Liefde, vrijheid, geen dictatuur.

Liefde, vrijheid, geen dictatuur.

Vanaf dag één heb ik niet gelooft in de dramatiek waarmee ons vorig jaar het virus werd voorgesteld en heb me daarom ook nooit bang laten maken.
Ik beweer daarmee niet dat het niet bestaat, maar ben er van overtuigd dat het een middel was en is de wereld bevolking angst aan te jagen en zodoende onder controle te krijgen.
Betere vijand dan een onzichtbare vijand kun je niet bedenken en het overgrote deel van de wereld heeft het als waarheid aangenomen.

Angst maakt mensen blind voor de werkelijkheid, het verlamd en maakt dat men degene die bewust deze angst aanjaagt, lijdzaam gehoorzaamt.
Zij zijn als het ware meester over je gedrag en denken geworden waardoor je willoos de meest idiote opdrachten uitvoert.
Het maakt ook dat men niet meer op het idee komt zelf onderzoek te doen, met als gevolg dat de meest doorzichtige leugens klakkeloos voor waar aangenomen worden.
Bovendien zorgt deze angst en lijdzaamheid ervoor dat degene die nog wel in staat zijn waarheid van leugen te onderscheiden, als de vijand worden aangemerkt.

Het mondkapje is daarvan een goed voorbeeld; s’avonds vertelde men op tv dat het mondkapje tegen welk virus dan ook geen enkele bescherming biedt en alleen maar schijnveiligheid geeft.
Slim en sluw zei men er natuurlijk niet bij dat het mondkapje een proef is het volk te testen op gehoorzaamheid.

De list slaagde want tot mijn afschuw zag ik de volgende dag mensen met mondkapjes lopen! Alsof het een nieuwe modetrend is, ontstond spontaan een competitie om wie het mooiste en best zittend mondkapje naaien kan, waarop
menig vlijtig Liesje op Facebook trots een eigen gemaakt mondkapje van hetzelfde stofje als de rest van de outfit toonde.

Zonder na te denken heeft men zich geconformeerd met de leugen en heeft men zich willoos monddood laten maken, waarop het vervolgens heel gemakkelijk geworden is de weigeraars als de meest gevaarlijke bron van besmetting af te schilderen, mensonterende vernederingen te laten ondergaan en buiten te sluiten.
Onder de slogan: ‘we doen het voor de ander,’ en zoals de kerk zegt; ‘uit naastenliefde,’ sluit men de meest kwetsbare mensen op, of nog medogenlozer, laat men vaders, moeders, opa’s en oma’s alleen dood gaan.

Dat het nooit om een virus is gegaan is me gisteren nog pijnlijker dan daarvoor bewezen.
Ondanks, of meer nog, dankzij de verschrikkelijke beelden op het Malieveld van vorige week, was ik gisteren op het Museumplein in Amsterdam voor een vreedzaam samenzijn van ‘complotwappies.’
Vreedzaam, dat vooral, want het is vanaf het begin van deze demonstraties nooit de bedoeling geweest geweld te gebruiken.
Integendeel!
Ik hoef het verloop van de demonstratie niet te verhalen, er zijn gelukkig genoeg foto’s en verslagen van medestrijders op Facebook e.d. geplaatst.

Waar het me om gaat is dat ik ontdaan thuisgekomen ben, bezeerd tot in het diepst van mijn ziel.
Omdat wat ik al wist, maar tegen beter weten in steeds hoop dat het niet waar is en liever geloof dat ik mezelf wat wijs maak, we zijn, ik ben in een dictatuur belandt.

Het is dezelfde ervaring, dezelfde verbijstering en ongeloof als die ik beleefde in mijn huwelijk met een psychopaat.
Iedere keer dacht en hoopte ik dat het niet erger kon, waarna het vorige incident verbleekte bij een volgend nog schokkender voorval.
Omdat wat ik voor mijn eigen ogen zag gebeuren een niet te bevatten smerigheid was, kwam ik terecht in een soort niemandsland waar de scheiding waarheid/leugen steeds meer vervaagde.
Een doolhof waarvan de uitgang steeds weer verlegd werd, typisch het spel van een roofdier met zijn prooi.

Datzelfde ervaar ik sinds de eerste lockdown waarna ik er na gisteren nog meer op gewezen ben dat ik in een land leef waar me verboden is zelf na te denken, mijn mond open te doen, te gaan en staan waar ik zelf wil en zelf te beslissen of ik wel of niet ergens iets van vind.
In een jaar tijd is waarheid geworden waar de complotwappies al veel eerder voor waarschuwden, we leven in wat allang geen samenleving meer genoemd kan worden maar in een door machtswellustelingen gecontroleerd systeem.
Deze machten bedienen zich van exact dezelfde tactiek, retoriek en mechanismes als die waarmee ik in een huwelijk met een foute man onder de duim gehouden werd.
Het fnuikende van deze tactiek is dat de bedienaar daarvan de kunst verstaat je te laten geloven dat het je eigen schuld is wanneer het mis gaat.
Hoezeer je ook je best hebt gedaan te gehoorzamen, het is nooit goed genoeg dus zet je bij straf nog een tandje bij.

