Vlindertje

Zie je mij gracieus klapwiekend fladderen in de vlindertuin?
Kom,ga eens rustig zitten op één van de uitnodigende bankjes.
Zit je lekker?
Ga lekker achterover zitten…daar is de rugleuning voor gemaakt hoor!
Adem eens rustig in en uit, ontspan je maar!
Goedzo,helemaal zoals het bedoeld is, zoals je er nu bij zit, je zit heerlijk in de geniet-stand.

Ik ga je betoveren,ja,echt.
Geloof je me niet?
Wacht maar…

Fladderend met mijn prachtige vleugeltjes flierefluiter ik ondeugend om je heen.
Flirtend als een verliefd bakvisje van 13, steel ik je aandacht.
Mijn gefladder brengt je langzaam in vervoering,totdat je niet meer anders kunt dan mij met verliefde blik volgen.
Ik fladder langs je oren,zodat een teer lispelend windje griezeltjes over je rug geeft.
Zie je wel,ik heb je betoverd,ik zei het je toch?
Mijn kleuren maken je verlangend om me te volgen,waar ik ook ga…
Nou,kom maar,kom maar achter me aan dan.
Ik fladder van zoetigheid naar zoetigheid, me geen zorgen makend of het wel voor mij bestemd is.
Het staat simpelweg voor mij klaar.
De bloemen zijn speciaal voor mij gemaakt,zodat ik met mijn lange tong hun heerlijke nectar drinken kan.
Mijn kleuren worden er nog mooier van omdat de nectar mij nieuwe energie en levenskracht geeft.

Mijn betoverend magische vleugeltjes lokken je met hun gefladder onvermoeibaar verder deze prachtige tuin in.
Je wilt meer zien hè?
Dat is ook de bedoeling!
Kijk,daar in het midden,die boom…
Hè,wat zeg je?
Zie je door de bomen het bos niet meer?
Richt je ogen naar waar ik wijs, daar, die grote levensboom, precies in het midden.
Gelukkig,ik heb je aandacht weer.
Dat is de boom waarvan haar vruchten je nieuwe moed en kracht geeft.
Pluk maar welke je wilt.
Ze zijn allemaal eetrijp.
Je bent moe,ik zie het heus wel…
Je draagt een zware last op je schoudertjes hè?
Ik bemerk heus wel dat je je ervoor schaamt en het niet weten wilt,terwijl de zeurende pijn van de last luid en duidelijk in de oren van je hart schreeuwt:
“Je bent niet goed genoeg”

Kom,pluk en eet van deze boom.
De prijs is al betaald.
Toe maar,je zal een enorme bevrijding ervaren.
Je last zal afvallen en in de diepte van de zee worden gegooid.

Gelukkig,je eet.
Ik zie het bloedrode sap om je mond en langs je handen en armen naar je ellebogen sijpelen.
Smak maar lekker,dat mag hier.
Je hoeft je niet meer te schamen want in deze tuin is geen schuld.

Nou…?
Heb ik de waarheid verteld?
Opeens ben je kilo’s lichter toch?
Ja,ik zie het aan je ogen,ze gaan schitteren van nieuw elan.
Kijk,daar word ik nou blij van.

Kom,ik zal je nog iets laten zien.
Volg me naar een andere boom.
Zie je de cocons hangen?
Toen ik nog een rupsje was had ik mij zelf ook verstopt in een cocon. Gaandeweg werd dat mijn bescherming tegen de boze buitenwereld.
Daar was ik veilig, dacht ik, niemand kon mij nog afwijzen.
Niemand kon mij nog kwetsen.

