De poten onder mijn stoel weggezaagd.

Een paar weken geleden vierde ik een korte vakantie in de Bijbelgordel ook wel ‘Biblebelt’ genoemd.
Dit is de benaming van een brede strook die door Nederland loopt, van Zeeland naar Overijssel.
In deze strook wonen relatief veel bevindelijk gereformeerden, een plakkertje op een gelovige die de nadruk legt op de persoonlijke toe-eigening van het heil.

Ondanks dat plakkertjes bij mij jeuk en irritatie opleveren, gaf de tekst lezing uit Romeinen 8 hoop op bevindelijke toe-eigening van hét Heil, de verlossing van zonde en dood door het bloed van Golgotha.
Bij het memoreren van de vertaling uit The Passion Translation hoor ik in mijn verbeelding altijd tromgeroffel bij vs. 1 ; ‘So now 🥁🥁🥁🥁🥁🥁 the case is closed!’

Omdat ook in deze kerk de klimaat lobby dmv haar ‘red de aarde’ evangelie Rom. 8 voor haar eigen doeleinden gekaapt heeft, was het geluid dat ik tijdens de preek op de bewuste zondag in de Biblebelt hoorde, van een heel andere orde.
Ik hoorde tientallen alarmbellen rinkelen, honderden sirenes loeien, en waaide door de orkaankracht van duizenden bloedrood wapperende vlaggen bijna van mijn stoel.
Dat de schepping zucht en kreunt als in barensnood is voor iedereen overduidelijk!
Maar waarom het met smart wachten op de openbaring van de kinderen Gods tot actie moet dwingen me uit te sloven de aarde te gaan redden is mij niet helemaal duidelijk.
Waarom zo’n preek dan ook nog vermijd het vooral niet over een gekruisigd en opgestane Jezus te hebben, maar mijn verantwoordelijkheid naar de bomen en de beestjes benadrukt al evenmin.
Net zo begrijp ik niets van het negeren van Jezus’ boom-preek uit Matt. 24, het hoofdstuk waarin Hij ons opdraagt acht te geven op de tekenen der tijden.

Dat de bomen in het veld voor hun Maker klappen en onder hun bladeren de vogeltjes een loflied ter ere van hun Schepper aanvangen, daar hebben de ‘wij gaan de aarde redders’ geen enkele boodschap aan.
De belofte aan Noach uit Gen 8:22
‘Voortaan, al de dagen van de aarde, zullen zaaitijd en oogsttijd, koude en hitte, zomer en winter, dag en nacht niet ophouden.’
zegt al helemaal niks meer, net zomin als toentertijd de hamerslagen van zijn 120 jaar lange preek vóór de zondvloed.

Ik word in de kerk graag van mijn stoel geblazen, maar dan wel met de bedoeling in ontzag neer te vallen aan de voet van de boom buiten de stadsmuren van Jeruzalem.
Niet om die boom te redden, maar om Degene Die om míj te redden, zich eens als een verachtelijk insect aan het hout van een kruis vast pinnen liet.

In tegenstelling tot dit verlangen en naar ik meen terechte verwachting, sloeg ik van verbijstering en ontzetting mijn handen voor de mond bij de uitspraak van dominee dat God niet heeft gewild dat Jezus werd gedood.
Huh?
Ik wilde schreeuwen en wegrennen maar durfde als in shock vastgenageld me nog amper bewegen.
Ik wilde opstaan en roepen; ‘maar hoe zit het dan met het smeekgebed van Jezus: ‘laat deze drinkbeker aan Mij voorbijgaan, maar niet Mijn, maar Uw wil geschiede?’ maar wist dat dat geen zin meer heeft.
Wat deze dominee presteerde is het heerlijk Evangelie kompleet ontkrachten en op losse schroeven zetten.

Aards gesproken wordt Jezus dan opeens een heel ongehoorzame Zoon, een puber die recht tegen Vader’s wil ingaat en gewoon doet waar Hij Zelf zin in heeft.
Wat?
Zin in heeft?
De dood joeg Hem zoveel angst aan dat Hij bloed en tranen zweette.
En toch ging Hij!
Om de boom te eren met Zijn bloed?
Om Zijn Vader te laten zien dat Hij een eigen willetje heeft?
Nee, om in het redden van zondaars de aanklacht van de wet het zwijgen op te leggen en Satan daarmee voor eeuwig en altijd als een tandeloze kakkerlak te kakken te zetten.

Dus dominee, u mag van mij alle poten onder mijn stoel wegzagen, mij jaag je niet meer uit het Vaderhuis.
Ik kniel veel liever neer waar Jezus bloed de aarde rood kleurde om van daaruit de wandeling aan te vangen naar de tuin met het open graf.
Door het suizen van een zachte wind heerst in die tuin een heel ander klimaat, en klinkt uit de mond van duizenden tienduizenden een loflied: ‘nu jaagt de dood geen angst meer aan, want alles alles is voldaan!’
Wiens naam honing is op mijn tong , roept mij daar bij mijn nieuwe naam, een naam die alleen Hij en ik weten.

Jezus’ waarschuwing; ‘de bijl ligt al reeds aan de wortel van de boom,’ in acht nemend roep ik u daarom dringend op: ‘kom ga met ons en doe als wij…’

Auteur: tinyonline

Ik word blij van zelf nadenken i.p.v. napraten

4 gedachten over “De poten onder mijn stoel weggezaagd.”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: