Afhankelijk.

Wanneer je in de positie bent dat het niet meer anders kan dan dat je anderen nodig hebt, heb je heel wat onder je voeten te trappen.
Afhankelijk zijn maakt je kwetsbaar, en deze kwetsbaarheid nodigt uit te kwetsen.

Gedurende vele jaren vechten voor mijn relatie werd me in allerlei therapieën het stempel ‘afhankelijk’ opgeplakt.
Toen ik daarentegen ging vechten voor mijn onafhankelijkheid werd ik bewust afhankelijk gemaakt; tengevolge van mijn stap naar onafhankelijkheid ben ik nu afhankelijk van allerlei instanties die me eerst verweten dat ik me in mijn huwelijk te afhankelijk opstelde.

Omdat het niet meer anders kon en kan dan dat ik, met name op financieel gebied, hulp moe(s)t vragen, kan ik niet anders dan concluderen dan dat afhankelijkheid reden lijkt te zijn voor het ongelimiteerd schofferen, negeren en kleineren door minder (financieel) afhankelijke naasten.
Het lijkt op een voortzetting van hoe ik eerder in mijn huwelijk werd behandeld.
Ik kom het regelmatig tegen dat terwijl ik de moed heb me kwetsbaar op te stellen en om hulp vraag, mijn afhankelijkheid ter discussie wordt gesteld.
Alsof mijn afhankelijkheid en mijn vraag om hulp hieruit te komen reden geeft voor nog meer onderdrukking, waardoor ik bewust of onbewust nog meer afhankelijk wordt gehouden of gemaakt.

Er wordt me vaak verteld ‘het achter me te laten’
Wanneer ik vraag me te helpen ‘het achter me te laten’ en hulp vraag naar een leven van onafhankelijkheid, is het antwoord al gauw: ‘ieder is voor zichzelf verantwoordelijk.’
Als ik vervolgens vertel wat zo’n opmerking bij me oproept: ‘ik voel me vreselijk eenzaam omdat ik hiermee zelf wordt achtergelaten’, wordt me verteld dat een ander nu eenmaal niet mijn eenzaamheid oplossen kan.

Is het gek dat ik zo langzamerhand denk: wie heeft wie nou nodig?
Ik heb de maatschappij nodig om onafhankelijk te kunnen zijn, de maatschappij houdt me liever afhankelijk en bepaald voor mij waar ik wel of geen recht op heb, kortom: hoe ik leven moet.
De gedachte komt regelmatig in me op;’ben jij mijn dankjewel nodig om daar zelf een goed gevoel over te krijgen?
Vraag je je ook werkelijk af wat ik daarbij ervaar of voel?’

Elk gevoel of wat ik er zelf over zeggen wil wordt tegen me gebruikt, waardoor je mond steeds verder gesnoerd wordt.
Terwijl ik daar nou juist uit ontsnappen wilde!

Ik ben dankbaar voor alle hulp.
Alleen dat ik afhankelijk van de gunst van anderen alleen hulp krijg bij wat een ander bepaald wat goed voor mij is, daartegen komt mijn vraag om hulp naar een ‘onafhankelijk van anderen leven’ in opstand.
Ik kom ook in opstand tegen de schijnbare machtspositie van al diegenen die mijn afhankelijkheid gebruiken mij voortdurend op mijn eigen verantwoordelijkheid te wijzen.
Omdat het mij overkomt als: ‘ ben ik mijn broeders hoeder?’ is mijn vraag ‘wil je eens nadenken wat dan jou verantwoordelijkheid is naar de naaste in nood?’

Eigen schuld, Jezus’ bult.

De op waarheid gebaseerde tv serie Unbelievable gaat over Marie, een meisje van 12 dat niet geloofd werd nadat ze aangifte deed van een goed voorbereide verkrachting Daardoor verschoof langzamerhand de mening over haar van slachtoffer naar dader.
Als zeer onbetrouwbaar leugenachtig en bestempeld als afhankelijk van negatieve aandacht, werd ze door iedereen in de steek gelaten.
Tot het uiterste in het nauw gedreven verklaarde ze uiteindelijk over de verkrachting gelogen te hebben waarna ze zelf werd aangeklaagd en veroordeeld voor het doen van een valse aangifte.

De dader in dit verhaal waande zich onaantastbaar en ontwikkelde zich als een serieverkrachter die jarenlang het ene na het andere slachtoffer maakte.

Marie veranderde ondertussen van een extrovert en vrolijk jong meisje in een schuw, monddood en het liefst onzichtbaar bang vogeltje.
Ten gevolge van haar veroordeling voor het doen van een valse aangifte moest ze verplicht in therapie waar de therapeut haar de vraag stelde wat ze geleerd had van deze situatie en wat ze doen zou wanneer ze weer met onrecht te maken zou krijgen.
Zou ze dan weer liegen?

