Gehoorzaam of onderdanig?

De oproep van Paulus tot onderdanigheid aan de overheid, heeft de kerk een half jaar geleden doen besluiten haar deuren in het slot te gooien.
Deze gehoorzaamheid tot een lockdown van de kerk( en overigens ook een lockdown van de complete wereld) zou moeten laten zien dat we het virus onder controle hebben.
Dat is geenszins het geval, terwijl de maatregelen de wereld in radeloosheid dolen laat, het virus ‘heerst’ nog volop.

Vanaf het begin van de crisis heb ik de overtuiging dat corona in de hel bedacht is om de wereld onder de heerschappij van Satan te krijgen.
Persoonlijk ervaar ik de onderdanige gehoorzaamheid van de kerk aan de overheid daarom meer als laf en ongehoorzaam aan de voorschriften die Jezus aan de gemeente geeft.

Mijn vraag is; ‘draai het eens om, (of liever gezegd, terug) zouden we als we Jezus voorschriften voor de gemeente opgevolgd hadden ook nog zo bang moeten zijn voor een tweede golf?
Zou het zo kunnen zijn dat Paulus gelijk heeft over ziekte in de gemeente omdat we de Maaltijd van de Heer niet echt op waarde hebben geschat?
Heeft de kerk door zonde geen zonde meer te noemen het oordeel van overlevering aan de leugen over zichzelf afgeroepen?
En is het niet vreemd dat de overheid de gehoorzaamheid van de kerk voortdurend bestraft met nog meer restricties, terwijl de abortuskninieken al die tijd gewoon open gebleven zijn?’

Nog een vraag; ‘Is het gebod ‘de naaste lief te hebben als mezelf’ bedoeld om mijn naaste op veilige afstand te houden?
Hoe zit dat dan met dat God in het begin al zei dat het niet goed is dat de mens alleen is?
Leg me in het kader van het liefdesgebod eens uit dat het voor ieders bestwil is dat dit gebod een totaal andere betekenis gekregen heeft.
Of kunnen we constateren dat nu aanraking en nabijheid strafbaar is en beboet wordt, Satan eindelijk zijn gram op de naar afstand smekende mensheid haalt?

Alhoewel de meeste mensen je meewarig vragen waarom het zo moeilijk is de regels gewoon op te volgen, blijf ik deze vragen stellen.
Gods Woord is namelijk helemaal niet vaag of onduidelijk over de tijd waarin we leven.

Al zou je daar nog aan twijfelen, niet Gods Woord hoeft te bewijzen dat we afstevenen op een nieuwe wereldorde en de aanbidding van het beest, het is juist andersom!
De steeds verder gaande beperkingen van dat wat een half jaar geleden nog gewoon was, bewijst dat wat Gods profeten over de laatste dagen vertellen, waar is!

Je zou nu ook kunnen zeggen: ‘het is toch altijd al zo geweest?’
Is dat zo?
Nooit eerder had de wereld één gezamenlijke vijand!
En wat te denken over de profetie van Jezus Zelf over de bloeiende Vijgenboom, het volk en land Israël?
(Matt 24)

In tegenstelling tot de verwachting dat gelovigen er daarom opuit gaan nog zoveel mogelijk mensen het reddingsplan van God te vertellen, zwijgt de kerk uit wat ze zelf zeggen; ‘gehoorzaamheid.’

En iedereen vindt het best!
Net zoals het morbiditeit percentage van Corona op een cijfer achter de komma staat, zo weinig gelovigen weigeren zich te laten misleiden door de plandemie corona.
Persoonlijk behoor ik tot die kleine groep die met heel andere andere ogen kijk naar wat zich vandaag de dag, niet alleen in de kerk, maar wereldwijd afspeelt.
Maakt me dat een betere christen?
Totaal niet, de eenzaamheid hierin drukt me zelfs zwaar en geloof me, wanneer Gods Woord anders zegt, zal ik gehoorzamen aan dat Woord!
Alleen, de Bijbelse profetieën spreken dezelfde taal.

Vandaar dat ik weiger gehoorzaam te zijn aan een overheid die zich allang afgekeerd heeft van de enig ware God en Vader van Jezus Christus.
Om Jezus wil kan ik me niet conformeren aan een regering die door middel van angst en paniek zaaierij, knipmessend meedoet aan de vorming van een nieuw te vormen wereldrijk.

Omdat ik de waarschuwing voor het teken van het beest serieus neem, geloof ik dat we niet ver verwijdert zijn van niet meer kunnen kopen en verkopen zonder dit teken.
En al zou ik het zelf een onwaarschijnlijk idioot scenario vinden, de eigenaar van het WorldWideWeb, Bill Gates maakt van dit plan echt geen geheim!
Net zo verteld hij op het door hem zelf gekochte web, openlijk over zijn plan de wereldbevolking sterk in te willen laten krimpen.

Daarom weiger ik gehoorzaam te zijn aan de Farao, ik gooi geen Israëlische baby’tjes in de Nijl.
Ik weiger onderdanig te zijn aan de heidense tempelhoer, koningin Izebel, ik zal nooit mijn knieën buigen voor de Baäl en weiger te geloven dat ik door mijn kinderen te offeren, hem tevreden stellen kan.
Al dreigt koning Nebudkadnessar me in de vurige oven te gooien wanneer ik weiger voorover te vallen voor zijn beeld, ik zal nooit knielen voor welk afgodsbeeld ook!
Wanneer dezelfde wereldheerser mij dwingt alleen hem als god te aanbidden, ik richt mijn gezicht naar Jeruzalem en verwacht het alleen van Jezus.
Al krijg ik stokslagen van de kerkleiders en verbieden ze mij het over Jezus te hebben, ik zal nooit zwijgen over Hem, nooit!