Stiekem loerde ik wel eens door een spleetje van mijn cocon naar buiten.
Dan zag ik de vlinders buitelen en snoepen,genietend van hun vrijheid.
De eigenaar van deze tuin moedigde me aan om ook uit mijn cocon te komen, hij had er verdriet van dat ik mijn mooie vleugeltjes niet uitsloeg.
Tegelijkertijd liet hij mij vrij in mijn keuze.
Op een dag vond ik het genoeg geweest,mijn veilige cocon bleek mijn gevangenis te worden en zou mijn dood gaan betekenen.
Wat was de heer van de tuin blij toen ik frank en vrij op zijn schouder kwam zitten.
De tranen stonden hem in de ogen,zo blij en ontroerd was hij over mij keuze.
Nu moedig ik anderen aan hun cocon te verlaten en de vrijheid te omarmen.
Ik fladder hier voor mijn heer, en geniet van de heerlijke hapjes die hij speciaal voor mij laat groeien.
Ik ben zo blij om met mijn mijn kleurenpracht anderen te betoveren.
Ik ben een gelukkig vlindertje!

Laat me je aanmoedigen de vrijheid in te buitelen.
Show je prachtige vleugeltjes aan de anderen,zodat deze tuin een magisch fladderend festijn wordt van eerbetoon aan onze tuinmeester.

Fladder vlinder,fladder
Show your Glory…

Duifje.

Ik ben een duifje en heb al veel spannende avonturen beleefd.
Later vertel ik je nog wel eens van woeste wateren en de ark van Noach.
Eerst dit verhaal,want nu gaat het pas echt beginnen.
Dat wat hiervóór gebeurt is,was een opmaat voor vandaag!
Het gaat gebeuren;hier ben ik voor gemaakt!

Ik ben niet zo’n gewone grijze duif,mijn veren zijn zuiver wit.
Wit als sneeuw,dat vers op de aarde is neer gedwarreld,bedekkend alle vuil van de straten en huizen.
Knisperend onder je schoenen,wanneer je de eerste stappen zet in de nieuwe witte wereld.
Het dikke pak sneeuw,dat uit de hemel gevallen,alle rumoer in de straten doet verstillen.
Het witte sneeuw,waardoor grote mensen weer kind worden,en op sleetjes van de heuvels roetsjen.
Koerend woelen hun handen in die,door de zon verlichte glinstering,en bekogelen ze elkaar met het hun zachte sneeuwballen.
Zelfs elkaar de oren wassen,is een bron van vermaak geworden.
Hun,in de zomer strak gemaaide gazon,waar elk grassprietje dezelfde kant op moet wijzen,wordt versierd met de mooiste sneeuwpoppen.
Zorgeloos joelend en juichend buitelt jong en oud over elkaar heen, zodat de lucht gevuld wordt met een zinderend plezier.
Zo wit dus!

Luister…

Ik fladder in hoopvolle verwachting hoog en (nog) onzichtbaar aan de hemel.
Beneden zie ik de Jordaan,waar een profeet,gekleed in een kameelharen mantel,Johannes heet hij,luid roept dat de bijl aan de wortel van de boom ligt.
Drommen mensen stromen toe,waarna velen met Johannes het water in lopen,en kopje onder gaan.
Ze laten zich dopen,zo noem je dat.
Johannes zegt dat hun zonden achterblijven in de Jordaan,en ze daarom nu schoon zijn.
Ze hebben zich bekeerd…
De belangrijke,in dure gewaden geklede,leiders van de kerk komen ook een kijkje nemen.
Ze hebben het gewone volk in een zwaar fijnmazig net geknoopt,en voor zichzelf allerlei mazen geknipt.
Weet je wat Johannes tegen ze zegt?
Hij noemt hen adderengebroed en witgekalkte graven!
Ja,hij durft hè?

Johannes verteld de mensen dat hij zelf niet belangrijk is,maar dat hij de voorloper is van iemand anders.
Hij verteld erbij dat hij,Johannes,het nog niet waard is de veters van diens schoenen te strikken.
Dat zal iets bijzonders worden,wanneer hij komt!
Ik wacht rustig af…

Plotseling is er reuring onder de toeschouwers op de oever.
Een van hen komt naar Johannes toe en wil zich ook laten dopen,maar de voorloper weigert dat.
Hè,dat is vreemd.
Het blijkt dat ze familie van elkaar zijn,want Johannes zegt:”nee neef van mij,niet ik moet jou dopen,jij moet juist mij dopen”
Na aandringen gaat Johannes toch met zijn neef het water in,en dompelt hem onder.

Ik voel dat er iets héél speciaals staat te gebeuren.
Mijn hartje bonst in mijn duivenborstje.

En kijk,dat is hét moment…
Mijn moment!
Dit is waar ik op gewacht heb,al die eeuwen.

Wanneer de dopeling,druipend van het van zonden vervuilde water van de Jordaan,bovenkomt klinkt er een stem uit de hemel:
“Dit is mijn geliefde zoon,in hem vind ik vreugde”
Hét teken voor mij!
Ik mag in actie komen!

Oh waaauww….
In mijn sierlijkste en allermooiste vlucht kom ik in met elegante landing neer op het hoofd van de man waarover Vader God deze prachtige woorden uit sprak.
De gezalfde des Heren.
De Messias waarover de profeten spraken.
Hij is gekomen!
De belofte is vervuld.
Wat een enorme eer voor mij,ik mag aan alle mensen laten zien dat Híj het is!
Jezus,
Immanuël.
Hij,de verlosser Israels.
De zoon van de overspelige Thamar,
De zoon van de hoer Rachab,
De zoon van de heidense Ruth,
De zoon van de vrouw van Uria,Bathseba,
De zoon van de maagd Maria.

Oh Jezus,ik blijf op u,in u,ik ga mee,ik zal u vergezellen op uw tocht door dit land.
Uw wandeling naar de dood aan het kruis.
Ik zal de kracht zijn die u laat opstaan uit het graf.
Ik zal de weg banen om u terug te laten keren naar Vader,waar u uw bloed zult tonen.
Het bloed dat satan,die vuile aanklager,de hemel uit zal bliksemen.
Ik zal wachten op de vervulling van uw belofte,en uw kinderen aansporen tot verwachtingsvolle gebeden.
Gebeden tot eer van uw naam.
Dankzeggingen voor wat u hen belooft heeft.
En dan,ik kan niet wachten!
Dan…
Oh,wacht,ik vertel al te veel.
Mijn heden is voor jou nog toekomst.
En omdat ik wel hou van een cliffhanger laat ik je in spanning wachten op het vervolg van mijn bovennatuurlijke avonturen.

Ik ben een duifje,en roekoeee het hoogste lied.
“Nu jaagt de dood geen angst meer aan,
Want alles,alles,is voldaan”

Broertje dood

Maar,
Ja maar,
Dit zijn woorden waar ik een broertje dood aan heb.
Bij voorbeeld, je hebt een goed gesprek met iemand, en je komt met een positieve inbreng, iets waarvan je zelf ervaren hebt hoe dat werkt.
De luisteraar antwoordt met:”ja dat weet ik, maar….”
Maar, betekent in zo’n geval:tegenwerking, bedenking.
Alles wat ervóór gezegd is, is niet meer zo belangrijk, maar, wat nu gezegd wordt is pas belangrijk.

Misschien,
Precies zo, daar heb ik ook een broertje dood aan.
Het is een woord waarmee je aangeeft dat de kans bestaat dat het waar is, maar net zo goed niet waar.
Vrijblijvendheid ten top.

Eigenlijk,
Ook zo’n woord.
Het wordt vaak in combinatie met”maar” gebruikt.
“Eigenlijk zou ik nu op moeten staan, om nog wat aan de dag te hebben, maar, ik lig nog zo lekker.”

Het broertje dood hebben aan deze woorden, is niet zozeer in gewone alledaagse gesprekken.
Het is vooral in gesprekken over de goedheid van God.
Hoe Hij er alles aan gedaan heeft de relatie met Hem te herstellen, en we daardoor in vrede met Hem kunnen leven.
Genietend van Zijn zorg en liefde.
Niet alleen in het komende leven, maar(!)ook nu!