Greep haar geschiedenis me al erg aan, het antwoord van Marie deed me dat des te meer:
‘Ik hoor te zeggen dat ik niet zou liegen als ik het over zou moeten doen.
Maar de waarheid is dat ik eerder zou beginnen te liegen.
En beter zou liegen.
Ik zou het zelf uitzoeken.
Alleen.
Hoeveel iemand ook zegt om je te geven, het is niet zo.
Niet genoeg.
Misschien willen ze het, of proberen het, maar andere dingen worden belangrijker.
Dus daar zou ik mee beginnen.
Liegen.
Want zelfs goede mensen, mensen die je min of meer kunt vertrouwen; een waarheid die ze niet past, een waarheid die ze niet uitkomt, geloven ze niet.
Zelfs als ze echt om je geven.
Ze geloven het gewoon niet…’

Waarom deze serie, ‘Unbelievable’ me zo boeide is omdat een verhaal als dat van Marie niet op zichzelf staat.
Het is aan de orde van de dag dat slachtoffers van misdaden op seksueel gebied niet gehoord worden maar daarentegen zelf het stickertje ‘dader’ krijgen opgeplakt.
Vaak niet zo duidelijk zichtbaar zoals in het geval van Marie maar meer onderhuids en daardoor niet minder verwoestend.
Een slachtoffer van seksueel geweld moet gewoon zijn/haar mond houden, daar komt het op neer.
De maatschappij is over het algemeen niet gediend van dit soort verhalen.
Het gevolg daarvan is dat de omgeving medeverantwoordelijk wordt voor de volgende slachtoffers op het voor de dader door de omgeving geëffend pad.
Niet alleen medeverantwoordelijk voor de verwoestende gevolgen in het leven van het eerste maar ook voor de verdere ontwrichting van de maatschappij.
Een volgend slachtoffer ondergaat immers hetzelfde lot, waardoor de cirkel zich niet om de dader, maar om het steeds kleinere wereldje van het slachtoffer sluit.

Het is, zoals Marie het zegt: ‘een ongemakkelijke waarheid.’

In het kader van de serie ‘Unbelieveble’ las ik in een artikel op
https://www.psychologiemagazine.nl/artikel/ze-vroeg-erom/

“Wie slachtoffer is van een misdrijf kan behalve op medeleven ook bijna altijd rekenen op victim blaming, slachtofferbeschuldiging. Want: wie trekt er dan ook zo’n kort rokje aan; wie laat zich nou dronken voeren; wie gaat er dan ook naar zó’n land op vakantie…

◦ THE JUST-WORLD-THEORIE.

De neiging om slachtoffers verantwoordelijk te houden voor het onheil dat hen is overkomen, is een veelgemaakte denkfout en staat te boek als dejust world bias, ofwel de rechtvaardige-wereldfout. Zo’n reactie komt voort uit het vertrouwen dat de wereld een geordende, voorspelbare en rechtvaardige plek is waar iedereen krijgt wat hij verdient. We vinden dit geloof terug in spreekwoorden zoals ‘boontje komt om zijn loontje’, ‘wie goed doet, goed ontmoet’ en ‘wie oogst, zal zaaien.’ Kinderen krijgen dit vertrouwen met de paplepel ingegoten en ook in boeken en films zegeviert uiteindelijk de held van het verhaal en krijgt de boosdoener zijn verdiende straf: hij sterft of verliest zijn vermogen of zijn gezondheid.

De just world bias heeft een functie. Wanneer we het slachtoffer verantwoordelijk houden voor zijn ellende, houden we de illusie in stand dat we zelf controle hebben over de gevolgen van ons gedrag. Het is immers vervelend om te moeten constateren dat je iets doet dat onvoorspelbare consequenties heeft.
( Aldus https://www.volkskrant.nl/auteur/SUZANNE%20WEUSTEN)

In het artikel van https://www.psychologiemagazine.nl/artikel/ze-vroeg-erom/ valt te lezen dat gelukkig niet iedereen aan victim-blaming doet.
“Waarin verschillen zij van de mensen die met een beschuldigende vinger naar het slachtoffer wezen? Laura Niemi, onderzoeker aan de Harvard-universiteit in Massachusetts, publiceerde onderzoek waaruit blijkt dat ‘de meelevers’ andere morele waarden hebben.
Als het om die morele waarden gaat, zijn er grofweg twee groepen. De eerste bestaat uit mensen met overwegend individualiserende waarden. Zij geven prioriteit aan de bescherming van het welzijn en de rechten van individuen. Volgens Niemi denken deze mensen bij delicten aan een slachtoffer en een dader: het slachtoffer wordt iets aangedaan en moet worden beschermd.”

