Een huis tegen zichzelf verdeeld.

Gisteravond was ik op een vergadering van wakkere mensen.
De hoofdgast en spreker was Wybren van Haga.
Allerlei regionale groepen waren aanwezig, een bont gezelschap van mensen die vanaf het begin of gaandeweg de Corona crisis erachter komen dat er iets niet klopt.
Zelf behoor ik ook tot degene die door niet wakkere mensen, degene die klakkeloos allerlei draconische orders opvolgen, honend en smalend een complotdenker of wappie word genoemd.
Daarmee houd ik het nog netjes, want wanneer ik op ga noemen wat me het laatste bijna 2 jaar naar m’n hoofd geslingerd is word ik echt kotsmisselijk.

De afgelopen tijd lijd ik voornamelijk aan hoe volgzame voorgangers hun gemeente voorhouden onderdanig te zijn aan de overheid.
Jezus is niet mals over deze dwalende kerk, Hij zegt in Openbaring 2-3 dat ze niet koud of warm zijn, Hij spuugt ze uit Zijn mond, zo walgt Hij van hun lauwheid.
In het zelfde Bijbelgedeelte waarschuwt Hij voor de tolerantie waarmee de kerk een leugengeest toegelaten heeft, reden waarom Hij hen op het ziekbed werpt.
Het gaat zelfs zo ver dat Hij tot de gemeente zegt; ‘jullie zijn dood!’

Gelukkig zijn er nog wakkere voorgangers, leiders die de gemeente onderwijzen in de profetieën over de eindtijd en de spoedige komst van Jezus Christus.
Er is dus, God zij dank, nog een kleine kudde die de huidige ontwikkelingen op het tegenwoordige wereldtoneel in profetisch opzicht zien.

Maar wat zou het een zegen voor de in radeloosheid dolende wereld zijn, wanneer de kerk eenparig dezelfde kant op kijkt; de blik gericht op het zuivere Woord; Jezus Christus en die gekruisigd.

Jammergenoeg ervoer ik bij de toespraak van Wybren van Haga eenzelfde pijn als over de verdeeldheid in de kerk.
Ook onder de wakkeren onder ons die niet gelovig zijn, heerst namelijk een enorme verdeeldheid.
Ik zie dat in mijn omgeving, in talkshows op TV, op Social Media en in de debatten van de Tweede Kamer.
Het doet me daarom zeer dat Wybren van Haga gisteravond, (let wel dat is mijn persoonlijke indruk) voornamelijk zijn eigen frustraties kwam uiten over het feit dat hij uit de VVD gegooid is, waarna ook zijn avontuur bij Forum voor Democratie , zoals hij zelf zegt door het ego van Thierry Baudet, mislukte.
Diverse malen herhaalde hij dat de voorman bij FvD zijn kans om werkelijk het verschil te maken voorbij heeft laten gaan.

Ik ga daar verder niet op in maar mijn persoonlijke waarneming is dat Wybren net zo goed allerlei kansen werkelijk iets te betekenen aan zich voorbij laat gaan.
Ik zou aan Wybren willen vragen te stoppen met pijn en frustratie delen over het verleden, waardoor er meer ruimte komt te zoeken naar verbinding.

Aan het slot van Wybrens’ betoog gaf hij voor de laatste vraag of opmerking de microfoon aan één van de hoorders.
Haar woorden leggen volgens mij precies bloot waarom het maar niet lukt verschil te maken in deze wereld, een wereld die door de zondeval in het Paradijs overgeleverd is aan satan, de leugenaar vanaf het begin.
Omdat hij donders goed weet dat een huis dat tegen zichzelf verdeeld is, krachteloos is, heeft deze vuilak maar één beproefd trucje, verdelen!

Ik ben het daarom roerend eens met deze laatste spreekster: ‘het gaat alleen maar lukken wanneer we gezamenlijk terug gaan naar de God van de Bijbel!’

Sprong in het diepe.

Ik hou van het Engelse woord ‘boldness.’ en van voorgangers die vrijmoedig (with boldness)zich bewust van de door God gegeven positie, het Woord met een aan roekeloosheid grenzende vrijmoedigheid preken.

Omdat ik sterk waarde hecht aan de door Jezus gegeven voorschriften voor de gemeente, lijd ik tegelijkertijd aan een kerk die met een aan roekeloosheid grenzende boldness verraad gepleegd heeft aan het bloed van Jezus.
Ik lijd aan een kerk waar zonde onder een regenboogvlag wordt geveegd en Genade als een wegwerpartikel in de berm naast het spoor van de in sneltreinvaart naar de ondergang razende trein is gegooid.
Ik lijd aan de ernstige waarschuwing trouw te blijven tot het eind, die overstemd door feest gedruis rondom het paard van Troje, schipbreuk lijdt op het strand van Patmos.
Ik lijd aan een kerk die midden in de woestijn, horend doof en ziende blind voor het Lam, danst om een stom en doof gouden kalf.
Ik lijd aan een kerk die haar oor te luisteren legt bij het sissen van de slang en de liefdevolle fluistering van Gods Geest in de wind slaat.
Ik lijd aan een kerk die een dolende wereld de vrucht van goed en kwaad als begeerlijk, zoet en sappig verkoopt, terwijl ze zelf haar tanden kapot bijt in de keiharde stenen van diezelfde vrucht.
Ik lijd aan kansels waar vanaf me een schuldgevoel over de ontbossing of wat er dan ook maar mis is met het klimaat wordt aangepraat, maar waar onderwijl het kruishout van de boom op Golgotha niet meer is dan een zilver of gouden hangertje om je nek.
Ik lijd aan luiheid te wieden op een akker waar een schat van ongekende waarde overwoekerd wordt door metershoog onkruid.

Ik lijd aan contacten die vóór corona bijzonder waardevol leken te zijn maar nu stilzwijgend of gepaard gaande met woedende mails beëindigd zijn.
Ik lijd aan de vraag zelf ooit echt gekend te zijn en of ik de ander wel ooit echt gekend heb.
Ik lijd aan de achteloosheid waarmee in kerk en maatschappij de ontmenselijking van het nieuwe normaal een goede keuze tussen twee kwaden gevonden wordt.
Ik lijd aan een wereld, waarin uit naam van naastenliefde de heilige anderhalve meter grens allang vele kilometers overschreden is

Al die tijd was ik me ook bewust van de door J.D. Farag geliefde term: ‘But God,’ en wist dat deze dingen gebeuren moeten eer Jezus ons op komt halen, maar desondanks deden al deze verliezen mijn hart ontzettend pijn.

