Het is de schuld van die Wappies!

Hoewel ik graag geloof in het tegendeel is mijn ervaring dat degene die nog steeds geloven dat het om een virus gaat, met geen enkel argument of bewijs van het tegendeel, op andere gedachten te brengen zijn.
Er is nl. moed voor nodig toe te geven dat je jezelf de ogen dicht hebt laten naaien en je monddood hebt laten maken.
Het getuigt van lef te erkennen dat dat waarvoor de ‘wappies’ vanaf het begin waarschuwden, één voor één uitgekomen is.
De ‘wappies’ voorspelden tevens dat zíj uiteindelijk de schuld zouden krijgen van het falend overheidsbeleid en de oorzaak zouden zijn van het ‘noodzakelijk’ en buitenproprtioneel optreden van politie en ME.
Liever dan de ‘wappies’ bedanken voor hun strijd voor ook jóu vrijheid, was je liever je handen in onschuld kapot.
Want stel dat je erachter komt dat je met open ogen in de val van de leugen bent getrapt, dat je je blind en de mond gesnoerd hebt laten belazeren, dan moet je toegeven dat jezelf onderdeel geworden bent van het probleem.
Dat je medeverantwoordelijk bent voor het in stand houden van de leugen.
Dat je vrijwillig meewerkt aan het tot stand komen van een dictatuur.
Dat je pion geworden bent in een spel waarin niet jij maar de machtswellustelingen aan jou touwtjes trekken en daar zelf miljarden aan verdienen.

Maar toch zal ik nog één poging wagen;
Als het waar is dat de ‘wappies’ met hun door jou zinloos genoemde demonstraties de pandemie in stand houden, dan zouden er alleen al in Nederland miljoenen meer doden door het zogenaamde ‘killervirus’ te betreuren zijn.
Ze komen met soms duizenden samen, vermenigvuldig dat met de mensen waarmee ze in het dagelijks leven in aanraking komen en die mensen komen ook weer in aanraking met anderen.
Een keten van besmetting op besmetting toch?
Het tegendeel is waar, maar zoals gezegd, toegeven dat ze gelijk hadden getuigd van lef!
Tegen beter weten in blijven vastbijten in het gelijk van het ongelijk, laat zien dat je uiteindelijk doodsbang bent voor die ‘wappies’
Dat je je gemakkelijk bent gaan voelen bij de leugen in plaats van de leugen de schuld geven van je ongemakkelijk voelen bij de waarheid.

De catacomben en de voedselbank.

Gedreven door verlangen naar een kerk zoals de eerste gemeente, waar onder het krachtig getuigenis van de opgestane Heer, iedere dag gelovigen werden toegevoegd, schreef ik in juni 2019 over mijn ervaring kerk/voedselbank.
In feite deelde ik in mijn blog pijn over gemis, niet zozeer van goed eten en daarom dankjewel moeten zeggen voor minder, maar vooral over gemis van het getuigenis van de opgestane Heer.
Er is me vaak gezegd dat verlangen naar hoe het in de eerste gemeente was, een utopie is, dromen over iets dat simpelweg niet mogelijk is.
Het komt me nog steeds over als, hoewel de schatkamers wijd open staan, ik dankjewel moet zeggen voor minder of goed genoeg.

We zijn bijna 2 jaar verder en mijn hemel, sinds vorig jaar leven we in een compleet andere wereld waarin het ondenkbaar geworden is opgepropt tussen hoofdzakelijk onzichtbaar achter boerka gesluierde medemensen te wachten op je beurt bij de voedselbank.

Ondanks dat, of liever gezegd, mede daarom, droom ik meer dan ooit van zo’n kerk, een gemeenschap waarin de gekruisigd en opgestane Heer Jezus Christus centraal staat.
Een Handelingen 4 kerk, waarin de onderlinge liefde zoals beschreven in psalm 133 niet alleen bezongen maar geleeft én beleeft wordt.

Pas de laatste tijd realiseer ik me dat er nogal wat concequenties kleven aan lid zijn van zo’n kerk.
De geschiedenis leert immers ook dat het krachtig getuigenis van de opgestane Heer vooral bij de godsdienstleraars van de gevestigde kerk irritatie opwekt.
Een ergernis die aan het begin van de kerkgeschiedenis uitmondde in vervolging van Jezus’ dood en opstanding belijdende christenen.

Tijdens een rondleiding in nagemaakte catacomben, ondergrondse gangen waarin gekovigen uit de eerste eeuw niet alleen hun overledenen begroeven, maar ook hun samenkomsten vierden, proefde ik een fractie van de ernst van deze vervolging.
Tot die tijd had ik daar een nogal geromantiseerde voorstelling van.
Maar de gids verhaalde een heel andere werkelijkheid: groot en klein stond met de voeten in de modder en het lijkvocht van hun in nissen begraven doden.
En toch, de lieflijke geur en de kracht van het Evangelie oversteeg de stank van ontbinding en verlichtte de ondergrondse duisternis.
Mede door de vervolging
verspreide het Goede Nieuws zich over heel de wereld en doorboorde eeuwen later mijn eigen hart.

Maar vervolging, nee ik weet niet wat dat is.
Mijn bed staat immers niet ergens ver weg in China, Noord Korea of één van de streng Islamitische landen waar vervolging van christenen aan de orde van de dag is?

Vandaag las ik mijn blog over de voedselbank nog eens door.
Zoals gezegd, de wereld is verandert, de regels en voorschriften voor toegang tot de voedselbank ook.
Maar heeft het krachtig getuigenis van de opgestane Jezus, de kerk uitdeler van het brood des levens gemaakt?
Staan de deuren wijd open voor de wereld in nood?
Is de kerk bereid om omwille van dat krachtig getuigenis vervolging te riskeren?

