Dronkenschap in de tabernakel.

Hanna spreekt wartaal.

Ook dit jaar gaan we, net als andere jaren met de stammen op naar Silo, waar de tabernakel staat.
Elkana, mijn man, Pennina en ik, Hanna, zijn 2 vrouwen.

Ik ben erg ongelukkig…
Ik hoor er gewoon niet bij, ik tel niet mee.
Pennina en Elkana hebben een gezin met kinderen, zonen en dochters, terwijl ik zelf kinderloos ben.
Het is niet dat Elkana, mijn grote liefde, me negeert,mijn schoot is onvruchtbaar.
Steeds wanneer ik verdrietig ben om mijn kinderloosheid, troost hij mij, en zegt dat ik hem meer waard ben dan een huis met zonen.
Maar hij kan dat elke dag tegen me zeggen, en ik geloof dat hij het meent, het voelt niet zo.

Het is bij ons een gezegde dat nageslacht is als de pijl die zekerheid geeft in de hand van de soldaat, zo beloven kinderen veel voor de toekomst.
Alleen, de pijlkoker van Elkana en mij is leeg, mijn schoot heeft geen vrucht gedragen.
Dikwijls schreeuw ik het uit naar mijn God, de God van mijn volk Israel.
Kinderen zijn toch een geschenk van Hem?
“Waarom God, waarom…?”

Pennina bespot en hoont me, ze lacht me uit zo gauw ze de kans krijgt.
Haar kinderen nemen zo langzamerhand dit gedrag over, zodat dit huis geen “thuis “ meer is voor mij.
Zou dit een straf van God zijn voor mij?
Als Hij in de woestijn destijds mijn volk zo zegende, waarom hoort Hij mijn smeken om een zoon dan niet?
Wat heb ik fout gedaan, dat Hij mij deze schande toedicht?
Deze gedachten tollen maar door mijn hoofd, temeer omdat ik de moed aan het verliezen ben.
Ik wordt er tenslotte ook niet jonger op…

Van Elkana vind het het ook best wel laf dat hij niet optreedt tegen Pennina en hun kinderen.
Als ik hem zoveel waard ben, dan kan hij toch wel een eind aan deze treitercampagne maken?

Omdat we nu in de tabernakel zijn is er een nieuw plan in mijn hart geboren.
In mijn hart ja, daarom is het nu zo’n strijd in mijn hoofd.
Elke keer wanneer ik blij word van het plan in mijn hart, komt mijn hoofd in opstand door allerlei redeneringen aan te voeren, hoe belachelijk het is wat ik wil gaan doen.
De redeneringen zijn op de manier van: “wie denk je wel dat je
bent?”
“Nou, dat zal ik je vertellen,” zegt mijn hart dan ” ik ben Hanna en ik ga mijn God, de God van Abraham,Isaac en Jacob, een belofte doen”

Mijn keel knijpt dicht van de zenuwen en toch ook wel angst, maar ik ga.
Ik laat de maaltijd voor wat het is, ik krijg toch geen hap door mijn keel !

Mijn voeten snellen als vanzelf naar een plek waar ik Hem aanbidden kan.
In mijn hart zingt een lied:
” Wat hou ik van Uw huis Heer”
Uit de hoeken van het dak hoor ik het piepen van jonge musjes, terwijl een zwaluw af en aan vliegt naar haar nest vol met pas uit het ei gebroede baby zwaluwtjes.
Deze ene dag toeven in het huis waar mijn God woont is me meer waard dan duizend dagen op een plek waar Hij niet is.
Het is alsof ik een pijlkoker vol waardevolle pijlen draag in een hart dat genoeg had aan één liefdes pijl afgeschoten door mijn Heer.

Bij de posten van Gods huis zie ik Eli, de hogepriester zitten, wat me bijna weerhoudt, maar toch val ik op mijn knieën neer en in mijn hart spreek ik met de Schepper van Hemel en Aarde.
Die God die de enige is die mijn schoot een moederschoot kan laten zijn.
” Ik doe U een belofte Here,wanneer U mij een zoon geeft zal ik hem terug geven aan U.
Ik bid U om een profeet Heer!
Een kind, niet voor mijzelf, maar voor U!”

Dit is het gebed dat in mijn hart geboren moest worden, geen zoon, maar een profeet.
Het smeken om een zoon is veranderd in een belofte aan de God van het verbond.
Nu begrijp ik dat God me niet straft, maar wacht op mijn bereidheid Hem te dienen tot een hoger doel.
Het maakt me diep gelukkig mijn zoon terug te kunnen geven aan de Gever.

Plotseling word ik onderbroken door de harde stem van Eli.
” Wilt u maken dat u weg komt!
Het huis van God te ontheiligen met uw dronkenschap!”

Ik moet glimlachen, overgave aan mijn Heer ziet er voor de buitenstaander belachelijk uit.
En ja, ik ben dronken!
Dronken van een liefdesdrank uit de karaf van mijn Heer.
Hij liet mij drinken waarna ik gewillig werd Hem alles te geven, zelfs de zoon waar ik Hem al jaren om smeek.
Het gevoel van vrede en rust doet mijn hart overlopen van ontzag voor mijn Heer.
Al die jaren waarin ik me de verachte voelde was Hij daar gewoon.
Hij zag mij, hoorde mij, had me lief.
Hij had me op het oog om te baren voor iets veel hoger dan ik zelf voor mogelijk hield.
Hij wachtte geduldig, zodat Zijn belofte aan mij me niet verpletteren zou!
Niet een zoon voor Elkana, niet een kind om te bewijzen dat ik ook moeder ben tegenover Peninna, maar een profeet!
Het is niet genoeg een gezin te vormen met Elkana, mijn Heer zelf wil met mij een gezin vormen tot eer en glorie van Zijn Heilige Naam.
De naam in wie vergeving en vrijspraak te vinden is.
“Ja Heer, ik ben van U, en U bent van mij, ook het kind dat mijn schoot zal dragen is van U en tot U.”

Oh glorie, nadat ik Eli mijn nood en gebed uitleg, mijn belofte aan mij Heer heb verteld, spreekt hij een profetie over mij uit!
Ik ga een zoon ontvangen.
Een zoon die ik in mijn hart allang weer terug gegeven heb om diensbaar te zijn in het koninkrijk, niet van deze aarde, maar van de hemel.

” Mij geschiede naar Uw belofte Heer”

Vrijspraak

In psalm 16 lezen we dat bij de Here overvloed van vreugde is te vinden.
Dat is toch waar ieder hart naar smacht?
Vreugde vreugde, louter vreugde?

Gedurende ons leven hier op aarde doen we elk de nodige ervaringen op die soms zo pijn doen dat je van een trauma spreken kunt.
Vooral pijn ons aangedaan door geliefden kan een kras op je ziel veroorzaken die menselijkerwijs niet meer geheeld kan worden.
Deze pijn veroorzaakt een wond die keer op keer schrijnt en bloedt.
Een bepaalde geur, een gebaar, een onschuldig woord van iemand anders kan er al voor zorgen dat deze wond, waarvan je soms denkt geheeld te zijn, weer in alle hevigheid open barst.

Het kan ook zijn dat deze wond dag en nacht zeurt, als kiespijn doortrekt het je hele zijn.
Zoals je vlees marineert zo kan je ziel in een marinade van pijnlijk zeer liggen.

Pijn ons aangedaan door anderen heeft meestal met onrecht te maken.
Onrecht van niet gezien zijn, leugens, laster, isolatie, en tekort gedaan zijn, veroorzaken zo’n diepe wond, dat je zelfs lichamelijk ziek kunt worden door de pijn in je ziel.
Het onrecht kan tevens zo vreten dat je nog maar één doel hebt; gerechtigheid!
Dit verlangen naar gerechtigheid is volkomen normaal, omdat niemand het recht heeft de ander onrecht te doen.

Het vechten om je recht kan een doel op zich worden, waarbij nog maar één ding telt; “ recht tegenover het onrecht”
Of het kan onderhuids een schrijnend speldenprikje zijn, klein en onzichtbaar, maar oh zo venijnig voelbaar, en ieder moment paraat om toe te slaan.

Jezus roept ons op te vergeven, zelfs 70 maal 7 maal.
Midden in de pijn een onmogelijke opdracht, zou je zeggen.
Is dat zo?
Zadelt Hij ons op met iets dat voor ons niet op te brengen is?