But God…
Om de onverschrokken boldness van getrouwe voorgangers ben ik afgelopen week tot in het diepst van mijn ziel geraakt en vertroost.
Ik had deze vertroosting en bemoediging nodig.
Ik had het nodig vanuit het Woord te horen:

‘Dit moet u allereerst weten, dat er in het laatste der dagen spotters zullen komen, die naar hun eigen begeerten zullen wandelen en zeggen: Waar is de belofte van Zijn komst? Want vanaf de dag dat de vaderen ontslapen zijn, blijven alle dingen zoals vanaf het begin van de schepping.’
‭‭2 Petrus‬ ‭3:3-4‬ ‭HSV‬‬

Ondanks de zeer ernstige woorden dat covid de valse kerk aan het licht heeft gebracht, een kerk waar een dwaalleer verkondigt wordt, kerken waar het narcistische leiders alleen om hun eigen gemak te doen is en dat naam christenen te herkennen zijn aan hun spot en veronachtzaming t.a.v. van Jezus terugkomst, het heeft mijn ziel tot rust gebracht.

Heerlijk en eerlijk hoe Jezus de discipelen al aanmoedigt:

‘En als iemand u niet ontvangt en niet naar uw woorden luistert, vertrek dan uit dat huis of die stad en schud het stof van uw voeten.’
‭‭Mattheüs‬ ‭10:14‬ ‭HSV‬‬

‘En als ze u niet zullen ontvangen, vertrek dan uit die stad en schud ook het stof af van uw voeten, tot een getuigenis tegen hen.’
‭‭Lukas‬ ‭9:5‬ ‭HSV‬‬

Dit wetende schud ik het stof van mijn voeten, laat de dichte deuren van waar een andere weg gekozen is achter om, met een aan roekeloosheid grenzende boldness, opnieuw een sprong in het diepe te doen.

Eng?
Ja, doodeng!
Maar omdat ik omringd ben met een wolk van getuigen die met dezelfde boldness verzekerd waren dat nog dood nog leven mij zal kunnen scheiden van de liefde van Christus, waag ik het erop!
Spring je mee?

John MacArthur: Christus bediening aan de gemeente

Jack Hibbs : De gelijkenis van de 10 maagden

Het zout der aarde.

Vanaf het moment dat de slang Adam en Eva verleidt de vrucht van de boom van kennis goed/kwaad te eten, is het bederf van de schepping ingezet.
Niet lang daarna vindt de eerste moord plaats, Ezau doodt zijn jongere broer Abel.

Vier millennia later later vindt de meest afschuwelijke broedermoord plaats in het doden van Jezus, de Zoon van God.
In plaats van dat zijn eigen volk Hem als de lang verwachte Messias herkende, spijkerde dat volk Hem aan een boom, het kruis van Golgotha.

Maar Hallelujah, Hij stond op uit het graf en liet het oordeel over het eten van de boom van kennis goed/kwaad achter in het graf.
In Zijn smadelijke dood en glorieuze opstanding vermorzelde Hij de kop van de slang die Eva zondigen deed, en ontwapende daarmee de tegenstander van God, Satan, de vader der leugen en aanklager van de beginne.
In Jezus, de boom des Levens, is voor ieder die Hem als Verlosser aangenomen heeft, het oordeel de bek gesnoerd.

Tijdens Jezus’ meest geciteerde toespraak, de bergrede, sprak Hij na de zaligsprekingen de volgende woorden:

‘U bent het zout van de aarde; maar als het zout zijn smaak verloren heeft, waarmee zal het gezouten worden?

Het deugt nergens meer voor dan om weggeworpen en door de mensen vertrapt te worden.

U bent het licht van de wereld.

Een stad die boven op een berg ligt, kan niet verborgen zijn.

En ook steekt men geen lamp aan en zet die onder de korenmaat, maar op de standaard, en hij schijnt voor allen die in het huis zijn.

Laat uw licht zo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken zien en uw Vader, Die in de hemelen is, verheerlijken.’

Mattheüs 5:13-16 HSV

https://bible.com/bible/1990/mat.5.13-16.HSV

Als Het Licht van de wereld zegt Hij dus dat wie in Hem is, zelf ook het licht van de wereld is.

Dat betekent dat daar waar kinderen van God verschijnen het licht het donker laat verdwijnen en dat wat duisternis is aan de kaak wordt gesteld.
Ook zegt Hij dat we in Hem het zout der aarde zijn, zout dat het bederf van die aarde tegen gaat.
Zout dat het verzoenend offer van Jezus laat doorwerken op deze aarde waardoor het oordeel over de zonde wordt afgewend.

Maar…
Als we om ons heen kijken kunnen we niet ontkennen dat het op aarde nog nooit zo donker geweest is.
Door radeloze wanhoop en angst voor de dood is het op de complete wereld wanorde en chaos.
Corruptie en geweld vieren hoogtij en zijn allang niet meer te beteugelen.
Zonde in de vorm van zedeloze ongerechtigheid en moord is bij wet gelegaliseerd en degene wie nog de moed heeft zonde zonde te noemen, wordt zelf gevangen genomen en bestraft.

Waar verlicht de kerk, de plek waarvan Jezus zegt het Licht van de wereld te zijn, de inktzwarte duisternis waarin die wereld vandaag doolt?
Waar is het Lichaam van Christus, de gemeente, om als het zout der aarde het bederf tegen te houden?

Jammergenoeg is het als in de dagen van Jezus wandeling op aarde, de kerk die haar lamp onder de korenmaat heeft gezet, en het kostbaar zout door wereldgelijkvormigheid krachteloos heeft gemaakt.
Ondanks de duidelijk waarneembaar desastreuze gevolgen, is het vooral de kerk die de opbouw van het satanische koninkrijk waarover Openbaring spreekt, aan het faciliteren is.

In plaats van dat de kerk tegenover een heilig God zonde en schuld belijdt, heeft ze juichend het paard van Troje binnengehaald.
Als het volk Israël in de woestijn danst ze om het gouden kalf, en wordt ieder die uitnodigt te dansen rond de Ark van het Verbond uitgelachen en bespot.

Niet voor niets zegt 1 Petrus 4:17 dat het oordeel begint bij het huis van God.

2 Timotheüs 3 zegt dat de mensen in de laatste dagen een schijn van godsvrucht zullen hebben maar meer liefhebbers van en vleselijke verlangens zijn, dan liefhebbers van God.

