Goed nieuws tussen de lege schappen.

Wat een spannende tijd!
Exiting zegt het Engelse woord zo mooi!
Een tijd met geweldige kansen om het goede nieuws over een goede God te vertellen.
Je hebt geen sinaasappelkistje nodig, geen luidspreker of microfoon, een preekbevoegdheid van de TU is ook geen noodzaak, of je nu man of vrouw bent, jong of oud, geleerd of ongeletterd, licht of zwaar, evangelisch of reformatorisch, baptist of gereformeerd, rok of broek, wel of geen hoedje, tegen of voor vrouw in in het ambt, homo of hetero, gehuwd of alleenstaand, rijk of arm…

Het enige wat je hoeft te doen is je jas van de gerechtigheid en je schoenen van de bereidheid om het goede nieuws van de vrede met God bekend te maken, aan te trekken en naar buiten te gaan.
Bewust van je positie in Christus, verlicht je lamp de duisternis om je heen en trek je automatisch mensen naar je toe.
Zomaar in de supermarkt een vraag van een onbekende of jij ook zo bang bent voor dat virus, is een opeens mooie gelegenheid over de Viruskiller Himself te getuigen en de ander te zegenen met de rust en vrede van het Lam.

Wees niet bang, sta op en schitter, Jezus-mensen!
Nu is het de tijd!
Preach yourself happy and spread the good news…

Samen delen/Voedselbank.

Vorig jaar juni, na mijn wekelijk bezoek aan de Voedselbank, kwam ik er thuis achter dat de bak overrijpe aardbeien en los neergelegde al net zo overrijpe abrikozen en enkele kiwi’s, zich als een fruit-smoothie over de rest van de boodschappen had uitgespreid.
Het was de druppel die de emmer van pijn, vernedering om het handje ophouden, en de eis dankbaar te ‘moeten ‘ zijn, over liet lopen.
Ik heb zo vreselijk gehuild…

Daarna schreef ik het volgende blog wat heden ten dage nog net zo actueel, of misschien nog wel meer actueel is.
Ik heb namelijk nooit een antwoord gekregen op mijn vraag welk getuigenis er van de kerk in het algemeen uit gaat, wanneer ze haar eigen leden naar de Voedselbank laat gaan.
Wanneer je, zoals ik ook in mijn blog schrijf, de gemeente uit Handelingen 4 aanhaalt, moet ik dat zien als een droombeeld zoals een gemeente misschien wel zou moeten zijn, maar als ideaalbeeld toch echt niet haalbaar is.
Zelf zie ik dat anders.
Ik lees de Bijbel niet als droombeeld van hoe het zou moeten zijn, maar als aanmoediging en bemoediging hoe we in verbondenheid met Jezus en elkaar gemeente mogen en kunnen zijn zoals beschreven in Handelingen 4.

Mijn blog haalde zelfs de krant (ND 5 juli 2019) en riep grotendeels iritatie en zelfs openlijke vijandschap op.
Hier en daar was er wat goed bedoelde verontwaardiging en zeiden mensen dat ze het nooit zo bekeken hadden.
Jammergenoeg is deze verontwaardiging en het ongemakkelijk voelen over nood van de naaste meestal maar van korte duur, en blijft alles gewoon bij het oude.

Ik ben overigens daarna niet meer naar de Voedselbank gegaan.
Het was lichamelijk en emotioneel te zwaar.
Ik ben daarbij nog steeds van mening dat de Voedselbank enerzijds een geweldig goed initiatief en anderzijds een groot gevaar voor de volksgezondheid is.
Dit omdat ik zelf ervaren heb dat je wel genoeg te eten krijgt, maar door alle overbodige zoet, zout en vet ondervoed raakt.



Voedselbank

De gemeente uit Hand. 4 :32-34 wordt vaak als een droombeeld van een goed functionerende gemeente gezien.
Ze waren één van hart en geest en deelden al hun bezittingen met elkaar.
Wat was het geheim van de eerste kerk?
Men stond in vuur en vlam voor Jezus en sprak vrijmoedig over Hem.
Vervuld van grote genade, was het niet moeilijk om wat men zelf bezat te delen met elkaar.

Als zogenaamd onder aan de samenleving bungelend kerklid roept het lezen van Hand.4 bij mij de volgende vraag op;
‘welk getuigenis gaat er van de kerk van vandaag uit, wanneer haar eigen broers en zussen naar de Voedselbank moeten gaan om daar op hun beurt wachtend, de door hun eigen kerk gedoneerde boodschappen op te halen?

Ik woon zelf om de hoek van de kerk, net als de meeste van ons, waardoor het afgeven tijdens de maandelijkse inzameling een makkie is.
De Voedselbank is 6 kilometer verderop.
Omdat ik grotendeels afhankelijk ben van de Voedselbank moet ik dus iedere week, weer of geen weer, 12 kilometer fietsen om het pakket op te halen.
Het voedsel pakket bestaat voor het overgrote deel uit blikken soep, blikken groenten, deegwaren, potten sauzen , gezoete ontbijtgranen, chips koekjes, en verder houdbaar eten.
Aangevuld met leftovers uit de supermarkten zoals afgekeurde groenten en fruit, waar degene met een wat meer gevulde portemonnee in de winkel hun neus voor ophalen.
Van wat de Voedselbank mij biedt, kan ik tevens iedere avond te zoete en te vette snacks eten, ware het niet dat ik dit soort boodschappen na het eerste jaar 10 kg. te zijn aangekomen niet meer meeneem.

Ik heb er moeite mee, met de Voedselbank.
Goed bedoeld, daar twijfel ik niet aan, net zomin als aan de welwillende offervaardigheid in de kerk.
Maar ik heb een vraag;
Wie dien je met die offervaardigheid?
Ik vraag dat omdat mij nog nooit gevraagd is wat voor impact het op mezelf heeft dat ik naar de Voedselbank moet gaan.

‘Hoe ervaar je dat als steeds afhankelijk van wat anderen je toebedelen?
Eet je wel gezond met wat je van ons krijgt?’

Ik probeer deze nooit gestelde vragen hier te beantwoorden:
‘Ik ben blij dat jij/u als lid van de kerk mee doet aan de inzameling.
Tegelijk vraag ik me af; voor wie u/jij dat doet?
Voor de kwetsbare medemens of ook voor jezelf?
Begrijp me goed, het gaat niet om goed/fout.
Je medemens dienen is bijbels, maar zelf ook lid van een kerk, voelt het voor mij vaak alsof die paar boodschappen doneren, tevens een soort afkopen is van een fnuikend schuldgevoel over eigen rijkdom en bezit.
Dat baseer ik voorzichtig op de vaak naar mij gemaakte opmerking dat het zo fijn voor míj is dat er in ieder geval nog een Voedselbank is.
En wat als ik er helemaal niet blij mee ben?
U/jij hebt me dat toch nog nooit gevraagd?
Ik vind het nl. verschrikkelijk!
Het is iedere week weer een confrontatie met de onmacht van het onderaan de samenleving bungelen.
Een samenleving waar het haast onmogelijk is zelf beslissingen te nemen over wat ik wel of niet fijn vind, wat er gegeten wordt, en waar mijn geld naar toe gaat.
Een samenleving waar instanties, deurwaarders en ontelbare loketten de baas over mijn leven zijn geworden en daar zelf een dikke boterham aan verdienen.
Deze genadeloze samenleving botst zo met wat Jezus zegt in Handelingen 4, en botst daarom ook zo met wat ik in de kerk zie gebeuren.
‘In de kerk zijn we één grote familie waar we voor elkaar zorgen’ hoor ik dikwijls roepen.
Is dat zo?

Wanneer ik temidden van overwegend Arabisch sprekende mannen en zwart gesluierde vrouwen in de Voedselbank wacht op mijn beurt, maak ik mij juist zorgen om de kerk.
Mijmerend over Hand.4:33 ; ‘de apostelen gaven een krachtig getuigenis van de opgestane Jezus’ verlang ik zó naar dat getuigenis in onze kerken.
Ik geloof dat niet alleen ik, maar velen met mij, dan niet meer elke week 12 kilometer hoeven te fietsen voor de leftovers van de rest van het welvarende land als ons Nederland dat is.
De reden voor geen gebrek verheugd me nog het meest;
Op ieders lippen het krachtig getuigenis van de opstanding van Jezus.