Wat zou de reden kunnen zijn van deze opdracht te vergeven?
Het is omdat schuld ons aangedaan door de ander, ons tevens bindt aan de ander.
Alsof je allebei met elk één hand in dezelfde boeien geslagen bent.
Vaak is degene die je pijn en onrecht heeft aangedaan, een persoon in je leven geworden waarmee je niets meer te maken wilt hebben.
Maar door de pijn van het onrecht en het vechten om je recht/ gelijk, is niemand zo dicht in je hart dan degeen waar je misschien letterlijk afstand van hebt genomen.
Of het is iemand in je naaste omgeving, b.v. je moeder of je ouders die je nooit echt gezien hebben.
Je bindt jezelf aan het gevecht van nog steeds goedkeuring voor je bestaan te eisen van degeen die je nooit geven kunnen wat alleen Jezus geven kan.
Terwijl je gevoel zegt dat de ander je, door je te kort gedaan te hebben, in de gevangenis heeft gezet, creëer je als het ware je eigen gevangenis.

Terug naar het kruis.
Wat gebeurde daar?
We zeggen zo gemakkelijk ;” Jezus stierf voor mijn zonden”
En dat is waar!
In het geloven van deze waarheid zijn we gered, we worden kinderen van God.
Onze schuld is op Jezus gekomen, Hij nam niet alleen de straf op de zonde op zich, Hij wérd zonde.
Vandaar dat God de Vader zijn blik af moest wenden in de 3 uur duisternis.
God kan de zonde niet zien.

Toen Jezus het hoofd boog en de geest gaf kon Hij dat doen in de wetenschap van Zijn getuigenis daarvóór: “ Het is volbracht”
Zijn laatste woorden :” Vader in Uw handen beveel ik mijn geest” en het buigen van zijn hoofd betekenden voor Hem eindelijk een plek waar Hij Zijn hoofd te rusten kon leggen.
Waar Hij eerder sprak van de vos die een hol heeft, de vogel een nest, maar de Mensenzoon nergens een plek om zijn hoofd neer te leggen, heeft Hij in het offeren van zich Zelf eindelijk rust gevonden.
De rust waar Hebreeën 4 over spreekt.

Het is een rust die verkregen wordt door het “ in te gaan”
Het is zelfs een opdracht;” gaat in in mijn rust”
Een rust als een mantel die je omgehangen wordt, en die je tegelijkertijd zelf aan doet.
Een rust die je omarmt en tegelijkertijd een omarming van jezelf is.

Dat is mooi hè, jezelf omarmen…
Dat kan, omdat je omarmt wórdt!
Omarmt en geaccepteerd in het volbrachte offer van Jezus.
In het aanvaarden van de volmaaktheid van dit offer weten we ons zelf geliefd.
De volkomen volmaaktheid zegt namelijk dat we zelf niets kunnen bijdragen, en, halleluja, dat ook niet van ons verwacht wordt.
Het is zelfs zeer onwenselijk, omdat elke eigen bijdrage, hoe ogenschijnlijk vroom en goedbedoeld, het offer van Jezus teniet doet.
Het besmeurt het kruis zelfs.
Onze eigen bijdrage wordt in Jesaja de stinkende doeken van een ongestelde vrouw genoemd.( Jesaja 64:6 oorspronkelijke tekst)

In het sterven en de opstanding van Jezus is alles betaald.
Elke rekening is vereffend.
Voldaan!
The Passion Translation zegt het zo in Romeinen 8:1
“ So now…the case is closed!”
Er is recht gesproken in de rechtszaal, de zaak is gesloten!
Ik ben vrijgesproken!

Maar…de schuld mij door een ander aangedaan.
Is deze schuld óók vereffend aan het kruis?
Het antwoord is natuurlijk :” Ja”
Wanneer míjn schuld is vereffend is dat ook met de schuld van ieder ander gebeurt!

Welke consquenties heeft dat voor de keuzes van mijzelf ten opzichte van de opdracht van Jezus de ander zijn schuld te vergeven?
Of, welke consequenties heeft het voor mezelf het niet te doen?
Weigeren te vergeven omdat de pijn mij aangedaan té groot is.
Weigeren mijn recht op vergelding op te geven omdat ik dagelijks de gevolgen ondervind van het onrecht mij door iemand anders aangedaan…

Vaak denken we dat we daar eerst aan toe moeten zijn.
Dat is gedeeltelijk waar.
Er moet/mag een tijd van rouw zijn, boosheid, woede, teleurstelling…
Allemaal volkomen terechte emoties.
Echter, deze emoties kunnen op den duur een loopje met mij nemen.
Dat is de fase waarin satan zijn zaadjes van bitterheid plant in het akkertje van mijn ziel.
De plantjes die opkomen in mijn toch al zo diep verwonde ziel, zullen deze wond alleen maar groter maken.
Terwijl ik dus vecht voor mijn recht, doe ik mijzelf groot onrecht.
Ik ben mijn eigen satan geworden in mijn eigen gecreëerde gevangenis cel.

Maar wat nog schrijnender is, ik doe het offer van de Zoon van God tekort.
De doorwerking daarvan in mijn dagelijks leven wordt door niemand anders dan door mijzelf geblokkeerd.
Zwart/wit gezegd sta ik tussen Jezus en God in zodat ik zelf bloei in mijn leven belemmer.
De volkomen vreugde die alleen in Zijn nabijheid te vinden is verwacht ik van degeen die me pijn en onrecht heeft gedaan.

Bovendien, en dit gaat heel diep, in mijn aanklacht naar de ander, ben ik de stem van de aanklager, satan zélf, geworden.
Hij is immers de aanklager van de beginne, zoals de bijbel zo mooi zegt.

De circel van het oordeel is rond.
Precies zoals satan in zijn vernietigingsdrang heeft bedoeld, gebeurt wanneer ik de ander steeds zijn schuld voorhoud.
Ik help satan zelfs een handje…
Het maakt mezelf kapot.
Het doet Jezus tekort.
Het doet mezelf tekort.

Hoe kom ik uit deze rat race van oordeel en schuld?
“ Beseffen dat je de Geliefde bent!
Je zelf onderdompelen in het bad van Genade.
Alsof je in een All-Inclusive resort bent waar alles tot je beschikking staat en is.
De trap van de hemelhoge duikplank beklimmen om in een belachelijke en hysterische val, gillend van pret elk duikprotocol tartend, het meest hilarische bommetje ooit te maken in het badwater van het geloof.”

In mijn eigen leven is mij ontzettend veel onrecht aangedaan.
Een onrecht waarvan ik in mijn dagelijks leven iedere dag de gevolgen ondervind.
Mijn strijd om recht gedaan te worden zorgde ervoor dat ik met elke vezel van mijzelf verbonden bleef aan degeen die de oorzaak van mijn grootste trauma’s is.
Ik heb ervaren dat dit recht opgeven, het aan Jezus te geven, mijzelf vrij gezet heeft.
Het vechten voor mijn recht is uiteindelijk zeggen dat dat wat Jezus te bieden heeft niet genoeg is.
De leugen is dan dat juist de persoon die me pijn heeft gedaan het ontbrekende stukje aan moet vullen.

Het oordeel over de ander in de handen van Jezus leggen, zorgt er nou juist voor dat je recht gedaan wordt.
Dat is recht, ik kom tot mijn recht!

Ik durf in Jezus naam zelfs een stap verder te gaan.

Het cadeau van vrijspraak dat ik in het offer van Jezus onverdiend ontvangen heb is mijn machtigste wapen tegen de gevolgen van elk trauma in mijn leven aangedaan.
Dit cadeau van vrijspraak uitdelen aan iemand die me pijn heeft gedaan zet allereerst mezelf vrij.
Waar bij vergeving vragen toch nog altijd schuld wordt benoemd, gaat vrijspraak een stap verder.
Het is gaan staan op de verhoging van Romeinen 8:1…
Er IS namelijk geen schuld!

Duizend redenen en “ja maars “ zijn aan te voeren en te verdedigen van beschuldigingen uiten naar de ander.

Toen ik zelf deze tegenwerkingen en ja maars uitschreeuwde zei Jezus :
“Wat gaat het u aan, volg gij mij…”
Bovendien, en dan stel ik het scherp, wanneer ik zelf volkomen vrijspraak heb ontvangen, welk recht heb ik dan een ander zijn schuld voor te houden?
Geen enkel!

Grote woorden?
Ja, grote woorden!
Maar mijn Heer is groot!
Als Hij een opdracht geeft is dat niet omdat Hij iets onmogelijks vraagt, maar omdat Hij het zelf in mij mogelijk maakt, en meer van Zijn glorie in mijn leven wil openbaren.
Niet alleen voor mij, maar vooral voor de omgeving.

Oefen het eens in iets kleins.
Je zult bemerken wat een vreugde het geeft het cadeau van vrijspraak uit te delen.
Het brengt een enorme trost op Jezus teweeg.
Dat Hij jou waardig acht Zijn cadeau uit te delen, hoe mooi is dat?
Bovendien zul je bemerken dat vrijspraak uitdelen aan b.v. je ouders geeft waar je zo naar verlangde, erkenning!
Er breekt ook iets in de ander!
Je hebt hem/haar Jezus gegeven.

Het meest bevrijdende voor mijzelf is, te ontdekken dat ik vrij kom van de claim erkenning te willen van de ander.
Omdat ik Jezus heb, en dat is genoeg!


‘Tolerate the weaknesses of those in the family of faith, forgiving one another in the same way you have been graciously forgiven by Jesus Christ. If you find fault with someone, release this same gift of forgiveness to them.’
‭‭Colossians‬ ‭3:13‬ ‭TPT‬‬
http://bible.com/1849/col.3.13.tpt

‘But we are all as an unclean thing, and all our righteousnesses are as filthy rags; and we all do fade as a leaf; and our iniquities, like the wind, have taken us away.’
‭‭Isaiah‬ ‭64:6‬ ‭KJV‬‬
http://bible.com/1/isa.64.6.kjv

Aan de andere kant van de berg…

 

Als pas geboren lammetje dartel ik rond in de lente wei.
Het gras is hier groener dan toen ik nog in mama’s buik groeide.
Toen dacht ik nog daar nooit meer weg te willen, het was warm en goed.
Kabbelend in een vruchtzak binnen in mijn mama, kreeg ik door een dikke streng genoeg te eten.
Zelf hoefde ik niets te doen dan te groeien, en dat ging vanzelf.
Maar met dat ik groeide werd ik toch ook wel bang.
De ruimte groeide namelijk niet mee, vandaar dat ik steeds minder mijn pootjes kon bewegen.
Mama had het ook moeilijk mij mee te dragen, dat hoorde ik aan haar klaaglijk blaten.
Vaak werd ze dan gerustgesteld door een voor mij onzichtbare stem.
Deze stem klonk warm en begrijpend zodat mama weer rustig werd.
Soms werd ze opgetild, dat voelde ik, dan werd ze gedragen zodat ze niet zelf naar de kooi hoefde te sjokken.
Ik was erg benieuwd naar de herder met deze stem, terwijl ik tevens bang was voor de wereld buiten mama’s warme buik.
Op een dag was het toch zo ver.
Ik had geen keus, want de buik van mama werkte mij zelf naar buiten.

De herder zei lieve woordjes tegen haar waardoor ze zich erg op haar gemak voelde tijdens mijn geboorte.
Even later floepte ik eruit.
Nog in het vlies lag ik plotseling in het hooi van de stal.
Mama beet met haar tanden het vlies door zodat ik mijn kopje op kon richten naar de nieuwe wereld.
Ik was geboren, een nieuw en schattig jongetjes lammetje.

Bovendien zag ik toen degene waarvan ik de stem al kende.
Een vaderlijke stem vol barmhartige ontferming.
Het eerste wat ik zag toen het vlies over mijn ogen weg was, waren de ogen van de herder…
Het ontroert met steeds weer, hoe zijn ogen me in liefde ontvingen in de kudde.
Zijn trots was overweldigend voor zo’n klein lammetje als ik.

Mama liktte me droog en schoon, het was zo’n teder gevoel, haar tong door mijn glibberige vachtje.
Tegelijkertijd drong ze mij te gaan staan.
Eenmaal op mijn pootjes duwde ik mijn snuitje tegen de tepels van mama.
Waaauw wat een lekker drinken heeft zij voor mij!
Ik ben zo blij dat ik geboren ben!
Dit is echt veel leuker dan alleen in mama’s buik, en ook zo gezellig met de tantes en neefjes en nichtjes.
We dartelen en springen in het groene gras daarbij nooit onze eigen mama uit het oog verliezend.
Zij zorgt zelf ook dat ik niet verdwaal hoor.
Ze houdt van mij!

Ik word steeds sterker van het drinken bij mama en het eten uit de kribbe.
Dat is een lange smalle voerbak waar de herder heel lekker eten in schept, iedere dag opnieuw.
De kribbe is zo laag dat ik er als lammetje precies goed bij kan.
De grote schapen mogen ook uit die voerbak eten waarbij ze zich dan bukken moeten.
De herder is trots op hen wanneer ze dat zonder morren doen.

Trouwens mijn herder behandeld me alsof ik een speciaal lammetje ben.
Hij geeft me vaak een extra knuffeltje, wat me zo gelukkig maakt.
Hij neemt me af en toe mee wanneer hij een wandeling over de slingerende paden maakt en verteld mij dan zijn diepste verlangens en gedachten, wat ik zo fijn vind.
Ik ben zo blij met de herder!
Wanneer ik moe ben tilt hij me op zijn sterke schouders en draagt me naar de stal om me bij de andere lammetjes in het warme stro neer te leggen.

Vandaag zijn we ook weer samen op pad in de bergen.
Hij is met een speciaal doel, zegt hij.
Bovenop een zandverstuiving rusten we uit, waar hij me laat zien dat een klein gezelschap in aantocht is.
Dichterbij gekomen hoor ik een jongen tegen waarschijnlijk zijn vader zeggen dat ze wel brandhout bij zich hebben maar geen offerlam…

Offerlam?
Dat woord doet me griezelen van ontzetting!
Offerlam…dat zou dus betekenen dat mensen voor hun God een lam als ik offeren?
Ik wil dit niet meer horen en maak het liefst rechtsomkeert.
De herder houdt me liefdevol vast en vraagt me naar het zoontje te kijken.
Samen lopen ze de berg op, de zoon met het brandhout in zijn rug.

Wat krijg ik plotseling medelijden met de man en zijn jonge zoon.
Ik moet ook huilen evenals de herder.
Ik hoor de vader tegen zijn zoon zeggen dat de Here God zelf voor een offerlam zal zorgen.

Dan verteld de herder met de dat de Here God aan Abraham de opdracht heeft gegeven om zijn zoon, Isaac te gaan offeren.
Abraham wordt op de proef gesteld of hij echt in alles de Here God gehoorzaam is…

Als vanzelf weet ik de vraag aan mij:” ben ik in alles gehoorzaam aan mijn herder?
Vertrouw ik hem tot in de dood?”

Mijn hart loopt over van liefde voor mijn herder en de man die zijn zoon gaat offeren.
Nee, dat laat ik niet gebeuren!
Ik zal het offerlam zijn.
Het is me zelfs een eer dat te zijn.

Terwijl de liefdevolle ogen van mijn herder me volgen begin ik de klim aan de andere kant van de berg.
Abraham en Isaac weten het nog niet, maar de Here God heeft gezorgd voor een offerlam.

Trots op mijn herder laat mijn hart haast barsten, terwijl de diepe liefde van mijn herder voor mensen me automatisch in beweging zet.

Wacht maar Abraham, ook al zie je me nog niet, ik ben jou offerlam!
Mijn herder heeft voorzien en geeft mij.
Een lam,
zijn liefste lam…

Thamar ontvangt dubbele vergoeding.( Want zo is de Heer )

Jippieajee, ik ben zwanger!
Onmiddellijk wist ik het, nog eer mijn schoonvader Juda mijn bed verliet, het was raak…
De Heer van hemel en aarde heeft aan mij gedacht, precies zoals Hij beloofd heeft aan aartsvader Abraham.

Omdat Juda me voor een hoer hield wilde hij mij betalen voor het pleziertje in de speciaal voor dit doel opgerichte tent waar hij maar wat graag tabernakelde…
Voor mij was het bittere noodzaak, maar ik kon mezelf op dat moment nog niet bekend maken.
Daarom vroeg ik hem een geitenbokje als hoerenloon, waarop hij me beloofde het door een dienaar af te leveren.
Wijzer geworden door de streken die hij me al geleverd heeft, eistte ik een onderpand dat hij gewillig afgaf.