Tijdens de Corona- crisis, of wellicht wel daardoor, is aan het licht gekomen waar en hoe de kerk helemaal niet bezig is haar Heer uit de hemel te verwachten.
Onder een kleed van misplaatste naastenliefde, is het de kerk die in haar laffe onderdanigheid aan een goddeloze overheid, deze goddeloze overheid zelf in stand houdt.
Een overheid, die het getrouwe christenen steeds moeilijker maakt openlijk God te dienen.
Een regering die in navolging van de godsdienstige leiders van destijds, predikers van het heerlijk Evangelie gevangen zet en gelovigen dwingt in het geheim samen te komen.
Niet alleen in China en Noord Korea, maar gewoon in het vrije Westen!

Alhoewel Jezus de kerk beloofde Licht van de wereld te zijn, heult ze mee met de makers van het ‘reddend’ vaccin, in plaats van Jezus voorschrift ten opzichte van de zieken op te volgen.

Door het eten van de boom van kennis goed/kwaad, neemt niet
alleen in de wereld maar ook onder kerkmensen de onvrede, woede en verongelijktheid naar niet gevaccineerde mensen zeer snel toe.
Zelfs zo openlijk en onbeschaamd, dat het ongestraft op tv en andere media wordt uitgeschreeuwd: ‘die weigeraars, dat zijn onze moordenaars…🔥

Hoe lang nog blijft de kerk zwijgen?
Hoe lang nog eer medebroeders en zusters mee gaan doen met de op handen zijnde wraakacties tegen de ongevaccineerden?
Hoe lang nog eer ‘die gehate weigeraars’ door kerkmensen opgebracht en voor het sanhedrin van vandaag worden gedaagd!

Tenzij de kerk op de knieën gaat en schuld belijdt over het volgen van een leugenachtige overheid die arrogant en hoogmoedig een beetje voor God aan het spelen is, duurt dat niet meer zo heel lang.
Wie de rode vlaggen op social media en in de nieuwsbulletins niet opmerkt is stekeblind voor dit gevaar.

Bid toch dat de kerk zich bekeert van haar afvalligheid en verraad ten opzichte van Jezus Christus, de gekruisigd en opgestane Heer.
Bid dat de boom van kennis goed/kwaad in ons midden wordt uitgeroeid en de gemeente zich laat voeden door de enig betrouwbare boom des Levens; Jezus, de Zoon van de levende God.
Bid om helder licht en smakelijk zout…

De catacomben en de voedselbank.

Gedreven door verlangen naar een kerk zoals de eerste gemeente, waar onder het krachtig getuigenis van de opgestane Heer, iedere dag gelovigen werden toegevoegd, schreef ik in juni 2019 over mijn ervaring kerk/voedselbank.
In feite deelde ik in mijn blog pijn over gemis, niet zozeer van goed eten en daarom dankjewel moeten zeggen voor minder, maar vooral over gemis van het getuigenis van de opgestane Heer.
Er is me vaak gezegd dat verlangen naar hoe het in de eerste gemeente was, een utopie is, dromen over iets dat simpelweg niet mogelijk is.
Het komt me nog steeds over als, hoewel de schatkamers wijd open staan, ik dankjewel moet zeggen voor minder of goed genoeg.

We zijn bijna 2 jaar verder en mijn hemel, sinds vorig jaar leven we in een compleet andere wereld waarin het ondenkbaar geworden is opgepropt tussen hoofdzakelijk onzichtbaar achter boerka gesluierde medemensen te wachten op je beurt bij de voedselbank.

Ondanks dat, of liever gezegd, mede daarom, droom ik meer dan ooit van zo’n kerk, een gemeenschap waarin de gekruisigd en opgestane Heer Jezus Christus centraal staat.
Een Handelingen 4 kerk, waarin de onderlinge liefde zoals beschreven in psalm 133 niet alleen bezongen maar geleeft én beleeft wordt.

Pas de laatste tijd realiseer ik me dat er nogal wat concequenties kleven aan lid zijn van zo’n kerk.
De geschiedenis leert immers ook dat het krachtig getuigenis van de opgestane Heer vooral bij de godsdienstleraars van de gevestigde kerk irritatie opwekt.
Een ergernis die aan het begin van de kerkgeschiedenis uitmondde in vervolging van Jezus’ dood en opstanding belijdende christenen.

Tijdens een rondleiding in nagemaakte catacomben, ondergrondse gangen waarin gekovigen uit de eerste eeuw niet alleen hun overledenen begroeven, maar ook hun samenkomsten vierden, proefde ik een fractie van de ernst van deze vervolging.
Tot die tijd had ik daar een nogal geromantiseerde voorstelling van.
Maar de gids verhaalde een heel andere werkelijkheid: groot en klein stond met de voeten in de modder en het lijkvocht van hun in nissen begraven doden.
En toch, de lieflijke geur en de kracht van het Evangelie oversteeg de stank van ontbinding en verlichtte de ondergrondse duisternis.
Mede door de vervolging
verspreide het Goede Nieuws zich over heel de wereld en doorboorde eeuwen later mijn eigen hart.

Maar vervolging, nee ik weet niet wat dat is.
Mijn bed staat immers niet ergens ver weg in China, Noord Korea of één van de streng Islamitische landen waar vervolging van christenen aan de orde van de dag is?

Vandaag las ik mijn blog over de voedselbank nog eens door.
Zoals gezegd, de wereld is verandert, de regels en voorschriften voor toegang tot de voedselbank ook.
Maar heeft het krachtig getuigenis van de opgestane Jezus, de kerk uitdeler van het brood des levens gemaakt?
Staan de deuren wijd open voor de wereld in nood?
Is de kerk bereid om omwille van dat krachtig getuigenis vervolging te riskeren?

Is het niet juist omdat er allang geen getuigenis van de kerk meer uitgaat, deze ook geen vervolging te verwachten heeft?
In de afgelopen decennia is de overheid onderdanig immers compromis op compromis gesloten, dus wat zou er te vrezen zijn?

Anders is het wanneer je als eenling nog vragen durft stellen.
Vragen die gebaseerd zijn op die ene vraag: ‘hoe staat het met het getuigenis van de opgestane Heer?’
Dat deze vraag fnuikend en gemener dan ooit uitsluiting door de gevestigde orde betekent, ondervinden individuele christenen (nu nog) in het klein.
In het groot ondervindt een hele kerkgemeenschap als Grace Life Church in Canada dat, waar de overheid gebood in het duister van de nacht een driedubbel hek om het gebouw te plaatsen en zo gelovigen de toegang te beletten.
Een kerk in het vrije westen die ‘ondergronds’ moet gaan!
De tekenen wijzen er op dat dit soort maatregelen tot het nieuwe normaal gaan behoren ook, (of vooral) in de kerk.

Je kunt je afvragen wat voor geheim daar dan bedekt moet blijven?
Wel, het krachtig getuigenis van het verbroken Lichaam en verlossend Bloed van onze Here Jezus Christus!
Alsof een door de machten van de duisternis aangedreven overheid deze hemelse kracht aan banden leggen kan!

