De poten onder mijn stoel weggezaagd.

Een paar weken geleden vierde ik een korte vakantie in de Bijbelgordel ook wel ‘Biblebelt’ genoemd.
Dit is de benaming van een brede strook die door Nederland loopt, van Zeeland naar Overijssel.
In deze strook wonen relatief veel bevindelijk gereformeerden, een plakkertje op een gelovige die de nadruk legt op de persoonlijke toe-eigening van het heil.

Ondanks dat plakkertjes bij mij jeuk en irritatie opleveren, gaf de tekst lezing uit Romeinen 8 hoop op bevindelijke toe-eigening van hét Heil, de verlossing van zonde en dood door het bloed van Golgotha.
Bij het memoreren van de vertaling uit The Passion Translation hoor ik in mijn verbeelding altijd tromgeroffel bij vs. 1 ; ‘So now 🥁🥁🥁🥁🥁🥁 the case is closed!’

Omdat ook in deze kerk de klimaat lobby dmv haar ‘red de aarde’ evangelie Rom. 8 voor haar eigen doeleinden gekaapt heeft, was het geluid dat ik tijdens de preek op de bewuste zondag in de Biblebelt hoorde, van een heel andere orde.
Ik hoorde tientallen alarmbellen rinkelen, honderden sirenes loeien, en waaide door de orkaankracht van duizenden bloedrood wapperende vlaggen bijna van mijn stoel.
Dat de schepping zucht en kreunt als in barensnood is voor iedereen overduidelijk!
Maar waarom het met smart wachten op de openbaring van de kinderen Gods tot actie moet dwingen me uit te sloven de aarde te gaan redden is mij niet helemaal duidelijk.
Waarom zo’n preek dan ook nog vermijd het vooral niet over een gekruisigd en opgestane Jezus te hebben, maar mijn verantwoordelijkheid naar de bomen en de beestjes benadrukt al evenmin.
Net zo begrijp ik niets van het negeren van Jezus’ boom-preek uit Matt. 24, het hoofdstuk waarin Hij ons opdraagt acht te geven op de tekenen der tijden.

Dat de bomen in het veld voor hun Maker klappen en onder hun bladeren de vogeltjes een loflied ter ere van hun Schepper aanvangen, daar hebben de ‘wij gaan de aarde redders’ geen enkele boodschap aan.
De belofte aan Noach uit Gen 8:22
‘Voortaan, al de dagen van de aarde, zullen zaaitijd en oogsttijd, koude en hitte, zomer en winter, dag en nacht niet ophouden.’
zegt al helemaal niks meer, net zomin als toentertijd de hamerslagen van zijn 120 jaar lange preek vóór de zondvloed.

Ik word in de kerk graag van mijn stoel geblazen, maar dan wel met de bedoeling in ontzag neer te vallen aan de voet van de boom buiten de stadsmuren van Jeruzalem.
Niet om die boom te redden, maar om Degene Die om míj te redden, zich eens als een verachtelijk insect aan het hout van een kruis vast pinnen liet.

In tegenstelling tot dit verlangen en naar ik meen terechte verwachting, sloeg ik van verbijstering en ontzetting mijn handen voor de mond bij de uitspraak van dominee dat God niet heeft gewild dat Jezus werd gedood.
Huh?
Ik wilde schreeuwen en wegrennen maar durfde als in shock vastgenageld me nog amper bewegen.
Ik wilde opstaan en roepen; ‘maar hoe zit het dan met het smeekgebed van Jezus: ‘laat deze drinkbeker aan Mij voorbijgaan, maar niet Mijn, maar Uw wil geschiede?’ maar wist dat dat geen zin meer heeft.
Wat deze dominee presteerde is het heerlijk Evangelie kompleet ontkrachten en op losse schroeven zetten.

Aards gesproken wordt Jezus dan opeens een heel ongehoorzame Zoon, een puber die recht tegen Vader’s wil ingaat en gewoon doet waar Hij Zelf zin in heeft.
Wat?
Zin in heeft?
De dood joeg Hem zoveel angst aan dat Hij bloed en tranen zweette.
En toch ging Hij!
Om de boom te eren met Zijn bloed?
Om Zijn Vader te laten zien dat Hij een eigen willetje heeft?
Nee, om in het redden van zondaars de aanklacht van de wet het zwijgen op te leggen en Satan daarmee voor eeuwig en altijd als een tandeloze kakkerlak te kakken te zetten.

Dus dominee, u mag van mij alle poten onder mijn stoel wegzagen, mij jaag je niet meer uit het Vaderhuis.
Ik kniel veel liever neer waar Jezus bloed de aarde rood kleurde om van daaruit de wandeling aan te vangen naar de tuin met het open graf.
Door het suizen van een zachte wind heerst in die tuin een heel ander klimaat, en klinkt uit de mond van duizenden tienduizenden een loflied: ‘nu jaagt de dood geen angst meer aan, want alles alles is voldaan!’
Wiens naam honing is op mijn tong , roept mij daar bij mijn nieuwe naam, een naam die alleen Hij en ik weten.

Jezus’ waarschuwing; ‘de bijl ligt al reeds aan de wortel van de boom,’ in acht nemend roep ik u daarom dringend op: ‘kom ga met ons en doe als wij…’

Avondmaal in een zakje.

We ‘mogen weer’ of ‘het kan nu weer.’
Uitdrukkingen die je nog al eens hoort sinds we terug zijn in het ‘oude normaal’ en op een enkele aan het Stockholm syndroom lijdend persoon uitgezonderd, liefst net doen of Corona nooit bestaan heeft.
Vandaar dat we door de volgende lockdown op de hielen gezeten aan een inhaalrace bezig zijn van verre vakanties, vliegreizen, evenementen, concerten, bioscoopbezoek, feesten en etentjes,
Ieder vinkt tevreden af wat hij of zij op de zelf bedachte Bucket-list heeft staan.
Nu het weer mag, móet het ook!
Niks mis mee natuurlijk, het is fijn dat we weer een beetje plezier mogen maken.
We mogen dus ook weer naar de kerk, tenminste, gedreven door een honger naar zuivere prediking móet ik naar de kerk.
Welke kerk maakt me niet uit, als er maar recht gepreekt wordt en hoop ik, veel gezongen uit de oude psalmen.
Liefst oude berijming, want vanwege ‘versje 10’ in mijn school rapportje kan ik de meeste uit m’n hoofd meegalmen.