Daarna heb ik de tent snel afgebroken en ben naar het huis van mijn vader terug gekeerd.
In mijn kluisje bewaar ik de staf, de zegelring en het snoer van Juda.

Grinnikend heb ik aangehoord hoe Juda een knecht stuurde met een geitenbokje, maar de hoer zat allang weer omgekleed in haar rouwgewaad bij haar vader.
Notabene, weet je wat hij zei toen ik niet te vinden was?
” Laat haar dan die spullen maar houden anders hebben de mensen nog de spot met mij” Arrogantie ten top toch?

Mijn buik groeit snel, ik ben zó trots!Ik draag vrucht, dat was het doel,
ik ga een zoon baren!
Niet als maagd zoals de moeder in het verhaal aan het uitspansel, maar als de zuster van deze moeder.
Gedragen in het verhaal en uitziend naar de Messias, draag ik ontspruitend zaad en is mijn eer gered.
Het kind in mijn schoot is óók een kind van de belofte waarmee het voortbestaan van de naam Juda is verzekerd.

In opdracht van Juda is vandaag een bode gekomen om mij mee te nemen naar de tenten van mijn schoonvader.
Juda is woedend want ik heb de familie te schande gemaakt en hij wil me stenigen.
Dit was het moment dat ik kon vertellen wie de vader van mijn ongeboren kind is, “u zelf Juda!”
Ik heb de bode de in onderpand gegeven eigendommen van mijn schoonvader laten zien.

De God van mijn familie, mijn God, is voor me opgekomen zodat Juda ingezien heeft dat niet ik, maar hijzelf de familie te schande heeft gemaakt.

In rust kan ik nu naar de bevalling uitzien.
Ik ben zó gelukkig!
Mijn lijf is een tabernakel in het plan van de God die een verhaal schreef aan de hemel.
In mij groeit een belofte van voortgang van dat verbonds verhaal.
In mijn heilige der heiligen bevindt zich een geheim, dat als een duifje dat zijn vleugeltjes uit slaat in mijn binnenste, fladdert van levenslust, en iedere keer weer laat weten dat ik leef om leven voort te brengen.
Het klopt tegen mijn baarmoeder wand en houdt me vaak uit de slaap.

Ook nu, deze nacht heeft de klop van leven in mijn binnenste me naar buiten gedreven.
De klop van mijn eigen hart vermengt zich met de klop van het hartje in mijn baarmoeder en pompt levenbrengende het bloed door onze aderen.
2 harten in mijn lijf, wat een mysterie.

Op mijn rug liggend staar ik naar de hemel en volg de tekenenen aan het firmament.
Mijn blik blijft hangen bij het sterrenbeeld Stier, waarna een groot zwart gat, eer Kreeft zich aan dient.
Wonderlijk dat me dat nog niet eerder is opgevallen.

Mijn hand voelt de handdruk van de maagd, mijn zuster die een Zoon gaat baren, de Verlosser.
Wat ervaar ik een verbondenheid met deze zwangere maagd.
Ik vraag me niet af hoe het mogelijk is onbevlekt een kind te dragen, ik geloof het gewoon!
Mijn eigen geschiedenis heeft genoeg bewezen dat de God die tussen het offervlees doorging om zelf te verteren, ook mijn God is!

Terwijl mijn en haar handen de ronding van mijn gezegend lijf volgen is het alsof ik door Vaderhanden wordt opgetild naar het firmament.
In duizelingwekkende vaart kom ik aan bij het eerder waargenomen zwarte gat en zie dan dat het een venster is!
De gordijnen worden open geschoven door handen waarin ik een litteken van lijden zie.
Alsof de zon opgaat na een donkere slapeloze nacht, zo sta ik middenin een licht dat schijnt in de duisternis en mijn volk zal verlichten tot heil en redding van velen.
Het licht rekt de grenzen van het zwarte gat steeds verder op, totdat op de hele aarde de duisternis overwonnen is.
Alsof mijn eigen geschiedenis een puzzelstuk is dat nog ontbreekt tussen de sterren Stier en Kreeft,word ik temidden daarvan neergelegd.
Een Vader stem zegt me mijn ogen dicht te doen en na 10 tellen weer te openen.
Ongeduldig als een klein meisje raffel ik snel het rijtje af en kijk nieuwsgierig naar het ontbrekende puzzelstuk.
” Wat zie je Thamar?” vraagt mijn Schepper.
Ik houd mijn adem in, het duizelt me van verbijstering en verwondering.
In diep ontzag kniel ik neer en fluister :” Tweeling, ik zie het sterrenbeeld Tweeling”
” Dat heb je goed gezien Thamar.
Je zult 2 zonen baren,Peres en Zerach.
Het zal lijken of Zerach de eerst geborene is, maar hij zal plaats maken voor zijn broer Peres.
Deze zoon zal voor een doorbraak zorgen in de geschiedenis van mijn verbond.
Jij, Thamar, de verworpen ” zwarte weduwe” zult de eerste vrouw zijn wiens naam genoemd wordt in het geslachtsregister van de beloofde Messias.”

Terug in het natte bedauwde gras huil ik tranen van diep geluk.
Ik ervaar volkomen vreugde omdat ik voor eeuwig een plaats aan de zijde van de God van het Verbond heb gekregen.

In mijn lichaam voltrekt zich het wonder van 2 nieuwe kloppende harten.
Tesamen met mijn eigen hart vormt zich een drie-eenheid waaruit nieuwe levensbrengende vreugde baan breekt totdat de maagd haar Zoon baren zal.

Ik kijk naar haar sterrenbeeld, schitterend staat ze op haar plek aan het firmament.

De maagd is tevens een meisje dat verlegen met haar ene hand frunnikt aan de zoom van haar rokje, en met de andere haar glimlachende mond bedekt.
Ze knipoogt naar me…

‘Het moment van de bevalling brak aan en Tamar kreeg een tweeling. Bij de geboorte bond de vroedvrouw een rode draad om de pols van het kind dat het eerst verscheen, maar het kind trok zijn hand terug om plaats te maken voor zijn broer. ‘Dat is een doorzetter!’ riep de vroedvrouw. Daarom noemde zij het kind Peres (Doorbraak). Even later kwam ook het kind met de rode draad om de pols ter wereld. Zij noemde hem Zerach (Opgang).’
‭‭Genesis‬ ‭38:27-30‬ ‭HTB‬‬
http://bible.com/75/gen.38.27-30.htb

Thamar bouwt een tabernakel voor Juda, de uitgekozen zoon.

Omdat ik, Thamar , sinds de dood van mijn 2 echtgenoten, Er en Onan, de zonen van Juda, één van de 12 zonen van Jacob, de zoon van Isaac, de zoon van aartsvader Abraham, bij mijn vader woon heb ik nog weinig contact met mijn schoonvader.
Hij heeft me destijds zijn jongste zoon als man beloofd, maar me bedrogen.

Kun je je voorstellen hoe zeer het doet dat ik aan het lijntje ben gehouden, terwijl Juda daarmee zichzelf ook uitschakeld heeft ?
Ik heb je verteld van het verhaal in de sterren, en het verbond met bet-overgrootvader Abraham, en begrijp niet dat mijn schoonvader gewoon lak heeft aan deze beloften over een verlosser, evenmin aan het doorgeven van zijn familienaam in de geschiedenis van de 12 stammen van Jacob.
Juist daarom is het een schande voor mij dat ik geen zoon heb.
Iedere vrouw in deze familie van Israel hoopt dat zij de moeder van de beloofde verlosser zal zijn.
Waarom ontneemt Juda mij de hoop en verwachting dat ík die moeder mag zijn?

Vele nachten heb ik nu doorgebracht onder de sterrenhemel, en stel me de bet-overgrootvader Abraham voor ogen.
Wat zal het mooi geweest zijn hoe hij persoonlijk sprak met zijn God.
In de nacht dat God hem de onmogelijke opdracht gaf de sterren te tellen en hem in de sterrenbeelden het verhaal van de maagd met haar zoon liet zien, oh, ik wilde dat ik erbij was geweest.
Dezelfde God liet Abraham offerdieren doormidden delen waarna Hij Zelf tussen de helften van de offerdieren door liep om ze te verteren als in een rokende oven.
Daarmee sloot God een eenzijdig verbond, waarmee Hij Abraham beloofde dat alleen Hij, Heer van hemel en aarde verantwoordelijk was voor de vervulling van de belofte.
Wat een ontzagwekkende God!
Ik krijg steeds meer ontzag voor deze Schepper van mij!

Sinds kort heb ik vernomen dat mijn schoonmoeder overleden is, Juda is nu zelf weduwnaar.
Ik heb zo hier en daar geïnformeerd naar zijn gangen, en heb een plan!
Morgen vertrekt Juda met zijn vriend Chira naar de herders in Timna om daar het schaapscheerders feest mee te maken.
Een slimme meid is op haar toekomst voorbereid, wanneer Juda denkt me het moederschap te ontnemen zal ik zelf in actie moeten komen.
Er is een te grote verbondenheid met het verhaal in de sterren en het verlangen daar deel van uit te maken.
Ik grijp mijn eenmalige kans, koste wat kost.
Éen optie heb ik, die ga ik benutten ook!

Morgen zal ik mijn rouwkleding afleggen en me als een prostituee versieren om aan de weg te gaan zitten, daar waar ik weet dat mijn schoonvader passeert.
Het vergt enorm veel moed om dit te doen, maar ik ga!
Het is alsof de adem van mijn schepper mezelf voortdrijft in deze hoop en dit verlangen.
De beloofde verlosser is me te dierbaar om door Juda uitgerangeerd aan de zijlijn te zijn gezet, werkeloos toe te kijken hoe het heil me voorbij gaat.
De hoop op dat heil, doet me vastberaden dingen doen die mezelf ook verbazen, maar er is nu geen tijd te verliezen aan angst en schuldgevoelens.

Vóór mijn prachtige tent zit ik nu welgevallig onder het purperrode baldakijn.
De randen worden versierd met kostbare goudkleurige franjes, afgewisseld met zilveren klokjes, die door het warme zachte briesje met heldere tonen een lokroep klingelen.
Vanmorgen heb ik me gebaad in ezelinnenmelk, waardoor mijn huid zacht als een babyhuisje aan voelt.
Het kostbare parfum van Amber en Vanille betoverd me haast zelf.
Sowieso ben ik in een soort trance van vrees, verwachting en hoop.
Steeds meer leeft er een gevoel in mij dat ik deel heb aan iets groters en mooiers dan dat ik zelf bedenken kan.
Juda heeft, zonder het zich bewust te zijn dit plan willen doorkruisen, maar wordt tevens zonder het zich bewust te zijn ingeschakeld het plan van God door te laten gaan.

Vraag me niet hoe, maar de God die via de handen van zijn vader Jacob Juda zal zegenen met de woorden:” Juda, gij zijt het…” zal zelf ook zorgen voor de uitvoering van Zijn plan.
Precies zoals Hij Abraham beloofde.

Wacht, ik zie mijn schoonvader aan komen.
Een mooie zijden sluier bedekt mijn gezicht in het spel der verleiding.
Hoe doet een hoer dit?
Terwijl ik me dit nog afvraag en eer ik zelf in actie kom, snelt mijn schoonvader me tegemoet, ik hoef niets te doen!
Oh, hij moest eens weten!
Achter mijn sluier glimlach ik van plezier omdat mijn plan lijkt te slagen.
Hij wil me maar al te graag!

Wat maakt het me uit dat hij niet gebaad heeft en stinkt naar zweet en schapen.
Kom in mijn tent Juda, kom tabernakelen in het verhaal aan de heldere sterrenhemel van de nacht.
Maak plezier met mij, ga tot me in, en doe wat je zonen weigerden, waardoor ze afdaalden in het graf.
Speel het spel tussen man en hoer, zonder te weten dat de God van Abraham de auteur en regisseur is, en jou uitgekozen heeft in het verbond je plek in te nemen.

Mijn hart loopt over van blijde verwachting en hoop op een zoon.
Een zoon tegen wil en dank.
Ik weet het zeker, ik ga ontvangen.
Het zaad zal niet verspild worden maar ontspruiten en nieuw leven uit wat dood leek geboren laten worden.
Mijn schoot zal vrucht dragen omdat De God van het verbond niet anders kan dan vrucht op vrucht geven.

Het mysterie aan de sterrenhemel zal uiteindelijk voor iedereen duidelijk zijn.
Nu mijmer ik nog over die maagd, die ook een zoon zal baren.
Het is alsof ik haar ken, als is ze een zuster uit een verre toekomst die mijn hand vast houdt tijdens het spel met mijn schoonvader Juda.

Samen met deze maagd voel ik me meer vrouw dan ooit, zelfs nu in mijn vermomming als hoer.
Alsof het gordijn van de rouw waarachter Juda me wilde verbergen, door haar meisjes hand wordt opengerukt en ik samen met haar in het volle licht wordt gezet.

De belletjes aan het baldakijn van mijn tabernakel klingelen een lied over een koning die slaaf werd.
Een zoon, de beloofde zoon.
De zoon waarover de Vader juichend uitroept;” Jij bent het! Jou heb ik uitgekozen!”

Hoor…ik hoor een ander lied zingen!
” Thamar, Ik heb je gezien!
Ik geef je sieraad voor as, vreugdeolie voor treurigheid, het gewaad des lofs voor kleding van rouw.”

Aan de hemel verschijnt een blinkende ster, als een wegwijzer naar een voederbak voor een niet te tellen kudde hongerige lammetjes.
Ook ik val op mijn knieën neer, ik kan niet meer anders, en eet en drink…

( Wordt vervolgd )

De zegen van vader Jacob voor zijn zoon Juda.
“Juda, jij bent het, jou zullen je broers loven! Je hand zal rusten op de nek van je vijanden; voor jou zullen de zonen van je vader zich neerbuigen. Juda is een leeuwenwelp; van je prooi ben je opgestaan, mijn zoon. Hij heeft zich gekromd, zich als een leeuw neergelegd, als een leeuwin; wie zal hem doen opstaan? De scepter zal van Juda niet wijken en evenmin de heersersstaf van tussen zijn voeten, totdat Silo komt, en Hem zullen de volken gehoorzamen. Hij bindt zijn jonge ezel aan de wijnstok en het veulen van zijn ezelin aan de edelste wijnstok; hij wast zijn kleren in wijn en zijn gewaad in druivenbloed. Zijn ogen zijn donker door de wijn en zijn tanden wit door de melk.’
‭‭Genesis‬ ‭49:8-12‬ ‭HSV‬‬
http://bible.com/1990/gen.49.8-12.hsv

Tamar de kinderloze weduwe.

Voor de tweede keer stond ik jaren geleden aan het graf van een man, mijn man…
Eerder al was ik getrouwd met Er de zoon van Juda.
Mijn schoonvader had me zelf uitgekozen voor zijn oudste zoon, waarop een ongelukkig huwelijk volgde.
“Over de doden niets dan goeds”
zegt men toch?
Laat ik het maar gewoon zeggen; Er was een onverschillige nare man.
Nachten lang heb ik radeloos huilend buiten gezworven, bang voor mijn eigen echtgenoot.
Kinderloos werd ik weduwe waarop mijn schoonvader me, volgens Gods wil, de God van Abraham, Isaac en Jacob, zijn jongere zoon, mijn zwager Onan, als man gaf.
Hopend zwanger te worden opdat de naam van Er voortbestaan zou.

Zonder zoon die de naam van Er draagt begroef ik ook hem.
Onan lachte me uit, had de spot met mijn verlangen naar een zoon.
Een verlangen dat Jaweh zelf in iedere vrouw legt, dus ook in mij.
Onan ging wel met me naar bed, maar ging voor het zingen de kerk uit…

Hoe vernederend is het voor me geweest zo behandeld te worden door mijn eigen man.
In de meest intieme momenten alleen gelaten te worden, genegeerd in mijn vrouw zijn.
Het moederschap ontnomen door de man die geen vader van mijn zoon wilde zijn.

Nadat ook hij overleed was er nog hoop voor mij doordat Juda mij zijn andere zoon, Sela, als toekomstig echtgenoot en vader van mijn kind beloofde.
Omdat Sela nog te jong was heb ik gewacht, totdat langzaam mijn hoop in wanhoop veranderde.
De praatjes om mij zingen rond als zou ik ongeluk brengen aan mannen.
Ben ik soms een zwarte weduwe?
De waarheid is dat ik weduwe ben, en de verdachtmakingen over mij zijn zwart.
Mijn schoonvader heeft net als zijn dode zonen ook de spot met mij, en daardoor met het voortbestaan van zijn eigen geslacht.

Dikwijls heb ik het uitgeschreeuwd naar de God van Abraham.
In de eenzame nachten las ik het verhaal van die God aan de hemel, zoals Hij dat aan de overgrootvader van mijn schoonvader had verteld.
Ik probeerde de sterren te tellen en ontwaarde de geschiedenis van een maagd, een leeuw en een verlosser in de hemellichamen.
Precies zoals het in onze familie van geslacht op geslacht doorgegeven wordt.

Een maagd die een zoon baart…
Een maagd?
Een zoon?
Hoe dan, God van Abraham?
Dit mysterieuze verhaal met een rijke belofte voor mijn familie houdt me voortdurend bezig.
Die God die een verbond sloot met een toen al oude man, Abram.
In dat verbond werd door God besloten dat Abram voortaan Abraham heette.
Weet je wat dat betent?
” Vader van vele volken…!”
God zelf blies zijn adem in de naam Abraham, de Ruach, 💨, en wanneer Abraham zich dan voorstelde aan een vreemdeling zei hij ;” aangenaam kennis te maken, ik ben een vader van vele volken ”
Hahaha, wat zal dat vaak voor veel hilariteit gezorgd hebben.
Bejaard evenals zijn vrouw Sara, kinderloos, en toch zeggen dat je vader van een héél grote familie bent.
Zou deze overgrootvader me daarom zo intrigeren?
Hij bleef geloven dat God zich aan zijn verbond houden zou, ondanks de omstandigheden, en kreeg een zoon, Isaac, de grootvader van mijn schoonvader Juda.
Het verbond geschreven door de schepper van die sterren en zo gerangschikt aan het firmament dat ik het verhaal nu ook lezen kan.
De belofte van een maagd die een zoon baart…

Maar terwijl mijn eierstokken rammelen in het verlangen naar een zoon, word ik nu ook door mijn schoonvader Juda bedrogen.
Is hij het verbondsverhaal aan de hemel soms vergeten?

Ik ben ontmaagd zonder gebaard te hebben.
Het huwlijksbed werd het doodsbed van mijn 2 echtgenoten, zonder dat het ooit een kraambed is geweest.
Voor de zoveelste nacht lig ik daar als versmade vrouw wakker, zonder hoop, zonder zoon…
Zal ik naar buiten gaan?
Waarom niet?

De morgendauw doet mijn lijf huiveren en voelt plezierig en verfrissend.
De vochtige grassprietjes spreiden een bedje speciaal voor mij en nodigen me achterover te gaan liggen om nogmaals het verhaal aan de heldere hemel lezen.
Het verhaal van een maagd die een zoon baart…
Mijn zilte tranen vermengen zich met het zoete vocht van de aarde in een onuitgesproken belofte van nieuw ontspruitend zaad.
Terwijl in het oosten het ochtendgloren zingt fluistert mijn verworpen hart een vraag;

“God van het verbond, God van AbraHam…
Wilt u mijn naam ook veranderen?”
“Vertel me je verlangen mijn dochter Tamar”
” Blaas uw adem in mijn naam…”
” 💨 je wens is vervuld THamar…”

(Wordt vervolgd)

Tamar de hoer eist een geitenbokje.

1E9F3E63-B728-4FC5-B530-947E92163A28

Als voorbereiding op een verhaal over Tamar

‘Dit is de lijst van voorouders van Jezus Christus. Hij is de zoon van [ koning ] David, die uit de familie van Abraham is. Abraham kreeg een zoon: Izaäk. Izaäk kreeg een zoon: Jakob.

Jakob kreeg zonen: Juda en zijn broers. Juda kreeg twee zonen: Perez en Zera. Hun moeder was Tamar. Perez kreeg een zoon: Hezron.

Hezron kreeg een zoon: Aram. Aram kreeg een zoon: Aminadab. Aminadab kreeg een zoon: Nahesson. Nahesson kreeg een zoon: Salmon. Salmon kreeg een zoon: Boaz. Boaz’ moeder was Rachab. Boaz kreeg een zoon: Obed. Obeds moeder was Ruth. Obed kreeg een zoon: Isaï. Isaï kreeg een zoon: David, die later koning werd. [ Koning ] David kreeg een zoon: Salomo. De moeder van Salomo was de vrouw van Uria. Salomo kreeg een zoon: Rehabeam. Rehabeam kreeg een zoon: Abia. Abia kreeg een zoon: Asa. Asa kreeg een zoon: Josafat. Josafat kreeg een zoon: Joram. Joram kreeg een zoon: Uzzia. Uzzia kreeg een zoon: Jotam. Jotam kreeg een zoon: Achaz. Achaz kreeg een zoon: Hizkia. Hizkia kreeg een zoon: Manasse. Manasse kreeg een zoon: Amon. Amon kreeg een zoon: Josia. Josia kreeg zonen: Joahaz en zijn broers, toen de bewoners van het koninkrijk Juda gevangen meegenomen werden naar het land Babylonië. Nadat ze gevangen meegenomen waren naar Babylonië, kreeg Joahaz een zoon: Sealtiël. Sealtiël kreeg een zoon: Zerubbabel. Zerubbabel kreeg een zoon: Abiud. Abiud kreeg een zoon: Eljakim. Eljakim kreeg een zoon: Azor. Azor kreeg een zoon: Zadok. Zadok kreeg een zoon: Achim. Achim kreeg een zoon: Eliud. Eliud kreeg een zoon: Eleazar. Eleazar kreeg een zoon: Mattan. Mattan kreeg een zoon: Jakob. Jakob kreeg een zoon: Jozef, die later met Maria trouwde. En uit Maria is Jezus geboren. Hij wordt de Christus genoemd.’

‭‭MATTEÜS‬ ‭1:1-16‬ ‭BB‬‬

Vrije dans in de bel

(vervolg op ” saved by the Bell”)

De rit in de Limousine van Randy was tof, maar de ophaaldienst van het paleis overtreft elke verwachting.
Glimmend zwart met blinkend chroom kwam de Rolls-Royce van de koning voorrijden.
En weer ging mijn bel, de Big Ben gong…
Voor het eerst sinds jaren hoorde ik weer waarom ik deze bel destijds aangeschaft had.
Mijn hart maakte een rondedans in mijn borst en sprong zowat uit mijn lijf.

Ik weet niet of al deze opwinding nog wel gezond is.
Wat een dag zeg!
Gisteren verstopte ik mezelf nog achter mijn muur van pijn en schaamte, het liefst onzichtbaar om niet nog meer gekwetst te worden.
Vechtend voor mijn recht op genoegdoening in de hoop me dan beter te voelen, heb ik nu elk recht uit handen gegeven.
Het wonderlijke is dat ik me meer recht gedaan voel dan ooit te voren…

Begeleid door een koninklijk escorte ben ik aan gekomen in het paleis.
De atmosfeer gonst van blijde verwachting alsof ik me bevind in een wei vol met lente bloemen.
De bijen zoemen en dansen van kelk naar kelk in hun verzamelen van het gele stuifmeel, daarmee de ene bloem met de andere bevruchtende, terwijl in de bijenkorven het kostbare goud van zoete verleiding de honingraten zwaar maakt.

De liefdevolle blikken van de vele andere gasten maken me verlegen en nieuwschierig naar het waarom.
Er bekruipt me een gevoel van zelf het doel van dit feest te zijn, wat natuurlijk te belachelijk voor woorden is.
En toch lijkt het net alsof alle andere gasten uitgenodigd zijn om mij op handen te dragen, en zich ook vol overgave daaraan overgeven.
Ik ervaar totaal geen jaloezie en na-ijver in deze omgeving.
Iedereen gunt elkaar de volle aandacht, waardoor ik me veilig en omringt door liefde opgenomen voel in een bubbel van onvoorwaardelijke aanvaarding.

In mijn gedachten ben ik weer kind met een bellenblaas.
De fragiele bellen met hun weerschijn van de regenboog dansen kleurig om me heen totdat de warmte van de zon hen uit elkaar laat spatten tot elk hun eigen mini motregentje.

Dromerig van dit beeld, alsof ik de spetttertjes in mijn gezicht voel, heb ik niet in de gaten dat de koning binnen gekomen is.
Het applaus van honderden handen brengt me terug in de werkelijkheid van deze avond.
Alhoewel, is dit nog werkelijkheid?
Droom ik niet zelf deze bubbel om me heen?
Straks word ik wakker in mijn eigen bed om me huilend van eenzaamheid  af te vragen waarom ik leef…

Eer ik verdrink in deze plotselinge angst zie ik een naar mij uitgestoken hand.
Alsof deze hand precies op tijd naar me reikt wil ik weten wie er vast zit aan deze hand.
Ik bemerk nu pas dat het doodstil geworden is, de band is gestopt met spelen, het bedienend personeel staat als versteend met hun dienbladen vol heerlijkheden, de andere gasten houden hun adem in.
De lucht zindert van blijde verwachting alsof men buiten op de gang wacht op het open rukken van de deur van de kraamkamer en de blijde roep van de jonge nieuw geboren papa: ” een meisje, het is een meisje!”

Vreemd…ben ik dat meisje?
De hand die naar me uitgestoken is rukt in mijn hart een deur open waardoor ik me tegelijkertijd barende vrouw en pasgeboren kind voel.
Het kraambed is tevens de wieg waarin ik me geliefd en gewild weet.
Gekoesterd op een bedje van rozenblaadjes fladderen er duizenden vlindertjes om mij heen die met hun klapwiekende vleugeltjes een zacht minnelied voor me spelen.
Boven de wieg daalt een lieflijk wit duifje koerend van plezier neer om daarna te rusten op de rand van mijn wieg.
Zijn mooie kleine kraal oogjes knipogen lieflijk naar me en moedigen me aan me geliefd te weten.

Mijn hemel, mijn fantasie neemt een loopje met me…
” Mijn duifje, ik heb deze fantasieën en dromen in je hart gelegd ”
Ik kijk op en wordt gevangen in een blik van eindeloos begrip en mededogen.
Heeft de koning al die tijd mijn gedachten gelezen?
Ook al die…schaamte maakt zich van mij meester.
” Mijn duifje, mag ik deze dans van jou?”
Wil hij met me dansen?
Ondanks al dat vuile in mijn gedachten?
Al die vervloekingen die ik in woede eruit gesmeten heb?
Hij pakt mijn hand en in een magisch moment ervaar ik dat de stroom van ongerechtigheden in mijzelf overgenomen zijn door hem.
Zijn ogen stralen van geluk bij het zien van mijn bevrijding van het juk van schuld, schaamte en zelfveroordeling.
Mijn last is op hem en hij wordt er wonderlijk genoeg mooier van.

De band zet een prachtige wals in, iedereen is vrolijk!
Het bedienend personeel gooit de dienbladen in de lucht waarna de glazen champagne elk hun eigen om elkaar heen buitelende salto’s maken.Zonder scherven belandt alles als vanzelf weer in de gedienstige handen van het vrolijke personeel.

En ik dans met mijn koning de openingsdans.
” Wat ben je mooi mijn duifje ” fluistert hij in mijn oor.
” Mijn koning, u heeft het toch zelf uitgezocht voor mij?” lispel ik verlegen.
Hij kust mijn blozende wangen, waardoor ik me nog nooit zo gelukkig heb gevoeld.
Ik voel me een jong kalfje dat samen met de volwassen os een juk draagt van liefde en geborgenheid.
Een lichte last die niet drukt maar me vreugde geeft omdat ik alleen maar hoef te volgen.

” You are amazing just the way you are” fluistert hij glimlachend, “dit is je bestemming”
Ja, nu weet ik het, dit is het hogere doel altijd al geweest.
Mijn voeten in gouden muiltjes op de glimmend geboende dansvloer van het paleis de koning volgen in een dans die me in hem doet samen smelten tot één.

Aan de kant zie ik de vader van mijn koning bellen blazen.
Één van de bellen vangt ons, waardoor we gewichtloos in een bubbel van intimiteit verder dansen, de regenboog tegemoet…

Saved by the Bell.

(vervolg van ” angst voor de bel” Terwijl ik me op de koude stenen van de hal gezeten verwonder over de gebeurtenissen van zonet, en op me in laat werken dat deze uitnodiging echt voor mij is, gaat alweer de bel. De Big Ben gong galmt zijn weg door de ruimte en maakt een nieuwe … Lees verder Saved by the Bell

(vervolg van ” angst voor de bel”

Terwijl ik me op de koude stenen van de hal gezeten verwonder over de gebeurtenissen van zonet, en op me in laat werken dat deze uitnodiging echt voor mij is, gaat alweer de bel.

De Big Ben gong galmt zijn weg door de ruimte en maakt een nieuwe verwachting in mij wakker.
Nieuwe hoop op…ja op wat?
Verder denken durf ik niet en daar is nu ook geen tijd voor.
Er is aangebeld, ik moet de deur open doen.

In verbazing zak ik meteen weer neer op mijn stoepje voor de deur, Randy…!
Randy van “Say yess to the Dress” steekt me lachend de hand toe.
Genietend van mijn verbijstering gaat hij naast me zitten, als blijkt dat mijn benen dienst weigeren.
” Ik kom je ophalen in de Limousine schat”
Wie had gedacht dat mijn favoriete presentor uit Say yess to the Dress deze magische woorden tegen mij zou zeggen.
” Maar,” stamel ik verlegen, ” ik ga niet eens trouwen”
“Vandaag is jou dag schat, ga je mee naar Kleinfield Bridal ?”

Even later zoef ik over de weg in de Limousine van het rescue team van Randy Fenoli.
Gezellig babbelend alsof we elkaar al jaren kennen kennen ( nou ja, ik ken hem al jaren) komen we aan bij Kleinfield Bridal, waar een welkomstteam klaar staat om me in de watten te leggen.
Het is zo onwerkelijk dat ik live in een scene ben waar ik alleen maar van dromen kan, nee ” van kón dromen” want ik ben er nu.
Ik word meegenomen naar de afdeling ballroom dancing alwaar ik me midden in de regenboog waan.
De schitterende jurken juichen me in prachtig zuivere aria’s tegemoet, terwijl de meest fantastische tinten en onvoorstelbaar mooie kleuren me fluisterend verleiden tot passen.

Ik moet denken aan de schilder Ton Schulten en stel me voor dat hij droomt over dit pallet, waarvan hij zegt die tijdens een coma in de hemel gezien te hebben.
Het lukt hem niet, ondanks zijn prachtige kleurrijke schilderijen van het Twents landschap, de intensiteit van die kleuren op het doek te krijgen.
Hier zie ik de prachtige kleuren die ik zelf waarnam toen ik als kind bijna verdronk en teleurgesteld was daar niet te mogen blijven.

Ja ik bevind me in de hemel, daar waar de regenboog rondom de troon van het Lam staat.
Het teken van Gods trouw aan mensen, wordt hier voor mijn ogen zichtbaar in de kleuren van de kostbare en delicate stoffen en borduursels.

In mijn lijf begint iets te kloppen waarvan ik dacht dat het dood was,
eerst voorzichtig en teer, om me niet te overweldigen met wat er met me gebeurt.
En vooral wat er ín me gebeurt.
Is het dan toch waar dat God goed is?
Als het voorzichtig beginnend kloppend hartje van een baby in de moederschoot, zo begint mijn doodgewaand hart trillend van nieuw leven zijn opwachting in mij te maken.
Zou een moeder dezelfde sensatie voelen wanneer zij de eerste keer het bewegen van haar ongeboren kindje waarneemt?
Het mysterie van 2 kloppende harten in je eigen lichaam?
Niet zien maar weten van het nieuwe leven dat in je groeit?

Was Hij er altijd bij?
Hij ís hier nú, dat ervaar ik duidelijk, ik kan er niet omheen.
Ik bedenk me dat ik geen andere optie heb dan te geloven dat Hij er daarom de afgelopen jaren altijd ook moet zijn geweest, dat kan niet anders.
De tekst uit Mattheus komt in mijn gedachten;

‘Worden niet twee musjes voor een penninkje verkocht? En niet een van die zal op de aarde vallen buiten uw Vader om.’
‭‭Mattheüs‬ ‭10:29‬ ‭HSV‬‬
http://bible.com/1990/mat.10.29.hsv

“Buiten Uw Vader om”
In werkelijkheid staat er dat Vader er in is, hij is in het vallen.
Is Hij dan altijd in mijn situatie geweest?

