Oelewapper

Tijdens de zomervakantie zijn we vroeger een paar keer met een bootje wezen varen.
Zo eentje waar je echt mee op vakantie gaat.
Een caravan op het water,maar dan leuker!

Op het water is de wereld anders.
Je kan elke dag op een bekende weg langs een rivier of kanaal rijden,maar wanneer je dat water bevaart, leef je in een andere wereld.
Een nieuw te ontdekken wereld!
Sowieso is je gezichtspunt anders, omdat water altijd iets lager ligt dan de weg.
En dan het tempo…als je behoefte ontstressen is, is een boot-vakantie de beste manier om tot rust te komen.
Op het water gaat alles in een laaaa laaaa laaaa tempo.
Ga je op de weg met 100 km. per uur van A naar B, de boot dwingt je tot rust door geen haast te maken en je voort te bewegen met zo’n 8 km. per uur.

De andere kant is ook waar…
Heb je behoefte aan nog meer stress dan op je werk, waarom je opgejaagd door dead-lines s’nachts in je nachtmerries je baas nog met een mattenklopper achter je aan ziet rennen, dan moet je zeker ook gaan varen.
Tenminste, wanneer je gaat letten op alle andere beste stuurlui.
Je doet je zelf het grootste plezier door je niet te ergeren, aan de mede kapiteins maar je te verwonderen…
En dat is dan ook weer de overeenkomst met de “gewone” wereld.

Op de weg ben je namelijk een rijbewijs nodig, op het water mag iedere piraat het water op wanneer het schip niet groter is dan 14,95 meter.
Dat is waarom de meeste ” plezierboten” niet meer meters hebben dan tot net geen 15 meter.

Die meters, dat is ook een dingetje…
Wanneer je s’avonds hebt aangemeerd in een gezellig haventje ,komt rond 18 uur de havenmeester.
(En wanneer je net je duikoefeningen aan het doen bent, komt hij later echt weer terug…)
De havenmeester komt havengeld innen en omdat je per meter boot liggeld betaald, vraagt hij :”hoeveel meter?”
De taal op het water is dus ook anders.
Ik zei al, je komt tot in een heel andere wereld…

We gingen dus op vakantie met vader en moeder, varen met de werkvlet van ome Jan.
Wat heerlijk dat je als kind totaal geen weet hebt van de inpakstress van moeder.
Je gaat er gewoon vanuit dat alles in orde is, want dat is het ook altijd.
Wat een mooie herinneringen bewaar ik aan die vaarvakanties.

Vader had zijn werk op het water, we hadden de allerbeste kapitein en stuurman aan boord.
Hij was thuis op het water, dat zag je aan alles!
Nog, wanneer hij het over het varen heeft, beginnen zijn ogen te glanzen…
En daar heeft hij mij mee besmet!
Een zeer prettige virus moet ik zeggen!

Op een dag, vlakbij Stavoren was het vreselijk onstuimig op het water.
Maar vader stond aan het roer, hij voer ons veilig aan de kant.
De wereld is dan helemaal grijs, de scheiding lucht/water valt weg.
Het spannende van die dag was dat we 2 waterpolities aan boord kregen om te schuilen tegen het geweld van de natuur.
Moeder zette een bakkie en vader kon zijn hart ophalen met “krozen”
met de mannen.

Maar wat een angsten kun je als kind ook onnodig beleven.
We lagen een keer in een sluisje.
Nou, dat is een belevenis hoor!
Dan is het zaak te zorgen dat de stootwillen op juiste hoogte hangen, en goed rekening te houden met de windrichting.
Maar ach, als kind vertrouwde ik op vader…
Behalve toen in dat overvolle sluisje.
Ik kan me nog goed herinneren dat we vlak naast een klein houten zeilbootje lagen.
” Oelewapper” heette het.
Wat was ik bang dat we een gat in dat bootje voeren…
Zó bang dat ik in de kooi, mijn slaapplek voorin de punt, onder de dekens ging bidden.
In mijn angst zag ik vreselijke drama’s van zinkende bootjes en verdrinkende mensen.

Grappig om te bedenken dat het moment van angst dat vader het niet goed deed, me naar Vader deed vluchten.
Ik zie mezelf nog zitten, mijn handjes in angst tot vuisten gebald, mijzelf verstoppen onder de dekens alsof waar ik bang voor was dan niet gebeurde.
Me afsluitend voor alles en iedereen hopend op een wonder.De gevaren van de wereld om me heen waren op dat moment te overweldigend.
Onder de dekens zocht ik naar het enige houvast,
Vader!

En Vader liet niet gebeuren waar ik zo bang voor was, Hij is immers de Alder, Alder beste stuurman!

Ook als je” groot” bent kun je veel onnodige angsten hebben.
Het leven brengt je op plekken waar geen scheiding meer is, waarheid/ leugen, schuld/schaamte…

Vader vraagt maar één ding:
“Geef mij het roer mijn kind”
Wat een opluchting om me dan veilig te weten.
Vader, die het bootje aan de kant legt, en me met een warme deken van vrijspraak toedekt in mijn kooi.
Het kabbelende water lispelend ” ik hou van je, ik hou van je, ik hou van je”, en doet het bootje licht bewegen als een schommelwieg .
Samen met vader en moeder laat ik me wiegen in de armen van Vader, me geen zorgen makend over “hoeveel meter?”

Hoor, er wordt geklopt…
Het zijn de eendjes, die met hun snaveltjes het aangegroeide alg verorberen.
Vader zorgt ook voor hun, ik kan rustig slapen,omdat Hij zegt dat ik hun verre te boven ga!

Welterusten…

Apenkooi op de geitenwei.

Wanneer ik langs een geitenwei fiets moet ik altijd lachen om de grappige eigenschap van deze mekkerende beesten.
Het zit in hun aard, ze klimmen!
Ze móeten klimmen en springen.
Van de ene verhoging naar de andere.
Een eigenaar van geiten wil natuurlijk dat zijn beestjes plezier hebben, en legt met liefde een provisorische bergweide aan.
Op die manier heeft hij zelf ook lol in het vermakelijke apenkooitje spelen van zijn geiten.
Zo’n geit triomfantelijk bovenop zijn hok of afgedankte rioolbuis te zien staan, het is een koddig gezicht.

(we maken een sprongetje, spring je mee?)

Toen Jezus gedoopt werd en de Heilige Geest als een duif op Hem neerdaalde sprak Vader God :” dit is mijn geliefde zoon in, wie Ik een welbehagen heb.”
Op dat moment werd Jezus als het ware op zijn krukje gezet, door Vader in Zijn doel geplaatst.
Het doel was:
0. Het Vaderhart van God te laten zien.
0. Te sterven aan het kruis op Golgotha zodat wij weer toegang hebben tot het Vaderhart.

Met de ogen van mijn hart zie ik Hem staan op dat krukje.
Fier en trots op Vader wéét Hij zich
de GELIEFDE Zoon.

Direct daarna wordt Hij in de woestijn door satan verleidt van Zijn krukje te stappen.
“Als u de zoon van God bent, dan…”
Bewust valt satan Jezus aan op Zijn identiteit.
Jezus is niet alleen de Zoon, Hij is de GELIEFDE Zoon!

Deze aanvalstactiek is de meest succesvolle tactiek uit de hel.
Twijfel zaaien over je goddelijke identiteit:
GELIEFD zijn.
Jezus bleef op zijn krukje staan, Hij liet zich niet verleiden Zijn verhoging te verlaten.

Totdat…
Tot het moment dat Hij aan het kruis zonde werd.
Op dat moment trok Vader, die de zonde niet verdragen kan, en zich afdraaide van Jezus, Hem van zijn krukje…
Hij was die verhoging niet waard, zo afschuwelijk was de aanblik zonde.

Mijn zonde hing daar aan het kruis, Vader God móest zich wel omdraaien!
Met de rug naar mijn ongerechtigheid zette Hij mij op Jezus’ krukje en deed daardoor Recht.
Recht aan Jezus,
Recht aan mij…

De vrolijke ruil.
Genade!
Jezus krijgt wat ik verdien,
Ik krijg wat Jezus verdient.

Heb je ook zo’n krukje thuis?
Vast wel!
Stel je eens voor hoe de opgestane Heer wacht tot jij Zijn krukje beklimt.
Ga symbolisch op het Jezus-Krukje staan, en zeg :
” Dank U Jezus dat U deze plek voor mij verdiend heeft en ik daarom van U het recht heb gekregen hier te staan.
Door U ben ik nu Gods gerechtigheid.
Ik ben net zo rechtvaardig als U!
Ik ben GELIEFD.!”

Daar sta je dan.
De wereld ziet er plotseling anders uit vanaf je Jezus-Krukje.
Omdat je zelf groter bent, is wat onder je is kleiner geworden.
Satan is helemaal geen briesende leeuw, het is een zwarte kakkerlak onder je voeten.
KKRRRaK…

Kijk, Jezus fietst langs Zijn wei met geitjes.
Hij vermaakt zich kostelijk om ons springen en klimmen op de klimtoestellen door Hem in elkaar getimmerd.

Ondertussen echoën de hamerslagen vanaf Golgotha als muziek in onze oren.
Het gebed is verhoord;
“Vader, vergeef het hun want ze weten niet wat ze doen…!”

Als rechtvaardig geitje spring ik nog maar eens een 1000 dubbele salto voor de Timmerman uit Nazareth.
Joegheeeeeee….

Gekocht en betaald

Piano Concerte no.21 in C Major

Mijn Heer is dood.
Ze hebben Hem gekruisigd en daarna hebben we hem in het graf gelegd.
Dat is nu 3 dagen geleden.
Alles is voor niets geweest, het is één groot zwart gat.
Net zo zwart als het gat waar ik nu in kijk, het open graf.
Vanmorgen ben ik naar deze tuin gegaan om bij Hem te zijn, ik wilde Zijn dode lichaam aanraken, koesteren en balsemen.
In mijn radeloosheid en wanhoop was ik vergeten dat een grote steen het graf ontoegankelijk maakte, een steen die ik onmogelijk zelf weg kon rollen.
Maar nu is het graf open, de steen is weg gerold, en ik kan zomaar naar binnen.

Het gat is donker en laag, ik moet me bukken om in het graf te kunnen komen.
Mijn spieren doen zeer van dat bukken, en mijn ogen moeten eerst nog even wennen aan de duisternis van deze kille ruimte.
Onwillekeurig gaan de rillingen me over de rug, dit is een ruimte waar ik helemaal niet wil zijn!

Een stem in mijn binnenste, een lieflijk geluid uit een ver verleden lijkt het wel, herinnert me aan Leven en nooit meer dood.
Hoe kan het dan dat ik hier in het hol van de dood ben en geen hoop op leven meer heb?
Geen hoop in het heden, geen hoop voor toekomst…

Ik verbaas me ook helemaal niet over de engel in het graf.
Niets is meer ongewoon, mijn ratio is toch al van slag, dus dit kan er ook nog wel bij.
De engel zegt iets tegen me;
“Wat kom je hier doen, dit is echt een verkeerde plek voor je.
Kom, draai je om,richt je op, want je zoekt het te laag.”

Mijn stijve spieren uitrekkend kruip ik uit de opening van het graf, toch nog even achterom kijkend in het donkere gat.
“Nee, je zoekt het te laag” zegt de engel weer.

Het volle licht van het ochtendgloren doet haast zeer aan mijn ogen, zo heb ik mijn best gedaan in de duisternis van het graf te turen.
De morgenzon koestert me en mijn lijf begint zich te ontspannen.
Het is vreemd, en ik voel me er bijna schuldig over, maar ik geniet van dit moment.
Ik glimlach voorzichtig naar de zon, toch nog een beetje bang dat ik, nu ik zo verdrietig ben ook niet een beetje blij mag zijn.

