All Lives Matters

Wereldwijd heerst onder mensen een enorme woede, op dit moment tot uiting komend in de Black Lives Matters beweging.

Deze beweging begon met de hashtag “#BlackLivesMatter” nadat George Zimmerman in 2013 werd vrijgesproken voor de dood van de Afro-Amerikaanse jongere Trayvon Martin het jaar ervoor.
De recente protesten van deze groeiende beweging zijn een antwoord op de door politiegeweld omgekomen George Floyd.

De boodschap van deze wereldwijde demonstraties is; ‘we pikken het geweld niet langer, samen staan we sterk, wees niet langer beleefd.
Zwarte Piet overleefd het dit jaar niet meer, en enpassant, mogen we de liefde beleven met wie we dat zelf willen.’

Uiteindelijk is de boodschap van iedere betoging tegen dat waar je het niet mee eens bent en specifiek nu aan de blanke mens: ‘schaam je!’

Als ik naar de beelden kijk moet ik automatisch denken aan het Pinksterfeest.
Zeven weken daaraan vooraf, had zich de meest gewelddadige moord ter wereld afgespeeld.
Een moord die in gruwelijkheid en onrecht nooit eerder had plaats gevonden en in die mate ook nooit overtroffen zal worden;
de moord op de Zoon van God en mensen, Jezus Christus.

Hij, die weldoend het heilige Israël doorkruist had, werd door zijn eigen volk uitgeleverd in de handen van heidense Romeinen.
Als een hinderlijk insect waarvan je eigen bloed tegen het plafond gepetst wordt, hing hij vastgepind aan het kruis.
Hij, wiens handen de zieken genazen, doden opwekten, de handen die duizenden voeden met brood, de handen die de kinderen koesterden, deze handen werden genadeloos vastgespijkerd aan het hout op Golgotha.
De voeten van hem die ons genade en heil verkondigden, ze werden doorboord op Golgotha’s voetenbankje.

Na zijn glorieuze opstanding en Hemelvaart volgde Pinksteren.
Duizenden mensen van over heel de wereld waren op het tempelplein van Jeruzalem samengekomen.
Net als op de pleinen van vandaag dromden ze samen in de hoop op een betere tijd.
Net als Akwasi op de Dam het woord nam, nam ook toen iemand het woord, Petrus, de discipel die Jezus drie maal verloochent had.
Net als Akwasi begon Petrus zijn speech met een aanlacht; ‘júllie hebben Jezus, de zoon van God gekruisigd!’

Het raakt me iedere keer weer diep in het hart, Petrus die het aandurft de menigte te beschuldigen van de moord op Jezus!
Had hij niet zelf de grootste schuld?
Hij die Jezus drie jaar gevolgd had en tot de intimi van Jezus behoorde, deze Petrus die toen het erop aan kwam het voor Jezus op te nemen, liet Jezus in de de steek en zwoer Hem niet te kennen!

En toch gooit deze verloochenaar de zweep erover; ‘jullie hebben Jezus gekruisigd!’
Had hij dan zelf totaal geen besef van schuld?
Schoof hij zijn eigen schuld dan maar mooi af op de ‘kruisigt Hem, kruisigt Hem’ schreeuwende meute?

De vrijmoedigheid waarmee Petrus zijn speech begon had een heel andere oorzaak en reden, dan de menigte opzadelen met schuld en schaamte over de dood van Jezus !
Petrus had het mysterie van deze dood ontdekt, de dwaasheid van het kruis, de vrolijke ruil!
Hij was tot de erkenning gekomen: Petrus’ ongerechtigheid op Jezus, Jezus’ gerechtigheid op Petrus!
Hij schoof al zijn schuld af op Jezus, het was Jezus’ eigen schuld!

Daarom kon hij zonder schaamte zeggen; ‘jullie hebben Jezus gekruisigd’ om als voorbeeld van de goedheid van God, daarna het Evangelie van vrije Genade te kunnen verkondigen!
Drieduizend mensen kwamen op die dag tot geloof, drieduizend schuldigen aan de dood van Christus ontvingen net als Petrus vrijspraak!
Drieduizend zondaren kwamen tot de erkentenis van eigen schuld afschuiven op de gekruisigde Jezus, waarna ze net als Petrus schaamteloos het Evangelie verder verspreiden.

Wat een contrast met de betogingen van nu!
Was de boodschap op Pinksteren er één van ‘vrij van schuld en schaamte’ de boodschap van vandaag in welke betoging ter wereld ook, is erop gericht schuld en schaamte af te dwingen van die ander.

Efeze 2 zegt
‘Want Hij is onze vrede, die de twee één heeft gemaakt en de tussenmuur, die scheiding maakte, de vijandschap, weggebroken heeft,’
‭‭Efeziërs‬ ‭2:14‬ ‭NBG51‬‬
https://www.bible.com/328/eph.2.14.nbg51

Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat in de wereld van nu de ene crisis de andere inhaalt.
De wereld zucht en kreunt als een vrouw in barensnood en net als bij een natuurlijke geboorte volgen de weeën elkaar steeds sneller op.
De in zichzelf en elkaar verdeelde en elkaar veroordelende wereld snakt naar een redder, in welke vorm dan ook!

Wordt de wereld er mooier, liever, zachter, meelevender op als we elkaar de schuld geven van eigen ongeluk?
Worden zwarte mensen gelukkiger wanneer blanke mensen zich kapot gaan schamen over het geweld naar hun zwarte medemens?
En andersom?
Wanneer schuld en schaamte onze drijfveer is de ander hoger te achten dan onszelf, gaat de wereld er dan beter uitzien?
Zouden we dan eindelijk vrede hebben?

Petrus laat zien dat dat een leugen is!
Schuld heeft een een heel andere naam; ‘Jezus Christus en die gekruisigd!’
Schaamte heeft een andere naam; ‘Jezus, de opgestane Heer!’
Vrede heeft één heerlijke naam; ‘Jezus de Messias!’

Onschuldig aan welke vorm van geweld nam Hij elke zonde in zich op en stierf daaraan.
Gelukkig maar, want daardoor is elke schuld met Christus gekruisigd en begraven, voor eeuwig en altijd!

Vraagje: ‘zou het kunnen dat satan, de mensenmoordenaar van de beginne, donders goed in de gaten heeft dat zijn einde nadert?
Zou het zo kunnen zijn dat de elkaar steeds sneller opvolgende crisissen bedoelt zijn de aandacht af te leiden van de echte nood waarin mensen verkeren?
Is het zo dat in het geen middel schuwende schreeuwen om eigen gelijk de angst uit de hel steeds duidelijk wordt?
De altijd en eeuwig durende siddering van satan voor de Waarheid van het Evangelie van vrije Genade ten toon wordt gespreid in wat er in de wereld van nu gaande is?

Gelukkig hoeven we net als Petrus niet bang te zijn voor de schaamteloze schaamte waarmee satan ons opzadelt.
We hebben Jezus en Zijn komst is aanstaande!
Het vrederijk waarnaar Akwasi snakt is dichterbij dan ooit.
De enige voorwaarde dat koninkrijk binnen te mogen gaan is overgave aan degeen die elke schuld de bek heeft gesnoerd; Jezus Christus, Zoon van God en mensen, Koning der Koningen, Verzoenig van al onze zonden!

Het vaandel van Jezus is daarom een heel andere dan Black Lives Matters;
‘All Lives matters, I deid for you!’

Drie keer toeteren.

Ondanks dat ik veel ooms,tantes nichtjes en neefjes heb, was mijn verjaardag vroeger een eenzaam gebeuren.
Mijn ouders zijn niet familiair ingesteld en hadden weinig behoefte aan veel volk over de vloer en al helemaal niet aan verjaardagsfeestjes.
Ik kan me daarom niet herinneren dat er ooit een oom of tante op mijn verjaardag kwam,net zomin als dat er vriendinnetjes kwamen.
Niet dat ik er onder leed, ik wist niet beter, dus mistte ik ook niets.

Later werd dat anders.
Eenmaal op mezelf werd mijn verjaardag een speciale dag die ik met zoveel mogelijk mensen vieren wilde.
Vooral sinds ik alleen ben heb ik deze dag als een heel speciale mij-dag gevierd.
Deze mij-dag was pas een mij-dag wanneer zoveel mogelijk gasten mijn verjaardag met me mee beleefden en het tot een samen-dag maakten.
Als een kind zo blij en opgewonden klonk de bel me als muziek in de oren, en opende ik verwachtingsvol de deur, benieuwd wie mijn verjaardag belangrijk genoeg vindt tot een speciale dag te maken.

Meestal is een rond-getal-verjaardag een dag waarop je, als markering in de tijd, een nog specialer dan anders feestje geeft.
Een dag die je je de volgende 10 jaar herinnert als extra feestelijk en bijzonder.
Op het bord waarop je leeftijd staat vermeld, worden voorbijgangers opgeroepen te toeteren zodat iedereen weet dat je jarig bent.

Mijn zestigste verjaardag afgelopen week, is ook een markering in de tijd.
Niet omdat mijn huis vol was, maar omdat ik me nooit eerder op mij-dag zo alleen heb gevoeld.

De voorbereiding van mij-dag voelde al onzeker.
Kon ik wel mensen uitnodigen?
Gezien het ‘nieuwe normaal’ waarin ik persoonlijk de ‘veilige afstand’ als extreem onveilig ervaar, besloot ik geen uitnodigingen te doen.
Liever geen hoofdbrekens hoe ik mijn huisje anderhalvemeterveiligeafstandproof maken moet, liever geen afwijzing op mijn uitnodiging en liever geen gestoetel van ‘hoe moet ik je nu feliciteren?’
Dat allemaal liever en me het gewoon herinneren van vorige verjaardagen waarop het normaal was elkaar stevig de hand te schudden of te omhelzen.
Waarop ik de kopjes koffie en schoteltjes gebak uitdeelde zonder dat de ander zich angstig afvroeg of ik mijn handen wel genoeg gewassen had.
De mij-dagen waarop het ondenkbaar was dat dicht op elkaar gepropt niet gezellig, maar onveilig zou zijn.
Waarop we op mijn balkonnetje genoten van de frisse buitenlucht, zonder dat iemand op veilige afstand roept dat dat niet mag en vervolgens de klik-telefoon belt.
De mij-dagen waarop je je nog niet bang afvroeg of de voorbij rijdende politieauto stopt om je te bekeuren voor de verboden mij-dag gezelligheid.

Ondanks dat ik als kind een huilbaby was en mijn moeder van me zei;’die jankt eeuwig’ kan ik me niet herinneren dat ik op mijn verjaardag huilde omdat er geen bezoek kwam.
Dat was deze dag anders.
Mijn zestigste verjaardag is een marketing in de tijd waarop ik aan het eind van de dag mijn droge niet vochtig gekuste wangen schraal huilde van de zilte en bittere eenzaamheids-tranen.

Niet omdat er niemand geweest is, maar om de muur van veilige-afstand om de enkele die er wel was en dientengevolge de veilige-anderhalvemeter-afstand felicitaties.
Om de afwachtende houding van beide kanten: mag ik je vasthouden/hou me asjeblieft even vast.
Om het tegennatuurlijke van elkaar zo nodig zijn en tegelijkertijd elkaar als mogelijk gevaar voor eigen gezondheid behandelen.

Maar meer dan dat, om het algemeen aanvaard nieuw normaal van deze veilige afstand…

Onbegrensde mogelijkheden.

‘Alles buigt voor koning Jezus! We mochten Pasen vieren; Jezus is opgestaan en wij met Hem!’

Deze prachtige zin las ik vanmorgen in een kerkelijk maandblad.
Het puzzelt mij of wat de mond hier belijdt, ook echt wordt geloofd. Wat ik om me heen gebeuren zie is een tegenovergestelde belijdenis. De wereld buigt voor een onzichtbare vijand, een virus, en de kerk is meegegaan in het buigen van de wereld voor een vijand waarvan we met de mond belijden dat die overwonnen is.

We zeggen: ‘we mochten Pasen vieren, Jezus is opgestaan en wij met Hem.’
Maar aan Pasen gaat Goede Vrijdag vooraf.
De dag waarop we gedenken dat Jezus is gekruisigd en gestorven aan het kruis op Golgotha. Of is het ook voor de kerk vooral de dag waarop we rekening houden met het eerder sluiten van de winkels en daarom onze ijskast vast gevuld hebben met voorraad voor het paasontbijt, de paaslunch, en het paasdiner. Ver voor Pasen snoepen we al van de chocolade paaseieren, en wat een geluk, op Goede Vrijdag mag al het Paassnoepgoed voor de helft van de prijs de winkel uit dus slaan we nog snel even onze slag.
Kortom, we bereiden ons voor op Pasen.

