De catacomben en de voedselbank.

Gedreven door verlangen naar een kerk zoals de eerste gemeente, waar onder het krachtig getuigenis van de opgestane Heer, iedere dag gelovigen werden toegevoegd, schreef ik in juni 2019 over mijn ervaring kerk/voedselbank.
In feite deelde ik in mijn blog pijn over gemis, niet zozeer van goed eten en daarom dankjewel moeten zeggen voor minder, maar vooral over gemis van het getuigenis van de opgestane Heer.
Er is me vaak gezegd dat verlangen naar hoe het in de eerste gemeente was, een utopie is, dromen over iets dat simpelweg niet mogelijk is.
Het komt me nog steeds over als, hoewel de schatkamers wijd open staan, ik dankjewel moet zeggen voor minder of goed genoeg.

We zijn bijna 2 jaar verder en mijn hemel, sinds vorig jaar leven we in een compleet andere wereld waarin het ondenkbaar geworden is opgepropt tussen hoofdzakelijk onzichtbaar achter boerka gesluierde medemensen te wachten op je beurt bij de voedselbank.

Ondanks dat, of liever gezegd, mede daarom, droom ik meer dan ooit van zo’n kerk, een gemeenschap waarin de gekruisigd en opgestane Heer Jezus Christus centraal staat.
Een Handelingen 4 kerk, waarin de onderlinge liefde zoals beschreven in psalm 133 niet alleen bezongen maar geleeft én beleeft wordt.

Pas de laatste tijd realiseer ik me dat er nogal wat concequenties kleven aan lid zijn van zo’n kerk.
De geschiedenis leert immers ook dat het krachtig getuigenis van de opgestane Heer vooral bij de godsdienstleraars van de gevestigde kerk irritatie opwekt.
Een ergernis die aan het begin van de kerkgeschiedenis uitmondde in vervolging van Jezus’ dood en opstanding belijdende christenen.

Tijdens een rondleiding in nagemaakte catacomben, ondergrondse gangen waarin gekovigen uit de eerste eeuw niet alleen hun overledenen begroeven, maar ook hun samenkomsten vierden, proefde ik een fractie van de ernst van deze vervolging.
Tot die tijd had ik daar een nogal geromantiseerde voorstelling van.
Maar de gids verhaalde een heel andere werkelijkheid: groot en klein stond met de voeten in de modder en het lijkvocht van hun in nissen begraven doden.
En toch, de lieflijke geur en de kracht van het Evangelie oversteeg de stank van ontbinding en verlichtte de ondergrondse duisternis.
Mede door de vervolging
verspreide het Goede Nieuws zich over heel de wereld en doorboorde eeuwen later mijn eigen hart.

Maar vervolging, nee ik weet niet wat dat is.
Mijn bed staat immers niet ergens ver weg in China, Noord Korea of één van de streng Islamitische landen waar vervolging van christenen aan de orde van de dag is?

Vandaag las ik mijn blog over de voedselbank nog eens door.
Zoals gezegd, de wereld is verandert, de regels en voorschriften voor toegang tot de voedselbank ook.
Maar heeft het krachtig getuigenis van de opgestane Jezus, de kerk uitdeler van het brood des levens gemaakt?
Staan de deuren wijd open voor de wereld in nood?
Is de kerk bereid om omwille van dat krachtig getuigenis vervolging te riskeren?

Is het niet juist omdat er allang geen getuigenis van de kerk meer uitgaat, deze ook geen vervolging te verwachten heeft?
In de afgelopen decennia is de overheid onderdanig immers compromis op compromis gesloten, dus wat zou er te vrezen zijn?

Anders is het wanneer je als eenling nog vragen durft stellen.
Vragen die gebaseerd zijn op die ene vraag: ‘hoe staat het met het getuigenis van de opgestane Heer?’
Dat deze vraag fnuikend en gemener dan ooit uitsluiting door de gevestigde orde betekent, ondervinden individuele christenen (nu nog) in het klein.
In het groot ondervindt een hele kerkgemeenschap als Grace Life Church in Canada dat, waar de overheid gebood in het duister van de nacht een driedubbel hek om het gebouw te plaatsen en zo gelovigen de toegang te beletten.
Een kerk in het vrije westen die ‘ondergronds’ moet gaan!
De tekenen wijzen er op dat dit soort maatregelen tot het nieuwe normaal gaan behoren ook, (of vooral) in de kerk.

Je kunt je afvragen wat voor geheim daar dan bedekt moet blijven?
Wel, het krachtig getuigenis van het verbroken Lichaam en verlossend Bloed van onze Here Jezus Christus!
Alsof een door de machten van de duisternis aangedreven overheid deze hemelse kracht aan banden leggen kan!

Ze hebben zeker nog nooit gehoord van een weg door de Rode Zee, vuur uit de hemel op de berg Karmel en het van boven naar beneden gescheurde gordijn voor het Heilige de Heiligen.

Het is aan God te danken dat er net als in de tijd van Elia, nog steeds een grote menigte verzameld is rond de Ark des Verbonds, de enig en ware gekruisigd en opgestane Heer Jezus Christus.
Het voorhangsel is gescheurd, wees welkom, belijdt uw zonden, eet van het brood des Levens en drink uit de beker der dankzegging.
Leef!

Voor wie ben ik naaste wanneer ik me niet laat prikken?

