Sabbatsrust

Één van de religieuze meningsverschillen onder christenen is op welke dag we rustdag vieren.
Op zaterdag, omdat de Here God op de zevende dag rustte van het scheppingswerk?
Of doen we dat op zondag, omdat Jezus op de eerste dag van de week opstond uit de dood?

Angst voor die dood heeft voor veel voorgangers tot een wonderlijk compromis geleidt;
Op de zevende dag preekt hij voor een lege kerk zodat hij op de eerste dag niet hoeft op te staan…

Baas over m’n eigen lijf!

We leven in een tijd waarin de leiders van de wereld wetten in elkaar flansen die dat wat voorheen strafbaar was, tot rechtmatig handelen maakt

Opvallend in dit gegeven is dat de voorheen nog strafbare feiten volledig gebaseerd zijn op de levensbeschermende wetten en geboden van God.
Het boek Deuteronomium beschrijft heel duidelijk dat wanneer je die geboden opvolgt je jezelf onder de beschermende paraplu van Gods zegen stelt.

In feite is het omgekeerde aan de hand, wanneer het wetboek van strafrecht overtreding op die geboden legaliseert; de mens loopt daarmee ook weg onder Gods beschermende paraplu en stelt zichzelf daardoor onder de vloek.

Het vreemde van deze ombuiging van wetgeving is vooral dat wat Gods Woord tot gezond menselijk leven aanmoedigt, door de wetgevende macht van vandaag als zware overtreding vervolgt en bestraft en beboet wordt.

Een voorbeeld van deze omkering van recht en onrecht is de wet die het mogelijk maakt moord op meest kwetsbare naaste, het ongeboren kind, medisch handelen te noemen.
Deze wet heeft de meest veilige plek tot een rovershol gemaakt waardoor je zelfs daar, zonder recht op vervolging, je leven niet meer zeker bent.

Ten tweede wordt in de Bijbel ernstig gewaarschuwt voor seksuele immoraliteit.
Maar we leven in de tijd na de Verlichting en inmiddels is de lijst afkortingen tot aanduiding van onze vrijheden op sexueel gebied steeds langer geworden, waarbij ook het laatste taboe, sex met kinderen op de helling staat.

De Bijbel heeft voor bovengenoemde vrijheden een heel ander woord: zonde tegen het eigen vlees.
De Schrift zegt dat het een gruwel in Gods ogen is.
Maar volgens onze eigen wetten zijn we baas in eigen buik en baas over eigen lichaam.

Daarentegen is dat wat Jezus ons als leefregels voor een gezegend leven gegeven heeft: samenkomen, elkaar de hand opleggen, broederlijk begroeten met een kus, vandaag een strafbaar feit geworden zijn.
Overtreding daarvan levert vette krantenkoppen en zwaar belichtte items in het nieuws op.

De nieuwe vrijheden en wetten van onze huidige tijd triggeren me tot de volgende vraag;
Wat blijft er over van baas over eigen buik en baas over eigen lijf wanneer ik weiger een prik in míjn eigen lijf te laten zetten?

De situatie in Israël laat ons zien hoe riskant de covid-vaccinaties zijn

In Israël is een derde van de bevolking met het Pfizer-vaccin ingeënt en de impact daarvan is alarmerend. De animo voor ‘een prik’ is dan ook sterk gedaald.
— Lees op www.transitieweb.nl/vaccinaties/de-situatie-in-israel-laat-ons-zien-hoe-riskant-de-covid-vaccinaties-zijn/

Een nieuwe Messias met een nieuw gebod!

Ondanks dat we in de kerk belijden dat Jezus de dood heeft overwonnen, heeft angst voor de dood niet alleen de wereld, maar ook de kerk in een wurggreep.
Om die dood te bestrijden en een kopje kleiner te maken sloot de kerk haar deuren, staan de stoelen leeg en is de lofzang verstomd.
De tafel waaraan voorheen na het uitspreken van de Apostolische Belijdenis brood en wijn gedeeld werd, staat al maanden onaangeroerd.
Waar eens de kinderen samen dromden om maar niets te missen van het heerlijk teken van Gods verbond door de geslachten heen, hangt nu in gehoorzaamheid aan een nieuw gebod een stok van anderhalve meter.
En voor het geval we elkaar buiten tegenkomen, we zijn beschermd achter het schild van de slavernij!
At first the mask, at last the mark, want ja, we moeten toch kunnen kopen en verkopen?

