Spiegel

In de trein deelt wel eens een buitenlander bedelbriefjes uit.
In ruil voor een pakje zakdoekjes hoopt hij zo een paar centen voor zijn jonge gezin bij elkaar te schrapen.
De meeste passagiers doen net alsof ze hem niet zien en leggen vervolgens aan elkaar uit waarom ze hem negeren.
Iedereen is het met iedereen eens al genoeg aan zichzelf te hebben en niet verantwoordelijk te zijn voor het onderhoud van een ander zijn gezin.

“Er zijn immers genoeg sociale voorzieningen in ons land?
Waarschijnlijk heeft deze bedelaar helemaal geen kleine kinderen en koopt hij straks drugs van óns geld!
Wie heeft trouwens tegen hem gezegd dat hij naar hier moest komen, niemand toch?
Precies, het zijn zijn eigen keuzes, dus…”

S’avonds kan het vervolgens zomaar gebeuren dat dezelfde mensen, jij en ik, ons met een rijkgevuld bordje op schoot voor de tv hebben genesteld.
Verbijsterd en verontwaardigd oordelen we hard over de wreedheid waarmee een woedend schreeuwende menigte, met lange stokken bootjes vol wanhopige vluchtelingen beletten aan wal te komen.

Ondertussen gebruiken we dikwijls de beelden uit arme landen als pressiemiddel wanneer onze kinderen hun bordje niet leeg willen eten en leren hun niet te vergeten te bidden voor de arme kindertjes.
Zondags in de kerk bidden we gezamenlijk om een oplossing voor de op drift geraakte vluchtelingen en vragen God goed voor hen te zorgen.

Behalve dat het geen zin heeft bij overgehouden volle bordjes schuldgevoelens te kweken over de lege buikjes van arme kindertjes heeft gebed natuurlijk altijd zin.

Maar stel dat de bel gaat en de bedelende jonge vader uit de trein staat op de stoep …
Hij heeft onze vakantieklaar schoongepoetst en volgeladen caravan op de oprit zien staan en smeekt om onderdak voor hem en zijn jonge gezin…
Wat dan?
Of we staan in de dienst net op het punt voorbede voor elkaar en de nood in de wereld te doen en worden onderbroken door dezelfde treinbedelaar die met vrouw en arme kindertjes onze kerkbank in schuift.

Het komt zelfs nog meer en enger dichterbij wanneer iemand die we al wat langer kennen en waarvan we uitgaan dat die het goed voor elkaar heeft, opeens opstaat en nood op nood op nood begint te delen.
Dan is waar we voor bidden ineens niet meer zo ver van ons bed, maar naast en in ons midden.

In een gemeente waar niet alleen geleerd, maar vervolgens beleefd wordt, dat sterven met Christus opstaan in een nieuw leven inhoudt, zal met genade en ontferming liefde bewezen worden aan naasten in nood.
Een kerk waar de kruisiging en opstanding van Jezus volop beleden en ervaren wordt spreekt geen oordeel uit over de oorzaak en eigen schuld van mensen in nood.

Het tegenovergestelde gebeurt wanneer, ondanks de smadelijke kruisdood van de Zoon van God, schuld nog steeds een issue is en zelfs gekoesterd wordt.
In zo’n omgeving zal automatisch vanuit the Just-World bias gereageerd worden.
Dit houdt in dat we gaan beschuldigen wanneer we in iemand anders’ leven, dat waar we zelf als de dood zo bang voor zijn,
bewaarheid zien.
‘Hij of zij zal het er zelf wel naar
gemaakt hebben.
Niets gebeurt zomaar voor niets.
Als je dit of dat niet gedaan zou hebben zou je nu niet in deze situatie zitten.
Had je maar niet…
Kijk eens in de spiegel, waarschijnlijk heb je het allemaal aan jezelf te danken!’

The Just-World bias heeft voor degenen die het toepassen een functie, nl. jezelf beter dan die ander voelen en vervolgens van boven af de ander op zijn eigen verantwoordelijkheid wijzen.

Het gaat recht tegen het gebod van Jezus in; God lief hebben boven alles en je naaste als jezelf.
In feite zeg je tegen God: ‘ben ik soms mijn broeders hoeder?
Nou mooi niet!’

Het is bijzonder pijnlijk dat onderzoek naar the Just-World bias uitwijst dat dit vooral onder gelovigen plaats vindt.
Daar waar we in de vrijheid van het offer van Jezus mogen staan, haalt Satan met zijn ‘boontje komt om zijn loontje’ leugen nou juist de grootste overwinning.
Het beschadigd niet alleen degene die hulp nodig heeft, het beschadigd een hele samenleving en doet in dit geval het getuigenis van de opgestane Jezus temidden van een wereld in nood teniet.

Het treft me iedere keer weer dat, wanneer je probeert dit denken vanuit de schuldvrije zone aan de kaak te stellen, de reactie meestal ontkennend is.
‘ Nee, je ervaart het misschien wel zo, maar dat zien wij toch echt anders.
Maar goed, iedereen heeft recht op zijn eigen mening, jij mag er anders over denken dan ik…
Maar je bedoelt toch niet te zeggen dat wij het verkeerd doen?’
In deze ontkenning wordt onderzoek naar waar the Just-World bias het meest plaats vindt, juist bewezen.
Zolang deze ontkenning stand houdt weigeren we in de spiegel te kijken die we zelf zo rap ter hand nemen om die de mens in nood voor te houden.
Het werkt vervolgens een onveilige sfeer en oordelende houding en ongenadige liefdeloosheid uit naar degene die onze hulp en bijstand zo hard nodig zijn.
Deze oordelende houding houdt daarmee the Just-World bias in stand en schept daarmee de ideale omstandigheden van het zelfrechtvaardigend denken: ‘ ben ik mijn broeders hoeder?’

Mijn broer en zus in Christus, zo moet het er in de gemeente toch niet aan toe gaan?
Beloofd Vader ons niet dat daar waar liefde woont, Hij zelf zijn overvloedige zegen gebiedt?

Wanneer we samen in de spiegel van de gerechtigheid kijken, wie zien we dan?
Enkel en alleen Jezus…!

Auteur: tinyonline

Ik word blij van zelf nadenken i.p.v. napraten

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s