Is het niet juist omdat er allang geen getuigenis van de kerk meer uitgaat, deze ook geen vervolging te verwachten heeft?
In de afgelopen decennia is de overheid onderdanig immers compromis op compromis gesloten, dus wat zou er te vrezen zijn?

Anders is het wanneer je als eenling nog vragen durft stellen.
Vragen die gebaseerd zijn op die ene vraag: ‘hoe staat het met het getuigenis van de opgestane Heer?’
Dat deze vraag fnuikend en gemener dan ooit uitsluiting door de gevestigde orde betekent, ondervinden individuele christenen (nu nog) in het klein.
In het groot ondervindt een hele kerkgemeenschap als Grace Life Church in Canada dat, waar de overheid gebood in het duister van de nacht een driedubbel hek om het gebouw te plaatsen en zo gelovigen de toegang te beletten.
Een kerk in het vrije westen die ‘ondergronds’ moet gaan!
De tekenen wijzen er op dat dit soort maatregelen tot het nieuwe normaal gaan behoren ook, (of vooral) in de kerk.

Je kunt je afvragen wat voor geheim daar dan bedekt moet blijven?
Wel, het krachtig getuigenis van het verbroken Lichaam en verlossend Bloed van onze Here Jezus Christus!
Alsof een door de machten van de duisternis aangedreven overheid deze hemelse kracht aan banden leggen kan!

Ze hebben zeker nog nooit gehoord van een weg door de Rode Zee, vuur uit de hemel op de berg Karmel en het van boven naar beneden gescheurde gordijn voor het Heilige de Heiligen.

Het is aan God te danken dat er net als in de tijd van Elia, nog steeds een grote menigte verzameld is rond de Ark des Verbonds, de enig en ware gekruisigd en opgestane Heer Jezus Christus.
Het voorhangsel is gescheurd, wees welkom, belijdt uw zonden, eet van het brood des Levens en drink uit de beker der dankzegging.
Leef!

Voor wie ben ik naaste wanneer ik me niet laat prikken?

Omdat ik pleit op het bloed van Jezus, mijn beste bescherming en medicijn het proclameren van Ps.91 is, ik meer geloof aan de voorschriften van Jezus aangaande ziekte en gezondheid hecht dan aan die van het RIVM, ben ik door medechristenen een gevaar voor de volksgezondheid genoemd, is me anti-vaccin gebrabbel verweten, is me gezegd dat ik erg diep gezonken ben, heb ik vaak gevoeld dat mede christenen me met het grootste gemak naar zo’n anti-vax kamp zouden sturen en ben ik voor moordenaar uitgemaakt.
Ik word met ‘liefde op afstand gehouden’, vriendschappen zijn beëindigd, alleen maar omdat ik niet zwijgen kan over wat Jezus in Zijn Woord ons omtrent samenkomen, Avondmaal vieren, lofliederen zingen, dopen, elkaar ontmoeten en broederlijk kussen, opdraagt.
Het wordt me door broers en zussen niet in dank afgenomen dat ik hun herinner aan de overwinning op zonde, ziekte en dood aan het kruis op Golgotha, waar Hij, de Zoon van God, iedere vijand onder onze voeten heeft geplaatst.
Pijn delen om de het door de kerk alleen laten van zieken en kwetsbaren en de steeds grotere wanhoop onder mensen voor wie de kerk onder de vlag: ‘naastenliefde’ haar deuren heeft dicht gedaan, het wordt achteloos weg gewuift, want dat virus moet toch bestreden worden?

Vandaag is daar een nog openlijker vorm van hardheid en haat bij gekomen, een medechristen zei me recht in het gezicht dat het terecht is dat ik straks niet meer kopen en verkopen kan.
Op mijn vraag of hij me dan eten komt brengen antwoordde hij zonder blikken of blozen: ‘Nee natuurlijk niet!’
Had ik dat vaccin maar nemen moeten!

Heer ontferm U over ons.

Nu zijt wellekome Bill of nu zijt wellekome Jezus?

‘Nu zijt wellecome’ zingt een oud Kerstlied.
Waar deze tekst aan ontleend is ontgaat me een beetje.
Alhoewel ook toen alle tekenen erop wezen dat er een invasie vanuit de hemel had plaatsgevonden, waren het alleen een paar arme herders die op kraamvisite gingen.
Zelfs toen een ster duidelijk de plek van de geboorte van de Messias aanwees, was het een stel buitenlanders die de moeite namen een verre reis aan te vangen om dit Kind te aanbidden.
Zowel de koning als de kerk wilden de Redder van de wereld ombrengen!
Hoezo, ‘Nú zijt wellecome!’
Zit de in nood en radeloos dolende wereld te wachten op Jezus?
Hoe zouden ze de weg ernaar toe moeten vinden, wanneer zelfs de kerk opgehouden is Kerstfeest te vieren laat staan uit te barsten in een welkomst lied ter ere van dit Kind?

Wie ziet er nog uit naar The Great Reset van onze Bruidegom, de Koning der Koningen?
Of wachten we met smart op het vaccin waarna we weer terug kunnen naar ‘normaal?’
Gezien de dank voor het prikje ben ik bang dat het dat laatste is.

Nu zijt wellekome Bill of Nu zijt wellekome Jezus?

Gehoorzaam of onderdanig?

De oproep van Paulus tot onderdanigheid aan de overheid, heeft de kerk een half jaar geleden doen besluiten haar deuren in het slot te gooien.
Deze gehoorzaamheid tot een lockdown van de kerk( en overigens ook een lockdown van de complete wereld) zou moeten laten zien dat we het virus onder controle hebben.
Dat is geenszins het geval, terwijl de maatregelen de wereld in radeloosheid dolen laat, het virus ‘heerst’ nog volop.