En de menigte van hen, die tot het geloof gekomen waren, was één van hart en ziel, en ook niet één zeide, dat iets van hetgeen hij bezat zijn persoonlijk eigendom was, doch zij hadden alles gemeenschappelijk. En met grote kracht gaven de apostelen hun getuigenis van de opstanding des Heren Jezus, en er was grote genade over hen allen. Want er was ook niet één behoeftig onder hen; want allen, die eigenaars waren van stukken grond of van huizen, verkochten die en brachten de opbrengst van de verkoop en legden die aan de voeten der apostelen; en aan een ieder werd uitgedeeld naar behoefte.’
Handelingen 4:32-35 NBG51
https://www.bible.com/328/act.4.32-35.nbg51


https://www.nu.nl/eten-en-drinken/4949105/klanten-van-voedselbank-eten-ongezonder.amp

Afhankelijk.

Wanneer je in de positie bent dat het niet meer anders kan dan dat je anderen nodig hebt, heb je heel wat onder je voeten te trappen.
Afhankelijk zijn maakt je kwetsbaar, en deze kwetsbaarheid nodigt uit te kwetsen.

Gedurende vele jaren vechten voor mijn relatie werd me in allerlei therapieën het stempel ‘afhankelijk’ opgeplakt.
Toen ik daarentegen ging vechten voor mijn onafhankelijkheid werd ik bewust afhankelijk gemaakt; tengevolge van mijn stap naar onafhankelijkheid ben ik nu afhankelijk van allerlei instanties die me eerst verweten dat ik me in mijn huwelijk te afhankelijk opstelde.

Omdat het niet meer anders kon en kan dan dat ik, met name op financieel gebied, hulp moe(s)t vragen, kan ik niet anders dan concluderen dan dat afhankelijkheid reden lijkt te zijn voor het ongelimiteerd schofferen, negeren en kleineren door minder (financieel) afhankelijke naasten.
Het lijkt op een voortzetting van hoe ik eerder in mijn huwelijk werd behandeld.
Ik kom het regelmatig tegen dat terwijl ik de moed heb me kwetsbaar op te stellen en om hulp vraag, mijn afhankelijkheid ter discussie wordt gesteld.
Alsof mijn afhankelijkheid en mijn vraag om hulp hieruit te komen reden geeft voor nog meer onderdrukking, waardoor ik bewust of onbewust nog meer afhankelijk wordt gehouden of gemaakt.

Er wordt me vaak verteld ‘het achter me te laten’
Wanneer ik vraag me te helpen ‘het achter me te laten’ en hulp vraag naar een leven van onafhankelijkheid, is het antwoord al gauw: ‘ieder is voor zichzelf verantwoordelijk.’
Als ik vervolgens vertel wat zo’n opmerking bij me oproept: ‘ik voel me vreselijk eenzaam omdat ik hiermee zelf wordt achtergelaten’, wordt me verteld dat een ander nu eenmaal niet mijn eenzaamheid oplossen kan.

Is het gek dat ik zo langzamerhand denk: wie heeft wie nou nodig?
Ik heb de maatschappij nodig om onafhankelijk te kunnen zijn, de maatschappij houdt me liever afhankelijk en bepaald voor mij waar ik wel of geen recht op heb, kortom: hoe ik leven moet.
De gedachte komt regelmatig in me op;’ben jij mijn dankjewel nodig om daar zelf een goed gevoel over te krijgen?
Vraag je je ook werkelijk af wat ik daarbij ervaar of voel?’

Elk gevoel of wat ik er zelf over zeggen wil wordt tegen me gebruikt, waardoor je mond steeds verder gesnoerd wordt.
Terwijl ik daar nou juist uit ontsnappen wilde!

Ik ben dankbaar voor alle hulp.
Alleen dat ik afhankelijk van de gunst van anderen alleen hulp krijg bij wat een ander bepaald wat goed voor mij is, daartegen komt mijn vraag om hulp naar een ‘onafhankelijk van anderen leven’ in opstand.
Ik kom ook in opstand tegen de schijnbare machtspositie van al diegenen die mijn afhankelijkheid gebruiken mij voortdurend op mijn eigen verantwoordelijkheid te wijzen.
Omdat het mij overkomt als: ‘ ben ik mijn broeders hoeder?’ is mijn vraag ‘wil je eens nadenken wat dan jou verantwoordelijkheid is naar de naaste in nood?’

Schuld en Armoede

Vanaf dat ik vijf jaar geleden besloot uit een destructieve relatie te stappen moest ik noodgedwongen schuldsanering aanvragen.
In dat traject ben ik jarenlang van het ene naar het andere loket verwezen met als gevolg dat
door incasso en deurwaarders kosten de schulden steeds hoger opliepen; de alom bekende stapelings-problematiek.
Toen ik zat van dit van het kastje naar de muur spel zelf aan het plafond zat, werd me doodleuk gezegd: ‘mevrouw Kramer, ik geloof dat u erg boos bent!
U moet hulp gaan zoeken…’

Omdat achter al die kille cijfertjes een enorme berg pijnlijke herinneringen schuilde, kostte het me verschrikkelijk veel energie alle verplichte paperassen overzichtelijk in een map te ordenen.
Eenmaal aangeleverd zorgde de onverschilligheid van de meneer achter het toenmalige loket ervoor dat deze papieren alras een onoverzichtelijke wanorde en chaos werden.
Het gevolg daarvan was dat bij de zoveelste fout ingevulde aanvraag de rechter niet hém, maar míj waarschuwde dat de maat vol was en ik het zelf maar uitzoeken moest.

Toen ik ten einde raad op het desbetreffende loket zei dat mijn problemen alleen maar groter werden getuigde het weerwoord van een verbluffend achteloze desinteresse: ‘ach mevr. Kramer, of u nou 100 of 200 000 euro schuld heeft, dat maakt immers niets meer uit?’

Intussen was er loonbeslag gelegd waardoor ik dat jaar ook mijn vakantiegeld kwijt was.
Met andere woorden: ik was veroordeeld en overgeleverd aan een gedwongen hulpverlening die geen enkele verantwoordelijkheid hoefde af te leggen voor hun fouten.
Daar draaiden niet zij maar ik voor op!

Intussen ben ik 5 jaar verder, en word nog steeds van loket naar loket gestuurd.
Ieder loket verdiend aan mijn armoede en nood zelf een goede boterham.
Er wordt nog steeds fout op fout gestapeld, waar niemand verantwoording voor schuldig is.

Bij het Paleis van Justitie op het matje geroepen vroeg de rechter-commissaris me onlangs wat ik er zelf van vind in de WSNP te zitten,
(Wettelijk Schuldsaneringstraject Natuurlijke Personen)
Ervan uitgaand dat ik erg dankbaar moet zijn voor de ‘hulp’ die ze me bieden was zijn ongenoegen groot toen ik antwoordde: ‘ik ben van de ene gevangenis in de andere beland.’
‘Nee, zo moet u het niet zien, mevr.Kramer, we helpen u toch?’

Even dacht ik de afgelopen week wat meer lucht te hebben: er werd me toegezegd dat ik deze zomer een deel van mijn vakantiegeld zelf houden ‘mag!’
Bijna €600, ik voelde me de koning te rijk!
‘Weet je wat’ dacht ik, ‘ik ga op Marktplaats een tentje kopen!
Kan ik gelijk in mijn eigen tentje slapen tijdens de conferentie waar ik graag naar toe wil, dan hoeft het niet zo veel te kosten!’
Ik heb een week lang plezier gehad in het uitzoeken welke tent geschikt is.

Vandaag kreeg ik zonder ook maar enig woord van excuus te horen dat ze zich vergist hebben, ik heb geen recht op vakantiegeld.