Vanwege dat (heilig)moeten stapte ik een paar weken geleden op de fiets, om naar een mij geliefde prediker te luisteren in een dorp verderop.
Halverwege besloot iemand uit de hemelse gewesten mijn honger naar Gods Woord op de proef te stellen en belandde ik middenin een ijskoude wolkbreuk.
Ik herinnerde me het gelukzalige moment van mijn doop en riep naar omhoog dat een tweede keer een beetje erg overdreven was.
Ondanks dat bleef het met bakken uit de hemel komen en omdat ik me niet door en door nat wilde laten regenen, dook ik van lieverlee maar de dichtstbijzijnde kerk in.

Ach, had ik maar rechtsomkeert gemaakt en was ik toch maar voor het schermpje gaan luisteren naar John MacArthur.
Daar waar ik hoopte ondergedompeld te worden in het bad van het Woord belandde ik van de regen in de drup.

De dienstdoend ouderling in mijn schuilkerk heette me hartelijk welkom en vroeg me belangstellend naar de reden van mijn kerkbezoek. ‘Tja, ik hoop een goede preek te horen.’
Hij vertelde me dat er Avondmaal was, waarop, volgens goed evangelisch gebruik, een blij verrast ‘hallelujah’ uit mijn mond flapte.
Het was sinds de kerk haar deuren in het slot gooide, immers de eerste keer dat ik weer een dienst meemaakte waar de Maaltijd des Heren stond aangericht.
En jawel, niet alleen de hotemetoten in Den Haag en de WHO gaven me toestemming tot deze Heilige viering, omdat ik bevestigend antwoordde op de vraag of ik belijdenis had gedaan, kreeg ik ook van de kerkenraad toestemming mee te eten en drinken van het lichaam en bloed van Christus.
Met dit free ticket op zak zocht ik blij gemoed en vol verwachting een plekje in de halfvolle kerk.

Bij het zien van de lange tafel voorin de kerk, maakte mijn nieuwe hartje duizend vreugde sprongetjes.
Het sneeuwwitte tafelkleed waarop het glanzend zilver van bord, schenkkan en drinkbeker deed mijn hongerige ziel verlangen naar de ‘eens en voor eeuwige bruiloft van het voor mijn zonden geslacht en opgestane Lam, mijn Heiland en Heer, Jezus Christus.’

Maar dat de viering van de Maaltijd des Heren hier beneden nog niet eens een schaduw is van de viering daar boven werd me meer dan ooit pijnlijk duidelijk in deze bewuste dienst.
Aan het begin van de tafel stonden 2 mandjes waar ieder vóór me iets uitpakte en in de hoop op een gouden greep deed ik dat ook.
Bij het zien van wat ik in handen had, wist ik vervolgens niet of ik lachen of huilen moest, het was een in zipzakje en afgesloten minibekertje verpakt Heilig Avondmaal.
Iemand had, klaarblijkelijk geheel volgens de regels van de WHO, het lichaam van Christus in keurige vierkantjes gesneden en daarna verdeeld in zoveel zakjes als het belijdend ledenaantal plus een eventuele gast.
Omdat het precies dezelfde zakjes waren waar de koffieshop een gedroogd plantje in verhandeld, moest ik er heimelijk wel om lachen.
Evenzo was het plastic mini-cupje gevuld met een slokje bloed van Christus en daarna ter voorkoming van allerlei onheil keurig afgesloten.

Daar ging mijn hoop en verwachting op kruisbesmetting…het Avondmaalsstel stond er dus alleen maar voor de show…
Net zoals vroeger de Hogepriester de enige was die in het Heilige der Heiligen komen mocht, waren het alleen de (ontsmette) handen van dominee die de glans van het zilver aanraken mochten.
Niks geen gemeenschap in het doorgeven van die heerlijke schaal en kostbare beker.
Ieder voor zich was bezig met hoe je fatsoenlijk en toch nog eerbiedig zo’n zakje open doet, wat natuurlijk een bijna hilarisch geritsel van jawelste opleverde.
Eenmaal de kostelijke inhoud in mijn mond kwam ik niet toe aan langzaam kauwen en bezinnen, al rap moest immers het dekseltje van het bekertje.
En mijn hemel, hoe doe je dat?
Volgens mij was iedereen vooral bezig met hoe mors ik dat rode goedje niet op m’n zondagse goed, en al helemaal niet openlijk zichtbaar op het gladgestreken tafellinnen.

Alhoewel ik met vele mensen aan één tafel zat, ervoer ik in dit alles een enorme pijn en eenzaamheid.
Onwillekeurig voelde ik me onderdeel van de aardappeleters van van Goch, we zaten gezamenlijk aan één tafel maar er was met niemand contact.
Het glimmend gepoetst zilver van het Avondmaal stel verloor alle glans en deed me denken aan de vervormde werkelijkheid in de lachspiegels van pretparken.
Maar nee, pret was er voor mij niet te beleven in de ‘veiligheid’ van dit contactloos vieren en gedenken van de dood en opstanding van onze Heer en Heiland Jezus Christus.
Eerder een onveilige verlatenheid waarbij je je eenzamer alleen voelt dan alleen eenzaam, daar waar het de bedoeling is de gemeenschap der heiligen te beoefenen.

Gelukkig is er altijd mijn dierbare Jezus, Die, om mij voor eeuwige verlatenheid te behoeden, in Zijn verlatenheid van lijden en sterven, weer terug bracht in de helende gemeenschap met Vader.
Of om in hogere sferen te spreken: ‘forever High…’

Een huis tegen zichzelf verdeeld.