Niets mis mee, maar hebben we ook echt Goede Vrijdag gevierd?
Heeft het ons hart geraakt dat de rekening voor het Paasfeest op Goede Vrijdag is betaald?
Niet goedkoop in de uitverkoop of voor half geld, maar met het kostbare bloed van de Zoon van God, Jezus Christus.

Met dat doel werd Hij ons mensen gelijk; eens als een mug vastgepind te worden aan het kruis op Golgotha.
Hij stierf niet alleen uit liefde voor zondaren, maar ook en vooral om ons uit de macht van zonde en dood te verlossen.
Deze macht van zonde, schuld en schaamte, hield ons gevangen in een wedloop die we nooit konden winnen en waaruit zelf ontsnappen onmogelijk was en is.

Ondanks dat we er niets aan konden doen schuldig te zijn, werd de torenhoge rekening daarvoor bij onszelf neergelegd, een rekening die alleen betaald kon worden met onze eeuwige dood.
Het enige wat ons uit deze wurggreep vrij kopen kon, was en is een hogere macht dan die van zonde en dood, Jezus de Messias.
Hij gaf zich vrijwillig als losprijs en betaalde voor onze schuld.

Hij wérd schuld!

In Zijn dood draaide Hij niet alleen zonde de nek om, ook elk gevolg en iedere aanklacht van de zonde nam Hij mee in het graf!
De Bijbel zegt ons op meerdere plekken dat we met Jezus gestorven en begraven zijn en met Jezus zijn opgestaan in een nieuw leven.

We zijn niet meer van onszelf, we zijn van Hem!
Zijn overwinning op zonde en dood is onze overwinning op zonde en dood, in Hem zijn we meer dan overwinnaars!

De schatkamers van Vader staan wagenwijd open, in Jezus is alle rijkdom van de hemel onze rijkdom geworden.
Alles wat Jezus onder Zijn doorboorde voeten vertrapt heeft is ook onder onze voeten!
Elke onreinheid die door de aanraking van Jezus doorboorde handen rein is geworden hoeft ook geen gevaar meer voor ons te zijn!

We zullen daar allemaal ‘Amen’ op zeggen…
En daarna?
‘Ja maar…?’

Want hoe komt het dat we zonder slag of stoot capituleren voor een virus?
Hoe komt het dat wanneer we zeggen: ‘Alles buigt voor koning Jezus.
Het is Pasen geweest, Jezus is opgestaan en wij met Hem.
Zijn naam boven alle namen.’
we meteen bogen voor wat de wereldleiders ons opdroegen?
Hoe komt het dat we zeggen in Jezus meer dan Overwinnaar te zijn terwijl de angst voor een virus ons krachteloos heeft gemaakt?

We zeggen dat we als kerk in onze mogelijkheden zijn beperkt, maar zou het niet meer zo zijn dat we ons in onze mogelijkheden hebben láten beperken?
Hebben we vóór de crisis al wel genoeg gebruik gemaakt hebben van de ons in Jezus geschonken onbegrensde mogelijkheden?
Of waren we daarvoor al krachtloos en lauw, omdat schuld en schaamte ons beter past dan afhankelijkheid van Genade?

Noemden we ons vóór de crisis al niet veel liever ‘evengoed zondaar’ dan dat we ons ‘de gerechtigheid Gods in Christus Jezus’ noemden?

Hebben we vóór Pasen Goede Vrijdag herdacht als hoe erg het is dat Jezus voor ons sterven moest?
Of hebben de Goede Vrijdag gevierd als hét hoogtepunt van het kerkelijk jaar, het bevrijdingsfeest uit zonde en zondemacht?
Heeft u, heb jij gedanst rond dat kruis, opgericht tot onze verlossing uit een gevangenis waaruit we zelf nooit of te nimmer ontsnappen konden?

Vieren we na Goede Vrijdag Pasen als het feest van nieuwe Jezus-mensen voor wie elke macht van Satan aan de kant moet gaan?
Onderscheiden we in de Avondmaalsviering het eten van Jezus Lichaam en het drinken van Jezus bloed, als eenwording met Hem als ons hoofd en wij Zijn lichaam?

Jezus offer was en is een koop van alles halen, Één betalen.

We leven naar Pinksteren toe.
Het feest waarop de Heilige Geest ons alles geschonken heeft wat in Christus Jezus is.
Jezus zelf beloofde ons groter dingen te doen dan Hij, en toch zeggen we dat onze mogelijkheden begrensd en beperkt zijn.

Het blijft me pijnlijk verbazen wanneer ik dit uit de mond van medechristenen hoor belijden…

Goed verzekerd voor de beste Vaccinatie.

Omdat de eenzaamheid ten gevolge van een maatschappij op slot me af en toe zo naar de keel grijpt, belde ik s’nachts een keer de ‘JeBentNietAlleen’ lijn.

Petje af voor de inspanningen en goede intenties van de vele vrijwilligers aan de andere kant van het virtuele draadje, maar na het gesprekje zat ik toch met een kater.
Want wat was ik verder gekomen dan het advies de andere dag de huisarts te bellen, misschien dat ik medicatie nodig had…

Eerlijk, door de sneltreinvaart aan ontwikkelingen in de wereld van vandaag ben ik behoorlijk van slag.
Het troost me bitterzoet dat dat misschien het enige is wat me nog aan de ander bindt, een gezamenlijke, ieder in zijn eigen huisje soms onverdragelijke eenzaamheid.
Of wanneer je buiten bent, het alleen zijn in je eigen anderhalvemeter-cocon waarin knuffelen op straffe van een boete van €390 en een strafblad op zak, verboden is.
De dagen zijn vaak niet meer te duiden, zondag is een dag als alle andere dagen geworden.

Met mij zijn vele mensen van slag, ik ben ‘gelukkig’ niet de enige.
Vandaar dat de berichten over de toegenomen belangstelling voor religieuze beleving en de kerk mijn bijzondere aandacht trekt.
Ik lees dat online preken meer dan voor het lockdown bekeken of beluisterd worden, en zo zegt men, er wordt opvallend veel meer door niet kerkelijke mensen op gereageerd.

Het is logisch dat kerken deze toename aan belangstelling als hoopvol nieuws vermelden.
Allereerst word ik er zelf ook blij van, omdat ik ervan overtuigd ben dat de kerk het antwoord heeft op alle levensvragen, en we daarom niet bang hoeven zijn voor de spreekwoordelijke mond vol tanden.

Toch vermengt de vreugde over de toegenomen vragen aan de kerk zich met een schrijnend zeer.
Want, zo vraag ik mij af, wanneer de kerk van vandaag roept dat het nu tijd is kleur te bekennen en het verschil te maken welk zichtbaar en hoorbaar verschil maakt dan de kerk?
Persoonlijk voel ik me behoorlijk in de steek gelaten door de kerk.
Vandaar dat ik zelf weinig anders kleur ervaar dan dezelfde donkere wolken die de anderhalvemeter-maatschappij van ‘het nieuwe normaal’ aan de blauwe lucht stapelt en het zonlicht belet door te breken.

Buiten de onderling verdeeldheid over de rol man/vrouw en de tijdens deze crisis oplaaiende discussies over Avondmaal en Doop wel of niet in de wacht, wel of niet gewoon thuis, wat heeft de kerk de mens in deze vreselijke tijd anders te bieden dan dat het RIVM, Mark Rutte en o.a. Ab Osterhaus ons aanreiken?

Welke boodschap heeft de kerk voor de groeiende groep in armoede vervallende naasten die bv geen geld meer hebben om fatsoenlijk boodschappen te doen?
Nodigen we de hongerigen aan onze eigen tafel?
Nee toch, dat mag niet van Rutte, en omdat we het goede voorbeeld geven de overheid gehoorzaam te zijn, verwijzen we naar de Voedselbank.
Onze eigen deur zit, net als de deur van de kerk, op slot, knuffelen, aanraken en zegend de hand leggen verboden!

En welke troost biedt de kerk na het belletje van een zieke?
Wellicht raden we een Bijbelapp en wat bemoedigingde teksten aan, waarna we de telefoon weer neerleggen.
Maar wanneer een dag later een klop op de deur klinkt doen we dan open?
Iemand heeft nl. gelezen bij ziekte de oudsten te roepen en snakt naar de zegen van elkaar zonde belijden en zalving met de heilige olie.
Wat doen we dan als kerk?

Onze naaste in nood heeft geen behoefte aan mooie woorden, en beeldbuis gesprekjes, hoe waar deze woorden ook zijn mogen.
Hoe luid en duidelijk onze woorden op zondagmorgen klinken als een klok, het zal in de oren van een radeloos mens klinken als schel metaal.
De bodem van het bestaan is voor veel mensen is al niet meer anders dan een lockdown, waarin nog maar één behoefte schreeuwt: een hand die je uit de put omhoog trekt.

Jij zal maar dik in de modder op de bodem van de put zitten, terwijl om je heen iedereen zich aan de anderhalfmetermaatregel houdt…
Nog net voor je onder de derrie verdwijnt gooit iemand een touw, maar op veilige afstand laat men je bungelen.
Niemand heeft behoefte je hand te pakken om je het laatste stukje over de rand te trekken…
Anderhalvemeter tussen jou en je naaste bespaart de ander immers een boel geld!

Wanneer je het nieuws volgt zou je verwachten dat het de eenzaamheid van een schijnbaar nog weinig overgebleven gezonde iemand is die me vaak de keel dicht knijpt.
Of een griezelige verlatenheid tussen enorme rijen opgestapelde doden en voorbij trekkende begrafenisstoeten.
Maar dat is niet wat zo schrijnt.
Mijn ouders en familie breng ik iedere morgen onder het beschermend bloed van Het Lam dat geslacht is, dus heb ik ook geen trauma’s of verdriet om het gebod geliefden in eenzaamheid te moeten laten sterven.

Ik ervaar vooral een verschrikkelijke eenzaam en verlatenheid onder de levenden waarvan ik anders hoopte en verwachtte.
Met de mond wordt beleden; ‘Jezus is Heer,’ maar wanneer je daar op veilige afstand over in gesprek gaat, overstemmen de overleggingen achter het eigen ‘jamaar’ het ‘Jamaar’ van de Levende.
De eerste zondag in lockdown zong en beleed heel christelijk Nederland gezamenlijk: ‘Jezus Overwinnaar, Naam boven alle namen!’
Ik vraag me sindsdien voortdurend af; ‘wat we de wereld toezingen, geloven, we dat zelf (nog) wel?’

Het verdriet me te moeten zeggen dat ik onder gelovigen weinig anders aan bemoediging en uitzicht ervaar dan wat het RIVM, Mark Rutte en Ab Osterhaus te zeggen hebben.
Terwijl ik geloof dat het andersom moet zijn, is wat ik (over het algemeen) om me zie en hoor, afgestemd op het Corona nieuws.
Niet de kroon van Jezus heerst maar Corona heerst.
Niet wij zwaaien de scepter van Heil, Voorziening en Genezing, het Coronavirus zwaait de scepter over de arme wereld.

Hoe zou het zijn wanneer vanavond in plaats van Ab Osterhaus of Mark Rutte, één van onze voorgangers een persconferentie geeft op tv?!
Wat een opwinding wanneer hij/zij, jij/ik, of wie ook maar, aanschuift bij Pauw of Jinek!
De kerk, die geen blad voor de mond neemt om over dé oplossing, hét antwoord op ziekte en dood te getuigen; Jezus Christus en die gekruisigd!
Wat een verassing voor de wereld, te vertellen over een vaccinatie die allang klaar en voor iedereen beschikbaar is.

Het is nog gratis ook, want de rekening is tweeduizend jaar geleden al vereffend…

Goed nieuws tussen de lege schappen.

Wat een spannende tijd!
Exiting zegt het Engelse woord zo mooi!
Een tijd met geweldige kansen om het goede nieuws over een goede God te vertellen.
Je hebt geen sinaasappelkistje nodig, geen luidspreker of microfoon, een preekbevoegdheid van de TU is ook geen noodzaak, of je nu man of vrouw bent, jong of oud, geleerd of ongeletterd, licht of zwaar, evangelisch of reformatorisch, baptist of gereformeerd, rok of broek, wel of geen hoedje, tegen of voor vrouw in in het ambt, homo of hetero, gehuwd of alleenstaand, rijk of arm…

Het enige wat je hoeft te doen is je jas van de gerechtigheid en je schoenen van de bereidheid om het goede nieuws van de vrede met God bekend te maken, aan te trekken en naar buiten te gaan.
Bewust van je positie in Christus, verlicht je lamp de duisternis om je heen en trek je automatisch mensen naar je toe.
Zomaar in de supermarkt een vraag van een onbekende of jij ook zo bang bent voor dat virus, is een opeens mooie gelegenheid over de Viruskiller Himself te getuigen en de ander te zegenen met de rust en vrede van het Lam.

