Samen op de Weg

Een navolger van Jezus Christus noemt de Bijbel Christen en dat ben ik ook, Christen.
Ondanks dat ik graag naar de kerk ga ben ik daarom niet automatisch een kerkmens, tenminste niet op die manier dat ik, omdat ik bv Gereformeerd ben, een Gereformeerde Christen ben.
Alhoewel het woord Gereformeerd of Reformatorisch (daar worden alle Gereformeerd en Hervomde kerken onder geschaard) me wel erg aanspreekt; betekent Christen zijn voor mij opnieuw gevormd, opnieuw geboren, dat waar Jezus het met Nicodemus over heeft.
Hervormd door de vernieuwing van mijn denken.
Vroeger een zondig mens vol schuld en schaamte, nu de gerechtigheid Gods in Jezus Christus.
Ik geloof dat Jezus dood aan het kruis mij vrij gekocht heeft uit de macht van de zonde waardoor ik als wedergeboren mens gereformeerd ben en hervomd wordt naar het beeld van Jezus.
Van dood naar leven, van oud naar nieuw.
Maar hetzelfde zou ik kunnen zeggen wanneer ik naar een Evangelische kerk ga.
Dan betekent dat plakkertje niet dat ik een Evangelisch Christen ben, ik ben Christen en ga naar een Evangelische kerk.
Precies eender is het als ik bij de Rooms Katholieke kerk ingeschreven zou zijn.
Met andere woorden; ik ben Christen, een navolger van Christus en niet van een kerk, dominee, voorganger of pastoor.
Van nature heb ik altijd al een beetje allergie voor al die afkortingen en plakkertjes.

Toch heb ik natuurlijk wel zo’n plakkertje, omdat ik lid ben van een bepaalde kerk.
Ik hou van die kerk, niet om de naam daarvan, maar gewoon omdat ik van de kerk houd als instituut waar het Evangelie wordt verkondigd.

In mijn leven als Christen heb ik in diverse kerkgenootschappen een plekje warm gehouden.
Eerlijk, ik ben niet zo goed in koetjes en kalfjes gesprekken, ik vind het veel fijner om met Christenen van allerlei kerken het Jezus’ leven te delen.
Dan vallen mij verschillende zaken op.
Ik praat dan over ervaringen als Christen in zowel de Reformatorische, de Evangelische en Rooms-Katholieke kerk in het algemeen, niet over die of die kerk speciaal.
Het is wellicht iets gechargeerd, een manier om duidelijk proberen te maken wat ik bedoel.

Gereformeerd en als kind gedoopt en opgevoed Christen heb ik, zoals van me verwacht werd ‘Belijdenis des Geloofs’ gedaan waardoor ik vanaf toen ook deel mocht nemen aan het Heilig Avondmaal.
Op zich stuitte het mij tegen de borst dat ik daarvoor eerst dat papiertje moest halen, tenminste zo voelde het voor mij.
Ik wil niet denigrerend doen over doop en belijdenis en al evenmin over de formulieren achterin ons gereformeerd Bijbeltje.
Alleen vraag ik me bij elke religieuze of godsdienstige regel altijd af; ‘waar staat dat in de Bijbel?’
Toch, omdat ik bij de kerk hoor voegd(e) ik me naar de regels van die kerk alhoewel ik verlang naar meer van het Woord alleen.

In de Reformatorische kerk of zoals dat ook wel eens genoemd wordt, Traditionele kerk is men trots op de kinderdoop.
In de Evangelische kerk is de volwassen of grootdoop meer gebruikelijk, een gebeuren dat in de Reformatorische kerk meestal ‘overdoop’ wordt genoemd.
‘Overdoop’…daar klinkt iets van afkeuring in door.
Men zegt vaak; ‘je bent als kind al gedoopt, waarom moet je dan later nog eens gedoopt worden?’
Of nog scherper; ‘hebben wij het als ouders of als kerk dan verkeerd gedaan?’

In Evangelische kringen worden kleine kinderen dus niet gedoopt maar opgedragen en legt men geen Belijdenis des Geloofs af maar in principe zegt men bij de Volwassendoop hetzelfde als bij het Belijdenis doen;
‘Ik geloof in Jezus Christus’

Ik wilde het wel eens beleven bij de Evangelischen, dus ging ik jaren geleden op Goede Vrijdag naar één van hun diensten.
Mijn verwachting was dat het er in ieder geval wat vrolijker aan toe ging dan bij ons, meer Halleluja prijs de Heer!
Dat mistte ik wel wat in mijn eigen kerk.
Ik hoopte dat men blij zou zijn met mijn komst en we mooie gesprekken over Jezus zouden hebben.
Het werd een een grote afknapper!
De eerste de beste en ook enige vraag die me gesteld werd was; ‘ben je al volwassen gedoopt?’
Alles in mij steigerde!
Niemand vroeg me; ‘Wie is Jezus voor jou?’
Moest ik bij de Reformatorischen voldoen aan het regeltje ‘eerst belijdenis doen’ en dan telde ik pas mee, hier moest ik net zo goed eerst weer een door de kerk geplaatst hekje, wilde ik erbij horen.
Het kwam er op neer dat ik nergens aan mee kon doen en pas Heilig Avondmaal mee mocht vieren nadat ik volwassen gedoopt was.
De tussenliggende periode werd ik als het ware gedoogd en probeerde men mij te bekeren tot de volwassendoop.
Ik was zó teleurgesteld!