Vanaf het begin van de crisis heb ik de overtuiging dat corona in de hel bedacht is om de wereld onder de heerschappij van Satan te krijgen.
Persoonlijk ervaar ik de onderdanige gehoorzaamheid van de kerk aan de overheid daarom meer als laf en ongehoorzaam aan de voorschriften die Jezus aan de gemeente geeft.

Mijn vraag is; ‘draai het eens om, (of liever gezegd, terug) zouden we als we Jezus voorschriften voor de gemeente opgevolgd hadden ook nog zo bang moeten zijn voor een tweede golf?
Zou het zo kunnen zijn dat Paulus gelijk heeft over ziekte in de gemeente omdat we de Maaltijd van de Heer niet echt op waarde hebben geschat?
Heeft de kerk door zonde geen zonde meer te noemen het oordeel van overlevering aan de leugen over zichzelf afgeroepen?
En is het niet vreemd dat de overheid de gehoorzaamheid van de kerk voortdurend bestraft met nog meer restricties, terwijl de abortuskninieken al die tijd gewoon open gebleven zijn?’

Nog een vraag; ‘Is het gebod ‘de naaste lief te hebben als mezelf’ bedoeld om mijn naaste op veilige afstand te houden?
Hoe zit dat dan met dat God in het begin al zei dat het niet goed is dat de mens alleen is?
Leg me in het kader van het liefdesgebod eens uit dat het voor ieders bestwil is dat dit gebod een totaal andere betekenis gekregen heeft.
Of kunnen we constateren dat nu aanraking en nabijheid strafbaar is en beboet wordt, Satan eindelijk zijn gram op de naar afstand smekende mensheid haalt?

Alhoewel de meeste mensen je meewarig vragen waarom het zo moeilijk is de regels gewoon op te volgen, blijf ik deze vragen stellen.
Gods Woord is namelijk helemaal niet vaag of onduidelijk over de tijd waarin we leven.

Al zou je daar nog aan twijfelen, niet Gods Woord hoeft te bewijzen dat we afstevenen op een nieuwe wereldorde en de aanbidding van het beest, het is juist andersom!
De steeds verder gaande beperkingen van dat wat een half jaar geleden nog gewoon was, bewijst dat wat Gods profeten over de laatste dagen vertellen, waar is!

Je zou nu ook kunnen zeggen: ‘het is toch altijd al zo geweest?’
Is dat zo?
Nooit eerder had de wereld één gezamenlijke vijand!
En wat te denken over de profetie van Jezus Zelf over de bloeiende Vijgenboom, het volk en land Israël?
(Matt 24)

In tegenstelling tot de verwachting dat gelovigen er daarom opuit gaan nog zoveel mogelijk mensen het reddingsplan van God te vertellen, zwijgt de kerk uit wat ze zelf zeggen; ‘gehoorzaamheid.’

En iedereen vindt het best!
Net zoals het morbiditeit percentage van Corona op een cijfer achter de komma staat, zo weinig gelovigen weigeren zich te laten misleiden door de plandemie corona.
Persoonlijk behoor ik tot die kleine groep die met heel andere andere ogen kijk naar wat zich vandaag de dag, niet alleen in de kerk, maar wereldwijd afspeelt.
Maakt me dat een betere christen?
Totaal niet, de eenzaamheid hierin drukt me zelfs zwaar en geloof me, wanneer Gods Woord anders zegt, zal ik gehoorzamen aan dat Woord!
Alleen, de Bijbelse profetieën spreken dezelfde taal.

Vandaar dat ik weiger gehoorzaam te zijn aan een overheid die zich allang afgekeerd heeft van de enig ware God en Vader van Jezus Christus.
Om Jezus wil kan ik me niet conformeren aan een regering die door middel van angst en paniek zaaierij, knipmessend meedoet aan de vorming van een nieuw te vormen wereldrijk.

Omdat ik de waarschuwing voor het teken van het beest serieus neem, geloof ik dat we niet ver verwijdert zijn van niet meer kunnen kopen en verkopen zonder dit teken.
En al zou ik het zelf een onwaarschijnlijk idioot scenario vinden, de eigenaar van het WorldWideWeb, Bill Gates maakt van dit plan echt geen geheim!
Net zo verteld hij op het door hem zelf gekochte web, openlijk over zijn plan de wereldbevolking sterk in te willen laten krimpen.

Daarom weiger ik gehoorzaam te zijn aan de Farao, ik gooi geen Israëlische baby’tjes in de Nijl.
Ik weiger onderdanig te zijn aan de heidense tempelhoer, koningin Izebel, ik zal nooit mijn knieën buigen voor de Baäl en weiger te geloven dat ik door mijn kinderen te offeren, hem tevreden stellen kan.
Al dreigt koning Nebudkadnessar me in de vurige oven te gooien wanneer ik weiger voorover te vallen voor zijn beeld, ik zal nooit knielen voor welk afgodsbeeld ook!
Wanneer dezelfde wereldheerser mij dwingt alleen hem als god te aanbidden, ik richt mijn gezicht naar Jeruzalem en verwacht het alleen van Jezus.
Al krijg ik stokslagen van de kerkleiders en verbieden ze mij het over Jezus te hebben, ik zal nooit zwijgen over Hem, nooit!

Ik weiger daarbij de leugens, wetten en voorschriften van een overheid die al lang geleden de zonde bij wet gerechtigd en gelegaliseerd heeft, te geloven en op te volgen.
Ik kan niet anders dan opstaan tegen een regering die zelfs de meest veilige plek op aarde, de moederschoot, tot een rovershol van Satan heeft gemaakt.
Hoe kan ik de medische wereld nog vertrouwen wanneer ze het dagelijks afslachten van duizenden baby’s verantwoord medisch handelen noemt?