Staat mijn persoonlijk verhaal opzichzelf?
Was dat maar waar…
Duizenden mensen bungelen net als ik onder aan de samenleving en worden door allerlei instanties als een nul behandeld.
Een niemand.
Iemand waar geen rekening meer mee hoeft te worden gehouden dan alleen de rekening die ze je zelf steeds presenteren.
Wij, de niemand-mensen zijn pionnen in een miljarden verslindende schulden fabriek.
We worden constant op onze plichten gewezen en hebben geen enkel recht dan ons handje op te houden en ‘dankjewel’ of ‘ik begrijp het’ te zeggen.
Onze privacy hebben we verspeeld, onze inlogcodes liggen op het bureau van de bewindvoerders en we moeten elke cent die we uitgeven verantwoorden.
Wanneer we te maken krijgen met extra kosten, bv voor fysiotherapie o.i.d. moeten we toestemming vragen en maar afwachten of we daar recht op hebben.
Onze post gaat eerst naar de rechtbank en wordt gecontroleerd op verborgen geld of bezit, waarna we onze geopende post pas dagen later zelf in de brievenbus krijgen.
Onze deuren hebben geen sloten omdat de bewindvoerders zonder onze toestemming onze spullen aan een inspectie mogen onderwerpen, zodat we ook binnen onze eigen muren niet meer veilig zijn.
Het is een soort van geoorloofde gijzeling en tot vogelvrij verklaard opgejaagd wild.
Wanneer we van iemand een extraatje krijgen zijn we volgens de wet verplicht dat te melden en af te geven.
Als we dat ‘stiekem’ toch achterhouden moeten we oppassen aan wie we dat vertellen want op elke straathoek worden we bespiedt.
We raken steeds meer vrienden kwijt omdat ook de omgeving soms meent dat we bij bepaalde uitgaven zelfs aan hun verantwoording schuldig zijn.
Doordat we nergens anders geld voor hebben dan voor het goedkoopste eten, raken we steeds meer geïsoleerd van de maatschappij en samenleving om ons heen.

Terwijl geen enkele over ons aangestelde instantie zelf verantwoordelijkheid hoeft te nemen over hun regelmatig verzuimde plichten, worden wij voortdurend gecontroleerd en bedreigd met beëindiging van het WSNP traject.
O wee wanneer we niet op tijd doen wat van ons geëist wordt, dan worden we eruit gegooid en staan binnen niet al te lange tijd op straat omdat de schuldeisers dan zonder pardon ons boeltje verkopen mogen.

Het onbegrip van de omgeving en het vaak bewust niet willen weten van onze benarde situatie maakt dat we ons op een gegeven moment zelf ook maar zo onzichtbaar mogelijk maken.
Voortdurend als een niemand behandeld worden verandert langzaam maar zeker ook het denken over jezelf.
De ‘opbeurende’ bemoediging dat er licht is aan het eind van de tunnel ziet voorbij aan de nog jarenlange worsteling om van €7 per dag rond te moeten komen.
Iedere keer moeten zeggen: ‘daar heb ik geen geld voor’ wanneer anderen je mee vragen leuke dingen te gaan doen, herinnert je constant aan isolatie door geldgebrek.

In een rijk en welvarend land als Nederland heeft de gevangenis van de WSNP zowel metersdikke als flinterdunne muren, waarbinnen geen enkele bescherming meer lijkt te zijn.

Veilig in Jezus armen.

Er zijn van die momenten waarop machteloze woede om aanhoudend onrecht me plotseling kan overvallen.
Niet maar zo opeens natuurlijk, de oorzaak is vaak een stapeling van duwtjes en prikjes, het druilerige weer en gek genoeg net zo goed een heel mooie reden, zoals bijv. een vriendelijk gebaar of het teken van Gods trouw aan het firmament..

‘Laat het achter je’ is dan zo vreselijk goedkoop, want hoe kun je iets achter je laten als je dat maar blijft achtervolgen?
Het klinkt in mijn oren als: ‘wanneer je hier maar over blijft zeuren laat ik jou achter me.’
Daarom is het goed met David de harp te pakken en mee te brullen naar God.
Waar anders is mijn woede om wat was en nog steeds is, veiliger dan bij mijn God en Vader?

‘Voor de leider van het koor.

Een prachtig lied van David, op de wijs van: ‘Dood mij niet.’
Koningen en heersers, zijn jullie wel rechtvaardig?
Spreken jullie inderdaad recht? Nee! Jullie zijn juist kwaad van plan.
Jullie doen allerlei slechte dingen. Mensen die zich niets van God aantrekken, zijn al vanaf hun geboorte ontrouw aan God.
Ze liegen vanaf de dag dat ze zijn geboren.
Hun slechtheid is als slangengif.
Ze zijn zo doof [ voor God ] als een slang die niet wil luisteren naar de slangenbezweerder, al speelt deze nog zo goed op zijn fluit.
Ze zijn zo gevaarlijk als leeuwen. God, maak hen machteloos!
Zorg dat ze niets meer kunnen doen met hun klauwen en hun tanden! Laat hen helemaal verdwijnen, zoals water dat wegzakt in de grond.
En als ze op me willen schieten, breek dan hun pijlen in stukken.
Laat hen verdwijnen, als een slak waar je zout op strooit.
Laat hen sterven, als een te vroeg geboren kind.
Hij blaast hen weg, zoals doorntakken onder een pot worden weggeblazen door de wind.
Hij blaast ze weg, zowel de groene als de dorre takken, vóórdat de pot op het vuur de hitte heeft kunnen voelen.
De mensen die leven zoals U het wil, zullen blij zijn als ze zien hoe U de slechte mensen straft: ze zullen door het bloed kunnen waden!
Ze zullen zeggen: “Er is dus tóch een beloning voor de mensen die leven zoals God het wil. Er is dus tóch een rechtvaardige God!”’
‭‭PSALMEN‬ ‭58:1-12‬ ‭BB‬‬
https://www.bible.com/1276/psa.58.1-12.bb

Vanmorgen luisterde ik een preek over Micha 7:7.
Bemoedigend, omdat het over de trouw van mijn God en Vader gaat en tegelijk zeer pijnlijk omdat het verlangen naar recht zo herkenbaar zeer doet.

‘Maar ik zal uitzien naar de Here, ik zal wachten op de God mijns heils; mijn God zal mij horen.’
‭‭Micha‬ ‭7:7‬ ‭NBG51‬‬
https://www.bible.com/328/mic.7.7.nbg51

Met Habakuk zing ik de woorden van zijn hoopvolle lofzang mee:

‘Zelfs als de vijgenbomen niet zullen bloeien, en er geen één druif in de wijngaarden te vinden zal zijn,
en we geen enkele olijf van de olijfbomen zullen kunnen oogsten, en er niets meer op de akkers zal groeien,
en alle schapen uit de stallen zullen worden geroofd,
en alle koeien verdwenen zullen zijn,
zelfs dan (!) zal ik tóch nog juichen over de Heer, blij jubelen over de God die voor mij zorgt.
Want de Heer is mijn kracht.
Dankzij Hem zal ik rondspringen als een hert. Hij zal ervoor zorgen dat ik stevig blijf staan.”’
‭‭HABAKUK‬ ‭3:17-19‬ ‭BB‬‬
https://www.bible.com/1276/hab.3.17-19.bb

Evenzo zing ik met David de woorden van psalm 23:

‘Ja, heil en goedertierenheid zullen mij volgen al de dagen van mijn leven;
ik zal in het huis des Heren verblijven tot in lengte van dagen.’
‭‭Psalmen‬ ‭23:6‬ ‭NBG51‬‬
https://www.bible.com/328/psa.23.6.nbg51

Over stalken gesproken!
Zijn goedheid en genade (achter) volgen mij dag aan dag.

Gelukkig mag het allemaal naast elkaar staan, woede, roep om recht, roep om wraak, verdriet, pijn, verlangen en vertrouwen.
Bij Hem ben ik veilig.

‘Hij heeft mij verlost uit de macht der duisternis en overgebracht in het Koninkrijk van de Zoon zijner liefde, in wie ik de verlossing heb, de vergeving der zonden.’
‭‭Kolossenzen‬ ‭1:13-14‬ ‭NBG51‬‬
https://www.bible.com/328/col.1.13-14.nbg51

‘God is goed!
Altijd!’

Ik ga me nog weer een keer laten bemoedigen door de preek.
Luister je mee?

https://kerkdienstgemist.nl/stations/363/events/recording/157700520000363

Een al te (on)gemakkelijke Waarheid?’

De op waarheid berustte tv serie Unbelievable gaat over Marie, een meisje van 12 dat niet geloofd werd nadat ze aangifte deed van een goed voorbereide verkrachting Daardoor verschoof langzamerhand de mening over haar van slachtoffer naar dader.
Als zeer onbetrouwbaar leugenachtig en bestempeld als afhankelijk van negatieve aandacht, werd ze door iedereen in de steek gelaten.
Tot het uiterste in het nauw gedreven verklaarde ze uiteindelijk over de verkrachting gelogen te hebben waarna ze zelf werd aangeklaagd en veroordeeld voor het doen van een valse aangifte.

De dader in dit verhaal waande zich onaantastbaar en ontwikkelde zich als een serieverkrachter die jarenlang het ene na het andere slachtoffer maakte.