Ik weiger daarbij de leugens, wetten en voorschriften van een overheid die al lang geleden de zonde bij wet gerechtigd en gelegaliseerd heeft, te geloven en op te volgen.
Ik kan niet anders dan opstaan tegen een regering die zelfs de meest veilige plek op aarde, de moederschoot, tot een rovershol van Satan heeft gemaakt.
Hoe kan ik de medische wereld nog vertrouwen wanneer ze het dagelijks afslachten van duizenden baby’s verantwoord medisch handelen noemt?

Vandaar ook dat ik weiger me te laten manipuleren door de geest van angst voor een virus dat helemaal niet nieuw is, want 2000 jaar geleden is het al aan het kruis genageld.
Mijn lippen zullen ook nooit uitspreken dat het virus ‘heerst’ omdat alleen Jezus heerst!

Deze Jezus zegt; ‘wanneer je dit allemaal ziet gebeuren, hef je hoofd omhoog naar de hemel en verwacht Mij iedere dag!’

Ik ben in goed gezelschap!
Net als Sifra en Pua weiger ik te gehoorzamen aan het gebod Het Kind in de Nijl te gooien, en laat mij wassen door Zijn kostbaar bloed.
Als offer aan de Zoon die zich voor mij liet afranselen, bouw ik net als Elia een altaar voor Hem alleen, de enige ware God.
Omdat vurige liefde voor mij Hem verteerde tot de dood, zal ik net als Sadrag, Mesach en Abednego, niet knielen voor welke andere kroon ook!
Precies zoals Daniël, richt ik mijn gezicht naar Jeruzalem, de stad waar de Leeuw van Juda voor mij brult.
Religie kan mij nog zoveel stokslagen geven, net als Petrus en Johannes, zal ik op de kerkpleinen blijven zingen van de naam boven alle naam:

Jezus Overwinnaar

Zijn troon is onwankelbaar en Zijn heerschappij tot in eeuwigheid…

Eredivisie

De KNVB, vreest een doemcenario voor de voetbalsport.
Als gevolg van de crisis constateert de directeur dat het ‘sociale element” en „geluksgevoel” na het stilleggen van de sport een flinke knauw gekregen heeft.
De kas raakt leeg en omdat er al een half jaar geen wedstrijden zijn gespeeld is het niveau van de spelers gedaald.
Ondanks dat er sinds kort weer in de eredivisie gespeeld mag worden is men daarom bang dat supporters aan hun vrije (zon)dag gewend zijn geraakt en inmiddels een andere vrijetijdsbesteding hebben gezocht.

Zondag is ook de dag waarop in allerlei torentjes via klokgelui het volk opgeroepen wordt ter kerke te gaan.
Maar nog eer in de voetbal het spel gestaakt werd, sloot de kerk haar deuren toe.
Terwijl de klokken nog wel luiden stond de dominee, in de hoop dat men zich thuis op tijd voor het schermpje geinstaleerd had, voor een lege kerk te preken.

Maar er mag weer gevoetbald worden, dus mogen we van Mark, Hugo en Ferdinand ook weer naar de kerk!
Zij het dat er alleen een plekje gereserveerd wordt wanneer er niet gelogen wordt over een verkoudheidje, het toegangspoortje bij een graadje hoger geen alarmbellen rinkelen laat, we strikt de pijlen volgen en de aanwijzingen van kerkboa’s zwijgend gehoorzamen, we mogen weer naar de kerk!

Ondanks dat maakt men zich net zoals in de voetbal, zorgen over het feit waarom de anderhalf meter uit elkaar gezette stoelen leeg blijven.
In allerlei artikelen vraagt men zich af wat daar de oorzaak van is en wordt het plan geopperd wegblijvers persoonlijk naar de reden van hun voorheen warmgehouden en nu lege stoel te vragen.

Op zich is dat natuurlijk een nobel streven, je afwezige broers en zussen thuis op zoeken om er achter te komen waarom de kerk leeg blijft.
Persoonlijk word ik er nogal cynisch van…
Want waar was de kerk zelf het afgelopen half jaar?
Waar was de dominee toen in de huizen van eenzamen de stoelen leeg bleven?
Waar was hij/zij toen in ziekenhuizen mensen alleen dood gingen?
Waar was de kerk toen ouden van dagen maandenlang achter hun eigen deuren zaten opgesloten?
Wat deed de kerk met de voorschriften van Jezus over ziekte, samenkomen en gemeenschap, Avondmaal, dopen en lofprijzing?
Was de kerk allert op de tekenen van de tijd en op Jezus vele waarschuwingen en bemoediging niet bang te zijn?

Op de vraag (via mail of telefoon): ‘is Jezus dan voor niets gestorven?’ komt steevast het antwoord: ‘ja maar, corona’
Stikeenzaam klagen over je in de steek gelaten te voelen, juist nu je die kerk zo nodig hebt, wordt beantwoord met: ‘We bidden voor je.’
Een van de voorgangers, zelf regelmatig familiekiekjes en vakantiefoto’s op social media delend, schreef: ‘de ene groep heeft het wat moeilijker dan de andere. Dat is nu eenmaal zo…’

Ik hoor bij die ‘sommigen’ die het met de wereld van nu wat moeilijker dan die dominee heeft, vooral omdat ik nogal wat verlies en rouw te verwerken heb de laatste tijd.
Maar samen met al die andere sommigen ben ik niet meer als Collateral Damage.
Iemand appte nadat ik vertelde van mijn verlies: ‘niet fijn voor je, ik bid voor je.’
Niet fijn nee…
Wat een armoe in de familie van God.