Vandaar ook dat ik weiger me te laten manipuleren door de geest van angst voor een virus dat helemaal niet nieuw is, want 2000 jaar geleden is het al aan het kruis genageld.
Mijn lippen zullen ook nooit uitspreken dat het virus ‘heerst’ omdat alleen Jezus heerst!

Deze Jezus zegt; ‘wanneer je dit allemaal ziet gebeuren, hef je hoofd omhoog naar de hemel en verwacht Mij iedere dag!’

Ik ben in goed gezelschap!
Net als Sifra en Pua weiger ik te gehoorzamen aan het gebod Het Kind in de Nijl te gooien, en laat mij wassen door Zijn kostbaar bloed.
Als offer aan de Zoon die zich voor mij liet afranselen, bouw ik net als Elia een altaar voor Hem alleen, de enige ware God.
Omdat vurige liefde voor mij Hem verteerde tot de dood, zal ik net als Sadrag, Mesach en Abednego, niet knielen voor welke andere kroon ook!
Precies zoals Daniël, richt ik mijn gezicht naar Jeruzalem, de stad waar de Leeuw van Juda voor mij brult.
Religie kan mij nog zoveel stokslagen geven, net als Petrus en Johannes, zal ik op de kerkpleinen blijven zingen van de naam boven alle naam:

Jezus Overwinnaar

Zijn troon is onwankelbaar en Zijn heerschappij tot in eeuwigheid…

Eredivisie

De KNVB, vreest een doemcenario voor de voetbalsport.
Als gevolg van de crisis constateert de directeur dat het ‘sociale element” en „geluksgevoel” na het stilleggen van de sport een flinke knauw gekregen heeft.
De kas raakt leeg en omdat er al een half jaar geen wedstrijden zijn gespeeld is het niveau van de spelers gedaald.
Ondanks dat er sinds kort weer in de eredivisie gespeeld mag worden is men daarom bang dat supporters aan hun vrije (zon)dag gewend zijn geraakt en inmiddels een andere vrijetijdsbesteding hebben gezocht.

Zondag is ook de dag waarop in allerlei torentjes via klokgelui het volk opgeroepen wordt ter kerke te gaan.
Maar nog eer in de voetbal het spel gestaakt werd, sloot de kerk haar deuren toe.
Terwijl de klokken nog wel luiden stond de dominee, in de hoop dat men zich thuis op tijd voor het schermpje geinstaleerd had, voor een lege kerk te preken.

Maar er mag weer gevoetbald worden, dus mogen we van Mark, Hugo en Ferdinand ook weer naar de kerk!
Zij het dat er alleen een plekje gereserveerd wordt wanneer er niet gelogen wordt over een verkoudheidje, het toegangspoortje bij een graadje hoger geen alarmbellen rinkelen laat, we strikt de pijlen volgen en de aanwijzingen van kerkboa’s zwijgend gehoorzamen, we mogen weer naar de kerk!

Ondanks dat maakt men zich net zoals in de voetbal, zorgen over het feit waarom de anderhalf meter uit elkaar gezette stoelen leeg blijven.
In allerlei artikelen vraagt men zich af wat daar de oorzaak van is en wordt het plan geopperd wegblijvers persoonlijk naar de reden van hun voorheen warmgehouden en nu lege stoel te vragen.

Op zich is dat natuurlijk een nobel streven, je afwezige broers en zussen thuis op zoeken om er achter te komen waarom de kerk leeg blijft.
Persoonlijk word ik er nogal cynisch van…
Want waar was de kerk zelf het afgelopen half jaar?
Waar was de dominee toen in de huizen van eenzamen de stoelen leeg bleven?
Waar was hij/zij toen in ziekenhuizen mensen alleen dood gingen?
Waar was de kerk toen ouden van dagen maandenlang achter hun eigen deuren zaten opgesloten?
Wat deed de kerk met de voorschriften van Jezus over ziekte, samenkomen en gemeenschap, Avondmaal, dopen en lofprijzing?
Was de kerk allert op de tekenen van de tijd en op Jezus vele waarschuwingen en bemoediging niet bang te zijn?

Op de vraag (via mail of telefoon): ‘is Jezus dan voor niets gestorven?’ komt steevast het antwoord: ‘ja maar, corona’
Stikeenzaam klagen over je in de steek gelaten te voelen, juist nu je die kerk zo nodig hebt, wordt beantwoord met: ‘We bidden voor je.’
Een van de voorgangers, zelf regelmatig familiekiekjes en vakantiefoto’s op social media delend, schreef: ‘de ene groep heeft het wat moeilijker dan de andere. Dat is nu eenmaal zo…’

Ik hoor bij die ‘sommigen’ die het met de wereld van nu wat moeilijker dan die dominee heeft, vooral omdat ik nogal wat verlies en rouw te verwerken heb de laatste tijd.
Maar samen met al die andere sommigen ben ik niet meer als Collateral Damage.
Iemand appte nadat ik vertelde van mijn verlies: ‘niet fijn voor je, ik bid voor je.’
Niet fijn nee…
Wat een armoe in de familie van God.

Zelf onderzoeken en vragen stellen betekent in de wereld onherroepelijk het stempel: ‘complotdenker’ opgeplakt krijgen.
Is dat in de kerk anders?
Nee, helemaal niet, wanneer je aanmoedigt de profetieën en Openbaring erop na te slaan ben je ook in de kerk een ‘complotdenker, en legt men je met de tekst dat we de overheid toch gehoorzamen moeten het het zwijgen op.