Wat me daarin zeer doet is dat we naar en over elkaar dat doen en zeggen waarvan we niet willen dat de ander dat over ons zegt en doet.
In de Reformatorische kerk doet men wat neerbuigend over de vrijheid en het ‘in de Heer’ zijn bij de Evangelischen, andersom gedraagt de Evangelische kerk zich wat arrogant over het net iets beter te denken begrijpen wat bekering inhoudt dan de Reformatorischen dat doen.

Ik heb families uit elkaar zien gaan omdat van huis uit Gereformeerd en/of Hervormd opgevoedde kinderen zich later in een Pinkster of Baptisten kerk door onderdompeling lieten dopen.
Kinderen laten zich stiekem dopen, al dan niet de ouders verwijtend het verkeerd te hebben gedaan, of ouders weigeren bij de ‘overhoop’ van hun kind aanwezig te zijn omdat ze de volwassen-doop van hun kind als afwijzing van hun zelf zien.
Ik hoor Evangelische Christenen vaak zeggen; ‘dat snappen ze immers toch niet in de traditionele kerk…’

Omdat ik momenteel lid ben van een Gereformeerde kerk vraag ik dan wel eens wat ondeugend; ‘gunnen jullie ons de Heilige Geest eigenlijk wel want het lijkt net alsof jullie daar het alleenrecht op hebben.
Misschien hebben wij daarom de Heilige Geest niet omdat jullie hem tussen jullie muurtjes gevangen houden.’

Dan hebben we natuurlijk nog de Rooms Katholieke kerk.
Met Christenen uit alle plaatselijke kerken hebben we afgelopen voorjaar een feestelijke dag georganiseerd vandaar dat ik me voornam die kerken ook zelf te gaan bezoeken.
Omdat mijn hart uitgaat naar Oecomene en al die naampjes me benauwen, ging ik daarom een paar keer naar de Rooms Katholieke kerk.
Wat schets mijn verbazing, ik kwam erachter dat, (zo is mijn ervaring) het overal hetzelfde is!
Ook in de Rooms Katholieke kerk moet ik eerst een hekje door eer ik aan de Eucharistie mee mag doen.
Volgens de Rooms Katholieken benoemen andere kerken de Maaltijd des Heren al verkeerd door het het Heilig Avondmaal te noemen.

Bezeerd om deze starre houding vroeg ik aan de pastoor hoe het mogelijk is dat we dezelfde Heer Jezus belijden en toch niet samen aan zijn voeten kunnen zitten.

Dat vraag ik mij namelijk dikwijls af; hoe we die eigengemaakte hekjes en zorgvuldig aangelegde dijkjes overbruggen kunnen.
Het zijn in mijn ogen muurtjes die onze angst verbergen waarlijk vrij te zijn.
Kennelijk hebben we moeite met die vrijheid en weten we er totaal niet mee om te gaan.
Nog als Reformatorische, nog als Evangelische, nog als Rooms Katholieke Christenen.
Bevrijd van de regels van die andere kerk, leggen we onszelf toch weer wetten op, wetten met net een ander naampje, maar met dezelfde betekenis.

Kijk, daarom is het zo nodig aan Jezus voeten samen te komen en te luisteren naar wat Hij ons over vrijheid te zeggen heeft.
Wat bedoelt Hij wanneer Hij zegt dat we ín Hem moeten blijven, zodat we veel vrucht dragen?

Wat ik zo verlang is dat de Evangelischen het niet meer beter weten dan de Reformatorischen, die op hun beurt hun argwaan naar de Evangelische vrijheid aan de kant zetten.
Waar ik om bid is dat de Rooms Katholieken hun patent op de Moederkerk opgeven en we daardoor als een drie-eenheid uitkomen bij Vader, Zoon en Heilige Geest.
Ik zie uit…

Gezichtsbedrog; een psalm, een lied, een klacht om recht.

Ik ben zo ontzettend van slag Heer.
Is mijn leven gewoon voor niets?
Is waarvan ik dacht dat ik dat moest doen dan zo zinloos geweest Heer?
Is dat wat ik voor waar achtte alleen maar mijn eigen leugen geweest?
Is dat wat ik als bedrog zie dan toch waarheid?
Is dat wat ik waarneem en bestrijd dan toch de echte wereld?
Heeft dat waar mijn bestaan op rustte nooit recht op bestaan gehad?
Zijn het mijn eigen kreupele knieën die mijn wereld op zijn grondvesten wankelen doet?
Was het dan toch recht me de benen onder mijn leven weg te schoppen?
Is dat wat aan leugen ten tonele wordt opgevoerd dan toch de waarheid?
Is ontrouw het nieuwe trouw?
Is vuil het nieuwe rein?
Is het spel wat er me wordt gespeeld dan toch gewoon zoals het altijd al hoorde te zijn?

Zijn de regels dan verandert Heer?
Had me dat dan gezegd, dan had ik geweten wat u bedoelde met krom recht en recht krom…
Dan ga ik lachen om waar ik nu nog mijn kussen om nat huil.
Dan ga ik huilen om het gemis aan dat wat ik nooit als vermaak heb kunnen zien.

Als het spel nieuwe regels heeft vertel me die dan alstublieft Heer, zodat ik niet langer zelf het spel ben.

Vertel me alstublieft uw gedachten Heer, zodat mijn eigen gedachten tot rust kunnen komen.
Als u zegt dat leugen nu waarheid is dan geloof ik dat.
Als u zegt dat zwart nu wit is, pas dan neem ik dat aan.
Als u zegt dat bedrog beloont moet worden, dan geef ik mij gewonnen aan dat bedrog.
Als u zegt dat wat mijn herinnering heeft bevuilt mijn eigen verkeerd gevormde waarneming is, help me dan mijn herinneringen in uw licht te zien.
Als u dat wat ik abnormaal vind zelf normaal noemt, pas dan ga ik het ook zo noemen.
Als ik het licht voor donker aan zie en het donker voor licht, bezorg me dan alstublieft een nieuwe schakelaar Heer!

Als u zegt dat ik mijn leven voor niets op het spel heb gezet, herstel dan alstublieft dat wat er dood is gegaan.

Pas dan, als u het zegt, pas dan ga ik mee spelen met dat wat ik nu nog als vals spelen zie,
pas dan ga ik recht praten wat ik nu nog krom vind,
pas dan pas ik mijn werkelijkheid aan, als dat dan maar uw werkelijkheid is.

Maar toch Heer, zeg me alstublieft dat leugen niet de nieuwe waarheid is.
Zeg me alstublieft dat dat wat vuil is nog steeds vuil is.
Zeg me alstublieft dat ontrouw nog steeds ontrouw is.
Zeg me alstublieft dat trouw nog steeds trouw is.
Alstublieft Heer, vertel me de waarheid…

Oordeelt niet opdat….

Afgelopen week zag ik een documentaire over R.Kelly, een wereld beroemd en bejubeld R&B artiest.
o.a. zijn hit; ‘I believe I can fly’ is in allerlei kerkdiensten een geliefd en favoriet lied geweest.
Deze R.Kelly wordt sinds enkele jaren door een grote groep vrouwen beticht van tijdens hun tienerjaren begaan sexueel misbruik.
In de documentaire verteld één van deze vrouwen een verschrikkelijk verhaal over een roofdier op jacht naar kinderen.

Ook aan het woord komt o.a. een familielid en tante van van één van de jonge slachtoffertjes, een vrouw die door de rest van haar familie genegeerd en buitengesloten is nadat zij hen ging waarschuwen voor haar neef, R.Kelly.
Zelfs toen een video opdook waarin Kelly zichzelf filmt terwijl hij o.a.het kind in de mond plast weigerde men te geloven wat men met eigen ogen zag.
Deze video wordt nog steeds wereldwijd als vermaak verkocht en bekeken.

In de documentaire wordt ook de aanklager geïnterviewd.
Wat hem en mij zo verbijsterd is dat in dit soort situaties de ruimte waarin roofdieren als Kelly hun perverse fantasieën uit kunnen leven door de directe omgeving gecreëerd wordt.
Dit om zich heen verzamelde leger van jaknikkers is zodanig beïnvloed en gemanipuleerd dat men tot het uiterste gaat in het ontkennen en verdedigen van de meest schaamteloos smerige praktijken van een man als R.Kelly.
Zelfs wanneer dit misbruik op video is vastgelegd, blijft men Kelly aanbidden als hun god.
Wanneer Kelly de rechtbank betreed staat een leger van hysterisch gillende vrouwen en meisjes hem als hun idool toe te juichen en aan te moedigen.
Het verhaal van de slachtoffers wordt volkomen genegeerd en zelfs als belachelijke leugens, klinkklare laster en vuilspuiterij bestempeld.
Dit zegt iets over de macht die zo’n roofdier op zijn omgeving uit kan oefenen en het zegt iets van die omgeving zelf.
Dat men daardoor medeverantwoordelijk is voor de schaamteloze goddeloosheid van een dader als R.Kelly wordt stellig ontkend, want de zonde wordt ontkend.
Men zet Kelly op een voetstuk van onaantastbare onoverwinnelijkheid.

Soortgelijke verhalen staan niet op zichzelf.
De geschiedenis leert dat dit soort verhalen zich keer op keer herhalen.
Een man als Michael Jackson wordt ook nog steeds als popidool vereerd en aanbeden.
De lijst namen van o.a. geëerd, gelauwerd en toegejuichte pedofiele roofdieren is ellenlang…

Wat me verbaasd is dat iedereen wel een moreel oordeel durft vellen over bv een moord, maar wanneer het gaat om sexueel getinte misdaden houdt men over het algemeen liever zijn mond.
Dat dit ook onder gelovigen gebeurt verontrust me nog het meest.

Sexuele zonden worden in de Bijbel anders benoemd dan andere zonden, omdat het een zonde tegen het eigen vlees is.
Ons lichaam is geschapen als woning van de Heilige Geest waarom je des te meer begrijpt waarom over deze zonde anders geoordeeld wordt dan iedere andere zonde.
Rom. 1 en 2 zegt dat wanneer God niet als de schepper van hemel en aarde geëerd wordt, de mens overgeleverd wordt aan zijn eigen sexuele driften.
God zelf geeft de ikgerichte mens dus over aan deze zonde…

Is dat niet meteen de reden van het zwijgen ertoe doen wanneer men geconfronteerd wordt met sexuele immoraliteit; het ikgericht denken waarin God geen rol meer speelt?
Of misschien onder veel kerkmensen nog wel een beetje, maar niet als eerste prioriteit in het leven van alledag.
Deze laksheid ten opzichte van een God die zichzelf als losprijs uit de zondemacht doden liet, om zo de relatie met zondige mensen te herstellen heeft tot gevolg dat we zijn gerechtigheid en rechtvaardiging niet aannemen.
Het gevolg dáárvan is dat we altijd onder schuld blijven leven,
het gevolg dáárvan is dat wanneer we geroepen worden de zonde bij naam te noemen het eigen schuldgevoel ons dat belet,
het gevolg dáárvan is dat ook de gemeente van Jezus Christus wordt vervuild door sexuele immoraliteit, zonde tegen het eigen vlees, zonde waarom de Heilige Geest geen inwoning vinden kan in het lichaam van Christus; de kerk.
Een medegevolg dáárvan is dat daders zich ook in de kerk onaantastbaar achten en slachtoffers zelfs daar niet meer veilig zijn waardoor de kerk medeverantwoordelijk wordt voor sexuele zonden op welk vlak ook.
En is dat nou niet precies het doel van Satan; de betekenis van de dood en opstanding van Jezus Christus teniet doen, zodat de kerk geen vrucht kan dragen.

Wanneer we als gelovigen onder het mom van liefde en genade oordelen als de grootste zonde in de gemeente gaan zien, is het Satan gelukt d.m.v. een bijna waarheid, en dus een hele leugen, de gemeente van Jezus Christus vleugellam te maken.
Vanaf het eerste gesprek tussen de slang en de mens is dat altijd al zijn enige trucje geweest; een leugen vertellen die erg veel op de waarheid lijkt.
Daarom is het van levensbelang ons volledig over te geven aan de God van hemel en aarde.
Ons zijn gerechtigheid en rechtvaardiging toe te eigenen en als een beschermende mantel en schild tegen de stormen en aanvallen van deze tijd aan te trekken.
Zijn Woord te bestuderen en wanneer we het niet begrijpen de Heilige Geest vragen ons Gods woord te doen verstaan.

Wanneer we ons de mond laten stoppen onder het voorwendsel; ‘oordeelt niet opdat gij zelf niet geoordeeld wordt,’ is angst onze leidsman en stellen we onszelf júist onder het oordeel.
Deze woorden hebben nl. nog een vervolg; ‘gij die dezelfde dingen doet!’
De sexuele zonde niet benoemen betekent medeverantwoordelijkheid aan die zonde alsof je deze zelf ook begaat.
Het zwijgen ertoe doen laat de zonde voortwoekeren, waarom we de vraag kunnen stellen: ‘is het genade een zondaar in zijn zonde te laten?’
Bovendien, Gods woord is erg duidelijk over degene die in immorele zonden leeft en daarom geen toegang heeft tot het Koninkrijk van God.
Niet omdat u, jij of ik daarover oordeelt, maar omdat hij zichzelf onder het oordeel heeft gesteld.
Wanneer we er op een verkeerde manier vanuit gaan niet te mogen oordelen laten we degeen die zichzelf onder het oordeel heeft gesteld buiten de genade van God.

Juist wanneer we als gelovige de volle betekenis van genade gaan inzien, begrijpen we des te meer hoe die ander genade nodig heeft.
Dan oordelen we niet over de zondige mens, maar spreken we oordeel uit over het oordeel waaronder de zondaar leeft.

Dat betekent dat we de ander wijzen op Gods liefde en genade voor zondaren, zoals we dat zelf in eigen leven zijn gaan ontdekken.
Dan is het dus nodig dat we als gemeente en als gelovigen onderling allereerst zelf niet meer spreken over schuld maar over Genade in de schuldvrije zone.
Paulus zegt in Romeinen 8; ‘Er ís geen schuld voor degenen die in Christus Jezus zijn!’

Wanneer we dat als kerk van Jezus niet alleen belijden maar vooral gaan leven, trekken we de mensen in nood en de wanhopige zondaar aan als een magneet van liefde.
Echte liefde!
We zijn niet geroepen om de ander te overtuigen van zonde, we zijn wel geroepen een levende brief van Jezus’ liefde voor zondaren te zijn.
Wanneer de Heilige Geest ons beweegt is Hij degeen die overtuigd van zonde en gerechtigheid.
In die volgorde.
Willen we ons als kerk laten vullen met die gerechtigheid?
Dan is iedereen welkom omdat we de ander zo graag willen laten delen in die gerechtigheid zodat de kerk een weldadige oase van rust wordt.
Een plek waar het lam neer kan liggen in dezelfde wei als het tot schaap bekeerde roofdier…

Mijn gebed is dat de gemeente van Christus, Jezus leven gaat.

High tea on Higher ground

Sinds Overgrootoma overleden is staat haar prachtige vitrinekast in de kleine kamer van mijn eigen huurappartement.
Zo’n kast waar geen spijker of schroef aan te pas komt en zo vernuftig en solide in elkaar zit dat je meteen al wel door hebt; zo eentje koop je niet bij Ikea!
Net thuis gekomen van een ingrijpend en emotioneel gesprek sta ik zoals vroeger voor de kast, waarbij me de tranen van heimwee naar Oma over de wangen rollen.
Het antieke glas, waarachter het serviesgoed een veel mooiere inkijk geeft dan het alledaagse glas van nu, betovert mijn zinnen en trekt me mee in een stroom eindeloos kostbare herinneringen.
Als kind kreeg ik er al geen genoeg van me te vergapen aan het tere haast doorzichtige Engels en Chinees porselein naast het meer robuuste aardewerk uit Scandinavië.

Voorzichtig schuif ik één van de grote deuren open.
Het piepend en schurend geluid van het schuiven over de ijzeren rail doet me glimlachen om de haast hoorbare reactie van Oma; ‘ kind, ik moet nodig de rail weer een beetje smeren.’

Soms zou ik de kast voor altijd dicht willen houden om zo de antieke geuren van bijenwas en 4711, het favoriete eau de cologne van Oma gevangen te houden achter de betovering van de glazen ramen.
Ik zou dan af en toe de deuren een ietsepietsie open schuiven en me over geven aan de herinneringen vol vertrouwde geluiden en geuren.
Voorzichtig neem ik het laatst gebruikte flesje 4711 in mijn handen en snuif de herkenbare geur van Oma op.
Ook nu brengt het me terug naar de tijd dat ik s’middags uit school eerst naar Oma ging.