Gisteravond was ik op een vergadering van wakkere mensen.
De hoofdgast en spreker was Wybren van Haga.
Allerlei regionale groepen waren aanwezig, een bont gezelschap van mensen die vanaf het begin of gaandeweg de Corona crisis erachter komen dat er iets niet klopt.
Zelf behoor ik ook tot degene die door niet wakkere mensen, degene die klakkeloos allerlei draconische orders opvolgen, honend en smalend een complotdenker of wappie word genoemd.
Daarmee houd ik het nog netjes, want wanneer ik op ga noemen wat me het laatste bijna 2 jaar naar m’n hoofd geslingerd is word ik echt kotsmisselijk.

De afgelopen tijd lijd ik voornamelijk aan hoe volgzame voorgangers hun gemeente voorhouden onderdanig te zijn aan de overheid.
Jezus is niet mals over deze dwalende kerk, Hij zegt in Openbaring 2-3 dat ze niet koud of warm zijn, Hij spuugt ze uit Zijn mond, zo walgt Hij van hun lauwheid.
In het zelfde Bijbelgedeelte waarschuwt Hij voor de tolerantie waarmee de kerk een leugengeest toegelaten heeft, reden waarom Hij hen op het ziekbed werpt.
Het gaat zelfs zo ver dat Hij tot de gemeente zegt; ‘jullie zijn dood!’

Gelukkig zijn er nog wakkere voorgangers, leiders die de gemeente onderwijzen in de profetieën over de eindtijd en de spoedige komst van Jezus Christus.
Er is dus, God zij dank, nog een kleine kudde die de huidige ontwikkelingen op het tegenwoordige wereldtoneel in profetisch opzicht zien.

Maar wat zou het een zegen voor de in radeloosheid dolende wereld zijn, wanneer de kerk eenparig dezelfde kant op kijkt; de blik gericht op het zuivere Woord; Jezus Christus en die gekruisigd.

Jammergenoeg ervoer ik bij de toespraak van Wybren van Haga eenzelfde pijn als over de verdeeldheid in de kerk.
Ook onder de wakkeren onder ons die niet gelovig zijn, heerst namelijk een enorme verdeeldheid.
Ik zie dat in mijn omgeving, in talkshows op TV, op Social Media en in de debatten van de Tweede Kamer.
Het doet me daarom zeer dat Wybren van Haga gisteravond, (let wel dat is mijn persoonlijke indruk) voornamelijk zijn eigen frustraties kwam uiten over het feit dat hij uit de VVD gegooid is, waarna ook zijn avontuur bij Forum voor Democratie , zoals hij zelf zegt door het ego van Thierry Baudet, mislukte.
Diverse malen herhaalde hij dat de voorman bij FvD zijn kans om werkelijk het verschil te maken voorbij heeft laten gaan.

Ik ga daar verder niet op in maar mijn persoonlijke waarneming is dat Wybren net zo goed allerlei kansen werkelijk iets te betekenen aan zich voorbij laat gaan.
Ik zou aan Wybren willen vragen te stoppen met pijn en frustratie delen over het verleden, waardoor er meer ruimte komt te zoeken naar verbinding.

Aan het slot van Wybrens’ betoog gaf hij voor de laatste vraag of opmerking de microfoon aan één van de hoorders.
Haar woorden leggen volgens mij precies bloot waarom het maar niet lukt verschil te maken in deze wereld, een wereld die door de zondeval in het Paradijs overgeleverd is aan satan, de leugenaar vanaf het begin.
Omdat hij donders goed weet dat een huis dat tegen zichzelf verdeeld is, krachteloos is, heeft deze vuilak maar één beproefd trucje, verdelen!

Ik ben het daarom roerend eens met deze laatste spreekster: ‘het gaat alleen maar lukken wanneer we gezamenlijk terug gaan naar de God van de Bijbel!’

Sprong in het diepe.

Ik hou van het Engelse woord ‘boldness.’ en van voorgangers die vrijmoedig (with boldness)zich bewust van de door God gegeven positie, het Woord met een aan roekeloosheid grenzende vrijmoedigheid preken.

Omdat ik sterk waarde hecht aan de door Jezus gegeven voorschriften voor de gemeente, lijd ik tegelijkertijd aan een kerk die met een aan roekeloosheid grenzende boldness verraad gepleegd heeft aan het bloed van Jezus.
Ik lijd aan een kerk waar zonde onder een regenboogvlag wordt geveegd en Genade als een wegwerpartikel in de berm naast het spoor van de in sneltreinvaart naar de ondergang razende trein is gegooid.
Ik lijd aan de ernstige waarschuwing trouw te blijven tot het eind, die overstemd door feest gedruis rondom het paard van Troje, schipbreuk lijdt op het strand van Patmos.
Ik lijd aan een kerk die midden in de woestijn, horend doof en ziende blind voor het Lam, danst om een stom en doof gouden kalf.
Ik lijd aan een kerk die haar oor te luisteren legt bij het sissen van de slang en de liefdevolle fluistering van Gods Geest in de wind slaat.
Ik lijd aan een kerk die een dolende wereld de vrucht van goed en kwaad als begeerlijk, zoet en sappig verkoopt, terwijl ze zelf haar tanden kapot bijt in de keiharde stenen van diezelfde vrucht.
Ik lijd aan kansels waar vanaf me een schuldgevoel over de ontbossing of wat er dan ook maar mis is met het klimaat wordt aangepraat, maar waar onderwijl het kruishout van de boom op Golgotha niet meer is dan een zilver of gouden hangertje om je nek.
Ik lijd aan luiheid te wieden op een akker waar een schat van ongekende waarde overwoekerd wordt door metershoog onkruid.

