Jubeljaar

Er was eens een man aan wie God heel grote beloftes deed:
Zijn nageslacht zou talrijk zijn als het zand aan de zee en ze zouden wonen op het mooiste plekje op aarde.
Alhoewel Abraham, zo heette die man, in tenten woonde en hij en zijn vrouw Sara jarenlang kinderloos bleven, geloofde Abraham wat God zei.
Abraham en Sara kregen op hoge leeftijd een zoon, Isaak, Isaak kreeg 2 zonen, Ezau en Jacob.
Jacob kreeg 12 zonen en 1 dochter, en zo groeide het nageslacht van Abraham uit tot een ontelbaar groot volk.
Omdat God de naam van Jacob veranderde in Israël, heetten zijn kinderen en kindskinderen voortaan Israëlieten.
God gaf hen na vele jaren asiel in verschillende gastlanden het aan aartsvader Abraham beloofde land, een land van melk en honing.

Waarom koos de Here God Abraham en zijn nageslacht uit en gebood hun alleen Hem als de ware God te dienen?
Waarom zette Hij hun daarmee apart van alle andere mensen en volken?
Was dat uit arrogantie of hoogmoed?
Was het omdat Abraham een beter mens dan alle andere was?
Bouwde God daarmee als het ware een ondoordringbare muur om Israël om zo ieder ander buiten te sluiten?
Welnee, het was omdat de Here God aan de hele wereld wilde laten zien dat Hij een goede God is!

In tegenstelling tot andere landen had Israël in het begin geen koning, omdat God hun Koning was.
God gaf hun Zijn leefregels en voorschriften door de mond van Richters en Profeten, en zolang ze zich daar aan hielden leefde het volk Israël in gezondheid en voorspoed.
Ieder ander volk werd daarmee niet buitengesloten maar uitgenodigd ook de God van Israël te dienen en zo mee te delen in de gunst van deze goede God.

Omdat de Here God wel van een feestje houdt, stelde Hij voor Zijn volk diverse feesten en gedenkdagen in zoals bv. Grote Verzoendag en het Sabbatsjaar, een heel jaar van rust voor mens, dier en land.
Na 49 jaar, dus 7 x een Sabbatsjaar was ieder 50e jaar het Jubeljaar.
(Zie Leviticus 25)

Op de site van Christipedia lezen we:
“Hoorngeschal. Op de grote Verzoendag van elk vijftigste jaar werd met een hoorn, van daar het woord Jubel, aan Israël bekend gemaakt, dat het jaar van de rust en de vrijheid gekomen was

Land in ruste. In het Jubeljaar mocht niet gezaaid of geoogst worden (Lev. 25: 11) Evenals in het sabbatjaar rustte ook dan het hele land. Het mocht niet bebouwd worden. Wat vanzelf uit de grond opschoot, had geen bepaalde eigenaar en mocht door een ieder van de akker worden gegeten. Hiermee wordt de bepaling, die voor de Sabbatsjaren gold, op het Jubeljaar overgedragen, gelijk het trouwens tot de Sabbatcyclus gebracht wordt. Maar dan moeten er ook twee braakjaren op elkaar gevolgd zijn, het 49e en 50e jaar, waarin het veld niet bearbeid, de wijnstok niet gesnoeid en de opbrengst daarvan niet afgesneden werd.

Herstel en teruggaaf. Maar niet alleen mocht de grond niet bebouwd worden, bovendien ontvingen alle Israëlieten, die in de loop van de tijd zichzelf als slaven, of hun goederen en eigendommen hadden moeten verkopen, de vrijheid en het hunne kosteloos terug.

Teruggaaf van grond. Het gehele land was namelijk oorspronkelijk zo verdeeld, dat elk Israëliet zijn eigen erfdeel daarvan bekwam. Was iemand van hen in de loop van de tijd door omstandigheden genoodzaakt, zich van zijn eigendom geheel of gedeeltelijk te ontdoen, en was hij later nog niet bij macht geweest, om het weer in te lossen, dan werd het hem in het jubeljaar, zonder dat hij de koopprijs behoefde uit te keren, weer toegewezen. Eigenlijke verkoop van vaste goederen kon er dus geen plaats vinden. Wat men verkocht, was de opbrengst van zo of zovele jaren tot het eerst komende jubeljaar. Indien land werd verkocht of afgelost, moest de prijs worden berekend volgens het aantal jaren tot aan het volgende Jubeljaar, wanneer alle bezittingen werden teruggegeven aan hun vroegere eigenaars.

Doel. Gelijkheid in grondbezit en de instandhouding der geslachten te waarborgen, was het kennelijke doel van deze instelling. De instelling bevordert een over ’t geheel gelijkmatige volkswelvaart, waarbij het ieder Israëliet mogelijk was in zijn behoeften te voorzien.”

Tot zover https://christipedia.miraheze.org/wiki/Jubeljaar

In Leviticus 26 waarschuwt God Zijn volk dat wanneer zij zich niet aan deze voorschriften houden God Zelf zal zorgen dat het land braak komt te liggen.
Hij zal Zijn ongehoorzame volk en onrechtmatig verkregen rijkdommen over moeten leveren aan de vijand om zodoende de jaren van onachtzaamheid voor het Sabbatsjaar en het Jubeljaar in te lossen.

Ondanks deze waarschuwingen en de geweldige kansen de volken rondom jaloers te maken op het goede van Gods voorschriften, liet het volk zich in met de afgoden van de heidense volken.
Niet Israël beïnvloede de wereld om hen heen, maar de wereld beïnvloede Israël waardoor ze wereldgelijkvormig werden.

Alhoewel God steeds weer genade bewees door hen te blijven oproepen zich te bekeren van hun inmenging met de heidenen, luisterden ze niet.
Ze namen het steeds minder nauw met de voorschriften voor een zuiver leven, totdat er geen verschil meer te zien was tussen Israël en de volken om hen heen.
De profeten werden uitgelachen en zelfs gedood waarna God Zijn volk hen overgaf aan de heidenen, hen in ballingschap weg liet voeren en onder dezelfde heidenen verstrooien liet.

Heeft deze waarschuwing de kerk van vandaag iets te zeggen?
Zijn er lessen te trekken tussen Israël’s heulen met de heidenen, de voorschriften van God t.b.v. een zuiver leven en een gezonde economie in de wind slaan en hoe de kerk door de eeuwen heen omgegaan is met Gods leefregels voor een gezond en jaloersmakend gemeenteleden?
Staat de kerk van nu in haar overwinnaars-positie over welke crisis dan ook?
Of is het niet mogen uitoefenen van onze christelijke vrijheid een gevolg van de allang uit het oog verdwenen noodzaak Jezus voorschriften voor de gemeente vol vreugde op te volgen?

Één ding is zeker, de eeuwigdurende jubel in het Koninkrijk van vrede en gerechtigheid laat niet meer zo erg lang op zich wachten.

Jezus of Tedros?

Voor de één is de tijd waarin we leven de Bijbel erg duidelijk: we staan aan het begin van het einde, of zoals dat in de volksmond heet; we leven in het eind der tijden.
Weer een ander stelt het minder scherp en vindt dat eerder genoemde groep zich wat minder druk moet maken, het is immers altijd al zo geweest.

Welke stelling je ook geloofd, de Bijbel windt er geen doekjes om dat de tijd vooraf aan Jezus terugkomst een verschrikkelijke tijd zal zijn.
De chaos, paniek, angst en wanorde waarin de wereld verkeert, zal de mensen het uit doen schreeuwen om een leider, iemand die orde scheppen zal.
God Woord vertelt ons dat deze situatie uitmondt in het aanbidden van Satan, die zich opwerpen zal als redder van de wereld.
Vergezeld van tekenen en wonderen zal hij zich in Jeruzalem als God laten vereren en iedereen die weigert zijn merkteken te dragen zal hij het leven onmogelijk maken.

De vorming van deze nieuwe wereldorde is al jaren een belangrijk agendapunt op vergaderingen van hoog niveau, waarbij de spelers van dit spel zonder het waarschijnlijk zelf te beseffen, geenszins zelf de hoofdrol is toebedeeld.
Degene die werkelijk aan de touwtjes trekt is de overste van de wereld, Satan, die als meesterverleider in staat zal worden gesteld een groot deel van de wereld en kerkleiders te misleiden.

Tot dusver kan iedereen dit verhaal natrekken in de Schrift en afhankelijk van hoe je de de tekenen van de huidige wereldwijde ontwikkelingen ervaart of beleeft, in het perspectief van de eindtijd plaatsen of juist niet.

Wat me persoonlijk opvalt is dat er maar weinig christenen zijn, waarmee je over dit onderwerp open en eerlijk praten kunt.
Haast iedereen in mijn eigen (christelijke) omgeving heeft een houding van: ‘waar maak je je druk om, het zal mijn tijd wel duren, en heeft Jezus niet zelf gezegd dat niemand dan de Vader het uur van Jezus wederkomst weet?’
De meest gehoorde reactie is wel; ‘wij nemen het virus serieus en willen ook jou niet in gevaar brengen, dus daarom houden we ons aan de regels die de regering ons voorschrijft.’

Ik vroeg aan iemand; ‘wiens woorden zijn voor jou op dit moment heilig, die van Jezus de zoon van God, of die van Tedros Adhanom Ghebreyesus, de directeur generaal van de WHO met als vertegenwoordiger daarvan in Nederland, Jaap van Dissel, de voorman van het RIVM?’
Zonder aarzelen was het antwoord: ‘Jaap van Dissel en het RIVM natuurlijk!’

Het moge duidelijk zijn; ik geloof dat we misleid worden en waarom christenen zonder zelf te toetsen of de Bijbel erop na te slaan Tedros aanbevelingen klakkeloos opvolgen verbijsterd me!

Stel dat ik mijn moeder een paar maanden opsluit, drie keer daags in onherkenbaar gemaakt pak, haastig wat eten door een luikje schuif, haar de zorg van fysio e.d ontzeg, mijn verdere familie verbied bij haar op bezoek te komen, haar in het ergste geval alleen dood laat gaan, dan zou ik toch aangeklaagd worden voor oudermishandeling?

Hoe komt het dan dat we momenteel massaal akkoord gaan met de opsluiting van duizenden bejaarden?
Hoe komt het dat we de wanhoop en eenzame dood van onze eigen vaders en moeders, opa’s en oma’s eensgezind bescherming van onze kwetsbare ouderen noemen?
Wil dan niemand meer het echte verhaal weten?

Ik vraag het speciaal aan de christenen, geloof je nog wel in de heerschappij van Jezus en Zijn macht over ziekte en dood?
Geloof je überhaupt nog wel in de duivel en zijn leugens en misleiding?
Of moeten we constateren dat geloof in het volkomen offer van Jezus plaatsgemaakt heeft voor geloof in een man als Tedros Adhanom Ghebreyesus?
Een veroordeelde terrorist met een flink strafblad van genocide in zijn land van herkomst Ethiopië.
Deze Tedros was toplid van de gewelddadige Ethiopische Communistische Partij.
Het is daarom niet vreemd dat de communistische staatspartij van China, verantwoordelijk voor vervolging van duizenden christenen, de dikste vinger in de pap heeft bij de WHO.
Wat ook niet vreemd is dat artikelen waarin de waarheid over een machtsbeluste man als Tedros en zijn leger van volgzame discipelen, stelselmatig van internet verwijderd worden.

Hebben we dan niets geleerd van hoe voor en tijdens WO2, Nederland, en beschamend genoeg een groot deel van de Nederlandse kerk, mee hielp bij het georganiseerd afvoeren van 7 miljoen Joden?
Gaan er geen rode vlaggen wapperen bij de wetenschap dat destijds duizenden volgzame Nederlanders Hitlers plan, de Joden op transport naar de vernietigingskampen te zetten, klakkeloos opvolgde?
Voor hun eigen veiligheid, zo werd ons wijs gemaakt…
Wat zegt het ons dat de Dam bij de herdenking van deze vreselijke massamoord dit jaar leeg was?
Hadden niet alle alarmbellen moeten afgaan?

Moeten niet alle alarmbellen afgaan in het gezin van God, de kerk?
We weten toch dat onze vijand, satan, uit is op onze vernietiging?
Maar meer nog, we hebben een Heiland, Jezus Christus de gekruisigd en opgestane Heer, de Zoon van God.
Juist Hij, die zonde, ziekte en dood zó serieus nam dat Hij voor ons stierf, roept ons toch meermalen op waakzaam te zijn?
Hij overwon satan waardoor we in Hém meer dan overwinnaars zijn!

Ik neem de vrijhield u/jij de volgende vraag te stellen: ‘aan wiens woord bent u, ben jij gehoorzaamheid verschuldigd, aan dat van Tedros Adhanom Ghebreyesus de directeur generaal van de WHO, of aan dat van Jezus Christus de Zoon van de enige almachtige God?’

Lees de onthutsende waarheid achter het masker van de WHO

https://www.tesfanews.net/gangster-who-head-tedros-adhanom/

Maranatha!!

Een paar jaar geleden kon ik met bewijs in handen aantonen dat ik met een pedofiel getrouwd was.
Ik werd uitgelachen, bespot, genegeerd en geïsoleerd.
Wat ik daarvan geleerd heb is dat eer je bereid bent geloof te hechten aan wat normaal gesproken onvoorstelbaar en afschrikwekkend erg is, je moet WILLEN geloven in wat zich duidelijk voor je ogen afspeelt.
Omdat aan het willen geloven een prijskaartje hangt, draaide mijn hele omgeving zich om waardoor ik zelf alles verloor wat me lief was.
Wat voelde ik me machteloos!
Ik wist dat wat ik vertelde waarheid is, en toch verklaarde iedereen me voor gek.

Meer nog dan de buitensluiting door familie, vrienden, instanties en recherche, is het de laffe houding van de kerk, die me het meest pijnlijke trauma van alle bezorgde.
Terwijl ik er van uitging dat daar waar de Heilige Geest woont, de leugen snel ontmaskerd zou worden, is het de manipulatieve geest van Izebel geweest die er voor zorgde dat deze leugen bedekt en ook vandaag nog steeds in stand gehouden wordt.

Datzelfde gevoel van machteloosheid en eenzaamheid bekruipt me ook nu steeds meer.
Vanaf het begin van de Corona crisis ben ik er nl. van overtuigd dat er een plan achter dit alles zit en er een spel met ons wordt gespeeld.
Het is helemaal niet vreemd dat ik dat geloof, ik ben geen hysterica of godsdienstwaanzinnige, het staat gewoon in de Bijbel!
Het moet komen tot een nieuwe wereldorde, waarin satan zich als god zal laten vereren.

Dit plan voor een nieuwe wereldorde komt niet maar zo als donderslag bij heldere hemel, het bestaat al sinds het allereerste begin van de schepping toen Satan de oorlog verklaarde aan God en mensen.
Als willoos instrument staan de machthebbers van deze wereld zelf ook onder een macht, de macht van satan.
Vandaar dat de nieuwe wereldorde al decennia lang het belangrijkste agendapunt is op door wereldleiders georganiseerde vergaderingen, waar op hoog niveau tot in de puntjes uitgedacht is hoe deze nieuwe wereldorde vorm te geven.

Wat nog ontbrak is een geloofwaardige reden om het gewone volk zoet te houden en zo ver te krijgen dat het zelf smeekt om een verlosser uit de nood.
Welnu, wat is het beste middel het gepeupel in die hoek te krijgen?
Je creëert een vijand.
Wat is de beste vijand?
Een onzichtbare vijand.
Wat is de oogst?
Angst!!

Een quote van Joseph Goebbels is:
‘Vertel een leugen vaak genoeg, luid genoeg, en lang genoeg en het volk zal je gaan geloven.’

Als kind van God geloof ik heilig in het complot uit de hel om de door angst verblinde wereld onder de macht van het beest uit de afgrond te brengen.
Angst voor een virus heeft ons, in plaats van dat we dit jaar 75 jaar bevrijding vieren, zelf doen smeken; ‘sluit ons asjeblieft op.’
Nu deze opsluiting de wereld de keel uit hangt jaagt satan de op drift geraakte mensheid de straat op in de Black Lives Matters beweging. Dit alles met maar één doel, burgers tegen elkaar opzetten en verdeeldheid zaaien, zodat ondertussen in stilte verder gebouwd kan worden aan een economische dictatuur van de wereld.

Maar net als toen ik een paar jaar geleden door mijn kerk meewarig voor gek versleten werd, zo is dat nu ook het geval wanneer je medechristenen probeer te waarschuwen voor de leugen en het doel van de anderhalvemeter samenleving.

Niet voor niets zegt God in zijn woord: ‘mijn volk gaat ten onder door gebrek aan kennis!’
Het hoeft daarom niet te verbazen dat onder het mom van ‘God zegt toch zelf dat niemand die dag weet,’ kinderen van God weinig bezig zijn met ‘het laatste der dagen’
Gering of zelfs geen geloof meer hechten aan het bestaan van de duivel, heeft de geest van Izebel alle ruimte gegeven de kerk te misleiden en als vijand van het nieuwe wereldrijk monddood gemaakt.

Ik heb afgelopen weken ervaren hoe deze misleiding medebroeders en zusters niet alleen op anderhalve meter, maar in geestelijk opzicht mijlenver van je verwijdert.
Ik verbaas me er daarom al niet meer over dat het getuigenis van mijn opgestane Heer verdraaid wordt als rebellie en lak hebben aan de Corona richtlijnen van het RIVM.
Alhoewel het ongelooflijk pijn doet hoeft het ook niet te verwonderen dat medebroeders en zusters zeggen moe te worden van een andere boodschap dan die waarmee de WHO deze zelf gecreëerde crisis denkt op te lossen.

Broedermoord vindt al plaats in het begin van Genesis en komt het gruwelijkst tot uiting in de kruisdood van Jezus, de Zoon van God.
Het hoeft daarom ook niet te verbazen dat zelfs je beste vrienden bereid zijn de kliktelefoon te bellen, zodra je je niet aan de door hen zelf strikt opgevolgde regels van het nieuw normaal houdt.

En toch ben ik van slag van de lauwheid van de meeste van mijn medechristenen.
Verbijsterd beluister ik de volgens richtlijnen van het RIVM op gepaste afstand ‘ja maar’s en what if’s’ en zie met bloedend hart hoe de kerk zelf oplossingen bedenkt deze leugen van schijnveiligheid in stand te houden.
De veilige afstand heeft de bruid van Christus naar binnen gericht, in plaats van in de wereld te getuigen van haar heerlijk en begeerlijke Bruidegom Jezus Christus.

Mijn lieve broers en zussen, ook aan zwijgen en net doen alsof er niets aan de hand is hangt een prijskaartje!
Kom op, word toch wakker!
Ontdek opnieuw hoe onze Heer en Heiland in zijn herhaald spreken over de tekenen van de tijd opriep zijn wederkomst te verwachten.
Het klopt, we weten de dag niet, maar wel de tijd waarin deze dag plaats zal vinden.
Bekeer je toch asjeblieft van je overspel met de vijand en maak je klaar je Bruidegom te ontmoeten.

Zing je mee?

Ps.98:4
Laat al de stromen vrolijk zingen,
De handen klappen naar omhoog;
’t Gebergte vol van vreugde springen
En hupp’len voor des HEEREN oog:
Hij komt, Hij komt, om d’ aard’ te richten,
De wereld in gerechtigheid;
Al ’t volk, daar ’t wreed geweld moet zwichten,
Wordt in rechtmatigheid geleid.

Ps.45:7
Straks leidt men haar in statie, uit haar woning,
In kleding, rijk gestikt, tot haren Koning;
Zo treedt zij voort met al den maagdenstoet,
Die haar verzelt, U vrolijk tegemoet.
Zij zullen blij, geleid met lofgezangen,
De vreugde voên, die afstraalt van haar wangen,
Tot zij, daar elk gewaagt van haren lof,
Ter bruiloft treên in ’t koninklijke hof.

Shirt gevonden op:

Verschroeide aarde.

De tactiek van de verschroeide aarde is een militaire tactiek, waarbij in gebied dat aan de vijand moet worden opgegeven, alle zaken van militaire of economische waarde, zoals bruggen, spoor- en telegraaflijnen, industrie en landbouwgebieden, vernietigd of weggehaald worden.

De burgers van het gebied waarin de tactiek wordt toegepast zijn onherroepelijk het kind van de rekening. Zij worden beroofd van hun voedsel en bestaansmogelijkheden, en staan bovendien bloot aan eventuele wraakacties van de bezetter.

Volgens https://nl.m.wikipedia.org/wiki/Tactiek_van_de_verschroeide_aarde

De Bijbel leert ons dat er vanaf de schepping een strijd gaande is tussen God en Satan.
Zoals het in iedere oorlog gaat om landje pik, zo is het in de geestelijke wereld niet anders, er wordt strijd gevoerd om een stukje grond, ons hart.

Je kunt je daarom voorstellen dat Satan het niet alleen heeft voorzien op de individuele gelovige, maar ook op de plek waar kinderen van God samenkomen, de kerk.
Met als doel de vruchten van het geloof zo veel mogelijk te vernietigen is de kerk Satans meest geliefde playground.
Precies zoals hij de eerste mensen tot zonde verleidde door hen te laten twijfelen aan de voorschriften en de daaraan verbonden beloften van God, zo doet hij dat nu nog steeds.

Omdat Jezus als geen ander de trucjes van Satan kent, geeft Hij in Zijn Woord duidelijke instructies en voorwaarden voor een gezonde kerk.
‘Vier met elkaar de maaltijd des Heren en gedenk daarmee wat ik in mijn dood en opstanding voor jullie gedaan heb.
Ga naar de zieken, belijd elkaar uw zonden, bid voor elkaar, leg zieken de handen op,zalf elkaar, opdat u genezing ontvangt.
Verkondig het goede nieuws, maak alle volken tot mijn discipelen en doop ze in mijn naam.
Kom samen en zing psalmen en geestelijke liederen die de Heilige Geest jullie ingeeft.
Ontmoet en bemoedig elkaar.
Zegen de ander in mijn naam.
Deel met de armen zodat niemand onder u gebrek heeft.’

Jezus beloofde zelfs dat de gelovigen nog groter tekenen en wonderen zullen doen dan Hij zelf tijdens zijn wandeling op aarde deed!
Hij gaf bovendien de verzekering dat wanneer we ons voor de rechterlijke macht moeten verantwoorden we ons geen zorgen hoeven maken over onze verdediging, de Heilige Geest zal door ons spreken!
Dit alles opdat de wereld zal weten dat Jezus leeft!

Niet alleen gaf Jezus duidelijke en de instructies, wetend hoe Satan op roof uit is, waarschuwt de Bijbel zeer ernstig voor de zifting en verleiding van onze vijand, de duivel.

Lees daarvoor vooral de brieven aan de zeven gemeentes, opgetekend in het boek Openbaring aan Johannes.
In die tijd zeven bloeiende kerken in het huidige Turkije, en daarom jachtgebied voor de rover, Satan.
Niet één van deze gemeentes heeft Jezus’ waarschuwingen ter harte genomen, Turkije is een streng Islamitische politiestaat geworden.

Waarom houdt bovenstaande me zo bezig?
Omdat ik hou van de kerk.
Omdat ik zo vurig verlang naar een gemeente zoals beschreven in het boek Handelingen, bruisend en bloeiend rondom het getuigenis van onze opgestane Heer.
Een gemeente waar dagelijks nieuwe gelovigen worden
toegevoegd, waar men van huis tot huis Brood en Wijn deelt.
Waar men geen schroom voelt elkaar zegenend en genezend te zalven en de handen op te leggen, geen achterdocht koestert bij het elkaar broederlijk te omhelzen en kussen, een gemeente waar het badwater van de doop over de randen klotst en golft, een kerk waar de radicale boodschap van vrijspraak en genade door het ene offer van Jezus centraal staat.
Een kerk waar men zich erop laat voorstaan de instructies tot het gezond functioneren vurig ter harte te nemen.
Een kerk waar voorgangers niet bezwijken onder de verantwoordelijkheid alleen dat ene Evangelie te verkondigen: Jezus Christus en die gekruisigd.
Een kerk waar men geen water bij de wijn doet en zonde zonde durft noemen.
Een kerk waar menselijke redeneringen geen ruimte krijgen het Evangelie van haar kracht te beroven, een kerk waar men relatie beoefent i.p.v. religie.