Terwijl we dus geloven in een gekruisigd en opgestane Heer…toch?
Of hebben we daar stiekem altijd al aan getwijfeld?
Is dat wat Jezus dood en opstanding teweeg gebracht heeft nooit echt geland en hielden we daarom een achterdeurtje open voor het geval dat…?
Voor een tijd als deze misschien?

In ieder geval heeft angst voor de dood door dat achterdeurtje alles waarin we voorheen nog geloofden op de tocht gezet.
Je leven verliezen hoeft immers niet meer, er is een nieuwe Messias opgestaan.
Een Messias die ons met een verlossend vaccin terug zal brengen naar het normale leven, het leven waarin we net als toen alles nog gewoon was, op zondag belijden dat Jezus gestorven en opgestaan is.
Hallelujah, laten we lof en prijs aanheffen voor de prik die ons verlost van de dood, hef het glas, want vanaf nu leven we nog lang en gelukkig!!
And all the people say; ‘Amen’

Maar wie zei dan een keer;
‘Wie zijn leven zal proberen te behouden, zal het verliezen. En wie het zal verliezen, zal het behouden.’
‭‭

De jeugd van Urk.

Er is veel te doen over mijn geboorteplaats Urk.
Niet dat het ooit anders geweest is, Urk ligt altijd al onder een vergrootglas.
Wanneer je ‘an de walle’ verteld van Urk te komen ben je haast verzekerd zijn van de volgende twee vragen: ‘daar zijn toch zoveel kerken?’ en: ‘heb je nog paling?’
Mijn moeder antwoordde op het eerste steevast: ‘ja en die zitten op zondag allemaal vol!’
Op het tweede zei ze: ‘natuurlijk, die zwemmen op Urk gewoon door de straat.’

Om het geloof onder een vergrootglas liggen, hoeft zeker niet negatief te zijn, integendeel; niemand hoeft zich immers te schamen voor de blijde boodschap van redding door het bloed van Jezus Christus.
Toch ligt aan de opmerking over de vele kerken op Urk een negatieve inslag t.o.v. de kerk ten grondslag.
Niet alleen op Urk, maar wereldwijd.
Mijns inziens heeft de kerk dat voor het grootste deel aan zichzelf te danken.

Net zoals in het Oude Testament het volk Israël uitverkoren was de volken rondom jaloers te maken om het dienen van de enige ware God, zo is ook de kerk geroepen de wereld een goede God voor te stellen.
Een God die in Jezus Christus naar de aarde kwam om dat wat verloren is te redden van de dood.
Jammer genoeg is sinds de Verlichting de kerk steeds meer wereldgelijkvormig geworden.
Niet de kerk heeft de wereld verandert, de wereld heeft de kerk verandert.
In een poging de drempel te verlagen heeft de kerk zichzelf verlaagd tot het niveau waarin zonde geen zonde meer genoemd mag worden, of anderzijds als onmogelijke hoge standaard gesteld, de wetten en geboden strak na te moeten leven.
In beide gevallen heeft de noodzaak tot wedergeboorte, zoals Jezus dat in Johannes 3 de godsdienstleraar Nicodemus uitlegt, geen prioriteit meer.
Heeft dit tot gevolg dat de kerkbanken niet aan te slepen zijn?
Verre van dat, de kerk loopt leeg…

Terug naar deze tijd is het beleid van de afgelopen jaren mede oorzaak de gemeenteleden op te roepen onderdanig te zijn aan de overheid.
Als gevolg daarvan sloot de kerk haar deuren en liet niet alleen de kerkleden alleen achter, ook de wereld is daarmee volkomen aan haar lot overgelaten.
De meeste broers en zussen zullen het er niet mee eens zijn, maar waarom is dat?
Kan het zijn dat juist de wereldgelijkvormigheid en het wetticisme oorzaak is van de in mijn ogen ontzettend laffe houding van de kerk?
Onder het ‘liefdeskleed’ van naastenliefde heeft de keus tot onderdanigheid aan een goddeloze overheid desastreuze gevolgen gehad in het verloop van de crisis.

Had de kerk niet juist vanaf het begin op moeten staan en in haar positie van meer dan overwinnaar de onzichtbare vijand, het virus, een halt toe moeten roepen?