Ik lijd aan contacten die vóór corona bijzonder waardevol leken te zijn maar nu stilzwijgend of gepaard gaande met woedende mails beëindigd zijn.
Ik lijd aan de vraag zelf ooit echt gekend te zijn en of ik de ander wel ooit echt gekend heb.
Ik lijd aan de achteloosheid waarmee in kerk en maatschappij de ontmenselijking van het nieuwe normaal een goede keuze tussen twee kwaden gevonden wordt.
Ik lijd aan een wereld, waarin uit naam van naastenliefde de heilige anderhalve meter grens allang vele kilometers overschreden is

Al die tijd was ik me ook bewust van de door J.D. Farag geliefde term: ‘But God,’ en wist dat deze dingen gebeuren moeten eer Jezus ons op komt halen, maar desondanks deden al deze verliezen mijn hart ontzettend pijn.

But God…
Om de onverschrokken boldness van getrouwe voorgangers ben ik afgelopen week tot in het diepst van mijn ziel geraakt en vertroost.
Ik had deze vertroosting en bemoediging nodig.
Ik had het nodig vanuit het Woord te horen:

‘Dit moet u allereerst weten, dat er in het laatste der dagen spotters zullen komen, die naar hun eigen begeerten zullen wandelen en zeggen: Waar is de belofte van Zijn komst? Want vanaf de dag dat de vaderen ontslapen zijn, blijven alle dingen zoals vanaf het begin van de schepping.’
‭‭2 Petrus‬ ‭3:3-4‬ ‭HSV‬‬

Ondanks de zeer ernstige woorden dat covid de valse kerk aan het licht heeft gebracht, een kerk waar een dwaalleer verkondigt wordt, kerken waar het narcistische leiders alleen om hun eigen gemak te doen is en dat naam christenen te herkennen zijn aan hun spot en veronachtzaming t.a.v. van Jezus terugkomst, het heeft mijn ziel tot rust gebracht.

Heerlijk en eerlijk hoe Jezus de discipelen al aanmoedigt:

‘En als iemand u niet ontvangt en niet naar uw woorden luistert, vertrek dan uit dat huis of die stad en schud het stof van uw voeten.’
‭‭Mattheüs‬ ‭10:14‬ ‭HSV‬‬

‘En als ze u niet zullen ontvangen, vertrek dan uit die stad en schud ook het stof af van uw voeten, tot een getuigenis tegen hen.’
‭‭Lukas‬ ‭9:5‬ ‭HSV‬‬

Dit wetende schud ik het stof van mijn voeten, laat de dichte deuren van waar een andere weg gekozen is achter om, met een aan roekeloosheid grenzende boldness, opnieuw een sprong in het diepe te doen.

Eng?
Ja, doodeng!
Maar omdat ik omringd ben met een wolk van getuigen die met dezelfde boldness verzekerd waren dat nog dood nog leven mij zal kunnen scheiden van de liefde van Christus, waag ik het erop!
Spring je mee?

John MacArthur: Christus bediening aan de gemeente

Jack Hibbs : De gelijkenis van de 10 maagden

Het zout der aarde.

Vanaf het moment dat de slang Adam en Eva verleidt de vrucht van de boom van kennis goed/kwaad te eten, is het bederf van de schepping ingezet.
Niet lang daarna vindt de eerste moord plaats, Ezau doodt zijn jongere broer Abel.

Vier millennia later later vindt de meest afschuwelijke broedermoord plaats in het doden van Jezus, de Zoon van God.
In plaats van dat zijn eigen volk Hem als de lang verwachte Messias herkende, spijkerde dat volk Hem aan een boom, het kruis van Golgotha.

Maar Hallelujah, Hij stond op uit het graf en liet het oordeel over het eten van de boom van kennis goed/kwaad achter in het graf.
In Zijn smadelijke dood en glorieuze opstanding vermorzelde Hij de kop van de slang die Eva zondigen deed, en ontwapende daarmee de tegenstander van God, Satan, de vader der leugen en aanklager van de beginne.
In Jezus, de boom des Levens, is voor ieder die Hem als Verlosser aangenomen heeft, het oordeel de bek gesnoerd.

Tijdens Jezus’ meest geciteerde toespraak, de bergrede, sprak Hij na de zaligsprekingen de volgende woorden:

‘U bent het zout van de aarde; maar als het zout zijn smaak verloren heeft, waarmee zal het gezouten worden?

Het deugt nergens meer voor dan om weggeworpen en door de mensen vertrapt te worden.

U bent het licht van de wereld.

Een stad die boven op een berg ligt, kan niet verborgen zijn.

En ook steekt men geen lamp aan en zet die onder de korenmaat, maar op de standaard, en hij schijnt voor allen die in het huis zijn.

Laat uw licht zo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken zien en uw Vader, Die in de hemelen is, verheerlijken.’

Mattheüs 5:13-16 HSV

https://bible.com/bible/1990/mat.5.13-16.HSV

Als Het Licht van de wereld zegt Hij dus dat wie in Hem is, zelf ook het licht van de wereld is.

Dat betekent dat daar waar kinderen van God verschijnen het licht het donker laat verdwijnen en dat wat duisternis is aan de kaak wordt gesteld.
Ook zegt Hij dat we in Hem het zout der aarde zijn, zout dat het bederf van die aarde tegen gaat.
Zout dat het verzoenend offer van Jezus laat doorwerken op deze aarde waardoor het oordeel over de zonde wordt afgewend.

Maar…
Als we om ons heen kijken kunnen we niet ontkennen dat het op aarde nog nooit zo donker geweest is.
Door radeloze wanhoop en angst voor de dood is het op de complete wereld wanorde en chaos.
Corruptie en geweld vieren hoogtij en zijn allang niet meer te beteugelen.
Zonde in de vorm van zedeloze ongerechtigheid en moord is bij wet gelegaliseerd en degene wie nog de moed heeft zonde zonde te noemen, wordt zelf gevangen genomen en bestraft.

Waar verlicht de kerk, de plek waarvan Jezus zegt het Licht van de wereld te zijn, de inktzwarte duisternis waarin die wereld vandaag doolt?
Waar is het Lichaam van Christus, de gemeente, om als het zout der aarde het bederf tegen te houden?

Jammergenoeg is het als in de dagen van Jezus wandeling op aarde, de kerk die haar lamp onder de korenmaat heeft gezet, en het kostbaar zout door wereldgelijkvormigheid krachteloos heeft gemaakt.
Ondanks de duidelijk waarneembaar desastreuze gevolgen, is het vooral de kerk die de opbouw van het satanische koninkrijk waarover Openbaring spreekt, aan het faciliteren is.

In plaats van dat de kerk tegenover een heilig God zonde en schuld belijdt, heeft ze juichend het paard van Troje binnengehaald.
Als het volk Israël in de woestijn danst ze om het gouden kalf, en wordt ieder die uitnodigt te dansen rond de Ark van het Verbond uitgelachen en bespot.

Niet voor niets zegt 1 Petrus 4:17 dat het oordeel begint bij het huis van God.

2 Timotheüs 3 zegt dat de mensen in de laatste dagen een schijn van godsvrucht zullen hebben maar meer liefhebbers van en vleselijke verlangens zijn, dan liefhebbers van God.

Tijdens de Corona- crisis, of wellicht wel daardoor, is aan het licht gekomen waar en hoe de kerk helemaal niet bezig is haar Heer uit de hemel te verwachten.
Onder een kleed van misplaatste naastenliefde, is het de kerk die in haar laffe onderdanigheid aan een goddeloze overheid, deze goddeloze overheid zelf in stand houdt.
Een overheid, die het getrouwe christenen steeds moeilijker maakt openlijk God te dienen.
Een regering die in navolging van de godsdienstige leiders van destijds, predikers van het heerlijk Evangelie gevangen zet en gelovigen dwingt in het geheim samen te komen.
Niet alleen in China en Noord Korea, maar gewoon in het vrije Westen!

Alhoewel Jezus de kerk beloofde Licht van de wereld te zijn, heult ze mee met de makers van het ‘reddend’ vaccin, in plaats van Jezus voorschrift ten opzichte van de zieken op te volgen.

Door het eten van de boom van kennis goed/kwaad, neemt niet
alleen in de wereld maar ook onder kerkmensen de onvrede, woede en verongelijktheid naar niet gevaccineerde mensen zeer snel toe.
Zelfs zo openlijk en onbeschaamd, dat het ongestraft op tv en andere media wordt uitgeschreeuwd: ‘die weigeraars, dat zijn onze moordenaars…🔥

Hoe lang nog blijft de kerk zwijgen?
Hoe lang nog eer medebroeders en zusters mee gaan doen met de op handen zijnde wraakacties tegen de ongevaccineerden?
Hoe lang nog eer ‘die gehate weigeraars’ door kerkmensen opgebracht en voor het sanhedrin van vandaag worden gedaagd!

Tenzij de kerk op de knieën gaat en schuld belijdt over het volgen van een leugenachtige overheid die arrogant en hoogmoedig een beetje voor God aan het spelen is, duurt dat niet meer zo heel lang.
Wie de rode vlaggen op social media en in de nieuwsbulletins niet opmerkt is stekeblind voor dit gevaar.

Bid toch dat de kerk zich bekeert van haar afvalligheid en verraad ten opzichte van Jezus Christus, de gekruisigd en opgestane Heer.
Bid dat de boom van kennis goed/kwaad in ons midden wordt uitgeroeid en de gemeente zich laat voeden door de enig betrouwbare boom des Levens; Jezus, de Zoon van de levende God.
Bid om helder licht en smakelijk zout…

De catacomben en de voedselbank.

Gedreven door verlangen naar een kerk zoals de eerste gemeente, waar onder het krachtig getuigenis van de opgestane Heer, iedere dag gelovigen werden toegevoegd, schreef ik in juni 2019 over mijn ervaring kerk/voedselbank.
In feite deelde ik in mijn blog pijn over gemis, niet zozeer van goed eten en daarom dankjewel moeten zeggen voor minder, maar vooral over gemis van het getuigenis van de opgestane Heer.
Er is me vaak gezegd dat verlangen naar hoe het in de eerste gemeente was, een utopie is, dromen over iets dat simpelweg niet mogelijk is.
Het komt me nog steeds over als, hoewel de schatkamers wijd open staan, ik dankjewel moet zeggen voor minder of goed genoeg.

We zijn bijna 2 jaar verder en mijn hemel, sinds vorig jaar leven we in een compleet andere wereld waarin het ondenkbaar geworden is opgepropt tussen hoofdzakelijk onzichtbaar achter boerka gesluierde medemensen te wachten op je beurt bij de voedselbank.

Ondanks dat, of liever gezegd, mede daarom, droom ik meer dan ooit van zo’n kerk, een gemeenschap waarin de gekruisigd en opgestane Heer Jezus Christus centraal staat.
Een Handelingen 4 kerk, waarin de onderlinge liefde zoals beschreven in psalm 133 niet alleen bezongen maar geleeft én beleeft wordt.

Pas de laatste tijd realiseer ik me dat er nogal wat concequenties kleven aan lid zijn van zo’n kerk.
De geschiedenis leert immers ook dat het krachtig getuigenis van de opgestane Heer vooral bij de godsdienstleraars van de gevestigde kerk irritatie opwekt.
Een ergernis die aan het begin van de kerkgeschiedenis uitmondde in vervolging van Jezus’ dood en opstanding belijdende christenen.

Tijdens een rondleiding in nagemaakte catacomben, ondergrondse gangen waarin gekovigen uit de eerste eeuw niet alleen hun overledenen begroeven, maar ook hun samenkomsten vierden, proefde ik een fractie van de ernst van deze vervolging.
Tot die tijd had ik daar een nogal geromantiseerde voorstelling van.
Maar de gids verhaalde een heel andere werkelijkheid: groot en klein stond met de voeten in de modder en het lijkvocht van hun in nissen begraven doden.
En toch, de lieflijke geur en de kracht van het Evangelie oversteeg de stank van ontbinding en verlichtte de ondergrondse duisternis.
Mede door de vervolging
verspreide het Goede Nieuws zich over heel de wereld en doorboorde eeuwen later mijn eigen hart.

