Kouwe griezeltjes in de Python.

Omdat ik in het Noorden van het Heilige Land ben, heb ik het gebied van Gardara uitgezocht op zoek naar een leuke B&B.
Er heerst een vreemde sfeer in deze streek.
In de bergen rondom verbergt zich een verschrikkelijk enge man.
Naakt en gewond door zijn zelf-verminking is hij de schrik van de omgeving.
De mevrouw van het VVV zegt dat hij bezeten is, “bezeten” ik weet niet wat dat betekent.
Bovendien is de WiFi hier erg slecht, zodat ik ook niet even snel Mister Google kan raadplegen.

Ik begin te vermoeden dat het ook wel handig is, een dorpsgek.
In zekere zin is “de bezetene” een toeristische attractie geworden, en dat brengt geld in het laatje voor de plaatselijke horeca.
Wat ik triest vind is, dat de leiders van de kerk, de synagoge, de man vaak vast binden met een ijzeren ketting.
Dat zal dan wel met zo’n verdovingsspuitje gaan, zoals bij wilde dieren, want ze doen het in hun broek voor hem.
Eenmaal vastgeklonken gaat de omroeper rond, waarna een grote stoet mensen de man gaat beloeren.
Zoals een hoge sopraan het glas wijn in je hand, met het fluitje in haar keel laat barsten, zo breekt de ijzeren ketting wanneer de man springend van woede zijn ijselijk gegil laat horen.
De bange mensen rennen daarna in blinde paniek terug naar hun veilige huizen en doen de deuren op slot.
( De winkel in anti-inbraak spullen doet het vast ook erg goed hier )

Maar de leiders van de synagoge zouden toch beter moeten weten?
Ik vind het erg zielig, en vraag me af welke schreeuwer er nou gekker is, het natuurtalent in de bergen, of die kerkelijke omroeper? Maar ja, er wat van zeggen durf ik niet zo, want wie weet wat ze dan met mij gaan doen…

Terwijl ze de man dus een gekke idioot vinden, is het voor de bevolking hier ook best wel spannend.
“Zo’n vreselijk eng, maar toch leuk” belevenis.
Als dat je in de Efteling bent, waar alleen al de gedachte aan de Python je kramp in je buik bezorgt, maar toch stap je in de bek van dit monster om gillend van angstpret van de ene naar de andere looping een dollemansrit te beleven.

In feite zijn de mensen gewoon bang voor de arme man, omdat ze niet weten hoe ze met hem om moeten gaan.
Dan is het makkelijker om te gaan spotten en oordelen, zo werkt dat nu eenmaal bij mensen.
Dan hoef je niet na te denken over je eigen pijn…
( hmm, wat een psychologen wijsheid zo ineens…)

Maar gisteravond…sjonge sjonge, ik beleef zoveel bijzondere dingen hier in dit mysterieuze land!
Nadat ik me had geïnstalleerd in de kleine, maar zeer comfortabele kamer van het B&B ging ik op pad om een avondwandeling bij het meer van Galilea te maken.
De B&B eigenaar waarschuwde me ernstig voor de gekke naakte man, maar ik ben echt niet zo bang uitgevallen hoor.
Er zal ook wel wat overdrijving bij zitten.

Ik was nog maar net op pad toen er op het meer, zeer plotseling een verschrikkelijke storm opstak, die tevens net zo abrupt weer
stopte.
Het was alsof een duistere macht met een enorme garde in het water van het meer roerde, zoals je roert in een pan hete tomatensoep.
Doordat je veel te wild bent met de garde is je keukentje al gauw één grote rode tomaten puree spetter bedoening.
Verdorie, had je juist vorige week de muren wit gestuct, nu lijkt het wel alsof je verzwolgen wordt door een rood met witte stippen paddenstoel.
( ja,niet echt natuurlijk, maar omdat ik een rijke fantasie heb probeer ik op deze manier je duidelijk te maken hoe vreemd het was met die storm…sorry hoor, maar ik denk nu eenmaal in plaatjes!)

Nou goed,zo snel als het kwam, zo snel was het ook weer voorbij met die wit met rode stippen, uhh, rood met witte stippen paddenstoelen soep.
En dat was ook weer zo vreemd en onwerkelijk maar toch de werkelijkheid.
Luister, ik bedenk weer een plaatje…
De storm ging liggen alsof er een andere hand was, die de hand met de garde, je weet wel, die in de tomatensoep roerde waardoor…enfin, ik hoef het niet te herhalen toch?
Die onzichtbare hand strekte zich uit alsof het de hand van Mozes was.
Kun je je dat verhaal nog herinneren van zondagsschool over Mozes die met zijn staf op de Rode Zee sloeg,waarna er een pad door de zee kwam?
Alsof hij ook een enorm grote verdovingsprik had en de ballon van ver overschatte macht van Farao lek prikte, wat overbleef was een slap lapje rubber.
“Is hem dat nou?” zeg je dan verbaasd.
Ik zal hier niet te veel over uitweiden, want als het te lang wordt heb je straks geen zin meer het verhaal uit te lezen.

De storm ging dus meteen liggen, zodat mijn wandeling niet in de soep viel.
Door de onmiddellijke stilte na de storm raakte de atmosfeer bezwangert van een zoete aangename geur vol verwachting en uitzien naar iets groters.
Dat zal vast wel zweverig klinken uit de mond van een nuchtere Hollander zeker?
Ik roep nl. overal rond dat ik alleen geloof wat ik zie…

Waar ik wel van schrok is het ijselijke gegil dat vanuit de rotsen weerkaatste op het meer.
( hou je bek toch dicht man, oh sorry, maar ik genoot zo van de stilte )
Omdat het meer in een kom ligt, echode het gekrijs uren door voor mijn gevoel.
Ik ben bang dat ik dat van die dorpsgek, toch wat onderschat heb, laat ik dat maar eerlijk toegeven.

Vanmorgen op het nieuws hoorde ik trouwens dat er in die korte hevige storm een groepje mannen vermist wordt.
Dat is natuurlijk erg dramatisch.
Ze voeren met een viskottertje net onder de radar van de NASA satelliet,die op zoek is naar vissers die hun quota overschrijden.
Zo zie je maar weer, boontje komt om zijn loontje!