‘Zoals iedere doordeweekse middag zit Oma al op me te wachten en wanneer ze me ziet, licht haar lieve gezicht tussen de altijd bloeiende Orchideeën op van liefde en blijde vrolijkheid.
Ze komt uit haar stoel overeind en zwaait me hartelijk welkom toe.
Door het touwtje uit de brievenbus kan ik zelf de deur open doen en snel hang ik eerst mijn jas en schooltas aan de kapstok.
‘Lieverdje, ben je daar’ klinkt haar begroeting waarna ze mijn gezicht tussen haar beide handen neemt en mijn wangen met haar zachte lippen nat zoent.

Als in Oma’s keukentje de waterketel begint te fluiten weet ik precies wat er komen gaat maar het is té leuk het toneelspel van Oma mee te spelen als zette ze die dag voor de eerste keer voor ons tweetjes thee.
‘Liefje, zoek jij vandaag de mooiste theepot uit?’ klinkt vanuit de keuken haar zachte stem; het sein waarop het dagelijks ritueel beginnen kan.
De kast schudt en trilt van blijde verwachting wanneer ik één voor één de deuren behoedzaam opzij schuif.
Alsof het door Oma verzameld serviesgoed uitziet naar dit weerkerend ritueel danst het rinkelend haar eigen melodie op de overvolle planken.
‘Voorzichtig hoor,’
‘Ja Oma, dat zegt u iedere dag.’
Tussen de vertrouwde geluiden van het open en dicht gaan van de rode emaille theebus en haar schuifelende pantoffeltjes over de marmoleum keukenvloer, hoor ik Oma haar meest favoriete psalm zingen:

‘Straks leidt men haar in statie, uit haar woning,
In kleding, rijk gestikt, tot haren Koning;
Zo treedt zij voort met al den maagdenstoet,
Die haar verzelt, U vrolijk tegemoet.
Zij zullen blij, geleid met lofgezangen,
De vreugde voên, die afstraalt van haar wangen,
Tot zij, daar elk gewaagt van haren lof,
Ter bruiloft treên in ’t koninklijke hof.

Haar zuivere stem verwoordt ook mijn verlangen naar een Here Jezus zoals Oma die kent en waarover ze me dagelijks verteld.’

Tussen de regels door vraagt ze me of ik al een keus gemaakt heb en voorzichtig til ik één van de meest kostbare theepotten tussen de andere uit.
‘Oh liefie, wat bijzonder, die zou ik nou zelf deze dag ook uitgekozen hebben.’
Met haar vingers streelt ze het doorzichtige zachtgeel paarlemoer van de Engels porseleinen theepot.
‘Zoek je de bijpassende kop en schoteltjes er ook nog bij?’

Als Oma even later met het zoet beladen dienblad binnenkomt, heb ik de theekopjes al op tafel gezet.
Van buiten zachtgeel paarlemoer, vanbinnen wit, prachtig versierd met roze rozen.
Ze steekt het waxinekaarsje aan en zet voorzichtig de theepot op het theelichtje van haar eigen Oma.
‘Eerst nog even trekken toch?
Vertel je me ondertussen over school?’
Daarna schenkt ze ‘hoge’ thee, want door de zuurstofbelletjes smaakt de thee volgens Oma veel beter.
Als twee deftige dames drinken we voorzichtig het Engelse zwarte goud uit het prachtige servies van Oma.
Ik kijk mijn ogen uit naar hoe zij het schoteltje in haar ene en het kopje in de andere hand houdt.
‘Zo hoort het officieel’ zegt ze.
Omdat ik daar nog te klein voor ben zit ik op het speciaal voor mij bestemde stoeltje aan de rijkelijk met leeuwenkopjes en krullen versierde salontafel.
‘Ook al uit Engeland’ verteld Oma.
‘ dat is een Queen Ann tafel’

Ik geniet met volle teugen en drink tegelijk met de thee het verhaal uit de oude kinderbijbel in.
Oma kan zo mooi voorlezen en vertellen!
‘Het is net alsof u iedere dag met de Here Jezus praat Oma,’ zeg ik.
‘Maar kindje, dat doe ik ook!
Hij vindt het ook zo fijn om met mij te praten, we kletsen wat af saampjes.’

Ik wil dat ook zo graag, praten met de Here Jezus, daarom vraag ik haar of ze mij dat leren wil.
‘Wat zou je het allerliefste tegen hem willen zeggen?’ vraagt Oma.
‘Dat ik zo graag een nieuw hartje wil, net als u,’ antwoord ik verlegen.
‘Oh, maar lieverd, de Here Jezus heeft er genoeg, ook eentje voor jou!
Vraag het maar gewoon want daar wordt hij erg blij van.’
Schuchter zeg ik hardop; ‘Here Jezus, Oma zegt dat u een heleboel nieuwe hartjes heeft, mag ik er alstublieft ook eentje van?’
Opeens lijkt het wel alsof de zon in eigen persoon het kamertje van Oma binnengewandeld is.
Zacht en teer klinkt het in mijn hartje; ‘mijn kind ik hou zo van je.
Ik ben zo verschrikkelijk blij met je.’

Vanbinnen barst het van blijdschap en als vanzelf beginnen mijn voetjes te dansen.
‘Oma, oma, ik heb van de Here Jezus een nieuw hartje gekregen!’
Oma moet huilen, en ik vraag haar waarom ze verdrietig is.
‘ Lieve kind, ik huil omdat ik zo blij ben!
Nu ben ik niet alleen je Oma, maar ook je zusje!’
Dat begrijp ik nog niet zo goed, maar dat geeft niet.
‘Zullen we samen een vreugdedansje voor de Here Jezus doen?’ vraag ik.
Dat doen we en het kamertje van Oma lijkt wel de hemel op aarde.
‘Ik kan nu ook met de Here Hezus praten Oma,’ jubel ik in haar oor.

Daarna eten we nog wat van de zoetigheden, en help ik Oma het servies afwassen en opruimen.
‘Oma, het voelt alsof ik zelf ook helemaal schoon gewassen ben, maar ik ben niet eens onder de douche geweest.
Is dat gek?’
Oma legt uit dat met de Here Hezus praten net is als onder de douche gaan, maar dan vanbinnen.
‘Praat daarom maar heel veel met hem, en luister naar wat hij je vertellen wil, lieve kind.’


Weer terug in de rauwe werkelijkheid van mijn huidig bestaan realiseer ik me al jaren niet meer zo als toen bij Oma over en met Jezus gepraat te hebben.
Durf ik dat nu nog wel?
Mag ik Jezus nog steeds zeggen wat er in me opkomt nu ik me zo schaam over de vele domme keuzes van de afgelopen jaren?
Of zal ik eerst stil zijn en voorzichtig luisteren of Jezus nog wel wat met mij te maken wil hebben?

Ik besluit tot het laatste, het is té moeilijk om dat verschrikkelijke over mijn lippen te laten komen…
Op de grond, tegenover de kast van Oma zak ik huilend door de knieën en de bodem van mijn bestaan.
Het lukt me niet eens om stil te zijn, zo brult mijn ziel haar pijn naar buiten.

Net wanneer ik me afvraag of ik ooit nog wel stoppen kan met huilen komt, zoals destijds bij Oma de zon zelf mijn kleine kamertje binnen wandelen.
Zacht en zonder oordeel, teder als de lieflijke stem van weleer klinkt in mijn hart een stem: ‘mijn kind, ik hou zo van je’
Het zout op mijn wangen verandert in zoet, wanneer de tranen van bitterheid en pijn veranderen in tranen van blijdschap en vreugde.
Ik ben terug bij mijn eerste liefde, de Here Jezus van Oma en ook van mij,
ik was kwijt en ben weer teruggevonden.
‘Wilt u het nog een keer zeggen Heer, net zoals toen bij Oma?’
‘ Mijn kind, ik hou zo van je.
Ik ben zo blij met je!’
Me koesterend in het volle licht van Gods liefde kan ik me niet meer inhouden en dans en spring als het kind van toen rond de Queen Ann tafel van mijn allerliefste zusje en Oma.
Wanneer ik daarbij als vanzelf haar favoriete psalm begin te zingen trillen de ramen van de oude antieke vitrinekast in hun sponningen en klingelt het servies mee op de melodie van dit prachtige bruiloftslied.
Mijn eigen huisje is de hemel op aarde omdat Jezus mijn bruidegom daar is…

Een bijzonder wonderlijke kwast.

Ik wil je een verhaal vertellen dat je vast al wel kent.
Een verhaal dat eeuwen geleden door drie mannen is opgetekend in het boek der boeken, de Bijbel;
de geschiedenis van de bloedvloeiende vrouw.
Maar wat wisten die mannen ervan hoe en wat die arme vrouw voelde, überhaupt of ze nog wel voelde.
Nou ja, Lucas, de arts van de drie, misschien dat die iets van haar belabberde situatie begreep, wellicht had hij zelfs nog wel geld aan haar verdiend.
Maar van Mattheüs, een tollenaar en Marcus, een geschiedschrijver kun je niet al te veel begrip of invoelingsvermogen in vrouwenzaken verwachten.

Wandel je met me mee naar een paar eeuwen terug?
Je moet weten, ik ben die vrouw en wil je zo graag zelf mijn verhaal uit de doeken doen!
Want dat is ook letterlijk wat er aan de hand is, mijn bestaan is in doeken gewikkeld, ik ben een gevangene van vieze bebloede doeken, doeken die me isoleren van de rest van de samenleving.
Mijn maandelijkse periode stopte op een gegeven moment niet meer en vloeit geruisloos van het ene in het andere jaar over.
Terwijl ik als onrein me niet onder het volk vertonen mag, is mijn eigen reiniging een dagtaak, en toont het altijd stromend bloed
de oorzaak van mijn ellende.

Twaalf jaar ben ik nu ziek en de vele doktersrekeningen hebben de geldkraan gestopt.
Ben ik nu ook nog aan de bedelstaf overgeleverd?

Maar…afgelopen week hoorde ik goed nieuws; er trekt een wonderdoener door het land, en vandaag is hij dichtbij.
Diep vanbinnen weet ik dat dit mijn laatste kans is, daarom ben ik op pad gegaan om die Jezus te zoeken.
Ik hoor het gegons van veel volk en mijn hart bonkt me in de keel.
Angst en hoop spelen roulette met mijn emoties, maar ik ben vastberaden!
Ik weet het, ik speel met vuur want ik ben onrein, ik mag niemand aanraken en niemand mag mij aanraken, maar ik heb een plan.

Oh, ik voel me als Esther die op weg ging naar koning Ahosveros om hem gunst te vragen voor haar volk nadat Haman het uitroeien wilde.
‘Kom ik om dan kom ik om’ dacht ze, precies wat ik nu ook steeds tegen mezelf zeg.
Maar ja, deze Jezus hoeft me geen hand te reiken en al helemaal geen gouden scepter, ik wil zelfs liever niet dat hij mij opmerkt.
Wanneer ik dichtbij hem ben, ga ik me bukken om de kwastjes van zijn mantel aan te raken, en dan zal ik gezond zijn!
Wat niet weet wat niet deert, niemand hoeft te weten dat Jezus door mijn aanraking ook onrein geworden is.
Stel je voor, hij zou uitgestoten worden en net als ik een outcast zijn.

Man man, wat een opgewonden stemming zeg.
Er is nl. nog iemand om een wonder van Jezus komen vragen, een overste van de synagoge nog wel.
Hij klampt Jezus aan want zijn dochtertje is ziek en hij wil dat Jezus onmiddellijk met hem mee gaat om haar de handen op te leggen.

Iedereen wil natuurlijk weten hoe dat afloopt, en dat komt mij wel goed uit.
Ik kan nu nog meer ongemerkt mijn eigen wonder op komen halen!
Wanneer ik achter hem ben, buk ik me heimelijk en raak snel één van de kwastjes onderaan Jezus’ mantel aan.

Onmiddellijk gebeurt het, ik ben weer beter; het bloeden is gestopt.
Mijn lijf voelt als toen ik nog maar pas een ‘groot meisje’ was, zoals moeder het destijds noemde.
Snel snel, gauw naar huis, eer iemand me opmerkt.
Maar oh nee, Jezus staat stil en draait zich om…
‘Wie heeft me aangeraakt?’ vraagt hij, terwijl zijn ogen zoekend rondgaan.
Één van zijn discipelen zegt: ‘hoe kunt u dat nou vragen, het is een gedrang van jewelste, iedereen raakt elkaar aan!’
Maar ik weet dat ik gesnapt ben, ik ben erbij, mijn lichaam is gezond en toch zal ik samen met hem alsnog verworpen worden.
Bevend val ik aan Jezus’ voeten en vertel hem maar eerlijk waarom ik hem heb aangeraakt.
‘Kom ik om dan kom ik om’
Hij kijkt me aan, en ik weet plotseling dat hij zich juist daarom omgedraaid heeft; hij móest me zien, waardoor ik ook zelf kan zien!
Zijn ogen trekken me in een bron van eeuwige liefde en ontferming en alsof zich in mijn hart een geheimenis ontvouwt, is het zijn bloed wat in mij een levendmakende bron doet ontspringen.
‘Dochter’ zegt hij, ‘ga in vrede, je geloof heeft je behouden.’

Ik dans mijn terugweg op lichte voeten, dartelend en opgewonden als een jonge vrouw die nog maar net ontdekt heeft dat ze zwanger is.
Glimlachend als een pas verliefd meisje, genietend van het geheim dat ze in zich mee draagt; nu nog alleen van zichzelf en toch zo heerlijk wanneer het te zien zal zijn!
‘Dochter’ zei hij, ‘dochter’
Oh, de klank in zijn stem, de blik in zijn ogen!
‘Dochter!’
Ik ben niet alleen genezen, maar hoor er weer bij, ik mag er weer zijn, de bebloede doeken die alhaast mijn dood voorzegden, ik mocht ze achtergelaten bij Jezus, mijn geneesheer!
Mijn lijf kan weer vruchtdragen, het moederschap lacht me toe!
Het gras is groener, de bloemen bloeien uitbundiger, de druiven staan op knappen, vol van hun zoetgeurend vocht.
Al die jaren hoorde ik de vogeltjes wel fluiten, maar pas nu herken ik hun lied;
‘Dochter, ga in vrede…’

‘En zie, een vrouw die al twaalf jaar bloedvloeiingen had, kwam van achteren naar Hem toe en raakte de zoom van Zijn bovenkleed aan; want zij zei bij zichzelf: Als ik alleen maar Zijn bovenkleed aanraak, zal ik gezond worden.
Jezus keerde Zich om, zag haar en zei: Heb goede moed, dochter, uw geloof heeft u behouden.
En de vrouw was vanaf dat moment gezond.’
‭‭Mattheüs‬ ‭9:20-22‬ ‭HSV‬‬
https://www.bible.com/1990/mat.9.20-22.hsv

Jezus-Krukje en Jezus-pleistertjes.

Een tijdje geleden schreef ik over het Jezus krukje.
Het staat symbool voor het in de positie gaan staan die Jezus voor je bedoelt heeft.
Jezus zelf werd bij Zijn doop in de Jordaan als het ware op het krukje gezet als de Geliefde Zoon in wie God een welbehagen heeft.
Niet zomaar een Zoon, maar de Geliefde Zoon!
Dat is zijn én onze positie, geliefde kinderen van God, in Wie Hij een welbehagen heeft.

Ik heb voor mezelf een krukje gekocht, een opstapje waarop ik het Geliefd zijn oefen en uitspreek.
Te kijken zoals Jezus me ziet, zonder oordeel naar mezelf en de ander.
Staande op dat krukje zie ik alles ook een beetje meer van boven, niet om erop neer te kijken, maar als teken dat ik staand in mijn positie van Geliefd kind van God al het aardse onder mijn voeten hebt.
In Jezus overstijg ik de omstandigheden omdat ik in Hem in meer dan overwinnaar ben.

Vanmorgen onder de douche bedacht ik me ineens dat ik al een tijdje niet meer op mijn Jezus-krukje heb gestaan.
Ja, wel als opstapje om iets van de hoogste plank te kunnen pakken, maar niet als oefening in de schuldvrije zone.

Ik schrok er van en tegelijk werd ik me ervan bewust hoe sneaky en gemeen oordeel werkt, het beheerst maar weer zo mijn denken en doen.
In het normale leven heb ik de laatste jaren nogal wat te verstouwen als gevolg van teleurstellingen in het leven en in de kerk.
Emoties als verdriet, woede, angst en pijn laten me maar zo van mijn Jezus-krukje stappen waardoor ik mijn werkelijke positie uit het oog verlies.

Ik klap het krukje nog wel uit, maar dan om iets te pakken wat me (nog) niet toekomt, het ligt namelijk nog te hoog, het is nog niet voor nu.
Ik moet nog een beetje groeien omdat het hoger ligt dan ik nu aan kan.
Of het is helemaal niet voor mij maar voor iemand anders.

In mijn koppige eigenwijsheid en ongeduld om toch alvast te pakken wat voor morgen is bedoeld, moet ik me veel te ver uitrekken, waardoor ik totaal uit mijn evenwicht van mijn krukje kûkel.
Daar lig ik dan in het stof, de plek waar de slang listig en sluw mijn denken besluipt.
Ik zit maar weer zo vol zelfoordeel, en zou het liefst van de aardbodem verdwijnen.
Het gevolg van zelfoordeel is altijd oordeel naar alles en iedereen, kortom chaos.

Ik vind het bijzonder komisch van Vader en heel erg lief dat Hij me gewoon mijn gang laat gaan, Hij geeft zelfs een kusje op mijn bezeerde elleboog en knieën.
Daarna komt Hij met het blikje pleisters waaruit ik zelf mag kiezen welke ik de mooiste vind.
Drie keer raden…
Die met een foto van Jezus erop natuurlijk!
Maat weet je wat nou zo grappig is?
Wanneer ik me zielig voel en naar die pleisters kijk zie ik ineens dat het mijn eigen foto is.
Een Geliefd Kind in Wie God een welbehagen heeft.
Hij in mij en ik in Hem!

Gelukkig, de Bijbel staat vol met mensen zoals ik.
Neem nou Elia, de ene dag op de berg Karmel in vuur en vlam voor de God van Israël, de andere dag jammerend in het stof van de woestijn; ‘laat me alsjeblieft dood gaan.’
En wat te denken van Paulus?
Hij zegt; ‘het kwade dat ik niet wil doen doe ik, het goede dat ik wil doen doe ik niet.
Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen?’
Gelukkig, Paulus weet dat we al verlost zíjn!
‘The case is closed!’
Wauw, ik ben in goed gezelschap!

DankUVader voor mijn hoge positie in U.
Help me om geduldig en zonder oordeel te groeien naar dat wat U allemaal nog in petto heeft voor ons saampjes en de mensen om me heen.

Hupsakee, klop het stof van je Koningsmantel en neem je positie weer in Girl…

Apenkooi op de geitenwei

Pret in de Draaimolen!

Na de uitspraak afgelopen donderdag: ‘schuldig/straf’ was ik in eerste instantie verdoofd.
Ik weigerde toe te laten wat ik wilde voelen, en zong tot mijn eigen bescherming: ‘Ik ben een Koninklijk kind, door de Vader bemind…’
Daarna was ik woedend, teleurgesteld, bezeerd.
Alle emoties die horen bij verlies zijn in sneltreinvaart door mijn lijf geraasd.

En toch, en toch…
Nochthans;
God is goed.
Dat bewijst Hij al in het feit dat er geen veroordeling is over wat ik er aan emotie uitgooi.
Ook naar Hem!
Maar ik schreeuw, jank en huil omdat Hij mijn Vader is.
En omdat ik trots ben op de boldness in mij niet mee te zwemmen met de stroom wanneer dat recht tegen mezelf in gaat.

Iemand zei me midden in mijn geraas: ‘maar jij hebt Jezus!’
Alleen al het woordje ‘maar’
Dat is geen ‘maar’ zoals; ‘maar we blijven toch zondaars’ of; ‘maar als je je nou aan hun regels had gehouden dan was je dit niet overkomen!’
Het is het heilig ‘maar’ van een God die in Jezus recht gedaan heeft aan alle onrecht.

‘Maar, jij hebt Jezus!’
‘Oh ja, dat is waar ook, ik heb Jezus…’

Wonderlijk genoeg zijn het steeds de eerdere beloftes, eerdere openbaringen, eerdere woorden van God tot mij gesproken waar ik naar toe terug moet.
Hij pakt Hij me als het ware bij de kladden en zegt; ‘maar ik heb je toch iets belooft?’
Of Hij moedigt me aan Hem bij de kladden te grijpen om Hem te herinneren aan wat Hij belooft heeft.
Oooh, Hij is zo’n allerbeste Vader!

Vanmorgen bracht de Heer me terug naar toen Hij zelf mijn foto in het verhaal van Jozef plakte.
Ook onterecht verstoten, gevangen gezet, genegeerd en vergeten.
Maar niet gedood omdat God een plan met hem had.

Waarschijnlijk zal ik nog vele malen in de draaimolen van het leven uit mijn schommeltje schieten en moord en brand schreeuwen.
Maar…!
Ik heb Jezus.

Omdat Hij in de draaimolen van de zonde vermalen is heeft Hij het vuur van de toorn over die zonde geblust.
De zonde van mij en van de hele wereld!
Zijn opstanding als verheerlijkte Jezus heeft een andere draaimolen in gang gezet; de molen van genade op genade.
Voor mij en voor de hele wereld!

Zó lekker, zwieren in de draaimolen van Jezus…