Je hoofd in de wolken.

Mijn oudere buurvrouw is verliefd!
Opgewonden en giechelend als een puber vertelde ze me dat ze sinds kort een relatie heeft, nadat haar man een paar jaar geleden overleden is.
Ik genoot ontzettend van wat ze me daarover vertelde, waarbij ik vooral plezier had in de nonverbale communicatie.
Ik verloor ook mijn hoofd en zag om haar heen een zwerm roekoerende witte tortelduifjes, kwetterende mussen, en een liefdesliedjes fluitende merel.
Tachtig jaar is ze, en de vlinders in haar buik doen haar als een onbezonnen tiener over de buurt dartelen.
‘ ik heb een heel ander leven gekregen’ zegt ze fluisterend, terwijl ze tegelijkertijd hoopt dat de hele wereld het hoort.
‘iedereen zegt dat ik er jaren jonger uitzie!
Stel je voor, ik heb jaren niet meer gezongen, en ik zing weer!’

Een heel ander leven!
Niet meer alleen maar samen!
Zelfs het achtuurjournaal interesseert haar niet meer omdat mijn buurvrouw elke avond voor een heel ander scherm zit te skypen met haar lover.
De agenda is herschreven, waardoor eerder gemaakte afspraken verzet zijn of zelfs afgezegd.
Familie en vrienden staan op de tweede plek want mijn buurvrouw heeft andere prioriteiten.
Dit alles vertelde ze mij met een gouden glans op haar blozende wangen en ogen waarin duizenden sterretjes aangestoken leken te zijn.
Ze is verliefd!!

Ondertussen bedacht ik me hoe bijzonder het is dat verliefdheid een compleet ander mens van je maakt.
Wat heerlijk dat vlinders zich ook niks van leeftijd aantrekken, zodat je zelfs op hoge leeftijd hoteldebotel kunt zijn.
Een soort van door een prettige waanzin en verstandsverbijstering, totaal de weg kwijt zijn, omdat je met je hoofd in de wolken loopt waar de naam van je geliefde in duizend melodieën een loopje met je gezonde verstand neemt.
Tevens zorgen oogkleppen ervoor dat wat er om je heen gebeurt voor het grootste gedeelte aan je voorbij gaat.

Terwijl ik zo stond te genieten van mijn verliefde buurvrouw van tachtig, begon ik te verlangen naar een wereld waar iedereen verliefd is, waardoor alles vrolijker en feestelijker zou zijn.
De zon zou altijd schijnen en iedereen zou denk ik veel vriendelijker zijn, waardoor we ons minder druk maken om zaken die ons afleiden van dat ene doel; dichtbij je geliefde zijn!

Ik herinnerde mij een prachtig oud lied, waarvan het eerste couplet luidt;

‘Daar ruist langs de wolken een lief’lijke Naam,
die hemel en aarde verenigt te zaam,
Geen naam is er zoeter en beter voor ’t hart,
Hij balsemt de wonden en heelt alle smart.
Kent gij, kent gij, die Naam nog niet?
Die Naam draagt mijn Heiland, mijn lust en mijn lied!

Wanneer je de naam van deze Heiland ontdekken wilt zul je daarom eerst je hoofd in de wolken moeten steken.
Zodra je dat durft lijkt het wel alsof het ruisen van die naam een loopje met je gezonde verstand neemt.
Alles wat je daarvoor dacht over die naam te weten valt weg in een tegelijk ervaren en begrijpen waardoor over die naam weten kénnen wordt, in de zin van één zijn met Hem.
Iedere daarvoor aangenomen waarheid komt op een zeer prettige manier op losse schroeven te staan omdat je opeens gaat beseffen dat dat wat je eerder nog te vuur en te paard als jou waarheid verdedigde, niet meer dan religie is wat relatie in de weg staat.
Eer je in paniek raakt omdat je denkt compleet verdwaald te zijn, ontdek je dat Hij De Weg is, een Rechte Weg zonder T-splitsingen en kruispunten die je toch alleen maar eindeloos in verwarring en vertwijfeling brengen.
Met je hoofd in de wolken ontdek je opeens een omgekeerde wereld die tegelijk de echte wereld blijkt te zijn.
Een wereld waarin de naam van die Heiland tot onbegrensde mogelijkheden leidt, waardoor je aangemoedigd wordt steeds groter te durven dromen.
Tot je eigen opluchting ontdek je dat door je hoofd kwijt te zijn, je hart meer zuurstof door je aderen pompt, en je jeugd zich vernieuwt als dat van de adelaar.

Kortom, je hebt vlinders in je buik, waardoor je het prettig gestoord zijn omarmd en uitbundig viert.
Omdat die naam in duizend melodieën je hart en leven kleur geeft, verleggen je prioriteiten zich omdat je niets en niemand de klanken van dat lied wilt laten verstoren.
Opeens heb je een heel ander leven, kleuriger, spannender, uitdagender en uitbundiger dan toen je nog niet je hoofd in de wolken stak.
Tegelijk merk je dat je nu pas echt met beide benen op de grond staat, wat een eindeloos gevoel van rust geeft; rust van thuis gekomen zijn.