Wees niet bang, sta op en schitter, Jezus-mensen!
Nu is het de tijd!
Preach yourself happy and spread the good news…

Samen delen/Voedselbank.

Vorig jaar juni, na mijn wekelijk bezoek aan de Voedselbank, kwam ik er thuis achter dat de bak overrijpe aardbeien en los neergelegde al net zo overrijpe abrikozen en enkele kiwi’s, zich als een fruit-smoothie over de rest van de boodschappen had uitgespreid.
Het was de druppel die de emmer van pijn, vernedering om het handje ophouden, en de eis dankbaar te ‘moeten ‘ zijn, over liet lopen.
Ik heb zo vreselijk gehuild…

Daarna schreef ik het volgende blog wat heden ten dage nog net zo actueel, of misschien nog wel meer actueel is.
Ik heb namelijk nooit een antwoord gekregen op mijn vraag welk getuigenis er van de kerk in het algemeen uit gaat, wanneer ze haar eigen leden naar de Voedselbank laat gaan.
Wanneer je, zoals ik ook in mijn blog schrijf, de gemeente uit Handelingen 4 aanhaalt, moet ik dat zien als een droombeeld zoals een gemeente misschien wel zou moeten zijn, maar als ideaalbeeld toch echt niet haalbaar is.
Zelf zie ik dat anders.
Ik lees de Bijbel niet als droombeeld van hoe het zou moeten zijn, maar als aanmoediging en bemoediging hoe we in verbondenheid met Jezus en elkaar gemeente mogen en kunnen zijn zoals beschreven in Handelingen 4.

Mijn blog haalde zelfs de krant (ND 5 juli 2019) en riep grotendeels iritatie en zelfs openlijke vijandschap op.
Hier en daar was er wat goed bedoelde verontwaardiging en zeiden mensen dat ze het nooit zo bekeken hadden.
Jammergenoeg is deze verontwaardiging en het ongemakkelijk voelen over nood van de naaste meestal maar van korte duur, en blijft alles gewoon bij het oude.

Ik ben overigens daarna niet meer naar de Voedselbank gegaan.
Het was lichamelijk en emotioneel te zwaar.
Ik ben daarbij nog steeds van mening dat de Voedselbank enerzijds een geweldig goed initiatief en anderzijds een groot gevaar voor de volksgezondheid is.
Dit omdat ik zelf ervaren heb dat je wel genoeg te eten krijgt, maar door alle overbodige zoet, zout en vet ondervoed raakt.



Voedselbank

De gemeente uit Hand. 4 :32-34 wordt vaak als een droombeeld van een goed functionerende gemeente gezien.
Ze waren één van hart en geest en deelden al hun bezittingen met elkaar.
Wat was het geheim van de eerste kerk?
Men stond in vuur en vlam voor Jezus en sprak vrijmoedig over Hem.
Vervuld van grote genade, was het niet moeilijk om wat men zelf bezat te delen met elkaar.

Als zogenaamd onder aan de samenleving bungelend kerklid roept het lezen van Hand.4 bij mij de volgende vraag op;
‘welk getuigenis gaat er van de kerk van vandaag uit, wanneer haar eigen broers en zussen naar de Voedselbank moeten gaan om daar op hun beurt wachtend, de door hun eigen kerk gedoneerde boodschappen op te halen?

Ik woon zelf om de hoek van de kerk, net als de meeste van ons, waardoor het afgeven tijdens de maandelijkse inzameling een makkie is.
De Voedselbank is 6 kilometer verderop.
Omdat ik grotendeels afhankelijk ben van de Voedselbank moet ik dus iedere week, weer of geen weer, 12 kilometer fietsen om het pakket op te halen.
Het voedsel pakket bestaat voor het overgrote deel uit blikken soep, blikken groenten, deegwaren, potten sauzen , gezoete ontbijtgranen, chips koekjes, en verder houdbaar eten.
Aangevuld met leftovers uit de supermarkten zoals afgekeurde groenten en fruit, waar degene met een wat meer gevulde portemonnee in de winkel hun neus voor ophalen.
Van wat de Voedselbank mij biedt, kan ik tevens iedere avond te zoete en te vette snacks eten, ware het niet dat ik dit soort boodschappen na het eerste jaar 10 kg. te zijn aangekomen niet meer meeneem.

Ik heb er moeite mee, met de Voedselbank.
Goed bedoeld, daar twijfel ik niet aan, net zomin als aan de welwillende offervaardigheid in de kerk.
Maar ik heb een vraag;
Wie dien je met die offervaardigheid?
Ik vraag dat omdat mij nog nooit gevraagd is wat voor impact het op mezelf heeft dat ik naar de Voedselbank moet gaan.

‘Hoe ervaar je dat als steeds afhankelijk van wat anderen je toebedelen?
Eet je wel gezond met wat je van ons krijgt?’

Ik probeer deze nooit gestelde vragen hier te beantwoorden:
‘Ik ben blij dat jij/u als lid van de kerk mee doet aan de inzameling.
Tegelijk vraag ik me af; voor wie u/jij dat doet?
Voor de kwetsbare medemens of ook voor jezelf?
Begrijp me goed, het gaat niet om goed/fout.
Je medemens dienen is bijbels, maar zelf ook lid van een kerk, voelt het voor mij vaak alsof die paar boodschappen doneren, tevens een soort afkopen is van een fnuikend schuldgevoel over eigen rijkdom en bezit.
Dat baseer ik voorzichtig op de vaak naar mij gemaakte opmerking dat het zo fijn voor míj is dat er in ieder geval nog een Voedselbank is.
En wat als ik er helemaal niet blij mee ben?
U/jij hebt me dat toch nog nooit gevraagd?
Ik vind het nl. verschrikkelijk!
Het is iedere week weer een confrontatie met de onmacht van het onderaan de samenleving bungelen.
Een samenleving waar het haast onmogelijk is zelf beslissingen te nemen over wat ik wel of niet fijn vind, wat er gegeten wordt, en waar mijn geld naar toe gaat.
Een samenleving waar instanties, deurwaarders en ontelbare loketten de baas over mijn leven zijn geworden en daar zelf een dikke boterham aan verdienen.
Deze genadeloze samenleving botst zo met wat Jezus zegt in Handelingen 4, en botst daarom ook zo met wat ik in de kerk zie gebeuren.
‘In de kerk zijn we één grote familie waar we voor elkaar zorgen’ hoor ik dikwijls roepen.
Is dat zo?

