Fladderende vogeltjes.

Vandaag is het 24 november, de verjaardag van mijn oudste dochter en tweede zoon.
Twee heel verschillende baby’s toen ze geboren werden, Joke, klein, blank en rossig, Jelle-Dirk, een spek-rug, en donker.
Het liefst vierde ik samen met mijn kinderen hun verjaardag en ik weet wel zeker dat ook zij die wens hebben, maar het is anders gelopen.
Om niet te verdrinken in de put van eenzaamheid, verdriet, schuld en schaamte ben ik naar LaPlace gegaan om een gebakje te eten en zo de verjaardag van mijn kinderen te vieren.

Om het tafeltje waaraan ik mijn feestje vier staan 4 stoelen waardoor het alleen zijn extra benadrukt wordt.
Terwijl allerlei herinneringen en beelden van toen om aandacht vragen, kijk ik om me heen naar al die mensen die samen zijn en soms komen vragen of ze bij een stoeltekort één van mijn stoelen weg mogen pakken.
Er bevangt me een soort van ‘ik gun het jullie, maar ook mezelf zo hevig’ jaloezie tot mijn blik de pas inhoudt bij het tafeltje tegenover me.
Aan de ring om de vinger van het, naar ik schat iets oudere echtpaar dan ik, is te zien dat ze niet alleen zijn, ze horen bij elkaar, ze zijn samen.
Gebiologeerd staar ik naar de spiegeling van de prachtige sfeerverlichting in de bolling van het gouden verbondsteken van deze twee mensen.

Verdrietig bedenk ik me dat ik ook een paar keer zo’n kostbaar glimmend teken van het huwelijksverbond omgeschoven heb gekregen.
‘Ja, dat beloof ik,’ klonk daaraan vooraf.
Nog voor de film van vroeger op repeat staat, kruist mijn blik die van de vrouw en zie in één oogopslag dat het enige wat dit echtpaar aan het tafeltje tegenover me nog bindt, dat gouden bandje om hun ringvinger is.
Aan de oorverdovende stilte hoor ik dat ze elkaar niets (meer) te zeggen hebben.
Ik sla mijn blik beschaamd neer, alsof ik iets gezien heb waar ik eigenlijk niet kijken mocht.

Omdat ik me zo herken in deze vrouw, bomvol binnengehouden woorden toestemming smekend gezegd en gehoord te worden, begint er toch een film te draaien en ik laat het maar gewoon toe.
Ik kijk in een hart vol liefde, gedachten en verlangens naar de ander, jarenlang opgesloten en gevangengehouden door de wrede vuist van de hand die dezelfde ring draagt als de hare.
Woorden die recht hebben van spreken, maar door het verbod om te zeggen wat vanbinnen leeft het zwijgen zijn opgelegd.
In de ineengedoken houding van de vrouw herken ik een uitgedoofd kaarsje dat eens met haar flikkering nog hoopte het leven van de ander iets meer warmte en kleur te geven.
De handen in haar schoot vertellen het verhaal van een ongelijke strijd, waardoor ze de handdoek maar in de ring heeft gegooid.
Er waren geen oren om te horen wat ze te vertellen had dus deed ze er het zwijgen maar toe.

Ach, wat heb ik een medelijden met deze vrouw, eens een dartelend jong vogeltje dat haar vleugels in de wijde wereld uitsloeg, fluitend en zingend, vervult van blijde hoop en verwachting.
In de vaste overtuiging dat de man tegenover haar dezelfde hoop en verwachting koesterde, liet ze zich verlokken op zijn mooie stokje neer te strijken en daar te blijven.
Ze was thuis, dacht ze en liet zich ringen.
In de euforie van het ‘samen voor altijd’ uit vrije wil verbonden, bemerkte ze al snel dat om het houten stokje een kooitje werd gesmeed
Of zat het er altijd al en had ze door de roze bril van verliefd zijn het doel, haar aan handen en voeten te binden over het hoofd gezien?

Wanneer haar ogen de mijne nogmaals kruisen zie ik een walmend vlaswiekje, nog niet helemaal gedoofd.
Ik vraag me af of zij soms ook jaloers is op mij?
Zou zij denken: ‘wat heerlijk dat die vrouw aan het tafeltje tegenover me met niemand rekening hoeft te houden.
Wat benijd ik het dat je zomaar alleen een gebakje kan gaan eten.
Zou die vrouw aan het vierpersoons-tafeltje wel genoeg beseffen hoe fijn het is alleen te zijn?
Niet geringd en gekortwiekt?
Je niet af te hoeven vragen of dat wat je wilt zeggen wel gehoord wordt?’

In mijn hart is een stil gebed voor de kinderen uit mij geboren en voor deze vrouw:
‘Vader, lok deze bange fladderende vogeltjes naar het houtje op Golgotha en mag ik degene zijn die Uw kruis omhoog houd?’

Auteur: tinyonline

Ik word blij van zelf nadenken i.p.v. napraten

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s