Zelf onderzoeken en vragen stellen betekent in de wereld onherroepelijk het stempel: ‘complotdenker’ opgeplakt krijgen.
Is dat in de kerk anders?
Nee, helemaal niet, wanneer je aanmoedigt de profetieën en Openbaring erop na te slaan ben je ook in de kerk een ‘complotdenker, en legt men je met de tekst dat we de overheid toch gehoorzamen moeten het het zwijgen op.

Wel, ik draag met trots de titel ‘complotdenker.’
Waarom?
Omdat de kerk herinneren aan de voorschriften en beloftes van Jezus, de dood en opstanding van onze Heer en Heiland verkondigen is.
Niets meer en niets minder!
Ik deel deze eretitel met de eerste volgelingen van Jezus.
Toen zij in Jeruzalem de opstanding van hun gekruisigde Heer verkondigden, werd hun na geseling door de overheid en kerk, verboden daarover te spreken.
Maar hun hart was vol van de heerlijke boodschap, dus liep hun mond over!
De kerk beschuldigde hen vervolgens voor het bedenken van allerlei valse complottheorieën…

Inderdaad, als complotdenker’, speel ik trots mijn balletje in de eredivisie van Het Lam.
Maar vaak met tranen van intens verdriet over mijn wangen.
Soms bijna de wanhoop en radeloosheid nabij om het tevergeefs roepen Gods Woord erop na te slaan en zelf onderzoek te doen naar wat er vandaag in de wereld speelt.
Pijn van verdriet om het in de steek gelaten worden door broers en zussen die stiekem ook ‘complotdenkers’ zijn maar uit angst hun mond maar houden…

Temidden van de gesprekken die vaak alleen nog over corona gaan, het kruis omhoog houden, is in een samenleving die het nieuwe normaal als de normaalste zaak van de wereld omarmt, een eenzame positie.
Daar is nog weinig ‘samen’ in te beleven.
En dat doet pijn, heel erg pijn…

Maar heeft Jezus ook dat niet al voorzegd?
‘Alles wat krom is zal recht gepraat worden, wat recht is zal krom gepraat worden.
Ze zullen u in de synagoge opbrengen waar u verantwoording geëist wordt over het uitspreken van Mijn Naam.’
Dat gebeurde; de directe getuigen van Jezus dood en opstanding werden als complotdenkers vervolgd en gedood.
Paulus kreeg het aan de stok met de godsdienstleraars uit zijn eigen volk, hem werd het zwijgen opgelegd, hij werd buitengeworpen en moest vluchten voor zijn leven.
Het is dus altijd al zo geweest.

Bang voor wat er in de wereld gebeurt moedigt Jezus aan;
‘wanneer je deze dingen ziet gebeuren, hef je hoofd dan omhoog, Ik kom je spoedig halen!
Wie overwint zal bekleed worden met witte kleren en Ik zal zijn naam beslist niet uitwissen uit het boek des levens, maar ik zal zijn naam belijden voor Mijn Vader en voor Zijn engelen.

Here Jezus, bekeer de kerk!
Here Jezus, kom spoedig!

Dikke Zoenen

Dikke zoen van een neger

Vroeger maakten we ons gelukkig niet druk om de kleur van Zwarte Piet, zwart was gewoon zwart.
Net zoals Negerzoenen gewoon Negerzoenen waren, en Jodenkoeken gewoon Jodenkoeken.
Alhoewel…dat van die negerzoenen is nog wel een dingetje, er zijn namelijk ook Dickmann’s!
Dat zijn nog eens zoenen zeg.
Van gewone negerzoenen krijg je een klein petieterig kusje, niets vergeleken bij de dikke vette smakkerd van een Dickmann’s.
Whhaaaa, als zo’n doos eenmaal open is…

Stel je voor, het ritueel van de Dickmann’s Negerzoen;
Van tevoren heb ik al water op gezet, de mooie Royal Albert theepot is gevuld en koestert zich in het dons van mijn vintage theemuts.
Mijn lievelingsfilm ligt klaar in de speler, ik hoef alleen nog maar op “play” te drukken.

Het lipje van de doos is los, het deksel gaat langzaam open.
Al mijn zintuigen worden geprikkeld…
De aanblik, 12 negerzoenen, alleen voor mij!
De geur van chocolade die vrijkomt na opgesloten te zijn in het prachtige zilver spiegelende karton…
Het water loopt me in de mond, ik moet me bedwingen om niet vast in de keuken zo’n bol uit de doos te grissen en de eerste hap in de knapperende chocola te zetten.
Dat moment wil ik bewaren tot ik me geïnstalleerd heb.
Uit de kast haal ik een prachtig ovaal bord van het servies van Moeder, daar passen die 12 zoenen precies op.
Één voor een til ik ze voorzichtig uit de doos en rangschik ze langs de rand van het bord.
In de hoop niet gestoord te worden
nestel ik me in een hoek van de bank met het bijzetafeltje binnen handbereik.
Op Marokkaanse wijze giet ik de heerlijk geurende Muntthee in mijn mooiste theeglas waarna hét moment…
De eerst hap in een Dickmann’s negerzoen…
In één van de 12!
Wat een heerlijkheid, na de eerste zijn er nog 11!
“Knak” zegt de laag chocola wanneer ik mijn tanden er voorzichtig in zet,en me laat zoenen door deze verrukkelijke neger.
“Knak…”
Binnen in de bol ligt de volgende belofte bloot…wit,schuimig,kleverig en zoet.
Mijn duim en wijsvinger doen ondertussen de chocolade iets smelten, en ik neem de volgende hap.
Rond mijn mond vormt zich als een lipliner wit en bruin…waardoor het plezier alleen maar groter wordt want mijn lippen proeven nu ook naar Dickmann’s.
De volgende zoen besluit ik andersom te eten, eerst het koekje onderaan,de bodem die deze verrukkelijke zoetigheid draagt.
Het maakt dat je vingers nog kleveriger worden,wat ook onderdeel van het genot is.