◦ VICTIMBLAMING, NIET IN DE KERK TOCH?

Als Christen, kerkelijk meelevend gemeentelid én slachtoffer van zowel huiselijk als seksueel geweld, ben ik vooral benieuwd naar hoe er in de kerk, de Familie van God, wordt omgegaan met het fenomeen victim-blaming.
Aan welke morele waarde hecht de kerk zich wanneer zij met een ‘ongemakkelijke waarheid’ wordt geconfronteerd?
Tot mijn groot verdriet en herkenning lees ik het volgende:

“De tweede groep bestaat uit mensen met meer bindende waarden: ze zijn loyaal aan de groep, gehoorzaam aan het gezag en ze hebben religieuze en seksuele zuiverheid hoog in het vaandel staan. Uit alle experimenten van de Harvard-onderzoeker bleek dat deze mensen de slachtoffers meer stigmatiseren en de schuld geven. Het groepsbelang staat voor hen ver boven het individuele belang, waardoor ze minder sympathie voor slachtoffers hebben en eerder een hard oordeel vellen over iedereen die zich niet conformeert aan de groepsregels. Deze mensen leven dus minder mee met het slachtoffer, ze richten zich op wat die persoon had kunnen doen om het delict te voorkomen.”
http://www.psychologiemagazine.nl

◦ VICTIMBLAMING NIET IN DE KERK, NEE

Terwijl ik geloof dat kerkleden goedwillende mensen zijn en er niet bewust op uit zijn aan victim-blaming te doen, is wat er uit dit onderzoek naar voren komt erg confronterend.
Kort gezegd komt het erop neer dat een slachtoffer van seksueel/huislijk geweld in de kerk van een kouwe kermis thuiskomt.
Jammergenoeg gebeurt dit in kerken van alle denominaties.

Hoe komt het dat wanneer de kerk religieuze en seksuele zuiverheid hoog in het vaandel heeft, toch maar weinig sympathie op kan brengen voor slachtoffers?
Hoe komt het dat de broers en zussen van Christus een familielid dat het meest bescherming nodig heeft buitensluiten?
Het kan niet anders dan dat zich onder het fenomeen victim-blaming onder gelovigen, een nog veel groter probleem schuilhoudt; nog gemener en nog meer onderhuids.
Dit fnuikend en ondermijnd gegeven heet ‘Schuld.’
Dat wat Paulus in de Romeinenbrief schrijft, niet geloven.

‘Want allen hebben gezondigd en missen de heerlijkheid van God, en worden om niet gerechtvaardigd door Zijn genade, door de verlossing in Christus Jezus.’
Romeinen 3:23-24 HSV
https://www.bible.com/1990/rom.3.23-24.hsv

Om niet zijn we gerechtvaardigd; om niet!
Om niet zijn we verlost, om niet!
Terwijl we door onze zonden de genade verkwanseld hebben, ontvangen we het desondanks om niet, alsof we het zelf verdiend hebben.
‘God freely give away His rightousness’ zegt The Passion Translation

Geloof praat de Schrift na wat Paulus ons in zijn brief aan de Kolossenzen schrijft:

‘En Hij heeft u, toen u dood was in de overtredingen en het onbesneden zijn van uw vlees, samen met Hem levend gemaakt door u al uw overtredingen te vergeven, en het handschrift dat tegen ons getuigde, uit te wissen. Dit handschrift was met zijn bepalingen tegen ons gericht, en Hij heeft dat uit het midden weggenomen door het aan het kruis te nagelen. Hij heeft de overheden en de machten ontwapend, die openlijk te schande gemaakt en daardoor over hen getriomfeerd.’
Kolossenzen 2:13-15 HSV
https://www.bible.com/1990/col.2.13-15.hsv

Geloof zegt dus: ‘Satan, de aanklager is de mond gesnoerd!
Satan is voorgoed ontwapend en voor schut gezet…!

Omdat we het doorgaans maar moeilijk vinden vrijspraak van elke schuld te ontvangen zonder daar zelf iets voor te hoeven doen, noemen we ons vaak; ‘evengoed nog een zondaar.’
Alsof het een nederig offer aan Jezus is, doen we aan victim-blaming naar onszelf en verontschuldigen we onszelf tegelijkertijd vast voor het niet zo nauw nemen van de zonde.
Iedereen die je verteld daarmee de tandloze vijand, de duivel een mond om te spreken geeft zal dat ontkennen, maar dat is toch precies wat er gebeurt?
De Waarheid in Christus een nieuwe schepping te zijn en daarom vrijgekocht uit de macht van de zonde wordt op deze manier een ‘ongemakkelijke waarheid.
Een triest gevolg van het niet om kunnen gaan met deze waarheid, vrij te zijn in Christus, is dat een verhaal zoals dat van Marie zelfs in de kerk een ongemakkelijke waarheid wordt.
Wanneer een kerk of individueel gelovige als victim-blamende kerk weigert te ontvangen ‘om niet’, zal ze daarom een geweldsslachtoffer vooral vertellen wat ze zelf had moeten doen om het geweld te voorkomen.
De kerk die op Golgotha vrijspraak ontving, is vervolgens degene die haar eigen meest hulpeloze leden buiten de poort kruisigt en op dat moment nogmaals Jezus aan de paal nagelt.