Wat is die naam, zul je vragen…
We zingen het tweede couplet, luister;

‘Die naam is naar waarheid mijn Jezus ook waard,
want Hij kwam om zalig te maken op aard;
zo lief had Hij zondaars, dat Hij voor hen stierf,
genade bij God door Zijn zoenbloed verwierf.
Kent gij, kent gij, die Jezus niet,
die om ons te redden, de hemel verliet?’

Heb je het gehoord?
De naam van die Heiland is Jezus wat ‘Jahweh is Redding’ betekent.
Verliefd met je hoofd in de wolken lopen is dus je redding!
Probeer het maar eens, je hebt toch niets te verliezen dan alleen maar je ongezonde verstand.
Uit ervaring kan ik het je zeker aanraden…

Middelvinger.

(True story)

In de stad op de fiets van A naar B is soms een levensgevaarlijke bezigheid.
In een paar maanden tijd hadden jullie, als lezer al diverse ter aarde bestellingen van mijn persoontje mee kunnen maken, en andersom waarschijnlijk ook!

Even terzijde,
maak er asjeblieft een feestje van wanneer het zover is, steek de vlag uit, hang de slingers op, eet heeeeel veel gebakjes, en hef het glas op mijn thuiskomst, waar Jezus me welkom heette.
Hij had al een lekker kopje thee voor me gezet, hing mijn jas aan de kapstok, en zit nu gezellig met mij aan tafel te keuvelen; “ hoe was je dag schat, vertel…”
In de Le Creuset pannen sudderen malse runderriblapjes en stoofpeertjes en in de koelkast staat een romige chipolata pudding met felgekleurde stukjes sucade en in rum geweekte rozijntjes op te stijven.
Een andere mooie schaal in de koeling is gevuld met vers geklopte slagroom, genoeg voor op de pudding straks, en het advocaatje bij de met de hand gezette gezette koffie na de maaltijd.
Zoiets dus…

Nou goed, fietsen in de stad.
Onlangs moest ik van A naar B.
Toen ik nog een auto had, vond ik het behoorlijk irritant dat zo weinig fietsers richting aangeven.
Soms fladdert er ergens een hand, met een voor zijn bestaan verontschuldigend wijsvingertje, waar ik als autobestuurder dan weer geen wijs uit weet.
“ steek je hand toch eens fatsoenlijk uit” mopperde ik dikwijls.
Vandaar, ik geef ook voor mijn eigen veiligheid, van te voren richting aan.
Niet sorry dat ik besta, vergeef me dat ik een andere kant op wil dan u, nee;
‘dit stukje weg is van mij, ik verwacht dat u mij daar de ruimte geeft, en bovendien , ik denk niet dat u bloed op de voorruit wilt’

De auto achter me, de bestuurder dan hè, kan dan ruim van te voren anticiperen in het verkeer. ( zo noem je dat toch?)
Meestal gaat het goed.
Ik moet eerlijk zijn, soms gaat het net níet goed…
Omdat ik dan zelf niet anticipeer, en geen besef heb van het stukje weg waarop ik mijn fiets van A naar B voort trap.
Dan zit ik met mijn hoofd in de wolken en droom ik van dat advokaatje met slagroom.
Ik dwaal alweer af…

Onlangs, van A naar B.
Met een paar auto’s ver genoeg achter me, zodat wanneer ik met mijn recht uitgestoken arm, richting aangeef ze me daar ook de gelegenheid voor kunnen geven.
De eerste auto scheurt nog snel om me heen, waarna de bestuurster in de auto daarachter, niet voldoende anticiperend, bot op de rem moet, omdat ze in de flow van de vorige auto ook om me heen wil.
Ik schrik, zij schrikt.
Raampje open, duidelijk vingertje opgeheven, begint ze me de les te lezen.
Ik zeg: “ mevrouw, ik heb ruim van te voren richting aangegeven.”
Wat stellig door de vrouw in kwestie ontkend wordt, want ze had niks gezien.
Tja, achteraf kan ik nu ook wel bedenken dat ze hoogstwaarschijnlijk ook droomde van een een prins die haar een advokaatje met slagroom aanbiedt.
Jammergenoeg op dat moment niet.
Iemand met een weerzinwekkende klauw krabde mijn “oude mens” en ik haalde haar uit de kast,.
Na wat heen en weer welles nietes stak ik mijn in felgeel gehandschoende middelvinger op…
Echt waar!
Erg hè?
Stel je voor, mijn oude ik is veilig in de kast opgeborgen, dood als een pier.
Niks meer in te brengen, ze moet haar bek houden!
Ik weet het, en toch doe ik de kast open en wek dat skelet op.
Ik geloof niet dat Jezus dat bedoelde toen Hij zei dat we zoveel opstandingskracht in ons hebben, om zelfs doden op te wekken!
Jammergenoeg zijn we als kinderen van God bijzonder goed in het op die manier de doden op laten staan, door het skelet steeds uit de kast te halen.
Gelukkig besefte ik dat op dat moment ook, ik schaamde me dood.
Ik wilde dat de grond onder me zich opende en me verzwolg als in een sinkhole.
En toen…

