Trek Jezus niet van zijn sokkel.

Ik hoor het steeds vaker om me heen; ‘Ik geloof niet dat God mensen verloren laat gaan.’
Op zich is dat natuurlijk waar; God laat niemand verloren gaan!

Maar zoals het de slang betaamt, ongemerkt en geruisloos bewerkt hij allerlei kronkels in ons denken.
Al die verschillende kronkels leiden uiteindelijk naar dé verleiding; ‘heeft God dat echt gezegd?’
Daar is de slang in het Paradijs al mee begonnen; ‘heeft God gezegd dat jullie van geen enkele boom mogen eten?’
Zijn destijds succesvolle truc werkt nog steeds; de woorden van God in twijfel trekken.

Zo ook met; ‘ heeft God echt gezegd dat je verloren gaat wanneer je je niet bekeert?
Maar Hij is toch liefde?’
De leugen van de slang lijkt altijd op de waarheid, het zit er alleen net een beetje naast.
Vandaar dat zijn ‘bijna waarheid’ één van de grote leugens van deze tijd is.

Een paar uitspraken die steeds vaker, ook onder christenen, te horen zijn:
‘God is liefde, en Zijn genade zal niemand verloren laten gaan.
Uiteindelijk komt het met iedereen goed.
Ik geloof dat God je zelfs na je dood nog een kans geeft, anders is God geen liefde.
Dat is dan een erg wrede God, wanneer Hij mensen verloren laat gaan.’

God zelf neemt zonde zó serieus dat er bloed moest vloeien om het teniet te doen.
Zijn eigen bloed!
Stel dat God de zonde uiteindelijk door de vingers ziet, pas dan hebben we met een zeer wrede God te maken, omdat daarmee de dood van Jezus, het offer voor de zonde, zinloos blijkt te zijn.
Pas dan kun je inderdaad zeggen dat we met een zeer wrede God te maken hebben.
Zo’n God wil ik niet dienen!

Bovendien, God laat niemand verloren gaan, daar kiest de mens zelf voor.
In eerste instantie is het daarom niet God die je daartoe veroordeelt, door het offer van Jezus niet aan te nemen stel je je als mens zelf onder het oordeel
Zonde is dan ook; aan Jezus liefde voorbij gaan.

De waarheid van Gods liefde en genade draait nou juist alles om.
Mijn zonde op Jezus, Zijn zondeloosheid op mij.

Wanneer we deze waarheid ontkennen, onderkennen we de vernietigende macht van de zonde, waarmee we tegelijkertijd de kracht van Genade teniet doen.
Omdat God de macht van zonde serieus neemt, moest er goddelijk bloed vloeien, Zijn eigen bloed.
Dit bloed heeft de macht van de zonde voorgoed verbroken én heeft ons bevrijd uit de klauwen van de dood.
Omdat Hij in Jezus Zijn Zoon zelf de prijs voor de zonde betaalde, kan Hij zondaren Genade bewijzen.

De leugen die zegt dat God wreed is wanneer Hij mensen verloren laat gaan, maakt in werkelijkheid een lachertje van Gods genade.
Nergens anders komt Zijn liefde voor zondaren meer tot uiting dan in het offer van Zijn eigen Zoon.

Wanneer we geloven in een al-verzoenend God maakt ons dat tevens luie christenen.
Als we de relatie met God en Zijn Woord niet meer zo serieus nemen worden we zouteloos en krachteloos, christenen die een loopje met zowel de zonde, als met genade nemen.
En dat is precies de bedoeling van de slang.

Als kinderen van God verlangen we er toch naar dat God tot zijn doel en eer komt in ons en in dat van de ander zijn leven?
Neem toch de tijd Zijn Woord te lezen.
Zoek Zijn nabijheid in persoonlijk en gezamenlijk gebed!
Jezus zegt dat we het zout der aarde zijn.
Hij stelt ons aan als smaakmakers in een wereld waarin zonde en wetteloosheid steeds meer een tot kunstvorm verheven uiting lijkt te zijn.
Omdat Zijn Geest in ons woont zijn we bij machte deze wereld met Genade te overspoelen, waardoor Jezus de sokkel krijgt die alleen Hij verdient.

Ons klimaat in het Licht van de Wereld.

Iedereen weet het zo langzamerhand: Nederland verdroogt, terwijl elders enorme overstromingen plaatsvinden.
Naar aanleiding van haar werkbezoek aan het oosten van ons land, dat deel van Nederland wat het meest met droogte te kampen heeft, was gisteravond minister Cora van Nieuwenhuizen te gast bij Eva Jinek.

Jinek vroeg aan de minister: ‘de structurele droogte die we nu hebben, is dat door de mens zelf gecreëerd?’
De minister antwoordde dat we daar toch wel ernstig rekening mee moeten houden.
En; ‘In hoeverre dat precies de invloed van de mens is, daar zijn verschillende wetenschappelijke discussies over’

Is klimaatverandering enkel en alleen het gevolg van overconsumptie?
Behoort de oplossing vooral door de wetenschap bedacht te worden?