Wel, ik draag met trots de titel ‘complotdenker.’
Waarom?
Omdat de kerk herinneren aan de voorschriften en beloftes van Jezus, de dood en opstanding van onze Heer en Heiland verkondigen is.
Niets meer en niets minder!
Ik deel deze eretitel met de eerste volgelingen van Jezus.
Toen zij in Jeruzalem de opstanding van hun gekruisigde Heer verkondigden, werd hun na geseling door de overheid en kerk, verboden daarover te spreken.
Maar hun hart was vol van de heerlijke boodschap, dus liep hun mond over!
De kerk beschuldigde hen vervolgens voor het bedenken van allerlei valse complottheorieën…

Inderdaad, als complotdenker’, speel ik trots mijn balletje in de eredivisie van Het Lam.
Maar vaak met tranen van intens verdriet over mijn wangen.
Soms bijna de wanhoop en radeloosheid nabij om het tevergeefs roepen Gods Woord erop na te slaan en zelf onderzoek te doen naar wat er vandaag in de wereld speelt.
Pijn van verdriet om het in de steek gelaten worden door broers en zussen die stiekem ook ‘complotdenkers’ zijn maar uit angst hun mond maar houden…

Temidden van de gesprekken die vaak alleen nog over corona gaan, het kruis omhoog houden, is in een samenleving die het nieuwe normaal als de normaalste zaak van de wereld omarmt, een eenzame positie.
Daar is nog weinig ‘samen’ in te beleven.
En dat doet pijn, heel erg pijn…

Maar heeft Jezus ook dat niet al voorzegd?
‘Alles wat krom is zal recht gepraat worden, wat recht is zal krom gepraat worden.
Ze zullen u in de synagoge opbrengen waar u verantwoording geëist wordt over het uitspreken van Mijn Naam.’
Dat gebeurde; de directe getuigen van Jezus dood en opstanding werden als complotdenkers vervolgd en gedood.
Paulus kreeg het aan de stok met de godsdienstleraars uit zijn eigen volk, hem werd het zwijgen opgelegd, hij werd buitengeworpen en moest vluchten voor zijn leven.
Het is dus altijd al zo geweest.

Bang voor wat er in de wereld gebeurt moedigt Jezus aan;
‘wanneer je deze dingen ziet gebeuren, hef je hoofd dan omhoog, Ik kom je spoedig halen!
Wie overwint zal bekleed worden met witte kleren en Ik zal zijn naam beslist niet uitwissen uit het boek des levens, maar ik zal zijn naam belijden voor Mijn Vader en voor Zijn engelen.

Here Jezus, bekeer de kerk!
Here Jezus, kom spoedig!

Dikke Zoenen

Dikke zoen van een neger

Vroeger maakten we ons gelukkig niet druk om de kleur van Zwarte Piet, zwart was gewoon zwart.
Net zoals Negerzoenen gewoon Negerzoenen waren, en Jodenkoeken gewoon Jodenkoeken.
Alhoewel…dat van die negerzoenen is nog wel een dingetje, er zijn namelijk ook Dickmann’s!
Dat zijn nog eens zoenen zeg.
Van gewone negerzoenen krijg je een klein petieterig kusje, niets vergeleken bij de dikke vette smakkerd van een Dickmann’s.
Whhaaaa, als zo’n doos eenmaal open is…

Stel je voor, het ritueel van de Dickmann’s Negerzoen;
Van tevoren heb ik al water op gezet, de mooie Royal Albert theepot is gevuld en koestert zich in het dons van mijn vintage theemuts.
Mijn lievelingsfilm ligt klaar in de speler, ik hoef alleen nog maar op “play” te drukken.

Het lipje van de doos is los, het deksel gaat langzaam open.
Al mijn zintuigen worden geprikkeld…
De aanblik, 12 negerzoenen, alleen voor mij!
De geur van chocolade die vrijkomt na opgesloten te zijn in het prachtige zilver spiegelende karton…
Het water loopt me in de mond, ik moet me bedwingen om niet vast in de keuken zo’n bol uit de doos te grissen en de eerste hap in de knapperende chocola te zetten.
Dat moment wil ik bewaren tot ik me geïnstalleerd heb.
Uit de kast haal ik een prachtig ovaal bord van het servies van Moeder, daar passen die 12 zoenen precies op.
Één voor een til ik ze voorzichtig uit de doos en rangschik ze langs de rand van het bord.
In de hoop niet gestoord te worden
nestel ik me in een hoek van de bank met het bijzetafeltje binnen handbereik.
Op Marokkaanse wijze giet ik de heerlijk geurende Muntthee in mijn mooiste theeglas waarna hét moment…
De eerst hap in een Dickmann’s negerzoen…
In één van de 12!
Wat een heerlijkheid, na de eerste zijn er nog 11!
“Knak” zegt de laag chocola wanneer ik mijn tanden er voorzichtig in zet,en me laat zoenen door deze verrukkelijke neger.
“Knak…”
Binnen in de bol ligt de volgende belofte bloot…wit,schuimig,kleverig en zoet.
Mijn duim en wijsvinger doen ondertussen de chocolade iets smelten, en ik neem de volgende hap.
Rond mijn mond vormt zich als een lipliner wit en bruin…waardoor het plezier alleen maar groter wordt want mijn lippen proeven nu ook naar Dickmann’s.
De volgende zoen besluit ik andersom te eten, eerst het koekje onderaan,de bodem die deze verrukkelijke zoetigheid draagt.
Het maakt dat je vingers nog kleveriger worden,wat ook onderdeel van het genot is.