Mijn gebed is dat de kerk, Evangelisch, Gereformeerd, Room Katholiek, eens ophoudt het over schuld te hebben.
Ik bid dat omdat Jezus’ offer schuld de mond heeft gesnoerd de kerk diegene die de tanden uit de mond zijn geslagen recht van spreken geeft.
Ik bid dat omdat Jezus tussen hemel en aarde hing degene wie de bodem onder de voeten is weggeslagen, in de kerk op hun voeten worden gezet.
Ik bid dat de kerk de plek is waar Marie niet meer hoeft te liegen.
Waar u/jij niet meer hoeft te liegen.
Waar ik niet mee hoef te liegen…

Schuld en Armoede

Vanaf dat ik vijf jaar geleden besloot uit een destructieve relatie te stappen moest ik noodgedwongen schuldsanering aanvragen.
In dat traject ben ik jarenlang van het ene naar het andere loket verwezen met als gevolg dat
door incasso en deurwaarders kosten de schulden steeds hoger opliepen; de alom bekende stapelings-problematiek.
Toen ik zat van dit van het kastje naar de muur spel zelf aan het plafond zat, werd me doodleuk gezegd: ‘mevrouw Kramer, ik geloof dat u erg boos bent!
U moet hulp gaan zoeken…’

Omdat achter al die kille cijfertjes een enorme berg pijnlijke herinneringen schuilde, kostte het me verschrikkelijk veel energie alle verplichte paperassen overzichtelijk in een map te ordenen.
Eenmaal aangeleverd zorgde de onverschilligheid van de meneer achter het toenmalige loket ervoor dat deze papieren alras een onoverzichtelijke wanorde en chaos werden.
Het gevolg daarvan was dat bij de zoveelste fout ingevulde aanvraag de rechter niet hém, maar míj waarschuwde dat de maat vol was en ik het zelf maar uitzoeken moest.

Toen ik ten einde raad op het desbetreffende loket zei dat mijn problemen alleen maar groter werden getuigde het weerwoord van een verbluffend achteloze desinteresse: ‘ach mevr. Kramer, of u nou 100 of 200 000 euro schuld heeft, dat maakt immers niets meer uit?’

Intussen was er loonbeslag gelegd waardoor ik dat jaar ook mijn vakantiegeld kwijt was.
Met andere woorden: ik was veroordeeld en overgeleverd aan een gedwongen hulpverlening die geen enkele verantwoordelijkheid hoefde af te leggen voor hun fouten.
Daar draaiden niet zij maar ik voor op!

Intussen ben ik 5 jaar verder, en word nog steeds van loket naar loket gestuurd.
Ieder loket verdiend aan mijn armoede en nood zelf een goede boterham.
Er wordt nog steeds fout op fout gestapeld, waar niemand verantwoording voor schuldig is.

Bij het Paleis van Justitie op het matje geroepen vroeg de rechter-commissaris me onlangs wat ik er zelf van vind in de WSNP te zitten,
(Wettelijk Schuldsaneringstraject Natuurlijke Personen)
Ervan uitgaand dat ik erg dankbaar moet zijn voor de ‘hulp’ die ze me bieden was zijn ongenoegen groot toen ik antwoordde: ‘ik ben van de ene gevangenis in de andere beland.’
‘Nee, zo moet u het niet zien, mevr.Kramer, we helpen u toch?’

Even dacht ik de afgelopen week wat meer lucht te hebben: er werd me toegezegd dat ik deze zomer een deel van mijn vakantiegeld zelf houden ‘mag!’
Bijna €600, ik voelde me de koning te rijk!
‘Weet je wat’ dacht ik, ‘ik ga op Marktplaats een tentje kopen!
Kan ik gelijk in mijn eigen tentje slapen tijdens de conferentie waar ik graag naar toe wil, dan hoeft het niet zo veel te kosten!’
Ik heb een week lang plezier gehad in het uitzoeken welke tent geschikt is.

Vandaag kreeg ik zonder ook maar enig woord van excuus te horen dat ze zich vergist hebben, ik heb geen recht op vakantiegeld.

