allerhoogste God!
Te proclameren dat we evengoed ook nog zondaar zijn zegt als het ware dat Jezus voor niets gestorven is.
Zijn offer is niet genoeg geweest; voor sommige stukjes kunnen we het zelf of zou Hij nog een keer gekruisigd moeten worden.
Dit is natuurlijk klinkklare leugen, waarmee we de God van Israël te kort doen en onszelf beroven van de vreugde over onze vrijheid in Christus.

Daarom geloof ik dat oproepen tot gebed voor Israël, niet gepaard moet gaan met schuld.
De reden dat we voor Israël bidden is liefde voor onze oudere broer, en niet omdat we schuld hebben aan dat volk.

Wat nog kwalijker is, we stellen Israël Jezus voor als iemand die blijft hameren op schuld, terwijl onze en Israels schuld mét en in Jezus aan het kruis gehamerd is.
Met ander woorden:
Israëls schuld voor het doden van de Zoon van God en onze schuld aan het doden van miljoenen Joden is in de kruisdood van Jezus teniet gedaan.

Wanneer schuldgevoel de reden is tot voorbede voor ons broedervolk Israël, zetten we hún en onze oudste broer, Jezus te schande, en zijn we zelf onderdeel in het ontkennen van Jezus Messias.

David zong er al van hoe iedere aanklacht aan het kruis de mond is gesnoerd;

‘Ziet, hoe goed en hoe liefelijk is het, als broeders tezamen wonen.
Het is als de kostelijke olie op het hoofd, nedervloeiende op de baard van onze oudste broer, Jezus, onze Koning, Priester en Profeet.
Hoe luiden de vrolijk klinkende belletjes onder aan de zoom van zijn priesterkleed ons eeuwig loflied in;
‘Heilig heilig heilig is onze God Almachtig!’
‭‭
‭Zing je mee in de schuldvrije ruimte?

Auteur: tinyonline

Ik word blij van zelf nadenken i.p.v. napraten

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s