Juist omdat ik ontzettend verdriet heb om een kerk die haar heilige taak verzaakt heeft, begrijp ik des te meer de opstandigheid van de jeugd.
Zij staan tenminste nog op!
Zij laten wel hun stem horen!

Op de goede manier?
Zeker niet, het geweld waarmee dit gepaard gaat is niet goed te praten.
Maar waarom staat de kerk niet op tegen het geniepig geweld van een onzichtbare vijand, die er op uit is de wereld onder zijn voeten te vertrappen?
Waar zijn de voorgangers die vanuit profetisch inzicht de korte tijd die ons nog rest te benutten de wereld op te roepen zich te bekeren nu het nog kan?
In welke lege kerk staat de boodschap van onze naderende Bruidegom nog centraal?
Waarom hoor ik haast nooit een bemoediging je klaar te maken voor de aanstaande bruiloft met het Lam?

Heel de landelijke pers, de demissionaire regering en het volk spreekt schande over de rel(i)jeugd op Urk.
Maar is door de lauwheid en laffe onderdanigheid aan een goddeloos beleid de kerk niet medeverantwoordelijk, zoniet hoofdverantwoordelijk voor het ontsporen van de jeugd?

De krant vraagt in vetgedrukte koppen: ‘wat bezielt de jeugd van Urk?’
Ik beluister in hun opstandigheid alleen maar mijn eigen levenslange vraag;
‘Spreek mij van Jezus mijn Heiland,
k’hoor toch zo gaarne Zijn woord!
Nimmer heeft iets op deez’ aarde,
Ooit zoo mij t’harte bekoord.’

Gij zult niet doden…

Er moet me iets van het hart: daar waar in kerken het voorlezen van de 10 geboden een vast en onaantastbaar onderdeel van de zondagse liturgie is, wordt sinds de crisis het hardst gebeden om een vaccin.
Dezelfde kerken zien daarom de komst van het vaccin als verhoring op dat gebed en danken voor weldra weer terug te kunnen naar normaal.

Wie durft zoeken naar de waarheid komt tot de gruwelijke ondekking dat het nieuwe vaccin levende cellijnen van geaborteerde kinderen bevat.
Onschuldige baby’s vermoord in wat ooit de veiligste plek op aarde was, maar nu tot een rovershol van Satan is gemaakt.

Toch wordt in kerkelijk Nederland het vaccin tegen Covid-19 alom met tromgeroffel aangeprezen.
Maar hoe zit het vervolgens na de prik met de lezing van de 10 geboden?
Is dat na het prikje nog steeds zo normaal als nu?
Aan wie zullen we dat vragen, aan Mozes of aan Jezus?

Persoonlijk geloof ik dat de kerk na de prik heel veel genade nodig is!
Gelukkig zijn we dan bij Jezus aan het enige goede adres…

Nu zijt wellekome Bill of nu zijt wellekome Jezus?

‘Nu zijt wellecome’ zingt een oud Kerstlied.
Waar deze tekst aan ontleend is ontgaat me een beetje.
Alhoewel ook toen alle tekenen erop wezen dat er een invasie vanuit de hemel had plaatsgevonden, waren het alleen een paar arme herders die op kraamvisite gingen.
Zelfs toen een ster duidelijk de plek van de geboorte van de Messias aanwees, was het een stel buitenlanders die de moeite namen een verre reis aan te vangen om dit Kind te aanbidden.
Zowel de koning als de kerk wilden de Redder van de wereld ombrengen!
Hoezo, ‘Nú zijt wellecome!’
Zit de in nood en radeloos dolende wereld te wachten op Jezus?
Hoe zouden ze de weg ernaar toe moeten vinden, wanneer zelfs de kerk opgehouden is Kerstfeest te vieren laat staan uit te barsten in een welkomst lied ter ere van dit Kind?

Wie ziet er nog uit naar The Great Reset van onze Bruidegom, de Koning der Koningen?
Of wachten we met smart op het vaccin waarna we weer terug kunnen naar ‘normaal?’
Gezien de dank voor het prikje ben ik bang dat het dat laatste is.

Nu zijt wellekome Bill of Nu zijt wellekome Jezus?