Maar vervolging, nee ik weet niet wat dat is.
Mijn bed staat immers niet ergens ver weg in China, Noord Korea of één van de streng Islamitische landen waar vervolging van christenen aan de orde van de dag is?

Vandaag las ik mijn blog over de voedselbank nog eens door.
Zoals gezegd, de wereld is verandert, de regels en voorschriften voor toegang tot de voedselbank ook.
Maar heeft het krachtig getuigenis van de opgestane Jezus, de kerk uitdeler van het brood des levens gemaakt?
Staan de deuren wijd open voor de wereld in nood?
Is de kerk bereid om omwille van dat krachtig getuigenis vervolging te riskeren?

Is het niet juist omdat er allang geen getuigenis van de kerk meer uitgaat, deze ook geen vervolging te verwachten heeft?
In de afgelopen decennia is de overheid onderdanig immers compromis op compromis gesloten, dus wat zou er te vrezen zijn?

Anders is het wanneer je als eenling nog vragen durft stellen.
Vragen die gebaseerd zijn op die ene vraag: ‘hoe staat het met het getuigenis van de opgestane Heer?’
Dat deze vraag fnuikend en gemener dan ooit uitsluiting door de gevestigde orde betekent, ondervinden individuele christenen (nu nog) in het klein.
In het groot ondervindt een hele kerkgemeenschap als Grace Life Church in Canada dat, waar de overheid gebood in het duister van de nacht een driedubbel hek om het gebouw te plaatsen en zo gelovigen de toegang te beletten.
Een kerk in het vrije westen die ‘ondergronds’ moet gaan!
De tekenen wijzen er op dat dit soort maatregelen tot het nieuwe normaal gaan behoren ook, (of vooral) in de kerk.

Je kunt je afvragen wat voor geheim daar dan bedekt moet blijven?
Wel, het krachtig getuigenis van het verbroken Lichaam en verlossend Bloed van onze Here Jezus Christus!
Alsof een door de machten van de duisternis aangedreven overheid deze hemelse kracht aan banden leggen kan!

Ze hebben zeker nog nooit gehoord van een weg door de Rode Zee, vuur uit de hemel op de berg Karmel en het van boven naar beneden gescheurde gordijn voor het Heilige de Heiligen.

Het is aan God te danken dat er net als in de tijd van Elia, nog steeds een grote menigte verzameld is rond de Ark des Verbonds, de enig en ware gekruisigd en opgestane Heer Jezus Christus.
Het voorhangsel is gescheurd, wees welkom, belijdt uw zonden, eet van het brood des Levens en drink uit de beker der dankzegging.
Leef!

Voor wie ben ik naaste wanneer ik me niet laat prikken?

Omdat ik pleit op het bloed van Jezus, mijn beste bescherming en medicijn het proclameren van Ps.91 is, ik meer geloof aan de voorschriften van Jezus aangaande ziekte en gezondheid hecht dan aan die van het RIVM, ben ik door medechristenen een gevaar voor de volksgezondheid genoemd, is me anti-vaccin gebrabbel verweten, is me gezegd dat ik erg diep gezonken ben, heb ik vaak gevoeld dat mede christenen me met het grootste gemak naar zo’n anti-vax kamp zouden sturen en ben ik voor moordenaar uitgemaakt.
Ik word met ‘liefde op afstand gehouden’, vriendschappen zijn beëindigd, alleen maar omdat ik niet zwijgen kan over wat Jezus in Zijn Woord ons omtrent samenkomen, Avondmaal vieren, lofliederen zingen, dopen, elkaar ontmoeten en broederlijk kussen, opdraagt.
Het wordt me door broers en zussen niet in dank afgenomen dat ik hun herinner aan de overwinning op zonde, ziekte en dood aan het kruis op Golgotha, waar Hij, de Zoon van God, iedere vijand onder onze voeten heeft geplaatst.
Pijn delen om de het door de kerk alleen laten van zieken en kwetsbaren en de steeds grotere wanhoop onder mensen voor wie de kerk onder de vlag: ‘naastenliefde’ haar deuren heeft dicht gedaan, het wordt achteloos weg gewuift, want dat virus moet toch bestreden worden?

Vandaag is daar een nog openlijker vorm van hardheid en haat bij gekomen, een medechristen zei me recht in het gezicht dat het terecht is dat ik straks niet meer kopen en verkopen kan.
Op mijn vraag of hij me dan eten komt brengen antwoordde hij zonder blikken of blozen: ‘Nee natuurlijk niet!’
Had ik dat vaccin maar nemen moeten!

Heer ontferm U over ons.

Kinderfeestje? Eerst even testen…

Onlangs sprak ik een (christen) moeder van 3 kinderen in de leeftijd 9-13 jaar.
Ik deelde haar mijn zorg over hoe vandaag kinderen opgroeien en de vraag hoe dat uit gaat pakken op latere leeftijd.
Alsof het de gewoonste zaak van de wereld is vertelde ze me het volgende:

Het jongste kind, een meisje is uitgenodigd voor een (Corona-proof) verjaardagsfeestje van een vriendinnetje, aanstaande week.
Maar ach wat een pech, ze is de vrijdag daarvoor wat snotterig!
Niet getreurd, om veiligheidsredenen en het feestje in de agenda moet het kind toch maar even getest worden.
Terloops verteld ze me dat het haast al een soort gewoon geworden is omdat ze hun kinderen voortdurend testen, want ja, beter het zekere voor het onzekere.