Omdat ik pleit op het bloed van Jezus, mijn beste bescherming en medicijn het proclameren van Ps.91 is, ik meer geloof aan de voorschriften van Jezus aangaande ziekte en gezondheid hecht dan aan die van het RIVM, ben ik door medechristenen een gevaar voor de volksgezondheid genoemd, is me anti-vaccin gebrabbel verweten, is me gezegd dat ik erg diep gezonken ben, heb ik vaak gevoeld dat mede christenen me met het grootste gemak naar zo’n anti-vax kamp zouden sturen en ben ik voor moordenaar uitgemaakt.
Ik word met ‘liefde op afstand gehouden’, vriendschappen zijn beëindigd, alleen maar omdat ik niet zwijgen kan over wat Jezus in Zijn Woord ons omtrent samenkomen, Avondmaal vieren, lofliederen zingen, dopen, elkaar ontmoeten en broederlijk kussen, opdraagt.
Het wordt me door broers en zussen niet in dank afgenomen dat ik hun herinner aan de overwinning op zonde, ziekte en dood aan het kruis op Golgotha, waar Hij, de Zoon van God, iedere vijand onder onze voeten heeft geplaatst.
Pijn delen om de het door de kerk alleen laten van zieken en kwetsbaren en de steeds grotere wanhoop onder mensen voor wie de kerk onder de vlag: ‘naastenliefde’ haar deuren heeft dicht gedaan, het wordt achteloos weg gewuift, want dat virus moet toch bestreden worden?

Vandaag is daar een nog openlijker vorm van hardheid en haat bij gekomen, een medechristen zei me recht in het gezicht dat het terecht is dat ik straks niet meer kopen en verkopen kan.
Op mijn vraag of hij me dan eten komt brengen antwoordde hij zonder blikken of blozen: ‘Nee natuurlijk niet!’
Had ik dat vaccin maar nemen moeten!

Heer ontferm U over ons.

Kinderfeestje? Eerst even testen…

Onlangs sprak ik een (christen) moeder van 3 kinderen in de leeftijd 9-13 jaar.
Ik deelde haar mijn zorg over hoe vandaag kinderen opgroeien en de vraag hoe dat uit gaat pakken op latere leeftijd.
Alsof het de gewoonste zaak van de wereld is vertelde ze me het volgende:

Het jongste kind, een meisje is uitgenodigd voor een (Corona-proof) verjaardagsfeestje van een vriendinnetje, aanstaande week.
Maar ach wat een pech, ze is de vrijdag daarvoor wat snotterig!
Niet getreurd, om veiligheidsredenen en het feestje in de agenda moet het kind toch maar even getest worden.
Terloops verteld ze me dat het haast al een soort gewoon geworden is omdat ze hun kinderen voortdurend testen, want ja, beter het zekere voor het onzekere.

Ik moet me inhouden om niet te gaan schreeuwen van medelijden met de kinderen, woede om zoveel geloof in een leugen, machteloosheid om ouders die het normaal zijn gaan vinden hun kinderen de ene test na de anderen af te nemen.
Want stel dat hun kind een bron van besmetting zal zijn in de klas, op een kinderfeestje, in de buurt, de familie,
enz.

Werkelijk, ik begrijp niet waarom ouders niet (meer) door hebben wat ze hun kinderen aandoen.
De angst, onzekerheid en spanning
die gepaard gaat met wachten op de uitslag, stel je eens voor om zo op te moeten groeien!
Een snotneus is al reden genoeg tot paniek.
Dezelfde snotneus verteld het kind dat er iets niet goed aan haar/hem is en zoals Hugootje gezegd heeft, dat snotneusjes kan maar zo de zijn oorzaak van iemand anders dood.

Het nieuws vermeld dat de zelftesten niet aan te slepen zijn.
En dat terwijl de verpakking vermeld dat de staafjes gedesinfecteerd zijn met Ethyleenoxide.
Dezelfde stof is enkele jaren geleden reden geweest ontbijtgranen uit de schappen van supermarkten te halen omdat deze mogelijk hetzelfde ethyleenoxide, een
kankerverwekkende stof bevatten.
En nu steekt men met het grootste gemak zo’n met ethyleenoxide gedesinfecteerd stokje in de snotneusjes van onze bang(gemaakte) kinderen.

Bah, ik ben er al dagen misselijk van.
Straks krijgen al deze kinderen een vaccin, wat geen vaccin is maar een DNA veranderend experiment.
Het schijnt dat niemand zich daar meer druk om maakt dan alleen wat Wappies van wie het één na andere geloof in een complot, theorie aan het worden is.

Maar bovenal, in de Bijbel, het Woord van God staat de tijd waarin onze kinderen vandaag opgroeien al beschreven.
En toch zijn er ook onder gelovigen maar heel weinig Christen-Wappies die de tekenen van de tijd serieus nemen.
Dat is mijn grootst verdriet…

Liefde, vrijheid, geen dictatuur.

Liefde, vrijheid, geen dictatuur.

Vanaf dag één heb ik niet gelooft in de dramatiek waarmee ons vorig jaar het virus werd voorgesteld en heb me daarom ook nooit bang laten maken.
Ik beweer daarmee niet dat het niet bestaat, maar ben er van overtuigd dat het een middel was en is de wereld bevolking angst aan te jagen en zodoende onder controle te krijgen.
Betere vijand dan een onzichtbare vijand kun je niet bedenken en het overgrote deel van de wereld heeft het als waarheid aangenomen.

Angst maakt mensen blind voor de werkelijkheid, het verlamd en maakt dat men degene die bewust deze angst aanjaagt, lijdzaam gehoorzaamt.
Zij zijn als het ware meester over je gedrag en denken geworden waardoor je willoos de meest idiote opdrachten uitvoert.
Het maakt ook dat men niet meer op het idee komt zelf onderzoek te doen, met als gevolg dat de meest doorzichtige leugens klakkeloos voor waar aangenomen worden.
Bovendien zorgt deze angst en lijdzaamheid ervoor dat degene die nog wel in staat zijn waarheid van leugen te onderscheiden, als de vijand worden aangemerkt.

Het mondkapje is daarvan een goed voorbeeld; s’avonds vertelde men op tv dat het mondkapje tegen welk virus dan ook geen enkele bescherming biedt en alleen maar schijnveiligheid geeft.
Slim en sluw zei men er natuurlijk niet bij dat het mondkapje een proef is het volk te testen op gehoorzaamheid.

De list slaagde want tot mijn afschuw zag ik de volgende dag mensen met mondkapjes lopen! Alsof het een nieuwe modetrend is, ontstond spontaan een competitie om wie het mooiste en best zittend mondkapje naaien kan, waarop
menig vlijtig Liesje op Facebook trots een eigen gemaakt mondkapje van hetzelfde stofje als de rest van de outfit toonde.

Zonder na te denken heeft men zich geconformeerd met de leugen en heeft men zich willoos monddood laten maken, waarop het vervolgens heel gemakkelijk geworden is de weigeraars als de meest gevaarlijke bron van besmetting af te schilderen, mensonterende vernederingen te laten ondergaan en buiten te sluiten.
Onder de slogan: ‘we doen het voor de ander,’ en zoals de kerk zegt; ‘uit naastenliefde,’ sluit men de meest kwetsbare mensen op, of nog medogenlozer, laat men vaders, moeders, opa’s en oma’s alleen dood gaan.

Dat het nooit om een virus is gegaan is me gisteren nog pijnlijker dan daarvoor bewezen.
Ondanks, of meer nog, dankzij de verschrikkelijke beelden op het Malieveld van vorige week, was ik gisteren op het Museumplein in Amsterdam voor een vreedzaam samenzijn van ‘complotwappies.’
Vreedzaam, dat vooral, want het is vanaf het begin van deze demonstraties nooit de bedoeling geweest geweld te gebruiken.
Integendeel!
Ik hoef het verloop van de demonstratie niet te verhalen, er zijn gelukkig genoeg foto’s en verslagen van medestrijders op Facebook e.d. geplaatst.

Waar het me om gaat is dat ik ontdaan thuisgekomen ben, bezeerd tot in het diepst van mijn ziel.
Omdat wat ik al wist, maar tegen beter weten in steeds hoop dat het niet waar is en liever geloof dat ik mezelf wat wijs maak, we zijn, ik ben in een dictatuur belandt.

Het is dezelfde ervaring, dezelfde verbijstering en ongeloof als die ik beleefde in mijn huwelijk met een psychopaat.
Iedere keer dacht en hoopte ik dat het niet erger kon, waarna het vorige incident verbleekte bij een volgend nog schokkender voorval.
Omdat wat ik voor mijn eigen ogen zag gebeuren een niet te bevatten smerigheid was, kwam ik terecht in een soort niemandsland waar de scheiding waarheid/leugen steeds meer vervaagde.
Een doolhof waarvan de uitgang steeds weer verlegd werd, typisch het spel van een roofdier met zijn prooi.

Datzelfde ervaar ik sinds de eerste lockdown waarna ik er na gisteren nog meer op gewezen ben dat ik in een land leef waar me verboden is zelf na te denken, mijn mond open te doen, te gaan en staan waar ik zelf wil en zelf te beslissen of ik wel of niet ergens iets van vind.
In een jaar tijd is waarheid geworden waar de complotwappies al veel eerder voor waarschuwden, we leven in wat allang geen samenleving meer genoemd kan worden maar in een door machtswellustelingen gecontroleerd systeem.
Deze machten bedienen zich van exact dezelfde tactiek, retoriek en mechanismes als die waarmee ik in een huwelijk met een foute man onder de duim gehouden werd.
Het fnuikende van deze tactiek is dat de bedienaar daarvan de kunst verstaat je te laten geloven dat het je eigen schuld is wanneer het mis gaat.
Hoezeer je ook je best hebt gedaan te gehoorzamen, het is nooit goed genoeg dus zet je bij straf nog een tandje bij.

Zien we dat nu niet precies gebeuren in de maatschappij?
Neem b.v. weer het mondkapje, steeds meer gehoorzame burgers zijn zelfs bereid niet met 1 maar met 2 van die vieze lapjes hun neus en mond te bedekken en behandelen de weigeraars nog meer dan daarvoor als de vijand.

Omdat ik christen ben geloof ik in een waarheid achter de waarheid dat we voorgelogen worden.
Niet alleen zijn in een jaar tijd allerlei complotten de theorie van alle dag gebleken, de eindtijd waarover de Bijbel spreekt is meer een jaar geleden de werkelijkheid van vandaag.
Als kind van de enige ware God geloof ik daarom ook dat de duivel bestaat.
Zoals God Vader is van degene die van zichzelf getuigd dé Weg, dé Waarheid en hét Leven te zijn, Jezus Christus, de gekruisigd en opgestane Heer, zo is de duivel , Satan de vader van de leugen.
Als tegenstander van God en mensen, gebruikt hij zijn enige en uiterst geniepige list, misleiding d.m.v. een leugen die bijna op waarheid lijkt, de wereld in complete chaos te storten.
Het is hij aan wie die de machtigen der aarde hun ziel hebben verkocht waarop zij op hun beurt regeringsleiders als loopjongetjes van het kwaad hebben ingezet.

Omdat wat ik geloof gebaseerd is op waar de profeten, de apostelen en mijn Heer en Heiland, Jezus over geprofiteerd hebben, geloof ik, dat niet Satan, maar God de touwtjes in handen heeft.
Het geeft me rust in mijn ziel te weten dat Hij een plan A heeft en niet nog een plan B achter de hand houdt voor het geval plan A mislukt.
Wat Hij beloofd doet Hij, zonder dat Hij iets achter houdt mocht ik niet braaf en gehoorzaam zijn wetten opvolgen.
Ik kan dat ook helemaal niet, het is onmogelijk.
Maar halleluja, daar ligt meteen het antwoord, wat voor mij onmogelijk is, is bij God mogelijk.
In Zijn Zoon Jezus Christus ben ik vrijgekocht van iedere ongehoorzaamheid en straf, niemand kan mij nog scheiden van Zijn liefde.