Thank God, zijn Geest woont in mij, en ook Hij stak een vinger op.
Een wijsvinger naar mij, om me net als die mevrouw de les te lezen?
Een middelvinger die me precies zo als ik naar de ander deed, oordeelde?
Nee!
Geen “sorry dat ik besta vingertje”maar een duidelijke richtingaanwijzer naar het kruis.
“Hier, deze kant op!
Ik wacht wel achter je”
De richtingaanwijzer wees me naar de geweldige tekst uit 2 Korinthe 5:21
“Ik ben de gerechtigheid Gods in Jezus Christus!”
Omdat ik zelf zo goed ben?
Nee, omdat Jezus, die geen zonde gekend heeft zonde voor mij geworden is.
Hij hing tussen hemel en aarde, door Vader verlaten, en wérd zonde!
Op dat moment kwam Zijn gerechtigheid op mij.
Ik werd rechtvaardig verklaard.
Wat Hij verdiende, kreeg ik.
Wat ik verdiende kreeg Hij!
Een zeer vrolijke ruil…

Daar stond ik dus, een “keurige oudere mevrouw” met mijn middelvinger felgeel opgestoken, midden op een kruispunt.
Welke afslag zou ik nemen?
Die van de zelfveroordeling en de dood, of die van het leven door de rechtvaardigheid in Christus?

Ik stapte weer op mijn fiets en stak in gedachten mijn middelvinger weer op!
Naar die vuile aanklager die een gat voor me groef, waar hij me briesend ALS een leeuw wilde verslinden.
Belijdend :” ik ben de gerechtigheid Gods in Jezus Christus, ik ben rechtvaardig verklaard in Zijn bloed” ben ik weer verder de snelweg van het leven op gefietst.
Even verderop zag ik een sinkhole , er omheen een metershoge omheining.
Boven de ingang hing een levensgroot bord
“ Verboden toegang”
Engelen met vlammende zwaarden beletten me de toegang waardoor ik veilig verder fietsen kon.
In mijn ooghoek zag ik nog net een ter aarde bestelling van een felgeel gehandschoend handje .
Ze zwaaide vrolijk en stak een duimpje naar me op…

Geloven: over vertrouwen, twijfel en vragen

Geloven: over vertrouwen, twijfel en vragen

https://robertrothblog.wordpress.com/2019/06/10/geloven-over-vertrouwen-twijfel-en-vragen/
— Lees op robertrothblog.wordpress.com/2019/06/10/geloven-over-vertrouwen-twijfel-en-vragen/

Prachtig getuigenis van een levensveranderende ontdekking.

Glorie aan het Lam!

In vuur en vlam.

Vorige week was ik op het Hemelvaartsconvent van CWN, waar we o.a. luisterden naar een lezing van Samuel Wells.
Hij sprak over het over het verschil tussen For/With.
Iets doen voor iemand of iets doen met iemand.
Het doen voor elkaar, of iets doen voor God, zit ons meer in het bloed dan dat we iets doen met elkaar,of stil zijn en luisteren naar God omdat Hij er zo naar verlangt met ons te zijn.
Vanmorgen in de dienst kwamen deze woorden For/With Voor/Met in mijn gedachten voorbij, t.a.v. de Pinksterviering.

Op de dag waarop de Joden van het Oude Testament vieren dat Mozes op de Berg Sinaï, de tien geboden ontving, op diezelfde dag viert de kerk van het Nieuwe Testament Pinksteren, het feest van de uitstorting van de Heilige Geest.

Over deze twee gebeurtenissen zijn zowel verschillende overeenkomsten als verschillen te noemen.
In beide gevallen gaat het vooral over God die bij de mensen wil wonen.

Het volk Israël had na hun bevrijding uit Egypte aan geen ding gebrek in de woestijn.
Iedere keer wanneer ze klaagden over water, brood en vlees zorgde God voor overvloed in wat ze misten.
Er viel niet één dode, omdat God hun Zijn vriendelijk aangezicht toonde en niet moe werd hun goed te doen.
Kortom, God liet hun de aard van Zijn wezen zien; Zijn verlangen de mens genade en goedheid te bewijzen.
Toch was het volk deze genade, iets ontvangen om niet, op een gegeven ogenblik spuugzat.
Ze eisten God zelf iets terug te willen doen.
Daarop trok God zich terug, en gaf hun de tien geboden.
Wederom kregen ze waar zo om vroegen, de wet, waarop ze overmoedig riepen dat ze álles zouden doen wat God hun in die wet gebood.

Waar het mis ging was precies dat waar Samuel Wells de vinger op legde.
God bevrijdde het volk Israël uit de slavernij van Egypte en trok met hun op naar het beloofde land.
Het volk kon de afhankelijkheid van een God met hun niet langer verdragen, waarop ze eigen verantwoordelijkheid en onafhankelijkheid opeisten.
Die kregen ze van God, waarop zoals om de berg Sinaï een hek geplaatst werd, er ook denkbeeldig een afscheiding kwam tussen God en het volk.
Met God werd door het volk ingeruild voor voor God.

Hoe desastreus dit uitwerkte werd onmiddellijk duidelijk toen het volk zelfs het aanbidden van God inruilde voor het dansen om een gouden kalf.
Kort tevoren nog hadden ze geroepen alles te doen wat God hun gebood te doen…
Omdat ongehoorzaamheid aan de wet genoegdoening eist, kon God niet anders dan straffen.
Als gevolg van het overtreden van het eerste gebod:’ Gij zult de Here uw God liefhebben boven alles,’ stierven er drieduizend mensen.

Vele eeuwen later verliet de zoon van God de hemel om als mens onder ons te wonen.
Hij kwam op aarde omdat Hij als enige in staat was Gods wil te doen en zo de wet van Mozes te vervullen.
Door Zijn verschrikkelijke dood aan het kruis verbrak Hij de macht van de zonde en bevrijdde ons van de aanklacht van de wet.
Deze wet was het wapen van Satan om ons voortdurend aan te klagen;’zie je wel dat je dat niet kunt?’
En hij had gelijk!
We kunnen de tien geboden niet gehoorzamen, zelfs niet één gebod.

Gods reddingsplan is er altijd op gericht geweest met ons te zijn.
Toen Jezus er voor koos om met ons te zijn kon het niet anders dan dat Hij hangend aan het kruis één werd met onze zonde.
Hij dróeg niet alleen onze zonde, Hij werd zonde, en wij, we lieten Hem alleen.
We konden ook niet anders dan Hem alleen laten, omdat we onmogelijk dragen konden wat Hij op dat moment Zelf op zich nam.
Omdat God de zonde niet verdragen kan, kon ook Hij niet anders dan Zijn Zoon alleen laten, en daarmee koos God onze kant.

In Kollosenzen 2 staat dat God Zelf de zonde,Jezus, én de aanklacht van dat wat tegen ons getuigde, de wet, aan het kruis nagelde en daarmee Satan het zwijgen oplegde.

Na zijn opstanding beloofde Jezus ons na Zijn Hemelvasrt niet alleen te laten, maar ons Zijn Geest te sturen, het bewijs van Zijn verlangen om met ons te zijn.
Het Immanuel, God met ons, bij de aankondiging van Jezus’ geboorte uitgesproken door de engel Gabriël, is in Zijn dood, opstanding en Hemelvaart bezegeld met de uitstorting van de Heilige Geest.
Elke belemmering om tot God te gaan is weggenomen omdat in het offer van Jezus elk wapen dat tegen ons gebruikt werd krachteloos is geworden.

En zie wat er gebeurde:
Bij de Sinaï, daar waar de mens koos om voor God te gaan werken, vielen drieduizend doden.
Op de Pinksterdag, de dag waarop God bewees het contact met
ons te hebben hersteld komen drieduizend mensen tot geloof.

Wat een wonderschone hereniging van God met allereerst Zijn volk Israël en daarna de andere volken.
Het was niet voor niets dat de uitstorting van de Heilige Geest juist op dát moment plaats vond.
Heel Israël en de mensen uit de omringende volken waren op de been om feest te vieren in Jeruzalem.
God de Vader liet zien dat het heil voor alle volken is.
Vier je het feest van de Geest mee op het Tempelplein?

Link naar de lezing van Samuel Wells:

Link naar de site van het Chatismstisch Werkverband Nederland
https://www.cwn-cwj.nl/

Goed gedaan trouwe klusjesman!

Deze week zag ik gebeuren hoe makkelijk mijn eigen schuldig aanwijzend vingertje de ander ziek maakt.

Ik kan al twee maanden niet in mijn eigen huis douchen ivm lekkage.
Dat geeft af en toe veel stress omdat ik het gevoel heb dat mijn huis niet meer van mezelf is, daar het een rommel van jewelste geeft terwijl ik juist net mijn huisje helemaal opgeruimd had.
Ik was zo trots op de, in mijn ogen balzaal aan ruimte in de grote slaapkamer, terwijl die nu al weken vol staat met bouwgereedschap en de wasmeubeltjes uit mijn gesloopte douche.
En dan het stof… verschrikkelijk!

Afgelopen dinsdag stond ik voor mijn deur en kon er niet in.
Het slot van de deur weigerde mijn sleutel, waardoor ik eerst ging twijfelen of het mijn deur wel was.
De overdadig bloeiende Geraniums lachten me met hun bonte kleuren bemoedigend toe, waardoor ik zeker wist; ‘dit is echt mijn eigen huis.’
Maar nee, het slot weigerde de tot dan toe altijd geaccepteerde sleutel te gehoorzamen, wat me vervolgens vertwijfeld af deed vragen of ik wel de goeie sleutel had.
Ook een gekke vraag natuurlijk, want het was dezelfde sleutel als altijd aan hetzelfde sleutelbos.
Ik bedacht me dan maar de Woningbouwvereniging te bellen, tot het wrikken toch de deur opende.
Gelukkig, ik was binnen.

Maar in mijn hoofd begon tegelijk een ‘wiens schuld is dit?’ vraag te spelen, waar ik meteen het antwoord al paraat had;’ Wouter natuurlijk’
Hij had die dag in mijn huis geklust, dus hij had mijn slot vernachelt!