Maar dan…gatver!
De bel gaat, ik word gestoord in waar ik me al dagen op verheug.
Waarom heb ik de deuren niet op slot gedaan, de gordijnen dicht, de telefoon uit?
Snel druk ik eerst de recorder op pauze, zet het bord met zoenen in de koelkast, houd mijn zoete lippen onder de kraan, lik nog gauw wat chocola van mijn vingers voor ze ook onder de kraan te ontdoen van hun kostbare kleverigheid, en open de deur alsof ik al uren zit te wachten op deze zeer onwelkome onderbreking.
Het is de dominee, notabene…
Zit mijn haar goed, is mijn gezicht echt wel schoon, oh help, mijn jurk zit nog verfomfraaid….grrrrr

Vriendelijk,maar niet tot enige tegenstand van mijn kant bereid staat hij al binnen.
“Waarom moet ik altijd eerst een afspraak maken ” denk ik,” en hij komt zomaar onaangekondigd binnen.”
Ik krijg plotseling spijt van mijn poetsbeurt en wilde wel dat de bruin en witte lipliner nog om mijn mond zat, en ik dominee een kleverig handje kon geven waardoor hij snel zijn hand terug trekt.
Of…mijn fantasie slaat op hol.

Hij vindt het ook lekker zo’n kleverige hand en begint er zijn vingers bij af te likken.
Bij het zien van mijn zoete lipliner gaat zijn tong automatisch rond zijn eigen lippen, om te ontdekken dat die van mij zoeter zijn.
Ho ho Tiny
Nu stoppen…
Hahaha.

Beide benen weer op de grond, trek onopvallend je jurkje recht( hoe doe je dat trouwens onopgemerkt?)
en bedenk ondertussen razendsnel wat je nu doen moet…

Ik hoor mezelf zeggen dat “het helemaal niet uit komt dominee.”
Warempel, ik hoor echt mijn eigen stem dingen eruit flappen die ik daarvoor alleen nog maar durfde denken.
Maar ja, wat denkt hij wel dat hij mijn hemels moment met mijn 12 negers verstoren kan?
Die staan daar nu te bibberen in de koeling terwijl ze zich net in een keurige wachtrij opgesteld hadden mij één voor één met hun volle lippen te zoenen!
Ik hoor ze verlangend roepen en ben bang dat wanneer ik ze te lang laat wachten, hun heerlijke vulling voor straf krimpt van de kou.
Of dat hun strakke sixpack van liefdesverdriet barst zodat bij het zoenen de ” knak” jammerlijk verloren gaat.

“Eerwaarde dominee, ik had me zojuist in de hemel geïnstalleerd, waar ik door 12 negers verwend ga worden, ik hoop dat u begrijpt dat het niet uit komt!”

Verbouwereerd staart hij me aan, waarbij zijn blik niet meer verbergen kan dat hij het nu zeker weet:”ik ben verloren !”
Tot nog toe had hij enige hoop me te kunnen redden van de ondergang, maar dat is voorgoed ijdel gebleken!
Al zijn werk aan mijn ziel, het was voor niets, de talloze brieven van “verontruste broeders en zusters”op de kerkenraad over mijn losbandigheid zijn terecht geschreven geweest, hij heeft zijn best gedaan, het is maar beter dat hij dit goddeloze huis verlaat!
Hier is geen eer aan te behalen…

Zijn rug gebogen onder een zware last, alsof hij de 2 stenen tafelen niet naar beneden maar zelf boven op de top van de berg Sinaï moet brengen, draait hij zich om en gaat.

Opgelucht doe ik de deur achter hem op slot, sluit alle gordijnen, leg de telefoon van de haak, snel naar de koeling waar de smachtende negers me liefdevol opwachten, en nestel me weer in de bank.
Mijn thee is gelukkig nog heet, ik installeer me weer in de hemel.
Het bord verleidelijke negers lacht me tevreden tegemoet, in afwachting op hun beurt me te bekoren met hun zalige zoen.

De film Mary Magdalene kan weer op play…
De vrouw waarmee ik me mee vereenzelvig in haar vraag ” is het dit nou” en haar verlangen naar meer.
Waarna Hij, die deze hunkering zelf gezaaid heeft, haar op zoekt om haar dorst te lessen en tegelijkertijd een verlangen naar meer en meer in haar hart aanwakkert.
Dezelfde Jezus, nam haar teder in Zijn armen en bracht haar liefdevol naar het hart van zijn Vader.

Die Jezus, die de tafels van de kooplui omkeerde en met een zweep de handelaren en het vee verjoeg uit het huis van Zijn Vader.
Die Jezus,die in heilige verontwaardiging het uit schreeuwde naar de vrome Farizeeën :” hebben al die offers het hart verandert?”

Deze Jezus, mijn Heer, die ons leerde bidden;

“Onze Vader die in de hemelen zijt,
Uw naam worde geheiligd,
Uw Koninkrijk komen,
Gelijk in de hemel alzo ook op de aarde…”

Dank U Vader dat U gebeden hoort en verhoort…
” Knakkk”

Getrouwd

Vooral wanneer het nieuw gevonden huwelijksgeluk na eerder verlies weergeeft, brengen foto’s van een bruiloft een glimlach op het gezicht.
Tenminste, dit was tot voor kort nog het geval…
Vandaag heerst alleen nog verwarring, boosheid, verontwaardiging en woede over trouwfoto’s.
In een op tv uitgezonden debat stelt de Tweede Kamer vragen over deze in iedere krant gepubliceerde foto’s, van het bruidspaar wordt vergelding geëist, de bruidegom wordt gefileerd en biedt huilend van schaamte zijn excuses aan, waarna hij zijn verdere leven zal moeten laten zien dat hij toch echt en echt wel te vertrouwen is…

Over wat voor soort bruiloft foto’s gaat het hier eigenlijk, een stiekem opgenomen drankfestijn, orgie of groepsverkrachting?
Welk verschrikkelijk vergrijp of geheim is op deze afbeeldingen bloot gelegd?