Satan weet dat hij nog maar een korte tijd heeft, vandaar dat hij nog meer dan ooit tevoren rond gaat als(!) een briesende leeuw.
Hij weet dat hij verloren heeft en zijn koninkrijk, de wereld, over zal moeten geven aan de Koning der Koningen, Jezus.
Er is niets nieuws onder de zon, de uitvinder van de tactiek van de verschroeide aarde weet dat zijn einde nadert en zoals in iedere verloren strijd heeft hij ook nu deze tactiek ingezet.

Juist nu het erop aan komt zoutend zout te zijn, heeft angst voor een virus de kerk vleugellam gemaakt.
De door onderlinge conflicten in zichzelf verdeelde kerk is een makkelijk doelwit van Satan, vandaar dat ze zich zonder slag of stoot heeft laten beroven van al haar militaire middelen en macht, haar bruggen, spoor en telegraaflijnen.
Ontdaan van dit alles heeft ze zich monddood laten maken.

Onder het mom van ‘God is liefde en we mogen niet oordelen’ heeft de geest van Izebel tucht en schuldbelijdenis tot antieke begrippen gemaakt en zo de boodschap van Genade verzwakt en uitgehold.
Uit naam van veiligheid voor de kwetsbaren is het daarom niet zo moeilijk geweest de deuren in het slot te gooien en zo de in de ban van een besmettelijke ziekte geraakte wereld buitengesloten.
Alhoewel de gelovigen geroepen zijn het allerbeste medicijn uit te delen, houdt de kerk haar handen angstvallig thuis en levert de zieken over aan de door het RIVM opgelegde verstikking in eenzaamheid.
Hoezeer angst verlamt en verblindt blijkt wel uit het feit dat de kerk niet in de gaten heeft dat ze vooral zelf het kind van de rekening is.

De wereld snakt naar de openbaring van de kinderen Gods, maar die hebben zich voor het zingen de kerk uit laten jagen, waar men schaamteloos verder kibbelt over vrouw in het ambt.
De ene thuiszittende dominee moedigt ons aan thuis Avondmaal te vieren, de ander zegt dat het juist goed is te vasten van Brood en Wijn.
De volgende discussie betreft het eigenhandig dopen of wachten op de doopstok?
Een voorganger die via internet oproept de spoedige wederkomst van Jezus te verwachten wordt door andere voorgangers op datzelfde medium openlijk bestreden.

Wanneer je als gemeentelid klaagt over de eenzaamheid van het kijken en luisteren naar het schermpje, haast men zich je te overtuigen van dat het toch net is alsof het echt is?
Maar dat is het nou net: het is alsof en er is niets meer echt!
De tactiek van de verschroeide aarde heeft van de kerk een gemakkelijke prooi voor de wraak van Satan gemaakt.
De zondag is een gewone dag geworden, een dag zonder ontmoeting in Woord en Sacrament.
Is de wereld er daardoor veiliger op geworden?

Met pijn in mijn hart zie ik om me heen gebeuren dat Satan meer rekening houdt met zijn naderend einde, dan dat de kerk zich voorbereidt op de wederkomst van Jezus en zijn te stichten Vrederijk.
Ik bid om een kerk die, eer ze van walging om haar lauwheid wordt uitgespuugd, zich bekeert tot het heerlijk getuigenis van haar opgestane Heer.


All Lives Matters

Wereldwijd heerst onder mensen een enorme woede, op dit moment tot uiting komend in de Black Lives Matters beweging.

Deze beweging begon met de hashtag “#BlackLivesMatter” nadat George Zimmerman in 2013 werd vrijgesproken voor de dood van de Afro-Amerikaanse jongere Trayvon Martin het jaar ervoor.
De recente protesten van deze groeiende beweging zijn een antwoord op de door politiegeweld omgekomen George Floyd.

De boodschap van deze wereldwijde demonstraties is; ‘we pikken het geweld niet langer, samen staan we sterk, wees niet langer beleefd.
Zwarte Piet overleefd het dit jaar niet meer, en enpassant, mogen we de liefde beleven met wie we dat zelf willen.’

Uiteindelijk is de boodschap van iedere betoging tegen dat waar je het niet mee eens bent en specifiek nu aan de blanke mens: ‘schaam je!’

Als ik naar de beelden kijk moet ik automatisch denken aan het Pinksterfeest.
Zeven weken daaraan vooraf, had zich de meest gewelddadige moord ter wereld afgespeeld.
Een moord die in gruwelijkheid en onrecht nooit eerder had plaats gevonden en in die mate ook nooit overtroffen zal worden;
de moord op de Zoon van God en mensen, Jezus Christus.

Hij, die weldoend het heilige Israël doorkruist had, werd door zijn eigen volk uitgeleverd in de handen van heidense Romeinen.
Als een hinderlijk insect waarvan je eigen bloed tegen het plafond gepetst wordt, hing hij vastgepind aan het kruis.
Hij, wiens handen de zieken genazen, doden opwekten, de handen die duizenden voeden met brood, de handen die de kinderen koesterden, deze handen werden genadeloos vastgespijkerd aan het hout op Golgotha.
De voeten van hem die ons genade en heil verkondigden, ze werden doorboord op Golgotha’s voetenbankje.

Na zijn glorieuze opstanding en Hemelvaart volgde Pinksteren.
Duizenden mensen van over heel de wereld waren op het tempelplein van Jeruzalem samengekomen.
Net als op de pleinen van vandaag dromden ze samen in de hoop op een betere tijd.
Net als Akwasi op de Dam het woord nam, nam ook toen iemand het woord, Petrus, de discipel die Jezus drie maal verloochent had.
Net als Akwasi begon Petrus zijn speech met een aanlacht; ‘júllie hebben Jezus, de zoon van God gekruisigd!’

Het raakt me iedere keer weer diep in het hart, Petrus die het aandurft de menigte te beschuldigen van de moord op Jezus!
Had hij niet zelf de grootste schuld?
Hij die Jezus drie jaar gevolgd had en tot de intimi van Jezus behoorde, deze Petrus die toen het erop aan kwam het voor Jezus op te nemen, liet Jezus in de de steek en zwoer Hem niet te kennen!

En toch gooit deze verloochenaar de zweep erover; ‘jullie hebben Jezus gekruisigd!’
Had hij dan zelf totaal geen besef van schuld?
Schoof hij zijn eigen schuld dan maar mooi af op de ‘kruisigt Hem, kruisigt Hem’ schreeuwende meute?

De vrijmoedigheid waarmee Petrus zijn speech begon had een heel andere oorzaak en reden, dan de menigte opzadelen met schuld en schaamte over de dood van Jezus !
Petrus had het mysterie van deze dood ontdekt, de dwaasheid van het kruis, de vrolijke ruil!
Hij was tot de erkenning gekomen: Petrus’ ongerechtigheid op Jezus, Jezus’ gerechtigheid op Petrus!
Hij schoof al zijn schuld af op Jezus, het was Jezus’ eigen schuld!

Daarom kon hij zonder schaamte zeggen; ‘jullie hebben Jezus gekruisigd’ om als voorbeeld van de goedheid van God, daarna het Evangelie van vrije Genade te kunnen verkondigen!
Drieduizend mensen kwamen op die dag tot geloof, drieduizend schuldigen aan de dood van Christus ontvingen net als Petrus vrijspraak!
Drieduizend zondaren kwamen tot de erkentenis van eigen schuld afschuiven op de gekruisigde Jezus, waarna ze net als Petrus schaamteloos het Evangelie verder verspreiden.

Wat een contrast met de betogingen van nu!
Was de boodschap op Pinksteren er één van ‘vrij van schuld en schaamte’ de boodschap van vandaag in welke betoging ter wereld ook, is erop gericht schuld en schaamte af te dwingen van die ander.

Efeze 2 zegt
‘Want Hij is onze vrede, die de twee één heeft gemaakt en de tussenmuur, die scheiding maakte, de vijandschap, weggebroken heeft,’
‭‭Efeziërs‬ ‭2:14‬ ‭NBG51‬‬
https://www.bible.com/328/eph.2.14.nbg51

Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat in de wereld van nu de ene crisis de andere inhaalt.
De wereld zucht en kreunt als een vrouw in barensnood en net als bij een natuurlijke geboorte volgen de weeën elkaar steeds sneller op.
De in zichzelf en elkaar verdeelde en elkaar veroordelende wereld snakt naar een redder, in welke vorm dan ook!

Wordt de wereld er mooier, liever, zachter, meelevender op als we elkaar de schuld geven van eigen ongeluk?
Worden zwarte mensen gelukkiger wanneer blanke mensen zich kapot gaan schamen over het geweld naar hun zwarte medemens?
En andersom?
Wanneer schuld en schaamte onze drijfveer is de ander hoger te achten dan onszelf, gaat de wereld er dan beter uitzien?
Zouden we dan eindelijk vrede hebben?

Petrus laat zien dat dat een leugen is!
Schuld heeft een een heel andere naam; ‘Jezus Christus en die gekruisigd!’
Schaamte heeft een andere naam; ‘Jezus, de opgestane Heer!’
Vrede heeft één heerlijke naam; ‘Jezus de Messias!’

Onschuldig aan welke vorm van geweld nam Hij elke zonde in zich op en stierf daaraan.
Gelukkig maar, want daardoor is elke schuld met Christus gekruisigd en begraven, voor eeuwig en altijd!

Vraagje: ‘zou het kunnen dat satan, de mensenmoordenaar van de beginne, donders goed in de gaten heeft dat zijn einde nadert?
Zou het zo kunnen zijn dat de elkaar steeds sneller opvolgende crisissen bedoelt zijn de aandacht af te leiden van de echte nood waarin mensen verkeren?
Is het zo dat in het geen middel schuwende schreeuwen om eigen gelijk de angst uit de hel steeds duidelijk wordt?
De altijd en eeuwig durende siddering van satan voor de Waarheid van het Evangelie van vrije Genade ten toon wordt gespreid in wat er in de wereld van nu gaande is?

Gelukkig hoeven we net als Petrus niet bang te zijn voor de schaamteloze schaamte waarmee satan ons opzadelt.
We hebben Jezus en Zijn komst is aanstaande!
Het vrederijk waarnaar Akwasi snakt is dichterbij dan ooit.
De enige voorwaarde dat koninkrijk binnen te mogen gaan is overgave aan degeen die elke schuld de bek heeft gesnoerd; Jezus Christus, Zoon van God en mensen, Koning der Koningen, Verzoenig van al onze zonden!

Het vaandel van Jezus is daarom een heel andere dan Black Lives Matters;
‘All Lives matters, I deid for you!’

Hou me vast, mag ik dat ook bij jou doen?

Persoonlijk ervaar ik de veiligeafstandmaatschappij als extreem onveilig.
De spontaniteit is weg uit de samenleving, men is achterdochtig en bang voor elkaar geworden.
Dat heeft zijn weerslag op me.

Eerder schreef ik al eens over het beeld van de hand op zoek naar een hand die even vast wilde pakken.
Zoekend naar huidcontact met een ander levend wezen, snakkend naar aanraking.
Ik vermoed dat dat beeld zich zo op mijn netvlies brandde, omdat ik me vereenzelvig met die tastende hand.
Steeds op zoek naar de hand van een andere zoekende hand.
Iemand die je even vastpakt en laat voelen dat je er nog toe doet.
Iemand die je naam noemt, zodat je weet dat je nog bestaat.

Iemand die het toelaat zelf vastgepakt te worden.

Omdat mijn hand vermeend gevaar oplevert voor de volsgezondheid is mijn zoekende hand is zo langzamerhand bang genegeerd te worden,
Gezien als een bedreiging en door de hand die zich in gehoorzaamheid aan de veilige anderhalvemeter houdt, weggeslagen en afgeweerd.
Vroeger, mijn God, dat is nog maar een paar weken geleden, trilde mijn hand van heerlijke verwachting en hoop bij een zegenende aanraking.
Nu beeft mijn hand van angst en pijn omdat de afstand haast onoverbrugbaar geworden is.

De maatschappij is veranderd, en de harten van mensen zijn mee verandert.
Ik ervaar een enorme verkilling in deze anderhalvemeter maatschappij, precies waar de Bijbel ook over spreekt.
‘De liefde zal verkillen.’

Omdat de vereenzaming nauwelijks een onderwerp van gesprek of zorg is, voel me eerlijk gezegd in de steek gelaten.
Niet alleen door Rutte, maar vooral door de dichte deuren van de kerk.
Het mag amper genoemd worden want er toch evengoed iedere zondag dienst?
Het is ‘net aalsof’ maar niet samen en bovendien, zo ervaar ik dat tenminste, enorm naar binnen gericht.
Het benadrukt het alleen zijn, wanneer je alleen bent.
Het maakt me boos, en het verbijsterd me dat ik om me heen niet meer boosheid zie, niet meer weerstand tegen de anderhalve meter voor de veiligheid vereenzaming.
Ik vind het haast niet te verteren dat de anderhalvemetermaatschappij zo gemakkelijk geaccepteerd is in maatschappij en kerk en algemeen aanvaard wordt als het nieuwe normaal.
Het zorgt voor onrust en onveiligheid, waardoor ik me ook afvraag: ‘waneer we elkaar niet meer aan mogen raken, wat voor zin heeft het dan nog om bij een kerk te horen?’

Omdat Jezus iets anders zegt en God ons niet gemaakt heeft om alleen te zijn en Hij zelf de bedenker van aanraking, handoplegging, zalving en gemeenschap is.
Daarom geloof ik niet in de anderhalvemeterafstand veiligheid.
Het heeft de verkilling in de hand gewerkt, radeloosheid, eenzaamheid en stress.
Het maakt van sommige mensen politieagentjes van de bewaking voor deze anderhalveneterafstand.
Nog net niet met een bonnenboekje op zak, word je bij iedere centimeter overtredeing terecht gewezen en op je plek gezet.
Relaties veranderen, vrienden die je eerst nog van harte beet pakten en je broederlijk of zusterlijk begroeten met een kus, verdedigen nu hun veiligheid van hun eigen roodwit omlijnde vierkante anderhalvemeter, en vragen je dringend je verantwoordelijkheid te nemen niet over hun lijntje te gaan.

Ik snak naar iemand die het aandurft buiten zijn eigen lijntje te stappen en binnen de onbegrensde mogelijkheden van het Koninkrijk van Jezus me een hug te geven.
Ik snak naar iemand die mij binnen zijn of haar lijntjes trekt zodat ik aanraken mag, zegenen mag.
Gewoon omdat huggen en handoplegging een hemelse uitvinding is…

Onbegrensde mogelijkheden.

‘Alles buigt voor koning Jezus! We mochten Pasen vieren; Jezus is opgestaan en wij met Hem!’

Deze prachtige zin las ik vanmorgen in een kerkelijk maandblad.
Het puzzelt mij of wat de mond hier belijdt, ook echt wordt geloofd. Wat ik om me heen gebeuren zie is een tegenovergestelde belijdenis. De wereld buigt voor een onzichtbare vijand, een virus, en de kerk is meegegaan in het buigen van de wereld voor een vijand waarvan we met de mond belijden dat die overwonnen is.

We zeggen: ‘we mochten Pasen vieren, Jezus is opgestaan en wij met Hem.’
Maar aan Pasen gaat Goede Vrijdag vooraf.
De dag waarop we gedenken dat Jezus is gekruisigd en gestorven aan het kruis op Golgotha. Of is het ook voor de kerk vooral de dag waarop we rekening houden met het eerder sluiten van de winkels en daarom onze ijskast vast gevuld hebben met voorraad voor het paasontbijt, de paaslunch, en het paasdiner. Ver voor Pasen snoepen we al van de chocolade paaseieren, en wat een geluk, op Goede Vrijdag mag al het Paassnoepgoed voor de helft van de prijs de winkel uit dus slaan we nog snel even onze slag.
Kortom, we bereiden ons voor op Pasen.

Niets mis mee, maar hebben we ook echt Goede Vrijdag gevierd?
Heeft het ons hart geraakt dat de rekening voor het Paasfeest op Goede Vrijdag is betaald?
Niet goedkoop in de uitverkoop of voor half geld, maar met het kostbare bloed van de Zoon van God, Jezus Christus.

Met dat doel werd Hij ons mensen gelijk; eens als een mug vastgepind te worden aan het kruis op Golgotha.
Hij stierf niet alleen uit liefde voor zondaren, maar ook en vooral om ons uit de macht van zonde en dood te verlossen.
Deze macht van zonde, schuld en schaamte, hield ons gevangen in een wedloop die we nooit konden winnen en waaruit zelf ontsnappen onmogelijk was en is.

Ondanks dat we er niets aan konden doen schuldig te zijn, werd de torenhoge rekening daarvoor bij onszelf neergelegd, een rekening die alleen betaald kon worden met onze eeuwige dood.
Het enige wat ons uit deze wurggreep vrij kopen kon, was en is een hogere macht dan die van zonde en dood, Jezus de Messias.
Hij gaf zich vrijwillig als losprijs en betaalde voor onze schuld.

Hij wérd schuld!

In Zijn dood draaide Hij niet alleen zonde de nek om, ook elk gevolg en iedere aanklacht van de zonde nam Hij mee in het graf!
De Bijbel zegt ons op meerdere plekken dat we met Jezus gestorven en begraven zijn en met Jezus zijn opgestaan in een nieuw leven.

We zijn niet meer van onszelf, we zijn van Hem!
Zijn overwinning op zonde en dood is onze overwinning op zonde en dood, in Hem zijn we meer dan overwinnaars!

De schatkamers van Vader staan wagenwijd open, in Jezus is alle rijkdom van de hemel onze rijkdom geworden.
Alles wat Jezus onder Zijn doorboorde voeten vertrapt heeft is ook onder onze voeten!
Elke onreinheid die door de aanraking van Jezus doorboorde handen rein is geworden hoeft ook geen gevaar meer voor ons te zijn!

We zullen daar allemaal ‘Amen’ op zeggen…
En daarna?
‘Ja maar…?’

Want hoe komt het dat we zonder slag of stoot capituleren voor een virus?
Hoe komt het dat wanneer we zeggen: ‘Alles buigt voor koning Jezus.
Het is Pasen geweest, Jezus is opgestaan en wij met Hem.
Zijn naam boven alle namen.’
we meteen bogen voor wat de wereldleiders ons opdroegen?
Hoe komt het dat we zeggen in Jezus meer dan Overwinnaar te zijn terwijl de angst voor een virus ons krachteloos heeft gemaakt?

We zeggen dat we als kerk in onze mogelijkheden zijn beperkt, maar zou het niet meer zo zijn dat we ons in onze mogelijkheden hebben láten beperken?
Hebben we vóór de crisis al wel genoeg gebruik gemaakt hebben van de ons in Jezus geschonken onbegrensde mogelijkheden?
Of waren we daarvoor al krachtloos en lauw, omdat schuld en schaamte ons beter past dan afhankelijkheid van Genade?

Noemden we ons vóór de crisis al niet veel liever ‘evengoed zondaar’ dan dat we ons ‘de gerechtigheid Gods in Christus Jezus’ noemden?

Hebben we vóór Pasen Goede Vrijdag herdacht als hoe erg het is dat Jezus voor ons sterven moest?
Of hebben de Goede Vrijdag gevierd als hét hoogtepunt van het kerkelijk jaar, het bevrijdingsfeest uit zonde en zondemacht?
Heeft u, heb jij gedanst rond dat kruis, opgericht tot onze verlossing uit een gevangenis waaruit we zelf nooit of te nimmer ontsnappen konden?

Vieren we na Goede Vrijdag Pasen als het feest van nieuwe Jezus-mensen voor wie elke macht van Satan aan de kant moet gaan?
Onderscheiden we in de Avondmaalsviering het eten van Jezus Lichaam en het drinken van Jezus bloed, als eenwording met Hem als ons hoofd en wij Zijn lichaam?

Jezus offer was en is een koop van alles halen, Één betalen.

We leven naar Pinksteren toe.
Het feest waarop de Heilige Geest ons alles geschonken heeft wat in Christus Jezus is.
Jezus zelf beloofde ons groter dingen te doen dan Hij, en toch zeggen we dat onze mogelijkheden begrensd en beperkt zijn.

Het blijft me pijnlijk verbazen wanneer ik dit uit de mond van medechristenen hoor belijden…

Goed verzekerd voor de beste Vaccinatie.

Omdat de eenzaamheid ten gevolge van een maatschappij op slot me af en toe zo naar de keel grijpt, belde ik s’nachts een keer de ‘JeBentNietAlleen’ lijn.

Petje af voor de inspanningen en goede intenties van de vele vrijwilligers aan de andere kant van het virtuele draadje, maar na het gesprekje zat ik toch met een kater.
Want wat was ik verder gekomen dan het advies de andere dag de huisarts te bellen, misschien dat ik medicatie nodig had…

Eerlijk, door de sneltreinvaart aan ontwikkelingen in de wereld van vandaag ben ik behoorlijk van slag.
Het troost me bitterzoet dat dat misschien het enige is wat me nog aan de ander bindt, een gezamenlijke, ieder in zijn eigen huisje soms onverdragelijke eenzaamheid.
Of wanneer je buiten bent, het alleen zijn in je eigen anderhalvemeter-cocon waarin knuffelen op straffe van een boete van €390 en een strafblad op zak, verboden is.
De dagen zijn vaak niet meer te duiden, zondag is een dag als alle andere dagen geworden.

Met mij zijn vele mensen van slag, ik ben ‘gelukkig’ niet de enige.
Vandaar dat de berichten over de toegenomen belangstelling voor religieuze beleving en de kerk mijn bijzondere aandacht trekt.
Ik lees dat online preken meer dan voor het lockdown bekeken of beluisterd worden, en zo zegt men, er wordt opvallend veel meer door niet kerkelijke mensen op gereageerd.

Het is logisch dat kerken deze toename aan belangstelling als hoopvol nieuws vermelden.
Allereerst word ik er zelf ook blij van, omdat ik ervan overtuigd ben dat de kerk het antwoord heeft op alle levensvragen, en we daarom niet bang hoeven zijn voor de spreekwoordelijke mond vol tanden.

Toch vermengt de vreugde over de toegenomen vragen aan de kerk zich met een schrijnend zeer.
Want, zo vraag ik mij af, wanneer de kerk van vandaag roept dat het nu tijd is kleur te bekennen en het verschil te maken welk zichtbaar en hoorbaar verschil maakt dan de kerk?
Persoonlijk voel ik me behoorlijk in de steek gelaten door de kerk.
Vandaar dat ik zelf weinig anders kleur ervaar dan dezelfde donkere wolken die de anderhalvemeter-maatschappij van ‘het nieuwe normaal’ aan de blauwe lucht stapelt en het zonlicht belet door te breken.

Buiten de onderling verdeeldheid over de rol man/vrouw en de tijdens deze crisis oplaaiende discussies over Avondmaal en Doop wel of niet in de wacht, wel of niet gewoon thuis, wat heeft de kerk de mens in deze vreselijke tijd anders te bieden dan dat het RIVM, Mark Rutte en o.a. Ab Osterhaus ons aanreiken?

Welke boodschap heeft de kerk voor de groeiende groep in armoede vervallende naasten die bv geen geld meer hebben om fatsoenlijk boodschappen te doen?
Nodigen we de hongerigen aan onze eigen tafel?
Nee toch, dat mag niet van Rutte, en omdat we het goede voorbeeld geven de overheid gehoorzaam te zijn, verwijzen we naar de Voedselbank.
Onze eigen deur zit, net als de deur van de kerk, op slot, knuffelen, aanraken en zegend de hand leggen verboden!

En welke troost biedt de kerk na het belletje van een zieke?
Wellicht raden we een Bijbelapp en wat bemoedigingde teksten aan, waarna we de telefoon weer neerleggen.
Maar wanneer een dag later een klop op de deur klinkt doen we dan open?
Iemand heeft nl. gelezen bij ziekte de oudsten te roepen en snakt naar de zegen van elkaar zonde belijden en zalving met de heilige olie.
Wat doen we dan als kerk?

Onze naaste in nood heeft geen behoefte aan mooie woorden, en beeldbuis gesprekjes, hoe waar deze woorden ook zijn mogen.
Hoe luid en duidelijk onze woorden op zondagmorgen klinken als een klok, het zal in de oren van een radeloos mens klinken als schel metaal.
De bodem van het bestaan is voor veel mensen is al niet meer anders dan een lockdown, waarin nog maar één behoefte schreeuwt: een hand die je uit de put omhoog trekt.

Jij zal maar dik in de modder op de bodem van de put zitten, terwijl om je heen iedereen zich aan de anderhalfmetermaatregel houdt…
Nog net voor je onder de derrie verdwijnt gooit iemand een touw, maar op veilige afstand laat men je bungelen.
Niemand heeft behoefte je hand te pakken om je het laatste stukje over de rand te trekken…
Anderhalvemeter tussen jou en je naaste bespaart de ander immers een boel geld!

Wanneer je het nieuws volgt zou je verwachten dat het de eenzaamheid van een schijnbaar nog weinig overgebleven gezonde iemand is die me vaak de keel dicht knijpt.
Of een griezelige verlatenheid tussen enorme rijen opgestapelde doden en voorbij trekkende begrafenisstoeten.
Maar dat is niet wat zo schrijnt.
Mijn ouders en familie breng ik iedere morgen onder het beschermend bloed van Het Lam dat geslacht is, dus heb ik ook geen trauma’s of verdriet om het gebod geliefden in eenzaamheid te moeten laten sterven.

Ik ervaar vooral een verschrikkelijke eenzaam en verlatenheid onder de levenden waarvan ik anders hoopte en verwachtte.
Met de mond wordt beleden; ‘Jezus is Heer,’ maar wanneer je daar op veilige afstand over in gesprek gaat, overstemmen de overleggingen achter het eigen ‘jamaar’ het ‘Jamaar’ van de Levende.
De eerste zondag in lockdown zong en beleed heel christelijk Nederland gezamenlijk: ‘Jezus Overwinnaar, Naam boven alle namen!’
Ik vraag me sindsdien voortdurend af; ‘wat we de wereld toezingen, geloven, we dat zelf (nog) wel?’

Het verdriet me te moeten zeggen dat ik onder gelovigen weinig anders aan bemoediging en uitzicht ervaar dan wat het RIVM, Mark Rutte en Ab Osterhaus te zeggen hebben.
Terwijl ik geloof dat het andersom moet zijn, is wat ik (over het algemeen) om me zie en hoor, afgestemd op het Corona nieuws.
Niet de kroon van Jezus heerst maar Corona heerst.
Niet wij zwaaien de scepter van Heil, Voorziening en Genezing, het Coronavirus zwaait de scepter over de arme wereld.

Hoe zou het zijn wanneer vanavond in plaats van Ab Osterhaus of Mark Rutte, één van onze voorgangers een persconferentie geeft op tv?!
Wat een opwinding wanneer hij/zij, jij/ik, of wie ook maar, aanschuift bij Pauw of Jinek!
De kerk, die geen blad voor de mond neemt om over dé oplossing, hét antwoord op ziekte en dood te getuigen; Jezus Christus en die gekruisigd!
Wat een verassing voor de wereld, te vertellen over een vaccinatie die allang klaar en voor iedereen beschikbaar is.

Het is nog gratis ook, want de rekening is tweeduizend jaar geleden al vereffend…

Doe het Licht aan…

Vorig jaar zag ik de musical Soldaat van Oranje.
Wat me het meest aangreep was hoe leden van een hechte Leidse vrienden-studentenkring binnen no time elkaars vijanden waren en bereid elkaar te verraden.
Dit fenomeen staat niet op zichzelf, de geschiedenis leert dat er niet zo heel veel nodig is voor broedermoord.
Mijn eigen opa zat tijdens de Tweede W.O in het verzet, terwijl zijn broer een aanhanger van de NSB, en naaste buurman zijn grootste vijand was.
Na de Tweede WO hebben er in de wereld meer burgeroorlogen gewoed als daarvoor, oorlogen waarin familie en vrienden elkaar met het grootste gemak verraden of zelfs vermoorden.

Ik moest daar aan denken toen ik las over de kliktelefoon.
Een speciaal in het leven geroepen lijn met als doel te klikken wanneer je ziet dat je buren zich niet aan de anderhalvemeter-afstandsregel houden.
In sommige steden was de kliktelefoon zo’n succes dat hij dezelfde dag nog door overbelasting crashte, waarmee bewezen is hoezeer men bereid is te klikken.
De overbelasting legt de overheid daarentegen uit als dat de kliklijn aan een behoefte voldoet…

Boven de stranden, pleinen en natuurgebieden hangen drones om ons in de gaten te houden.
We verwelkomen lachend en zwaaiend deze complete inbreuk op onze privacy, de overheid dankend onze veiligheid zo goed te bewaken.
Wat we niet in de gaten hebben is dat u, jij en ik het vermeende gevaar voor elkaar geworden zijn, waardoor u,jij en ik op overtreding voor de anders veiligheid worden gecontroleerd.

Kinderen die vorige week nog gewoon op het schoolplein een balletje trapten, werden dit weekende door snel aan een baan geholpen boa’s, om de anderhalvemeter afstandsovertreding, uiteengejaagd en beboet met € 400 per kind.
Het is onthutsend hoe snel dit soort maatregelen als beschermend en nu eenmaal hartstikke noodzakelijk geduid worden.

Wellicht komt het mede omdat ik door de WSNP een soort van eigendom van de staat ben, en me voor iedere stap verantwoorden moet, waarom ik me verbaas over de gewilligheid van de mensen om me heen, zich over te leveren aan de overheid.
Een uitspraak van Einstein is: ‘Wanneer je onder het volk maar genoeg angst zaait, kun je ze daarna alles wijsmaken.’
Ik zie het overal om me heen gebeuren, het volk smeekt zelf om opgesloten te worden.

Iedereen zal in de situatie waarin we ons bevinden schade opdoen.
Is het niet financieel dan wel psychisch.
Daardoor zullen we aan het eind van deze corona-crisis allemaal van de overheid, de banken en/of de hulpinstanties afhankelijk zijn.
Met andere woorden: de overheid kan straks met ons doen wat ze wil.

Wat me zo verbijsterd is dat de roep om deze afhankelijkheid gezien wordt als dat de overheid ons beschermt, waarom we willoos gehoorzamen aan alles wat ons opgedragen wordt, ja zelfs smeken om nóg strengere beperking van onze vrijheid.

Maar wat me het meest verbaasd is; de christelijke lauwheid en gelatenheid.
Het verbijsterd me dat, voor zover ik dat in mijn eigen omgeving waarneem, het net lijkt alsof alles gewoon doorgaat.
Wel op een andere manier, zonder echt contact, ‘maar ach…dat is nu eenmaal even nodig.
We moeten de overheid toch gehoorzaam zijn?’
Het is zelfs zo dat vragen daarover als te ver gezocht en als sterk overtrokken beoordeeld worden.

