Samen delen/Voedselbank.

Vorig jaar juni, na mijn wekelijk bezoek aan de Voedselbank, kwam ik er thuis achter dat de bak overrijpe aardbeien en los neergelegde al net zo overrijpe abrikozen en enkele kiwi’s, zich als een fruit-smoothie over de rest van de boodschappen had uitgespreid.
Het was de druppel die de emmer van pijn, vernedering om het handje ophouden, en de eis dankbaar te ‘moeten ‘ zijn, over liet lopen.
Ik heb zo vreselijk gehuild…

Daarna schreef ik het volgende blog wat heden ten dage nog net zo actueel, of misschien nog wel meer actueel is.
Ik heb namelijk nooit een antwoord gekregen op mijn vraag welk getuigenis er van de kerk in het algemeen uit gaat, wanneer ze haar eigen leden naar de Voedselbank laat gaan.
Wanneer je, zoals ik ook in mijn blog schrijf, de gemeente uit Handelingen 4 aanhaalt, moet ik dat zien als een droombeeld zoals een gemeente misschien wel zou moeten zijn, maar als ideaalbeeld toch echt niet haalbaar is.
Zelf zie ik dat anders.
Ik lees de Bijbel niet als droombeeld van hoe het zou moeten zijn, maar als aanmoediging en bemoediging hoe we in verbondenheid met Jezus en elkaar gemeente mogen en kunnen zijn zoals beschreven in Handelingen 4.

Mijn blog haalde zelfs de krant (ND 5 juli 2019) en riep grotendeels iritatie en zelfs openlijke vijandschap op.
Hier en daar was er wat goed bedoelde verontwaardiging en zeiden mensen dat ze het nooit zo bekeken hadden.
Jammergenoeg is deze verontwaardiging en het ongemakkelijk voelen over nood van de naaste meestal maar van korte duur, en blijft alles gewoon bij het oude.

Ik ben overigens daarna niet meer naar de Voedselbank gegaan.
Het was lichamelijk en emotioneel te zwaar.
Ik ben daarbij nog steeds van mening dat de Voedselbank enerzijds een geweldig goed initiatief en anderzijds een groot gevaar voor de volksgezondheid is.
Dit omdat ik zelf ervaren heb dat je wel genoeg te eten krijgt, maar door alle overbodige zoet, zout en vet ondervoed raakt.



Voedselbank

De gemeente uit Hand. 4 :32-34 wordt vaak als een droombeeld van een goed functionerende gemeente gezien.
Ze waren één van hart en geest en deelden al hun bezittingen met elkaar.
Wat was het geheim van de eerste kerk?
Men stond in vuur en vlam voor Jezus en sprak vrijmoedig over Hem.
Vervuld van grote genade, was het niet moeilijk om wat men zelf bezat te delen met elkaar.

Als zogenaamd onder aan de samenleving bungelend kerklid roept het lezen van Hand.4 bij mij de volgende vraag op;
‘welk getuigenis gaat er van de kerk van vandaag uit, wanneer haar eigen broers en zussen naar de Voedselbank moeten gaan om daar op hun beurt wachtend, de door hun eigen kerk gedoneerde boodschappen op te halen?

Ik woon zelf om de hoek van de kerk, net als de meeste van ons, waardoor het afgeven tijdens de maandelijkse inzameling een makkie is.
De Voedselbank is 6 kilometer verderop.
Omdat ik grotendeels afhankelijk ben van de Voedselbank moet ik dus iedere week, weer of geen weer, 12 kilometer fietsen om het pakket op te halen.
Het voedsel pakket bestaat voor het overgrote deel uit blikken soep, blikken groenten, deegwaren, potten sauzen , gezoete ontbijtgranen, chips koekjes, en verder houdbaar eten.
Aangevuld met leftovers uit de supermarkten zoals afgekeurde groenten en fruit, waar degene met een wat meer gevulde portemonnee in de winkel hun neus voor ophalen.
Van wat de Voedselbank mij biedt, kan ik tevens iedere avond te zoete en te vette snacks eten, ware het niet dat ik dit soort boodschappen na het eerste jaar 10 kg. te zijn aangekomen niet meer meeneem.

Ik heb er moeite mee, met de Voedselbank.
Goed bedoeld, daar twijfel ik niet aan, net zomin als aan de welwillende offervaardigheid in de kerk.
Maar ik heb een vraag;
Wie dien je met die offervaardigheid?
Ik vraag dat omdat mij nog nooit gevraagd is wat voor impact het op mezelf heeft dat ik naar de Voedselbank moet gaan.

‘Hoe ervaar je dat als steeds afhankelijk van wat anderen je toebedelen?
Eet je wel gezond met wat je van ons krijgt?’