Nog maar weer een keer rouw. (omdat het zo rauw is)

Vorige week had ik me ingeschreven voor een midweek in een pastoraal herstellingsoord.
Het verblijf was 3 dagen met als thema ‘Omgaan met verlies.’
Omdat het programma al vroeg begon en het voor mij bijna 3 uur reizen was, kon ik de avond ervoor logeren bij een bevriend echtpaar.

Alleen al de wetenschap dat iemand me op het station stond op te wachten, verwarmde mijn van verdriet en rouw vereenzaamt hart.
Ondertussen dat de vrouw des huizes een heerlijke maaltijd bereidde, stak de gastheer de haard voor ons aan.
Het geurend knapperend hout deed me herinneren aan een paar jaar geleden toen ik me iedere dag koesterend warmde aan mijn eigen speksteenkachel.
Wat genoot ik van het zelf hakken en kloven van de zo voordelig mogelijk op de kop getikte boomstammetjes.
Tevreden en voldaan stapelde ik daarna mijn houthok vol, vanuit mijn woonkamer een prachtig gezicht.

Terug naar het heden; genietend van de open haard, heerlijk eten, drinken en als kers op de taart een door de heer des huizes voor speciale gelegenheden bereid toetje, genoten we van socializing without distance.
Liefdesbanden zoals alleen onze grote Broer, Jezus Christus, die smeden kan, tilden onze harten op een hemels niveau, alwaar geen klok nog tikt en tijd overgaat in eeuwigheid.
Het fundament van waaruit onze harten samensmolten, was het heimwee naar eens, voor eeuwig en altijd, waardoor een heerlijk voorproefje naar daar waar Jezus alles in allen is, voluit te smaken was.
Tegelijk met het heimwee naar dat eens, ervoer ik een diepe pijn van heimwee naar eens en voorbij.
Tijden waarin Jezus het antwoord was op angst voor de dood en een broederlijke kus of innige omhelzing heling bracht in zielepijn.
Kostbare herinneringen uit een nog maar pas verloren verleden, ingehaald door het heden waarin de voor alle mensen onvermijdelijke dood, ten koste van iedere menselijkheid, buiten de deur gehouden moet worden.
Een allang verloren strijd, waarin koning angst de wereld, maar nog pijnlijker dan dat, de kerk, wijs gemaakt heeft alsnog eigenhandig revanche te nemen.

Na een goede nachtrust werd ik woensdag morgen naar mijn andere bestemming gebracht: de paar dagen waarvan ik hoopte na afloop iets lichter weer naar huis te gaan.
Nog een laatste omhelzing, een laatste kus, een laatste zegenende hand op mijn schouder, waarna ik door de gastheer van het pastoraal oord naar mijn kamer werd gebracht.

En meteen daar begon het al te wringen…
De eerste vraag die me werd gesteld was of ik wel een mondkapje bij me had?
Vanaf afstand de pijlen en een rug van een zwartgehandschoend persoon volgend, werd me door dezelfde zwarte handschoenen de deur van mijn kamer gewezen.
Ik had toen al rechtsomkeerd moeten maken, maar tegen beter weten in bleef ik hopen dat niet angst, maar Jezus heer en meester was in het huis waar ik eerder een herberg voor mijn bezeerd hart gevonden heb.
In tegenstelling tot toen, veranderede het ‘nieuwe normaal’ mijn rouwklacht om de doden, in een veel schrijnender, rauwer en luider rouw om de emotionele afwezigheid van de levenden.
Wellicht meer nog, de geestelijke verbondenheid waaraan ik zo gemis ervaar, is deze dagen in het kwadraat vergroot.
Mijn God, wat heb ik me alleen(gelaten) gevoeld!

Om niet mijn beleving te herhalen kopieer ik een (beetje aangepaste) brief naar de familie waar ik logeerde, als antwoord op het waarom ik op donderdag huilend op de trein naar huis ben gestapt.
Door ervaring ervan uitgaand dat het merendeel het ‘nieuwe normaal’ als noodzakelijk aanvaard, ben ik voorzichtig geworden in gesprekken mijn pijn te delen.
Het ‘papier’ van de smartphone geeft me gelukkig geen zinloze antwoorden op vragen die ik niet stel.
Mijn tranen smeken nl. maar één ding; hou me asjeblieft even vast…

“Lieve Familie,

Om eerlijk te zijn is waar ik zelf ook wel bang voor was, uitgekomen.
Een soort van tegen beter weten in hopen dat het in een pastoraal herstellingsoord anders zou zijn, heeft me opgebroken.

