Nog maar weer een keer rouw. (omdat het zo rauw is)

Vorige week had ik me ingeschreven voor een midweek in een pastoraal herstellingsoord.
Het verblijf was 3 dagen met als thema ‘Omgaan met verlies.’
Omdat het programma al vroeg begon en het voor mij bijna 3 uur reizen was, kon ik de avond ervoor logeren bij een bevriend echtpaar.

Alleen al de wetenschap dat iemand me op het station stond op te wachten, verwarmde mijn van verdriet en rouw vereenzaamt hart.
Ondertussen dat de vrouw des huizes een heerlijke maaltijd bereidde, stak de gastheer de haard voor ons aan.
Het geurend knapperend hout deed me herinneren aan een paar jaar geleden toen ik me iedere dag koesterend warmde aan mijn eigen speksteenkachel.
Wat genoot ik van het zelf hakken en kloven van de zo voordelig mogelijk op de kop getikte boomstammetjes.
Tevreden en voldaan stapelde ik daarna mijn houthok vol, vanuit mijn woonkamer een prachtig gezicht.

Terug naar het heden; genietend van de open haard, heerlijk eten, drinken en als kers op de taart een door de heer des huizes voor speciale gelegenheden bereid toetje, genoten we van socializing without distance.
Liefdesbanden zoals alleen onze grote Broer, Jezus Christus, die smeden kan, tilden onze harten op een hemels niveau, alwaar geen klok nog tikt en tijd overgaat in eeuwigheid.
Het fundament van waaruit onze harten samensmolten, was het heimwee naar eens, voor eeuwig en altijd, waardoor een heerlijk voorproefje naar daar waar Jezus alles in allen is, voluit te smaken was.
Tegelijk met het heimwee naar dat eens, ervoer ik een diepe pijn van heimwee naar eens en voorbij.
Tijden waarin Jezus het antwoord was op angst voor de dood en een broederlijke kus of innige omhelzing heling bracht in zielepijn.
Kostbare herinneringen uit een nog maar pas verloren verleden, ingehaald door het heden waarin de voor alle mensen onvermijdelijke dood, ten koste van iedere menselijkheid, buiten de deur gehouden moet worden.
Een allang verloren strijd, waarin koning angst de wereld, maar nog pijnlijker dan dat, de kerk, wijs gemaakt heeft alsnog eigenhandig revanche te nemen.

Na een goede nachtrust werd ik woensdag morgen naar mijn andere bestemming gebracht: de paar dagen waarvan ik hoopte na afloop iets lichter weer naar huis te gaan.
Nog een laatste omhelzing, een laatste kus, een laatste zegenende hand op mijn schouder, waarna ik door de gastheer van het pastoraal oord naar mijn kamer werd gebracht.

En meteen daar begon het al te wringen…
De eerste vraag die me werd gesteld was of ik wel een mondkapje bij me had?
Vanaf afstand de pijlen en een rug van een zwartgehandschoend persoon volgend, werd me door dezelfde zwarte handschoenen de deur van mijn kamer gewezen.
Ik had toen al rechtsomkeerd moeten maken, maar tegen beter weten in bleef ik hopen dat niet angst, maar Jezus heer en meester was in het huis waar ik eerder een herberg voor mijn bezeerd hart gevonden heb.
In tegenstelling tot toen, veranderede het ‘nieuwe normaal’ mijn rouwklacht om de doden, in een veel schrijnender, rauwer en luider rouw om de emotionele afwezigheid van de levenden.
Wellicht meer nog, de geestelijke verbondenheid waaraan ik zo gemis ervaar, is deze dagen in het kwadraat vergroot.
Mijn God, wat heb ik me alleen(gelaten) gevoeld!

Om niet mijn beleving te herhalen kopieer ik een (beetje aangepaste) brief naar de familie waar ik logeerde, als antwoord op het waarom ik op donderdag huilend op de trein naar huis ben gestapt.
Door ervaring ervan uitgaand dat het merendeel het ‘nieuwe normaal’ als noodzakelijk aanvaard, ben ik voorzichtig geworden in gesprekken mijn pijn te delen.
Het ‘papier’ van de smartphone geeft me gelukkig geen zinloze antwoorden op vragen die ik niet stel.
Mijn tranen smeken nl. maar één ding; hou me asjeblieft even vast…

“Lieve Familie,

Om eerlijk te zijn is waar ik zelf ook wel bang voor was, uitgekomen.
Een soort van tegen beter weten in hopen dat het in een pastoraal herstellingsoord anders zou zijn, heeft me opgebroken.

We moesten, of ik zal in de ik vorm spreken, ik moest overal waar ik liep de pijlen volgen.
Al was bv de koffietafel naast me, dan nog mocht ik niet tegen de stroom in lopen, maar moest gemondkapt het rondje van de pijlen volgen.
Pas wanneer ik op mijn 1,5 meter veilige afstand van de andere deelnemers stoel ging zitten mocht het mondkapje af.

In zekere zin had ik daar nog wel mee kunnen leven, ware het niet dat het benadrukt dat er met niemand echt contact te maken was.
Lopend niet, omdat stilstaan de doorstroom belemmerd en het mondkapje zorgt voor onverstaanbaar gemummel.
Bovendien kom je in het eenrichtingsverkeer niemand tegen, tegen iemand opbotsen is al bij voorbaat onmogelijk gemaakt omdat de verbodsborden ‘per ongeluk’ spookrijden beletten.

Ik moet bij het zoeken naar de pijlen altijd denken aan wat Jezus zegt; ‘hef je hoofd omhoog.’
Het hoofd naar beneden en de ogen turend naar waar ik wel of niet lopen mag, zie ik steeds weer een beeld van een in het stof sissend kronkelende slang.

Omdat het zwartgehandschoend personeel me bij ieder hapje en drankje serveren aan doodgravers denken deed, had ik elke keer moeite tussen een huilbui of lachsalvo.
Netjes in de pas, gezicht bedekt kreeg ik vanaf veilige afstand mijn eten opgeschept.
Dat betekende, op veilige afstand werd mijn bord half-in een 3 meter brede tafel geschoven, waarna ik me 1,5 uit strekken mocht om het op mijn eigen gedesinfecteerd dienblad te zetten.

De pijlen volgend mocht ik daarna aan de mij toegewezen tafel zitten gaan, 1,5 meter verwijderd van ieder ander.

Lieve broer en zus, als het niet zo treurig was, is het op en af doen van de mondkapjes gewoon lachwekkend.
Even lopen, bv om nog een glas water te halen, op!
Zitten, het mag weer af…

Wat me uiteindelijk opbrak zijn de samenkomsten gericht op daar waar ik voor kwam, Rouw.
Met 7 andere deelnemers (de groep was in 2en verdeeld) volgde ik de pijlen naar de daarvoor bestemde ruimte, alwaar ik in een kring van 1,5 meter afstand van de ander zitten ging.

Je kunt je voorstellen dat wanneer je verteld waarom je komt, de naam of namen noemt waarover je rouwt, het moeilijk is je tranen binnen te houden.
Mijn God, ik heb dan geen behoefte aan mooie woorden of bijbelteksten, hoe waar ook!
Een arm om mijn schouder is op dat moment het enige waar mijn gepijnigde ziel naar hunkert, om schreeuwt, ja bijna om smeekt!
Helender dan 10000 woorden, genezender dan 10000 bijbelteksten, troostender dan 10000 berichtjes: ‘ik bid voor je hoor!’ 
Gezien worden in je verdriet, mee huilen, gewoon dichtbij, dat is de enige vraag van mijn zoute tranen.

Nog meer dan eerder heb ik in de afgelopen dagen ontdekt dat rouwen om de levenden die geregeerd door angst voor de dood afstand houden, mijn grootst verdriet is.
In dit geval angst voor een onzichtbare vijand, waarvoor in de strijd deze buiten te houden, iedere menselijkheid opgeofferd 
is op het altaar ‘jij bent medeverantwoordelijk voor mijn gezondheid’

Ik kwam in de hoop en verwachting gezien te worden in mijn rouw om de dood van geliefden.
Angst voor de dood en het bestrijden van die dood heeft de maatschappij blind gemaakt, voor de rouwenden die in deze tijd of in het verleden iemand aan de dood verloren.
De hulpvraag van de op veilige afstand levende rouwende, is in het zoute tranen natte mondkapje gesmoord en gedood.
Wanneer ik doodga aan Corona moet er een contactonderzoek komen en gaat iedereen in mijn omgeving bijna dood van paniek.
Stel je voor dat ik de schuld ben aan hun ziekte en dood! 
Wanneer ik zeg dood te gaan van eenzaamheid en verdriet worden de schouders opgehaald; het is nu eenmaal niet anders, we moeten het er maar mee doen.
‘We?’ denk ik dan?
Wie zijn die ‘We?’
‘Jullie/jij  bedoelt/bedoelen  toch niet anders dan dat jullie besloten hebben dat ik het er maar mee moet doen?’

Wat me zeer doet is allereerst de eenzaamheid van de (on)veilige afstand.
Maar mij op afstand houden, betekent veel meer dat diegene zelf ook niet meer aan te raken is en ongenaakbaar geworden is.
De leugen dat dit om veiligheid gaat breekt mijn hart.
Ik heb er nl. niet om gevraagd als potentieel gevaar behandeld te worden.

Dat we dit als kinderen Gods zijn gaan geloven is mijn diepste rouw.

Kortom, ik kwam om te rouwen om de dood  van geliefden.
Maar daar waar de dood zelf heerst lacht die dood je recht in het gezicht uit.
Zo heb ik het althans ervaren…

Alsof er geen kruisdood geweest is zijn we weer terug in het Oude Testament, alwaar we gehoorzaam aan een goddeloze overheid de ratel ‘gevaar gevaar’ ratelen.
Kwam Jezus niet om deze vloek op te heffen?
Was Hij het niet die de melaatse tegemoet trad en aanraakte?
Wat gebeurde er nadat een bloedvloeiende (vervloekte) vrouw hem aanraakte?
De pijn van 12 jaar eenzaamheid werd geheeld in dat ene simpele liefdesgebaar, Jezus draaide zich om!
Hij maakte contact!”

Vrij

Afgelopen week werd ik uitgenodigd op een bijbelstudie groepje.
Omdat ik niemand van hen ken, was ik toch wel een beetje huiverig daar heen te gaan.
Niet omdat ik moeite heb met contact maken, maar omdat ik al zo vaak teleurgesteld ben in vooral christelijke contacten.
Ik hou mezelf daarom voor op m’n hoede te zijn en eerst maar eens de kat uit de boom te kijken.
Ik vertelde mijn schroom aan een vriendin waarop ze zei niet bang te zijn omdat ‘je niet op je mondje gevallen bent.’
Laat dat nou net de echte reden zijn waarom ik op het laatst bijna m’n jas weer aan de kapstok hing.
Ik ben inderdaad niet op m’n mondje gevallen, vooral niet wanneer ik christenen allerlei redeneringen hoor verdedigen die niets met vrije genade te maken hebben.
Ik kan dan op een gegeven moment niet meer zwijgen en weet al bij voorbaat dat me dat niet in dank afgenomen wordt.

Zo ging het ook deze keer.
We lazen een paar gedeeltes uit Rom. 7 en 8, de wet versus genade.

Nu is het zo dat ik jaren geleden op een Bijbelschool leerde wat het betekent de rechtvaardigheid Gods in Christus Jezus te zijn omdat zoals Rom.8:1 zegt, er geen schuld meer is.
Er ontplofte een bom in mij, het gaf eindelijk antwoord op mijn levenlange vraag hoe ik God tevreden stellen moest.
Mij was immers geleerd dat je niet zomaar zeggen kan een kind van God te zijn, daar moet eerst wel het één en ander aan vooraf gaan.
Als kind wist ik instinctief al dat dat een leugen is, maar hoe het dan wel moest kwam ik maar niet achter.

‘Want Hem Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij zouden worden gerechtigheid van God in Hem.’
‭‭2 Korinthe‬ ‭5:21‬ ‭HSV‬‬
https://www.bible.com/1990/2co.5.21.hsv

is een geweldig hulpmiddel geweest me eindelijk vrij te weten.
En inderdaad, eer dat ik me een kind van God kon noemen, is daar heel wat aan vooraf gegaan!
Maar niet iets van mijn kant, het kwam van God Zelf.
Om de straf op mijn zonde en die van de hele wereld weg te nemen, nam Jezus die in Zichzelf op en stierf aan het kruis op Golgotha een meest smadelijke dood.
Gelukkig bleef het daar niet bij,
Zijn opstanding verzegelde mijn redding uit de macht van zonde en schuld.
Deze waarheid veranderde mijn leven.
Ik ben vrij en niets of niemand kan mij nog scheiden van de liefde van God.

Glorie halleluja, Heppy de peppy zou je denken!
Maar juist deze vrijheid is het meest moeilijk aan te nemen.
Ook ik wil nog zo graag zelf wat inbrengen en dan vooral iets erg christelijks en vroom klinkend bv. schuld belijden over een zonde.
Ondanks dat we Rom. 8:1 gelezen hadden, ging het in de groep van afgelopen week ook deze kant op.

Allerlei zondes kwamen voorbij: een fiets stelen omdat je eigen fiets ook gestolen is bv.
Of als je geen geld voor boodschappen hebt is het evengoed zonde dat je een brood steelt.
Inderdaad, dan heb je schuld en is God niet blij!
Pas wanneer je je zonde aan Hem hebt opgebiecht, is het weer goed tussen jou en God!
Toch?
En ja, iedereen knikt en is het ermee eens…

Tijdens zo’n redenatie verbaas ik me erover hoe graag christenen het over zonde en schuld hebben.
Het liefst had ik mijn jas aangetrokken en was naar mijn eigen veilige huisje gegaan, maar stelde op een gegeven moment de vraag: ‘wat is zonde?’

Tja, dat van dat brood stelen, of zoals iemand opperde: ‘wanneer je weet dat die man met mij getrouwd is en jij toch met hem naar bed gaat!Of vind jij dat als je deze zonde gedaan hebt jij dat niet hoeft te belijden?’

Mijn hemel, ik kan wel aan de gang blijven met zonden belijden, want ik doe niet anders dan zondigen.
Alleen al mijn zondige gedachten, hoe ik me bv. zit op te vreten over een in mijn ogen ontzettend onnozel gesprek over allerlei zonden en de braafheid en zelfgenoegzaamheid over het weer met God in orde maken door het belijden daarvan.
Ik kan tevens tot in eeuwigheid blijven dolen in de hof van zelfveroordeling over eigen arrogantie als enige de waarheid in pacht denken te hebben.

Zucht…
Nee, mijn vermeend overspel en de ergernissen in mijn gedachten is niet zonde.
Ik ga niet verloren omdat ik een fiets gestolen heb, of omdat ik met Jan en alleman, (of jouw man) getrouwd of niet getrouwd, naar bed ga.
Ik ben ook niet pas gered wanneer ik al die zonden aan God opbiecht.

Verloren zijn is wanneer ik niet geloof dat Jezus voor ál mijn zonden gestorven is.
Schuld?
Schuld is niet geloven dat alle schuld is weggedaan.
Geen ‘Amen’ zeggen op ‘het is volbracht’ en denken zelf nog wat in te brengen hebben, dát is zonde.

Belijden dat mijn oude mens met Jezus is meegestorven en mijn nieuwe mens met Hem mee opgestaan is, dat alleen is grond voor mijn redding.
Omdat al mijn schuld aan het kruis genageld is, kan en mag ik belijden de gerechtigheid Gods in Christus te zijn!
God is nooit meer boos op mij, Hij kan dat niet eens, door Jezus bloed is het in orde tussen God en mij.

‘Nou, dat is makkelijk!
Dan kun je dus zomaar lekker zondigen!’
Oh ja?
Wanneer ik weet wat het Jezus gekost heeft, zondig ik echt niet goedkoop of ‘zomaar lekker.’
Ik ben immers een nieuwe schepping?

‘Ja maar ik ken iemand die zegt bekeerd te zijn en toch is hij alcohol verslaafd.
Dan moet hij die zonde toch iedere keer belijden?’
En, heeft het voortdurend belijden alweer in de fout te gaan al geholpen?
Is diegene nu bevrijd van deze verslaving?
Het gaat immers nooit lukken zelf deze wet te vervullen?
Alleen wanneer je blijft belijden de gerechtigheid Gods in Christus te zijn, ben je in Hem overwinnaar over ieder andere macht.

‘Ja maar, we kunnen evengoed de Heilige Geest bedroeven en Hij kan van je wijken…’
Inderdaad, wanneer kind van God zijn, én het kruis én nog een beetje van mezelf is, bedroeven we de Heilige Geest.

Omdat de Heilige Geest met mijn geest getuigd dat ik een kind van God ben, kan ik ontzettend verdrietig worden van dit soort gesprekken waarin het net lijkt alsof iets heel heiligs afgepakt wordt.
Hoe komt het dat de boodschap van vrije Genade zo veel weerstand oproept?
Zelf doen is een way of holy life geworden die te vuur en te paard verdedigd lijkt te moeten worden.

Ik bid dat iedere christen beseft door inwoning van de Heilige Geest de Waarheid in pacht te hebben en ophoudt met navelstaren en zoeken naar onbeleden zonden.
Pas dan wordt Christus in ons verheerlijkt, wanneer belijden danken wordt een gered kind van Vader te zijn!
Ondanks alles wat mis gaat!
Volgens mij wordt het dan ook veel leuker op Bijbelstudie…

Een gat in mijn hart.

Omdat ik me ziek voel van rouw ben ik vorige week om hulp naar de huisarts gegaan.
Een ernstig fietsongeluk is me niet in de koude kleren gaan zitten.
Gevolgd door het overlijden van een heel dierbare vriend en vlak daarna het overlijden van mijn vader heeft mijn bestaan behoorlijk doen schudden.

De tijd waarin we leven is daarbij een grote min factor in het verwerken van zo veel leed.
Al toen ik weken thuis zat en huilde van de lichamelijke pijn, ontdekte ik hoe onbarmhartig Social Distancing is.
Maar toen leefden zowel mijn goede vriend en mijn vader tenminste nog.
Des te meer ervaar ik nu de hardheid van de ‘samen krijgen we het virus eronder’ maatschappij.

Wat vóór corona goede vrienden waren zijn bijna geen vrienden meer, of zelfs helemaal niet.
Terwijl een half invalide vriendin nooit toestond dat ik mijn eigen kopje naar de keuken bracht, heeft diezelfde kop waarop een papieren zakdoekje op het schoteltje lag, me nu een vriendschap gekost.
Dat werd ineens gezien als respectloos en de coronaregels aan mijn laars lappen.
Vrienden die bij ziekte en vooral rouw je vóór corona op zouden zoeken, (tenminste daar ging ik toen vanuit) zeggen nu je ‘met plezier op afstand te houden.’
Het is niet fijn zoveel verlies en daarom bidden ze voor me, schrijft men over de Whatsapp.

Zoals gezegd, ik ben ziek van verdriet maar ook van het alleen gelaten worden in dat verdriet.

Deze middag had ik een eerste afspraak voor rouwverwerking met een GGZ praktijkondersteuner.
Het is op niks uitgelopen omdat het eerst en vooral ging over de voor mij op te volgen noodzakelijke veilige afstand regels.
Maar in hemelsnaam, hoe kun je met iemand een echt gesprek voeren met een half bedekt gezicht?
Hoe kun je praten zonder dat we elkaars mond zien bewegen en zonder dat we elkaars gezichtsuitdrukking kunnen zien?
Het voelde als hoe een vrouw zich voelen moet wanneer ze gemuilkorfd een kind ligt te baren.
Terwijl puffen de belangrijkste oefening op zwangerschapsgymnastiek is, word je tijdens het baren verplicht de mond gesnoerd, anders helpt men je niet eens.

Ik vertelde daarom dat ik onmogelijk praten kan met een mondkapje op mijn gezicht.

Het bekende verhaal: ik wilde toch niet op mijn geweten hebben dat die ander door mijn toedoen dood zou kunnen gaan.
Ik zei dat wanneer ik ziek zou zijn, ik dat aan niemand zou vertellen, omdat ik er dan liever zelf voor kies alleen te zijn.
Ik zou het nl. veel erger vinden alleen gelaten te worden.
Maar…wist ik wel dat ik dan dood creperen zou?

Ik vertelde dat ik zonder Corona nu al door Corona crepeer van verdriet en alleen gelaten worden, terwijl ik juist zo snak naar af en toe een arm om me heen.
Ze haalde haar schouders op en zei dat het nu eenmaal de regels zijn waaraan ik en zij niets veranderen kunnen.
‘Maar dat is niet waar’ antwoordde ik ‘u kunt er wel iets aan veranderen!’
‘Hoe dan?’
‘Door op te staan en mee te doen met andere hulpverleners die zijn gaan vertellen dat er ook een andere kant is.
‘Welke andere kant?’
‘Dat mensen dood gaan aan de eenzaamheid van deze ongenadige tijd.
Dat anderen en ik creperen aan de gevolgen van Social Distancing.

Vanuit haar koude ogen straalde geen enkele compassie en onaangedaan haalde ze nogmaals haar schouders op, ‘het is nu eenmaal zo’

Ik wil niet zeggen dat er nooit meer iemand is die me eens even hartelijk vastpakt, gewoon omdat mijn verdriet gezien wordt.
Maar dat is sporadisch. Een reactie als boven beschreven is in de afgelopen maanden ‘gewoon’ geworden, het nieuwe normaal.

Ik rouw om de lichamelijke klachten nav een ongeluk, ik rouw om de dood van een goede vriend en om het overlijden van mijn vader en de familie conflicten daar omheen.
Maar waarom het moeilijk verwerken is, ervaar ik als de grootste pijn en dat is het alleen gelaten worden door vrienden, of liever gezegd broers en zussen waarmee je eens de meest intieme gebedsmomenten deelde.
Familie van Jezus, waarbij het normaal was elkaar de handen op te leggen en in de naam van Jezus te zegenen. Kerkmensen waarmee je Bijbelstudie deed, waarmee je praatte over het geweldige wonder van het kruis, maar waar nu alleen nog gepraat kan worden over hoe we zelf Corona onder controle krijgen. En dat dan vooral op veilige afstand coronaproof.
Op dezelfde veilige afstand bid men voor me.
Maar waar ik zo’n behoefte aan heb is niet voor, maar met me bidden.
Ik geloof nl. dat dat is wat God bedoelde met ‘het is niet goed dat de mens alleen is…’

Er zit een gat in mijn hart en dat gat wordt iedere keer groter wanneer het gesprek hierover aangaan stuk loopt op de muur van ‘het is nu eenmaal even zo.’
Even?
Voor mij is dat al een eeuwigheid van verloren tijd.
Maanden van zeer en rouw, waarin ik steeds meer de neiging krijg mezelf terug te trekken om maar niet dood te lopen in het doolhof van de steeds strakker opgelegde regels.
Gehoorzaam opgevolgd brengen ze evengoed levensbedreigende schade toe.
Maar ja, dat is nu eenmaal ‘het nieuwe normaal.’

Lampionnetjes optocht.

Het is absoluut geen verdienste van mijn kant, maar een groot kado, van kleins af aan bezig te zijn met Jezus’ wederkomst.
Ik wilde er alles over weten, maar moest het vooral hebben van mijn (heilige)verbeelding en de weinige platen daarover.
Mij werd alleen maar verteld dat ik me bekeren moest, maar hoe, daar kwam ik maar niet achter.
Het had voor mijn kinderlijk brein in ieder geval niets te maken met hoe het mij voorgesteld werd als dat een bekeerd meisje geen broek aantrekt.
Ook niet met het zondagse hoedje of het feit dat we geen tv, hadden, iets wat al helemáál t(en) v(erderve was.

Ik mocht op zondag niet handwerken, ook daar hing meteen een oordeel aan vast, want; een zondags-steek houdt geen week.
Alsof de rokjes en jurkjes op zondag genaaid je door de week in je onderbroek zouden laten staan, omdat zo opeens de goddeloze zondags-steken los scheurden.

Buiten dat ik graag hoedjes draag, wist ik vanbinnen wel dat mijn mooie rokjes, jurkjes en hoedjes voor naar de kerk niks met bekering te maken hadden.

Maar wat verlangde ik er naar bekeerd te zijn!
Daarbij fantaseerde en droomde ik veel over Jezus wederkomst.
Niet op de manier van; als je op dat moment voor de tv zat of in een bar of de bioscoop, dan was je onherroepelijk verloren…
Veel meer zoals een kind een buik vol gezonde spanning heeft wanneer het op schoolreisje gaat, zo zag ik uit naar die vol mysteries omsluierde dag.

Één van de feestelijkheden waarbij ik me daarom inbeelde dat dat speciaal was ingelast om Jezus’ terugkomst te vieren was de lampionnetjes optocht.
Vandaar dat ik zo trots als een pauw mijn lampionnetje droeg, enkel en alleen voor de Here Jezus!

Of wanneer op koninginnedag de drumband door Urk marcheerde hostte ik er achteraan, vol verwachting en hoop dat we dat enkel en alleen maar deden om de Here Jezus welkom te heten.
In ieder geval was dat voor mezelf de enige reden waarom ik uitgelaten mee rende en niets wilde missen.

In gedachten loop ik daar weer, alleen maar ter ere van Hem, het Lam op de troon, mijn Verlosser en allerbeste Vriend.
Door het frêle vouwpapier van mijn doorzichtig en op de adem van de Geest dansend lampionnetje heen, schijnt mijn lieflijk flakkerend vlammetje alle kleuren van de regenboog.
Maar oh nee, net op dat moment scheuren de naden van mijn jurkje los en voor het oog van heel het dorp sta ik in mijn ondergoed.
Meteen weet iedereen hoe goddeloos ik ben want het kan niet anders, mijn jurkje is een zondags-steken jurkje…

Ach, ik geloof dat Jezus verschrikkelijk zal moeten lachen!
Hij zal mijn hand in die van Zijn voorvader David leggen en samen dansen we voor de Ark des Verbonds, schaamteloos en van geen schuld bewust.
Mijn lampionnetje zal verbleken in het schitterend licht van de Genadetroon, maar mijn trotse bruidegom zal het aannemen als het meest kostbare liefdesoffer ooit aan Hem gegeven.

Kom Here Jezus kom…

Het teken van het beest.

Af en toe ga ik in ons dorp bij bakker Tijsterman een kopje koffie drinken.
Zo ook vanmiddag.
Het personeel droeg een mondkap en één van hen kwam met een lijst in de hand vragen of ik me al aangemeld en geregistreerd had.
Ik zei dat ik dat niet gedaan had omdat het nl. niet verplicht is.
Het meisje zei dat ze me dat ik dan niets bestellen mocht.
Rustig vertelde ik haar dat ze dan zelf in overtreding is, omdat ze niemand mag dwingen die lijst in te vullen en ze me wettelijk gezien ook niet weigeren mag te bedienen.

Het is volgens mij een ingestudeerd zinnetje geworden; ‘ik ga hierover niet met u in discussie’.
Ik zei; ‘dan blijf ik hier gewoon een tijdje zitten’, waarna er vervolgens net gedaan werd alsof ik niet bestond.

Dit gebeuren staat niet op zichzelf, het is aan de orde van de dag zo behandelt te worden wanneer je iets anders dan de mainstream in het leven staat.
Toen ik naar huis liep bedacht ik me hoe Joden zich gevoeld moeten hebben in de vooravond van en tijdens W.O.2
Het was een heel andere setting, en er zullen er zijn die het schandalig vinden deze vergelijking te trekken.
Over het algemeen vindt men dat je je gewoon aan de regels houden moet waarom het principe steeds hetzelfde is;
Op grond van wat dan ook eigent iemand anders zich het recht toe je buiten te sluiten.

Het meest schokkende aan dit voorval vind ik wel dat het een voorbereiding is tot het ontvangen van het teken van het beest.
In heel veel winkels mag alleen nog met pin betaald worden, bij bakkerij Tijsterman wordt je zonder registratie niet bediend.

Het is nog maar een half jaar geleden dat de apotheek mijn medicijnen weigerde omdat ik alleen kontant betalen kon.
Toen ik met sommigen deelde dat ik het zag als een voorproefje op het niet meer kunnen kopen of verkopen wanneer je het teken van het beest weigert te ontvangen, werd ik ietwat meewarig bekeken.

Vooral dat verbaasd me zo.
Je ziet het om je heen gebeuren, het overkomt jezelf, het Jeugdjournaal bericht onze kinderen openlijk over een spannend chipje in je lijf en in allerlei documentaires op internet waarschuwen verontruste artsen van over heel de wereld voor het nieuwe vaccin.
En toch vindt het overgrote deel voor wie de Bijbel het belangrijkste boek van de wereld is, het overdreven en hysterisch te geloven wat de Bijbel zegt over het teken van het beest.
in ieder geval niet iets waarvan de eerste voorbodes zich al aankondigen.

Ik geloof het zelf blindelings.
Niet omdat ik het nu al een paar keer persoonlijk ervaren heb, maar omdat wat ik ervaar, de waarschuwing uit Gods Woord bevestigd: zonder het teken van het beest kun je niet meer kopen of verkopen.
Ik geloof het ook omdat Jezus ons waarschuwt voor de haat uit de hel tegen Zijn uitverkorenen.
Het zal Satan worst wezen hoe hij misleiden kan, of dat nu door geloof of ongeloof is.
Ongeloof heeft lauwheid en blindheid voor de misleiding tot gevolg.
Geloof en oplettendheid voor de tekenen van de tijd betekent stille en steeds meer openlijke vervolging, smaad en buitensluiting.
En ook dat heeft de Heer ons voorspelt.

Ik bid mijn Heer het hoofd omhoog te heffen naar de hemel, van waaruit ik Hem verwacht om mij tot zich te trekken.
Wat een dag van lachen zal dat zijn…

Aanvulling 5-10-2020

Ik heb Tijsterman een klachten mail gestuurd. Vanmorgen kreeg ik een excuus mail omdat ze erg geschrokken zijn van deze gang van zaken.
Het personeel moet vragen of je je registreren wilt, maar omdat het niet verplicht is mogen ze je niet weigeren te bedienen.

Contactloos contact

Ik ben verdrietig, want ik ben naar de kerk geweest.
Normaal gesproken zong ik op zondag altijd: ‘kom ga met ons en doe als wij,’ maar het ‘wij’ en samenkomst is sinds een paar maanden vooral ‘ik’ en ‘éénkomst’

Omdat ik met iemand mee reed die me voor de kerk afzette om daarna zelf een plekje voor zijn auto te zoeken, wachtte ik buiten in de rij tot de deuren open gingen en we er in mochten.
Op zich is een rij mensen voor de kerk iets om blij van te worden.
Maar dan heb ik het over een rij opgewonden mensen zoals vorig jaar toen Bobby Schuller in Leiden was.
Ik hoefde toen nog niet op straat de met rood-wit beplakt afgebakende 1,5 meter te zoeken.
Ook hield niemand angstvallig in de gaten of ik me wel aan de verbodsregel hield de grens van mijn eigen toegestane 1,5 meter te overschrijden.
Er ging ook geen toestemmings- signaal af, pas een vak op te schuiven wanneer degenen voor me dat ook gedaan hadden.
Tja, dat waren nog eens tijden, die kinderlijke spanning van ‘er staat iets bijzonders te gebeuren, en ik ben erbij!’ gewoon met de meest dichtbijzijnde mensen om me heen te delen.

Vanmorgen ging het anders; eenmaal hinkelend alle vakken doorlopen te hebben, in de hal aangekomen werd me tegelijk belet een stap verder dan toegestaan te doen.
Nee, eerst moest aan verschillende loketten verantwoording over mijn aanwezigheid worden afgelegd.
Stond mijn naam wel op de lijst?
Hoeste ik niet?
Niesde ik niet?
Nog net niet kreeg ik het temperatuur pistool op m’n voorhoofd gericht.
En oh ramp, mijn naam stond niet op de lijst!
Ik mocht niet naar binnen…

Het is dat ondertussen mijn reisgenoot binnenkwam, anders had ik rechtsomkeerd gemaakt.

Maar eenmaal alle barricades overwonnen te hebben, werden we naar een 1,5 meter veiligheidsvak geleid, waarna we als niet tot één huishouding behorend, toch verboden naast elkaar gingen zitten.
Als ze dat geweten hadden…!

Alhoewel ik wilde schreeuwen; ‘is dit de kerk van vandaag, ongastvrijheid noemen we veiligheid, gemeenschap is vandaag het grootste kwaad, is Jezus dan voor niets gestorven?’ hiel ik me in.
Maar oh, wat voelde ik een zeer om de kerk.

Ik besloot te genieten van het gebouw op zich, een prachtige kerk in Renaissance stijl.

De preek ging over de vraag van de Farizeeën aan Jezus: ‘van wie komt uw bevoegdheid eigenlijk?’
De dominee nam daarbij zelf de bevoegdheid zich op een popiejopie manier uit te spreken over #ikdoenietmeermee.
Op denigrerende manier vertelde hij dat in ieder geval de bankrekeningen van de influencers achter deze hastag, deze week flink gespekt waren.
Als klap op de vuurpijl zorgde de achternaam van de vermeend bedenker achter #ikdoenietmeermee, ‘Engel’ ervoor dat de dominee de lachers op zijn hand had.

Waarom schrijnt dit zo bij mij?
Omdat ik steeds meer ervaar dat wat een paar maanden geleden nog normaal was, nu ineens een heel andere invulling of andersom betekenis heeft.
Neem het woord; ‘geweten.’
Steeds wanneer ik met iemand deel hoeveel pijn de gesloten kerkdeuren me doen, krijg ik als antwoord; ‘maar je wilt toch niet op je geweten hebben dat jij een ander besmet?’

Besmet?
Hoezo?
Ik wil vooral niet op mijn geweten hebben dat ik een met dood door de zonde besmet iemand het goede nieuws van Jezus kruisdood onthouden heb!
Ik wil ook niet op mijn geweten hebben dat ik in opdracht van Jezus een zieke niet de handen opleg.
Evenmin wil ik niet mijn geweten belasten met de leugen dat het voor eigen bestwil is ouderen in een bedompt kamertje op te sluiten.

Nog zo één;
‘Verantwoordelijkheid ten opzichte van de ander.’
Jarenlang is ons door de strot geduwd zelf verantwoordelijk voor je eigen omstandigheden en geluk te zijn, nu ineens word ik verantwoordelijk gehouden voor de gezondheid van een ander.
Of nog erger; ‘wanneer jij je niet verantwoordelijk genoeg gedraagt, is het jou schuld dat een ander dood gaat aan corona!’
Maar het is toch vooral mijn verantwoordelijk de schat die ik van Jezus ontvangen heb, met ieder andere dolende ziel te delen?

Ik lijd aan dit zeer, deze eenzaamheid, deze omdraaing van waardevolle betekenis voor de ander en voor mezelf zijn.
Het is als de misleiding in het paradijs, een leugen die precies op de waarheid lijkt.

Waar ik tevens aan lijd is acceptatie van: ‘er zijn zijn nu eenmaal mensen die meer last van de maatregelen hebben dan ‘wij’
Duizenden anderen en ik, zijn een soort van nu eenmaal niet te voorkomen bijkomende schade waar opeens niemand anders dan ik zelf verantwoordelijk voor is.

Meer dan een half jaar geleden is waar wat Jezus zegt: ‘de liefde zal verkillen.’

Maar ook dat kun je opvatten als onverantwoordelijke liefdelosheid er niet om te geven een ander te besmetten.
Tja, het is waarschijnlijk maar net onder wiens bevoegdheid je deze woorden in de mond neemt…

Eredivisie

De KNVB, vreest een doemcenario voor de voetbalsport.
Als gevolg van de crisis constateert de directeur dat het ‘sociale element” en „geluksgevoel” na het stilleggen van de sport een flinke knauw gekregen heeft.
De kas raakt leeg en omdat er al een half jaar geen wedstrijden zijn gespeeld is het niveau van de spelers gedaald.
Ondanks dat er sinds kort weer in de eredivisie gespeeld mag worden is men daarom bang dat supporters aan hun vrije (zon)dag gewend zijn geraakt en inmiddels een andere vrijetijdsbesteding hebben gezocht.

Zondag is ook de dag waarop in allerlei torentjes via klokgelui het volk opgeroepen wordt ter kerke te gaan.
Maar nog eer in de voetbal het spel gestaakt werd, sloot de kerk haar deuren toe.
Terwijl de klokken nog wel luiden stond de dominee, in de hoop dat men zich thuis op tijd voor het schermpje geinstaleerd had, voor een lege kerk te preken.

Maar er mag weer gevoetbald worden, dus mogen we van Mark, Hugo en Ferdinand ook weer naar de kerk!
Zij het dat er alleen een plekje gereserveerd wordt wanneer er niet gelogen wordt over een verkoudheidje, het toegangspoortje bij een graadje hoger geen alarmbellen rinkelen laat, we strikt de pijlen volgen en de aanwijzingen van kerkboa’s zwijgend gehoorzamen, we mogen weer naar de kerk!

Ondanks dat maakt men zich net zoals in de voetbal, zorgen over het feit waarom de anderhalf meter uit elkaar gezette stoelen leeg blijven.
In allerlei artikelen vraagt men zich af wat daar de oorzaak van is en wordt het plan geopperd wegblijvers persoonlijk naar de reden van hun voorheen warmgehouden en nu lege stoel te vragen.

Op zich is dat natuurlijk een nobel streven, je afwezige broers en zussen thuis op zoeken om er achter te komen waarom de kerk leeg blijft.
Persoonlijk word ik er nogal cynisch van…
Want waar was de kerk zelf het afgelopen half jaar?
Waar was de dominee toen in de huizen van eenzamen de stoelen leeg bleven?
Waar was hij/zij toen in ziekenhuizen mensen alleen dood gingen?
Waar was de kerk toen ouden van dagen maandenlang achter hun eigen deuren zaten opgesloten?
Wat deed de kerk met de voorschriften van Jezus over ziekte, samenkomen en gemeenschap, Avondmaal, dopen en lofprijzing?
Was de kerk allert op de tekenen van de tijd en op Jezus vele waarschuwingen en bemoediging niet bang te zijn?

Op de vraag (via mail of telefoon): ‘is Jezus dan voor niets gestorven?’ komt steevast het antwoord: ‘ja maar, corona’
Stikeenzaam klagen over je in de steek gelaten te voelen, juist nu je die kerk zo nodig hebt, wordt beantwoord met: ‘We bidden voor je.’
Een van de voorgangers, zelf regelmatig familiekiekjes en vakantiefoto’s op social media delend, schreef: ‘de ene groep heeft het wat moeilijker dan de andere. Dat is nu eenmaal zo…’

Ik hoor bij die ‘sommigen’ die het met de wereld van nu wat moeilijker dan die dominee heeft, vooral omdat ik nogal wat verlies en rouw te verwerken heb de laatste tijd.
Maar samen met al die andere sommigen ben ik niet meer als Collateral Damage.
Iemand appte nadat ik vertelde van mijn verlies: ‘niet fijn voor je, ik bid voor je.’
Niet fijn nee…
Wat een armoe in de familie van God.

Zelf onderzoeken en vragen stellen betekent in de wereld onherroepelijk het stempel: ‘complotdenker’ opgeplakt krijgen.
Is dat in de kerk anders?
Nee, helemaal niet, wanneer je aanmoedigt de profetieën en Openbaring erop na te slaan ben je ook in de kerk een ‘complotdenker, en legt men je met de tekst dat we de overheid toch gehoorzamen moeten het het zwijgen op.

Wel, ik draag met trots de titel ‘complotdenker.’
Waarom?
Omdat de kerk herinneren aan de voorschriften en beloftes van Jezus, de dood en opstanding van onze Heer en Heiland verkondigen is.
Niets meer en niets minder!
Ik deel deze eretitel met de eerste volgelingen van Jezus.
Toen zij in Jeruzalem de opstanding van hun gekruisigde Heer verkondigden, werd hun na geseling door de overheid en kerk, verboden daarover te spreken.
Maar hun hart was vol van de heerlijke boodschap, dus liep hun mond over!
De kerk beschuldigde hen vervolgens voor het bedenken van allerlei valse complottheorieën…

Inderdaad, als complotdenker’, speel ik trots mijn balletje in de eredivisie van Het Lam.
Maar vaak met tranen van intens verdriet over mijn wangen.
Soms bijna de wanhoop en radeloosheid nabij om het tevergeefs roepen Gods Woord erop na te slaan en zelf onderzoek te doen naar wat er vandaag in de wereld speelt.
Pijn van verdriet om het in de steek gelaten worden door broers en zussen die stiekem ook ‘complotdenkers’ zijn maar uit angst hun mond maar houden…

Temidden van de gesprekken die vaak alleen nog over corona gaan, het kruis omhoog houden, is in een samenleving die het nieuwe normaal als de normaalste zaak van de wereld omarmt, een eenzame positie.
Daar is nog weinig ‘samen’ in te beleven.
En dat doet pijn, heel erg pijn…

Maar heeft Jezus ook dat niet al voorzegd?
‘Alles wat krom is zal recht gepraat worden, wat recht is zal krom gepraat worden.
Ze zullen u in de synagoge opbrengen waar u verantwoording geëist wordt over het uitspreken van Mijn Naam.’
Dat gebeurde; de directe getuigen van Jezus dood en opstanding werden als complotdenkers vervolgd en gedood.
Paulus kreeg het aan de stok met de godsdienstleraars uit zijn eigen volk, hem werd het zwijgen opgelegd, hij werd buitengeworpen en moest vluchten voor zijn leven.
Het is dus altijd al zo geweest.

Bang voor wat er in de wereld gebeurt moedigt Jezus aan;
‘wanneer je deze dingen ziet gebeuren, hef je hoofd dan omhoog, Ik kom je spoedig halen!
Wie overwint zal bekleed worden met witte kleren en Ik zal zijn naam beslist niet uitwissen uit het boek des levens, maar ik zal zijn naam belijden voor Mijn Vader en voor Zijn engelen.

Here Jezus, bekeer de kerk!
Here Jezus, kom spoedig!

Getrouwd

Vooral wanneer het nieuw gevonden huwelijksgeluk na eerder verlies weergeeft, brengen foto’s van een bruiloft een glimlach op het gezicht.
Tenminste, dit was tot voor kort nog het geval…
Vandaag heerst alleen nog verwarring, boosheid, verontwaardiging en woede over trouwfoto’s.
In een op tv uitgezonden debat stelt de Tweede Kamer vragen over deze in iedere krant gepubliceerde foto’s, van het bruidspaar wordt vergelding geëist, de bruidegom wordt gefileerd en biedt huilend van schaamte zijn excuses aan, waarna hij zijn verdere leven zal moeten laten zien dat hij toch echt en echt wel te vertrouwen is…

Over wat voor soort bruiloft foto’s gaat het hier eigenlijk, een stiekem opgenomen drankfestijn, orgie of groepsverkrachting?
Welk verschrikkelijk vergrijp of geheim is op deze afbeeldingen bloot gelegd?

Wel, Grapperhaus, de ontwerper van de 1,5 meter samenleving en daarmee verantwoordelijk voor de handhaving daarvan, heeft op zijn eigen trouwfeest ieder hem zelf vervaardigd gebod met voeten getreden.
De foto’s laten zien dat het inmiddels ook voor Grapperhaus onmogelijk gebleken is nog van ‘samen’ te spreken wanneer de 1,5 meter afstand strikt wordt opgevolgd.
Met zijn geliefden dicht op elkaar geplakt, lachte hij vrolijk naar het vogeltje, schudde felicitatie handen en als klap op de vuurpijl waagde hij het zelfs zijn eigen schoonmoeder op de wangen te kussen!
De pers smult ervan en terecht of onterecht, men is boos.
Temeer omdat deze zelfde Grapperhaus voor feest vieren, handen schudden en wangen zoenen, forse bekeuringen uitdeelde aan het gewone volk.

Maar eerlijk, is dit het echte probleem?
Hoe heeft het zo ver kunnen komen dat het nieuws van vandaag de dag gevuld is met talloze vermeldingen van overtredingen en boetes voor normaal menselijk gedrag zoals elkaar aanraken?
Nou daarom; omdat het coronavirus ‘heerst.’
Om die reden hebben we onszelf en elkaar verbannen tot de veiligheid van onze eigen 1,5 meter net zoals vroeger de melaatse uit de samenleving verbannen werd.
Toen had de melaatse een ratel en was bij naderend gevaar van nabijheid verplicht ‘onrein, onrein’ te roepen, nu hebben we een digitale pieper die automatisch waarschuwt voor naderend onheil van aanraken, handen schudden en kussen.

Het Paradijs had geen enkel alarm, zelfs niet om de naaktheid van Adam en Eva.
Er heerste volmaakte vrolijkheid en plezier tussen God en mens.
Maar Satan heeft een bloedhekel aan plezier en gooide roet in het eten door de mens te misleiden God te wantrouwen.
Adam en Eva zetten hun tanden in de verboden vrucht en van toen af besmet met het zondevirus aten ze de hele schepping onder het oordeel van de zonde.
Of dat nou in je blootje is of dik aangekleed, met het zondevirus kwam er schuld en schaamte over frank en vrij plezier maken.
Aanraken, zoenen en seks verloren hun onbevangen spontaniteit aan achterdocht, argwaan en beschuldiging.
Het 100% dodelijk zondevirus verwijderde ons onoverbrugbaar van God en elkaar.
Gelukkig heeft God het niet zo gelaten, Hij ontwikkelde een geweldig vaccinatieprogramma.
Voor iedereen die zich laat injecteren met het reinigend bloed van Jezus is het weer mogelijk vrije omgang met God te hebben.

Satans’ beste kunstje is de mens te misleiden tot blindheid voor het enig echte probleem; zonde.
Deze misleiding zie je o.a. in de berichtgeving rond Grapperhaus’ overtreding van zijn eigen bedachte 1,5 meter maatschappij.
Niet het kussen van wie ook maakt ons ziek, we zijn zonder uitzondering al vanaf onze geboorte ziek en dodelijk besmet met het zondevirus.

Wat een verspilling van kostbare genadetijd wanneer er Kamervragen gesteld moeten worden over het omhelzen van elkaar.
Het belangrijkste agendapunt op welke vergadering dan ook, zou het reinigend en bevrijdend bloed van Jezus Christus moeten zijn.
Hoe God lief te hebben boven alles en de naaste als onszelf, zou in iedere kamer onderwerp van gesprek moeten zijn.
Wereldwijde nieuwsbulletins zouden gevuld moeten worden zondaren op roepen zich te bekeren tot de God van hemel en aarde.
De kranten zouden bol moeten staan met informatie over het vaccinatie-programma van Jezus, het enige medicijn dat ons beschermd tegen de misleiding van Satan.
Ieder protocol zou gericht moeten zijn de pijlen te volgen naar het bordes op Golgotha, dé plek waar het feest van de bevrijding van schuld en schaamte beginnen kan!

Door eeuwige liefdesbanden aan elkaar vastgeplakt heffen we daar schaamteloos het tot de rand gevulde vreugdeglas op het Lam dat geslacht werd om de zonde van de wereld weg te nemen.
Zonder schaamte en angst gesnapt te worden door boa’s en paparazzi laten we ons op dat bordes door iedereen de wangen broederlijk nat kussen.

Besmetting met een virus is onmogelijk, Jezus heeft elk virus de kroon ontnomen!
Op het feestje bang zijn voor een aantekening in ons strafblad is ook niet nodig, Vader God heeft immers elke aanklacht al aan het kruis genageld?
Angst voor alsnog een dikke boete?
Compleet overbodig; die heeft Jezus allang betaald.
Het is volbracht…

Zere beentjes van de vloer.

Gistermiddag wilde ik een stukje gaan fietsen.
Vlak voor mijn huis liep een oude mevrouw met een rollator, ik schat haar zo rond de 85 jaar.
Omdat ik haar niet wilde hinderen wachtte ik met opstappen en bleef achter haar lopen.
Ze keek een paar keer achterom en ik zei haar: ‘rustig aan mevrouw, ik heb alle tijd.’
Maar het was niet dat ze zich door mij opgejaagd voelde, ze had gewoon behoefte aan een praatje.
Ze hield in en wachtte tot ik naast haar liep.
‘Ik kan er net zo goed niet meer zijn mevrouw,’ zei ze me huilend.
‘Kijk dan’
Ze wees me haar onderbeen.
Ik zag hoe op de dunne doorzichtige huid provisorisch 2 lappen pleisters waren geplakt.

Wat was het geval?
Met tranen in de ogen vertelde ze me zojuist vlak vóór de supermarkt gevallen te zijn en dat niemand haar had opgeraapt.
Nadat ze zelf overeind gekrabbeld was en thuis de pleisters had geplakt ging ze nu naar de dokter.
‘Ik zie dat u vooral heel erg verdrietig bent, klopt dat mevrouw?’ vroeg ik haar.
‘Ik vind er echt niks meer aan, ze laten je zo liggen, want we moeten afstand houden en mogen elkaar niet meer aanraken.
Ik had liever maar gewoon gelijk dood gegaan mevrouw.
Mijn achterkleinzoon is vandaag jarig, maar ik mag niet op visite komen, ik zie niemand meer, zoals de wereld nu is, heb ik nog nooit mee gemaakt.
Wat vind u daar nou van mevrouw?
Vindt u het nog leuk?’

Of ik het nog leuk vind?
Nee, ik vind de wereld helemaal niet meer leuk, ik vind de wereld eng en onveilig.
Iedereen loopt vooral in zijn eigen cocon, en oh wee als je te dichtbij komt.
Wanneer je in de supermarkt iets uit hetzelfde schap als de ander wilt pakken, krijg je boze blikken of de ander stapt demonstratief achteruit.
De vuurspuwende ogen net boven de rand van een zwarte mondkap verraden hoe dit de mensen zijn die met plezier de kliktelefoon zullen bellen wanneer de buren meer dan 6 personen op bezoek hebben.
Voortdurend op m’n hoede trek ik me zelf ongewild ook meer en meer terug in mijn cocon, bang om mijn eigen gedachtes uit te spreken.
Het lijkt soms alsof zelfs dat niet meer mag, zelf denken.
In ieder geval heeft ervaring me de laatste tijd geleerd heel voorzichtig te zijn gedachtes uit te spreken omdat een andere mening dan die van de mainstream vriendschappen kost.
Terwijl ik nou net zo’n behoefte heb de Bijbel erop na te slaan en bemoediging te zoeken in wat de Schrift ons te zeggen heeft over de tijd waarin ik leef, is het met medechristenen ook steeds meer op eieren lopen.

Dus antwoordde ik voorzichtig, want je weet maar nooit of ik haar wel goed begreep; ‘nee mevrouw, ik vind het ook niet echt meer leuk.’
Acht, toen ineens begon de zon te schijnen en m’n hart deed een vreugde sprongetje!
‘Het is dat ik gelovig ben mevrouw,’
Dat zei ze, ‘het is dat ik gelovig ben…’
‘Ik ook, ik geloof ook, ‘antwoordde ik haar, ‘en ik zie er zo naar uit dat de Here Jezus ons op komt halen!’
En toen begon ook voor dit oude zusje de zon te schijnen en deed ook haar hart een vreugde sprongetje.

Één dezer dagen ga ik haar opzoeken en dan gaan we het vast en zeker over onze grote Broer hebben!
Je samen verheugen op wat Hij voor ons in petto heeft is toch veel leuker!

Sifra en Pua

Nadat in het vervloeken van de slang God een Verlosser beloofde, heeft Satan ontelbare pogingen gedaan de geboorte van Jezus te verhinderen.
Vanaf dat hij Kaïn aanzette zijn broer Abel te vermoorden tot aan de kindermoord in Bethlehem lezen we in de Bijbel keer op keer hoe Satan alles in het werk stelde de mens aan hem te onderwerpen om zodoende het reddingsplan van God te dwarsbomen.

Is het niet openlijk dan wel op een sneaky manier het geweten van de mens te sussen en dmv allerlei godsdienstige ijver het verstand te verduisteren.
Alhoewel het heilige volk Israël leefde in de verwachting van de komst van een Messias, was het hun eigen religieus denken dat hen blind maakte in Jezus deze Messias te herkennen.
Terwijl we eeuwen daarna in Kerstliedjes zingen van vreugde over Zijn komst was er geen plaats voor de Zoon van God om Zijn hoofd neer te leggen en wachtte Hem een broedermoord aan het kruis.

Wij leven in de tijd na Jezus glorieuze opstanding uit de dood.
In feite is het net als voor Jezus geboorte iedere dag advent!
Zijn Hemelvaart heeft ons niet als wezen achter gelaten, Hij gaf ons de belofte van vervulling door de Heilige Geest en terugkomst om Zijn Koninkrijk te stichten.
Een Koninkrijk van Vrede en Gerechtigheid zonder einde waarin Satan en zijn trawanten voorgoed buiten geworpen zullen zijn.

Jezus sprak uitvoerig over Zijn wederkomst en de tekenen die daar aan vooraf gaan.
Net als de profeten uit het Oude Testament gaf Hij als laatste aan Johannes een geweldige openbaring, zodat we niet hoeven twijfelen aan Zijn belofte van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.

Maar precies als voor Zijn komst als klein baby’tje, zit ook nu voor Zijn komst als Overwinnaar, Satan niet stil.
Jezus waarschuwde zijn gemeente daar al voor, en moedigt ons aan goed op te letten, de tekenen serieus te nemen en elkaar te bemoedigen met de belofte van Zijn terugkomst.

De Bijbel waarschuwt ons dat Satan rond gaat als een briesende leeuw op zoek naar prooi.
En net als in de tijd voor de geboorte van Jezus het volk Israël verstrikt raakte in een godsdienst die hun het zicht op een Genadig God belette zo heeft Satan de eeuwen na Jezus Hemelvaart de gemeente verleid tot allerlei religieus geneuzel dat niets meer te maken heeft met het Evsngelie van vrije Genade.
Precies zoals Satan door de tempelhoer Izebel Israël de knieën liet buigen voor de Baäl, zo heeft de geest van Izebel de gemeente van nu verleid tot wereldgelijkvormigheid en goed praten van zonde.

De Heer van de kerk klaagt; ‘Zal ik bij mijn komst nog geloof vinden?’
Hij waarschuwt voor vervolging om Zijn Naam en bemoedigt Zijn discipelen in Lukas 12 niet bang te zijn over wat te zeggen wanneer ze voor het gerecht worden gedaagd; de Heilige Geest zal hun te binnen brengen wat ze moeten zeggen.
Het is opmerkelijk dat Jezus als eerste de synagoge noemt als plek waar de vervolgden opgebracht worden…

Wat zegt dat ons vandaag, een tijd waarin als nooit tevoren de gemeente wordt uitgedaagd het Kruis als teken van hoop en redding voor een in radeloosheid dolende mensheid omhoog te houden?
Zoutend zout te zijn in een wereld die ten onder gaat aan het bederf van eigen weerstand en haat tegen een heilig God?
Een ongekende tijd waarin over heel de wereld kerleiders de deuren van het Godshuis dicht hebben gedaan, zonder dat daar openlijke vervolging aan vooraf is gegaan.

Door de eeuwen heen heeft onze God en Vader van de Here Jezus Christus mensen aangewezen recht tegen het door Satans beïnvloede regime in te gaan.
Twee van deze moedige mensen zijn de Hebreeuwse vroedvrouwen Sifra en Pua.
Toen Farao gebood alle pasgeboren jongetjes onder de nakomelingen van Jacob te doden, weigerden ze dit gebod op te volgen.
Waarom waren ze de overheid niet onderdanig?
Omdat ze de God van het verbond met Abraham, Izaäk en Jacob vreesden, de God die uit hun volk een Messias geboren zou laten worden.
Sifra en Pua stonden in wezen op tegen Satan, de moordenaar van de beginne, de duivel die alles in het werk stelde deze geboorte te verhinderen.
En God zegende hen…

Mede dankzij deze gehoorzaamheid van Sifra en Pua aan een Genadig God, is het Satan niet gelukt Gods reddingsplan te verhinderen en leven ook wij nu nog in genadetijd.

Mogen er ook nu Sifra’s en Pua’s opstaan!
Vrouwen en mannen die de duivelse machten de tekenen van Jezus komst te verontachtzamen weerstaan.
Discipelen die weigeren een door angst voor de dood bevangen overheid onderdanig te zijn juist nu hun stem verheffen in de verkondiging van hoop en leven door het bloed van Jezus.
Kinderen van God die beter weten, omdat de Heilige Geest al lang te voren waarschuwde voor afstand, egoïsme, verkilling, haat en verraad zelfs in de kerk.
In vuur en vlam Jezusmensen die anderen aanmoedigen niet in slaap te vallen en de vlam van verwachtend uitzien brandend te houden.
Leiders die de gemeente aanvuren en onderwijzen in een toegewijd en heilig leven aan de God van hemel en aarde.
Coaches die eenzame en kwetsbare mensen de weg naar het kruis wijzen i.p.v. de uitgezette angstpijlen naar de uitgang.
Sifra’s en Pua’s die met het doopwater niet ook het Kind door de afvoer spoelen.
Luide stemmen die uit volle borst zingen:

Joy to the world
Joy to the world
Joy to the world, the Lord is come
Let earth receive her King
Let every heart prepare Him room
And Heaven and nature sing
And Heaven and nature sing
And Heaven, and Heaven, and nature sing

‘Bovendien zei de koning van Egypte tegen de vroedvrouwen van de Hebreeuwse vrouwen, van wie de naam van de een Sifra was en de naam van de ander Pua, hij zei: Als u de Hebreeuwse vrouwen bij het bevallen helpt en u let op de stenen baarstoel, dan moet u, als het een zoon is, hem doden, maar als het een dochter is, mag zij blijven leven. De vroedvrouwen vreesden echter God en deden niet wat de koning van Egypte tot hen gesproken had, maar lieten de jongetjes in leven. Toen riep de koning van Egypte de vroedvrouwen bij zich en zei tegen hen: Waarom hebt u dit gedaan, dat u de jongetjes in leven laat? De vroedvrouwen zeiden tegen de farao: Omdat de Hebreeuwse vrouwen niet zijn zoals de Egyptische vrouwen, want zij zijn sterk. Zij hebben al gebaard, voordat er een vroedvrouw bij hen is aangekomen. Daarom deed God aan de vroedvrouwen goed, en het volk werd talrijk en zeer machtig. En het gebeurde, omdat de vroedvrouwen God vreesden, dat Hij aan hen nakomelingen schonk.’
‭‭Exodus‬ ‭1:15-21‬ ‭HSV‬‬
https://www.bible.com/1990/exo.1.15-21.hsv

‘Wanneer zij u brengen voor de synagogen en voor de overheden en de machthebbers, maakt u niet bezorgd, hoe of wat gij ter verdediging moet spreken. Want de heilige Geest zal u op het eigen ogenblik leren, wat gij zeggen moet.’
‭‭Lucas‬ ‭12:11-12‬ ‭NBG51‬‬
https://www.bible.com/328/luk.12.11-12.nbg51