Ik probeer deze nooit gestelde vragen hier te beantwoorden:
‘Ik ben blij dat jij/u als lid van de kerk mee doet aan de inzameling.
Tegelijk vraag ik me af; voor wie u/jij dat doet?
Voor de kwetsbare medemens of ook voor jezelf?
Begrijp me goed, het gaat niet om goed/fout.
Je medemens dienen is bijbels, maar zelf ook lid van een kerk, voelt het voor mij vaak alsof die paar boodschappen doneren, tevens een soort afkopen is van een fnuikend schuldgevoel over eigen rijkdom en bezit.
Dat baseer ik voorzichtig op de vaak naar mij gemaakte opmerking dat het zo fijn voor míj is dat er in ieder geval nog een Voedselbank is.
En wat als ik er helemaal niet blij mee ben?
U/jij hebt me dat toch nog nooit gevraagd?
Ik vind het nl. verschrikkelijk!
Het is iedere week weer een confrontatie met de onmacht van het onderaan de samenleving bungelen.
Een samenleving waar het haast onmogelijk is zelf beslissingen te nemen over wat ik wel of niet fijn vind, wat er gegeten wordt, en waar mijn geld naar toe gaat.
Een samenleving waar instanties, deurwaarders en ontelbare loketten de baas over mijn leven zijn geworden en daar zelf een dikke boterham aan verdienen.
Deze genadeloze samenleving botst zo met wat Jezus zegt in Handelingen 4, en botst daarom ook zo met wat ik in de kerk zie gebeuren.
‘In de kerk zijn we één grote familie waar we voor elkaar zorgen’ hoor ik dikwijls roepen.
Is dat zo?

Wanneer ik temidden van overwegend Arabisch sprekende mannen en zwart gesluierde vrouwen in de Voedselbank wacht op mijn beurt, maak ik mij juist zorgen om de kerk.
Mijmerend over Hand.4:33 ; ‘de apostelen gaven een krachtig getuigenis van de opgestane Jezus’ verlang ik zó naar dat getuigenis in onze kerken.
Ik geloof dat niet alleen ik, maar velen met mij, dan niet meer elke week 12 kilometer hoeven te fietsen voor de leftovers van de rest van het welvarende land als ons Nederland dat is.
De reden voor geen gebrek verheugd me nog het meest;
Op ieders lippen het krachtig getuigenis van de opstanding van Jezus.

En de menigte van hen, die tot het geloof gekomen waren, was één van hart en ziel, en ook niet één zeide, dat iets van hetgeen hij bezat zijn persoonlijk eigendom was, doch zij hadden alles gemeenschappelijk. En met grote kracht gaven de apostelen hun getuigenis van de opstanding des Heren Jezus, en er was grote genade over hen allen. Want er was ook niet één behoeftig onder hen; want allen, die eigenaars waren van stukken grond of van huizen, verkochten die en brachten de opbrengst van de verkoop en legden die aan de voeten der apostelen; en aan een ieder werd uitgedeeld naar behoefte.’
Handelingen 4:32-35 NBG51
https://www.bible.com/328/act.4.32-35.nbg51


https://www.nu.nl/eten-en-drinken/4949105/klanten-van-voedselbank-eten-ongezonder.amp

Spiegel

In de trein deelt wel eens een buitenlander bedelbriefjes uit.
In ruil voor een pakje zakdoekjes hoopt hij zo een paar centen voor zijn jonge gezin bij elkaar te schrapen.
De meeste passagiers doen net alsof ze hem niet zien en leggen vervolgens aan elkaar uit waarom ze hem negeren.
Iedereen is het met iedereen eens al genoeg aan zichzelf te hebben en niet verantwoordelijk te zijn voor het onderhoud van een ander zijn gezin.

“Er zijn immers genoeg sociale voorzieningen in ons land?
Waarschijnlijk heeft deze bedelaar helemaal geen kleine kinderen en koopt hij straks drugs van óns geld!
Wie heeft trouwens tegen hem gezegd dat hij naar hier moest komen, niemand toch?
Precies, het zijn zijn eigen keuzes, dus…”

S’avonds kan het vervolgens zomaar gebeuren dat dezelfde mensen, jij en ik, ons met een rijkgevuld bordje op schoot voor de tv hebben genesteld.
Verbijsterd en verontwaardigd oordelen we hard over de wreedheid waarmee een woedend schreeuwende menigte, met lange stokken bootjes vol wanhopige vluchtelingen beletten aan wal te komen.

Ondertussen gebruiken we dikwijls de beelden uit arme landen als pressiemiddel wanneer onze kinderen hun bordje niet leeg willen eten en leren hun niet te vergeten te bidden voor de arme kindertjes.
Zondags in de kerk bidden we gezamenlijk om een oplossing voor de op drift geraakte vluchtelingen en vragen God goed voor hen te zorgen.

