Help, ik help helpen.

Sinds september zit ik weer in de schoolbanken van het Evangelisch College in Zwijndrecht.
Over drie jaar hoop ik daar de HBO opleiding Pastoraal Hulpverlener af te ronden en op dat terrein aan de slag te kunnen gaan.

Bijzonder interessant is dat het overgrote deel van ons klasje zoals dat in de volksmond heet, een rugzakje heeft.
De één wat zwaarder dan de ander maar bij ieder gevuld met in het leven opgedane pijnlijke herinneringen en/of traumatische ervaringen.

Niemand ontkomt in het leven aan dit soort kwetsuren, we lopen allemaal vroeg of laat één of meerdere emotionele verwondingen op.
Deze pijn worden als het ware stenen die het rugzakje steeds zwaarder maken.
De stenen die het leven in je tas heeft gestopt kunnen een enorme belemmering worden het leven überhaupt te leven.
Opgestapeld worden de stenen een steeds hogere muur waarachter je je voor de rest van je leven verstoppen kunt, afgeschermd van welk gevaar dan ook.
Je waant je veilig achter je eigen muur, waar je er zelf voor zorgen kunt dat niemand je nog kwetst.

Na opgedaan zeer is het erg begrijpelijk een verdedigingslinie aan te leggen waar alleen jij de baas bent.
Maar daar ontstaat meteen een nieuw probleem; de verstopplek wordt je eigen ontworpen gevangeniscel.
Bij elke, al dan niet realistische dreiging wordt deze gevangenis enger en benauwder totdat het jezelf verstikt.
Door anderen op afstand te houden en niemand meer toe te laten vereenzaam je steeds meer, en wordt je je eigen gevangenisbewaarder waardoor je uiteindelijk zelf de pijn van het trauma in leven houdt.
Om achter deze waarheid te komen kan verschrikkelijk confronterend zijn…

De stenen in je rugtas kun je ook als stepping stones gebruiken naar een leven na het trauma.
Het zijn dan geen bouwstenen voor een muur waarachter je jezelf veilig waant, maar de stenen waarmee je een pad naar een leven van de pijn voorbij plaveit.
Iedere steen waarmee je het pad verlengt, brengt je voeten naar daar waar de pijn van het verleden je toekomst niet meer bepaald.
Om te voorkomen dat de wond gaat etteren, wordt deze niet ontkend maar verzorgd en geheeld.

‘I’ve been there,’ zegt de Engelse taal zo mooi.
Na opgelopen trauma wilde ik met niemand meer iets te maken hebben, en al helemaal niet met de plek waar ik de grootste averij opliep, de kerk.
Toch wil ik juist daarom in de kerk pastoraal werker zijn.
Ik heb zelf ondervonden dat wanneer je eindelijk om hulp durft vragen, je in de kerk groter kans hebt nog meer schade op te lopen dan waar ook.
Daar tegenover staat dat de Heer iemand op mijn pad bracht die d.m.v. goed pastoraat het vertrouwen in de kerk en het pastoraat herstelde.

Ik zou daarom willen dat het pastoraat door niet niet meer alleen (overigens goedwillende) vrijwilligers wordt ingevuld, maar meer en meer een geprofessionaliseerde taak wordt.
Dit om de zorg over de gemeente niet alleen op de schouders van een predikant te leggen en tevens ter bescherming van de hulpvrager en vrijwilligers.
Ik ben daarbij van mening dat de kerk het zichzelf ook waard moet vinden goede zorg te bieden aan haar huisgenoten.
Dat zorgt voor openheid in het kwetsbaar durven zijn waardoor de gemeente meer en meer een veilige plek voor de mensen binnen en buiten de kerkmuren wordt.

Waar ik naar verlang is dat ik de ogen en oren van Jezus mag zijn om daar met mijn handen aan te raken en te helen waar dat nodig is.
Tevens bid ik om onderscheidingsvermogen om mijn ogen en oren te sluiten voor daar waar ik mijn handen, om ze niet zelf te branden vanaf moet trekken.

Auteur: tinyonline

Ik word blij van zelf nadenken i.p.v. napraten

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s