Ik moet me inhouden om niet te gaan schreeuwen van medelijden met de kinderen, woede om zoveel geloof in een leugen, machteloosheid om ouders die het normaal zijn gaan vinden hun kinderen de ene test na de anderen af te nemen.
Want stel dat hun kind een bron van besmetting zal zijn in de klas, op een kinderfeestje, in de buurt, de familie,
enz.

Werkelijk, ik begrijp niet waarom ouders niet (meer) door hebben wat ze hun kinderen aandoen.
De angst, onzekerheid en spanning
die gepaard gaat met wachten op de uitslag, stel je eens voor om zo op te moeten groeien!
Een snotneus is al reden genoeg tot paniek.
Dezelfde snotneus verteld het kind dat er iets niet goed aan haar/hem is en zoals Hugootje gezegd heeft, dat snotneusjes kan maar zo de zijn oorzaak van iemand anders dood.

Het nieuws vermeld dat de zelftesten niet aan te slepen zijn.
En dat terwijl de verpakking vermeld dat de staafjes gedesinfecteerd zijn met Ethyleenoxide.
Dezelfde stof is enkele jaren geleden reden geweest ontbijtgranen uit de schappen van supermarkten te halen omdat deze mogelijk hetzelfde ethyleenoxide, een
kankerverwekkende stof bevatten.
En nu steekt men met het grootste gemak zo’n met ethyleenoxide gedesinfecteerd stokje in de snotneusjes van onze bang(gemaakte) kinderen.

Bah, ik ben er al dagen misselijk van.
Straks krijgen al deze kinderen een vaccin, wat geen vaccin is maar een DNA veranderend experiment.
Het schijnt dat niemand zich daar meer druk om maakt dan alleen wat Wappies van wie het één na andere geloof in een complot, theorie aan het worden is.

Maar bovenal, in de Bijbel, het Woord van God staat de tijd waarin onze kinderen vandaag opgroeien al beschreven.
En toch zijn er ook onder gelovigen maar heel weinig Christen-Wappies die de tekenen van de tijd serieus nemen.
Dat is mijn grootst verdriet…

Is uw paspoort getekend?

“Mensen groeien mee met de maatregel”
In eerste instantie begreep ik deze quote van Grapperhaus niet zo.
Maar na deze week een aantal mensen gesproken en beluisterd te hebben, kom ik tot de onthutsende ontdekking dat Grapperhaus gelijk heeft.
Want inderdaad, terwijl het mijn eigen verbijstering en ongeloof is die groeit, groeit de meerderheid mee in volgzame gehoorzaamheid en slaafse onderdanigheid aan op foute aannames en leugens gebaseerde maatregelen.

Met de groeiende verbijstering van mijn kant groeit ook de radeloze wanhoop en pijn om de weigering van mensen waar ik van houd, onder ogen te zien dat ze worden voorgelogen.

Vooral het zien van een interview met de Iraanse schrijfster Sjohreh Feshtali, heeft me bijzonder geraakt en terug gebracht in oude pijn om toegedekte leugens en smerigheid.
Zij vluchtte weg uit haar land en vond in Nederland een nieuw thuis.
Maar sinds corona ons is voorgesteld als de meest gevaarlijke bedreiging ooit, ziet ze met lede ogen aan hoe Nederland verandert in een nieuw Iran.

Het raakte aan mijn eigen trauma’s na een huwelijk met een psychopaat en pedofiel.
Nog niet eens zozeer dat afschuwelijke feit op zich, maar meer nog de wanhoop die volgde op mijn waarschuwende stem en schreeuw om hulp.
Werkelijk iedere deur waarop ik maar bonsde werd in het slot gegooid.

Net eender als Sjohreh Feshtali dat meemaakt in een steeds verdergaande ontwikkeling naar een dictatoriale staat, ervaar ik dezelfde pijnlijke emoties van weleer.
Te zien, te weten, te horen wat zich rondom je aan het ontvouwen is en toch maar zeer weinig mensen die je waarschuwing serieus nemen maakte dat ik toen wel eens dacht: ‘als hij jou kinderen te pakken heeft, zwijg ik ook.’
Nu denk ik vaak; ‘zoek het uit, wil je de leugen zo graag, kom straks niet jammeren wanneer je er door vernietigd wordt.’
Maar meer dan dat is het mijn houden van, een gezond onderscheidingsvermogen en een groot rechtvaardigheidsgevoel waarom ik medelijden voel voor de mensen om me heen.

Ook toen was het vooral pijnlijk en beschamend dat het niet zozeer de reguliere wereld is die je met het grootste gemak de rug toekeert, het zijn vooral je mede broeders en zusters die uit naam van niet mogen oordelen weigeren de leugen te ontmaskeren.

Maar ook dat ervaar ik nog niet eens als meest schrijnend
Veel ingrijpender en zeer tot op het bot is de pijn van het zeker weten dat deze verdraaiing van de waarheid een onrecht in stand houdt dat hen eens zelf zal overwoekeren.
Dit beschadigd niet alleen de kerk zelf maar doet het getuigenis van de opgestane Christus in een wereld die in rap tempo op de ondergang afdendert teniet.

Dat is precies wat ik zie gebeuren, toen en nu.
De kerk die destijds zonde van pedofilie en machtsmisbruik met zand bedekte i.p.v. het bloed van Jezus, heeft daarmee zichzelf onder het oordeel gesteld en moest een jaar later haar deuren sluiten.
De kerk van vandaag sloot na het binnenlaten van corona vrijwillig de deuren achter deze allang aan het kruis overwonnen vijand toe, waarna het oordeel van ziekte en dood volop voortwoekeren kon in de wereld daarbuiten.

Maar zoals Grapperhsus terecht opmerkt, de mensen zijn met de maatregel meegegroeid.
Wie zijn of haar pijn en verontrusting deelt over deze gang van zaken snoert men de mond met dat het toch evengoed fijn is om op zondag naar een veelal op zaterdag opgenomen stream te kijken?
We danken voor het vaccin, stellen voor de deuren van de kerk als GGD prikruimte open te zetten en daarna wordt toch alles weer normaal?