Het eerste wat ik hem de volgende dag vroeg was:’wat heb je met mijn slot gedaan?’ waarop hij meteen van alles aanbracht om mij van zijn onschuld te overtuigen.

Toen hij al een tijdje aan het werk was, en ik kijkje nemen ging,
vroeg ik hem of het goed ging, waarop hij antwoordde van niet.
Er van uit gaande dat hij bedoelde dat het betegelen moeilijk ging, vroeg ik wat er dan tegenzat, waarop hij haast in huilen uitbarstte.
‘Ik doe zo mijn best en het eerste wat u tegen me zegt is dat ik uw slot kapot gemaakt heb’

Dit was voor mij een mooie oefening in de schuldvrije ruimte.

Omdat ik zelf dacht in mijn recht te staan had ik mijn klusjesman schuld opgelegd.
Of dat terecht of onterecht was is niet belangrijk, de schuld maakte dat hij zich klein ging voelen ten opzichte van mij, waarom hij op zijn beurt mij weer beschuldigde van dat hij niet meer met plezier zijn werk kon doen.

Ik zag voor mijn ogen hoe fnuikend en gemeen schuld is.
Het maakt inderdaad ziek!
Wouter deed zó zijn best, en ik reageerde mijn stress op hem af.
Terwijl ik graag wilde dat hij mijn douche zo snel en netjes mogelijk klaar maakte, werd ik met mijn schuldig wijzend vingertje zelf de belemmering daarvoor.

Toen ik hem zei dat hij het goed deed, ik erg blij met hem ben, hij een toppertje is en niet meer dan zijn best hoefde te doen leefde hij weer op.
Het gevolg was dat hij meer dan zijn bedoeling die dag, alle drie de muren betegeld heeft.
Hij vond het fijn zich uit te sloven voor mij…

Wat mezelf weer leerde dat de ander omhoog tillen voor beide kanten prettiger en produktiever sfeer geeft.
Tenslotte is er ook helemaal geen schuld, dus waar hebben we het over!
Zelfs voor dit soort ogenschijnlijk kleine voorvalletjes geldt:

‘Zo is er dan nu geen veroordeling voor hen, die in Christus Jezus zijn.’
‭‭Romeinen‬ ‭8:1‬ ‭NBG51‬‬
https://www.bible.com/328/rom.8.1.nbg51

Dit houdt niet alleen het ontvangen van vrijspraak in, het feestje in de schuldvrije ruimte wordt pas compleet wanneer we het ‘niet schuldig’ ruimschoots om ons heen uit gaan delen.
Vier je mee?

Verkering

Vandaag beluisterde ik een gesprek van een moeder en haar dochter.

De dochter, laten we haar in dit verhaal Eva noemen, heeft lange tijd niet veel willen weten van het andere geslacht, en al helemaal niet aan een relatie daarmee.
Het was onvoorstelbaar, totdat Gerald ten tonele verscheen waarna de wereld van Eva alleen nog maar uit één naam bestaat: Gerald!
Alle daarvóór bedachte plannen zijn op de tweede plek komen te staan omdat Eva’s gedachten enkel en alleen nog maar rond Gerald draaien.
Het heeft Eva in een zoete zuurstokrozekleurige staat van volkomen verstandsverbijstering gebracht.
Kortom Eva is verliefd.
Iedere gelegenheid wordt aangegrepen om samen te zijn wat, doordat het verliefde stel nogal ver uit elkaar woont niet eenvoudig is.
De gesprekken via Whatsapp beeldtelefoon duren daarom vaak tot in het ochtendgloren van een nieuwe dag.

Eva vertelde dat ze gisteravond op de kinderen van hun buren pastte en al uren watertandend droomde over een lekkere Pizza.
Op een gegeven moment belde Gerald en vroeg haar waar ze zin in had: ‘een pizza natuurlijk,’ flaptte Eva eruit.
Tien minuten later: “tring tring” en ja hoor, de pizza koerier stond aan de deur met een door Gerald voor zijn meisje bestelde pizza.

Bij het luisteren naar dit kostelijke relaas begon als vanzelf mijn denkbeeldige pen een verhaal te schrijven.

Het gesprek tussen Eva en haar moeder werd ondertussen nog leuker, waardoor de schrijverspen van mijn eigen fantasie nog meer geïnspireerd werd

Eva zei dat ze vandaag waarschijnlijk nog wel met Gerald, haar vriendje, zou beeld-bellen, waarop haar moeder zei; ‘dan ben je toch nog even bij elkaar’
Hahaha, je had de uitdrukking op het gezicht van Eva moeten zien!
Het sprak boekdelen, waarvan bladzijde na bladzijde een dikke pen het papier zowat doorkliefde, zo venijnig waren de letters op het papier gekwakt.

Het was voor Eva overduidelijk, moeder begreep er totaal niets van!
‘Nou, dat is toch echt niet hetzelfde als in het echt bij hem zijn hoor’ bracht ze diep verontwaardigd uit.