(Gelukkig weten ze hier niet zo veel van mijn privé omstandigheden af, ik ben ook zo’n lieverdje niet hoor…
En trouwens, ik lust best zo’n illegaal visje)

Na het heerlijke Joodse ontbijt, volgens de regels van de Thora bereidt, ga ik me snel omkleden, om bij dag een mooie bergwandeling te maken.
Misschien kom ik die gek ook nog te zien.
Maar ach, hij zal ook wel bek-af te zijn na dat gegil en gekrijs vannacht.

Al wandelend ben hem nu nog niet tegengekomen in ieder geval.
Wat ik wel tegemoet loop, is een kudde zwijnen…bah, ik hou niet van zwijnen.
Het woord alleen al; “zwijnen”
Brrr, ik krijg een onaangename griezel over mijn rug…zwijnen.
Dat doet me denken aan beesten uit een horrorfilm…

Wacht, beneden me zie ik in het haventje van het meer een viskottertje aankomen.
Verduld…dat is vast het vermeend vermiste scheepje!
Aangemeerd stapt de bemanning op de kade, zo’n 10 mannen, als ik het tenminste goed zie.
Ik pak mijn kleine zak verrekijker en tel 13 personen.

Mijn hemel, ik val haast in een rotskloof van pure opwinding…die man is er ook bij.
Die man met zijn prachtige mantel!
Opeens wordt het me een beetje duidelijk.
Dat van die pan tomatensoep en een wit met rode stippen paddestoel, en Mozes met zijn injectiestaf, dat heeft waarschijnlijk alles te maken met deze mysterieuze man in zijn mooie mantel!

Waar hij verschijnt begint het spektakel!
Val ik toch maar weer mooi met mijn neus in de boter.
Dit gaat leuk worden…

Het lijkt wel alsof hij mij volgt, vind je ook niet?

( Wordt vervolgt )

Geef mij heden een droog crackertje

Cruise met crackertjes

Mevr. Benepen is met vakantie.
Jarenlang heeft ze elk dubbeltje opzij gezet om een cruise te maken.
Daar droomde ze al vanaf haar jeugd van, en nu eindelijk, Mevr. Benepen is zojuist aan boord van het prachtige “ SS SOZO “ gestapt.
Een steward wijst haar de weg naar de hut, die ze maanden geleden voor zichzelf gereserveerd heeft.

Wat een weelde aan boord van dit schip!
De prachtige wenteltrappen naar de verschillende dekken benemen haar de adem wanneer ze haar voeten in het zachte tapijt zet.
Rijk gedecoreerd glas in lood, filteren het zonlicht in alle kleuren van de regenboog.
De majestueuze met zuivere diamanten bezette kroonluchters weerkaatsen fonkelend hun glans op de gezichten van passagiers en bemanning.
Om eerlijk te zijn vindt ze deze overdaad ook wel erg overdreven.

Het valt haar op, dat er geen verschil is gemaakt in rangen en standen, iedereen heeft eenzelfde comfortabele hut.
Mevr. Benepen vraagt zich ondertussen af, waarom de andere passagiers, die ze op de prachtige tussendekken ontmoet zo weelderig gekleed zijn.
Zelf is ze eenvoudig en zonder opsmuk, “ doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg” is haar motto.
Daardoor ergert ze zich ook wel een beetje aan de andere dames, die met hun prachtige met veren en bloemen versierde hoeden over de dekken flaneren.
Wanneer de Kapitein van het schip zijn ronde doet en met iedereen een praatje maakt, verschuilt ze zich achter één van de dikke pilaren.
Zó belangrijk is ze nou ook weer niet, stel je voor!
Oma zei vroeger al: “ als je voor een dubbeltje geboren bent wordt je nooit een kwartje”
Dat zouden de andere passagiers zich ook eens in de oren moeten knopen, vindt ze…
Het lijkt wel alsof die zich zelf een rijksdaalder vinden!

Wanneer de bel klinkt voor het diner, gaat Mevr. Benepen naar haar hut om de door haar zelf meegebrachte crackertjes en droge beschuitjes te eten.
De reis zou anders te kostbaar zijn geweest, vandaar dat ze deze oplossing een lumineuze vondst vindt.

Hoe het toch mogelijk is dat al de andere passagiers zich in weer een andere garderobe steken, en de weelderig gedekte tafels aan zitten?

Maar goed, bij elke bel die ontbijt, lunch of diner aankondigt eet Mevr. Benepen haar droogvoer.
Soms loopt ze watertandend langs de buffetten, toch wel eens willen wetend wat er aan overdaad verorbert wordt.
Ze kan het niet helpen het ook dat een punt van ergernis wordt.
Hoe kan het bestaan dat alle anderen zich zo te buiten gaan aan deze overdaad!
Het is haar een raadsel waarom niemand haar voorbeeld volgt maar in plaats daarvan zonder gêne meedoet aan deze verspilling.
Ze moesten zich schamen, vindt ze eigenlijk zelf.
Nee, Mevr. Benepen weet zich tenminste fatsoenlijk in te houden, daar kunnen anderen nog een voorbeeld aan nemen.

Zo, met zichzelf ingenomen wandelt Mevr. Benepen dagelijks over de verschillende dekken langs de verkoelende terrassen.
Meewarig, haar ogen verborgen achter het zwarte glas van haar zonnebril, beschouwt en weegt ze de andere vakantiegangers.

S’avonds, tijdens de verschillende dansavonden op het schip zit Mevr. Benepen ook het liefst tevreden in haar hoekje op het dek.
Soms wordt ze boos om al het feestgedruis, het houdt haar zelf zo verschrikkelijk uit haar slaap.
Had ze nou maar haar oordoppen mee genomen, dan kon ze zich tenminste helemaal afsluiten voor de rest van de toch best wel goddeloze mensen.
Ze begrijpt de Kapitein al evenmin, hoe haalt hij het in zijn hoofd zich te mengen en te bemoeien met die afgedwaalde kudde uitgelatenheid?

Wanneer de cruise ten einde is loopt Mevr. Benepen met haar leeggegeten proviand mand en kleine kledingkoffer naar de loopbrug van het schip, waar de Kapitein van iedereen persoonlijk afscheid neemt.

“Kijk, daar hebben we Mevr. Benepen!” zegt de Kapitein, en biedt haar zijn wit gehandschoende hand.
“Ik heb u zelden gezien,Mevr. Benepen, zelfs niet aan de tafels in de eetzaal”
Mevr. Benepen zegt gedecideerd dat ze haar hut mooi genoeg vond om haar crackertjes te eten.
“Maar Mevrouw! U had een All-inclusieve ticket!
Wat ontzettend jammer dat u daar geen gebruik van gemaakt heeft”

Mevr. Benepen zegt dat ze een prachtige reis heeft gehad, en blij is dat ze zich niet zo te buiten is gegaan als de anderen.