Wel, Grapperhaus, de ontwerper van de 1,5 meter samenleving en daarmee verantwoordelijk voor de handhaving daarvan, heeft op zijn eigen trouwfeest ieder hem zelf vervaardigd gebod met voeten getreden.
De foto’s laten zien dat het inmiddels ook voor Grapperhaus onmogelijk gebleken is nog van ‘samen’ te spreken wanneer de 1,5 meter afstand strikt wordt opgevolgd.
Met zijn geliefden dicht op elkaar geplakt, lachte hij vrolijk naar het vogeltje, schudde felicitatie handen en als klap op de vuurpijl waagde hij het zelfs zijn eigen schoonmoeder op de wangen te kussen!
De pers smult ervan en terecht of onterecht, men is boos.
Temeer omdat deze zelfde Grapperhaus voor feest vieren, handen schudden en wangen zoenen, forse bekeuringen uitdeelde aan het gewone volk.

Maar eerlijk, is dit het echte probleem?
Hoe heeft het zo ver kunnen komen dat het nieuws van vandaag de dag gevuld is met talloze vermeldingen van overtredingen en boetes voor normaal menselijk gedrag zoals elkaar aanraken?
Nou daarom; omdat het coronavirus ‘heerst.’
Om die reden hebben we onszelf en elkaar verbannen tot de veiligheid van onze eigen 1,5 meter net zoals vroeger de melaatse uit de samenleving verbannen werd.
Toen had de melaatse een ratel en was bij naderend gevaar van nabijheid verplicht ‘onrein, onrein’ te roepen, nu hebben we een digitale pieper die automatisch waarschuwt voor naderend onheil van aanraken, handen schudden en kussen.

Het Paradijs had geen enkel alarm, zelfs niet om de naaktheid van Adam en Eva.
Er heerste volmaakte vrolijkheid en plezier tussen God en mens.
Maar Satan heeft een bloedhekel aan plezier en gooide roet in het eten door de mens te misleiden God te wantrouwen.
Adam en Eva zetten hun tanden in de verboden vrucht en van toen af besmet met het zondevirus aten ze de hele schepping onder het oordeel van de zonde.
Of dat nou in je blootje is of dik aangekleed, met het zondevirus kwam er schuld en schaamte over frank en vrij plezier maken.
Aanraken, zoenen en seks verloren hun onbevangen spontaniteit aan achterdocht, argwaan en beschuldiging.
Het 100% dodelijk zondevirus verwijderde ons onoverbrugbaar van God en elkaar.
Gelukkig heeft God het niet zo gelaten, Hij ontwikkelde een geweldig vaccinatieprogramma.
Voor iedereen die zich laat injecteren met het reinigend bloed van Jezus is het weer mogelijk vrije omgang met God te hebben.

Satans’ beste kunstje is de mens te misleiden tot blindheid voor het enig echte probleem; zonde.
Deze misleiding zie je o.a. in de berichtgeving rond Grapperhaus’ overtreding van zijn eigen bedachte 1,5 meter maatschappij.
Niet het kussen van wie ook maakt ons ziek, we zijn zonder uitzondering al vanaf onze geboorte ziek en dodelijk besmet met het zondevirus.

Wat een verspilling van kostbare genadetijd wanneer er Kamervragen gesteld moeten worden over het omhelzen van elkaar.
Het belangrijkste agendapunt op welke vergadering dan ook, zou het reinigend en bevrijdend bloed van Jezus Christus moeten zijn.
Hoe God lief te hebben boven alles en de naaste als onszelf, zou in iedere kamer onderwerp van gesprek moeten zijn.
Wereldwijde nieuwsbulletins zouden gevuld moeten worden zondaren op roepen zich te bekeren tot de God van hemel en aarde.
De kranten zouden bol moeten staan met informatie over het vaccinatie-programma van Jezus, het enige medicijn dat ons beschermd tegen de misleiding van Satan.
Ieder protocol zou gericht moeten zijn de pijlen te volgen naar het bordes op Golgotha, dé plek waar het feest van de bevrijding van schuld en schaamte beginnen kan!

Door eeuwige liefdesbanden aan elkaar vastgeplakt heffen we daar schaamteloos het tot de rand gevulde vreugdeglas op het Lam dat geslacht werd om de zonde van de wereld weg te nemen.
Zonder schaamte en angst gesnapt te worden door boa’s en paparazzi laten we ons op dat bordes door iedereen de wangen broederlijk nat kussen.

Besmetting met een virus is onmogelijk, Jezus heeft elk virus de kroon ontnomen!
Op het feestje bang zijn voor een aantekening in ons strafblad is ook niet nodig, Vader God heeft immers elke aanklacht al aan het kruis genageld?
Angst voor alsnog een dikke boete?
Compleet overbodig; die heeft Jezus allang betaald.
Het is volbracht…

Verbod op wc-tikken

Een paar weken nadat we in de kerk herdachten dat Luther zijn 95 stellingen schreef en die aan de deur van de Slotkapel in Wittenberg spijkerde, hing er in onze flat ook een pamflet.
Met kordate woeste letters werd ons het volgende meegedeeld;

Wc-tikker
Wil degene die iedere morgen op de wc staat te tikken daarmee stoppen?
Het is door de hele flat te horen!

Ik kan het niet helpen dat ik onbedaarlijk moet lachen om dit wc-tikverbod.
In mijn hoofd draait zich vervolgens het volgende filmpje af.