Ik bid dat iedereen die in liefde opkomt voor de waarheid, díe Liefde ontdekken gaat!
Ik bid dat de dienaren van de wet, die ook alleen maar uit angst de buitenproportionele bevelen opvolgen, hun knieën buigen voor de enige echte Koning, Jezus.
Aan welke kant van de linie we ook staan, in Hem alleen ligt de oplossing van alle onrecht en chaos, Hij ís de oplossing!
Hij komt en zal komen om alles wat krom is recht te maken.
Alleen Hij is bij machte om het verlangen naar Liefde, Vrijheid en geen Dictatuur in vervulling te laten gaan.
Hij ís Liefde,
Hij ís Vrijheid.
In Zijn koninkrijk is geen ruimte voor dictatuur.

Ik zie uit!

Is uw paspoort getekend?

“Mensen groeien mee met de maatregel”
In eerste instantie begreep ik deze quote van Grapperhaus niet zo.
Maar na deze week een aantal mensen gesproken en beluisterd te hebben, kom ik tot de onthutsende ontdekking dat Grapperhaus gelijk heeft.
Want inderdaad, terwijl het mijn eigen verbijstering en ongeloof is die groeit, groeit de meerderheid mee in volgzame gehoorzaamheid en slaafse onderdanigheid aan op foute aannames en leugens gebaseerde maatregelen.

Met de groeiende verbijstering van mijn kant groeit ook de radeloze wanhoop en pijn om de weigering van mensen waar ik van houd, onder ogen te zien dat ze worden voorgelogen.

Vooral het zien van een interview met de Iraanse schrijfster Sjohreh Feshtali, heeft me bijzonder geraakt en terug gebracht in oude pijn om toegedekte leugens en smerigheid.
Zij vluchtte weg uit haar land en vond in Nederland een nieuw thuis.
Maar sinds corona ons is voorgesteld als de meest gevaarlijke bedreiging ooit, ziet ze met lede ogen aan hoe Nederland verandert in een nieuw Iran.

Het raakte aan mijn eigen trauma’s na een huwelijk met een psychopaat en pedofiel.
Nog niet eens zozeer dat afschuwelijke feit op zich, maar meer nog de wanhoop die volgde op mijn waarschuwende stem en schreeuw om hulp.
Werkelijk iedere deur waarop ik maar bonsde werd in het slot gegooid.

Net eender als Sjohreh Feshtali dat meemaakt in een steeds verdergaande ontwikkeling naar een dictatoriale staat, ervaar ik dezelfde pijnlijke emoties van weleer.
Te zien, te weten, te horen wat zich rondom je aan het ontvouwen is en toch maar zeer weinig mensen die je waarschuwing serieus nemen maakte dat ik toen wel eens dacht: ‘als hij jou kinderen te pakken heeft, zwijg ik ook.’
Nu denk ik vaak; ‘zoek het uit, wil je de leugen zo graag, kom straks niet jammeren wanneer je er door vernietigd wordt.’
Maar meer dan dat is het mijn houden van, een gezond onderscheidingsvermogen en een groot rechtvaardigheidsgevoel waarom ik medelijden voel voor de mensen om me heen.

Ook toen was het vooral pijnlijk en beschamend dat het niet zozeer de reguliere wereld is die je met het grootste gemak de rug toekeert, het zijn vooral je mede broeders en zusters die uit naam van niet mogen oordelen weigeren de leugen te ontmaskeren.

Maar ook dat ervaar ik nog niet eens als meest schrijnend
Veel ingrijpender en zeer tot op het bot is de pijn van het zeker weten dat deze verdraaiing van de waarheid een onrecht in stand houdt dat hen eens zelf zal overwoekeren.
Dit beschadigd niet alleen de kerk zelf maar doet het getuigenis van de opgestane Christus in een wereld die in rap tempo op de ondergang afdendert teniet.

Dat is precies wat ik zie gebeuren, toen en nu.
De kerk die destijds zonde van pedofilie en machtsmisbruik met zand bedekte i.p.v. het bloed van Jezus, heeft daarmee zichzelf onder het oordeel gesteld en moest een jaar later haar deuren sluiten.
De kerk van vandaag sloot na het binnenlaten van corona vrijwillig de deuren achter deze allang aan het kruis overwonnen vijand toe, waarna het oordeel van ziekte en dood volop voortwoekeren kon in de wereld daarbuiten.

Maar zoals Grapperhsus terecht opmerkt, de mensen zijn met de maatregel meegegroeid.
Wie zijn of haar pijn en verontrusting deelt over deze gang van zaken snoert men de mond met dat het toch evengoed fijn is om op zondag naar een veelal op zaterdag opgenomen stream te kijken?
We danken voor het vaccin, stellen voor de deuren van de kerk als GGD prikruimte open te zetten en daarna wordt toch alles weer normaal?

Mijn vraag aan diverse predikanten of straks de deur ook open gaat wanneer ik geen testbewijs of vaccinatie paspoort kan tonen, is tot nog toe alleen nog maar beantwoord als dat het inderdaad een interessant vraagstuk is, waarna het vervolgens verzand in allerlei wollige vaagheden.
Dat past dan natuurlijk weer precies in het straatje van een politicus als Grapperhaus.
Men is met hem meegegroeid in de leugen omhullen net eender als dat ook al in het Paradijs gebeurde.

Zoals ik de uitspraak van Grapperhaus beter ben gaan begrijpen, voel ik ook steeds meer mee met de pijn van Paulus wanneer hij uitroept: ‘oh uitzinnige Galaten, wie heeft u betoverd?’

Maar toch…met onuitsprekelijke vreugde en trots kan ik uiteindelijk nog maar één ding: mijn kruis opnemen Jezus achterna en me beroepen op het met Zijn kostbaar bloed getekend paspoort!

Link naar wat Sjohreh Feshtali te zeggen heeft:

https://youtu.be/hyHnNNd6Lz0

Link naar het lied ‘is uw paspoort getekend?’

https://youtu.be/jBvqvggiRMQ

Baas over m’n eigen lijf!

We leven in een tijd waarin de leiders van de wereld wetten in elkaar flansen die dat wat voorheen strafbaar was, tot rechtmatig handelen maakt

Opvallend in dit gegeven is dat de voorheen nog strafbare feiten volledig gebaseerd zijn op de levensbeschermende wetten en geboden van God.
Het boek Deuteronomium beschrijft heel duidelijk dat wanneer je die geboden opvolgt je jezelf onder de beschermende paraplu van Gods zegen stelt.

In feite is het omgekeerde aan de hand, wanneer het wetboek van strafrecht overtreding op die geboden legaliseert; de mens loopt daarmee ook weg onder Gods beschermende paraplu en stelt zichzelf daardoor onder de vloek.

Het vreemde van deze ombuiging van wetgeving is vooral dat wat Gods Woord tot gezond menselijk leven aanmoedigt, door de wetgevende macht van vandaag als zware overtreding vervolgt en bestraft en beboet wordt.

Een voorbeeld van deze omkering van recht en onrecht is de wet die het mogelijk maakt moord op meest kwetsbare naaste, het ongeboren kind, medisch handelen te noemen.
Deze wet heeft de meest veilige plek tot een rovershol gemaakt waardoor je zelfs daar, zonder recht op vervolging, je leven niet meer zeker bent.

Ten tweede wordt in de Bijbel ernstig gewaarschuwt voor seksuele immoraliteit.
Maar we leven in de tijd na de Verlichting en inmiddels is de lijst afkortingen tot aanduiding van onze vrijheden op sexueel gebied steeds langer geworden, waarbij ook het laatste taboe, sex met kinderen op de helling staat.

De Bijbel heeft voor bovengenoemde vrijheden een heel ander woord: zonde tegen het eigen vlees.
De Schrift zegt dat het een gruwel in Gods ogen is.
Maar volgens onze eigen wetten zijn we baas in eigen buik en baas over eigen lichaam.

Daarentegen is dat wat Jezus ons als leefregels voor een gezegend leven gegeven heeft: samenkomen, elkaar de hand opleggen, broederlijk begroeten met een kus, vandaag een strafbaar feit geworden zijn.
Overtreding daarvan levert vette krantenkoppen en zwaar belichtte items in het nieuws op.

De nieuwe vrijheden en wetten van onze huidige tijd triggeren me tot de volgende vraag;
Wat blijft er over van baas over eigen buik en baas over eigen lijf wanneer ik weiger een prik in míjn eigen lijf te laten zetten?

Gij zult niet doden…

Er moet me iets van het hart: daar waar in kerken het voorlezen van de 10 geboden een vast en onaantastbaar onderdeel van de zondagse liturgie is, wordt sinds de crisis het hardst gebeden om een vaccin.
Dezelfde kerken zien daarom de komst van het vaccin als verhoring op dat gebed en danken voor weldra weer terug te kunnen naar normaal.

Wie durft zoeken naar de waarheid komt tot de gruwelijke ondekking dat het nieuwe vaccin levende cellijnen van geaborteerde kinderen bevat.
Onschuldige baby’s vermoord in wat ooit de veiligste plek op aarde was, maar nu tot een rovershol van Satan is gemaakt.

Toch wordt in kerkelijk Nederland het vaccin tegen Covid-19 alom met tromgeroffel aangeprezen.
Maar hoe zit het vervolgens na de prik met de lezing van de 10 geboden?
Is dat na het prikje nog steeds zo normaal als nu?
Aan wie zullen we dat vragen, aan Mozes of aan Jezus?

Persoonlijk geloof ik dat de kerk na de prik heel veel genade nodig is!
Gelukkig zijn we dan bij Jezus aan het enige goede adres…

Nu zijt wellekome Bill of nu zijt wellekome Jezus?

‘Nu zijt wellecome’ zingt een oud Kerstlied.
Waar deze tekst aan ontleend is ontgaat me een beetje.
Alhoewel ook toen alle tekenen erop wezen dat er een invasie vanuit de hemel had plaatsgevonden, waren het alleen een paar arme herders die op kraamvisite gingen.
Zelfs toen een ster duidelijk de plek van de geboorte van de Messias aanwees, was het een stel buitenlanders die de moeite namen een verre reis aan te vangen om dit Kind te aanbidden.
Zowel de koning als de kerk wilden de Redder van de wereld ombrengen!
Hoezo, ‘Nú zijt wellecome!’
Zit de in nood en radeloos dolende wereld te wachten op Jezus?
Hoe zouden ze de weg ernaar toe moeten vinden, wanneer zelfs de kerk opgehouden is Kerstfeest te vieren laat staan uit te barsten in een welkomst lied ter ere van dit Kind?

Wie ziet er nog uit naar The Great Reset van onze Bruidegom, de Koning der Koningen?
Of wachten we met smart op het vaccin waarna we weer terug kunnen naar ‘normaal?’
Gezien de dank voor het prikje ben ik bang dat het dat laatste is.

Nu zijt wellekome Bill of Nu zijt wellekome Jezus?

Nog maar weer een keer rouw. (omdat het zo rauw is)

Vorige week had ik me ingeschreven voor een midweek in een pastoraal herstellingsoord.
Het verblijf was 3 dagen met als thema ‘Omgaan met verlies.’
Omdat het programma al vroeg begon en het voor mij bijna 3 uur reizen was, kon ik de avond ervoor logeren bij een bevriend echtpaar.

Alleen al de wetenschap dat iemand me op het station stond op te wachten, verwarmde mijn van verdriet en rouw vereenzaamt hart.
Ondertussen dat de vrouw des huizes een heerlijke maaltijd bereidde, stak de gastheer de haard voor ons aan.
Het geurend knapperend hout deed me herinneren aan een paar jaar geleden toen ik me iedere dag koesterend warmde aan mijn eigen speksteenkachel.
Wat genoot ik van het zelf hakken en kloven van de zo voordelig mogelijk op de kop getikte boomstammetjes.
Tevreden en voldaan stapelde ik daarna mijn houthok vol, vanuit mijn woonkamer een prachtig gezicht.

Terug naar het heden; genietend van de open haard, heerlijk eten, drinken en als kers op de taart een door de heer des huizes voor speciale gelegenheden bereid toetje, genoten we van socializing without distance.
Liefdesbanden zoals alleen onze grote Broer, Jezus Christus, die smeden kan, tilden onze harten op een hemels niveau, alwaar geen klok nog tikt en tijd overgaat in eeuwigheid.
Het fundament van waaruit onze harten samensmolten, was het heimwee naar eens, voor eeuwig en altijd, waardoor een heerlijk voorproefje naar daar waar Jezus alles in allen is, voluit te smaken was.
Tegelijk met het heimwee naar dat eens, ervoer ik een diepe pijn van heimwee naar eens en voorbij.
Tijden waarin Jezus het antwoord was op angst voor de dood en een broederlijke kus of innige omhelzing heling bracht in zielepijn.
Kostbare herinneringen uit een nog maar pas verloren verleden, ingehaald door het heden waarin de voor alle mensen onvermijdelijke dood, ten koste van iedere menselijkheid, buiten de deur gehouden moet worden.
Een allang verloren strijd, waarin koning angst de wereld, maar nog pijnlijker dan dat, de kerk, wijs gemaakt heeft alsnog eigenhandig revanche te nemen.

Na een goede nachtrust werd ik woensdag morgen naar mijn andere bestemming gebracht: de paar dagen waarvan ik hoopte na afloop iets lichter weer naar huis te gaan.
Nog een laatste omhelzing, een laatste kus, een laatste zegenende hand op mijn schouder, waarna ik door de gastheer van het pastoraal oord naar mijn kamer werd gebracht.

En meteen daar begon het al te wringen…
De eerste vraag die me werd gesteld was of ik wel een mondkapje bij me had?
Vanaf afstand de pijlen en een rug van een zwartgehandschoend persoon volgend, werd me door dezelfde zwarte handschoenen de deur van mijn kamer gewezen.
Ik had toen al rechtsomkeerd moeten maken, maar tegen beter weten in bleef ik hopen dat niet angst, maar Jezus heer en meester was in het huis waar ik eerder een herberg voor mijn bezeerd hart gevonden heb.
In tegenstelling tot toen, veranderede het ‘nieuwe normaal’ mijn rouwklacht om de doden, in een veel schrijnender, rauwer en luider rouw om de emotionele afwezigheid van de levenden.
Wellicht meer nog, de geestelijke verbondenheid waaraan ik zo gemis ervaar, is deze dagen in het kwadraat vergroot.
Mijn God, wat heb ik me alleen(gelaten) gevoeld!

Om niet mijn beleving te herhalen kopieer ik een (beetje aangepaste) brief naar de familie waar ik logeerde, als antwoord op het waarom ik op donderdag huilend op de trein naar huis ben gestapt.
Door ervaring ervan uitgaand dat het merendeel het ‘nieuwe normaal’ als noodzakelijk aanvaard, ben ik voorzichtig geworden in gesprekken mijn pijn te delen.
Het ‘papier’ van de smartphone geeft me gelukkig geen zinloze antwoorden op vragen die ik niet stel.
Mijn tranen smeken nl. maar één ding; hou me asjeblieft even vast…

“Lieve Familie,

Om eerlijk te zijn is waar ik zelf ook wel bang voor was, uitgekomen.
Een soort van tegen beter weten in hopen dat het in een pastoraal herstellingsoord anders zou zijn, heeft me opgebroken.

We moesten, of ik zal in de ik vorm spreken, ik moest overal waar ik liep de pijlen volgen.
Al was bv de koffietafel naast me, dan nog mocht ik niet tegen de stroom in lopen, maar moest gemondkapt het rondje van de pijlen volgen.
Pas wanneer ik op mijn 1,5 meter veilige afstand van de andere deelnemers stoel ging zitten mocht het mondkapje af.

In zekere zin had ik daar nog wel mee kunnen leven, ware het niet dat het benadrukt dat er met niemand echt contact te maken was.
Lopend niet, omdat stilstaan de doorstroom belemmerd en het mondkapje zorgt voor onverstaanbaar gemummel.
Bovendien kom je in het eenrichtingsverkeer niemand tegen, tegen iemand opbotsen is al bij voorbaat onmogelijk gemaakt omdat de verbodsborden ‘per ongeluk’ spookrijden beletten.

Ik moet bij het zoeken naar de pijlen altijd denken aan wat Jezus zegt; ‘hef je hoofd omhoog.’
Het hoofd naar beneden en de ogen turend naar waar ik wel of niet lopen mag, zie ik steeds weer een beeld van een in het stof sissend kronkelende slang.

Omdat het zwartgehandschoend personeel me bij ieder hapje en drankje serveren aan doodgravers denken deed, had ik elke keer moeite tussen een huilbui of lachsalvo.
Netjes in de pas, gezicht bedekt kreeg ik vanaf veilige afstand mijn eten opgeschept.
Dat betekende, op veilige afstand werd mijn bord half-in een 3 meter brede tafel geschoven, waarna ik me 1,5 uit strekken mocht om het op mijn eigen gedesinfecteerd dienblad te zetten.

De pijlen volgend mocht ik daarna aan de mij toegewezen tafel zitten gaan, 1,5 meter verwijderd van ieder ander.

Lieve broer en zus, als het niet zo treurig was, is het op en af doen van de mondkapjes gewoon lachwekkend.
Even lopen, bv om nog een glas water te halen, op!
Zitten, het mag weer af…

Wat me uiteindelijk opbrak zijn de samenkomsten gericht op daar waar ik voor kwam, Rouw.
Met 7 andere deelnemers (de groep was in 2en verdeeld) volgde ik de pijlen naar de daarvoor bestemde ruimte, alwaar ik in een kring van 1,5 meter afstand van de ander zitten ging.

Je kunt je voorstellen dat wanneer je verteld waarom je komt, de naam of namen noemt waarover je rouwt, het moeilijk is je tranen binnen te houden.
Mijn God, ik heb dan geen behoefte aan mooie woorden of bijbelteksten, hoe waar ook!
Een arm om mijn schouder is op dat moment het enige waar mijn gepijnigde ziel naar hunkert, om schreeuwt, ja bijna om smeekt!
Helender dan 10000 woorden, genezender dan 10000 bijbelteksten, troostender dan 10000 berichtjes: ‘ik bid voor je hoor!’ 
Gezien worden in je verdriet, mee huilen, gewoon dichtbij, dat is de enige vraag van mijn zoute tranen.

Nog meer dan eerder heb ik in de afgelopen dagen ontdekt dat rouwen om de levenden die geregeerd door angst voor de dood afstand houden, mijn grootst verdriet is.
In dit geval angst voor een onzichtbare vijand, waarvoor in de strijd deze buiten te houden, iedere menselijkheid opgeofferd 
is op het altaar ‘jij bent medeverantwoordelijk voor mijn gezondheid’

Ik kwam in de hoop en verwachting gezien te worden in mijn rouw om de dood van geliefden.
Angst voor de dood en het bestrijden van die dood heeft de maatschappij blind gemaakt, voor de rouwenden die in deze tijd of in het verleden iemand aan de dood verloren.
De hulpvraag van de op veilige afstand levende rouwende, is in het zoute tranen natte mondkapje gesmoord en gedood.
Wanneer ik doodga aan Corona moet er een contactonderzoek komen en gaat iedereen in mijn omgeving bijna dood van paniek.
Stel je voor dat ik de schuld ben aan hun ziekte en dood! 
Wanneer ik zeg dood te gaan van eenzaamheid en verdriet worden de schouders opgehaald; het is nu eenmaal niet anders, we moeten het er maar mee doen.
‘We?’ denk ik dan?
Wie zijn die ‘We?’
‘Jullie/jij  bedoelt/bedoelen  toch niet anders dan dat jullie besloten hebben dat ik het er maar mee moet doen?’

Wat me zeer doet is allereerst de eenzaamheid van de (on)veilige afstand.
Maar mij op afstand houden, betekent veel meer dat diegene zelf ook niet meer aan te raken is en ongenaakbaar geworden is.
De leugen dat dit om veiligheid gaat breekt mijn hart.
Ik heb er nl. niet om gevraagd als potentieel gevaar behandeld te worden.

Dat we dit als kinderen Gods zijn gaan geloven is mijn diepste rouw.

Kortom, ik kwam om te rouwen om de dood  van geliefden.
Maar daar waar de dood zelf heerst lacht die dood je recht in het gezicht uit.
Zo heb ik het althans ervaren…

Alsof er geen kruisdood geweest is zijn we weer terug in het Oude Testament, alwaar we gehoorzaam aan een goddeloze overheid de ratel ‘gevaar gevaar’ ratelen.
Kwam Jezus niet om deze vloek op te heffen?
Was Hij het niet die de melaatse tegemoet trad en aanraakte?
Wat gebeurde er nadat een bloedvloeiende (vervloekte) vrouw hem aanraakte?
De pijn van 12 jaar eenzaamheid werd geheeld in dat ene simpele liefdesgebaar, Jezus draaide zich om!
Hij maakte contact!”

Vrij

Afgelopen week werd ik uitgenodigd op een bijbelstudie groepje.
Omdat ik niemand van hen ken, was ik toch wel een beetje huiverig daar heen te gaan.
Niet omdat ik moeite heb met contact maken, maar omdat ik al zo vaak teleurgesteld ben in vooral christelijke contacten.
Ik hou mezelf daarom voor op m’n hoede te zijn en eerst maar eens de kat uit de boom te kijken.
Ik vertelde mijn schroom aan een vriendin waarop ze zei niet bang te zijn omdat ‘je niet op je mondje gevallen bent.’
Laat dat nou net de echte reden zijn waarom ik op het laatst bijna m’n jas weer aan de kapstok hing.
Ik ben inderdaad niet op m’n mondje gevallen, vooral niet wanneer ik christenen allerlei redeneringen hoor verdedigen die niets met vrije genade te maken hebben.
Ik kan dan op een gegeven moment niet meer zwijgen en weet al bij voorbaat dat me dat niet in dank afgenomen wordt.

Zo ging het ook deze keer.
We lazen een paar gedeeltes uit Rom. 7 en 8, de wet versus genade.

Nu is het zo dat ik jaren geleden op een Bijbelschool leerde wat het betekent de rechtvaardigheid Gods in Christus Jezus te zijn omdat zoals Rom.8:1 zegt, er geen schuld meer is.
Er ontplofte een bom in mij, het gaf eindelijk antwoord op mijn levenlange vraag hoe ik God tevreden stellen moest.
Mij was immers geleerd dat je niet zomaar zeggen kan een kind van God te zijn, daar moet eerst wel het één en ander aan vooraf gaan.
Als kind wist ik instinctief al dat dat een leugen is, maar hoe het dan wel moest kwam ik maar niet achter.

‘Want Hem Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij zouden worden gerechtigheid van God in Hem.’
‭‭2 Korinthe‬ ‭5:21‬ ‭HSV‬‬
https://www.bible.com/1990/2co.5.21.hsv

is een geweldig hulpmiddel geweest me eindelijk vrij te weten.
En inderdaad, eer dat ik me een kind van God kon noemen, is daar heel wat aan vooraf gegaan!
Maar niet iets van mijn kant, het kwam van God Zelf.
Om de straf op mijn zonde en die van de hele wereld weg te nemen, nam Jezus die in Zichzelf op en stierf aan het kruis op Golgotha een meest smadelijke dood.
Gelukkig bleef het daar niet bij,
Zijn opstanding verzegelde mijn redding uit de macht van zonde en schuld.
Deze waarheid veranderde mijn leven.
Ik ben vrij en niets of niemand kan mij nog scheiden van de liefde van God.

Glorie halleluja, Heppy de peppy zou je denken!
Maar juist deze vrijheid is het meest moeilijk aan te nemen.
Ook ik wil nog zo graag zelf wat inbrengen en dan vooral iets erg christelijks en vroom klinkend bv. schuld belijden over een zonde.
Ondanks dat we Rom. 8:1 gelezen hadden, ging het in de groep van afgelopen week ook deze kant op.

Allerlei zondes kwamen voorbij: een fiets stelen omdat je eigen fiets ook gestolen is bv.
Of als je geen geld voor boodschappen hebt is het evengoed zonde dat je een brood steelt.
Inderdaad, dan heb je schuld en is God niet blij!
Pas wanneer je je zonde aan Hem hebt opgebiecht, is het weer goed tussen jou en God!
Toch?
En ja, iedereen knikt en is het ermee eens…

Tijdens zo’n redenatie verbaas ik me erover hoe graag christenen het over zonde en schuld hebben.
Het liefst had ik mijn jas aangetrokken en was naar mijn eigen veilige huisje gegaan, maar stelde op een gegeven moment de vraag: ‘wat is zonde?’

Tja, dat van dat brood stelen, of zoals iemand opperde: ‘wanneer je weet dat die man met mij getrouwd is en jij toch met hem naar bed gaat!Of vind jij dat als je deze zonde gedaan hebt jij dat niet hoeft te belijden?’

Mijn hemel, ik kan wel aan de gang blijven met zonden belijden, want ik doe niet anders dan zondigen.
Alleen al mijn zondige gedachten, hoe ik me bv. zit op te vreten over een in mijn ogen ontzettend onnozel gesprek over allerlei zonden en de braafheid en zelfgenoegzaamheid over het weer met God in orde maken door het belijden daarvan.
Ik kan tevens tot in eeuwigheid blijven dolen in de hof van zelfveroordeling over eigen arrogantie als enige de waarheid in pacht denken te hebben.

Zucht…
Nee, mijn vermeend overspel en de ergernissen in mijn gedachten is niet zonde.
Ik ga niet verloren omdat ik een fiets gestolen heb, of omdat ik met Jan en alleman, (of jouw man) getrouwd of niet getrouwd, naar bed ga.
Ik ben ook niet pas gered wanneer ik al die zonden aan God opbiecht.

Verloren zijn is wanneer ik niet geloof dat Jezus voor ál mijn zonden gestorven is.
Schuld?
Schuld is niet geloven dat alle schuld is weggedaan.
Geen ‘Amen’ zeggen op ‘het is volbracht’ en denken zelf nog wat in te brengen hebben, dát is zonde.

Belijden dat mijn oude mens met Jezus is meegestorven en mijn nieuwe mens met Hem mee opgestaan is, dat alleen is grond voor mijn redding.
Omdat al mijn schuld aan het kruis genageld is, kan en mag ik belijden de gerechtigheid Gods in Christus te zijn!
God is nooit meer boos op mij, Hij kan dat niet eens, door Jezus bloed is het in orde tussen God en mij.

‘Nou, dat is makkelijk!
Dan kun je dus zomaar lekker zondigen!’
Oh ja?
Wanneer ik weet wat het Jezus gekost heeft, zondig ik echt niet goedkoop of ‘zomaar lekker.’
Ik ben immers een nieuwe schepping?

‘Ja maar ik ken iemand die zegt bekeerd te zijn en toch is hij alcohol verslaafd.
Dan moet hij die zonde toch iedere keer belijden?’
En, heeft het voortdurend belijden alweer in de fout te gaan al geholpen?
Is diegene nu bevrijd van deze verslaving?
Het gaat immers nooit lukken zelf deze wet te vervullen?
Alleen wanneer je blijft belijden de gerechtigheid Gods in Christus te zijn, ben je in Hem overwinnaar over ieder andere macht.

‘Ja maar, we kunnen evengoed de Heilige Geest bedroeven en Hij kan van je wijken…’
Inderdaad, wanneer kind van God zijn, én het kruis én nog een beetje van mezelf is, bedroeven we de Heilige Geest.

Omdat de Heilige Geest met mijn geest getuigd dat ik een kind van God ben, kan ik ontzettend verdrietig worden van dit soort gesprekken waarin het net lijkt alsof iets heel heiligs afgepakt wordt.
Hoe komt het dat de boodschap van vrije Genade zo veel weerstand oproept?
Zelf doen is een way of holy life geworden die te vuur en te paard verdedigd lijkt te moeten worden.

Ik bid dat iedere christen beseft door inwoning van de Heilige Geest de Waarheid in pacht te hebben en ophoudt met navelstaren en zoeken naar onbeleden zonden.
Pas dan wordt Christus in ons verheerlijkt, wanneer belijden danken wordt een gered kind van Vader te zijn!
Ondanks alles wat mis gaat!
Volgens mij wordt het dan ook veel leuker op Bijbelstudie…