Dikke Zoenen

Dikke zoen van een neger

Vroeger maakten we ons gelukkig niet druk om de kleur van Zwarte Piet, zwart was gewoon zwart.
Net zoals Negerzoenen gewoon Negerzoenen waren, en Jodenkoeken gewoon Jodenkoeken.
Alhoewel…dat van die negerzoenen is nog wel een dingetje, er zijn namelijk ook Dickmann’s!
Dat zijn nog eens zoenen zeg.
Van gewone negerzoenen krijg je een klein petieterig kusje, niets vergeleken bij de dikke vette smakkerd van een Dickmann’s.
Whhaaaa, als zo’n doos eenmaal open is…

Stel je voor, het ritueel van de Dickmann’s Negerzoen;
Van tevoren heb ik al water op gezet, de mooie Royal Albert theepot is gevuld en koestert zich in het dons van mijn vintage theemuts.
Mijn lievelingsfilm ligt klaar in de speler, ik hoef alleen nog maar op “play” te drukken.

Het lipje van de doos is los, het deksel gaat langzaam open.
Al mijn zintuigen worden geprikkeld…
De aanblik, 12 negerzoenen, alleen voor mij!
De geur van chocolade die vrijkomt na opgesloten te zijn in het prachtige zilver spiegelende karton…
Het water loopt me in de mond, ik moet me bedwingen om niet vast in de keuken zo’n bol uit de doos te grissen en de eerste hap in de knapperende chocola te zetten.
Dat moment wil ik bewaren tot ik me geïnstalleerd heb.
Uit de kast haal ik een prachtig ovaal bord van het servies van Moeder, daar passen die 12 zoenen precies op.
Één voor een til ik ze voorzichtig uit de doos en rangschik ze langs de rand van het bord.
In de hoop niet gestoord te worden
nestel ik me in een hoek van de bank met het bijzetafeltje binnen handbereik.
Op Marokkaanse wijze giet ik de heerlijk geurende Muntthee in mijn mooiste theeglas waarna hét moment…
De eerst hap in een Dickmann’s negerzoen…
In één van de 12!
Wat een heerlijkheid, na de eerste zijn er nog 11!
“Knak” zegt de laag chocola wanneer ik mijn tanden er voorzichtig in zet,en me laat zoenen door deze verrukkelijke neger.
“Knak…”
Binnen in de bol ligt de volgende belofte bloot…wit,schuimig,kleverig en zoet.
Mijn duim en wijsvinger doen ondertussen de chocolade iets smelten, en ik neem de volgende hap.
Rond mijn mond vormt zich als een lipliner wit en bruin…waardoor het plezier alleen maar groter wordt want mijn lippen proeven nu ook naar Dickmann’s.
De volgende zoen besluit ik andersom te eten, eerst het koekje onderaan,de bodem die deze verrukkelijke zoetigheid draagt.
Het maakt dat je vingers nog kleveriger worden,wat ook onderdeel van het genot is.

Maar dan…gatver!
De bel gaat, ik word gestoord in waar ik me al dagen op verheug.
Waarom heb ik de deuren niet op slot gedaan, de gordijnen dicht, de telefoon uit?
Snel druk ik eerst de recorder op pauze, zet het bord met zoenen in de koelkast, houd mijn zoete lippen onder de kraan, lik nog gauw wat chocola van mijn vingers voor ze ook onder de kraan te ontdoen van hun kostbare kleverigheid, en open de deur alsof ik al uren zit te wachten op deze zeer onwelkome onderbreking.
Het is de dominee, notabene…
Zit mijn haar goed, is mijn gezicht echt wel schoon, oh help, mijn jurk zit nog verfomfraaid….grrrrr

Vriendelijk,maar niet tot enige tegenstand van mijn kant bereid staat hij al binnen.
“Waarom moet ik altijd eerst een afspraak maken ” denk ik,” en hij komt zomaar onaangekondigd binnen.”
Ik krijg plotseling spijt van mijn poetsbeurt en wilde wel dat de bruin en witte lipliner nog om mijn mond zat, en ik dominee een kleverig handje kon geven waardoor hij snel zijn hand terug trekt.
Of…mijn fantasie slaat op hol.

Hij vindt het ook lekker zo’n kleverige hand en begint er zijn vingers bij af te likken.
Bij het zien van mijn zoete lipliner gaat zijn tong automatisch rond zijn eigen lippen, om te ontdekken dat die van mij zoeter zijn.
Ho ho Tiny
Nu stoppen…
Hahaha.

Beide benen weer op de grond, trek onopvallend je jurkje recht( hoe doe je dat trouwens onopgemerkt?)
en bedenk ondertussen razendsnel wat je nu doen moet…

Ik hoor mezelf zeggen dat “het helemaal niet uit komt dominee.”
Warempel, ik hoor echt mijn eigen stem dingen eruit flappen die ik daarvoor alleen nog maar durfde denken.
Maar ja, wat denkt hij wel dat hij mijn hemels moment met mijn 12 negers verstoren kan?
Die staan daar nu te bibberen in de koeling terwijl ze zich net in een keurige wachtrij opgesteld hadden mij één voor één met hun volle lippen te zoenen!
Ik hoor ze verlangend roepen en ben bang dat wanneer ik ze te lang laat wachten, hun heerlijke vulling voor straf krimpt van de kou.
Of dat hun strakke sixpack van liefdesverdriet barst zodat bij het zoenen de ” knak” jammerlijk verloren gaat.