Behalve dat het geen zin heeft bij overgehouden volle bordjes schuldgevoelens te kweken over de lege buikjes van arme kindertjes heeft gebed natuurlijk altijd zin.

Maar stel dat de bel gaat en de bedelende jonge vader uit de trein staat op de stoep …
Hij heeft onze vakantieklaar schoongepoetst en volgeladen caravan op de oprit zien staan en smeekt om onderdak voor hem en zijn jonge gezin…
Wat dan?
Of we staan in de dienst net op het punt voorbede voor elkaar en de nood in de wereld te doen en worden onderbroken door dezelfde treinbedelaar die met vrouw en arme kindertjes onze kerkbank in schuift.

Het komt zelfs nog meer en enger dichterbij wanneer iemand die we al wat langer kennen en waarvan we uitgaan dat die het goed voor elkaar heeft, opeens opstaat en nood op nood op nood begint te delen.
Dan is waar we voor bidden ineens niet meer zo ver van ons bed, maar naast en in ons midden.

In een gemeente waar niet alleen geleerd, maar vervolgens beleefd wordt, dat sterven met Christus opstaan in een nieuw leven inhoudt, zal met genade en ontferming liefde bewezen worden aan naasten in nood.
Een kerk waar de kruisiging en opstanding van Jezus volop beleden en ervaren wordt spreekt geen oordeel uit over de oorzaak en eigen schuld van mensen in nood.

Het tegenovergestelde gebeurt wanneer, ondanks de smadelijke kruisdood van de Zoon van God, schuld nog steeds een issue is en zelfs gekoesterd wordt.
In zo’n omgeving zal automatisch vanuit the Just-World bias gereageerd worden.
Dit houdt in dat we gaan beschuldigen wanneer we in iemand anders’ leven, dat waar we zelf als de dood zo bang voor zijn,
bewaarheid zien.
‘Hij of zij zal het er zelf wel naar
gemaakt hebben.
Niets gebeurt zomaar voor niets.
Als je dit of dat niet gedaan zou hebben zou je nu niet in deze situatie zitten.
Had je maar niet…
Kijk eens in de spiegel, waarschijnlijk heb je het allemaal aan jezelf te danken!’

The Just-World bias heeft voor degenen die het toepassen een functie, nl. jezelf beter dan die ander voelen en vervolgens van boven af de ander op zijn eigen verantwoordelijkheid wijzen.

Het gaat recht tegen het gebod van Jezus in; God lief hebben boven alles en je naaste als jezelf.
In feite zeg je tegen God: ‘ben ik soms mijn broeders hoeder?
Nou mooi niet!’

Het is bijzonder pijnlijk dat onderzoek naar the Just-World bias uitwijst dat dit vooral onder gelovigen plaats vindt.
Daar waar we in de vrijheid van het offer van Jezus mogen staan, haalt Satan met zijn ‘boontje komt om zijn loontje’ leugen nou juist de grootste overwinning.
Het beschadigd niet alleen degene die hulp nodig heeft, het beschadigd een hele samenleving en doet in dit geval het getuigenis van de opgestane Jezus temidden van een wereld in nood teniet.

Het treft me iedere keer weer dat, wanneer je probeert dit denken vanuit de schuldvrije zone aan de kaak te stellen, de reactie meestal ontkennend is.
‘ Nee, je ervaart het misschien wel zo, maar dat zien wij toch echt anders.
Maar goed, iedereen heeft recht op zijn eigen mening, jij mag er anders over denken dan ik…
Maar je bedoelt toch niet te zeggen dat wij het verkeerd doen?’
In deze ontkenning wordt onderzoek naar waar the Just-World bias het meest plaats vindt, juist bewezen.
Zolang deze ontkenning stand houdt weigeren we in de spiegel te kijken die we zelf zo rap ter hand nemen om die de mens in nood voor te houden.
Het werkt vervolgens een onveilige sfeer en oordelende houding en ongenadige liefdeloosheid uit naar degene die onze hulp en bijstand zo hard nodig zijn.
Deze oordelende houding houdt daarmee the Just-World bias in stand en schept daarmee de ideale omstandigheden van het zelfrechtvaardigend denken: ‘ ben ik mijn broeders hoeder?’

Mijn broer en zus in Christus, zo moet het er in de gemeente toch niet aan toe gaan?
Beloofd Vader ons niet dat daar waar liefde woont, Hij zelf zijn overvloedige zegen gebiedt?

Wanneer we samen in de spiegel van de gerechtigheid kijken, wie zien we dan?
Enkel en alleen Jezus…!

Delen

Toen ik mijn pijn je deelde
stickerde jij me ‘boos’
Is dat je eigen angst?