Staat mijn persoonlijk verhaal opzichzelf?
Was dat maar waar…
Duizenden mensen bungelen net als ik onder aan de samenleving en worden door allerlei instanties als een nul behandeld.
Een niemand.
Iemand waar geen rekening meer mee hoeft te worden gehouden dan alleen de rekening die ze je zelf steeds presenteren.
Wij, de niemand-mensen zijn pionnen in een miljarden verslindende schulden fabriek.
We worden constant op onze plichten gewezen en hebben geen enkel recht dan ons handje op te houden en ‘dankjewel’ of ‘ik begrijp het’ te zeggen.
Onze privacy hebben we verspeeld, onze inlogcodes liggen op het bureau van de bewindvoerders en we moeten elke cent die we uitgeven verantwoorden.
Wanneer we te maken krijgen met extra kosten, bv voor fysiotherapie o.i.d. moeten we toestemming vragen en maar afwachten of we daar recht op hebben.
Onze post gaat eerst naar de rechtbank en wordt gecontroleerd op verborgen geld of bezit, waarna we onze geopende post pas dagen later zelf in de brievenbus krijgen.
Onze deuren hebben geen sloten omdat de bewindvoerders zonder onze toestemming onze spullen aan een inspectie mogen onderwerpen, zodat we ook binnen onze eigen muren niet meer veilig zijn.
Het is een soort van geoorloofde gijzeling en tot vogelvrij verklaard opgejaagd wild.
Wanneer we van iemand een extraatje krijgen zijn we volgens de wet verplicht dat te melden en af te geven.
Als we dat ‘stiekem’ toch achterhouden moeten we oppassen aan wie we dat vertellen want op elke straathoek worden we bespiedt.
We raken steeds meer vrienden kwijt omdat ook de omgeving soms meent dat we bij bepaalde uitgaven zelfs aan hun verantwoording schuldig zijn.
Doordat we nergens anders geld voor hebben dan voor het goedkoopste eten, raken we steeds meer geïsoleerd van de maatschappij en samenleving om ons heen.

Terwijl geen enkele over ons aangestelde instantie zelf verantwoordelijkheid hoeft te nemen over hun regelmatig verzuimde plichten, worden wij voortdurend gecontroleerd en bedreigd met beëindiging van het WSNP traject.
O wee wanneer we niet op tijd doen wat van ons geëist wordt, dan worden we eruit gegooid en staan binnen niet al te lange tijd op straat omdat de schuldeisers dan zonder pardon ons boeltje verkopen mogen.

Het onbegrip van de omgeving en het vaak bewust niet willen weten van onze benarde situatie maakt dat we ons op een gegeven moment zelf ook maar zo onzichtbaar mogelijk maken.
Voortdurend als een niemand behandeld worden verandert langzaam maar zeker ook het denken over jezelf.
De ‘opbeurende’ bemoediging dat er licht is aan het eind van de tunnel ziet voorbij aan de nog jarenlange worsteling om van €7 per dag rond te moeten komen.
Iedere keer moeten zeggen: ‘daar heb ik geen geld voor’ wanneer anderen je mee vragen leuke dingen te gaan doen, herinnert je constant aan isolatie door geldgebrek.

In een rijk en welvarend land als Nederland heeft de gevangenis van de WSNP zowel metersdikke als flinterdunne muren, waarbinnen geen enkele bescherming meer lijkt te zijn.

Neem me mee

Kopje onder in de zee
Bedolven
Onder je golven

Wie neemt me mee
Naar de zee
Verteld me van het wonder
Dan ga ik niet ten onder

Kopje onder in de zee
Een regenboog van kleuren
Het zal je maar gebeuren
Neem me toch mee
Naar je zee…

Wikkel me in je doeken
warm me met je lijf
spreek me woorden van behoud
ik heb het zo vreselijk koud

Voltooid of Volbracht?

Ik ben geschokt, voor de zoveelste keer trouwens.
Wat is er aan de hand?
Wel, Pia Dijkstra heeft uitredding geboden uit de soms eindeloos moedeloze situatie, waarin ik en velen met mij, die als een speelbal van allerlei instanties van het ene loket naar het andere loket worden verwezen en daarna dan weer van het kastje naar de muur worden gestuurd.

Het gevolg van deze figuurlijke enkelband is een langzaam maar zeker vereenzaming, omdat net genoeg geld hebben om niet ondervoed te raken, automatisch uitsluiting van allerlei activiteiten inhoudt.

Maar goed, vandaag lanceerde D66 een nieuw reddingsplan voor de duizenden ouderen, (!?) 55 plussers, die zich door allerlei oorzaken als schulden en opstapelende problemen vaak eenzaam voelen.

