Zwaan kleef aan!

2 x per jaar kwam de tandartsbus bij de School met de Bijbel waar ik als kind les kreeg.
Voor mij was dit een martelkamer vol martelwerktuig.
Wat had ik een angst voor de tandarts.
Hysterisch van angst was ik.
Bevend en mijn keel dicht geknepen wachtte ik op mijn beurt.
Mijn angst kwam voort uit een al bij de eerst doorkomende melktandjes slecht gebit.
Blijkbaar had ik in moeders buik te weinig meegekregen op dat vlak.

Maar, op een onvermijdbare dag, oh help, het was mijn beurt om naar de tandarts te gaan.
Met lood im mijn schoenen stond ik op van mijn schoolbankje.

Nu woonde vlak bij school een tante van mij.
Tante Zwaan.
Ze was een Zwaan-kleef-aan-Zwaan
Iedereen was welkom,met een hartelijkheid die mijn hunkerend naar liefde hartje verwarmde.
Uit school ging ik vaak eerst even langs bij tante Zwaan.
Ze verwachtte me, op tafel een pot thee en kaakjes.
“Bin je doar mun lekkeretjen” klonk haar lieve blije stem.
Ja,dit was mijn lievelingstante.

Ik was dus opgeroepen naar de tandartsbus te komen,maar niemand wist dat ik een plan had….tante Zwaan!
Tante Zwaan was mijn escape.
Zodra de schooldeur achter me dicht klapte,rende ik in blinde paniek naar mijn allerliefste tante.
“Kom gauw hier lieverdje” zei ze dan en verstopte me onder de trap.
Het was natuurlijk uitstel van executie…

Ik denk nog vaak aan tante Zwaan.
Nu begrijp ik pas dat ze een zwaar leven had.
Maar haar warme persoonlijkheid heeft een kostbare herinnering achter gelaten.
Wat was dat nou met tante Zwaan?
Hoe komt het dat vooral zij zo’n warme indruk is in mijn ziel?

Ik denk omdat dat ze, ondanks haar verdriet en pijn, de afwijzing en eenzaamheid, zichzelf bleef.
Niet verbitterd,gewoon een blij mens die wist dat de Here haar lief had.
In haar en om haar heen zag ik onbewust de aantrekkingskracht van de glans van Jezus.
Daardoor zag ze mij staan in mijn eenzaamheid.
Omdat ze zelf wist hoe diep afwijzing en daardoor geisoleerd te raken, betekende.
Omdat ze zelf wist dat alleen Hij nodig is, alleen Hij!

Tante Zwaan, bleef tante Zwaan.
Hartelijk, lief en open.
Ze is een kostbare glanzende parel aan mijn ketting van mooie herinneringen.

In mijn nieuwe leven,in een onbekende zeer verfrissende omgeving,moest ik ook eerst uit mijn beschermende ik-gevangenis komen.
Wat een zegen,dat er in mijn kring mensen waren die me respecteerden toen ik nog in mijn gevangenis bivakkeerde, en me aanmoedigden eruit te komen.
Het deurtje staat namelijk gewoon open.
De sleutel zit in je eigen gedachten.
Het was veilig!

Een dubbele zegen is het om uit je eigen gevangenis in die van Jezus te stappen.
Omdat dit een ruimte waar de slingers voor je worden opgehangen, en je verre van alleen bent.
Daar ontmoet je steeds meer Jezus-mensen,die met jou een “Samen” vormen.
Het is een ongekende vrijheid in die gevangenis.
Een vrijheid zoals vogels gebonden zijn aan het luchtruim.
Een vrijheid zoals vissen gebonden zijn aan het water van de zee.

Ik geloof dat de glans die me aantrok in tante Zwaan, ook op mij,in mij en om me heen is, alleen maar omdat Hij in mij woont!
Ik bid voor anderen een “tante Zwaan” te zijn.

Ik geloof dat ieder die ín Hem is,deze glans heeft.
Je kunt het sturen,dat geloof ik ook.
De intimiteit met Hem vergroot Zijn glans op je, en in je.
Deze glans verkondigt zonder woorden aan je omgeving dat God goed is!

Deze glans heeft grote aantrekkingskracht voor de mensen om je heen, en maakt je tot een blijde jubel rechtstreeks uit de hemel.
Aan jou wordt gezien dat Vader God genade wil bewijzen aan ieder die dat wil.
Lees het maar in o.a. Numeri 6:22-27 en in Psalm 67.
Aan Hem zal het niet liggen,Hij geeft overvloedig zonder weerga, en rust je toe een Jezus-Zwaan te zijn.