De Kapitein wordt er blijkbaar erg verdrietig van want de tranen schieten hem in de ogen.
Hij knijpt haar nog maar eens liefdevol in de wangen, waarbij hij haar blik in diep medelijden gevangen houdt.

Mevr. Benepen loopt snel, zich in de handen knijpend over haar eigen eenvoudigheid de loopbrug af.
Om nou tussen al die losbandige anderen te lopen, daar vindt ze zich zelf te goed voor.

Voorbijgaand aan hoe ze de Kapitein beledigd heeft, door niet te genieten waarover hij zich zo had verheugd het haar te geven, komt ze in haar huisje aan.
Op haar blote knieën dankt ze God nederig niet te zijn als hún…
God zal wel erg blij met haar zijn!

Strandstoeltjes conferentie

We gaan een “wie-ben-ik” spelletje spelen.
Jij moet raden wie of wat ik ben,oké?

“Uuuh…oke.
Ben je een persoon?”
“Nee”
“Dan ben je dus een ding of gebruiksvoorwerp.
Ben je voor in de keuken?”
“Nee”
“De badkamer?”
“Nee”
“Een stofzuiger,
Een auto?”
“Nee, ik zal je een hint geven, ik ben iets leuks, iets om te relaxen.
En nog een hint, ik kan uit heel veel vrolijke kleurtjes bestaan.”
“Uuuh, mensen worden dus vrolijk van je…een opblaasbad voor in de tuin.”
“Je bent warm, het heeft wel met de zomer te maken.
Het kan in de tuin,maar ik kom het beste uit op het…”
“Niks zeggen, ik weet het. Een strandstoeltje!!”
“Juist, een strandstoeltje.
Ik ben een felgeel strandstoeltje.
Zo ééntje die je gemakkelijk als een paraplu uit kunt vouwen”

“Maar vertel eens, je ziet een beetje sip.
Ik luister”

“Nou, weet je, ik kom niet zo goed tot mijn recht.
Ik word meegenomen naar strand omdat mensen willen uitrusten en plezier maken.
Nadat ik uit mijn hoes ben gehaald en in het zand gezet, denk ik, jippie, het gaat gebeuren.
Ik mag een stoeltje zijn om in achterover te zakken.
Kom maar, laat me je dragen, en pak je moment van rust.
Maar het lukt maar niet, dat genieten.

B.v. een mama met haar kindje, ze vindt het moeilijk haar mobieltje thuis te laten.
Betoverd door mister Google, sluit ze zich af voor voor het verlangen te worden als een kind dat het liefst zandtaartjes wil bakken voor het feestje van de Koning, waarbij ze zelf een in ruisend roze tule gehuld prinsesje mag zijn.

Ik word zo verdrietig van alle meegezeulde ballast die mensen doet draaien en zuchten in mij!
Ik ben wel eens gefrustreerd een heel eind weg gesmeten.
Die meneer was zo boos over een misgelopen deal in zijn mobieltje aan het schreeuwen…
Zijn hartslag liep torenhoog op, waarna een net zoals ik gekleurde auto hysterisch gillend het strand op kwam rijden.
Blauw flikkerend trok het anderen aan, zodat een groot aantal mensen aangestoken werd door angst en paniek.
De meneer kreeg een injectie waardoor hij gelukkig weer kalm werd en iedereen zijn eigen stoeltje opzocht, het spel van de zorgen hervattend.
Als pionnen op een groot schaakbord worden ze verschoven en verplaatst, zonder op de goeie plek te komen.
Jammer hè, achterover in mij gaan hangen was beter voor de zakendeal van die meneer geweest.

Nee,op deze manier is het niet leuk om strandstoeltje te zijn.
Ik hoop zo dat iemand van me gaat genieten, echt genieten!
Dat bijvoorbeeld een professor in de theologie zijn stoeltje uitvouwt, zijn pij afgooit en in een hip zwembroekje zijn benen plakkerig met zonnebrand zalft.
De ogen sluitend zich laat aanraken door het warme fluisterende briesje van de zee, lispelend dat het goed is, het is goed, het is goed…
Genieten gaat van the Son en de zeelucht, de kabbelende golven, en het geluid van spelende kinderen die zich laten begraven in het zand, waarna ze joelend weer opstaan.
Glimlachen kan om de kleintjes met hun spaatjes en emmertjes, water dragend naar de gracht van hun zandkasteel.
Emmertje na emmertje in het eindeloze spel van zon, zee en zand.

Dan wordt het strand oefenterrein, daar gebeurt het, in het strandstoeltje.
Daar worden overwinningen behaald, medailles opgespeld, bekers met wijn gevuld, daar wordt overvloed van vreugde ervaren.

Ik wil zo graag dat de mensen in die rust komen, alles achter zich laten en zich zelf in de hand van hun Vader neerleggen.
Dat ze, wanneer ze hun kleding uit doen ook hun zorgen uit doen.
Relaxt de ogen dicht doen, de handen vouwen, en het overgeven.
Dan worden de golven, die het in de ziel laten stormen de wacht aan gezegd, zodat het stil wordt in het onstuimige hart.
Zoals een herdersjongen, zich van geen beer bewust, harpje speelt tussen de schapen.
Zoals een machtige koning, die s’nacht het paleis verlaat en zich neervlijt in een tentje.
Verlangend als een hert,drinkend uit klaterende beken en grazend in het groene gras van het heuvellandschap.
Dan wordt de hand van Vader je strandstoeltje waar je in de relax stand ontvangen mag.

Weet je wat ik ga doen…?
Ik ga met andere stoeltjes een lotgenotencontact organiseren, een strandstoeltjes conferentie.
Wellicht kunnen we van elkaar leren hoe we bezorgde mensen kunnen laten genieten van mij, en mijn andere strandstoeltjes collega’s
Plezier te hebben in rust van het zand, dat aan de zalfolie plakken blijft.
Het zand, dat zelfs na douchen in bed nog kriebelt en je herinnert aan de plek van rust.
Dromend uitziend naar morgen, waar je opnieuw in je strandstoeltje rusten mag.

