Opgenomen.

Opgenomen…
Gisteren ben ik opgenomen…
Alles waar ik voor mijn opname op hoopte is werkelijkheid geworden.
En nog meer dan dat!

Het ging :roetsjjjjj
Terwijl elk aards bezit achterbleef, en mijn schoenen verschroeiden van de snelheid waarmee ik eruit stapte, was ik daar…
Daar,waar ieder mens van droomt, daar waar ieder schepsel een ingeschapen heimwee naar heeft.
In the blink of an eye,sneller dan een miljoenste seconde werd ik opgenomen in een andere wereld en wandel nu door de straten van het nieuw Jeruzalem.
Het gras is hier groener dan groen, de lucht blauwer dan blauw, het water in de klaterende beken helderder dan helder.

De straten zijn van gouden kristal en van een zuiverheid waarvan Swarovski,na jaren tevergeefs experimenteren, dacht dat het een utopie is.
Knotsen van parels markeren de 4 hoeken van de stad,waarin het vrij in en uit gaan is.
Er is geen gevaar of angst voor terroristische aanslagen,zodat de stad geen barrières heeft.
Geen enkele geheim agent met oortjes waaraan een pijpenkrullen snoertje hangt, wat hun verbindt met het hoofd van de FBI en CIA, is hier te bekennen.
Politiebureaus hoeven uit bezuiniging niet te sluiten evenmin als de ziekenhuizen,ze zijn hier namelijk niet te vinden.
In het nieuw Jeruzalem heeft iedereen een riante bonus ontvangen waarvoor het niet nodig is het kabinet bij elkaar te roepen.
De marine heeft zijn schepen achter zich verbrandt,en geniet nu van hun eeuwig durend verlof.
Vandaar dat geen enkel uniform hier nog waarde heeft,het is alles achtergebleven op een enorme berg lompen.

Het fundament van deze stad is opgebouwd uit 12 lagen edelsteen,waarvoor menig goudsmid een kapitaal neer zou tellen.
Overal is vreugde en plezier.
De pleinen en straten worden gevuld met feestvierende mensen die allen een all inclusief ticket in bezit hebben gekregen.
Want dat is de enige voorwaarde om hier binnen te komen.
Het ticket bevat de handtekening van Vader Zoon en Geest, en verschaft toegang tot elke belevenis.
Het staat als een sierlijk kruisje in ieders voorhoofd getatoeëerd, een ereteken waardevoller dan elke onderscheiding ook.
Niemand hier heeft zelf ook maar enige prestatie geleverd het te verdienen,het is ons allemaal geschonken door het sterven van Jezus de Zoon.

Ja,het is waar wat Corrie ten Boom zei:”stel het je maar heel mooi voor,het zal nog mooier zijn!”

De aartsvaders zijn altijd bereid tot een praatje,
Mozes,die zijn staf niet meer nodig heeft bv.
Ik wilde wel eens weten wat hem nou bezielde toen hij op de rost sloeg i.p.v. te spreken tegen de rots.
Hij lacht er nu om.
David,die zijn katapult en zwaard niet meer hoeft te gebruiken;hier is geen spottende Goliath terwijl de leeuwen en beren spelen met lammetjes,die ze eerder nog woest verslinden wilden.
Ik raak niet uitgekeken en zou nog eeuwen kunnen vertellen over deze stad, waar de zon niet ondergaat.

Waauw,ik wil hier nooit meer weg,nooit meer!
Jezus is hier alles in allen,een wonderlijke ervaring die alle verstand te boven gaat.

Opgenomen…
Terwijl ik gisteren met vakantie zou gaan werd ik in het ziekenhuis opgenomen.
Ziek en uitgedroogd lig ik aan een infuus van prednison en vocht.
Druppel voor druppel doet het zijn werk in mijn lijf.

Ik zou nu boos kunnen zijn,woest op God.
“Heer,hoe, waarom ?”
En ja,ik ben in de war,ik ben verdrietig,ik heb veel pijn.
Maar ik kies ervoor te blijven geloven dat Hij goed is.
Ik heb me aan laten sluiten op een infuus waaruit Jezus’ bloed druppel voor druppel mijn geest,ziel en lichaam vernieuwt.
Hij zorgt voor me op een manier waarvan ik nu de uitkomst nog niet zie.
Wat ik wel weet is dat het mooier en beter zal zijn dan iets door mezelf bedacht.

Opgenomen…
Ik ben in Hem opgenomen tot een nieuw leven.

Wijn voor onder de 18 en kadetjes met omelet.

Schoolreisje

Vanaf de vijfde klas gingen we met de school met de bijbel,waar ik als kind vroeger les kreeg, op schoolreisje.
Terwijl we in de klas naar de instructies van juf of meester luisterden, zagen we door de grote ramen van het klaslokaal de bussen voorrijden, wat de spanning nog hoger opvoerde.
Zo erg, dat sommige kinderen over moesten geven van uitgelaten en opgewonden zenuwachtigheid.
Ik hoopte zo dat ik op een plekje bij het raam kon zitten,want dan kon ik moeder bij het uitzwaaien goed zien.
Tussen de andere vaders, moeders, bessies en bêbes stond ze in de rij van opgewonden vrolijkheid.
Vroeg in de morgen,na de nacht waarin je natuurlijk geen oog dicht had gedaan,stond moeder in de keuken eieren schuimig te kloppen,.Uit de koekenpan lagen die even later als dikke warm schuimige lagen op de opengesneden kadetjes af te koelen op het ouderwets granieten aanrecht.
Het hele huis rook ernaar,en het water liep me in de mond.
Zodra de bus het dorp uit was, zou ik de zak met deze lekkernij open maken en nog vóór de morgen om was, zou de helft op gesmuld zijn.

Voor moeder was het ook feest,want nu ze een dag geen kinderen om de benen had, kon ze mooi het hele huis eens onder handen nemen.
Om te luchten werden de gordijnen uit de rails gehaald,en samen met de matrassen en dekens naar buiten gebracht, om aan het eind van de middag te worden afgeranseld met de mattenklopper.
(Deze mattenklopper had ook wel eens mijn jurkje te pakken gehad.
Jammergenoeg hing dat jurkje toen niet aan de waslijn te luchten…)

Ach…nu stond moeder naar me te lachen en zwaaien,ik kreeg een brok in mijn keel.
Het liefst was ik de bus uitgerend, naar moeder, ik had nu al heimwee naar haar.
Haar achter te laten deed pijn in mijn buik, terwijl de traantjes erg hoog zaten.
Maar…de bus ging rijden,er was geen weg meer terug!

Grappig te bedenken dat moeder het heerlijk vond en zelf hoopte dat de bus snel weg reed, omdat het huis op haar wachtte!
Zo kon ze een dag lekker haar eigen gang kon gaan.
Poetsen,soppen en kloppen.Haar meest favoriete en voor mij als kind de meest gevreesde bezigheid.

Zodra we het dorp uit waren kwam ook de pret en de verwachting terug.
Het zou een geweldig leuke dag worden.
Vreselijk eng, en toch leuk!

En oh, die heerlijke witte kadetjes met gebakken omelet.
Dat is een herinnering die me ook nu nog het water in de mond laat lopen.
Wellicht is dat voor mij het meest kostbare van het schoolreisje; de zorg van moeder,die al vroeg in de weer was met mijn eten voor die dag.

Aan het einde van de middag kropen we onder de banken van de bus zodra we het dorp weer inreden.
Prachtig hoe dit oude ritueel voor elk kind,dat voor eerst met schoolreisje gaat, nieuw is.
Vaders en moeders dachten echt dat de bus leeg terug kwam…
De gedachte alleen al dat je het zelf geloofde doet je glimlachen.
Het toneel verandert niet, alleen de spelers.

Moeder moe en met een verhit gezicht van háár favoriete bezigheid, nam me blij weer mee achterop de fiets.
Het huis was weer gelucht, vanavond mocht ik in een krakend helder bedje kruipen.
Waar ik mijmerend over de afgelopen dag al spoedig in slaap viel.

Hoe kan ik soms verlangen naar het kind dat nog zo heerlijk naïef het leven moest ontdekken.
Het kind, dat ondanks de waarschuwing van moeder niet meteen alles op te eten, de zak met kadetjes, belegd met omelet, zodra moeder het niet ziet, open maakt en verrukt de heerlijke geur opsnuift.
De geur van vertrouwdheid en geborgenheid.
Het onbevangen vertrouwen hebben in een wereld die geen kwaad in de zin heeft.
Dat naïeve verdwijnt wanneer je in het “groot” worden steeds meer butsen oploopt.