We moesten, of ik zal in de ik vorm spreken, ik moest overal waar ik liep de pijlen volgen.
Al was bv de koffietafel naast me, dan nog mocht ik niet tegen de stroom in lopen, maar moest gemondkapt het rondje van de pijlen volgen.
Pas wanneer ik op mijn 1,5 meter veilige afstand van de andere deelnemers stoel ging zitten mocht het mondkapje af.

In zekere zin had ik daar nog wel mee kunnen leven, ware het niet dat het benadrukt dat er met niemand echt contact te maken was.
Lopend niet, omdat stilstaan de doorstroom belemmerd en het mondkapje zorgt voor onverstaanbaar gemummel.
Bovendien kom je in het eenrichtingsverkeer niemand tegen, tegen iemand opbotsen is al bij voorbaat onmogelijk gemaakt omdat de verbodsborden ‘per ongeluk’ spookrijden beletten.

Ik moet bij het zoeken naar de pijlen altijd denken aan wat Jezus zegt; ‘hef je hoofd omhoog.’
Het hoofd naar beneden en de ogen turend naar waar ik wel of niet lopen mag, zie ik steeds weer een beeld van een in het stof sissend kronkelende slang.

Omdat het zwartgehandschoend personeel me bij ieder hapje en drankje serveren aan doodgravers denken deed, had ik elke keer moeite tussen een huilbui of lachsalvo.
Netjes in de pas, gezicht bedekt kreeg ik vanaf veilige afstand mijn eten opgeschept.
Dat betekende, op veilige afstand werd mijn bord half-in een 3 meter brede tafel geschoven, waarna ik me 1,5 uit strekken mocht om het op mijn eigen gedesinfecteerd dienblad te zetten.

De pijlen volgend mocht ik daarna aan de mij toegewezen tafel zitten gaan, 1,5 meter verwijderd van ieder ander.

Lieve broer en zus, als het niet zo treurig was, is het op en af doen van de mondkapjes gewoon lachwekkend.
Even lopen, bv om nog een glas water te halen, op!
Zitten, het mag weer af…

Wat me uiteindelijk opbrak zijn de samenkomsten gericht op daar waar ik voor kwam, Rouw.
Met 7 andere deelnemers (de groep was in 2en verdeeld) volgde ik de pijlen naar de daarvoor bestemde ruimte, alwaar ik in een kring van 1,5 meter afstand van de ander zitten ging.

Je kunt je voorstellen dat wanneer je verteld waarom je komt, de naam of namen noemt waarover je rouwt, het moeilijk is je tranen binnen te houden.
Mijn God, ik heb dan geen behoefte aan mooie woorden of bijbelteksten, hoe waar ook!
Een arm om mijn schouder is op dat moment het enige waar mijn gepijnigde ziel naar hunkert, om schreeuwt, ja bijna om smeekt!
Helender dan 10000 woorden, genezender dan 10000 bijbelteksten, troostender dan 10000 berichtjes: ‘ik bid voor je hoor!’ 
Gezien worden in je verdriet, mee huilen, gewoon dichtbij, dat is de enige vraag van mijn zoute tranen.

Nog meer dan eerder heb ik in de afgelopen dagen ontdekt dat rouwen om de levenden die geregeerd door angst voor de dood afstand houden, mijn grootst verdriet is.
In dit geval angst voor een onzichtbare vijand, waarvoor in de strijd deze buiten te houden, iedere menselijkheid opgeofferd 
is op het altaar ‘jij bent medeverantwoordelijk voor mijn gezondheid’

Ik kwam in de hoop en verwachting gezien te worden in mijn rouw om de dood van geliefden.
Angst voor de dood en het bestrijden van die dood heeft de maatschappij blind gemaakt, voor de rouwenden die in deze tijd of in het verleden iemand aan de dood verloren.
De hulpvraag van de op veilige afstand levende rouwende, is in het zoute tranen natte mondkapje gesmoord en gedood.
Wanneer ik doodga aan Corona moet er een contactonderzoek komen en gaat iedereen in mijn omgeving bijna dood van paniek.
Stel je voor dat ik de schuld ben aan hun ziekte en dood! 
Wanneer ik zeg dood te gaan van eenzaamheid en verdriet worden de schouders opgehaald; het is nu eenmaal niet anders, we moeten het er maar mee doen.
‘We?’ denk ik dan?
Wie zijn die ‘We?’
‘Jullie/jij  bedoelt/bedoelen  toch niet anders dan dat jullie besloten hebben dat ik het er maar mee moet doen?’

