Kermis.

(Duifje 3)

Vandaag gaan we naar de Kermis.
We gaan rondjes draaien in het reuzenrad en op de bont gekleurde paardjes van de draaimolen.
We gaan zorgeloos zwieren in de schommels zonder misselijk te worden van de vele suikerspinnen en warm verorberde oliebollen.
Maar eerst vertel ik je wat er 10 dagen geleden gebeurde.

Wat een belevenis!
Jezus was met zijn volgelingen,mannen en vrouwen,op de olijfberg.
De trouwe Maria van Magdala,en Zijn nog altijd jonge lieve moeder Maria.
Met hen en vele andere aanwezigen sprak Hij met hen over de tijd die komen ging.
Hij beloofde hun dat ze nooit meer alleen zouden zijn,en dat wanneer ze het goede nieuws zouden vertellen,iedereen aan de tekenen en wonderen zou zien dat ze de waarheid spraken.
Demonen uitdrijven,zieken genezen,ja,zelfs doden opwekken.
Een grote kracht gaat hun vervullen,beloofde Jezus.
Wat een geweldig uitzicht hè?
Daarna zegende Hij zijn vrienden waarna Hij opgenomen werd en de ere plaats naast Vader in mocht nemen.
Daar zit Hij nu op de troon,rustend aan Vader’s rechterhand!


Kun je je voorstellen hoe opgewonden ik ben?
Omdat Hij het over mij had!
Ik,het sneeuwwitte duifje,er wordt op me gewacht.
In Jeruzalem zijn de vrienden eensgezind aan het bidden,in afwachting van de grote dingen die komen gaan.


En nu,vandaag is het Pinksteren,50 dagen na Pesach.
Het altijd durende jubeljaar zal worden ingeluid!
Een eeuwig durende grote verzoendag vangt op deze allang van te voren door de profeten aangekondigde dag aan.
Oh,deze dag zal de geschiedenis van de hele wereld beïnvloeden en op zijn grondvesten doen schudden.
Deze dag,waarop de geweldige gebeurtenissen op de berg Sinaï herdacht worden,zal een nog grotere impact hebben dan die dag.
Nu zal het doel,waarvoor de Wet gegeven is duidelijk worden.
Deze dag gaat het bewijs worden van de vrijheid en liefde die Vader vanaf de schepping bedoeld heeft.
Nu gaat ingezien worden dat Vader geen slaven wil maar kinderen!
Kom,laat je meeslepen in de karavaan “der dwaasheid”

Ik,een sneeuwwit duifje,de verteller van Het Verhaal,ben ook terug in Jeruzalem,waar het een drukte van jewelste is.
Uit de omringende landen zijn veel toeristen toegestroomd,om het feest mee te maken.
Oh,straks wanneer iedereen terug zal keren naar zijn eigen land,zullen ze heel wat te vertellen hebben!
Deze dag,gaat geweldig worden.
Deze dag zal de majesteit van Jezus de heilige stad dronken van plezier maken.

Ik mag…
Ik mag naar de vrienden gaan.
Het is tijd!
Mijn prachtige vleugeltjes klapwieken in een sierlijke cadans en elegantie,terwijl mijn duivenborstje zwelt van geluk.
De vrienden zien me aan komen vliegen en kijken verrukt naar me op.
Van blijdschap over mijn gratie en schittering door de Morgenster,stoten ze elkaar aan en heffen hun hoofden omhoog.
Nu,ja nu!
Nu mag ik mijn kracht loslaten.
Alsof ik afgeschoten wordt,en vanaf een duikplank een 1000 dubbele salto maak,laat ik alle kracht in me los.
Met een luid roekoooee open ik mijn snaveltje en blaas het vuur,wat in me is over hen uit.
Ik ben een vuurspuwend duifje!


Mijn voorbeeld zal over de hele wereld na gedaan worden.
In een zwakke imitatie zullen vuurspuwers hun monden met een brandbaar goedje vullen,en aansteken.
De omstanders zullen verbaasd oh,en ah roepen,maar verder dan dat zal het niet reiken.
Het zal zal niets zijn in vergelijking met mijn vuur.
Mijn vlammen,worden door Vader zelf aangestoken.


De vrienden van Jezus roepen het uit.
Op elk van hen zijn mijn vurige vlammetjes te zien,maar het verteert hen niet.
Er is een heerlijke geur merkbaar in plaats van de penetrante brandlucht van verschroeide haren.
Het is een vuur,dat anderen weer aan zal steken om het goede nieuws te vertellen.
Het is een vuur,zo krachtig,dat het alles in een ander licht zet.
Dat zie je nu al.
In talen,waarvoor ze geen diploma of bachelor hebben behaald beginnen de vrienden luid te getuigen van hun opgestane Jezus.
Het geluid gonst door heel Jeruzalem.

Het is als toen Salomo,de vredevorst de tempel in gebruik nam.
Zo trilt de hele atmosfeer van de grootheid en macht uit de hemel.
De mensen stromen toe,nieuwsgierig aangetrokken door het mysterie van het vuur.
Iedereen hoort in zijn eigen taal,hoe de vrienden getuigenis geven van Jezus.
Dit is nog nooit vertoond.
Deze kakofonie van geluid is haast hysterisch te noemen.
Het is een kermis van blijde dansende mensen!

Volwassenen die kinderen worden.
Deftige profesoren laten elke schroom varen,en in de stoeltjes van de draaimolen zwieren ze gillend en uitgelaten van pret steeds hoger en hoger rond.
Afgestudeerde academici staan zij aan zij met eenvoudige ongelettereden in de rij bij de botsautootjes,waarna ze gierend van pret elkaar de pas afsnijden in hun felgekleurde voertuigen.
Het reuzenrad draait zijn rondjes zoals nog nooit eerder vertoond.
Niemand maalt erom dat de bakjes veel te vol geladen zijn,en schommelen op een manier die gisteren nog levensgevaarlijk was.
De gekleurde paardjes draaien rond,en hinniken luid omdat ze nog niet eerder zulke vrolijke lasten hebben gedragen.

De grijpmachines,die anders de uit de Action vergaarde prullen nooit prijs gaven,zijn nu gevuld met de prachtigste gouden sieraden,bezet met diamanten,saffieren en smaragd.
De klauwen van de grijpers laten hun schatten automatisch los bij de aanblik van de glundering in de ogen van jong en oud.
Ik zie Rebekka verbijsterd haar doffe oude ringen,armbanden en neuspiercing weg smijten,flabbergasted over de schoonheid van haar nieuwe sieraden.
Om zich niet te laten verblinden door de glans en schittering draagt ze een peperdure Guichi zonnebril,haar aangereikt door Eliëzer,
De koningin van Sheba begrijpt nu pas dat de rijkdom en wijsheid van Salomo niet meer dan een schaduw was,van hetgeen er nu ten toon wordt gespreid.
Ik zie Jozef,die zich door zijn broers luid schreeuwend van uitgelaten pret in de echoput laat gooien,waarna zijn familie verkleed in korenschoven zich buigen voor hun dromen dromend broertje.
Rachab staat trots en fier boven op een berg opgestapelde bierkratten,in haar handen een lang karmozijn roden koord,waarmee ze het spel verspiedertje vangen speelt.
De schatten van de wijzen uit het Oosten verbleken wanneer ze uit de hand van Petrus zakken vol mirre en specerijen ontvangen.
Een aanhangwagen beladen met goustaven,staat klaar om wanneer ze weer terug zijn in het Oosten,uitgedeeld te gaan worden aan het gewone volk.
Simson wappert koket met zijn lange pijpenkrullen en speelt samen met Leah,gepassioneerd het toneel spel”Simson en Delilah.”
Zoals prins Claus zich bevrijdde van zijn knellende stropdas,rukken door hun overgewicht door de kansel gezakte Reformatorische dominees hun witte bef af,die hen onderscheide van de graatmagere Evangelische in spijkerbroek en T-shirt geklede pastors,
Heupwiegend met de handen hoog in de lucht,bewegen ze zich samen naar het Schommelschip waar men eensgezind het net aan de andere kant uitgooid.

Vandaag kan alles!
De hele wereld staat in Jeruzalem op zijn kop!
Oliebollen,rijk bestoven,worden met tientallen opgesmikkeld.
Het vet vermengt met de poedersuiker,loopt in smalle witte stroompjes langs de mond van de etende smulpapen, en vormt een plasje in de plooitjes en holte van hun keel.
Met de overgebleven oliebollen worden gooi en smijt wedstrijdjes gehouden,al spoedig gevolgd door het elkaar bekogelen.
De felgekleurde suikerspinnen vinden gretig aftrek,in alle kleuren van de regenboog.
Groot en klein smeert het goedje in elkaars haren en giert het uit!
Spuitbussen worden uitgedeeld,waaruit neon kleurig poeder de kleverige kleding en haren van de mensen er nog grotesker uit laat zien!
Iedereen omarmt elkaar en blijft aan de ander plakken.
Het maakt niet meer uit.
#metoo heeft een hemelse betekenis gekregen.
Alles is omgedraaid.
Hier hebben de mensen van gedroomd,weer kind te zijn,en je te kunnen laten gaan zonder enige gêne.
Niet meer na te hoeven denken over wat een ander er van denkt of zegt.
Want die ander is net zo!
De schaamte voorbij!
“Hier ben ik voor gemaakt”zo voelt het voor iedereen!
“We zijn broertjes en zusjes en spreken dezelfde taal!
We klinken anders,maar toch hetzelfde.”

Lachend vertellen ze het elkaar:
“Eindelijk is het verlangen vervuld,één te zijn.
Zoals bij de bouw van de toren van Babel.
Toen wilden we één zijn door zelf naar de hemel op te klimmen,nu zijn we één omdat vanuit de hemel God af daalde naar ons.
Wat zal God gelachen hebben om onze dwaasheid,toen hij neerkeek op ons.
Toen spraken we een taal in dezelfde klanken,waarbij we elkaar niet begrepen,nu loeien we als koeien een taal in een kakofonie van onverstaanbare klanken zonder Babylonische spraakverwarring!”

Vol zelfspot bekijken ze elkaar in de lachspiegels,en slaan elkaar joelend op de borst,om hun idiote verwaandheid,te denken dat ze door een toren te bouwen,de hemel in bezit konden nemen.
Wat een hilariteit.
“Wat zijn we dom geweest luitjes.”
Het grappige is dat ze er om grinniken kunnen,en als bevrijde mensen plezier hebben in wat hun eerder onmogelijk leek

Drieduizend mensen…hetzelfde aantal als de grote stapel doden,die bij de Sinaï omkwamen na het dansen om het gouden kalf.
Achtergebleven in de haastig gedelfde graven,om vruchteloos te verteren en één te worden met het het stof van de woestijn.
En nu…
Drieduizend mensen,die dansen om de overwinning,behaald door het sterven en opstaan van Jezus…
Drieduizend mensen in het badwater van geloof ondergedompeld beleven een bevrijding waar ze al naar hunkerenden vanaf hun vormeloos begin.
De ervaring opnieuw geboren te zijn is een niet te bevatten werkelijkheid geworden.
Drieduizend mannen en vrouwen,die de woestijn waar ze voortaan hun voeten zullen zetten,laten veranderen in een bloeiende rozentuin.


En daar zie ik Zijn moeder,Maria,alsof ze weer maagd is.
Dromerig als in trance laat ze zich eindeloos rond draaien op een van de felgekleurde paardjes.
Het meisje,dat ik bevrucht heb,en vandaag Jezus voor de tweede maal in haar binnenste geboren heeft laten worden,om Hem nu voor altijd mee te mogen dragen,voor eeuwig en eeuwig!
Het meisje,nu een vrouw,die de woorden sprak:”mij geschiede naar Uw woord”
Vertederd door haar schoonheid laat ik me landen in haar open handen.
Ontroering doen haar ogen blijdschap tranen.

Precies in het midden van het kermisterrein staat een reusachtge boom,die met frisse groene bladeren verkoelend schaduw biedt aan degeen die even rusten wil.
De sappige oranjeappeltjes mogen vrij geplukt worden,daar de slang niet meer is dan een pluchen tochtstrip.

Wat een uitbundige stemming heeft mijn vuur teweeg gebracht.
Iedereen die zijn ik kwijt was heeft zijn oorspronkelijkheid terug gevonden in mijn levend brengende opstandingskracht.

Alle scherven van het leven,die slapeloze nachten,vol van wanhopige schuld,schaamte,pijn en verdriet tot gevolg hadden,het past allemaal weer in elkaar.
Als porseleinen kop en shotels,die in duizend stukken op de grond lagen en door een onzichtbare hand opgeraapt,met bloedrode lijm weer in elkaar zijn gezet.
Als kapot gesmeten kristallen vazen,die met hun glassplinters bloedende wonden gaven.
Wonderbaarlijk geheeld van hun butsen,staan ze nu gevuld met witte rozen welriekend te pronken in de huizen,waar men elkaar eerder nog de hersens insloeg.

Het deert ons niet,dat de vrome Farizeeën en Schrifgeleerden de spot met mij en de mensen die ik met mijn vuur heb aangestoken drijven.
Laat ze toch lachen en spotten.
Laat hen in de waan dat we vol zoete wijn zijn.
Dat zijn we ook,het bloed van Jezus stroomt als vreugde gevende wijn door onze aderen.
Laat hen maar zeggen dat we dwazen zijn.
Dat zijn we ook,het woord dat ik met mijn vuur kracht bijzet is ook dwaas.
Het heeft alles omgedraaid.
Wat hiervoor nog normaal was is nu abnormaal geworden.
En andersom ook.
De dwaasheid van het Evangelie zal tot vrolijke en bevrijde harten leiden.


Oh,wat ben ik gelukkig!
Laat er zang en dans zijn in de huizen.
Laat de vrede en vreugde des Heeren de kracht zijn waarmee het leven zijn bestemming krijgt.
Dit is mijn doel,vanaf het begin!

Ik,een sneeuwwit duifje,in de hemel bewaard en nu losgelaten.
Zoals ik losgelaten werd door Noach,en uiteindelijk een rustplaats vond om,om een nest te bouwen in een nieuwe wereld.
Zo zoek ik ook nu steeds een rustplaats in de harten van degene die zijn opgestaan in een nieuw leven,en verlangen naar mijn vuur.
Waarin ik met onuitsprekelijke verzuchtingen Abba,Abba fluister,Abba Abba…daarmee de wetten in hun hart schrijvend.

Soms zie ik andere nesten op de hoofden van mensen.
Het nest van roofvogels,die stinkende rotte eieren gelegd hebben.
De bedorven eieren verhard hun hart,zodat ik geen toegang meer heb voor mijn nestje.
Zonder het zelf te willen, gooit men voor elkaar de glazen in,zelf machteloos bloedend in duizend stukken uiteen vallend.

Maar ik geef het nooit op.
Tot aan het einde van deze tijd blijf ik een vuurspuwend sneeuwwit duifje.
Zoekend naar iemand die zich op wil laten rapen.
Speurend naar een porseleinen kop en schotel,dat smeekt weer in elkaar gezet te worden om daarna feest te vieren op de tafel van een high tea vol geurige vers gezette thee en zoete lekkernijen.

Tot de dag komt,die grote dag…
De dag van de voltooiing.
De kroningsdag van Jezus waarbij Hij alle heerschappij uit handen van Vader ontvangen zal.
De huwelijksdag van bruid en bruidegom.

Ik,het sneeuwwitte duifje,wacht op die dag.
Ik zie uit.
Jij ook?

Duifje (2)

Het verhaal dat ik je ga vertellen heeft 3 bedrijven.
Het gaat over jou,de Farizeeën en Schriftgeleerden,en over mezelf,een sneeuwwit duifje.
Ik zal het erbij zetten over wie het gaat,oké?
Op z’n Zuid Afrikaans zeg ik:luister mooi.

(Jij?)
Herken je het gevoel van opluchting wanneer het vroege licht van de ochtend,in de net niet geheel gesloten gordijnen van je slaapkamer,begint door te piepen?
De kieren van de gordijnen worden steeds langere streepjes licht aan het plafond,waar je al uren van slapeloosheid naar hebt liggen staren.
De nacht,waarin de spoken uit het verleden je slaap verstoorden,net als de nacht daarvoor,en de nacht dáár voor.
Omdat je zo moe bent zou je willen dat de morgen nog even wachtte,maar de nachtmerries maken de nacht tot je vijand.

Buiten hoor je het winterkoninkje de lente inluiden,terwijl de krantenbezorger op zijn scooter,zijn ronde doet in jou buurt.
De merel in de boom onder je raam,fluit en zingt Gods lof,een lied van verwachting en hoop op nieuw leven.
Het is een jubel van overwinning over de donkere achterliggende maanden,en de zekerheid van het wéten van het nieuwe,dat komt.

Wat verlang je naar een nacht waarin de uren vol zoete dromen zich aaneen rijgen,wakker wordend door de morgen zelf,in plaats van door de angsten die je nu,badend van het zweet,doen woelen in je bed.
Je bed,de plek waar je uit wilt rusten,nieuwe kracht op wilt doen,nadat je gisteren voor de tweede keer deze week,het beddengoed verschoond hebt.
Uitgeput kroop je laat in de avond tussen de frisse lakens,die je,knisperend door het drogen in de buitenlucht,omhulden.
Alsof je opgewacht werd door je geliefde,die je beschermend in de armen nam,en je koesterde met enkel liefde.

Klam van je eigen angstzweet,kleven de lakens op dit moment aan je lijf,dat trillend als een pasgeboren kitten,de realiteit van weer een nieuwe dag niet uitgerust te beginnen,onder ogen moet zien.

Schuld,schaamte,pijn en verdriet over je verleden doen je verlangen naar…ja naar wat?
Je durft het amper toe te geven;
De dood…
De dood,die je laatste vijand is,wordt daarentegen een vriend in je verwrongen en vermoeide gedachten.
Oh,was er maar een hol onder de grond,waar je een winterslaap kunt doen!
Waarna je wakker wordt in een compleet nieuwe wereld.
Een wereld waar volop zonneschijn is.
Een wereld vol vrolijkheid,luchtigheid en plezier.
Een wereld,waarin je herinneringen aan vroeger geen kwelling meer zijn,maar een blij te vertellen zorgeloze geschiedenis.
Waar zang en dans,afgewisseld door het zitten aan lange,vol zoete heerlijkheden gedekte tafels,de dag vervullen.
Was er maar zo’n wereld.
Waar het heden in de toekomst overgaat.
Waar de nachten dag zijn,omdat de zon nooit meer ondergaat.
Waar het donker wordt verdreven door een eeuwig durend licht,dat je bevend verkleumde botten,verwarmd en verjongt.

Een wereld waar je tranen in kostbare kruikjes bewaard worden,zoals mama,met een speld uit haar naaidoosje,vroeger trots je zwemdiploma aan het behang van je slaapkamermuur prikte.
Het maakte niet meer uit dat je de enige in je klas was die veel langer over je zwemdiploma behalen gedaan had.
Terwijl de andere kinderen afzwommen voor hun B diploma,zwom je zelf af voor je A,aangemoedigd door papa en mama,opa en oma,en je lievelingstante.
De zwemjuf had je geholpen je watervrees te overwinnen,en met een gevoel van triomf,las je nu jou naam op het felbegeerde papiertje.
Jou naam!

Zouden de vrienden zich zo gevoeld hebben,toen ze na de kruisiging en graflegging van Jezus,bevend van angst,zich verborgen hielden voor de leiders van de kerk?

(duifje)
Ik fladder hier rond in die tuin,de graftuin van Jozef van Arimathea.
De opening van het graf is ontoegankelijk gemaakt met een reusachtige steen.
Zoals in de tempel het,van boven naar beneden gescheurde ,weer haastig dichtgenaaide voorhangel de opening naar het Heilige der Heiligen afsluit,de plek waar de ark van het verbond staat.
Romeinse soldaten lopen de wacht,alsof zij bang zijn dat de dood toch niet het laatste woord heeft.

(Farizeeën en Schriftgeleerden)
Ja,iedereen is bang.
Zelfs de pafferig,van het overmatig eten,in zelfvoldaanheid badende kerkleiders,zijn bang.
Terwijl hun lang gekoesterde wens in vervulling is gegaan,Jezus is immers dood?
De boom,waarvan Johannes de doper zei,dat de bijl al aan de wortel lag,hebben ze gebruikt om Jezus aan te spijkeren.
Het meedogenloos hameren van de dikke spijkers door Zijn handen en voeten,het klonk hun als muziek in de oren.
Als het slaan op een grote trom,waarbij de maat aangegeven werd door de hogepriester,die de positie had ingenomen van tambour maître.
Hun dikke armen,zwaaiend van woede,waren de stokken,en hun bolle vette buiken de trommels van hun fanfare.
Het fluisteren van Zijn door pijn gekwelde stem,ze hadden er geen boodschap aan.
“Vader,vergeef het hun,want ze weten niet…”
Ze wisten donders goed wat ze deden!
Deze godslasteraar had de dood verdiend!
Vader?
Zijn vader?
Dat was immers Beëlzebul zelf?
Die conclusie hadden ze lang geleden al getrokken,toen Hij hun vroeg wie hún vader was!
Dat was Abraham,”no doubt about that”.
Hoe durfde Hij hun vertellen dat Hij de door God gezondene was,zij die als geen ander weten hoe God in elkaar steekt!
Hun wetten zijn voortdurend aangepast,zodat God precies passend gemaakt is in hun hoofd.

Nee,niemand mag hun lastig vallen met vragen,die het van zich zelf vervullend denken,overhoop haalde.

Kom,vreet je vol,verdrink je knagende gedachten,vier het feest van de zelfvoldane,op de borst kloppende nederigheid.
(Wel erg vervelend;de enorme zwermen zwarte vliegen die voortdurend weg gewaaid moeten worden van hun kostbare en zuur verdiende overdadigheid)

Hun trots meegezeulde grote trom,beletten hen de veters van hun eigen schoenen te strikken.
Maar wat geeft het,er is altijd wel een dienaar die hun,na het voetwassen,de veters weer dichtknoopt.

Overdadig is er gegeten en gedronken op de dood van de koning der Joden.
De wijn benevelde hun geweten,ze hadden goed gehandeld!

En toch…die Jezus die zij gekruisigd hebben,die lastpak,het raakte een stem uit een ver verleden,de fluistering van verlangen naar de beloofde messias…de zoon van David.
Nee,oh nee,nu niet gaan twijfelen!
Ze hebben goed gehandeld!
Hij is dood!
Toch..?
De koning is dood,leve de…
Tja wie?
Wat?
We nemen nog een glas.
Dan verstomt die stem vast wel…
Na drie dagen,na drie dagen,drie dagen…

(duifje)
Het is de dageraad na Shabbat,volgend op Pesach,het feest van de ongezuurde broden.
De dag waarop het volk gedenkt dat ze geen slaven meer zijn,maar kinderen,wonend in het beloofde land.
De dag waarop in de tempel de ongezuurde broden geofferd zijn,zoals duizenden jaren daarvóór.
Het bloed van de volkomen lammetjes had in dikke stromen de offerplaats rood gekleurd.
Alles gaat weer zijn gewone gangetje.
Of toch niet…?

Ik,het blinkend van de morgenster witte duifje,wacht.
Mijn duivenborstje barst haast van de kracht die zich op bouwt in mijn,trillend van verlangend,lijfje.
Ik houd het niet meer van de verwachtingsvolle spanning.

En dan gebeurt het!
Ja,eindelijk!
Een krachtige aardbeving doet juichend de eerste dag van de nieuwe week aanbreken.
Daar zijn ze,de gedienstige engelen,blinkend wit door de weerkaatsing van mijn glans.
Die glans,die verteld dat Vader goed is.

In paniek kiezen de soldaten het hazenpad,waarna de engelen de steen voor het graf wegrollen alsof ze spelen met de kiezels aan het strand.
Het is als schuiven ze het haastig herstelde voorhangsel in de tempel met een krachtige hand opzij.
Ze nodigen me uit door de opening te vliegen,waarbij ik een lied hoor zingen van een duifje,dat schuilend in een rotsspleet,is onttrokken aan het zicht.
Maar niets,niets hoeft nu nog verborgen te blijven!
Mijn duivenborstje ontspant zich,wanneer ik alle kracht loslaat in het graf.
Een dode Jezus?
Hij leeft!
Mijn opstandingskracht doet hem verrijzen,zodat hij op kan staan.

Hij glimlacht naar me,zoals alleen hij dat kan.
Ik laat me koesteren in zijn doorboorde handen.
“Goed gedaan”fluistert hij liefdevol,waardoor ik roekoeeee van genot.
Zijn gedaante is die van een priester-bruidegom,koninklijk en fier!
Bukkend door de opening van het zwarte gat,staan we in het volle licht van de nieuwe tijd.

Daar waar hij neergelegd was,blijven de windsels van het graf liggen.
Als doeken in een kribbe,waar een pasgeboren kindje in gelegd is,omdat in geen enkel huis een plekje over was voor deze eerstgeboren zoon.
Het was té ingewikkeld voor de plaatselijke bevolking.

De koning-bruidegom rekt zich uit,waarbij zijn opgeheven priesterlijk zegenende handen mij opheffen en vrij laten.
Buitelend van plezier neem ik mijn wachtende positie weer in.
Ik ben het gelukkigste duifje van het gansch heelal,en mag rusten om mijn lijfje opnieuw te vullen met kracht van Vader.
En dat niet alleen!
Vuur!
Ik wordt vervuld van een brandend vuur!

Jippieee,ik ga vlammen!
Ik mag vuur spuwen!
Wacht maar,
Ver-wacht maar…
Alles wordt nieuw!
Alles!

Duifje.

Ik ben een duifje en heb al veel spannende avonturen beleefd.
Later vertel ik je nog wel eens van woeste wateren en de ark van Noach.
Eerst dit verhaal,want nu gaat het pas echt beginnen.
Dat wat hiervóór gebeurt is,was een opmaat voor vandaag!
Het gaat gebeuren;hier ben ik voor gemaakt!

Ik ben niet zo’n gewone grijze duif,mijn veren zijn zuiver wit.
Wit als sneeuw,dat vers op de aarde is neer gedwarreld,bedekkend alle vuil van de straten en huizen.
Knisperend onder je schoenen,wanneer je de eerste stappen zet in de nieuwe witte wereld.
Het dikke pak sneeuw,dat uit de hemel gevallen,alle rumoer in de straten doet verstillen.
Het witte sneeuw,waardoor grote mensen weer kind worden,en op sleetjes van de heuvels roetsjen.
Koerend woelen hun handen in die,door de zon verlichte glinstering,en bekogelen ze elkaar met het hun zachte sneeuwballen.
Zelfs elkaar de oren wassen,is een bron van vermaak geworden.
Hun,in de zomer strak gemaaide gazon,waar elk grassprietje dezelfde kant op moet wijzen,wordt versierd met de mooiste sneeuwpoppen.
Zorgeloos joelend en juichend buitelt jong en oud over elkaar heen, zodat de lucht gevuld wordt met een zinderend plezier.
Zo wit dus!

Luister…

Ik fladder in hoopvolle verwachting hoog en (nog) onzichtbaar aan de hemel.
Beneden zie ik de Jordaan,waar een profeet,gekleed in een kameelharen mantel,Johannes heet hij,luid roept dat de bijl aan de wortel van de boom ligt.
Drommen mensen stromen toe,waarna velen met Johannes het water in lopen,en kopje onder gaan.
Ze laten zich dopen,zo noem je dat.
Johannes zegt dat hun zonden achterblijven in de Jordaan,en ze daarom nu schoon zijn.
Ze hebben zich bekeerd…
De belangrijke,in dure gewaden geklede,leiders van de kerk komen ook een kijkje nemen.
Ze hebben het gewone volk in een zwaar fijnmazig net geknoopt,en voor zichzelf allerlei mazen geknipt.
Weet je wat Johannes tegen ze zegt?
Hij noemt hen adderengebroed en witgekalkte graven!
Ja,hij durft hè?

Johannes verteld de mensen dat hij zelf niet belangrijk is,maar dat hij de voorloper is van iemand anders.
Hij verteld erbij dat hij,Johannes,het nog niet waard is de veters van diens schoenen te strikken.
Dat zal iets bijzonders worden,wanneer hij komt!
Ik wacht rustig af…

Plotseling is er reuring onder de toeschouwers op de oever.
Een van hen komt naar Johannes toe en wil zich ook laten dopen,maar de voorloper weigert dat.
Hè,dat is vreemd.
Het blijkt dat ze familie van elkaar zijn,want Johannes zegt:”nee neef van mij,niet ik moet jou dopen,jij moet juist mij dopen”
Na aandringen gaat Johannes toch met zijn neef het water in,en dompelt hem onder.

Ik voel dat er iets héél speciaals staat te gebeuren.
Mijn hartje bonst in mijn duivenborstje.

En kijk,dat is hét moment…
Mijn moment!
Dit is waar ik op gewacht heb,al die eeuwen.

Wanneer de dopeling,druipend van het van zonden vervuilde water van de Jordaan,bovenkomt klinkt er een stem uit de hemel:
“Dit is mijn geliefde zoon,in hem vind ik vreugde”
Hét teken voor mij!
Ik mag in actie komen!

Oh waaauww….
In mijn sierlijkste en allermooiste vlucht kom ik in met elegante landing neer op het hoofd van de man waarover Vader God deze prachtige woorden uit sprak.
De gezalfde des Heren.
De Messias waarover de profeten spraken.
Hij is gekomen!
De belofte is vervuld.
Wat een enorme eer voor mij,ik mag aan alle mensen laten zien dat Híj het is!
Jezus,
Immanuël.
Hij,de verlosser Israels.
De zoon van de overspelige Thamar,
De zoon van de hoer Rachab,
De zoon van de heidense Ruth,
De zoon van de vrouw van Uria,Bathseba,
De zoon van de maagd Maria.

Oh Jezus,ik blijf op u,in u,ik ga mee,ik zal u vergezellen op uw tocht door dit land.
Uw wandeling naar de dood aan het kruis.
Ik zal de kracht zijn die u laat opstaan uit het graf.
Ik zal de weg banen om u terug te laten keren naar Vader,waar u uw bloed zult tonen.
Het bloed dat satan,die vuile aanklager,de hemel uit zal bliksemen.
Ik zal wachten op de vervulling van uw belofte,en uw kinderen aansporen tot verwachtingsvolle gebeden.
Gebeden tot eer van uw naam.
Dankzeggingen voor wat u hen belooft heeft.
En dan,ik kan niet wachten!
Dan…
Oh,wacht,ik vertel al te veel.
Mijn heden is voor jou nog toekomst.
En omdat ik wel hou van een cliffhanger laat ik je in spanning wachten op het vervolg van mijn bovennatuurlijke avonturen.

Ik ben een duifje,en roekoeee het hoogste lied.
“Nu jaagt de dood geen angst meer aan,
Want alles,alles,is voldaan”

Broertje dood

Maar,
Ja maar,
Dit zijn woorden waar ik een broertje dood aan heb.
Bij voorbeeld, je hebt een goed gesprek met iemand, en je komt met een positieve inbreng, iets waarvan je zelf ervaren hebt hoe dat werkt.
De luisteraar antwoordt met:”ja dat weet ik, maar….”
Maar, betekent in zo’n geval:tegenwerking, bedenking.
Alles wat ervóór gezegd is, is niet meer zo belangrijk, maar, wat nu gezegd wordt is pas belangrijk.

Misschien,
Precies zo, daar heb ik ook een broertje dood aan.
Het is een woord waarmee je aangeeft dat de kans bestaat dat het waar is, maar net zo goed niet waar.
Vrijblijvendheid ten top.

Eigenlijk,
Ook zo’n woord.
Het wordt vaak in combinatie met”maar” gebruikt.
“Eigenlijk zou ik nu op moeten staan, om nog wat aan de dag te hebben, maar, ik lig nog zo lekker.”

Het broertje dood hebben aan deze woorden, is niet zozeer in gewone alledaagse gesprekken.
Het is vooral in gesprekken over de goedheid van God.
Hoe Hij er alles aan gedaan heeft de relatie met Hem te herstellen, en we daardoor in vrede met Hem kunnen leven.
Genietend van Zijn zorg en liefde.
Niet alleen in het komende leven, maar(!)ook nu!

“The root-cause of your problem is condemnation”

Het heeft altijd te maken met zelfveroordeling.
Altijd!
Alle andere problemen zijn blaadjes aan een boom,waarvan de wortel veroordeling is.
Het jezelf niet goed genoeg vinden.

Het wel geloven dat Vader goed is, maar…
Dan is Vader goed, maar eigenlijk misschien ook boos.
Eigenlijk(!)moet je zelf dan wel je best hebben gedaan om Zijn goedheid ook waard te zijn.
Misschien(!) had je zelf dan beter niet , of wel… vervolgens komt er een stroom van zelfveroordeling op gang.
Vanuit die houding komt vervolgens de zelfrechtvaardiging.
Eigenlijk ben je misschien zo slecht toch niet…?

De conclusie is:”Vader, U zegt dat Jezus voor mijn zonden gestorven is,maar, eigenlijk,bmisschien kan ik zelf ook nog iets bijdragen.”
Waarmee het offer van Jezus dus niet voldoende is geweest.
Je zet Hem te kakken!
En doet niet alleen Hem, maar ook jezelf tekort.

Ik heb het totaal verprutst.
Hij zegt:”ja maar…”
En spreidde Zijn armen en stierf voor mij.

Een broertje dood…
Mijn broertje is dood gegaan aan de scheiding tussen Hem en mij.
Mijn broertje ging dood aan een gebroken hart.
Mijn broertje is dood gegaan aan Zijn “ja maar”

Eigenlijk had ik daar moeten hangen!
Eigenlijk hing ik daar ook…
Mijn oude ik stierf met Hem.

Glorie Halleluja,ik stond ook weer op met Hem.
Eigenlijk leef ik nu niet meer zelf, maar,Hij leeft in mij!

Mijn redding is niet een “misschientje”,maar
de aanklager is te kakken gezet,
lekker puh…

I’m Resting In Peace


Members Only (gratis!?)

Het is vandaag moederdag en ik ben jarig.
Daarom kreeg ik deze week een mailtje van La Place met de uitnodiging een gebakje te komen eten;Gratis!
Uit de kerk gekomen,heb ik een tijdje thuis in de bank gezeten,dubbend wat ik verder deze middag wil gaan doen.

Ik heb besloten naar La Place te gaan,en mijn gebakje op te halen.
Kopje koffie erbij,en ik zat te genieten.
Ondertussen werd een verhaal geboren,rondom het woordje”gratis”

Dat woord roept namelijk argwaan op,tegelijk met de hoop dat het waar is;Gratis…!
Het zal wel…
Ja maar…
Misschien wel,misschien niet…
Er zal wel een addertje onder het gras zitten…

Het vraagt ook actie.
Want uiteindelijk kom je pas achter de waarheid van deze belofte,wanneer je met je dienblad bij de kassa staat.

Ik bedacht me dat het precies zo gaat met de belofte van Vader.
Hij beloofde in het paradijs al een oplossing voor het probleem Zonde.
Door die zonde kwam er scheiding tussen Hem en mij,tussen Hem en Jou.
Maar,het goddelijk “maar”,zei:”Ik kan het niet verdragen dat je van Mijn liefde verwijderd bent geraakt.
Ik ga zelf deze scheiding overbruggen”

En dat is ook gebeurd,Jezus stierf aan het kruis,werd begraven,en is na 3 dagen weer opgestaan.
Tegelijkertijd stierf ik,werd ik begraven,en na 3 dagen stond ik op uit het graf van het oordeel.
Als nieuwe schepping mocht ik het graf achter me laten,en een nieuw leven met Hem,in Hem,beginnen.
Zelfs toen ik nog niet geboren was,zag Vader mij al als een nieuwe schepping.
Gratis en voor niets,ben ik nu geen slaaf meer,maar kind!
Erfgenaam!
Geadopteerd in het gezin van God,ik mag zijn naam dragen!
En omdat ik een “aangenomen”kind ben ben ik geen ongelukje,er is bewust voor mij gekozen!

Aan dít woordje “gratis” kleven ook allerlei “jamaaren”
Precies als bij het gratis gebakje,kan ik allerlei bezwaren hebben,en 1000 redenen het niet te geloven.
De belangrijkste is:”Ik ben niet goed genoeg”
Zelfveroordeling zorgt ervoor dat ik het gratis cadeau uit de hemel niet op kom halen.
Of wanneer ik het wel opgehaald heb,het niet uit te pakken.
Precies hetzelfde als mijn gebakje wel op te halen,en het onaangeroerd te laten staan.

Is er een voorwaarde?
Ja,toch wel!
Bij La Place moet ik wel in het bezit zijn van een Members Pasje.
Zo is er ook een voorwaarde bij het in bezit krijgen van het kindschap van Vader.
Ik moet het gewoon geloven;
Zo simpel is het!

Om er daarna achter te komen dat dat wat Gratis is alleen voor de ontvanger,voor mij,geldt.
Niet voor de gever.
Het heeft wat gekost.
Er moest bloed vloeien,onschuldig bloed,tot de dood erop volgde.
En inderdaad,er zat een adder onder het gras.
Die adder heeft wild om zich heen gebeten,totdat Jezus hem de kop vermorzelde.

Door het cadeau aan te nemen,ben ik nu een kind van God.
En nu?
Nu mag ik het tevens uitpakken,alles wat van Hem is,is ook van Mij!
Ik ben niet alleen gered van de gevolgen door de zonde;
Genezing en Voorziening zijn daarmee ook mijn deel.
Door het cadeau uit te pakken ga ik geloven dat zijn gedachten over mij goed zijn.
Het zijn gedachten van Heil.
Hij is niet meer boos op mij.
Ik ben goed genoeg!

Joh,wat geniet ik!

Jozef

( Jozef 1 )

Een paar dagen geleden ben ik,de sommelier in het paleis van de koning,in de gevangenis gegooid.
Samen met de banketbakker word ik beschuldigd van een ernstig vergrijp.
Wat die misdaad is,ik weet het echt niet!
Nee,serieus…
De cipier zegt dat iedereen dat hier roept:”ik ben onschuldig,ik heb niets gedaan!”
Hoe kan ik nou duidelijk maken dat ik de enige ben die hier de waarheid spreekt?
Ik ben onschuldig!

In de gevangenis zijn we door de cipier toegewezen aan een jonge man.
Hij is,net als wij,ook een gevangene,maar heeft blijkbaar een streepje voor op alle anderen.
Deze knap uitziende Hebreeër zit niet,net als alle anderen,geboeid in zijn cel,maar voert allerlei klusjes uit.
Met een vriendelijkheid,die nou niet echt vanzelfsprekend is in deze omgeving,komt hij ons af en toe vragen hoe het met ons gaat.
Ja,wat denk je zelf?
Wat moet je antwoorden als je diep wanhopig bent omdat je onschuldig vast gezet wordt?
Het onrecht wat me is aangedaan,vreet me haast op vanbinnen.

Gisteren heb ik mijn woede er naar hem uitgegooid.
Hij luisterde met een oprecht hart naar mijn boze radeloosheid.
Daarna vroeg hij me:”wat is je pijn?”
Pijn?
Ik ben woedend!
Ik ben verschrikkelijk woedend!
Er is me onrecht aangedaan,en ik wil in mijn gelijk gesteld worden!

Jozef,want zo heet hij,vroeg me of hij me zegenen mocht.
Nou,daar heb ik nog nooit van gehoord.
Zegenen?
Ik ben van niemand afhankelijk hoor…
Ik wil mijn recht,mijn gelijk,mijn onschuld bewijzen,dat wil ik!

Hij vertelde me zijn eigen verhaal,hoe hij hier zelf belandt is.
Ik kan het me niet meer helemaal herinneren,maar het schijnt dat hij het één na jongste kind is,uit een enorm groot gezin.
Éen zusje,en heel veel broers,waarvan hij dus net niet de Benjamin is.
Hij moest erg huilen toen hij het over zijn vader had,omdat,zo zei hij, hij het lievelingetje van zijn vader was.
Voor zijn verjaardag had hij daarom een prachtige jas gekregen.
Een jas met alle kleuren van de regenboog in de stof verweven ,waar Jozef erg tots op was.
Hij vertelde ook nog dat hij een paar keer heel bijzondere dromen had gedroomd,en dat zijn broers hem daar vreselijk om uitgelachen hadden.
Hij zal het wel erg bont gemaakt hebben met zijn opschepperij,want zijn vader snoerde hem ook de mond,terwijl hij notabene het lievelingetje was thuis!

Op een keer hebben zijn broers hem uit jaloezie te pakken genomen,en hem verkocht aan een stel rondreizende buitenlanders.
In Egypte aangekomen,werd hij als slaaf verkocht aan een rijke beurshandelaar,die hem aanstelde als huismeester over zijn prachtige huis.
Toen zijn baas een paar dagen weg moest vertrouwde hij zijn huishouding toe aan Jozef.
De vrouw des huizes probeerde hem toen te verleiden,ze had al lang een oogje op hem laten vallen.
Maar Jozef rende de kamer uit,waarna de vrouw wraak op hem nam,en het verhaal precies andersom aan haar man vertelde.
Ze zei dat Jozef haar geprobeerd had te verkrachten..
Typisch een gevalletje #metoo waarvan ik niet weet wat waar is.
Ik was er niet bij toch…?
Zelf zit ik hier onschuldig,en dat is voor mij nu even genoeg onrecht te verwerken.
En die Jozef moet zijn eigen zaakjes maar oplossen hoor.
Hij zegt dat hij gelooft in de God van zijn overgrootvader,zijn opa en zijn vader,dus raad ik hem aan veel te bidden tot zijn god…
Zelf heb ik er niet zo’n vertrouwen in,in welke god dan ook!
Ik geloof alleen wat ik zie.
En ik zie 3 muurtjes met een zwaar hek ervoor.

Vannacht heb ik gedroomd,ik ben totaal de kluts kwijt.
Mijn intuïtie zegt me dat deze droom profetisch is,maar dat woord alleen al…
“Profetisch”
Ik hou niet van mysterie en zweverigheid.
Alleen,mijn collega,de banketbakker,heeft ook gedroomd!
Dat moet wel bijzondere betekenis hebben toch?

Ik droomde dat ik weer in het paleis was,en voor de koning een verfrissende glas wijn inschonk,dat hij gretig leeg dronk.
De banketbakker doomde dat hij een mand met heerlijke banketstaven naar de koning bracht.
Maar aangekomen bij het paleis was de mand leeg gepikt door de vogels.
Die dachten waarschijnlijk dat het een vroeg Sinterklaasfeestje was voor hun!
Nu zitten wij hier behoorlijk depressief met ons hoofd tussen de knieën.

Jozef zal ons zo wel iets te eten brengen,misschien dat hij een beetje licht op deze dromen kan laten schijnen.
Zijn broers noemden hem immers spottend de meesterdromer?

“Hé,Jozef…,we zitten in de put”
Dûh…wie niet hier?

Jozef vraagt ons belangstellend of hij iets voor ons betekenen kan.
Aangemoedigd vertellen we hem onze droom,waarna hij zegt dat deze dromen door God gegeven zijn.
“Tja…dat hoef ik niet echt te weten,vertel ons asjeblieft de betekenis.
Dat is het enige wat nu belangrijk is Jozef!
Meer wil ik niet,ik ben mijn eigen god.
Geen poespas verder,geen poppenkast!”

Jozef verteld mij iets wonderbaarlijks:over 3 dagen ben ik vrij en gebeurt wat ik gedroomd heb.
Dan schenk ik het glas wijn weer in voor de koning.
Tja,logisch natuurlijk,ik ben onschuldig!

Het raakt me niet zo dat mijn collega,de banketbakker een heel andere uitleg krijgt van zijn droom.
Jozef verteld hem namelijk dat hij over 3 dagen op het schavot onthoofd wordt.
Het zal wel “dikke bult,eigen schuld” zijn!
Ik zelf word in ere hersteld,dat is wat telt.

En nu sta ik hier weer in de troonzaal.
Ik heb de kostbaarste fles wijn uit de kelder gehaald en schenk uit mijn karaf het glas in voor de koning.
Niemand hoeft te weten dat ik stiekem zelf al een beker vol van deze wijn achterover heb gegooid!
Dat heb ik,vind ikzelf,verdiend.
Buiten joelde ondertussen het gepeupel toen de banketbakker naar het schavot werd gebracht.
“Op mijn vrijheid”

Jozef,de meesterdromer vroeg me nog of ik zijn verhaal aan de koning wilde vertellen,omdat hij hoopt dat hij dan ook vrij komt.
Hij huilde dikke tranen van heimwee naar zijn vader.
Maar ach,waar rook is,is vuur,denk ik maar.
De enige waarvan ik zeker weet dat die onschuldig in de gevangenis zat,ben ik zelf in eigen persoon!
Ik bemoei me er verder niet mee.
Laat zijn God het maar oplossen voor hem…

Help,ik heb een stalker..

Pas geleden luisterde ik een bemoedigende preek.
Het ging over pijn…
Nu zul je zeggen;”wat is daar zo bemoedigend aan dan?”
Dat is een logische opmerking.
Want pijn doet zeer,pijn is lijden.
Pijn schuurt.
Pijn bloedt.

In het lied “thank You Jesus”( Jesus Fellowship Songs)zit een prachtige zin:
“I was scared of the pain that came with trust”

Ik ben steeds weer geroerd door dit lied,en dan vooral om deze zin.
Voor mij geeft dit lied de kern weer van het zoeken naar het waarom in en bang zijn voor lijden.
Het zoeken naar verbinding.
Het hunkeren naar gezien worden.
Het verlangen naar echt contact.
En er tegelijkertijd als de dood zo bang voor zijn.

Terug naar de vraag;wat zit er voor bemoediging in pijn lijden?
Omdat pijn lijden (altijd) om het verliezen van verbinding gaat.
Pijn hebben is (altijd)het missen van contact.
Eenzaamheid beleven is pijnlijk.

Tegelijkertijd is verbinding vinden ook pijn lijden.
Je toevertrouwen aan iemand,levert meteen angst voor afwijzing op.
Angst voor pijn lijden in contact,kan mij soms de adem benemen.

Ik geloof,dat zoals in de preek ook genoemd,lijden bij het leven hoort.
In mijn eigen leven heb ik ervaren dat het één niet zonder het ander kan.
Echt leven,is moed hebben om pijn te lijden.
Moed hebben om pijn te lijden is leven.
Leven met pijn,is de mogelijkheid aangrijpen om bemoedigt te worden.

Maar…en nu kun je allerlei redeneringen loslaten op het vorige.
Maar…
Ik hou niet van dit woord.
Omdat het altijd betekent:”dat wat ervoor gezegd is,is niet waar,pas wat er nu gezegd wordt is belangrijk”

Maar…wanneer het uitgesproken wordt door Vader,ja,dat verandert de zaak!
Dan betekent het óók:”dat wat ervoor gezegd is is niet waar,dat wat Ik nu ga zeggen is pas echt belangrijk”
Maar,betekent dan een kentering van het lijden.
Een dak boven het lijden.
Een bodem onder de pijn.
Een beschermende muur om je heen.
Het is tot vertroosting!
Het is een “Ja Maar” tot bemoediging!
Het “Maar…”plaatst het kruis midden in de pijn.

Het is,zoals in 2 Korinthe 1 door Paulus geschreven is,tot redding.
En zoals het in Hebreeën 12 staat;omdat(!) we kinderen zijn,worden we opgevoed.
Een mooi oud woord zegt,getuchtigd.
We hebben het zelfs nodig.

Dan wordt pijn lijden een geweldige kans om je te laten bemoedigen door Vader.
Pijn lijden wordt dan :opgevoed worden tot volwassenheid.
Pijn lijden laat je de persoon worden die Vader bedoelt heeft.
Dan wordt pijn een doorgang tot ongekende mogelijkheden.
Wat lijkt op afbraak,wordt juist opbouw.
Het is gesnoeid worden,zodat je meer vrucht draagt.

De voorwaarde tot die bloei en groei is,je láten snoeien,je láten bemoedigen,je láten vertroosten.
Daar heb je zelf een keus in.
Vader is geen inbreker,hij dwingt je tot niets.

Meestal brengt het weigeren je door Hem laten bemoedigen,vertroosten,snoeien,tot verbittering.
Het zelf vasthouden van je pijn,betekent dat je zegt:”ik los het zelf wel op.Ik heb U hierin niet nodig”
Het is wetenschappelijk bewezen dat je eigen genen dan zeggen:“oké,wil je zelf de rekening betalen?
Dan gaan we je een handje meehelpen”
Vervolgens wordt je lijf ziek.
Het niet landen op de bodem,Jezus,brengt je in een vrije val.

Maar…wanneer je zijn genade toelaat in het lijden,wordt het een doorgang naar groei.
Dan wordt bloeden,bloeien.
Meer een meer ga je ervaren,hoe je geheeld door Hem,anderen kunt bemoedigen met je eigen genezen pijn.
Het wordt een vreugde om in het lijden van jezelf,zijn zalfolie te laten vloeien,tot groei en bloei van jezelf.
En daarna naar de ander toe.

Omdat jezelf de diepte van de put hebt gevoelt begrijp je des te meer wat een ander in die put ervaart.
Uit het zelf weten,dat de diepste put altijd een bodem heeft,Jezus,
kun je gebruikt worden om zijn zalving uit te delen.
Het landen op die bodem heeft je val gebroken.
Niemand kan meer zeggen:”ja maar…jij hebt makkelijk praten”

In de bijbel staan veel voorbeelden van pijn lijden en bemoedigt worden.
Om daarna tot heling en redding van anderen te kunnen zijn.
Denk aan Jozef,denk aan Paulus.

Is Jezus zelf niet ons grootste voorbeeld in pijn lijden?
Afgewezen worden?
Ziek te zijn tot op het bot?
De diepste diepte ervaren?
De grootste eenzaamheid ooit beleeft te hebben?
Let wel,hij onderging dit als mens!
In zijn lijden werd hij volkomen alleen gelaten.
Om ons,om mij!

Omdat ik niet meer ben dan mijn Heer en omdat hij mij zo liefheeft,heb ik gekozen voor de enig mogelijke optie.
Hem in mijn pijn uit te nodigen,Hem met zijn zalving toe te laten,Hem de dode takken te laten snoeien,om daarna te ontdekken hoe bevrijdend het is alles aan Hem te geven.
Waarna hij me elke keer weer laat zien dat mijn identiteit niet ligt in mijn pijn,niet in mijn ziekte,niet in mijn littekens,maar in Hem!
In het gruwelijk geliefd zijn door Hem!
Onvermoeibaar achtervolgt hij mij met zijn onvoorwaardelijke liefde.
Golf na golf overspoelt mij zijn genade en heling.

Ik heb een stalker,Jezus!