Vlindertje

Zie je mij gracieus klapwiekend fladderen in de vlindertuin?
Kom,ga eens rustig zitten op één van de uitnodigende bankjes.
Zit je lekker?
Ga lekker achterover zitten…daar is de rugleuning voor gemaakt hoor!
Adem eens rustig in en uit, ontspan je maar!
Goedzo,helemaal zoals het bedoeld is, zoals je er nu bij zit, je zit heerlijk in de geniet-stand.

Ik ga je betoveren,ja,echt.
Geloof je me niet?
Wacht maar…

Fladderend met mijn prachtige vleugeltjes flierefluiter ik ondeugend om je heen.
Flirtend als een verliefd bakvisje van 13, steel ik je aandacht.
Mijn gefladder brengt je langzaam in vervoering,totdat je niet meer anders kunt dan mij met verliefde blik volgen.
Ik fladder langs je oren,zodat een teer lispelend windje griezeltjes over je rug geeft.
Zie je wel,ik heb je betoverd,ik zei het je toch?
Mijn kleuren maken je verlangend om me te volgen,waar ik ook ga…
Nou,kom maar,kom maar achter me aan dan.
Ik fladder van zoetigheid naar zoetigheid, me geen zorgen makend of het wel voor mij bestemd is.
Het staat simpelweg voor mij klaar.
De bloemen zijn speciaal voor mij gemaakt,zodat ik met mijn lange tong hun heerlijke nectar drinken kan.
Mijn kleuren worden er nog mooier van omdat de nectar mij nieuwe energie en levenskracht geeft.

Mijn betoverend magische vleugeltjes lokken je met hun gefladder onvermoeibaar verder deze prachtige tuin in.
Je wilt meer zien hè?
Dat is ook de bedoeling!
Kijk,daar in het midden,die boom…
Hè,wat zeg je?
Zie je door de bomen het bos niet meer?
Richt je ogen naar waar ik wijs, daar, die grote levensboom, precies in het midden.
Gelukkig,ik heb je aandacht weer.
Dat is de boom waarvan haar vruchten je nieuwe moed en kracht geeft.
Pluk maar welke je wilt.
Ze zijn allemaal eetrijp.
Je bent moe,ik zie het heus wel…
Je draagt een zware last op je schoudertjes hè?
Ik bemerk heus wel dat je je ervoor schaamt en het niet weten wilt,terwijl de zeurende pijn van de last luid en duidelijk in de oren van je hart schreeuwt:
“Je bent niet goed genoeg”

Kom,pluk en eet van deze boom.
De prijs is al betaald.
Toe maar,je zal een enorme bevrijding ervaren.
Je last zal afvallen en in de diepte van de zee worden gegooid.

Gelukkig,je eet.
Ik zie het bloedrode sap om je mond en langs je handen en armen naar je ellebogen sijpelen.
Smak maar lekker,dat mag hier.
Je hoeft je niet meer te schamen want in deze tuin is geen schuld.

Nou…?
Heb ik de waarheid verteld?
Opeens ben je kilo’s lichter toch?
Ja,ik zie het aan je ogen,ze gaan schitteren van nieuw elan.
Kijk,daar word ik nou blij van.

Kom,ik zal je nog iets laten zien.
Volg me naar een andere boom.
Zie je de cocons hangen?
Toen ik nog een rupsje was had ik mij zelf ook verstopt in een cocon. Gaandeweg werd dat mijn bescherming tegen de boze buitenwereld.
Daar was ik veilig, dacht ik, niemand kon mij nog afwijzen.
Niemand kon mij nog kwetsen.

Stiekem loerde ik wel eens door een spleetje van mijn cocon naar buiten.
Dan zag ik de vlinders buitelen en snoepen,genietend van hun vrijheid.
De eigenaar van deze tuin moedigde me aan om ook uit mijn cocon te komen, hij had er verdriet van dat ik mijn mooie vleugeltjes niet uitsloeg.
Tegelijkertijd liet hij mij vrij in mijn keuze.
Op een dag vond ik het genoeg geweest,mijn veilige cocon bleek mijn gevangenis te worden en zou mijn dood gaan betekenen.
Wat was de heer van de tuin blij toen ik frank en vrij op zijn schouder kwam zitten.
De tranen stonden hem in de ogen,zo blij en ontroerd was hij over mij keuze.
Nu moedig ik anderen aan hun cocon te verlaten en de vrijheid te omarmen.
Ik fladder hier voor mijn heer, en geniet van de heerlijke hapjes die hij speciaal voor mij laat groeien.
Ik ben zo blij om met mijn mijn kleurenpracht anderen te betoveren.
Ik ben een gelukkig vlindertje!

Laat me je aanmoedigen de vrijheid in te buitelen.
Show je prachtige vleugeltjes aan de anderen,zodat deze tuin een magisch fladderend festijn wordt van eerbetoon aan onze tuinmeester.

Fladder vlinder,fladder
Show your Glory…

Zwaan kleef aan!

2 x per jaar kwam de tandartsbus bij de School met de Bijbel waar ik als kind les kreeg.
Voor mij was dit een martelkamer vol martelwerktuig.
Wat had ik een angst voor de tandarts.
Hysterisch van angst was ik.
Bevend en mijn keel dicht geknepen wachtte ik op mijn beurt.
Mijn angst kwam voort uit een al bij de eerst doorkomende melktandjes slecht gebit.
Blijkbaar had ik in moeders buik te weinig meegekregen op dat vlak.

Maar, op een onvermijdbare dag, oh help, het was mijn beurt om naar de tandarts te gaan.
Met lood im mijn schoenen stond ik op van mijn schoolbankje.

Nu woonde vlak bij school een tante van mij.
Tante Zwaan.
Ze was een Zwaan-kleef-aan-Zwaan
Iedereen was welkom,met een hartelijkheid die mijn hunkerend naar liefde hartje verwarmde.
Uit school ging ik vaak eerst even langs bij tante Zwaan.
Ze verwachtte me, op tafel een pot thee en kaakjes.
“Bin je doar mun lekkeretjen” klonk haar lieve blije stem.
Ja,dit was mijn lievelingstante.

Ik was dus opgeroepen naar de tandartsbus te komen,maar niemand wist dat ik een plan had….tante Zwaan!
Tante Zwaan was mijn escape.
Zodra de schooldeur achter me dicht klapte,rende ik in blinde paniek naar mijn allerliefste tante.
“Kom gauw hier lieverdje” zei ze dan en verstopte me onder de trap.
Het was natuurlijk uitstel van executie…

Ik denk nog vaak aan tante Zwaan.
Nu begrijp ik pas dat ze een zwaar leven had.
Maar haar warme persoonlijkheid heeft een kostbare herinnering achter gelaten.
Wat was dat nou met tante Zwaan?
Hoe komt het dat vooral zij zo’n warme indruk is in mijn ziel?

Ik denk omdat dat ze, ondanks haar verdriet en pijn, de afwijzing en eenzaamheid, zichzelf bleef.
Niet verbitterd,gewoon een blij mens die wist dat de Here haar lief had.
In haar en om haar heen zag ik onbewust de aantrekkingskracht van de glans van Jezus.
Daardoor zag ze mij staan in mijn eenzaamheid.
Omdat ze zelf wist hoe diep afwijzing en daardoor geisoleerd te raken, betekende.
Omdat ze zelf wist dat alleen Hij nodig is, alleen Hij!

Tante Zwaan, bleef tante Zwaan.
Hartelijk, lief en open.
Ze is een kostbare glanzende parel aan mijn ketting van mooie herinneringen.

In mijn nieuwe leven,in een onbekende zeer verfrissende omgeving,moest ik ook eerst uit mijn beschermende ik-gevangenis komen.
Wat een zegen,dat er in mijn kring mensen waren die me respecteerden toen ik nog in mijn gevangenis bivakkeerde, en me aanmoedigden eruit te komen.
Het deurtje staat namelijk gewoon open.
De sleutel zit in je eigen gedachten.
Het was veilig!

Een dubbele zegen is het om uit je eigen gevangenis in die van Jezus te stappen.
Omdat dit een ruimte waar de slingers voor je worden opgehangen, en je verre van alleen bent.
Daar ontmoet je steeds meer Jezus-mensen,die met jou een “Samen” vormen.
Het is een ongekende vrijheid in die gevangenis.
Een vrijheid zoals vogels gebonden zijn aan het luchtruim.
Een vrijheid zoals vissen gebonden zijn aan het water van de zee.

Ik geloof dat de glans die me aantrok in tante Zwaan, ook op mij,in mij en om me heen is, alleen maar omdat Hij in mij woont!
Ik bid voor anderen een “tante Zwaan” te zijn.

Ik geloof dat ieder die ín Hem is,deze glans heeft.
Je kunt het sturen,dat geloof ik ook.
De intimiteit met Hem vergroot Zijn glans op je, en in je.
Deze glans verkondigt zonder woorden aan je omgeving dat God goed is!

Deze glans heeft grote aantrekkingskracht voor de mensen om je heen, en maakt je tot een blijde jubel rechtstreeks uit de hemel.
Aan jou wordt gezien dat Vader God genade wil bewijzen aan ieder die dat wil.
Lees het maar in o.a. Numeri 6:22-27 en in Psalm 67.
Aan Hem zal het niet liggen,Hij geeft overvloedig zonder weerga, en rust je toe een Jezus-Zwaan te zijn.

Een blijde menigte Zwanen zijn we!
Kom, kleef aan, Zwaan…

(Opgedragen aan tante Zwaan)

Opgenomen.

Opgenomen…
Gisteren ben ik opgenomen…
Alles waar ik voor mijn opname op hoopte is werkelijkheid geworden.
En nog meer dan dat!

Het ging :roetsjjjjj
Terwijl elk aards bezit achterbleef, en mijn schoenen verschroeiden van de snelheid waarmee ik eruit stapte, was ik daar…
Daar,waar ieder mens van droomt, daar waar ieder schepsel een ingeschapen heimwee naar heeft.
In the blink of an eye,sneller dan een miljoenste seconde werd ik opgenomen in een andere wereld en wandel nu door de straten van het nieuw Jeruzalem.
Het gras is hier groener dan groen, de lucht blauwer dan blauw, het water in de klaterende beken helderder dan helder.

De straten zijn van gouden kristal en van een zuiverheid waarvan Swarovski,na jaren tevergeefs experimenteren, dacht dat het een utopie is.
Knotsen van parels markeren de 4 hoeken van de stad,waarin het vrij in en uit gaan is.
Er is geen gevaar of angst voor terroristische aanslagen,zodat de stad geen barrières heeft.
Geen enkele geheim agent met oortjes waaraan een pijpenkrullen snoertje hangt, wat hun verbindt met het hoofd van de FBI en CIA, is hier te bekennen.
Politiebureaus hoeven uit bezuiniging niet te sluiten evenmin als de ziekenhuizen,ze zijn hier namelijk niet te vinden.
In het nieuw Jeruzalem heeft iedereen een riante bonus ontvangen waarvoor het niet nodig is het kabinet bij elkaar te roepen.
De marine heeft zijn schepen achter zich verbrandt,en geniet nu van hun eeuwig durend verlof.
Vandaar dat geen enkel uniform hier nog waarde heeft,het is alles achtergebleven op een enorme berg lompen.

Het fundament van deze stad is opgebouwd uit 12 lagen edelsteen,waarvoor menig goudsmid een kapitaal neer zou tellen.
Overal is vreugde en plezier.
De pleinen en straten worden gevuld met feestvierende mensen die allen een all inclusief ticket in bezit hebben gekregen.
Want dat is de enige voorwaarde om hier binnen te komen.
Het ticket bevat de handtekening van Vader Zoon en Geest, en verschaft toegang tot elke belevenis.
Het staat als een sierlijk kruisje in ieders voorhoofd getatoeëerd, een ereteken waardevoller dan elke onderscheiding ook.
Niemand hier heeft zelf ook maar enige prestatie geleverd het te verdienen,het is ons allemaal geschonken door het sterven van Jezus de Zoon.

Ja,het is waar wat Corrie ten Boom zei:”stel het je maar heel mooi voor,het zal nog mooier zijn!”

De aartsvaders zijn altijd bereid tot een praatje,
Mozes,die zijn staf niet meer nodig heeft bv.
Ik wilde wel eens weten wat hem nou bezielde toen hij op de rost sloeg i.p.v. te spreken tegen de rots.
Hij lacht er nu om.
David,die zijn katapult en zwaard niet meer hoeft te gebruiken;hier is geen spottende Goliath terwijl de leeuwen en beren spelen met lammetjes,die ze eerder nog woest verslinden wilden.
Ik raak niet uitgekeken en zou nog eeuwen kunnen vertellen over deze stad, waar de zon niet ondergaat.

Waauw,ik wil hier nooit meer weg,nooit meer!
Jezus is hier alles in allen,een wonderlijke ervaring die alle verstand te boven gaat.

Opgenomen…
Terwijl ik gisteren met vakantie zou gaan werd ik in het ziekenhuis opgenomen.
Ziek en uitgedroogd lig ik aan een infuus van prednison en vocht.
Druppel voor druppel doet het zijn werk in mijn lijf.

Ik zou nu boos kunnen zijn,woest op God.
“Heer,hoe, waarom ?”
En ja,ik ben in de war,ik ben verdrietig,ik heb veel pijn.
Maar ik kies ervoor te blijven geloven dat Hij goed is.
Ik heb me aan laten sluiten op een infuus waaruit Jezus’ bloed druppel voor druppel mijn geest,ziel en lichaam vernieuwt.
Hij zorgt voor me op een manier waarvan ik nu de uitkomst nog niet zie.
Wat ik wel weet is dat het mooier en beter zal zijn dan iets door mezelf bedacht.

Opgenomen…
Ik ben in Hem opgenomen tot een nieuw leven.

Wijn voor onder de 18 en kadetjes met omelet.

Schoolreisje

Vanaf de vijfde klas gingen we met de school met de bijbel,waar ik als kind vroeger les kreeg, op schoolreisje.
Terwijl we in de klas naar de instructies van juf of meester luisterden, zagen we door de grote ramen van het klaslokaal de bussen voorrijden, wat de spanning nog hoger opvoerde.
Zo erg, dat sommige kinderen over moesten geven van uitgelaten en opgewonden zenuwachtigheid.
Ik hoopte zo dat ik op een plekje bij het raam kon zitten,want dan kon ik moeder bij het uitzwaaien goed zien.
Tussen de andere vaders, moeders, bessies en bêbes stond ze in de rij van opgewonden vrolijkheid.
Vroeg in de morgen,na de nacht waarin je natuurlijk geen oog dicht had gedaan,stond moeder in de keuken eieren schuimig te kloppen,.Uit de koekenpan lagen die even later als dikke warm schuimige lagen op de opengesneden kadetjes af te koelen op het ouderwets granieten aanrecht.
Het hele huis rook ernaar,en het water liep me in de mond.
Zodra de bus het dorp uit was, zou ik de zak met deze lekkernij open maken en nog vóór de morgen om was, zou de helft op gesmuld zijn.

Voor moeder was het ook feest,want nu ze een dag geen kinderen om de benen had, kon ze mooi het hele huis eens onder handen nemen.
Om te luchten werden de gordijnen uit de rails gehaald,en samen met de matrassen en dekens naar buiten gebracht, om aan het eind van de middag te worden afgeranseld met de mattenklopper.
(Deze mattenklopper had ook wel eens mijn jurkje te pakken gehad.
Jammergenoeg hing dat jurkje toen niet aan de waslijn te luchten…)

Ach…nu stond moeder naar me te lachen en zwaaien,ik kreeg een brok in mijn keel.
Het liefst was ik de bus uitgerend, naar moeder, ik had nu al heimwee naar haar.
Haar achter te laten deed pijn in mijn buik, terwijl de traantjes erg hoog zaten.
Maar…de bus ging rijden,er was geen weg meer terug!

Grappig te bedenken dat moeder het heerlijk vond en zelf hoopte dat de bus snel weg reed, omdat het huis op haar wachtte!
Zo kon ze een dag lekker haar eigen gang kon gaan.
Poetsen,soppen en kloppen.Haar meest favoriete en voor mij als kind de meest gevreesde bezigheid.

Zodra we het dorp uit waren kwam ook de pret en de verwachting terug.
Het zou een geweldig leuke dag worden.
Vreselijk eng, en toch leuk!

En oh, die heerlijke witte kadetjes met gebakken omelet.
Dat is een herinnering die me ook nu nog het water in de mond laat lopen.
Wellicht is dat voor mij het meest kostbare van het schoolreisje; de zorg van moeder,die al vroeg in de weer was met mijn eten voor die dag.

Aan het einde van de middag kropen we onder de banken van de bus zodra we het dorp weer inreden.
Prachtig hoe dit oude ritueel voor elk kind,dat voor eerst met schoolreisje gaat, nieuw is.
Vaders en moeders dachten echt dat de bus leeg terug kwam…
De gedachte alleen al dat je het zelf geloofde doet je glimlachen.
Het toneel verandert niet, alleen de spelers.

Moeder moe en met een verhit gezicht van háár favoriete bezigheid, nam me blij weer mee achterop de fiets.
Het huis was weer gelucht, vanavond mocht ik in een krakend helder bedje kruipen.
Waar ik mijmerend over de afgelopen dag al spoedig in slaap viel.

Hoe kan ik soms verlangen naar het kind dat nog zo heerlijk naïef het leven moest ontdekken.
Het kind, dat ondanks de waarschuwing van moeder niet meteen alles op te eten, de zak met kadetjes, belegd met omelet, zodra moeder het niet ziet, open maakt en verrukt de heerlijke geur opsnuift.
De geur van vertrouwdheid en geborgenheid.
Het onbevangen vertrouwen hebben in een wereld die geen kwaad in de zin heeft.
Dat naïeve verdwijnt wanneer je in het “groot” worden steeds meer butsen oploopt.

Wat een bevrijding weer kind te mogen zijn bij Vader.
Weer naïef en onbevangen bij Hem op schoot te kruipen,wetend dat je geliefd bent.
Te schuilen onder Zijn kraakhelder vleugels die je omarmen, bedekken en beschermen tegen de invloed van alle pijn in het leven opgedaan.
Alsof je bang en onzeker onder de dekens van je schone bedje kruipt.
Hier ben je veilig met je van pijn gezwollen hart vol blauwe plekken.
Onder Zijn vleugels ontdek je dat die pijn door Jezus is opgenomen als een spons die zich vol zuigt met zure wijn.
De wijn van zure druiven die de tanden sleets maakt.
De wijn die Jezus dronk nadat Hij eerder de beker vol zoete wijn aan ons doorgaf.
Aan mij.
Om te gedenken…
De vreugde beker,
De beker van verzoening.
De beker die het hart vrolijk maakt.

Blij als een kind dat met schoolreisje gaat.
In de rugtas genoeg kadetjes met omelet.

Kadetjes en wijn…smakelijke combinatie!

Someday/Right Now

Het Vaderhart van God, hoe zien we dat, hoe zie ik dat?
Wat voor gedachten komen er boven bij het woord “Vader?”

Wanneer ik naar Jezus kijk zie ik Vader.
* Hij kwam met het doel voor mijn zonden te sterven.
* Hij kwam om mij het Vaderhart te openbaren.
Om mij op een plek te krijgen, waar ik “Onze Vader” zou zeggen.
Onze Vader; Jezus’ Vader,mijn Vader!

Elke daad van Jezus hier op aarde had dat tot doel; mij het hart van Vader te laten zien.
Het hart van Vader, dat zoekt naar ontheemde kinderen.
Wezen.
De kinderen die in het paradijs ervoor kozen het hart van Vader te verlaten,om daarna als asielzoeker door het leven te gaan.
Dwalend als schapen zonder herder,zoekend naar bevrediging in kortdurend genot.
Hunkerend naar een plek om Thuis te komen.

Thuis, waar het veilig is.
Thuis, waar eten is, elke dag opnieuw.
Thuis, waar voor je gezorgd wordt, elke dag opnieuw.
Thuis, waar een bed staat, zonder een verslindend monster eronder verstopt, zodat je rustig slapen kunt, er wordt over je gewaakt.

Waar het gebed allang verhoord is;
“Ik ga slapen ik ben moe,
Sluit mijn beide oogjes toe,
Here houdt ook deze nacht,
Over mij getrouw de wacht.”

Ik wéét dat over mij de wacht wordt gehouden.
Ik wéét dat niemand me wreed mijn bed uit komt roffelen.
Ik wéét dat het monster dood is.
Ik kan gewoon het raam wijd open laten staan,want ik ben veilig!

Thuis…
Waar ik dankend mag zingen;
“t’Boze dat ik heb gedaan,
Vader ziet het niet meer aan,
Schoon mijn zonden vele zijn,
Om Jezus’ wil ben ik nu rein.”

Alles waar ik vanaf mijn geboorte naar hunkerde is voorradig in het Vaderhart.
In dat Vaderhart is de bede verhoord;
“Uw koninkrijk kome,
In de hemel en op aarde”

De focus van de Bijbel wijst maar in één richting:Vader!

Niemand heeft op deze aarde een perfecte vader,niemand.
Het feit dat onze aardse vader tekorten heeft/had, kan maken dat we in eerste instantie ook zo naar onze hemelse Vader kijken.
In dat erkennen en herkennen kan ik mijn recht opgeven God niet als de perfect volmaakte Vader te zien.
Mijn aardse vader maakt fouten, net als ik.
Mijn hemelse Vader weet precies wat ik nodig heb, en in het offer van Jezus geeft Hij mij daar tevens het recht toe.

In Hem, Jezus,leer ik wie ikzelf ben,in Hem, Jezus ontmoet ik Vader.
In Vader zie ik dat het offer van Jezus volmaakt is,volkomen volmaakt.
Er is recht gedaan aan het kruis!
In Vader zie ik dat ikzelf volmaakt ben,omdat ik een volmaakt liefhebbende Vader heb.
Ik ben gekocht door het volmaakt zuivere bloed van Jezus.
Door de Heilige Geest zeg ik Abba,en Ben ik.

In ieders hart is een schreeuw naar identiteit.
Het is alles in Vader te vinden; Alles!

Het is geen “Somewhere/Someday” ervaring…
Het is een “Right Here/Right Now” ervaring!

Vader zoekt…
Hij zoekt naar degene die WETEN dat ze Zijn Kind zijn.
Dat weten geeft rust.
Dat weten opent ongekende bronnen.
Dat weten geeft Genade op Genade ontmoetingen met Vader.

In dat weten van Zijn kinderen schept Vader vreugde!

(Wordt vervolgd)

Parel van grote waarde.

Weet je wel hoe mooi ik glans?
Ik ben een parel.
Niet zo maar een parel, nee, ik ben een parel van grote waarde.
Zoals ik, zo is er geen ander, ik ben unique…

Mijn kleur is zuiver wit, als pas neergedwarrelde sneeuw.
De sneeuw, die, wanneer s’morgens de gordijnen opengaan, je de adem doet stokken in je lijf.
Gisteren waren de straten nog stoffig en vuil, terwijl in de nacht, toen je sliep, de wereld veranderde in een smetteloos wit ongerept sprookjeslandschap.
Alle smerigheid is onder een dik tapijt van sneeuwkristallen geveegd, er is geen vuiltje meer aan de lucht.
Stad en land ligt verstilt te wachten op sneeuwbal gevechten en roetsjende sleetjes, beladen met van pret gillende kinderen.

Verrukt sla je haastig je ochtendjas om je heen, opgewonden als een kind dat vandaag met schoolreisje gaat.
Naar buiten, want daar is het te beleven!
Het deert je niet, dat de buren je een beetje raar vinden.
De drang als eerste jou voeten in die heerlijke witte, knisperende laag zetten is onweerstaanbaar.
Wanneer je de buitendeur open doet, schuif je daarmee de sneeuw die 45 cm hoog de achtertuin bedekt, met kracht opzij.
Niemand heeft de sneeuw nog aangestampt, daarom is het nog lekker luchtig en vol beloftes.
Het frisse ochtend zonnetje doet de ijskristalletje schitteren als diamant.

En dan…
Je zet je stappen in de onbetreden nieuwe wereld
Diep zakken je voeten in de vuil bedekkende deken.
Wat grappig, het lijkt net of je zelf 45 cm. korter bent geworden!
Je bent weer heerlijk kind!
Dit is een sensatie die een niet te beschrijven geluk geeft.
Jij bent degeen die door de stappen van je voeten, veroveraar van een nieuwe wereld bent!
Eer alle anderen een smeerboel van deze zuivere wereld maken, heb jij ervaren hoe geweldig het is eerste te zijn die deze pure en verstilde schoonheid betreedt.
Waar je loopt laat je je afdruk achter in de sneeuw,zodat je makkelijk te volgen bent.
Je gaat dansen, ja, je danst in de sneeuw!

Zo wit ben ik dus!
Sneeuwwit…

De glans van mijn wit parelmoer is als de glans van slagroom, zo pas met de mixer luchtig opgeklopt.
Na het aflikken van de gardes haal je stiekem snel je vingers door de kom, om ze daarna smakkend af te lebberen.
Heeft niemand het gezien?
Snel dan, nóg een likje!

Knoerten van bloedrode aardbeien liggen in prachtige schaaltjes te wachten, om net als jou wereld bedekt is door een dik pak sneeuw, verstopt te worden onder een zoete klodder slagroom.

Nou, zo mooi glanzend dus!
Glanzend wit.

Eerst was ik een een simpel zandkorreltje.
Onbeduidend peper en zout kleurig, lag ik tussen miljoenen andere korreltjes op de bodem van de zee.
Totdat Oester me uitnodigde in zijn schelp.
Hij pikte mij eruit,hij zág mij!
Binnenin de schelp van Oester was het prachtig!
Zo lelijk en onaantrekkelijk als de buitenkant was, zo wonderschoon de binnenkamer.
Het was een sensatie van thuis, en op de plek aangekomen zijn, waar ik tot mijn bestemming zou komen.
Dit huisje, de wanden bedekt met de mysterieuze betovering van parelmoer, had op me gewacht!

Oester beloofde me, dat wanneer ik genietend van mijn nieuwe omgeving stil zou blijven zitten, ik een parel zou worden.
Een parel van grote waarde!
Omdat ik als zandkorrel een groot minderwaardigheid complex had, en diep van binnen verlangde om van meer betekenis te zijn, volgde ik het advies trouw op.
Tenminste, in het begin.
Ik merkte dat ik laagje voor laagje, héél langzaam anders werd.
Het parelmoer van Oester werd mijn manteltje.
Elk volgend laagje werd dat manteltje mooier en groter.

Maar wat duurde het lang zeg!
Tergend traag vond ik het dikwijls, het schoot maar niet op.
Dan wilde ik eruit, ik vond het zelf wel goed zo.
Oester zag mijn ongedurigheid, en door de schelp stevig te sluiten zorgde Oester dat ik er niet vandoor kon gaan.
Ik bleef het proberen, totdat Oester zelf de schelp opende en me zei dat, wanneer ik hem als een gevangenis beschouwde, hij me vrij wilde laten.
Eer hij op andere gedachten kon komen, piepte ik opgewonden en nieuwsgierig er tussenuit, en nam de benen, om al snel te ontdekken dat dat nou niet zo’n heel goed idee was geweest.
Het was zelfs rampzalig te noemen!
Wat voelde ik me eenzaam en alleen, zo zonder de bescherming van Oester.
Wat was ik eigenwijs en ondankbaar om Oester als een beknelling te zien.
Na verloop van tijd, werd ik ziek van heimwee, en verlangde steeds meer en meer terug naar Oester.
Daar was ik veilig, daar werd voor me gezorgd, omdat ik zo welkom was geweest.
De belofte van Oester om van grote waarde te zijn, deed me besluiten terug te gaan.
Ja, ik zou naar Oester terug gaan, en vragen of ik asjeblieft weer in hem wonen mocht.

En weet je wat er toen gebeurde?
Oester rende me al tegemoet, en eer ik mijn 1000 excuses had gemaakt, opende Oester liefdevol zijn schelp om me weer binnenin hem te laten wonen.

Nu is mijn manteltje klaar.
Laagje parelmoer na laagje parelmoer heeft me kostbaar en van grote waarde gemaakt.
Groot en glanzend ben ik een belofte van plezier voor iemand anders.
Gehuld in de bescherming van prachtig koningsblauw fluweel, lig ik te wachten op een koopman die genoeg voor over heeft, want ik ben niet goedkoop.
Ik ben op deze beurs de zuiverste, grootste en mooiste parel.
Met begerig uitpuilende bolle ogen lopen koopmannen om me heen, wikkend en wegend, de inhoud van hun buidel steeds opnieuw tellend.
Ze dingen op mijn waarde af, maar Oester laat zich niet bedotten!
Hij geeft mij de volle verzekering van een koopman die onderweg is, en mij op waarde schatten zal.
Die zal alles voor me over hebben.

En dat gebeurt, Oester heeft alweer gelijk.
Deze koopman wil nog maar één ding; mij vasthouden, koesteren en strelen, daarbij zich zelf weerspiegelend in mijn glans.
In zijn ogen zie ik dat hij vanaf zijn begin uitgezien heeft naar een parel zoals ik.
Geduldig speurend werd zijn verlangen naar mij steeds groter, wat hem de moed gaf het niet op te geven.

Zonder er bij na te denken verkoopt hij alle andere parels, om met dat geld mij te kunnen kopen.
Wanneer ik buitelend in zijn stoere grote handen lig, verbaas ik mij over de littekens daarin.
Teder en liefdevol spreekt zijn mond zulke mooie woorden!
Hij zegt dat ik de vervulling van zijn droom ben.
Dat hij vanaf het begin al naar me verlangt heeft, dat ik gewild en bemind ben.
Hij houdt me dichtbij zijn mond en fluistert:
“Het vooruitzicht jou te kunnen kopen gaf me zoveel vreugde, daarom was het offer al het andere te verkopen licht, mijn mooie liefste kostbare parel”
In zijn stem zit een zo grote kracht dat ik niet anders meer wil en kan, dan dat gewoon aan te nemen!
Geborgen in veiligheid, laat ik me koesteren in de kom van zijn handen.
Ik laat me kussen en beminnen.
Mijn glans is de weerkaatsing van zijn glans!
Mijn wit, waarin de regenboog danst, is de weerschijn van zijn rode bloed.

Ja, ik ben geliefd,
Bemind,
Gewild,
Ik ben een parel van grote waarde.

*Opgedragen aan mijn zussiedinnetje Monique*

Een nieuw hartje.

Ik ben nog een klein meisje en lig in het gras,van de dijk aan het IJsselmeer,naar de hemel te staren.
Mijn hartje bonst in mijn lijf.
Als het lieflijk,maar tegelijkertijd dringend,kloppen op een deur.
Mijn hartje…mijn vader en moeder zeggen dat ik bidden moet om een nieuw hartje.
Want,wordt me ook door de dominee verteld,anders kom ik in de hel.
Ik weet al heel veel over de hel.
Het is een plek waar wening is en knersing der tanden.
Tot in eeuwigheid roepen en schreeuwen de mensen daar:”ach,had ik maar”
Waarna het antwoord steevast zal zijn:”te laat”
De duivel,heeft volgens de dominee,heel veel macht.
Hij gaat rond als een briesende leeuw om mij te verslinden.
De dominee zegt ook dat alle mensen het liefst naar die duivel luisteren in plaats van naar de Heere God.
Zoveel macht heeft hij!
En wanneer je dan dood gaat,kom je bij hem in de hel waar je nooit meer dood gaat.

In de kinderbijbel en in de kerk wordt me verteld dat ik uitverkoren moet zijn,om niet in dat eeuwig brandende vuur, maar in de hemel te komen.
Maar er zijn volgens de dominee,en mijn opa en opoe maar heel weinig uitverkoornen.
Daarom moet ik maar veel bidden om een nieuw hartje.
Mijn vader doet vaak voor hoe een dominee op de kansel stond te ruiken.
Daarna zei hij:”Ik ruik hellevlees…”
Dát zijn de goeie dominees…volgens mijn vader,en opa zegt dat ook.
Die vertellen je precies de waarheid!

De verhalen over de Heere God,(Heere met 2 e’s!)die erg boos op me is,vanwege mijn van nature zondige hartje,en over de Heere Jezus…(ook met 2 e’s),het is als het praten over iemand waar ik vreselijk bang voor moet zijn.
En al helemaal voor de Heilige Geest,want wanneer ik dáár eenmaal tegen gezondigd heb kom ik zeker in de hel.
Dan kan ik mijn vuisten blauw slaan en op mijn knietjes gaan tot het bot erdoor heen komt,maar daar is geen vergeving voor.
Nooit meer!
Nee ik begrijp zo langzamerhand wel dat ik niet moet denken dat ik de Heere Jezus in mijn broekzak heb.
Anders ga ik met een ingebeelde hemel toch nog naar de hel.
Op mijn sterfbed zal het misschíen nog goed komen,maar dat is echt een héél klein hoopje!

Zondag’s in de kerk wil ik graag eens gaan roepen dat ik wil weten Wie de Heere Jezus is.
Maar dat durf ik niet want je moet netjes zitten en stil zijn in het huis van de Heere God.

Af en toe staat er een tafel vooraan in de kerk.
Dan hebben we Heilig Avondmaal.
De dominee nodigt dan aan de tafel des Heeren de mensen uit om Wijn te drinken en brood te eten.
Maar daarvóór heeft hij in de preek gezegd dat wanneer je onwaardig eet en drinkt je jezelf een oordeel eet.
Daar heb je het weer,dan kom je in de hel.
Terwijl hij dus vraagt om op te staan en ook aan die tafel te gaan zitten,is het toch maar beter dat je,zoals veel mensen doen,snikkend blijft zitten.
Vóór me zitten ook altijd een paar vrouwen luid te snotteren.
Ik zie hun schokkende bewegingen en stiekem walg ik daarvan.

Voor mijn gevoel hangt er een zwaard boven die tafel dat je onmiddelijk doorklieft wanneer je onwaardig eet en drinkt.
Hetzefde als Annanias en Safira,die dood neervielen in de kerk omdat ze ook liever naar de duivel luisterden.

Het is jammer dat ik nog niet groot ben,want ik vind het ook best wel zielig voor de dominee.
Staat hij daar te smeken of er meer mensen komen,maar ik mag niet omdat ik nog te klein ben.
Terwijl er toch ook een mooie plaat in de kinderbijbel staat van de Heere Jezus met allemaal kindjes om zich heen.
Ze zitten zelfs bij Hem op schoot!
En op de plaat ziet Hij er erg vriendelijk en gelukkig uit.

Dat soort mijmeringen gaan er allemaal door mijn hartje,nu ik hier lig in het gras.

Mijn hartje…daar binnen in hoor ik een voortdurende fluistering.
Als het fladderen van de vleugeltjes van een baby duifje dat net uit het ei gekomen is.
Het fluistert dat het niet waar is wat ze me vertellen over de Heere God.
Dat het leugens zijn.
Het klinkt als het kabbelende water van het IJselmeer,dat in kleine golfjes breekt op de stenen onder aan de dijk.
In een eindeloze cadans,van breken en terug keren in het meer,om daarna weer in een lieflijke en tegelijkertijd onverzettelijke kabbeling de grens,die de dijk aangeeft,probeert op te rekken.
Het is alsof de bijbel open naast me ligt in het gras.
Een zacht windje doet het dunne papier ritselend de pagina’s omslaan.

Oh,wat voel ik een verlangen om de Heere Jezus te leren kennen!
Te wéten wie Hij is!
Gewoon bij Hem te horen!
Waarom moet ik eigenlijk bang zijn voor iemand die me nota bene zélf gemaakt heeft?
Nee,het kan ónmogelijk waar zijn wat me geleerd wordt over de Heere God.

Diep verborgen is er een wéten,dat Jezus(oh die naam,Jezus…)van me houdt.
Hij houdt van mij.
Ik ben speciaal voor Hem.
Al was ik de enige,dan was Hij nóg gekomen,om voor mijn zonden te sterven.
Diep in mijn binnenste besluit ik gewoon te geloven dat ik erbij hoor.
Ik wéét het,
ik gelóóf het.
Al ben ik nog zo klein…
Diep van binnen weet ik,alhoewel niemand het me verteld;Hij gelooft in mij,in Mij!

Er zingt een melodie in mijn hartje van een lied over bazuinen en een gouden stad.
Een stad waar de Heere Jezus Koning is.
Een lied over een nieuwe hemel en een nieuwe aarde waar geen verdriet meer is.
Ik tuur naar de blauwe hemel op zoek naar een teken van Zijn komst.
Mijn hartje beeft van spanning en verlangen om de Heere Jezus op de wolken te zien verschijnen.
Jezus…Jezus…alleen al zijn naam doet mijn hartje opspringen in mijn lijf.
Ik droom over een stad met paarlen poorten en gouden straten.
Het Nieuwe Jeruzalem.
Stel dat Hij nu komt,de Heere Jezus.
Wat dan?
Nou,ze kunnen me wat…
Dan ga ik gewoon mee.
Wat ze me ook wijs maken…ik ga!
Ik ga mee met de Heere Jezus!
En ik wil vooraan staan zodat ik Hem goed kan zien!
Niemand houdt mij tegen…
Niemand!

Ik ben uitverkoren…