Toen ik mijn zeer je deelde
stickerde jij me ‘aanklacht’
Is dat je eigen angst?

Toen ik mijn verdriet je deelde
stickerde jij me ‘bitter’
Is dat je eigen angst?

Toen ik mijn vraag je deelde
stickerde jij me ‘manipulatief’
Is dat je eigen angst?

Toen ik mijn tranen je deelde
stickerde jij me ‘dramaqueen’
Is dat je eigen angst?

Toen ik mijn eenzaamheid je deelde
stickerde jij me ‘nooit genoeg’
Is dat je eigen angst?

Toen ik mijn verhaal je deelde
stickerde jij me ‘slachtoffergedrag’
Is dat je eigen angst?

Toen ik vroeg; ‘deel asjeblieft je hart’
stickerde jij me ‘verwijt’
Is dat je eigen angst?

Zullen we eerlijk delen
genadebrood en vreugdewijn?
Zullen we samen
Jezus delen?

Afhankelijk.

Wanneer je in de positie bent dat het niet meer anders kan dan dat je anderen nodig hebt, heb je heel wat onder je voeten te trappen.
Afhankelijk zijn maakt je kwetsbaar, en deze kwetsbaarheid nodigt uit te kwetsen.

Gedurende vele jaren vechten voor mijn relatie werd me in allerlei therapieën het stempel ‘afhankelijk’ opgeplakt.
Toen ik daarentegen ging vechten voor mijn onafhankelijkheid werd ik bewust afhankelijk gemaakt; tengevolge van mijn stap naar onafhankelijkheid ben ik nu afhankelijk van allerlei instanties die me eerst verweten dat ik me in mijn huwelijk te afhankelijk opstelde.

Omdat het niet meer anders kon en kan dan dat ik, met name op financieel gebied, hulp moe(s)t vragen, kan ik niet anders dan concluderen dan dat afhankelijkheid reden lijkt te zijn voor het ongelimiteerd schofferen, negeren en kleineren door minder (financieel) afhankelijke naasten.
Het lijkt op een voortzetting van hoe ik eerder in mijn huwelijk werd behandeld.
Ik kom het regelmatig tegen dat terwijl ik de moed heb me kwetsbaar op te stellen en om hulp vraag, mijn afhankelijkheid ter discussie wordt gesteld.
Alsof mijn afhankelijkheid en mijn vraag om hulp hieruit te komen reden geeft voor nog meer onderdrukking, waardoor ik bewust of onbewust nog meer afhankelijk wordt gehouden of gemaakt.

Er wordt me vaak verteld ‘het achter me te laten’
Wanneer ik vraag me te helpen ‘het achter me te laten’ en hulp vraag naar een leven van onafhankelijkheid, is het antwoord al gauw: ‘ieder is voor zichzelf verantwoordelijk.’
Als ik vervolgens vertel wat zo’n opmerking bij me oproept: ‘ik voel me vreselijk eenzaam omdat ik hiermee zelf wordt achtergelaten’, wordt me verteld dat een ander nu eenmaal niet mijn eenzaamheid oplossen kan.

Is het gek dat ik zo langzamerhand denk: wie heeft wie nou nodig?
Ik heb de maatschappij nodig om onafhankelijk te kunnen zijn, de maatschappij houdt me liever afhankelijk en bepaald voor mij waar ik wel of geen recht op heb, kortom: hoe ik leven moet.
De gedachte komt regelmatig in me op;’ben jij mijn dankjewel nodig om daar zelf een goed gevoel over te krijgen?
Vraag je je ook werkelijk af wat ik daarbij ervaar of voel?’

Elk gevoel of wat ik er zelf over zeggen wil wordt tegen me gebruikt, waardoor je mond steeds verder gesnoerd wordt.
Terwijl ik daar nou juist uit ontsnappen wilde!

Ik ben dankbaar voor alle hulp.
Alleen dat ik afhankelijk van de gunst van anderen alleen hulp krijg bij wat een ander bepaald wat goed voor mij is, daartegen komt mijn vraag om hulp naar een ‘onafhankelijk van anderen leven’ in opstand.
Ik kom ook in opstand tegen de schijnbare machtspositie van al diegenen die mijn afhankelijkheid gebruiken mij voortdurend op mijn eigen verantwoordelijkheid te wijzen.
Omdat het mij overkomt als: ‘ ben ik mijn broeders hoeder?’ is mijn vraag ‘wil je eens nadenken wat dan jou verantwoordelijkheid is naar de naaste in nood?’

Eigen schuld, Jezus’ bult.

De op waarheid gebaseerde tv serie Unbelievable gaat over Marie, een meisje van 12 dat niet geloofd werd nadat ze aangifte deed van een goed voorbereide verkrachting Daardoor verschoof langzamerhand de mening over haar van slachtoffer naar dader.
Als zeer onbetrouwbaar leugenachtig en bestempeld als afhankelijk van negatieve aandacht, werd ze door iedereen in de steek gelaten.
Tot het uiterste in het nauw gedreven verklaarde ze uiteindelijk over de verkrachting gelogen te hebben waarna ze zelf werd aangeklaagd en veroordeeld voor het doen van een valse aangifte.

De dader in dit verhaal waande zich onaantastbaar en ontwikkelde zich als een serieverkrachter die jarenlang het ene na het andere slachtoffer maakte.

Marie veranderde ondertussen van een extrovert en vrolijk jong meisje in een schuw, monddood en het liefst onzichtbaar bang vogeltje.
Ten gevolge van haar veroordeling voor het doen van een valse aangifte moest ze verplicht in therapie waar de therapeut haar de vraag stelde wat ze geleerd had van deze situatie en wat ze doen zou wanneer ze weer met onrecht te maken zou krijgen.
Zou ze dan weer liegen?

Greep haar geschiedenis me al erg aan, het antwoord van Marie deed me dat des te meer:
‘Ik hoor te zeggen dat ik niet zou liegen als ik het over zou moeten doen.
Maar de waarheid is dat ik eerder zou beginnen te liegen.
En beter zou liegen.
Ik zou het zelf uitzoeken.
Alleen.
Hoeveel iemand ook zegt om je te geven, het is niet zo.
Niet genoeg.
Misschien willen ze het, of proberen het, maar andere dingen worden belangrijker.
Dus daar zou ik mee beginnen.
Liegen.
Want zelfs goede mensen, mensen die je min of meer kunt vertrouwen; een waarheid die ze niet past, een waarheid die ze niet uitkomt, geloven ze niet.
Zelfs als ze echt om je geven.
Ze geloven het gewoon niet…’

Waarom deze serie, ‘Unbelievable’ me zo boeide is omdat een verhaal als dat van Marie niet op zichzelf staat.
Het is aan de orde van de dag dat slachtoffers van misdaden op seksueel gebied niet gehoord worden maar daarentegen zelf het stickertje ‘dader’ krijgen opgeplakt.
Vaak niet zo duidelijk zichtbaar zoals in het geval van Marie maar meer onderhuids en daardoor niet minder verwoestend.
Een slachtoffer van seksueel geweld moet gewoon zijn/haar mond houden, daar komt het op neer.
De maatschappij is over het algemeen niet gediend van dit soort verhalen.
Het gevolg daarvan is dat de omgeving medeverantwoordelijk wordt voor de volgende slachtoffers op het voor de dader door de omgeving geëffend pad.
Niet alleen medeverantwoordelijk voor de verwoestende gevolgen in het leven van het eerste maar ook voor de verdere ontwrichting van de maatschappij.
Een volgend slachtoffer ondergaat immers hetzelfde lot, waardoor de cirkel zich niet om de dader, maar om het steeds kleinere wereldje van het slachtoffer sluit.

Het is, zoals Marie het zegt: ‘een ongemakkelijke waarheid.’

In het kader van de serie ‘Unbelieveble’ las ik in een artikel op
https://www.psychologiemagazine.nl/artikel/ze-vroeg-erom/

“Wie slachtoffer is van een misdrijf kan behalve op medeleven ook bijna altijd rekenen op victim blaming, slachtofferbeschuldiging. Want: wie trekt er dan ook zo’n kort rokje aan; wie laat zich nou dronken voeren; wie gaat er dan ook naar zó’n land op vakantie…

◦ THE JUST-WORLD-THEORIE.

De neiging om slachtoffers verantwoordelijk te houden voor het onheil dat hen is overkomen, is een veelgemaakte denkfout en staat te boek als dejust world bias, ofwel de rechtvaardige-wereldfout. Zo’n reactie komt voort uit het vertrouwen dat de wereld een geordende, voorspelbare en rechtvaardige plek is waar iedereen krijgt wat hij verdient. We vinden dit geloof terug in spreekwoorden zoals ‘boontje komt om zijn loontje’, ‘wie goed doet, goed ontmoet’ en ‘wie oogst, zal zaaien.’ Kinderen krijgen dit vertrouwen met de paplepel ingegoten en ook in boeken en films zegeviert uiteindelijk de held van het verhaal en krijgt de boosdoener zijn verdiende straf: hij sterft of verliest zijn vermogen of zijn gezondheid.

De just world bias heeft een functie. Wanneer we het slachtoffer verantwoordelijk houden voor zijn ellende, houden we de illusie in stand dat we zelf controle hebben over de gevolgen van ons gedrag. Het is immers vervelend om te moeten constateren dat je iets doet dat onvoorspelbare consequenties heeft.
( Aldus https://www.volkskrant.nl/auteur/SUZANNE%20WEUSTEN)

In het artikel van https://www.psychologiemagazine.nl/artikel/ze-vroeg-erom/ valt te lezen dat gelukkig niet iedereen aan victim-blaming doet.
“Waarin verschillen zij van de mensen die met een beschuldigende vinger naar het slachtoffer wezen? Laura Niemi, onderzoeker aan de Harvard-universiteit in Massachusetts, publiceerde onderzoek waaruit blijkt dat ‘de meelevers’ andere morele waarden hebben.
Als het om die morele waarden gaat, zijn er grofweg twee groepen. De eerste bestaat uit mensen met overwegend individualiserende waarden. Zij geven prioriteit aan de bescherming van het welzijn en de rechten van individuen. Volgens Niemi denken deze mensen bij delicten aan een slachtoffer en een dader: het slachtoffer wordt iets aangedaan en moet worden beschermd.”

◦ VICTIMBLAMING, NIET IN DE KERK TOCH?

Als Christen, kerkelijk meelevend gemeentelid én slachtoffer van zowel huiselijk als seksueel geweld, ben ik vooral benieuwd naar hoe er in de kerk, de Familie van God, wordt omgegaan met het fenomeen victim-blaming.
Aan welke morele waarde hecht de kerk zich wanneer zij met een ‘ongemakkelijke waarheid’ wordt geconfronteerd?
Tot mijn groot verdriet en herkenning lees ik het volgende:

“De tweede groep bestaat uit mensen met meer bindende waarden: ze zijn loyaal aan de groep, gehoorzaam aan het gezag en ze hebben religieuze en seksuele zuiverheid hoog in het vaandel staan. Uit alle experimenten van de Harvard-onderzoeker bleek dat deze mensen de slachtoffers meer stigmatiseren en de schuld geven. Het groepsbelang staat voor hen ver boven het individuele belang, waardoor ze minder sympathie voor slachtoffers hebben en eerder een hard oordeel vellen over iedereen die zich niet conformeert aan de groepsregels. Deze mensen leven dus minder mee met het slachtoffer, ze richten zich op wat die persoon had kunnen doen om het delict te voorkomen.”
http://www.psychologiemagazine.nl

◦ VICTIMBLAMING NIET IN DE KERK, NEE

Terwijl ik geloof dat kerkleden goedwillende mensen zijn en er niet bewust op uit zijn aan victim-blaming te doen, is wat er uit dit onderzoek naar voren komt erg confronterend.
Kort gezegd komt het erop neer dat een slachtoffer van seksueel/huislijk geweld in de kerk van een kouwe kermis thuiskomt.
Jammergenoeg gebeurt dit in kerken van alle denominaties.

Hoe komt het dat wanneer de kerk religieuze en seksuele zuiverheid hoog in het vaandel heeft, toch maar weinig sympathie op kan brengen voor slachtoffers?
Hoe komt het dat de broers en zussen van Christus een familielid dat het meest bescherming nodig heeft buitensluiten?
Het kan niet anders dan dat zich onder het fenomeen victim-blaming onder gelovigen, een nog veel groter probleem schuilhoudt; nog gemener en nog meer onderhuids.
Dit fnuikend en ondermijnd gegeven heet ‘Schuld.’
Dat wat Paulus in de Romeinenbrief schrijft, niet geloven.

‘Want allen hebben gezondigd en missen de heerlijkheid van God, en worden om niet gerechtvaardigd door Zijn genade, door de verlossing in Christus Jezus.’
Romeinen 3:23-24 HSV
https://www.bible.com/1990/rom.3.23-24.hsv

Om niet zijn we gerechtvaardigd; om niet!
Om niet zijn we verlost, om niet!
Terwijl we door onze zonden de genade verkwanseld hebben, ontvangen we het desondanks om niet, alsof we het zelf verdiend hebben.
‘God freely give away His rightousness’ zegt The Passion Translation

Geloof praat de Schrift na wat Paulus ons in zijn brief aan de Kolossenzen schrijft:

‘En Hij heeft u, toen u dood was in de overtredingen en het onbesneden zijn van uw vlees, samen met Hem levend gemaakt door u al uw overtredingen te vergeven, en het handschrift dat tegen ons getuigde, uit te wissen. Dit handschrift was met zijn bepalingen tegen ons gericht, en Hij heeft dat uit het midden weggenomen door het aan het kruis te nagelen. Hij heeft de overheden en de machten ontwapend, die openlijk te schande gemaakt en daardoor over hen getriomfeerd.’
Kolossenzen 2:13-15 HSV
https://www.bible.com/1990/col.2.13-15.hsv

Geloof zegt dus: ‘Satan, de aanklager is de mond gesnoerd!
Satan is voorgoed ontwapend en voor schut gezet…!