Zien we dat nu niet precies gebeuren in de maatschappij?
Neem b.v. weer het mondkapje, steeds meer gehoorzame burgers zijn zelfs bereid niet met 1 maar met 2 van die vieze lapjes hun neus en mond te bedekken en behandelen de weigeraars nog meer dan daarvoor als de vijand.

Omdat ik christen ben geloof ik in een waarheid achter de waarheid dat we voorgelogen worden.
Niet alleen zijn in een jaar tijd allerlei complotten de theorie van alle dag gebleken, de eindtijd waarover de Bijbel spreekt is meer een jaar geleden de werkelijkheid van vandaag.
Als kind van de enige ware God geloof ik daarom ook dat de duivel bestaat.
Zoals God Vader is van degene die van zichzelf getuigd dé Weg, dé Waarheid en hét Leven te zijn, Jezus Christus, de gekruisigd en opgestane Heer, zo is de duivel , Satan de vader van de leugen.
Als tegenstander van God en mensen, gebruikt hij zijn enige en uiterst geniepige list, misleiding d.m.v. een leugen die bijna op waarheid lijkt, de wereld in complete chaos te storten.
Het is hij aan wie die de machtigen der aarde hun ziel hebben verkocht waarop zij op hun beurt regeringsleiders als loopjongetjes van het kwaad hebben ingezet.

Omdat wat ik geloof gebaseerd is op waar de profeten, de apostelen en mijn Heer en Heiland, Jezus over geprofiteerd hebben, geloof ik, dat niet Satan, maar God de touwtjes in handen heeft.
Het geeft me rust in mijn ziel te weten dat Hij een plan A heeft en niet nog een plan B achter de hand houdt voor het geval plan A mislukt.
Wat Hij beloofd doet Hij, zonder dat Hij iets achter houdt mocht ik niet braaf en gehoorzaam zijn wetten opvolgen.
Ik kan dat ook helemaal niet, het is onmogelijk.
Maar halleluja, daar ligt meteen het antwoord, wat voor mij onmogelijk is, is bij God mogelijk.
In Zijn Zoon Jezus Christus ben ik vrijgekocht van iedere ongehoorzaamheid en straf, niemand kan mij nog scheiden van Zijn liefde.

Ik bid dat iedereen die in liefde opkomt voor de waarheid, díe Liefde ontdekken gaat!
Ik bid dat de dienaren van de wet, die ook alleen maar uit angst de buitenproportionele bevelen opvolgen, hun knieën buigen voor de enige echte Koning, Jezus.
Aan welke kant van de linie we ook staan, in Hem alleen ligt de oplossing van alle onrecht en chaos, Hij ís de oplossing!
Hij komt en zal komen om alles wat krom is recht te maken.
Alleen Hij is bij machte om het verlangen naar Liefde, Vrijheid en geen Dictatuur in vervulling te laten gaan.
Hij ís Liefde,
Hij ís Vrijheid.
In Zijn koninkrijk is geen ruimte voor dictatuur.

Ik zie uit!

Is uw paspoort getekend?

“Mensen groeien mee met de maatregel”
In eerste instantie begreep ik deze quote van Grapperhaus niet zo.
Maar na deze week een aantal mensen gesproken en beluisterd te hebben, kom ik tot de onthutsende ontdekking dat Grapperhaus gelijk heeft.
Want inderdaad, terwijl het mijn eigen verbijstering en ongeloof is die groeit, groeit de meerderheid mee in volgzame gehoorzaamheid en slaafse onderdanigheid aan op foute aannames en leugens gebaseerde maatregelen.

Met de groeiende verbijstering van mijn kant groeit ook de radeloze wanhoop en pijn om de weigering van mensen waar ik van houd, onder ogen te zien dat ze worden voorgelogen.

Vooral het zien van een interview met de Iraanse schrijfster Sjohreh Feshtali, heeft me bijzonder geraakt en terug gebracht in oude pijn om toegedekte leugens en smerigheid.
Zij vluchtte weg uit haar land en vond in Nederland een nieuw thuis.
Maar sinds corona ons is voorgesteld als de meest gevaarlijke bedreiging ooit, ziet ze met lede ogen aan hoe Nederland verandert in een nieuw Iran.

Het raakte aan mijn eigen trauma’s na een huwelijk met een psychopaat en pedofiel.
Nog niet eens zozeer dat afschuwelijke feit op zich, maar meer nog de wanhoop die volgde op mijn waarschuwende stem en schreeuw om hulp.
Werkelijk iedere deur waarop ik maar bonsde werd in het slot gegooid.

Net eender als Sjohreh Feshtali dat meemaakt in een steeds verdergaande ontwikkeling naar een dictatoriale staat, ervaar ik dezelfde pijnlijke emoties van weleer.
Te zien, te weten, te horen wat zich rondom je aan het ontvouwen is en toch maar zeer weinig mensen die je waarschuwing serieus nemen maakte dat ik toen wel eens dacht: ‘als hij jou kinderen te pakken heeft, zwijg ik ook.’
Nu denk ik vaak; ‘zoek het uit, wil je de leugen zo graag, kom straks niet jammeren wanneer je er door vernietigd wordt.’
Maar meer dan dat is het mijn houden van, een gezond onderscheidingsvermogen en een groot rechtvaardigheidsgevoel waarom ik medelijden voel voor de mensen om me heen.