Maar dan…gatver!
De bel gaat, ik word gestoord in waar ik me al dagen op verheug.
Waarom heb ik de deuren niet op slot gedaan, de gordijnen dicht, de telefoon uit?
Snel druk ik eerst de recorder op pauze, zet het bord met zoenen in de koelkast, houd mijn zoete lippen onder de kraan, lik nog gauw wat chocola van mijn vingers voor ze ook onder de kraan te ontdoen van hun kostbare kleverigheid, en open de deur alsof ik al uren zit te wachten op deze zeer onwelkome onderbreking.
Het is de dominee, notabene…
Zit mijn haar goed, is mijn gezicht echt wel schoon, oh help, mijn jurk zit nog verfomfraaid….grrrrr

Vriendelijk,maar niet tot enige tegenstand van mijn kant bereid staat hij al binnen.
“Waarom moet ik altijd eerst een afspraak maken ” denk ik,” en hij komt zomaar onaangekondigd binnen.”
Ik krijg plotseling spijt van mijn poetsbeurt en wilde wel dat de bruin en witte lipliner nog om mijn mond zat, en ik dominee een kleverig handje kon geven waardoor hij snel zijn hand terug trekt.
Of…mijn fantasie slaat op hol.

Hij vindt het ook lekker zo’n kleverige hand en begint er zijn vingers bij af te likken.
Bij het zien van mijn zoete lipliner gaat zijn tong automatisch rond zijn eigen lippen, om te ontdekken dat die van mij zoeter zijn.
Ho ho Tiny
Nu stoppen…
Hahaha.

Beide benen weer op de grond, trek onopvallend je jurkje recht( hoe doe je dat trouwens onopgemerkt?)
en bedenk ondertussen razendsnel wat je nu doen moet…

Ik hoor mezelf zeggen dat “het helemaal niet uit komt dominee.”
Warempel, ik hoor echt mijn eigen stem dingen eruit flappen die ik daarvoor alleen nog maar durfde denken.
Maar ja, wat denkt hij wel dat hij mijn hemels moment met mijn 12 negers verstoren kan?
Die staan daar nu te bibberen in de koeling terwijl ze zich net in een keurige wachtrij opgesteld hadden mij één voor één met hun volle lippen te zoenen!
Ik hoor ze verlangend roepen en ben bang dat wanneer ik ze te lang laat wachten, hun heerlijke vulling voor straf krimpt van de kou.
Of dat hun strakke sixpack van liefdesverdriet barst zodat bij het zoenen de ” knak” jammerlijk verloren gaat.

“Eerwaarde dominee, ik had me zojuist in de hemel geïnstalleerd, waar ik door 12 negers verwend ga worden, ik hoop dat u begrijpt dat het niet uit komt!”

Verbouwereerd staart hij me aan, waarbij zijn blik niet meer verbergen kan dat hij het nu zeker weet:”ik ben verloren !”
Tot nog toe had hij enige hoop me te kunnen redden van de ondergang, maar dat is voorgoed ijdel gebleken!
Al zijn werk aan mijn ziel, het was voor niets, de talloze brieven van “verontruste broeders en zusters”op de kerkenraad over mijn losbandigheid zijn terecht geschreven geweest, hij heeft zijn best gedaan, het is maar beter dat hij dit goddeloze huis verlaat!
Hier is geen eer aan te behalen…

Zijn rug gebogen onder een zware last, alsof hij de 2 stenen tafelen niet naar beneden maar zelf boven op de top van de berg Sinaï moet brengen, draait hij zich om en gaat.

Opgelucht doe ik de deur achter hem op slot, sluit alle gordijnen, leg de telefoon van de haak, snel naar de koeling waar de smachtende negers me liefdevol opwachten, en nestel me weer in de bank.
Mijn thee is gelukkig nog heet, ik installeer me weer in de hemel.
Het bord verleidelijke negers lacht me tevreden tegemoet, in afwachting op hun beurt me te bekoren met hun zalige zoen.

De film Mary Magdalene kan weer op play…
De vrouw waarmee ik me mee vereenzelvig in haar vraag ” is het dit nou” en haar verlangen naar meer.
Waarna Hij, die deze hunkering zelf gezaaid heeft, haar op zoekt om haar dorst te lessen en tegelijkertijd een verlangen naar meer en meer in haar hart aanwakkert.
Dezelfde Jezus, nam haar teder in Zijn armen en bracht haar liefdevol naar het hart van zijn Vader.

Die Jezus, die de tafels van de kooplui omkeerde en met een zweep de handelaren en het vee verjoeg uit het huis van Zijn Vader.
Die Jezus,die in heilige verontwaardiging het uit schreeuwde naar de vrome Farizeeën :” hebben al die offers het hart verandert?”

Deze Jezus, mijn Heer, die ons leerde bidden;

“Onze Vader die in de hemelen zijt,
Uw naam worde geheiligd,
Uw Koninkrijk komen,
Gelijk in de hemel alzo ook op de aarde…”

Dank U Vader dat U gebeden hoort en verhoort…
” Knakkk”

Getrouwd

Vooral wanneer het nieuw gevonden huwelijksgeluk na eerder verlies weergeeft, brengen foto’s van een bruiloft een glimlach op het gezicht.
Tenminste, dit was tot voor kort nog het geval…
Vandaag heerst alleen nog verwarring, boosheid, verontwaardiging en woede over trouwfoto’s.
In een op tv uitgezonden debat stelt de Tweede Kamer vragen over deze in iedere krant gepubliceerde foto’s, van het bruidspaar wordt vergelding geëist, de bruidegom wordt gefileerd en biedt huilend van schaamte zijn excuses aan, waarna hij zijn verdere leven zal moeten laten zien dat hij toch echt en echt wel te vertrouwen is…

Over wat voor soort bruiloft foto’s gaat het hier eigenlijk, een stiekem opgenomen drankfestijn, orgie of groepsverkrachting?
Welk verschrikkelijk vergrijp of geheim is op deze afbeeldingen bloot gelegd?

