Gooi open die poort!

Afgelopen week zag ik beelden van zieke bejaarden in verzorgingshuizen.
Één van de geïnterviewde verzorgenden vertelde, dat wanneer ze bij het bed van een ziek en stervend mens komt, het eerste wat deze mens in nood doet is; de hand van de ander grijpen.
Het beeld van een zoekend naar aanraking smachtende hand brandde zich in op mijn netvlies.

Toen God de mens schiep zag Hij al meteen dat het niet goed is voor de mens alleen te zijn.
God de Schepper is de bedenker van contact, de creator van het normaal.
Zonder achterdocht genoten Adam en Eva van elkaar en van de vrije omgang met God.
En Hij zag dat het zeer goed was!

Satan was er als de kippen bij tussen dit verbond een stokje te steken.
Door de leugen van Satan te geloven dat God iets voor ons achterhield, is er een muur van schuld en schaamte tussen ons ingezet.
Het maakte ons vijanden van elkaar, we werden elkaars bedreiging.
Dit wantrouwen scheidde ons niet alleen van elkaar maar ook van de God en Vader die ons alles al gegeven had!

Door de zondeval werden we een tegen zichzelf verdeeld huis, een gebouw waarin muren noodzakelijk leken om ons voor elkaar te beschermen.
Dat wat God als het ‘normaal’ bedacht heeft, open contact met Hem en elkaar, maakte Satan het ‘abnormaal.’

Gelukkig is het niet zo gebleven, God wilde omgang met ons en zorgde zelf voor het middel de muur tussen ons en Hem in naar beneden te halen.

In Efeze 2 verteld Paulus de gemeente dat het bloed van Jezus de scheidingswand tussen Joden en Heidenen afgebroken heeft.

‘Maar thans in Christus Jezus zijt gij, die eertijds veraf waart, dichtbij gekomen door het bloed van Christus. Want Hij is onze vrede, die de twee één heeft gemaakt en de tussenmuur, die scheiding maakte, de vijandschap, weggebroken heeft, doordat Hij in zijn vlees de wet der geboden, in inzettingen bestaande, buiten werking gesteld heeft, om in Zichzelf, vrede makende, de twee tot één nieuwe mens te scheppen, en de twee, tot één lichaam verbonden, weder met God te verzoenen door het kruis, waaraan Hij de vijandschap gedood heeft.’
‭‭Efeziërs‬ ‭2:13-16‬ ‭NBG51‬‬
https://www.bible.com/328/eph.2.13-16.nbg51

Ik geloof dat het ook staat voor de muur van vijandschap tussen mensen onderling.
De muur die ons doet geloven elkaars bedreiging te zijn is weggehaald, het is weer zoals God het bedoeld heeft.
Het bloed van Jezus heeft ons samengesmeed, zijn bloed is het cement dat ons als levende stenen aan elkaar verbindt.
God zelf is in Jezus de betaling voor het ‘normaal’; zonder schuld en schaamte mogen we van Hem en elkaar genieten.

Het schrijnt me daarom zo dat het ‘nieuwe normaal’ zelfs onder gelovigen geaccepteerd wordt als veiligheid en bescherming van en voor elkaar.
Het ‘abnormaal’ van Satan, afstand en wantrouwen naar elkaar, is binnen een paar weken zelfs in de kerk ‘normaal’ geworden.

Daarom brandde het beeld van die zoekende hand me op het netvlies.
Dat is nl. hoe God het bedoeld heeft, Hij bedacht zelf dit snakkend contact en aanraking van elkaar.
Jezus droeg het ons zelfs op elkaar aan te raken in het zegenend elkaar de hand opleggen!

Door het beeld van de zoekende hand begon in mijn hoofd het volgende filmpje te draaien:
‘Ik lag doodziek in een quarantaine tent het ziekenhuis naar adem te happen en op veilige afstand stond de dominee me toe te roepen: ‘hou vol, de Heer is met je.’
Door alle apparatuur rond mijn bed kon ik niet horen wat hij riep, maar was daar ook niet zo in geïnteresseerd.
Met mijn laatste krachten smeekte ik hem toch op te houden met dat geschreeuw en me asjeblieft even aan te raken, precies zoals de Here Jezus ons dat opdroeg.’

Omdat ik geloof dat het bloed van Jezus niet alleen reinigt van zonde en schuld, maar tevens onze bescherming is tegen de gevolgen van zonde en schuld, doet het me bijzonder pijn dat zelfs gelovigen elkaar benaderen als gevaar voor besmetting.
Deze angst noemen we notabene elkaar beschermen…

Mijn broers en zussen in Christus, de muur van welke vijandschap is in Christus afgebroken!
Zijn bloed heeft ons tot levende stenen van een heilig huis gemaakt, een huis zonder scheidingswanden en voor elkaar beschermende muren.
Een huis met open vensters naar de hemel.
Een huis waar de radeloos naar contact smachtende naaste schuilen kan.
Een huis waar we zelf mogen schuilen.
Een huis waarin het getuigenis klinkt:

‘Waar U verschijnt wordt alles nieuw
Want U bevrijdt en geeft leven
Elke storm verstild door de kracht van Uw stem
Alles buigt voor Koning Jezus

U bent de held die voor ons strijdt
U baant de weg van overwinning
Elke vijand vlucht, ieder bolwerk valt neer
Naam boven alle namen, Hoogste Heer

De duisternis licht op door U
De duivel is door U verslagen
Dood waar is je macht, waar is je prikkel gebleven?
Jezus leeft en ik zal leven!

De schepping knielt in diep ontzag
De hemel juicht voor onze Koning
En de machten van de hel weten wie er regeert
Naam boven alle namen, Hoogste Heer

Voor eeuwig is Uw heerschappij
Uw troon staat onwankelbaar
Ongeëvenaarde kracht ligt in Uw grote Naam
Jezus, Overwinnaar.’

Naam boven alle namen: Jezus Overwinnaar!’

In naam van deze naam, gooi open die poort!

Horen Zien en Zwijgen.

Ondanks het vele onrecht wat me als klokkenluider van een pedofiel ten deel viel, heb ik 4 jaar lang volgehouden dat ik het precies zo zou doen.
Ik zou weer naar de desbetreffende basisschool de ‘Lichtboei’ in Emmeloord gaan waarvan de directeur in alle toonaarden de verschillende sexueel overschrijdende incidenten ontkende en onder het kleed veegde, maar toch de meester met een zak geld op zak de zak gaf.
Ik zou weer naar het hoofdkantoor van de basisscholen Noordoostpolder gaan om de hoofddirecteur te spreken te krijgen om vervolgens bij de deur tegengehouden te worden; ‘er is geheimhouding getekend, dus…’
Ik zou weer vragen; ‘als er niets gebeurd is, waarvoor is dan geheimhouding getekend?’
Ik zou weer contact zoeken met de ouders van kinderen en hen
smeken asjeblieft aangifte te doen, ondanks dat ze dit weigerden om reden dat omdat ze hem zo zielig vinden een juridisch dichtgetimmerd document tot geheimhouding tekenden.
Ik zou weer naar mijn kerk Jong&Vrij gaan, ondanks dat ik bont en blauw afgeranseld door de man die me trouw beloofde tot de dood, door mijn broeders en zusters genegeerd wordt en achter mijn rug om bekletst word.
Ik zou weer naar de voorganger van J&V gaan en hem vertellen van de vreselijke dingen die ik op mijn computer ontdekt heb, om vervolgens afgescheept te worden met; ‘het is jou woord tegen het zijne.’
Ik zou weer naar het pastoraat gaan, ondanks dat het pastoraal echtpaar deze man in huis neemt omdat ook zij hem zo zielig vinden en hij beschermd moet worden tegen de hysterie van zijn eigen vrouw.
Ik zou weer met als bewijs een usb-stick vol ongerechtigheid naar de leiding van de kerk gaan, om vervolgens weg gestuurd te worden met de waarschuwing eens op te houden met lasteren over mijn eigen oh zo hulpvaardige en vriendelijke man.
Ik zou weer smeken om gehoord te worden, ondanks dat me verteld word dat ik zelf nog maar eens een lesje genade moet krijgen.
Ik zou weer in wanhoop bellen naar de mensen die zeggen dat ik hun altijd bellen kan, om er daarna achter te komen dat ze bewust niet oppakken omdat ze geen zin meer hebben te luisteren naar mijn ‘leugens.’
Ik zou naar het ziekenhuis gaan om mijn verwondingen vast te laten leggen.
Ik zou weer aangifte doen van poging tot moord, ondanks dat me dat wordt afgeraden ‘want wie weet wat hij uit woede nu gaat doen’
Ik zou weer naar de politie gaan, net zoals ik dat destijds gedaan heb.
Ondanks dat de recherche me waarschuwde met de woorden: ‘dit is een zeer geslepen man, kijk dus goed uit, want u zult waarschijnlijk alles kwijt raken.’
Ik zou weer aandringen op aanhouding, ondanks dat me inmiddels verweten wordt zo langzamerhand een rancuneus op wraak zinnende ex-vrouw te zijn.
Ik zou weer de computer vol kinderporno naar de politie brengen, om daarna afgewimpeld te worden met dat ik het er net zo goed zelf op gezet kan hebben.
Ik zou het er weer allemaal voor over hebben, net zoals zijn eerste vrouw aangifte deed van seksueel misbruik van haar kinderen, net zoals zij naar haar kerk ging met de bewijzen van allerlei viezigheid op haar computer, en net als ik vele jaren later, door kerk, school, recherche en maatschappij buiten gesloten werd.

4 jaar geleden verruilde ik de gevangenis van een huwelijk vol seksueel, lichamelijk en emotioneel geweld voor de gevangenis van de WSNP.
4 jaar lang ben ik vernederd en als een onbenul behandeld, 4 jaar lang heb ik me voor iedere cent die ik uitgeef moeten verantwoorden, 4 jaar lang heb ik mijn hand op moeten houden voor de gunst van kerk en maatschappij, 4 jaar lang werd me bij klagen over dit onrecht de mond gesnoerd met: ‘u moet niet zo in de slachtofferrol blijven hangen.’
4 jaar lang ben ik verantwoordelijk gehouden en bestraft voor een schuld die de mijne niet is.
4 jaar lang ben heb ik gehoopt op een beetje waardering voor de moed die ik heb gehad het op te nemen tegen een narcist en pedofiel.
Ondanks het verschrikkelijke idee dat deze man nog gewoon voor de klas staat en anderen vinden dat ik het achter me laten moet, kon ik niet slapen van de wetenschap dat deze man nog steeds de hand boven het hoofd wordt gehouden en ongestoord op zijn jachtterrein aan het werk is.
Ondanks dat ik nu wel weet hoe zwaar het is, dat ik alles kwijt geraakt ben, dat ik compleet alleen ben komen te staan, ik zou het allemaal precies zo doen.
Ik zou dezelfde verantwoordelijkheid voelen de maatschappij tegen een pedofiel te moeten beschermen.
Ik zou dezelfde woede voelen bij de gedachte dat hij nog weer de kans zou krijgen met zijn poten aan kinderen te zitten, en ik zou er alles voor over hebben dat te voorkomen.

Tot nu toe…
Ik ben op het punt gekomen dat ik zou zwijgen en alleen nog voor mijn eigen hachje zou gaan.
Ik zou nu mijn mond houden.
Ik zou nu eerder liegen.
Ik zou nu niet meer met mijn nood naar de kerk gaan.
Ik zou nu niet meer naar school gaan om te vragen waarom ze geen aangifte doen.
Ik zou nu niet meer naar de politie gaan om zelf aangifte te doen.
Ik zou nu niet meer aan de ouders van van zijn slachtoffertjes vragen asjeblieft alsnog aangifte te doen.
Ik zou de vaders en moeders nu niet meer smeken asjeblieft voor hun eigen dochter op te komen.
Ik zou nu al deze mensen niet meer zeggen medeverantwoordelijk te zijn voor de volgende slachtoffertjes.
Ik zou nog vandaag de computer vanaf een hoge brug in het Amsterdam Rijnkanaal gooien.

Het interesseert namelijk niemand iets van wie ik vind dat ze de plicht hebben de maatschappij te beschermen tegen een zo gewetenloos iemand.
Het interesseert geen enkele ouder, zolang hun kinderen maar niet bij hem in de klas zitten.
Het interesseert geen enkele instantie, zolang men maar geld verdiend aan mijn nood en de baas kan spelen over mijn leven en ondertussen van bovenaf kunnen roepen dat het tijd wordt mijn eigen leven te gaan leven.
Het interesseert ze niet dat ik zeg dat juist zíj de oorzaak zijn van de gevangenis waarin ik nu leef, omdat toen ik hun hulp zo nodig had zij iedere deur voor mijn neus dicht smeten.

Ik had de verhalen van ervaringsdeskundigen eerst moeten gaan lezen en geloven.
Ik had me van tevoren moeten verdiepen in Victim-blaming en niet zo naïef moeten zijn te geloven dat dat mij niet overkomen zou.
Sterker nog, ik heb niets van eigen eerdere ervaringen geleerd waarin de maatschappij meer compassie met de dader dan met het slachtoffer had.

Ik zou nu iedere vrouw in dezelfde positie aanraden te leren van mijn en andere van dit soort verhalen.
Ik zou haar aanraden niet naar de politie te gaan, en al helemaal niet naar de kerk.
Ik zou hen waarschuwen voor victim-blaming en de Just-world bias die volgens onderzoek vooral onder religieuze mensen plaats vindt.
Ik zou iedere vrouw aanraden te zwijgen en van niemand hulp te verwachten.
Ik zou haar aanraden zoveel mogelijk in het geheim haar vertrek voor te bereiden en te pakken wat ze pakken kan.
Ik zou haar aanraden net te doen alsof wat je gezien hebt, niet bestaat en je van de domme te houden.
Ik zou haar aanraden alleen aan haarzelf te denken.
Het overgrote deel van de mensen om je heen heeft nl. geen belang bij je verhaal.
Men verwijt het je zelfs dat je zo dom was met een man als deze te trouwen.
Er wordt je gevraagd of je al eens nagedacht hebt of je het niet allemaal aan jezelf te danken hebt.
Men verteld je haarfijn dat ieder immers verantwoordelijk is voor zijn eigen stomme fouten.

Hulp verwachten betekent dat je nog meer kwijt raakt.
Je raakt alles kwijt, alles!

Zo zou ik het nu ook doen.
Omdat er geen enkel belang mee gebaat is dat ik wel mijn mond open gedaan heb.
Omdat ik nog nooit een dankjewel van de maatschappij heb gehad, alleen maar van bovenaf met minachting en vernedering op vernedering behandelt wordt.
Omdat ik nog jaren en jaren zelf de rekening gepresenteerd krijg van het falen van kerk, overheid, en maatschappij.

Ik gun dat niemand, dus doe alsof je gek bent, en ga er stilletjes vandoor.
Vertrek desnoods naar de Noorderzon of een plek ver weg waar niemand je kent.
Neem een andere identiteit aan en doe vooraf wat men je eenmaal op de bodem van de put aanbeland aan raden zal: ‘Laat het achter je!’
Speel het spel gewoon mee, dat is beter voor jezelf.
Het is beter te stikken in je verhaal dan door dezelfde maatschappij waarvoor je de plicht voelt die te beschermen tegen een narcist en pedofiel, buiten gesloten te worden.

Gekocht en betaald

Piano Concerte no.21 in C Major

Mijn Heer is dood.
Ze hebben Hem gekruisigd en daarna hebben we hem in het graf gelegd.
Dat is nu 3 dagen geleden.
Alles is voor niets geweest, het is één groot zwart gat.
Net zo zwart als het gat waar ik nu in kijk, het open graf.
Vanmorgen ben ik naar deze tuin gegaan om bij Hem te zijn, ik wilde Zijn dode lichaam aanraken, koesteren en balsemen.
In mijn radeloosheid en wanhoop was ik vergeten dat een grote steen het graf ontoegankelijk maakte, een steen die ik onmogelijk zelf weg kon rollen.
Maar nu is het graf open, de steen is weg gerold, en ik kan zomaar naar binnen.

Het gat is donker en laag, ik moet me bukken om in het graf te kunnen komen.
Mijn spieren doen zeer van dat bukken, en mijn ogen moeten eerst nog even wennen aan de duisternis van deze kille ruimte.
Onwillekeurig gaan de rillingen me over de rug, dit is een ruimte waar ik helemaal niet wil zijn!

Een stem in mijn binnenste, een lieflijk geluid uit een ver verleden lijkt het wel, herinnert me aan Leven en nooit meer dood.
Hoe kan het dan dat ik hier in het hol van de dood ben en geen hoop op leven meer heb?
Geen hoop in het heden, geen hoop voor toekomst…

Ik verbaas me ook helemaal niet over de engel in het graf.
Niets is meer ongewoon, mijn ratio is toch al van slag, dus dit kan er ook nog wel bij.
De engel zegt iets tegen me;
“Wat kom je hier doen, dit is echt een verkeerde plek voor je.
Kom, draai je om,richt je op, want je zoekt het te laag.”

Mijn stijve spieren uitrekkend kruip ik uit de opening van het graf, toch nog even achterom kijkend in het donkere gat.
“Nee, je zoekt het te laag” zegt de engel weer.

Het volle licht van het ochtendgloren doet haast zeer aan mijn ogen, zo heb ik mijn best gedaan in de duisternis van het graf te turen.
De morgenzon koestert me en mijn lijf begint zich te ontspannen.
Het is vreemd, en ik voel me er bijna schuldig over, maar ik geniet van dit moment.
Ik glimlach voorzichtig naar de zon, toch nog een beetje bang dat ik, nu ik zo verdrietig ben ook niet een beetje blij mag zijn.

Een vreemde sensatie maakt zich daarom meester van mij.
Verdorie, ik heb toch recht op die pijn?
Ik ga toch maar weer even kijken in het graf…
Bukkend draai ik me weer om, maar word tegen gehouden door de engel.
“Je zoekt te laag”
Nu doet weer alles zeer van het bukken naar de donkerte van het graf…
“Maar…ik mag toch zeer hebben?
Het is toch verschrikkelijk wat er gebeurt is?
Weet je wel hoe ik me voel vanbinnen?
Je moest eens weten wat deze gebeurtenis met me gedaan heeft!”
Ik schreeuw mijn gepijnigde ziel eruit naar de engel.
Het enige wat hij zegt is;
“Je zoekt te laag”

Wat moet ik nu doen?
Alle onrecht me aangedaan komt naar boven.
De gezichten erbij verscheuren me als wolven die vechten om mijn toch al dode botten.
Alle slagen me door zelfs door geliefden toe bedacht, het schrijnt mijn ziel.
De wonden rijten weer open en ik heb geen pleisters genoeg om ze te bedekken.
Steeds wanneer ik denk dat het nu toch wel eens voorbij is met die pijn, gebeurt er wat, en bloedt het weer uit één of meerdere wonden.
De kras op mijn ziel is alsof er een kras in mijn grammofoonplaat zit, waardoor het maar niet lukt te genieten van Mozart’s prachtige eenentwintigste Pianoconcert in C Major.
Ik wil het wel, en weet dat het zou moeten, maar…
In mijn frustratie begin ik aan de korsten op mijn armen te krabben…

“Je zoekt te laag” klinkt het weer…

Plotseling, alsof het licht aan gaat, besef ik dat ik bloed omdat ik zelf zit te krabben.
Ik heb een wond die al bijna geheeld was zelf geopend toen ik me bukte in het graf.

“Inderdaad” zegt de engel, “je zoekt te laag”.
In het zonnetje richt ik me weer op en ervaar een weldaad aan licht en warmte.

Vanachter een bloeiende rozenstruik komt me een bijzonder aantrekkelijke man tegemoet.
Is hij hier zomaar of…
Ja, hij is hier voor mij!
Hij zocht mij!
Hij nodigt me naast hem te komen zitten op één van de bankjes onder de met blauwe druif en clematis begroeide poortjes en pagoden.
De geur van de witte rozenstruiken betovert me haast, terwijl de Annabellen naar me wuiven zoals alleen Koningin Wilhelmina dat kon doen.
Vlinders in de meest prachtige kleuren vliegen af en aan terwijl de zoemende bijen duikvluchten uitvoeren in de kelken van roze en rode tulpen.
Een merel zingt het hoogste lied in verrukking over het net uit het ei gekropen jong.
Boven in de cipressen dartelen witte duifjes koerend van plezier terwijl hoog in de lucht een adelaar zijn vleugels spreidt en gedragen door de wind zijn majesteit toont.

Ik kijk verlegen opzij en bemerk dat de man die me hier bracht ook naar mij kijkt.
Zijn ogen lopen over van erbarmen en mededogen.
Hij noemt mijn naam…
“ Tiny…”
En dan, in die stem zie ik het…It is Him!
Hij, die ik zocht in het graf.
Hij was daar niet, ik keek inderdaad te laag.
Jezus is hier, in het volle licht en zet mij ook in het licht.
Ik, die in het donker zocht naar erkenning vind hier in het licht erkenning in de Ene.
Ik, die me bukte in het graf om mijn recht te halen in wat dood brengt, word door Hem recht gedaan in zijn blik van ontferming.

Maar…mijn nagels tasten naar een korst op mijn voeten.
Wanneer ik me buk om te krabben, houdt hij me liefdevol tegen.
“Mag ik je wat vragen Tiny?”
“Nou ja, vooruit dan “ stamel,ik bedremmeld.
Geloofde je me toen ik riep “Het is volbracht?”
“Ja, natuurlijk, Heer U weet toch dat ik dat geloof?”
“ Dan mag je alle pijn je aangedaan aan mij geven”
“ Maar Heer…”
1000 redenen heb ik dat niet te doen, 10.000 zelfs!
Met tranen in zijn ogen zegt hij
“ Al had je maar één reden lieveling, dan nog wil ik dat je mij je kras op je ziel geeft.
Hij is namelijk niet van jou deze kras.
Hij is van mij, ik heb er voor betaald, dus is hij van mij!”

Alles in mij komt in opstand, het is mijn, mijn,mijn!

“Je houdt iets vast wat  niet van jou is maar van mij.
Ik heb er recht op want ik heb de rekening betaald mijn duifje”

Zijn ogen vol tranend erbarmen dwingen me tegelijkertijd de waarheid van zijn woorden te erkennen…
Ik wil niet afgeven wat hij in het warenhuis van mijn verleden voor mijn neus heeft weg gekaapt.
Krampachtig houd ik vast waarvoor hij de rekening heeft betaald.

Ik geef me over en leg alles in zijn doorboorde handen.
Het is waar, ik heb geen recht op iets wat ik niet betalen kan.
Het brengt me in de schuld, terwijl hij allang betaald heeft.
Ik zie het bewijs in zijn open handen.
Dankbaar pakt hij het aan, alsof het het meest kostbare cadeau is wat hij ooit ontvangen heeft.

Verlegen bedenk ik me dat het de omgekeerde wereld is.
Een cadeau?
Het is helemaal geen cadeau!
Hij heeft zelf de rekening betaald, dus is het rechtens van hem!
Hij kust me liefdevol en zegt me dat hij nog nooit zo blij is geweest, waarna hij zijn schat in een kluis legt.
De kluis wordt bewaakt door 2 engelen met een vlammend zwaard.
Ik kan er dus nooit meer bij!

Sjonge, wat voel ik me plotseling licht!
” Je was een beetje dom” grinnikt hij.
“Je verleden, je heden en je toekomst zijn van mij, mijn duifje”
Schaterend gooi ik me in zijn armen, en bemerk dat alle spierpijn van het eindeloos bukken verdwenen is.
Mijn littekens zijn geheeld  en in plaatst daarvan zie ik diamantjes schitteren waarin het licht van zijn lieve ogen weerkaatst.
Ik ben vrij.

“Zullen we nu samen naar het eenentwintigste Piano Concerte van Wolfgang Amadeus Mozart luisteren ?” vraagt hij.
“In C Major?”
Ja, dat gaan we doen!
Samen zwijmelen.
Lekker hoor,
Mmm

Doe het Licht aan…

Vorig jaar zag ik de musical Soldaat van Oranje.
Wat me het meest aangreep was hoe leden van een hechte Leidse vrienden-studentenkring binnen no time elkaars vijanden waren en bereid elkaar te verraden.
Dit fenomeen staat niet op zichzelf, de geschiedenis leert dat er niet zo heel veel nodig is voor broedermoord.
Mijn eigen opa zat tijdens de Tweede W.O in het verzet, terwijl zijn broer een aanhanger van de NSB, en naaste buurman zijn grootste vijand was.
Na de Tweede WO hebben er in de wereld meer burgeroorlogen gewoed als daarvoor, oorlogen waarin familie en vrienden elkaar met het grootste gemak verraden of zelfs vermoorden.

Ik moest daar aan denken toen ik las over de kliktelefoon.
Een speciaal in het leven geroepen lijn met als doel te klikken wanneer je ziet dat je buren zich niet aan de anderhalvemeter-afstandsregel houden.
In sommige steden was de kliktelefoon zo’n succes dat hij dezelfde dag nog door overbelasting crashte, waarmee bewezen is hoezeer men bereid is te klikken.
De overbelasting legt de overheid daarentegen uit als dat de kliklijn aan een behoefte voldoet…

Boven de stranden, pleinen en natuurgebieden hangen drones om ons in de gaten te houden.
We verwelkomen lachend en zwaaiend deze complete inbreuk op onze privacy, de overheid dankend onze veiligheid zo goed te bewaken.
Wat we niet in de gaten hebben is dat u, jij en ik het vermeende gevaar voor elkaar geworden zijn, waardoor u,jij en ik op overtreding voor de anders veiligheid worden gecontroleerd.

Kinderen die vorige week nog gewoon op het schoolplein een balletje trapten, werden dit weekende door snel aan een baan geholpen boa’s, om de anderhalvemeter afstandsovertreding, uiteengejaagd en beboet met € 400 per kind.
Het is onthutsend hoe snel dit soort maatregelen als beschermend en nu eenmaal hartstikke noodzakelijk geduid worden.

Wellicht komt het mede omdat ik door de WSNP een soort van eigendom van de staat ben, en me voor iedere stap verantwoorden moet, waarom ik me verbaas over de gewilligheid van de mensen om me heen, zich over te leveren aan de overheid.
Een uitspraak van Einstein is: ‘Wanneer je onder het volk maar genoeg angst zaait, kun je ze daarna alles wijsmaken.’
Ik zie het overal om me heen gebeuren, het volk smeekt zelf om opgesloten te worden.

Iedereen zal in de situatie waarin we ons bevinden schade opdoen.
Is het niet financieel dan wel psychisch.
Daardoor zullen we aan het eind van deze corona-crisis allemaal van de overheid, de banken en/of de hulpinstanties afhankelijk zijn.
Met andere woorden: de overheid kan straks met ons doen wat ze wil.

Wat me zo verbijsterd is dat de roep om deze afhankelijkheid gezien wordt als dat de overheid ons beschermt, waarom we willoos gehoorzamen aan alles wat ons opgedragen wordt, ja zelfs smeken om nóg strengere beperking van onze vrijheid.

Maar wat me het meest verbaasd is; de christelijke lauwheid en gelatenheid.
Het verbijsterd me dat, voor zover ik dat in mijn eigen omgeving waarneem, het net lijkt alsof alles gewoon doorgaat.
Wel op een andere manier, zonder echt contact, ‘maar ach…dat is nu eenmaal even nodig.
We moeten de overheid toch gehoorzaam zijn?’
Het is zelfs zo dat vragen daarover als te ver gezocht en als sterk overtrokken beoordeeld worden.

Toen de Paus onlangs opriep tot een wereldwijd gezamenlijk het Onze Vader bidden, was ik zo blij daaraan mee te kunnen doen.
Daarna zag ik een filmpje waarin een zeer gerespecteerd voorganger dit gezamenlijk Onze Vader bidden duidde, als dat we ons op deze manier misschien wel net zo voor schut zetten als toen Israël in hun strijd tegen de Filistijnen de Ark des Verbonds in hun midden meenam.
Ik voelde me haast schuldig anderen ‘meegetrokken’ te hebben in de ogenschijnlijke dwaasheid samen het Onze Vader te bidden.

Aan de andere kant wordt me van verschillende zijde steeds benadrukt de tijd waarin we leven niet zo te willen duiden, maar het gewoon te ondergaan als een periode die ook wel weer voorbij gaat.

Ik vraag me af of dat terecht is.
Als ik de Bijbel lees dan zie ik dat God al vanaf het begin profeten aanstelde om de soms abnormale omstandigheden, crisissituaties, oorlogen en rampen ten tijde van toen te duiden.
Neem bv. Noach.
Hij bouwde 120 jaar aan een schip op het droge.
Ik geloof dat hij al die jaren ook geduid heeft waarom.
Wanneer je verder leest spreken de door God aangewezen richters en profeten steeds duiding uit over waarom het niet goed ging met het volk Israël.
Een profeet als Jeremia nam geen blad voor de mond het volk Israël de wegvoering naar ballingschap als gevolg van hun zondige levenswandel te duiden.
Jezus, de Zoon van God, onthoudt zich ook niet van duiding over de tijd waarin Hij leefde, sterker nog, ook niet over onze tijd!
Op vele plekken lezen we hoe Hij ons waarschuwt voor zeer zware tijden van chaos, verwarring en vervolging.
Een tijd waarin de wereld zal smeken om iemand die ons verlossen zal uit de wereldwijde crisis, angst en radeloosheid.
Deze leider zal rust brengen in de chaos en als god aanbeden worden.

Maar wij, de kinderen van God weten wel beter, het is Satan zelf, de antichrist.
Jezus is daar in Openbaring heel duidelijk over, waarom Hij ons ook zo dringend waarschuwt in deze moeilijkheden en beproevingen standvastig te blijven en uit te zien naar zijn komst.
Tegelijk uit Hij de klacht: ‘zal ik nog geloof vinden?’

Ik hou daarom mijn hart vast bij de uitdrukking: ‘we moeten de overheid toch gehoorzamen?!’
Hoe ver verwijderd zijn we dan om gehoorzaam het teken van het beest in ontvangst te nemen?
Bil Gates steekt momenteel al miljarden eigen kapitaal in een wereldwijd aan te brengen merkteken, allemaal voor onze veiligheid…

Ik vraag me bezorgd of er vanuit de kerk en onze voorgangers juist niet meer duiding moet komen over de vreselijke tijd waarin we leven.
We hebben het Woord van God waarin toch genoeg gezegd wordt waakzaam te zijn en niet in slaap te vallen, maar iedere tijd te duiden als dichter bij de voltooiing van Gods eeuwig Koninkrijk?
Dat daar een vreselijke tijd aan vooraf zal gaan is de Bijbel ook niet geheimzinnig over.
Als kinderen van God zijn we het toch aan onszelf verplicht het licht van Gods Woord over rampen,als die nu over de wereld gaan te laten schijnen en elkaar aan te moedigen trouw te blijven tot het eind?
Bovendien hebben we voor de in duisternis dolende wereld toch wel een andere Koning voor te stellen als de koning die ons nu in zijn greep houdt?

In plaats van de vraag tot minder duiding vraag ik onze kerkleiders om meer duiding, precies zoals de profeten dat vroeger deden.
Ik vraag u:
‘Laten we het Licht aandoen….’

De kerk op lockdown

Het blijft mij puzzelen waarom ivm. het coronavirus de kerk in Nederland op slot ging.
Nog eer vliegtuigen aan de grond bleven, vakanties gecanceld werden, scholen, cafés, restaurants en hotels dicht gingen, ect, ect, besloten de kerken hun deuren allang tevoren te sluiten.

Wanneer ik deze vraag stel is het antwoord meestal: ‘we moeten toch als kerk het goede voorbeeld geven en de overheid gehoorzamen?’
Is dat echt zo?
Welk voorbeeld hebben we dan gegeven?
Is met het sluiten van de kerk het virus dan een halt toegeroepen?

Persoonlijk geloof ik dat Satan zich een hoedje lacht en denkt: ‘zo, dat ging makkelijk!
Zomaar heel vrijwillig gingen de deuren van het Godshuis dicht!
Als dat zo zonder slag of stoot gaat, whats next??’

Laat ik voorop stellen dat ik niet gemakkelijk denk over de pandomie die de wereld van vandaag lam legt.
Tevens waardeer ik elk initiatief via internet en social media.
Maar omdat ik het zo serieus neem blijf ik me afvragen: ‘wanneer de kerk Jezus als de gekruisigde en opgestane Heer en Heelmeester aanbidt, hoe komt het dan dat er maar één virus nodig is om ons en de wereld lam te leggen?
Hebben we nou niet juist de taak om eensgezind tegen dat virus op te staan om het in Jezus naam een halt toe te roepen?
Was het niet veel meer onze roeping Nederland en de wereld onder het beschermend bloed van Jezus te brengen I.p.v. ons de mond te laten snoeren door iets waarover Jezus allang getriomfeerd heeft, nl. ziekte en dood?’

Jezus roept ons op om in Zijn naam een koninklijk priesterschap te zijn voor deze wereld.
Zoutend zout en een lichtend licht temidden van een wereld waar de angst regeert, een wereld die compleet op zijn kop staat.

Ik heb daarom ook een vraag aan al die dominees en voorgangers die ons via allerlei artikelen in de krant, op Google en Safari in alle haast vertellen dat het ongepast is thuis Heilig Avondmaal te vieren: ‘Welke kroon draagt de kerk wanneer haar deuren op slot gaan, in plaats van als volk van God bij elkaar te komen en eensgezind de naam des Heren aan te roepen.
Hadden we in plaats van sociale onthouding en verstikkend isolement, niet veel beter het brood kunnen breken en de rijk gevulde beker laten overstromen?
Was het niet onze roeping om in plaats van het verbod op handen schudden, elkaar het Lichaam van onze opgestane Heer te delen?
Niet omdat we deze crisis baggatsliseren, maar juist omdat we het bloedserieus nemen!’

Ik ben bang dat het al heel gewoon geworden is dat we net als de discipelen zich ten tijde van Jezus opstanding achter dichte deuren schuil hielden, ook nu de kerk zich schuil houdt ipv verlangend uit te zien naar de komst van onze bruidegom
Jezus.
We hebben ons achter slot en grendel gezet en zitten in alle eenzaamheid, zonder wezenlijk contact naar een schermpje te luisteren.
De kerk is dicht en de gemeenschap ver te zoeken, terwijl we misschien nog nooit zo’n kans gehad hebben het verschil te maken.
In plaats daarvan ging de kerk op lockdown…

In onder andere Openbaring van Johannes op Patmos, worden we opgeroepen niet bang te zijn en elkaar te bemoedigen met de spoedige wederkomt van onze Heer Jezus.
En natuurlijk, Whatsapp, Twitter en Facebook zijn geduldig…
Maar ik geloof dat Jezus iets anders bedoelde met ‘gemeenschap’

Gebed:
Heer ontferm u over uw kerk…

Doe dit!

In de kerkelijke traditie waarin ik ben opgevoed, is het niet gebruikelijk vrijmoedig deel te nemen aan het Heilig Avondmaal.
Eerder het tegenovergestelde, omdat niet aangaan juist getuigenis geeft van een goed christelijk besef zondaar te zijn tegenover een heilig en verterend God.
In deze kerken is het een vroom en heilig teken dat de banken vol zitten met ‘zondebelijdenaars’ en de stoelen aan de Avondmaalstafel onbezet blijven.
De kan met wijn wordt na de dienst leeggegoten in de gootsteen en het gebroken brood aan de eendjes gevoerd.

In de verdere ontwikkeling van mijn geloofsloopbaan leerde ik een heel andere visie op het Heilig Avondmaal, een visie die duidelijk meer mijn hart raakte dan waar ik in opgevoed was.
Ik leerde op een nieuwe ongedwongen manier gewoon thuis de maaltijd van de Heer gebruiken, alleen maar omdat Hij zelf gezegd heeft: ‘doe dit tot mijn gedachtenis.’

Thuis Avondmaal vieren is een way of life geworden die niet altijd in de kerk begrepen, of nog erger, zelfs afgekeurd wordt.
Ook daar waar de Maaltijd van de Heer niet zo zwaar beladen is als waarin ik opgevoed ben.
Ik zou haast zeggen, was het dat maar iets meer, in die zin dat het soms een soort van periodieke kerkelijke gewoonte geworden is, die alleen dan plaats mag vinden wanneer de dominee het bedient, waarbij vooraf een kerkelijk opgesteld artikel tot de bediening van het Heilig Avondmaal door de voorganger wordt voor gelezen.
Voorwaarde tot deelnemen aan de Maaltijd is dan ook nog dat er eerst belijdenis des Geloofs afgelegd moet worden en afhankelijk van welk kerkelijk genootschap je lid bent, mag je als vrouw geen broek maar een rok dragen en is een hoofdbedekking verplicht.
Wannneer je gescheiden bent betekent dat in veel kerken zelfs dat het Lichaam van Jezus voor de rest van je leven verboden kost geworden is…

Ik zal niet zeggen dat het kerkelijk Avondmaalsformulier onzin is, maar wat ik me wel afvraag is: ‘hoe komt het dat we niet genoeg hebben aan alleen de eenvoudige woorden van Jezus; ‘doe dit tot mijn gedachtenis!’
Voor mij persoonlijk is dat de beste aansporing tot het mezelf waardig achten Avondmaal te vieren, gewoon omdat Hij me dat opdraagt.
Hij maant me simpelweg mijn dagelijks medicijn niet te minachten of te vergeten!

Naar aanleiding van het sluiten van de kerk i.v.m. het coronavirus, doet het me daarom verdriet dat we geleerd hebben alleen dan Avondmaal te (mogen) vieren wanneer een dominee ons daarin voorgaat.
Mag ik hardop vragen of, in welke kerk we ook zitten, licht of zwaar, deze met regels omgeven manier van Avondmaal vieren niet een ontzettend tekort doen is aan het verzoenend offer van Jezus?
Hebben we in het afzweren van de Rooms Katholieke manier van Avondmaal vieren, met het badwater ook niet gelijk het Kind weggegooid?
Zou het kunnen dat we in de regels en toelatingseisen tot de Maaltijd van de Heer, de kracht van het eten van Jezus’ lichaam en het drinken van Jezus’ bloed onderschat en ingeperkt hebben tot daar waar we het zelf toelaten of tolereren?
Passend gemaakt in ons religieus hoofddenken heeft het dan nog weinig met een kwetsbaar en open hartrelatie te maken.
Is het niet nét dat wat Paulus bedoelt met ‘het onwaardig eten en drinken van het Lichaam van Jezus?’
(1 Korinthe 11)

Hoe mooi zou het zijn wanneer temidden van een wereld in nood onze huizen de kerkjes van nu zijn!
Huizen waarin de kinderen van God hun positie van priesterschap innemen en vrijmoedig het Heilige der Heiligen betreden, om als gezin of alleen de gemeenschap der heiligen te betrachten in het vieren van het Heilig Avondmaal.
Ontdaan van alle franje van de formulieren simpelweg eten en drinken van het verbroken en geslacht Lichaam van Jezus omdat Hij zelf ons daartoe de opdracht gaf: ‘doe dit!’
Ik ben er van overtuigd dat de wereld waarin we leven er dan heel anders uit zal gaan zien.

Hommel.

Als alleenstaand ben ik maar al te goed gaan begrijpen dat er door eenzaamheid en niet meer aangeraakt worden, mensen dood gaan aan huidhonger.
Ik snak naar aanraking, en ik geloof niet dat dat nou zo abnormaal is.
We zijn gemaakt omwille van niet alleen zijn en onderlinge gemeenschap en contact.
Ik weet nog precies wanneer iemand me voor het laatst echt aanraakte, zó bijzonder is dat, wat de normaalste zaak van de wereld zou moeten zijn geworden…

In deze tijd van steeds meer afgezonderde isolatie en eenzaamheid, krijg ik af en toe een appje met een virtuele knuffel.
Bah, ik kan er eerlijk gezegd niet meer tegen en klik ze het liefst gelijk naar de prullenbak.
(Sorry goedbedoelende mensen die op dat moment even willen laten weten dat je aan je denkt, maar het is niet genoeg!)

Afgelopen zondag hoopte ik even een luchtje te scheppen maar ben gillend weer naar huis gegaan, zo verschrikkelijk vond ik de denkbeeldige melaatsheid en de angst voor te dichtbij komen.
Ik vroeg Vader me aan te raken en dat deed Hij.
Door de open balkondeur kwam een dikke hommel binnen vliegen.
Terwijl hij vrij van iedere angst te dichtbij te komen zoemend door mijn kamer danste, showde hij me trots zijn prachtige bontmanteltje.
Brommend van genoegen verkondigde dit vliegend schepseltje de vrolijkheid van de lente, waarin dat wat dood leek weer groeien en bloeien gaat.
Ik was diep geraakt…

Hou me vast…

Afgelopen zondag was het de tweede zondag dat de kerken gesloten bleven.
Alhoewel er diverse prachtige initiatieven worden ontwikkeld, zoals diensten via tv en internet zitten we als gelovigen in zekere zin al weken in een lockdown.
De deuren van de kerk zitten dicht en voorlopig zal dat ook zo blijven.
Op zondag psalm 122 zingen: ‘kom ga met ons en doe als wij’ klinkt opeens heel vreemd, omdat op dat in het openbaar doen straf volgt.
We mogen niet meer bij elkaar komen, dus zitten we massaal voor de tv of luisteren via internet een preek.
Onze voorgangers, pastors en dominees zijn een soort van lange afstand relatie geworden, het zal voor hen ook erg moeilijk zijn.
Preken in een lege kerk, tegen lege stoelen en banken, muziek op een bandje, het is alsof we van de ene op de andere dag ingemetselde nonnen en monniken zijn geworden.
Het deprimeerd me ontzettend.
En natuurlijk, ik ben (nog) niet ziek, ik lig niet op de IC naar adem te happen, maar toch ervaar ik de sfeer alleen al als erg verstikkend.

Door de week via internet een preek luisteren is een bewuste keuze waar ik vaak dagelijks heel veel bemoediging uit put.
Maar terwijl we al jaren gewaarschuwd worden voor contact zonder contact is het contact via datzelfde platte beeldschermpje aan een oplaadkabeltje in het stopcontact, vandaag nog het enige contact.

Bah, ik haat het.
Het maakt me boos en soms ook wel bang.
Niet bang om zelf ziek te worden, maar ik ontkom er niet aan dat mijn keel soms dicht knijpt van wat er allemaal om me heen gebeurt.
Is het al erg eenzaam en alleen in mijn huisje, op straat vliegt het me nog meer aan.
Iedereen loopt in zijn eigen bubbel, en owee als je te dicht bij komt…vreselijk!

Alsof het zijn reddingsboei was, liep deze week vlak voor me een man een stapel closetrollen, waar hij nog net overheen kijken kon mee te zeulen, terwijl hij tegelijk ieder contact vermeed.
Ik wist niet of ik er nu om lachen of om huilen moest.
Net zoals ik me heel tijd afvraag waarom, eer ook maar iets op slot ging, de kerken hun deuren al toesloten.
Daar zullen vast allerlei verstandig en rationele antwoorden op te geven zijn, maar steeds meer bekruipt me de vraag: ‘trappen we er nu zo gemakkelijk met open ogen in?’

Het is immers altijd al de bedoeling van Satan geweest de deuren van de kerk dicht te spijkeren?
Het is toch zijn doel dat we net als destijds de discipelen in plaats van als welkomscomitee bij het graf te zitten, ons achter gesloten deuren verschuilen en daardoor onzichtbaar worden?
Terwijl Jezus ons opdraagt zegenend en handoplegend erop uit te gaan, is de kerk de eerste geweest die opgedragen werd samenkomsten af te lasten om zodoende aanraking te vermijden.

Ik voel me in deze rare tijd, waarin het steeds meer lijkt dat de angst regeert, eenzamer dan ooit waarbij de vragen over de rol van mij als gelovige en de rol van de kerk me erg bezig houden.

Bij alle vragen weet ik één ding zeker; mijn Koning en Heer, mijn Verlosser, Bruidegom en grote Broer, popelt om me op te halen en voor altijd samen te zijn.
Wat zie ik er naar uit voor eeuwig alles in Hem te zijn…

Goed nieuws tussen de lege schappen.

Wat een spannende tijd!
Exiting zegt het Engelse woord zo mooi!
Een tijd met geweldige kansen om het goede nieuws over een goede God te vertellen.
Je hebt geen sinaasappelkistje nodig, geen luidspreker of microfoon, een preekbevoegdheid van de TU is ook geen noodzaak, of je nu man of vrouw bent, jong of oud, geleerd of ongeletterd, licht of zwaar, evangelisch of reformatorisch, baptist of gereformeerd, rok of broek, wel of geen hoedje, tegen of voor vrouw in in het ambt, homo of hetero, gehuwd of alleenstaand, rijk of arm…

Het enige wat je hoeft te doen is je jas van de gerechtigheid en je schoenen van de bereidheid om het goede nieuws van de vrede met God bekend te maken, aan te trekken en naar buiten te gaan.
Bewust van je positie in Christus, verlicht je lamp de duisternis om je heen en trek je automatisch mensen naar je toe.
Zomaar in de supermarkt een vraag van een onbekende of jij ook zo bang bent voor dat virus, is een opeens mooie gelegenheid over de Viruskiller Himself te getuigen en de ander te zegenen met de rust en vrede van het Lam.

Wees niet bang, sta op en schitter, Jezus-mensen!
Nu is het de tijd!
Preach yourself happy and spread the good news…