Wat een bevrijding weer kind te mogen zijn bij Vader.
Weer naïef en onbevangen bij Hem op schoot te kruipen,wetend dat je geliefd bent.
Te schuilen onder Zijn kraakhelder vleugels die je omarmen, bedekken en beschermen tegen de invloed van alle pijn in het leven opgedaan.
Alsof je bang en onzeker onder de dekens van je schone bedje kruipt.
Hier ben je veilig met je van pijn gezwollen hart vol blauwe plekken.
Onder Zijn vleugels ontdek je dat die pijn door Jezus is opgenomen als een spons die zich vol zuigt met zure wijn.
De wijn van zure druiven die de tanden sleets maakt.
De wijn die Jezus dronk nadat Hij eerder de beker vol zoete wijn aan ons doorgaf.
Aan mij.
Om te gedenken…
De vreugde beker,
De beker van verzoening.
De beker die het hart vrolijk maakt.

Blij als een kind dat met schoolreisje gaat.
In de rugtas genoeg kadetjes met omelet.

Kadetjes en wijn…smakelijke combinatie!

Someday/Right Now

Het Vaderhart van God, hoe zien we dat, hoe zie ik dat?
Wat voor gedachten komen er boven bij het woord “Vader?”

Wanneer ik naar Jezus kijk zie ik Vader.
* Hij kwam met het doel voor mijn zonden te sterven.
* Hij kwam om mij het Vaderhart te openbaren.
Om mij op een plek te krijgen, waar ik “Onze Vader” zou zeggen.
Onze Vader; Jezus’ Vader,mijn Vader!

Elke daad van Jezus hier op aarde had dat tot doel; mij het hart van Vader te laten zien.
Het hart van Vader, dat zoekt naar ontheemde kinderen.
Wezen.
De kinderen die in het paradijs ervoor kozen het hart van Vader te verlaten,om daarna als asielzoeker door het leven te gaan.
Dwalend als schapen zonder herder,zoekend naar bevrediging in kortdurend genot.
Hunkerend naar een plek om Thuis te komen.

Thuis, waar het veilig is.
Thuis, waar eten is, elke dag opnieuw.
Thuis, waar voor je gezorgd wordt, elke dag opnieuw.
Thuis, waar een bed staat, zonder een verslindend monster eronder verstopt, zodat je rustig slapen kunt, er wordt over je gewaakt.

Waar het gebed allang verhoord is;
“Ik ga slapen ik ben moe,
Sluit mijn beide oogjes toe,
Here houdt ook deze nacht,
Over mij getrouw de wacht.”

Ik wéét dat over mij de wacht wordt gehouden.
Ik wéét dat niemand me wreed mijn bed uit komt roffelen.
Ik wéét dat het monster dood is.
Ik kan gewoon het raam wijd open laten staan,want ik ben veilig!

Thuis…
Waar ik dankend mag zingen;
“t’Boze dat ik heb gedaan,
Vader ziet het niet meer aan,
Schoon mijn zonden vele zijn,
Om Jezus’ wil ben ik nu rein.”

Alles waar ik vanaf mijn geboorte naar hunkerde is voorradig in het Vaderhart.
In dat Vaderhart is de bede verhoord;
“Uw koninkrijk kome,
In de hemel en op aarde”

De focus van de Bijbel wijst maar in één richting:Vader!

Niemand heeft op deze aarde een perfecte vader,niemand.
Het feit dat onze aardse vader tekorten heeft/had, kan maken dat we in eerste instantie ook zo naar onze hemelse Vader kijken.
In dat erkennen en herkennen kan ik mijn recht opgeven God niet als de perfect volmaakte Vader te zien.
Mijn aardse vader maakt fouten, net als ik.
Mijn hemelse Vader weet precies wat ik nodig heb, en in het offer van Jezus geeft Hij mij daar tevens het recht toe.

In Hem, Jezus,leer ik wie ikzelf ben,in Hem, Jezus ontmoet ik Vader.
In Vader zie ik dat het offer van Jezus volmaakt is,volkomen volmaakt.
Er is recht gedaan aan het kruis!
In Vader zie ik dat ikzelf volmaakt ben,omdat ik een volmaakt liefhebbende Vader heb.
Ik ben gekocht door het volmaakt zuivere bloed van Jezus.
Door de Heilige Geest zeg ik Abba,en Ben ik.

In ieders hart is een schreeuw naar identiteit.
Het is alles in Vader te vinden; Alles!

Het is geen “Somewhere/Someday” ervaring…
Het is een “Right Here/Right Now” ervaring!

Vader zoekt…
Hij zoekt naar degene die WETEN dat ze Zijn Kind zijn.
Dat weten geeft rust.
Dat weten opent ongekende bronnen.
Dat weten geeft Genade op Genade ontmoetingen met Vader.

In dat weten van Zijn kinderen schept Vader vreugde!

(Wordt vervolgd)

Parel van grote waarde.

Weet je wel hoe mooi ik glans?
Ik ben een parel.
Niet zo maar een parel, nee, ik ben een parel van grote waarde.
Zoals ik, zo is er geen ander, ik ben unique…

Mijn kleur is zuiver wit, als pas neergedwarrelde sneeuw.
De sneeuw, die, wanneer s’morgens de gordijnen opengaan, je de adem doet stokken in je lijf.
Gisteren waren de straten nog stoffig en vuil, terwijl in de nacht, toen je sliep, de wereld veranderde in een smetteloos wit ongerept sprookjeslandschap.
Alle smerigheid is onder een dik tapijt van sneeuwkristallen geveegd, er is geen vuiltje meer aan de lucht.
Stad en land ligt verstilt te wachten op sneeuwbal gevechten en roetsjende sleetjes, beladen met van pret gillende kinderen.

Verrukt sla je haastig je ochtendjas om je heen, opgewonden als een kind dat vandaag met schoolreisje gaat.
Naar buiten, want daar is het te beleven!
Het deert je niet, dat de buren je een beetje raar vinden.
De drang als eerste jou voeten in die heerlijke witte, knisperende laag zetten is onweerstaanbaar.
Wanneer je de buitendeur open doet, schuif je daarmee de sneeuw die 45 cm hoog de achtertuin bedekt, met kracht opzij.
Niemand heeft de sneeuw nog aangestampt, daarom is het nog lekker luchtig en vol beloftes.
Het frisse ochtend zonnetje doet de ijskristalletje schitteren als diamant.

En dan…
Je zet je stappen in de onbetreden nieuwe wereld
Diep zakken je voeten in de vuil bedekkende deken.
Wat grappig, het lijkt net of je zelf 45 cm. korter bent geworden!
Je bent weer heerlijk kind!
Dit is een sensatie die een niet te beschrijven geluk geeft.
Jij bent degeen die door de stappen van je voeten, veroveraar van een nieuwe wereld bent!
Eer alle anderen een smeerboel van deze zuivere wereld maken, heb jij ervaren hoe geweldig het is eerste te zijn die deze pure en verstilde schoonheid betreedt.
Waar je loopt laat je je afdruk achter in de sneeuw,zodat je makkelijk te volgen bent.
Je gaat dansen, ja, je danst in de sneeuw!

Zo wit ben ik dus!
Sneeuwwit…

De glans van mijn wit parelmoer is als de glans van slagroom, zo pas met de mixer luchtig opgeklopt.
Na het aflikken van de gardes haal je stiekem snel je vingers door de kom, om ze daarna smakkend af te lebberen.
Heeft niemand het gezien?
Snel dan, nóg een likje!

Knoerten van bloedrode aardbeien liggen in prachtige schaaltjes te wachten, om net als jou wereld bedekt is door een dik pak sneeuw, verstopt te worden onder een zoete klodder slagroom.

Nou, zo mooi glanzend dus!
Glanzend wit.

Eerst was ik een een simpel zandkorreltje.
Onbeduidend peper en zout kleurig, lag ik tussen miljoenen andere korreltjes op de bodem van de zee.
Totdat Oester me uitnodigde in zijn schelp.
Hij pikte mij eruit,hij zág mij!
Binnenin de schelp van Oester was het prachtig!
Zo lelijk en onaantrekkelijk als de buitenkant was, zo wonderschoon de binnenkamer.
Het was een sensatie van thuis, en op de plek aangekomen zijn, waar ik tot mijn bestemming zou komen.
Dit huisje, de wanden bedekt met de mysterieuze betovering van parelmoer, had op me gewacht!