Eerste bedrijf, Flat A

Omdat hij ervan baalt iedere morgen gewekt te worden door een niet te stoppen innerlijk proces heeft de bewoner van deze flat gisteravond zo weinig mogelijk gegeten.
Toch komt hij er ook deze dag niet onderuit, zonder genade dringt de aandrang hem vlak voor de klok 4 uur wijst klaarwakker, waarop de niet voor de Big Bang onderdoende, door heel de flat galmende Bim Bam van zijn buurman bevestigd: ‘ja hoor, het is weer zo laat!’
Een vergeefse poging zich nog even om te kunnen draaien mislukt ook deze vroege morgen jammerlijk; dwingend als de toeter van de stadsomroeper, roept zijn knorrend binnenste ook deze dag om verlossing van haar last.
Alsof de wind zelf hem op de hielen zit eindigt zijn uitslaappoging in een met dicht geknepen billen sprintje naar de pot alwaar zijn binnenste zich zuchtend van genot ontlast van de overblijfselen van de gisteren genuttigde maaltijd.
Eer zijn ecologisch kunstwerk haar zwanenzang door de grijze afvoerbuizen van het riool aanvangt, werpt hij nog een trotse blik naar het torentje in de porseleinen pot.
Wanneer hij een forse ruk aan het touwtje van de stortbak geeft voelt de producent van het in de diepte verdwijnend werkstuk zich oppermachtig, als is hij hoofdpersoonlijk eigenaar van de Niagara-watervallen.
Maar dan; verdorie, het zo vernuftig in elkaar gedraaid vormsel heeft toch nog wat sporen nagelaten op het wit van de porseleinen pot…
Geen nood, daar heeft onze flatbewoner de volgende meest lumineuze uitvinding voor aangeschaft: de wc-borstel!
En juist daar begint het gedonder in de glazen, of liever gezegd, het wc-tikken…
Na de noodzakelijke rondgang van de borstel kan deze namelijk niet maar zo plassend weer in zijn houder gezet worden, waarom mijn medeflatbewoner hem droog tikt op de rand van zijn net gereinigd toilet.
Opgelucht dat dit klusje ook weer geklaard is kruipt hij nog even lekker onder de wol…

Tweede bedrijf, Flat B

Net als bovengenoemde flatbewoner is een van de andere medeflatbewoners gisteravond ook naar bed gegaan.
Hij hoopt net als zijn buurman eens een keertje uit te kunnen slapen, maar weet nu al dat dat ijdele hoop is.
Iedere morgen wordt hij namelijk gewekt door een wc-tikker, een medebewoner die na toiletbezoek steevast de wc-borstel droog tikt op het randje van de wc-pot.
De groeiende ergernis hierover houdt hem al bij voorbaat uit de slaap, waarom hij ieder uur aftelt.
Het is zo langzamerhand een gewoonte geworden, dat nog eer zijn klok met een niet voor de Big Bang onderdoende Bim Bam 4 uur slaat, hij allang van tevoren weet: ‘ja hoor, het is weer zo laat!’
En inderdaad, als een selffulfillig prophecy hoort hij even later de hamerslag van het wc-tikken door de flat galmen.
Gefrustreerd en zijn emoties tot het kookpunt opgezweept draait en woelt deze flatbewoner zich een slag in de rondte, totdat de lakens hem als in een kunstig en vernuftig gevormde cocon gevangen houden.
Plotseling begint zijn binnenste aan te dringen op toiletbezoek, maar mijn hemel, hoe bevrijdt hij zich op tijd uit zijn eigen gedraaide dwangbuis?
Te laat, het kwaad is al geschiedt…
Als de baby van vroeger, tot aan zijn nek zijn luiertje vol gepoept zoekt zijn woede zich een uitweg uit deze door de wc-tikker veroorzaakte vernedering.
Wanneer hij even later bevrijdt en schoongeborsteld als het wit van porselein, de wasmachine vult met vuile was, weet hij opeens wat hij doen moet; net als Maarten Luther gaat ook hij een pamflet opstellen.
Een toilet-hervormings plan voor wc-tikkers!
En zo kan het gebeuren dan deze medeflatbewoner driftig tikkend zijn al eerdergenoemd pamflet fabriceert en dit nog dezelfde dag aan het prikbord hamert.

Is het daarmee afgelopen, mijn beste lezers?
Welnee, er volgt nog een clifhanger.

Derde bedrijf, Flat C

Een medebewoonster van desbetreffend flatgebouw kan het niet helpen dat ze verleidt door het verbod op wc-tikken iedere morgen een deuntje tikt op haar eigen mooie porseleinen plee’tje.
Grinnikend vraagt ze zich af: ’vroeger leefde ik zonder een wet op het wc-tikken. Maar toen ik die wet leerde kennen ontdekte ik dat wc-tikken een zonde is.
Zonder die wet had ik nog nooit wc-getikt, maar nu roept die wet de begeerte in mij op tot wc-tikken…
Mijn doen en laten zijn voor mezelf een raadsel, want ik doe niet wat ik graag wil, nee, ik doe waar ik een hekel aan heb.
Ik doe dus wat ik niet wil en daaruit blijkt dat ik het eens ben met de wc-tik wet.
In mijn diepste wezen wil ik helemaal niet wc-tikken maar ik zie dat mijn doen en laten daarmee volledig in tegenspraak is.
Wat ben ik er ellendig aan toe!
Wie verlost mij van deze wc-tik-tic?

Zussenhaat

We springen plonzend overboord hand in hand
we spetteren en spatten
totdat een kwaaie lust haar uitgenodigd overmand.

In t ruime sop is ruimte toch te klein
mijn zusje pakt me beet
wat doet ze nu, is dit soms gein?

Ze duwt en trekt totdat ik slap en willoos
van boven water of van onder
mijn leven als een film voorbij in t’felle kleurenwonder

Wie redt mij uit haar klauw, wie ziet de boze drift
de donkere wil en duistere zwarte plannen
in welke hand de pen die in haar hart haat heeft gegrift.

Ze wil me dood, die blinde haat
het is mijn eigen zus
die lachend mij verdrinkt en t’bloed verraad