Mijn vraag aan diverse predikanten of straks de deur ook open gaat wanneer ik geen testbewijs of vaccinatie paspoort kan tonen, is tot nog toe alleen nog maar beantwoord als dat het inderdaad een interessant vraagstuk is, waarna het vervolgens verzand in allerlei wollige vaagheden.
Dat past dan natuurlijk weer precies in het straatje van een politicus als Grapperhaus.
Men is met hem meegegroeid in de leugen omhullen net eender als dat ook al in het Paradijs gebeurde.

Zoals ik de uitspraak van Grapperhaus beter ben gaan begrijpen, voel ik ook steeds meer mee met de pijn van Paulus wanneer hij uitroept: ‘oh uitzinnige Galaten, wie heeft u betoverd?’

Maar toch…met onuitsprekelijke vreugde en trots kan ik uiteindelijk nog maar één ding: mijn kruis opnemen Jezus achterna en me beroepen op het met Zijn kostbaar bloed getekend paspoort!

Link naar wat Sjohreh Feshtali te zeggen heeft:

https://youtu.be/hyHnNNd6Lz0

Link naar het lied ‘is uw paspoort getekend?’

https://youtu.be/jBvqvggiRMQ

De jeugd van Urk.

Er is veel te doen over mijn geboorteplaats Urk.
Niet dat het ooit anders geweest is, Urk ligt altijd al onder een vergrootglas.
Wanneer je ‘an de walle’ verteld van Urk te komen ben je haast verzekerd zijn van de volgende twee vragen: ‘daar zijn toch zoveel kerken?’ en: ‘heb je nog paling?’
Mijn moeder antwoordde op het eerste steevast: ‘ja en die zitten op zondag allemaal vol!’
Op het tweede zei ze: ‘natuurlijk, die zwemmen op Urk gewoon door de straat.’

Om het geloof onder een vergrootglas liggen, hoeft zeker niet negatief te zijn, integendeel; niemand hoeft zich immers te schamen voor de blijde boodschap van redding door het bloed van Jezus Christus.
Toch ligt aan de opmerking over de vele kerken op Urk een negatieve inslag t.o.v. de kerk ten grondslag.
Niet alleen op Urk, maar wereldwijd.
Mijns inziens heeft de kerk dat voor het grootste deel aan zichzelf te danken.

Net zoals in het Oude Testament het volk Israël uitverkoren was de volken rondom jaloers te maken om het dienen van de enige ware God, zo is ook de kerk geroepen de wereld een goede God voor te stellen.
Een God die in Jezus Christus naar de aarde kwam om dat wat verloren is te redden van de dood.
Jammer genoeg is sinds de Verlichting de kerk steeds meer wereldgelijkvormig geworden.
Niet de kerk heeft de wereld verandert, de wereld heeft de kerk verandert.
In een poging de drempel te verlagen heeft de kerk zichzelf verlaagd tot het niveau waarin zonde geen zonde meer genoemd mag worden, of anderzijds als onmogelijke hoge standaard gesteld, de wetten en geboden strak na te moeten leven.
In beide gevallen heeft de noodzaak tot wedergeboorte, zoals Jezus dat in Johannes 3 de godsdienstleraar Nicodemus uitlegt, geen prioriteit meer.
Heeft dit tot gevolg dat de kerkbanken niet aan te slepen zijn?
Verre van dat, de kerk loopt leeg…

Terug naar deze tijd is het beleid van de afgelopen jaren mede oorzaak de gemeenteleden op te roepen onderdanig te zijn aan de overheid.
Als gevolg daarvan sloot de kerk haar deuren en liet niet alleen de kerkleden alleen achter, ook de wereld is daarmee volkomen aan haar lot overgelaten.
De meeste broers en zussen zullen het er niet mee eens zijn, maar waarom is dat?
Kan het zijn dat juist de wereldgelijkvormigheid en het wetticisme oorzaak is van de in mijn ogen ontzettend laffe houding van de kerk?
Onder het ‘liefdeskleed’ van naastenliefde heeft de keus tot onderdanigheid aan een goddeloze overheid desastreuze gevolgen gehad in het verloop van de crisis.

Had de kerk niet juist vanaf het begin op moeten staan en in haar positie van meer dan overwinnaar de onzichtbare vijand, het virus, een halt toe moeten roepen?

Juist omdat ik ontzettend verdriet heb om een kerk die haar heilige taak verzaakt heeft, begrijp ik des te meer de opstandigheid van de jeugd.
Zij staan tenminste nog op!
Zij laten wel hun stem horen!

Op de goede manier?
Zeker niet, het geweld waarmee dit gepaard gaat is niet goed te praten.
Maar waarom staat de kerk niet op tegen het geniepig geweld van een onzichtbare vijand, die er op uit is de wereld onder zijn voeten te vertrappen?
Waar zijn de voorgangers die vanuit profetisch inzicht de korte tijd die ons nog rest te benutten de wereld op te roepen zich te bekeren nu het nog kan?
In welke lege kerk staat de boodschap van onze naderende Bruidegom nog centraal?
Waarom hoor ik haast nooit een bemoediging je klaar te maken voor de aanstaande bruiloft met het Lam?

Heel de landelijke pers, de demissionaire regering en het volk spreekt schande over de rel(i)jeugd op Urk.
Maar is door de lauwheid en laffe onderdanigheid aan een goddeloos beleid de kerk niet medeverantwoordelijk, zoniet hoofdverantwoordelijk voor het ontsporen van de jeugd?

De krant vraagt in vetgedrukte koppen: ‘wat bezielt de jeugd van Urk?’
Ik beluister in hun opstandigheid alleen maar mijn eigen levenslange vraag;
‘Spreek mij van Jezus mijn Heiland,
k’hoor toch zo gaarne Zijn woord!
Nimmer heeft iets op deez’ aarde,
Ooit zoo mij t’harte bekoord.’

%d bloggers liken dit: