Stenen of brood en wijn?

De eerste christengemeente groeide zo hard dat de apostelen nieuwe werkers in de kerk van toen aan moesten stellen.
Eén van hen was Stefanus.
In de bijbel staat dat hij vol van genade en kracht was, en daardoor grote wonderen en tekenen deed onder het volk.

Hij viel op kun je zeggen.
Waar hij kwam werd de kracht van Jezus, de gestorven en opgestane Christus zichtbaar.

In Marcus 16 lezen we dat Jezus zijn volgelingen een opdracht geeft, gevolgd door een belofte:

‘En Hij zeide tot hen: Gaat heen in de gehele wereld, verkondigt het evangelie aan de ganse schepping. Wie gelooft en zich laat dopen, zal behouden worden, maar wie niet gelooft, zal veroordeeld worden. Als tekenen zullen deze dingen de gelovigen volgen: in mijn naam zullen zij boze geesten uitdrijven, in nieuwe tongen zullen zij spreken, slangen zullen zij opnemen, en zelfs indien zij iets dodelijks drinken, zal het hun geen schade doen; op zieken zullen zij de handen leggen en zij zullen genezen worden.’
‭‭Marcus‬ ‭16:15-18‬ ‭NBG51‬‬
http://bible.com/328/mrk.16.15-18.nbg51

Dat is zo mooi van onze God, aan de opdracht is altijd een belofte verbonden.
“ Ga en vertel van mijn goedheid, dan zal Ik zelf je getuigenis kracht bijzetten.
Overal waar je mijn bevrijdende genade aan de mensen verteld, zal ik laten zien dat het waar is wat je verteld.
De goede woorden uit je mond zullen zichtbaar waarheid zijn,
Wanneer je zieken de handen oplegt, zullen ze genezen.
Waneer je in mijn naam boze geesten toespreekt zúllen ze wijken.
In nieuwe talen zul je spreken, zodat ieder in zijn eigen taal het goede nieuws horen kan.
Wanneer ze je gif te drinken geven, het zal je niet deren!
Al deze tekenen zal ik zelf op jou woorden doen volgen!”

Stefanus geloofde deze belofte en deed wat de Heer hem opdroeg.
Het gevolg van deze gehoorzaamheid was dat de Heer zijn getuigenis, zijn woorden, achtervolgde met tekenen en wonderen.

Het religieuze gepeupel, degene die zich voor lieten staan op hun eigen inzichten, degene die ervoor gezorgd hadden dat Jezus, de Zoon van God aan het kruis geslagen werd, ergerden zich natuurlijk groen en geel aan een man als Stefanus.
Weer zo’n fanaat.
Zo iemand die hun herinnerde aan hun eigen onmacht.
Hun eigen inzichten hebben hun harten verhard zodat ze steeds minder ontvankelijk worden voor het bevrijdende Evangelie van de gekruisigde Jezus.
Ze hebben geen redder nodig, ze hebben hun eigen wetten, en zijn hun eigen redder geworden.
Dat ze gevangen gehouden worden in een demonische macht zullen ze maar moeilijk erkennen.

Wanneer Stefanus met een hemelse glans op zijn gezicht zijn prachtig getuigenis geeft vanaf de vroege geschiedenis van het volk Israël tot Jezus, zouden ze jaloers gemaakt kunnen vragen:” vertel ons meer over Hem!
Vertel ons hoe ook wij gered kunnen worden.”

Maar omdat hun eigengerechtigheid nooit die vraag zal stellen, ontsteken ze in woede.
Blinde haat verblind hun zicht zo dat al hun waardigheid aan gort gaat.
De waarheid van het getuigenis van Jezus, zoals Stafanus hun dat verteld, snijdt als een tweesnijdend zwaard hun eigen leugens doormidden.
Het zou hun tot bevrijding en redding kunnen zijn.
Maar omdat ze geen redding nodig zijn verhardt het hun toch al zo harde harten nog meer.

Stefanus volkomen vrij van de situatie waarin hij zich bevindt, ziet ondertussen Jezus in een geopende hemel.
Jezus, staande…
Nergens anders lees je in de bijbel een openbaring van welke apostel ook over Jezus die staat.
Overal lezen we dat Jezus zit aan de rechterhand van God.
Stel je eens voor, Jezus die opstaat van zijn troon om zich voorover te buigen om te zien wat daar gebeurd.
Wat een eerbetoon aan Stefanus!