Toen de Paus onlangs opriep tot een wereldwijd gezamenlijk het Onze Vader bidden, was ik zo blij daaraan mee te kunnen doen.
Daarna zag ik een filmpje waarin een zeer gerespecteerd voorganger dit gezamenlijk Onze Vader bidden duidde, als dat we ons op deze manier misschien wel net zo voor schut zetten als toen Israël in hun strijd tegen de Filistijnen de Ark des Verbonds in hun midden meenam.
Ik voelde me haast schuldig anderen ‘meegetrokken’ te hebben in de ogenschijnlijke dwaasheid samen het Onze Vader te bidden.

Aan de andere kant wordt me van verschillende zijde steeds benadrukt de tijd waarin we leven niet zo te willen duiden, maar het gewoon te ondergaan als een periode die ook wel weer voorbij gaat.

Ik vraag me af of dat terecht is.
Als ik de Bijbel lees dan zie ik dat God al vanaf het begin profeten aanstelde om de soms abnormale omstandigheden, crisissituaties, oorlogen en rampen ten tijde van toen te duiden.
Neem bv. Noach.
Hij bouwde 120 jaar aan een schip op het droge.
Ik geloof dat hij al die jaren ook geduid heeft waarom.
Wanneer je verder leest spreken de door God aangewezen richters en profeten steeds duiding uit over waarom het niet goed ging met het volk Israël.
Een profeet als Jeremia nam geen blad voor de mond het volk Israël de wegvoering naar ballingschap als gevolg van hun zondige levenswandel te duiden.
Jezus, de Zoon van God, onthoudt zich ook niet van duiding over de tijd waarin Hij leefde, sterker nog, ook niet over onze tijd!
Op vele plekken lezen we hoe Hij ons waarschuwt voor zeer zware tijden van chaos, verwarring en vervolging.
Een tijd waarin de wereld zal smeken om iemand die ons verlossen zal uit de wereldwijde crisis, angst en radeloosheid.
Deze leider zal rust brengen in de chaos en als god aanbeden worden.

Maar wij, de kinderen van God weten wel beter, het is Satan zelf, de antichrist.
Jezus is daar in Openbaring heel duidelijk over, waarom Hij ons ook zo dringend waarschuwt in deze moeilijkheden en beproevingen standvastig te blijven en uit te zien naar zijn komst.
Tegelijk uit Hij de klacht: ‘zal ik nog geloof vinden?’

Ik hou daarom mijn hart vast bij de uitdrukking: ‘we moeten de overheid toch gehoorzamen?!’
Hoe ver verwijderd zijn we dan om gehoorzaam het teken van het beest in ontvangst te nemen?
Bil Gates steekt momenteel al miljarden eigen kapitaal in een wereldwijd aan te brengen merkteken, allemaal voor onze veiligheid…

Ik vraag me bezorgd of er vanuit de kerk en onze voorgangers juist niet meer duiding moet komen over de vreselijke tijd waarin we leven.
We hebben het Woord van God waarin toch genoeg gezegd wordt waakzaam te zijn en niet in slaap te vallen, maar iedere tijd te duiden als dichter bij de voltooiing van Gods eeuwig Koninkrijk?
Dat daar een vreselijke tijd aan vooraf zal gaan is de Bijbel ook niet geheimzinnig over.
Als kinderen van God zijn we het toch aan onszelf verplicht het licht van Gods Woord over rampen,als die nu over de wereld gaan te laten schijnen en elkaar aan te moedigen trouw te blijven tot het eind?
Bovendien hebben we voor de in duisternis dolende wereld toch wel een andere Koning voor te stellen als de koning die ons nu in zijn greep houdt?

In plaats van de vraag tot minder duiding vraag ik onze kerkleiders om meer duiding, precies zoals de profeten dat vroeger deden.
Ik vraag u:
‘Laten we het Licht aandoen….’

Doe dit!

In de kerkelijke traditie waarin ik ben opgevoed, is het niet gebruikelijk vrijmoedig deel te nemen aan het Heilig Avondmaal.
Eerder het tegenovergestelde, omdat niet aangaan juist getuigenis geeft van een goed christelijk besef zondaar te zijn tegenover een heilig en verterend God.
In deze kerken is het een vroom en heilig teken dat de banken vol zitten met ‘zondebelijdenaars’ en de stoelen aan de Avondmaalstafel onbezet blijven.
De kan met wijn wordt na de dienst leeggegoten in de gootsteen en het gebroken brood aan de eendjes gevoerd.

In de verdere ontwikkeling van mijn geloofsloopbaan leerde ik een heel andere visie op het Heilig Avondmaal, een visie die duidelijk meer mijn hart raakte dan waar ik in opgevoed was.
Ik leerde op een nieuwe ongedwongen manier gewoon thuis de maaltijd van de Heer gebruiken, alleen maar omdat Hij zelf gezegd heeft: ‘doe dit tot mijn gedachtenis.’

Thuis Avondmaal vieren is een way of life geworden die niet altijd in de kerk begrepen, of nog erger, zelfs afgekeurd wordt.
Ook daar waar de Maaltijd van de Heer niet zo zwaar beladen is als waarin ik opgevoed ben.
Ik zou haast zeggen, was het dat maar iets meer, in die zin dat het soms een soort van periodieke kerkelijke gewoonte geworden is, die alleen dan plaats mag vinden wanneer de dominee het bedient, waarbij vooraf een kerkelijk opgesteld artikel tot de bediening van het Heilig Avondmaal door de voorganger wordt voor gelezen.
Voorwaarde tot deelnemen aan de Maaltijd is dan ook nog dat er eerst belijdenis des Geloofs afgelegd moet worden en afhankelijk van welk kerkelijk genootschap je lid bent, mag je als vrouw geen broek maar een rok dragen en is een hoofdbedekking verplicht.
Wannneer je gescheiden bent betekent dat in veel kerken zelfs dat het Lichaam van Jezus voor de rest van je leven verboden kost geworden is…

Ik zal niet zeggen dat het kerkelijk Avondmaalsformulier onzin is, maar wat ik me wel afvraag is: ‘hoe komt het dat we niet genoeg hebben aan alleen de eenvoudige woorden van Jezus; ‘doe dit tot mijn gedachtenis!’
Voor mij persoonlijk is dat de beste aansporing tot het mezelf waardig achten Avondmaal te vieren, gewoon omdat Hij me dat opdraagt.
Hij maant me simpelweg mijn dagelijks medicijn niet te minachten of te vergeten!

Naar aanleiding van het sluiten van de kerk i.v.m. het coronavirus, doet het me daarom verdriet dat we geleerd hebben alleen dan Avondmaal te (mogen) vieren wanneer een dominee ons daarin voorgaat.
Mag ik hardop vragen of, in welke kerk we ook zitten, licht of zwaar, deze met regels omgeven manier van Avondmaal vieren niet een ontzettend tekort doen is aan het verzoenend offer van Jezus?
Hebben we in het afzweren van de Rooms Katholieke manier van Avondmaal vieren, met het badwater ook niet gelijk het Kind weggegooid?
Zou het kunnen dat we in de regels en toelatingseisen tot de Maaltijd van de Heer, de kracht van het eten van Jezus’ lichaam en het drinken van Jezus’ bloed onderschat en ingeperkt hebben tot daar waar we het zelf toelaten of tolereren?
Passend gemaakt in ons religieus hoofddenken heeft het dan nog weinig met een kwetsbaar en open hartrelatie te maken.
Is het niet nét dat wat Paulus bedoelt met ‘het onwaardig eten en drinken van het Lichaam van Jezus?’
(1 Korinthe 11)

Hoe mooi zou het zijn wanneer temidden van een wereld in nood onze huizen de kerkjes van nu zijn!
Huizen waarin de kinderen van God hun positie van priesterschap innemen en vrijmoedig het Heilige der Heiligen betreden, om als gezin of alleen de gemeenschap der heiligen te betrachten in het vieren van het Heilig Avondmaal.
Ontdaan van alle franje van de formulieren simpelweg eten en drinken van het verbroken en geslacht Lichaam van Jezus omdat Hij zelf ons daartoe de opdracht gaf: ‘doe dit!’
Ik ben er van overtuigd dat de wereld waarin we leven er dan heel anders uit zal gaan zien.