Ook toen was het vooral pijnlijk en beschamend dat het niet zozeer de reguliere wereld is die je met het grootste gemak de rug toekeert, het zijn vooral je mede broeders en zusters die uit naam van niet mogen oordelen weigeren de leugen te ontmaskeren.

Maar ook dat ervaar ik nog niet eens als meest schrijnend
Veel ingrijpender en zeer tot op het bot is de pijn van het zeker weten dat deze verdraaiing van de waarheid een onrecht in stand houdt dat hen eens zelf zal overwoekeren.
Dit beschadigd niet alleen de kerk zelf maar doet het getuigenis van de opgestane Christus in een wereld die in rap tempo op de ondergang afdendert teniet.

Dat is precies wat ik zie gebeuren, toen en nu.
De kerk die destijds zonde van pedofilie en machtsmisbruik met zand bedekte i.p.v. het bloed van Jezus, heeft daarmee zichzelf onder het oordeel gesteld en moest een jaar later haar deuren sluiten.
De kerk van vandaag sloot na het binnenlaten van corona vrijwillig de deuren achter deze allang aan het kruis overwonnen vijand toe, waarna het oordeel van ziekte en dood volop voortwoekeren kon in de wereld daarbuiten.

Maar zoals Grapperhsus terecht opmerkt, de mensen zijn met de maatregel meegegroeid.
Wie zijn of haar pijn en verontrusting deelt over deze gang van zaken snoert men de mond met dat het toch evengoed fijn is om op zondag naar een veelal op zaterdag opgenomen stream te kijken?
We danken voor het vaccin, stellen voor de deuren van de kerk als GGD prikruimte open te zetten en daarna wordt toch alles weer normaal?

Mijn vraag aan diverse predikanten of straks de deur ook open gaat wanneer ik geen testbewijs of vaccinatie paspoort kan tonen, is tot nog toe alleen nog maar beantwoord als dat het inderdaad een interessant vraagstuk is, waarna het vervolgens verzand in allerlei wollige vaagheden.
Dat past dan natuurlijk weer precies in het straatje van een politicus als Grapperhaus.
Men is met hem meegegroeid in de leugen omhullen net eender als dat ook al in het Paradijs gebeurde.

Zoals ik de uitspraak van Grapperhaus beter ben gaan begrijpen, voel ik ook steeds meer mee met de pijn van Paulus wanneer hij uitroept: ‘oh uitzinnige Galaten, wie heeft u betoverd?’

Maar toch…met onuitsprekelijke vreugde en trots kan ik uiteindelijk nog maar één ding: mijn kruis opnemen Jezus achterna en me beroepen op het met Zijn kostbaar bloed getekend paspoort!

Link naar wat Sjohreh Feshtali te zeggen heeft:

https://youtu.be/hyHnNNd6Lz0

Link naar het lied ‘is uw paspoort getekend?’

https://youtu.be/jBvqvggiRMQ

Baas over m’n eigen lijf!

We leven in een tijd waarin de leiders van de wereld wetten in elkaar flansen die dat wat voorheen strafbaar was, tot rechtmatig handelen maakt

Opvallend in dit gegeven is dat de voorheen nog strafbare feiten volledig gebaseerd zijn op de levensbeschermende wetten en geboden van God.
Het boek Deuteronomium beschrijft heel duidelijk dat wanneer je die geboden opvolgt je jezelf onder de beschermende paraplu van Gods zegen stelt.

In feite is het omgekeerde aan de hand, wanneer het wetboek van strafrecht overtreding op die geboden legaliseert; de mens loopt daarmee ook weg onder Gods beschermende paraplu en stelt zichzelf daardoor onder de vloek.

Het vreemde van deze ombuiging van wetgeving is vooral dat wat Gods Woord tot gezond menselijk leven aanmoedigt, door de wetgevende macht van vandaag als zware overtreding vervolgt en bestraft en beboet wordt.

Een voorbeeld van deze omkering van recht en onrecht is de wet die het mogelijk maakt moord op meest kwetsbare naaste, het ongeboren kind, medisch handelen te noemen.
Deze wet heeft de meest veilige plek tot een rovershol gemaakt waardoor je zelfs daar, zonder recht op vervolging, je leven niet meer zeker bent.

Ten tweede wordt in de Bijbel ernstig gewaarschuwt voor seksuele immoraliteit.
Maar we leven in de tijd na de Verlichting en inmiddels is de lijst afkortingen tot aanduiding van onze vrijheden op sexueel gebied steeds langer geworden, waarbij ook het laatste taboe, sex met kinderen op de helling staat.

De Bijbel heeft voor bovengenoemde vrijheden een heel ander woord: zonde tegen het eigen vlees.
De Schrift zegt dat het een gruwel in Gods ogen is.
Maar volgens onze eigen wetten zijn we baas in eigen buik en baas over eigen lichaam.

Daarentegen is dat wat Jezus ons als leefregels voor een gezegend leven gegeven heeft: samenkomen, elkaar de hand opleggen, broederlijk begroeten met een kus, vandaag een strafbaar feit geworden zijn.
Overtreding daarvan levert vette krantenkoppen en zwaar belichtte items in het nieuws op.

De nieuwe vrijheden en wetten van onze huidige tijd triggeren me tot de volgende vraag;
Wat blijft er over van baas over eigen buik en baas over eigen lijf wanneer ik weiger een prik in míjn eigen lijf te laten zetten?

De situatie in Israël laat ons zien hoe riskant de covid-vaccinaties zijn

In Israël is een derde van de bevolking met het Pfizer-vaccin ingeënt en de impact daarvan is alarmerend. De animo voor ‘een prik’ is dan ook sterk gedaald.
— Lees op www.transitieweb.nl/vaccinaties/de-situatie-in-israel-laat-ons-zien-hoe-riskant-de-covid-vaccinaties-zijn/

Een nieuwe Messias met een nieuw gebod!

Ondanks dat we in de kerk belijden dat Jezus de dood heeft overwonnen, heeft angst voor de dood niet alleen de wereld, maar ook de kerk in een wurggreep.
Om die dood te bestrijden en een kopje kleiner te maken sloot de kerk haar deuren, staan de stoelen leeg en is de lofzang verstomd.
De tafel waaraan voorheen na het uitspreken van de Apostolische Belijdenis brood en wijn gedeeld werd, staat al maanden onaangeroerd.
Waar eens de kinderen samen dromden om maar niets te missen van het heerlijk teken van Gods verbond door de geslachten heen, hangt nu in gehoorzaamheid aan een nieuw gebod een stok van anderhalve meter.
En voor het geval we elkaar buiten tegenkomen, we zijn beschermd achter het schild van de slavernij!
At first the mask, at last the mark, want ja, we moeten toch kunnen kopen en verkopen?

Terwijl we dus geloven in een gekruisigd en opgestane Heer…toch?
Of hebben we daar stiekem altijd al aan getwijfeld?
Is dat wat Jezus dood en opstanding teweeg gebracht heeft nooit echt geland en hielden we daarom een achterdeurtje open voor het geval dat…?
Voor een tijd als deze misschien?

In ieder geval heeft angst voor de dood door dat achterdeurtje alles waarin we voorheen nog geloofden op de tocht gezet.
Je leven verliezen hoeft immers niet meer, er is een nieuwe Messias opgestaan.
Een Messias die ons met een verlossend vaccin terug zal brengen naar het normale leven, het leven waarin we net als toen alles nog gewoon was, op zondag belijden dat Jezus gestorven en opgestaan is.
Hallelujah, laten we lof en prijs aanheffen voor de prik die ons verlost van de dood, hef het glas, want vanaf nu leven we nog lang en gelukkig!!
And all the people say; ‘Amen’

Maar wie zei dan een keer;
‘Wie zijn leven zal proberen te behouden, zal het verliezen. En wie het zal verliezen, zal het behouden.’
‭‭

De jeugd van Urk.

Er is veel te doen over mijn geboorteplaats Urk.
Niet dat het ooit anders geweest is, Urk ligt altijd al onder een vergrootglas.
Wanneer je ‘an de walle’ verteld van Urk te komen ben je haast verzekerd zijn van de volgende twee vragen: ‘daar zijn toch zoveel kerken?’ en: ‘heb je nog paling?’
Mijn moeder antwoordde op het eerste steevast: ‘ja en die zitten op zondag allemaal vol!’
Op het tweede zei ze: ‘natuurlijk, die zwemmen op Urk gewoon door de straat.’

Om het geloof onder een vergrootglas liggen, hoeft zeker niet negatief te zijn, integendeel; niemand hoeft zich immers te schamen voor de blijde boodschap van redding door het bloed van Jezus Christus.
Toch ligt aan de opmerking over de vele kerken op Urk een negatieve inslag t.o.v. de kerk ten grondslag.
Niet alleen op Urk, maar wereldwijd.
Mijns inziens heeft de kerk dat voor het grootste deel aan zichzelf te danken.

Net zoals in het Oude Testament het volk Israël uitverkoren was de volken rondom jaloers te maken om het dienen van de enige ware God, zo is ook de kerk geroepen de wereld een goede God voor te stellen.
Een God die in Jezus Christus naar de aarde kwam om dat wat verloren is te redden van de dood.
Jammer genoeg is sinds de Verlichting de kerk steeds meer wereldgelijkvormig geworden.
Niet de kerk heeft de wereld verandert, de wereld heeft de kerk verandert.
In een poging de drempel te verlagen heeft de kerk zichzelf verlaagd tot het niveau waarin zonde geen zonde meer genoemd mag worden, of anderzijds als onmogelijke hoge standaard gesteld, de wetten en geboden strak na te moeten leven.
In beide gevallen heeft de noodzaak tot wedergeboorte, zoals Jezus dat in Johannes 3 de godsdienstleraar Nicodemus uitlegt, geen prioriteit meer.
Heeft dit tot gevolg dat de kerkbanken niet aan te slepen zijn?
Verre van dat, de kerk loopt leeg…

Terug naar deze tijd is het beleid van de afgelopen jaren mede oorzaak de gemeenteleden op te roepen onderdanig te zijn aan de overheid.
Als gevolg daarvan sloot de kerk haar deuren en liet niet alleen de kerkleden alleen achter, ook de wereld is daarmee volkomen aan haar lot overgelaten.
De meeste broers en zussen zullen het er niet mee eens zijn, maar waarom is dat?
Kan het zijn dat juist de wereldgelijkvormigheid en het wetticisme oorzaak is van de in mijn ogen ontzettend laffe houding van de kerk?
Onder het ‘liefdeskleed’ van naastenliefde heeft de keus tot onderdanigheid aan een goddeloze overheid desastreuze gevolgen gehad in het verloop van de crisis.

Had de kerk niet juist vanaf het begin op moeten staan en in haar positie van meer dan overwinnaar de onzichtbare vijand, het virus, een halt toe moeten roepen?

Juist omdat ik ontzettend verdriet heb om een kerk die haar heilige taak verzaakt heeft, begrijp ik des te meer de opstandigheid van de jeugd.
Zij staan tenminste nog op!
Zij laten wel hun stem horen!

Op de goede manier?
Zeker niet, het geweld waarmee dit gepaard gaat is niet goed te praten.
Maar waarom staat de kerk niet op tegen het geniepig geweld van een onzichtbare vijand, die er op uit is de wereld onder zijn voeten te vertrappen?
Waar zijn de voorgangers die vanuit profetisch inzicht de korte tijd die ons nog rest te benutten de wereld op te roepen zich te bekeren nu het nog kan?
In welke lege kerk staat de boodschap van onze naderende Bruidegom nog centraal?
Waarom hoor ik haast nooit een bemoediging je klaar te maken voor de aanstaande bruiloft met het Lam?

Heel de landelijke pers, de demissionaire regering en het volk spreekt schande over de rel(i)jeugd op Urk.
Maar is door de lauwheid en laffe onderdanigheid aan een goddeloos beleid de kerk niet medeverantwoordelijk, zoniet hoofdverantwoordelijk voor het ontsporen van de jeugd?

De krant vraagt in vetgedrukte koppen: ‘wat bezielt de jeugd van Urk?’
Ik beluister in hun opstandigheid alleen maar mijn eigen levenslange vraag;
‘Spreek mij van Jezus mijn Heiland,
k’hoor toch zo gaarne Zijn woord!
Nimmer heeft iets op deez’ aarde,
Ooit zoo mij t’harte bekoord.’

Gij zult niet doden…

Er moet me iets van het hart: daar waar in kerken het voorlezen van de 10 geboden een vast en onaantastbaar onderdeel van de zondagse liturgie is, wordt sinds de crisis het hardst gebeden om een vaccin.
Dezelfde kerken zien daarom de komst van het vaccin als verhoring op dat gebed en danken voor weldra weer terug te kunnen naar normaal.

Wie durft zoeken naar de waarheid komt tot de gruwelijke ondekking dat het nieuwe vaccin levende cellijnen van geaborteerde kinderen bevat.
Onschuldige baby’s vermoord in wat ooit de veiligste plek op aarde was, maar nu tot een rovershol van Satan is gemaakt.

Toch wordt in kerkelijk Nederland het vaccin tegen Covid-19 alom met tromgeroffel aangeprezen.
Maar hoe zit het vervolgens na de prik met de lezing van de 10 geboden?
Is dat na het prikje nog steeds zo normaal als nu?
Aan wie zullen we dat vragen, aan Mozes of aan Jezus?

Persoonlijk geloof ik dat de kerk na de prik heel veel genade nodig is!
Gelukkig zijn we dan bij Jezus aan het enige goede adres…

Nu zijt wellekome Bill of nu zijt wellekome Jezus?

‘Nu zijt wellecome’ zingt een oud Kerstlied.
Waar deze tekst aan ontleend is ontgaat me een beetje.
Alhoewel ook toen alle tekenen erop wezen dat er een invasie vanuit de hemel had plaatsgevonden, waren het alleen een paar arme herders die op kraamvisite gingen.
Zelfs toen een ster duidelijk de plek van de geboorte van de Messias aanwees, was het een stel buitenlanders die de moeite namen een verre reis aan te vangen om dit Kind te aanbidden.
Zowel de koning als de kerk wilden de Redder van de wereld ombrengen!
Hoezo, ‘Nú zijt wellecome!’
Zit de in nood en radeloos dolende wereld te wachten op Jezus?
Hoe zouden ze de weg ernaar toe moeten vinden, wanneer zelfs de kerk opgehouden is Kerstfeest te vieren laat staan uit te barsten in een welkomst lied ter ere van dit Kind?

Wie ziet er nog uit naar The Great Reset van onze Bruidegom, de Koning der Koningen?
Of wachten we met smart op het vaccin waarna we weer terug kunnen naar ‘normaal?’
Gezien de dank voor het prikje ben ik bang dat het dat laatste is.

Nu zijt wellekome Bill of Nu zijt wellekome Jezus?

Nog maar weer een keer rouw. (omdat het zo rauw is)

Vorige week had ik me ingeschreven voor een midweek in een pastoraal herstellingsoord.
Het verblijf was 3 dagen met als thema ‘Omgaan met verlies.’
Omdat het programma al vroeg begon en het voor mij bijna 3 uur reizen was, kon ik de avond ervoor logeren bij een bevriend echtpaar.

Alleen al de wetenschap dat iemand me op het station stond op te wachten, verwarmde mijn van verdriet en rouw vereenzaamt hart.
Ondertussen dat de vrouw des huizes een heerlijke maaltijd bereidde, stak de gastheer de haard voor ons aan.
Het geurend knapperend hout deed me herinneren aan een paar jaar geleden toen ik me iedere dag koesterend warmde aan mijn eigen speksteenkachel.
Wat genoot ik van het zelf hakken en kloven van de zo voordelig mogelijk op de kop getikte boomstammetjes.
Tevreden en voldaan stapelde ik daarna mijn houthok vol, vanuit mijn woonkamer een prachtig gezicht.

Terug naar het heden; genietend van de open haard, heerlijk eten, drinken en als kers op de taart een door de heer des huizes voor speciale gelegenheden bereid toetje, genoten we van socializing without distance.
Liefdesbanden zoals alleen onze grote Broer, Jezus Christus, die smeden kan, tilden onze harten op een hemels niveau, alwaar geen klok nog tikt en tijd overgaat in eeuwigheid.
Het fundament van waaruit onze harten samensmolten, was het heimwee naar eens, voor eeuwig en altijd, waardoor een heerlijk voorproefje naar daar waar Jezus alles in allen is, voluit te smaken was.
Tegelijk met het heimwee naar dat eens, ervoer ik een diepe pijn van heimwee naar eens en voorbij.
Tijden waarin Jezus het antwoord was op angst voor de dood en een broederlijke kus of innige omhelzing heling bracht in zielepijn.
Kostbare herinneringen uit een nog maar pas verloren verleden, ingehaald door het heden waarin de voor alle mensen onvermijdelijke dood, ten koste van iedere menselijkheid, buiten de deur gehouden moet worden.
Een allang verloren strijd, waarin koning angst de wereld, maar nog pijnlijker dan dat, de kerk, wijs gemaakt heeft alsnog eigenhandig revanche te nemen.

Na een goede nachtrust werd ik woensdag morgen naar mijn andere bestemming gebracht: de paar dagen waarvan ik hoopte na afloop iets lichter weer naar huis te gaan.
Nog een laatste omhelzing, een laatste kus, een laatste zegenende hand op mijn schouder, waarna ik door de gastheer van het pastoraal oord naar mijn kamer werd gebracht.

En meteen daar begon het al te wringen…
De eerste vraag die me werd gesteld was of ik wel een mondkapje bij me had?
Vanaf afstand de pijlen en een rug van een zwartgehandschoend persoon volgend, werd me door dezelfde zwarte handschoenen de deur van mijn kamer gewezen.
Ik had toen al rechtsomkeerd moeten maken, maar tegen beter weten in bleef ik hopen dat niet angst, maar Jezus heer en meester was in het huis waar ik eerder een herberg voor mijn bezeerd hart gevonden heb.
In tegenstelling tot toen, veranderede het ‘nieuwe normaal’ mijn rouwklacht om de doden, in een veel schrijnender, rauwer en luider rouw om de emotionele afwezigheid van de levenden.
Wellicht meer nog, de geestelijke verbondenheid waaraan ik zo gemis ervaar, is deze dagen in het kwadraat vergroot.
Mijn God, wat heb ik me alleen(gelaten) gevoeld!

Om niet mijn beleving te herhalen kopieer ik een (beetje aangepaste) brief naar de familie waar ik logeerde, als antwoord op het waarom ik op donderdag huilend op de trein naar huis ben gestapt.
Door ervaring ervan uitgaand dat het merendeel het ‘nieuwe normaal’ als noodzakelijk aanvaard, ben ik voorzichtig geworden in gesprekken mijn pijn te delen.
Het ‘papier’ van de smartphone geeft me gelukkig geen zinloze antwoorden op vragen die ik niet stel.
Mijn tranen smeken nl. maar één ding; hou me asjeblieft even vast…

“Lieve Familie,

Om eerlijk te zijn is waar ik zelf ook wel bang voor was, uitgekomen.
Een soort van tegen beter weten in hopen dat het in een pastoraal herstellingsoord anders zou zijn, heeft me opgebroken.

We moesten, of ik zal in de ik vorm spreken, ik moest overal waar ik liep de pijlen volgen.
Al was bv de koffietafel naast me, dan nog mocht ik niet tegen de stroom in lopen, maar moest gemondkapt het rondje van de pijlen volgen.
Pas wanneer ik op mijn 1,5 meter veilige afstand van de andere deelnemers stoel ging zitten mocht het mondkapje af.

In zekere zin had ik daar nog wel mee kunnen leven, ware het niet dat het benadrukt dat er met niemand echt contact te maken was.
Lopend niet, omdat stilstaan de doorstroom belemmerd en het mondkapje zorgt voor onverstaanbaar gemummel.
Bovendien kom je in het eenrichtingsverkeer niemand tegen, tegen iemand opbotsen is al bij voorbaat onmogelijk gemaakt omdat de verbodsborden ‘per ongeluk’ spookrijden beletten.

Ik moet bij het zoeken naar de pijlen altijd denken aan wat Jezus zegt; ‘hef je hoofd omhoog.’
Het hoofd naar beneden en de ogen turend naar waar ik wel of niet lopen mag, zie ik steeds weer een beeld van een in het stof sissend kronkelende slang.

Omdat het zwartgehandschoend personeel me bij ieder hapje en drankje serveren aan doodgravers denken deed, had ik elke keer moeite tussen een huilbui of lachsalvo.
Netjes in de pas, gezicht bedekt kreeg ik vanaf veilige afstand mijn eten opgeschept.
Dat betekende, op veilige afstand werd mijn bord half-in een 3 meter brede tafel geschoven, waarna ik me 1,5 uit strekken mocht om het op mijn eigen gedesinfecteerd dienblad te zetten.

De pijlen volgend mocht ik daarna aan de mij toegewezen tafel zitten gaan, 1,5 meter verwijderd van ieder ander.

Lieve broer en zus, als het niet zo treurig was, is het op en af doen van de mondkapjes gewoon lachwekkend.
Even lopen, bv om nog een glas water te halen, op!
Zitten, het mag weer af…

Wat me uiteindelijk opbrak zijn de samenkomsten gericht op daar waar ik voor kwam, Rouw.
Met 7 andere deelnemers (de groep was in 2en verdeeld) volgde ik de pijlen naar de daarvoor bestemde ruimte, alwaar ik in een kring van 1,5 meter afstand van de ander zitten ging.

Je kunt je voorstellen dat wanneer je verteld waarom je komt, de naam of namen noemt waarover je rouwt, het moeilijk is je tranen binnen te houden.
Mijn God, ik heb dan geen behoefte aan mooie woorden of bijbelteksten, hoe waar ook!
Een arm om mijn schouder is op dat moment het enige waar mijn gepijnigde ziel naar hunkert, om schreeuwt, ja bijna om smeekt!
Helender dan 10000 woorden, genezender dan 10000 bijbelteksten, troostender dan 10000 berichtjes: ‘ik bid voor je hoor!’ 
Gezien worden in je verdriet, mee huilen, gewoon dichtbij, dat is de enige vraag van mijn zoute tranen.

Nog meer dan eerder heb ik in de afgelopen dagen ontdekt dat rouwen om de levenden die geregeerd door angst voor de dood afstand houden, mijn grootst verdriet is.
In dit geval angst voor een onzichtbare vijand, waarvoor in de strijd deze buiten te houden, iedere menselijkheid opgeofferd 
is op het altaar ‘jij bent medeverantwoordelijk voor mijn gezondheid’

Ik kwam in de hoop en verwachting gezien te worden in mijn rouw om de dood van geliefden.
Angst voor de dood en het bestrijden van die dood heeft de maatschappij blind gemaakt, voor de rouwenden die in deze tijd of in het verleden iemand aan de dood verloren.
De hulpvraag van de op veilige afstand levende rouwende, is in het zoute tranen natte mondkapje gesmoord en gedood.
Wanneer ik doodga aan Corona moet er een contactonderzoek komen en gaat iedereen in mijn omgeving bijna dood van paniek.
Stel je voor dat ik de schuld ben aan hun ziekte en dood! 
Wanneer ik zeg dood te gaan van eenzaamheid en verdriet worden de schouders opgehaald; het is nu eenmaal niet anders, we moeten het er maar mee doen.
‘We?’ denk ik dan?
Wie zijn die ‘We?’
‘Jullie/jij  bedoelt/bedoelen  toch niet anders dan dat jullie besloten hebben dat ik het er maar mee moet doen?’

Wat me zeer doet is allereerst de eenzaamheid van de (on)veilige afstand.
Maar mij op afstand houden, betekent veel meer dat diegene zelf ook niet meer aan te raken is en ongenaakbaar geworden is.
De leugen dat dit om veiligheid gaat breekt mijn hart.
Ik heb er nl. niet om gevraagd als potentieel gevaar behandeld te worden.

Dat we dit als kinderen Gods zijn gaan geloven is mijn diepste rouw.

Kortom, ik kwam om te rouwen om de dood  van geliefden.
Maar daar waar de dood zelf heerst lacht die dood je recht in het gezicht uit.
Zo heb ik het althans ervaren…

Alsof er geen kruisdood geweest is zijn we weer terug in het Oude Testament, alwaar we gehoorzaam aan een goddeloze overheid de ratel ‘gevaar gevaar’ ratelen.
Kwam Jezus niet om deze vloek op te heffen?
Was Hij het niet die de melaatse tegemoet trad en aanraakte?
Wat gebeurde er nadat een bloedvloeiende (vervloekte) vrouw hem aanraakte?
De pijn van 12 jaar eenzaamheid werd geheeld in dat ene simpele liefdesgebaar, Jezus draaide zich om!
Hij maakte contact!”

Een gat in mijn hart.

Omdat ik me ziek voel van rouw ben ik vorige week om hulp naar de huisarts gegaan.
Een ernstig fietsongeluk is me niet in de koude kleren gaan zitten.
Gevolgd door het overlijden van een heel dierbare vriend en vlak daarna het overlijden van mijn vader heeft mijn bestaan behoorlijk doen schudden.

De tijd waarin we leven is daarbij een grote min factor in het verwerken van zo veel leed.
Al toen ik weken thuis zat en huilde van de lichamelijke pijn, ontdekte ik hoe onbarmhartig Social Distancing is.
Maar toen leefden zowel mijn goede vriend en mijn vader tenminste nog.
Des te meer ervaar ik nu de hardheid van de ‘samen krijgen we het virus eronder’ maatschappij.

Wat vóór corona goede vrienden waren zijn bijna geen vrienden meer, of zelfs helemaal niet.
Terwijl een half invalide vriendin nooit toestond dat ik mijn eigen kopje naar de keuken bracht, heeft diezelfde kop waarop een papieren zakdoekje op het schoteltje lag, me nu een vriendschap gekost.
Dat werd ineens gezien als respectloos en de coronaregels aan mijn laars lappen.
Vrienden die bij ziekte en vooral rouw je vóór corona op zouden zoeken, (tenminste daar ging ik toen vanuit) zeggen nu je ‘met plezier op afstand te houden.’
Het is niet fijn zoveel verlies en daarom bidden ze voor me, schrijft men over de Whatsapp.

Zoals gezegd, ik ben ziek van verdriet maar ook van het alleen gelaten worden in dat verdriet.

Deze middag had ik een eerste afspraak voor rouwverwerking met een GGZ praktijkondersteuner.
Het is op niks uitgelopen omdat het eerst en vooral ging over de voor mij op te volgen noodzakelijke veilige afstand regels.
Maar in hemelsnaam, hoe kun je met iemand een echt gesprek voeren met een half bedekt gezicht?
Hoe kun je praten zonder dat we elkaars mond zien bewegen en zonder dat we elkaars gezichtsuitdrukking kunnen zien?
Het voelde als hoe een vrouw zich voelen moet wanneer ze gemuilkorfd een kind ligt te baren.
Terwijl puffen de belangrijkste oefening op zwangerschapsgymnastiek is, word je tijdens het baren verplicht de mond gesnoerd, anders helpt men je niet eens.

Ik vertelde daarom dat ik onmogelijk praten kan met een mondkapje op mijn gezicht.

Het bekende verhaal: ik wilde toch niet op mijn geweten hebben dat die ander door mijn toedoen dood zou kunnen gaan.
Ik zei dat wanneer ik ziek zou zijn, ik dat aan niemand zou vertellen, omdat ik er dan liever zelf voor kies alleen te zijn.
Ik zou het nl. veel erger vinden alleen gelaten te worden.
Maar…wist ik wel dat ik dan dood creperen zou?

Ik vertelde dat ik zonder Corona nu al door Corona crepeer van verdriet en alleen gelaten worden, terwijl ik juist zo snak naar af en toe een arm om me heen.
Ze haalde haar schouders op en zei dat het nu eenmaal de regels zijn waaraan ik en zij niets veranderen kunnen.
‘Maar dat is niet waar’ antwoordde ik ‘u kunt er wel iets aan veranderen!’
‘Hoe dan?’
‘Door op te staan en mee te doen met andere hulpverleners die zijn gaan vertellen dat er ook een andere kant is.
‘Welke andere kant?’
‘Dat mensen dood gaan aan de eenzaamheid van deze ongenadige tijd.
Dat anderen en ik creperen aan de gevolgen van Social Distancing.

Vanuit haar koude ogen straalde geen enkele compassie en onaangedaan haalde ze nogmaals haar schouders op, ‘het is nu eenmaal zo’

Ik wil niet zeggen dat er nooit meer iemand is die me eens even hartelijk vastpakt, gewoon omdat mijn verdriet gezien wordt.
Maar dat is sporadisch. Een reactie als boven beschreven is in de afgelopen maanden ‘gewoon’ geworden, het nieuwe normaal.

Ik rouw om de lichamelijke klachten nav een ongeluk, ik rouw om de dood van een goede vriend en om het overlijden van mijn vader en de familie conflicten daar omheen.
Maar waarom het moeilijk verwerken is, ervaar ik als de grootste pijn en dat is het alleen gelaten worden door vrienden, of liever gezegd broers en zussen waarmee je eens de meest intieme gebedsmomenten deelde.
Familie van Jezus, waarbij het normaal was elkaar de handen op te leggen en in de naam van Jezus te zegenen. Kerkmensen waarmee je Bijbelstudie deed, waarmee je praatte over het geweldige wonder van het kruis, maar waar nu alleen nog gepraat kan worden over hoe we zelf Corona onder controle krijgen. En dat dan vooral op veilige afstand coronaproof.
Op dezelfde veilige afstand bid men voor me.
Maar waar ik zo’n behoefte aan heb is niet voor, maar met me bidden.
Ik geloof nl. dat dat is wat God bedoelde met ‘het is niet goed dat de mens alleen is…’

Er zit een gat in mijn hart en dat gat wordt iedere keer groter wanneer het gesprek hierover aangaan stuk loopt op de muur van ‘het is nu eenmaal even zo.’
Even?
Voor mij is dat al een eeuwigheid van verloren tijd.
Maanden van zeer en rouw, waarin ik steeds meer de neiging krijg mezelf terug te trekken om maar niet dood te lopen in het doolhof van de steeds strakker opgelegde regels.
Gehoorzaam opgevolgd brengen ze evengoed levensbedreigende schade toe.
Maar ja, dat is nu eenmaal ‘het nieuwe normaal.’