Omdat we het doorgaans maar moeilijk vinden vrijspraak van elke schuld te ontvangen zonder daar zelf iets voor te hoeven doen, noemen we ons vaak; ‘evengoed nog een zondaar.’
Alsof het een nederig offer aan Jezus is, doen we aan victim-blaming naar onszelf en verontschuldigen we onszelf tegelijkertijd vast voor het niet zo nauw nemen van de zonde.
Iedereen die je verteld daarmee de tandloze vijand, de duivel een mond om te spreken geeft zal dat ontkennen, maar dat is toch precies wat er gebeurt?
De Waarheid in Christus een nieuwe schepping te zijn en daarom vrijgekocht uit de macht van de zonde wordt op deze manier een ‘ongemakkelijke waarheid.
Een triest gevolg van het niet om kunnen gaan met deze waarheid, vrij te zijn in Christus, is dat een verhaal zoals dat van Marie zelfs in de kerk een ongemakkelijke waarheid wordt.
Wanneer een kerk of individueel gelovige als victim-blamende kerk weigert te ontvangen ‘om niet’, zal ze daarom een geweldsslachtoffer vooral vertellen wat ze zelf had moeten doen om het geweld te voorkomen.
De kerk die op Golgotha vrijspraak ontving, is vervolgens degene die haar eigen meest hulpeloze leden buiten de poort kruisigt en op dat moment nogmaals Jezus aan de paal nagelt.

Mijn gebed is dat de kerk, Evangelisch, Gereformeerd, Room Katholiek, eens ophoudt het over schuld te hebben.
Ik bid dat omdat Jezus’ offer schuld de mond heeft gesnoerd de kerk diegene die de tanden uit de mond zijn geslagen recht van spreken geeft.
Ik bid dat omdat Jezus tussen hemel en aarde hing degene wie de bodem onder de voeten is weggeslagen, in de kerk op hun voeten worden gezet.
Ik bid dat de kerk de plek is waar Marie niet meer hoeft te liegen.
Waar u/jij niet meer hoeft te liegen.
Waar ik niet mee hoef te liegen…

Schuld en Armoede

Vanaf dat ik vijf jaar geleden besloot uit een destructieve relatie te stappen moest ik noodgedwongen schuldsanering aanvragen.
In dat traject ben ik jarenlang van het ene naar het andere loket verwezen met als gevolg dat
door incasso en deurwaarders kosten de schulden steeds hoger opliepen; de alom bekende stapelings-problematiek.
Toen ik zat van dit van het kastje naar de muur spel zelf aan het plafond zat, werd me doodleuk gezegd: ‘mevrouw Kramer, ik geloof dat u erg boos bent!
U moet hulp gaan zoeken…’

Omdat achter al die kille cijfertjes een enorme berg pijnlijke herinneringen schuilde, kostte het me verschrikkelijk veel energie alle verplichte paperassen overzichtelijk in een map te ordenen.
Eenmaal aangeleverd zorgde de onverschilligheid van de meneer achter het toenmalige loket ervoor dat deze papieren alras een onoverzichtelijke wanorde en chaos werden.
Het gevolg daarvan was dat bij de zoveelste fout ingevulde aanvraag de rechter niet hém, maar míj waarschuwde dat de maat vol was en ik het zelf maar uitzoeken moest.

Toen ik ten einde raad op het desbetreffende loket zei dat mijn problemen alleen maar groter werden getuigde het weerwoord van een verbluffend achteloze desinteresse: ‘ach mevr. Kramer, of u nou 100 of 200 000 euro schuld heeft, dat maakt immers niets meer uit?’

Intussen was er loonbeslag gelegd waardoor ik dat jaar ook mijn vakantiegeld kwijt was.
Met andere woorden: ik was veroordeeld en overgeleverd aan een gedwongen hulpverlening die geen enkele verantwoordelijkheid hoefde af te leggen voor hun fouten.
Daar draaiden niet zij maar ik voor op!

Intussen ben ik 5 jaar verder, en word nog steeds van loket naar loket gestuurd.
Ieder loket verdiend aan mijn armoede en nood zelf een goede boterham.
Er wordt nog steeds fout op fout gestapeld, waar niemand verantwoording voor schuldig is.

Bij het Paleis van Justitie op het matje geroepen vroeg de rechter-commissaris me onlangs wat ik er zelf van vind in de WSNP te zitten,
(Wettelijk Schuldsaneringstraject Natuurlijke Personen)
Ervan uitgaand dat ik erg dankbaar moet zijn voor de ‘hulp’ die ze me bieden was zijn ongenoegen groot toen ik antwoordde: ‘ik ben van de ene gevangenis in de andere beland.’
‘Nee, zo moet u het niet zien, mevr.Kramer, we helpen u toch?’

