Psalm 88 (Een klaagzang)

Zondag 14 juli jongstleden luisterde ik een preek van mijn vorige voorganger Robert Roth.
Het onderwerp van de preek was Psalm 88, een klaagzang.

Het onderwerp raakte mij diep, vandaar dat ik me voornam een blog over klagen te gaan schrijven.
Nu is het meestal zo dat wanneer er in mijn brein een idee voor een verhaal begint te borrelen, er dat dezelfde dag uit moet.
Dat lukt ook altijd wel, het zit vanbinnen en komt als vanzelf naar buiten.
Alleen, bij dit blog lukte het maar niet.
Het zat er vanbinnen wel, maar het kwam er niet uit.
Ook niet na nog een keer naar de preek over psalm 88 te luisteren.

Ik heb verschillende opzetjes gemaakt, die stuk voor stuk in de prullenbak belanden.
Dan moet ik mezelf dus de vraag gaan stellen waarom het me bij andere blogs gemakkelijk afgaat, en waarom er nu niets op papier komt.

Ik zou natuurlijk de preek van Robert letterlijk kunnen gaan citeren, maar dan is het niet mijn blog.
En ik vind het ook fijner te schrijven als reactie op de preek.
Wat doet die psalm met mij?

‘Ik weet het niet meer Heer, wat moet ik doen?’
Kijk, daar begint mijn klacht…

Waarom dan die moeite om wat ik erbij voel op papier te zetten?
Ik ontdekte dat de klacht teveel bedekt was met allerlei andere smurry.
Een blog over klagen kan namelijk gemakkelijk over een ander gaan.
Ik kan een heel mooi betoog houden over waarom u of jij van God klagen mag, de Bijbel staat nl. vol klaagzangen.
Er is zelfs een heel Bijbelboek aan gewijd; de Klaagliederen van Jeremia.
Je mag dus van God jeremièren…

En daar zit dan meteen mijn eigen blokkade bij het schrijven over klagen, durf ik toegeven dat ik niet durf klagen en durf ik te kijken naar het waarom daarvan?
Het voelt nl. niet goed het over de derde persoon te hebben.
Met andere woorden; Jij mag van God jeremièren (van mij)
maar mag ik ook van mezelf jeremièren?
Eigen ik me de toestemming van God toe dat ik klagen mag?
Sta ik het mezelf toe te klagen?
Niet alleen wanneer ik met de deuren en gordijnen dicht met niemand erbij mijn ogen uit mijn kop jank, maar ook waar anderen bij zijn?
Mag God mij dan zien?
Mogen anderen me zien wanneer ik er totaal doorheen zit?
Die vraag is erg confronterend en haar beantwoorden al net zo.

Nee, dat mag niet van mezelf, en daarom is erover schrijven zo moeilijk.
Want míjn blog is míjn verhaal en dat moet het ook zijn!
Maar tussen alle vrolijkheid en Halelujah Prijs de Heer ineens vertellen dat er diep van binnen een klein meisje huilt (en dat dag en nacht maar blijft doen) is wel heel erg kwetsbaar toch?
En dat is eng…

Door heel veel afwijzing van mijn klacht ben ik voortdurend bang om weer door anderen afgewezen te worden.
De gevolgen van die afwijzing draag ik dag aan dag met me mee.
Maar deze angst is maar zo mijn eigen excuus geworden voor afwijzing van mezelf waardoor ik zelf meedraai in het molentje van oordeel, schaamte en schuld.
Want ten diepste is afwijzing oordeel.
Afwijzing door anderen is oordeel, jezelf afwijzen is zelfoordeel.
Oordeel leidt tot negeren en in de Bijbel betekent negeren vervloeken.

Dat is nogal wat.
Ik wijs mijn eigen klacht af, dus vervloek ik mij zelf in mijn klacht te vervloeken.
Wat nog ingrijpender is, ik verwacht ook van God dat Hij mij afwijst, want, denk ik, ‘ik ben zijn kind dus moet ik nu blij zijn.’
Hij zorgt immers voor mij, dus waarom zou ik bezorgd zijn?
Maar ondertussen staat me wel het water aan de lippen…

Ik heb iemand eens horen preken over ‘ the root cause of Your problem is condemnation ‘
Oordeel is de wortel van al je problemen.
Dan is oordeel ook de wortel van je problemen niet durven erkenen.

We leven in een maatschappij waarin amper tijd is voor elkaar, laat staan voor jezelf.
Niemand durft nog kwetsbaar zijn, omdat dan je kop eraf gehakt wordt.
Maar in de kerk moet het anders, omdat Christus zelf zegt;’Gij geheel anders’
Wanneer we in de kerk niet meer durven of kunnen klagen zal daarom eerst het probleem ‘oordeel’ aangepakt moeten worden.
Het begint bij in de schuldvrije ruimte mezelf-onszelf niet meer oordelen.
Pas daarna is het veilig genoeg om kwetsbaar te zijn naar God en naar mezelf.

Klagen is bidden zegt ds. Robert Roth.
En dat is waar.
Christus is namelijk de grond onder elke klacht.
Dan hoef ik dus geen enkele reden aan te dragen waarom ik niet of juist wel klagen mag.
Christus zelf is de reden van mijn klacht.

Psalm 88
Een lied, een psalm.
Here, God van mijn heil, ik roep u dag en nacht.
Zie mij staan
Hoor naar mijn roepen.
De ene na de andere ramp overspoelt mij.

Net als de doden heb ik totaal geen rechten meer Heer.
Mijn enige recht lijkt nog het graf.

U hebt mij in een diepe kuil laten zakken,
Het is hier stikdonker.
Ik ben vreselijk alleen,
al mijn vrienden hebben me laten vallen.
Ze bespugen en bespotten mij.

Wat denkt U,
Dat er in dit graf iemand naar me luisteren zal?
Er is hier toch niemand?
Welk nut heeft mijn spreken dan nog?
Ieder woord ketst af en komt als een pijl naar mezelf terug.

Waarom Heer?
Ben u mij vergeten?
Bent u uit op mijn ondergang?
Ik verdrink in deze radeloosheid!

Kom mij redden God,
Ik heb alleen nog u…
Kom mij redden God,
Ik heb alleen nog u…

wil je de preek van Ds.Robert Roth ook luisteren?

Dat kan via de app ‘kerkdienst gemist’
14 juli 2019
Kristalkerk
Hengelo

Auteur: tinyonline

Ik word blij van zelf nadenken i.p.v. napraten

3 gedachten over “Psalm 88 (Een klaagzang)”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s