Wel, Grapperhaus, de ontwerper van de 1,5 meter samenleving en daarmee verantwoordelijk voor de handhaving daarvan, heeft op zijn eigen trouwfeest ieder hem zelf vervaardigd gebod met voeten getreden.
De foto’s laten zien dat het inmiddels ook voor Grapperhaus onmogelijk gebleken is nog van ‘samen’ te spreken wanneer de 1,5 meter afstand strikt wordt opgevolgd.
Met zijn geliefden dicht op elkaar geplakt, lachte hij vrolijk naar het vogeltje, schudde felicitatie handen en als klap op de vuurpijl waagde hij het zelfs zijn eigen schoonmoeder op de wangen te kussen!
De pers smult ervan en terecht of onterecht, men is boos.
Temeer omdat deze zelfde Grapperhaus voor feest vieren, handen schudden en wangen zoenen, forse bekeuringen uitdeelde aan het gewone volk.

Maar eerlijk, is dit het echte probleem?
Hoe heeft het zo ver kunnen komen dat het nieuws van vandaag de dag gevuld is met talloze vermeldingen van overtredingen en boetes voor normaal menselijk gedrag zoals elkaar aanraken?
Nou daarom; omdat het coronavirus ‘heerst.’
Om die reden hebben we onszelf en elkaar verbannen tot de veiligheid van onze eigen 1,5 meter net zoals vroeger de melaatse uit de samenleving verbannen werd.
Toen had de melaatse een ratel en was bij naderend gevaar van nabijheid verplicht ‘onrein, onrein’ te roepen, nu hebben we een digitale pieper die automatisch waarschuwt voor naderend onheil van aanraken, handen schudden en kussen.

Het Paradijs had geen enkel alarm, zelfs niet om de naaktheid van Adam en Eva.
Er heerste volmaakte vrolijkheid en plezier tussen God en mens.
Maar Satan heeft een bloedhekel aan plezier en gooide roet in het eten door de mens te misleiden God te wantrouwen.
Adam en Eva zetten hun tanden in de verboden vrucht en van toen af besmet met het zondevirus aten ze de hele schepping onder het oordeel van de zonde.
Of dat nou in je blootje is of dik aangekleed, met het zondevirus kwam er schuld en schaamte over frank en vrij plezier maken.
Aanraken, zoenen en seks verloren hun onbevangen spontaniteit aan achterdocht, argwaan en beschuldiging.
Het 100% dodelijk zondevirus verwijderde ons onoverbrugbaar van God en elkaar.
Gelukkig heeft God het niet zo gelaten, Hij ontwikkelde een geweldig vaccinatieprogramma.
Voor iedereen die zich laat injecteren met het reinigend bloed van Jezus is het weer mogelijk vrije omgang met God te hebben.

Satans’ beste kunstje is de mens te misleiden tot blindheid voor het enig echte probleem; zonde.
Deze misleiding zie je o.a. in de berichtgeving rond Grapperhaus’ overtreding van zijn eigen bedachte 1,5 meter maatschappij.
Niet het kussen van wie ook maakt ons ziek, we zijn zonder uitzondering al vanaf onze geboorte ziek en dodelijk besmet met het zondevirus.

Wat een verspilling van kostbare genadetijd wanneer er Kamervragen gesteld moeten worden over het omhelzen van elkaar.
Het belangrijkste agendapunt op welke vergadering dan ook, zou het reinigend en bevrijdend bloed van Jezus Christus moeten zijn.
Hoe God lief te hebben boven alles en de naaste als onszelf, zou in iedere kamer onderwerp van gesprek moeten zijn.
Wereldwijde nieuwsbulletins zouden gevuld moeten worden zondaren op roepen zich te bekeren tot de God van hemel en aarde.
De kranten zouden bol moeten staan met informatie over het vaccinatie-programma van Jezus, het enige medicijn dat ons beschermd tegen de misleiding van Satan.
Ieder protocol zou gericht moeten zijn de pijlen te volgen naar het bordes op Golgotha, dé plek waar het feest van de bevrijding van schuld en schaamte beginnen kan!

Door eeuwige liefdesbanden aan elkaar vastgeplakt heffen we daar schaamteloos het tot de rand gevulde vreugdeglas op het Lam dat geslacht werd om de zonde van de wereld weg te nemen.
Zonder schaamte en angst gesnapt te worden door boa’s en paparazzi laten we ons op dat bordes door iedereen de wangen broederlijk nat kussen.

Besmetting met een virus is onmogelijk, Jezus heeft elk virus de kroon ontnomen!
Op het feestje bang zijn voor een aantekening in ons strafblad is ook niet nodig, Vader God heeft immers elke aanklacht al aan het kruis genageld?
Angst voor alsnog een dikke boete?
Compleet overbodig; die heeft Jezus allang betaald.
Het is volbracht…

Verbod op wc-tikken

Een paar weken nadat we in de kerk herdachten dat Luther zijn 95 stellingen schreef en die aan de deur van de Slotkapel in Wittenberg spijkerde, hing er in onze flat ook een pamflet.
Met kordate woeste letters werd ons het volgende meegedeeld;

Wc-tikker
Wil degene die iedere morgen op de wc staat te tikken daarmee stoppen?
Het is door de hele flat te horen!

Ik kan het niet helpen dat ik onbedaarlijk moet lachen om dit wc-tikverbod.
In mijn hoofd draait zich vervolgens het volgende filmpje af.