Even dacht ik de afgelopen week wat meer lucht te hebben: er werd me toegezegd dat ik deze zomer een deel van mijn vakantiegeld zelf houden ‘mag!’
Bijna €600, ik voelde me de koning te rijk!
‘Weet je wat’ dacht ik, ‘ik ga op Marktplaats een tentje kopen!
Kan ik gelijk in mijn eigen tentje slapen tijdens de conferentie waar ik graag naar toe wil, dan hoeft het niet zo veel te kosten!’
Ik heb een week lang plezier gehad in het uitzoeken welke tent geschikt is.

Vandaag kreeg ik zonder ook maar enig woord van excuus te horen dat ze zich vergist hebben, ik heb geen recht op vakantiegeld.

Staat mijn persoonlijk verhaal opzichzelf?
Was dat maar waar…
Duizenden mensen bungelen net als ik onder aan de samenleving en worden door allerlei instanties als een nul behandeld.
Een niemand.
Iemand waar geen rekening meer mee hoeft te worden gehouden dan alleen de rekening die ze je zelf steeds presenteren.
Wij, de niemand-mensen zijn pionnen in een miljarden verslindende schulden fabriek.
We worden constant op onze plichten gewezen en hebben geen enkel recht dan ons handje op te houden en ‘dankjewel’ of ‘ik begrijp het’ te zeggen.
Onze privacy hebben we verspeeld, onze inlogcodes liggen op het bureau van de bewindvoerders en we moeten elke cent die we uitgeven verantwoorden.
Wanneer we te maken krijgen met extra kosten, bv voor fysiotherapie o.i.d. moeten we toestemming vragen en maar afwachten of we daar recht op hebben.
Onze post gaat eerst naar de rechtbank en wordt gecontroleerd op verborgen geld of bezit, waarna we onze geopende post pas dagen later zelf in de brievenbus krijgen.
Onze deuren hebben geen sloten omdat de bewindvoerders zonder onze toestemming onze spullen aan een inspectie mogen onderwerpen, zodat we ook binnen onze eigen muren niet meer veilig zijn.
Het is een soort van geoorloofde gijzeling en tot vogelvrij verklaard opgejaagd wild.
Wanneer we van iemand een extraatje krijgen zijn we volgens de wet verplicht dat te melden en af te geven.
Als we dat ‘stiekem’ toch achterhouden moeten we oppassen aan wie we dat vertellen want op elke straathoek worden we bespiedt.
We raken steeds meer vrienden kwijt omdat ook de omgeving soms meent dat we bij bepaalde uitgaven zelfs aan hun verantwoording schuldig zijn.
Doordat we nergens anders geld voor hebben dan voor het goedkoopste eten, raken we steeds meer geïsoleerd van de maatschappij en samenleving om ons heen.

Terwijl geen enkele over ons aangestelde instantie zelf verantwoordelijkheid hoeft te nemen over hun regelmatig verzuimde plichten, worden wij voortdurend gecontroleerd en bedreigd met beëindiging van het WSNP traject.
O wee wanneer we niet op tijd doen wat van ons geëist wordt, dan worden we eruit gegooid en staan binnen niet al te lange tijd op straat omdat de schuldeisers dan zonder pardon ons boeltje verkopen mogen.

Het onbegrip van de omgeving en het vaak bewust niet willen weten van onze benarde situatie maakt dat we ons op een gegeven moment zelf ook maar zo onzichtbaar mogelijk maken.
Voortdurend als een niemand behandeld worden verandert langzaam maar zeker ook het denken over jezelf.
De ‘opbeurende’ bemoediging dat er licht is aan het eind van de tunnel ziet voorbij aan de nog jarenlange worsteling om van €7 per dag rond te moeten komen.
Iedere keer moeten zeggen: ‘daar heb ik geen geld voor’ wanneer anderen je mee vragen leuke dingen te gaan doen, herinnert je constant aan isolatie door geldgebrek.

In een rijk en welvarend land als Nederland heeft de gevangenis van de WSNP zowel metersdikke als flinterdunne muren, waarbinnen geen enkele bescherming meer lijkt te zijn.

Neem me mee

Kopje onder in de zee
Bedolven
Onder je golven

Wie neemt me mee
Naar de zee
Verteld me van het wonder
Dan ga ik niet ten onder

Kopje onder in de zee
Een regenboog van kleuren
Het zal je maar gebeuren
Neem me toch mee
Naar je zee…

Wikkel me in je doeken
warm me met je lijf
spreek me woorden van behoud
ik heb het zo vreselijk koud