Geweldig!
Hoe lijkt het verhaal van een verliefd stelletje dat van alles bedenkt om maar bij elkaar te zijn, op dat waar Vader God zo naar verlangt; omgang met mensen.
Het verhaal over de God van hemel en aarde die blij wordt van grote dromen dromen, omdat zijn eigen droom voor ons elke fantasie te boven gaat.
Het verhaal over zijn zoon, Jezus
die net zoals het vriendje van Eva, elke gelegenheid aangrijpt om te laten merken hoe hij van zondaren houdt.
Kortom, God zoekt een meisje voor zijn Zoon.
Verkering met een meisje dat zich koesteren wil in Zijn liefde.
Een meisje om Zijn naam aan te verbinden, waarvoor zonder dat ze zelf een bruidschat in hoeft te brengen, de schatkamers van de hemel al lang tevoren wijd open zijn gezet.
Een meisje dat zich niet schaamt bij Hem te horen maar overal trots haar vriendje voorsteld; ‘Kijk, dit is Hem, mijn Jezus!’
Een meisje dat koste wat het kost dicht bij Hem wil zijn en zich door niets en niemand daarvan weerhouden laat.
Een meisje dat geen genoegen neemt met verhalen óver Hem, maar haar eigen verhaal mét Hem beleven wil.

Zo’n verkering wil toch iedereen?
Pas met Hem aan je zij loop je echt met je hoofd in de wolken.
Ik denk dat Hij daarom die wolken gemaakt heeft…

Feest op de ingestorte muren.

Vanaf dat ik over Jezus hoorde ben ik hem stilletjes gevolgd en zag ik hoe hij blinden de ogen opende, melaatsen de handen oplegde, ja zelf doden opwekte.
Na de opwekking van Lazarus gonsde het door heel het land Israel, en ver daarbuiten, maar bovenal in mij.
Ik voel me ook zo dood, zo levenloos.
Als in een donkere kerker opgesloten, zo zwart en donker is het in mijn ziel.
Oh, hoe dikwijls heb ik mij al afgevraagd of dat wat zo dor en dood is in mij ook door Jezus levend gemaakt zou kunnen worden?

Schuld en schaamte hangen als dikke wolken boven mijn leven en beletten mij me te koesteren in de warmte van de zon.
De muren om mijn hart, bedoeld om me te beschermen tegen inkijk, belemmeren vooral mijn eigen zicht.
De plek waar eens het water van de doop werd gesprengd, schrijnt als is met een gloeiend hangijzer
het stempel ‘waardeloos’ in mijn voorhoofd gebrand.
Mijn schuld is te groot, ik heb het allang verknald bij God!

En toch, waarom volgde ik die Jezus dan?
Niet openlijk maar heimelijk en steeds op veilige afstand was ik meestal daar waar hij ook was.
Wat is het in die man wat me zo aantrekt?

Ach, het heeft ook geen zin meer me dat af te vragen, hij is buiten de stad gekruisigd.
Als het gebod van Mozes om datgene wat het lichaam vervuilt buiten het kamp te begraven, zo hangt Jezus als oud vuil buiten de muren van de heilige stad ten toon.
Zijn gehavend en kapot geslagen lichaam is als een bloedend en met schuld beladen lam door de Hogepriester de poort uitgejaagd.
Boven zijn hoofd hangt een bordje; ‘Koning der Joden’ maar in zijn aanblik is werkelijk niets waardigs te ontdekken.
Waar de dorens van de door de soldaten gevlochten kroon zijn schedel priemden, plakken nu vieze en donkere korsten.
Zijn botten, blootgelegd door de geseling, geven me rillingen van afschuw en afgrijzen.
Hij oogt als een van de hele aarde bij elkaar geveegde berg stinkend vuil, dat wanneer het niet bijeen werd gehouden door dikke in het hout getimmerde spijkers, uit elkaar zou vallen.
Het zou als een leeg geschudde vuilniszak de heuvel Golgotha vervuilen, waarna de rondcirkelende roofvogels zich tegoed konden doen aan zijn vlees.

Ontgoocheling en wanhoop maken de muren om mijn hart nog dikker en ontoegangkelijker.
Als een nachtkaars dooft ook het laatste sprankje hoop op een beetje liefde.
Niemand kan mij nog redden uit deze moedeloosheid die als een verstikkende deken het leven uit mij perst.

Net wanneer ik dit schouwspel op Golgotha de rug toedraaien wil klinkt vanaf het kruis een krachtige roep; ‘het is volbracht’
Als aan de grond genageld blijf ik staan, dit is niet de stem van een gebroken man!
Vol van majesteit en macht is het alsof iemand adem blaast in een luid schallende bazuin, waarop de hemel zich met donderend geraas opent.
In ontzag voor zijn Schepper breekt ook de aarde open en geeft het zijn doden levend weer aan de stervende Jezus.
Zijn hoofd buigend blaast hij zijn geest terug naar God, en vindt zijn eens vrijwillig verlaten Thuis terug aan het warm kloppend Vaderhart.

Opkijkend naar de kapot geslagen man aan het kruis val ik op mijn knieien, en kan niet anders meer dan deze Jezus aanbidden.
Is dit wat Mozes bedoelde toen hij zijn volk smeekte hun ogen op de slang op de opgeheven stok te houden, zodat de in het stof bijtende slangen krachteloos werden?

Zijn gebroken blik kruist de mijne, en doen de muren rond mijn hart ineen storten als de muren rond Jericho.
Wat kan ik hem anders nog bieden dan mijn tranen?
Zoals het volk Israel de schatten uit de gevallen stad in de tabernakel van God bracht, zo geef ik hem mijn pijn, mijn schuld en mijn schaamte en bied het hem vol ontzag aan.

De eerder blinde ogen van mijn hart zien de hemel geopend waar engelen juichend feest vieren om mij, een zondaar die zich bekeerde.
Als de meest kostbare schatten wordt al mijn vuil in ontvangst genomen, waarna ik me lichter dan ooit opgenomen weet in een zee van liefde en zuiver licht.

Vrij gesproken van elke schuld ren ik jubelend en juichend de heuvel Golgotha af om binnen de muren van de open stad Jeruzalem de tafel te dekken voor het Pesachmaal.
Het aloude feest van een geslacht lam en ongezuurd brood.
Grinnikend neem ik me voor er voortaan een fles rode wijn bij te drinken;
proostend op het nieuwe Leven…

Dood aan die ‘koning’

‘Kruisig hem, kruisig hem,’ schreeuw ik uit volle borst mee met de menigte.
Mijn eigen stem is de stem van de honderden mensen rondom mij, als komt die schreeuw uit één keel.
Woedend ben ik, zo verschrikkelijk teleurgesteld en ontgoocheld.
Daar staat hij, die bedrieger,die oproerkraaier, die…die Jezus…
Pilatus, de Romeinse Stadhouder zal recht spreken!
Hij moet de doodstraf krijgen, niks minder!
Al zou ik hier alleen staan dan nog zou ik schreeuwen; ‘kruisig hem, kruisig hem!’

Bah, wat heb ik me beet laten nemen door die timmerman uit Nazareth.
Nog niet zo lang geleden liet hij zich, als een pas gekroond vorst op de rug van een ezelin de stad binnen rijden.
Uit volle borst jubelde ik mee; ‘Hosanna, hosanna, hij die komt in de naam des Heren!’
Even vlamde in mij de hoop, dat de God van onze voorvaderen Abraham, Isaak en Jacob eindelijk korte metten zou maken met onze vijand, en ons als heilige natie herstellen zou.
Voor een moment dacht ik nog; ‘Hij is het, de beloofde Messias, die ons verlossen zal van de onderdrukker, en ons weer heer en meester van ons eigen koninkrijk maken zal.’
Opgewonden zwaaide ik met palmtakken, en hoopte maar dat hij goed kon zien hoe ik me voor hem uitsloofde, en het míjn met goud doorstikte mantel was waarover hij Jeruzalem binnen reed.
Nu heb ik de mantel buiten de stad gegooid, zodat niets me nog kan herinneren aan mijn hopeloze dwaasheid te geloven in deze “redder”
Hij moet dood, en vooral worden vergeten!
Hij die zich vergelijkt met onze heilige Tempel, door te zeggen dat die net als hij afgebroken en in drie dagen weer herbouwd zal zijn, hij moet voor altijd uitgewist worden.

Deze godslasteraar heeft niet anders dan schuld op schuld op zich geladen, en daar staat de doodstraf op!

Gelukkig, Pilatus heeft naar het volk geluisterd, er is recht geschied, Jezus van Nazareth hangt aan het kruis.
Buiten de muren van Jeruzalem natuurlijk, zodat onze heilige stad niet verontreinigd wordt.
Alsof het mijn persoonlijke overwinning is, míjn wraak voor zijn bedriegerij, zo triomfantelijk voel ik mij wanneer ik naar hem kijk.
Eigenlijk wil ik hem helemaal niet zien, zo afzichtelijk is hij.
Alsof ik een mug, die zich net heeft volgezogen met mijn bloed, plat gemept heb, zo vies is zijn aanblik.
Ik walg van hem, ik gruw van zijn afschuwelijk lichaam.
Bah, bah…
Daar hangt geen mens, daar hangt iets zwarts, iets vreselijk zondigs.
Verstoten door de aarde, niet gewenst in de hemel!
Af en toe roept hij wat, naar Elia, onze vroegere profeet bv.
Alsof die hem helpen kan!
Laat hij zichzelf redden…
Hij had toch zoveel kunstjes?

Plotseling wordt het donker, midden op de dag.
Een duisternis die als vanuit een enorme boosheid en afschuw de aarde bedekt.
Alsof een macht groter dan wie ook met zijn hand scheiding maakt tussen licht en duisternis om datgene, wat daar aan het vloekhout hangt, die bedrieger die zegt God te zijn, in het niets daartussen te laten verdwijnen.
Het te verwijderen en weg te doen uit ieders zicht.