“Eerwaarde dominee, ik had me zojuist in de hemel geïnstalleerd, waar ik door 12 negers verwend ga worden, ik hoop dat u begrijpt dat het niet uit komt!”

Verbouwereerd staart hij me aan, waarbij zijn blik niet meer verbergen kan dat hij het nu zeker weet:”ik ben verloren !”
Tot nog toe had hij enige hoop me te kunnen redden van de ondergang, maar dat is voorgoed ijdel gebleken!
Al zijn werk aan mijn ziel, het was voor niets, de talloze brieven van “verontruste broeders en zusters”op de kerkenraad over mijn losbandigheid zijn terecht geschreven geweest, hij heeft zijn best gedaan, het is maar beter dat hij dit goddeloze huis verlaat!
Hier is geen eer aan te behalen…

Zijn rug gebogen onder een zware last, alsof hij de 2 stenen tafelen niet naar beneden maar zelf boven op de top van de berg Sinaï moet brengen, draait hij zich om en gaat.

Opgelucht doe ik de deur achter hem op slot, sluit alle gordijnen, leg de telefoon van de haak, snel naar de koeling waar de smachtende negers me liefdevol opwachten, en nestel me weer in de bank.
Mijn thee is gelukkig nog heet, ik installeer me weer in de hemel.
Het bord verleidelijke negers lacht me tevreden tegemoet, in afwachting op hun beurt me te bekoren met hun zalige zoen.

De film Mary Magdalene kan weer op play…
De vrouw waarmee ik me mee vereenzelvig in haar vraag ” is het dit nou” en haar verlangen naar meer.
Waarna Hij, die deze hunkering zelf gezaaid heeft, haar op zoekt om haar dorst te lessen en tegelijkertijd een verlangen naar meer en meer in haar hart aanwakkert.
Dezelfde Jezus, nam haar teder in Zijn armen en bracht haar liefdevol naar het hart van zijn Vader.

Die Jezus, die de tafels van de kooplui omkeerde en met een zweep de handelaren en het vee verjoeg uit het huis van Zijn Vader.
Die Jezus,die in heilige verontwaardiging het uit schreeuwde naar de vrome Farizeeën :” hebben al die offers het hart verandert?”

Deze Jezus, mijn Heer, die ons leerde bidden;

“Onze Vader die in de hemelen zijt,
Uw naam worde geheiligd,
Uw Koninkrijk komen,
Gelijk in de hemel alzo ook op de aarde…”

Dank U Vader dat U gebeden hoort en verhoort…
” Knakkk”

Getrouwd

Vooral wanneer het nieuw gevonden huwelijksgeluk na eerder verlies weergeeft, brengen foto’s van een bruiloft een glimlach op het gezicht.
Tenminste, dit was tot voor kort nog het geval…
Vandaag heerst alleen nog verwarring, boosheid, verontwaardiging en woede over trouwfoto’s.
In een op tv uitgezonden debat stelt de Tweede Kamer vragen over deze in iedere krant gepubliceerde foto’s, van het bruidspaar wordt vergelding geëist, de bruidegom wordt gefileerd en biedt huilend van schaamte zijn excuses aan, waarna hij zijn verdere leven zal moeten laten zien dat hij toch echt en echt wel te vertrouwen is…

Over wat voor soort bruiloft foto’s gaat het hier eigenlijk, een stiekem opgenomen drankfestijn, orgie of groepsverkrachting?
Welk verschrikkelijk vergrijp of geheim is op deze afbeeldingen bloot gelegd?

Wel, Grapperhaus, de ontwerper van de 1,5 meter samenleving en daarmee verantwoordelijk voor de handhaving daarvan, heeft op zijn eigen trouwfeest ieder hem zelf vervaardigd gebod met voeten getreden.
De foto’s laten zien dat het inmiddels ook voor Grapperhaus onmogelijk gebleken is nog van ‘samen’ te spreken wanneer de 1,5 meter afstand strikt wordt opgevolgd.
Met zijn geliefden dicht op elkaar geplakt, lachte hij vrolijk naar het vogeltje, schudde felicitatie handen en als klap op de vuurpijl waagde hij het zelfs zijn eigen schoonmoeder op de wangen te kussen!
De pers smult ervan en terecht of onterecht, men is boos.
Temeer omdat deze zelfde Grapperhaus voor feest vieren, handen schudden en wangen zoenen, forse bekeuringen uitdeelde aan het gewone volk.

Maar eerlijk, is dit het echte probleem?
Hoe heeft het zo ver kunnen komen dat het nieuws van vandaag de dag gevuld is met talloze vermeldingen van overtredingen en boetes voor normaal menselijk gedrag zoals elkaar aanraken?
Nou daarom; omdat het coronavirus ‘heerst.’
Om die reden hebben we onszelf en elkaar verbannen tot de veiligheid van onze eigen 1,5 meter net zoals vroeger de melaatse uit de samenleving verbannen werd.
Toen had de melaatse een ratel en was bij naderend gevaar van nabijheid verplicht ‘onrein, onrein’ te roepen, nu hebben we een digitale pieper die automatisch waarschuwt voor naderend onheil van aanraken, handen schudden en kussen.