Een vreemde sensatie maakt zich daarom meester van mij.
Verdorie, ik heb toch recht op die pijn?
Ik ga toch maar weer even kijken in het graf…
Bukkend draai ik me weer om, maar word tegen gehouden door de engel.
“Je zoekt te laag”
Nu doet weer alles zeer van het bukken naar de donkerte van het graf…
“Maar…ik mag toch zeer hebben?
Het is toch verschrikkelijk wat er gebeurt is?
Weet je wel hoe ik me voel vanbinnen?
Je moest eens weten wat deze gebeurtenis met me gedaan heeft!”
Ik schreeuw mijn gepijnigde ziel eruit naar de engel.
Het enige wat hij zegt is;
“Je zoekt te laag”

Wat moet ik nu doen?
Alle onrecht me aangedaan komt naar boven.
De gezichten erbij verscheuren me als wolven die vechten om mijn toch al dode botten.
Alle slagen me door zelfs door geliefden toe bedacht, het schrijnt mijn ziel.
De wonden rijten weer open en ik heb geen pleisters genoeg om ze te bedekken.
Steeds wanneer ik denk dat het nu toch wel eens voorbij is met die pijn, gebeurt er wat, en bloedt het weer uit één of meerdere wonden.
De kras op mijn ziel is alsof er een kras in mijn grammofoonplaat zit, waardoor het maar niet lukt te genieten van Mozart’s prachtige eenentwintigste Pianoconcert in C Major.
Ik wil het wel, en weet dat het zou moeten, maar…
In mijn frustratie begin ik aan de korsten op mijn armen te krabben…

“Je zoekt te laag” klinkt het weer…

Plotseling, alsof het licht aan gaat, besef ik dat ik bloed omdat ik zelf zit te krabben.
Ik heb een wond die al bijna geheeld was zelf geopend toen ik me bukte in het graf.

“Inderdaad” zegt de engel, “je zoekt te laag”.
In het zonnetje richt ik me weer op en ervaar een weldaad aan licht en warmte.

Vanachter een bloeiende rozenstruik komt me een bijzonder aantrekkelijke man tegemoet.
Is hij hier zomaar of…
Ja, hij is hier voor mij!
Hij zocht mij!
Hij nodigt me naast hem te komen zitten op één van de bankjes onder de met blauwe druif en clematis begroeide poortjes en pagoden.
De geur van de witte rozenstruiken betovert me haast, terwijl de Annabellen naar me wuiven zoals alleen Koningin Wilhelmina dat kon doen.
Vlinders in de meest prachtige kleuren vliegen af en aan terwijl de zoemende bijen duikvluchten uitvoeren in de kelken van roze en rode tulpen.
Een merel zingt het hoogste lied in verrukking over het net uit het ei gekropen jong.
Boven in de cipressen dartelen witte duifjes koerend van plezier terwijl hoog in de lucht een adelaar zijn vleugels spreidt en gedragen door de wind zijn majesteit toont.

Ik kijk verlegen opzij en bemerk dat de man die me hier bracht ook naar mij kijkt.
Zijn ogen lopen over van erbarmen en mededogen.
Hij noemt mijn naam…
“ Tiny…”
En dan, in die stem zie ik het…It is Him!
Hij, die ik zocht in het graf.
Hij was daar niet, ik keek inderdaad te laag.
Jezus is hier, in het volle licht en zet mij ook in het licht.
Ik, die in het donker zocht naar erkenning vind hier in het licht erkenning in de Ene.
Ik, die me bukte in het graf om mijn recht te halen in wat dood brengt, word door Hem recht gedaan in zijn blik van ontferming.

Maar…mijn nagels tasten naar een korst op mijn voeten.
Wanneer ik me buk om te krabben, houdt hij me liefdevol tegen.
“Mag ik je wat vragen Tiny?”
“Nou ja, vooruit dan “ stamel,ik bedremmeld.
Geloofde je me toen ik riep “Het is volbracht?”
“Ja, natuurlijk, Heer U weet toch dat ik dat geloof?”
“ Dan mag je alle pijn je aangedaan aan mij geven”
“ Maar Heer…”
1000 redenen heb ik dat niet te doen, 10.000 zelfs!
Met tranen in zijn ogen zegt hij
“ Al had je maar één reden lieveling, dan nog wil ik dat je mij je kras op je ziel geeft.
Hij is namelijk niet van jou deze kras.
Hij is van mij, ik heb er voor betaald, dus is hij van mij!”

Alles in mij komt in opstand, het is mijn, mijn,mijn!

“Je houdt iets vast wat  niet van jou is maar van mij.
Ik heb er recht op want ik heb de rekening betaald mijn duifje”

Zijn ogen vol tranend erbarmen dwingen me tegelijkertijd de waarheid van zijn woorden te erkennen…
Ik wil niet afgeven wat hij in het warenhuis van mijn verleden voor mijn neus heeft weg gekaapt.
Krampachtig houd ik vast waarvoor hij de rekening heeft betaald.

Ik geef me over en leg alles in zijn doorboorde handen.
Het is waar, ik heb geen recht op iets wat ik niet betalen kan.
Het brengt me in de schuld, terwijl hij allang betaald heeft.
Ik zie het bewijs in zijn open handen.
Dankbaar pakt hij het aan, alsof het het meest kostbare cadeau is wat hij ooit ontvangen heeft.

Verlegen bedenk ik me dat het de omgekeerde wereld is.
Een cadeau?
Het is helemaal geen cadeau!
Hij heeft zelf de rekening betaald, dus is het rechtens van hem!
Hij kust me liefdevol en zegt me dat hij nog nooit zo blij is geweest, waarna hij zijn schat in een kluis legt.
De kluis wordt bewaakt door 2 engelen met een vlammend zwaard.
Ik kan er dus nooit meer bij!

Sjonge, wat voel ik me plotseling licht!
” Je was een beetje dom” grinnikt hij.
“Je verleden, je heden en je toekomst zijn van mij, mijn duifje”
Schaterend gooi ik me in zijn armen, en bemerk dat alle spierpijn van het eindeloos bukken verdwenen is.
Mijn littekens zijn geheeld  en in plaatst daarvan zie ik diamantjes schitteren waarin het licht van zijn lieve ogen weerkaatst.
Ik ben vrij.

“Zullen we nu samen naar het eenentwintigste Piano Concerte van Wolfgang Amadeus Mozart luisteren ?” vraagt hij.
“In C Major?”
Ja, dat gaan we doen!
Samen zwijmelen.
Lekker hoor,
Mmm

Geld moet rollen

Als hoofd huishouding van de welgestelde Ananias en Safira heb ik een goed betaalde baan.

Sinds een paar weken ga ik naar de samenkomsten van de apostelen die Jezus al volgden voor ik Hem kende.
Zelf ben ik erbij gekomen nadat de Heer is opgestaan.
Religie deed me niet zo veel, elke keer die offers brengen in de tempel, nee daar had ik niks mee.
Ik begreep het ook niet echt, want David zong me al voor dat de Heer geen behoefte had aan al die stieren en bokken…

Mijn werkgevers Ananias en Safira vragen me steeds hoe het toegaat in de kerk.
In het begin vond ik dat erg fijn, maar de laatste tijd voel ik me er onrustig van.
Het gaat hun helemaal niet om Jezus, dat hoopte ik natuurlijk eerst.
Maar nu steeds meer gemeenteleden hun eigendommen delen, gaat hun vraag vooral daarover.
Ik heb er buikpijn van, en weet niet meer zo goed wat ik moet doen.
Ik bid voor hun en praat er veel over met mijn Heer.
Omdat Hij me belooft heeft alles in de hand te hebben, word ik dan gelukkig weer rustig.
Hij zegt me dat Hij getrouw is en dat Zijn plannen nooit falen.
Nou dan…

Vanmorgen vroeg heb ik mijn werk goed voorbereid, zodat ik nu op weg ben naar de samenkomst.
De groep wordt steeds groter, zodat we onderweg al beginnen met zingen.
Wat een feest hè?
De oude David psalm klinkt juichend door de straten ;
“ Kom ga met ons en doe als wij”
Heerlijk, wat geniet ik hiervan.
We staan allemaal in de “ ontvangststand”

Petrus gaat preken vandaag, en wil net de voorbede voorbereiden als Ananias binnen komt.
Hè, mijn baas?
Ja, hij is het echt…
Mijn buik begint te krampen wanneer ik naar hem kijk, hier klopt iets niet…
Opgedoft in zijn mooiste gewaad, waaraan dikke pluimen van goud gedraaid koord meedansen, schrijdt hij als in processie naar voren.
Bij het zien van zoveel opgeklopte majesteit houdt iedereen de adem in.
We voelen allemaal een soort van diep medelijden opkomen met deze man, de man in zijn goud doorstikte mantel, die hier binnen komt omdat het om hém gaat in plaatst van Jezus.

Aan zijn hele houding zie ik dat hij er van uit gaat dat voorin een koninklijk kussen ligt,dik gevuld met ganzendons, doorstikt als een Chesterfield fauteuil, waaraan gouden kwasten de maat slaan op:” we are the champions, olé olé olé olé…”
Bovenop het kussen ligt een met diamant bezette gouden kroon, die als David de voorhuiden van de verslagen Filistijnen aan Saul, door Petrus aangeboden zal worden aan Ananias, waarna hij zichzelf onder luid applaus van het volk van God zal kronen tot weldoener van deze kerk.
Het is alsof we als “ gewone “ gemeenteleden vereerd moeten wezen, hier getuige van te mogen zijn.
Maar ik voel dat hier iets vreselijks gebeuren gaat, iets zo onwerkelijk heftig, iets wat de gemeente met ontzetting vervullen gaat.

Zal ik zelf weg vluchten of naar voren rennen om het allemaal te beletten?
De pronkzieke zelfvoldaanheid van mijn baas is weerzinwekkend, maar roept tevens medelijden op.
Ik wil hem het liefst bij de arm grijpen:”Ananias, gooi uw mantel uit, sta desnoods compleet in uw hemd, of ga weg, ga weg, u kunt nu nog terug.
Maak rechtsomkeert, of bekeer je, ga rechtsomkeert in je hart.”

Petrus ziet mijn strijd, en knikt vriendelijk naar me.
Nu weet ik dat het goed is, Jezus heeft de controle!
De onrust in mijn ziel maakt plaats voor rust en verwachting.
Uitzien naar wat voor grote dingen mijn Heer Jezus te midden van Zijn gemeente gaat doen.
Daar getuige en deel van te zijn, vervult me me zo’n dankbaarheid!
Mijn borst zwelt op van trots op mijn Heer.

Als door een waas aanschouw ik wat er verder gebeurt.
Ananias haalt vanonder zijn mantel een brokaat buidel te voorschijn, die hij trots als een pauw aan Petrus wil overhandigen.
Zijn ogen gaan de gemeente rond om te controleren of we het allemaal goed zien.
“Wat is dit” vraag Petrus vriendelijk?

In een visioen ben ik in de woestijn, met mijn volk op weg naar het Beloofde Land.
Wanneer ik s’morgens vroeg uit mijn tent kruip zie ik in het zand witte korrels liggen, zoet geurend me uitnodigend ervan te eten.
Ik neem een handjevol van het witte spul en laat ze in mijn open mond glijden zoals je een zoute haring naar binnen laat zwemmen.
Het is heerlijk!
Al mijn zintuigen staan strak van deze hemelse ervaring.
Ik zie Vader glimlachen om mijn kinderlijk genoegen waarna ik met beide handen de witte korrels opneem en me te buiten ga aan deze lekkernij.
“Wat is dit ?”vraag ik aan Vader.
“Dit is Mana mijn kind, voorziening uit de hemel.
Elke morgen mag je uitzien naar genoeg voor die dag.
Geloof je dat?”
“Ik geloof Pappie”

Voorin de kerk verteld Ananias dat hij een akker verkocht heeft en nu het geld aan de gemeente wil geven.
Zelfvoldaan wacht hij op het applaus.
“ Is dit de hele opbrengst Ananias?”
Er klinkt diepe ontferming in de stem van Petrus, zijn stem breekt haast van pijn.
Ananias, vol van eigen trots, ziet het niet, hoort het niet!
In zijn oren klinkt een heel ander geluid, dat zijn geweten verhard en zijn hart toesluit.
Hij komt hier voor eigen eer, eigen glorie in plaats van die voor Jezus, mijn Heer.
“Dit is de hele opbrengst” zegt hij.
De pijn verdwijnt uit de stem van Petrus.
Met koninklijk gezag zegt hij tegen de in gedachten zichzelf gekroonde koning;

“Ananias, waarom heeft de satan uw hart vervuld om de heilige Geest te bedriegen en iets achter te houden van de opbrengst van het stuk land? Als het onverkocht gebleven was, bleef het dan niet van u, en was, na de verkoop, de opbrengst niet te uwer beschikking? Hoe kondt gij aan deze daad in uw hart plaats geven? Gij hebt niet tegen mensen gelogen, maar tegen God.’
‭‭(Handelingen‬ ‭5:3-4‬ ‭NBG51‬‬)

Onmiddelijk valt Ananias dood neer.
Ik hoor een plof, en daar ligt hij.
Zijn goud doorstikte mantel, zijn val brekend verfomfaait om zich heen gedrapeerd, is het kussen geworden waarop hij net nog de gouden kroon zag liggen.
De kwasten zojuist nog aan keurig gestrikte koorden aan de capuchon bungelend, liggen verslagen op de grond als gele kaarten uitgedeeld na vals spel.
Zijn benen, die al deze weelde droegen, steken in een rare kronkel uit zijn lijf, zijn armen en handen, die zojuist de buidel nog trots omhoog hielden, liggen krachteloos aan zijn zij.
De stof scheurt in zijn val open, waarna de gouden munten rollend op hun rand “ God met ons” rinkelend een optocht door de rijen maken.
Het geluid is vermakelijk, alsof de fanfare met fluit en trompet in de hoofdrol binnen is gestormd.
Daar ligt mijn baas, de heer van mijn huis, in het huis van mijn Heer…
Dood als een pier, ligt hij levenloos ter aarde.

2 jonge mannen dragen hem naar zijn graf.
Zijn geld rolt en rinkelt nog steeds in optocht door de rijen terwijl hijzelf in de groeve der vertering wordt neergelaten.

Van niets wetend komt even later Safira binnen.
Ik wil er geen verdere woorden meer aan vuil maken, ze ondergaat hetzelfde lot.
Mijn woorden gelden voor mijn Koning en Heer.
Te midden van de gemeente hef ik mijn loflied aan.
In diep ontzag vallen we als broers en zussen op de knieën.
Want wat rest ons nog anders dan dit?
Ontzag, eerbied, aanbidding voor die grote God, die niet toe laat dat Zijn kinderen beschadigt worden door de leugen.
Een Vader die opkomt voor Zijn oogappel, Zijn kind.
Een Vader, die Zijn eigen Zoon aan de dood en het graf overgaf.
Omdat Hij niet kon verdragen dat ik in dat graf verteren zou…

Oh, ik ben zó trots op Hem.
Zo vol ontzag voor Zijn grootheid en macht.
En toch niet bang, Hij is mijn Vader.
De Vader van de uit het graf verrezen Jezus, die mijn voorziening is, elke dag opnieuw.

Petrus gaat gelukkig gewoon verder preken.

“Denkt niet aan hetgeen vroeger gebeurde en let niet op wat oudtijds is geschied; zie, Ik maak iets nieuws, nu zal het uitspruiten; zult gij er geen acht op slaan? Ja, Ik zal een weg in de woestijn maken, rivieren in de wildernis.’
‭‭Jesaja‬ ‭43:18-19‬ ‭NBG51‬‬

Als slotlied zie ik in de liturgie staan.
“De aard is van Hem,
En al wat daar in is”

Ik kan je vertellen dat het joelen wordt, wanneer ik straks met de collecte zak rond mag gaan.

Middelvinger.

(True story)

In de stad op de fiets van A naar B is soms een levensgevaarlijke bezigheid.
In een paar maanden tijd hadden jullie, als lezer al diverse ter aarde bestellingen van mijn persoontje mee kunnen maken, en andersom waarschijnlijk ook!

Even terzijde,
maak er asjeblieft een feestje van wanneer het zover is, steek de vlag uit, hang de slingers op, eet heeeeel veel gebakjes, en hef het glas op mijn thuiskomst, waar Jezus me welkom heette.
Hij had al een lekker kopje thee voor me gezet, hing mijn jas aan de kapstok, en zit nu gezellig met mij aan tafel te keuvelen; “ hoe was je dag schat, vertel…”
In de Le Creuset pannen sudderen malse runderriblapjes en stoofpeertjes en in de koelkast staat een romige chipolata pudding met felgekleurde stukjes sucade en in rum geweekte rozijntjes op te stijven.
Een andere mooie schaal in de koeling is gevuld met vers geklopte slagroom, genoeg voor op de pudding straks, en het advocaatje bij de met de hand gezette gezette koffie na de maaltijd.
Ik verheug me nu al de lepel af te mogen likken, een kinderlijk genoegen vol zoete herinneringen.

Nadat we onze dag hebben doorgenomen zet Jezus de Opperdoezer Rondjes op het gas en wanneer het eten klaar is begeleiden engelen ons naar de eetkamer.
Op tafel ligt geen geblokt zeiltje, maar een fijnlinnen tafelkleed.
Het servies is van Royal Father en het bestek van zilver uit de mijnen van de koningin van Sheba.
De kristallen glazen zijn gevuld met wijn van de druiven uit de wijngaard die 2000 jaar geleden op de heuvel Golgotha is aangelegd.
En we eten peertjes met “koef”
Hoe simpel kan geluk zijn!
Na het hemelse toetje gaan we naar de bibliotheek waar de haard al zalig geurend en knapperend warm brandt.
De schapenvachtjes en berenvellen nodigen in gezamenlijkheid uit me neer te vleien wat ik dan maar doe.
En daar lig ik dan, samen met Hem…
“Zal ik je eens lekker op je rug kriebelen schat” vraagt hij.
Waaauw, hij weet precies wat ik fijn vind…
De gedachte dat ik niet meer weg hoeft maar straks mee genomen wordt naar de slaapkamer…
Ondanks dat ik geen koffers bij me had, is er een walk in closet, zo eentje waar elk meisje van droomt.
De meest elegante jurken, rokjes, jasjes, bloesjes, 150 paar schoenen en laarsjes, 250 hoedjes en niet te vergeten een hele wand met aan gouden haken gehangen tassen van de meest zachte leersoorten, het is allemaal van mij!
Ik mag hier blijven, ik ben thuis!
Zoiets dus, ghighi

Nou goed, fietsen in de stad.
Onlangs moest ik van A naar B.
Toen ik nog een auto had, vond het ik behoorlijk irritant dat zo weinig fietsers richting aangeven.
Soms fladdert er ergens een hand, met een waarschijnlijk zich voor zijn bestaan verontschuldigend wijsvingertje, waar ik als autobestuurder dan weer geen wijs uit weet.
“ steek je hand toch eens fatsoenlijk uit” mopperde ik dikwijls.
Vandaar, ik geef ook voor mijn eigen veiligheid, van te voren richting aan.
Niet sorry dat ik besta, vergeef me dat ik een andere kant op wil dan u, nee; dit stukje weg is van mij, ik verwacht dat u mij daar de ruimte geeft, en bovendien , ik denk niet dat u bloed op de voorruit wil…
De auto achter me, de bestuurder dan hè, kan dan ruim van te voren anticiperen in het verkeer. ( zo noem je dat toch?)
Meestal gaat het goed.

Ik moet eerlijk zijn, soms gaat het net níet goed…
Omdat ik dan zelf niet anticipeer, en geen besef heb van het stukje weg waarop ik mijn fiets van A naar B voort trap.
Dan zit ik met mijn hoofd in de wolken en droom ik van dat schapenvachtje…

Ik dwaal af,
Onlangs, van A naar B.
Met een paar auto’s ver genoeg achter me, zodat wanneer ik met mijn recht uitgestoken arm, richting aangeef ze me daar ook de gelegenheid voor kunnen geven.
De eerste auto scheurt nog snel om me heen, waarna de bestuurster in de auto daarachter, niet voldoende anticiperend, bot op de rem moet, omdat ze in de flow van de vorige auto ook om me heen wil.
Ik schrik, zij schrikt.
Raampje open, duidelijk vingertje opgeheven, begint ze me de les te lezen.
Ik zeg: “ mevrouw, ik heb ruim van te voren richting aangegeven.”
Wat stellig door de vrouw in kwestie ontkend wordt, want ze had niks gezien.

Tja, achteraf kan ik nu ook wel bedenken dat ze hoogstwaarschijnlijk op haar vachtje voor de haard lag en lekker op haar rug gekriebeld werd…

Jammergenoeg op dat moment niet.
Iemand met een weerzinwekkende klauw krabde mijn “oude mens” en ik haalde haar uit de kast,.
Na wat heen en weer welles nietes stak ik mijn in felgeel gehandschoende middelvinger op…
Echt waar!
Erg hè?

Stel je voor, mijn oude ik is veilig in de kast opgeborgen, dood als een pier.
Niks meer in te brengen, ze moet haar bek houden!
Ik weet het, en toch doe ik de kast open en wek dat skelet op.
Ik geloof niet dat Jezus dat bedoelde toen Hij zei dat we zoveel opstandingskracht in ons hebben, om zelfs doden op te wekken!
Jammergenoeg zijn we als kinderen van God bijzonder goed in het op die manier de doden op laten staan, door het skelet steeds uit de kast te halen.
Gelukkig besefte ik dat op dat moment ook, ik schaamde me dood.
Ik wilde dat de grond onder me zich opende en me verzwolg als in een sinkhole.

En toen…
Thank God, zijn Geest woont in mij, en stak ook een vinger op.
Een wijsvinger naar mij, om me net als die mevrouw de les te lezen?
Een middelvinger die me net als ik naar de ander, oordeelde?
Nee!
Geen “sorry dat ik besta vingertje”maar een duidelijke richtingaanwijzer naar het kruis.
“Hier, deze kant op!
Ik wacht wel achter je”

De richtingaanwijzer wees me naar de geweldige tekst uit 2 Korinthe 5:21
“Ik ben de gerechtigheid Gods in Jezus Christus!”

Omdat ik zelf zo goed ben?
Nee, omdat Jezus, die geen zonde gekend heeft zonde voor mij geworden is.
Hij hing tussen hemel en aarde, door Vader verlaten, en wérd zonde!
Op dat moment kwam Zijn gerechtigheid op mij.
Ik werd rechtvaardig verklaard.
Wat Hij verdiende, kreeg ik.
Wat ik verdiende kreeg Hij!
Een zeer vrolijke ruil…

Daar stond ik dus, een “keurige oudere mevrouw” met mijn middelvinger felgeel opgestoken, midden op een kruispunt.
Welke afslag zou ik nemen?
Die van de zelfveroordeling en dood of die van de rechtvaardigheid in Christus?

Ik stapte weer op mijn fiets en stak mijn middelvinger op!
Naar die vuile aanklager die een sinkhole voor me groef, waar hij me briesend ALS een leeuw wilde verslinden.

Belijdend :” ik ben de gerechtigheid Gods in Jezus Christus, ik ben rechtvaardig verklaard in Zijn bloed” ben ik weer verder de snelweg van het leven op gefietst.
Even verderop zag ik een sinkhole , er omheen een metershoge omheining.
Boven de ingang hing een levensgroot bord
“ Verboden toegang”
Engelen met vlammende zwaarden beletten me de toegang waardoor ik veilig verder fietsen kon.
In mijn ooghoek zag ik nog net een ter aarde bestelling van een felgeel gehandschoend handje .
Ze zwaaide vrolijk en stak een duimpje naar me op…

De vintage Singer en het mes in het varken.

Omdat ik een beelddenker ben, zie ik een plaatje voor me van een meisje dat geboren wordt met een set naalden in haar handjes.
Naainaald, haaknaald, en een breinaald.
Gelukkig ben ik tevens gezegend met een rijke fantasie, ik verveel me daarom dus nooit.
Zelfs in het niets doen draaien mijn hersenen op volle toeren in het bedenken van iets nieuws op welk gebied dan ook.
In mijn hoofd spelen zich allerlei verhalen af, grotendeels gestoeld op de werkelijkheid.
Aangevuld met een snufje fantasie, een kloddertje roze hier, een kloddertje roze daar…ghighi

Van kleins af aan hadden mijn handjes dus een naald in welke vorm dan ook vast.
Eerst was dat vooral een naainaaldje.
Op de hand freubelde ik poppenkleertjes in elkaar.

Moeder zat altijd, tussen het poetsen en kloppen door, te breien.
Wat een prachtige truien heeft ze in haar breileven voor me gebreid!
De mooiste ajoursteken en kabels, ze draaide er haar hand niet voor om.
De naalden tikten razendsnel het ene kunststuk na het andere in elkaar.
Zó snel als moeder breien kon, dat heb ik nooit gekund!

Op een gegeven moment kwamen de poncho’s in de mode.
Moeder leerde van iemand haken en haakte voor mij een poncho.
Ik weet nog precies de kleuren!
Mosterdgeel,
Groen,
Beige,
En oranje.

Wat was ik trots op mijn poncho, apetrots!
En moeder niet minder natuurlijk…
Grappig om nu te bedenken dat deze poncho een kleine revolutie was op handwerkgebied thuis.
Omdat moeder naast het breien nu tevens haken kon, leerde ze mij ook deze techniek..
En daar ben ik nooit meer mee gestopt.

Op een gegeven moment mocht ik op het naaimachientje van moeder naaien.
Een Singer handnaaimachine.
Er ging een nieuwe wereld open, vol vergezichten van zelfgemaakte poppengarderobes.
Mijn pop Marion had intussen een Walk-in Closet, waar menig vrouw jaloers op zou zijn.
Gehaakt, gebreid, genaaid, het werd steeds leuker om mijn creativiteit de vrije loop te laten, waarom de kleertjes steeds leuker werden.

En toen….tromgeroffel…het werd Sinterklaas.
Ik meen dat ik 12 jaar was, deze 5 december.
We hadden een voor en achterkamer gescheiden door 2 schuifdeuren met prachtig glas.
In beide kamers stond een kachel.
Van kleins af aan, zongen we op Sinterklaasavond voor één van die kachels onze serenade voor Sint en Piet.
Ze reden immers te paard over de daken van de huizen?
Brullend gilden we de liedjes, in de hoop Sint goedgunstig te zijn, zodat hij Piet door de schoorsteen naar beneden zou sturen om ons van cadeaus te voorzien.

Dat jaar, 1972, geloofde ik van de 365 dagen alleen nog op 5 december in de goedheiligman, je wist het immers maar nooit…
Na de warme poeiermelk, gemaakt van Benco en verse melk, de melk ja, met die heerlijke roomvel er bovenop…, en het knapperig warme banket, mocht ik met mijn andere zusjes het huis doorzoeken.
Er zou ergens een enorm cadeau voor me staan!

Ik rende opgewonden van de ene ruimte naar de andere, de trappen op naar zolder en de andere slaapkamers.
Op zolder stond een groot ingepakt iets.
Zou het dat zijn?
Ik pakte het beet, en ging de steile trap af, waarbij ik bijna struikelde omdat het cadeau een te groot en erg onhandig pakje was voor kinderhanden.
Wanneer ik er nu nog aan denk…als ik toch gevallen was!
Wat een drama zou dat zijn geweest.
Het was namelijk het cadeau voor vader!
Ook nu, 46 jaar later, staat het nog in de vensterbank bij vader en moeder ; een prachtige glazen wereldbol.
Als een baken ; hier wonen ze, mijn lieve ouders, zie ik al van ver het lampje in de bol schijnen.
Ik vind het elke keer weer prachtig, die wereldbol, die al vele kinderhandjes plezier hebben gegeven door het draaien om zijn schuine as.
Tegelijk huiver ik, bij het zien van dit vintage cadeau voor vader nog steeds, want wat als…

Mijn eigen cadeau moest dus nog ontdekt worden.
Met bezweet gezicht rende ik van kast naar kast.
En daar stond hij…in de diepe kast op de slaapkamer van vader en moeder, mijn cadeau!
Ik kan er nu nog tranen van in mijn ogen krijgen, in een rode skai leren hoes stond in de donkerste hoek van de kast verstopt, mijn eerste echte elektrische naaimachine!
Helemaal alleen voor míj!
Wat een kostbare schat, als 12 jarig meisje was ik de enige in mijn klas die haar eigen naaimachine had!
Er zullen natuurlijk kinderen zijn geweest die gedacht hebben :”boeien…”, maar mijn hemel, ik was de koning te rijk!
Vanaf nu begon het echte werk, ik was zo opgewonden en zo blij dat vader en moeder dit voor me gekocht hadden.

Ik weet nog goed dat een klasgenootje zei, “ dat alleen maar?”
Ze had zelf een echt gouden horloge gekregen, en begreep in haar kind denken niet wat deze schat voor mij betekende.
Gek hè, dat zulke details je zo bij blijven?

Ach Alice, fijn dat je zo goed bij de tijd was.
Ik had in mijn naaimachine een stuk vrijheid gekregen die mijn fantasie nog meer zou prikkelen op de snelweg van het leven, vol veel te snel voorbij sjezende moordwapens, want zo zie ik het soms, en de levensgevaarlijke tegen de richting in spookrijders.

Mijn creativiteit, fantasie en beelddenken…
God wat ben ik dankbaar voor het nog steeds kinderlijk plezier daarin.

Met mijn zusje,en moeder in het complot, hadden we een klapper van de avond bedacht.
Van watten en touw had ik een rollade gemaakt, die moeder overgoot met het bakvet van de tartaartjes.
Het was net echt!
Warm en geurend kwamen we er de kamer mee binnen, ons fop cadeau voor vader.

Nooit zal ik zijn blijde gezicht vergeten.
Hij rekende op een tartaartje, en daar lag op het prachtige bord van het Bavaria servies een voor die tijd best kostbaar stuk varkensvlees.
Deze traktatie stond vaak alleen met Kerst op tafel, samen met gestoofde peertjes en aardappeltjes.
Mmmmm, heerlijk.

Vader kon zijn ogen niet geloven, en glunderend begaf hij zich naar de keuken om zijn rol eer aan te doen…de man die op zondag het vlees snijdt!
De opgewonden en enigszins met schuld beladen hilariteit voel ik nu nog, wanneer ik het plaatje voor me zie.
Vader die het mes er natuurlijk niet doorheen krijgt…
Hij is gefopt!
Wat hebben we gegierd om deze mop, terwijl tegelijkertijd de verbaasde teleurstelling op vaders gezicht een gevoel van gêne gaf.
Ik vond het zo verschrikkelijk zielig voor hem…
Een gigantisch geslaagde grap, waarvan het leedvermaak ontzettend veel lol geeft, en ook een beetje schaamte…
Ghighi

Vader, wil je het me vergeven?
Om Jezus wil…

( Opgedragen aan Vader, als goedmakertje )


Een kloddertje roze hier, een kloddertje roze daar…

In 1980 “ draaide” op tv de serie “ de familie Knots “
Wat een ongelooflijk plezier heb ik daaraan beleeft.
Het prikkelde mijn fantasie en was een vluchthaven op de snelweg van gevaar en tegemoetkomende spookrijders.
Mijn hemel, wat een gekkigheid van oma Knots, de voor mij meest favoriete persoon in de serie.
Die keer dat ze dronken was…hahaha, opa Knots die haar over zijn schouder gooide.
Lallend en kirrend hing ze daar, als een slappe pop, het enige wat haar interesseerde was nog een slokje nemen uit de fles jolijt en gein.

Tante Til de artistieke en knotsgekke kunstenares, met haar kloddertje roze hier en haar kloddertje roze daar, het is een prachtig voorbeeld om mijn eigen leven zelf roze te kleuren.

Ik vind dat een heel groot cadeau, dat zelfs door het beleven van allerlei zeer niet kapot gegaan is.
Soms denk ik dat het in plaatjes kunnen denken mijn overlevingstactiek is geworden.
En dan vooral omdat ik mij Vader op die manier zo goed voorstellen kan.

Christen zijn betekent voor mij kind zijn, naïef en goedgelovig alles aan nemen wat Vader zegt.
Omdat Hij het zegt, is het ook zo…
Als Hij zegt dat ik bij Hem schuilen mag als onder de vleugels van een moederkloek, dan doe ik dat.
Ik ga bij Hem op schoot zitten en weet me geliefd.
Ik voel het niet altijd, ik wéét dat het zo is; omdat Hij het zegt.
Hij zegt dat ik goed genoeg ben, ja zelfs dat ik zéér goed ben, dan is het zo, omdat Hij het zegt…

Omdat mijn fantasie me op dat punt erg tegemoet komt praat ik gewoon met Hem, en met Jezus.
Omdat Hij zegt dat ik een schaapje van Zijn kudde ben, en dat schaapjes de stem van de Herder verstaan, vraag ik Hem met de oren en ogen van mijn hart te horen en te zien wat Hij zegt.
Het is prachtig, met je ogen zien wat er gezegd wordt.
Een feestje!

Natuurlijk vergt het oefening.
En je moet het willen.
Met Hem in The Secret Place te zijn…waauw.
Dat is niet voorbij gegaan nadat Hij terug ging naar Vader.
Door Pinksteren zijn we juist veel rijker dan alle profeten uit het Oude Testament.
Je zintuigen daarin trainen is geen moeilijke opgave.
Weet je waarom niet?
Omdat Vader snakt naar contact met Zijn kinderen.
Kom op, mijn Vader, hij wil cantact van hart tot hart, ik zou toch wel gek zijn Hem en mezelf dat te onthouden?
De schepper van hemel en aarde heeft alles gedaan om het mogelijk te maken als Zijn kinderen op schoot te springen en Hem aan Zijn haren te trekken.
Te sabbelen aan Zijn oorlelletjes en te overladen met natte zoentjes.
Precies zoals een kind dat kan doen!
Trappelend van ongeduld op schoot staan omdat je simpelweg psalm 81 hoort zeggen :” opent uwe mond, eist van mij vrijmoedig…op Mijn trouw verbond !”

Laatst was ik in de Keukenhof, en zag daar jonge meiden met een krans van Narcissen om hun hoofd lopen.
Degene met wie ik o.a. daar was vond dat belachelijk, zo overdreven en aandacht trekkerig.

Ik zou het liefst altijd zo’n bloemenkrans in mijn haar doen.
Omdat ik weet dat ik geliefd ben.
Omdat ik supertrots op mijn Papa ben, die al die mooie bloemen speciaal voor mij gemaakt heeft.

Waar ik verdriet van heb, is om me heen kinderen van Vader te zien worstelen met het feit geliefd te zijn en daarom geen krans van Narcissen durven dragen.
Er van uitgaand geen recht te hebben op zoveel goedheid en plezier.

Het zelf niet goed genoeg zijn vindt dan vaak ook de ander niet goed genoeg om een bloemenkrans te dragen.
Het jezelf meten, meet tevens voortdurend de ander.
De basis gedachte achter je niet geliefd weten is Altijd zelfveroordeling.
Zelfveroordeling praat in principe de aanklager na, ik ben niet goed genoeg!
Hetzelfde over jezelf zeggen wat satan over je zegt.

Terwijl Jezus aan het kruis voor elke zonde betaald heeft, overbetaald zelfs, papagaaien kinderen van God satan na: “ ik ben slecht, ik ben een zondaar.”
Lieve broer en zus, dat is toch een grote belediging voor Jezus?
Een ontkenning van het kindschap van Vader?
Hij zegt in 2 Corinthe 5: 21 dat ik, u, jij “ de Gerechtigheid Gods in Jezus Christus ben(t) !

Schatrijk erfgenaam ben ik!
Om recht te hebben op een erfenis moet het familielid eerst dood gaan.
En dat is gebeurt.
Mijn broer, Jezus stierf zodat de erfenis in mijn schoot geworpen is.
Met die belofte dans en trappel ik van ongeduld op schoot van Vader, en sla Hem eerbiedig gesproken, met Zijn beloftes om de oren.
Hij moedigt me aan dat te doen zoals Hij zegt in Zijn woord.

‘Laat ons dan met vrijmoedigheid toegaan tot den troon der genade, opdat wij barmhartigheid mogen verkrijgen, en genade vinden, om geholpen te worden ter bekwamer tijd.’
‭‭Hebreeën‬ ‭4:16‬ ‭SV1750‬‬
http://bible.com/165/heb.4.16.sv1750

Waauw, wat een schitterende woorden!
Ik sta op en schitter omdat de luister van de Heer over mij opgegaan is!

Psalm 22 zingt:
Ik ben verblijd, wanneer men mij
Godvruchtig opwekt: “Zie wij staan
Gereed, om naar Gods huis te gaan.
Kom, ga met ons, en doe als wij.”
Jeruzalem, dat ik bemin;
Wij treden uwe poorten in;
Daar staan, o Godsstad, onze voeten.
Jeruzalem is wel gebouwd,
Wel saamgevoegd: wie haar beschouwt,
Zal haar voor ’s Bouwheers kunstwerk groeten.

Wanneer we samen gaan optrekken en belijden “ ik ben de gerechtigheid Gods in Jezus Christus, ik ben Rechtvaardig in Hem “
verandert er eerst iets in je eigen hart, daarna in je omgeving.
Omdat alles en iedereen buigen moet voor die rechtvaardigheid.
Elke duisternis, elke leugen, elke schuld, alle schaamte moet zijn ongelijk bekennen voor de waarheid van het volmaakte offer van Jezus, en zal de benen nemen!

Omdat ik dat zeg?
Welnee,
Omdat Hij dat zegt!
Punt!

Kom pak het palet en de kwast, en klodder hier en daar wat roze…
Het roze dat een menging is van Rood en Wit.
Bloed en Water dat uit de doorstoken zij van Jezus kwam, nadat Hij Zijn geest overgaf aan Vader en eindelijk rust vond om Zijn hoofd neer te leggen.
Offerbloed van hét Lam, er is recht gedaan!
Badwater van het geloof om schoon en rein gewassen de erfenis met vreugde in ontvangst te nemen.

Kom ga met mij…