Ker(k)mis

Wanneer ik op zondag in de kerk ben fantaseer ik wel eens over het pinksterfeest zoals dat gevierd werd op de dag dat de Heilige Geest in vurige vlammen te zien was op de hoofden van de apostelen.
Fantaseer je mee?

Het is de zondag waarop we volgens de Liturgie Avondmaal vieren.
De dominee bladert in zijn boekje om ons het door de kerkorde opgestelde Avondmaal-formulier voor te lezen.
Onder de kansel zuchtend en met een half oor luisterend, draaien de leden van de kerk wat op hun stoelen, verplicht dit rondje mee te draaien.
Sommigen vragen zich af wie dit ooit bedacht heeft, daar Jezus bij het instellen van het Avondmaal een paar simpele woorden sprak.
“ doe dit tot mijn gedachtenis”
Plotseling begint het in de kerk te waaien zonder dat iemand de deuren tegen elkaar heeft open gezet.
De harde wind rukt het boekje vol formulieren uit de verbaasde handen van de dominee, die zijn hele leven al gebeden heeft om dit moment.
Hij gaat helemaal los, en bij het zien van een vurige vlam op zijn net nog deze week geknipt kapsel, beginnen de kerkleden die hier hun hele leven ook al naar verlangden, te joelen en te gillen van plezier.
De vlam op het hoofd van de dominee slaat over op de hoofden van deze bidders, waarna ze in een kakofonie van onverstaanbare klanken, de dominee voorop, in reidans door de kerk gaan.
In allerlei talen aanbidden ze de Heer, zonder daar ooit een bachelor of diploma op de Theologische Universiteit voor te hebben behaald.((Behalve dan de dominee, die voor deze keer een inboorlingen taal klikt en klakt)
Al spoedig gaan ook bij de anderen de remmen los.

Het is een kermis van uitgelaten blije mensen.
Volwassenen die kinderen worden.
Deftige professoren speciaal door de TU vandaag uitgezonden om te keuren of in deze kerk alles nog wel volgens de regeltje van de kerkorde toegaat, laten elke schroom varen, waarna ze zich in de stoeltjes van de draaimolen al gierend van uitgelaten pret laten rondzwieren.
Afgestudeerde academici staan zij aan zij met eenvoudige ongeletterden in de rij bij de botsautootjes, waarna ze gillend van plezier elkaar de pas afsnijden in hun fel gekeurde voertuigen.
Het reuzenrad draait zijn rondjes zoals nooit eerder vertoond.
Niemand maalt erom dat de bakjes veel te vol geladen zijn, en schommelen op een manier die gisteren nog levensgevaarlijk was.
De gekleurde paardjes draaien luid hinnikend hun rondjes, nog niet eerder zulke vrolijke lasten dragend.

De grijpmachines, die eerder de uit de Action vergaarde prullen nooit prijs gaven, laten met hun klauwen nu automatisch de meest kostbare sieraden, bezet met diamanten en saffieren, in de handen van de glunderende mensen vallen.
Zoals prins Claus zich bevrijdde van zijn knellende stropdas, rukken door hun overgewicht door de kansel gezakte Reformatorische dominees hun witte bef af, die hun( zo dachten ze trots) onderscheidde van de graatmagere Evangelisch in spijkerbroek en T-shirt geklede pastors.
Heupwiegend met de handen hoog in de lucht, bewegen ze zich samen naar het Schommelschip, waar men eensgezind het net aan de andere kant uitgooit.

Oliebollen, rijk bestoven, worden met tientallen opgesmikkeld.
Het vet vermengt met de poedersuiker, loopt in smalle stroompjes langs de monden van de smulpapen, en vormt plasje in de plooitjes en holte van hun keel.
Met de de twaalf manden overgebleven oliebollen wordt een gooi en smijt wedstrijdje georganiseerd, waarna men al spoedig de dominee bij de kladden grijpt en hem onder luid gejoel “stenigt”.
Het spel meespelend laat hij zich ter aarde vallen, biddend om vergeving voor de onwetendheid van het zoveel jaren in de pas lopen van de zelfbedachte regeltjes.

De roze kleurige suikerspinnen vinden gretig aftrek, en groot en klein smeert elkaar het kleverige goedje gierend in de haren.
Spuitbussen worden uitgedeeld, waaruit neon- kleurig poeder de kleding en haren van de mensen er steeds grotesker uit laat zien.
Iedereen omarmt elkaar en blijft aan de ander plakken, maar het maakt niet uit,
#metoo heeft deze dag een hemelse betekenis gekregen.
Alles is omgedraaid.
Hier hebben de mensen van gedroomd, weer zonder gêne kind te zijn, zonder zich te bekommeren wat een ander er van denkt.
De schaamte voorbij ontdekt men verheugd dat de ander net zo is.

Vol zelfspot bekijken ze elkaar in de lachspiegels en slaan elkaar joelend op de borst om hun idiote verwaandheid te denken dat ze in hun eigen gebouwde torens de hemel konden beklimmen om daar hun eigen vaandel te planten.
Wat een hilariteit!
“ wat zijn we dwaas geweest luitjes” roepen ze elkaar toe.
Grinnikend om hun eigen verwaandheid danst men als bevrijde mensen rond het doopvont en spat elkaar nat met de druppeltjes water.
De Avondmaal tafel, waarvan het witte kleed door de heilige wind langs het dak wappert als een sein: “ ik geef me over” gaat uit zich zelf dansend langs de uitgelaten mensen, waarna men zich lachend laat bedienen met de stukjes wit brood en een slokje rode wijn.
Meer kan er ook niet meer bij, de buiken zijn al rond gegeten met de vet en zoete overvloed van de kermis.

