De Vrolijke Ruil.

In verschillende kerken belegt men op 31 oktober een Hervormings’ of Reformatiedienst, een kerkdienst die in het teken staat van Maarten Luther, die op deze dag in 1517 zijn 95 proteststellingen t.a.v. de Katholieke Kerk op de deur van de Slotkapel van Wittenberg spijkerde.
Als kind ging ik al met mijn ouders mee naar deze dienst, maar begreep er werkelijk niets van!
Ik vroeg me namelijk af wat de zin van zo’n dag was wanneer we evengoed nog aan allerlei regeltjes van de kerk moesten voldoen.
Ik ging naar een Protestantse kerk en school, (er was zelfs geen R.K. school in mijn geboortedorp) en luisterde naar de verhalen over die goddeloze Roomsen, die dachten dat ze met aflaten kopen de hemel konden verdienen.
Mij werd verteld dat Maarten Luther de 95 stellingen schreef omdat hij tegen dat afkopen van zonde, waardoor de kerk schatrijk en de mensen zelf straatarm werden, in opstand kwam.

Wat ik maar niet begreep was waarom het handjevol mensen dat hevig snikkend aan de Heilig Avondmaalstafel zat dan zo besmuikt, maar in mijn kinderlijke ogen toch erg opzichtig, geld onder een geheim kleedje frummelde.
Dat was volgens mij toch precies hetzelfde als de Roomsen deden?
in mijn verstand liep het behoorlijk vast dat me een andere God dan die van de R.K kerk voorgesteld werd die vervolgens wel betaald moest worden voor dat stukje brood en slokje wijn.
Ik kwam weer wat tot rust bij het zingen van het hervorminslied: “Een vaste burcht is onze God, een toevlucht voor de Zijnen.”
Daar had ik meteen een klik mee, de tranen stonden me dikwijls al bij die eerste zinnen
in de ogen.(en ook nu nog)

Pas later, jaren na mijn ‘bekering’ leerde ik op een bijbelschool wat ‘Rechtvaardiging door Geloof’ betekent, dat wat Maarten Luther ‘De vrolijke ruil’ noemde.
Daarmee duidt hij de kracht en de betekenis van Christus lijden en sterven aan, de Zoon van God die in Zijn weg van vernedering en dood een ruilende Zaligmaker is.

Het sloeg in als een bom!
De donderende inslag die dit veroorzaakte, blies in één klap de dikke laag stof, waaronder deze waarheid op de bodem van mijn hart verborgen had gelegen weg.
In een ondeelbaar moment was ik opeens een ander mens geworden, zo voelde het.
Ik wist meteen dat ik nu pas echt vrij was.
Een vrijheid waarvan ik altijd al wist dat het de bedoeling van Christen zijn betekende, maar bedekt bleef onder het stof van schuld en oordeel.

En oh, wat was ik boos!
Want waarom had nooit eerder iemand me dit verteld?
Ik was wel tot geloof gekomen, kwam mijn leven lang al in de kerk, ging naar zondagsschool, catechisatie, allerlei verenigingen en conferenties, en toch wist ik ten diepste niet wat Rechtvaardiging door Geloof betekende.
Altijd was er nog dat knagende schuldgevoel, het eindeloze falen tegenover een heilig God, het nooit goed genoeg zijn en de eeuwige schaamte over wat ik alweer verkeerd had gedaan.
Ik rende rondjes in een ratrace van schuld, schaamte, zonde en schuld belijden tot ik weer terug was bij af waar de volgende schuld zich al weer aandiende.

In aanloop naar Reformatiedag ben ik om eerlijk te zijn nog steeds boos, maar dan anders.
Het is een heilige verontwaardiging over de leugen die veel christenen ook vandaag in de greep houdt van de cirkel schuld, schaamte en oordeel.
En daar, in dat staartje zit nou net het venijn van deze leugen, je voelt je door schuld en zelfoordeel weer eventjes goed en begint vol goede moed de strijd tegen de volgende zonde, maar beleeft nooit echte vrede.
Het valse daarin is dat het geweten gesust wordt met: “ach ja, we blijven nou eenmaal zondaars…” waarmee bedoelt wordt dat we er nu eenmaal niets aan doen kunnen, en dat God dat heus wel begrijpt.
Maar eerlijk, het is toch precies hetzelfde als het afkopen van zonde d.m.v. een aflaat?
De aflaat bestaat dan uit het vrome belijden dat we nu eenmaal zondige mensen zijn, wat niet anders is dan een zonde van eigengerechtigheid.
Alsof door het maar benoemen dat we zondaars zijn en daarom schuldig voor God staan, God wel tot vergeving bewegen zal.
In wezen neem je het niet zo nauw met de zonde, waardoor het steeds benoemen van schuld tot een vroom kunstje nederigheid verwordt, maar in feite hoogmoed en arrogantie is tegenover een heilig God, die de zonde zo serieus nam dat Hij Zijn eigen Zoon als straf daarvoor aan het kruis spijkerde.

Zeg nou zelf, aan het rennen in die ratrace is totaal geen eer te behalen, het put je enorm uit en maakt je geestelijk straatarm.
Moegestreden tegen de zonde en murw geslagen door schuldgevoelens geef je het uiteindelijk op want er lijkt geen ontsnappen aan.
Maar dat is precies de leugen van de bedenker van de ratrace, Satan.
Deze vroom lijkende leugen te geloven betekent dat Jezus voor niets een vreselijke dood gestorven is.
We zeggen het natuurlijk niet hardop, maar leven alsof Jezus’ offer niet genoeg is geweest en Hij speciaal voor mij nog een keer sterven moet.