Hebben we als kinderen van God, de schepper van hemel en aarde ook wat te zeggen?
Of nemen we genoegen met een algemeen antwoord: ‘ach, in de geschiedenis is het altijd al zo geweest toch?
Veranderingen in de natuur hebben altijd al plaats gevonden.’

Persoonlijk houdt de vraag; ‘heeft God óns in de klimaatverandering iets te zeggen?’ me nogal bezig.
Niet in de eerste plaats om de aarde op zich, maar omdat de Schepper van die aarde in me woont.

Als we terug gaan naar het begin lezen we dat God de mens opdracht gaf de aarde te bewaren.
Volgens Wetenschappelijke onderzoek vinden er inderdaad door de eeuwen heen grote wisselingen in de natuur plaats.
Maar juist de Bijbelse Geschiedenis met het volk Israël laat zien dat honger en droogte altijd het gevolg was van de afgodendienst.

De meest bekende geschiedenis is wel het verhaal van koning Achab en zijn vrouw Izebel.
Achab trouwde daarmee een heidense tempelhoer, die nadat ze de profeten en priesters van God doodde, vervolgens de Baäl dienst in het heilige land Israël introduceerde.

Wanneer we deze geschiedenis lezen ontdekken we daarin wellicht veel lessen en waarschuwingen voor deze tijd.
Wat mezelf bijzonder intrigeert is waarom de verheerlijkte Jezus in zijn Openbaring aan Johannes op het eiland Patmos de gemeente waarschuwt voor de hoer Izebel.

Moeten we deze oproep zien als een waarschuwing aan de gemeente van alleen die tijd?
Ik geloof dat alle zeven brieven in het boek Openbaring een brief is aan de kerk van nu!
Het is schokkend dat maar in twee van zijn brieven Jezus de gemeente prijst om haar trouw en volharding.
Dat betekent dat vijf van deze gemeentes ten gevolge van het verlaten van Gods liefde een ernstige waarschuwing te horen krijgen, waarin o.a. de zeer dringende oproep de hoer Izebel uit hun midden weg te doen.
Waarom vond Jezus het zo nodig Izebel te noemen?
Dat moet toch een bijzondere betekenis hebben?

Toen Achab in zijn paleis lag te mokken omdat Naboth hem zijn wijngaard niet verkopen wilde, lostte Izebel dit op door Naboth te laten stenigen.
Vervolgens paradeerde Achab zo trots als een Pauw door de door moord verkregen wijngaard.
Daarmee haalde hij een bloedschuld over zichzelf en het volk, dat het allang niet meer zo nauw nam met het gebod alleen de Heer hun God lief te hebben.
Terwijl Achab koning was van Israël, het volk van God, werd na zijn dood zijn lichaam door de honden gegeten.

De wijngaard van Naboth mocht niet verkocht worden omdat deze door God zelf als eigendom aan zijn familie gegeven was.
Dit eigendom ging over van geslacht op geslacht, zo had God het in Zijn wetten zelf bepaald.
Izebel, de tempelhoer, zorgde er door laster en bedrog voor dat Naboth door zijn eigen volk gestenigd werd, waardoor de wijngaard, het erfgoed van Naboth in handen kwam van de Baäl dienende koning Achab.

Wanneer we deze vreselijke geschiedenis naast de woorden van Jezus leggen is er veel te leren.

Jezus noemt de gemeente ook een wijngaard en zich zelf de ware wijnstok.
Wij zijn in Hem, de ware wijnstok geënte ranken
God de Vader is de landman, de eigenaar van de wijngaard, zijn kerk.
Jezus zegt dat we alleen vrucht dragen wanneer we ín Hem blijven.
Doen we dat niet, verlaten we Hem, dan komt de Landman de takken snoeien.
Wanneer deze dan nog geen vrucht dragen zal Hij de dode takken uiteindelijk verwijderen.

Als we daarom in Openbaring de naam Izebel horen noemen, moeten onze oren zich spitzen naar wat Jezus ons nú te zeggen heeft.

De naam Naboth betekent ‘vrucht’
Zijn wijngaard was door God geschonken erfgrond.
Izebel kwam en ontnam de familie van Naboth haar erfgrond om het zelf in heidens bezit te nemen.

Als kerk leven en bewegen we ook op erfgrond; de wijngaard van God zelf.
Omdat Hij ernaar verlangt dat de hele aarde vol wordt van zijn glorie wil Hij dat we vrucht dragen.
Hij zelf heeft er alles aan gedaan om dit mogelijk te maken, net zoals Hij aan Adam en Eva het Paradijs schonk.
Waar is het Izebel om te doen?
Enkel en alleen om de gemeente vruchteloos te laten zijn.
Ze vermoorde Naboth(vrucht) en ontnam daarmee zijn verdere geslacht haar vruchten.

Daarom, omdat God ons heil voor ogen heeft, waarschuwt Hij zo dringend voor de tempelhoer Izebel.
Nemen we deze waarschuwing ter harte?
Wanneer we zijn oproep de hoer Izebel uit ons midden weg te doen negeren, zal Hij ons ook wegdoen van voor zijn aangezicht.
Hij zal ons op het ziekbed gooien en de kandelaar weg nemen.
Hij zal ons uit zijn mond spugen!