Alsof ze het patent heeft op barmhartigheid en mededogen verteld Pia Dijkstra zich in te zetten voor hulp aan deze groep.
Ze zegt dat ze daar recht op hebben, vandaar dat de overheid de zorg op zich neemt deze eenzamen uit hun lastige situatie te verlossen.

Precies de groep waartoe ik zelf behoor dus spits ik mijn oren…
Is er dan eindelijk iemand die bereid is naar mijn klacht te luisteren om daarna in actie te komen?
Hallelujah, er gloort licht nog voor ik de donkere tunnel uitgelopen heb.

Het moet volgens Pia, makkelijker worden zelf te beslissen dat het genoeg is.
Nou, dat is goed nieuws, want ik vind namelijk al jaren dat het genoeg is!
Door de vele teleurstellingen huiverig geworden voor de addertjes onder het gras, ben ik benieuwd naar wat ze verder nog te zeggen heeft.
En ja hoor, meteen bijt de adder me in de hiel, en wordt me door de overheid die zich verplicht heeft haar burgers te beschermen, een voltooid leven aangeboden.
Met andere woorden, ik krijg toestemming mezelf te vermoorden…

Dat ik in een tijd met de verwachting van steeds meer gezonde 100 plussers, als 55 plusser al een oudere wordt genoemd vind ik overigens nogal merkwaardig en hoogst verdacht.
Wordt me nu door Pia aangepraat dat het genoeg is, of heb ik dat zelf beslist?
Volgens Pia ga ik ervan uit dat ik overbodig ben, maar vind ik dat zelf ook?

Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat hier een andere macht aan het werk is, een macht die de overheid aanstuurt een vals signaal van empathie met mensen in nood uit te zenden.
De macht van de slang die al in het Paradijs liet zien hoezeer hij God en de kinderen van die God haat en niets zal schuwen mij te gronde te richten.
De slang die met zijn sluwe bijna-waarheid verleidt tot vernietiging van dat wat God goed gemaakt heeft, zelfs zeer goed!
Als ik niet wist van een een andere macht die in zijn kruisdood de kop van deze adder vermorzeld heeft zou ik er zo maar achteloos in trappen.

Bah, wat word ik hier boos van!
Heilig verontwaardigd vraag ik me af wat er met mijn generatie aan de hand is en waarom ze in plaats van biddend in de bres te staan voor hun kinderen en kleinkinderen zelfmoord boven het leven met De Levende verkiezen.
Tevens dringt de vraag zich op waar de kerk was op het moment dat de ‘ouderen’ van nu zelf nog biddend omringt werden door ouders en grootouders.
Hoe komt het dat zonde steeds minder zonde wordt genoemd en het leger cheerleaders dat de adder als held binnenhaalt steeds groter en groter wordt?
Tot mijn verdriet ook in de kerk…

Mijn lieve broers en zussen, terug, terug naar het getuigenis van Jezus Christus en die gekruisigd.

Ik zie ik zie wat jij ook ziet.

Deze week was er in Lelystad een infoavond over een door het Leger des Heils tijdelijk te plaatsen unit voor opvang van dak en thuislozen.
Ik zag daarvan een filmpje op Omroep Flevoland maar was verplicht eerst een reclamespotje te kijken.
Groter controverse tussen dit spotje en het onderwerp van de avond in Lelystad is niet mogelijk.
In het spotje presenteerde zich namelijk een bedrijf dat me maar wat graag wil helpen mijn dromen uit te laten komen; het bouwen van een villa!
Verbaasd vroeg ik me af hoe dit bedrijf weet van mijn droom in een huis te wonen waar ik heel veel voetstappen zetten moet om van de keuken in de woonkamer te komen.
En hoe weten ze zo exact dat mijn droomhuis veel ramen moet hebben en minstens drie verdiepingen?
U begrijpt het nu inmiddels wel, ik heb het hoog in mijn bol, maar er is gelukkig een bedrijf dat mijn kasteel niet in lucht laat opgaan.

Na dit spotje volgde het verslag van een nogal tumultueus verlopen goed bezochte info-avond over een door het Leger des Heils tijdelijk te plaatsen unit voor opvang dak en thuislozen.
Bezorgde buurtbewoners uiten luid en duidelijk hun ongenoegen over dit plan, met argumenten als: ‘in de buurt wonen veel kwetsbare ouderen en we moeten onze kinderen toch ook beschermen?’
De wethouder nam een petitie met zo’n honderd handtekeningen tegen plaatsing van de unit in ontvangst en er werd zelf gedreigd met het overwegen van juridische stappen.