Is het mogelijk deze eindeloze cirkel te doorbreken?
Het is inderdaad waar, we hebben zelf tégen God en vóór Satan gekozen, maar kunnen er in feite niets aan doen dat we veroordeeld zijn tot de ratrace waaruit op eigen kracht ontsnappen onmogelijk is.
Maar juist deze onmacht is een bevrijdende boodschap, omdat we daarom iemand anders nodig hebben om ons te verlossen, iemand die machtiger is dan de bedenker van de rattenval.
Iemand zonder zonde, Jezus de Zoon van God zelf.
In Zijn vrijwillige kruisdood nam Hij alle schuld op zich, ook die van eigen werken en hoogmoedige eigengerechtigheid.
In Zijn opstanding liet Hij de straf op de zonde, de dood, achter in het graf en stond als Overwinnaar op in een nieuw leven.

Dat is de ‘Vrolijke Ruil waar Maarten Luther het over heeft; mijn schuld op Hem, Zijn gerechtigheid op mij.
Waarachtig belijden wordt dan gelovend uitspreken:’ Heer ik kan het niet zelf, maar Hallelujah Amen, U doet het in mij!
Uw Borgtochtelijk (wat een wonderschoon woord) lijden en sterven heeft me vrijgekocht uit de macht van de zonde waarom ik niet meer hoef te zondigen want ik ben een nieuw schepping!’

Romeinen 8:1 zegt dat er geen schuld meer is, hoe mooi wil je het hebben;
Geen schuld!
Lekker hè; de Vrolijke Ruil…

Een vaste burcht is onze God,
een toevlucht voor de Zijnen!
Al drukt het leed, al dreigt het lot,
Hij doet zijn hulp verschijnen!
De vijand rukt vast aan
met opgestoken vaan;
hij draagt zijn rusting nog
van gruwel en bedrog,
maar zal als kaf verdwijnen!

Geen aardse macht begeren wij,
die gaat welras verloren.
Ons staat de sterke Held ter zij,
dien God ons heeft verkoren.
Vraagt gij zijn naam? Zo weet,
dat Hij de Christus heet,
Gods eengeboren Zoon,
verwinnaar van de troon:
de zeeg is ons beschoren!

Even langs de pomp.

In één van de digitale kranten las ik deze kop boven een artikel over de huidige oorlog in Syrië;
“Het is dringen op het Syrische slagveld: drukste ter wereld.”
Daarna schrijft de journalist: “Hoog tijd voor een overzicht van dit slagveld,” waarna hij een opsomming van de elkaar steunende en/of bestrijdende partijen geeft.

De bron van deze oorlog, zo schrijft hij, ligt in Syrië waar sinds 15 maart 2011 strijd geleverd wordt om…
Ja, om wat eigenlijk?
Om macht en stukjes grond.

In mijn blog wil ik niet zozeer dit conflict uitpluizen, daar wordt al genoeg in allerlei kanalen over gezegd en geschreven.
En toch ook weer niet genoeg, want ondertussen gaat de oorlog en het gewone leventje gewoon door.
Het volgende gesprek gaat bv over het Televisier gala, het komende Songfestival in Rotterdam, talloze sportverslagen, de boeren die optrekken naar Zwolle en nog meer van dit soort al dan niet belangrijk nieuws.

Eerlijk, ik word er onpasselijk van.
In mij groeit een heilige onrust en verontwaardiging bij al dit “nieuws.”
Door bv. in het artikel genoemd “hoog tijd voor een overzicht,” en het woordje “bron” begint er wat te borrelen in mij.
“Wat is hoog tijd?” wil ik dan schreeuwen, en “waar ligt de bron?”
Want ligt de bron bij Assad of Poetin?
Bij Trump of Erdogan?

De bron van al dit wapengekletter ligt toch gewoon in het Paradijs?
Daar waar God voor de mens een volmaakte wereld schiep zonder stikstof probleem, droogte, overstromingen, aardbevingen, orkanen, ziekte, honger en oorlog.
Al die ellende kwam er pas nadat die vuile rotslang, Satan er zich mee ging bemoeien en de mens zijn oor te luisteren legde bij de vijand van God en dus ook van de mens.

Een vraag: wanneer je gelooft dat de dood en opstanding van Jezus Christus het antwoord op al onze vragen is, wat dringt ons als kerk dan vandaag de dag?
Is het geen hoog tijd dat we als wedergeboren kinderen van God een andere boodschap op het slagveld van deze wereld brengen dan wereldleiders, politici journalisten (en kerkleiders?)dat doen?
Niet dat het allemaal onzinnig is waar we synodes en vergaderingen over beleggen, maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat we het vooral erg druk hebben met naar binnen gerichte politiek en het bewaken en veroveren van grenzen zoals de wereld dat ook doet.

Jezus zegt dat we het zout der aarde zijn, de smaakmakers.
Ondertussen graaien en verdelen zichzelf tot god gekroonde mannetjes stukjes grond waarbij ze niets en niemand ontzien.

Maar… wanneer wij het zout van de aarde zijn, verdelen en bevechten ze dat wat helemaal hun eigendom niet is!
Het is van Jezus en als erfgenamen van Gods Koninkrijk dus ook van ons!
Is het dan geen hoog tijd op te staan en te roepen: ‘Hé, hallo, hoor eens even…’ en terug te pakken wat ons geroofd is?
Dringt de boodschap van het kruis ons nog wel de bazuin te blazen voor onze heerlijke Vredevorst, Hij de Koning der Koningen, de Heer van hemel en aarde?

Ik verlang er zó naar dat we stoppen met praten en dat ene nodige doen: aan de voeten van Jezus door de knieën gaan om te luisteren, enkel en alleen nog te luisteren…

Oh, ik bid dat we niet slapen maar waakzaam uitzien wanneer Jezus terug komt om ons op te halen.
Ik bid dat het verlangen naar Zijn komst ons lampje brandende houdt in deze steeds donker wordende wereld.
Ik bid dat we als een stad op de berg zichtbaar zijn om heen te wijzen naar die plek waar Jezus het Licht is dat nooit meer uit gaat.
Ik bid dat we richtingaanwijzers zijn naar het nieuwe Jeruzalem de stad waar het eeuwig vrede zal zijn.
Barmhartige God, ontferm U over ons…

Laat de klok luiden!

Ongeveer vijf jaar geleden was ik in Amsterdam tijdens de GayPride, een feestelijke week die uitmondt in de CanalPride.
Tijdens deze week is onze hoofdstad hét centrum in het verkondigen van het recht op welke sexuele voorkeur ook, behalve pedosexualiteit!
De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik genoot van de uitbundige sfeer en mijn ogen uitkeek bij de veelkleurig uitgedoste Dragqueens.
Ondertussen bekroop mij een gevoel van onbehagen over; ‘is er nog wel een grens?’

We zijn een paar jaar verder.
In die paar jaar ben ik in een wereld verzijld geraakt die te zwart is voor woorden, de wereld van de pedofiel.
Wanneer je zonder daar zelf voor gekozen te hebben in terecht komt, val je van de ene verbijstering in de andere.
Het is een buitengewoon smerige onderwereld die stelselmatig door de bovenwereld ontkent en genegeerd wordt.
Het gevolg van deze ontkenning, de ‘horen, zien en zwijgen’ tactiek, is desastreus, omdat daardoor de omgeving waarin de pedofiel zijn gang kan gaan door de zwijgende omstanders zelf wordt gecreëerd.
Met andere woorden; het ontkennen en negeren zorgt ervoor dat onze kinderen vogelvrij zijn op het jachtgebied van de op roof uitgaande pedo’s.

De maatschappij wil het liever niet weten en justitie en recherche hebben het te druk met eindeloos voortslepend zinloze processen.
Negenennegentig procent van de scholen veegt het onder het tapijt en dwingen de betrokkenen zelfs tot het tekenen van geheimhouding.

Als waarschuwer tegen deze smerigheid en het opkomen voor de slachtoffers daarvan kom je steeds meer alleen te staan.
Een paar jaar geleden zei ik in een groep gelovigen dat het niet meer zo heel lang duurt, dan varen de pedofielen hun eigen boten in de CanalPride.
Ik werd uitgelachen…
Ook wanneer ik het nu wel eens te berde breng heeft men liever dat ik zwijg, ‘want nee zo ver gaat het niet komen.’
Of er wordt gezegd dat wanneer je het uitspreekt je het daarom zelf tevoorschijn roept…

Maar er is niets te lachen alleen maar te huilen; afgelopen zomer heeft de pedoclub, het Kinderbevrijdingsfront
een verzoek gedaan om mee te mogen varen tussen de LHTBI ( lesbische vrouwen (L), homoseksuele mannen (H), biseksuelen (B), transgenders (T) en intersekse personen (I) optocht.
Dat is geweigerd.
Dit weekend heeft deze beweging tijdens een LHBTI evenement in Rotterdam ongehinderd kunnen flyeren…!
Ik ben bang dat de P binnen niet al te lange tijd toegevoegd wordt aan het steeds langere rijtje afkortingen dat onze sexuele vrijheid aangeeft.

Moet ons dat verbazen?
Helemaal niet!
De grens in het schaamteloos uitleven van de zonde is toch allang overschreden?
Wanneer je de moed hebt er wat van te zeggen word je veelal de mond gesnoerd want het gaat toch allemaal om liefde?
Het antwoord is bekend; ‘wie ben jij om de ander jou norm op te leggen over zijn of haar beleving van liefde?
Dat moet iedereen toch voor zich zelf weten?’

Ondertussen zijn we grenzenloos geworden waardoor de pedofiel zijn kans schoon ziet.
De gewone wereld is de omgekeerde wereld geworden, waarin de mens en zijn behoefte centraal staat.

Wat heeft de kerk te zeggen?
Tot mijn verdriet heb ik ervaren dat ook de kerk met zijn mond vol tanden staat.
Toen ik mijn gemeente smeekte om hulp nadat ik erachter kwam dat de wereld van de pedofiel in mijn eigen huis plaats vond, was het antwoord: ‘gij zult niet oordelen’
Terwijl juist de kerk het antwoord heeft op het vraagstuk;’ zonde, schuld, schaamte en oordeel’ zorgt zelfoordeel ervoor dat men zwijgt en degene die dit aankaart de mond snoert met een halve waarheid over oordeel.
Daarmee wast de kerk zijn handen in onschuld en laadt ondertussen een vreselijke schuld op zichzelf.
Dit persoonlijk verhaal staat niet op zichzelf, het is jammer genoeg een algemeen verschijnsel.
De mantel der liefde is tot mijn verdriet een mantel van ongerechtigheid verbloemend vod geworden met als gevolg dat slachtoffers in hun nakie worden buiten gezet.

Wanneer Jezus zegt dat er geen veroordeling meer is, hoe komt het dan dat de kerk niet voorop loopt om de radeloos op drift geraakte zondaren te wijzen op het reddend en volkomen verzoenend offer van Jezus?
De kerk, de plek waar het Licht der wereld schijnt en ons het Licht der wereld noemt zou toch niet toe moeten laten dat de wereld om ons heen steeds donkerder wordt?
Onder het mom van liefde bedrijven gaan mensen verloren door gemeenschap met het pure kwaad en de haat van Satan.
Maar wij als kerk weten de Waarheid.
We hébben de Waarheid!
Die leeft in ons!

Het doet me ontzettend zeer wanneer ik om me heen zie dat niet de kerk de wereld heeft verandert, maar de wereld de kerk in een steeds sneller tempo verandert.

We zijn het zout der aarde, maar hebben we nog kracht?
Kunnen we dit nog keren?
Ja, want we hebben Jezus!
Wanneer we de plek die Hij ons gegeven heeft innemen zullen we een baken van hoop zijn.
Wat is onze plek?
Onze oude mens is in Jezus meegegaan in de dood en in Zijn verrijzenis uit die dood is onze nieuwe mens mee opgestaan.
Dan past ons niet anders dan ook daadwerkelijk op en in de overwinningsplek onze positie in te nemen en te blijven staan daar waar Hij ons heeft neergezet.
Op die plek heeft de zonde geen macht meer over ons, want we zijn schuldvrij verklaard, smetteloos wit en vrij van elke veroordeling!
In die positie durven we op te staan tegen de schaamteloosheid van de leugen over liefde.
Wij weten immers wat echte liefde is?

Het is nu al zo dat slachtoffers van (kinder)misbruik in eindeloos durende verhoren verstrikt raken en zelf als dader worden aangemerkt.
‘Victimblaming’ waardoor men veelal de moed niet meer heeft aangifte te doen
Het is verschrikkelijk om te zien dat de pedolobby steeds meer voet aan de grond krijgt waardoor aangifte doen al helemaal geen zin meer heeft.
Het gaat toch allemaal om liefde?

Lieve mensen, mijn broer en zus in Christus, sta op tegen de lobby uit de hel!
Leg de stem van het zelfoordeel het zwijgen op en schaam je niet langer te spreken over Gods gerechtigheid in Christus.
Dan durven we in Jezus naam de zonde aan te wijzen, niet om te oordelen, maar om te wijzen naar de plek waar de zonde geen recht van spreken meer heeft;
Het kruis op Golgotha…

Oordeelt niet opdat…

Hoe bereiken we de Top?

Mijn vorige blog heeft een vervolg nodig(volgens mij😉)

We leven in een rare tijd, daar is iedereen het denk ik wel over eens.
Wereldwijd volgt de ene crisis de andere op, of dat nu op klimaat, financieel, of politiek gebied is, de wereld is op drift.

Wat ik zelf waarneem is dat er vooral op klimaat en milieu gebied protest marsen worden georganiseerd, met de groten der aarde diverse conferenties worden belegd, processen aangespannen tegen bv.de TT en ga zo maar door.
Hardwerkende boeren worden als grootvervuilers aangepakt waardoor hun voortbestaan en toekomst van het bedrijf niet meer zeker is, aannemers worden bouwstops opgelegd enz enz

Net zoals voor de boeren staat voor iedereen het voortbestaan op de helling.
‘De toekomst van deze aarde staat op het spel, dus moeten we in actie komen.
We kunnen het tij nu nog keren, is het niet voor onszelf dan wel voor ons nageslacht.’
Deze boodschap heeft Greta Thunberg in felle bewoordingen de wereldleiders toegeschreeuwd.

Ik mag haar wel, die Greta!
Dapper dat ze haar mond niet door de al jaren pratende wereldleiders dicht laat snoeren.
Ze durft!

Toch blijf ik met een kater achter omdat we met een kluitje in het riet worden gestuurd, niet alleen door de wereldleiders maar ook door Greta.
Zij en met haar vele andere milieuactivisten, spreken mooie woorden en vechten voor waar ze voor staan, maar is wat ze zeggen de waarheid?
Gaan we echt naar de kloten als we niks doen?
Staat het voortbestaan van de aarde op de helling en is onze toekomst onzekerder dan ooit?
Kunnen we zelf de aarde nog behoeden voor een totale verwoesting?
Zijn we in staat ons zelf te redden?

Ik vroeg me af wat ík zou zeggen wanneer ik op de VN top voor zo’n bordje in het spreekgestoelte zou staan.
Heb ik ze dan echt wat te zeggen?
Iets revolutionairs en wereldverbeterend spectaculairs?

Mijn fantasie sloeg op hol, nou ja, niet zomaar als een losgeslagen paard dat in paniek alle kanten op gallopeert, maar gewoon recht vooruit!

Ik heb nl. het antwoord op alle vragen rondom het klimaat probleem!
Ik durf zelfs te zeggen voor ieder ander probleem ook, klein of groot, het maakt niet uit.
Niet dat ik het zelf op ga lossen met allerlei regels en nieuwe bepalingen, maar ik weet van Iemand die het allang opgelost heeft; Jezus Christus en die gekruisigd,
de Zoon van God, de Schepper van hemel en aarde!

Ik zou de Klimaat Top aanspreken in de naam van die Heer en hen in Jezus naam op willen roepen zich te bekeren tot de God van Abraham, Isaäk en Jacob.
(Is meteen ook het Joods/Palestijns/Arabisch conflict opgelost)
Ik zou hen op het hart drukken dat elke actie de wereld te redden, zonder de Schepper van die wereld als Heer te erkennen zinloos is.

Ik zou hen aan mijn lippen willen laten hangen bij het vertellen over Jezus.
Hoe Hij naar de aarde kwam om ons uit de macht van Satan te bevrijden.
Dat Hij daarmee niet alleen ons, Zijn schepsels gered heeft, maar de complete schepping voor de ondergang heeft behoed.
Ik zou hen willen aanmoedigen de knieën voor alleen Jezus te buigen, eer het te laat is.
Ik zou vertellen hoe Hij de vloek over deze aarde in zichzelf heeft opgenomen en meegenomen in de dood.
Wat zou ik graag willen getuigen van mijn levende en opgestane Jezus’ die bij Zijn terugkomst hemel en aarde nieuw gaat maken.
Schoon en rein, ontdaan van alles waarmee we haar vervuild en uitgebuit hebben.
Omdat Jezus voor elke schuld betaald heeft, zou ik hen in Zijn heerlijke naam vrij willen spreken van elk oordeel over wat dan ook!
Wat zou het mooi zijn om te vertellen dat Jezus niet alleen mooie woorden spreekt maar dat Hij Zelf Het Woord is!

Ik zie het helemaal voor me, hoe Greta en al de anderen zich verootmoedigen voor de gedachte het zonder Jezus zelf wel te kunnen fixen.

Wat een glorie voor de allerhoogste en enige God zou dat zijn.
De hele wereld aan de voeten van Jezus om van Hem te leren wat Vader bedoelde met ‘heerschappij over de schepping!’

Wat een feest, wanneer alle mensen nog maar één naam op de lippen nemen:

Jezus…

Link naar het vorige blog:

Greta Thunberg

Greta Thunberg

Als er deze dagen één naam op miljoenen lippen ligt, is het die van het meisje dat op de klimaattop de VN toesprak; Greta.
Tik op Google alleen maar haar voornaam, en plop, pagina’s vol Greta Thunberg.
Je kunt wel stellen dat ze met haar boodschap de wereld een beetje heeft doen schudden.
Of je het wilt of niet, iedereen heeft een mening over Greta, we haten of bewonderen haar.
Het gaat helemaal niet meer om de boodschap, maar vooral over de persoon; wie is dat meisje, uit welk nest komt ze, welke stoornis heeft ze?
Iemand zei’, omdat we haar boodschap niet kunnen verdragen schieten we de boodschapper af’


Ik ken een soortgelijk waargebeurd verhaal…

Er was eens een man die door zijn neef, Johannes gedoopt wilde worden.
Deze Johannes had de bijnaam de Doper want hij liet veel mensen in de rivier de Jordaan kopje onder gaan.
Omdat God aan iedereen wilde laten weten dat de dopeling niet zomaar iemand was, maar Gods eigen zoon, scheurde hij een groot gat in de wolken om iets belangrijks te kunnen zeggen.
God riep; ‘Dit is mijn geliefde zoon in wie ik een welbehagen heb!’
Dat betekent dat God trots op Jezus is, Jezus is zelfs zijn lievelingetje!
Omdat God vond dat alle mensen dat weten moeten, liet hij een duif uit de hemel op Jezus neer dalen.
Dat is wonderlijk hè?
Een duif gaat nooit zomaar rustig op een mens zitten…
Jezus is dus een héél bijzonder iemand, hij is de allerliefste zoon van God zelf!

Jezus ging een tijdje later naar de plek waar hij vroeger met zijn vader en moeder gewoond had.
In de synagoge, zo noemden ze toen de kerk, mocht hij uit de Bijbel voorlezen.
Hij pakte het boekje van Jesaja, een profeet die honderden jaren daarvoor al aan de mensen beloofd had dat God Jezus sturen zou om hen weer samen met God feest te kunnen laten vieren.
Dat wilden de mensen zelf ook graag en daarom keken ze erg uit naar de geboorte van de Messias, de door God beloofde bevrijder.
Je zou kunnen zeggen dat ze hoopten dat er een keertje een activist als Greta komen zou om dat te doen wat hun zelf maar niet lukte; de wereld een beetje gezelliger en schoner maken.’
Een vredestichter.
En opeens was hij er ook!

Hij las voor wat Jesaja beloofd had over de Messias;

‘De Geest van de Heer is op mij.
Hij heeft mij met zijn Geest gezalfd om goed nieuws te brengen aan nederige mensen.
Hij heeft mij gestuurd om mensen die een gebroken hart hebben, te genezen.
Om gevangenen te vertellen dat ze vrij zijn.
Om mensen die vastzitten, uit hun gevangenis te halen.’
‭‭JESAJA‬ ‭61:1‬ ‭BB‬‬
https://www.bible.com/1276/isa.61.1.bb

Daarna deed Jezus het boekje weer dicht en vertelde dat ze niet langer hoefden te wachten
‘Het gaat in dit boekje over mij, ik ben jullie Messias!’

Er ontstond een opgewonden stemming en de mensen begonnen elkaar blij op de schouder te kloppen.
Waauw, Jezus was de Messias!
Het zou zomaar kunnen, want hij was altijd al een bijzonder kind geweest.
En dat verhaal over zijn doop was ook wel heel speciaal…

Toen opeens zei iemand ‘,maar hij is toch gewoon de zoon van Jozef, de timmerman?’
Het was alsof ze wakker werden uit een droom die te mooi was om waar te kunnen zijn.
‘Ach natuurlijk, wie denkt hij wel wie hij is?
Zei hij nou net nog dat hij de zoon van God is, degene die het tussen ons en God weer in orde maken gaat?
Gaat hij ons ons bevrijden van de vijand?
Genees en bevrijd jezelf man!
Hahaha, we trapten er bijna in, hij is gewoon de zoon van Jozef!’

Het verhaal eindigt dat de mensen waarmee hij als kind vroeger nog belletje trekken speelde, hem van de rotsen te pletter wilden gooien.

Bijzonder toch?
Het toneel verandert niet, alleen de spelers…

Lees ook het vervolg op dit blog:

https://tinyonline.blog/2019/09/25/hoe-bereiken-we-de-top/

Kuikentje onder moeders vleugels.

Net uit het ei kan ik mijn geluk niet op.
Alhoewel het lekker warm was, benauwde mij de duisternis binnen de ronde muren waarin geen hoekje te vinden was waar het licht scheen.
Ik draaide er rondjes in een steeds kleiner kringetje, maar haalde nooit de eindstreep.
Terwijl ik steeds groter groeide, beving me meer en meer de angst daartussen gevangen te blijven zitten, totdat ik op een gegeven moment in de gaten kreeg dat ik mijn eigen snaveltje gebruiken moest om uit te breken, anders zou mijn wiegje tevens mijn doodskistje geworden zijn.

Heerlijk; bevrijd uit het ei mag ik de wereld gaan verkennen, links, recht, vooruit, welke kant zal ik op gaan?
Wel lastig dat Mama me met haar vleugels belet te gaan waar ik dat zelf wil.
Zodra ik ook maar één pootje buiten haar wieken zet, duwt ze me met haar snavel weer onder haar bonte veren, waar ik stiekem wacht op de volgende kans.
Ben ik nou daarvoor uit het ei gekropen?
Ik zit nog steeds in het donker, niet meer in het ei maar nog wel onder moeders vleugels.
Terwijl ik ontdekken wil wat daar buiten te beleven valt, onthoudt ze me angstvallig het plezier en vermaak van de wereld om me heen.


Het is gelukt!
In een onbewaakt ogenblik ben ik er vandoor gegaan!
Joeghee, ik ga lol maken!
Mijn pootjes rennen zo ver mogelijk bij Mama vandaan, zodat ik een beetje voorsprong heb wanneer ze me zoeken gaat.
De zon schijnt net zo warm als onder mama vleugels, dus daar heb ik haar al niet meer voor nodig.
Het gras aan de andere kant smaakt ook veel lekkerder dan dat waaronder ik verstopt was onder Mama.
Nu ik om me heen zie dat de wereld veel groter is dan die paar centimeter onder Mama’s vleugels word ik eerlijk gezegd steeds bozer op haar.
Het is niet eerlijk dat ze me mijn eigen vrijheid misgunde en me helemaal alleen voor zichzelf wilde houden.

Toch wordt de zon wel erg heet hoor!
Nergens in de wijde omtrek zie ik een plekje om me tegen haar brandende hitte te beschermen.
Nergens vind ik schaduw…
Opeens hoor ik in het gras een heel naar geluid naar me toe komen, heel onheilspellend en gemeen, zo klinkt het.
Ik moet eerlijk toegeven dat ik doodsbang ben, en eer ik het in de gaten heb schreeuw ik het uit naar mijn Mama.
Oh, was ze maar hier!
Waarom ben ik zo ver bij haar vandaan gegaan…help help!
Het geluid van onheil komt steeds dichterbij, totdat de wijdopen gesperde bek van een slang de adem in mijn keeltje doet stokken van afschuw en angst.
Zat ik nog maar veilig in het donker onder Mama’s vleugels.
Waren haar wieken maar om me heen om me te beschermen tegen die sissende slang met zijn enge tong!
Kon ik maar schuilen in haar verkoelende schaduw!
Wat ben ik dom geweest!
Waarom voelden haar vleugels als een gevangenis en haar wieken als beknellende overbezorgdheid?
Oh, wat verlang ik er naar te kunnen vluchten naar de warmte en geborgenheid van Mamma’s veren.
Ik zit in de val en kan onmogelijk mezelf redden van deze ondergang.
Piepend en raspend komt er nog een klein geluidje uit mijn keel waarna ik verwacht verslonden te worden…

Maar opeens voel ik iets warms en vertrouwds om me heen fladderen; Mamma’s beschermende veren.
Ik heb haar nog nooit zó boos gezien!
Woedend vertrapt ze met haar poten de vuile kop van de slang waarna ze me luid kakelend tussen haar vleugels zet.
Weer aangekomen in het eigen nest kan ik me niet meer voorstellen dat ik Mama’s veren en wieken als een gevangenis zag.
Ik kruip nog dichter tegen haar moederlijk lijf aan en besef nu pas dat het donker betekent des te dichter bij haar warme hart te zijn.
De schaduw onder haar wieken is juist mijn schild voor de aanvallen van de slang waardoor ik zelf rustig slapen kan.
Hoe kon ik zo dom zijn om te denken dat het zonder Mamma leuker zou zijn?
Te geloven dat ze door me stijf tegen haar aan te duwen me veel te strak hield?
Wat voel ik me veilig onder de warme en vertrouwde duisternis van haar beschermende vleugels.

Oh, Mama, ik wil voor altijd onder jou vleugels zitten.
Het geeft niet dat het daar donker is, want juist daar voel ik je warme moederhart kloppen.
Dankjewel Mama…


Psalm 91

‘Wie schuilt bij God, de Allerhoogste, kan rustig slapen, want de Almachtige beschermt hem.
Ik getuig daarvan en zeg tegen de Here: ‘U bent mijn toevlucht, bij U ben ik veilig en geborgen.
U bent mijn God en ik vertrouw alleen op U.’ Hij beschermt u tegen verraderlijke vallen en houdt vreselijke ziekten ver van u.
Onder zijn vleugels vindt u bescherming en een toevluchtsoord. Zijn trouw is uw schild en weert de aanvallen van de tegenstander.
U hoeft niet te vrezen voor de angsten van de nacht, noch voor de scherpe aanvallen overdag.
En ook niet voor de pest, die zich in de duisternis verspreidt of voor de vernietiging die in de middag toeslaat.
Al sneuvelen duizend mensen aan uw linkerkant of tienduizend rechts van u, u wordt gered.
U zult het zelf zien, de straf treft alleen de ongelovigen. U, Here, bent mijn toevluchtsoord.
U hebt God, de Allerhoogste, als beschermer gekozen.
Tegenslag zal u niet treffen en ziekten zullen ver van u blijven.
Hij zal zijn engelen bevelen voor u te zorgen en u te beschermen, waar u ook gaat.
Zij zullen u op handen dragen en u zult niet struikelen.
Zelfs als u een leeuw tegenkomt of op een adder trapt, gebeurt er niets. De Here zegt: ‘Ik zal hem verlossen, omdat hij zoveel van Mij houdt.
Ik zal hem beschermen, omdat hij Mij kent en mijn naam eert.
Als hij Mij roept, zal Ik hem antwoord geven.
Als hij het moeilijk heeft, zal Ik bij hem zijn.
Ik zal hem bevrijden en in ere herstellen.
Ik zal hem een lang leven geven en hem mijn grootheid tonen.’’
‭‭Psalmen‬ ‭91:1-16‬ ‭HTB‬‬
https://www.bible.com/75/psa.91.1-16.htb

Ik heb geluk gehad!

Wanneer ik ga fietsen, of dat nou een rondje voor plezier of een ritje voor boodschappen naar de stad is, praat ik graag met Vader.
Ondertussen luister ik vaak via Bluetooth een preekje en muziek, het liefst de psalmen in oude berijming, want die kan ik lekker meezingen.
Op mijn rapportje vroeger prijkte trots; ‘Psalmversje 10’ en oh wat ben ik dankbaar voor het instuderen van die prachtige oude liederen vol hoop en wanhoop, raad en radeloosheid, blijdschap en woede, liefde en haat, beloftes van zegen en van wraak.
Gefluisterd en uitgeschreeuwd door mensen als jij en ik.
Lofprijzend en jubelend aan groene weiden en helder water, jammerend en klagend in het dal van diepe duisternis.
Net als ik dus…

Ik zong vanmiddag Psalm 42;

‘O mijn ziel, wat buigt g’ u neder?
Waartoe zijt g’ in mij ontrust?
Voed het oud vertrouwen weder;
Zoek in ’s Hoogsten lof uw lust;
Want Gods goedheid zal uw druk
Eens verwiss’len in geluk.
Hoop op God, sla ’t oog naar boven;
Want ik zal Zijn naam nog loven.’

Een lied dat me iedere keer weer vertroost, zelfs als ik het zonder na te denken zing of luister.
Vanmiddag bleef de zin;
‘Eens verwiss’len in geluk’ ergens haken.
Eens zal God mijn druk veranderen in geluk, dat zingt David en ik zing het mee.
Geluk?
Welk geluk?
Ik kan niet zeggen dat mijn leven nou zo op rolletjes loopt.
En wanneer is dat; ‘eens?’ vroeg ik mij af.

Het is zó fijn om met die vragen gewoon bij God aan te mogen komen.
Omdat God mijn Vader is, geloof ik dat ik ze allemaal stellen mag, ook wanneer dat op niet zo heel eerbiedige toon en/of manier lijkt te zijn.
Als een bang en angstig kind, soms behoorlijk boos, timmer ik Hem dikwijls het hart uit Zijn ribbenkast…
Hij wordt het niet zat en is ook nooit boos van mijn geklaag, nooit!
Vol ontferming toont Hij me juist Zijn van liefde kloppend hart.

Zo ook vanmiddag, toen ik hem vertwijfelf vroeg over dat; ‘eens geluk.’
‘Wanneer is dat Heer?’

De Heer zei in mijn hart; ‘geloof je nog steeds dat Ik goed ben?’
‘Ja Heer, u weet dat ik geloof dat U goed bent.’
‘Altijd?’
‘Altijd!’
Ik wist meteen weer dat dat ook het antwoord is op mijn vraag, eigenlijk op ál mijn vragen; ‘God is goed, altijd!’

Dat klinkt erg paradoxaal en toch is het zo klaar als een klontje, zelfs wanneer mijn pad niet over rozen gaat en mijn voeten bloeden van de dorens, dan nog blijf ik geloven dat God goed is!
Ook wanneer de ‘waarom vragen’ mijn zicht haast belemmeren en is mijn kussen nat van de tranen, ik blijf geloven dat God goed is!

Net als de spotters uit Psalm 42 durven vragen; ‘waar is nou die God op wie je zo vertrouwt?’ kunnen de omstandigheden me soms het hart pijnlijk doorboren.
‘Kijk om je heen in wat voor een puinhoop je belandt bent!’ schreeuwt de lasteraar van God me toe.

En inderdaad, hij heeft gelijk, het is een gigantische puinhoop!
‘Is God nog steeds goed?’ fluistert de slang.
En precies dan, ómdat ik weiger te geloven dat God níet goed is, geloof ik dat God goed is!
Want dat niet te geloven is als Adam en Eva me laten verleiden tot een bijna waarheid en dus een hele leugen.
Het lukte Satan Adam en Eva te laten geloven dat God iets voor hen achter hield en daarom geen goede God is, waarna ze aten ze van de verboden vrucht.
Vonden ze daardoor het geluk?
Het moet verschrikkelijk geweest zijn om te ontdekken dat ze het al hadden en het met één hapje kwijt waren waardoor God ons verloor aan de dood.