Misschien denken we nog dat het best wel meevalt.
Maar durven we ons als kerk eerlijk de vraag te stellen welke vruchten we dragen?
Dragen we nog wel vrucht?
Of worden we zo in beslag genomen door het aanbidden van de tijdgeest dat we nog koud nog warm worden van Jezus’ bonzen op zijn eigen deur?
Gaat het ons in onze vergaderingen om Gods eer of om allerlei bijzaken die niets te maken hebben met vrucht dragen?
Is de tijd die we aan het ene na het andere evenement organiseren werkelijk bedoeld om ons dichter bij God en Zijn heerlijk Woord te trekken?
Hebben we nog wel behoefte om gewoon stil aan Zijn voeten te zitten en daar te luisteren naar Zijn stem?
Snakt ons hart naar intimiteit met de gekruisigde en opgestane Heer, Jezus Christus?

De klimaatsverandering en de toenemende droogte van ons eigen land heeft ons als kerk waarschijnlijk meer te zeggen dan dat het de wereld te zeggen heeft.
Daarmee kunnen we tevens de vraag van Eva Jinek beantwoorden: ‘hebben we er zelf invloed op?’

Ja, dat hebben we, omdat we Jezus hebben!
We hebben Hem en Zijn Woord.
Hij is zelf het Woord.
Hij is de Weg en het Leven!
Als kinderen van God Zijn we het aan de in nood zijnde wereld om ons heen verplicht vrucht te dragen.
Opdat iedereen zal zien wie Híj is, onze Jezus de Messias.
De Redder van de wereld!

Daarom is het zo nodig IN HEM te blijven.
Hij staat beladen met cadeaus, goud, witte klederen en ogenzalf aan onze deur te kloppen, smekend om binnen gelaten te worden.
Niet om ons om de oren te slaan, maar om samen met Hem maaltijd te houden.
Wie verlangt er nou niet naar om omhangen met goud, gekleed in het zuiverste wit, de blinde ogen geopend, met de Koning der Koningen aan tafel te gaan…
Mooier kun je het niet krijgen toch?

Ik bid dat we het licht van Jezus laten schijnen op het klimaat in onze kerken.
Ik bid dat we ons bekeren van het aanbidden van de geest van de wereld, hebzucht, eigenliefde, eigengerechtigheid en vruchteloosheid.
Ik bid dat we terug keren naar het Woord en zijn getuigenis.
Ik bid dat we ons gezamenlijk voor de Heer en Landman verootmoedigen.
Ik bid dat we de wereld om ons heen de echte oplossing voor het klimaatprobleem laten zien.
Wat zal het een geweldig getuigenis zijn wanneer we net als Elia eendrachtig gaan bidden om regen!
God zelf belooft verhoring op het gebed van de Rechtvaardige.

De geschiedenis van het volk Israël leert ons ook dat God zich laat verbidden en genade toont, wanneer zijn volk voor Hem de knieën buigt.
Hij is het aan zijn eigen verbond met ons verplicht, dus kan Hij niet niet anders dan in zijn Zoon overvloedig genadig te bewijzen.

Zegt het voort!

Vorige week sprak een jonge man me aan n.a.v. mijn tatoeage.
Ik vind het bijzonder leuk dat ik daardoor de kans krijg tot een gesprek over mijn God en Vader en zijn Zoon, Jezus Christus.
Iemand stelt een vraag, en ik mag het antwoord geven.

Ik vertelde hem de betekenis van mijn tatoo:’ De Heer is mijn Herder’ en dat Jezus mijn allerbeste vriendje is.
‘He is the best!’
Ik vroeg Anouar of hij Jezus kende wat niet het geval was.
‘Zou je iets over Hem willen weten?’ vroeg ik.
Ja, dat wilde hij wel!
We maakte een afspraak, en wat ik vermoedde bleek ook zo te zijn, Anouar is moslim.
Ik wilde daarom eerst van hem weten wat dat voor hem betekent.
Vaak geeft deze vraag aan de ander stellen veel openheid.
Bovendien hoor je in het luisteren naar de ander handvatten om zelf daarna op in te gaan.
Zo ook deze keer: Anouar vertelde dat hij zijn best doet een goed moslim te zijn, maar ja, hij maakt natuurlijk ook fouten…
(Hmmm, waar hoorde ik dat eerder?)

Wat voel ik me dan bevoorrecht om Anouar te vertellen dat zonde voor Jezus geen issue meer is.
We hadden een bijzonder leuk gesprek.

Ik vroeg hem of hij christenvrienden heeft, en ja, die heeft hij, en of zij het wel eens met hem over Jezus hebben.
Nee, dat niet, maar ze hebben respect voor elkaars geloof.
Des te langer dat nagalmt, des te meer begint mijn heilig bloed te koken.
Respect voor elkaars mening, respect voor elkaars geloof, wat houdt dat in dan?

Stel ik ben met nog honderden mensen in een hoog appartementengebouw waar brand uitbreekt.
In tegenstelling van wat normaliter iedereen doet, hoor ik van één van de brandweermannen dat ik niet naar beneden, maar naar boven rennen moet.
Hij draagt me met klem op de anderen te waarschuwen en desnoods te dwingen de tegenovergestelde weg te nemen.
Ik haast me daarom naar het trappenhuis, waar alle anderen in blinde paniek de trap naar beneden willen nemen.
‘ Ach, iedereen heeft een mening, daar moet ik respect voor hebben’ denk ik, waarna ik zelf de trap naar boven neem.’

Onzin natuurlijk, ik ben het aan de anderen verplicht hun de waarschuwing van de brandweer te vertellen en ze de juiste weg naar redding te wijzen.
Wanneer ik dat niet doe, zal ik later medeverantwoordelijk gehouden worden voor de vele doden die ik willens en wetens de weg naar boven onthouden heb.

Toch is dat wat we als christenen heel normaal vinden, respectvol zelfs.
Maar ik heb moeite met dat soort respect.
Respect voor de ander betekent toch ook dat ik het niet verdragen kan dat diegene verloren gaat?
Uit respect wijs ik hem er dan toch op dat de trap naar beneden de dood betekent?

Of moet ik respect hebben voor de leugens van de afgoden?
Kan ik als christen gewoon toekijken hoe bv. Anouar zich rot rent in de ratrace van schuld, schaamte, je best doen, weer de fout ingaan, enz. enz.
Nee, ik kan dat niet, dus heb ik uit respect voor Anouar gewoon ronduit gezegd dat al doet hij nog zo zijn best, hij er nooit komen zal.

Maar vooral uit respect voor mijn Jezus.
Ik ben namelijk zó ontzettend trots op Hem, en daarom wil ik Hem graag delen met anderen.

Toch nog even over dat de ander zijn mening of geloof respecteren.
Is het niet gewoon onmacht, schaamte en gène wat ons weerhoudt te getuigen van Jezus onze Heer?
Wanneer we daar eerlijk over durven zijn kom je er achter dat ook dat voor Jezus geen probleem hoeft te zijn.
Hij belooft ons zelf dat we niet bang hoeven te zijn, omdat Hij ons immers de Heilige Geest gegeven heeft?

Wellicht zit onze belemmering ook in precies hetzelfde wat Anouar zegt; ‘ik maak natuurlijk nog wel fouten, al doe ik nog zo mijn best.’
Als christen rennen we zelf nog zo vaak het rondje in de ratrace.
Wanneer we ons volkomen verlost weten, precies dat waarom Jezus; ‘het is volbracht’ riep, ontkracht dat meteen ons eigen bedachte excuses.
Juist het leven in de vrijheid van de schuldvrije ruimte, zet ons aan met vreugde te getuigen van onze Verlosser en Heer.

Jezus is tevens behoorlijk radicaal wanneer Hij zegt:

‘Want wie zich voor Mij en Mijn woorden geschaamd zal hebben, voor hem zal de Zoon des mensen Zich schamen, wanneer Hij zal komen in Zijn heerlijkheid en in die van de Vader en in die van de heilige engelen.’
‭‭Lukas‬ ‭9:26‬ ‭HSV‬‬
https://www.bible.com/1990/luk.9.26.hsv

Maar zeg nou zelf, waarom zouden we ons schamen voor een Vader, die er alles aan gedaan heeft ons de meest fantastische bruidegom voor te stellen?

As I already said, He is the best!

Vallen en Vliegen.

Vanmorgen zag en luisterde ik een interview met de schrijfster Manon Uphof n.a.v.haar nieuwe boek; Vallen is als vliegen.
Om te vertellen waarover het boek gaat blokkeert me meteen.
Na iets verteld te hebben over het gesprek met Manon zal ik je zeggen waar mijn eigen blokkade zit.

De aanleiding voor Manon om dit boek te schrijven is de zelfgekozen dood van haar zusje.
Manon Uphof zegt daarover dat dit overlijden voor haar zelf niet meer dan een mededeling was.
Daarna ging ze op zoek naar de reden waarom ze de emoties rond de dood van haar zus niet binnen liet komen.

Ze verteld daarover dat ze in dat proces overvallen werd door een overweldigende hoeveelheid verdriet omdat ze niet in de gaten heeft gehad dat ze haar zus allang uit haar leven had weggedaan.
Ze had haar zus op veilige afstand gezet omdat ze niet geconfronteerd wilde worden met het verhaal van die zus.
Het was namelijk haar eigen geschiedenis.
Een verleden van seksueel misbruik en intimidatie in het gezin waarin ze opgroeide, wat ze het liefst zo ver mogelijk van zich af wilde stoten.

Door deze ontdekking werd weer een andere nog pijnlijker laag bloot gelegd.
Manon zegt: ‘Wanneer je niet in staat bent je eigen geschiedenis onder ogen te zien brokkelt ook je vermogen om verbinding met de levende buitenwereld te maken af.’

Ze zegt over slachtofferschap dat
slachtoffers zelf ook zo’n afkeer van het slachtoffer zijn hebben.
Er is weinig eer aan te behalen.
Je krijgt al gauw het verwijt: ‘verschans of verschuil je niet in je slachtoffer rol’
Ten tweede: De ander wil je vaak graag in de slachtofferrol houden, en geeft je geen ruimte om daarbuiten nog iets anders te zijn dan dat slachtoffer.
In beide gevallen lijkt men een excuus te hebben zich te distantiëren van het slachtoffer.

Ik herkende veel in wat ze vertelde.
Het is inderdaad zo dat de woorden van je verhaal hardop uitspreken niet alleen voor jezelf een confrontatie is met een verleden dat je het liefst ontkend, het is tevens een confrontatie met de buitenwereld die vaak ook het liefst je verhaal ontkent.

Wanneer dat verhaal wordt ontkend ontkend men in feite je bestaan.
Angst voor die ontkenning doet je daarom zwijgen, waarmee je je zelf ontkend.

In beide situaties gaat het om ontlopen van een bepaalde verantwoordelijkheid.
Naar jezelf om je eigen angst en schaamte onder ogen te zien en daar wat mee te doen.
Voor de ander om zijn verantwoordelijkheid je broeders hoeder te zijn.

Waarom ik niet meteen met de deur in huis val waarover het boek van Manon gaat is, omdat ik weet dat het overgrote deel van de lezers meteen afhaakt wanneer je de woorden ‘seksueel misbruik’ in de mond neemt.

Ondanks dat recherche, opsporingsdiensten en de media meer bevoegdheid en openheid proclameren, zwijgt men er het liefst over.
Niet alleen in de maatschappij, ook in de kerk.
Ik zeg dit omdat ik het zelf ondervind.

Wanneer ik mijn eigen angst voor afwijzing voorbij ben durf ik soms iets over mijn verleden met een pedofiele echtgenoot te vertellen.
Vaak is het zo dat dan meteen de sfeer verkilt.
Haast niemand wil het weten.
Het is een te schokkende waarheid die men het liefst ontkend.
Ik ook, alleen deze wereld is ongevraagd mijn leven binnen gedenderd.

Wat bijzonder pijnlijk is;
het afwijzen van een verhaal als dat van mij en duizenden anderen met mij, is een afwijzing van mij als persoon.
Net zoals Manon haar zus weg deed word je als slachtoffer van seksueel misbruik, in welke vorm dan ook, weg gedaan.
Het gevolg daarvan is, dat het probleem blijft bestaan.
Dit is niet alleen een bedreiging van míjn bestaan, maar ook van de net-doen-alsof-het-niet-bestaat dove hoorder.

Laat ik een klein maar heftig voorbeeld noemen.
Ivm het voortdurend achtervolgd worden door mijn verleden, schreef ik een gebedsverzoek blog.
Ik vertel in het kort wat er speelt, en waarom ik een muur van gebed om me heen nodig heb.
Er zijn mensen die voor en met me willen bidden, maar er zijn er ook genoeg die daar geen gehoor aan geven.
Al dan niet gewoon tegen me gezegd, wat al een klap in het gezicht is, of stilzwijgend negeren.
Ik vraag me af; ‘ is de oorzaak voor het negeren van mijn vraag om gebed, negeren van eigen pijn en emoties?’
Ik vermoed het, waardoor ik daarom zelf op de knieën ga voor meer openheid tussen broers en zussen in Christus.

Ik schreef laatst een blog over klagen.
Dit n.a.v. een preek van Ds.Robert Roth over Psalm 88.
Wat ik in het praten daarover tegenkom is, dat er maar weinig mensen zijn die met je mee willen klagen.
Mee gaan huilen.
‘Je moet stoppen met klagen want je moet niet zo in je slachtofferrol blijven hangen,’ is een veel gehoorde reactie.

Wat Manon Uphof beschrijft komt op hetzelfde neer als wat ik zelf ervaar.
Vandaar dat het me zo raakte.
Het is mijn eigen zoektocht naar wat ik aan emoties mag en durf voelen.
Het is mijn eigen confrontatie met de hardheid van een wereld waarin veel ruimte is voor verhalen van bv oorlogsslachtoffers(en terecht)
Een zielig oorlogs of helden verhaal is veel gemakkelijker aan te horen omdat het zich meestal buiten het eigen veilige huisje-boompje-beestje leven afspeelt.
In werkelijkheid is er maar bitter weinig ruimte voor het verhaal van een meisje dat door haar vader, broer, opa, oom of leraar seksueel misbruikt is.
Terwijl deze gebeurtenissen zich misschien in je eigen huis afspelen, maar zeker in dat van één van je eigen familieleden of buren in de straat.
En, ook in de kerk…

Manon deed een zeer opmerkelijke uitspraak;
‘ sexueel misbruik is een bezetting van het eigen denken en functioneren.
Het is een verdergaande intimiteit dan elke andere intimiteit’
Het is een zeer pijnlijke waarheid…

Toch staat boven deze afschuwelijke waarheid de Waarheid zelf.
Deze Waarheid is niet maar zo een bewering of quote, het is een persoon; Jezus Christus en die gekruisigd.

Het doet me daarom des te meer verdriet dat we als broers en zussen, de familie in Jezus, eigen pijn en elkaars pijn negeren.
In feite wordt daarmee het heilzaam offer van onze Heer en Heiland genegeerd en afgewezen.

De intimiteit van het leven met Hem, de Gekruisigde en opgestane Heer, het Lam op de troon, doet elke andere intimiteit, goed of slecht, verbleken.

Vermalen.

Na jaren in een fout huwelijk gevangen te hebben gezeten had ik eindelijk de moed me daaruit los te maken.
Nadat een psychiater me de ogen opende door me te vertellen dat mijn man een narcist was, brak pas echt de hel los in wat ik daarvoor al als een hel ervaarde.

Binnenhuis leefde ik een eenzaam bestaan.
Ik werd geminacht, genegeerd en mishandeld.
Toen ik eindelijk de moed had daar buitenshuis over te vertellen gebeurde precies het tegenovergestelde van wat je verwachten zou.
De gelederen sloten zich, omdat niemand geloofde wat ik aan afschuwelijke dingen te vertellen had.

Alhoewel de recherche me waarschuwde voor de wraakneming van de narcist was ik niet voorbereid op de genadeloze afrekening van de man die me eens had beloofd trouw te zijn tot de dood.
Ik werd doelbewust geïsoleerd, totdat zelfs de kerk me buitensloot.

Doordat iedereen mijn waarschuwing in de wind sloeg werd de narcist de mogelijkheid geboden me totaal te ruïneren.
Ik ondervond zelf hoe het is om asielzoeker te zijn in eigen land.

Nadat ik ver weg uit die situatie een eigen huisje kreeg kwam ik erachter dat ik nog lang niet van deze man af was.
Met deze verschrikkelijke gevolgen moet ik iedere dag dealen.

Het frustrende van deze situatie is, het gebeurt legaal!
Mijn enige misdaad is dat ik in gemeenschap van goederen getrouwd was.
Op die manier kan een expartner zich legaal en dus ongestraft wreken op de ander.
Toen ik me los maakte uit de geweldsspiraal van mijn huwelijk met een narcist en pedofiel kreeg ik te maken met een falend rechtssysteem dat me geen enkele bescherming bood.
Dit zelfde systeem werd mijn volgende gevangenis, en zet me al jaren het mes op de keel door me te blijven achtervolgen met de concequenties van hun eigen falen me niet te beschermen tegen deze man.
Omdat toen niemand me hielp, is me bewust en weloverwogen een enorme schuld opgelegd.
Het toen falende systeem weet nu wel míjn deur te vinden en wanneer ik niet open doe trappen ze die gewoon in.
Ik heb als het ware geen deur meer, de schuldeisers zijn in feite de baas over mijn huis, bankrekening en brievenbus.
Ik overdrijf niet wanneer ik zeg dat ik een rechtenloos iemand geworden ben.
Het systeem dat de deur dicht deed toen ik hun hulp nodig had, biedt me nu hulp door me afhankelijk van hun systeem te maken.
Mijn enig recht is de hand op te houden en ‘dankuwel’ te zeggen.
Door me van loket naar loket te verwijzen ben ik in een systeem van stapelingeproblematiek terecht gekomen, waarvan het de bedoeling is steeds meer afhankelijk van dat systeem te worden.
Bewust!
Er wordt namelijk veel geld aan me verdiend!
Achter elk loket zit iemand die aan mijn nood naar de Voedselbank te moeten zelf een dikke boterham verdiend.

Van mij wordt verwacht dat ik murw geslagen mijn hoofd buig voor dit systeem.
Maar ik kan dat niet!
Ondanks dat ik door iedere instantie die ik nu om hulp vraag gewaarschuwd word me niet tegen het systeem te verzetten, weiger ik me te voegen in deze nieuwe wurggreep.

Laatst zei iemand;’ vecht er niet tegen, want je wint het toch niet.
Laat het systeem voor jou werken!’

Dat zou dus betekenen dat ik als afhankelijk van het systeem gemaakt me nu moet onderwerpen aan degene die me destijds lieten stikken.
Het gevolg is dan toch dat ik me in een alsmaar ronddraaiende cirkel van manipulatie bevind?
Destijds in dat van een narcistische partner, nu in dat van een falend rechtssysteem.
In beide gevallen ben ik de verliezer.

Het feit dat ik me een kind van God weet versterkt mijn verzet tegen dit onbarmhartig genadeloos kille systeem.
Ik weiger me te buigen voor dit beeld, omdat ik maar voor één God door de knieën ga, de God en Vader van de Here Jezus Christus.

Waar ik om bid is dat het systeem zich voor mijn God zal buigen.
Omdat ik Zijn kind ben verwacht ik dat Hij me uit deze gevangenis bevrijden zal.