Wat me zeer doet is allereerst de eenzaamheid van de (on)veilige afstand.
Maar mij op afstand houden, betekent veel meer dat diegene zelf ook niet meer aan te raken is en ongenaakbaar geworden is.
De leugen dat dit om veiligheid gaat breekt mijn hart.
Ik heb er nl. niet om gevraagd als potentieel gevaar behandeld te worden.

Dat we dit als kinderen Gods zijn gaan geloven is mijn diepste rouw.

Kortom, ik kwam om te rouwen om de dood  van geliefden.
Maar daar waar de dood zelf heerst lacht die dood je recht in het gezicht uit.
Zo heb ik het althans ervaren…

Alsof er geen kruisdood geweest is zijn we weer terug in het Oude Testament, alwaar we gehoorzaam aan een goddeloze overheid de ratel ‘gevaar gevaar’ ratelen.
Kwam Jezus niet om deze vloek op te heffen?
Was Hij het niet die de melaatse tegemoet trad en aanraakte?
Wat gebeurde er nadat een bloedvloeiende (vervloekte) vrouw hem aanraakte?
De pijn van 12 jaar eenzaamheid werd geheeld in dat ene simpele liefdesgebaar, Jezus draaide zich om!
Hij maakte contact!”

Vrij

Afgelopen week werd ik uitgenodigd op een bijbelstudie groepje.
Omdat ik niemand van hen ken, was ik toch wel een beetje huiverig daar heen te gaan.
Niet omdat ik moeite heb met contact maken, maar omdat ik al zo vaak teleurgesteld ben in vooral christelijke contacten.
Ik hou mezelf daarom voor op m’n hoede te zijn en eerst maar eens de kat uit de boom te kijken.
Ik vertelde mijn schroom aan een vriendin waarop ze zei niet bang te zijn omdat ‘je niet op je mondje gevallen bent.’
Laat dat nou net de echte reden zijn waarom ik op het laatst bijna m’n jas weer aan de kapstok hing.
Ik ben inderdaad niet op m’n mondje gevallen, vooral niet wanneer ik christenen allerlei redeneringen hoor verdedigen die niets met vrije genade te maken hebben.
Ik kan dan op een gegeven moment niet meer zwijgen en weet al bij voorbaat dat me dat niet in dank afgenomen wordt.

Zo ging het ook deze keer.
We lazen een paar gedeeltes uit Rom. 7 en 8, de wet versus genade.

Nu is het zo dat ik jaren geleden op een Bijbelschool leerde wat het betekent de rechtvaardigheid Gods in Christus Jezus te zijn omdat zoals Rom.8:1 zegt, er geen schuld meer is.
Er ontplofte een bom in mij, het gaf eindelijk antwoord op mijn levenlange vraag hoe ik God tevreden stellen moest.
Mij was immers geleerd dat je niet zomaar zeggen kan een kind van God te zijn, daar moet eerst wel het één en ander aan vooraf gaan.
Als kind wist ik instinctief al dat dat een leugen is, maar hoe het dan wel moest kwam ik maar niet achter.

‘Want Hem Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij zouden worden gerechtigheid van God in Hem.’
‭‭2 Korinthe‬ ‭5:21‬ ‭HSV‬‬
https://www.bible.com/1990/2co.5.21.hsv

is een geweldig hulpmiddel geweest me eindelijk vrij te weten.
En inderdaad, eer dat ik me een kind van God kon noemen, is daar heel wat aan vooraf gegaan!
Maar niet iets van mijn kant, het kwam van God Zelf.
Om de straf op mijn zonde en die van de hele wereld weg te nemen, nam Jezus die in Zichzelf op en stierf aan het kruis op Golgotha een meest smadelijke dood.
Gelukkig bleef het daar niet bij,
Zijn opstanding verzegelde mijn redding uit de macht van zonde en schuld.
Deze waarheid veranderde mijn leven.
Ik ben vrij en niets of niemand kan mij nog scheiden van de liefde van God.

Glorie halleluja, Heppy de peppy zou je denken!
Maar juist deze vrijheid is het meest moeilijk aan te nemen.
Ook ik wil nog zo graag zelf wat inbrengen en dan vooral iets erg christelijks en vroom klinkend bv. schuld belijden over een zonde.
Ondanks dat we Rom. 8:1 gelezen hadden, ging het in de groep van afgelopen week ook deze kant op.

Allerlei zondes kwamen voorbij: een fiets stelen omdat je eigen fiets ook gestolen is bv.
Of als je geen geld voor boodschappen hebt is het evengoed zonde dat je een brood steelt.
Inderdaad, dan heb je schuld en is God niet blij!
Pas wanneer je je zonde aan Hem hebt opgebiecht, is het weer goed tussen jou en God!
Toch?
En ja, iedereen knikt en is het ermee eens…

Tijdens zo’n redenatie verbaas ik me erover hoe graag christenen het over zonde en schuld hebben.
Het liefst had ik mijn jas aangetrokken en was naar mijn eigen veilige huisje gegaan, maar stelde op een gegeven moment de vraag: ‘wat is zonde?’

Tja, dat van dat brood stelen, of zoals iemand opperde: ‘wanneer je weet dat die man met mij getrouwd is en jij toch met hem naar bed gaat!Of vind jij dat als je deze zonde gedaan hebt jij dat niet hoeft te belijden?’

Mijn hemel, ik kan wel aan de gang blijven met zonden belijden, want ik doe niet anders dan zondigen.
Alleen al mijn zondige gedachten, hoe ik me bv. zit op te vreten over een in mijn ogen ontzettend onnozel gesprek over allerlei zonden en de braafheid en zelfgenoegzaamheid over het weer met God in orde maken door het belijden daarvan.
Ik kan tevens tot in eeuwigheid blijven dolen in de hof van zelfveroordeling over eigen arrogantie als enige de waarheid in pacht denken te hebben.

Zucht…
Nee, mijn vermeend overspel en de ergernissen in mijn gedachten is niet zonde.
Ik ga niet verloren omdat ik een fiets gestolen heb, of omdat ik met Jan en alleman, (of jouw man) getrouwd of niet getrouwd, naar bed ga.
Ik ben ook niet pas gered wanneer ik al die zonden aan God opbiecht.

Verloren zijn is wanneer ik niet geloof dat Jezus voor ál mijn zonden gestorven is.
Schuld?
Schuld is niet geloven dat alle schuld is weggedaan.
Geen ‘Amen’ zeggen op ‘het is volbracht’ en denken zelf nog wat in te brengen hebben, dát is zonde.

Belijden dat mijn oude mens met Jezus is meegestorven en mijn nieuwe mens met Hem mee opgestaan is, dat alleen is grond voor mijn redding.
Omdat al mijn schuld aan het kruis genageld is, kan en mag ik belijden de gerechtigheid Gods in Christus te zijn!
God is nooit meer boos op mij, Hij kan dat niet eens, door Jezus bloed is het in orde tussen God en mij.

‘Nou, dat is makkelijk!
Dan kun je dus zomaar lekker zondigen!’
Oh ja?
Wanneer ik weet wat het Jezus gekost heeft, zondig ik echt niet goedkoop of ‘zomaar lekker.’
Ik ben immers een nieuwe schepping?

‘Ja maar ik ken iemand die zegt bekeerd te zijn en toch is hij alcohol verslaafd.
Dan moet hij die zonde toch iedere keer belijden?’
En, heeft het voortdurend belijden alweer in de fout te gaan al geholpen?
Is diegene nu bevrijd van deze verslaving?
Het gaat immers nooit lukken zelf deze wet te vervullen?
Alleen wanneer je blijft belijden de gerechtigheid Gods in Christus te zijn, ben je in Hem overwinnaar over ieder andere macht.

‘Ja maar, we kunnen evengoed de Heilige Geest bedroeven en Hij kan van je wijken…’
Inderdaad, wanneer kind van God zijn, én het kruis én nog een beetje van mezelf is, bedroeven we de Heilige Geest.

Omdat de Heilige Geest met mijn geest getuigd dat ik een kind van God ben, kan ik ontzettend verdrietig worden van dit soort gesprekken waarin het net lijkt alsof iets heel heiligs afgepakt wordt.
Hoe komt het dat de boodschap van vrije Genade zo veel weerstand oproept?
Zelf doen is een way of holy life geworden die te vuur en te paard verdedigd lijkt te moeten worden.

Ik bid dat iedere christen beseft door inwoning van de Heilige Geest de Waarheid in pacht te hebben en ophoudt met navelstaren en zoeken naar onbeleden zonden.
Pas dan wordt Christus in ons verheerlijkt, wanneer belijden danken wordt een gered kind van Vader te zijn!
Ondanks alles wat mis gaat!
Volgens mij wordt het dan ook veel leuker op Bijbelstudie…

Klaar om te vertrekken.

Vanmorgen liet iemand me één van de spotprenten zien over Donald Trump.
Schaterlachend en overtuigd mij een plezier te doen toonde mijn medechristen me Trump als dwarse kleuter die weigerde de crèche te verlaten.
Ik vroeg hem: ‘wanneer je zelf mee doet aan een verkiezing en je weet zeker dat er fraude is gepleegd, wat zou jij dan doen?’
Omdat ik in zijn ogen toch al een complotdenker ben, ben ik, zo verwoorde hij dat, nog gekker en dieper gezonken dan dat hij eerder al dacht.

Ach, die uitspraak doet me weinig en dit blog schrijf ik ook niet om Trump te verdedigen.
Wat schrijnt is het feit dat de hele wereld door misleiding in verwarring is.
Ik hoor maar weinig mensen iets echt inhoudelijks zeggen, of dat nou vóór of tegen iets of iemand is.
Haast iedereen die je vraagt of men zelf onderzoek heeft gedaan, antwoord ontkennend, maar praat gewoon na wat anderen zeggen.

De situatie rond de verkiezingen in Amerika is daar een goed voorbeeld van.
De media werkt hier driftig aan mee,
en vermeldt haast alleen nog maar eenzijdig nieuws.
Google, Facebook en Twitter verwijdert wat zij vinden wat we niet weten mogen en zorgen er daarmee voor dat het echte nieuws steeds meer onvindbaar is.
Niet alleen dat, degene die nog wel zelf nadenken en op onderzoek uitgaan naar wat waar of niet waar is, worden belachelijk gemaakt en zelfs al als potentiële terroristen aangemerkt.

Gelukkig heb ik de krant, de nieuwsbulletins en Google niet nodig, ik heb de Bijbel, het Woord van God.
Daarin staat precies beschreven dat wat ik vandaag meemaak al in het Paradijs begonnen is.
Het verontrust mij zeker hoe de wereld verandert is, ik vind het erg eng, maar houd vast aan wat God erover gezegd heeft.
Satan heeft allang verloren, daarom is wat ik zie en meemaak, hoe een mug net doet alsof hij een leeuw is.
Zijn tactiek van de zwarte aarde zal nog onnoemelijk veel leed brengen, maar eer dat gebeurt, zullen er twee trompetten klinken, de eerste om degene die in Jezus ontslapen zijn op te halen, de tweede om de levenden tot zich te trekken.
Dat is wat Jezus me belooft heeft, iedereen die van Hem is Hem zal Hem in de lucht tegemoet gaan!
Ik ben van Hem, dus ik ben er bij.

Heb ik dat aan mezelf te danken?
Zijn het mijn eigen goede werken, of mijn ijver voor de kerk waarom ik verdiend heb dat Hij me ophaalt?
Welnee, ik ben een zondig mens en de Bijbel zegt dat er niemand is die goed doet en het loon van de zonde de dood is.
Mijn eigen worstelen een ticket voor dit reisje te verdienen is niet meer dan de vieze doeken van een vrouw die ongesteld is.
Jezus, de Messias, de Zoon van God en mensen, de gekruisigd en opgestane Heer, Hij heeft mijn schuld betaald en zette er met zijn eigen bloed een handtekening onder.
Mijn paspoort is getekend door Hem, mijn Verlosser die eeuwig leeft en ik met Hem!

Is jouw schuld ook al betaald door het Lam dat aan het kruis op Golgotha is geslacht voor de zonde der wereld?
Zijn jouw goede werken meegekruisigd en met Jezus mee begraven in het graf?
Is jouw paspoort getekend met het bloed van Hem, de Levende Heer van hemel en aarde?
Bemoedig elkaar dan met de woorden van onze opgestane Heer en Heiland;
‘Zie ik kom spoedig!’