Maar Halelujah, de tweede Adam, Jezus de Zoon van God heeft de knoeiboel die de mens ervan gemaakt heeft aan het kruis teniet gedaan.
Mijn oude mens is met Jezus gestorven, mijn nieuwe mens is met Hem opgestaan.
Alles wat in de eerste schepping kapot ging, is in de kruisiging van Jezus mee de verdoemenis in gegaan.
Daar hoorde het ook!
Door Jezus overwinning op de dood ben ik inwoner van het Koninkrijk van God, waar de zonde geen macht meer over mij heeft want ik ben nieuw!
Omdat de Heilige Geest in me woont heb ik het vlammend zwaard van Gods Woord in mijn handen, waarom ik niet meer in Satans leugen dat God niet goed is hoef te trappen.

‘Deze waarheid, dat is Geluk!’ zei de Heer in mijn hart!
Waauw, ik heb het dus al, Geluk!

Wat is de reden van dit Geluk?
Mijn klakkeloos geloven dat God goed is?
Helemaal niet, ik heb er zelf niks aan gedaan.
Het is Jezus, die omdat Hij het Geluk mij te verlossen uit Satans zondemacht voor ogen had, de dood in ging.
Toen angst voor het vreselijk lijden dat Hem te wachten stond Jezus bloed deed zweten had Hij het kruis ook kunnen weigeren.
Maar omdat Hij geloofde dat God goed is en Hem uit de dood op zou laten staan, nam Hij het kruis op zich en liet zich daaraan vast spijkeren.
Iedereen die het zag bespotte Hem om de ogenschijnlijk hopeloze puinhoop van Zijn bestaan.
Wat een paradox, hilarisch haast, want dat is precies waarvoor Hij kwam;
Sterven in die gigantische strontbelt die de zonde teweeg heeft gebracht, Zélf zonde te worden, zodat Hij de zonde mee nam in Zijn dood en
Zijn met dorens gekroonde hoofd kon buigen om Zijn geest over te geven in de handen van een goede God, Zijn Vader.

Maar wat een Geluk;
Jezus is niet meer in het graf, Hij overwon de dood en leeft!
En ik in Hem!
En daarom geloof ik dat God goed is!

Als ik dat niet meer zou geloven, pas dan hebben de spotters gelijk, want dan is de puinhoop niet meer te overzien.
Samen met David roep ik mijn ziel op het oud vertrouwen te voeden en mijn lust in s’Hoogsten lof te zoeken.
Wat is mijn oud vertrouwen?
Dat God goed is!
Halelujah, ik heb Geluk gehad…

Psalm 42

t Hijgend hert, der jacht ontkomen,
Schreeuwt niet sterker naar ’t genot
Van de frisse waterstromen,
Dan mijn ziel verlangt naar God.
Ja, mijn ziel dorst naar den HEER;
God des levens, ach, wanneer
Zal ik naad’ren voor Uw ogen,
In Uw huis Uw naam verhogen?

O mijn ziel, wat buigt g’ u neder?
Waartoe zijt g’ in mij ontrust?
Voed het oud vertrouwen weder;
Zoek in ’s Hoogsten lof uw lust;
Want Gods goedheid zal uw druk
Eens verwiss’len in geluk.
Hoop op God, sla ’t oog naar boven;
Want ik zal Zijn naam nog loven.’

‘k Heb mijn tranen, onder ’t klagen,
Tot mijn spijze, dag en nacht;
Daar mij spotters durven vragen:
“Waar is God, dien gij verwacht?”
Mijn benauwde ziel versmelt,
Als zij zich voor ogen stelt,
Hoe ik onder stem en snaren,
Feest hield met Gods blijde scharen.

‘k Denk aan U, o God, in ’t klagen,
Uit de landstreek der Jordaan;
Van mijn leed doe ‘k Hermon wagen;
‘k Roep van ’t klein gebergt’ U aan.
‘k Zucht, daar kolk en afgrond loeit,
Daar ’t gedruis der waat’ren groeit,
Daar Uw golven, daar Uw baren
Mijn benauwde ziel vervaren.

Maar de HEER zal uitkomst geven,
Hij, die ’s daags Zijn gunst gebiedt;
‘k Zal in dit vertrouwen leven,
En dat melden in mijn lied;
‘k Zal Zijn lof zelfs in den nacht
Zingen, daar ik Hem verwacht;
En mijn hart, wat mij moog’ treffen,
Tot den God mijns levens heffen.

‘k Zal tot God, mijn steenrots, spreken:
“Waarom, HEER, vergeet Gij mij?
‘k Ga in ’t zwart, door rouw bezweken,
Om mijns vijands dwing’landij,
Die mij hoont, mij ’t hart doorboort,
Dat gestaâg deez’ last’ring hoort:
Waar is God, op Wien gij bouwdet,
En aan Wien g’ uw zaak vertrouwdet?”

O mijn ziel, wat buigt g’ u neder?
Waartoe zijt g’ in mij ontrust?
Voed het oud vertrouwen weder;
Zoek in ’s Hoogsten lof uw lust;
Menigwerf heeft Hij uw druk
Doen verand’ren in geluk;
Hoop op Hem, sla ’t oog naar boven;
Ik zal God, mijn God, nog loven.