Ik moet me binnenkort weer verantwoorden bij de rechtbank.
Ik bid dat ik eindelijk eens gehoord word en de rechter zíjn verantwoordelijkheid neemt en me vrij spreekt van een misdaad die ik niet begaan heb.

Bid met me mee alsjeblieft.
Bid voor me dat ik tussen de molenstenen van dit falend rechtssysteem niet vermalen word.
Bid om genade en vergeving voor degene die me met liefde tussen hun kaken verslinden willen.
Bid om recht.
Dank vooral, omdat God goed is!

Psalm 56
Wees mij genadig, o God, want de sterveling wil mij opslokken; de hele dag onderdrukt mij de bestrijder. Mijn belagers willen mij de hele dag opslokken, want ik heb veel bestrijders, o Allerhoogste!
Op de dag dat ik vrees, vertrouw ík op U.
In God prijs ik Zijn woord, op God vertrouw ik, ik vrees niet; wat zou een schepsel mij kunnen doen?
De hele dag verdraaien zij mijn woorden; al hun gedachten zijn tegen mij ten kwade.
Zij scholen samen, zij verbergen zich; zij letten op mijn voetstappen, omdat zij loeren op mijn leven.
Zouden zij bij zoveel onrecht vrijuit gaan? Stort de volken neer in toorn, o God! Ú hebt mijn omzwervingen geteld; doe mijn tranen in Uw kruik.
Staan zij niet in Uw register? Dan zullen mijn vijanden terugdeinzen, op de dag dat ik roep.
Dit weet ik: dat God met mij is. In God prijs ik het woord, in de HEERE prijs ik het woord.
Ik vertrouw op God, ik vrees niet; wat zou de mens mij kunnen doen?
O God, op mij rusten geloften, aan U gedaan; ik zal ze aan U met dank zegging nakomen.
Want U hebt mijn ziel gered van de dood – hebt U niet mijn voeten voor struikelen behoed? – zodat ik voor Gods aangezicht zal wandelen in het licht van de levenden.’

‭‭Psalm‬ ‭56:2-14‬ ‭HSV‬‬
https://www.bible.com/1990/psa.56.2-14.hsv

Onbetaalbaar voor niks.

Het kan je benauwen of verheugen dat voor de Heer onze God niets verborgen is.
Persoonlijk ben ik er erg blij om omdat daarin tevens Gods Genade zo zichtbaar wordt.

Dat Genade niet vanzelfsprekend is bewijst de volgende geschiedenis.

Het overspel van David met Bathseba is een bekend verhaal.
Uit angst dat zijn zonde aan het licht kwam liet koning David Uria, de man van Bathseba zelfs doden!

Stel dat deze opstapeling van zonde verborgen was gebleven, dan had David daar zelf voor moeten boeten.
Maar gelukkig; God kon dit niet over zijn kant laten gaan.
In het Paradijs had Hij al beloofd de zonde de nek om te draaien dus toen David zijn zonde onder het spreekwoordelijke kleed veegde, gedacht God aan Zijn verbond met de mens.
Hij was het aan Zichzelf verplicht David op het matje te roepen, niet om David de nek om te draaien, maar een voorproefje te laten zien van zijn belofte Satan de kop te vermorzelen.

Stel je voor dat je net als Nathan van de Heer de opdracht krijgt de koning op zijn zonde te wijzen.
De Here God geeft je als het ware een bezem om het verstopte vuil vanonder het tapijt tevoorschijn te vegen.
Dat gebeurd ook in het paleis van koning David.

Dan sta je als de machtigste man van het volk behoorlijk in je hemd!
Niet letterlijk, zoals toen hij zonder schaamte dansend van vreugde voor de ark van het verbond uit ging.
Net zomin letterlijk als toen David zijn koninklijke mantel in de hoek gooide en zich schaamteloos overgaf aan zijn wellust voor de vrouw van een ander.

Wat zal David zich naakt gevoeld hebben toen Nathan’s beschuldigende vinger naar hém wees; ‘gij zijt die man!’

Maar oh, wat begint hier Gods genade al te schitteren.

Paulus schrijft vele jaren later:

‘Waar de zonde meerder geworden is, daar is de genade veel meer overvloedig geweest;’
‭‭ROMEINEN‬ ‭5:20‬ b. SV-RJ‬‬
https://www.bible.com/165/rom.5.20

Genade is geen bezem waarmee het vuil onder het kleed geveegd wordt, genade is juist het tegenovergestelde.
De bezem moet erdoor!
Waar zonde geen zonde meer genoemd wordt, hollen we ook de genade uit.
Genade betekent niet zand erover.
Genade eist bloed.

Dat zien we ook bij David.
Wanneer hij zijn zonde belijdt kantelt de geschiedenis zoals die al in Jezus kruisdood voorzegd was.

We lezen:

‘Toen zei David tegen Nathan: Ik heb gezondigd tegen de HEERE. En Nathan zei tegen David: De HEERE heeft ook uw zonde weggenomen; u zult niet sterven.’
‭‭2 Samuel‬ ‭12:13‬ ‭HSV‬‬
https://www.bible.com/1990/2sa.12.13

Wat een genade; God was niet uit op de dood van Zijn vriend David, God was uit op de dood van Zijn eigen eniggeboren Zoon; Jezus.
Hij stierf als de beloofde Messias uit het geslacht van David de meest smadelijke dood en betaalde daarmee de prijs voor Davids zonde.
Jezus hing zelf naakt aan het kruis, om daarmee de naaktheid van zijn aartsvader David met de mantel der gerechtigheid te bedekken, koninklijker dan elk hermelijnen gewaad van welke vorst ook.

Genade is niet goedkoop!
Genade is als een kostbaar geslepen diamant.
In het donker is het een gewoon stukje glas, maar pas wanneer het licht van de zon haar spel met de facetten speelt, beneemt de schittering je de adem.
Zo is het ook met de zonde.
Wanneer zonde niet in het licht wordt gezet, blijft de schittering van Genade verborgen en blijven we zelf in het donker dolen.
Zonde van haar betekenis ontdoen, ontdoet ook Genade van haar betekenis.

Zonde is je doel missen, voorbij gaan aan de liefde van Jezus.
Wanneer zonde geen zonde meer is, beroven we onszelf van het mysterie van de Goddelijke Genade, en wordt Genade een holle klank.
God zelf nam de zonde zo serieus dat het Iemand de dood moest kosten, Zijn eigen Zoon.

Genade betekent ook dat God ieder mens zelf de keus laat.
Gelukkig koos David voor Genade om niet.
Zijn zonde op Jezus;
Jezus gerechtigheid op David.

Mijn zonde op Jezus;
Zijn gerechtigheid op mij…

‘Houdt u ook zo van de Here Jezus?’

Gisteren fietste ik naar de stad en zei tegen de Heer dat ik aan mensen wilde vragen; ‘houdt u ook zo van Jezus?’
Eerst zat ik met een oudere vrouw aan een tafel in de Kringloop.
Ze had een hoesje om haar mobiel met zo’n boedah kop.
Bah wat een lelijkerd!
Maar wel een mooi linkje naar De Vredevorst.
De vrouw vertelde veel verdriet en pijn.
DankUHeer dat ik haar over U, de trooster en echte rust mocht vertellen.
Ik bid voor haar.

Daarna kwamen twee oudere dames aan tafel zitten.
‘Houdt u ook zo van Jezus?’
‘Ja, ik ga iedere zondag naar de kerk…’
‘Maar ik vroeg u niet of u naar de kerk gaat.’
Mooi, om een vraag te stellen die nog nooit iemand gesteld heeft; ‘houdt u ook zo van de Here Jezus?’

Daarna ging ik op het plein naast een jonge vrouw zitten.
Er voer een feest-sloep voorbij met meiden waarvan er eentje binnenkort trouwen gaat.
Mooi opstapje naar de vrouw naast me of ze ook verliefd is?
‘Nee ik ben niet verliefd’
Leuk gesprekje over Iemand die stapelverliefd op háár is; Jezus.

Daarna kwamen een moeder met dochtertje naast me zitten.
Ze kwamen uit het Oosten en waren naar Corpus geweest.
Ah…’ben je ook zo trots op de Here God die jou zo mooi gemaakt heeft?’
Grappig dat de moeder daarna tegen haar dochtertje zei; ‘misschien weet die mevrouw wel een antwoord op die vraag waarop dominee je geen antwoord geven kon?’
Meisje verteld dat ze aan dominee had gevraagd waarom Goede Vrijdag Góede Vrijdag heet, want het was toch heel erg dat de Here Jezus dood ging?
Dominee wist het ook niet…
‘nou, dan ga ik het jou vertellen, en daarna ga jij het aan dominee vertellen, zullen we dat afspreken?’

Ik vertelde haar in eenvoudige woorden wat ik zelf door de preken van Fleming Rutledge heb geleerd;
Over God de Vader die zó verlangde naar een nieuwe schepping zonder zonde, dat Hij daar zijn Zoon voor offeren moest.
Over Jezus de Zoon, hoe Hij aan het kruis een complete niets en niemand moest worden.
Over hoe Vader, net zoals Hij in Genesis uit het niets hemel en aarde schiep, nu uit het niets een nieuwe schepping schiep.
Jij en ik!
En dat het daarom Góede Vrijdag heet, omdat daar, bij het kruis het bevrijdingsfeest begint!
‘En weet je wat Hij zegt over jou?
Zeer goed gelukt
Zó blij is Hij met jou!’
Geweldig, ze was supertots op iets wat zij nu wel weet en dominee niet!
Ik zei; ‘als het nou weer Goede Vrijdag is, mag je eerst stil en eerbiedig zijn, omdat het inderdaad heel erg is dat de Here Jezus voor onze zonden gestraft moest worden.
Maar daarna mag je dansen en zingen want Goede Vrijdag is het allermooiste feest!’
Moeder klopt dochtertje blij op de knieën en zegt; ‘zijn we hier niet voor niets gaan zitten!’

Ha ha, ik mocht een jonge Evangeliste op pad sturen!

DanUJezus.