Wifi en breien.

Mijn kleindochtertje Yinthe is deze week te logeren, en wat hebben we het gezellig!
Waar ik zo blij van ben is vooral dat Yinthe zelf het zo leuk vindt, omdat ik eerst nog wel wat zorgen had of ze zich niet na twee of drie dagen zou gaan vervelen.

Thuis heeft ze al aan Mama gevraagd of ik wel Wifi heb, wat natuurlijk meteen na aankomst ingesteld wordt zodat ze via bluetooth onbeperkt YouTube luisteren kan.
Ik bedenk me dat de wereld erg verandert is en me zelf vroeger niet voor kon stellen dat we nu allemaal in een schermpje gevangen zitten.
Wifi en bluetooth?
Ook ik kan niet meer zonder!
Maar gelukkig, Yinthe is toch ook wel benieuwd naar het kneuterige van mijn ‘vroeger’ en vraagt:
‘Bessien hoe noem je dat dat je iets maakt op van van die stokjes, breien toch?’
‘Ja liefie dat is breien.’
Of ik haar dat leren wil?
Ze kan me geen groter plezier doen want wat is er nou leuker voor een Bessien dan haar kleindochter het genot van handwerken bij te brengen.
Bolletjes wol genoeg en meteen maar op de modernere manier, de rondbreinaald.
En warempel, ze heeft er slag van; insteken, omslaan, doorhalen, af laten gaan…zo trots al een pauw zit ze in mijn bank te breien en vraagt af en toe of ik de eerste steek weer even brei.
Ze tikt met de naalden een melodietje en vraagt zich af of ze later ook zo snel kan breien als Bessies’ dat doen.
Ondertussen groeit haar sjaal gestaag en trots verteld ze me dat ze volgende week aan haar klas laat zien dat ze breien kan.
Ik bedenk me: zonder Wifi of met WiFi, het toneel blijft hetzelfde, alleen de spelers veranderen.

Qua fantasie en beelddenken herken ik veel van mezelf in haar, het is soms net alsof ik naar mijn eigen kleine meisjes-ik zit te kijken
Precies eender als ik denkt ze ook in plaatjes en wil niets liever dan al die plaatjes met me delen.
Ze staat (ook) altijd aan!

Al breiende doet ze een geweldige ontdekking die ze natuurlijk niet vóór zich houden kan, dat moet onmiddellijk aan mij verteld worden…
‘Bessien, weet je waar het op lijkt?’ zegt ze.
‘Nou, vertel,’
‘Het is net alsof de steken een wedstrijdje houden om van het ene breistokje op het andere te komen.’
Hahaha, ik hoor mezelf praten; ‘ het is net alsof…’ waarna als vanzelf het filmpje in woorden wordt uitgebeeld.

Toen ze afgelopen zaterdag gebracht werd vertelde ze me alvast dat we iedere avond onder het knuffeldekentje tegen elkaar aan gingen zitten om een filmpje te kijken; ‘Toch Bessien?’
En zo gebeurt het ook.
Wanneer ik nog aan tafel zit wat huiswerk te doen roept ze dat het tijd is voor de film, waarna ze vast thee zet en het dekentje aan de stekker legt.
‘Kom je Bessien, het kleedje is al lekker warm.’
Daarna kijken we een film die ze zelf al een keer gezien heeft, maar waarvan ze het ze leuk vindt om die mij ook te laten zien.
Bij spannende of hilarische momenten zegt ze: ‘let op hoor Bessien, dit moet je zien!’
Ondertussen hoopt ze dat de dag geen einde heeft, zo gezellig is het!
Toch komt er een moment waarop ik zeg dat het bedjestijd is, en ze haar tanden poetsen moet.
Eerst pruilt ze nog wat maar wanneer ik haar beloof dat ik zo meteen uit de Bijbel kom voorlezen ligt ze binnen no time onder de wol.
Ik kom naast haar zitten en lees over Jozef en zijn avontuur met de Heer en vertel haar dat die God ook zo veel van haar houdt.

Ze drinkt de woorden in en verwondert vraag ik me af hoe het toch komt dat de oude verhalen nooit aan kracht verliezen.
Zou het kunnen zijn dat God al op de eerste scheppingsdag Wifi, bluetooth en het rondzingend melodietje op de tikkende breinaalden heeft bedacht?

MopjeDropje

Ik ben zwanger!
Best spannend na de geboorte van Marlon, het levenloze broertje van Joke.
Welk klein wezentje groeit er nu in mijn buik?
Zal het gezond zijn?
Jongetje,Meisje?
En oh God, laat het alsjeblieft leven.

7 maanden zwanger…
Ik bid dat het niet weer mis gaat.

Maar gelukkig, het is zomer geworden en mijn buik is steeds ronder geworden!
Wat nog mooier is, het kindje binnen in mij leeft, dat laat het duidelijk weten.
Zou het ter geruststelling van mij zijn, mijn buik als gymzaal te gebruiken?

De veertigste week gaat voorbij, de eenenveertigste ook.
Juni gaat over in Juli…
(Hè, dat betekent een kwartaal later kinderbijslag.)

Maar wat lekker dat het kindje alleen nog van mij is!
Nog van niet niemand anders, alleen van mij!

Het is 3 Juli, een prachtige zomerdag.
Ik ben met Gerard een eindje wezen fietsen, en zit bij Vader en Moeder een ijsje te eten.
Tegen schemer fietsen we weer op terug, verlangend naar mijn bedje.
Het is mooi geweest voor vandaag!

Pas geleden nog las ik een stripverhaal over wanneer je kindje geboren wordt zonder deskundige hulp.
Het zal je maar overkomenn zeg, zonder dokter of kraamzuster bevallen!

Nou, lekker slapen!
Maar dan begint het opeens, de baby komt eraan!
Rustig blijven…
Dokter bellen, Moeder bellen.
Die gelooft haar oren niet, ‘ze zat hier net nog een ijsje te eten’

Zelf voel ik het wel aankomen, het moet eruit.
Een enorme oermoeder kracht komt over me en ik poep mijn baby’tje naar het licht.
Een meisje, een meisje!
Mijn hemel, daar ligt ze tussen mijn benen!
Spartelend in het vruchtwater schreeuwt ze haar longetjes vol.
Oh God, ze leeft!
Ze maakt geluid!
Even nog komt de oorverdovende stilte van toen voorbij, maar ik lach haar in het gezicht.
Mijn kindje leeft!!

Maar dan zie ik opeens dat de navelstreng om haar nekje geslingerd zit.
De tekeningen van de pas gelezen strip komen weer boven en in één keer weet ik wat te doen.
Als de enig rustige persoon in dit tumult geef ik Gerard instructies over hoe hij zijn vingers onder de navelstreng moet doen om het dan snel over haar hoofdje te trekken.
Moeder komt intussen de trap oprennen, helemaal overstuur.
Als een kip zonder kop staat ze aan mijn bed, totaal van de wereld.
Intussen ligt mijn kleine meisje daar maar koud te worden, dus ik moet zelf het heft maar in handen nemen.
Is Moeder haar Rode Kruis opleiding nou helemaal vergeten dan?
‘ Pak een paar luiers Moeder, het kind wordt helemaal koud!’

Gelukkig, ze komt bij zinnen, en wikkelt mijn meisje in doeken.
Huilend van al die commotie, nog verbonden met de navelstreng, ligt ze in mijn armen.
‘Welkom in deze chaos Maaike’
fluister ik in haar oortje.
Welkom!!

Gefeliciteerd lieve Maaike met je achtendertigste verjaardag.
Ik ben trots op je!!

Diamanten trouw.

Vorige week viel er na het klepperen van de brievenbus bij mijn ouders een belangrijke brief op de mat.
Daarbij schalden de bazuinen als bij de inleiding van Mendelssohns bruilofsmars, waarna bij het openen van de envelop de Koninklijke Mariniers Kapel het huisje van Vader en Moeder binnen marcheerde en dit vrolijke muziekstuk ten gehore bracht.

Zijne Koninklijke Hoogheid de Koning, en Hare Koninklijke Hoogheid de Koningin hadden namelijk vernomen dat het voor mijn ouders zestig jaar geleden was dat ze elkaar een smalle gouden ring om de vinger schoven.
Hoe de Majesteiten daar achter kwamen?
Misschien wel zo:

Op een morgen liggen Willem en Max in hun koninklijke hemelbed nog wat na te soezen, als plotseling alle etiquette vergetend één van de lakeien de kamer binnenstormt.
Opgewonden en compleet buiten adem, amper uit zijn woorden komend, staat hij aan het bed van de twee belangrijkste mensen van Nederland.
Koningin Máxima knikt hem bemoedigend toe waardoor hij moed vat belangrijk nieuws te verkondigen;’ Johannes Kramer en Marretje Visser zijn zestig jaar getrouwd!’
‘Zestig jaar?’ vraagt Koning Willem Alexander verbijsterd.
‘hoor ik dat goed,Max?
Ik hoop dat wij dat ook nog mee mogen maken…Zestig jaar!’
Daarna wendt hij zich bruusk naar de lakei;’ waar wacht je dan nog op man?
Haal pen en papier, zodat ik deze mensen persoonlijk een felicitatie schrijven kan.’
Zoiets dus…

Ter gelegenheid van hun diamanten huwelijksdag viel deze Blauw Bloed envelop vorige week dus op de mat van mijn ouders.
Zestig jaar geleden beloofden ze elkaar jong, verliefd en naïef trouw.
‘Ja’ zeiden ze tegen elkaar, en dat klinkt nog iedere dag;’ Ja’

Jaren eerder klonk ook in de kerk een ‘Ja’
Staande aan het doopvont hielden Opa en Opoe hun kleine Johannes ten doop.
Een jaar later deden Bèbe en Bessien dat met hun kleine Marie.
Uit de mond van de jonge ouders klonk ja…
Dit ja werd door dezelfde Joh en Marie weer herhaald toen zei als prille ouders na het ja aan elkaar gezegend werden met kinderen.
‘Ja’ klonk het vijf keer waarna het ritueel van de doop voltrokken werd.
Zegel van Gods trouw op het voorhoofd van mensen die uiteindelijk niets bakken van hun Ja.

Moet ons daarom de moed in de schoenen zakken?
Volstrekt niet, het steeds herhalend ‘Ja’ van falende mensen is helemaal niet belangrijk!
Vanuit de troon in de hemel klonk namelijk ook een ‘Ja’
Het duidelijk hoorbare ‘Ja’ van God de Vader, die in het offer van Jezus, Zijn Zoon, de enige is die dat ‘Ja’ waar heeft gemaakt.
Vanwege het ‘Ja’ van de Koning der Koningen vieren we daarom niet alleen het zestigjarig huwelijk van Vader en Moeder, maar mogen we iedere dag het eeuwigdurend feest van de bevrijding uit de klauwen van satan en zijn zondemacht vieren.

Lieve Joh van Harmen van het Witte Ussien, en lieve Marjo van Riekeltjen; als het kind dat jullie Vader en Moeder maakte eer ik jullie als mijn geliefde ouders en heb ik de schone taak de echo van het eeuwig ‘Ja’ vanuit de troon van onze God, Koning en Hemelse Vader over te brengen.
Jullie zijn kostbaar en daarom duur betaald, geliefd en bemind.
De God van het Verbond bewijst Zijn eeuwigdurende trouw van geslacht op geslacht op geslacht op geslacht op geslacht.
Ik zegen jullie met zijn ontferming, barmhartigheid en de rechtvaardigheid in Jezus Christus.
Samen met mijn kinderen, kleinkinderen en achterkleinkind roepen we in koor:
‘We houden van jullie!’

De Ommelebommelestien.

Ik ben 10 jaar, en er zindert iets in mijn familie.
Het zoemt rond als bijtje, geel zwart gestreept, op en neer dansend van verwachting en vrolijkheid.
Het bijtje komt goed nieuws brengen, zoet als honing.

Niet zoals de hinderlijke steekmug in de warme zomer, die je ondanks de hitte dwingt zelfs je hoofd onder de dekens te verstoppen, en je toch nog zizzend omringt om je wakker te houden terwijl je omvalt van de slaap.
Bidden dat die mug dood neer valt helpt ook al geen zier, net wanneer je zelf weer weg soest komt dat monster weer om je hoofd zizzen, totdat je woedend alles van je afgooit en het uitschreeuwt: “prik mij maar lek”
Lebberend, alsof je een baby aan de fles hebt gelegd, doet het hongerige schepseltje zich tegoed aan je bloed, waarbij het als dank dikke rode bulten achterlaat, die je de gansche volgende dag jeukend herinneren aan je dierenliefde.
Ach, het arme beestje is ook alleen maar bezig met dat wat God hem opdraagt, zich vermenigvuldigen!

Nee, het vrolijk zoemende bijtje, rondcirkelend om onze hoofden bracht vreugde, luister maar…
Moeder had op een mooie dag in het voorjaar gewinkeld bij Geert Oost, een kledingwinkel in ons dorp.
Geert kwam iedere maandag langs al zijn klanten, daarvoor had Moeder het pof/ spaar boekje de avond daarvoor al klaargelegd.
Wat heerlijk dat dat nog kon, Geert Oost pakte zelf het boekje uit de keukenkast, de ene keer iets bijschrijvend, omdat Moeder er een briefje van bv. 5 gulden in had gedaan, de andere keer, iets afschrijvend, omdat Moeder iets “ op de pof” had gekocht.

Op die dag stond Vader vol verwachting, als een bruidegom op zijn bruid, onder aan de trap te wachten,terwijl ik nog steeds niet wist wat er aan de hand was.
Maar dat werd al spoedig duidelijk toen Moeder zich ietwat generend, de trap af kwam dalen.
Ik vergeet nooit meer wat ze zei:” ik voel me net een olifant”
Maar wat was ze mooi!
Moeder bloeide…
Haar toen nog mooie donkere krullen, haar rode wangen, en verlegen lachende mond, die zulke lelijke dingen over zich zelf zei…
Een olifant!
Moeder kwam beneden in een prachtige lila jurk, een kleur die haar bloeiend lichaam volledig recht deed.
Vader glom van trots op zijn Marrie, ze was in verwachting!
Hiep hiep hoera, we kregen een broertje of zusje…
Nou ja, liever een broertje, bad ik elke avond geknield voor mijn bedje, zusjes had ik al genoeg.

Moeder werd dus ronder en ronder, wat ik maar voor lief aannam, verder dacht ik niet na.
Vrouwen die in verwachting waren kregen een dikke buik, en droegen wijde jurken, zo was dat in die tijd waarin het Op de pof boekje nog gewoon in de keukenkast lag, achter een deur die nooit op slot ging.
Moeder had bij Geert Oost op de pof dus een prachtige lila pof jurk gekocht, die zwierend om haar vruchtdragend lichaam fladderde.
Tegen de tijd dat de jurk haar buik niet meer hoefde te verhullen was de “positiejurk” zoals men dat noemde, afbetaald, en kon Moeder weer voor iets nieuws sparen.

Hoe het kindje in Moeders buik terecht was gekomen en hoe het er in hemelsnaam weer uit moest wist ik echt niet!
Ik dacht zelfs dat het uit haar navel zou komen, want waar zat dat knopje er tenslotte anders voor?
Vader en Moeder maakten me wijs, zoals alle andere kinderen dat werd verteld, dat Vader op een goede dag in een bootje naar de Ommelebommelestien moest roeien, een grote kei in het water van het IJsselmeer, waarvan de bovenkant nog net zichtbaar is.
Daar aangekomen, en meestal stormde het dan al behoorlijk, vandaar dat het nog best een spannend onderneming was, kreeg Vader dan een baby aangereikt.

Stel je voor dat het waarheid zou zijn, hahaha, ik zie Vader, terwijl hij een baby in de armen heeft, worstelen het bootje weer aan de kant te krijgen.
Dat zal heel wat Vaders het leven gekost hebben, over de arme schreiende baby’s nog maar te zwijgen…

Maar op een prachtige zonovergoten dag, midden in de zomervakantie, was het zover!
Ik werd naar Opa en Opoe gestuurd, die gelukkig niet ver van ons af woonden, en moest daar wachten op wat komen ging.
Na enkele uren mocht ik van Opoe even kijken of ik al een broertje of zusje had gekregen van de Heere God…
( tja, waar kwam het nou vandaan hè?)
Als een volleerd hardrenster vloog ik naar huis, waar de deur nu wel op slot was!
Maar gelukkig, Vader kwam voor mij en mijn zusjes al snel open doen.

Ook dit moment staat als een kostbare herinnering in mijn herinnering gegrift: Het gezicht van Vader!
Niet eens wat hij zei, maar hóe hij het zei:” het is een jongetje.”
Zijn blijde jubel, na vier dochters een zoon voor Vader, was als een orkest dat de Cellist begeleidt in zijn ontroerend spel op dit machtig instrument.
De tranen van ontroering zijn niet zozeer voor het ondersteunend spel van de andere muzikanten, die tranen biggelen langs de wangen door het spel van de strijkstok op de snaren van de Cello.

Zo ontroerde het gezicht van Vader…
Moeder had hem een zoon gebaard!
Wij hadden een broertje!

Als een gazelle rende ik de trap naar boven, en daar lag Moeder, moe en trotst met ons broertje in de armen in bed.
Wat waren we allemaal blij, maar Vader het meest van allemaal!
Hij had zich ook gehouden aan de vreugdevolle opdracht, zich voort te planten…

Na 4 dochters had hij een zoon, vernoemd naar zijn nog maar pas geleden verdronken jongste broer en naar Opa:
Harm Hendrik Kramer