Onderweg.

In onze twee kerken, NGK en GKv leeft het verlangen naar samengaan tot weer één kerk.
Een in het leven geroepen regiegroep heeft in een zorgvuldig opgestelde folder; ‘Onderweg naar één kerk’ hun visie op deze eenwording verwoordt in oa
zes punten.
De vraag aan ons als gemeente is daarop te reageren;
Wat vindt je van deze punten?
Wat zie je als de belangrijkste punten?
Mis je iets?
Welk punt vind jij voor onze kerken de grootste uitdaging?

◦ Jezus Christus centraal, Gods woord in het midden.
◦ Veelkleurig, en toch één in genade.
◦ Met ruimte voor iedereen.
◦ Begaan met de wereld.
◦ Samen met alle gelovigen.
◦ In een gemeenschap van kerken.

https://ngk.nl/wp16/wp-content/uploads/2019/01/Verlangen-naar-een-nieuwe-kerk.pdf

Het gaat mij in dit schrijven vooral over het eerste punt.
Bij het lezen van alle zes denk ik namelijk al meteen: ‘de punten 2 t/m 6 vloeien toch voort uit punt één;
‘Jezus Christus centraal’?

En dan mis ik in dat punt toch ook wel weer iets.
‘Jezus Christus centraal’
Het klinkt zo vanzelfsprekend, Hij is onze redding, in Hem leven wij, bewegen wij en zijn wij.
Natuurlijk geloven we dat!

Het is vooral die vanzelfsprekendheid die wringt bij mij.
Het klinkt bij mij te algemeen, als een uit het hoofd geleerd refrein, met als gevolg;
‘wanneer we geloven dat Jezus Christus voor onze zonden gestorven is gaan we nu het volgende doen: 2,3,4,5,6.’

Op één van de avonden georganiseerd om oa deze punten te bespreken, gingen we in groepjes uiteen waarna we daarna deelden wat voor jou groepje de belangrijkste twee punten waren.
Punt 1 werd niet één keer genoemd!

Vandaar mijn eigen punt: ‘Jezus Christus centraal’ als enige en grootste punt van uitdaging, want:

    Wat houdt dat dan in dat Hij voor mij stierf?

    Wat zegt het mij in het leven van alledag?

    Wat betekent leven, bewegen en in Hem zijn voor mij?

    Leef ik Hem zoals Hij mij leeft?

    Beweeg ik in Hem zoals Hij verlangt in mij te bewegen?

    Ben ik in Hem zoals Hij in de Vader is?

Mijn pijn in onze kerk is het algemeen aangenomen feit dat Hij voor ons stierf.
Prachtig en helemaal waar, maar dat is het niet alleen!
Hij stierf ook om ons uit een macht die ons gevangen hield te bevrijden.
Hij stierf om de ketenen van deze macht, Satan en de zonde, te verbreken.
Hij stierf de dood, en verbrak daarmee de macht van de dood.

Ik ben wel eens bang dat dit als veel te zware kost terzijde geschoven wordt.
Het gevolg is dat de punten 2-6 ons meer liggen dan punt 1.
Maar zonder Jezus Christus zijn de punten 2-6 nou juist zware kost.

Het kauwen en herkauwen van ‘Jezus Christus centraal’ zou mijns inziens veel meer smakelijke vruchten voortbrengen dan nu het geval is.
Zonder dat zijn we een club van doeners, waar maar weinig wervingskracht van uit gaat.

Mijn gebed en verlangen is een kerk die gezeten aan de voeten van Jezus steeds opnieuw en opnieuw het verhaal van Hem horen wil;’ wat deed U daar aan dat kruis?
Een gemeenschap die zelf vervolgens niet uitgepraat raakt over het grootste wonder van alle tijden; ‘Jezus stierf en ik met Hem.
Jezus stond op uit de dood, en ik met Hem!’

De Bijbel zegt dat de ganse schepping uit ziet naar het openbaar worden van de kinderen Gods, en dat wat hen beweegt.
Of liever gezegd; ‘Wie beweegt hun?’

Nou, ga er maar een goed voor zitten, dan zal ik je dat vertellen…

‘Leaving Neverland’ achter de voordeur.