Eerste bedrijf, Flat A

Omdat hij ervan baalt iedere morgen gewekt te worden door een niet te stoppen innerlijk proces heeft de bewoner van deze flat gisteravond zo weinig mogelijk gegeten.
Toch komt hij er ook deze dag niet onderuit, zonder genade dringt de aandrang hem vlak voor de klok 4 uur wijst klaarwakker, waarop de niet voor de Big Bang onderdoende, door heel de flat galmende Bim Bam van zijn buurman bevestigd: ‘ja hoor, het is weer zo laat!’
Een vergeefse poging zich nog even om te kunnen draaien mislukt ook deze vroege morgen jammerlijk; dwingend als de toeter van de stadsomroeper, roept zijn knorrend binnenste ook deze dag om verlossing van haar last.
Alsof de wind zelf hem op de hielen zit eindigt zijn uitslaappoging in een met dicht geknepen billen sprintje naar de pot alwaar zijn binnenste zich zuchtend van genot ontlast van de overblijfselen van de gisteren genuttigde maaltijd.
Eer zijn ecologisch kunstwerk haar zwanenzang door de grijze afvoerbuizen van het riool aanvangt, werpt hij nog een trotse blik naar het torentje in de porseleinen pot.
Wanneer hij een forse ruk aan het touwtje van de stortbak geeft voelt de producent van het in de diepte verdwijnend werkstuk zich oppermachtig, als is hij hoofdpersoonlijk eigenaar van de Niagara-watervallen.
Maar dan; verdorie, het zo vernuftig in elkaar gedraaid vormsel heeft toch nog wat sporen nagelaten op het wit van de porseleinen pot…
Geen nood, daar heeft onze flatbewoner de volgende meest lumineuze uitvinding voor aangeschaft: de wc-borstel!
En juist daar begint het gedonder in de glazen, of liever gezegd, het wc-tikken…
Na de noodzakelijke rondgang van de borstel kan deze namelijk niet maar zo plassend weer in zijn houder gezet worden, waarom mijn medeflatbewoner hem droog tikt op de rand van zijn net gereinigd toilet.
Opgelucht dat dit klusje ook weer geklaard is kruipt hij nog even lekker onder de wol…

Tweede bedrijf, Flat B

Net als bovengenoemde flatbewoner is een van de andere medeflatbewoners gisteravond ook naar bed gegaan.
Hij hoopt net als zijn buurman eens een keertje uit te kunnen slapen, maar weet nu al dat dat ijdele hoop is.
Iedere morgen wordt hij namelijk gewekt door een wc-tikker, een medebewoner die na toiletbezoek steevast de wc-borstel droog tikt op het randje van de wc-pot.
De groeiende ergernis hierover houdt hem al bij voorbaat uit de slaap, waarom hij ieder uur aftelt.
Het is zo langzamerhand een gewoonte geworden, dat nog eer zijn klok met een niet voor de Big Bang onderdoende Bim Bam 4 uur slaat, hij allang van tevoren weet: ‘ja hoor, het is weer zo laat!’
En inderdaad, als een selffulfillig prophecy hoort hij even later de hamerslag van het wc-tikken door de flat galmen.
Gefrustreerd en zijn emoties tot het kookpunt opgezweept draait en woelt deze flatbewoner zich een slag in de rondte, totdat de lakens hem als in een kunstig en vernuftig gevormde cocon gevangen houden.
Plotseling begint zijn binnenste aan te dringen op toiletbezoek, maar mijn hemel, hoe bevrijdt hij zich op tijd uit zijn eigen gedraaide dwangbuis?
Te laat, het kwaad is al geschiedt…
Als de baby van vroeger, tot aan zijn nek zijn luiertje vol gepoept zoekt zijn woede zich een uitweg uit deze door de wc-tikker veroorzaakte vernedering.
Wanneer hij even later bevrijdt en schoongeborsteld als het wit van porselein, de wasmachine vult met vuile was, weet hij opeens wat hij doen moet; net als Maarten Luther gaat ook hij een pamflet opstellen.
Een toilet-hervormings plan voor wc-tikkers!
En zo kan het gebeuren dan deze medeflatbewoner driftig tikkend zijn al eerdergenoemd pamflet fabriceert en dit nog dezelfde dag aan het prikbord hamert.

Is het daarmee afgelopen, mijn beste lezers?
Welnee, er volgt nog een clifhanger.

Derde bedrijf, Flat C

Een medebewoonster van desbetreffend flatgebouw kan het niet helpen dat ze verleidt door het verbod op wc-tikken iedere morgen een deuntje tikt op haar eigen mooie porseleinen plee’tje.
Grinnikend vraagt ze zich af: ’vroeger leefde ik zonder een wet op het wc-tikken. Maar toen ik die wet leerde kennen ontdekte ik dat wc-tikken een zonde is.
Zonder die wet had ik nog nooit wc-getikt, maar nu roept die wet de begeerte in mij op tot wc-tikken…
Mijn doen en laten zijn voor mezelf een raadsel, want ik doe niet wat ik graag wil, nee, ik doe waar ik een hekel aan heb.
Ik doe dus wat ik niet wil en daaruit blijkt dat ik het eens ben met de wc-tik wet.
In mijn diepste wezen wil ik helemaal niet wc-tikken maar ik zie dat mijn doen en laten daarmee volledig in tegenspraak is.
Wat ben ik er ellendig aan toe!
Wie verlost mij van deze wc-tik-tic?

Zussenhaat

We springen plonzend overboord hand in hand
we spetteren en spatten
totdat een kwaaie lust haar uitgenodigd overmand.

In t ruime sop is ruimte toch te klein
mijn zusje pakt me beet
wat doet ze nu, is dit soms gein?