Oester beloofde me, dat wanneer ik genietend van mijn nieuwe omgeving stil zou blijven zitten, ik een parel zou worden.
Een parel van grote waarde!
Omdat ik als zandkorrel een groot minderwaardigheid complex had, en diep van binnen verlangde om van meer betekenis te zijn, volgde ik het advies trouw op.
Tenminste, in het begin.
Ik merkte dat ik laagje voor laagje, héél langzaam anders werd.
Het parelmoer van Oester werd mijn manteltje.
Elk volgend laagje werd dat manteltje mooier en groter.

Maar wat duurde het lang zeg!
Tergend traag vond ik het dikwijls, het schoot maar niet op.
Dan wilde ik eruit, ik vond het zelf wel goed zo.
Oester zag mijn ongedurigheid, en door de schelp stevig te sluiten zorgde Oester dat ik er niet vandoor kon gaan.
Ik bleef het proberen, totdat Oester zelf de schelp opende en me zei dat, wanneer ik hem als een gevangenis beschouwde, hij me vrij wilde laten.
Eer hij op andere gedachten kon komen, piepte ik opgewonden en nieuwsgierig er tussenuit, en nam de benen, om al snel te ontdekken dat dat nou niet zo’n heel goed idee was geweest.
Het was zelfs rampzalig te noemen!
Wat voelde ik me eenzaam en alleen, zo zonder de bescherming van Oester.
Wat was ik eigenwijs en ondankbaar om Oester als een beknelling te zien.
Na verloop van tijd, werd ik ziek van heimwee, en verlangde steeds meer en meer terug naar Oester.
Daar was ik veilig, daar werd voor me gezorgd, omdat ik zo welkom was geweest.
De belofte van Oester om van grote waarde te zijn, deed me besluiten terug te gaan.
Ja, ik zou naar Oester terug gaan, en vragen of ik asjeblieft weer in hem wonen mocht.

En weet je wat er toen gebeurde?
Oester rende me al tegemoet, en eer ik mijn 1000 excuses had gemaakt, opende Oester liefdevol zijn schelp om me weer binnenin hem te laten wonen.

Nu is mijn manteltje klaar.
Laagje parelmoer na laagje parelmoer heeft me kostbaar en van grote waarde gemaakt.
Groot en glanzend ben ik een belofte van plezier voor iemand anders.
Gehuld in de bescherming van prachtig koningsblauw fluweel, lig ik te wachten op een koopman die genoeg voor over heeft, want ik ben niet goedkoop.
Ik ben op deze beurs de zuiverste, grootste en mooiste parel.
Met begerig uitpuilende bolle ogen lopen koopmannen om me heen, wikkend en wegend, de inhoud van hun buidel steeds opnieuw tellend.
Ze dingen op mijn waarde af, maar Oester laat zich niet bedotten!
Hij geeft mij de volle verzekering van een koopman die onderweg is, en mij op waarde schatten zal.
Die zal alles voor me over hebben.

En dat gebeurt, Oester heeft alweer gelijk.
Deze koopman wil nog maar één ding; mij vasthouden, koesteren en strelen, daarbij zich zelf weerspiegelend in mijn glans.
In zijn ogen zie ik dat hij vanaf zijn begin uitgezien heeft naar een parel zoals ik.
Geduldig speurend werd zijn verlangen naar mij steeds groter, wat hem de moed gaf het niet op te geven.

Zonder er bij na te denken verkoopt hij alle andere parels, om met dat geld mij te kunnen kopen.
Wanneer ik buitelend in zijn stoere grote handen lig, verbaas ik mij over de littekens daarin.
Teder en liefdevol spreekt zijn mond zulke mooie woorden!
Hij zegt dat ik de vervulling van zijn droom ben.
Dat hij vanaf het begin al naar me verlangt heeft, dat ik gewild en bemind ben.
Hij houdt me dichtbij zijn mond en fluistert:
“Het vooruitzicht jou te kunnen kopen gaf me zoveel vreugde, daarom was het offer al het andere te verkopen licht, mijn mooie liefste kostbare parel”
In zijn stem zit een zo grote kracht dat ik niet anders meer wil en kan, dan dat gewoon aan te nemen!
Geborgen in veiligheid, laat ik me koesteren in de kom van zijn handen.
Ik laat me kussen en beminnen.
Mijn glans is de weerkaatsing van zijn glans!
Mijn wit, waarin de regenboog danst, is de weerschijn van zijn rode bloed.

Ja, ik ben geliefd,
Bemind,
Gewild,
Ik ben een parel van grote waarde.

*Opgedragen aan mijn zussiedinnetje Monique*

Een nieuw hartje.

Ik ben nog een klein meisje en lig in het gras van de dijk aan het IJsselmeer naar de hemel te staren.
Mijn hartje bonst in mijn lijf.
Als het lieflijk, maar tegelijkertijd dringend kloppen op een deur.
Mijn hartje…mijn vader en moeder zeggen dat ik bidden moet om een nieuw hartje.
Want, wordt me ook door de dominee verteld, anders kom ik in de hel.
Ik weet al heel veel over de hel.
Het is een plek waar wening is en knersing der tanden.
Tot in eeuwigheid roepen en schreeuwen de mensen daar: “ach,had ik maar”
Waarna het antwoord steevast zal zijn: “te laat”
De duivel heeft volgens de dominee heel veel macht.
Hij gaat rond als een briesende leeuw om mij te verslinden.
De dominee zegt ook dat alle mensen het liefst naar die duivel luisteren in plaats van naar de Heere God.
Zoveel macht heeft hij!
En wanneer je dan dood gaat, kom je bij hem in de hel waar je nooit meer dood gaat.

In de kinderbijbel en in de kerk wordt me verteld dat ik uitverkoren moet zijn om niet in dat eeuwig brandende vuur, maar in de hemel te komen.
Maar er zijn volgens de dominee, en mijn opa en opoe maar heel weinig uitverkoornen.
Daarom moet ik maar veel bidden om een nieuw hartje.
Mijn vader doet vaak voor hoe een dominee op de kansel stond te ruiken.
Daarna zei hij: “Ik ruik hellevlees…”
Dát zijn de goeie dominees…volgens mijn vader,!en opa zegt dat ook.
Die vertellen je precies de waarheid!

De verhalen over de Heere God,(Heere met 2 e’s!)die erg boos op me is vanwege mijn van nature zondige hartje, en over de Heere Jezus…(ook met 2 e’s),het is als het praten over iemand waar ik vreselijk bang voor moet zijn.
En al helemaal voor de Heilige Geest, want wanneer ik dáár eenmaal tegen gezondigd heb kom ik zeker in de hel.
Dan kan ik mijn vuisten blauw slaan en op mijn knietjes gaan tot het bot erdoor heen komt, maar daar is geen vergeving voor.
Nooit meer!
Nee ik begrijp zo langzamerhand wel dat ik niet moet denken dat ik de Heere Jezus in mijn broekzak heb.
Anders ga ik met een ingebeelde hemel toch nog naar de hel.
Op mijn sterfbed zal het misschíen nog goed komen, maar dat is echt een héél klein hoopje!

Zondag’s in de kerk wil ik graag eens gaan roepen dat ik wil weten wie de Heere Jezus is.
Maar dat durf ik niet want je moet netjes zitten en stil zijn in het huis van de Heere God.

Af en toe staat er een tafel vooraan in de kerk.
Dan hebben we Heilig Avondmaal.
De dominee nodigt dan aan de tafel des Heeren de mensen uit om Wijn te drinken en brood te eten.
Maar daarvóór heeft hij in de preek gezegd dat wanneer je onwaardig eet en drinkt je jezelf een oordeel eet.
Daar heb je het weer, dan kom je in de hel.
Terwijl hij dus vraagt om op te staan en ook aan die tafel te gaan zitten, is het toch maar beter dat je, zoals veel mensen doen, snikkend in de kerkbank blijft zitten.
Vóór me zitten ook altijd een paar vrouwen luid te snotteren.
Ik zie hun schokkende bewegingen en stiekem walg ik daarvan.

Voor mijn gevoel hangt er een zwaard boven die tafel dat je onmiddelijk doorklieft wanneer je onwaardig eet en drinkt.
Hetzefde als Annanias en Safira, die dood neervielen in de kerk omdat ze ook liever naar de duivel luisterden.

Het is jammer dat ik nog niet groot ben, want ik vind het ook best wel zielig voor de dominee.
Staat hij daar te smeken of er meer mensen komen,maar ik mag niet omdat ik nog te klein ben.
Terwijl er toch ook een mooie plaat in de kinderbijbel staat van de Heere Jezus met allemaal kindjes om zich heen.
Ze zitten zelfs bij Hem op schoot!
En op de plaat ziet Hij er erg vriendelijk en gelukkig uit.

Dat soort mijmeringen gaan er allemaal door mijn hartje, nu ik hier lig in het gras.

Mijn hartje…daar binnen in hoor ik een voortdurende fluistering.
Als het fladderen van de vleugeltjes van een baby duifje dat net uit het ei gekomen is.
Het fluistert dat het niet waar is wat ze me vertellen over de Heere God.
Dat het leugens zijn.
Het klinkt als het kabbelende water van het IJselmeer, dat in kleine golfjes breekt op de stenen onder aan de dijk.
In een eindeloze cadans, van breken en terug keren in het meer, om daarna weer in een lieflijke en tegelijkertijd onverzettelijke kabbeling de grens die de dijk aangeeft probeert op te rekken.
Het is alsof de bijbel open naast me ligt in het gras.
Een zacht windje doet het dunne papier ritselend de pagina’s omslaan.

Oh, wat voel ik een verlangen om de Heere Jezus te leren kennen!
Te wéten wie Hij is!
Gewoon bij Hem te horen!
Waarom moet ik eigenlijk bang zijn voor iemand die me nota bene zélf gemaakt heeft?
Nee, het kan ónmogelijk waar zijn wat me geleerd wordt over de Heere God.

Diep verborgen is er een wéten dat Jezus, (oh die naam,Jezus…)van me houdt.
Hij houdt van mij.
Ik ben speciaal voor Hem.
Al was ik de enige, dan was Hij nóg gekomen om voor mijn zonden te sterven.
Diep in mijn binnenste besluit ik gewoon te geloven dat ik erbij hoor.
Ik wéét het,
ik gelóóf het.
Al ben ik nog zo klein…
Alhoewel niemand het me heeft verteld, ik weet zeker dat Hij in mij gelooft en ik in Hem!

Er zingt een melodie in mijn hartje van een lied over bazuinen en een gouden stad.
Een stad waar de Heere Jezus Koning is.
Een lied over een nieuwe hemel en een nieuwe aarde waar geen verdriet meer is.
Ik tuur naar de blauwe hemel op zoek naar een teken van Zijn komst.
Mijn hartje beeft van spanning en verlangen om de Heere Jezus op de wolken te zien verschijnen.
Jezus…Jezus…alleen al zijn naam doet mijn hartje opspringen in mijn lijf.
Ik droom over een stad met paarlen poorten en gouden straten.
Het Nieuwe Jeruzalem.
Stel dat Hij nu komt, de Heere Jezus.
Wat dan?
Nou, ze kunnen me wat…
Dan ga ik gewoon mee.
Wat ze me ook wijs maken…ik ga!
Ik ga mee met de Heere Jezus!
En ik wil vooraan staan zodat ik Hem goed kan zien!
Niemand houdt mij tegen…
Niemand!

Ik ben uitverkoren…

Kermis.

(Duifje 3)

Vandaag gaan we naar de Kermis.
We gaan rondjes draaien in het reuzenrad en op de bont gekleurde paardjes van de draaimolen.
We gaan zorgeloos zwieren in de schommels zonder misselijk te worden van de vele suikerspinnen en warm verorberde oliebollen.
Maar eerst vertel ik je wat er 10 dagen geleden gebeurde.

Wat een belevenis!
Jezus was met zijn volgelingen,mannen en vrouwen,op de olijfberg.
De trouwe Maria van Magdala,en Zijn nog altijd jonge lieve moeder Maria.
Met hen en vele andere aanwezigen sprak Hij met hen over de tijd die komen ging.
Hij beloofde hun dat ze nooit meer alleen zouden zijn,en dat wanneer ze het goede nieuws zouden vertellen,iedereen aan de tekenen en wonderen zou zien dat ze de waarheid spraken.
Demonen uitdrijven,zieken genezen,ja,zelfs doden opwekken.
Een grote kracht gaat hun vervullen,beloofde Jezus.
Wat een geweldig uitzicht hè?
Daarna zegende Hij zijn vrienden waarna Hij opgenomen werd en de ere plaats naast Vader in mocht nemen.
Daar zit Hij nu op de troon,rustend aan Vader’s rechterhand!


Kun je je voorstellen hoe opgewonden ik ben?
Omdat Hij het over mij had!
Ik,het sneeuwwitte duifje,er wordt op me gewacht.
In Jeruzalem zijn de vrienden eensgezind aan het bidden,in afwachting van de grote dingen die komen gaan.


En nu,vandaag is het Pinksteren,50 dagen na Pesach.
Het altijd durende jubeljaar zal worden ingeluid!
Een eeuwig durende grote verzoendag vangt op deze allang van te voren door de profeten aangekondigde dag aan.
Oh,deze dag zal de geschiedenis van de hele wereld beïnvloeden en op zijn grondvesten doen schudden.
Deze dag,waarop de geweldige gebeurtenissen op de berg Sinaï herdacht worden,zal een nog grotere impact hebben dan die dag.
Nu zal het doel,waarvoor de Wet gegeven is duidelijk worden.
Deze dag gaat het bewijs worden van de vrijheid en liefde die Vader vanaf de schepping bedoeld heeft.
Nu gaat ingezien worden dat Vader geen slaven wil maar kinderen!
Kom,laat je meeslepen in de karavaan “der dwaasheid”

Ik,een sneeuwwit duifje,de verteller van Het Verhaal,ben ook terug in Jeruzalem,waar het een drukte van jewelste is.
Uit de omringende landen zijn veel toeristen toegestroomd,om het feest mee te maken.
Oh,straks wanneer iedereen terug zal keren naar zijn eigen land,zullen ze heel wat te vertellen hebben!
Deze dag,gaat geweldig worden.
Deze dag zal de majesteit van Jezus de heilige stad dronken van plezier maken.

Ik mag…
Ik mag naar de vrienden gaan.
Het is tijd!
Mijn prachtige vleugeltjes klapwieken in een sierlijke cadans en elegantie,terwijl mijn duivenborstje zwelt van geluk.
De vrienden zien me aan komen vliegen en kijken verrukt naar me op.
Van blijdschap over mijn gratie en schittering door de Morgenster,stoten ze elkaar aan en heffen hun hoofden omhoog.
Nu,ja nu!
Nu mag ik mijn kracht loslaten.
Alsof ik afgeschoten wordt,en vanaf een duikplank een 1000 dubbele salto maak,laat ik alle kracht in me los.
Met een luid roekoooee open ik mijn snaveltje en blaas het vuur,wat in me is over hen uit.
Ik ben een vuurspuwend duifje!


Mijn voorbeeld zal over de hele wereld na gedaan worden.
In een zwakke imitatie zullen vuurspuwers hun monden met een brandbaar goedje vullen,en aansteken.
De omstanders zullen verbaasd oh,en ah roepen,maar verder dan dat zal het niet reiken.
Het zal zal niets zijn in vergelijking met mijn vuur.
Mijn vlammen,worden door Vader zelf aangestoken.


De vrienden van Jezus roepen het uit.
Op elk van hen zijn mijn vurige vlammetjes te zien,maar het verteert hen niet.
Er is een heerlijke geur merkbaar in plaats van de penetrante brandlucht van verschroeide haren.
Het is een vuur,dat anderen weer aan zal steken om het goede nieuws te vertellen.
Het is een vuur,zo krachtig,dat het alles in een ander licht zet.
Dat zie je nu al.
In talen,waarvoor ze geen diploma of bachelor hebben behaald beginnen de vrienden luid te getuigen van hun opgestane Jezus.
Het geluid gonst door heel Jeruzalem.

Het is als toen Salomo,de vredevorst de tempel in gebruik nam.
Zo trilt de hele atmosfeer van de grootheid en macht uit de hemel.
De mensen stromen toe,nieuwsgierig aangetrokken door het mysterie van het vuur.
Iedereen hoort in zijn eigen taal,hoe de vrienden getuigenis geven van Jezus.
Dit is nog nooit vertoond.
Deze kakofonie van geluid is haast hysterisch te noemen.
Het is een kermis van blijde dansende mensen!

Volwassenen die kinderen worden.
Deftige profesoren laten elke schroom varen,en in de stoeltjes van de draaimolen zwieren ze gillend en uitgelaten van pret steeds hoger en hoger rond.
Afgestudeerde academici staan zij aan zij met eenvoudige ongelettereden in de rij bij de botsautootjes,waarna ze gierend van pret elkaar de pas afsnijden in hun felgekleurde voertuigen.
Het reuzenrad draait zijn rondjes zoals nog nooit eerder vertoond.
Niemand maalt erom dat de bakjes veel te vol geladen zijn,en schommelen op een manier die gisteren nog levensgevaarlijk was.
De gekleurde paardjes draaien rond,en hinniken luid omdat ze nog niet eerder zulke vrolijke lasten hebben gedragen.

De grijpmachines,die anders de uit de Action vergaarde prullen nooit prijs gaven,zijn nu gevuld met de prachtigste gouden sieraden,bezet met diamanten,saffieren en smaragd.
De klauwen van de grijpers laten hun schatten automatisch los bij de aanblik van de glundering in de ogen van jong en oud.
Ik zie Rebekka verbijsterd haar doffe oude ringen,armbanden en neuspiercing weg smijten,flabbergasted over de schoonheid van haar nieuwe sieraden.
Om zich niet te laten verblinden door de glans en schittering draagt ze een peperdure Guichi zonnebril,haar aangereikt door Eliëzer,
De koningin van Sheba begrijpt nu pas dat de rijkdom en wijsheid van Salomo niet meer dan een schaduw was,van hetgeen er nu ten toon wordt gespreid.
Ik zie Jozef,die zich door zijn broers luid schreeuwend van uitgelaten pret in de echoput laat gooien,waarna zijn familie verkleed in korenschoven zich buigen voor hun dromen dromend broertje.
Rachab staat trots en fier boven op een berg opgestapelde bierkratten,in haar handen een lang karmozijn roden koord,waarmee ze het spel verspiedertje vangen speelt.
De schatten van de wijzen uit het Oosten verbleken wanneer ze uit de hand van Petrus zakken vol mirre en specerijen ontvangen.
Een aanhangwagen beladen met goustaven,staat klaar om wanneer ze weer terug zijn in het Oosten,uitgedeeld te gaan worden aan het gewone volk.
Simson wappert koket met zijn lange pijpenkrullen en speelt samen met Leah,gepassioneerd het toneel spel”Simson en Delilah.”
Zoals prins Claus zich bevrijdde van zijn knellende stropdas,rukken door hun overgewicht door de kansel gezakte Reformatorische dominees hun witte bef af,die hen onderscheide van de graatmagere Evangelische in spijkerbroek en T-shirt geklede pastors,
Heupwiegend met de handen hoog in de lucht,bewegen ze zich samen naar het Schommelschip waar men eensgezind het net aan de andere kant uitgooid.

Vandaag kan alles!
De hele wereld staat in Jeruzalem op zijn kop!
Oliebollen,rijk bestoven,worden met tientallen opgesmikkeld.
Het vet vermengt met de poedersuiker,loopt in smalle witte stroompjes langs de mond van de etende smulpapen, en vormt een plasje in de plooitjes en holte van hun keel.
Met de overgebleven oliebollen worden gooi en smijt wedstrijdjes gehouden,al spoedig gevolgd door het elkaar bekogelen.
De felgekleurde suikerspinnen vinden gretig aftrek,in alle kleuren van de regenboog.
Groot en klein smeert het goedje in elkaars haren en giert het uit!
Spuitbussen worden uitgedeeld,waaruit neon kleurig poeder de kleverige kleding en haren van de mensen er nog grotesker uit laat zien!
Iedereen omarmt elkaar en blijft aan de ander plakken.
Het maakt niet meer uit.
#metoo heeft een hemelse betekenis gekregen.
Alles is omgedraaid.
Hier hebben de mensen van gedroomd,weer kind te zijn,en je te kunnen laten gaan zonder enige gêne.
Niet meer na te hoeven denken over wat een ander er van denkt of zegt.
Want die ander is net zo!
De schaamte voorbij!
“Hier ben ik voor gemaakt”zo voelt het voor iedereen!
“We zijn broertjes en zusjes en spreken dezelfde taal!
We klinken anders,maar toch hetzelfde.”

Lachend vertellen ze het elkaar:
“Eindelijk is het verlangen vervuld,één te zijn.
Zoals bij de bouw van de toren van Babel.
Toen wilden we één zijn door zelf naar de hemel op te klimmen,nu zijn we één omdat vanuit de hemel God af daalde naar ons.
Wat zal God gelachen hebben om onze dwaasheid,toen hij neerkeek op ons.
Toen spraken we een taal in dezelfde klanken,waarbij we elkaar niet begrepen,nu loeien we als koeien een taal in een kakofonie van onverstaanbare klanken zonder Babylonische spraakverwarring!”

Vol zelfspot bekijken ze elkaar in de lachspiegels,en slaan elkaar joelend op de borst,om hun idiote verwaandheid,te denken dat ze door een toren te bouwen,de hemel in bezit konden nemen.
Wat een hilariteit.
“Wat zijn we dom geweest luitjes.”
Het grappige is dat ze er om grinniken kunnen,en als bevrijde mensen plezier hebben in wat hun eerder onmogelijk leek

Drieduizend mensen…hetzelfde aantal als de grote stapel doden,die bij de Sinaï omkwamen na het dansen om het gouden kalf.
Achtergebleven in de haastig gedelfde graven,om vruchteloos te verteren en één te worden met het het stof van de woestijn.
En nu…
Drieduizend mensen,die dansen om de overwinning,behaald door het sterven en opstaan van Jezus…
Drieduizend mensen in het badwater van geloof ondergedompeld beleven een bevrijding waar ze al naar hunkerenden vanaf hun vormeloos begin.
De ervaring opnieuw geboren te zijn is een niet te bevatten werkelijkheid geworden.
Drieduizend mannen en vrouwen,die de woestijn waar ze voortaan hun voeten zullen zetten,laten veranderen in een bloeiende rozentuin.


En daar zie ik Zijn moeder,Maria,alsof ze weer maagd is.
Dromerig als in trance laat ze zich eindeloos rond draaien op een van de felgekleurde paardjes.
Het meisje,dat ik bevrucht heb,en vandaag Jezus voor de tweede maal in haar binnenste geboren heeft laten worden,om Hem nu voor altijd mee te mogen dragen,voor eeuwig en eeuwig!
Het meisje,nu een vrouw,die de woorden sprak:”mij geschiede naar Uw woord”
Vertederd door haar schoonheid laat ik me landen in haar open handen.
Ontroering doen haar ogen blijdschap tranen.

Precies in het midden van het kermisterrein staat een reusachtge boom,die met frisse groene bladeren verkoelend schaduw biedt aan degeen die even rusten wil.
De sappige oranjeappeltjes mogen vrij geplukt worden,daar de slang niet meer is dan een pluchen tochtstrip.

Wat een uitbundige stemming heeft mijn vuur teweeg gebracht.
Iedereen die zijn ik kwijt was heeft zijn oorspronkelijkheid terug gevonden in mijn levend brengende opstandingskracht.

Alle scherven van het leven,die slapeloze nachten,vol van wanhopige schuld,schaamte,pijn en verdriet tot gevolg hadden,het past allemaal weer in elkaar.
Als porseleinen kop en shotels,die in duizend stukken op de grond lagen en door een onzichtbare hand opgeraapt,met bloedrode lijm weer in elkaar zijn gezet.
Als kapot gesmeten kristallen vazen,die met hun glassplinters bloedende wonden gaven.
Wonderbaarlijk geheeld van hun butsen,staan ze nu gevuld met witte rozen welriekend te pronken in de huizen,waar men elkaar eerder nog de hersens insloeg.

Het deert ons niet,dat de vrome Farizeeën en Schrifgeleerden de spot met mij en de mensen die ik met mijn vuur heb aangestoken drijven.
Laat ze toch lachen en spotten.
Laat hen in de waan dat we vol zoete wijn zijn.
Dat zijn we ook,het bloed van Jezus stroomt als vreugde gevende wijn door onze aderen.
Laat hen maar zeggen dat we dwazen zijn.
Dat zijn we ook,het woord dat ik met mijn vuur kracht bijzet is ook dwaas.
Het heeft alles omgedraaid.
Wat hiervoor nog normaal was is nu abnormaal geworden.
En andersom ook.
De dwaasheid van het Evangelie zal tot vrolijke en bevrijde harten leiden.


Oh,wat ben ik gelukkig!
Laat er zang en dans zijn in de huizen.
Laat de vrede en vreugde des Heeren de kracht zijn waarmee het leven zijn bestemming krijgt.
Dit is mijn doel,vanaf het begin!

Ik,een sneeuwwit duifje,in de hemel bewaard en nu losgelaten.
Zoals ik losgelaten werd door Noach,en uiteindelijk een rustplaats vond om,om een nest te bouwen in een nieuwe wereld.
Zo zoek ik ook nu steeds een rustplaats in de harten van degene die zijn opgestaan in een nieuw leven,en verlangen naar mijn vuur.
Waarin ik met onuitsprekelijke verzuchtingen Abba,Abba fluister,Abba Abba…daarmee de wetten in hun hart schrijvend.

Soms zie ik andere nesten op de hoofden van mensen.
Het nest van roofvogels,die stinkende rotte eieren gelegd hebben.
De bedorven eieren verhard hun hart,zodat ik geen toegang meer heb voor mijn nestje.
Zonder het zelf te willen, gooit men voor elkaar de glazen in,zelf machteloos bloedend in duizend stukken uiteen vallend.

Maar ik geef het nooit op.
Tot aan het einde van deze tijd blijf ik een vuurspuwend sneeuwwit duifje.
Zoekend naar iemand die zich op wil laten rapen.
Speurend naar een porseleinen kop en schotel,dat smeekt weer in elkaar gezet te worden om daarna feest te vieren op de tafel van een high tea vol geurige vers gezette thee en zoete lekkernijen.

Tot de dag komt,die grote dag…
De dag van de voltooiing.
De kroningsdag van Jezus waarbij Hij alle heerschappij uit handen van Vader ontvangen zal.
De huwelijksdag van bruid en bruidegom.

Ik,het sneeuwwitte duifje,wacht op die dag.
Ik zie uit.
Jij ook?

Duifje (2)

Het verhaal dat ik je ga vertellen heeft 3 bedrijven.
Het gaat over jou,de Farizeeën en Schriftgeleerden,en over mezelf,een sneeuwwit duifje.
Ik zal het erbij zetten over wie het gaat,oké?
Op z’n Zuid Afrikaans zeg ik:luister mooi.

(Jij?)
Herken je het gevoel van opluchting wanneer het vroege licht van de ochtend,in de net niet geheel gesloten gordijnen van je slaapkamer,begint door te piepen?
De kieren van de gordijnen worden steeds langere streepjes licht aan het plafond,waar je al uren van slapeloosheid naar hebt liggen staren.
De nacht,waarin de spoken uit het verleden je slaap verstoorden,net als de nacht daarvoor,en de nacht dáár voor.
Omdat je zo moe bent zou je willen dat de morgen nog even wachtte,maar de nachtmerries maken de nacht tot je vijand.

Buiten hoor je het winterkoninkje de lente inluiden,terwijl de krantenbezorger op zijn scooter,zijn ronde doet in jou buurt.
De merel in de boom onder je raam,fluit en zingt Gods lof,een lied van verwachting en hoop op nieuw leven.
Het is een jubel van overwinning over de donkere achterliggende maanden,en de zekerheid van het wéten van het nieuwe,dat komt.

Wat verlang je naar een nacht waarin de uren vol zoete dromen zich aaneen rijgen,wakker wordend door de morgen zelf,in plaats van door de angsten die je nu,badend van het zweet,doen woelen in je bed.
Je bed,de plek waar je uit wilt rusten,nieuwe kracht op wilt doen,nadat je gisteren voor de tweede keer deze week,het beddengoed verschoond hebt.
Uitgeput kroop je laat in de avond tussen de frisse lakens,die je,knisperend door het drogen in de buitenlucht,omhulden.
Alsof je opgewacht werd door je geliefde,die je beschermend in de armen nam,en je koesterde met enkel liefde.

Klam van je eigen angstzweet,kleven de lakens op dit moment aan je lijf,dat trillend als een pasgeboren kitten,de realiteit van weer een nieuwe dag niet uitgerust te beginnen,onder ogen moet zien.

Schuld,schaamte,pijn en verdriet over je verleden doen je verlangen naar…ja naar wat?
Je durft het amper toe te geven;
De dood…
De dood,die je laatste vijand is,wordt daarentegen een vriend in je verwrongen en vermoeide gedachten.
Oh,was er maar een hol onder de grond,waar je een winterslaap kunt doen!
Waarna je wakker wordt in een compleet nieuwe wereld.
Een wereld waar volop zonneschijn is.
Een wereld vol vrolijkheid,luchtigheid en plezier.
Een wereld,waarin je herinneringen aan vroeger geen kwelling meer zijn,maar een blij te vertellen zorgeloze geschiedenis.
Waar zang en dans,afgewisseld door het zitten aan lange,vol zoete heerlijkheden gedekte tafels,de dag vervullen.
Was er maar zo’n wereld.
Waar het heden in de toekomst overgaat.
Waar de nachten dag zijn,omdat de zon nooit meer ondergaat.
Waar het donker wordt verdreven door een eeuwig durend licht,dat je bevend verkleumde botten,verwarmd en verjongt.

Een wereld waar je tranen in kostbare kruikjes bewaard worden,zoals mama,met een speld uit haar naaidoosje,vroeger trots je zwemdiploma aan het behang van je slaapkamermuur prikte.
Het maakte niet meer uit dat je de enige in je klas was die veel langer over je zwemdiploma behalen gedaan had.
Terwijl de andere kinderen afzwommen voor hun B diploma,zwom je zelf af voor je A,aangemoedigd door papa en mama,opa en oma,en je lievelingstante.
De zwemjuf had je geholpen je watervrees te overwinnen,en met een gevoel van triomf,las je nu jou naam op het felbegeerde papiertje.
Jou naam!

Zouden de vrienden zich zo gevoeld hebben,toen ze na de kruisiging en graflegging van Jezus,bevend van angst,zich verborgen hielden voor de leiders van de kerk?

(duifje)
Ik fladder hier rond in die tuin,de graftuin van Jozef van Arimathea.
De opening van het graf is ontoegankelijk gemaakt met een reusachtige steen.
Zoals in de tempel het,van boven naar beneden gescheurde ,weer haastig dichtgenaaide voorhangel de opening naar het Heilige der Heiligen afsluit,de plek waar de ark van het verbond staat.
Romeinse soldaten lopen de wacht,alsof zij bang zijn dat de dood toch niet het laatste woord heeft.

(Farizeeën en Schriftgeleerden)
Ja,iedereen is bang.
Zelfs de pafferig,van het overmatig eten,in zelfvoldaanheid badende kerkleiders,zijn bang.
Terwijl hun lang gekoesterde wens in vervulling is gegaan,Jezus is immers dood?
De boom,waarvan Johannes de doper zei,dat de bijl al aan de wortel lag,hebben ze gebruikt om Jezus aan te spijkeren.
Het meedogenloos hameren van de dikke spijkers door Zijn handen en voeten,het klonk hun als muziek in de oren.
Als het slaan op een grote trom,waarbij de maat aangegeven werd door de hogepriester,die de positie had ingenomen van tambour maître.
Hun dikke armen,zwaaiend van woede,waren de stokken,en hun bolle vette buiken de trommels van hun fanfare.
Het fluisteren van Zijn door pijn gekwelde stem,ze hadden er geen boodschap aan.
“Vader,vergeef het hun,want ze weten niet…”
Ze wisten donders goed wat ze deden!
Deze godslasteraar had de dood verdiend!
Vader?
Zijn vader?
Dat was immers Beëlzebul zelf?
Die conclusie hadden ze lang geleden al getrokken,toen Hij hun vroeg wie hún vader was!
Dat was Abraham,”no doubt about that”.
Hoe durfde Hij hun vertellen dat Hij de door God gezondene was,zij die als geen ander weten hoe God in elkaar steekt!
Hun wetten zijn voortdurend aangepast,zodat God precies passend gemaakt is in hun hoofd.

Nee,niemand mag hun lastig vallen met vragen,die het van zich zelf vervullend denken,overhoop haalde.

Kom,vreet je vol,verdrink je knagende gedachten,vier het feest van de zelfvoldane,op de borst kloppende nederigheid.
(Wel erg vervelend;de enorme zwermen zwarte vliegen die voortdurend weg gewaaid moeten worden van hun kostbare en zuur verdiende overdadigheid)

Hun trots meegezeulde grote trom,beletten hen de veters van hun eigen schoenen te strikken.
Maar wat geeft het,er is altijd wel een dienaar die hun,na het voetwassen,de veters weer dichtknoopt.

Overdadig is er gegeten en gedronken op de dood van de koning der Joden.
De wijn benevelde hun geweten,ze hadden goed gehandeld!

En toch…die Jezus die zij gekruisigd hebben,die lastpak,het raakte een stem uit een ver verleden,de fluistering van verlangen naar de beloofde messias…de zoon van David.
Nee,oh nee,nu niet gaan twijfelen!
Ze hebben goed gehandeld!
Hij is dood!
Toch..?
De koning is dood,leve de…
Tja wie?
Wat?
We nemen nog een glas.
Dan verstomt die stem vast wel…
Na drie dagen,na drie dagen,drie dagen…

(duifje)
Het is de dageraad na Shabbat,volgend op Pesach,het feest van de ongezuurde broden.
De dag waarop het volk gedenkt dat ze geen slaven meer zijn,maar kinderen,wonend in het beloofde land.
De dag waarop in de tempel de ongezuurde broden geofferd zijn,zoals duizenden jaren daarvóór.
Het bloed van de volkomen lammetjes had in dikke stromen de offerplaats rood gekleurd.
Alles gaat weer zijn gewone gangetje.
Of toch niet…?

Ik,het blinkend van de morgenster witte duifje,wacht.
Mijn duivenborstje barst haast van de kracht die zich op bouwt in mijn,trillend van verlangend,lijfje.
Ik houd het niet meer van de verwachtingsvolle spanning.

En dan gebeurt het!
Ja,eindelijk!
Een krachtige aardbeving doet juichend de eerste dag van de nieuwe week aanbreken.
Daar zijn ze,de gedienstige engelen,blinkend wit door de weerkaatsing van mijn glans.
Die glans,die verteld dat Vader goed is.

In paniek kiezen de soldaten het hazenpad,waarna de engelen de steen voor het graf wegrollen alsof ze spelen met de kiezels aan het strand.
Het is als schuiven ze het haastig herstelde voorhangsel in de tempel met een krachtige hand opzij.
Ze nodigen me uit door de opening te vliegen,waarbij ik een lied hoor zingen van een duifje,dat schuilend in een rotsspleet,is onttrokken aan het zicht.
Maar niets,niets hoeft nu nog verborgen te blijven!
Mijn duivenborstje ontspant zich,wanneer ik alle kracht loslaat in het graf.
Een dode Jezus?
Hij leeft!
Mijn opstandingskracht doet hem verrijzen,zodat hij op kan staan.

Hij glimlacht naar me,zoals alleen hij dat kan.
Ik laat me koesteren in zijn doorboorde handen.
“Goed gedaan”fluistert hij liefdevol,waardoor ik roekoeeee van genot.
Zijn gedaante is die van een priester-bruidegom,koninklijk en fier!
Bukkend door de opening van het zwarte gat,staan we in het volle licht van de nieuwe tijd.

Daar waar hij neergelegd was,blijven de windsels van het graf liggen.
Als doeken in een kribbe,waar een pasgeboren kindje in gelegd is,omdat in geen enkel huis een plekje over was voor deze eerstgeboren zoon.
Het was té ingewikkeld voor de plaatselijke bevolking.

De koning-bruidegom rekt zich uit,waarbij zijn opgeheven priesterlijk zegenende handen mij opheffen en vrij laten.
Buitelend van plezier neem ik mijn wachtende positie weer in.
Ik ben het gelukkigste duifje van het gansch heelal,en mag rusten om mijn lijfje opnieuw te vullen met kracht van Vader.
En dat niet alleen!
Vuur!
Ik wordt vervuld van een brandend vuur!

Jippieee,ik ga vlammen!
Ik mag vuur spuwen!
Wacht maar,
Ver-wacht maar…
Alles wordt nieuw!
Alles!

Duifje.

Ik ben een duifje en heb al veel spannende avonturen beleefd.
Later vertel ik je nog wel eens van woeste wateren en de ark van Noach.
Eerst dit verhaal,want nu gaat het pas echt beginnen.
Dat wat hiervóór gebeurt is,was een opmaat voor vandaag!
Het gaat gebeuren;hier ben ik voor gemaakt!

Ik ben niet zo’n gewone grijze duif,mijn veren zijn zuiver wit.
Wit als sneeuw,dat vers op de aarde is neer gedwarreld,bedekkend alle vuil van de straten en huizen.
Knisperend onder je schoenen,wanneer je de eerste stappen zet in de nieuwe witte wereld.
Het dikke pak sneeuw,dat uit de hemel gevallen,alle rumoer in de straten doet verstillen.
Het witte sneeuw,waardoor grote mensen weer kind worden,en op sleetjes van de heuvels roetsjen.
Koerend woelen hun handen in die,door de zon verlichte glinstering,en bekogelen ze elkaar met het hun zachte sneeuwballen.
Zelfs elkaar de oren wassen,is een bron van vermaak geworden.
Hun,in de zomer strak gemaaide gazon,waar elk grassprietje dezelfde kant op moet wijzen,wordt versierd met de mooiste sneeuwpoppen.
Zorgeloos joelend en juichend buitelt jong en oud over elkaar heen, zodat de lucht gevuld wordt met een zinderend plezier.
Zo wit dus!

Luister…

Ik fladder in hoopvolle verwachting hoog en (nog) onzichtbaar aan de hemel.
Beneden zie ik de Jordaan,waar een profeet,gekleed in een kameelharen mantel,Johannes heet hij,luid roept dat de bijl aan de wortel van de boom ligt.
Drommen mensen stromen toe,waarna velen met Johannes het water in lopen,en kopje onder gaan.
Ze laten zich dopen,zo noem je dat.
Johannes zegt dat hun zonden achterblijven in de Jordaan,en ze daarom nu schoon zijn.
Ze hebben zich bekeerd…
De belangrijke,in dure gewaden geklede,leiders van de kerk komen ook een kijkje nemen.
Ze hebben het gewone volk in een zwaar fijnmazig net geknoopt,en voor zichzelf allerlei mazen geknipt.
Weet je wat Johannes tegen ze zegt?
Hij noemt hen adderengebroed en witgekalkte graven!
Ja,hij durft hè?

Johannes verteld de mensen dat hij zelf niet belangrijk is,maar dat hij de voorloper is van iemand anders.
Hij verteld erbij dat hij,Johannes,het nog niet waard is de veters van diens schoenen te strikken.
Dat zal iets bijzonders worden,wanneer hij komt!
Ik wacht rustig af…

Plotseling is er reuring onder de toeschouwers op de oever.
Een van hen komt naar Johannes toe en wil zich ook laten dopen,maar de voorloper weigert dat.
Hè,dat is vreemd.
Het blijkt dat ze familie van elkaar zijn,want Johannes zegt:”nee neef van mij,niet ik moet jou dopen,jij moet juist mij dopen”
Na aandringen gaat Johannes toch met zijn neef het water in,en dompelt hem onder.

Ik voel dat er iets héél speciaals staat te gebeuren.
Mijn hartje bonst in mijn duivenborstje.

En kijk,dat is hét moment…
Mijn moment!
Dit is waar ik op gewacht heb,al die eeuwen.

Wanneer de dopeling,druipend van het van zonden vervuilde water van de Jordaan,bovenkomt klinkt er een stem uit de hemel:
“Dit is mijn geliefde zoon,in hem vind ik vreugde”
Hét teken voor mij!
Ik mag in actie komen!

Oh waaauww….
In mijn sierlijkste en allermooiste vlucht kom ik in met elegante landing neer op het hoofd van de man waarover Vader God deze prachtige woorden uit sprak.
De gezalfde des Heren.
De Messias waarover de profeten spraken.
Hij is gekomen!
De belofte is vervuld.
Wat een enorme eer voor mij,ik mag aan alle mensen laten zien dat Híj het is!
Jezus,
Immanuël.
Hij,de verlosser Israels.
De zoon van de overspelige Thamar,
De zoon van de hoer Rachab,
De zoon van de heidense Ruth,
De zoon van de vrouw van Uria,Bathseba,
De zoon van de maagd Maria.

Oh Jezus,ik blijf op u,in u,ik ga mee,ik zal u vergezellen op uw tocht door dit land.
Uw wandeling naar de dood aan het kruis.
Ik zal de kracht zijn die u laat opstaan uit het graf.
Ik zal de weg banen om u terug te laten keren naar Vader,waar u uw bloed zult tonen.
Het bloed dat satan,die vuile aanklager,de hemel uit zal bliksemen.
Ik zal wachten op de vervulling van uw belofte,en uw kinderen aansporen tot verwachtingsvolle gebeden.
Gebeden tot eer van uw naam.
Dankzeggingen voor wat u hen belooft heeft.
En dan,ik kan niet wachten!
Dan…
Oh,wacht,ik vertel al te veel.
Mijn heden is voor jou nog toekomst.
En omdat ik wel hou van een cliffhanger laat ik je in spanning wachten op het vervolg van mijn bovennatuurlijke avonturen.

Ik ben een duifje,en roekoeee het hoogste lied.
“Nu jaagt de dood geen angst meer aan,
Want alles,alles,is voldaan”

Broertje dood

Maar,
Ja maar,
Dit zijn woorden waar ik een broertje dood aan heb.
Bij voorbeeld, je hebt een goed gesprek met iemand, en je komt met een positieve inbreng, iets waarvan je zelf ervaren hebt hoe dat werkt.
De luisteraar antwoordt met:”ja dat weet ik, maar….”
Maar, betekent in zo’n geval:tegenwerking, bedenking.
Alles wat ervóór gezegd is, is niet meer zo belangrijk, maar, wat nu gezegd wordt is pas belangrijk.

Misschien,
Precies zo, daar heb ik ook een broertje dood aan.
Het is een woord waarmee je aangeeft dat de kans bestaat dat het waar is, maar net zo goed niet waar.
Vrijblijvendheid ten top.

Eigenlijk,
Ook zo’n woord.
Het wordt vaak in combinatie met”maar” gebruikt.
“Eigenlijk zou ik nu op moeten staan, om nog wat aan de dag te hebben, maar, ik lig nog zo lekker.”

Het broertje dood hebben aan deze woorden, is niet zozeer in gewone alledaagse gesprekken.
Het is vooral in gesprekken over de goedheid van God.
Hoe Hij er alles aan gedaan heeft de relatie met Hem te herstellen, en we daardoor in vrede met Hem kunnen leven.
Genietend van Zijn zorg en liefde.
Niet alleen in het komende leven, maar(!)ook nu!

“The root-cause of your problem is condemnation”

Het heeft altijd te maken met zelfveroordeling.
Altijd!
Alle andere problemen zijn blaadjes aan een boom,waarvan de wortel veroordeling is.
Het jezelf niet goed genoeg vinden.

Het wel geloven dat Vader goed is, maar…
Dan is Vader goed, maar eigenlijk misschien ook boos.
Eigenlijk(!)moet je zelf dan wel je best hebben gedaan om Zijn goedheid ook waard te zijn.
Misschien(!) had je zelf dan beter niet , of wel… vervolgens komt er een stroom van zelfveroordeling op gang.
Vanuit die houding komt vervolgens de zelfrechtvaardiging.
Eigenlijk ben je misschien zo slecht toch niet…?

De conclusie is:”Vader, U zegt dat Jezus voor mijn zonden gestorven is,maar, eigenlijk,bmisschien kan ik zelf ook nog iets bijdragen.”
Waarmee het offer van Jezus dus niet voldoende is geweest.
Je zet Hem te kakken!
En doet niet alleen Hem, maar ook jezelf tekort.

Ik heb het totaal verprutst.
Hij zegt:”ja maar…”
En spreidde Zijn armen en stierf voor mij.

Een broertje dood…
Mijn broertje is dood gegaan aan de scheiding tussen Hem en mij.
Mijn broertje ging dood aan een gebroken hart.
Mijn broertje is dood gegaan aan Zijn “ja maar”

Eigenlijk had ik daar moeten hangen!
Eigenlijk hing ik daar ook…
Mijn oude ik stierf met Hem.

Glorie Halleluja,ik stond ook weer op met Hem.
Eigenlijk leef ik nu niet meer zelf, maar,Hij leeft in mij!

Mijn redding is niet een “misschientje”,maar
de aanklager is te kakken gezet,
lekker puh…

I’m Resting In Peace


Members Only (gratis!?)

Het is vandaag moederdag en ik ben jarig.
Daarom kreeg ik deze week een mailtje van La Place met de uitnodiging een gebakje te komen eten;Gratis!
Uit de kerk gekomen,heb ik een tijdje thuis in de bank gezeten,dubbend wat ik verder deze middag wil gaan doen.

Ik heb besloten naar La Place te gaan,en mijn gebakje op te halen.
Kopje koffie erbij,en ik zat te genieten.
Ondertussen werd een verhaal geboren,rondom het woordje”gratis”

Dat woord roept namelijk argwaan op,tegelijk met de hoop dat het waar is;Gratis…!
Het zal wel…
Ja maar…
Misschien wel,misschien niet…
Er zal wel een addertje onder het gras zitten…

Het vraagt ook actie.
Want uiteindelijk kom je pas achter de waarheid van deze belofte,wanneer je met je dienblad bij de kassa staat.

Ik bedacht me dat het precies zo gaat met de belofte van Vader.
Hij beloofde in het paradijs al een oplossing voor het probleem Zonde.
Door die zonde kwam er scheiding tussen Hem en mij,tussen Hem en Jou.
Maar,het goddelijk “maar”,zei:”Ik kan het niet verdragen dat je van Mijn liefde verwijderd bent geraakt.
Ik ga zelf deze scheiding overbruggen”

En dat is ook gebeurd,Jezus stierf aan het kruis,werd begraven,en is na 3 dagen weer opgestaan.
Tegelijkertijd stierf ik,werd ik begraven,en na 3 dagen stond ik op uit het graf van het oordeel.
Als nieuwe schepping mocht ik het graf achter me laten,en een nieuw leven met Hem,in Hem,beginnen.
Zelfs toen ik nog niet geboren was,zag Vader mij al als een nieuwe schepping.
Gratis en voor niets,ben ik nu geen slaaf meer,maar kind!
Erfgenaam!
Geadopteerd in het gezin van God,ik mag zijn naam dragen!
En omdat ik een “aangenomen”kind ben ben ik geen ongelukje,er is bewust voor mij gekozen!

Aan dít woordje “gratis” kleven ook allerlei “jamaaren”
Precies als bij het gratis gebakje,kan ik allerlei bezwaren hebben,en 1000 redenen het niet te geloven.
De belangrijkste is:”Ik ben niet goed genoeg”
Zelfveroordeling zorgt ervoor dat ik het gratis cadeau uit de hemel niet op kom halen.
Of wanneer ik het wel opgehaald heb,het niet uit te pakken.
Precies hetzelfde als mijn gebakje wel op te halen,en het onaangeroerd te laten staan.

Is er een voorwaarde?
Ja,toch wel!
Bij La Place moet ik wel in het bezit zijn van een Members Pasje.
Zo is er ook een voorwaarde bij het in bezit krijgen van het kindschap van Vader.
Ik moet het gewoon geloven;
Zo simpel is het!

Om er daarna achter te komen dat dat wat Gratis is alleen voor de ontvanger,voor mij,geldt.
Niet voor de gever.
Het heeft wat gekost.
Er moest bloed vloeien,onschuldig bloed,tot de dood erop volgde.
En inderdaad,er zat een adder onder het gras.
Die adder heeft wild om zich heen gebeten,totdat Jezus hem de kop vermorzelde.

Door het cadeau aan te nemen,ben ik nu een kind van God.
En nu?
Nu mag ik het tevens uitpakken,alles wat van Hem is,is ook van Mij!
Ik ben niet alleen gered van de gevolgen door de zonde;
Genezing en Voorziening zijn daarmee ook mijn deel.
Door het cadeau uit te pakken ga ik geloven dat zijn gedachten over mij goed zijn.
Het zijn gedachten van Heil.
Hij is niet meer boos op mij.
Ik ben goed genoeg!

Joh,wat geniet ik!