Hun tanden knersend van woede en bittere haat grijpen de priesters en schriftgeleerden Stefanus beet om hem buiten de stad te stenigen.

Bedolven onder hun stenen van eigengerechtigheid bidt Stefanus een gebed:” Here reken hun deze zonde niet toe”
Zoals Jezus bad:” Vader vergeef het hun want ze weten niet wat ze doen”


Deze geschiedenis, de steniging van Stefanus, kan maar zo je eigen geschiedenis worden.
Je wordt gestenigd.
Niet letterlijk met echte stenen, maar geestelijk, doordat vanuit je omgeving een stortvloed van veroordeling over je uitgegooid wordt.
Vooral wanneer dat gebeurt door naasten, zoals bij Stefanus door zijn eigen volk, zo kunnen de stenen uit handen van degene die je lief zijn je ten onder doen gaan.
Zoals Jezus, onze redder gedood is door zijn eigen volk, zo kan bitterheid en gal uit de monden van degene die je lief hebt meer zeer doen dan dat onbekenden je belagen.
Onschuldig, en met een zelfverzekerdheid van recht daartoe, wordt je bedolven onder de stenen van niets ontziende haat.

In dit soort situaties is het goed mogelijk dat we terug gaan schelden.
De stenen naar ons gegooid terug gaan gooien.
Waarschijnlijk is dat ook vaak het eerste wat in ons opkomt, verdedigen door zelf aan te gaan klagen.

Maar stel je eens voor dat voor jou de hemel opengaat en je ziet Jezus opstaan, opstaan voor jou…
Benieuwd naar wat je reactie zal zijn.
Hij vraagt je:” kun je mij nu nazeggen, Vader vergeef het hun want ze weten niet wat ze doen?”
Wanneer Hij dat aan je vraagt kun je dat!
Omdat Hij in je woont en je wil vormen naar Zijn beeld.
Wanneer wij, jij en ik, deze woorden uit kunnen spreken gooien we de stenen terug.
Niet naar degenen die ze naar jou smeten, maar naar de aanstichter van deze steneging, satan.
Dan zie je met de ogen van Jezus hoe jou en en mijn vijanden ten diepste vijanden van zich zelf geworden zijn, en vast zitten in een macht groter dan hen zelf: de macht van de zonde!
Door vergeving uit te spreken ga je zien dat deze strijd niet tegen jou, maar een strijd tussen de hemelse machten is.
Omdat we weten dat Jezus door Zijn dood en opstanding gewonnen heeft van satan, weten we ook dat zijn macht allang verbroken is.
Hij gaat alleen nog maar tekeer alsof (!) hij een briesende leeuw is.
De waarheid is dat hij een tandenloos monstertje is, een nietig allang verslagen en platgetrapte kakkerlak.
In naam van Jezus vrijspraak uitspreken naar onze vijanden zet hun vrij in de schuldloze zone waarin we zelf door het offer van Jezus onze Heer vrij gesproken zijn.
Dan geven we de strijd over aan de God en Vader van Jezus, onze oudste broer.
De stenen worden dan zomaar brood en wijn, uitgedeeld aan onze vijand.

Halleluja voor de Koning die in ons woont!

De volgende keer ga ik je vertellen welke geweldige beloftes verbonden zijn aan Zijn vraag” kun je voor hen bidden?”
Begin maar vast te oefenen.
Dat doe ik ook…

Verslaafd

Zet je hoofd uit!

Soms hoor je iemand een verhaal vertellen dat te mooi is om waar te zijn.
Of je ziet een reclame van je favoriete product spotgoedkoop aangeboden,ver beneden de normale prijs.
Een stemmetje fluistert achterdochtig dat er vast wel een addertje onder het gras zal zitten.
En meestal is dat dan ook zo.

Grappig is,dat er iets vanbinnen zit wat je waarschuwt op je hoede te zijn.