“The root-cause of your problem is condemnation”

Het heeft altijd te maken met zelfveroordeling.
Altijd!
Alle andere problemen zijn blaadjes aan een boom,waarvan de wortel veroordeling is.
Het jezelf niet goed genoeg vinden.

Het wel geloven dat Vader goed is, maar…
Dan is Vader goed, maar eigenlijk misschien ook boos.
Eigenlijk(!)moet je zelf dan wel je best hebben gedaan om Zijn goedheid ook waard te zijn.
Misschien(!) had je zelf dan beter niet , of wel… vervolgens komt er een stroom van zelfveroordeling op gang.
Vanuit die houding komt vervolgens de zelfrechtvaardiging.
Eigenlijk ben je misschien zo slecht toch niet…?

De conclusie is:”Vader, U zegt dat Jezus voor mijn zonden gestorven is,maar, eigenlijk,bmisschien kan ik zelf ook nog iets bijdragen.”
Waarmee het offer van Jezus dus niet voldoende is geweest.
Je zet Hem te kakken!
En doet niet alleen Hem, maar ook jezelf tekort.

Ik heb het totaal verprutst.
Hij zegt:”ja maar…”
En spreidde Zijn armen en stierf voor mij.

Een broertje dood…
Mijn broertje is dood gegaan aan de scheiding tussen Hem en mij.
Mijn broertje ging dood aan een gebroken hart.
Mijn broertje is dood gegaan aan Zijn “ja maar”

Eigenlijk had ik daar moeten hangen!
Eigenlijk hing ik daar ook…
Mijn oude ik stierf met Hem.

Glorie Halleluja,ik stond ook weer op met Hem.
Eigenlijk leef ik nu niet meer zelf, maar,Hij leeft in mij!

Mijn redding is niet een “misschientje”,maar
de aanklager is te kakken gezet,
lekker puh…

I’m Resting In Peace


Helikoptervieuw

Afgelopen week werd er op een dag bij me aangebeld.
Oh,help,ik had de krulspelden nog in mijn haar en liep nog in mijn ochtendjas te lummelen.
Snel deed ik een lippen stiftje op om toch nog íets waardig over te komen.
Toen ik opendeed stond de fanfare voor mijn deur,die een feestelijk lied inzette.
Het was op de wijs van:”your beautiful”
Ik geneerde mij behoorlijk natuurlijk want zo beautiful zag ik er op dat moment niet uit.
Daarna overhandigde iemand me een prachtig bos bloemen en een envelop,die ik trillend door het hele gebeuren,opende.

Hemeltje,ik ga vliegen!
In de envelop zat een uitnodiging voor een helikopter vlucht over de bollenvelden.
Nu moet je weten dat ik doodsbang ben,maar zoals Pippi Langkous zegt:”ik kan het niet,daarom doe ik het”
Ik geef mezelf de kans om een mooie nieuwe herinnering te maken.
Het is best spannend,want ik hoorde zojuist dat het een 2 persoons helikopter is,dus ik ben de enige passagier.

De piloot komt me halen.
Hij ziet er stoer uit.
Zijn haren wapperen in de wind.
Dat komt goed uit,want ik hou van mannen met lang haar.
Met een vriendelijke stem vraagt hij me of ik er klaar voor ben.
Ja hoor,ik ben klaar voor de vlucht!
Al mijn angst verdwijnt bij het luisteren naar de warme stem van de piloot.
Ik voel alleen nog maar een opgewonden blijheid en een soort kinderlijke verwachting voor de dingen die gebeuren gaan.
Hij gespt mijn gordel vast en gaat naast me zitten waarna hij de motor start.
Daarna legt hij me uit dat het het beste is gewoon achterover te gaan zitten,omdat anders de kleine helikopter te veel uit balans raakt.

Jippppiiiee,ik vlieg!
Waar ben ik nou zo bang voor geweest?
Dit is heerlijk,zo naast de piloot te zitten,en te genieten van wat komen gaat.

Hij vraagt me om met de ogen,oren en neus van mijn hart te gaan kijken,luisteren en ruiken.
Huh…beetje vreemde opmerking,maar goed,ik vertrouw de piloot dan maar,hij zal het wel weten!

De eerste kleuren van de bloemenvelden onder ons komen in zicht.
Oooh,prachtig paars,wit en roze staan de hyacinten in hun volle glorie te bloeien.
We vliegen laag over het veld,”zodat je de geur kan opsnuiven”
zegt de piloot.
Nou,dat is niet zo’n heel goed idee,hij weet zeker niet dat ik verschrikkelijk niezen moet van hyacinten.
Hij moet lachen om mijn geproest en gesnotter.
Dat vind ik dan wel weer schattig…

Zonder dat ik het bewust wil,doet het kleurige in,banen verdeelde veld,me denken aan mijn leven van nu.
Zo mooi en uitbundig als de hyacinten bloeien zo voel ik mezelf ook.
Ik ben gelukkig!
En al helemaal bij het zien van de prachtig wisselende en verschillende tinten geel van het eindeloze veld narcissen.
Narcissen doen me altijd denken aan de trompetten uit het lied over de Wederkomst.
Ja…ook nu hoor ik ze in mijn fantasie luid schallen.
Ik begin het lied mee te neuriën.
Wanneer ik steels opzij kijk,zie ik een glimlach van gelukzaligheid op het gezicht van mijn piloot.
( hoor mij nou,míjn piloot…ik begin hem mij al toe te eigenen!)

Oh,ik wilde wel dat deze vlucht nooit meer eindigde,zo geniet ik van alles wat ik zie,hoor en ruik.

Maar dan,oh jé,we vliegen over een verdord veld.
De grond is verdroogd en stoffig.
De bollen en treurig verdorde struiken liggen en staan er triest bij in de scheuren van de uitgeputte aarde.
Het lijkt de woestijn wel!

Boze gedachten en zorgen komen bij me naar boven.
Herinneringen van diepe pijn en wanhoop.
Angst voor de toekomst,doen me de tranen in de ogen springen.
Onopgeloste zaken die verschrikkelijk schrijnen in mijn hart.
Zeer van afwijzing en verstoting benemen me de adem.
Waarom laat hij mij dit nou zien zeg?
Hij kan er toch wel voor zorgen dat ik me alleen nog maar gelukkig voel.
Ondanks de uitnodiging lekker relaxt in mijn stoel te blijven zitten,spring ik op en stoot meteen mijn hoofd tegen het lage raam van de cockpit.
Ik voel een ei opkomen dat over enkele dagen in alle kleuren paars,blauw en groen mijn voorhoofd zal ontsieren.
De helikopter begint te schudden en gevaarlijk te dalen,precies zoals de piloot het al had gezegd.

Hij reikt me zijn ene hand en met de andere probeert hij ons weer recht omhoog te laten stijgen.
Ik verwacht nu een flinke uitbrander,maar zie tranen in zijn ogen.
Tranen van mededogen en pijn om míjn pijn.

Na een tijdje zet hij de helikopter aan de grond en vraagt me of ik samen met hem wat eten wil.
Hij belooft me dat het me goed zal doen,ondanks mijn samen geknepen keel.
Liefdevol dekt hij de tafel met een overvloedige maaltijd.
De heerlijke geuren laten me ongemerkt het water in de mond lopen.
Als eerste deelt hij met mij een versgebakken brood,waarbij het geluid van het breken van de brosse korst,mij klinkt als een lied in de nacht.
Ik zie nu pas hoe littekens zijn handen ontsieren.
Maar vreemd genoeg komen ze me over als helder flonkerende sterren,die verlichting brengen waar het duister is.
Op tafel staat een prachtige kristallen karaf,waaruit hij robijnrode wijn in een sierlijk wijnglas,gemaakt van het mooiste Swarovski kristal,schenkt.
De zuivere klank van het tikken van zijn prachtige ring op het glas,klinkt als klingelende liefdesklokken die s’morgens in de bergen van Oostenrijk de mensen naar de kapelletjes nodigen.

Eerst neemt hij zelf een slokje,zijn ogen in tere en onvoorwaardelijke liefde op mij gericht.
Daarna geeft hij mij het glas,dat ik in verrukking helemaal leegdrink.
Hij glimlacht alleen maar…

Ik voel de wijn mijn hele wezen verwarmen…
Alsof het in alle aderen het vuil van pijn,angst,zorgen,schaamte en smaad schoon spoelt.
Zelfs mijn hart vult zich met het heerlijke vocht.
Wat gebeurt er toch met me?
Wie is deze man,mijn piloot?
Hoe komt het toch dat ik niet meer anders wil dan mijn hoofd in zijn schoot leggen,om me volkomen aan hem toe te vertrouwen.
Ik laat al mijn schroom varen,en doe het gewoon!
In een soort vanzelfsprekend antwoord op zijn liefde en zorg voor mij,laat ik me volkomen gaan en geniet van zijn zachte handen die me liefdevol strelen.
Hij raakt voorzichtig mijn pijnlijk kloppende voorhoofd aan,en meteen ervaar ik een frisse verkoeling,alsof hij mij zalft met een naar mint en rozen geurende olie.
Hij kroelt me door mijn haar en overlaat me met zijn warme kussen.

Hij noemt me zijn duifje…
Zijn heerlijk geurende lelietje van dalen…
Ik voel me als een witte roos die niet anders meer verlangt dan door hem geplukt te worden.

Daarna zegt hij dat we weer vliegen gaan.
Hij wil me iets belangrijks laten zien.
Bij de bloeiende velden aangekomen vraagt hij mij met andere ogen te kijken,zíjn ogen.
Wat ik dan zie is, dat deze bloemenweelde eerst een verdord veld was,droog,stoffig en dood.
Daarna brengt hij de helikopter naar het veld waar ik eerder zo overstuur van raakte.
Ook nu vraagt hij mij te kijken met zíjn ogen.
Waaauw,ik zie een eindeloze vlakte vol uitbundige bloeiende bloemen.
Onvoorstelbare kleuren en geuren nodigen me uit te juichen van geluk.
Rozen die ik nooit eerder gezien heb staan fier en trots op hun stelen te bloeien.
In mijn fantasie wuiven ze naar me,alsof mijn geliefden naar me zwaaien.
In de helderblauwe lucht verschijnt een duizend dubbele regenboog,waarvan ik diep van binnen besef dat deze speciaal voor mij aan de hemel verschijnt.
Ik raak niet uitgekeken en kan nu gewoon blijven zitten in de heerlijke relaxstoel.

Na de landing vraagt de piloot of ik hem hélemaal vertrouwen wil.
Helemaal,met alles wat er in me zit.
Álles…
Ik mag al mijn zorgen aan hem geven,zegt hij!
Dan pas kan ik zien,wat hij ziet.
Geen dor veld,geen woestijn!
Nee,hij belooft me dat ik dan de woestijn zal zien bloeien.

Ik werp me voor hem neer,mijn tranen maken zijn voeten nat,en zie daarin dezelfde littekens als in zijn handen.
Ik schaam mij niet voor mijn enorme huilbui,wonderlijk genoeg ervaar ik zelfs een gevoel van ongekende bevrijding.
Met mijn haren droog ik daarna zijn doorboorde voeten.
Hij vindt het niet gek of zo,in zijn ogen zie ik een onuitsprekelijk verlangen mij lief te hebben.
Me te beminnen.
Me te koesteren.
Het voelt alsof mijn leven nu pas begint!

Ik ben veilig.
Ik ben geliefd.
Ik ben thuis…

(Tekening gemaakt door mijn zussiedinnetje,Monique Touwen)