Het Paradijs had geen enkel alarm, zelfs niet om de naaktheid van Adam en Eva.
Er heerste volmaakte vrolijkheid en plezier tussen God en mens.
Maar Satan heeft een bloedhekel aan plezier en gooide roet in het eten door de mens te misleiden God te wantrouwen.
Adam en Eva zetten hun tanden in de verboden vrucht en van toen af besmet met het zondevirus aten ze de hele schepping onder het oordeel van de zonde.
Of dat nou in je blootje is of dik aangekleed, met het zondevirus kwam er schuld en schaamte over frank en vrij plezier maken.
Aanraken, zoenen en seks verloren hun onbevangen spontaniteit aan achterdocht, argwaan en beschuldiging.
Het 100% dodelijk zondevirus verwijderde ons onoverbrugbaar van God en elkaar.
Gelukkig heeft God het niet zo gelaten, Hij ontwikkelde een geweldig vaccinatieprogramma.
Voor iedereen die zich laat injecteren met het reinigend bloed van Jezus is het weer mogelijk vrije omgang met God te hebben.

Satans’ beste kunstje is de mens te misleiden tot blindheid voor het enig echte probleem; zonde.
Deze misleiding zie je o.a. in de berichtgeving rond Grapperhaus’ overtreding van zijn eigen bedachte 1,5 meter maatschappij.
Niet het kussen van wie ook maakt ons ziek, we zijn zonder uitzondering al vanaf onze geboorte ziek en dodelijk besmet met het zondevirus.

Wat een verspilling van kostbare genadetijd wanneer er Kamervragen gesteld moeten worden over het omhelzen van elkaar.
Het belangrijkste agendapunt op welke vergadering dan ook, zou het reinigend en bevrijdend bloed van Jezus Christus moeten zijn.
Hoe God lief te hebben boven alles en de naaste als onszelf, zou in iedere kamer onderwerp van gesprek moeten zijn.
Wereldwijde nieuwsbulletins zouden gevuld moeten worden zondaren op roepen zich te bekeren tot de God van hemel en aarde.
De kranten zouden bol moeten staan met informatie over het vaccinatie-programma van Jezus, het enige medicijn dat ons beschermd tegen de misleiding van Satan.
Ieder protocol zou gericht moeten zijn de pijlen te volgen naar het bordes op Golgotha, dé plek waar het feest van de bevrijding van schuld en schaamte beginnen kan!

Door eeuwige liefdesbanden aan elkaar vastgeplakt heffen we daar schaamteloos het tot de rand gevulde vreugdeglas op het Lam dat geslacht werd om de zonde van de wereld weg te nemen.
Zonder schaamte en angst gesnapt te worden door boa’s en paparazzi laten we ons op dat bordes door iedereen de wangen broederlijk nat kussen.

Besmetting met een virus is onmogelijk, Jezus heeft elk virus de kroon ontnomen!
Op het feestje bang zijn voor een aantekening in ons strafblad is ook niet nodig, Vader God heeft immers elke aanklacht al aan het kruis genageld?
Angst voor alsnog een dikke boete?
Compleet overbodig; die heeft Jezus allang betaald.
Het is volbracht…

Zussenhaat

We springen plonzend overboord hand in hand
we spetteren en spatten
totdat een kwaaie lust haar uitgenodigd overmand.

In t ruime sop is ruimte toch te klein
mijn zusje pakt me beet
wat doet ze nu, is dit soms gein?

Ze duwt en trekt totdat ik slap en willoos
van boven water of van onder
mijn leven als een film voorbij in t’felle kleurenwonder

Wie redt mij uit haar klauw, wie ziet de boze drift
de donkere wil en duistere zwarte plannen
in welke hand de pen die in haar hart haat heeft gegrift.

Ze wil me dood, die blinde haat
het is mijn eigen zus
die lachend mij verdrinkt en t’bloed verraad

Het doet zeer, dat stuk ijzer in mijn lijf.

Het is nu drie weken na de operatie en ik ben moedeloos.
Het lijkt alsof mijn angst voor het niet slagen van de operatie steeds meer waarheid wordt.
Nadat ik 8 jaar geleden mijn eerste heupprothese kreeg, en deze ingreep mislukte, waarna een tweede (revisie) operatie volgde, ging ik anders deze derde operatie in.
Wat als het nu weer mis ging?
Dan kan iemand anders me proberen op te beuren, mooie woorden spreken, ik moest het zelf ondergaan.
Omdat ik erg veel pijn had, en mijn versleten heup mijn leven behoorlijk beperkte, had ik geen andere keus dan me weer te laten opereren.
Erop vertrouwend dat het nu wel goed zou gaan, omgeven door een muur van gebed, op 4 october ging ik onder het mes.
Een dag later ging ik met ontslag, terwijl ik ren uurtje eerder steeds meer pijn kreeg.
En dat is nog steeds zo.
Het is sinds vorige week donderdag wel iets minder geworden, maar niet over.

Juist deze operatie is meest succesvol omdat de pijn van voor de operatie meteen weg is, als het goed gaat.
Ik ben moedeloos, bang, en heb veel pijn.

De foto’s laten geen afwijking zien, maar vanbinnen voelt het voor mij niet oké.
Het is een echo uit acht jaar geleden.

Het is erg fijn een mooi blog te schrijven om te bemoedigen of op te vrolijkten, en dat doet het mezelf ook, maar vandaag zit ik er wel een beetje doorheen.
Vandaar dit minder leuke blog.

Ik hoop dat ik me over een tijdje afvraag waar ik me zo druk om maakte, dat ik gewoon weer lopen kan, en mijn rondjes fietsen kan.

Genacht…

En ik leefde nog lang en gelukkig…

Afgelopen week zat ik aan het Oegstgeester kanaal te genieten in de stralen van het zomerzonnetje in de herfst.
Ik waande me midden in een schilderij van Monet.
De glinstering op het vriendelijk kabbelend water, de in herfsttooi gestoken bomen weerspiegelend, en af en toe een voorbijvarend bootje, ik genoot.

(Alhoewel, wanneer zo’n bootje vol blije mensen voorbij vaart kan ik ook stikjaloers zijn…)

Om de hoek zwemmend kwamen papa en mama zwaan me hun puberkroost showen.
Fier en koninklijk, hun veren wit als sneeuw, omringden ze trappelend van trots hun nog donzig grijs nageslacht.
De broertjes en zusjes, zich van geen door sprookjesschrijver Hans Christian Andersens’ bedachte lelijkheid bewust, lieten zich gewillig meevoeren, in het spel van zien en gezien worden.
Het volgende sprookje speelde zich letterlijk af:

“Kijk Zwaantje” zegt papa zwaan, “zie je die mevrouw daar op dat bankje?”
” Waar, waar, Gijs? Ik zie zoveel bankjes en zoveel vrouwen.”
snatert mama.
Papa foetert wat en brengt zijn gezin dichterbij.
“Die mevrouw, kijk die met dat wagentje op wieltjes.
Kom we gaan haar ons kroost voorstellen”
Als de familie van Trapp zwemmen de kinderen in het gelid, van het eerst uit het ei gekropen jong tot de laatste, die daarbij wat geholpen moest worden en daardoor met de helm op geboren is.
” Nou vertel maar hoe jullie heten” zegt papa Gijs.
De oudste kijkt me brutaal aan, die is duidelijk niet van plan iets weg te geven voor hij zelf iets gekregen heeft.
” Eerst jij zeggen”
Hahaha, ik schater het uit.
” Trientjen heet ik, Trientjen”
Meteen ontstaat in de von Trapp opstelling enige reuring daar het jongste lid van de familie opgewonden met haar vleugels op het hoogopspattend water begint te klappen en vrolijk, en duidelijk voor haar beurt roept: “ik ook, ik ook!
Ik heet ook Trientjen”
Nou, wat een toevalligheid.
Ik voel meteen een lijntje naar mijn naamsgenoot, en zou haar wel even op willen pakken om te knuffelen en kusjes te geven.
Vader zwaan hersteld snel de orde,
waarbij moeder zwaan hem gemoedelijk in zijn oor toefluisterd “ach Gijs, het zijn toch nog maar kinderen.
Laat ze een beetje…”
Vertederd knikt ze naar mij en haar eigen kleine Trientjen.
In goede orde, stelt het jonge grut zich vervolgens aan me voor.
Arie, Truus, Robert, Monique en Trientjen!

Trientjen popelt om me nog wat te vragen ze ik.
” Wil je nog iets van me weten Trientjen?”
” Ja, waarom heb je zo’n wagentje op wielen?”
Ik vertel haar dat ik pas geopereerd ben en dat dat een rollator is.
” Die helpt me om niet te vallen, want mijn been doet een beetje zeer”
“Oh, doe jij dan niet ook fladderen met je pootjes” vraagt ze.
Ik gier het uit, terwijl haar broertje en zusje haar uitlachen,” gekkie, mensen hebben geen fladderpoten net als wij”
Trientjen is nog niet tevreden, ” wil je het niet een keertje proberen, net als ons te fladderen?
Dan zal zal het je wel leren”

“Weet je wat” denk ik, “wat kan het mij schelen, ik doe het!”
Mijn rollator achterlatend laat ik me voorzichtig in het water glijden.
De hele familie toetert van plezier, Trientjen mijn naamsgenoot het meest uitgelaten van allen.
Voorzichtig begin ik ook te fladderen en zowaar, als een zwaan fier rechtop als de andere zwanen, ontdek ik een nieuwe wereld.
Gijs zwaan klopt me bemoedigend met zijn vleugels op de schouders terwijl Zwaantje haar kroost tegen houdt me niet allemaal van dolle pret te bespringen.
Het fladderen gaat me steeds beter af waardoor ik me opeens een ander mens voel.
Mijn naamsgenootje wijkt niet van mijn zij, en snatert het uit in een lange stroom van uitgelaten blijheid en verwantschap.
” Ben je nu mij nieuwe tante” vraagt ze.
” Weet je wat, ik ben je Bessien, mag dat?”
“Bessien? Wat is dat dan?”
” Dat is een Urks woord voor Oma, daar ben ik geboren, leuk hè?”
“Mama mama, ik heb een Bessien!
Bessien Trientjen ” gilt ze luid kirrend naar Zwaantje.
Truus en Monique vragen bedremneld of ik dan ook hún Bessien wil zijn.
” Ja natuurlijk, ik ben ook jullie Bessien.Van jullie allemaal”
“Mogen we je een kusje geven?” vraagt Truus verlegen.
Wat maak ik wat mee, onder luid gespetter zoenen en knuffelen we elkaar verbaasd toegelachen door de zon, die toch al wat in de war is.
” Het moet niet gekker worden” zegt ze.”Het komt vast door mij deze vrolijkheid.
Ik kan er ook geen genoeg van krijgen jullie te kussen met mijn warmte”
Gekoesterd door zon en water, glijdt ik sierlijk verder, in de cadans van mijn nieuwe familie.

Nou, lieve mensen, als jullie me missen, zoek me in het Oegstgeester Kanaal.
Daar fladder ik voortaan tussen de familie Zwaan.
Nog lang en gelukkig…

Ik heb het op mijn heupen.