Ze hebben zeker nog nooit gehoord van een weg door de Rode Zee, vuur uit de hemel op de berg Karmel en het van boven naar beneden gescheurde gordijn voor het Heilige de Heiligen.

Het is aan God te danken dat er net als in de tijd van Elia, nog steeds een grote menigte verzameld is rond de Ark des Verbonds, de enig en ware gekruisigd en opgestane Heer Jezus Christus.
Het voorhangsel is gescheurd, wees welkom, belijdt uw zonden, eet van het brood des Levens en drink uit de beker der dankzegging.
Leef!

Voor wie ben ik naaste wanneer ik me niet laat prikken?

Omdat ik pleit op het bloed van Jezus, mijn beste bescherming en medicijn het proclameren van Ps.91 is, ik meer geloof aan de voorschriften van Jezus aangaande ziekte en gezondheid hecht dan aan die van het RIVM, ben ik door medechristenen een gevaar voor de volksgezondheid genoemd, is me anti-vaccin gebrabbel verweten, is me gezegd dat ik erg diep gezonken ben, heb ik vaak gevoeld dat mede christenen me met het grootste gemak naar zo’n anti-vax kamp zouden sturen en ben ik voor moordenaar uitgemaakt.
Ik word met ‘liefde op afstand gehouden’, vriendschappen zijn beëindigd, alleen maar omdat ik niet zwijgen kan over wat Jezus in Zijn Woord ons omtrent samenkomen, Avondmaal vieren, lofliederen zingen, dopen, elkaar ontmoeten en broederlijk kussen, opdraagt.
Het wordt me door broers en zussen niet in dank afgenomen dat ik hun herinner aan de overwinning op zonde, ziekte en dood aan het kruis op Golgotha, waar Hij, de Zoon van God, iedere vijand onder onze voeten heeft geplaatst.
Pijn delen om de het door de kerk alleen laten van zieken en kwetsbaren en de steeds grotere wanhoop onder mensen voor wie de kerk onder de vlag: ‘naastenliefde’ haar deuren heeft dicht gedaan, het wordt achteloos weg gewuift, want dat virus moet toch bestreden worden?

Vandaag is daar een nog openlijker vorm van hardheid en haat bij gekomen, een medechristen zei me recht in het gezicht dat het terecht is dat ik straks niet meer kopen en verkopen kan.
Op mijn vraag of hij me dan eten komt brengen antwoordde hij zonder blikken of blozen: ‘Nee natuurlijk niet!’
Had ik dat vaccin maar nemen moeten!

Heer ontferm U over ons.

Kinderfeestje? Eerst even testen…

Onlangs sprak ik een (christen) moeder van 3 kinderen in de leeftijd 9-13 jaar.
Ik deelde haar mijn zorg over hoe vandaag kinderen opgroeien en de vraag hoe dat uit gaat pakken op latere leeftijd.
Alsof het de gewoonste zaak van de wereld is vertelde ze me het volgende:

Het jongste kind, een meisje is uitgenodigd voor een (Corona-proof) verjaardagsfeestje van een vriendinnetje, aanstaande week.
Maar ach wat een pech, ze is de vrijdag daarvoor wat snotterig!
Niet getreurd, om veiligheidsredenen en het feestje in de agenda moet het kind toch maar even getest worden.
Terloops verteld ze me dat het haast al een soort gewoon geworden is omdat ze hun kinderen voortdurend testen, want ja, beter het zekere voor het onzekere.

Ik moet me inhouden om niet te gaan schreeuwen van medelijden met de kinderen, woede om zoveel geloof in een leugen, machteloosheid om ouders die het normaal zijn gaan vinden hun kinderen de ene test na de anderen af te nemen.
Want stel dat hun kind een bron van besmetting zal zijn in de klas, op een kinderfeestje, in de buurt, de familie,
enz.

Werkelijk, ik begrijp niet waarom ouders niet (meer) door hebben wat ze hun kinderen aandoen.
De angst, onzekerheid en spanning
die gepaard gaat met wachten op de uitslag, stel je eens voor om zo op te moeten groeien!
Een snotneus is al reden genoeg tot paniek.
Dezelfde snotneus verteld het kind dat er iets niet goed aan haar/hem is en zoals Hugootje gezegd heeft, dat snotneusjes kan maar zo de zijn oorzaak van iemand anders dood.

Het nieuws vermeld dat de zelftesten niet aan te slepen zijn.
En dat terwijl de verpakking vermeld dat de staafjes gedesinfecteerd zijn met Ethyleenoxide.
Dezelfde stof is enkele jaren geleden reden geweest ontbijtgranen uit de schappen van supermarkten te halen omdat deze mogelijk hetzelfde ethyleenoxide, een
kankerverwekkende stof bevatten.
En nu steekt men met het grootste gemak zo’n met ethyleenoxide gedesinfecteerd stokje in de snotneusjes van onze bang(gemaakte) kinderen.

Bah, ik ben er al dagen misselijk van.
Straks krijgen al deze kinderen een vaccin, wat geen vaccin is maar een DNA veranderend experiment.
Het schijnt dat niemand zich daar meer druk om maakt dan alleen wat Wappies van wie het één na andere geloof in een complot, theorie aan het worden is.

Maar bovenal, in de Bijbel, het Woord van God staat de tijd waarin onze kinderen vandaag opgroeien al beschreven.
En toch zijn er ook onder gelovigen maar heel weinig Christen-Wappies die de tekenen van de tijd serieus nemen.
Dat is mijn grootst verdriet…

Is uw paspoort getekend?

“Mensen groeien mee met de maatregel”
In eerste instantie begreep ik deze quote van Grapperhaus niet zo.
Maar na deze week een aantal mensen gesproken en beluisterd te hebben, kom ik tot de onthutsende ontdekking dat Grapperhaus gelijk heeft.
Want inderdaad, terwijl het mijn eigen verbijstering en ongeloof is die groeit, groeit de meerderheid mee in volgzame gehoorzaamheid en slaafse onderdanigheid aan op foute aannames en leugens gebaseerde maatregelen.

Met de groeiende verbijstering van mijn kant groeit ook de radeloze wanhoop en pijn om de weigering van mensen waar ik van houd, onder ogen te zien dat ze worden voorgelogen.

Vooral het zien van een interview met de Iraanse schrijfster Sjohreh Feshtali, heeft me bijzonder geraakt en terug gebracht in oude pijn om toegedekte leugens en smerigheid.
Zij vluchtte weg uit haar land en vond in Nederland een nieuw thuis.
Maar sinds corona ons is voorgesteld als de meest gevaarlijke bedreiging ooit, ziet ze met lede ogen aan hoe Nederland verandert in een nieuw Iran.

Het raakte aan mijn eigen trauma’s na een huwelijk met een psychopaat en pedofiel.
Nog niet eens zozeer dat afschuwelijke feit op zich, maar meer nog de wanhoop die volgde op mijn waarschuwende stem en schreeuw om hulp.
Werkelijk iedere deur waarop ik maar bonsde werd in het slot gegooid.

Net eender als Sjohreh Feshtali dat meemaakt in een steeds verdergaande ontwikkeling naar een dictatoriale staat, ervaar ik dezelfde pijnlijke emoties van weleer.
Te zien, te weten, te horen wat zich rondom je aan het ontvouwen is en toch maar zeer weinig mensen die je waarschuwing serieus nemen maakte dat ik toen wel eens dacht: ‘als hij jou kinderen te pakken heeft, zwijg ik ook.’
Nu denk ik vaak; ‘zoek het uit, wil je de leugen zo graag, kom straks niet jammeren wanneer je er door vernietigd wordt.’
Maar meer dan dat is het mijn houden van, een gezond onderscheidingsvermogen en een groot rechtvaardigheidsgevoel waarom ik medelijden voel voor de mensen om me heen.

Ook toen was het vooral pijnlijk en beschamend dat het niet zozeer de reguliere wereld is die je met het grootste gemak de rug toekeert, het zijn vooral je mede broeders en zusters die uit naam van niet mogen oordelen weigeren de leugen te ontmaskeren.

Maar ook dat ervaar ik nog niet eens als meest schrijnend
Veel ingrijpender en zeer tot op het bot is de pijn van het zeker weten dat deze verdraaiing van de waarheid een onrecht in stand houdt dat hen eens zelf zal overwoekeren.
Dit beschadigd niet alleen de kerk zelf maar doet het getuigenis van de opgestane Christus in een wereld die in rap tempo op de ondergang afdendert teniet.

Dat is precies wat ik zie gebeuren, toen en nu.
De kerk die destijds zonde van pedofilie en machtsmisbruik met zand bedekte i.p.v. het bloed van Jezus, heeft daarmee zichzelf onder het oordeel gesteld en moest een jaar later haar deuren sluiten.
De kerk van vandaag sloot na het binnenlaten van corona vrijwillig de deuren achter deze allang aan het kruis overwonnen vijand toe, waarna het oordeel van ziekte en dood volop voortwoekeren kon in de wereld daarbuiten.

Maar zoals Grapperhsus terecht opmerkt, de mensen zijn met de maatregel meegegroeid.
Wie zijn of haar pijn en verontrusting deelt over deze gang van zaken snoert men de mond met dat het toch evengoed fijn is om op zondag naar een veelal op zaterdag opgenomen stream te kijken?
We danken voor het vaccin, stellen voor de deuren van de kerk als GGD prikruimte open te zetten en daarna wordt toch alles weer normaal?

Mijn vraag aan diverse predikanten of straks de deur ook open gaat wanneer ik geen testbewijs of vaccinatie paspoort kan tonen, is tot nog toe alleen nog maar beantwoord als dat het inderdaad een interessant vraagstuk is, waarna het vervolgens verzand in allerlei wollige vaagheden.
Dat past dan natuurlijk weer precies in het straatje van een politicus als Grapperhaus.
Men is met hem meegegroeid in de leugen omhullen net eender als dat ook al in het Paradijs gebeurde.

Zoals ik de uitspraak van Grapperhaus beter ben gaan begrijpen, voel ik ook steeds meer mee met de pijn van Paulus wanneer hij uitroept: ‘oh uitzinnige Galaten, wie heeft u betoverd?’

Maar toch…met onuitsprekelijke vreugde en trots kan ik uiteindelijk nog maar één ding: mijn kruis opnemen Jezus achterna en me beroepen op het met Zijn kostbaar bloed getekend paspoort!

Link naar wat Sjohreh Feshtali te zeggen heeft:

https://youtu.be/hyHnNNd6Lz0

Link naar het lied ‘is uw paspoort getekend?’

https://youtu.be/jBvqvggiRMQ

De jeugd van Urk.

Er is veel te doen over mijn geboorteplaats Urk.
Niet dat het ooit anders geweest is, Urk ligt altijd al onder een vergrootglas.
Wanneer je ‘an de walle’ verteld van Urk te komen ben je haast verzekerd zijn van de volgende twee vragen: ‘daar zijn toch zoveel kerken?’ en: ‘heb je nog paling?’
Mijn moeder antwoordde op het eerste steevast: ‘ja en die zitten op zondag allemaal vol!’
Op het tweede zei ze: ‘natuurlijk, die zwemmen op Urk gewoon door de straat.’

Om het geloof onder een vergrootglas liggen, hoeft zeker niet negatief te zijn, integendeel; niemand hoeft zich immers te schamen voor de blijde boodschap van redding door het bloed van Jezus Christus.
Toch ligt aan de opmerking over de vele kerken op Urk een negatieve inslag t.o.v. de kerk ten grondslag.
Niet alleen op Urk, maar wereldwijd.
Mijns inziens heeft de kerk dat voor het grootste deel aan zichzelf te danken.

Net zoals in het Oude Testament het volk Israël uitverkoren was de volken rondom jaloers te maken om het dienen van de enige ware God, zo is ook de kerk geroepen de wereld een goede God voor te stellen.
Een God die in Jezus Christus naar de aarde kwam om dat wat verloren is te redden van de dood.
Jammer genoeg is sinds de Verlichting de kerk steeds meer wereldgelijkvormig geworden.
Niet de kerk heeft de wereld verandert, de wereld heeft de kerk verandert.
In een poging de drempel te verlagen heeft de kerk zichzelf verlaagd tot het niveau waarin zonde geen zonde meer genoemd mag worden, of anderzijds als onmogelijke hoge standaard gesteld, de wetten en geboden strak na te moeten leven.
In beide gevallen heeft de noodzaak tot wedergeboorte, zoals Jezus dat in Johannes 3 de godsdienstleraar Nicodemus uitlegt, geen prioriteit meer.
Heeft dit tot gevolg dat de kerkbanken niet aan te slepen zijn?
Verre van dat, de kerk loopt leeg…

Terug naar deze tijd is het beleid van de afgelopen jaren mede oorzaak de gemeenteleden op te roepen onderdanig te zijn aan de overheid.
Als gevolg daarvan sloot de kerk haar deuren en liet niet alleen de kerkleden alleen achter, ook de wereld is daarmee volkomen aan haar lot overgelaten.
De meeste broers en zussen zullen het er niet mee eens zijn, maar waarom is dat?
Kan het zijn dat juist de wereldgelijkvormigheid en het wetticisme oorzaak is van de in mijn ogen ontzettend laffe houding van de kerk?
Onder het ‘liefdeskleed’ van naastenliefde heeft de keus tot onderdanigheid aan een goddeloze overheid desastreuze gevolgen gehad in het verloop van de crisis.

Had de kerk niet juist vanaf het begin op moeten staan en in haar positie van meer dan overwinnaar de onzichtbare vijand, het virus, een halt toe moeten roepen?

Juist omdat ik ontzettend verdriet heb om een kerk die haar heilige taak verzaakt heeft, begrijp ik des te meer de opstandigheid van de jeugd.
Zij staan tenminste nog op!
Zij laten wel hun stem horen!

Op de goede manier?
Zeker niet, het geweld waarmee dit gepaard gaat is niet goed te praten.
Maar waarom staat de kerk niet op tegen het geniepig geweld van een onzichtbare vijand, die er op uit is de wereld onder zijn voeten te vertrappen?
Waar zijn de voorgangers die vanuit profetisch inzicht de korte tijd die ons nog rest te benutten de wereld op te roepen zich te bekeren nu het nog kan?
In welke lege kerk staat de boodschap van onze naderende Bruidegom nog centraal?
Waarom hoor ik haast nooit een bemoediging je klaar te maken voor de aanstaande bruiloft met het Lam?

Heel de landelijke pers, de demissionaire regering en het volk spreekt schande over de rel(i)jeugd op Urk.
Maar is door de lauwheid en laffe onderdanigheid aan een goddeloos beleid de kerk niet medeverantwoordelijk, zoniet hoofdverantwoordelijk voor het ontsporen van de jeugd?

De krant vraagt in vetgedrukte koppen: ‘wat bezielt de jeugd van Urk?’
Ik beluister in hun opstandigheid alleen maar mijn eigen levenslange vraag;
‘Spreek mij van Jezus mijn Heiland,
k’hoor toch zo gaarne Zijn woord!
Nimmer heeft iets op deez’ aarde,
Ooit zoo mij t’harte bekoord.’

Dakloos in de Herberg.

Vorige week had ik me ingeschreven voor een midweek in een pastoraal herstellingsoord.
Het verblijf was 3 dagen met als thema ‘Omgaan met verlies.’
Omdat het programma al vroeg begon en het voor mij bijna 3 uur reizen was, kon ik de avond ervoor logeren bij een bevriend echtpaar.

Alleen al de wetenschap dat iemand me op het station stond op te wachten, verwarmde mijn van verdriet en rouw vereenzaamt hart.
Ondertussen dat de vrouw des huizes een heerlijke maaltijd bereidde, stak de gastheer de haard voor ons aan.
Het geurend knapperend hout deed me herinneren aan een paar jaar geleden toen ik me iedere dag koesterend warmde aan mijn eigen speksteenkachel.
Wat genoot ik van het zelf hakken en kloven van de zo voordelig mogelijk op de kop getikte boomstammetjes.
Tevreden en voldaan stapelde ik daarna mijn houthok vol, vanuit mijn woonkamer een prachtig gezicht.

Terug naar het heden; genietend van de open haard, heerlijk eten, drinken en als kers op de taart een door de heer des huizes voor speciale gelegenheden bereid toetje, genoten we van socializing without distance.
Liefdesbanden zoals alleen onze grote Broer, Jezus Christus, die smeden kan, tilden onze harten op een hemels niveau, alwaar geen klok nog tikt en tijd overgaat in eeuwigheid.
Het fundament van waaruit onze harten samensmolten, was het heimwee naar eens, voor eeuwig en altijd, waardoor een heerlijk voorproefje naar daar waar Jezus alles in allen is, voluit te smaken was.
Tegelijk met het heimwee naar dat eens, ervoer ik een diepe pijn van heimwee naar eens en voorbij.
Tijden waarin Jezus het antwoord was op angst voor de dood en een broederlijke kus of innige omhelzing heling bracht in zielepijn.
Kostbare herinneringen uit een nog maar pas verloren verleden, ingehaald door het heden waarin de voor alle mensen onvermijdelijke dood, ten koste van iedere menselijkheid, buiten de deur gehouden moet worden.
Een allang verloren strijd, waarin koning angst de wereld, maar nog pijnlijker dan dat, de kerk, wijs gemaakt heeft alsnog eigenhandig revanche te nemen.

Na een goede nachtrust werd ik woensdag morgen naar mijn andere bestemming gebracht: de paar dagen waarvan ik hoopte na afloop iets lichter weer naar huis te gaan.
Nog een laatste omhelzing, een laatste kus, een laatste zegenende hand op mijn schouder, waarna ik door de gastheer van het pastoraal oord naar mijn kamer werd gebracht.

En meteen daar begon het al te wringen…
De eerste vraag die me werd gesteld was of ik wel een mondkapje bij me had?
Vanaf afstand de pijlen en een rug van een zwartgehandschoend persoon volgend, werd me door dezelfde zwarte handschoenen de deur van mijn kamer gewezen.
Ik had toen al rechtsomkeerd moeten maken, maar tegen beter weten in bleef ik hopen dat niet angst, maar Jezus heer en meester was in het huis waar ik eerder een herberg voor mijn bezeerd hart gevonden heb.
In tegenstelling tot toen, veranderede het ‘nieuwe normaal’ mijn rouwklacht om de doden, in een veel schrijnender, rauwer en luider rouw om de emotionele afwezigheid van de levenden.
Wellicht meer nog, de geestelijke verbondenheid waaraan ik zo gemis ervaar, is deze dagen in het kwadraat vergroot.
Mijn God, wat heb ik me alleen(gelaten) gevoeld!

Om niet mijn beleving te herhalen kopieer ik een (beetje aangepaste) brief naar de familie waar ik logeerde, als antwoord op het waarom ik op donderdag huilend op de trein naar huis ben gestapt.
Door ervaring ervan uitgaand dat het merendeel het ‘nieuwe normaal’ als noodzakelijk aanvaard, ben ik voorzichtig geworden in gesprekken mijn pijn te delen.
Het ‘papier’ van de smartphone geeft me gelukkig geen zinloze antwoorden op vragen die ik niet stel.
Mijn tranen smeken nl. maar één ding; hou me asjeblieft even vast…

“Lieve Familie,

Om eerlijk te zijn is waar ik zelf ook wel bang voor was, uitgekomen.
Een soort van tegen beter weten in hopen dat het in een pastoraal herstellingsoord anders zou zijn, heeft me opgebroken.

We moesten, of ik zal in de ik vorm spreken, ik moest overal waar ik liep de pijlen volgen.
Al was bv de koffietafel naast me, dan nog mocht ik niet tegen de stroom in lopen, maar moest gemondkapt het rondje van de pijlen volgen.
Pas wanneer ik op mijn 1,5 meter veilige afstand van de andere deelnemers stoel ging zitten mocht het mondkapje af.

In zekere zin had ik daar nog wel mee kunnen leven, ware het niet dat het benadrukt dat er met niemand echt contact te maken was.
Lopend niet, omdat stilstaan de doorstroom belemmerd en het mondkapje zorgt voor onverstaanbaar gemummel.
Bovendien kom je in het eenrichtingsverkeer niemand tegen, tegen iemand opbotsen is al bij voorbaat onmogelijk gemaakt omdat de verbodsborden ‘per ongeluk’ spookrijden beletten.

Ik moet bij het zoeken naar de pijlen altijd denken aan wat Jezus zegt; ‘hef je hoofd omhoog.’
Het hoofd naar beneden en de ogen turend naar waar ik wel of niet lopen mag, zie ik steeds weer een beeld van een in het stof sissend kronkelende slang.

Omdat het zwartgehandschoend personeel me bij ieder hapje en drankje serveren aan doodgravers denken deed, had ik elke keer moeite tussen een huilbui of lachsalvo.
Netjes in de pas, gezicht bedekt kreeg ik vanaf veilige afstand mijn eten opgeschept.
Dat betekende, op veilige afstand werd mijn bord half-in een 3 meter brede tafel geschoven, waarna ik me 1,5 uit strekken mocht om het op mijn eigen gedesinfecteerd dienblad te zetten.

De pijlen volgend mocht ik daarna aan de mij toegewezen tafel zitten gaan, 1,5 meter verwijderd van ieder ander.

Lieve broer en zus, als het niet zo treurig was, is het op en af doen van de mondkapjes gewoon lachwekkend.
Even lopen, bv om nog een glas water te halen, op!
Zitten, het mag weer af…

Wat me uiteindelijk opbrak zijn de samenkomsten gericht op daar waar ik voor kwam, Rouw.
Met 7 andere deelnemers (de groep was in 2en verdeeld) volgde ik de pijlen naar de daarvoor bestemde ruimte, alwaar ik in een kring van 1,5 meter afstand van de ander zitten ging.

Je kunt je voorstellen dat wanneer je verteld waarom je komt, de naam of namen noemt waarover je rouwt, het moeilijk is je tranen binnen te houden.
Mijn God, ik heb dan geen behoefte aan mooie woorden of bijbelteksten, hoe waar ook!
Een arm om mijn schouder is op dat moment het enige waar mijn gepijnigde ziel naar hunkert, om schreeuwt, ja bijna om smeekt!
Helender dan 10000 woorden, genezender dan 10000 bijbelteksten, troostender dan 10000 berichtjes: ‘ik bid voor je hoor!’ 
Gezien worden in je verdriet, mee huilen, gewoon dichtbij, dat is de enige vraag van mijn zoute tranen.

Nog meer dan eerder heb ik in de afgelopen dagen ontdekt dat rouwen om de levenden die geregeerd door angst voor de dood afstand houden, mijn grootst verdriet is.
In dit geval angst voor een onzichtbare vijand, waarvoor in de strijd deze buiten te houden, iedere menselijkheid opgeofferd 
is op het altaar ‘jij bent medeverantwoordelijk voor mijn gezondheid’

Ik kwam in de hoop en verwachting gezien te worden in mijn rouw om de dood van geliefden.
Angst voor de dood en het bestrijden van die dood heeft de maatschappij blind gemaakt, voor de rouwenden die in deze tijd of in het verleden iemand aan de dood verloren.
De hulpvraag van de op veilige afstand levende rouwende, is in het zoute tranen natte mondkapje gesmoord en gedood.
Wanneer ik doodga aan Corona moet er een contactonderzoek komen en gaat iedereen in mijn omgeving bijna dood van paniek.
Stel je voor dat ik de schuld ben aan hun ziekte en dood! 
Wanneer ik zeg dood te gaan van eenzaamheid en verdriet worden de schouders opgehaald; het is nu eenmaal niet anders, we moeten het er maar mee doen.
‘We?’ denk ik dan?
Wie zijn die ‘We?’
‘Jullie/jij  bedoelt/bedoelen  toch niet anders dan dat jullie besloten hebben dat ik het er maar mee moet doen?’

Wat me zeer doet is allereerst de eenzaamheid van de (on)veilige afstand.
Maar mij op afstand houden, betekent veel meer dat diegene zelf ook niet meer aan te raken is en ongenaakbaar geworden is.
De leugen dat dit om veiligheid gaat breekt mijn hart.
Ik heb er nl. niet om gevraagd als potentieel gevaar behandeld te worden.

Dat we dit als kinderen Gods zijn gaan geloven is mijn diepste rouw.

Kortom, ik kwam om te rouwen om de dood  van geliefden.
Maar daar waar de dood zelf heerst lacht die dood je recht in het gezicht uit.
Zo heb ik het althans ervaren…

Alsof er geen kruisdood geweest is zijn we weer terug in het Oude Testament, alwaar we gehoorzaam aan een goddeloze overheid de ratel ‘gevaar gevaar’ ratelen.
Kwam Jezus niet om deze vloek op te heffen?
Was Hij het niet die de melaatse tegemoet trad en aanraakte?
Wat gebeurde er nadat een bloedvloeiende (vervloekte) vrouw hem aanraakte?
De pijn van 12 jaar eenzaamheid werd geheeld in dat ene simpele liefdesgebaar, Jezus draaide zich om!
Hij maakte contact!”

Vrij

Afgelopen week werd ik uitgenodigd op een bijbelstudie groepje.
Omdat ik niemand van hen ken, was ik toch wel een beetje huiverig daar heen te gaan.
Niet omdat ik moeite heb met contact maken, maar omdat ik al zo vaak teleurgesteld ben in vooral christelijke contacten.
Ik hou mezelf daarom voor op m’n hoede te zijn en eerst maar eens de kat uit de boom te kijken.
Ik vertelde mijn schroom aan een vriendin waarop ze zei niet bang te zijn omdat ‘je niet op je mondje gevallen bent.’
Laat dat nou net de echte reden zijn waarom ik op het laatst bijna m’n jas weer aan de kapstok hing.
Ik ben inderdaad niet op m’n mondje gevallen, vooral niet wanneer ik christenen allerlei redeneringen hoor verdedigen die niets met vrije genade te maken hebben.
Ik kan dan op een gegeven moment niet meer zwijgen en weet al bij voorbaat dat me dat niet in dank afgenomen wordt.

Zo ging het ook deze keer.
We lazen een paar gedeeltes uit Rom. 7 en 8, de wet versus genade.

Nu is het zo dat ik jaren geleden op een Bijbelschool leerde wat het betekent de rechtvaardigheid Gods in Christus Jezus te zijn omdat zoals Rom.8:1 zegt, er geen schuld meer is.
Er ontplofte een bom in mij, het gaf eindelijk antwoord op mijn levenlange vraag hoe ik God tevreden stellen moest.
Mij was immers geleerd dat je niet zomaar zeggen kan een kind van God te zijn, daar moet eerst wel het één en ander aan vooraf gaan.
Als kind wist ik instinctief al dat dat een leugen is, maar hoe het dan wel moest kwam ik maar niet achter.

‘Want Hem Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij zouden worden gerechtigheid van God in Hem.’
‭‭2 Korinthe‬ ‭5:21‬ ‭HSV‬‬
https://www.bible.com/1990/2co.5.21.hsv

is een geweldig hulpmiddel geweest me eindelijk vrij te weten.
En inderdaad, eer dat ik me een kind van God kon noemen, is daar heel wat aan vooraf gegaan!
Maar niet iets van mijn kant, het kwam van God Zelf.
Om de straf op mijn zonde en die van de hele wereld weg te nemen, nam Jezus die in Zichzelf op en stierf aan het kruis op Golgotha een meest smadelijke dood.
Gelukkig bleef het daar niet bij,
Zijn opstanding verzegelde mijn redding uit de macht van zonde en schuld.
Deze waarheid veranderde mijn leven.
Ik ben vrij en niets of niemand kan mij nog scheiden van de liefde van God.

Glorie halleluja, Heppy de peppy zou je denken!
Maar juist deze vrijheid is het meest moeilijk aan te nemen.
Ook ik wil nog zo graag zelf wat inbrengen en dan vooral iets erg christelijks en vroom klinkend bv. schuld belijden over een zonde.
Ondanks dat we Rom. 8:1 gelezen hadden, ging het in de groep van afgelopen week ook deze kant op.

Allerlei zondes kwamen voorbij: een fiets stelen omdat je eigen fiets ook gestolen is bv.
Of als je geen geld voor boodschappen hebt is het evengoed zonde dat je een brood steelt.
Inderdaad, dan heb je schuld en is God niet blij!
Pas wanneer je je zonde aan Hem hebt opgebiecht, is het weer goed tussen jou en God!
Toch?
En ja, iedereen knikt en is het ermee eens…

Tijdens zo’n redenatie verbaas ik me erover hoe graag christenen het over zonde en schuld hebben.
Het liefst had ik mijn jas aangetrokken en was naar mijn eigen veilige huisje gegaan, maar stelde op een gegeven moment de vraag: ‘wat is zonde?’

Tja, dat van dat brood stelen, of zoals iemand opperde: ‘wanneer je weet dat die man met mij getrouwd is en jij toch met hem naar bed gaat!Of vind jij dat als je deze zonde gedaan hebt jij dat niet hoeft te belijden?’

Mijn hemel, ik kan wel aan de gang blijven met zonden belijden, want ik doe niet anders dan zondigen.
Alleen al mijn zondige gedachten, hoe ik me bv. zit op te vreten over een in mijn ogen ontzettend onnozel gesprek over allerlei zonden en de braafheid en zelfgenoegzaamheid over het weer met God in orde maken door het belijden daarvan.
Ik kan tevens tot in eeuwigheid blijven dolen in de hof van zelfveroordeling over eigen arrogantie als enige de waarheid in pacht denken te hebben.

Zucht…
Nee, mijn vermeend overspel en de ergernissen in mijn gedachten is niet zonde.
Ik ga niet verloren omdat ik een fiets gestolen heb, of omdat ik met Jan en alleman, (of jouw man) getrouwd of niet getrouwd, naar bed ga.
Ik ben ook niet pas gered wanneer ik al die zonden aan God opbiecht.

Verloren zijn is wanneer ik niet geloof dat Jezus voor ál mijn zonden gestorven is.
Schuld?
Schuld is niet geloven dat alle schuld is weggedaan.
Geen ‘Amen’ zeggen op ‘het is volbracht’ en denken zelf nog wat in te brengen hebben, dát is zonde.

Belijden dat mijn oude mens met Jezus is meegestorven en mijn nieuwe mens met Hem mee opgestaan is, dat alleen is grond voor mijn redding.
Omdat al mijn schuld aan het kruis genageld is, kan en mag ik belijden de gerechtigheid Gods in Christus te zijn!
God is nooit meer boos op mij, Hij kan dat niet eens, door Jezus bloed is het in orde tussen God en mij.

‘Nou, dat is makkelijk!
Dan kun je dus zomaar lekker zondigen!’
Oh ja?
Wanneer ik weet wat het Jezus gekost heeft, zondig ik echt niet goedkoop of ‘zomaar lekker.’
Ik ben immers een nieuwe schepping?

‘Ja maar ik ken iemand die zegt bekeerd te zijn en toch is hij alcohol verslaafd.
Dan moet hij die zonde toch iedere keer belijden?’
En, heeft het voortdurend belijden alweer in de fout te gaan al geholpen?
Is diegene nu bevrijd van deze verslaving?
Het gaat immers nooit lukken zelf deze wet te vervullen?
Alleen wanneer je blijft belijden de gerechtigheid Gods in Christus te zijn, ben je in Hem overwinnaar over ieder andere macht.

‘Ja maar, we kunnen evengoed de Heilige Geest bedroeven en Hij kan van je wijken…’
Inderdaad, wanneer kind van God zijn, én het kruis én nog een beetje van mezelf is, bedroeven we de Heilige Geest.

Omdat de Heilige Geest met mijn geest getuigd dat ik een kind van God ben, kan ik ontzettend verdrietig worden van dit soort gesprekken waarin het net lijkt alsof iets heel heiligs afgepakt wordt.
Hoe komt het dat de boodschap van vrije Genade zo veel weerstand oproept?
Zelf doen is een way of holy life geworden die te vuur en te paard verdedigd lijkt te moeten worden.

Ik bid dat iedere christen beseft door inwoning van de Heilige Geest de Waarheid in pacht te hebben en ophoudt met navelstaren en zoeken naar onbeleden zonden.
Pas dan wordt Christus in ons verheerlijkt, wanneer belijden danken wordt een gered kind van Vader te zijn!
Ondanks alles wat mis gaat!
Volgens mij wordt het dan ook veel leuker op Bijbelstudie…

%d bloggers liken dit: