Voor wie ben ik naaste wanneer ik me niet laat prikken?

Omdat ik pleit op het bloed van Jezus, mijn beste bescherming en medicijn het proclameren van Ps.91 is, ik meer geloof aan de voorschriften van Jezus aangaande ziekte en gezondheid hecht dan aan die van het RIVM, ben ik door medechristenen een gevaar voor de volksgezondheid genoemd, is me anti-vaccin gebrabbel verweten, is me gezegd dat ik erg diep gezonken ben, heb ik vaak gevoeld dat mede christenen me met het grootste gemak naar zo’n anti-vax kamp zouden sturen en ben ik voor moordenaar uitgemaakt.
Ik word met ‘liefde op afstand gehouden’, vriendschappen zijn beëindigd, alleen maar omdat ik niet zwijgen kan over wat Jezus in Zijn Woord ons omtrent samenkomen, Avondmaal vieren, lofliederen zingen, dopen, elkaar ontmoeten en broederlijk kussen, opdraagt.
Het wordt me door broers en zussen niet in dank afgenomen dat ik hun herinner aan de overwinning op zonde, ziekte en dood aan het kruis op Golgotha, waar Hij, de Zoon van God, iedere vijand onder onze voeten heeft geplaatst.
Pijn delen om de het door de kerk alleen laten van zieken en kwetsbaren en de steeds grotere wanhoop onder mensen voor wie de kerk onder de vlag: ‘naastenliefde’ haar deuren heeft dicht gedaan, het wordt achteloos weg gewuift, want dat virus moet toch bestreden worden?

Vandaag is daar een nog openlijker vorm van hardheid en haat bij gekomen, een medechristen zei me recht in het gezicht dat het terecht is dat ik straks niet meer kopen en verkopen kan.
Op mijn vraag of hij me dan eten komt brengen antwoordde hij zonder blikken of blozen: ‘Nee natuurlijk niet!’
Had ik dat vaccin maar nemen moeten!

Heer ontferm U over ons.

Kinderfeestje? Eerst even testen…

Onlangs sprak ik een (christen) moeder van 3 kinderen in de leeftijd 9-13 jaar.
Ik deelde haar mijn zorg over hoe vandaag kinderen opgroeien en de vraag hoe dat uit gaat pakken op latere leeftijd.
Alsof het de gewoonste zaak van de wereld is vertelde ze me het volgende:

Het jongste kind, een meisje is uitgenodigd voor een (Corona-proof) verjaardagsfeestje van een vriendinnetje, aanstaande week.
Maar ach wat een pech, ze is de vrijdag daarvoor wat snotterig!
Niet getreurd, om veiligheidsredenen en het feestje in de agenda moet het kind toch maar even getest worden.
Terloops verteld ze me dat het haast al een soort gewoon geworden is omdat ze hun kinderen voortdurend testen, want ja, beter het zekere voor het onzekere.

Ik moet me inhouden om niet te gaan schreeuwen van medelijden met de kinderen, woede om zoveel geloof in een leugen, machteloosheid om ouders die het normaal zijn gaan vinden hun kinderen de ene test na de anderen af te nemen.
Want stel dat hun kind een bron van besmetting zal zijn in de klas, op een kinderfeestje, in de buurt, de familie,
enz.

Werkelijk, ik begrijp niet waarom ouders niet (meer) door hebben wat ze hun kinderen aandoen.
De angst, onzekerheid en spanning
die gepaard gaat met wachten op de uitslag, stel je eens voor om zo op te moeten groeien!
Een snotneus is al reden genoeg tot paniek.
Dezelfde snotneus verteld het kind dat er iets niet goed aan haar/hem is en zoals Hugootje gezegd heeft, dat snotneusjes kan maar zo de zijn oorzaak van iemand anders dood.

Het nieuws vermeld dat de zelftesten niet aan te slepen zijn.
En dat terwijl de verpakking vermeld dat de staafjes gedesinfecteerd zijn met Ethyleenoxide.
Dezelfde stof is enkele jaren geleden reden geweest ontbijtgranen uit de schappen van supermarkten te halen omdat deze mogelijk hetzelfde ethyleenoxide, een
kankerverwekkende stof bevatten.
En nu steekt men met het grootste gemak zo’n met ethyleenoxide gedesinfecteerd stokje in de snotneusjes van onze bang(gemaakte) kinderen.

Bah, ik ben er al dagen misselijk van.
Straks krijgen al deze kinderen een vaccin, wat geen vaccin is maar een DNA veranderend experiment.
Het schijnt dat niemand zich daar meer druk om maakt dan alleen wat Wappies van wie het één na andere geloof in een complot, theorie aan het worden is.

Maar bovenal, in de Bijbel, het Woord van God staat de tijd waarin onze kinderen vandaag opgroeien al beschreven.
En toch zijn er ook onder gelovigen maar heel weinig Christen-Wappies die de tekenen van de tijd serieus nemen.
Dat is mijn grootst verdriet…

Is uw paspoort getekend?

“Mensen groeien mee met de maatregel”
In eerste instantie begreep ik deze quote van Grapperhaus niet zo.
Maar na deze week een aantal mensen gesproken en beluisterd te hebben, kom ik tot de onthutsende ontdekking dat Grapperhaus gelijk heeft.
Want inderdaad, terwijl het mijn eigen verbijstering en ongeloof is die groeit, groeit de meerderheid mee in volgzame gehoorzaamheid en slaafse onderdanigheid aan op foute aannames en leugens gebaseerde maatregelen.

Met de groeiende verbijstering van mijn kant groeit ook de radeloze wanhoop en pijn om de weigering van mensen waar ik van houd, onder ogen te zien dat ze worden voorgelogen.

Vooral het zien van een interview met de Iraanse schrijfster Sjohreh Feshtali, heeft me bijzonder geraakt en terug gebracht in oude pijn om toegedekte leugens en smerigheid.
Zij vluchtte weg uit haar land en vond in Nederland een nieuw thuis.
Maar sinds corona ons is voorgesteld als de meest gevaarlijke bedreiging ooit, ziet ze met lede ogen aan hoe Nederland verandert in een nieuw Iran.

Het raakte aan mijn eigen trauma’s na een huwelijk met een psychopaat en pedofiel.
Nog niet eens zozeer dat afschuwelijke feit op zich, maar meer nog de wanhoop die volgde op mijn waarschuwende stem en schreeuw om hulp.
Werkelijk iedere deur waarop ik maar bonsde werd in het slot gegooid.

Net eender als Sjohreh Feshtali dat meemaakt in een steeds verdergaande ontwikkeling naar een dictatoriale staat, ervaar ik dezelfde pijnlijke emoties van weleer.
Te zien, te weten, te horen wat zich rondom je aan het ontvouwen is en toch maar zeer weinig mensen die je waarschuwing serieus nemen maakte dat ik toen wel eens dacht: ‘als hij jou kinderen te pakken heeft, zwijg ik ook.’
Nu denk ik vaak; ‘zoek het uit, wil je de leugen zo graag, kom straks niet jammeren wanneer je er door vernietigd wordt.’
Maar meer dan dat is het mijn houden van, een gezond onderscheidingsvermogen en een groot rechtvaardigheidsgevoel waarom ik medelijden voel voor de mensen om me heen.

Ook toen was het vooral pijnlijk en beschamend dat het niet zozeer de reguliere wereld is die je met het grootste gemak de rug toekeert, het zijn vooral je mede broeders en zusters die uit naam van niet mogen oordelen weigeren de leugen te ontmaskeren.

Maar ook dat ervaar ik nog niet eens als meest schrijnend
Veel ingrijpender en zeer tot op het bot is de pijn van het zeker weten dat deze verdraaiing van de waarheid een onrecht in stand houdt dat hen eens zelf zal overwoekeren.
Dit beschadigd niet alleen de kerk zelf maar doet het getuigenis van de opgestane Christus in een wereld die in rap tempo op de ondergang afdendert teniet.

Dat is precies wat ik zie gebeuren, toen en nu.
De kerk die destijds zonde van pedofilie en machtsmisbruik met zand bedekte i.p.v. het bloed van Jezus, heeft daarmee zichzelf onder het oordeel gesteld en moest een jaar later haar deuren sluiten.
De kerk van vandaag sloot na het binnenlaten van corona vrijwillig de deuren achter deze allang aan het kruis overwonnen vijand toe, waarna het oordeel van ziekte en dood volop voortwoekeren kon in de wereld daarbuiten.

Maar zoals Grapperhsus terecht opmerkt, de mensen zijn met de maatregel meegegroeid.
Wie zijn of haar pijn en verontrusting deelt over deze gang van zaken snoert men de mond met dat het toch evengoed fijn is om op zondag naar een veelal op zaterdag opgenomen stream te kijken?
We danken voor het vaccin, stellen voor de deuren van de kerk als GGD prikruimte open te zetten en daarna wordt toch alles weer normaal?

Mijn vraag aan diverse predikanten of straks de deur ook open gaat wanneer ik geen testbewijs of vaccinatie paspoort kan tonen, is tot nog toe alleen nog maar beantwoord als dat het inderdaad een interessant vraagstuk is, waarna het vervolgens verzand in allerlei wollige vaagheden.
Dat past dan natuurlijk weer precies in het straatje van een politicus als Grapperhaus.
Men is met hem meegegroeid in de leugen omhullen net eender als dat ook al in het Paradijs gebeurde.

Zoals ik de uitspraak van Grapperhaus beter ben gaan begrijpen, voel ik ook steeds meer mee met de pijn van Paulus wanneer hij uitroept: ‘oh uitzinnige Galaten, wie heeft u betoverd?’

Maar toch…met onuitsprekelijke vreugde en trots kan ik uiteindelijk nog maar één ding: mijn kruis opnemen Jezus achterna en me beroepen op het met Zijn kostbaar bloed getekend paspoort!

Link naar wat Sjohreh Feshtali te zeggen heeft:

https://youtu.be/hyHnNNd6Lz0

Link naar het lied ‘is uw paspoort getekend?’

https://youtu.be/jBvqvggiRMQ

De jeugd van Urk.

Er is veel te doen over mijn geboorteplaats Urk.
Niet dat het ooit anders geweest is, Urk ligt altijd al onder een vergrootglas.
Wanneer je ‘an de walle’ verteld van Urk te komen ben je haast verzekerd zijn van de volgende twee vragen: ‘daar zijn toch zoveel kerken?’ en: ‘heb je nog paling?’
Mijn moeder antwoordde op het eerste steevast: ‘ja en die zitten op zondag allemaal vol!’
Op het tweede zei ze: ‘natuurlijk, die zwemmen op Urk gewoon door de straat.’

Om het geloof onder een vergrootglas liggen, hoeft zeker niet negatief te zijn, integendeel; niemand hoeft zich immers te schamen voor de blijde boodschap van redding door het bloed van Jezus Christus.
Toch ligt aan de opmerking over de vele kerken op Urk een negatieve inslag t.o.v. de kerk ten grondslag.
Niet alleen op Urk, maar wereldwijd.
Mijns inziens heeft de kerk dat voor het grootste deel aan zichzelf te danken.

Net zoals in het Oude Testament het volk Israël uitverkoren was de volken rondom jaloers te maken om het dienen van de enige ware God, zo is ook de kerk geroepen de wereld een goede God voor te stellen.
Een God die in Jezus Christus naar de aarde kwam om dat wat verloren is te redden van de dood.
Jammer genoeg is sinds de Verlichting de kerk steeds meer wereldgelijkvormig geworden.
Niet de kerk heeft de wereld verandert, de wereld heeft de kerk verandert.
In een poging de drempel te verlagen heeft de kerk zichzelf verlaagd tot het niveau waarin zonde geen zonde meer genoemd mag worden, of anderzijds als onmogelijke hoge standaard gesteld, de wetten en geboden strak na te moeten leven.
In beide gevallen heeft de noodzaak tot wedergeboorte, zoals Jezus dat in Johannes 3 de godsdienstleraar Nicodemus uitlegt, geen prioriteit meer.
Heeft dit tot gevolg dat de kerkbanken niet aan te slepen zijn?
Verre van dat, de kerk loopt leeg…

Terug naar deze tijd is het beleid van de afgelopen jaren mede oorzaak de gemeenteleden op te roepen onderdanig te zijn aan de overheid.
Als gevolg daarvan sloot de kerk haar deuren en liet niet alleen de kerkleden alleen achter, ook de wereld is daarmee volkomen aan haar lot overgelaten.
De meeste broers en zussen zullen het er niet mee eens zijn, maar waarom is dat?
Kan het zijn dat juist de wereldgelijkvormigheid en het wetticisme oorzaak is van de in mijn ogen ontzettend laffe houding van de kerk?
Onder het ‘liefdeskleed’ van naastenliefde heeft de keus tot onderdanigheid aan een goddeloze overheid desastreuze gevolgen gehad in het verloop van de crisis.