Ze duwt en trekt totdat ik slap en willoos
van boven water of van onder
mijn leven als een film voorbij in t’felle kleurenwonder

Wie redt mij uit haar klauw, wie ziet de boze drift
de donkere wil en duistere zwarte plannen
in welke hand de pen die in haar hart haat heeft gegrift.

Ze wil me dood, die blinde haat
het is mijn eigen zus
die lachend mij verdrinkt en t’bloed verraad

Het doet zeer, dat stuk ijzer in mijn lijf.

Het is nu drie weken na de operatie en ik ben moedeloos.
Het lijkt alsof mijn angst voor het niet slagen van de operatie steeds meer waarheid wordt.
Nadat ik 8 jaar geleden mijn eerste heupprothese kreeg, en deze ingreep mislukte, waarna een tweede (revisie) operatie volgde, ging ik anders deze derde operatie in.
Wat als het nu weer mis ging?
Dan kan iemand anders me proberen op te beuren, mooie woorden spreken, ik moest het zelf ondergaan.
Omdat ik erg veel pijn had, en mijn versleten heup mijn leven behoorlijk beperkte, had ik geen andere keus dan me weer te laten opereren.
Erop vertrouwend dat het nu wel goed zou gaan, omgeven door een muur van gebed, op 4 october ging ik onder het mes.
Een dag later ging ik met ontslag, terwijl ik ren uurtje eerder steeds meer pijn kreeg.
En dat is nog steeds zo.
Het is sinds vorige week donderdag wel iets minder geworden, maar niet over.

Juist deze operatie is meest succesvol omdat de pijn van voor de operatie meteen weg is, als het goed gaat.
Ik ben moedeloos, bang, en heb veel pijn.

De foto’s laten geen afwijking zien, maar vanbinnen voelt het voor mij niet oké.
Het is een echo uit acht jaar geleden.

Het is erg fijn een mooi blog te schrijven om te bemoedigen of op te vrolijkten, en dat doet het mezelf ook, maar vandaag zit ik er wel een beetje doorheen.
Vandaar dit minder leuke blog.

Ik hoop dat ik me over een tijdje afvraag waar ik me zo druk om maakte, dat ik gewoon weer lopen kan, en mijn rondjes fietsen kan.

Genacht…

En ik leefde nog lang en gelukkig…

Afgelopen week zat ik aan het Oegstgeester kanaal te genieten in de stralen van het zomerzonnetje in de herfst.
Ik waande me midden in een schilderij van Monet.
De glinstering op het vriendelijk kabbelend water, de in herfsttooi gestoken bomen weerspiegelend, en af en toe een voorbijvarend bootje, ik genoot.

(Alhoewel, wanneer zo’n bootje vol blije mensen voorbij vaart kan ik ook stikjaloers zijn…)

Om de hoek zwemmend kwamen papa en mama zwaan me hun puberkroost showen.
Fier en koninklijk, hun veren wit als sneeuw, omringden ze trappelend van trots hun nog donzig grijs nageslacht.
De broertjes en zusjes, zich van geen door sprookjesschrijver Hans Christian Andersens’ bedachte lelijkheid bewust, lieten zich gewillig meevoeren, in het spel van zien en gezien worden.
Het volgende sprookje speelde zich letterlijk af:

“Kijk Zwaantje” zegt papa zwaan, “zie je die mevrouw daar op dat bankje?”
” Waar, waar, Gijs? Ik zie zoveel bankjes en zoveel vrouwen.”
snatert mama.
Papa foetert wat en brengt zijn gezin dichterbij.
“Die mevrouw, kijk die met dat wagentje op wieltjes.
Kom we gaan haar ons kroost voorstellen”
Als de familie van Trapp zwemmen de kinderen in het gelid, van het eerst uit het ei gekropen jong tot de laatste, die daarbij wat geholpen moest worden en daardoor met de helm op geboren is.
” Nou vertel maar hoe jullie heten” zegt papa Gijs.
De oudste kijkt me brutaal aan, die is duidelijk niet van plan iets weg te geven voor hij zelf iets gekregen heeft.
” Eerst jij zeggen”
Hahaha, ik schater het uit.
” Trientjen heet ik, Trientjen”
Meteen ontstaat in de von Trapp opstelling enige reuring daar het jongste lid van de familie opgewonden met haar vleugels op het hoogopspattend water begint te klappen en vrolijk, en duidelijk voor haar beurt roept: “ik ook, ik ook!
Ik heet ook Trientjen”
Nou, wat een toevalligheid.
Ik voel meteen een lijntje naar mijn naamsgenoot, en zou haar wel even op willen pakken om te knuffelen en kusjes te geven.
Vader zwaan hersteld snel de orde,
waarbij moeder zwaan hem gemoedelijk in zijn oor toefluisterd “ach Gijs, het zijn toch nog maar kinderen.
Laat ze een beetje…”
Vertederd knikt ze naar mij en haar eigen kleine Trientjen.
In goede orde, stelt het jonge grut zich vervolgens aan me voor.
Arie, Truus, Robert, Monique en Trientjen!