Andersom kan ook.
Iets lijkt te mooi om waar te zijn,maar vanbinnen wordt iets wakker gemaakt.
Hoop,verlangen,ontroering,stel dat het waar is…

Zo was het ook in Nazareth.(Lucas 4:14-30)
Jezus nam in de synagoge de boekrol en las voor uit Jesaja 61.
Het gedeelte waar Israel de Messias beloofd wordt.
Hij sprak daarna de geweldige woorden:”Heden is dit schriftwoord voor uw ogen vervuld.”
De mensen werden ontroerd.
Ze fluisterden onder elkaar:”zou hij het zijn?
De messias?
De verlosser Israëls?”

(Ik stel me zo voor daar bij te zijn.
Je leven lang verlang je naar zijn komst,en dan plotseling…daar staat hij!
“Zou hij…zou het waar zijn…?”
Hoop gloort op in je binnenste.
Diepe ontroering en verlangen zoeken in je hart een plek van thuiskomen.)

Maar wacht…iemand roept:”dat is toch de zoon van Maria en de timmerman?”
Inderdaad,hij is maar gewoon de zoon van Jozef,die ze nog van vroeger kenden.
En wat er daarna gebeurt is afschuwelijk.
Ze willen Hem in het ravijn storten.

De gevolgen van deze keuze zijn dramatisch te noemen voor Nazareth.

Jezus kon uiteindelijk weinig wonderen doen in de plaatst waar hij opgegroeid was.


Dit bedoelde Jezus met het zaad dat opkomt tussen de doornen en distels.
Het komt wel op maar wordt verstikt.

Je hoort dat Hij goed is.
En dat je deel hebt aan Zijn leven.
Je leest alle geweldige beloften,ook voor jou.
Man,je hart maakt 1000 sprongetjes.
Totdat je hoofd zich ermee bemoeien gaat.

Een adder bederft het groene gras van opkomend geloof
“Dit kán niet waar zijn!
Ja maar…
Zo makkelijk gaat het niet!
Vroeger…”

De redeneringen in je hoofd winnen het van je hart.

Het is nodig om dat hoofd dan uit te uit te zetten.
Want Hij,Jezus,je vervulde verlangen woont in je hart.
Daar,in je diepste binnenste fluistert Hij zijn minnelied.
Daar hoor je Zijn hartslag.
Luister maar…

Ik hou van je
Ik hou van je
Ik hou zo van je

Opent uwe mond,eist van Mij vrijmoedig.

Toen mijn jongste dochter in 1987 gedoopt werd door ds. Westerink preekte hij uit psalm 81.

We zongen uit de oude berijming vers 12

“Opent uwe mond,

Eist van Mij vrijmoedig.

Op Mijn trouw verbond,

Al wat u ontbreekt,

schenk Ik,zo gij t’smeekt,

Mild en Overvloedig”

(Soms kan ik heimwee hebben naar het zingen in de oude berijming.

De Maranatha kerk op Urk zat bomvol,en dan met de gemeente zo’n psalm zingen…

Maar dat terzijde,want het volledig uit mijn dak gaan in de lofprijzing van de nieuwe Praise muziek is ook zó verfrissend.)

Terug naar de doopdienst van Ditta en psalm 81

Ik kan me de hele preek niet meer zo herinneren,maar er is een uitspraak die ik nooit meer vergeet.

Nooit meer!

Het woordje:”eisen” is al een woord dat niet in mijn christelijke opvoeding geleerd werd.

Eisen?

Op school zei ik wel trouw elke maandag het uit het hoofd geleerde psalmversje op,ook dit lied.

Maar wat het betekende daar kon ik alleen maar naar hunkeren

Eisen past niet in het je vernederen voor God.

Gewoon omdat Hij God is,en ik een zondig mens.

Tenminste,zo werd me geleerd.

Maar nu hoorde ik iets totaal revolutionairs.

De dominee zei:”weet u wel wat hier staat over de beloftes in het verbond met Hem?

Het verbond dat Hij Zelf al met Abraham sloot.

U mag er,eerbiedig gesproken,God mee om de oren slaan…”

Deze zin,deze voor mij tot dan toe,onchristelijke,benadering om tot God te gaan galmt nog steeds na in mijn hart.

Eisen…

God met Zijn beloftes om de oren slaan…

Wellicht is er toen iets in mij aangeboord of aan geraakt van wat ik altijd al wist.

“God Zelf heeft een verbond met mij gesloten,en ik mag Hem daaraan houden!

Hij wil zelfs dat ik Hem eis Zich aan dat verbond met mij te houden!”