Tja, heb je net je droomvilla betrokken en loopt er een dak en thuisloze door je keurige buurtje.
Dat kun je natuurlijk niet tolereren!
Hebben je kinderen door de glimmend gepoetste ramen net zo’n mooi uitzicht, wordt het verpest door de verlangende blikken van dak en thuislozen die ook dromen van een huis waarin ze veel stappen moeten zetten van de keuken naar de kamer.
Je wilt natuurlijk zelf ook niet geconfronteerd worden met de moedeloze blik in de ogen van dak en thuislozen die het dromen over een huis waarin veel stappen van de keuken naar de kamer moeten worden gezet allang opgegeven hebben.
De pijn in de ogen van een dak of thuisloze over een verleden eens met het gezin ook in zo’n huis gewoond te hebben waar veel stappen, ach u raadt het al…daar sluit je liever ook je ogen voor.
Logisch toch?
Ieder is verantwoordelijk voor zijn eigen geluk!!

De vraag werd gesteld waar deze units dán geplaatst moeten worden, ‘overal maar niet in onze buurt!’ was het antwoord.

Waar je ook maar om je heen kijkt, de samenleving van vandaag verandert in rap tempo in ‘wij tegenover zij!’
Bestaat het woord samenleving überhaupt nog wel?
Samen… dat betekent toch; ‘wat mag ik voor jou betekenen?’

Wanneer je tot de groep gaat horen waarvan het leven niet meer zo aan het leien dakje van de verwachting voldoet word je een bedreiging voor de groep waar het allemaal (schijnbaar)nog wel op rolletjes loopt.
Als speelbal van allerlei instanties die zich over je ‘ontfermen’ maar ondertussen een dikke boterham verdienen aan jou nood, beland je in een steeds groter isolement.
Niet alleen omdat men liever aan je voorbij kijkt, maar vooral om een nog gemener fenomeen: schuld.

Hoe dat in zijn werk gaat?
Stel je leeft je huisje-boompje-beestje leventje, een leven dat je dik verdiend hebt en waar je, terecht, van geniet.
Maar oh jee, komt daar die minder gefortuneerde pechvogel op je pad, iemand die voor datgene wat jij normaal vindt, bv de sportschool, een nieuw lampje voor de fiets, vitamine supplementen tegen de griep, fysiotherapie na een operatie, nieuwe schoenen ter vervanging van je oude lekke exemplaren, een vriendinnen lunch enz. enz. steeds zeggen moet; ‘daar heb ik geen geld voor.’
Ergens vindt je dat je iets voor die ander (zou) moeten doen, maar tegelijkertijd knaagt er irritatie over de afhankelijkheid waarin de ander zich bevindt.
Alsof die ander schuld heeft aan jou gevoel van onbehagen over je eigen goede leven, begin je jezelf slachtoffer te voelen van dat eigen schuldgevoel en houdt daar vervolgens de ander verantwoordelijk voor.
Verhuld in allerlei mooie excuuses bedoel je te zeggen; ‘ben ik mijn broeders hoeder,’ en verwacht een excuus van die ander voor het ‘aanpraten’ van jou eigen schuldgevoel.
Daarmee eis je in principe hoederschap van degene waarover jezelf het broederschap ontkent of uit de weg gaat.

Omdat ikzelf in een van instanties afhankelijk en gedirigeerd leven ben beland weet ik intussen hoe het voelt wanneer men je liever niet ziet, er aan je voorbij gekeken wordt, soms letterlijk de rug wordt toegedraaid.
Ik weet hoe het voelt dat ik verantwoordelijk word gehouden voor het onbehagen dat mijn situatie bij de ander oproept.
Ik weet hoe de onuitgesproken eis me te moeten verontschuldigen en begrip op moeten brengen voor dat onbehagen, tussen mij en anderen instaat.
Alsof de ander van mij toestemming moet krijgen om te mogen genieten van wat hij/zij wel heeft en ik niet, maakt die ander zich afhankelijk van mijn excuses voor het eigen knaagdier; schuld.

Is dat terecht?
Volstrekt niet!
Wil je genieten van datgene wat je uit Vaders hand ontvangen hebt, doe dat dan.
Dat gun ik iedereen.
Maar houd mij niet verantwoordelijk voor het schuldgevoel dat je vindt eigenlijk iets voor mij of alle andere armoedzaaiers, zwervers, hulp afhankelijken, dak en thuislozen te moeten/willen doen, maar ja, het komt er maar niet van, want………’
Als je zegt iets te willen doen, doe dat dan, omdat je anders valse verwachtingen wekt bij anderen.

The Bottom Line is:
Laat iedereen genieten van wat uit Vaders hand ontvangen is, want uiteindelijk is God de enige aan wie verantwoording hoeft te worden afgelegd.