Een blijde menigte Zwanen zijn we!
Kom, kleef aan, Zwaan…

(Opgedragen aan tante Zwaan)

Opgenomen.

Opgenomen…
Gisteren ben ik opgenomen…
Alles waar ik voor mijn opname op hoopte is werkelijkheid geworden.
En nog meer dan dat!

Het ging :roetsjjjjj
Terwijl elk aards bezit achterbleef, en mijn schoenen verschroeiden van de snelheid waarmee ik eruit stapte, was ik daar…
Daar,waar ieder mens van droomt, daar waar ieder schepsel een ingeschapen heimwee naar heeft.
In the blink of an eye,sneller dan een miljoenste seconde werd ik opgenomen in een andere wereld en wandel nu door de straten van het nieuw Jeruzalem.
Het gras is hier groener dan groen, de lucht blauwer dan blauw, het water in de klaterende beken helderder dan helder.

De straten zijn van gouden kristal en van een zuiverheid waarvan Swarovski,na jaren tevergeefs experimenteren, dacht dat het een utopie is.
Knotsen van parels markeren de 4 hoeken van de stad,waarin het vrij in en uit gaan is.
Er is geen gevaar of angst voor terroristische aanslagen,zodat de stad geen barrières heeft.
Geen enkele geheim agent met oortjes waaraan een pijpenkrullen snoertje hangt, wat hun verbindt met het hoofd van de FBI en CIA, is hier te bekennen.
Politiebureaus hoeven uit bezuiniging niet te sluiten evenmin als de ziekenhuizen,ze zijn hier namelijk niet te vinden.
In het nieuw Jeruzalem heeft iedereen een riante bonus ontvangen waarvoor het niet nodig is het kabinet bij elkaar te roepen.
De marine heeft zijn schepen achter zich verbrandt,en geniet nu van hun eeuwig durend verlof.
Vandaar dat geen enkel uniform hier nog waarde heeft,het is alles achtergebleven op een enorme berg lompen.

Het fundament van deze stad is opgebouwd uit 12 lagen edelsteen,waarvoor menig goudsmid een kapitaal neer zou tellen.
Overal is vreugde en plezier.
De pleinen en straten worden gevuld met feestvierende mensen die allen een all inclusief ticket in bezit hebben gekregen.
Want dat is de enige voorwaarde om hier binnen te komen.
Het ticket bevat de handtekening van Vader Zoon en Geest, en verschaft toegang tot elke belevenis.
Het staat als een sierlijk kruisje in ieders voorhoofd getatoeëerd, een ereteken waardevoller dan elke onderscheiding ook.
Niemand hier heeft zelf ook maar enige prestatie geleverd het te verdienen,het is ons allemaal geschonken door het sterven van Jezus de Zoon.

Ja,het is waar wat Corrie ten Boom zei:”stel het je maar heel mooi voor,het zal nog mooier zijn!”

De aartsvaders zijn altijd bereid tot een praatje,
Mozes,die zijn staf niet meer nodig heeft bv.
Ik wilde wel eens weten wat hem nou bezielde toen hij op de rost sloeg i.p.v. te spreken tegen de rots.
Hij lacht er nu om.
David,die zijn katapult en zwaard niet meer hoeft te gebruiken;hier is geen spottende Goliath terwijl de leeuwen en beren spelen met lammetjes,die ze eerder nog woest verslinden wilden.
Ik raak niet uitgekeken en zou nog eeuwen kunnen vertellen over deze stad, waar de zon niet ondergaat.

Waauw,ik wil hier nooit meer weg,nooit meer!
Jezus is hier alles in allen,een wonderlijke ervaring die alle verstand te boven gaat.

Opgenomen…
Terwijl ik gisteren met vakantie zou gaan werd ik in het ziekenhuis opgenomen.
Ziek en uitgedroogd lig ik aan een infuus van prednison en vocht.
Druppel voor druppel doet het zijn werk in mijn lijf.

Ik zou nu boos kunnen zijn,woest op God.
“Heer,hoe, waarom ?”
En ja,ik ben in de war,ik ben verdrietig,ik heb veel pijn.
Maar ik kies ervoor te blijven geloven dat Hij goed is.
Ik heb me aan laten sluiten op een infuus waaruit Jezus’ bloed druppel voor druppel mijn geest,ziel en lichaam vernieuwt.
Hij zorgt voor me op een manier waarvan ik nu de uitkomst nog niet zie.
Wat ik wel weet is dat het mooier en beter zal zijn dan iets door mezelf bedacht.

Opgenomen…
Ik ben in Hem opgenomen tot een nieuw leven.

Wijn voor onder de 18 en kadetjes met omelet.

Schoolreisje

Vanaf de vijfde klas gingen we met de school met de bijbel,waar ik als kind vroeger les kreeg, op schoolreisje.
Terwijl we in de klas naar de instructies van juf of meester luisterden, zagen we door de grote ramen van het klaslokaal de bussen voorrijden, wat de spanning nog hoger opvoerde.
Zo erg, dat sommige kinderen over moesten geven van uitgelaten en opgewonden zenuwachtigheid.
Ik hoopte zo dat ik op een plekje bij het raam kon zitten,want dan kon ik moeder bij het uitzwaaien goed zien.
Tussen de andere vaders, moeders, bessies en bêbes stond ze in de rij van opgewonden vrolijkheid.
Vroeg in de morgen,na de nacht waarin je natuurlijk geen oog dicht had gedaan,stond moeder in de keuken eieren schuimig te kloppen,.Uit de koekenpan lagen die even later als dikke warm schuimige lagen op de opengesneden kadetjes af te koelen op het ouderwets granieten aanrecht.
Het hele huis rook ernaar,en het water liep me in de mond.
Zodra de bus het dorp uit was, zou ik de zak met deze lekkernij open maken en nog vóór de morgen om was, zou de helft op gesmuld zijn.

Voor moeder was het ook feest,want nu ze een dag geen kinderen om de benen had, kon ze mooi het hele huis eens onder handen nemen.
Om te luchten werden de gordijnen uit de rails gehaald,en samen met de matrassen en dekens naar buiten gebracht, om aan het eind van de middag te worden afgeranseld met de mattenklopper.
(Deze mattenklopper had ook wel eens mijn jurkje te pakken gehad.
Jammergenoeg hing dat jurkje toen niet aan de waslijn te luchten…)

Ach…nu stond moeder naar me te lachen en zwaaien,ik kreeg een brok in mijn keel.
Het liefst was ik de bus uitgerend, naar moeder, ik had nu al heimwee naar haar.
Haar achter te laten deed pijn in mijn buik, terwijl de traantjes erg hoog zaten.
Maar…de bus ging rijden,er was geen weg meer terug!

Grappig te bedenken dat moeder het heerlijk vond en zelf hoopte dat de bus snel weg reed, omdat het huis op haar wachtte!
Zo kon ze een dag lekker haar eigen gang kon gaan.
Poetsen,soppen en kloppen.Haar meest favoriete en voor mij als kind de meest gevreesde bezigheid.

Zodra we het dorp uit waren kwam ook de pret en de verwachting terug.
Het zou een geweldig leuke dag worden.
Vreselijk eng, en toch leuk!

En oh, die heerlijke witte kadetjes met gebakken omelet.
Dat is een herinnering die me ook nu nog het water in de mond laat lopen.
Wellicht is dat voor mij het meest kostbare van het schoolreisje; de zorg van moeder,die al vroeg in de weer was met mijn eten voor die dag.

Aan het einde van de middag kropen we onder de banken van de bus zodra we het dorp weer inreden.
Prachtig hoe dit oude ritueel voor elk kind,dat voor eerst met schoolreisje gaat, nieuw is.
Vaders en moeders dachten echt dat de bus leeg terug kwam…
De gedachte alleen al dat je het zelf geloofde doet je glimlachen.
Het toneel verandert niet, alleen de spelers.

Moeder moe en met een verhit gezicht van háár favoriete bezigheid, nam me blij weer mee achterop de fiets.
Het huis was weer gelucht, vanavond mocht ik in een krakend helder bedje kruipen.
Waar ik mijmerend over de afgelopen dag al spoedig in slaap viel.

Hoe kan ik soms verlangen naar het kind dat nog zo heerlijk naïef het leven moest ontdekken.
Het kind, dat ondanks de waarschuwing van moeder niet meteen alles op te eten, de zak met kadetjes, belegd met omelet, zodra moeder het niet ziet, open maakt en verrukt de heerlijke geur opsnuift.
De geur van vertrouwdheid en geborgenheid.
Het onbevangen vertrouwen hebben in een wereld die geen kwaad in de zin heeft.
Dat naïeve verdwijnt wanneer je in het “groot” worden steeds meer butsen oploopt.

Wat een bevrijding weer kind te mogen zijn bij Vader.
Weer naïef en onbevangen bij Hem op schoot te kruipen,wetend dat je geliefd bent.
Te schuilen onder Zijn kraakhelder vleugels die je omarmen, bedekken en beschermen tegen de invloed van alle pijn in het leven opgedaan.
Alsof je bang en onzeker onder de dekens van je schone bedje kruipt.
Hier ben je veilig met je van pijn gezwollen hart vol blauwe plekken.
Onder Zijn vleugels ontdek je dat die pijn door Jezus is opgenomen als een spons die zich vol zuigt met zure wijn.
De wijn van zure druiven die de tanden sleets maakt.
De wijn die Jezus dronk nadat Hij eerder de beker vol zoete wijn aan ons doorgaf.
Aan mij.
Om te gedenken…
De vreugde beker,
De beker van verzoening.
De beker die het hart vrolijk maakt.

Blij als een kind dat met schoolreisje gaat.
In de rugtas genoeg kadetjes met omelet.

Kadetjes en wijn…smakelijke combinatie!

Someday/Right Now

Het Vaderhart van God, hoe zien we dat, hoe zie ik dat?
Wat voor gedachten komen er boven bij het woord “Vader?”

Wanneer ik naar Jezus kijk zie ik Vader.
* Hij kwam met het doel voor mijn zonden te sterven.
* Hij kwam om mij het Vaderhart te openbaren.
Om mij op een plek te krijgen, waar ik “Onze Vader” zou zeggen.
Onze Vader; Jezus’ Vader,mijn Vader!

Elke daad van Jezus hier op aarde had dat tot doel; mij het hart van Vader te laten zien.
Het hart van Vader, dat zoekt naar ontheemde kinderen.
Wezen.
De kinderen die in het paradijs ervoor kozen het hart van Vader te verlaten,om daarna als asielzoeker door het leven te gaan.
Dwalend als schapen zonder herder,zoekend naar bevrediging in kortdurend genot.
Hunkerend naar een plek om Thuis te komen.

Thuis, waar het veilig is.
Thuis, waar eten is, elke dag opnieuw.
Thuis, waar voor je gezorgd wordt, elke dag opnieuw.
Thuis, waar een bed staat, zonder een verslindend monster eronder verstopt, zodat je rustig slapen kunt, er wordt over je gewaakt.

Waar het gebed allang verhoord is;
“Ik ga slapen ik ben moe,
Sluit mijn beide oogjes toe,
Here houdt ook deze nacht,
Over mij getrouw de wacht.”

Ik wéét dat over mij de wacht wordt gehouden.
Ik wéét dat niemand me wreed mijn bed uit komt roffelen.
Ik wéét dat het monster dood is.
Ik kan gewoon het raam wijd open laten staan,want ik ben veilig!

Thuis…
Waar ik dankend mag zingen;
“t’Boze dat ik heb gedaan,
Vader ziet het niet meer aan,
Schoon mijn zonden vele zijn,
Om Jezus’ wil ben ik nu rein.”

Alles waar ik vanaf mijn geboorte naar hunkerde is voorradig in het Vaderhart.
In dat Vaderhart is de bede verhoord;
“Uw koninkrijk kome,
In de hemel en op aarde”

De focus van de Bijbel wijst maar in één richting:Vader!

Niemand heeft op deze aarde een perfecte vader,niemand.
Het feit dat onze aardse vader tekorten heeft/had, kan maken dat we in eerste instantie ook zo naar onze hemelse Vader kijken.
In dat erkennen en herkennen kan ik mijn recht opgeven God niet als de perfect volmaakte Vader te zien.
Mijn aardse vader maakt fouten, net als ik.
Mijn hemelse Vader weet precies wat ik nodig heb, en in het offer van Jezus geeft Hij mij daar tevens het recht toe.

In Hem, Jezus,leer ik wie ikzelf ben,in Hem, Jezus ontmoet ik Vader.
In Vader zie ik dat het offer van Jezus volmaakt is,volkomen volmaakt.
Er is recht gedaan aan het kruis!
In Vader zie ik dat ikzelf volmaakt ben,omdat ik een volmaakt liefhebbende Vader heb.
Ik ben gekocht door het volmaakt zuivere bloed van Jezus.
Door de Heilige Geest zeg ik Abba,en Ben ik.

In ieders hart is een schreeuw naar identiteit.
Het is alles in Vader te vinden; Alles!

Het is geen “Somewhere/Someday” ervaring…
Het is een “Right Here/Right Now” ervaring!

Vader zoekt…
Hij zoekt naar degene die WETEN dat ze Zijn Kind zijn.
Dat weten geeft rust.
Dat weten opent ongekende bronnen.
Dat weten geeft Genade op Genade ontmoetingen met Vader.

In dat weten van Zijn kinderen schept Vader vreugde!

(Wordt vervolgd)

Parel van grote waarde.

Weet je wel hoe mooi ik glans?
Ik ben een parel.
Niet zo maar een parel, nee, ik ben een parel van grote waarde.
Zoals ik, zo is er geen ander, ik ben unique…

Mijn kleur is zuiver wit, als pas neergedwarrelde sneeuw.
De sneeuw, die, wanneer s’morgens de gordijnen opengaan, je de adem doet stokken in je lijf.
Gisteren waren de straten nog stoffig en vuil, terwijl in de nacht, toen je sliep, de wereld veranderde in een smetteloos wit ongerept sprookjeslandschap.
Alle smerigheid is onder een dik tapijt van sneeuwkristallen geveegd, er is geen vuiltje meer aan de lucht.
Stad en land ligt verstilt te wachten op sneeuwbal gevechten en roetsjende sleetjes, beladen met van pret gillende kinderen.

Verrukt sla je haastig je ochtendjas om je heen, opgewonden als een kind dat vandaag met schoolreisje gaat.
Naar buiten, want daar is het te beleven!
Het deert je niet, dat de buren je een beetje raar vinden.
De drang als eerste jou voeten in die heerlijke witte, knisperende laag zetten is onweerstaanbaar.
Wanneer je de buitendeur open doet, schuif je daarmee de sneeuw die 45 cm hoog de achtertuin bedekt, met kracht opzij.
Niemand heeft de sneeuw nog aangestampt, daarom is het nog lekker luchtig en vol beloftes.
Het frisse ochtend zonnetje doet de ijskristalletje schitteren als diamant.

En dan…
Je zet je stappen in de onbetreden nieuwe wereld
Diep zakken je voeten in de vuil bedekkende deken.
Wat grappig, het lijkt net of je zelf 45 cm. korter bent geworden!
Je bent weer heerlijk kind!
Dit is een sensatie die een niet te beschrijven geluk geeft.
Jij bent degeen die door de stappen van je voeten, veroveraar van een nieuwe wereld bent!
Eer alle anderen een smeerboel van deze zuivere wereld maken, heb jij ervaren hoe geweldig het is eerste te zijn die deze pure en verstilde schoonheid betreedt.
Waar je loopt laat je je afdruk achter in de sneeuw,zodat je makkelijk te volgen bent.
Je gaat dansen, ja, je danst in de sneeuw!

Zo wit ben ik dus!
Sneeuwwit…

De glans van mijn wit parelmoer is als de glans van slagroom, zo pas met de mixer luchtig opgeklopt.
Na het aflikken van de gardes haal je stiekem snel je vingers door de kom, om ze daarna smakkend af te lebberen.
Heeft niemand het gezien?
Snel dan, nóg een likje!

Knoerten van bloedrode aardbeien liggen in prachtige schaaltjes te wachten, om net als jou wereld bedekt is door een dik pak sneeuw, verstopt te worden onder een zoete klodder slagroom.

Nou, zo mooi glanzend dus!
Glanzend wit.

Eerst was ik een een simpel zandkorreltje.
Onbeduidend peper en zout kleurig, lag ik tussen miljoenen andere korreltjes op de bodem van de zee.
Totdat Oester me uitnodigde in zijn schelp.
Hij pikte mij eruit,hij zág mij!
Binnenin de schelp van Oester was het prachtig!
Zo lelijk en onaantrekkelijk als de buitenkant was, zo wonderschoon de binnenkamer.
Het was een sensatie van thuis, en op de plek aangekomen zijn, waar ik tot mijn bestemming zou komen.
Dit huisje, de wanden bedekt met de mysterieuze betovering van parelmoer, had op me gewacht!

Oester beloofde me, dat wanneer ik genietend van mijn nieuwe omgeving stil zou blijven zitten, ik een parel zou worden.
Een parel van grote waarde!
Omdat ik als zandkorrel een groot minderwaardigheid complex had, en diep van binnen verlangde om van meer betekenis te zijn, volgde ik het advies trouw op.
Tenminste, in het begin.
Ik merkte dat ik laagje voor laagje, héél langzaam anders werd.
Het parelmoer van Oester werd mijn manteltje.
Elk volgend laagje werd dat manteltje mooier en groter.

Maar wat duurde het lang zeg!
Tergend traag vond ik het dikwijls, het schoot maar niet op.
Dan wilde ik eruit, ik vond het zelf wel goed zo.
Oester zag mijn ongedurigheid, en door de schelp stevig te sluiten zorgde Oester dat ik er niet vandoor kon gaan.
Ik bleef het proberen, totdat Oester zelf de schelp opende en me zei dat, wanneer ik hem als een gevangenis beschouwde, hij me vrij wilde laten.
Eer hij op andere gedachten kon komen, piepte ik opgewonden en nieuwsgierig er tussenuit, en nam de benen, om al snel te ontdekken dat dat nou niet zo’n heel goed idee was geweest.
Het was zelfs rampzalig te noemen!
Wat voelde ik me eenzaam en alleen, zo zonder de bescherming van Oester.
Wat was ik eigenwijs en ondankbaar om Oester als een beknelling te zien.
Na verloop van tijd, werd ik ziek van heimwee, en verlangde steeds meer en meer terug naar Oester.
Daar was ik veilig, daar werd voor me gezorgd, omdat ik zo welkom was geweest.
De belofte van Oester om van grote waarde te zijn, deed me besluiten terug te gaan.
Ja, ik zou naar Oester terug gaan, en vragen of ik asjeblieft weer in hem wonen mocht.

En weet je wat er toen gebeurde?
Oester rende me al tegemoet, en eer ik mijn 1000 excuses had gemaakt, opende Oester liefdevol zijn schelp om me weer binnenin hem te laten wonen.

Nu is mijn manteltje klaar.
Laagje parelmoer na laagje parelmoer heeft me kostbaar en van grote waarde gemaakt.
Groot en glanzend ben ik een belofte van plezier voor iemand anders.
Gehuld in de bescherming van prachtig koningsblauw fluweel, lig ik te wachten op een koopman die genoeg voor over heeft, want ik ben niet goedkoop.
Ik ben op deze beurs de zuiverste, grootste en mooiste parel.
Met begerig uitpuilende bolle ogen lopen koopmannen om me heen, wikkend en wegend, de inhoud van hun buidel steeds opnieuw tellend.
Ze dingen op mijn waarde af, maar Oester laat zich niet bedotten!
Hij geeft mij de volle verzekering van een koopman die onderweg is, en mij op waarde schatten zal.
Die zal alles voor me over hebben.

En dat gebeurt, Oester heeft alweer gelijk.
Deze koopman wil nog maar één ding; mij vasthouden, koesteren en strelen, daarbij zich zelf weerspiegelend in mijn glans.
In zijn ogen zie ik dat hij vanaf zijn begin uitgezien heeft naar een parel zoals ik.
Geduldig speurend werd zijn verlangen naar mij steeds groter, wat hem de moed gaf het niet op te geven.

Zonder er bij na te denken verkoopt hij alle andere parels, om met dat geld mij te kunnen kopen.
Wanneer ik buitelend in zijn stoere grote handen lig, verbaas ik mij over de littekens daarin.
Teder en liefdevol spreekt zijn mond zulke mooie woorden!
Hij zegt dat ik de vervulling van zijn droom ben.
Dat hij vanaf het begin al naar me verlangt heeft, dat ik gewild en bemind ben.
Hij houdt me dichtbij zijn mond en fluistert:
“Het vooruitzicht jou te kunnen kopen gaf me zoveel vreugde, daarom was het offer al het andere te verkopen licht, mijn mooie liefste kostbare parel”
In zijn stem zit een zo grote kracht dat ik niet anders meer wil en kan, dan dat gewoon aan te nemen!
Geborgen in veiligheid, laat ik me koesteren in de kom van zijn handen.
Ik laat me kussen en beminnen.
Mijn glans is de weerkaatsing van zijn glans!
Mijn wit, waarin de regenboog danst, is de weerschijn van zijn rode bloed.

Ja, ik ben geliefd,
Bemind,
Gewild,
Ik ben een parel van grote waarde.

*Opgedragen aan mijn zussiedinnetje Monique*