Wanneer ik temidden van overwegend Arabisch sprekende mannen en zwart gesluierde vrouwen in de Voedselbank wacht op mijn beurt, maak ik mij juist zorgen om de kerk.
Mijmerend over Hand.4:33 ; ‘de apostelen gaven een krachtig getuigenis van de opgestane Jezus’ verlang ik zó naar dat getuigenis in onze kerken.
Ik geloof dat niet alleen ik, maar velen met mij, dan niet meer elke week 12 kilometer hoeven te fietsen voor de leftovers van de rest van het welvarende land als ons Nederland dat is.
De reden voor geen gebrek verheugd me nog het meest;
Op ieders lippen het krachtig getuigenis van de opstanding van Jezus.

En de menigte van hen, die tot het geloof gekomen waren, was één van hart en ziel, en ook niet één zeide, dat iets van hetgeen hij bezat zijn persoonlijk eigendom was, doch zij hadden alles gemeenschappelijk. En met grote kracht gaven de apostelen hun getuigenis van de opstanding des Heren Jezus, en er was grote genade over hen allen. Want er was ook niet één behoeftig onder hen; want allen, die eigenaars waren van stukken grond of van huizen, verkochten die en brachten de opbrengst van de verkoop en legden die aan de voeten der apostelen; en aan een ieder werd uitgedeeld naar behoefte.’
Handelingen 4:32-35 NBG51
https://www.bible.com/328/act.4.32-35.nbg51


https://www.nu.nl/eten-en-drinken/4949105/klanten-van-voedselbank-eten-ongezonder.amp

Schuld en Armoede

Vanaf dat ik vijf jaar geleden besloot uit een destructieve relatie te stappen moest ik noodgedwongen schuldsanering aanvragen.
In dat traject ben ik jarenlang van het ene naar het andere loket verwezen met als gevolg dat
door incasso en deurwaarders kosten de schulden steeds hoger opliepen; de alom bekende stapelings-problematiek.
Toen ik zat van dit van het kastje naar de muur spel zelf aan het plafond zat, werd me doodleuk gezegd: ‘mevrouw Kramer, ik geloof dat u erg boos bent!
U moet hulp gaan zoeken…’

Omdat achter al die kille cijfertjes een enorme berg pijnlijke herinneringen schuilde, kostte het me verschrikkelijk veel energie alle verplichte paperassen overzichtelijk in een map te ordenen.
Eenmaal aangeleverd zorgde de onverschilligheid van de meneer achter het toenmalige loket ervoor dat deze papieren alras een onoverzichtelijke wanorde en chaos werden.
Het gevolg daarvan was dat bij de zoveelste fout ingevulde aanvraag de rechter niet hém, maar míj waarschuwde dat de maat vol was en ik het zelf maar uitzoeken moest.

Toen ik ten einde raad op het desbetreffende loket zei dat mijn problemen alleen maar groter werden getuigde het weerwoord van een verbluffend achteloze desinteresse: ‘ach mevr. Kramer, of u nou 100 of 200 000 euro schuld heeft, dat maakt immers niets meer uit?’

Intussen was er loonbeslag gelegd waardoor ik dat jaar ook mijn vakantiegeld kwijt was.
Met andere woorden: ik was veroordeeld en overgeleverd aan een gedwongen hulpverlening die geen enkele verantwoordelijkheid hoefde af te leggen voor hun fouten.
Daar draaiden niet zij maar ik voor op!

Intussen ben ik 5 jaar verder, en word nog steeds van loket naar loket gestuurd.
Ieder loket verdiend aan mijn armoede en nood zelf een goede boterham.
Er wordt nog steeds fout op fout gestapeld, waar niemand verantwoording voor schuldig is.

Bij het Paleis van Justitie op het matje geroepen vroeg de rechter-commissaris me onlangs wat ik er zelf van vind in de WSNP te zitten,
(Wettelijk Schuldsaneringstraject Natuurlijke Personen)
Ervan uitgaand dat ik erg dankbaar moet zijn voor de ‘hulp’ die ze me bieden was zijn ongenoegen groot toen ik antwoordde: ‘ik ben van de ene gevangenis in de andere beland.’
‘Nee, zo moet u het niet zien, mevr.Kramer, we helpen u toch?’

Even dacht ik de afgelopen week wat meer lucht te hebben: er werd me toegezegd dat ik deze zomer een deel van mijn vakantiegeld zelf houden ‘mag!’
Bijna €600, ik voelde me de koning te rijk!
‘Weet je wat’ dacht ik, ‘ik ga op Marktplaats een tentje kopen!
Kan ik gelijk in mijn eigen tentje slapen tijdens de conferentie waar ik graag naar toe wil, dan hoeft het niet zo veel te kosten!’
Ik heb een week lang plezier gehad in het uitzoeken welke tent geschikt is.

Vandaag kreeg ik zonder ook maar enig woord van excuus te horen dat ze zich vergist hebben, ik heb geen recht op vakantiegeld.

Staat mijn persoonlijk verhaal opzichzelf?
Was dat maar waar…
Duizenden mensen bungelen net als ik onder aan de samenleving en worden door allerlei instanties als een nul behandeld.
Een niemand.
Iemand waar geen rekening meer mee hoeft te worden gehouden dan alleen de rekening die ze je zelf steeds presenteren.
Wij, de niemand-mensen zijn pionnen in een miljarden verslindende schulden fabriek.
We worden constant op onze plichten gewezen en hebben geen enkel recht dan ons handje op te houden en ‘dankjewel’ of ‘ik begrijp het’ te zeggen.
Onze privacy hebben we verspeeld, onze inlogcodes liggen op het bureau van de bewindvoerders en we moeten elke cent die we uitgeven verantwoorden.
Wanneer we te maken krijgen met extra kosten, bv voor fysiotherapie o.i.d. moeten we toestemming vragen en maar afwachten of we daar recht op hebben.
Onze post gaat eerst naar de rechtbank en wordt gecontroleerd op verborgen geld of bezit, waarna we onze geopende post pas dagen later zelf in de brievenbus krijgen.
Onze deuren hebben geen sloten omdat de bewindvoerders zonder onze toestemming onze spullen aan een inspectie mogen onderwerpen, zodat we ook binnen onze eigen muren niet meer veilig zijn.
Het is een soort van geoorloofde gijzeling en tot vogelvrij verklaard opgejaagd wild.
Wanneer we van iemand een extraatje krijgen zijn we volgens de wet verplicht dat te melden en af te geven.
Als we dat ‘stiekem’ toch achterhouden moeten we oppassen aan wie we dat vertellen want op elke straathoek worden we bespiedt.
We raken steeds meer vrienden kwijt omdat ook de omgeving soms meent dat we bij bepaalde uitgaven zelfs aan hun verantwoording schuldig zijn.
Doordat we nergens anders geld voor hebben dan voor het goedkoopste eten, raken we steeds meer geïsoleerd van de maatschappij en samenleving om ons heen.

Terwijl geen enkele over ons aangestelde instantie zelf verantwoordelijkheid hoeft te nemen over hun regelmatig verzuimde plichten, worden wij voortdurend gecontroleerd en bedreigd met beëindiging van het WSNP traject.
O wee wanneer we niet op tijd doen wat van ons geëist wordt, dan worden we eruit gegooid en staan binnen niet al te lange tijd op straat omdat de schuldeisers dan zonder pardon ons boeltje verkopen mogen.

Het onbegrip van de omgeving en het vaak bewust niet willen weten van onze benarde situatie maakt dat we ons op een gegeven moment zelf ook maar zo onzichtbaar mogelijk maken.
Voortdurend als een niemand behandeld worden verandert langzaam maar zeker ook het denken over jezelf.
De ‘opbeurende’ bemoediging dat er licht is aan het eind van de tunnel ziet voorbij aan de nog jarenlange worsteling om van €7 per dag rond te moeten komen.
Iedere keer moeten zeggen: ‘daar heb ik geen geld voor’ wanneer anderen je mee vragen leuke dingen te gaan doen, herinnert je constant aan isolatie door geldgebrek.

In een rijk en welvarend land als Nederland heeft de gevangenis van de WSNP zowel metersdikke als flinterdunne muren, waarbinnen geen enkele bescherming meer lijkt te zijn.

Wie betaalt, bepaalt?

Op tv zag ik eens een fragmentje van de uitreiking van één of andere grote geldprijs.
De reactie van de winnaars op de vraag van de verslaggever: ‘wat gaat u ermee doen?’ was amusant ad rem: ‘dat gaat niemand wat aan.’
En gelijk hebben ze!

Een soortgelijke situatie, en naar mijn persoonlijke mening nóg pijnlijker onbeschaamd doet zich voor wanneer je weinig geld te besteden hebt.
Eerder schreef ik al over mijn ervaringen t.a.v. de Voedselbank, een artikel dat door diverse lezers negatief ontvangen is en me verschillende vijanden heeft opgeleverd.
Maar dat niet alleen, van een enkeling hoorde ik zeggen dat het hun ogen heeft geopend en ze nu toch wat anders naar armoede en/of de voedselbank kijken.
Mijn blog van vandaag is een ongewild vervolg.

Het is bekend dat ineens een groot geldbedrag winnen iets met je doet, logisch natuurlijk!
Tevens doet het iets met de omgeving, opeens wil iedereen vriendjes zijn met de nieuwe rijken, waarom terecht begeleiding wordt geboden hoe met de nieuwe status om te gaan.

Armoede doet ook iets met je, ten eerste met je status.
Geen leuke uitstapjes, niet naar de sportschool, niet aansluiten bij één of andere klup, het betekent een zeker isolement waar je niet zelf voor gekozen hebt.
Schaamte en iedere keer moeten zeggen dat je geen geld hebt, plaatsen je langzaam maar zeker buiten de kring.

De reden waarom ik dit blog schrijf is om een nog andere, zo niet pijnlijker vorm van isolement.
Armoede van de één verandert in zekere zin namelijk ook de ander in je omgeving.

Mijn maatschappelijke status de komende jaren is dat ik onder bewind sta, en iedere stap aan de rechtbank moet verantwoorden.
Ik heb daar moeite mee, erg veel moeite.
Gelukkig heeft Vader enkele mensen in mijn leven geplaatst die me regelmatig wat toestoppen, waardoor ik mezelf af en toe mee uit neem, iets nieuws kan kopen, het lampje van de afzuigkap kan verwisselen of mezelf trakteer op een kopje koffie bij LaPlace.

In principe moet ook hier verantwoording over worden afgelegd, alsof overal je gangen worden nagegaan.
Op iedere straathoek van mijn leven hangen als het ware camera’s om vast te leggen of er niet ergens verborgen geld ligt.
Wat ik steeds vaker tegenkom is dat buiten de controle van de rechtbank, ook de omgeving ongevraagd meekijkt en verantwoording eist.

Dat gaat dan bijvoorbeeld zo: “je hebt anders wel een heel dure fiets.”
Of: “hoe komt het dat je dit of dat dan wel betalen kunt?”
Of: “oh, en wie betaalt dat dan voor je?”
Of: “ik kan anders niet aan je zien dat je naar de Voedselbank moet.”
Of je hoort via via dat je niet genoeg dankjewel gezegd hebt voor iets wat je gekregen hebt…
Wanneer ik in mijn naïviteit mijn blijdschap deel over een onverwachts extraatje zijn er genoeg mensen die oprecht blij voor en met me zijn, maar ik kijk er ook niet meer van op dat er zeer negatief gereageerd wordt met: ‘mooi makkelijk hè dat een ander alles voor je betaald.’
Het heeft me zelfs vriendschappen gekost…

Ik kan nog veel meer voorbeelden van dit soort opmerkingen noemen, waarvan je al heel snel de ondertoon leert herkennen.
Het gevolg van dit voortdurend controleren is dat maar gewoon thuis blijven het meest veilig lijkt
waardoor je uiteindelijk niemand meer ziet en het contact met de buitenwereld nog verder verliest.

Eerlijk, ik begin steeds meer moeite te krijgen met al die ongevraagde bemoeizucht.
Ik ben een mensenmens maar merk dat het steeds lastiger wordt open en zonder oordeel naar de omgeving te zijn dus ik vraag wat hulp van die omgeving.

Zou je daarom alsjeblieft wat moeite willen doen je af te vragen wat je voor de arme medemens zou kunnen betekenen?
(niet persé voor mij, er zijn er veel meer dan je denkt)
Een tip kan b.v. zijn:
wanneer je je bijdrage aan de voedselbank aflevert, vraag je zelf dan eens af wie je in een meer persoonlijk contact aan je tafel nodigen kunt.
Probeer zonder oordeel eens te bedenken dat elke voor jou zo gewone boodschap, dokters of tandartsbehandeling, reparatie, onderhouds of knipbuurt, vakanties en uitjes, lidmaatschappen en abonnementen misschien voor een bepaald lid van je familie, je buren of een lid van de gemeente niet te betalen zijn.
Durf je dat aan; niet weg te kijken van de om je heen toenemende armoede en de gevolgen die dat voor je medemens heeft?

Durf je écht te kijken om te zien?

De vraag aan mezelf is: durf je het aan om kwetsbaar en open je armoede en rijkdom te (blijven) delen?
Zonder een oordeel te hebben over het groeiend onbegrip…

Link naar mijn blog over de Voedselbank

Voedselbank

Verbod op wc-tikken

Een paar weken nadat we in de kerk herdachten dat Luther zijn 95 stellingen schreef en die aan de deur van de Slotkapel in Wittenberg spijkerde, hing er in onze flat ook een pamflet.
Met kordate woeste letters werd ons het volgende meegedeeld;

Wc-tikker
Wil degene die iedere morgen op de wc staat te tikken daarmee stoppen?
Het is door de hele flat te horen!

Ik kan het niet helpen dat ik onbedaarlijk moet lachen om dit wc-tikverbod.
In mijn hoofd draait zich vervolgens het volgende filmpje af.

Eerste bedrijf, Flat A

Omdat hij ervan baalt iedere morgen gewekt te worden door een niet te stoppen innerlijk proces heeft de bewoner van deze flat gisteravond zo weinig mogelijk gegeten.
Toch komt hij er ook deze dag niet onderuit, zonder genade dringt de aandrang hem vlak voor de klok 4 uur wijst klaarwakker, waarop de niet voor de Big Bang onderdoende, door heel de flat galmende Bim Bam van zijn buurman bevestigd: ‘ja hoor, het is weer zo laat!’
Een vergeefse poging zich nog even om te kunnen draaien mislukt ook deze vroege morgen jammerlijk; dwingend als de toeter van de stadsomroeper, roept zijn knorrend binnenste ook deze dag om verlossing van haar last.
Alsof de wind zelf hem op de hielen zit eindigt zijn uitslaappoging in een met dicht geknepen billen sprintje naar de pot alwaar zijn binnenste zich zuchtend van genot ontlast van de overblijfselen van de gisteren genuttigde maaltijd.
Eer zijn ecologisch kunstwerk haar zwanenzang door de grijze afvoerbuizen van het riool aanvangt, werpt hij nog een trotse blik naar het torentje in de porseleinen pot.
Wanneer hij een forse ruk aan het touwtje van de stortbak geeft voelt de producent van het in de diepte verdwijnend werkstuk zich oppermachtig, als is hij hoofdpersoonlijk eigenaar van de Niagara-watervallen.
Maar dan; verdorie, het zo vernuftig in elkaar gedraaid vormsel heeft toch nog wat sporen nagelaten op het wit van de porseleinen pot…
Geen nood, daar heeft onze flatbewoner de volgende meest lumineuze uitvinding voor aangeschaft: de wc-borstel!
En juist daar begint het gedonder in de glazen, of liever gezegd, het wc-tikken…
Na de noodzakelijke rondgang van de borstel kan deze namelijk niet maar zo plassend weer in zijn houder gezet worden, waarom mijn medeflatbewoner hem droog tikt op de rand van zijn net gereinigd toilet.
Opgelucht dat dit klusje ook weer geklaard is kruipt hij nog even lekker onder de wol…

Tweede bedrijf, Flat B

Net als bovengenoemde flatbewoner is een van de andere medeflatbewoners gisteravond ook naar bed gegaan.
Hij hoopt net als zijn buurman eens een keertje uit te kunnen slapen, maar weet nu al dat dat ijdele hoop is.
Iedere morgen wordt hij namelijk gewekt door een wc-tikker, een medebewoner die na toiletbezoek steevast de wc-borstel droog tikt op het randje van de wc-pot.
De groeiende ergernis hierover houdt hem al bij voorbaat uit de slaap, waarom hij ieder uur aftelt.
Het is zo langzamerhand een gewoonte geworden, dat nog eer zijn klok met een niet voor de Big Bang onderdoende Bim Bam 4 uur slaat, hij allang van tevoren weet: ‘ja hoor, het is weer zo laat!’
En inderdaad, als een selffulfillig prophecy hoort hij even later de hamerslag van het wc-tikken door de flat galmen.
Gefrustreerd en zijn emoties tot het kookpunt opgezweept draait en woelt deze flatbewoner zich een slag in de rondte, totdat de lakens hem als in een kunstig en vernuftig gevormde cocon gevangen houden.
Plotseling begint zijn binnenste aan te dringen op toiletbezoek, maar mijn hemel, hoe bevrijdt hij zich op tijd uit zijn eigen gedraaide dwangbuis?
Te laat, het kwaad is al geschiedt…
Als de baby van vroeger, tot aan zijn nek zijn luiertje vol gepoept zoekt zijn woede zich een uitweg uit deze door de wc-tikker veroorzaakte vernedering.
Wanneer hij even later bevrijdt en schoongeborsteld als het wit van porselein, de wasmachine vult met vuile was, weet hij opeens wat hij doen moet; net als Maarten Luther gaat ook hij een pamflet opstellen.
Een toilet-hervormings plan voor wc-tikkers!
En zo kan het gebeuren dan deze medeflatbewoner driftig tikkend zijn al eerdergenoemd pamflet fabriceert en dit nog dezelfde dag aan het prikbord hamert.

Is het daarmee afgelopen, mijn beste lezers?
Welnee, er volgt nog een clifhanger.

Derde bedrijf, Flat C

Een medebewoonster van desbetreffend flatgebouw kan het niet helpen dat ze verleidt door het verbod op wc-tikken iedere morgen een deuntje tikt op haar eigen mooie porseleinen plee’tje.
Grinnikend vraagt ze zich af: ’vroeger leefde ik zonder een wet op het wc-tikken. Maar toen ik die wet leerde kennen ontdekte ik dat wc-tikken een zonde is.
Zonder die wet had ik nog nooit wc-getikt, maar nu roept die wet de begeerte in mij op tot wc-tikken…
Mijn doen en laten zijn voor mezelf een raadsel, want ik doe niet wat ik graag wil, nee, ik doe waar ik een hekel aan heb.
Ik doe dus wat ik niet wil en daaruit blijkt dat ik het eens ben met de wc-tik wet.
In mijn diepste wezen wil ik helemaal niet wc-tikken maar ik zie dat mijn doen en laten daarmee volledig in tegenspraak is.
Wat ben ik er ellendig aan toe!
Wie verlost mij van deze wc-tik-tic?