Het deert niemand dat de vrome Farizeeën en Farizeeën, met van afkeuring stijf op elkaar geklemde lippen, de spot drijven met de in vuur en vlam gezette mensen.
Laat hen maar zeggen dat de anderen dronken zijn, daarmee zeggen ze geen woord verkeerd.
Jezus stroomt als vreugde gevende wijn door de aderen van deze in hun ogen dwaze mensen.
Hij heeft alles omgedraaid, wat hiervoor nog abnormaal was, is nu normaal geworden, en andersom ook!
De dwaasheid van het Evangelie heeft de kerk verandert in een feestvierend kermis terrein.
Joegheeee….

Verslaafd.

Na de zomervakantie, de basisschool afgesloten, beginnend aan het voortgezet onderwijs, roken veel kinderen hun eerste sigaret.
Vaak is het stoerdoenerij, of groepsdruk en erbij willen horen.

Persoonlijk heeft mij dit gelukkig nooit echt getrokken.
Jarenlang heb ik, als niet-roker gedacht dat roken een verslaving is waarvoor je zelf verantwoordelijk bent.
Als niet-roker heb ik tevens weinig begrip gehad voor het maar niet kunnen stoppen met roken.
Totdat ik Bénédicte Ficq op tv zag en hoorde vertellen van haar aangifte van een strafbaar feit, tegen de tabaksindustrie.
Zij zegt bewijs te hebben van het bewust toevoegen van verslavende stoffen in de sigaret.
Een sigaret is volgens de site van http://www.sickofsmoking.nl speciaal ontworpen om verslaafd te maken, en dat al, en dat is schokkend, na het roken van twee sigaretten.
Tel daarbij op dat je als puber nog niet in staat bent de gevolgen van je daden te overzien, dus voor veel dingen ontoerekeningsvatbaar bent.
Dit geeft Bénédicte Ficq genoeg reden de tabaksindustrie voor het gerecht te dagen.
Niet alleen om voor de slachtoffers schadevergoeding te eisen, ze wil de verantwoordelijken zelfs achter de tralies hebben!

Het is volgens Bénédicte namelijk niet je eigen schuld dat je verslaafd bent geraakt aan de sigaret.
Ondanks het feit dat je zelf de keuze maakte te gaan roken, de hoofdverantwoordelijkheid ligt bij de tabaksindustrie.
Door het bewust toevoegen van verslavende stoffen is de sigaret een macht geworden die je onmogelijk zelf bestrijden kunt.

Dit brengt me op een andere macht waartegen ik geen verweer heb, de duivel.
De slang die in het paradijs vals en sluw de verboden vrucht aan de boom van kennis goed en kwaad als de meest aantrekkelijke vrucht voorstelde, begeerlijker dan alle andere vruchten.
Doordat Adam van deze vrucht at, zit ik nu met de gebakken peren.
Goed en naar het evenbeeld van God geschapen, om tot in alle eeuwigheid mijn Schepper te loven en prijzen, is door de zondeval mijn natuur daarentegen verdorven.
Zondig en niet geschikt tot enig goeds.
Een hopeloze toestand, waarin het onmogelijk is God en mijn naaste lief te hebben, laat staan deze God te dienen.
Al doe ik nog zo mijn best goed te leven, het mislukt jammerlijk.

Althans, dat is wat de wet van Mozes mij zegt!
Het rapport over mijn schuld geeft een dikke 10 aan.
Om moedeloos van te worden toch?
Iedere dag neem ik me voor het deze keer goed te doen, om er snel achter te komen dat het alweer niet gelukt is!
Doodmoe loop ik steeds weer het rondje om de boom van kennis van goed en kwaad.
Mijn geweten dat van nature zuiver was, klaagt me, aangevuurd door het sissen van de slang, dag aan dag aan.
Moe gestreden gooi ik het bijltje er maar bij neer.
Ik ben een zondaar!

Maar…
Afgelopen zondag hoorde mijn moegestreden ziel een heel andere boodschap!
Revolutionair!

Ik kan er niets aan doen dat ik een zondaar ben!

Ik zit gevangen in een macht die sterker is dan ik!
Deze macht heeft me slachtoffer gemaakt van een macht waartegen ik niet opgewassen ben.
Ik heb niets in te brengen tegen deze nietsontziende macht.
Deze macht is erop uit me klein te houden en me voortdurend neer te drukken.
Zoals een roker door de giftige stoffen in een sigaret verslaafd gemaakt is aan dit stokje, zo ben ik door een macht buiten mij om verslaafd gemaakt aan de zonde.

Precies zoals haast iedere poging te stoppen met roken jammerlijk mislukt, zo loopt iedere poging God en mijn naaste lief te hebben steeds op niets uit.
Alleen al mijn gedachten, hoe mooi ik me ook voor kan doen, laten me iedere keer weer afdalen in een diepe afgrond waaruit het onmogelijk is zelf naar boven te klimmen.
En ik kan er niets aan doen!

Niet ik, maar Satan heeft me tot vijand van God en mezelf gemaakt.
Hij is hoofdverantwoordelijk voor deze wedloop van ellende, die alle energie als een wurgplant uit me zuigt, en onherroepelijk uit loopt op de dood.

Zoals de nicotine van een sigaret je longen doen krimpen en zwart maken, en een verslaafde daar niets aan doen kan, zo kan ik er niets aan doen dat mijn ziel steeds zwarter en zwarter wordt door de zonde.
Er woedt in mij een strijd tussen goed en kwaad, een strijd die niet ik, maar Satan uitgedacht heeft.

Ja maar, als ik er niets aan doen kan ben ben ik dus onschuldig?

Nee, ik ben schuldig!

In Adam ben ik een “ gevallen mens” zoals de bijbel het zo mooi verwoordt.
Maar, als Satan mij gevangen houdt in de macht van de zonde ben ik toch zelf niet meer verantwoordelijk?
Integendeel!
In Adam heb ik mij vrijwillig gevangen laten nemen.
Ik ben slachtoffer en tegelijkertijd medeverantwoordelijk dader van de zonde.

Ik ben medespeler in een strijd met 3 partijen.
God, Satan en ik.
Satan is vanaf het begin in oorlog met God, waarbij hij mijn ziel heeft uitgekozen tot het slagveld.
Door mij over te geven aan Satan, ben ik vrijwillig aan zijn kant gaan staan; recht tegenover God.
In deze strijd ben ik de grote verliezer, en daar heb ik zelf voor gekozen!
Onmachtig…

Nochtans zal ik juichen…
Waarom?
Omdat mijn onmacht zelf uit deze,op een onherroepelijke dood uitlopende strijd, tegelijk mijn bron van geluk is!

Hoe dan?
Heb ik iets gedaan waardoor ik zelf Satan en daardoor de macht van de zonde verslagen heb?

Onmogelijk!
Maar die onmacht en onmogelijkheid me te onttrekken aan die strijd, is mijn redding geworden…

“Waaat?
Dat is inderdaad revolutionair!
Dat is de omgekeerde wereld…
Vertel me meer”

Ik heb iemand anders nodig mij te redden uit mijn ellendige miserabele staat.
Iemand sterker dan Satan.
Sterker dan de dood.
Ik heb God nodig!
Mijn vrijwillig gekozen tegenstander…
Die zichzelf vrijwillig gaf in Jezus zijn zoon…

Hij heeft mij verlost uit de wurggreep van Satan en zijn zondemacht.
Hoe weet ik dat ik verlost ben?

Door mij aan de voet van het kruis op Golgotha te richten op de gekruisigde Jezus.
Me niet af te wenden van de als een irritant insect vastgepinde mens, maar in hem, de zoon van God mijn zonde gekruisigd te zien.
Door te aanschouwen dat in zijn tot op het bot afgeranseld lichaam de macht van de zonde die mij gevangen hield, afgeranseld is.
Door het in me op te nemen, en te aanvaarden dat wie ik aan het kruis zie hangen, ik dat zelf had moeten zijn.
Míjn zonde heeft Jezus vastgespijkerd aan dat vloekhout.
Hij, God zelf, móest komen om mij, zondaar, te bevrijden uit de macht die mij zondaar gemaakt heeft.
Niet ik, maar God zelf, als hogere macht dan Satan, en dus ook van de macht van de zonde, kon deze strijd aan gaan.
De door de zonde in mijn geest, ziel en lichaam aangerichte verwoesting nam Jezus in zich op, absorbeerde deze in zich zelf, om na zijn sterven als Overwinnaar op de derde dag weer op te staan.
In zijn sterven nam hij de in zich zelf opgenomen zondemacht en zijn verwoestende gevolgen mee in het graf.
Daarmee nam hij de verwoesting van mijn geest ziel en lichaam mee in de dood.

In zijn opstanding als de verheerlijkte Jezus Christus bekrachtigde hij zijn overwinning op Satan en zijn trawanten.
Geen enkele zondemacht houdt me nu nog gevangen, dat kan ook niet want die macht is dood.
Met Jezus, de opgestane Chrustus,ben ik mee opgestaan en leef ik nu in de schuldvrije zone van het kindschap Gods.
Compleet nieuw, schoon en vrij van elke aanklacht.

Ik hou van mensen als Benedict.
Gedreven en vol vuur strijdt ze tegen een kolos, zoals David tegen Goliath.
Moedig en dapper heeft ze aangetoond dat de roker geen schuld aan zijn verslaving heeft, ondanks zijn vrijwillig eerste twee gerookte sigaretten, maar de verantwoordelijkheid bij de tabaksindustrie ligt.

Ik hou van Jezus, die als de gekruisigde en opgestane Christus, aangetoond heeft dat ik onschuldig slachtoffer ben geworden van een macht die mij gevangen hield, en daarbij tevens de schuld van mijn daderschap aan die macht in de diepte van de zee gegooid heeft.
Als hoofdverantwoordelijk voor mijn bevrijding heeft hij Satan, verantwoordelijk voor de tralies waarachter ik gevangen zat, zijn macht ontnomen.
Met een flinke schadevergoeding op zak, mocht ik met een schoon en leeg strafblad de gevangenis verlaten.

Satan kan nog zoveel sigaretten opsteken en de rook mijn kant opblazen, hij wordt er zelf alleen maar zwarter van.
Mijn hart en ziel zijn namelijk beschermd door het schild van geloof.
Bloedrood stroomt het nieuwe leven van Jezus door mijn schoon gedotterde aderen.

De vijand is zijn macht ontnomen en openlijk te kakken gezet.
Dat nodigt mij uit om te dansen omdat ik alle reden heb tot een feestje.
Ik ben eigendom van Christus, en mag nu in vrijheid kijken naar mijn onmacht.

Ik ben verlost!

Wil je deze boodschap over de schuldvrije zone ook horen?
Klik op onderstaande link voor o.a. de middagpreek van 30 september.

Zondag 2-4 van de Heidelberger Catechismus.
Schriftlezing Johannes 8

https://l.facebook.com/l.php?u=https%3A%2F%2Fwww.kerkomroep.nl%2F%23%2Fkerken%2F21210&h=AT3UebW0J4d0_bALgQotrqF3U0jOz-L8FZEw2QtmkgP6ZWefwJT67FqFUuJK0GH2xTAAbXpQnD-V2skE4rVe7UoEJbasgIWbl8RI3UMTgHks6ZGuSmXsH82II-5C48JOYxhttps://l.facebook.com/l.php?u=https%3A%2F%2Fwww.kerkomroep.nl%2F%23%2Fkerken%2F21210&h=AT3UebW0J4d0_bALgQotrqF3U0jOz-L8FZEw2QtmkgP6ZWefwJT67FqFUuJK0GH2xTAAbXpQnD-V2skE4rVe7UoEJbasgIWbl8RI3UMTgHks6ZGuSmXsH82II-5C48JOYxs

Mag het licht aan?

Vanmorgen las ik een post op Facebook waaronder talloze positieve reacties en hartjes.
Vooral van vrouwen.
Iedereen was blij met dit bericht, het hielp hen weer door de dag.

Ik las deze post omdat de titel me raakte:” het nieuwe bidden.”
“waauw” dacht ik,” ik bid mee”

Het zou er zo uit kunnen gaan zien:
Omdat ik een puur lichtwezen ben bewerk ik allerlei zuivere lichtverbindingen op deze aarde.
Ik omarm met de andere lichtwezens ons universum en zend zoveel liefde uit waardoor het overal tastbaar zal zijn.

Prachtig natuurlijk!
Eindelijk vrede op aarde omdat ik samen met andere lichtwezens liefde en puurheid uitspreek en uitstraal.

Hhhmmm…
Wat me zo bevreemd aan dit soort pogingen liefde te laten regeren op aarde, die niet nieuw zijn, maar al zo oud als de wereld, is het feit dat het tot nog toe alleen maar donkerder wordt.
Zet het journaal maar aan, en je kunt s’nachts niet slapen van de gruwelijkheden die je oog gezien hebben.
( Behalve van Maarten natuurlijk hè, daar krijg je Sweetdreams van, zo’n leukertje die de Elfsteden zwemt)

Laat ik voorop stellen dat dit soort berichten met goede bedoelingen geschreven worden.
Maar wat ik me afvraag is;” hoe komt het dat mensen die spiritualiteit zoeken, 0die drang zit in ons, niet in de kerk vinden wat ze zoeken.”
Want daar is het te vinden.
Als kerk hebben we een schat aan kracht en wijsheid rechtstreeks van Het Lichtwezen zelf!
Wat is er gebeurd dat de wereld blijkbaar ook bij ons het antwoord niet vindt?
Terwijl we alle antwoorden hebben, want we hebben Jezus Christus en die gekruisigd!

In de bijbel staat dat de gehele schepping snakt naar het openbaar worden van de zonen Gods.
Dat wil zeggen dat men uitziet naar ons, er wordt op ons gewacht, op ons, kinderen van Het Licht…
Hoe zullen zij weten van een God die ín de pijn van ons mensen kwam, om de macht van het verderf te breken, wanneer wij het hun niet vertellen?

We zijn het zout der aarde, zegt onze Heer Jezus Christus; is ons zout smakeloos geworden?
Hebben we onze kandelaar onder een korenmaat gezet?
Zijn we in slaap gevallen, zodat we niet in de gaten hebben dat ons lampje uitgegaan is omdat we geen reserve olie hebben meegenomen?

Eerlijk, ik trek het me aan, dit soort posts…
Omdat het geschreven en beantwoord wordt uit nood, voortkomend uit pijn.
Iedereen die zijn of haar antwoorden zoekt buiten Jezus Christus, wordt een speelbal van de machten en krachten die zich wel voordoen als licht, maar ondertussen de ziel van kapotte zielen nog verder uithollen en opjagen.

We hebben een unieke boodschap te vertellen, en hoeven niet bang te zijn om met een mond vol tanden te zitten.
De Heilige Geest brengt ons alles te binnen wat we zeggen moeten, zodat we, zoals Jezus beloofd heeft, stromen van Levend Water uit mogen gieten op de verdroogde akkertjes van rusteloze dolende medemensen.

Jezus zegt dat Hij het Licht der wereld is, daarna zegt Hij dat wij(!) het Licht der wereld zijn!
Ik kan zelf helemaal niets bewerken, en gelukkig hoeft dat ook niet!
Omat Hij in ons woont, zijn we precies wat Hij zegt wie en wat we zijn!
Het Licht der wereld!
Nou dan…

Vertel het aan de mensen
Wie liefde heeft – Jezus!
Vertel het aan de mensen
Wie vrede geeft – Jezus!
Vertel het aan de mensen
Dat Jezus leeft
Vertel het aan de mensen
Want iedereen moet weten
Wie liefde heeft – Jezus!
Want iedereen moet weten
Wie vrede geeft – Jezus!
Want iedereen moet weten
Dat Jezus leeft
Iedereen moet weten
Vertel Het Aan De Mensen

Tekst & Muziek: Elly & Rikkert Zuiderveld

https://youtu.be/AuPvUckUg20

Vlindertje

Zie je mij gracieus klapwiekend fladderen in de vlindertuin?
Kom,ga eens rustig zitten op één van de uitnodigende bankjes.
Zit je lekker?
Ga lekker achterover zitten…daar is de rugleuning voor gemaakt hoor!
Adem eens rustig in en uit, ontspan je maar!
Goedzo,helemaal zoals het bedoeld is, zoals je er nu bij zit, je zit heerlijk in de geniet-stand.

Ik ga je betoveren,ja,echt.
Geloof je me niet?
Wacht maar…

Fladderend met mijn prachtige vleugeltjes flierefluiter ik ondeugend om je heen.
Flirtend als een verliefd bakvisje van 13, steel ik je aandacht.
Mijn gefladder brengt je langzaam in vervoering,totdat je niet meer anders kunt dan mij met verliefde blik volgen.
Ik fladder langs je oren,zodat een teer lispelend windje griezeltjes over je rug geeft.
Zie je wel,ik heb je betoverd,ik zei het je toch?
Mijn kleuren maken je verlangend om me te volgen,waar ik ook ga…
Nou,kom maar,kom maar achter me aan dan.
Ik fladder van zoetigheid naar zoetigheid, me geen zorgen makend of het wel voor mij bestemd is.
Het staat simpelweg voor mij klaar.
De bloemen zijn speciaal voor mij gemaakt,zodat ik met mijn lange tong hun heerlijke nectar drinken kan.
Mijn kleuren worden er nog mooier van omdat de nectar mij nieuwe energie en levenskracht geeft.

Mijn betoverend magische vleugeltjes lokken je met hun gefladder onvermoeibaar verder deze prachtige tuin in.
Je wilt meer zien hè?
Dat is ook de bedoeling!
Kijk,daar in het midden,die boom…
Hè,wat zeg je?
Zie je door de bomen het bos niet meer?
Richt je ogen naar waar ik wijs, daar, die grote levensboom, precies in het midden.
Gelukkig,ik heb je aandacht weer.
Dat is de boom waarvan haar vruchten je nieuwe moed en kracht geeft.
Pluk maar welke je wilt.
Ze zijn allemaal eetrijp.
Je bent moe,ik zie het heus wel…
Je draagt een zware last op je schoudertjes hè?
Ik bemerk heus wel dat je je ervoor schaamt en het niet weten wilt,terwijl de zeurende pijn van de last luid en duidelijk in de oren van je hart schreeuwt:
“Je bent niet goed genoeg”

Kom,pluk en eet van deze boom.
De prijs is al betaald.
Toe maar,je zal een enorme bevrijding ervaren.
Je last zal afvallen en in de diepte van de zee worden gegooid.

Gelukkig,je eet.
Ik zie het bloedrode sap om je mond en langs je handen en armen naar je ellebogen sijpelen.
Smak maar lekker,dat mag hier.
Je hoeft je niet meer te schamen want in deze tuin is geen schuld.

Nou…?
Heb ik de waarheid verteld?
Opeens ben je kilo’s lichter toch?
Ja,ik zie het aan je ogen,ze gaan schitteren van nieuw elan.
Kijk,daar word ik nou blij van.

Kom,ik zal je nog iets laten zien.
Volg me naar een andere boom.
Zie je de cocons hangen?
Toen ik nog een rupsje was had ik mij zelf ook verstopt in een cocon. Gaandeweg werd dat mijn bescherming tegen de boze buitenwereld.
Daar was ik veilig, dacht ik, niemand kon mij nog afwijzen.
Niemand kon mij nog kwetsen.

Stiekem loerde ik wel eens door een spleetje van mijn cocon naar buiten.
Dan zag ik de vlinders buitelen en snoepen,genietend van hun vrijheid.
De eigenaar van deze tuin moedigde me aan om ook uit mijn cocon te komen, hij had er verdriet van dat ik mijn mooie vleugeltjes niet uitsloeg.
Tegelijkertijd liet hij mij vrij in mijn keuze.
Op een dag vond ik het genoeg geweest,mijn veilige cocon bleek mijn gevangenis te worden en zou mijn dood gaan betekenen.
Wat was de heer van de tuin blij toen ik frank en vrij op zijn schouder kwam zitten.
De tranen stonden hem in de ogen,zo blij en ontroerd was hij over mij keuze.
Nu moedig ik anderen aan hun cocon te verlaten en de vrijheid te omarmen.
Ik fladder hier voor mijn heer, en geniet van de heerlijke hapjes die hij speciaal voor mij laat groeien.
Ik ben zo blij om met mijn mijn kleurenpracht anderen te betoveren.
Ik ben een gelukkig vlindertje!

Laat me je aanmoedigen de vrijheid in te buitelen.
Show je prachtige vleugeltjes aan de anderen,zodat deze tuin een magisch fladderend festijn wordt van eerbetoon aan onze tuinmeester.

Fladder vlinder,fladder
Show your Glory…

Duifje.

Ik ben een duifje en heb al veel spannende avonturen beleefd.
Later vertel ik je nog wel eens van woeste wateren en de ark van Noach.
Eerst dit verhaal,want nu gaat het pas echt beginnen.
Dat wat hiervóór gebeurt is,was een opmaat voor vandaag!
Het gaat gebeuren;hier ben ik voor gemaakt!

Ik ben niet zo’n gewone grijze duif,mijn veren zijn zuiver wit.
Wit als sneeuw,dat vers op de aarde is neer gedwarreld,bedekkend alle vuil van de straten en huizen.
Knisperend onder je schoenen,wanneer je de eerste stappen zet in de nieuwe witte wereld.
Het dikke pak sneeuw,dat uit de hemel gevallen,alle rumoer in de straten doet verstillen.
Het witte sneeuw,waardoor grote mensen weer kind worden,en op sleetjes van de heuvels roetsjen.
Koerend woelen hun handen in die,door de zon verlichte glinstering,en bekogelen ze elkaar met het hun zachte sneeuwballen.
Zelfs elkaar de oren wassen,is een bron van vermaak geworden.
Hun,in de zomer strak gemaaide gazon,waar elk grassprietje dezelfde kant op moet wijzen,wordt versierd met de mooiste sneeuwpoppen.
Zorgeloos joelend en juichend buitelt jong en oud over elkaar heen, zodat de lucht gevuld wordt met een zinderend plezier.
Zo wit dus!

Luister…

Ik fladder in hoopvolle verwachting hoog en (nog) onzichtbaar aan de hemel.
Beneden zie ik de Jordaan,waar een profeet,gekleed in een kameelharen mantel,Johannes heet hij,luid roept dat de bijl aan de wortel van de boom ligt.
Drommen mensen stromen toe,waarna velen met Johannes het water in lopen,en kopje onder gaan.
Ze laten zich dopen,zo noem je dat.
Johannes zegt dat hun zonden achterblijven in de Jordaan,en ze daarom nu schoon zijn.
Ze hebben zich bekeerd…
De belangrijke,in dure gewaden geklede,leiders van de kerk komen ook een kijkje nemen.
Ze hebben het gewone volk in een zwaar fijnmazig net geknoopt,en voor zichzelf allerlei mazen geknipt.
Weet je wat Johannes tegen ze zegt?
Hij noemt hen adderengebroed en witgekalkte graven!
Ja,hij durft hè?

Johannes verteld de mensen dat hij zelf niet belangrijk is,maar dat hij de voorloper is van iemand anders.
Hij verteld erbij dat hij,Johannes,het nog niet waard is de veters van diens schoenen te strikken.
Dat zal iets bijzonders worden,wanneer hij komt!
Ik wacht rustig af…

Plotseling is er reuring onder de toeschouwers op de oever.
Een van hen komt naar Johannes toe en wil zich ook laten dopen,maar de voorloper weigert dat.
Hè,dat is vreemd.
Het blijkt dat ze familie van elkaar zijn,want Johannes zegt:”nee neef van mij,niet ik moet jou dopen,jij moet juist mij dopen”
Na aandringen gaat Johannes toch met zijn neef het water in,en dompelt hem onder.

Ik voel dat er iets héél speciaals staat te gebeuren.
Mijn hartje bonst in mijn duivenborstje.

En kijk,dat is hét moment…
Mijn moment!
Dit is waar ik op gewacht heb,al die eeuwen.

Wanneer de dopeling,druipend van het van zonden vervuilde water van de Jordaan,bovenkomt klinkt er een stem uit de hemel:
“Dit is mijn geliefde zoon,in hem vind ik vreugde”
Hét teken voor mij!
Ik mag in actie komen!

Oh waaauww….
In mijn sierlijkste en allermooiste vlucht kom ik in met elegante landing neer op het hoofd van de man waarover Vader God deze prachtige woorden uit sprak.
De gezalfde des Heren.
De Messias waarover de profeten spraken.
Hij is gekomen!
De belofte is vervuld.
Wat een enorme eer voor mij,ik mag aan alle mensen laten zien dat Híj het is!
Jezus,
Immanuël.
Hij,de verlosser Israels.
De zoon van de overspelige Thamar,
De zoon van de hoer Rachab,
De zoon van de heidense Ruth,
De zoon van de vrouw van Uria,Bathseba,
De zoon van de maagd Maria.

Oh Jezus,ik blijf op u,in u,ik ga mee,ik zal u vergezellen op uw tocht door dit land.
Uw wandeling naar de dood aan het kruis.
Ik zal de kracht zijn die u laat opstaan uit het graf.
Ik zal de weg banen om u terug te laten keren naar Vader,waar u uw bloed zult tonen.
Het bloed dat satan,die vuile aanklager,de hemel uit zal bliksemen.
Ik zal wachten op de vervulling van uw belofte,en uw kinderen aansporen tot verwachtingsvolle gebeden.
Gebeden tot eer van uw naam.
Dankzeggingen voor wat u hen belooft heeft.
En dan,ik kan niet wachten!
Dan…
Oh,wacht,ik vertel al te veel.
Mijn heden is voor jou nog toekomst.
En omdat ik wel hou van een cliffhanger laat ik je in spanning wachten op het vervolg van mijn bovennatuurlijke avonturen.

Ik ben een duifje,en roekoeee het hoogste lied.
“Nu jaagt de dood geen angst meer aan,
Want alles,alles,is voldaan”

Broertje dood

Maar,
Ja maar,
Dit zijn woorden waar ik een broertje dood aan heb.
Bij voorbeeld, je hebt een goed gesprek met iemand, en je komt met een positieve inbreng, iets waarvan je zelf ervaren hebt hoe dat werkt.
De luisteraar antwoordt met:”ja dat weet ik, maar….”
Maar, betekent in zo’n geval:tegenwerking, bedenking.
Alles wat ervóór gezegd is, is niet meer zo belangrijk, maar, wat nu gezegd wordt is pas belangrijk.

Misschien,
Precies zo, daar heb ik ook een broertje dood aan.
Het is een woord waarmee je aangeeft dat de kans bestaat dat het waar is, maar net zo goed niet waar.
Vrijblijvendheid ten top.

Eigenlijk,
Ook zo’n woord.
Het wordt vaak in combinatie met”maar” gebruikt.
“Eigenlijk zou ik nu op moeten staan, om nog wat aan de dag te hebben, maar, ik lig nog zo lekker.”

Het broertje dood hebben aan deze woorden, is niet zozeer in gewone alledaagse gesprekken.
Het is vooral in gesprekken over de goedheid van God.
Hoe Hij er alles aan gedaan heeft de relatie met Hem te herstellen, en we daardoor in vrede met Hem kunnen leven.
Genietend van Zijn zorg en liefde.
Niet alleen in het komende leven, maar(!)ook nu!

“The root-cause of your problem is condemnation”

Het heeft altijd te maken met zelfveroordeling.
Altijd!
Alle andere problemen zijn blaadjes aan een boom,waarvan de wortel veroordeling is.
Het jezelf niet goed genoeg vinden.

Het wel geloven dat Vader goed is, maar…
Dan is Vader goed, maar eigenlijk misschien ook boos.
Eigenlijk(!)moet je zelf dan wel je best hebben gedaan om Zijn goedheid ook waard te zijn.
Misschien(!) had je zelf dan beter niet , of wel… vervolgens komt er een stroom van zelfveroordeling op gang.
Vanuit die houding komt vervolgens de zelfrechtvaardiging.
Eigenlijk ben je misschien zo slecht toch niet…?

De conclusie is:”Vader, U zegt dat Jezus voor mijn zonden gestorven is,maar, eigenlijk,bmisschien kan ik zelf ook nog iets bijdragen.”
Waarmee het offer van Jezus dus niet voldoende is geweest.
Je zet Hem te kakken!
En doet niet alleen Hem, maar ook jezelf tekort.

Ik heb het totaal verprutst.
Hij zegt:”ja maar…”
En spreidde Zijn armen en stierf voor mij.

Een broertje dood…
Mijn broertje is dood gegaan aan de scheiding tussen Hem en mij.
Mijn broertje ging dood aan een gebroken hart.
Mijn broertje is dood gegaan aan Zijn “ja maar”

Eigenlijk had ik daar moeten hangen!
Eigenlijk hing ik daar ook…
Mijn oude ik stierf met Hem.

Glorie Halleluja,ik stond ook weer op met Hem.
Eigenlijk leef ik nu niet meer zelf, maar,Hij leeft in mij!

Mijn redding is niet een “misschientje”,maar
de aanklager is te kakken gezet,
lekker puh…

I’m Resting In Peace


Helikoptervieuw

Afgelopen week werd er op een dag bij me aangebeld.
Oh,help,ik had de krulspelden nog in mijn haar en liep nog in mijn ochtendjas te lummelen.
Snel deed ik een lippen stiftje op om toch nog íets waardig over te komen.
Toen ik opendeed stond de fanfare voor mijn deur,die een feestelijk lied inzette.
Het was op de wijs van:”your beautiful”
Ik geneerde mij behoorlijk natuurlijk want zo beautiful zag ik er op dat moment niet uit.
Daarna overhandigde iemand me een prachtig bos bloemen en een envelop,die ik trillend door het hele gebeuren,opende.

Hemeltje,ik ga vliegen!
In de envelop zat een uitnodiging voor een helikopter vlucht over de bollenvelden.
Nu moet je weten dat ik doodsbang ben,maar zoals Pippi Langkous zegt:”ik kan het niet,daarom doe ik het”
Ik geef mezelf de kans om een mooie nieuwe herinnering te maken.
Het is best spannend,want ik hoorde zojuist dat het een 2 persoons helikopter is,dus ik ben de enige passagier.

De piloot komt me halen.
Hij ziet er stoer uit.
Zijn haren wapperen in de wind.
Dat komt goed uit,want ik hou van mannen met lang haar.
Met een vriendelijke stem vraagt hij me of ik er klaar voor ben.
Ja hoor,ik ben klaar voor de vlucht!
Al mijn angst verdwijnt bij het luisteren naar de warme stem van de piloot.
Ik voel alleen nog maar een opgewonden blijheid en een soort kinderlijke verwachting voor de dingen die gebeuren gaan.
Hij gespt mijn gordel vast en gaat naast me zitten waarna hij de motor start.
Daarna legt hij me uit dat het het beste is gewoon achterover te gaan zitten,omdat anders de kleine helikopter te veel uit balans raakt.

Jippppiiiee,ik vlieg!
Waar ben ik nou zo bang voor geweest?
Dit is heerlijk,zo naast de piloot te zitten,en te genieten van wat komen gaat.

Hij vraagt me om met de ogen,oren en neus van mijn hart te gaan kijken,luisteren en ruiken.
Huh…beetje vreemde opmerking,maar goed,ik vertrouw de piloot dan maar,hij zal het wel weten!

De eerste kleuren van de bloemenvelden onder ons komen in zicht.
Oooh,prachtig paars,wit en roze staan de hyacinten in hun volle glorie te bloeien.
We vliegen laag over het veld,”zodat je de geur kan opsnuiven”
zegt de piloot.
Nou,dat is niet zo’n heel goed idee,hij weet zeker niet dat ik verschrikkelijk niezen moet van hyacinten.
Hij moet lachen om mijn geproest en gesnotter.
Dat vind ik dan wel weer schattig…

Zonder dat ik het bewust wil,doet het kleurige in,banen verdeelde veld,me denken aan mijn leven van nu.
Zo mooi en uitbundig als de hyacinten bloeien zo voel ik mezelf ook.
Ik ben gelukkig!
En al helemaal bij het zien van de prachtig wisselende en verschillende tinten geel van het eindeloze veld narcissen.
Narcissen doen me altijd denken aan de trompetten uit het lied over de Wederkomst.
Ja…ook nu hoor ik ze in mijn fantasie luid schallen.
Ik begin het lied mee te neuriën.
Wanneer ik steels opzij kijk,zie ik een glimlach van gelukzaligheid op het gezicht van mijn piloot.
( hoor mij nou,míjn piloot…ik begin hem mij al toe te eigenen!)

Oh,ik wilde wel dat deze vlucht nooit meer eindigde,zo geniet ik van alles wat ik zie,hoor en ruik.

Maar dan,oh jé,we vliegen over een verdord veld.
De grond is verdroogd en stoffig.
De bollen en treurig verdorde struiken liggen en staan er triest bij in de scheuren van de uitgeputte aarde.
Het lijkt de woestijn wel!

Boze gedachten en zorgen komen bij me naar boven.
Herinneringen van diepe pijn en wanhoop.
Angst voor de toekomst,doen me de tranen in de ogen springen.
Onopgeloste zaken die verschrikkelijk schrijnen in mijn hart.
Zeer van afwijzing en verstoting benemen me de adem.
Waarom laat hij mij dit nou zien zeg?
Hij kan er toch wel voor zorgen dat ik me alleen nog maar gelukkig voel.
Ondanks de uitnodiging lekker relaxt in mijn stoel te blijven zitten,spring ik op en stoot meteen mijn hoofd tegen het lage raam van de cockpit.
Ik voel een ei opkomen dat over enkele dagen in alle kleuren paars,blauw en groen mijn voorhoofd zal ontsieren.
De helikopter begint te schudden en gevaarlijk te dalen,precies zoals de piloot het al had gezegd.

Hij reikt me zijn ene hand en met de andere probeert hij ons weer recht omhoog te laten stijgen.
Ik verwacht nu een flinke uitbrander,maar zie tranen in zijn ogen.
Tranen van mededogen en pijn om míjn pijn.

Na een tijdje zet hij de helikopter aan de grond en vraagt me of ik samen met hem wat eten wil.
Hij belooft me dat het me goed zal doen,ondanks mijn samen geknepen keel.
Liefdevol dekt hij de tafel met een overvloedige maaltijd.
De heerlijke geuren laten me ongemerkt het water in de mond lopen.
Als eerste deelt hij met mij een versgebakken brood,waarbij het geluid van het breken van de brosse korst,mij klinkt als een lied in de nacht.
Ik zie nu pas hoe littekens zijn handen ontsieren.
Maar vreemd genoeg komen ze me over als helder flonkerende sterren,die verlichting brengen waar het duister is.
Op tafel staat een prachtige kristallen karaf,waaruit hij robijnrode wijn in een sierlijk wijnglas,gemaakt van het mooiste Swarovski kristal,schenkt.
De zuivere klank van het tikken van zijn prachtige ring op het glas,klinkt als klingelende liefdesklokken die s’morgens in de bergen van Oostenrijk de mensen naar de kapelletjes nodigen.

Eerst neemt hij zelf een slokje,zijn ogen in tere en onvoorwaardelijke liefde op mij gericht.
Daarna geeft hij mij het glas,dat ik in verrukking helemaal leegdrink.
Hij glimlacht alleen maar…

Ik voel de wijn mijn hele wezen verwarmen…
Alsof het in alle aderen het vuil van pijn,angst,zorgen,schaamte en smaad schoon spoelt.
Zelfs mijn hart vult zich met het heerlijke vocht.
Wat gebeurt er toch met me?
Wie is deze man,mijn piloot?
Hoe komt het toch dat ik niet meer anders wil dan mijn hoofd in zijn schoot leggen,om me volkomen aan hem toe te vertrouwen.
Ik laat al mijn schroom varen,en doe het gewoon!
In een soort vanzelfsprekend antwoord op zijn liefde en zorg voor mij,laat ik me volkomen gaan en geniet van zijn zachte handen die me liefdevol strelen.
Hij raakt voorzichtig mijn pijnlijk kloppende voorhoofd aan,en meteen ervaar ik een frisse verkoeling,alsof hij mij zalft met een naar mint en rozen geurende olie.
Hij kroelt me door mijn haar en overlaat me met zijn warme kussen.

Hij noemt me zijn duifje…
Zijn heerlijk geurende lelietje van dalen…
Ik voel me als een witte roos die niet anders meer verlangt dan door hem geplukt te worden.

Daarna zegt hij dat we weer vliegen gaan.
Hij wil me iets belangrijks laten zien.
Bij de bloeiende velden aangekomen vraagt hij mij met andere ogen te kijken,zíjn ogen.
Wat ik dan zie is, dat deze bloemenweelde eerst een verdord veld was,droog,stoffig en dood.
Daarna brengt hij de helikopter naar het veld waar ik eerder zo overstuur van raakte.
Ook nu vraagt hij mij te kijken met zíjn ogen.
Waaauw,ik zie een eindeloze vlakte vol uitbundige bloeiende bloemen.
Onvoorstelbare kleuren en geuren nodigen me uit te juichen van geluk.
Rozen die ik nooit eerder gezien heb staan fier en trots op hun stelen te bloeien.
In mijn fantasie wuiven ze naar me,alsof mijn geliefden naar me zwaaien.
In de helderblauwe lucht verschijnt een duizend dubbele regenboog,waarvan ik diep van binnen besef dat deze speciaal voor mij aan de hemel verschijnt.
Ik raak niet uitgekeken en kan nu gewoon blijven zitten in de heerlijke relaxstoel.

Na de landing vraagt de piloot of ik hem hélemaal vertrouwen wil.
Helemaal,met alles wat er in me zit.
Álles…
Ik mag al mijn zorgen aan hem geven,zegt hij!
Dan pas kan ik zien,wat hij ziet.
Geen dor veld,geen woestijn!
Nee,hij belooft me dat ik dan de woestijn zal zien bloeien.

Ik werp me voor hem neer,mijn tranen maken zijn voeten nat,en zie daarin dezelfde littekens als in zijn handen.
Ik schaam mij niet voor mijn enorme huilbui,wonderlijk genoeg ervaar ik zelfs een gevoel van ongekende bevrijding.
Met mijn haren droog ik daarna zijn doorboorde voeten.
Hij vindt het niet gek of zo,in zijn ogen zie ik een onuitsprekelijk verlangen mij lief te hebben.
Me te beminnen.
Me te koesteren.
Het voelt alsof mijn leven nu pas begint!

Ik ben veilig.
Ik ben geliefd.
Ik ben thuis…

(Tekening gemaakt door mijn zussiedinnetje,Monique Touwen)