De namen van mijn kinderen.

Al heel lang neem ik me voor mijn berging eens op te ruimen maar het komt er maar niet van.
Het liefst doe ik de deur steeds zo snel mogelijk weer achter me dicht, omdat de herinneringen aan toen en voorbij soms een loopje met mijn emoties nemen.
Het is dat het niet mogelijk is op de tast dat ene blik verf of die en die bloempot te pakken anders hield ik het liefst ook mijn ogen dicht.
De opstapeling van een leven vóór het nu is af en toe te confronterend.

Je zou zeggen: ‘dan kieper je het toch weg?’
Maar zo simpel ligt het niet, want het meeste zijn waardevolle spullen, zó waardevol dat er naar kijken en aanraken zoet pijn doet.

Neem nou de wieg…
Vier keer werd in dit mandje een kostbaar kleinood gelegd, drie meisjes en één jongetje.
Vier heel verschillende baby’s; het derde kindje met een door uitdroging gebarsten roze huidje en donkerblonde haartjes, de vierde een donker donsbedekte achtponder met gitzwarte wimpertjes, de jongste en vijfde baby zó wit, blond en doorzichtig dat je haast door haar heen kon kijken.
Mijn oudste en eerste kindje dat in de wieg gelegd werd, had een roomwit velletje waarover een zacht gouden gloed van zomerworteltjes oranje haartjes lag.
Alle vier kinderen anders van kleur, niemand leek op het andere broertje of zusje.

Behalve het tweede kindje, het was een precies eendere baby als het eerste, roomblank, bedekt met een gouden gloed van zomerworteltjes oranje gekleurde haartjes.

Voor zijn geboorte lag ik in de verloskamer van het ziekenhuis waar de arts haar oor te luisteren legde door de toeter op mijn buik.
Koud en hard luidde daarna het oordeel: ‘Die vrucht is allang dood!’

Verdoofd probeerde mijn gevoel mijn kind binnen te houden, maar mijn lijf deed gewoon wat het doen moest; wilde het niet zelf dood gaan moest dat wat er niet hoorde uitgedreven worden.
Nog eer ‘de vrucht’ een eerste hap lucht had ingeademd, had het al in de veilige beschutting van mijn buik de laatste zucht geslaakt.
Het kleine rode mondje zweeg, de oogjes met de zomerworteltjes gekleurde wimpertjes bleven gesloten, de handjes grepen niet zoekend in het rond om krachtig mijn eigen vingers te omknellen, de voetjes die ik eens voorzichtig fladderend in mijn binnenste had voelen trappelen weigerden daarbuiten ook maar één stap te zetten.
Oorverdovend stil, slap als een lappenpop lag het tussen mijn benen.
Terwijl mijn binnenste krijste en schreeuwde: ‘ga huilen, ga huilen!’ klemden ook mijn lippen zich verstommend op elkaar.
Zoals mijn kind al van tevoren zijn oogjes gesloten had, zo dwong mijn verstand te kijken naar wat mijn gevoel weigerde te geloven, mijn bloedeigen dode kind.
Ondanks de ontzetting zoog ik het beeld in me op, mijn kind dat ik voor het eerst en tegelijk voor het laatst bekijken kon.
Zijn stille hartje baande zich een weg naar het diepste van mijn eigen bloedend en bonzend binnenste.
Alsof het ruimte maken moest, zo rukte de pijn een deel van mijn eigen kloppend hart uit mijn lijf, waarna ik mijn kind in de ontstane holte veilig opbergen kon.

De schreeuw in mijn binnenste was als het roepen in een echoput, hard en meedogenloos kwam het als een boemerang terug en sloeg mezelf in het gezicht

Lamgeslagen kwam ik thuis en ruimde de wieg weer op.Niemand sprak over de bevalling, niemand vroeg de naam van mijn kind.
Pas jaren later durfde ik mezelf toestaan het zwijgen te doorbreken en oorverdovend te gaan schreeuwen.
Ik leerde rouwen om mijn tweede kindje, mijn zoontje Marlon.
De tijd heeft de scherpte van het verdriet wat geschaafd en gepolijst, maar gaat nooit meer helemaal over en kan soms onverwacht hevig schrijnen.Dat is niet erg, soms alleen een beetje lastig.Het zorgt er tevens voor dat mijn berging een soort van no-go-area is.

Gelukkig ligt mijn hart en alles wat daar verborgen ligt in het veilige kommetje van Jezus doorboorde handen.
Samen met de vijf kinderen die uit me geboren zijn word ik gewiegd in een eeuwigdurend trouwverbond.

Opgedragen aan:
Joke
Marlon
Maaike
Jelle-Dirk
Ditta


Lees verder De namen van mijn kinderen.