Ik besluit te geloven dat dat zo is, omdat Hij het zegt.
Het is een mysterie, ik kan er niet bij, en toch daalt er nu zo’n rust in mij nu ik besluit de waarom vragen niet meer te stellen, en in plaats daarvan te geloven dat Hij goed is.
Opeens weet ik het zeker, God heeft een doel met mijn leven dat veel hoger is dan waar ik zelf om vroeg.
Waar ik zelfs om smeekte, en boos werd dat ik het niet voor elkaar kreeg.
Teleurgesteld om mijn falen verteerde deze boosheid me en maakte me een vreemde voor mezelf, en deed me omkomen in schuld en zelfveroordeling.

Nu, hier, temidden van deze ballroom regenboog, daar is Vader,
en Hij was gisteren dezelfde!

Randy ziet me mijmeren en vraagt belangstellend wat er met me gebeurt.
” Oh Randy, ik wil dansen, ik wil zingen, omdat ik leef!
Ik leef!”
Hij pakt me vast en dansend gaan we langs de rekken van de regenboog.
” De Koning zegt dat je mag kiezen wat je maar wilt” zegt hij, welke wil je het eerste passen?”

In de middag stap ik voldaan weer in de Limousine op weg naar huis.
Mijn jurk van paars zijde in eindeloos geduld gesponnen door de moerbei rups, wordt straks thuis bezorgd, tegelijkertijd met de schitterende gouden muiltjes.

Een team van kapper en visagie is meegekomen om mij op en top te kappen en op te maken.
Ik geniet zo van de deskundige handen in de ontspannen hoofdmassage.
De aanraking van een ander mens doet me goed.
Mijn haren hangen in kunstig gedraaide pijpenkrullen rond mijn gezicht, een gezicht in de spiegel tegenover me.
Vanaf die spiegel zie ik ogen naar me kijken, die me vreemd bekend voor komen.
Stralende ogen vol glinsterende sterretjes, ondeugend soms in een naïeve flirt met de omgeving.
Alsof er een sirene afgaat, vuurwerk wordt afgestoken, een vulkaan tot uitbarsting komt, een waterval met donderend geraas op me valt…het zijn mijn eigen blauwgroene ogen!

Ik wil me zelf aanraken, omhelzen, koesteren, kussen, lief hebben…
Als vanzelf slaan mijn armen zich om mij heen, teder maar beslist, om mezelf nooit meer los te laten.
De glinsterende sterretjes flirten met me en ik beantwoord mezelf met een liefdevolle glimlach.
Ik hou van me!
Ik heb me lief!

Om de belofte van de regenboog.
De God van die regenboog sloot toen al een verbond met mij.
Tóen al!
Hij was en is,
En Hij komt!

( wordt vervolgd)

Angst voor de bel.

Vanmorgen rond 10 uur werd er bij mij aangebeld.
Nu moet je weten dat ik zo’n prachtige diepe Big Ben gong heb.
Wonderlijk; de gong heeft een kleine aanraking van één vinger nodig om van alles in mijn huis in gang te brengen.
De rijke diepe galm draaft als een ridder te paard door de kamers van mijn huis, weerkaatst op de muren, waarna de echo nogmaals zijn rondje galmt in een jubelend overwinnings lied, waarbij ik soms het gevoel heb dat zelfs de lucht zich verplaatst om het prachtige geluid voluit ruimte te geven.
Alsof een dik brokaat gordijn door een machtige hand opzij geschoven wordt, om de lofzang van mijn Big Ben vrije doorgang te geven.

Nu zou je denken dat ik elke keer blij word van dit geluid.
Toen ik hier pas kwam wonen was dat ook zeker het geval.
Één tipje op mijn deurbel deed mijn voeten in hoopvolle verwachting naar de deur snellen, waarna ik dikwijls het mooiste bos witte rozen in ontvangst mocht nemen.
Toen ik jarig was en nog heerlijk lag te dommelen in het zachte satijn van mijn luchtige ganzendons dekbed, ging ook mijn bel.
Ik had weinig aanmoediging nodig, me omhuld in de koestering van een zachte ochtendjas en begeleid door mijn persoonlijke Big Ben mijn voeten in prachtige roze pantoffeltjes gestoken, de trap af te rennen, om bij het openen van de deur verwelkomd te worden door de plaatselijke fanfare.

Een verjaardag om nooit te vergeten!
Memorabel omdat het de eerste verjaardag als pasgetrouwd meisje was in dit huis.
Hoe kon ik weten dat het tevens de laatste verjaardag waarin ik zo in de watten werd gelegd zou zijn?

De man die me in dit paleisje bracht, dit huis vol beloften en een Big Ben gong, bleek al snel iemand anders te zijn dan degene die mijn hart veroverde.
Hij bracht me hier niet als kroon op deze jacht, ik was een prooi die in zijn kooi gevangen werd gehouden.

Als een opgejaagd hert dat opgezet staat te pronken in de serre, zo voel ik me.
Dood, al mijn ingewanden eruit gerukt, zelfs mijn hart klopt niet meer.
Nutteloos is het in de groene container gegooid, waarna mijn holle lijf opgevuld is met watten en stro.

Wanneer mijn Big Ben nu door dit huis galmt word ik big bang, oftewel mijn keel knijpt dicht van angst.
In mijn beleving heeft de ridder te paard een zwaard in handen zoekend waar hij mij doorsteken kan.
Het is allang niet meer ” onze ” voordeur, waar op dit moment aangebeld wordt, de jager is op zoek gegaan naar nieuwe prooi.

Welke deurwaarder zou nu weer op mijn stoep staan?
Wie “verrast ” me vandaag met de volgende onheils boodschap?
Het liefst blijf ik in mijn bed liggen, me als een konijntje verstoppend in een hol onder de grond.
De gong bim bamt dwingend en aanhoudend door mijn huis.
Op mijn versleten roze pantoffeltjes slof ik angstig als een liefst onzichtbaar muisje naar beneden.
In de spiegel zie ik een schim van het stralende bruidje van enkele jaren geleden.
Hol en angstig staren mijn ogen naar iemand waarmee ik zelf totaal geen connectie meer voel.

Wanneer ik de deur open durf ik amper mijn hoofd op te richten en met afhangende schouders neem ik als vanzelf een houding aan van : “wat nu weer?”

Maar dan: Muziek!
Een band zet een prachtige melodie in.
Ken ik dit lied?
Terwijl ik in mijn geheugen zoek naar de titel komt uit het midden van de band Bruno Mars naar voren en knielt voor me neer onder het zingen van het liefdeslied ” Just the way you are”
Verbijsterd zie ik het allemaal aan.
Zouden ze verkeerd aangebeld hebben?
” Girl you’re amazing…”
Nee, dat gaat niet over mij, ik begin me een beetje te generen om deze vergissing.

Er zit niet anders op dan maar gewoon deze serenade aan te horen en straks te zeggen dat ze verkeerd zijn.
Maar ik krijg de kans niet want bij de laatste tonen komt Babra Streisand naar me toe.
Onder de prachtige klanken van haar stem in het zingen van : “I come tot bring you flowers”
biedt ze me een bos rozen aan van een schoonheid die ik nog nooit eerder zag.
De zoete geur overweldigt me en als in trance neem ik de bloemen in ontvangst.
En nog is het niet genoeg…
In de verte hoor ik een helicopter ronkend aan komen vliegen.
Dichterbij gekomen circelt hij in salto’s rond mijn huis, een kleurige slinger achter zich aan wapperend, als een vaandel dat in de handen van een turnster de mooiste figuren danst.
Nee hè, lees ik dat nou goed?
Ik wordt uitgenodigd voor het bal in het koninklijk paleis!
Ter bevestiging wordt me een goud kleurige envelop overhandigd waarna de bandleden me feliciteren met deze heugelijke dag.
Na een warme hug van Bruno, en een aai over mijn wangen van Barbra vertrekt de band.

Verbouwereerd sluit ik de deur en zak op de koude vloer trillend door mijn knieën.
Ik open het knisperende papier van de envelop en lees een speciaal voor mij handgeschreven uitnodiging.
“Vanavond word ik in het paleis verwacht!”
Het paleis van de Koning!

De sierlijke letters laten geen twijfel over,deze gouden envelop is voor mij!
Ik lees mijn naam,
Míjn naam…

( Wordt vervolgd )