Kom je in mij rusten, asjeblieft?
Mijn kleur is als the Son,
Felgeel,
Ik ben…”

Stofdoek

Laatst las ik hoe een adelaar een slang de baas is.
Hij haalt de slang uit zijn eigen omgeving, de grond, en neemt hem mee naar het luchtruim.
Bungelend in de lucht is de slang een weerloze prooi, omdat hij in de snavel van de adelaar geen enkel houvast mee heeft.
De adelaar heeft hém vast, en brengt hem waar hijzelf als adelaar heer en meester is, het luchtruim.

Door zijn dood aan het kruis en daarna de opstanding uit het graf, heeft Jezus de slang de kop vermorzelt.
Zijn macht is gebroken.
Tot de dag van Jezus terugkomst heeft hij nog steeds de mogelijkheid ons te verleiden tot zonde.

Wat is zonde eigenlijk?
Is dat wat God in de 10 geboden verboden heeft?
Niet stelen, niet vloeken, niet begeren, niet echtbreken?
( Vul je eigen rijtje daarbij maar in )

Zonde is: het offer van Jezus minachten.
Voorbij gaan aan de liefde van Jezus voor mij!
Niet geloven dat Hij mij bevrijd heeft uit de macht van satan.
Niet geloven, dat Hij mij in Zijn dood ook mee heeft laten sterven.
Niet geloven dat ik met Jezus ben opgestaan in een nieuw leven toen Hij op stond uit het graf.

Wanneer ik aan al deze feiten voorbij ga, zondig ik.

De gedachten van God zijn goed over mij, het zijn gedachten van vrede en niet van straf.
Hij wil mij een goede toekomst geven, en gaf daar zelf alles voor, Zijn Zoon.(Jeremia 29:11)
Doordat de straf op de zonde door Jezus betaald is, ben ik in Jezus goed gekeurd.
God is niet meer boos op mij!
Ik ben geliefd!
Net zo geliefd als Jezus…

Dat geloven is de vernieuwing van mijn denken.
De gedachten die God over mij heeft, ik ben geliefd, mag ik nu zelf ook denken.
Hij denkt goed over mij, dus ben ik goed!
Voortaan is dat mijn nieuwe identiteit, ik ben een Geliefd kind van Vader, Hij heeft een welbehagen in mij.

Ik word ik op adelaars vleugels gedragen, en ben ín Jezus zelf ook heer en meester van het luchtruim.
Zijn gedachten zijn mijn gedachten;
Ik ben geliefd!

De slang, die in het stof kronkelt, zal mij verleiden het terrein, waar ik door God Zelf geplaatst ben, te verlaten.
Hij zal altijd proberen mijn gedachten over God en mijzelf te verlagen tot zijn niveau.
Zijn tactiek is mij aan te klagen en aan te vallen op mijn identiteit in Christus.
Het is een antieke en tevens de enige truc van Satan.

Wanneer ik ga geloven dat ik niet goed genoeg ben, afgekeurd, dat God boos op mij is, en me nu wel niet meer lief zal hebben, ben ik in de val van de leugenaar getrapt.

Hoe kunnen we deze val vermijden?
Het is helemaal niet moeilijk, het is heel simpel!

Hetzelfde als de adelaar doet met de slang, hij haalt hem uit zijn jachtgebied, het stof, naar dat van hem zelf, het luchtruim.
Wanneer satan mij verleidt tot het stof van zijn denken, breng ik hem en mezelf naar het niveau van Jezus’ denken over mij.

In 2 Corinthe 5:21 staat dat Jezus, die geen zonde gekend heeft, zonde geworden is voor mij, waardoor ik nu de gerechtigheid Gods in Christus ben.
Dat steeds hardop over mezelf uit spreken, is Gods waarheid over mezelf uit spreken.
Dit oefenen vernieuwt mijn denken en berooft satan van zijn wapen: aanklacht.

Wanneer ik even niet oplet,en toch weer in het stof kronkel, geen probleem.
Omdat alle oordeel aan het kruis gedragen is hoef ik mij zelf niet nog eens te oordelen en herhaal wat God zegt over mij,

“Ik ben de gerechtigheid Gods in Jezus Christus.

Ik ben geliefd”

Ik loop met mijn hoofd in de wolken!

Ontferming

Afgelopen zondag luisterde ik naar een een preek van ds. Robert Roth n.a.v. Lukas 7:
En toen de Here haar zag, werd Hij met ontferming over haar bewogen en Hij zeide tot haar: Ween niet.Lucas 7:13 NBG51

Ontferming;
een prachtig woord, dat in de BB vertaling en in Het Boek wordt vertaald met medelijden.
Persoonlijk vind ik dat bijzonder jammer,omdat het een afzwakking is van de veel diepere betekenis van het woord.

Ontferming;
In het Grieks staat er een woord dat refereert aan de ingewanden – bewogenheid is een gevoel vanuit de ‘nieren’ of de ingewanden. De King James Version vertaalt het woord ergens anders ook met de ‘ingewanden van bewogenheid’ (1 Johannes 3:17)

Ontferming en het synoniem Barmhartigheid, worden in de bijbel altijd gebruikt als Jezus het Hart van Zijn Vader wil laten zien aan mij.
Dat was de eerste reden van Zijn komst op aarde.
De tweede reden was dat Hij sterven moest om mijn straf te dragen.
Het hangt samen met elkaar.
Omdat Jezus stierf, heb ik weer toegang tot het hart van Vader.

Wat een Ontferming om mij zo’n grote Barmhartigheid te tonen!
Eerst verloren, nu gevonden.
Eerst blind, nu ziend.
Eerst dood, nu levend gemaakt in Jezus!

Zoals de jongeling van Naïn, zo dood lag ik ook op de dodenbaar.
Totdat Jezus voorbij kwam, en met Ontferming bewogen in een gebaar van Barmhartigheid de baar aanraakte en riep: “Meisje, sta op”
De opstandingskracht die Hem eerder zelf deed opstaan uit het graf, deed mij ook opstaan uit de dood.

Jezus ingewanden werden ziek, Zijn maag draaide om in Zijn lijf, Zijn hart brak bij het idee dat Hij enig kind zou blijven.
Hij wilde mij erbij, een zusje in Zijn familie, om samen te spelen en ravotten in de speeltuin van Vader.

Ontferming en Barmhartigheid;
Wanneer je je verdiept in deze prachtige oude woorden, schieten woorden te kort om de betekenis te vatten.

Als ik deze woorden hoor, kijk ik met de ogen van mijn hart terug in de tijd van toen ik nog kind was.
Een klein meisje dat snakte naar een goed woord over Jezus.
Deze woorden waren balsem voor mijn kinderziel, dat smachtte naar Hem, degene waarover niemand me vertelde wie Hij is.
Ik wist niet waarom ik bestond, en geloofde niets van het verhaal over hel en verdoemenis.
Maar de nu vaak als ouderwets bestempelde woorden: Barmhartigheid en Ontferming lichten voor mij iedere keer de sluier op waarin ik bevestiging hoorde van het in mijn ingewanden weten dat God goed is.

Ja,dat is het!

Jezus was met Ontferming over mij bewogen, Zijn ingewanden deden pijn bij het zien van mijn pijn, mijn verlorenheid, mijn eenzaamheid.
Daardoor goot Hij in mijn pijnlijke ingewanden de balsem van Zijn Ontferming
waardoor ik innerlijk wist niet alleen te zijn.
Het was alsof in mijn kinderziel het voorhangsel gescheurd werd, waardoor ik vrije toegang had tot de troon van Genade.

Daarom geloof ik niet zo in de bewering dat we deze oude woorden voor kinderen begrijpelijker maken door ze te vertalen met “medelijden”
In deze prachtige bijbelse woorden klopt het Vaderhart.

Ontferming en Barmhartigheid zijn als het ware de handen die Genade als een banier van onvoorwaardelijke liefde omhoog tillen.
Deze prachtige woorden zijn liefdespijlen afgeschoten door de Heilige Geest.
Deze liefdespijlen hebben mijn kinderhartje toen al doorboord.

Nog voor de schepping snelden doorboorde voeten naar mijn dodenbaar, om mij Barmhartigheid te bewijzen.
Van kleins af aan ben ik Ontfermend op doorboorde handen gedragen.

Verwend Vaderskindje

In de etalage van de speelgoedwinkel staat een poppenwieg met daarin de meest snoezige pop ooit door mijn begerige kinderoogjes gezien.
Die pop, die éne pop te bezitten.
Dat zachte poppenlijfje te mogen koesteren in mijn meisjes-moederhandjes, wat verlang ik daarnaar.
Elke dag sta ik hunkerend voor de etalage te dromen over díe pop.

Dan, op een gewone doordeweekse dag, ik ben niet eens jarig, het is niet eens Sinterklaas, kom ik thuis uit school.
Papa wacht me op met fonkelende ogen, en zegt me maar eens snel naar mijn slaapkamertje te gaan.
Nieuwsgierig ren ik de trap op en bij binnenkomen van mijn kamer staat mijn adem even stil…
Naast mijn bed staat de poppenwieg uit de etalage,met daarin Dé Pop!
Die ene pop.
De pop,waarvan ik s’nachts droomde daarmee moedertje te kunnen spelen, haar haren te kammen, mooie kleertjes aan te kunnen trekken, en mee te pronken bij mijn vriendinnetjes.
Het is niet alleen de pop,maar ook het poppen wiegje heeft Papa erbij gekocht.
Gillend van blijdschap roetsj ik de trap weer af, waar Papa me in zijn armen opvangt, en bedek ik hem met 10.000 natte kusjes.
Papa neemt me mee naar de tuin,waar de volgende verassing op me staat te wachten; een echte Silver Cross poppenwagen!
Ik kan mijn geluk niet op…ik popel om mijn schatten aan mijn vriendinnetjes te laten zien.
Allemaal van Papa gekregen.
Zijn lieve ogen tranen van liefde voor mij.
Hij is zielsgelukkig omdat hij míj gelukkig heeft gemaakt!
Hij gloeit van trots!

Zo dus!
Zo wil Vader voor mij zorgen,omdat Hij daar zelf ook gelukkig van wordt.
Omdat ik een Vaderskindje ben komt Hij met genade op genade.

Wanneer ik zorgen toelaat is het als een tuinslang die genade op mijn akkertje sproeit totdat ik de slang zelf dichtknijp.
Zorgen knijpen de genade stroom af.

In de rust met Hem,ín Hem te komen, is de beste houding
De rust waar Hebreeën over spreekt.
De rust, die God bereid had voor zijn volk toen het na de omzwervingen in de woestijn het beloofde land binnen mocht gaan.
Een land van melk en honing.
Huizen te bewonen die ze zelf niet gebouwd hadden,graan te oogsten wat ze zelf niet gezaaid hadden,wijn te drinken van druiven die ze zelf niet geplant hadden.
Doordat God zelf de grote verzoendag en het Jubeljaar instelde, was het zelfs een gebod: “rust”
O.a. de verzaking van het Jubeljaar bracht het volk uiteindelijk in ballingschap.

Waarom vindt Vader het zo belangrijk in rust te zijn?
Omdat Hij zo graag wil dat we afhankelijke Vaderskindjes zijn.
Volkomen in rust met Hem zijn,betekent volkomen overgave aan Hem.
In die overgave van ons,van mij,kan Hij mij zegenen met Zijn overvloed,want Hij vindt het fijn mij te verwennen.
Omdat Hij van me houdt!

Ik ga een eindje wandelen en aan al mijn vriendinnetjes mijn poppenwagen showen.
Ik ben een opschepper, want mijn Papa is de beste.

De weeklagende weduwe die taartjes gaat eten.

Vandaag ben ik in Naïn.
Het belooft weer een heel mooie vakantie dag te worden.
Ik ben de laatste voorbereidingen aan het treffen omdat de gids een prachtige bergwandeling heeft uitgezet, 7 km. zuidwestelijk op de Taborberg.
Het weer is precies goed, en nog niet te warm in de frisse ochtendzon.
Over een kwartiertje gaan we vertrekken.
In de poort van de kleine stad wacht ik rustig op wat komen gaat.

Maar opeens komt er van beide kanten,zowel buiten de poort als binnen de poort een stoet mensen aan.

De binnenstad-se groep maakt veel kabaal door de luid weeklagende vrouwen voorop.
In het zwart gekleed slaan ze elkaar luid kreunend op de borst, daarbij tevens elkaar de haren uit het hoofd trekkend.
Het lijkt wel een melodramatisch openluchttoneelstuk opgevoerd om de toeristen te vermaken.
Snel zoek ik in mijn buidel wat los geld,want ik verwacht ieder moment dat de hoed zal rondgaan.

Maar dan zie ik in het midden van de stoet een vrouw, een moeder…
Een rouwende moeder, die zover ik waar kan nemen naast een baar loopt, een baar waarop een dode ligt, aan de contouren te zien van het witte kleed met blauwe strepen.
In haar diep verdriet vermoed ik te zien dat het om haar kind gaat.
Zó huilt namelijk alleen een moeder, zó diep en bitter.
Ze loopt alleen, er is geen man aan haar zij,dus zal het wel een weduwe zijn met een eniggeboren zoon.

Beschaamd steek ik mijn buidel snel weer tussen mijn bagage, vol schroom om toeschouwer te moeten zijn van dit diep verdriet.

De buitenstad-se menigte is veel groter.
Er hangt een sfeer van uitgelaten verwachting omheen.
Een sfeer van: “er staat wat te gebeuren, en ik ben erbij!”
Het pakt mij ook,deze sfeer.
De atmosfeer raakt bezwangert van een mysterieus en bedwelmend onzichtbaar vuur.
Een vuur van verwachting en uitzien naar de geboorte van een Messias, lang geleden aan dit volk belooft.
Oh,wat voel ik me plots alleen en eenzaam, ik wilde wel dat ik ook bij dit volk hoorde.
Ik zie nu wie de aanvoerder is van deze stoet.
Het is een eenvoudige man in een prachtige kostbaar geweven mantel.
Maar zijn ogen, oh, zijn ogen!
Nooit in mijn leven heb ik zoveel compassie en mededogen gezien.
Ik zoek een woord uit mijn zondagsschool verleden…ja, dat is het woord,ontferming.
Ontferming!
Diep diepe ontferming.
Het komt van binnenuit de ingewanden van de man met de prachtige mantel.

Hij loopt op de vrouw toe.
Iedereen houdt zijn adem in!
Ook ik moet nu weten wat er gebeuren gaat,en ben de bergwandeling compleet vergeten.
Ik raak overtuigd van het zelf getuige te zullen zijn van iets dat zó groot is, zo ongehoord groot, iets waarover eeuwen na dit nog gesproken gaat worden.

Alle schaamte voorbij dring ik me naar voren, ik wil vlak bij die man zijn.
Hoor,hij gaat iets zeggen!
“Weeklaag niet meer”
Nou ja,weeklaag niet meer…
Dat slaat natuurlijk nergens op.
U ziet toch wel dat deze vrouw, deze eenzame weduwe, haar enige zoon moet begraven?
Haar zoon, die voor haar zorgde toen zijn vader overleed.
Kom op zeg,is dat alles wat u aan ontferming tonen kunt?
Natuurlijk huilt deze vrouw,wat kan ze anders nog doen?
Moederziel alleen is ze…

In mij komt een plan: ik zal met de hoed rondgaan en een collecte houden voor deze kinderloze moeder.
De mensen gaan vast ruimhartig schenken na het zien van haar verdriet, en tevens komt het goed uit dat de menigte van mensen zeer groot is.
Dat brengt geld in de hoed.
Trots over mijn eigen ontferming voor deze vrouw,doe ik alvast mijn hoed af.
Zou dít de daad zijn, waarover eeuwen na deze nog gepraat gaat worden?
Dat ik, een onbeduidende toeris, er toch maar mooi voor gezorgd heb dat de oudedag-voorziening voor deze vrouw geregeld is!

Maar eer ik de eerste munten in mijn zelf bedachte “daad van ontferming-en trots op eigen goedheid-hoed” hoor rinkelen legt de man zijn hand op de lijkbaar en zegt met een stem waaruit zoveel kracht spreekt, een kracht waaruit blijkt dat hij weet dat wat hij gaat zeggen ook gebeuren zal:
“Jongeman sta op”

Het gebeurt!
Mijn hemel, het kleed beweegt en de jongen staat op, alsof hij uit een verkwikkende slaap ontwaakt.
Een kort moment houdt iedereen de adem in, de tijd staat even stil.
Of nee, het is een gewaarwording als is er geen tijd meer…een ervaring waarbij elke tijd,vroeger,nu en de toekomst in dit bijzondere moment zijn samengevat in die ene man.
Deze man die spreekt en het is er, Is de tijd!

Iedereen is een moment beduusd, waarna het luide gejuich van de eerst jammerende vrouwen,gevolgd wordt door de beide stoeten.
“God heeft naar ons omgezien” klinkt het uit de mond van jong en oud.
In het gedrang zie ik niet meer hoe het de moeder vergaat,en dat is ook niet meer belangrijk.
Het eensgezind zingen dat God goed is,dat is waar het nu om gaat.
Eten en drinken komt op lange tafels te staan,waarna het feest doorgaat tot in de late uurtjes.
Om uiteindelijk toch maar eens naar bed te moeten gaan,kom ik in de de vroege morgen van de andere dag aan op mijn hotelkamer.

Ja,het gaat om deze man,de man met de prachtige mantel.
De man die naar je kijkt met ontfermende ogen!
Ik ga deze man volgen.
Zal zo eens kijken of hij op Face-Book zit
.

( opgedragen aan Robert)

Vlindertje

Zie je mij gracieus klapwiekend fladderen in de vlindertuin?
Kom,ga eens rustig zitten op één van de uitnodigende bankjes.
Zit je lekker?
Ga lekker achterover zitten…daar is de rugleuning voor gemaakt hoor!
Adem eens rustig in en uit, ontspan je maar!
Goedzo,helemaal zoals het bedoeld is, zoals je er nu bij zit, je zit heerlijk in de geniet-stand.

Ik ga je betoveren,ja,echt.
Geloof je me niet?
Wacht maar…

Fladderend met mijn prachtige vleugeltjes flierefluiter ik ondeugend om je heen.
Flirtend als een verliefd bakvisje van 13, steel ik je aandacht.
Mijn gefladder brengt je langzaam in vervoering,totdat je niet meer anders kunt dan mij met verliefde blik volgen.
Ik fladder langs je oren,zodat een teer lispelend windje griezeltjes over je rug geeft.
Zie je wel,ik heb je betoverd,ik zei het je toch?
Mijn kleuren maken je verlangend om me te volgen,waar ik ook ga…
Nou,kom maar,kom maar achter me aan dan.
Ik fladder van zoetigheid naar zoetigheid, me geen zorgen makend of het wel voor mij bestemd is.
Het staat simpelweg voor mij klaar.
De bloemen zijn speciaal voor mij gemaakt,zodat ik met mijn lange tong hun heerlijke nectar drinken kan.
Mijn kleuren worden er nog mooier van omdat de nectar mij nieuwe energie en levenskracht geeft.

Mijn betoverend magische vleugeltjes lokken je met hun gefladder onvermoeibaar verder deze prachtige tuin in.
Je wilt meer zien hè?
Dat is ook de bedoeling!
Kijk,daar in het midden,die boom…
Hè,wat zeg je?
Zie je door de bomen het bos niet meer?
Richt je ogen naar waar ik wijs, daar, die grote levensboom, precies in het midden.
Gelukkig,ik heb je aandacht weer.
Dat is de boom waarvan haar vruchten je nieuwe moed en kracht geeft.
Pluk maar welke je wilt.
Ze zijn allemaal eetrijp.
Je bent moe,ik zie het heus wel…
Je draagt een zware last op je schoudertjes hè?
Ik bemerk heus wel dat je je ervoor schaamt en het niet weten wilt,terwijl de zeurende pijn van de last luid en duidelijk in de oren van je hart schreeuwt:
“Je bent niet goed genoeg”

Kom,pluk en eet van deze boom.
De prijs is al betaald.
Toe maar,je zal een enorme bevrijding ervaren.
Je last zal afvallen en in de diepte van de zee worden gegooid.

Gelukkig,je eet.
Ik zie het bloedrode sap om je mond en langs je handen en armen naar je ellebogen sijpelen.
Smak maar lekker,dat mag hier.
Je hoeft je niet meer te schamen want in deze tuin is geen schuld.

Nou…?
Heb ik de waarheid verteld?
Opeens ben je kilo’s lichter toch?
Ja,ik zie het aan je ogen,ze gaan schitteren van nieuw elan.
Kijk,daar word ik nou blij van.

Kom,ik zal je nog iets laten zien.
Volg me naar een andere boom.
Zie je de cocons hangen?
Toen ik nog een rupsje was had ik mij zelf ook verstopt in een cocon. Gaandeweg werd dat mijn bescherming tegen de boze buitenwereld.
Daar was ik veilig, dacht ik, niemand kon mij nog afwijzen.
Niemand kon mij nog kwetsen.

Stiekem loerde ik wel eens door een spleetje van mijn cocon naar buiten.
Dan zag ik de vlinders buitelen en snoepen,genietend van hun vrijheid.
De eigenaar van deze tuin moedigde me aan om ook uit mijn cocon te komen, hij had er verdriet van dat ik mijn mooie vleugeltjes niet uitsloeg.
Tegelijkertijd liet hij mij vrij in mijn keuze.
Op een dag vond ik het genoeg geweest,mijn veilige cocon bleek mijn gevangenis te worden en zou mijn dood gaan betekenen.
Wat was de heer van de tuin blij toen ik frank en vrij op zijn schouder kwam zitten.
De tranen stonden hem in de ogen,zo blij en ontroerd was hij over mij keuze.
Nu moedig ik anderen aan hun cocon te verlaten en de vrijheid te omarmen.
Ik fladder hier voor mijn heer, en geniet van de heerlijke hapjes die hij speciaal voor mij laat groeien.
Ik ben zo blij om met mijn mijn kleurenpracht anderen te betoveren.
Ik ben een gelukkig vlindertje!

Laat me je aanmoedigen de vrijheid in te buitelen.
Show je prachtige vleugeltjes aan de anderen,zodat deze tuin een magisch fladderend festijn wordt van eerbetoon aan onze tuinmeester.

Fladder vlinder,fladder
Show your Glory…

Zwaan kleef aan!

2 x per jaar kwam de tandartsbus bij de School met de Bijbel waar ik als kind les kreeg.
Voor mij was dit een martelkamer vol martelwerktuig.
Wat had ik een angst voor de tandarts.
Hysterisch van angst was ik.
Bevend en mijn keel dicht geknepen wachtte ik op mijn beurt.
Mijn angst kwam voort uit een al bij de eerst doorkomende melktandjes slecht gebit.
Blijkbaar had ik in moeders buik te weinig meegekregen op dat vlak.

Maar, op een onvermijdbare dag, oh help, het was mijn beurt om naar de tandarts te gaan.
Met lood im mijn schoenen stond ik op van mijn schoolbankje.

Nu woonde vlak bij school een tante van mij.
Tante Zwaan.
Ze was een Zwaan-kleef-aan-Zwaan
Iedereen was welkom,met een hartelijkheid die mijn hunkerend naar liefde hartje verwarmde.
Uit school ging ik vaak eerst even langs bij tante Zwaan.
Ze verwachtte me, op tafel een pot thee en kaakjes.
“Bin je doar mun lekkeretjen” klonk haar lieve blije stem.
Ja,dit was mijn lievelingstante.

Ik was dus opgeroepen naar de tandartsbus te komen,maar niemand wist dat ik een plan had….tante Zwaan!
Tante Zwaan was mijn escape.
Zodra de schooldeur achter me dicht klapte,rende ik in blinde paniek naar mijn allerliefste tante.
“Kom gauw hier lieverdje” zei ze dan en verstopte me onder de trap.
Het was natuurlijk uitstel van executie…

Ik denk nog vaak aan tante Zwaan.
Nu begrijp ik pas dat ze een zwaar leven had.
Maar haar warme persoonlijkheid heeft een kostbare herinnering achter gelaten.
Wat was dat nou met tante Zwaan?
Hoe komt het dat vooral zij zo’n warme indruk is in mijn ziel?

Ik denk omdat dat ze, ondanks haar verdriet en pijn, de afwijzing en eenzaamheid, zichzelf bleef.
Niet verbitterd,gewoon een blij mens die wist dat de Here haar lief had.
In haar en om haar heen zag ik onbewust de aantrekkingskracht van de glans van Jezus.
Daardoor zag ze mij staan in mijn eenzaamheid.
Omdat ze zelf wist hoe diep afwijzing en daardoor geisoleerd te raken, betekende.
Omdat ze zelf wist dat alleen Hij nodig is, alleen Hij!

Tante Zwaan, bleef tante Zwaan.
Hartelijk, lief en open.
Ze is een kostbare glanzende parel aan mijn ketting van mooie herinneringen.

In mijn nieuwe leven,in een onbekende zeer verfrissende omgeving,moest ik ook eerst uit mijn beschermende ik-gevangenis komen.
Wat een zegen,dat er in mijn kring mensen waren die me respecteerden toen ik nog in mijn gevangenis bivakkeerde, en me aanmoedigden eruit te komen.
Het deurtje staat namelijk gewoon open.
De sleutel zit in je eigen gedachten.
Het was veilig!

Een dubbele zegen is het om uit je eigen gevangenis in die van Jezus te stappen.
Omdat dit een ruimte waar de slingers voor je worden opgehangen, en je verre van alleen bent.
Daar ontmoet je steeds meer Jezus-mensen,die met jou een “Samen” vormen.
Het is een ongekende vrijheid in die gevangenis.
Een vrijheid zoals vogels gebonden zijn aan het luchtruim.
Een vrijheid zoals vissen gebonden zijn aan het water van de zee.

Ik geloof dat de glans die me aantrok in tante Zwaan, ook op mij,in mij en om me heen is, alleen maar omdat Hij in mij woont!
Ik bid voor anderen een “tante Zwaan” te zijn.

Ik geloof dat ieder die ín Hem is,deze glans heeft.
Je kunt het sturen,dat geloof ik ook.
De intimiteit met Hem vergroot Zijn glans op je, en in je.
Deze glans verkondigt zonder woorden aan je omgeving dat God goed is!

Deze glans heeft grote aantrekkingskracht voor de mensen om je heen, en maakt je tot een blijde jubel rechtstreeks uit de hemel.
Aan jou wordt gezien dat Vader God genade wil bewijzen aan ieder die dat wil.
Lees het maar in o.a. Numeri 6:22-27 en in Psalm 67.
Aan Hem zal het niet liggen,Hij geeft overvloedig zonder weerga, en rust je toe een Jezus-Zwaan te zijn.

Een blijde menigte Zwanen zijn we!
Kom, kleef aan, Zwaan…

(Opgedragen aan tante Zwaan)

Opgenomen.

Opgenomen…
Gisteren ben ik opgenomen…
Alles waar ik voor mijn opname op hoopte is werkelijkheid geworden.
En nog meer dan dat!

Het ging :roetsjjjjj
Terwijl elk aards bezit achterbleef, en mijn schoenen verschroeiden van de snelheid waarmee ik eruit stapte, was ik daar…
Daar,waar ieder mens van droomt, daar waar ieder schepsel een ingeschapen heimwee naar heeft.
In the blink of an eye,sneller dan een miljoenste seconde werd ik opgenomen in een andere wereld en wandel nu door de straten van het nieuw Jeruzalem.
Het gras is hier groener dan groen, de lucht blauwer dan blauw, het water in de klaterende beken helderder dan helder.

De straten zijn van gouden kristal en van een zuiverheid waarvan Swarovski,na jaren tevergeefs experimenteren, dacht dat het een utopie is.
Knotsen van parels markeren de 4 hoeken van de stad,waarin het vrij in en uit gaan is.
Er is geen gevaar of angst voor terroristische aanslagen,zodat de stad geen barrières heeft.
Geen enkele geheim agent met oortjes waaraan een pijpenkrullen snoertje hangt, wat hun verbindt met het hoofd van de FBI en CIA, is hier te bekennen.
Politiebureaus hoeven uit bezuiniging niet te sluiten evenmin als de ziekenhuizen,ze zijn hier namelijk niet te vinden.
In het nieuw Jeruzalem heeft iedereen een riante bonus ontvangen waarvoor het niet nodig is het kabinet bij elkaar te roepen.
De marine heeft zijn schepen achter zich verbrandt,en geniet nu van hun eeuwig durend verlof.
Vandaar dat geen enkel uniform hier nog waarde heeft,het is alles achtergebleven op een enorme berg lompen.

Het fundament van deze stad is opgebouwd uit 12 lagen edelsteen,waarvoor menig goudsmid een kapitaal neer zou tellen.
Overal is vreugde en plezier.
De pleinen en straten worden gevuld met feestvierende mensen die allen een all inclusief ticket in bezit hebben gekregen.
Want dat is de enige voorwaarde om hier binnen te komen.
Het ticket bevat de handtekening van Vader Zoon en Geest, en verschaft toegang tot elke belevenis.
Het staat als een sierlijk kruisje in ieders voorhoofd getatoeëerd, een ereteken waardevoller dan elke onderscheiding ook.
Niemand hier heeft zelf ook maar enige prestatie geleverd het te verdienen,het is ons allemaal geschonken door het sterven van Jezus de Zoon.

Ja,het is waar wat Corrie ten Boom zei:”stel het je maar heel mooi voor,het zal nog mooier zijn!”

De aartsvaders zijn altijd bereid tot een praatje,
Mozes,die zijn staf niet meer nodig heeft bv.
Ik wilde wel eens weten wat hem nou bezielde toen hij op de rost sloeg i.p.v. te spreken tegen de rots.
Hij lacht er nu om.
David,die zijn katapult en zwaard niet meer hoeft te gebruiken;hier is geen spottende Goliath terwijl de leeuwen en beren spelen met lammetjes,die ze eerder nog woest verslinden wilden.
Ik raak niet uitgekeken en zou nog eeuwen kunnen vertellen over deze stad, waar de zon niet ondergaat.

Waauw,ik wil hier nooit meer weg,nooit meer!
Jezus is hier alles in allen,een wonderlijke ervaring die alle verstand te boven gaat.

Opgenomen…
Terwijl ik gisteren met vakantie zou gaan werd ik in het ziekenhuis opgenomen.
Ziek en uitgedroogd lig ik aan een infuus van prednison en vocht.
Druppel voor druppel doet het zijn werk in mijn lijf.

Ik zou nu boos kunnen zijn,woest op God.
“Heer,hoe, waarom ?”
En ja,ik ben in de war,ik ben verdrietig,ik heb veel pijn.
Maar ik kies ervoor te blijven geloven dat Hij goed is.
Ik heb me aan laten sluiten op een infuus waaruit Jezus’ bloed druppel voor druppel mijn geest,ziel en lichaam vernieuwt.
Hij zorgt voor me op een manier waarvan ik nu de uitkomst nog niet zie.
Wat ik wel weet is dat het mooier en beter zal zijn dan iets door mezelf bedacht.

Opgenomen…
Ik ben in Hem opgenomen tot een nieuw leven.