Trientjen popelt om me nog wat te vragen ze ik.
” Wil je nog iets van me weten Trientjen?”
” Ja, waarom heb je zo’n wagentje op wielen?”
Ik vertel haar dat ik pas geopereerd ben en dat dat een rollator is.
” Die helpt me om niet te vallen, want mijn been doet een beetje zeer”
“Oh, doe jij dan niet ook fladderen met je pootjes” vraagt ze.
Ik gier het uit, terwijl haar broertje en zusje haar uitlachen,” gekkie, mensen hebben geen fladderpoten net als wij”
Trientjen is nog niet tevreden, ” wil je het niet een keertje proberen, net als ons te fladderen?
Dan zal zal het je wel leren”

“Weet je wat” denk ik, “wat kan het mij schelen, ik doe het!”
Mijn rollator achterlatend laat ik me voorzichtig in het water glijden.
De hele familie toetert van plezier, Trientjen mijn naamsgenoot het meest uitgelaten van allen.
Voorzichtig begin ik ook te fladderen en zowaar, als een zwaan fier rechtop als de andere zwanen, ontdek ik een nieuwe wereld.
Gijs zwaan klopt me bemoedigend met zijn vleugels op de schouders terwijl Zwaantje haar kroost tegen houdt me niet allemaal van dolle pret te bespringen.
Het fladderen gaat me steeds beter af waardoor ik me opeens een ander mens voel.
Mijn naamsgenootje wijkt niet van mijn zij, en snatert het uit in een lange stroom van uitgelaten blijheid en verwantschap.
” Ben je nu mij nieuwe tante” vraagt ze.
” Weet je wat, ik ben je Bessien, mag dat?”
“Bessien? Wat is dat dan?”
” Dat is een Urks woord voor Oma, daar ben ik geboren, leuk hè?”
“Mama mama, ik heb een Bessien!
Bessien Trientjen ” gilt ze luid kirrend naar Zwaantje.
Truus en Monique vragen bedremneld of ik dan ook hún Bessien wil zijn.
” Ja natuurlijk, ik ben ook jullie Bessien.Van jullie allemaal”
“Mogen we je een kusje geven?” vraagt Truus verlegen.
Wat maak ik wat mee, onder luid gespetter zoenen en knuffelen we elkaar verbaasd toegelachen door de zon, die toch al wat in de war is.
” Het moet niet gekker worden” zegt ze.”Het komt vast door mij deze vrolijkheid.
Ik kan er ook geen genoeg van krijgen jullie te kussen met mijn warmte”
Gekoesterd door zon en water, glijdt ik sierlijk verder, in de cadans van mijn nieuwe familie.

Nou, lieve mensen, als jullie me missen, zoek me in het Oegstgeester Kanaal.
Daar fladder ik voortaan tussen de familie Zwaan.
Nog lang en gelukkig…

Ik heb het op mijn heupen.

Vanmiddag was ik in het ziekenhuis voor een paar pré-operatieve afspraken I.v.m. een heupoperatie .

Wat gebeurt er dan ondertussen veel in mijn hoofd, ziel, gedachten.
Soms is er niet meer nodig dan een gebaar, geur, woordje, herinneringen die ik liever vergeet, om me soms als een kleine rimpeling, soms als een golf te overspoelen.
Er helpt geen lieve moedertje aan, het gebeurt, omdat het nu eenmaal een deel van mijn leven is.
De dingen niet meer te voelen zou voor mij betekenen dat ik mijn eigen bestaan in de geschiedenis ontken.

Ik zit dus in de wachtkamer, alleen.
Dat is een bewuste keuze geweest, alleen verder te gaan, en dat zou ik weer doen.
Maar wat is op dat moment alleen, dan ook erg alleen…
Terwijl ik me bedenken kan dat ik ook niet meer met degene in het ziekenhuis zou willen zijn die geschiedenis voor me is geworden.
En dat is het nou net; geschiedenis wis je niet maar zo even uit, het is deel van mij, ik ben er zelf deel van.

Dus begint de film zich in flarden af te spelen.
Terwijl ik mijn gedachten bij de gesprekken moet houden, dringen zich in mijn herinnering beelden op waar ik liever niet meer aan denk.

Een man die aan het voeteneind van mijn ziekenhuisbed zit, om vooral een vreemde voor me te blijven en geniet van mijn radeloosheid en smeken dichterbij te komen.
” Wie ben jij nou eigenlijk” de steeds terugkerende vraag…

Plop Plop Plop
De ene na de andere herinnering komt naar boven alsof het gordijn van het toneel open en dicht schuift met steeds een ander dramatisch tafereel.
Het ene nog schokkender dan het andere.
De eenzaamheid in het niet gehoord worden in een huwelijk en in het pastoraat van de kerk valt op dat moment als een verstikkende deken over me heen.

“Wie zou me nu geloven?” ook zo’n vraag die ik me vaak stel, en waar ik maar liever het antwoord niet op weten wil.
Omdat ik bang ben voor dat antwoord.
Vorige week zei iemand in mijn kerk van nu tegen me; ” iedereen is voor zichzelf verantwoordelijk”
Het klinkt mij in de oren als :” ben ik mijn broeders hoeder?” en berooft me van een illusie, waar ik zo graag zelf in geloof, nl. dat we in de gemeente voor elkaar verantwoordelijk zijn in de verbondenheid van het kruis.

De afgelopen dagen is het me al vele keren gezegd; hoe gelukkig ik me nu moet voelen nu ik geopereerd word.
Iedereen kent wel één of meerdere mensen met een succesverhaal en die daarom zó blij waren na de operatie!

Heeft deze opmerking ook een beetje te maken met hoe fijn het is dat het ziekenhuis verantwoordelijk is voor mijn genezing en u/jij daarom aan de zijlijn kunt blijven staan?
Dat zijn vragen die me bezig houden omdat. wanneer er geen ruimte voor het verhaal vol trauma’s is, het me, zo ervaar ik het, tevens zo alleen laat.

(Laat ik voorop stellen, ja, ik ben dankbaar voor het ziekenhuis en de chirurg die het ziet zitten me te opereren!)

Het woelt nogal in mijn binnenste.
In situaties als deze is alleen erg alleen.
En besef ik weer des te meer dat pijn van eenzaamheid vooral de pijn is van heimwee naar het volmaakte.
Heimwee naar Hem, mijn bruidegom,heimwee naar de enige troost in leven en sterven.
Degene die mij dezelfde vraag stelt als aan de Emmaüs gangers:
” Wat dan?”
Jezus!