‘Doe ik het goed Pa?’

Sinds een paar weken volg ik op BBCfirst een spannend drama: ‘MotherFatherSon’
De hoofdpersonen zijn Max, eigenaar van één van de invloedrijkste media-imperiums ter wereld, Katryn, de ex-vrouw van Max en hun zoon Caden, jongste editor van Max’s zeer gewaardeerd dagblad ’The Nationals.’
Om onder de druk van zijn vaders’ verwachtingen uit te komen verdooft Caden zijn pijn met cocaïne en allerlei uitspattingen.
Als gevolg van dit buitensporig leven wordt Caden getroffen door een zware beroerte en verandert in een hulpeloos kind.
Op dat moment ontstaat tussen Max en Katryn een gevecht om de ziel van hun zoon, daar Katryn hierin een kans ziet om weer contact te maken met de gevoelige jongen, die Max bij haar vandaan heeft gerukt.

In de aflevering van afgelopen week speelt zich de volgende zeer dramatisch scène af:
Caden ondergaat een intensieve revalidatietherapie maar zal nooit meer de oude worden.
Zijn rechterarm en rechterbeen zijn gedeeltelijk verlamd, zijn gedrag is onvoorspelbaar, zijn geheugen kort, zijn mond staat scheef en hij kwijlt.
Om allerlei speculaties de kop in te drukken belegt men een persconferentie waarin Caden op het hart wordt drukt niet op vragen in te gaan.

Na afloop van de persconferentie vraagt Caden aan Max: ‘Pa, hoe deed ik het?’
Na een korte stilte antwoord Max: ‘Je deed het goed,’

Katryn gaat er ondanks de blijvende beperking van haar zoon van uit dat Caden binnen niet al te lange tijd weer gewoon aan het roer van Max’s imperium zal staan.
Alles zal volgens haar snel weer zoals vanouds zijn, alsof er niets gebeurt is.

Wanneer Caden terug is in het revalidatiecentrum vraagt Katryn aan Max wat er is?
M. ‘Niets’
K. ‘Komt het door hoe hij bewoog?
Door wat hij zei?
Zijn geheugen?’
M. ‘Het ligt niet aan wat hij zei.
Het is niet zijn geheugen en
niet zijn spraak.’
K. ‘Wat dan?’
M. ‘Hij vroeg hoe hij het deed.’
Niet begrijpend vraagt Katryn: ‘Hij vroeg…?’
M. ‘Hij vroeg, hoe deed ik het?’
K. ‘Dus?’
M. ‘Ik loop een kamer binnen, ik
zeg: ‘zo gaan we het doen’
Ik vertel je: ‘zo heb ik het
gedaan, ‘ ik vraag niet: ‘hoe
deed ik het?’ Dat weet ik al.
En als ik daar niet zeker van
ben, dan moet ik een andere
baan zoeken.’
K. ‘Wat? Kan hij niet voor je
werken?’
M. ‘Nee.’
K. ‘Echt niet?’
M. ‘Absoluut niet.’
K. ‘Maar hij wordt beter, hij doet
zijn best!’
M. ‘Het ligt niet aan zijn
beroerte.’
K. ‘Waaraan dan wel, wat is het?’
M. ‘Al runt hij mijn zaak vanuit
een rolstoel, dat zou niet erg
zijn.
Het zou niet erg zijn als hij
moeilijk sprak als hij
geschikt was geweest.
Maar dat is hij niet.
Dat is niet omdat hij anders
is, er is niets verandert.
Het is dezelfde man.
Ik zag een man die vraagt:
‘hoe deed ik het?’
Hij is een medewerker, geen
leider.
Hij vroeg of hij het goed
deed…’

Ik zag prachtige paralellen met God de Vader en God de Zoon;
Vader God die al in het begin een plan had de mens te redden: ‘zo doe ik het.’
Volkomen één met de wil van Zijn Vader vroeg Jezus nooit: ‘doe ik het wel goed Pa?’
Hangend aan het kruis deed Hij dat waarvan Hij altijd al wist: ‘zo doe Ik het.’
Volkomen zeker van Zijn zaak riep Hij : ‘het is volbracht,’ waarna Hij het hoofd buigend Zijn geest over gaf aan Vader.

Welke parallel in het verhaal van Max en zijn zoon Caden en onze verhouding tot Vader God zou er te vinden zijn?
Is dat die waarin we ons in allerlei bochten wringen om door Hem goedgekeurd te worden?
De houding van een werknemer die na gedane arbeid verwacht beloont te worden?
Is de buitenkant mooi opgepoetst maar innerlijk zijn we niets verandert?
Proberen we God te sussen met: ‘ik ben nu eenmaal een zondaar’ omdat we als slaaf bang zijn voor straf?

Of zeggen we:
Jezus’ offer heeft me bevrijd uit de macht van de slavernij van de zonde, ik ben voor eeuwig vrij.
In die vrijheid ben ik geen werknemer die loon verdiend, maar uitgekozen om dienend te volgen waar Hij ook gaat.
Mijn naam staat opgeschreven in het boek van de levenden, daarom hoef ik niet mijn best te doen in een goed blaadje te komen, door zijn verzoenend sterven sta ik dat al!
Van mezelf ben ik naakt, maar Hij heeft me Zijn koninklijke mantel der gerechtigheid omgehangen.
Van oorsprong draaien mijn gedachten alleen om mezelf, maar Hij zuivert ze van elke eigengerechtigheid.
Onbekwaam tot enig goed geef ik mijn tijd aan Hem, waarna ik alle tijd heb Hém te aanbidden te loven en prijzen.

Door het offer van de Zoon ben ik niet maar gewoon een werknemer maar Zijn geliefde kind in wie Hij een welbehagen heeft.
Zoals Hij het licht der wereld is, zo ben ik in Hem het licht der wereld.
Zoals Hij en de Vader één zijn, zo ben ik één met Hem,
mijn Heer, mijn Heiland, mijn Jezus…

Ja maar of gaan?

Auteur: tinyonline

Ik word blij van zelf nadenken i.p.v. napraten

One thought on “‘Doe ik het goed Pa?’”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s