Eruit gebliksemd…

Zó lekker dat Jezus in zijn kruisdood een geweldige slag heeft uitgedeeld aan de hel en zijn trawanten.
Satan dacht dat hij Jezus te pakken had, maar het was precies andersom, ghighi, lekker puh!

Als hij geweten had had dat het kruis nou juist precies de reden en het doel was voor zijn geboorte in Betlehem, had Satan er alles gedaan om te voorkomen dat Jezus gekruisigd werd.
Het plan van God is altijd het kruis geweest, vanaf de belofte aan Adam en Eva, nadat zij hun Schepper ongehoorzaam waren geweest.
Toen al sprak God over verzoening tussen God en mens.
Toen al beloofde hij dat het hem zelf de hiel zou verbrijzelen.
Toen al beloofde God dat het Satan de kop zou kosten.

Toen Jezus stierf, stierf daarmee de macht van de zonde en de heerschappij van de dood.
Omdat wij gevangen zaten in het web van Satan en zijn zondemacht, stierven wij met Jezus mee.
En dat wist die vuile kakkerlak niet!
Hoe zou hij het ooit kunnen weten, de leugen is immers zijn waarheid, en hij is in zijn eigen leugen gestikt en kopje onder gegaan.
Zijn doel was het doden van Jezus, en daarmee het doden van ons.
Nou, dat is gelukt: gelukkig zeg ik!
Halleluja, Jezus stierf, en ik met hem!

Want uiteindelijk stierf niet alleen Jezus, het was één grote massamoord, zoals er geen in de geschiedenis plaatst gevonden heeft, en ooit nog plaats zal vinden.

Door zich vrijwillig over te geven aan de dood, gebeurde aan het kruis het meest grote wonder uit het leven van Jezus Christus, hij versloeg de oorzaak van de dood, en daarmee de dood zelf.
“Nu jaagt de dood geen angst meer aan” zingen we op de paasmorgen, maar we zouden het op Goede Vrijdag al moeten zingen!
Het feest van de overwinning vindt plaatst op Golgotha, IN de gekruisigde Jezus, God zelf.
IN hem voltrok zich het wonder van nieuw leven door de dood heen.
Doordat hij in zijn sterven de overwinning behaalde op de dood( hoe omgekeerd is alles in het Koninkrijk van God) kon de dood hem niet vasthouden, en daarmee ook ons, die aan het kruis mee gestorven zijn, niet.
Zijn graf werd een massagraf, onze “ oude mens” werd mee begraven.
Zijn opstanding in een verheerlijkt nieuw lichaam is een massa opstanding van nieuwe mensen, waarvan hun zonde achter bleef in de overwonnen dood.
De zondemacht is begraven, de leugen is de kop vermorzelt, de dood is dood!
Morsdood!

De opstand tegen God, in het paradijs begonnen is uitgelopen op een ogenschijnlijke overwinning van Satan, dat dacht hij tenminste…
Maar halleluja, de dood van Jezus is juist door God zelf georkestreerd.
Niet Satan bedacht Jezus’ dood aan het kruis, het paste precies in het reddingsplan dat God in zijn liefde voor mij, voor ons ontwierp.

Vanmorgen in de preek hoorde ik zoiets moois!
Omdat Jezus de dood overwon, kon de dood hem ook niet vasthouden…
Waauw, mindblowing!
Dus kon/kan de dood ook mij niet vasthouden!

Door Jezus’ overwinning op Satan en zijn zondemacht, heeft Satan het recht verspeeld ons bij God aan te klagen.
De dood is niet meer!
Hoppa, hij werd de hemel uitgebliksemd…

Daar zit Jezus, de opgestane en verheerlijkte Heer nu aan de rechterhand van Vader, en laat keer op keer zijn smoelenboek de hemel door gaan.
Hij krijgt er maar geen genoeg van, bij iedere foto in zijn handen te klappen, trots als hij is bij de woorden van de engelen; ”wat lijken ze op u!”
Vaders wangen glimmen eveneens bij het zien van zoveel evenbeelden van zijn geliefde Zoon…

Waarom het kruis?

Verkleedpartij

Jaren geleden las ik het boek “ de Mantel” van de schrijver Alexandre Dumas.
Een verhaal over hoe het zou kunnen zijn gegaan met de Romeinse hoofdman, die nadat Jezus gekruisigd was, door loting de mantel van Jezus kreeg en na het sterven van Jezus beleed; “ deze was waarlijk Gods Zoon”

In de bijbel gaat het vaak over kleding en dan vooral over de drager van die kleding en de bijzondere betekenis daarvan.

In het oude Testament lezen we nogal eens dat men hun kleren scheurde, ofwel uit diep verdriet of uit boosheid en woede.
De hogepriester moest zich strikt houden aan speciaal voor hem geldende wetten, waaronder een streng verbod zijn kleren te scheuren.


In de boeken van Mozes wordt uitgebreid verslag gedaan over de kleding van de Levieten, de priesters en de hogepriester.
De Heer verteld zelf aan Mozes het ontwerp en de soort stoffen voor de kleding waarmee de priesters en Levieten dienst doen in de tempel.

Ik stel het me voor als een modeshow waarbij de ontwerper trots zijn collectie showt.
Als laatste wordt het topstuk, de kleding voor de hogepriester getoond.
Zoals in de haute-couture wereld van nu het tonen van de bruidsjurk het hoogtepunt van de show is, zo laat God aan Mozes zien hoe het hogepriesterlijk gewaad, het topstuk van de tempelgarderobe gemaakt moet worden.
De hogepriester wiens inwijding bestond uit een wassing, de bekleding van dit prachtig versierde ambtsgewaad, het offeren van een var en twee rammen, en bovendien de zalving met de heilige zalfolie, waarna de olie in zijn baard en over zijn kleding naar beneden drupte tot aan de rinkelende belletjes in de zoom van het gewaad.

Deze kleding, gedragen over het wit linnen gewaad zoals elk andere priester dat ook droeg, droeg de hogepriester alleen bij het verrichten van zijn dienst in de tempel.
Behalve op de Grote Verzoendag, als hij het Heilige der Heiligen binnenging, bij deze gelegenheid droeg hij enkel een geheel wit gewaad, waarna, nadat door de offers verzoening voor hem zelf en voor het volk was gebracht, hij zich omkleedde en in het kostbare hogepriesterlijk gewaad weer naar buiten kwam.


Ondertussen staan ook wij op de Grote Verzoendag in gedachten op het tempelplein, in spanning wachtend op het weer naar buiten komen van de hogepriester.
Wanneer we het geluid van de rinkelende belletjes horen, slaakt de menigte een zucht van verlichting: de God van het Verbond heeft het offerbloed aangenomen waardoor er verzoening is gedaan over de zonden.

We gaan weer zitten bij een andere uitvoering waarbij kleding een belangrijke rol speelt, het verhoor van Jezus, die na zijn gevangenneming voor de hoge raad terecht staat.
Als hoogst gezaghebbend, zit door de Romeinse overheerser aangestelde hogepriester Kajafas, de zitting voor.
Omdat hij op dit moment geen werkzaamheden in de tempel verricht zal hij zijn gewone wit linnen priesterkleding hebben gedragen,
Bevoegd tot recht spreken over godsdienstige zaken, vraagt hij aan de tot nu toe zwijgende Jezus;” bent u de Christus, de Zoon van God?”
Waarop Jezus antwoordt; “ U hebt het gezegd. Van nu af aan zult u de Zoon des mensen zien, gezeten aan de rechterhand van degene die hem macht geeft terug te komen op de wolken van de hemel.”
Wat een heerlijk getuigenis, zou je zeggen…tenminste ik word hier erg blij van!
Zo ook de hogepriester en zijn medestanders, maar op een heel andere manier!
Hierin heeft Jezus, de Zoon van God, voor de hoge raad zijn lot bezegelt.
Uit pure woede, (of zal het uitgelaten vreugde geweest zijn?) over deze, in zijn ogen godslasterlijke woorden, scheurt Kajafas zijn kleren.
(maar…dat was toch verboden?)
In zijn haat en afkeer van Jezus is op dit moment maar één ding elangrijk; eindelijk hebben ze hem te pakken, en beslissen op grond van de wet van Mozes, dat deze godslasteraar de doodstraf verdiend.

Aangezien de hogepriester zijn handen niet vuil wil maken aan het doden van Jezus, dat mag hij ook niet volgens dezelfde wetten van Mozes, gaan we mee naar het volgend bedrijf, waarin kleding een rol speelt.
De kledingshow gaat verder in de rechtszaal van Pilatus, de Romeins stadhouder in die tijd.
Nadat deze Pilatus zijn handen in onschuld wast, laat hij Jezus geselen, waarna de soldaten Jezus de kleren van het lijf rukken, en hem om zijn bebloede lijf een scharlaken mantel hangen.
Rood als zijn kostbaar bloed, plakt deze mantel aan zijn gehavend lijf, waarna ze hem spottend kronen met een kroon van doornen, en hem als scepter een riet in zijn rechterhand geven, de hand waarmee een koning recht heeft te beslissen over leven en dood…
Hij sloeg niet terug maar liet zich bespotten door de hem in het gezicht spugende soldaten.
Het riet werd hem uit de hand gerukt, waarna ze het kapot sloegen op zijn doornen gekroond hoofd.
Na deze vernedering deden ze hem zijn eigen kleren weer aan, om door de straten van Jeruzalem naar het kruis geleid te worden.

Daar staan wij nu ook, bij weer een wisseling van kleren.
Jezus hangt naakt aan het kruis, vastgepind als afschrikwekkend voorbeeld van een niets en niemand meer te zijn.
Een niet meer bestaand persoon…
Onder het kruis liggen zijn kleren, de kleren die hij droeg tijdens zijn wandeling op aarde.
De kleding die hij aanhad toen hij de kinderen zegenend op schoot nam.
De kleding die hij droeg toen hij, tegen de wet van Mozes in, de melaatsen aanraakte en genas.
De kleding die hij droeg toen hij weende bij het graf van Lazarus, en verbolgen over de dood hem terug riep uit het graf.
De kleding die hij droeg toen hij het brood brak en deelde met duizenden mannen, vrouwen en kinderen.
De kleding waar de bloed vloeiende vrouw, enkel door vanachter de zoom aan te raken genas.

Jezus, die het recht had zijn kleren te scheuren uit diep verdriet over de mensen, die hij gevangen zag in de macht van Satan, deze Jezus die zijn kleren had kunnen verscheuren uit woede over deze macht van de zonde, liet zich de kleren van het lijf rukken en hing naakt aan het kruis.

Terwijl de hogepriester het gebod overtrad en zijn kleren scheurde, lag de kleding van Jezus onder het kruis en werd verdeeld onder de soldaten.
Zelf verscheurd, werd zijn kleding heel en aan één stuk verloot onder degenen die hem aan het kruis genageld hadden.

Waarom?
Omdat de kledingkast van God, de Schepper van hemel en aarde rijk gevuld moest worden met voor ieder die dat wil, een nieuwe mantel.
Kom maar eens mee naar die hemelse garderobe kast, dat is tenminste een echte walk-in closet!
Aan de hand van Jezus, de opgestane Heer, mag je voor je binnengaat je besmeurde stinkende bedelaars-kleren uit doen waarna je naakte schaamte bedekt wordt door Vader, die je de meest mooie mantel om de schouders hangt.
De mantel der gerechtigheid…
Dat is me nog eens een mantelzorg!

Doe je mee met deze verkleedpartij?

‘Ik ben zeer vrolijk in den HEERE, mijn ziel verheugt zich in mijn God, want Hij heeft mij bekleed met de klederen des heils, den mantel der gerechtigheid heeft Hij mij omgedaan; gelijk een bruidegom zich met priesterlijk sieraad versiert, en als een bruid zich versiert met haar gereedschap.’
‭‭Jesaja‬ ‭61:10‬ ‭SV1750‬‬
http://bible.com/165/isa.61.10.sv1750


Een huis voor de Mus.

Als musje hoef ik me nergens zorgen over te maken.
Overal vind ik kruimeltjes brood, vooral daar waar na het ontbijt het tafelkleedje buiten wordt uitgeklopt is het smullen geblazen kan ik je vertellen.
Dan moeten de mensen natuurlijk s’morgens niet van die nieuwerwetse fratsen eten zoals yoghurt met Crusly.
Nee, het beste is een huis waar s’nachts de geur van vers gebakken brood hangt, want dan weet je dat de broodbakmaschine een mooi broodje klaarmaakt.

Terwijl s’morgens de rest van het gezin kibbelt wie het eerst douchen mag, een iedere dag weerkerend vermakelijk ritueel, dekt moeder de tafel, na eerst het vanacht gebakken brood uit de machine te hebben gehaald.
Trotst, warm dampend en knapperig vers staat het op tafel temidden van de bekers melk, de glazen thee, bordjes, bestek en beleg.
Wanneer iedereen frisgewassen aan tafel zit, (behalve moeder, die gaat straks heerlijk relaxen in bad) pakt vader het broodmes en snijdt het dampende brood aan.
Oh, dat geluid en die geur…het water loopt me in mijn snaveltje.
Ik hou het niet meer en zou wel naar binnen willen vliegen, maar dat is me al eens duur komen te staan!
Terwijl ik in een snelle spurt mijn landingsplaats al uitgekozen had, bovenop het versgebakken brood natuurlijk, knalde ik tegen een onzichtbare wand en viel versuft ter aarde.
Ik begrijp nog steeds niet wat er gebeurde, en waar die muur vandaan kwam, maar in het gezin ontstond ook grote consternatie.
In paniek rende men naar buiten en boog zich eensgezind over me heen.
” Hij is toch niet dood mam” huilde de jongste waarna de papa van het spul me voorzichtig in zijn grote knuisten nam.
Ondertussen kwam ik weer een beetje bij mijn kwievieven, maar deed nog even met alsof, deze koestering wilde ik zo lang mogelijk laten duren.
” Zullen we voor het musje bidden?” vroeg het middelste kindje, dat meteen de handjes vouwde en met een vanzelfsprekendheid van kind tot vader dankte voor mij en meteen ook maar even voor het lekkere brood.

Vanaf die dag ben ik vaste gast zodat ik weet dat na de loting om het kapje, waarna de gelukkige zijn schat goed beschermen moet en deze maar zo snel mogelijk kan verorberen, de volgende plakken brood zijn uitgedeeld,wordt de eerste gang ook voor mij uitgeklopt.
Moeder heeft speciaal daarvoor een theedoek onder de snijplank gelegd, waardoor de kruimels goed opgevangen mijn deel zijn.
Één van de kinderen mag de theedoek vlak voor de deur uitschudden waar ik al fladerrend en hippend mijn kostje afwacht.
Mijn hele familie eet mee van deze lekkernij, zodat we vrolijk kwetterend over zoveel geluk ons buikje vullen met de knapperige kruimels.
Nadat de familie het brood half opgegeten heeft, en de andere helft in de diverse broodtrommeltje is verdwenen, lezen ze nog samen uit een prachtig boek.
Ieder om de beurt leest een stukje waarbij de anderen geduldig luisterend wachten op hun beurt.
Nadat de familie binnen samen de tafel afgeruimd heeft, klopt moeder het tafelkleed uit en pikken we buiten ons toetje.

Wanneer het mooi weer is is het nog gezelliger, dan eten we allemaal buiten en buitel ik uitgelaten over zoveel geluk van bordje naar bordje.
Ik zal nooit vergeten dat op een dag het verhaal uit dat mooie boek over mij ging, nou ja, niet speciaal over mij, maar toch wel…
Het ging over een musje!
Een musje dat een plekje gevonden heeft in een heel prachtig huis, waarnaar degene die het verhaal geschreven heeft altijd heimwee heeft.
Zijn ziel smacht elke dag te wonen in dat huis, waar een altaar staat voor de Heer van hemel en aarde, en waar iedere dag vrolijke gezangen klinken voor die Heer.
Hij zegt dat hij zelfs liever één dag op de drempel van dat huis woont, dan duizend dagen op een plek waar men geen weet heeft van dat andere prachtige huis met het altaar.
En het musje in dat verhaal woont daar, in dat schitterende huis, tegelijk met een ander vogeltje, een zwaluw.
Die heeft zelfs een kunstig nest gebouwd bij het prachtige altaar, een nest waar haar jongen onbekommerd groot mogen worden op de veiligste plek ter wereld.
Ik was erg ontroerd door dat verhaal , omdat ik ook gemaakt ben door de Heer van dat mooie huis uit het verhaal.
Ik wil niets liever dan zingen voor hem!

De hele familie was net als ik erg geraakt door het verhaal.
Het jongste kindje moest zelfs huilen omdat ze ook graag in dat mooie huis wilde wonen.
De vader en moeder hadden ook tranen in de ogen, tranen van verlangen.
Alsof ze een soort heimwee hadden naar een vakantie in een zó mooi oord, dat niets anders daar meer aan tippen kan.
Weet je wat de vader toen zei?
Zo mooi!
Hij vertelde aan de kindjes dat zij nu zelf dat huis zijn waar de Here God in woont.
En toen vertelde hij ook over een ander vogeltje, een duifje…dat duifje is een beeld van dat je zelf een huis van vlees en bloed bent waar de Heer woont.

Één van de kindjes werd toen zo blij, en riep: “dus het musje dat iedere dag bij ons de kruimeltjes brood eet woont ook in zo’n mooi huis, net als in het verhaal!”
Ik kwetterde het uit, en mijn familie musjes ook!

Omdat ik zo’n mooi zorgeloos mussen-leventje heb ga ik vandaag extra mooi zingen voor mijn Maker en hem danken dat ik ook in een mooi huis woon, net als dat musje uit het verhaal…

Psalm 84

Voor de koorleider.
Op de Gittit. Van de Korachieten. Een psalm.

Hoe liefelijk zijn uw woningen, o Here der heerscharen! Mijn ziel verlangt, ja smacht naar de voorhoven des Heren; mijn hart en mijn vlees jubelen tot de levende God.
Zelfs vindt de mus een huis, en de zwaluw een nest voor zich, waar zij haar jongen neerlegt: uw altaren, o Here der heerscharen, mijn Koning en mijn God. Welzalig zij die in uw huis wonen, zij loven U gestadig. sela Welzalig de mensen wier sterkte in U is, in wier hart de gebaande wegen zijn. Als zij trekken door een dal van balsemstruiken, maken zij het tot een oord van bronnen; ook hult de vroege regen het in zegeningen.
Zij gaan voort van kracht tot kracht en verschijnen voor God in Sion. Here, God der heerscharen, hoor mijn gebed, neem het ter ore, o God van Jakob! sela O God, ons schild, zie en aanschouw het aangezicht van uw gezalfde.
Want één dag in uw voorhoven is beter dan duizend (elders); ik wil liever staan aan de drempel van het huis mijns Gods dan verblijven in de tenten der goddeloosheid. Want de Here God is een zon en schild, de Here geeft genade en ere; het goede onthoudt Hij niet aan hen die onberispelijk wandelen. Here der heerscharen, welzalig de mens die op U vertrouwt.’
‭‭Psalmen‬ ‭84:1-13‬ ‭NBG51‬‬

Ho, stop, alleen voor heilige mensen!

Zoals elke andere zondag ben ik ook deze morgen naar de kerk gegaan, de plek waar mij geleerd is wat mijn enige troost is in leven en sterven.
” Dat ik met lichaam en ziel niet van mezelf, maar het eigendom van Jezus ben en Hij zelfs de haren op mijn hoofd geteld heeft” zegt zondag 1.

Leven en sterven…
Sinds ik gescheiden ben is er iets gestorven in mij, dus weet ik niet meer hoe ik leven moet.
Vanacht heb ik in radeloze wanhoop nog mijn haren uit mijn hoofd getrokken, bossen vol.
Zou God die haren, die nu in plukken bij elkaar geraapt in de prullenbak liggen, ook geteld hebben?
Of zou Hij het aantal van vandaag aftrekken van dat van gisteren?

Vanmorgen vieren we Heilig Avondmaal zegt de dominee bij de aankondigingen.
” We” vieren…
“Dat is helemaal niet waar, dominee, iedereen behalve ik .”
Dat is toch geen We?
Ik ben “in mijn positie”nog wel welkom in de kerk, maar mag absoluut geen stukje brood meer in mijn mond stoppen, en geen slokje meer drinken van de wijn.
Iedere keer wanneer het Avondmaal de afgelopen keren werd gevierd zat ik alleen in de grote kerkbank.
Daarna schoven de mensen aan beide kanten van mij, alsook voor en achter me, weer in de bank, waarna de andere banken leegliepen, uitgenodigd voor de volgende en volgende gang.
Niemand van hun legde ooit een troostende arm op mijn in elkaar gedoken schouders.

Voorheen,toen ik nog “de vrouw van” was had ik veel vrienden en vriendinnen in de kerk.
Overal was ik welkom, en mijn eigen huis was iedere maandagavond de plek waar we een bloeiende bijbelstudiegroep hadden.

Nu zie ik niemand meer, ze zeggen me niet eens gedag als ze me tegenkomen.
De koster van de kerk die me voorheen joviaal groette, draait zich om wanneer ik de hal van het Godshuis binnenkom.
Mijn beste vriendin stuurde mij een brief vol oordeel en precies weten wat ik nu moet doen:” vasten en boete doen”
Ik voel me een nutteloos prul onderin de afvalemmer waarin ik vanmorgen nog mijn uitgetrokken haren gooide.
Weggegooid door de man die een paar jaar geleden nog beloofde me lief te hebben tot de dood.
Genegeerd door de omgeving die, omdat ze niet weten hoe ze er mee om moeten gaan, maar niet meer met mij om gaan.

Vorige week was het Voorbereidingszondag, waarbij het de bedoeling is dat we bij ons zelf nagaan of we de volgende week, nu dus, wel waardig aangaan.
Waardig…wat is dat dan en hoe moet je dan doen wil je waardig geacht worden?
En door wie?
Door de dominee en de ouderlingen?
De hele kerk?
Iedereen is het er mee eens dat ík niet waardig ben aan tafel te gaan, en mezelf een oordeel eet en drink als ik het wel zou doen.
Terwijl de preek vorige week en nu ook weer, gaat over David die op de vlucht voor koning Saul allerlei ander gespuis als leger onder zich kreeg.
Iedereen die wat op zijn kerfstok had, het uitschot van Israel, vluchtte naar David…

Wacht, wat zegt dominee, even goed luisteren!
” David is hierin het voorbeeld van zijn latere zoon, Jezus de beloofde Messias.
In David, de Gezalfde des Heren, zijn ook de mannen die naar hem toegevlucht zijn geheiligd.
Zo bent u ook geheiligd wanneer u naar Jezus vlucht”

Dat is geweldig goed nieuws!
Balsem voor mijn moegeslagen dorstige ziel!
Ik ben ook uitschot en kan maar bij één terecht, dat is toch precies wat dominee zegt?
Dat betekent toch dat niet dominee, maar Jezus zelf aan het hoofd van de tafel staat en juist míj nodigt te komen?
Het is met recht de tafel des Heeren…
Hij acht mij waardig, dus ga ik straks Heilig Avondmaal vieren!
Ik kan zijn uitnodiging niet meer afslaan, dat zegt dominee zelf!

Het is een paar dagen verder na de zondag waarop ik sinds een jaar weer in de kerk Heilig Avondmaal gevierd heb.
Wat een feest was dat aan tafel, het brokje brood dat ik zo lang mogelijk kauwde, smaakte als amandelspijs, helend en zoet.
Gretig als het hertje uit psalm 42, opgelucht dat ik aan de jacht ontkomen was, dronk ik daarna uit de rondgedeelde beker rode wijn.
Mijn hoofd werd opgeheven en mijn schouders rechtgezet door Jezus zelf, omdat Hij heeft gezegd dat ik van waarde ben.
Geheiligd in Hem, zoals het uitschot dat was in de Gezalfde David.
Sinds zondag leef ik met mijn hoofd in de wolken, en ben voor het eerst sinds lange tijd weer een beetje blij.

De bel gaat.
” Ha, dag dominee”
” Mag ik binnenkomen Tiny” vraagt hij.
“Natuurlijk, zal ik uw jas aannemen en koffie zetten?”
Dat hoeft allemaal niet, hij wil alleen maar even iets bespreken zegt hij.
“En je weet toch wel wat dat is Tiny?”
Nee, ik weet het echt niet, we hebben geen afspraak of zo…dus wat komt hij doen?

Met zijn jas aan gaat hij er eens goed voor zitten, ” ja, afgelopen zondag ben je aan tafel gegaan en daar zijn nogal wat brieven over op de kerkenraad gekomen.”
” Oh, hoezo dominee”
” Omdat je in jouw positie niet aan mag gaan wanneer we Avondmaal vieren, dat wist je toch wel?”
Ik wordt koud en warm tegelijk.
Gelukkig niet lauw zoals die gemeente uit Openbaring, bedenk ik me nog snel, eer ik, me van mijn waardigheid bewust zeg: “maar dominee, u preekte over David als voorbeeld van Jezus, waar ik daarna als uitschot naar toe gevlucht ben.Voor mij stond niet u , maar Jezus zelf aan het hoofd van de tafel, de Gezalfde in wie ik geheiligd ben.
En wat me zeer doet is, waar waren die brievenschrijvers het afgelopen jaar dan?
Er is niemand die nog een woord met me spreekt, omdat ik niemand meer zie, of liever gezegd, niemand ziet míj nog…”
De dominee hoort niet eens wat ik zeg en verteld me dat de tafelwachten deze keer niet goed hebben opgelet anders hadden ze me van tafel gehaald.
Terwijl ik denk” hallelujah, volgens mij heeft de Heilige Geest hen verblind” hoor ik dominee zeggen:
” En wat een consternatie zou dat gegeven hebben, Tiny” zegt hij
Ik kan alleen nog maar uitbrengen “en dat moeten we niet hebben in de kerk, toch dominee?”
Daarna zak ik langs de muur door mijn knieën, en zit als een klein kind op de zojuist onder mijn voeten weggeslagen grond.
De grond waarop dezelfde dominee, door zijn preken over David en zijn leger van uitschot, mijn voeten vast gezet heeft, waardoor ik met vaste tred iedere afkeurende blik negerend naar voren ging, want daar wachtte mijn Jezus met brood en wijn.

Ik kan niet meer stoppen met huilen, zo kapot ben ik.
Terwijl ik mijn verbijstering, pijn, woede en verdriet eruit jank, staat dominee op, trekt zijn jas recht, wenst me nog een gezegende dag, en vertrekt, na hooguit tien minuten binnen te zijn geweest.
Het geluid van de achter zichzelf dichtklappende deur klinkt na als een hamer, die me met één krachtige slag vastspijkert aan het harde hout van de boom van kennis goed en kwaad.

Dominee heeft zijn plicht gedaan, de gemeente is behoedt voor consternatie en ik voor de schande, me bij een volgende keer voor het oog van alle mensen, door de tafelwachten van de tafel des Heeren te laten weren.
De orde is hersteld en de rust bewaard gebleven…


Niet wetend heeft deze dominee me zo’n 20 jaar geleden een enorme dienst bewezen.
Hij gooide mij uit het nest, waar ik op de rug van een reuzenadelaar werd opgevangen
Hoog in de lucht, schuilend onder zijn vleugels, zweef ik daar nog steeds op de wind van zijn Geest, gedragen door de kracht van Jezus’ liefde…

Ker(k)mis

Wanneer ik op zondag in de kerk ben fantaseer ik wel eens over het pinksterfeest zoals dat gevierd werd op de dag dat de Heilige Geest in vurige vlammen te zien was op de hoofden van de apostelen.
Fantaseer je mee?

Het is de zondag waarop we volgens de Liturgie Avondmaal vieren.
De dominee bladert in zijn boekje om ons het door de kerkorde opgestelde Avondmaal-formulier voor te lezen.
Onder de kansel zuchtend en met een half oor luisterend, draaien de leden van de kerk wat op hun stoelen, verplicht dit rondje mee te draaien.
Sommigen vragen zich af wie dit ooit bedacht heeft, daar Jezus bij het instellen van het Avondmaal een paar simpele woorden sprak.
“ doe dit tot mijn gedachtenis”
Plotseling begint het in de kerk te waaien zonder dat iemand de deuren tegen elkaar heeft open gezet.
De harde wind rukt het boekje vol formulieren uit de verbaasde handen van de dominee, die zijn hele leven al gebeden heeft om dit moment.
Hij gaat helemaal los, en bij het zien van een vurige vlam op zijn net nog deze week geknipt kapsel, beginnen de kerkleden die hier hun hele leven ook al naar verlangden, te joelen en te gillen van plezier.
De vlam op het hoofd van de dominee slaat over op de hoofden van deze bidders, waarna ze in een kakofonie van onverstaanbare klanken, de dominee voorop, in reidans door de kerk gaan.
In allerlei talen aanbidden ze de Heer, zonder daar ooit een bachelor of diploma op de Theologische Universiteit voor te hebben behaald.((Behalve dan de dominee, die voor deze keer een inboorlingen taal klikt en klakt)
Al spoedig gaan ook bij de anderen de remmen los.

Het is een kermis van uitgelaten blije mensen.
Volwassenen die kinderen worden.
Deftige professoren speciaal door de TU vandaag uitgezonden om te keuren of in deze kerk alles nog wel volgens de regeltje van de kerkorde toegaat, laten elke schroom varen, waarna ze zich in de stoeltjes van de draaimolen al gierend van uitgelaten pret laten rondzwieren.
Afgestudeerde academici staan zij aan zij met eenvoudige ongeletterden in de rij bij de botsautootjes, waarna ze gillend van plezier elkaar de pas afsnijden in hun fel gekeurde voertuigen.
Het reuzenrad draait zijn rondjes zoals nooit eerder vertoond.
Niemand maalt erom dat de bakjes veel te vol geladen zijn, en schommelen op een manier die gisteren nog levensgevaarlijk was.
De gekleurde paardjes draaien luid hinnikend hun rondjes, nog niet eerder zulke vrolijke lasten dragend.

De grijpmachines, die eerder de uit de Action vergaarde prullen nooit prijs gaven, laten met hun klauwen nu automatisch de meest kostbare sieraden, bezet met diamanten en saffieren, in de handen van de glunderende mensen vallen.
Zoals prins Claus zich bevrijdde van zijn knellende stropdas, rukken door hun overgewicht door de kansel gezakte Reformatorische dominees hun witte bef af, die hun( zo dachten ze trots) onderscheidde van de graatmagere Evangelisch in spijkerbroek en T-shirt geklede pastors.
Heupwiegend met de handen hoog in de lucht, bewegen ze zich samen naar het Schommelschip, waar men eensgezind het net aan de andere kant uitgooit.

Oliebollen, rijk bestoven, worden met tientallen opgesmikkeld.
Het vet vermengt met de poedersuiker, loopt in smalle stroompjes langs de monden van de smulpapen, en vormt plasje in de plooitjes en holte van hun keel.
Met de de twaalf manden overgebleven oliebollen wordt een gooi en smijt wedstrijdje georganiseerd, waarna men al spoedig de dominee bij de kladden grijpt en hem onder luid gejoel “stenigt”.
Het spel meespelend laat hij zich ter aarde vallen, biddend om vergeving voor de onwetendheid van het zoveel jaren in de pas lopen van de zelfbedachte regeltjes.

De roze kleurige suikerspinnen vinden gretig aftrek, en groot en klein smeert elkaar het kleverige goedje gierend in de haren.
Spuitbussen worden uitgedeeld, waaruit neon- kleurig poeder de kleding en haren van de mensen er steeds grotesker uit laat zien.
Iedereen omarmt elkaar en blijft aan de ander plakken, maar het maakt niet uit,
#metoo heeft deze dag een hemelse betekenis gekregen.
Alles is omgedraaid.
Hier hebben de mensen van gedroomd, weer zonder gêne kind te zijn, zonder zich te bekommeren wat een ander er van denkt.
De schaamte voorbij ontdekt men verheugd dat de ander net zo is.

Vol zelfspot bekijken ze elkaar in de lachspiegels en slaan elkaar joelend op de borst om hun idiote verwaandheid te denken dat ze in hun eigen gebouwde torens de hemel konden beklimmen om daar hun eigen vaandel te planten.
Wat een hilariteit!
“ wat zijn we dwaas geweest luitjes” roepen ze elkaar toe.
Grinnikend om hun eigen verwaandheid danst men als bevrijde mensen rond het doopvont en spat elkaar nat met de druppeltjes water.
De Avondmaal tafel, waarvan het witte kleed door de heilige wind langs het dak wappert als een sein: “ ik geef me over” gaat uit zich zelf dansend langs de uitgelaten mensen, waarna men zich lachend laat bedienen met de stukjes wit brood en een slokje rode wijn.
Meer kan er ook niet meer bij, de buiken zijn al rond gegeten met de vet en zoete overvloed van de kermis.

Het deert niemand dat de vrome Farizeeën en Farizeeën, met van afkeuring stijf op elkaar geklemde lippen, de spot drijven met de in vuur en vlam gezette mensen.
Laat hen maar zeggen dat de anderen dronken zijn, daarmee zeggen ze geen woord verkeerd.
Jezus stroomt als vreugde gevende wijn door de aderen van deze in hun ogen dwaze mensen.
Hij heeft alles omgedraaid, wat hiervoor nog abnormaal was, is nu normaal geworden, en andersom ook!
De dwaasheid van het Evangelie heeft de kerk verandert in een feestvierend kermis terrein.
Joegheeee….

Verslaafd.

Na de zomervakantie, de basisschool afgesloten, beginnend aan het voortgezet onderwijs, roken veel kinderen hun eerste sigaret.
Vaak is het stoerdoenerij, of groepsdruk en erbij willen horen.

Persoonlijk heeft mij dit gelukkig nooit echt getrokken.
Jarenlang heb ik, als niet-roker gedacht dat roken een verslaving is waarvoor je zelf verantwoordelijk bent.
Als niet-roker heb ik tevens weinig begrip gehad voor het maar niet kunnen stoppen met roken.
Totdat ik Bénédicte Ficq op tv zag en hoorde vertellen van haar aangifte van een strafbaar feit, tegen de tabaksindustrie.
Zij zegt bewijs te hebben van het bewust toevoegen van verslavende stoffen in de sigaret.
Een sigaret is volgens de site van http://www.sickofsmoking.nl speciaal ontworpen om verslaafd te maken, en dat al, en dat is schokkend, na het roken van twee sigaretten.
Tel daarbij op dat je als puber nog niet in staat bent de gevolgen van je daden te overzien, dus voor veel dingen ontoerekeningsvatbaar bent.
Dit geeft Bénédicte Ficq genoeg reden de tabaksindustrie voor het gerecht te dagen.
Niet alleen om voor de slachtoffers schadevergoeding te eisen, ze wil de verantwoordelijken zelfs achter de tralies hebben!

Het is volgens Bénédicte namelijk niet je eigen schuld dat je verslaafd bent geraakt aan de sigaret.
Ondanks het feit dat je zelf de keuze maakte te gaan roken, de hoofdverantwoordelijkheid ligt bij de tabaksindustrie.
Door het bewust toevoegen van verslavende stoffen is de sigaret een macht geworden die je onmogelijk zelf bestrijden kunt.

Dit brengt me op een andere macht waartegen ik geen verweer heb, de duivel.
De slang die in het paradijs vals en sluw de verboden vrucht aan de boom van kennis goed en kwaad als de meest aantrekkelijke vrucht voorstelde, begeerlijker dan alle andere vruchten.
Doordat Adam van deze vrucht at, zit ik nu met de gebakken peren.
Goed en naar het evenbeeld van God geschapen, om tot in alle eeuwigheid mijn Schepper te loven en prijzen, is door de zondeval mijn natuur daarentegen verdorven.
Zondig en niet geschikt tot enig goeds.
Een hopeloze toestand, waarin het onmogelijk is God en mijn naaste lief te hebben, laat staan deze God te dienen.
Al doe ik nog zo mijn best goed te leven, het mislukt jammerlijk.

Althans, dat is wat de wet van Mozes mij zegt!
Het rapport over mijn schuld geeft een dikke 10 aan.
Om moedeloos van te worden toch?
Iedere dag neem ik me voor het deze keer goed te doen, om er snel achter te komen dat het alweer niet gelukt is!
Doodmoe loop ik steeds weer het rondje om de boom van kennis van goed en kwaad.
Mijn geweten dat van nature zuiver was, klaagt me, aangevuurd door het sissen van de slang, dag aan dag aan.
Moe gestreden gooi ik het bijltje er maar bij neer.
Ik ben een zondaar!

Maar…
Afgelopen zondag hoorde mijn moegestreden ziel een heel andere boodschap!
Revolutionair!

Ik kan er niets aan doen dat ik een zondaar ben!

Ik zit gevangen in een macht die sterker is dan ik!
Deze macht heeft me slachtoffer gemaakt van een macht waartegen ik niet opgewassen ben.
Ik heb niets in te brengen tegen deze nietsontziende macht.
Deze macht is erop uit me klein te houden en me voortdurend neer te drukken.
Zoals een roker door de giftige stoffen in een sigaret verslaafd gemaakt is aan dit stokje, zo ben ik door een macht buiten mij om verslaafd gemaakt aan de zonde.

Precies zoals haast iedere poging te stoppen met roken jammerlijk mislukt, zo loopt iedere poging God en mijn naaste lief te hebben steeds op niets uit.
Alleen al mijn gedachten, hoe mooi ik me ook voor kan doen, laten me iedere keer weer afdalen in een diepe afgrond waaruit het onmogelijk is zelf naar boven te klimmen.
En ik kan er niets aan doen!

Niet ik, maar Satan heeft me tot vijand van God en mezelf gemaakt.
Hij is hoofdverantwoordelijk voor deze wedloop van ellende, die alle energie als een wurgplant uit me zuigt, en onherroepelijk uit loopt op de dood.

Zoals de nicotine van een sigaret je longen doen krimpen en zwart maken, en een verslaafde daar niets aan doen kan, zo kan ik er niets aan doen dat mijn ziel steeds zwarter en zwarter wordt door de zonde.
Er woedt in mij een strijd tussen goed en kwaad, een strijd die niet ik, maar Satan uitgedacht heeft.

Ja maar, als ik er niets aan doen kan ben ben ik dus onschuldig?

Nee, ik ben schuldig!

In Adam ben ik een “ gevallen mens” zoals de bijbel het zo mooi verwoordt.
Maar, als Satan mij gevangen houdt in de macht van de zonde ben ik toch zelf niet meer verantwoordelijk?
Integendeel!
In Adam heb ik mij vrijwillig gevangen laten nemen.
Ik ben slachtoffer en tegelijkertijd medeverantwoordelijk dader van de zonde.

Ik ben medespeler in een strijd met 3 partijen.
God, Satan en ik.
Satan is vanaf het begin in oorlog met God, waarbij hij mijn ziel heeft uitgekozen tot het slagveld.
Door mij over te geven aan Satan, ben ik vrijwillig aan zijn kant gaan staan; recht tegenover God.
In deze strijd ben ik de grote verliezer, en daar heb ik zelf voor gekozen!
Onmachtig…

Nochtans zal ik juichen…
Waarom?
Omdat mijn onmacht zelf uit deze,op een onherroepelijke dood uitlopende strijd, tegelijk mijn bron van geluk is!

Hoe dan?
Heb ik iets gedaan waardoor ik zelf Satan en daardoor de macht van de zonde verslagen heb?

Onmogelijk!
Maar die onmacht en onmogelijkheid me te onttrekken aan die strijd, is mijn redding geworden…

“Waaat?
Dat is inderdaad revolutionair!
Dat is de omgekeerde wereld…
Vertel me meer”

Ik heb iemand anders nodig mij te redden uit mijn ellendige miserabele staat.
Iemand sterker dan Satan.
Sterker dan de dood.
Ik heb God nodig!
Mijn vrijwillig gekozen tegenstander…
Die zichzelf vrijwillig gaf in Jezus zijn zoon…

Hij heeft mij verlost uit de wurggreep van Satan en zijn zondemacht.
Hoe weet ik dat ik verlost ben?

Door mij aan de voet van het kruis op Golgotha te richten op de gekruisigde Jezus.
Me niet af te wenden van de als een irritant insect vastgepinde mens, maar in hem, de zoon van God mijn zonde gekruisigd te zien.
Door te aanschouwen dat in zijn tot op het bot afgeranseld lichaam de macht van de zonde die mij gevangen hield, afgeranseld is.
Door het in me op te nemen, en te aanvaarden dat wie ik aan het kruis zie hangen, ik dat zelf had moeten zijn.
Míjn zonde heeft Jezus vastgespijkerd aan dat vloekhout.
Hij, God zelf, móest komen om mij, zondaar, te bevrijden uit de macht die mij zondaar gemaakt heeft.
Niet ik, maar God zelf, als hogere macht dan Satan, en dus ook van de macht van de zonde, kon deze strijd aan gaan.
De door de zonde in mijn geest, ziel en lichaam aangerichte verwoesting nam Jezus in zich op, absorbeerde deze in zich zelf, om na zijn sterven als Overwinnaar op de derde dag weer op te staan.
In zijn sterven nam hij de in zich zelf opgenomen zondemacht en zijn verwoestende gevolgen mee in het graf.
Daarmee nam hij de verwoesting van mijn geest ziel en lichaam mee in de dood.

In zijn opstanding als de verheerlijkte Jezus Christus bekrachtigde hij zijn overwinning op Satan en zijn trawanten.
Geen enkele zondemacht houdt me nu nog gevangen, dat kan ook niet want die macht is dood.
Met Jezus, de opgestane Chrustus,ben ik mee opgestaan en leef ik nu in de schuldvrije zone van het kindschap Gods.
Compleet nieuw, schoon en vrij van elke aanklacht.

Ik hou van mensen als Benedict.
Gedreven en vol vuur strijdt ze tegen een kolos, zoals David tegen Goliath.
Moedig en dapper heeft ze aangetoond dat de roker geen schuld aan zijn verslaving heeft, ondanks zijn vrijwillig eerste twee gerookte sigaretten, maar de verantwoordelijkheid bij de tabaksindustrie ligt.

Ik hou van Jezus, die als de gekruisigde en opgestane Christus, aangetoond heeft dat ik onschuldig slachtoffer ben geworden van een macht die mij gevangen hield, en daarbij tevens de schuld van mijn daderschap aan die macht in de diepte van de zee gegooid heeft.
Als hoofdverantwoordelijk voor mijn bevrijding heeft hij Satan, verantwoordelijk voor de tralies waarachter ik gevangen zat, zijn macht ontnomen.
Met een flinke schadevergoeding op zak, mocht ik met een schoon en leeg strafblad de gevangenis verlaten.

Satan kan nog zoveel sigaretten opsteken en de rook mijn kant opblazen, hij wordt er zelf alleen maar zwarter van.
Mijn hart en ziel zijn namelijk beschermd door het schild van geloof.
Bloedrood stroomt het nieuwe leven van Jezus door mijn schoon gedotterde aderen.

De vijand is zijn macht ontnomen en openlijk te kakken gezet.
Dat nodigt mij uit om te dansen omdat ik alle reden heb tot een feestje.
Ik ben eigendom van Christus, en mag nu in vrijheid kijken naar mijn onmacht.

Ik ben verlost!

Wil je deze boodschap over de schuldvrije zone ook horen?
Klik op onderstaande link voor o.a. de middagpreek van 30 september.

Zondag 2-4 van de Heidelberger Catechismus.
Schriftlezing Johannes 8

https://l.facebook.com/l.php?u=https%3A%2F%2Fwww.kerkomroep.nl%2F%23%2Fkerken%2F21210&h=AT3UebW0J4d0_bALgQotrqF3U0jOz-L8FZEw2QtmkgP6ZWefwJT67FqFUuJK0GH2xTAAbXpQnD-V2skE4rVe7UoEJbasgIWbl8RI3UMTgHks6ZGuSmXsH82II-5C48JOYxhttps://l.facebook.com/l.php?u=https%3A%2F%2Fwww.kerkomroep.nl%2F%23%2Fkerken%2F21210&h=AT3UebW0J4d0_bALgQotrqF3U0jOz-L8FZEw2QtmkgP6ZWefwJT67FqFUuJK0GH2xTAAbXpQnD-V2skE4rVe7UoEJbasgIWbl8RI3UMTgHks6ZGuSmXsH82II-5C48JOYxs

Mag het licht aan?

Vanmorgen las ik een post op Facebook waaronder talloze positieve reacties en hartjes.
Vooral van vrouwen.
Iedereen was blij met dit bericht, het hielp hen weer door de dag.

Ik las deze post omdat de titel me raakte:” het nieuwe bidden.”
“waauw” dacht ik,” ik bid mee”

Het zou er zo uit kunnen gaan zien:
Omdat ik een puur lichtwezen ben bewerk ik allerlei zuivere lichtverbindingen op deze aarde.
Ik omarm met de andere lichtwezens ons universum en zend zoveel liefde uit waardoor het overal tastbaar zal zijn.

Prachtig natuurlijk!
Eindelijk vrede op aarde omdat ik samen met andere lichtwezens liefde en puurheid uitspreek en uitstraal.

Hhhmmm…
Wat me zo bevreemd aan dit soort pogingen liefde te laten regeren op aarde, die niet nieuw zijn, maar al zo oud als de wereld, is het feit dat het tot nog toe alleen maar donkerder wordt.
Zet het journaal maar aan, en je kunt s’nachts niet slapen van de gruwelijkheden die je oog gezien hebben.
( Behalve van Maarten natuurlijk hè, daar krijg je Sweetdreams van, zo’n leukertje die de Elfsteden zwemt)

Laat ik voorop stellen dat dit soort berichten met goede bedoelingen geschreven worden.
Maar wat ik me afvraag is;” hoe komt het dat mensen die spiritualiteit zoeken, 0die drang zit in ons, niet in de kerk vinden wat ze zoeken.”
Want daar is het te vinden.
Als kerk hebben we een schat aan kracht en wijsheid rechtstreeks van Het Lichtwezen zelf!
Wat is er gebeurd dat de wereld blijkbaar ook bij ons het antwoord niet vindt?
Terwijl we alle antwoorden hebben, want we hebben Jezus Christus en die gekruisigd!

In de bijbel staat dat de gehele schepping snakt naar het openbaar worden van de zonen Gods.
Dat wil zeggen dat men uitziet naar ons, er wordt op ons gewacht, op ons, kinderen van Het Licht…
Hoe zullen zij weten van een God die ín de pijn van ons mensen kwam, om de macht van het verderf te breken, wanneer wij het hun niet vertellen?

We zijn het zout der aarde, zegt onze Heer Jezus Christus; is ons zout smakeloos geworden?
Hebben we onze kandelaar onder een korenmaat gezet?
Zijn we in slaap gevallen, zodat we niet in de gaten hebben dat ons lampje uitgegaan is omdat we geen reserve olie hebben meegenomen?

Eerlijk, ik trek het me aan, dit soort posts…
Omdat het geschreven en beantwoord wordt uit nood, voortkomend uit pijn.
Iedereen die zijn of haar antwoorden zoekt buiten Jezus Christus, wordt een speelbal van de machten en krachten die zich wel voordoen als licht, maar ondertussen de ziel van kapotte zielen nog verder uithollen en opjagen.

We hebben een unieke boodschap te vertellen, en hoeven niet bang te zijn om met een mond vol tanden te zitten.
De Heilige Geest brengt ons alles te binnen wat we zeggen moeten, zodat we, zoals Jezus beloofd heeft, stromen van Levend Water uit mogen gieten op de verdroogde akkertjes van rusteloze dolende medemensen.

Jezus zegt dat Hij het Licht der wereld is, daarna zegt Hij dat wij(!) het Licht der wereld zijn!
Ik kan zelf helemaal niets bewerken, en gelukkig hoeft dat ook niet!
Omat Hij in ons woont, zijn we precies wat Hij zegt wie en wat we zijn!
Het Licht der wereld!
Nou dan…

Vertel het aan de mensen
Wie liefde heeft – Jezus!
Vertel het aan de mensen
Wie vrede geeft – Jezus!
Vertel het aan de mensen
Dat Jezus leeft
Vertel het aan de mensen
Want iedereen moet weten
Wie liefde heeft – Jezus!
Want iedereen moet weten
Wie vrede geeft – Jezus!
Want iedereen moet weten
Dat Jezus leeft
Iedereen moet weten
Vertel Het Aan De Mensen

Tekst & Muziek: Elly & Rikkert Zuiderveld

https://youtu.be/AuPvUckUg20

Vlindertje

Zie je mij gracieus klapwiekend fladderen in de vlindertuin?
Kom,ga eens rustig zitten op één van de uitnodigende bankjes.
Zit je lekker?
Ga lekker achterover zitten…daar is de rugleuning voor gemaakt hoor!
Adem eens rustig in en uit, ontspan je maar!
Goedzo,helemaal zoals het bedoeld is, zoals je er nu bij zit, je zit heerlijk in de geniet-stand.

Ik ga je betoveren,ja,echt.
Geloof je me niet?
Wacht maar…

Fladderend met mijn prachtige vleugeltjes flierefluiter ik ondeugend om je heen.
Flirtend als een verliefd bakvisje van 13, steel ik je aandacht.
Mijn gefladder brengt je langzaam in vervoering,totdat je niet meer anders kunt dan mij met verliefde blik volgen.
Ik fladder langs je oren,zodat een teer lispelend windje griezeltjes over je rug geeft.
Zie je wel,ik heb je betoverd,ik zei het je toch?
Mijn kleuren maken je verlangend om me te volgen,waar ik ook ga…
Nou,kom maar,kom maar achter me aan dan.
Ik fladder van zoetigheid naar zoetigheid, me geen zorgen makend of het wel voor mij bestemd is.
Het staat simpelweg voor mij klaar.
De bloemen zijn speciaal voor mij gemaakt,zodat ik met mijn lange tong hun heerlijke nectar drinken kan.
Mijn kleuren worden er nog mooier van omdat de nectar mij nieuwe energie en levenskracht geeft.

Mijn betoverend magische vleugeltjes lokken je met hun gefladder onvermoeibaar verder deze prachtige tuin in.
Je wilt meer zien hè?
Dat is ook de bedoeling!
Kijk,daar in het midden,die boom…
Hè,wat zeg je?
Zie je door de bomen het bos niet meer?
Richt je ogen naar waar ik wijs, daar, die grote levensboom, precies in het midden.
Gelukkig,ik heb je aandacht weer.
Dat is de boom waarvan haar vruchten je nieuwe moed en kracht geeft.
Pluk maar welke je wilt.
Ze zijn allemaal eetrijp.
Je bent moe,ik zie het heus wel…
Je draagt een zware last op je schoudertjes hè?
Ik bemerk heus wel dat je je ervoor schaamt en het niet weten wilt,terwijl de zeurende pijn van de last luid en duidelijk in de oren van je hart schreeuwt:
“Je bent niet goed genoeg”

Kom,pluk en eet van deze boom.
De prijs is al betaald.
Toe maar,je zal een enorme bevrijding ervaren.
Je last zal afvallen en in de diepte van de zee worden gegooid.

Gelukkig,je eet.
Ik zie het bloedrode sap om je mond en langs je handen en armen naar je ellebogen sijpelen.
Smak maar lekker,dat mag hier.
Je hoeft je niet meer te schamen want in deze tuin is geen schuld.

Nou…?
Heb ik de waarheid verteld?
Opeens ben je kilo’s lichter toch?
Ja,ik zie het aan je ogen,ze gaan schitteren van nieuw elan.
Kijk,daar word ik nou blij van.

Kom,ik zal je nog iets laten zien.
Volg me naar een andere boom.
Zie je de cocons hangen?
Toen ik nog een rupsje was had ik mij zelf ook verstopt in een cocon. Gaandeweg werd dat mijn bescherming tegen de boze buitenwereld.
Daar was ik veilig, dacht ik, niemand kon mij nog afwijzen.
Niemand kon mij nog kwetsen.

Stiekem loerde ik wel eens door een spleetje van mijn cocon naar buiten.
Dan zag ik de vlinders buitelen en snoepen,genietend van hun vrijheid.
De eigenaar van deze tuin moedigde me aan om ook uit mijn cocon te komen, hij had er verdriet van dat ik mijn mooie vleugeltjes niet uitsloeg.
Tegelijkertijd liet hij mij vrij in mijn keuze.
Op een dag vond ik het genoeg geweest,mijn veilige cocon bleek mijn gevangenis te worden en zou mijn dood gaan betekenen.
Wat was de heer van de tuin blij toen ik frank en vrij op zijn schouder kwam zitten.
De tranen stonden hem in de ogen,zo blij en ontroerd was hij over mij keuze.
Nu moedig ik anderen aan hun cocon te verlaten en de vrijheid te omarmen.
Ik fladder hier voor mijn heer, en geniet van de heerlijke hapjes die hij speciaal voor mij laat groeien.
Ik ben zo blij om met mijn mijn kleurenpracht anderen te betoveren.
Ik ben een gelukkig vlindertje!

Laat me je aanmoedigen de vrijheid in te buitelen.
Show je prachtige vleugeltjes aan de anderen,zodat deze tuin een magisch fladderend festijn wordt van eerbetoon aan onze tuinmeester.

Fladder vlinder,fladder
Show your Glory…

Duifje.

Ik ben een duifje en heb al veel spannende avonturen beleefd.
Later vertel ik je nog wel eens van woeste wateren en de ark van Noach.
Eerst dit verhaal,want nu gaat het pas echt beginnen.
Dat wat hiervóór gebeurt is,was een opmaat voor vandaag!
Het gaat gebeuren;hier ben ik voor gemaakt!

Ik ben niet zo’n gewone grijze duif,mijn veren zijn zuiver wit.
Wit als sneeuw,dat vers op de aarde is neer gedwarreld,bedekkend alle vuil van de straten en huizen.
Knisperend onder je schoenen,wanneer je de eerste stappen zet in de nieuwe witte wereld.
Het dikke pak sneeuw,dat uit de hemel gevallen,alle rumoer in de straten doet verstillen.
Het witte sneeuw,waardoor grote mensen weer kind worden,en op sleetjes van de heuvels roetsjen.
Koerend woelen hun handen in die,door de zon verlichte glinstering,en bekogelen ze elkaar met het hun zachte sneeuwballen.
Zelfs elkaar de oren wassen,is een bron van vermaak geworden.
Hun,in de zomer strak gemaaide gazon,waar elk grassprietje dezelfde kant op moet wijzen,wordt versierd met de mooiste sneeuwpoppen.
Zorgeloos joelend en juichend buitelt jong en oud over elkaar heen, zodat de lucht gevuld wordt met een zinderend plezier.
Zo wit dus!

Luister…

Ik fladder in hoopvolle verwachting hoog en (nog) onzichtbaar aan de hemel.
Beneden zie ik de Jordaan,waar een profeet,gekleed in een kameelharen mantel,Johannes heet hij,luid roept dat de bijl aan de wortel van de boom ligt.
Drommen mensen stromen toe,waarna velen met Johannes het water in lopen,en kopje onder gaan.
Ze laten zich dopen,zo noem je dat.
Johannes zegt dat hun zonden achterblijven in de Jordaan,en ze daarom nu schoon zijn.
Ze hebben zich bekeerd…
De belangrijke,in dure gewaden geklede,leiders van de kerk komen ook een kijkje nemen.
Ze hebben het gewone volk in een zwaar fijnmazig net geknoopt,en voor zichzelf allerlei mazen geknipt.
Weet je wat Johannes tegen ze zegt?
Hij noemt hen adderengebroed en witgekalkte graven!
Ja,hij durft hè?

Johannes verteld de mensen dat hij zelf niet belangrijk is,maar dat hij de voorloper is van iemand anders.
Hij verteld erbij dat hij,Johannes,het nog niet waard is de veters van diens schoenen te strikken.
Dat zal iets bijzonders worden,wanneer hij komt!
Ik wacht rustig af…

Plotseling is er reuring onder de toeschouwers op de oever.
Een van hen komt naar Johannes toe en wil zich ook laten dopen,maar de voorloper weigert dat.
Hè,dat is vreemd.
Het blijkt dat ze familie van elkaar zijn,want Johannes zegt:”nee neef van mij,niet ik moet jou dopen,jij moet juist mij dopen”
Na aandringen gaat Johannes toch met zijn neef het water in,en dompelt hem onder.

Ik voel dat er iets héél speciaals staat te gebeuren.
Mijn hartje bonst in mijn duivenborstje.

En kijk,dat is hét moment…
Mijn moment!
Dit is waar ik op gewacht heb,al die eeuwen.

Wanneer de dopeling,druipend van het van zonden vervuilde water van de Jordaan,bovenkomt klinkt er een stem uit de hemel:
“Dit is mijn geliefde zoon,in hem vind ik vreugde”
Hét teken voor mij!
Ik mag in actie komen!

Oh waaauww….
In mijn sierlijkste en allermooiste vlucht kom ik in met elegante landing neer op het hoofd van de man waarover Vader God deze prachtige woorden uit sprak.
De gezalfde des Heren.
De Messias waarover de profeten spraken.
Hij is gekomen!
De belofte is vervuld.
Wat een enorme eer voor mij,ik mag aan alle mensen laten zien dat Híj het is!
Jezus,
Immanuël.
Hij,de verlosser Israels.
De zoon van de overspelige Thamar,
De zoon van de hoer Rachab,
De zoon van de heidense Ruth,
De zoon van de vrouw van Uria,Bathseba,
De zoon van de maagd Maria.

Oh Jezus,ik blijf op u,in u,ik ga mee,ik zal u vergezellen op uw tocht door dit land.
Uw wandeling naar de dood aan het kruis.
Ik zal de kracht zijn die u laat opstaan uit het graf.
Ik zal de weg banen om u terug te laten keren naar Vader,waar u uw bloed zult tonen.
Het bloed dat satan,die vuile aanklager,de hemel uit zal bliksemen.
Ik zal wachten op de vervulling van uw belofte,en uw kinderen aansporen tot verwachtingsvolle gebeden.
Gebeden tot eer van uw naam.
Dankzeggingen voor wat u hen belooft heeft.
En dan,ik kan niet wachten!
Dan…
Oh,wacht,ik vertel al te veel.
Mijn heden is voor jou nog toekomst.
En omdat ik wel hou van een cliffhanger laat ik je in spanning wachten op het vervolg van mijn bovennatuurlijke avonturen.

Ik ben een duifje,en roekoeee het hoogste lied.
“Nu jaagt de dood geen angst meer aan,
Want alles,alles,is voldaan”

Broertje dood

Maar,
Ja maar,
Dit zijn woorden waar ik een broertje dood aan heb.
Bij voorbeeld, je hebt een goed gesprek met iemand, en je komt met een positieve inbreng, iets waarvan je zelf ervaren hebt hoe dat werkt.
De luisteraar antwoordt met:”ja dat weet ik, maar….”
Maar, betekent in zo’n geval:tegenwerking, bedenking.
Alles wat ervóór gezegd is, is niet meer zo belangrijk, maar, wat nu gezegd wordt is pas belangrijk.

Misschien,
Precies zo, daar heb ik ook een broertje dood aan.
Het is een woord waarmee je aangeeft dat de kans bestaat dat het waar is, maar net zo goed niet waar.
Vrijblijvendheid ten top.

Eigenlijk,
Ook zo’n woord.
Het wordt vaak in combinatie met”maar” gebruikt.
“Eigenlijk zou ik nu op moeten staan, om nog wat aan de dag te hebben, maar, ik lig nog zo lekker.”

Het broertje dood hebben aan deze woorden, is niet zozeer in gewone alledaagse gesprekken.
Het is vooral in gesprekken over de goedheid van God.
Hoe Hij er alles aan gedaan heeft de relatie met Hem te herstellen, en we daardoor in vrede met Hem kunnen leven.
Genietend van Zijn zorg en liefde.
Niet alleen in het komende leven, maar(!)ook nu!

“The root-cause of your problem is condemnation”

Het heeft altijd te maken met zelfveroordeling.
Altijd!
Alle andere problemen zijn blaadjes aan een boom,waarvan de wortel veroordeling is.
Het jezelf niet goed genoeg vinden.

Het wel geloven dat Vader goed is, maar…
Dan is Vader goed, maar eigenlijk misschien ook boos.
Eigenlijk(!)moet je zelf dan wel je best hebben gedaan om Zijn goedheid ook waard te zijn.
Misschien(!) had je zelf dan beter niet , of wel… vervolgens komt er een stroom van zelfveroordeling op gang.
Vanuit die houding komt vervolgens de zelfrechtvaardiging.
Eigenlijk ben je misschien zo slecht toch niet…?

De conclusie is:”Vader, U zegt dat Jezus voor mijn zonden gestorven is,maar, eigenlijk,bmisschien kan ik zelf ook nog iets bijdragen.”
Waarmee het offer van Jezus dus niet voldoende is geweest.
Je zet Hem te kakken!
En doet niet alleen Hem, maar ook jezelf tekort.

Ik heb het totaal verprutst.
Hij zegt:”ja maar…”
En spreidde Zijn armen en stierf voor mij.

Een broertje dood…
Mijn broertje is dood gegaan aan de scheiding tussen Hem en mij.
Mijn broertje ging dood aan een gebroken hart.
Mijn broertje is dood gegaan aan Zijn “ja maar”

Eigenlijk had ik daar moeten hangen!
Eigenlijk hing ik daar ook…
Mijn oude ik stierf met Hem.

Glorie Halleluja,ik stond ook weer op met Hem.
Eigenlijk leef ik nu niet meer zelf, maar,Hij leeft in mij!

Mijn redding is niet een “misschientje”,maar
de aanklager is te kakken gezet,
lekker puh…

I’m Resting In Peace