Marie veranderde ondertussen van een extrovert en vrolijk jong meisje in een schuw, monddood en het liefst onzichtbaar bang vogeltje.
Ten gevolge van haar veroordeling voor het doen van een valse aangifte moest ze verplicht in therapie waar de therapeut haar de vraag stelde wat ze geleerd had van deze situatie en wat ze doen zou wanneer ze weer met onrecht te maken zou krijgen.
Zou ze dan weer liegen?

Greep haar geschiedenis me al erg aan, het antwoord van Marie deed me dat des te meer:
‘Ik hoor te zeggen dat ik niet zou liegen als ik het over zou moeten doen.
Maar de waarheid is dat ik eerder zou beginnen te liegen.
En beter zou liegen.
Ik zou het zelf uitzoeken.
Alleen.
Hoeveel iemand ook zegt om je te geven, het is niet zo.
Niet genoeg.
Misschien willen ze het, of proberen het, maar andere dingen worden belangrijker.
Dus daar zou ik mee beginnen.
Liegen.
Want zelfs goede mensen, mensen die je min of meer kunt vertrouwen; een waarheid die ze niet past, een waarheid die ze niet uitkomt, geloven ze niet.
Zelfs als ze echt om je geven.
Ze geloven het gewoon niet…’

Waarom deze serie, ‘Unbelievable’ me zo boeide is omdat een verhaal als dat van Marie niet op zichzelf staat.
Het is aan de orde van de dag dat slachtoffers van misdaden op seksueel gebied niet gehoord worden maar daarentegen zelf het stickertje ‘dader’ krijgen opgeplakt.
Vaak niet zo duidelijk zichtbaar zoals in het geval van Marie maar meer onderhuids en daardoor niet minder verwoestend.
Een slachtoffer van seksueel geweld moet gewoon zijn/haar mond houden, daar komt het op neer.
De maatschappij is over het algemeen niet gediend van dit soort verhalen.
Het gevolg daarvan is dat de omgeving medeverantwoordelijk wordt voor de volgende slachtoffers op het voor de dader door de omgeving geëffend pad.
Niet alleen medeverantwoordelijk voor de verwoestende gevolgen in het leven van het eerste maar ook voor de verdere ontwrichting van de maatschappij.
Een volgend slachtoffer ondergaat immers hetzelfde lot, waardoor de cirkel zich niet om de dader, maar om het steeds kleinere wereldje van het slachtoffer sluit.

Het is, zoals Marie het zegt: ‘een ongemakkelijke waarheid.’

In het kader van de serie ‘Unbelieveble’ las ik in een artikel op
https://www.psychologiemagazine.nl/artikel/ze-vroeg-erom/

“Wie slachtoffer is van een misdrijf kan behalve op medeleven ook bijna altijd rekenen op victim blaming, slachtofferbeschuldiging. Want: wie trekt er dan ook zo’n kort rokje aan; wie laat zich nou dronken voeren; wie gaat er dan ook naar zó’n land op vakantie…

THE JUST-WORLD-THEORIE.

De neiging om slachtoffers verantwoordelijk te houden voor het onheil dat hen is overkomen, is een veelgemaakte denkfout en staat te boek als dejust world bias, ofwel de rechtvaardige-wereldfout. Zo’n reactie komt voort uit het vertrouwen dat de wereld een geordende, voorspelbare en rechtvaardige plek is waar iedereen krijgt wat hij verdient. We vinden dit geloof terug in spreekwoorden zoals ‘boontje komt om zijn loontje’, ‘wie goed doet, goed ontmoet’ en ‘wie oogst, zal zaaien.’ Kinderen krijgen dit vertrouwen met de paplepel ingegoten en ook in boeken en films zegeviert uiteindelijk de held van het verhaal en krijgt de boosdoener zijn verdiende straf: hij sterft of verliest zijn vermogen of zijn gezondheid.

De just-world bias heeft een functie. Wanneer we het slachtoffer verantwoordelijk houden voor zijn ellende, houden we de illusie in stand dat we zelf controle hebben over de gevolgen van ons gedrag. Het is immers vervelend om te moeten constateren dat je iets doet dat onvoorspelbare consequenties heeft.
( Aldus https://www.volkskrant.nl/auteur/SUZANNE%20WEUSTEN)

In het artikel van http://www.psychologiemagazine.nl valt te lezen dat gelukkig niet iedereen aan victim-blaming doet.
“Waarin verschillen zij van de mensen die met een beschuldigende vinger naar het slachtoffer wezen? Laura Niemi, onderzoeker aan de Harvard-universiteit in Massachusetts, publiceerde onderzoek waaruit blijkt dat ‘de meelevers’ andere morele waarden hebben.
Als het om die morele waarden gaat, zijn er grofweg twee groepen. De eerste bestaat uit mensen met overwegend individualiserende waarden. Zij geven prioriteit aan de bescherming van het welzijn en de rechten van individuen. Volgens Niemi denken deze mensen bij delicten aan een slachtoffer en een dader: het slachtoffer wordt iets aangedaan en moet worden beschermd.”

VICTIM-BLAMING; NIET IN DE KERK TOCH?

Als Christen, kerkelijk meelevend gemeentelid én slachtoffer van zowel huiselijk als seksueel geweld, ben ik vooral benieuwd naar hoe er in de kerk, de Familie van God, wordt omgegaan met het fenomeen victim-blaming.
Aan welke morele waarde hecht de kerk zich wanneer zij met een ‘ongemakkelijke waarheid’ wordt geconfronteerd?
Tot mijn groot verdriet en herkenning lees ik het volgende:

“De tweede groep bestaat uit mensen met meer bindende waarden: ze zijn loyaal aan de groep, gehoorzaam aan het gezag en ze hebben religieuze en seksuele zuiverheid hoog in het vaandel staan. Uit alle experimenten van de Harvard-onderzoeker bleek dat deze mensen de slachtoffers meer stigmatiseren en de schuld geven. Het groepsbelang staat voor hen ver boven het individuele belang, waardoor ze minder sympathie voor slachtoffers hebben en eerder een hard oordeel vellen over iedereen die zich niet conformeert aan de groepsregels. Deze mensen leven dus minder mee met het slachtoffer, ze richten zich op wat die persoon had kunnen doen om het delict te voorkomen.”
http://www.psychologiemagazine.nl

Terwijl ik ervan uit ga dat kerkleden goedwillende mensen zijn en er niet bewust op uit zijn aan victim-blaming te doen, is wat er uit dit onderzoek naar voren komt erg confronterend.
Kort gezegd komt het erop neer dat een slachtoffer van seksueel/huislijk geweld in de kerk van een kouwe kermis thuiskomt.
Jammergenoeg gebeurt dit in kerken van alle richtingen en denominaties.

Afwijzing door de maatschappij wordt door slachtoffers van seksueel geweld als een tweede verkrachting ervaren.
Wanneer ook de kerk het slachtoffer als een onzuiver object buitensluit moge duidelijk zijn dat de kerk in deze een zeer grote verantwoordelijkheid op zich laadt.

Hoe is het toch mogelijk dat een organisatie die religieuze en seksuele zuiverheid hoog in het vaandel heeft, maar weinig sympathie op kan brengen voor onschuldige slachtoffers van seksuele onzuiverheid?
Is er een verklaring voor het feit dat broers en zussen van Christus een familielid dat het meest bescherming nodig heeft nog meer beschadigen en buitensluiten?
Het kan niet anders dan dat zich onder het fenomeen victim-blaming in de kerk een nog veel groter probleem schuilt, nog gemener en nog meer onderhuids.

VICTIM-BLAMING IN DE KERK.

Ieder mens heeft een door God ingeschapen geweten, een besef van goed en kwaad.
De verschillende vertalingen van Spreuken 20:27 geven dit prachtig weer.

‘De geest van een mens is een lamp van de HEERE, die alle schuilhoeken van zijn binnenste doorzoekt.’
‭‭Spreuken‬ ‭20:27‬ ‭HSV‬‬
https://www.bible.com/1990/pro.20.27.hsv

‘De ziel des mensen is een lamp des HEEREN, doorzoekende al de binnenkameren des buiks.’
‭‭SPREUKEN‬ ‭20:27‬ ‭SV-RJ‬‬
https://www.bible.com/165/pro.20.27.sv-rj

‘De Heer heeft je een geweten gegeven om je te leiden. Je geweten is een lamp die je laat zien wat er in het diepst van je hart is.’
‭‭SPREUKEN‬ ‭20:27‬ ‭BB‬‬
https://www.bible.com/1276/pro.20.27.bb

Het lampje van je geweten helpt je dus bepaalde keuzes te maken alsook te laten zien wat op de bodem van je hart open of juist verstopt ligt.

Een goed voorbeeld van een open hart met een zuiver geweten is Paulus.
Als vervolger van de gemeente had hij alle reden om zijn eerdere geweldsmisdrijven zoveel mogelijk verborgen te houden, maar in het licht van Gods Genade legde hij zijn zonde open en bloot aan de voet van het kruis en ontving vrijspraak om niet.
Daardoor kon hij tegen iedereen getuigen van een zuiver geweten, Jezus had immers zijn schuld gedragen.
‘The case is closed’ schrijft Paulus in Rom.8:1 zo mooi in de TPT vertaling.

Wanneer je net als Paulus gelooft en belijdt dat in Jezus dood en opstanding je zaak gesloten is, kom je als het ware in het volle licht van Jezus te staan.
Omdat Hij het Licht is ben je in Zijn licht ook zelf Licht der Wereld dat zonder dimmer volop tot Zijn eer schijnen en schitteren mag.

Gods licht legt de zonde namelijk niet bloot om ons voor schut te zetten of om deze onder het zand te schoffelen maar onder het reinigend bloed van Jezus te brengen.
Hij nodigt ons uit tot een geweldige deal, in ruil voor onze ongerechtigheid op Hem, legt hij Jezus’ gerechtigheid op ons.

‘Want God nam Christus, die geen zonde gedaan had, en belastte Hem met onze zonden. In ruil daarvoor rekent God de rechtvaardigheid van Christus aan ons toe.’
‭‭2 Korinthiërs‬ ‭5:21‬ ‭HTB‬‬
https://www.bible.com/75/2co.5.21.htb

Met Zijn gerechtigheid omkleed mag je dus vrijmoedig en met een zuiver geweten in het volle licht staan.
Dat heet Vrije Genade!

Je zou denken dat we nu massaal in de rij staan om in dat Licht alles wat er aan troep onder het zand verstopt ligt onder Jezus bloed te brengen.
Dat waaraan het geweten ons voortdurend als een zeurende zere kies herinnert, open en bloot voor de Heer neer te leggen om daarna verlost van deze last als vrij en vergeven mens verder te mogen leven.

Alleen, er is buiten God nog een speler in het spel, een valsspeler; de duivel.
Hij wordt in de Bijbel de aanklager van de beginne genoemd, de slang, de tegenstander van God en daarom ook van ons.
Zijn werkwijze is uiterst sluw en geslepen, maar nog steeds eender als die waarmee hij Eva verleidde tot het eten van de verboden vrucht.
Om ons tot zonde te verleiden zet hij je eerst een verklein-brilletje op, daarna legt hij de zonde onder het vergrootglas en verteld je dat je zelf ook nog een beetje je best moet doen om vergeving te kunnen ontvangen.
Hij gebruikt het door God gegeven geweten om ons daarin voortdurend aan te klagen.
‘Wat vrije Genade: Voor wat hoort wat.’
Omdat we van nature al niet in staat zijn te ontvangen om niet, wordt de Waarheid van het Kruis zodoende een ongemakkelijke waarheid.
Gevangen in het net van schuld en schaamte begint iedere keer wanneer het geweten ons aanklaagt een rood alarm licht te flikkeren en zetten we wanhopig nog een tandje bij in het ons uiterste best doen voor God.

Elk goed werk wordt op die manier een poging God een beetje tevreden te stellen, maar is in feite niets anders dan de zonde van ongeloof met zand bedekken en gladstrijken.

Ongeloof over het volkomen verzoenend offer van Jezus is luisteren naar de victim-blaming uit de hel en daarom levensgevaarlijk.
Des te langer je er naar luistert des te meer verhard zich je hart voor de boodschap van Genade en begin je deze stem zelfs na te praten: ‘we zijn en blijven immers zondaars?’
Vaak met een vroom sausje overgoten zodat het net lijkt alsof gebukt gaan onder je zondelast een aan God gewijd offer is om bij Hem in een goed blaadje te komen.

EIGEN SCHULD, DIKKE BULT?

Ik hoorde eens een bekend spreker op het terrein van de bewustzijnswetenschap uitleggen hoe het proces van het door de maatschappij isoleren en stigmatiseren van een slachtoffer werkt

Zodra namelijk een slachtoffer van welk geweld aanklopt om recht, doet diegene tevens een beroep op de verantwoordelijkheid van de hoorder het slachtoffer tegen de dader in bescherming te nemen.
Als hoorder wordt je op dat moment voor de keus gesteld het wel of niet op te nemen voor het slachtoffer.

Maar stel dat je zelf, al is dat maar één keer, eens een pornosite bezocht hebt (dit systeem werkt overigens in elk niet gereinigd geweten, ongeacht de aard van de zonde) en deze zonde niet bij het kruis hebt achtergelaten…?
Dan is de roep om verantwoordelijkheid te nemen tegen een dader van seksueel geweld een roodflikkerend alarm dat je herinnert aan je eigen zonden.

En verdorie, heb je al die tijd zo hard je best gedaan dat onder het zand te scheppen, je hebt er zelfs een mooi kasteeltje op gebouwd, er wappert een mooi vroom vlaggetje op, komt daar iemand met haar slachtoffer verhaal met één grote golf je bouwwerk wegspoelen…
In allerijl begin je zo hoog mogelijke dammetjes aan te leggen en zo diep mogelijk geultjes te graven want er dreigt gevaar!
Uit angst dat iedereen kan zien wat er onder je zandkasteel verstopt ligt moet de bedreiging zo snel mogelijk buitengesloten worden, dus trek je haastig je ophaalbrug op.
Tot de tanden bewapend bescherm je je fort en bent desnoods bereid de mond van de hulproeper op je hakblok het zwijgen op te leggen!

Met andere woorden, je sust de stem van je geweten en zegt: ‘ik hou me er buiten want ik ben zelf immers ook maar een arme zondaar?
Verblind door angst, schuld en schaamte heb je niet eens in de gaten dat je eigen kantelen ook kantelen…

Dat dit proces ook in de kerk, of moet ik zeggen; zelfs in de kerk plaatsvind is niet in de eerste plaats een negeren van de hulpvraag door een slachtoffer van welk geweld dan ook, (alhoewel het bij seksueel geweld het meest voorkomt) het is vooral een minachting van Jezus’ dood aan het kruis en opstanding uit het graf.

De kerk is toch bij uitstek de plek waar een ‘veilig thuis’ geboden zou moeten worden?
De plek waar iedere zondag het geheimenis van het kruis uit de doeken wordt gedaan; het geheimenis van het kruis waaraan Jezus elke zonde in zichzelf opgenomen heeft en in Zijn dood en opstanding uit het graf de aanklager de mond heeft gesnoerd.
Satan is voorgoed ontwapend en voor schut gezet…!

‘En Hij heeft u, toen u dood was in de overtredingen en het onbesneden zijn van uw vlees, samen met Hem levend gemaakt door u al uw overtredingen te vergeven, en het handschrift dat tegen ons getuigde, uit te wissen. Dit handschrift was met zijn bepalingen tegen ons gericht, en Hij heeft dat uit het midden weggenomen door het aan het kruis te nagelen. Hij heeft de overheden en de machten ontwapend, die openlijk te schande gemaakt en daardoor over hen getriomfeerd.’
Kolossenzen 2:13-15 HSV
https://www.bible.com/1990/col.2.13-15.hsv

Een triest gevolg van het niet om kunnen gaan met deze waarheid, vrij te zijn in Christus, is dat een verhaal, zoals dat van Marie zelfs in de kerk een ongemakkelijke waarheid wordt.
Wanneer een kerk of individueel gelovige als victim-blamende kerk weigert te ontvangen ‘om niet’, zal ze daarom een geweldsslachtoffer vooral vertellen wat ze zelf had moeten doen om het geweld te voorkomen.
De kerk die op Golgotha vrijspraak ontving, is vervolgens degene die haar eigen meest hulpeloze leden buiten de poort kruisigt en op dat moment nogmaals Jezus aan de paal nagelt.

Mijn gebed is dat de kerk de ongemakkelijke Waarheid van het kruis omarmt, zodat we als het zout der aarde en het licht van de wereld een thuishaven zijn voor ieder die snakt naar dat wat we in Christus te bieden hebben.
Ik bid dat omdat Jezus’ offer iedere aanklacht de mond heeft gesnoerd de kerk diegene die de tanden uit de mond zijn geslagen recht van spreken geeft.
Ik bid dat omdat Jezus tussen hemel en aarde hing degene wie de bodem onder de voeten is weggeslagen in de kerk op hun voeten worden gezet.
Ik bid dat de kerk de plek is waar Marie niet meer hoeft te liegen.
Waar u/jij niet meer hoeft te liegen.
Waar ik niet mee hoef te liegen…

Het hele werk van genade is immers van God en God alleen uitgegaan. Hij heeft jou en mij aangenaam gemaakt in Zijn Zoon Christus Jezus.
Efeze 1: 6 tot lof van de heerlijkheid zijner genade, waarmede Hij ons begenadigd heeft in de Geliefde.

Vechtscheiding (twee kijven, twee schuld)

Wanneer een relatie eindigt in een echtscheiding, is dat een hele schok.
Ideaal is wanneer zo’n proces in alle redelijkheid verloopt en beide echtelieden hun best doen voor de eventuele kinderen en verdere familie de schade zoveel mogelijk te beperken.

Sinds 2007 is het woord Vechtscheiding in de Dikke van Dale opgenomen.
‘Men spreekt van vechtscheiding wanneer een echtscheiding niet alleen gepaard gaat met negatieve gevoelens naar de (ex-)partner, maar ook met acties met de bedoeling de andere partner schade toe te brengen. In de uiterste gevallen is men bereid eventuele zelfbeschadiging of nadeel bij derden op de koop toe te nemen. De term vechtscheiding wordt ook (en vooral) gehanteerd als de kinderen daar (grote) nadelen van ondervinden.’
Gevonden op http://nl.wikipedia.org/wiki/Vechtscheiding

Omdat ik zelf een dergelijk scheiding heb meegemaakt heb ik ondervonden hoeveel schade alleen al het woord ‘vechtscheiding’ aanricht.
Het suggereert namelijk dat een eerder zo verliefd stel elkaar tijdens de scheiding probeert kapot te maken.
Dat is in de meeste gevallen een volkomen misvatting en doet groot onrecht aan tenminste één vechter in een ‘vechtscheiding’, voor het overgrote deel de vrouw en of moeder.
Zij vecht namelijk voor haar plicht en het recht haar kinderen tegen hun vader te beschermen.
Wanneer er bij de man of vader sprake is van een persoonlijkheidsstoornis als narcisme of psychopathie zal deze geen enkel middel schuwen zijn vrouw en zelfs eigen kinderen tot het einde te bevechten en desnoods te vernietigen.
Deze onthutsende waarheid is in dit soort situaties nou juist de reden waarom de vrouw/moeder echtscheiding heeft aangevraagd.

Omdat een narcist buiten de deur charmant en charismatisch overkomt, zal hij iedereen in de omgeving manipuleren en om de tuin te leiden.
Het gevolg is een oneerlijk gevecht van een wanhopig om hulp roepende vrouw tegen een man die door sluwheid, leugen en bedrog de hele omgeving achter zich krijgt.
Het lukt hem daarom in de meeste gevallen de ander tot spot en hoon van iedereen te isoleren en ruïneren.
Omdat zelfs de hulpverlening niet voldoende kennis heeft van narcisme en psychopathie gebeurt het niet zelden dat hoewel men de vrouw zou moeten beschermen, zij zich daarentegen in laten zetten door de narcist.
Ze worden daardoor medeverantwoordelijk voor het ruïneren van een radeloos om hulp schreeuwende vrouw en moeder.
Alles wat zij aan verschrikkelijke ervaringen zal vertellen keert zich uiteindelijk tegen haar als laster van een rancuneus wraakzuchtige ex.

Niet alleen de term ‘vechtscheiding’ is in dit soort schrijnende situaties enorm kwetsend en misleidend, het algemeen wijd verbreid gezegde: ‘twee kijven twee schuld’ is dat ook.
Bij ‘vechtscheidingen’ is er namelijk meestal maar één schuldige aan te wijzen en dat is de narcist/psychopaat.
Kil en berekenend viert hij gewetenloos zijn overwinning op een vaak voor de rest van haar leven getraumatiseerde ex-echtgenoot en moeder van zijn kinderen.

Het spijt me te moeten zeggen dat het in de meeste gevallen bij het pastoraat in de kerk niet beter gesteld is qua kennis en inzicht in de zichzelf verheffende psyche van een narcist.
In de kerk leren we immers niet te oordelen en: ‘onze naaste lief te hebben als onszelf?’
Het is het tweede gebod na: ‘heb de Heer uw God lief boven alles.’

De onkunde en de eenzijdige benadering van niet mogen oordelen maken de kerk de meest welkome plek voor een narcist.
Daardoor ontstaat in de kerk een zó onveilige sfeer waardoor slachtoffers van, in dit geval narcisme vooral in de kerk nog verder worden getraumatiseerd.
Terwijl Jezus zelf het niet schuwt scherpe woorden te spreken over zonde en oordeel, verschuilt de kerk in deze kwesties zich achter de woorden van Jezus, de naaste lief te hebben als jezelf en de beginwoorden uit Mattheüs 7: ‘gij zult niet oordelen.’
Maar leert de Schrift niet zelf dat niet iedereen te redden is ‘daar sommigen hun geweten hebben dicht geschroeid?’

Een narcist is er op uit chaos, verwarring en verderf te zaaien, hij kan en wil niet anders en beleeft daarin zelfs een duivels genoegen.
Wanneer de leiding van de kerk en het pastoraat dit niet doorziet en daarom niet optreed laat ze zich door de narcist gebruiken de hele kerk tegen het onschuldig slachtoffer op te zetten, te veroordelen en buiten te sluiten.
Terwijl het andersom zou moeten zijn worden slachtoffers van narcisten zelf als dader gebrandmerkt waardoor de werkelijke dader in zijn valse slachtoffer rol wordt bevestigd.
Bovendien geeft de kerk toestemming aan de narcist op zoek te gaan naar een nieuw slachtoffer.
In deze hartverscheurende kwesties wordt uiteindelijk de hele gemeente slachtoffer van een door de hel opgestookt vuurtje.

Ik begrijp dat dit moeilijke kost is,
maar als ervaringsdeskundige durf ik deze woorden spreken.
Meer nog: Jezus zelf geeft me hier in Zijn Woord toestemming voor.

Jammer genoeg zijn er nog maar weinig kerkelijk leiders en pastoraal medewerkers bereid zich te verdiepen in dit steeds grotere gevaar in kerk en samenleving.
Gelukkig zijn er onder de weinigen die dit bederf leren zien steeds meer pastors en kerkelijk werkers die hierin de geest van Izebel herkennen en dientengevolge handelen.

In mijn eigen situatie heeft de Heer me duidelijk gemaakt dat de vijand niet mijn man maar deze geest van Izebel was, die zich weliswaar bediende van de narcist.
Het schokt me dat wanneer ik dit aan gelovigen vertel, er meestal met ontkenning, ongeloof en onwil gereageerd wordt.
Mijn en veel andere ervaringen op dit terrein zou in de kerk een lering kunnen zijn, maar spijtig genoeg houdt angst voor oordelen nog steeds de deur open voor juist datgene waarover geoordeeld moet worden: de manipulatie en leugen van de in zich van de narcist/psychopaat bedienende geest van Izebel.

Wanneer een kerk daarom weigert de tucht te handhaven en in dit geval de oren en ogen sluit voor de sluwheid van narcisme, stelt ze zichzelf onder het oordeel.
In mijn eigen geval heeft dit ertoe geleid dat de kerk waarin mijn waarschuwing werd genegeerd zelf haar deuren heeft moeten sluiten…

Er is me destijds vaak gezegd dat het erg lastig is om in kwesties als deze waarheid van leugen te onderscheiden.
Ook nu is dit naast: ‘oordeelt niet’ de meest gehoorde opmerking.
Ik ben van mening dat wanneer we Mattheüs 7 verder uit laten spreken daarin genoeg handvatten te vinden zijn hoe de wolven van de schapen te scheiden.
Wanneer het dan nog steeds lastig en moeilijk is, luister dan eens naar Jezus wanneer hij zegt ‘je hebt toch de Heilige Geest ontvangen?
Die zal je in alle waarheid leiden.’

Als de door Jezus aangestelde herder is het een heilige plicht de kudde tegen de wolf te beschermen.
Het kan toch niet zo moeilijk zijn dat wanneer er naar de Heilige Geest wordt geluisterd een herder zich rustig neerlegt; de deurposten zijn immers bestreken met het bloed van het Lam..?

Wie betaalt, bepaalt?

Op tv zag ik eens een fragmentje van de uitreiking van één of andere grote geldprijs.
De reactie van de winnaars op de vraag van de verslaggever: ‘wat gaat u ermee doen?’ was amusant ad rem: ‘dat gaat niemand wat aan.’
En gelijk hebben ze!

Een soortgelijke situatie, en naar mijn persoonlijke mening nóg pijnlijker onbeschaamd doet zich voor wanneer je weinig geld te besteden hebt.
Eerder schreef ik al over mijn ervaringen t.a.v. de Voedselbank, een artikel dat door diverse lezers negatief ontvangen is en me verschillende vijanden heeft opgeleverd.
Maar dat niet alleen, van een enkeling hoorde ik zeggen dat het hun ogen heeft geopend en ze nu toch wat anders naar armoede en/of de voedselbank kijken.
Mijn blog van vandaag is een ongewild vervolg.

Het is bekend dat ineens een groot geldbedrag winnen iets met je doet, logisch natuurlijk!
Tevens doet het iets met de omgeving, opeens wil iedereen vriendjes zijn met de nieuwe rijken, waarom terecht begeleiding wordt geboden hoe met de nieuwe status om te gaan.

Armoede doet ook iets met je, ten eerste met je status.
Geen leuke uitstapjes, niet naar de sportschool, niet aansluiten bij één of andere klup, het betekent een zeker isolement waar je niet zelf voor gekozen hebt.
Schaamte en iedere keer moeten zeggen dat je geen geld hebt, plaatsen je langzaam maar zeker buiten de kring.

De reden waarom ik dit blog schrijf is om een nog andere, zo niet pijnlijker vorm van isolement.
Armoede van de één verandert in zekere zin namelijk ook de ander in je omgeving.

Mijn maatschappelijke status de komende jaren is dat ik onder bewind sta, en iedere stap aan de rechtbank moet verantwoorden.
Ik heb daar moeite mee, erg veel moeite.
Gelukkig heeft Vader enkele mensen in mijn leven geplaatst die me regelmatig wat toestoppen, waardoor ik mezelf af en toe mee uit neem, iets nieuws kan kopen, het lampje van de afzuigkap kan verwisselen of mezelf trakteer op een kopje koffie bij LaPlace.

In principe moet ook hier verantwoording over worden afgelegd, alsof overal je gangen worden nagegaan.
Op iedere straathoek van mijn leven hangen als het ware camera’s om vast te leggen of er niet ergens verborgen geld ligt.
Wat ik steeds vaker tegenkom is dat buiten de controle van de rechtbank, ook de omgeving ongevraagd meekijkt en verantwoording eist.

Dat gaat dan bijvoorbeeld zo: “je hebt anders wel een heel dure fiets.”
Of: “hoe komt het dat je dit of dat dan wel betalen kunt?”
Of: “oh, en wie betaalt dat dan voor je?”
Of: “ik kan anders niet aan je zien dat je naar de Voedselbank moet.”
Of je hoort via via dat je niet genoeg dankjewel gezegd hebt voor iets wat je gekregen hebt…
Wanneer ik in mijn naïviteit mijn blijdschap deel over een onverwachts extraatje zijn er genoeg mensen die oprecht blij voor en met me zijn, maar ik kijk er ook niet meer van op dat er zeer negatief gereageerd wordt met: ‘mooi makkelijk hè dat een ander alles voor je betaald.’
Het heeft me zelfs vriendschappen gekost…

Ik kan nog veel meer voorbeelden van dit soort opmerkingen noemen, waarvan je al heel snel de ondertoon leert herkennen.
Het gevolg van dit voortdurend controleren is dat maar gewoon thuis blijven het meest veilig lijkt
waardoor je uiteindelijk niemand meer ziet en het contact met de buitenwereld nog verder verliest.

Eerlijk, ik begin steeds meer moeite te krijgen met al die ongevraagde bemoeizucht.
Ik ben een mensenmens maar merk dat het steeds lastiger wordt open en zonder oordeel naar de omgeving te zijn dus ik vraag wat hulp van die omgeving.

Zou je daarom alsjeblieft wat moeite willen doen je af te vragen wat je voor de arme medemens zou kunnen betekenen?
(niet persé voor mij, er zijn er veel meer dan je denkt)
Een tip kan b.v. zijn:
wanneer je je bijdrage aan de voedselbank aflevert, vraag je zelf dan eens af wie je in een meer persoonlijk contact aan je tafel nodigen kunt.
Probeer zonder oordeel eens te bedenken dat elke voor jou zo gewone boodschap, dokters of tandartsbehandeling, reparatie, onderhouds of knipbuurt, vakanties en uitjes, lidmaatschappen en abonnementen misschien voor een bepaald lid van je familie, je buren of een lid van de gemeente niet te betalen zijn.
Durf je dat aan; niet weg te kijken van de om je heen toenemende armoede en de gevolgen die dat voor je medemens heeft?

Durf je écht te kijken om te zien?

De vraag aan mezelf is: durf je het aan om kwetsbaar en open je armoede en rijkdom te (blijven) delen?
Zonder een oordeel te hebben over het groeiend onbegrip…

Link naar mijn blog over de Voedselbank

Voedselbank

Vermalen.

Na jaren in een fout huwelijk gevangen te hebben gezeten had ik eindelijk de moed me daaruit los te maken.
Nadat een psychiater me de ogen opende door me te vertellen dat mijn man een narcist was, brak pas echt de hel los in wat ik daarvoor al als een hel ervaarde.

Binnenhuis leefde ik een eenzaam bestaan.
Ik werd geminacht, genegeerd en mishandeld.
Toen ik eindelijk de moed had daar buitenshuis over te vertellen gebeurde precies het tegenovergestelde van wat je verwachten zou.
De gelederen sloten zich, omdat niemand geloofde wat ik aan afschuwelijke dingen te vertellen had.

Alhoewel de recherche me waarschuwde voor de wraakneming van de narcist was ik niet voorbereid op de genadeloze afrekening van de man die me eens had beloofd trouw te zijn tot de dood.
Ik werd doelbewust geïsoleerd, totdat zelfs de kerk me buitensloot.

Doordat iedereen mijn waarschuwing in de wind sloeg werd de narcist de mogelijkheid geboden me totaal te ruïneren.
Ik ondervond zelf hoe het is om asielzoeker te zijn in eigen land.

Nadat ik ver weg uit die situatie een eigen huisje kreeg kwam ik erachter dat ik nog lang niet van deze man af was.
Met deze verschrikkelijke gevolgen moet ik iedere dag dealen.

Het frustrende van deze situatie is, het gebeurt legaal!
Mijn enige misdaad is dat ik in gemeenschap van goederen getrouwd was.
Op die manier kan een expartner zich legaal en dus ongestraft wreken op de ander.
Toen ik me los maakte uit de geweldsspiraal van mijn huwelijk met een narcist en pedofiel kreeg ik te maken met een falend rechtssysteem dat me geen enkele bescherming bood.
Dit zelfde systeem werd mijn volgende gevangenis, en zet me al jaren het mes op de keel door me te blijven achtervolgen met de concequenties van hun eigen falen me niet te beschermen tegen deze man.
Omdat toen niemand me hielp, is me bewust en weloverwogen een enorme schuld opgelegd.
Het toen falende systeem weet nu wel míjn deur te vinden en wanneer ik niet open doe trappen ze die gewoon in.
Ik heb als het ware geen deur meer, de schuldeisers zijn in feite de baas over mijn huis, bankrekening en brievenbus.
Ik overdrijf niet wanneer ik zeg dat ik een rechtenloos iemand geworden ben.
Het systeem dat de deur dicht deed toen ik hun hulp nodig had, biedt me nu hulp door me afhankelijk van hun systeem te maken.
Mijn enig recht is de hand op te houden en ‘dankuwel’ te zeggen.
Door me van loket naar loket te verwijzen ben ik in een systeem van stapelingeproblematiek terecht gekomen, waarvan het de bedoeling is steeds meer afhankelijk van dat systeem te worden.
Bewust!
Er wordt namelijk veel geld aan me verdiend!
Achter elk loket zit iemand die aan mijn nood naar de Voedselbank te moeten zelf een dikke boterham verdiend.

Van mij wordt verwacht dat ik murw geslagen mijn hoofd buig voor dit systeem.
Maar ik kan dat niet!
Ondanks dat ik door iedere instantie die ik nu om hulp vraag gewaarschuwd word me niet tegen het systeem te verzetten, weiger ik me te voegen in deze nieuwe wurggreep.

Laatst zei iemand;’ vecht er niet tegen, want je wint het toch niet.
Laat het systeem voor jou werken!’

Dat zou dus betekenen dat ik als afhankelijk van het systeem gemaakt me nu moet onderwerpen aan degene die me destijds lieten stikken.
Het gevolg is dan toch dat ik me in een alsmaar ronddraaiende cirkel van manipulatie bevind?
Destijds in dat van een narcistische partner, nu in dat van een falend rechtssysteem.
In beide gevallen ben ik de verliezer.

Het feit dat ik me een kind van God weet versterkt mijn verzet tegen dit onbarmhartig genadeloos kille systeem.
Ik weiger me te buigen voor dit beeld, omdat ik maar voor één God door de knieën ga, de God en Vader van de Here Jezus Christus.

Waar ik om bid is dat het systeem zich voor mijn God zal buigen.
Omdat ik Zijn kind ben verwacht ik dat Hij me uit deze gevangenis bevrijden zal.

Ik moet me binnenkort weer verantwoorden bij de rechtbank.
Ik bid dat ik eindelijk eens gehoord word en de rechter zíjn verantwoordelijkheid neemt en me vrij spreekt van een misdaad die ik niet begaan heb.

Bid met me mee alsjeblieft.
Bid voor me dat ik tussen de molenstenen van dit falend rechtssysteem niet vermalen word.
Bid om genade en vergeving voor degene die me met liefde tussen hun kaken verslinden willen.
Bid om recht.
Dank vooral, omdat God goed is!

Psalm 56
Wees mij genadig, o God, want de sterveling wil mij opslokken; de hele dag onderdrukt mij de bestrijder. Mijn belagers willen mij de hele dag opslokken, want ik heb veel bestrijders, o Allerhoogste!
Op de dag dat ik vrees, vertrouw ík op U.
In God prijs ik Zijn woord, op God vertrouw ik, ik vrees niet; wat zou een schepsel mij kunnen doen?
De hele dag verdraaien zij mijn woorden; al hun gedachten zijn tegen mij ten kwade.
Zij scholen samen, zij verbergen zich; zij letten op mijn voetstappen, omdat zij loeren op mijn leven.
Zouden zij bij zoveel onrecht vrijuit gaan? Stort de volken neer in toorn, o God! Ú hebt mijn omzwervingen geteld; doe mijn tranen in Uw kruik.
Staan zij niet in Uw register? Dan zullen mijn vijanden terugdeinzen, op de dag dat ik roep.
Dit weet ik: dat God met mij is. In God prijs ik het woord, in de HEERE prijs ik het woord.
Ik vertrouw op God, ik vrees niet; wat zou de mens mij kunnen doen?
O God, op mij rusten geloften, aan U gedaan; ik zal ze aan U met dank zegging nakomen.
Want U hebt mijn ziel gered van de dood – hebt U niet mijn voeten voor struikelen behoed? – zodat ik voor Gods aangezicht zal wandelen in het licht van de levenden.’

‭‭Psalm‬ ‭56:2-14‬ ‭HSV‬‬
https://www.bible.com/1990/psa.56.2-14.hsv

Help, ik heb schuld!

Ik ben schuldig en moet me voor de rechter verantwoorden.
Ik heb me namelijk niet aan de door de rechtbank opgelegde enkelband van regels en verplichting van de WSNP gehouden.
Ik heb een schuld van meer dan een ton, dus moet ik een baan zoeken want er moet geld in het laatje komen.

Alleen, het is niet mijn schuld, die schuld.
Het is de schuld van alle instanties waarbij ik jaren geleden om hulp smeekte, en waar keer op keer de deur dichtgesmeten werd.
Ik schreeuwde om bescherming tegen een zeer foute man, die alleen al om de twee pogingen me te doden achter de tralies thuis hoort.
Toen het me zelfs niet lukte om hem veroordeeld te krijgen voor het zich aan kinderen vergrijpen, ben ik ver van hem vandaan gaan wonen.
Ik wilde niet alleen weg bij deze man, ik kon ook al degenen die het me kwalijk namen zo te ‘lasteren’ over mijn eigen man, niet meer om me heen verdragen.
Door kerk en samenleving uitgekotst ben ik gaan begrijpen hoe eenzaam het bestaan van een klokkenluider is.
Terwijl ik verwachtte dat er voor mij, als slachtoffer van deze man, beschermingsplicht was, nam men de dader onder zegenende hoede.
Dat gaf hem de gelegenheid mij uit wraak ook financieel te ruïneren.
En omdat ik in gemeenschap van goederen was getrouwd, wordt de bewust gemaakte schuld van degene die me trouw beloofde tot de dood, ook mij aangerekend.
Dat heeft gemaakt dat ik onder aan de samenleving bungelend allerlei vernederingen moet ondergaan, omdat mijn status daar voor menig instantie toestemming voor lijkt te verlenen.
Mijn post gaat eerst naar de rechtbank, waarna ik het na controle zelf krijg toegestuurd.
De wet op de privacy geldt niet meer voor een rechteloos persoon als ik ben.
Het onder aan de samenleving bungelen betekent tevens dat er heel veel mensen achter ontelbare loketten een dikke boterham verdienen aan mijn ellende.
Vandaar dat het wenselijk is mijn ellende zo lang mogelijk te rekken of liever nog, te verergeren.

Om mij heen is daarom een soort industrie ontstaan van mij hard tegenwerkende arbeiders in de ellende en wanhoop fabriek.

Omdat ik door deze situatie zowel lichamelijk als psychisch ziek ben geworden, heb ik er een dik probleem bij.
Ik heb nl. geen enkel recht meer, dus mag ik ook niet ziek zijn.
Zelfs toen ik doodziek in het ziekenhuis opgenomen was, werd me de verplichting te solliciteren ongenadig onder de neus gewreven.

Dat ik daardoor niet herstellen kan, is mijn probleem, aldus de rechtbank en bewindvoerder.

Ik ben dus schuldig!
Het jarenlang opgejaagd zijn door een foute man heeft zich door toedoen van die man voortgezet in het opgejaagd worden door de rechtbank.
Deze rechtbank seponeerde mijn aangifte van een moordaanslag op mijn leven, net zoals men de bewering van pedofilie niet serieus nam, maar zit mij nu wel zelf dag in dag uit op de hielen.
Terwijl ik dus zelf steeds op dichte deuren bons lopen de gevolgen van het gehuwd zijn met het kwaad zelf mijn eigen deur plat.
Ik heb niet eens meer een deur!

Ik heb gemerkt dat wanneer ik wel eens probeer te vertellen over hoe radeloos ik soms kan zijn, haast niemand echt zit te wachten op mijn verhaal.
Het is een ver van mijn bed wereld waar men liever de ogen voor sluit, zodat dat wat je niet ziet je ook niet deert.
Bovendien komen er vaak allerlei opmerkingen van ongeloof over wat ik vertel, want dat kan toch nooit waar zijn?
Omdat het ongelooflijk lijkt is het blijkbaar ook geen waarheid en hoef je er niets aan te doen.
Of ik krijg te horen dat ik het achter me moet laten, wat nogal onmogelijk is wanneer de gevolgen van dat wat ik zelf ook zo graag achter me laat, me iedere dag achtervolgen.
Zo’n opmerking voelt als dat ik door degene die dat zegt, zelf achter gelaten word.

Waarom schrijf ik dit?
Omdat er toch nog een soort van hoopje is op een beetje begrip.
Ik ben nl. de wanhoop nabij, het opjagen heeft zijn tol geeist.
Het alleen zijn hierin valt me steeds zwaarder, en ik zit niet te wachten op allerlei adviezen van wat ik volgens die of gene doen moet.
Ik heb het namelijk allemaal al gedaan!
Daarbij kost het voortdurend moeten uitleggen van wat ikzelf ook niet begrijp me steeds meer moeite.

Wanneer uit belangstelling en meeleven geluisterd wordt is heel wat anders dan uitleggen, tenminste dat is hoe ik het zelf ervaar.

Wat ik nu vooral nodig heb is een arm om me heen, en een zegenende hand op mijn hoofd.
Want ik weet het zelf even niet meer…