Had de kerk niet juist vanaf het begin op moeten staan en in haar positie van meer dan overwinnaar de onzichtbare vijand, het virus, een halt toe moeten roepen?

Juist omdat ik ontzettend verdriet heb om een kerk die haar heilige taak verzaakt heeft, begrijp ik des te meer de opstandigheid van de jeugd.
Zij staan tenminste nog op!
Zij laten wel hun stem horen!

Op de goede manier?
Zeker niet, het geweld waarmee dit gepaard gaat is niet goed te praten.
Maar waarom staat de kerk niet op tegen het geniepig geweld van een onzichtbare vijand, die er op uit is de wereld onder zijn voeten te vertrappen?
Waar zijn de voorgangers die vanuit profetisch inzicht de korte tijd die ons nog rest te benutten de wereld op te roepen zich te bekeren nu het nog kan?
In welke lege kerk staat de boodschap van onze naderende Bruidegom nog centraal?
Waarom hoor ik haast nooit een bemoediging je klaar te maken voor de aanstaande bruiloft met het Lam?

Heel de landelijke pers, de demissionaire regering en het volk spreekt schande over de rel(i)jeugd op Urk.
Maar is door de lauwheid en laffe onderdanigheid aan een goddeloos beleid de kerk niet medeverantwoordelijk, zoniet hoofdverantwoordelijk voor het ontsporen van de jeugd?

De krant vraagt in vetgedrukte koppen: ‘wat bezielt de jeugd van Urk?’
Ik beluister in hun opstandigheid alleen maar mijn eigen levenslange vraag;
‘Spreek mij van Jezus mijn Heiland,
k’hoor toch zo gaarne Zijn woord!
Nimmer heeft iets op deez’ aarde,
Ooit zoo mij t’harte bekoord.’

Nog maar weer een keer rouw. (omdat het zo rauw is)

Vorige week had ik me ingeschreven voor een midweek in een pastoraal herstellingsoord.
Het verblijf was 3 dagen met als thema ‘Omgaan met verlies.’
Omdat het programma al vroeg begon en het voor mij bijna 3 uur reizen was, kon ik de avond ervoor logeren bij een bevriend echtpaar.

Alleen al de wetenschap dat iemand me op het station stond op te wachten, verwarmde mijn van verdriet en rouw vereenzaamt hart.
Ondertussen dat de vrouw des huizes een heerlijke maaltijd bereidde, stak de gastheer de haard voor ons aan.
Het geurend knapperend hout deed me herinneren aan een paar jaar geleden toen ik me iedere dag koesterend warmde aan mijn eigen speksteenkachel.
Wat genoot ik van het zelf hakken en kloven van de zo voordelig mogelijk op de kop getikte boomstammetjes.
Tevreden en voldaan stapelde ik daarna mijn houthok vol, vanuit mijn woonkamer een prachtig gezicht.

Terug naar het heden; genietend van de open haard, heerlijk eten, drinken en als kers op de taart een door de heer des huizes voor speciale gelegenheden bereid toetje, genoten we van socializing without distance.
Liefdesbanden zoals alleen onze grote Broer, Jezus Christus, die smeden kan, tilden onze harten op een hemels niveau, alwaar geen klok nog tikt en tijd overgaat in eeuwigheid.
Het fundament van waaruit onze harten samensmolten, was het heimwee naar eens, voor eeuwig en altijd, waardoor een heerlijk voorproefje naar daar waar Jezus alles in allen is, voluit te smaken was.
Tegelijk met het heimwee naar dat eens, ervoer ik een diepe pijn van heimwee naar eens en voorbij.
Tijden waarin Jezus het antwoord was op angst voor de dood en een broederlijke kus of innige omhelzing heling bracht in zielepijn.
Kostbare herinneringen uit een nog maar pas verloren verleden, ingehaald door het heden waarin de voor alle mensen onvermijdelijke dood, ten koste van iedere menselijkheid, buiten de deur gehouden moet worden.
Een allang verloren strijd, waarin koning angst de wereld, maar nog pijnlijker dan dat, de kerk, wijs gemaakt heeft alsnog eigenhandig revanche te nemen.

Na een goede nachtrust werd ik woensdag morgen naar mijn andere bestemming gebracht: de paar dagen waarvan ik hoopte na afloop iets lichter weer naar huis te gaan.
Nog een laatste omhelzing, een laatste kus, een laatste zegenende hand op mijn schouder, waarna ik door de gastheer van het pastoraal oord naar mijn kamer werd gebracht.

En meteen daar begon het al te wringen…
De eerste vraag die me werd gesteld was of ik wel een mondkapje bij me had?
Vanaf afstand de pijlen en een rug van een zwartgehandschoend persoon volgend, werd me door dezelfde zwarte handschoenen de deur van mijn kamer gewezen.
Ik had toen al rechtsomkeerd moeten maken, maar tegen beter weten in bleef ik hopen dat niet angst, maar Jezus heer en meester was in het huis waar ik eerder een herberg voor mijn bezeerd hart gevonden heb.
In tegenstelling tot toen, veranderede het ‘nieuwe normaal’ mijn rouwklacht om de doden, in een veel schrijnender, rauwer en luider rouw om de emotionele afwezigheid van de levenden.
Wellicht meer nog, de geestelijke verbondenheid waaraan ik zo gemis ervaar, is deze dagen in het kwadraat vergroot.
Mijn God, wat heb ik me alleen(gelaten) gevoeld!

Om niet mijn beleving te herhalen kopieer ik een (beetje aangepaste) brief naar de familie waar ik logeerde, als antwoord op het waarom ik op donderdag huilend op de trein naar huis ben gestapt.
Door ervaring ervan uitgaand dat het merendeel het ‘nieuwe normaal’ als noodzakelijk aanvaard, ben ik voorzichtig geworden in gesprekken mijn pijn te delen.
Het ‘papier’ van de smartphone geeft me gelukkig geen zinloze antwoorden op vragen die ik niet stel.
Mijn tranen smeken nl. maar één ding; hou me asjeblieft even vast…

“Lieve Familie,

Om eerlijk te zijn is waar ik zelf ook wel bang voor was, uitgekomen.
Een soort van tegen beter weten in hopen dat het in een pastoraal herstellingsoord anders zou zijn, heeft me opgebroken.

We moesten, of ik zal in de ik vorm spreken, ik moest overal waar ik liep de pijlen volgen.
Al was bv de koffietafel naast me, dan nog mocht ik niet tegen de stroom in lopen, maar moest gemondkapt het rondje van de pijlen volgen.
Pas wanneer ik op mijn 1,5 meter veilige afstand van de andere deelnemers stoel ging zitten mocht het mondkapje af.

In zekere zin had ik daar nog wel mee kunnen leven, ware het niet dat het benadrukt dat er met niemand echt contact te maken was.
Lopend niet, omdat stilstaan de doorstroom belemmerd en het mondkapje zorgt voor onverstaanbaar gemummel.
Bovendien kom je in het eenrichtingsverkeer niemand tegen, tegen iemand opbotsen is al bij voorbaat onmogelijk gemaakt omdat de verbodsborden ‘per ongeluk’ spookrijden beletten.

Ik moet bij het zoeken naar de pijlen altijd denken aan wat Jezus zegt; ‘hef je hoofd omhoog.’
Het hoofd naar beneden en de ogen turend naar waar ik wel of niet lopen mag, zie ik steeds weer een beeld van een in het stof sissend kronkelende slang.

Omdat het zwartgehandschoend personeel me bij ieder hapje en drankje serveren aan doodgravers denken deed, had ik elke keer moeite tussen een huilbui of lachsalvo.
Netjes in de pas, gezicht bedekt kreeg ik vanaf veilige afstand mijn eten opgeschept.
Dat betekende, op veilige afstand werd mijn bord half-in een 3 meter brede tafel geschoven, waarna ik me 1,5 uit strekken mocht om het op mijn eigen gedesinfecteerd dienblad te zetten.

De pijlen volgend mocht ik daarna aan de mij toegewezen tafel zitten gaan, 1,5 meter verwijderd van ieder ander.

Lieve broer en zus, als het niet zo treurig was, is het op en af doen van de mondkapjes gewoon lachwekkend.
Even lopen, bv om nog een glas water te halen, op!
Zitten, het mag weer af…

Wat me uiteindelijk opbrak zijn de samenkomsten gericht op daar waar ik voor kwam, Rouw.
Met 7 andere deelnemers (de groep was in 2en verdeeld) volgde ik de pijlen naar de daarvoor bestemde ruimte, alwaar ik in een kring van 1,5 meter afstand van de ander zitten ging.

Je kunt je voorstellen dat wanneer je verteld waarom je komt, de naam of namen noemt waarover je rouwt, het moeilijk is je tranen binnen te houden.
Mijn God, ik heb dan geen behoefte aan mooie woorden of bijbelteksten, hoe waar ook!
Een arm om mijn schouder is op dat moment het enige waar mijn gepijnigde ziel naar hunkert, om schreeuwt, ja bijna om smeekt!
Helender dan 10000 woorden, genezender dan 10000 bijbelteksten, troostender dan 10000 berichtjes: ‘ik bid voor je hoor!’ 
Gezien worden in je verdriet, mee huilen, gewoon dichtbij, dat is de enige vraag van mijn zoute tranen.

Nog meer dan eerder heb ik in de afgelopen dagen ontdekt dat rouwen om de levenden die geregeerd door angst voor de dood afstand houden, mijn grootst verdriet is.
In dit geval angst voor een onzichtbare vijand, waarvoor in de strijd deze buiten te houden, iedere menselijkheid opgeofferd 
is op het altaar ‘jij bent medeverantwoordelijk voor mijn gezondheid’

Ik kwam in de hoop en verwachting gezien te worden in mijn rouw om de dood van geliefden.
Angst voor de dood en het bestrijden van die dood heeft de maatschappij blind gemaakt, voor de rouwenden die in deze tijd of in het verleden iemand aan de dood verloren.
De hulpvraag van de op veilige afstand levende rouwende, is in het zoute tranen natte mondkapje gesmoord en gedood.
Wanneer ik doodga aan Corona moet er een contactonderzoek komen en gaat iedereen in mijn omgeving bijna dood van paniek.
Stel je voor dat ik de schuld ben aan hun ziekte en dood! 
Wanneer ik zeg dood te gaan van eenzaamheid en verdriet worden de schouders opgehaald; het is nu eenmaal niet anders, we moeten het er maar mee doen.
‘We?’ denk ik dan?
Wie zijn die ‘We?’
‘Jullie/jij  bedoelt/bedoelen  toch niet anders dan dat jullie besloten hebben dat ik het er maar mee moet doen?’

Wat me zeer doet is allereerst de eenzaamheid van de (on)veilige afstand.
Maar mij op afstand houden, betekent veel meer dat diegene zelf ook niet meer aan te raken is en ongenaakbaar geworden is.
De leugen dat dit om veiligheid gaat breekt mijn hart.
Ik heb er nl. niet om gevraagd als potentieel gevaar behandeld te worden.

Dat we dit als kinderen Gods zijn gaan geloven is mijn diepste rouw.

Kortom, ik kwam om te rouwen om de dood  van geliefden.
Maar daar waar de dood zelf heerst lacht die dood je recht in het gezicht uit.
Zo heb ik het althans ervaren…

Alsof er geen kruisdood geweest is zijn we weer terug in het Oude Testament, alwaar we gehoorzaam aan een goddeloze overheid de ratel ‘gevaar gevaar’ ratelen.
Kwam Jezus niet om deze vloek op te heffen?
Was Hij het niet die de melaatse tegemoet trad en aanraakte?
Wat gebeurde er nadat een bloedvloeiende (vervloekte) vrouw hem aanraakte?
De pijn van 12 jaar eenzaamheid werd geheeld in dat ene simpele liefdesgebaar, Jezus draaide zich om!
Hij maakte contact!”

Vrij

Afgelopen week werd ik uitgenodigd op een bijbelstudie groepje.
Omdat ik niemand van hen ken, was ik toch wel een beetje huiverig daar heen te gaan.
Niet omdat ik moeite heb met contact maken, maar omdat ik al zo vaak teleurgesteld ben in vooral christelijke contacten.
Ik hou mezelf daarom voor op m’n hoede te zijn en eerst maar eens de kat uit de boom te kijken.
Ik vertelde mijn schroom aan een vriendin waarop ze zei niet bang te zijn omdat ‘je niet op je mondje gevallen bent.’
Laat dat nou net de echte reden zijn waarom ik op het laatst bijna m’n jas weer aan de kapstok hing.
Ik ben inderdaad niet op m’n mondje gevallen, vooral niet wanneer ik christenen allerlei redeneringen hoor verdedigen die niets met vrije genade te maken hebben.
Ik kan dan op een gegeven moment niet meer zwijgen en weet al bij voorbaat dat me dat niet in dank afgenomen wordt.