Het openbaar maken van seksueel misbruik door vooraanstaande personen als Michael Jackson en R.Kelly is zeker toe te juichen.
De slachtoffers die jaren lang, al dan niet onder druk en uit schaamte en schuld, hun mond hebben gehouden, hebben recht op een luisterend oor.
Iedere hoorder van een geweldsdelict als seksueel misbruik is gedwongen een keus te maken tussen het slachtoffer geloven of het verhaal afdoen als onzin.
Een reactie als de dader te vuur en te paard verdedigen is een bijzonder pijnlijke geschiedenis.

Afschuw over deze feiten brengt tevens een ander fenomeen aan het licht.
Naar aanleiding van het bekend worden van seksueel misbruik door artiesten en allerlei andere beroemde figuren uit de showbusiness bestaat de mogelijkheid dat we in de kerk gaan denken of zelf geloven, dat seksueel misbruik ‘onder ons’ niet voorkomt.
Dit ontkennen of negeren is desastreus voor de hele kerk.

Omdat hiermee de leugen bedekt wordt op een plek waar die juist ontmaskerd moet worden.
Vooral in het huis van God moet de duisternis van een daad als seksueel overschrijdend gedrag of misbruik in het licht gezet worden.
Het wereldse principe ‘zand erover’ moeten we als christenen vervangen met ‘bloed erover’

Door spreekwoordelijk onze kop in het zand te steken, eten we uiteindelijk het stof waar de slang kruipt, en het zal ons verstikken.
Door het ‘horen, zien en zwijgen’ van vooral de leiding van de kerk, zal het zicht op het offer van Jezus vertroebelen, het geluid van het bevrijdend evangelie van de gekruisigde en opgestane Heer verstommen, en de roep om bekering niet meer gehoord worden.

Er zullen ongetwijfeld kerken zijn waar in dit soort situaties correct gehandeld wordt.
Maar al te vaak gebeurt dit niet!
Het slachtoffer, dat eindelijk durft spreken over het verschrikkelijke dat hem of haar overkomen is staat dikwijls in de kou.
Letterlijk en figuurlijk.
Door ongeloof over de aanklacht tegen de dikwijls oh zo charmante dader, wordt het slachtoffer vaak zelf beschuldigd van laster en kwaadsprekerij.
De onkunde op pastoraal vlak van de veelal welwillende pastoraal werkers, dwingt bovendien het slachtoffer al te gauw in de rol van ‘het moeten vergeven’
Het niet gehoord worden van de schreeuw van het slachtoffer duwt deze nog verder in de radeloze wanhoop van het verscheurde ik.
Als gevolg van het niet gehoord en gezien worden, verlaat menig slachtoffer, nog zwaarder getraumatiseerd dan daarvoor, de kerk.

Het is niet ondenkbaar dat de kerk in kwestie nog beledigt of opgelucht is ook, want het probleem, het slachtoffer, is toch zelf weg gegaan, terwijl de kerk het ‘beste met hem of haar voorhad’.
In ieder geval is het zo dat de verantwoordelijkheid in deze situaties maar al te gemakkelijk bij het slachtoffer wordt gelegd.

Is daarmee de kwestie afgedaan?
Verre van dat!
In de kerk is namelijk een groot kwaad bedekt.
Het bederf is niet bloot gelegd maar toegedekt.
De zweer die door Jezus-mensen uitgesneden en behandeld had moeten worden, is met een Jezus-pleistertje beplakt.
Daardoor zal deze zweer door etteren en de hele kerk besmetten.

Wat zou de oorzaak van dit bedekkend handelen kunnen zijn?

In de kerk wordt haast niet meer gesproken over de leugenaar van de beginne, de duivel.
Satan, de verderver.
Diábolus de door elkaar gooier.
Beëlzebub de God van de vliegen.
De verdelger en verleider.
De tegenstander van God en daardoor ook van zijn kinderen.
De vader van de leugen.
Zelfs in de catechismus, het formulier dat op catechisatie vaak uit het hoofd geleerd moet worden, wordt de duivel bijna verzwegen.

Bij oorlogvoering is het van het allergrootste belang de tactieken van de vijand te leren, zodat daarop geanticipeerd kan worden.
Met gevaar voor eigen leven zet het leger spionnen in om met deze kennis de vijand te ondermijnen.

In de kerk van Jezus Christus zien we wonderlijk genoeg een andere beweging.
De vijand is al zó geïnfiltreerd en geaccepteerd dat we zijn leugens niet meer als gevaarlijk zien, maar juist de waarschuwende stem daartegen het zwijgen opleggen.
Waarmee we vooral de Heilige Geest, die ons in alle waarheid leidt, het zwijgen hebben opgelegd.

Wat is daar het gevolg van?
Door zelfveroordeling aangestuurd horen we het geluid van een slachtoffer van ernstige vergrijpen niet meer.
Het stemmetje in onszelf fluistert ons in dat we zelf ook niet altijd even zuiver zijn.
Deze fluisterende leugen overschreeuwt het wanhopig roepen om hulp van het slachtoffer, waardoor deze de rug wordt toegedraaid.

Is voor deze leugen, deze etterende zweer een oplossing?
Jazeker!
Door Jezus te kennen, Hem te leven, Hem op de eerste plek te plaatsen, leren we ook onze vijand kennen.
Satan zal ons voortdurend aanklagen, maar door ín Jezus te blijven krijgt hij geen vat op ons.
In Jezus zijn, laat ons opstaan als verloste nieuwe mensen, vol van zijn Geest.
En die Geest geeft ons onderscheidingsvermogen wanneer het kwaad de kerk bedreigt.

Satan wordt meestal afgebeeld als een rood poppetje met horens, terwijl hij juist komt als een engel van het licht.
We zouden daarom meer voor zijn listen op onze hoede moeten zijn.
Alleen door vol te zijn van de Heilige Geest zal de kerk haar vijand ontmaskeren kunnen en daardoor zuiver blijven.

In plaats van zelf als dader van vuilsprekerij buiten gesloten te worden, kunnen slachtoffers dan in de veilige haven van de gemeente aanleggen, om geheeld en verzorgt te worden.
De gemeenschap van de kerk zal daardoor nog hechter worden, en de geheelde slachtoffers zullen een verrijking voor de kerk zijn.
Zij zullen namelijk weer anderen kunnen helen.

Maar allereerst zal het nodig zijn dat we als kerk terug gaan naar het kruis.
Wat gebeurde daar?
Wie stierf daar en waarom?
Voor wie deed hij dat?
Wat heeft dat gebeuren voor míj te betekenen?

Ik schrijf dit blog omdat ik enkele jaren geleden zelf door het proces van hulp vragen ben gegaan, waarbij ik als dader weg gehoond en genegeerd werd.
De docu ;’leaving Neverland’ speelde zich vreselijk genoeg onder mijn dak en achter mijn eigen voordeur af.
Het zal zich onder vele andere daken en achter vele voordeuren van ogenschijnlijk ‘nette’ mensen voordoen.
Dit in de kerk niet weg te wuiven maakt dat we de verleiding en leugen van de vijand, Satan, eerder zullen herkennen en onderkennen.
Het zal veel schade voorkomen.

Leaving Neverland

Leaving Neverland.

Na het zien van de documentaire ‘Leaving Neverland’ is de wereld in twee groepen verdeeld.
In het AD van vanmorgen staat te lezen dat de reacties op de ‘pedodocu’ ook in Nederland zeer divers zijn.
Vol ongeloof het afschuwelijk onbegrijpbare toch moeten geloven, of vol ongeloof het afschuwelijk onbegrijpbare ontkennen.
Beide reacties zijn te verklaren.

De reacties van slachtoffers van sexueel misbruik zijn niet meer of minder heftig dan die van degene die het misbruik door the King of Pop ontkennen.
Tussen beide groepen zijn verschillende overeenkomsten,allereerst het roepen om aandacht.

Schuld en schaamte over ‘Het geheimpje’ heeft slachtoffers de mond gesnoerd, totdat het niet meer anders kan dan vol schroom dat wat vanbinnen kapot vreet naar buiten te brengen.
Vervolgens wordt hun de mond gesnoerd door het andere kamp, degene die zich geroepen voelen the King of Pop, Michael Jackson, (of welke andere dader ook)te verdedigen.

In één van de ontkennende reacties staat: ‘knap dat je dat allemaal nog precies weet, ik herinner me bijna niets meer van toen ik zeven was.’
Geloof me, misbruik is tot op detail te herinneren.
Het is als een tot op de komma nauwkeurig in de ziel opgetekend verhaal.

De Bijbel geeft het antwoord op de vraag waarom seksuele zonde zo diep ingrijpt, en daarom van een heel andere orde is, sexuele zonde is een zonde tegen het eigen vlees.
Het is een aantasting van het eigen ik, daarom is sexueel misbruik zo vernietigend en desastreus.
Het is een geweldsmisdaad die het eigen ik van het slachtoffer kapot maakt.

Daarmee is iets van de verwarring en heftigheid te verklaren aan beide kanten.
Voor de slachtoffers, omdat zij in hun diepste ‘zijn’ zijn aangetast, voor de ontkenners omdat iemand die dit zelf niet heeft meegemaakt nog niet een millimeter bevatten kan wat de ander voelt.

Voor beide is het net zo schokkend te geloven wat er gebeurt is.
Van slachtoffers is het daarom te begrijpen dat men het zelf ook eerst jaren lang ontkent.
Het is té erg, dat wat er gebeurt is.
Omdat het té erg is, wordt het in veruit de meeste gevallen door de omgeving met ongeloof ontvangen.
Zelfs weg gehoond en bespot.
Omdat de omgeving liever de andere kant op kijkt, blijven slachtoffers niet zelden geïsoleerd achter.
Ook daar zit dus een overeenkomst, het slachtoffer heeft zich jarenlang van zich zelf afgewend, vervolgens wendt de hoorder zich af, wanneer het slachtoffer niet anders meer kan dan voor de waarheid van zijn/haar geschiedenis aandacht vragen.

Een andere schokkende overeenkomst is: in beide groepen zitten zowel slachtoffers als daders.
Wat nog erger is, slachtoffers worden vaak zelf dader en maken op hun beurt weer nieuwe slachtoffers.
Een algemeen bekende uitspraak is:’ Hurt people, hurt people.’
( bezeerde mensen bezeren mensen’)
Ten diepste scharen de hoorders die zich afwenden zich bij de daders, omdat niemand ingrijpt om verder misbruik van de oorspronkelijke dader te voorkomen.

De eerder genoemde overeenkomsten komen beide voort uit schuld en schaamte.
Het antwoord van de omgeving is meestal: ‘ ieder heeft zijn eigen verantwoordelijkheid.’
Daarmee wassen we onze handen in onschuld, waarmee we in feite de schuld bij de ander leggen, die vervolgens ook zijn handen weer in onschuld wast, waardoor de kring rond is.

De waarheid is dat we allemaal zowel dader als slachtoffer zijn van wat we wel of juist niet hebben gedaan en daarom ieder persoonlijk gevangen zitten in een macht waartegen we niet zelf opgewassen zijn.
Beide,zowel het slachtoffer als de ontkenner of dader kunnen er niets aan doen.
Elkeen zit gevangen in een macht groter dan zichzelf waarin de confrontatie met eigen schuld en schaamte zeer pijnlijk is.
Omdat we niet in de gaten hebben dat we gevangen zitten, houdt de gevangenisbewaarder, Satan, dat wat we liever vermijden in stand.
Omdat we zelf onmachtig zijn de cirkel van schuld en schaamte te doorbreken, zal deze zich steeds meer en meer sluiten.

Het geniepige van Satans’ tactiek is ons voortdurend op onze eigen verantwoordelijkheid te wijzen, door ons iedere keer onze schuld voor te houden.
Daarna biedt hij ons een waskommetje waarin we onze schuldige handen in onschuld wassen kunnen.
Even voelen we ons weer wat beter, eventjes maar.
Daarna begint het ritueel weer overnieuw.
Een ritueel waarvan Satan nooit moe zal worden maar ons volledig uitput.

Wat is het antwoord op de vraag: ‘hoe dan wel?’
Dat is een Persoon, Jezus!
Hij keek niet weg maar ging de confrontatie aan met de macht achter onze schuld en schaamte.
Hij keek het monster achter deze vloek, die ontkenning en isolatie teweeg brengt in de bek, en werd daardoor zelf ontkend, geïsoleerd en verslonden.

Het kostte Jezus, de Zoon van God, alles om Satan zijn miezerige waskommetje uit handen te slaan, om ons in het badwater van geloof volledig rein te wassen.
Helemaal!
Niet maar voor even, maar voorgoed.
Hij was ook de enige die dit kon, omdat Zijn macht die van Satan oneindig ver overstijgt.

Op Golgotha droeg Jezus elke schuld, Hij stierf er zelfs aan.
Ogenschijnlijk ging Hij ten onder aan deze vloek, maar het omgekeerde is waar.
Het Evangelie van Jezus Christus is een geschiedenis met een nieuw begin!
In Zijn dood werd de dood zijn macht ontnomen, in Zijn opstanding begon een nieuw leven.
In Zijn Neverland wordt never en nooit meer gepraat over schuld en schaamte.
Eigen verantwoordelijkheid betekent daar nog maar één ding:
‘aanvaard je dat Jezus ook voor jou schuld en schaamte betaald heeft of draag je het liever zelf mee?’

Voor wie de verantwoordelijk aan Jezus geeft begint een nieuwe overeenkomst:
‘Jezus droeg mijn schuld’
‘Jezus droeg mijn schaamte’
Alleen Hij kan écht helen, wat voor schuld je nu ook meedraagt, welke schaamte je nu nog neerdrukt!
Er is door Zijn offer namelijk geen schuld meer, de prijs is betaald.
Alleen wanneer we ons, slachtoffer én dader, buigen aan de voeten van Jezus, kunnen we als geheelde mensen anderen helen.

Welk een vriend is onze Jezus,
The King of Freedom…

The Sycaminetree

Wanneer Jezus het thema van de onderlinge vergeving aan snijdt, zegt Hij zeven maal zeven maal te vergeven.
Als reactie antwoorden de apostelen; ‘geef ons geloof’
Met andere woorden: zonder geloof is het onmogelijk zeven maal zeven maal te vergeven.
Ze stellen het voor alsof voor het vergeven van dat wat een ander je heeft aangedaan, vast een groot geloof nodig is.
Vandaar de vraag; ‘geef ons geloof om zó te vergeven zoals u het ons opdraagt.’
Zeven maal zeven maal…ik geef het je te doen.

Krenking kan enorm veel pijn doen.
Alles is ons roept om vergelding en wraak.
Omgaan met pijn ons aangedaan is vaak zo confronterend, dat we om de pijn maar niet te voelen een dikke muur om die pijn heen bouwen.
In plaats van ermee omgaan worden we boos en bitter.
Voor ons gevoel is boosheid, wrok en bitterheid gemakkelijker te hanteren dan pijn, en vaak vinden we dat we recht hebben op die bitterheid.
Het gevolg is desastreus, omdat de bitterheid ons het zicht verblind.
Zonder het te beseffen, houdt de ander en dat wat de ander ons heeft aangedaan gegijzeld.
Of liever gezegd, de macht die achter de krenking zit houdt ons gevangen.
We koesteren, vaak onbewust, onze pijn die daardoor uitgroeit in wrok en bitterheid.
En dat is nou juist de bedoeling van de macht die ons gevangen houdt, Satan.
Zijn doel is dat we voortdurend in beslag genomen worden met dat wat ons is aangedaan, waardoor we uiteindelijk verzuren en verbitteren.
Deze bitterheid gaat vervolgens anderen om ons heen pijn doen.
Bezeerde mensen bezeren op hun beurt andere mensen.

Dan kan het zomaar gebeuren dat in de gemeente tien bezeerde mensen zelf weer tien mensen bezeren, die op hun beurt ook weer tien mensen bezeren.
Totdat we een gemeenschap zijn waar we de liefde van Jezus wel hoog in het vaandel hebben, maar het een holle frase is geworden.
We belijden ons geloof in Jezus als de Zoon van God, maar leven dat geloof niet.
Onmachtig zelf deze muren te doorbreken kunnen we ons gebrek aan geloof zelfs aanwenden als een excuus voor onvergevingsgezindheid.
Wanneer we ervan uitgaan een groot geloof nodig te zijn om zeven maal zeven maal te vergeven, zouden we ons met een zeker recht achter dit excuus verschuilen kunnen.
‘ Heer, U vraagt dat nu wel van mij, maar U begrijpt toch wel dat ik dat niet opbrengen kan?
Weet U wel wat me is aangedaan en hoe diep dat zeer zit?’

Het antwoord van Jezus laat zien dat Hij, juist Híj, exact weet hoe diep de pijn zit!
Hij begrijpt het volkomen.
Hij weet dat we ons onmogelijk zelf bevrijden kunnen uit de gijzeling van pijn en zeer.

Luister maar naar wat Hij zegt:
‘Wanneer je het geloof van een mosterdzaadje hebt, zeg je tot de Moerbeiboom; ‘wordt ontworteld en werp u in de zee’ en hij zou u gehoorzamen!’

Nu wordt de moerbeiboom meerdere malen in beeldspraak genoemd in de Bijbel.
In de KingJames vertaling wordt in dit gedeelte gesproken over de Sycaminetree.
Om niet in een bomenuitleg over de uitgebreide familie moerbeibomen te belanden, veroorloof ik me de vrijheid deze Sycaminetree te vertalen als ‘de Ziekmaakboom.’
Jezus heeft het hier namelijk over een boom die ogenschijnlijk een Vijgenboom lijkt, maar waarvan de vruchten bitter zijn, en alleen gegeten worden door arme mensen.
De wortels van deze Ziekmaakboom hebben van alle bomen één van de diepste wortelstelsels.
Het hout van de Ziekmaakboom werd vooral gebruikt voor het maken van doodskisten…!
Wat de Ziekmaakboom verder onderscheidt is; hij wordt niet zoals alle andere vruchtbomen in de wereld bevrucht door de bijen maar door de angel van de wesp…!

We begrijpen nu des te meer waarom Jezus als antwoord op de vraag; ‘geef ons meer geloof, want het is zo verschrikkelijk moeilijk om te vergeven’ zegt; ‘het geloof van een mosterdzaadje is genoeg de Ziekmaakboom te gebieden te ontwortelen en zich in zee te werpen.

De wortels van deze boom vreten zich steeds dieper in ons leven in en houden ons gevangen in een binding met datgene wat ons zo gekwetst heeft.
De bittere vruchten van deze boom maken ons ziek en houden ons geestelijk arm wanneer we daar van blijven eten.
De bitterheid maakt zo ziek dat het ons ‘sixfeet under’ brengt omdat het ons leven vergald en verkort.
Iedere keer wanneer we het erover hebben of het in gedachten brengen verstoord het onze rust en jaagt het ons, als door een wesp gestoken op.
Onze emoties schieten heen en weer, de adem stokt ons in de keel en doet onze hartslag versnellen.

Maar Halleluja Amen, Jezus geeft ons het antwoord op deze vergiftiging.
Hij zegt dat geloof zo klein als een mosterdzaadje al genoeg is om te kunnen vergeven.
Oorspronkelijk staat er ‘loslaten’
De pijn loslaten.
‘ Let it Go’
Dat maakt dat de binding met de pijn verbroken wordt, de muren van bitterheid die ons hart doen verstenen vallen neer.
We kunnen helen van de pijn ons aangedaan.

Daar is dus geen groot geloof voor nodig, maar geloof zo klein als het mosterdzaadje is genoeg, omdat Jezus daar kracht aan verleend.

Heb je moeite met deze Ziekmaakboom?
De oplossing vind je in een andere boom, de boom op Golgotha.
Zie hoe de Zoon van God hangend aan het hout van deze boom Zijn leven gaf en elke bitterheid meenam in het graf.
Ook jou bitterheid.
Ook mijn bitterheid.
Op de derde dag stond Hij op uit de dood en nam ons met zich mee in die opstanding.
Hij zoekt jou en mijn hand om al wandelend het graf achter te laten en in de Olijfhof de rijke volle vruchten van de boom des Levens te eten.

Wanneer we ons met Zijn helende olie laten zalven, worden we zelf een bron van vreugde die anderen in Zijn naam helen kunnen.
Zo gemeente te zijn, wat een kracht gaat daar vanuit!

Het begint door in (mosterdzaadjes) geloof te gaan spreken tegen de Ziekmaakboom…

‘Ziet toe op uzelf! Indien uw broeder zondigt, bestraf hem, en indien hij berouw heeft, vergeef hem. En zelfs indien hij zevenmaal per dag tegen u zondigt en zevenmaal tot u terugkomt en zegt: Ik heb berouw, zult gij het hem vergeven. En de apostelen zeiden tot de Here: Geef ons meer geloof. De Here zeide: Indien gij een geloof hadt als een mosterdzaad, gij zoudt tot deze moerbeiboom zeggen: Word ontworteld en in de zee geplant, en hij zou u gehoorzamen.’
‭‭Lucas‬ ‭17:3-6‬ ‭NBG51‬‬
https://www.bible.com/328/luk.17.3-6.nbg51

‘And the Lord said, If ye had faith as a grain of mustard seed, ye might say unto this sycamine tree, Be thou plucked up by the root, and be thou planted in the sea; and it should obey you.’
‭‭Luke‬ ‭17:6‬ ‭KJV‬‬
https://www.bible.com/1/luk.17.6.kjv

Spreekrecht

Geciteerd alsof het een tekst uit de bijbel is, hoor je nogal eens de spreuk ‘Bid en werk’ voorbij komen.
Deze spreuk komt waarschijnlijk van de monnik Benedictus van Nursia.
Deze monnik uit de zesde eeuw schreef een serie leefregels voor mensen die uit het klooster wilden treden, waaronder het bekende ‘Ora et Labora’

Nu is er op zich natuurlijk niets mis met deze uitspraak, en met werken zeker niet.
Waar het verdrietig genoeg een beetje scheef gaat is dat we als christenen vaak meer affiniteit hebben met werken, dan met bidden, en daar deze spreuk als leidraad voor aangeven.
Alleen, het staat nergens in de Bijbel!
En daar ben ik persoonlijk zó blij mee!
Op geen enkele plek in de Bijbel wordt bidden namelijk verbonden aan werken.
En dan bedoel ik, werken voor de Heer.
Wel worden we op vele plekken opgeroepen om te bidden.
Sla er de concordantie op na, dan zie je een lijst van tweeënhalve bladzijde bijbelgedeeltes waar het over bidden gaat.

Opvallend is dat we vaak niet zo weten wat we met het briefje van Jacobus aan moeten.
Luther, die door de Bijbel zelf te lezen, weer ontdekte dat het niet om rechtvaardiging door werken maar door rechtvaardiging door geloof ging, stelde zelfs dat we met Jacobus de kachel aan moeten maken.
Vaak wordt verondersteld dat het een ‘werkboekje’ is, vandaar dat het veelal ongelezen blijft liggen.
Ten onrechte!
Want laat het nou net Jacobus zijn die zo krachtig oproept tot gebed!
In de vijf hoofdstukken van zijn brief draagt hij de gemeente acht keer op te bidden.
Het meest beloftevol dat hij over het gelovige gebed zegt is:
‘het gebed van een rechtvaardige vermag veel doordat er kracht aan verleend wordt’ (Jac.5:16)

Vervolgens noemt hij ons als voorbeeld Elia,
‘hij was een gewoon mens als wij, en hij bad een gebed dat het niet regenen zou, en het regende niet op het land drie en een half jaar.
En hij bad opnieuw en de hemel gaf regen’

Wanneer ben je een rechtvaardige, zou je je af kunnen vragen.
Het antwoord geeft Paulus zo mooi in 2 Korinthiërs 5:21
Hem, Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij voor ons zonde gemaakt, opdat wij de rechtvaardigheid Gods zouden worden in Hem!

Luther noemde dit de vrolijke ruil; Hij mijn zonde, ik Zijn gerechtigheid!
Wat een genade, ik ben door Hem, Jezus, rechtvaardig verklaard.
Deze rechtvaardigheid, het zonder zonde voor Hem mogen staan, ontvang ik alleen door geloof.
Op Goede Vrijdag is mijn zondige ik met Hem mee gekruisigd en gestorven.
Op de Paasmorgen ben ik met Hem als nieuwe schepping opgestaan .

Uit dankbaarheid ga ik nu voor Hem aan het werk…toch?
Inderdaad, vanaf nu is het hard werken voor Hem!
Hoe?

In het begin zien we God ook aan het werk.
Hij schiep hemel en aarde.
In Genesis 2:2,3 staat:
Toen God op de zevende dag het werk voltooid had, dat Hij gemaakt had, rustte Hij op de zevende dag van al het werk dat Hij gemaakt had.
En God zegende de zevende dag omdat Hij daarop rustte van al het werk dat Hij daarop scheppende tot stand had gebracht.

In het eerste hoofdstuk staat geschreven over dat scheppen van God.
Hoe deed God dat, hoe volbracht Hij deze klus?
Werkte Hij zich in het zweet om dat alles tot stand te brengen?
Integendeel, bij iedere scheppingsdaad lezen we;’ en God zeide…’
Hij sprak en het was er.
Zijn werken was spreken.

Mijn werken voor de Heer mag daarom ook spreken zijn.
Dat is het werk waar Hij naar uitziet, dat ik Hem naspreek in hoe Hij over mij denkt en wat Hij over mij zegt: ‘Ik ben de gerechtigheid Gods in Hem’
Omdat Hij het zegt!

Zodra Satan met zijn aanklacht komt en ik in (zelf)oordeel dreig te verdrinken, ga ik meteen hard aan het werk.
Niet om uit schuldgevoel zelf iets te verdienen, maar om in Zijn rust te blijven omdat ik de gerechtigheid Gods ben in Hem’

Dat is het omgekeerde werken.
Het is werken om in de rust van het Koninkrijk Gods te blijven.
Het Koninkrijk waarin het niet draait om eten en drinken, maar om Rechtvaardigheid, Vrede en Blijdschap door de Heilige Geest.

Zelfs…

Van alle 150 psalmen is psalm 23 waarschijnlijk de meest bekende psalm.
Misschien over heel de wereld op begrafenissen wel het meest geciteerd.
‘De Heer is mijn herder’ prachtige woorden die spreken over een God die Herder is.
Gedicht door David die als herder in de velden rond Bethlehem de schapen van zijn vader weidde, en elke leeuw en beer die zijn kudde bedreigde doodde.
Daar in de buitenlucht tussen zijn schapen werd hij zelf een schaapje en bezong hij zijn eigen herder; God, de schepper van hemel en aarde.
God, die het hem aan niets doet ontbreken, en hem neer laat liggen in een groene wei langs rustig water.
Die God die zijn ziel tot rust brengt wanneer iedereen om hem heen hem op de huid zit.
Die God die hem op het rechte pad leidt tot eer van Zijn naam.

David zingt:’ zelfs als ik door het ravijn loop, met overal om me heen loerende ogen, wachtend op een moment me aan te vallen, zelfs wanneer rovers klaar staan me te beroven, zelfs dan wanneer ik in het duister van de nacht niets om me heen zien kan, zelfs dan ben ik niet bang!
Waarom niet?
Omdat mijn Herder bij me is, hij gaat voorop, ik hoef hem alleen maar te volgen.
Niemand durft mij nog aan te vallen, omdat ze mijn Herder zien.
Aan zijn stok en staf in zijn handen weet iedereen dat met hem niet te spotten valt!
Terwijl mijn vijanden me bestormen bereidt mijn Herder een heerlijke maaltijd en nodigt me voor het oog van mijn tegenstanders aan zijn tafel, om met hem te eten en drinken.
Terwijl ze me van alle kanten aan willen vallen zit ik rustig met mijn Herder te genieten van het speciaal voor mij gemaakte feestmaal.
Hij masseert mijn schouders met zoet geurende olie en vult mijn beker met kostelijke wijn.
Iedere dag omringt mijn Herder mij met zijn goedheid en zorg, hij slaat geen dag over.
Ik ben altijd in zijn gedachten, geen moment verliest hij mij uit het oog.
Daarom is het zo fijn om bij hem te zijn, mijn Herder die me geen moment uit het oog verliest!’

Durf ik David nazingen in zijn lied over zijn Herder, die ook mijn Herder is?
Vertrouw ik hem zo dat ik mijn eigen psalm 23 schrijf?

‘Zelfs wanneer iedereen over me heen valt, de instanties me op de huid zitten, mijn lijf het laat afweten, vrienden me verlaten, wanneer ik niet aan de eisen van de wereld voldoe, en ik bang gemaakt wordt met allerlei ‘what if’s’, ik heb een Herder die voor me zorgt.
Ik hoef nergens bang voor te zijn, want zelfs in het dal waar de schaduw van de dood me omringt, beschermt hij mij.
Het is juist spannend daar te zijn, omdat ik uitzie naar wat mijn Herder gaat doen.
Laat die beren en leeuwen maar komen, ik ben benieuwd hoe mijn Herder hen met zijn stok en staf te lijf gaat!

Het is heerlijk om aan het klaterende beekje in de groene wei met hem te liggen, maar hier in het dal waar mijn vijanden loeren en de rovers klaar staan me te bespringen wordt het pas echt leuk met hem!
Terwijl ik om me heen op mijn verantwoordelijkheid gewezen wordt om mijn situatie zelf in de hand te houden, ben ik niet bang wanneer mijn Herder me het donkere enge dal in leidt.
Zelfs wanneer ik gewaarschuwd word dat me in het dal het vuur aan de schenen wordt gelegd, ik wandel rustig achter hem aan.
Als mijn Herder voorop gaat waarom zou ik dan twijfelen aan zijn zorg voor mij?
Hij zorgde voor mij in de groene wei, hij zal dat ook doen in het enge bos.
Ik zie uit naar zijn brullen als een leeuw voor mij!
Ik zie uit naar hoe hij mijn belagers met zijn zwaard doorsteekt om mij bij terugkomst het hoofd van mijn vijand aan te bieden en het mijn eigen overwinning noemt!

Alles wat ik hoef te doen is stil te zijn, in rust te wachten, voor hem te buigen en hem te aanbidden.
Mijn Herder,
Jezus…’