Vanmiddag was ik in het ziekenhuis voor een paar pré-operatieve afspraken I.v.m. een heupoperatie .

Wat gebeurt er dan ondertussen veel in mijn hoofd, ziel, gedachten.
Soms is er niet meer nodig dan een gebaar, geur, woordje, herinneringen die ik liever vergeet, om me soms als een kleine rimpeling, soms als een golf te overspoelen.
Er helpt geen lieve moedertje aan, het gebeurt, omdat het nu eenmaal een deel van mijn leven is.
De dingen niet meer te voelen zou voor mij betekenen dat ik mijn eigen bestaan in de geschiedenis ontken.

Ik zit dus in de wachtkamer, alleen.
Dat is een bewuste keuze geweest, alleen verder te gaan, en dat zou ik weer doen.
Maar wat is op dat moment alleen, dan ook erg alleen…
Terwijl ik me bedenken kan dat ik ook niet meer met degene in het ziekenhuis zou willen zijn die geschiedenis voor me is geworden.
En dat is het nou net; geschiedenis wis je niet maar zo even uit, het is deel van mij, ik ben er zelf deel van.

Dus begint de film zich in flarden af te spelen.
Terwijl ik mijn gedachten bij de gesprekken moet houden, dringen zich in mijn herinnering beelden op waar ik liever niet meer aan denk.

Een man die aan het voeteneind van mijn ziekenhuisbed zit, om vooral een vreemde voor me te blijven en geniet van mijn radeloosheid en smeken dichterbij te komen.
” Wie ben jij nou eigenlijk” de steeds terugkerende vraag…

Plop Plop Plop
De ene na de andere herinnering komt naar boven alsof het gordijn van het toneel open en dicht schuift met steeds een ander dramatisch tafereel.
Het ene nog schokkender dan het andere.
De eenzaamheid in het niet gehoord worden in een huwelijk en in het pastoraat van de kerk valt op dat moment als een verstikkende deken over me heen.

“Wie zou me nu geloven?” ook zo’n vraag die ik me vaak stel, en waar ik maar liever het antwoord niet op weten wil.
Omdat ik bang ben voor dat antwoord.
Vorige week zei iemand in mijn kerk van nu tegen me; ” iedereen is voor zichzelf verantwoordelijk”
Het klinkt mij in de oren als :” ben ik mijn broeders hoeder?” en berooft me van een illusie, waar ik zo graag zelf in geloof, nl. dat we in de gemeente voor elkaar verantwoordelijk zijn in de verbondenheid van het kruis.

De afgelopen dagen is het me al vele keren gezegd; hoe gelukkig ik me nu moet voelen nu ik geopereerd word.
Iedereen kent wel één of meerdere mensen met een succesverhaal en die daarom zó blij waren na de operatie!

Heeft deze opmerking ook een beetje te maken met hoe fijn het is dat het ziekenhuis verantwoordelijk is voor mijn genezing en u/jij daarom aan de zijlijn kunt blijven staan?
Dat zijn vragen die me bezig houden omdat. wanneer er geen ruimte voor het verhaal vol trauma’s is, het me, zo ervaar ik het, tevens zo alleen laat.

(Laat ik voorop stellen, ja, ik ben dankbaar voor het ziekenhuis en de chirurg die het ziet zitten me te opereren!)

Het woelt nogal in mijn binnenste.
In situaties als deze is alleen erg alleen.
En besef ik weer des te meer dat pijn van eenzaamheid vooral de pijn is van heimwee naar het volmaakte.
Heimwee naar Hem, mijn bruidegom,heimwee naar de enige troost in leven en sterven.
Degene die mij dezelfde vraag stelt als aan de Emmaüs gangers:
” Wat dan?”
Jezus!

Boom doet Leven!

Boom doet Leven!

Majesteit, dat is wat ik uit straal.
Fris groene blaadjes vol glans en glorie sieren mijn dikke stevige takken.
Mijn kruin reikt naar de hemel en lijkt mee te draaien met de zon, mijn kracht.
Die heerlijke lichtbron geeft me energie en hoop.

Aan één van mijn takken hangt een schommel; 2 dikke touwen met een zitplankje.
Omdat mijn wijd verbreide armen zich hoog verheffen kan de schommel eindeloos zwieren, waardoor jong en oud plezier hebben van dit ogenschijnlijk eenvoudige pret-atribuut.
Kindjes, aangezwengeld door de grote mensen kirren van plezier.
” nog een keer papa. Hoger, hoger, nog hoger.”
Totdat papa zijn verlangen weer kind te zijn niet langer negeert, en zichzelf vaart geeft op het houten plankje aan de ruige vissers lijnen.
Hoger, hoger, nog hoger!

Dromend zo de hemel in te schieten geniet een mijmerend omaatje van het heen en weer, heen en weer…een zoete glimlach op haar gezicht, verwijzend naar vroeger, toen ze jong en verliefd was.

Vogels van allerlei pluimage nestelen zich in mijn takken en doen zich te goed aan de vruchten in mijn top.
In de winter, bij het eerste ochtendgloren fluit het winterkoninkje een aankondiging van de lente.
De in de herfst begraven voorjaarsbolletjes laten zich door zijn zang verleiden tot bloei, en sieren uitbundig het daarvoor nog saaie gazon.
Narcissen die de komst van nieuw leven rondbazuinen, tulpen met hun fiere stelen hoger en hoger naar de hemel bloeiend.
En zie je daar het kind dat ondanks de waarschuwingen van juf, de kleine mollige armpjes vol plukt voor de liefste mama?
Knak zegt de steel, knak, ik heb je.

De merels zingen in mei hun liefdes lied verrukt over hun piepend en hongerige jonge grut, net bevrijd uit het ei.
Tot groot plezier van de eenzame bewoners van het verzorgingstehuis aan de overkant, vliegt vadermerel af en aan, zijn snavel gevuld met wormen die als dikke palingen uit het IJsselmeer verheugd verorbert worden in het nest.

Onder mijn boom vindt een jonge vrouw, bont en blauw gebutst, net op tijd gevlucht uit een gewelddadige relatie, een plek om uit te huilen.
Ik hoor haar smartelijk gierende uithalen en laat voorzichtig één van mijn takken zakken.
Vlak voor haar in wanhoop gesloten tot vuisten gebalde handen, laat ik een zoet geurende sappige vrucht, bungelen.
Zou ze het zien?
“Open je betraande ogen, lieve jonge vrouw, eet mijn vrucht der vertroosting, ja, toe maar, eet!”
Voorzichtig proevend van elk partje, zie ik haar nieuwe moed opkomen als een sneeuwklokje, dat teer en fragiel, maar oh zo krachtig, de koude bevroren grond overleeft heeft en nu des te krachtiger haar witte belletjes laat klingelen.

En daar komt de vermoeide onzichtbare man met zijn koffertje vol niet belangrijke grafieken, berekeningen en tabellen.
Opgejaagd door de moderne tijd, de hoop eens belangrijk en werknemer van het jaar te zijn, als een kaars uitgeblazen door zijn hippe werkgever, die maar één belang heeft, zijn eigen allernieuwste Jaguar.
Moedeloos laat hij zich in het gras onder mijn takken vallen, waarbij zijn koffer vol gewichtloze caches open valt.
Een windvlaag neemt de papieren mee in de lucht, waar ze veranderen in witte wensballonnen, en de zinloosheid verbranden tot as.
Smullend van mijn vruchten waar hij maar geen genoeg van krijgt, komt de onzichtbare man uit zijn schulp, waarbij zijn hart plotseling barst van nieuwe ideeën.
Eindelijk heeft hij de moed zijn eigen dromen te verwezenlijken.

De moegestreden dominee gooit alle frustratie en verloren geestdrift in een wilde noodkreet aan mijn voeten.
Hoe komt het toch dat de fontein in zijn binnenste de muur in zijn gemeente maar niet bereikt?
Hij voelt zich een kleine jongen met een waterpistool, krachtig genoeg om iedereen nat te spuiten en aan te steken tot een vrolijk waterballet.
Maar waarom duikt de gemeente weg, zodra hij spelen wil?
Het heldere water van de beek, waaruit ik drink, doet hem zomaar zijn Jezus sandalen uitgooien en de sokken van zijn voeten trekken.
Aaaah…wat een genot, pootje baden zoals vroeger aan de hand van opa.
“Vertrouw op de bron mijn jongen, vertrouw op de bron”
Hij hoort het opa zeggen…
In een flits begrijpt hij het, zijn waterpistool is geen middel om het vuil aan te wijzen, maar een kracht om het Vaderhart te laten zien.
De muren in zijn eigen hart zijn omgevallen zodat elk hoekje open en bloot ligt, en zo moet het zijn!
“Goedzo mijn jongen,goedzo” klinkt het warm en zachtmoedig in het kwetsbare hart.

Zo sta ik tot eer van mijn Schepper koninklijk midden in het park.
Ik ben trots dat ik hier sta, eens een piepklein zaadje, meegenomen door een warme windvlaag die mij hier, in het midden een plek gaf, vlakbij de klaterende beek.
Mijn wijd verbreide wortels, zich onzichtbaar onder de grond vertakkend, verzadigen zich met het water dat mij leven geeft.
Dat is de oorzaak van mijn majesteit en mijn glorie; de beek waaruit ik drinken mag en de zon waarnaar ik mijn takken draai, zodat mijn vruchten glans geven in het leven van ieder die zich eraan tegoed wil doen.

Kom je ook in mijn schaduw schuilen, zoals een kuikentje onder de vleugels van mama-kip?
Kom je ook rusten in mijn belofte van het land van melk en honing?
Kom, leg je neer:
Enjoy my fruits of Happyness…

Kdengkdeng,kdengkdeng.

Stel dat Jezus een trein is, en alle gebeurtenissen in je leven een tussenstation.
Op het CS heb je een keus, instappen of op het station blijven hangen.
Er kunnen allerlei bezwaren in je hoofd zijn, Jezus met zijn offer…wat moet jij ermee.
Of,je zult wel niet goed genoeg zijn…

Of je doet een sprong in het diepe, baadt het niet, schaadt het niet…
Omdat Hij een gentleman is dwingt Hij niet,je moet niet,je mag.

Ingestapt kun je je druk maken of je het einddoel wel haalt
In het reisschema staan allerlei tussenstops vermeld, pauzes waarin passagiers in en uit kunnen stappen.
Op die tussenstations werken verschillende Conducteurs.
Ze hebben allemaal dezelfde achternaam: “Omstandigheden”.De Conducteur op de eerste tussenstop laat je twijfelen aan de geldigheid van je kaartje.
Stel dat…
Je vergeet haast het einddoel,en wilt het liefst uitstappen en je kaartje thuis controleren.
Gelukkig roept Jezus door de microfoon:”Goedemiddag, dames en heren , de kaartjes zijn in orde en Al-inclusieve.
Wanneer de catering langs komt mag je vrij zoet en hartig eten, wat je maar wilt.”
“Tja, wat zou nou waar zijn?”
Achterdochtig bestel je toch maar een Van Dobben kroket,zo’n lekkere dikke romige Rundvleesragout hap.
Als het niet klopt kun je altijd nog zelf betalen…
Maar gelukkig,Jezus heeft de waarheid gesproken…
Verdorie,spijt dat je niet ook een vruchtensallade en koffie besteld hebt.

Bij de volgende tussenstop verleidt Conducteur Omstandigheid je je om vanwege je ziekte uit te stappen, en zo het einddoel te missen.
De pijn in je benen is soms zo ondraaglijk dat je begint te twijfelen of het nog wel zin heeft, je tripje.
Maar door de microfoon klinkt het: “Goedemiddag dames en heren,omdat je ticket All-inclusive is hoeft niemand zich zorgen te maken over zijn gezondheid.
Mijn striemen hebben jou genezing gebracht, geloof je dat?
Dan mag je naar voren komen om de ziekenzalving te ontvangen.”

Tja…ziekte zal toch wel een doel hebben?
Iemand op een ander station heeft je verteld dat God je vast wat leren wil…
Omdat dat wel lekker voelt,een nederige houding in je ziekte aanvaarden, wordt je zelfvoldaanheid gestreeld.

Totdat de andere kreupelen en blinden in jou coupe, genezen van hun kwalen uitgelaten feest gaan vieren.
Wat stom van jezelf!
Daar zit je met je zere botten wat niet gehoeven had.
Snel neem je een Tramadol in,en smeekt of de pil je wat verlichting mag geven.
Om Jezus wil,natuurlijk…

Aangekomen op het volgende tussenstation roept Conducteur Omstandigheid om, dat de wisselkoers van je vakantiegeld verandert is.
Je geld is niets meer waard!
Wooouw…je geld, het meest tricky deel van je eigen verantwoordelijkheid.
Je kunt hier nog uitstappen natuurlijk, en dan maar genoegen nemen met een mindere kostbare vakantie te gaan vieren

Maar de microfoon van de trein roept “Goedemiddag dames en heren,in het gedeelte van de trein waar je in en uit kunt stappen staat een flappentapper, je bent daar vrij een bedrag te pinnen zo veel als je wilt.De code is 777”

Sjonge…
Je besluit toch maar niet al te begerig en hebberig over te komen
Huiverig pin je de code waarna er een minimaal bedrag uitrolt.
Verbouwereerd tel je je centen,waarbij je je af vraagt waarom al die anderen dikke buidels briefgeld in hun koffers stoppen.

Omdat het vreselijk oneerlijk is stap je geërgerd naar de machinist, de stem achter de microfoon.
Hier wil je toch wel even duidelijkheid over!
Zijn die anderen soms beter dan jij?

De machinest legt uit dat je gekregen hebt wat je verwachtte,en vraagt je vriendelijk wat daar oneerlijk aan is.
Waarop je bedremmeld afdruipt naar je hut, om deze zaken eens goed te overdenken.

Of zou het zo zijn dat je je brein uit moet schakelen en je hart moet laten spreken?
Met ogen van je hart moet kijken?
Met oren van je hart moet luisteren?
Het is in ieder geval de moeite van het proberen waard…

De eerste mogelijkheid is morgenochtend het ontbijt, je gaat het erop wagen!

Ik zelf zit ook in de trein en zie deze beknepenheid met een verdrietig hart aan.
Wat gun ik alle passagiers een overvloedige reis, All-inclusieve.
Het is nl. betaald, overbetaald zelfs.
Op ieder station stap ik uit,om anderen aan te moedigen ook in te stappen.

Omdat ik zelf zo’n lol heb!

Ballerina

Op mijn spitzen draai ik mijn prachtige pirouettes en spring gracieus de hemel dichterbij.
De meest mooie zalen in theaters over de hele wereld hebben van mijn schoonheid en gratie genoten.
Ik danste in het Nederlands Dans Theater verschillende rollen, waarbij mijn favoriet altijd het Zwanenmeer van Tsjaikovski is geweest.

Het melodrama van de stervende zwaan bracht niet alleen het publiek in vervoering ,maar ontroerde ook mij, als prima ballerina, elke uitvoering opnieuw.

Vanaf klein meisje wilde ik al dansen.
Papa en mama namen me een keer mee naar het kinder ballet “de Notenkraker”
Meteen, bij het zien van de dansende meisjes wist ik het: dat wilde ik ook!
De ruisende tulen rokken en de spitzen die lichtvoetig de meest prachtige kunst ten toon spreiden, het betoverde me vanaf het begin.
Tot op de dag van vandaag heeft het nog steeds dezelfde uitwerking op mij.

Je zult mijn naam op allerlei affiches hebben zien staan, zo beroemd ben ik geworden over heel deze aardbol.
En toch…het heeft me niet het geluk gebracht waarop ik hoopte.
De droom eens zó te dansen dat ik op de toppen van geluk dans, is haast vervlogen.

Haast…bijna.
Mijn van hunkering nog klein walmend vlaswiekje heeft nieuwe lucht toevoer gekregen.
Ik ben namelijk uitgenodigd voor een privé voorstelling in het paleis van de Koning.
Het raadselachtige is, hij heeft me verzocht te dansen als mezelf.
Geen beroemd stuk van een bekende componist en choreograaf, nee als mezelf!
Wat een wonderlijke vraag.
Ik heb er lang over nagedacht hoe dat dan te doen, maar ik ben er niet uit gekomen.
Vraag me naar al mijn rollen, en ik zal ze voor je dansen, maar hoe dans ik als mezelf?
Vanavond is dé avond en ik weet het nog steeds niet.
Mijn mooiste tutu is ingepakt en mijn nieuwe spitzen ingedanst, ik wacht op de taxi van het paleis.

Zojuist ben ik aangekomen in de prachtige hal van s’Konings woning.
Er hangt een serene sfeer van zuiver verlangen.
Een prachtige wenteltrap nodigt uit naar boven te rennen om daarna langs de bochten van de metershoge leuning naar beneden te roetsjen.
Zou ik het doen?
Ik kan de verleiding niet weerstaan, en omdat ik verwacht dat de Koning me nog niet ontvangen zal, ren ik opgewonden de met zachtblauw tapijt beklede treden op.
Boven aangekomen ga ik, als een amazone met de glanzend gepolijste leuning als paard tussen mijn benen, in een sierlijke glijbaantocht weer naar beneden.
Ik heb de smaak te pakken, ik doe het nog een keer.
Gillend van pret verlies ik alle voorzichtigheid en roetsj keer op keer naar beneden.
Ik ga zo op in dit plezier dat ik niet meer in de gaten heb dat ik in het paleis van de koning ben.

Nog één keer…
Net wanneer ik de landing naar beneden weer in wil zetten bemerk ik dat ik niet alleen ben.
In één van de deuropeningen zie ik de Koning geamuseerd naar me opkijken, wachtend op mijn reactie.
Aan zijn blik te zien, vermoed ik beschaamd dat hij daar al een tijdje staat.
Mijn van te voren keurig gekapte haren hangen in verwilderde slierten langs mijn hoofd, als lianen in de jungle, waaraan elk moment een bende krijsende apen zich van de ene naar de andere kant zal slingeren.

Lieve help, hier zit ik bezweet met mijn benen elk aan een kant bovenop de trapleuning van s’Konings paleis.
Wat nu?
Ik zal wel een belachelijke eerste indruk maken, een indruk die ik nooit meer over kan doen.
Nee, als prima ballerina heb ik nou niet de meest elegante houding uitgekozen om mijn Koning te ontmoeten.
Ik schaam me dood…
Hoe heb ik het in mijn hoofd gehaald me zo te laten gaan?
Ik, die nou juist de meest grazieuze buiging voor de Koning zou moeten kunnen maken…
Dit is desastreus, mijn hele carrière is naar de knoppen!

Maar dan begint mijn Koninklijke toeschouwer in zijn handen te klappen…
Hij is niet boos?
Met ogen waarin ik pretlichtjes zie fonkelen zoals ik nog nooit bij iemand anders zag, moedigt hij me aan mijn geplande roetsj in te zetten.
Verlegen doe ik dan maar wat de Koning van me verwacht en probeer er nu toch enige elegantie in mee te laten dalen, wat natuurlijk jammerlijk mislukt.

Beneden aangekomen zie ik een teleurgestelde blik op zijn gezicht.
“wil je het nog een keer doen zoals al die andere keren?” vraagt hij.
Lieve help, wat moet ik nu doen?
Oké het is de Koning, dus…
Hij ziet mijn aarzeling en schroom, “wanneer je het niet durft is het goed hoor, alleen zou je er mij zo’n plezier mee doen”

Nou vooruit, zijn zachte stem, zonder dwang trekt me over de streep.
Iets minder snel,toch nog iets verlegen loop ik de treden naar boven.
Daar aangekomen beklim ik de trapleuning en gooi alle schaamte overboord.
Luid gillend “joeghee” laat ik me glijden alsof ik een cowgirl ben die de onder aan de trap staande cowboy wil veroveren.
“Nog een keer?” joel ik brutaal, en sta al boven, waarna ik mijn zoveelste roetsj inzet.
De Koning giert het uit!
Nog een keer, en nog een keer…

Bezweet als een volleerd rodeo,mag ik even later in het geurende bad van de Koning bijkomen.
Ik trek voorzichtig mijn prachtige zuiverwitte tutu aan.
De rok van 7 lagen ruisend tule, en het zijden lijfje met de Swarovski bezette spaghettibandjes staan me prachtig.
Het beeld in de spiegel vertedert me zelf.
Ik vraag me geen moment meer af hoe ik als mezelf dansen moet.
Wanneer ik aankom in de prachtige balzaal wéét ik het gewoon.

Vol passie, luisterend naar mijn hart, dans ik een niet vooraf ingestudeerde dans voor mijn Koning.

Niet alsóf een witte roos, nee ik bén de roos!
Ik dans een witte roos…
Zíjn roos.
Ik dans als nooit te voren, en ervaar een ongekende vervulling.
Steels kijk ik naar mijn Koning en zie zoveel compassie op zijn gelaat.
Zonder gêne biggelen tranen van ontroering uit zijn koningsblauwe ogen langs de kuiltjes in zijn wangen.
Zijn tedere glimlach verovert mijn hart.

Mijn Koning, ik dans voor U,
Ik dans mezelf,
op de toppen van het geluk…
Ik ben Uw roos,
ik dans
een roos,
wit,
dans ik…

( opgedragen aan Hanneke Roth )