Zo ging het ook deze keer.
We lazen een paar gedeeltes uit Rom. 7 en 8, de wet versus genade.

Nu is het zo dat ik jaren geleden op een Bijbelschool leerde wat het betekent de rechtvaardigheid Gods in Christus Jezus te zijn omdat zoals Rom.8:1 zegt, er geen schuld meer is.
Er ontplofte een bom in mij, het gaf eindelijk antwoord op mijn levenlange vraag hoe ik God tevreden stellen moest.
Mij was immers geleerd dat je niet zomaar zeggen kan een kind van God te zijn, daar moet eerst wel het één en ander aan vooraf gaan.
Als kind wist ik instinctief al dat dat een leugen is, maar hoe het dan wel moest kwam ik maar niet achter.

‘Want Hem Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij zouden worden gerechtigheid van God in Hem.’
‭‭2 Korinthe‬ ‭5:21‬ ‭HSV‬‬
https://www.bible.com/1990/2co.5.21.hsv

is een geweldig hulpmiddel geweest me eindelijk vrij te weten.
En inderdaad, eer dat ik me een kind van God kon noemen, is daar heel wat aan vooraf gegaan!
Maar niet iets van mijn kant, het kwam van God Zelf.
Om de straf op mijn zonde en die van de hele wereld weg te nemen, nam Jezus die in Zichzelf op en stierf aan het kruis op Golgotha een meest smadelijke dood.
Gelukkig bleef het daar niet bij,
Zijn opstanding verzegelde mijn redding uit de macht van zonde en schuld.
Deze waarheid veranderde mijn leven.
Ik ben vrij en niets of niemand kan mij nog scheiden van de liefde van God.

Glorie halleluja, Heppy de peppy zou je denken!
Maar juist deze vrijheid is het meest moeilijk aan te nemen.
Ook ik wil nog zo graag zelf wat inbrengen en dan vooral iets erg christelijks en vroom klinkend bv. schuld belijden over een zonde.
Ondanks dat we Rom. 8:1 gelezen hadden, ging het in de groep van afgelopen week ook deze kant op.

Allerlei zondes kwamen voorbij: een fiets stelen omdat je eigen fiets ook gestolen is bv.
Of als je geen geld voor boodschappen hebt is het evengoed zonde dat je een brood steelt.
Inderdaad, dan heb je schuld en is God niet blij!
Pas wanneer je je zonde aan Hem hebt opgebiecht, is het weer goed tussen jou en God!
Toch?
En ja, iedereen knikt en is het ermee eens…

Tijdens zo’n redenatie verbaas ik me erover hoe graag christenen het over zonde en schuld hebben.
Het liefst had ik mijn jas aangetrokken en was naar mijn eigen veilige huisje gegaan, maar stelde op een gegeven moment de vraag: ‘wat is zonde?’

Tja, dat van dat brood stelen, of zoals iemand opperde: ‘wanneer je weet dat die man met mij getrouwd is en jij toch met hem naar bed gaat!Of vind jij dat als je deze zonde gedaan hebt jij dat niet hoeft te belijden?’

Mijn hemel, ik kan wel aan de gang blijven met zonden belijden, want ik doe niet anders dan zondigen.
Alleen al mijn zondige gedachten, hoe ik me bv. zit op te vreten over een in mijn ogen ontzettend onnozel gesprek over allerlei zonden en de braafheid en zelfgenoegzaamheid over het weer met God in orde maken door het belijden daarvan.
Ik kan tevens tot in eeuwigheid blijven dolen in de hof van zelfveroordeling over eigen arrogantie als enige de waarheid in pacht denken te hebben.

Zucht…
Nee, mijn vermeend overspel en de ergernissen in mijn gedachten is niet zonde.
Ik ga niet verloren omdat ik een fiets gestolen heb, of omdat ik met Jan en alleman, (of jouw man) getrouwd of niet getrouwd, naar bed ga.
Ik ben ook niet pas gered wanneer ik al die zonden aan God opbiecht.

Verloren zijn is wanneer ik niet geloof dat Jezus voor ál mijn zonden gestorven is.
Schuld?
Schuld is niet geloven dat alle schuld is weggedaan.
Geen ‘Amen’ zeggen op ‘het is volbracht’ en denken zelf nog wat in te brengen hebben, dát is zonde.

Belijden dat mijn oude mens met Jezus is meegestorven en mijn nieuwe mens met Hem mee opgestaan is, dat alleen is grond voor mijn redding.
Omdat al mijn schuld aan het kruis genageld is, kan en mag ik belijden de gerechtigheid Gods in Christus te zijn!
God is nooit meer boos op mij, Hij kan dat niet eens, door Jezus bloed is het in orde tussen God en mij.

‘Nou, dat is makkelijk!
Dan kun je dus zomaar lekker zondigen!’
Oh ja?
Wanneer ik weet wat het Jezus gekost heeft, zondig ik echt niet goedkoop of ‘zomaar lekker.’
Ik ben immers een nieuwe schepping?

‘Ja maar ik ken iemand die zegt bekeerd te zijn en toch is hij alcohol verslaafd.
Dan moet hij die zonde toch iedere keer belijden?’
En, heeft het voortdurend belijden alweer in de fout te gaan al geholpen?
Is diegene nu bevrijd van deze verslaving?
Het gaat immers nooit lukken zelf deze wet te vervullen?
Alleen wanneer je blijft belijden de gerechtigheid Gods in Christus te zijn, ben je in Hem overwinnaar over ieder andere macht.

‘Ja maar, we kunnen evengoed de Heilige Geest bedroeven en Hij kan van je wijken…’
Inderdaad, wanneer kind van God zijn, én het kruis én nog een beetje van mezelf is, bedroeven we de Heilige Geest.

Omdat de Heilige Geest met mijn geest getuigd dat ik een kind van God ben, kan ik ontzettend verdrietig worden van dit soort gesprekken waarin het net lijkt alsof iets heel heiligs afgepakt wordt.
Hoe komt het dat de boodschap van vrije Genade zo veel weerstand oproept?
Zelf doen is een way of holy life geworden die te vuur en te paard verdedigd lijkt te moeten worden.

Ik bid dat iedere christen beseft door inwoning van de Heilige Geest de Waarheid in pacht te hebben en ophoudt met navelstaren en zoeken naar onbeleden zonden.
Pas dan wordt Christus in ons verheerlijkt, wanneer belijden danken wordt een gered kind van Vader te zijn!
Ondanks alles wat mis gaat!
Volgens mij wordt het dan ook veel leuker op Bijbelstudie…

Een gat in mijn hart.

Omdat ik me ziek voel van rouw ben ik vorige week om hulp naar de huisarts gegaan.
Een ernstig fietsongeluk is me niet in de koude kleren gaan zitten.
Gevolgd door het overlijden van een heel dierbare vriend en vlak daarna het overlijden van mijn vader heeft mijn bestaan behoorlijk doen schudden.

De tijd waarin we leven is daarbij een grote min factor in het verwerken van zo veel leed.
Al toen ik weken thuis zat en huilde van de lichamelijke pijn, ontdekte ik hoe onbarmhartig Social Distancing is.
Maar toen leefden zowel mijn goede vriend en mijn vader tenminste nog.
Des te meer ervaar ik nu de hardheid van de ‘samen krijgen we het virus eronder’ maatschappij.

Wat vóór corona goede vrienden waren zijn bijna geen vrienden meer, of zelfs helemaal niet.
Terwijl een half invalide vriendin nooit toestond dat ik mijn eigen kopje naar de keuken bracht, heeft diezelfde kop waarop een papieren zakdoekje op het schoteltje lag, me nu een vriendschap gekost.
Dat werd ineens gezien als respectloos en de coronaregels aan mijn laars lappen.
Vrienden die bij ziekte en vooral rouw je vóór corona op zouden zoeken, (tenminste daar ging ik toen vanuit) zeggen nu je ‘met plezier op afstand te houden.’
Het is niet fijn zoveel verlies en daarom bidden ze voor me, schrijft men over de Whatsapp.

Zoals gezegd, ik ben ziek van verdriet maar ook van het alleen gelaten worden in dat verdriet.

Deze middag had ik een eerste afspraak voor rouwverwerking met een GGZ praktijkondersteuner.
Het is op niks uitgelopen omdat het eerst en vooral ging over de voor mij op te volgen noodzakelijke veilige afstand regels.
Maar in hemelsnaam, hoe kun je met iemand een echt gesprek voeren met een half bedekt gezicht?
Hoe kun je praten zonder dat we elkaars mond zien bewegen en zonder dat we elkaars gezichtsuitdrukking kunnen zien?
Het voelde als hoe een vrouw zich voelen moet wanneer ze gemuilkorfd een kind ligt te baren.
Terwijl puffen de belangrijkste oefening op zwangerschapsgymnastiek is, word je tijdens het baren verplicht de mond gesnoerd, anders helpt men je niet eens.

Ik vertelde daarom dat ik onmogelijk praten kan met een mondkapje op mijn gezicht.

Het bekende verhaal: ik wilde toch niet op mijn geweten hebben dat die ander door mijn toedoen dood zou kunnen gaan.
Ik zei dat wanneer ik ziek zou zijn, ik dat aan niemand zou vertellen, omdat ik er dan liever zelf voor kies alleen te zijn.
Ik zou het nl. veel erger vinden alleen gelaten te worden.
Maar…wist ik wel dat ik dan dood creperen zou?

Ik vertelde dat ik zonder Corona nu al door Corona crepeer van verdriet en alleen gelaten worden, terwijl ik juist zo snak naar af en toe een arm om me heen.
Ze haalde haar schouders op en zei dat het nu eenmaal de regels zijn waaraan ik en zij niets veranderen kunnen.
‘Maar dat is niet waar’ antwoordde ik ‘u kunt er wel iets aan veranderen!’
‘Hoe dan?’
‘Door op te staan en mee te doen met andere hulpverleners die zijn gaan vertellen dat er ook een andere kant is.
‘Welke andere kant?’
‘Dat mensen dood gaan aan de eenzaamheid van deze ongenadige tijd.
Dat anderen en ik creperen aan de gevolgen van Social Distancing.

Vanuit haar koude ogen straalde geen enkele compassie en onaangedaan haalde ze nogmaals haar schouders op, ‘het is nu eenmaal zo’

Ik wil niet zeggen dat er nooit meer iemand is die me eens even hartelijk vastpakt, gewoon omdat mijn verdriet gezien wordt.
Maar dat is sporadisch. Een reactie als boven beschreven is in de afgelopen maanden ‘gewoon’ geworden, het nieuwe normaal.

Ik rouw om de lichamelijke klachten nav een ongeluk, ik rouw om de dood van een goede vriend en om het overlijden van mijn vader en de familie conflicten daar omheen.
Maar waarom het moeilijk verwerken is, ervaar ik als de grootste pijn en dat is het alleen gelaten worden door vrienden, of liever gezegd broers en zussen waarmee je eens de meest intieme gebedsmomenten deelde.
Familie van Jezus, waarbij het normaal was elkaar de handen op te leggen en in de naam van Jezus te zegenen. Kerkmensen waarmee je Bijbelstudie deed, waarmee je praatte over het geweldige wonder van het kruis, maar waar nu alleen nog gepraat kan worden over hoe we zelf Corona onder controle krijgen. En dat dan vooral op veilige afstand coronaproof.
Op dezelfde veilige afstand bid men voor me.
Maar waar ik zo’n behoefte aan heb is niet voor, maar met me bidden.
Ik geloof nl. dat dat is wat God bedoelde met ‘het is niet goed dat de mens alleen is…’

Er zit een gat in mijn hart en dat gat wordt iedere keer groter wanneer het gesprek hierover aangaan stuk loopt op de muur van ‘het is nu eenmaal even zo.’
Even?
Voor mij is dat al een eeuwigheid van verloren tijd.
Maanden van zeer en rouw, waarin ik steeds meer de neiging krijg mezelf terug te trekken om maar niet dood te lopen in het doolhof van de steeds strakker opgelegde regels.
Gehoorzaam opgevolgd brengen ze evengoed levensbedreigende schade toe.
Maar ja, dat is nu eenmaal ‘het nieuwe normaal.’

Lampionnetjes optocht.

Het is absoluut geen verdienste van mijn kant, maar een groot kado, van kleins af aan bezig te zijn met Jezus’ wederkomst.
Ik wilde er alles over weten, maar moest het vooral hebben van mijn (heilige)verbeelding en de weinige platen daarover.
Mij werd alleen maar verteld dat ik me bekeren moest, maar hoe, daar kwam ik maar niet achter.
Het had voor mijn kinderlijk brein in ieder geval niets te maken met hoe het mij voorgesteld werd als dat een bekeerd meisje geen broek aantrekt.
Ook niet met het zondagse hoedje of het feit dat we geen tv, hadden, iets wat al helemáál t(en) v(erderve was.

Ik mocht op zondag niet handwerken, ook daar hing meteen een oordeel aan vast, want; een zondags-steek houdt geen week.
Alsof de rokjes en jurkjes op zondag genaaid je door de week in je onderbroek zouden laten staan, omdat zo opeens de goddeloze zondags-steken los scheurden.

Buiten dat ik graag hoedjes draag, wist ik vanbinnen wel dat mijn mooie rokjes, jurkjes en hoedjes voor naar de kerk niks met bekering te maken hadden.

Maar wat verlangde ik er naar bekeerd te zijn!
Daarbij fantaseerde en droomde ik veel over Jezus wederkomst.
Niet op de manier van; als je op dat moment voor de tv zat of in een bar of de bioscoop, dan was je onherroepelijk verloren…
Veel meer zoals een kind een buik vol gezonde spanning heeft wanneer het op schoolreisje gaat, zo zag ik uit naar die vol mysteries omsluierde dag.

Één van de feestelijkheden waarbij ik me daarom inbeelde dat dat speciaal was ingelast om Jezus’ terugkomst te vieren was de lampionnetjes optocht.
Vandaar dat ik zo trots als een pauw mijn lampionnetje droeg, enkel en alleen voor de Here Jezus!

Of wanneer op koninginnedag de drumband door Urk marcheerde hostte ik er achteraan, vol verwachting en hoop dat we dat enkel en alleen maar deden om de Here Jezus welkom te heten.
In ieder geval was dat voor mezelf de enige reden waarom ik uitgelaten mee rende en niets wilde missen.

In gedachten loop ik daar weer, alleen maar ter ere van Hem, het Lam op de troon, mijn Verlosser en allerbeste Vriend.
Door het frêle vouwpapier van mijn doorzichtig en op de adem van de Geest dansend lampionnetje heen, schijnt mijn lieflijk flakkerend vlammetje alle kleuren van de regenboog.
Maar oh nee, net op dat moment scheuren de naden van mijn jurkje los en voor het oog van heel het dorp sta ik in mijn ondergoed.
Meteen weet iedereen hoe goddeloos ik ben want het kan niet anders, mijn jurkje is een zondags-steken jurkje…

Ach, ik geloof dat Jezus verschrikkelijk zal moeten lachen!
Hij zal mijn hand in die van Zijn voorvader David leggen en samen dansen we voor de Ark des Verbonds, schaamteloos en van geen schuld bewust.
Mijn lampionnetje zal verbleken in het schitterend licht van de Genadetroon, maar mijn trotse bruidegom zal het aannemen als het meest kostbare liefdesoffer ooit aan Hem gegeven.

Kom Here Jezus kom…

Het teken van het beest.

Af en toe ga ik in ons dorp bij bakker Tijsterman een kopje koffie drinken.
Zo ook vanmiddag.
Het personeel droeg een mondkap en één van hen kwam met een lijst in de hand vragen of ik me al aangemeld en geregistreerd had.
Ik zei dat ik dat niet gedaan had omdat het nl. niet verplicht is.
Het meisje zei dat ze me dat ik dan niets bestellen mocht.
Rustig vertelde ik haar dat ze dan zelf in overtreding is, omdat ze niemand mag dwingen die lijst in te vullen en ze me wettelijk gezien ook niet weigeren mag te bedienen.

Het is volgens mij een ingestudeerd zinnetje geworden; ‘ik ga hierover niet met u in discussie’.
Ik zei; ‘dan blijf ik hier gewoon een tijdje zitten’, waarna er vervolgens net gedaan werd alsof ik niet bestond.

Dit gebeuren staat niet op zichzelf, het is aan de orde van de dag zo behandelt te worden wanneer je iets anders dan de mainstream in het leven staat.
Toen ik naar huis liep bedacht ik me hoe Joden zich gevoeld moeten hebben in de vooravond van en tijdens W.O.2
Het was een heel andere setting, en er zullen er zijn die het schandalig vinden deze vergelijking te trekken.
Over het algemeen vindt men dat je je gewoon aan de regels houden moet waarom het principe steeds hetzelfde is;
Op grond van wat dan ook eigent iemand anders zich het recht toe je buiten te sluiten.

Het meest schokkende aan dit voorval vind ik wel dat het een voorbereiding is tot het ontvangen van het teken van het beest.
In heel veel winkels mag alleen nog met pin betaald worden, bij bakkerij Tijsterman wordt je zonder registratie niet bediend.

Het is nog maar een half jaar geleden dat de apotheek mijn medicijnen weigerde omdat ik alleen kontant betalen kon.
Toen ik met sommigen deelde dat ik het zag als een voorproefje op het niet meer kunnen kopen of verkopen wanneer je het teken van het beest weigert te ontvangen, werd ik ietwat meewarig bekeken.

Vooral dat verbaasd me zo.
Je ziet het om je heen gebeuren, het overkomt jezelf, het Jeugdjournaal bericht onze kinderen openlijk over een spannend chipje in je lijf en in allerlei documentaires op internet waarschuwen verontruste artsen van over heel de wereld voor het nieuwe vaccin.
En toch vindt het overgrote deel voor wie de Bijbel het belangrijkste boek van de wereld is, het overdreven en hysterisch te geloven wat de Bijbel zegt over het teken van het beest.
in ieder geval niet iets waarvan de eerste voorbodes zich al aankondigen.

Ik geloof het zelf blindelings.
Niet omdat ik het nu al een paar keer persoonlijk ervaren heb, maar omdat wat ik ervaar, de waarschuwing uit Gods Woord bevestigd: zonder het teken van het beest kun je niet meer kopen of verkopen.
Ik geloof het ook omdat Jezus ons waarschuwt voor de haat uit de hel tegen Zijn uitverkorenen.
Het zal Satan worst wezen hoe hij misleiden kan, of dat nu door geloof of ongeloof is.
Ongeloof heeft lauwheid en blindheid voor de misleiding tot gevolg.
Geloof en oplettendheid voor de tekenen van de tijd betekent stille en steeds meer openlijke vervolging, smaad en buitensluiting.
En ook dat heeft de Heer ons voorspelt.

Ik bid mijn Heer het hoofd omhoog te heffen naar de hemel, van waaruit ik Hem verwacht om mij tot zich te trekken.
Wat een dag van lachen zal dat zijn…

Aanvulling 5-10-2020

Ik heb Tijsterman een klachten mail gestuurd. Vanmorgen kreeg ik een excuus mail omdat ze erg geschrokken zijn van deze gang van zaken.
Het personeel moet vragen of je je registreren wilt, maar omdat het niet verplicht is mogen ze je niet weigeren te bedienen.

Contactloos contact

Ik ben verdrietig, want ik ben naar de kerk geweest.
Normaal gesproken zong ik op zondag altijd: ‘kom ga met ons en doe als wij,’ maar het ‘wij’ en samenkomst is sinds een paar maanden vooral ‘ik’ en ‘éénkomst’

Omdat ik met iemand mee reed die me voor de kerk afzette om daarna zelf een plekje voor zijn auto te zoeken, wachtte ik buiten in de rij tot de deuren open gingen en we er in mochten.
Op zich is een rij mensen voor de kerk iets om blij van te worden.
Maar dan heb ik het over een rij opgewonden mensen zoals vorig jaar toen Bobby Schuller in Leiden was.
Ik hoefde toen nog niet op straat de met rood-wit beplakt afgebakende 1,5 meter te zoeken.
Ook hield niemand angstvallig in de gaten of ik me wel aan de verbodsregel hield de grens van mijn eigen toegestane 1,5 meter te overschrijden.
Er ging ook geen toestemmings- signaal af, pas een vak op te schuiven wanneer degenen voor me dat ook gedaan hadden.
Tja, dat waren nog eens tijden, die kinderlijke spanning van ‘er staat iets bijzonders te gebeuren, en ik ben erbij!’ gewoon met de meest dichtbijzijnde mensen om me heen te delen.

Vanmorgen ging het anders; eenmaal hinkelend alle vakken doorlopen te hebben, in de hal aangekomen werd me tegelijk belet een stap verder dan toegestaan te doen.
Nee, eerst moest aan verschillende loketten verantwoording over mijn aanwezigheid worden afgelegd.
Stond mijn naam wel op de lijst?
Hoeste ik niet?
Niesde ik niet?
Nog net niet kreeg ik het temperatuur pistool op m’n voorhoofd gericht.
En oh ramp, mijn naam stond niet op de lijst!
Ik mocht niet naar binnen…

Het is dat ondertussen mijn reisgenoot binnenkwam, anders had ik rechtsomkeerd gemaakt.

Maar eenmaal alle barricades overwonnen te hebben, werden we naar een 1,5 meter veiligheidsvak geleid, waarna we als niet tot één huishouding behorend, toch verboden naast elkaar gingen zitten.
Als ze dat geweten hadden…!

Alhoewel ik wilde schreeuwen; ‘is dit de kerk van vandaag, ongastvrijheid noemen we veiligheid, gemeenschap is vandaag het grootste kwaad, is Jezus dan voor niets gestorven?’ hiel ik me in.
Maar oh, wat voelde ik een zeer om de kerk.

Ik besloot te genieten van het gebouw op zich, een prachtige kerk in Renaissance stijl.

De preek ging over de vraag van de Farizeeën aan Jezus: ‘van wie komt uw bevoegdheid eigenlijk?’
De dominee nam daarbij zelf de bevoegdheid zich op een popiejopie manier uit te spreken over #ikdoenietmeermee.
Op denigrerende manier vertelde hij dat in ieder geval de bankrekeningen van de influencers achter deze hastag, deze week flink gespekt waren.
Als klap op de vuurpijl zorgde de achternaam van de vermeend bedenker achter #ikdoenietmeermee, ‘Engel’ ervoor dat de dominee de lachers op zijn hand had.

Waarom schrijnt dit zo bij mij?
Omdat ik steeds meer ervaar dat wat een paar maanden geleden nog normaal was, nu ineens een heel andere invulling of andersom betekenis heeft.
Neem het woord; ‘geweten.’
Steeds wanneer ik met iemand deel hoeveel pijn de gesloten kerkdeuren me doen, krijg ik als antwoord; ‘maar je wilt toch niet op je geweten hebben dat jij een ander besmet?’

Besmet?
Hoezo?
Ik wil vooral niet op mijn geweten hebben dat ik een met dood door de zonde besmet iemand het goede nieuws van Jezus kruisdood onthouden heb!
Ik wil ook niet op mijn geweten hebben dat ik in opdracht van Jezus een zieke niet de handen opleg.
Evenmin wil ik niet mijn geweten belasten met de leugen dat het voor eigen bestwil is ouderen in een bedompt kamertje op te sluiten.

Nog zo één;
‘Verantwoordelijkheid ten opzichte van de ander.’
Jarenlang is ons door de strot geduwd zelf verantwoordelijk voor je eigen omstandigheden en geluk te zijn, nu ineens word ik verantwoordelijk gehouden voor de gezondheid van een ander.
Of nog erger; ‘wanneer jij je niet verantwoordelijk genoeg gedraagt, is het jou schuld dat een ander dood gaat aan corona!’
Maar het is toch vooral mijn verantwoordelijk de schat die ik van Jezus ontvangen heb, met ieder andere dolende ziel te delen?

Ik lijd aan dit zeer, deze eenzaamheid, deze omdraaing van waardevolle betekenis voor de ander en voor mezelf zijn.
Het is als de misleiding in het paradijs, een leugen die precies op de waarheid lijkt.

Waar ik tevens aan lijd is acceptatie van: ‘er zijn zijn nu eenmaal mensen die meer last van de maatregelen hebben dan ‘wij’
Duizenden anderen en ik, zijn een soort van nu eenmaal niet te voorkomen bijkomende schade waar opeens niemand anders dan ik zelf verantwoordelijk voor is.

Meer dan een half jaar geleden is waar wat Jezus zegt: ‘de liefde zal verkillen.’

Maar ook dat kun je opvatten als onverantwoordelijke liefdelosheid er niet om te geven een ander te besmetten.
Tja, het is waarschijnlijk maar net onder wiens bevoegdheid je deze woorden in de mond neemt…