Opeens lijkt het wel alsof in mijn binnenste zelf, mijn ik, een kaarsje aangestoken wordt, waarvan het vlammetje flakkerend een zacht licht laat schijnen op plekken waar omheen ik zelf dikke muren heb gebouwd.
Ik begin mij aarzelend af te vragen of dat kruis mij afschermd omdat ik anders zelf tot as verbrandt in het vuur van een alles verzengende woede?
Ja, ik begin te beseffen dat ik onder de last van mijn schuld vermorzeld zou worden…
Ik zou op de grens van het eeuwig licht en de altijd durende duisternis niet kunnen bestaan en verdrinken in een zee zouter dan de Dode Zee.
Dit weten verscheurt mij waardoor in mijn hart, op een plek die ik altijd verborgen heb gehouden, een andere stem begint te schreeuwen.
Bitter en rauw, vol wroeging, pijn en zelfhaat roept het; ‘Kruisig mij, kruisig mij!’
Maar eer mijn mond deze woorden uiten kan worden ze al gesmoord in een zee van oneindige liefde en mededogen.
Plotseling besef ik dat deze duisternis mijn schild is, mijn bescherming tegen het zelf openlijk te schande staan voor mijn torenhoge schuld, omdat het mijn zonde is die met een heilige hand aan dat hout is vast gespijkerd.
Het is míjn arrogante zelfrechtvaardiging, die als de doeken van een ongestelde vrouw ten toon gespreid wordt.
Míjn zondige ik hangt aan dat kruis, en toch sterft iemand anders in mijn plaats de eeuwige dood…

Terwijl de poorten van de hel zich sluiten achter Jezus van Nazareth ontstaat een nieuwe werkelijkheid en voor mijn ogen opent het naar boven wijzend kruis een deur naar een ruimte waar nooit het woord ‘schuld’ meer in de mond genomen wordt.

‘Kruisig hem, kruisig hem’ zodat niet ik, maar hij de schuld krijgt.
Ja, het is recht dat niet ik, maar hij bezwijkt!
Het is recht dat niet hij, maar ík leef!
Zó moet het zijn, hoor maar, hij roept:

‘Het is volbracht’

Leaving Neverland.

Na het zien van de documentaire ‘Leaving Neverland’ is de wereld in twee groepen verdeeld.
In het AD van vanmorgen staat te lezen dat de reacties op de ‘pedodocu’ ook in Nederland zeer divers zijn.
Vol ongeloof het afschuwelijk onbegrijpbare toch moeten geloven, of vol ongeloof het afschuwelijk onbegrijpbare ontkennen.
Beide reacties zijn te verklaren.

De reacties van slachtoffers van sexueel misbruik zijn niet meer of minder heftig dan die van degene die het misbruik door the King of Pop ontkennen.
Tussen beide groepen zijn verschillende overeenkomsten,allereerst het roepen om aandacht.

Schuld en schaamte over ‘Het geheimpje’ heeft slachtoffers de mond gesnoerd, totdat het niet meer anders kan dan vol schroom dat wat vanbinnen kapot vreet naar buiten te brengen.
Vervolgens wordt hun de mond gesnoerd door het andere kamp, degene die zich geroepen voelen the King of Pop, Michael Jackson, (of welke andere dader ook)te verdedigen.

In één van de ontkennende reacties staat: ‘knap dat je dat allemaal nog precies weet, ik herinner me bijna niets meer van toen ik zeven was.’
Geloof me, misbruik is tot op detail te herinneren.
Het is als een tot op de komma nauwkeurig in de ziel opgetekend verhaal.

De Bijbel geeft het antwoord op de vraag waarom seksuele zonde zo diep ingrijpt, en daarom van een heel andere orde is, sexuele zonde is een zonde tegen het eigen vlees.
Het is een aantasting van het eigen ik, daarom is sexueel misbruik zo vernietigend en desastreus.
Het is een geweldsmisdaad die het eigen ik van het slachtoffer kapot maakt.

Daarmee is iets van de verwarring en heftigheid te verklaren aan beide kanten.
Voor de slachtoffers, omdat zij in hun diepste ‘zijn’ zijn aangetast, voor de ontkenners omdat iemand die dit zelf niet heeft meegemaakt nog niet een millimeter bevatten kan wat de ander voelt.

Voor beide is het net zo schokkend te geloven wat er gebeurt is.
Van slachtoffers is het daarom te begrijpen dat men het zelf ook eerst jaren lang ontkent.
Het is té erg, dat wat er gebeurt is.
Omdat het té erg is, wordt het in veruit de meeste gevallen door de omgeving met ongeloof ontvangen.
Zelfs weg gehoond en bespot.
Omdat de omgeving liever de andere kant op kijkt, blijven slachtoffers niet zelden geïsoleerd achter.
Ook daar zit dus een overeenkomst, het slachtoffer heeft zich jarenlang van zich zelf afgewend, vervolgens wendt de hoorder zich af, wanneer het slachtoffer niet anders meer kan dan voor de waarheid van zijn/haar geschiedenis aandacht vragen.

Een andere schokkende overeenkomst is: in beide groepen zitten zowel slachtoffers als daders.
Wat nog erger is, slachtoffers worden vaak zelf dader en maken op hun beurt weer nieuwe slachtoffers.
Een algemeen bekende uitspraak is:’ Hurt people, hurt people.’
( bezeerde mensen bezeren mensen’)
Ten diepste scharen de hoorders die zich afwenden zich bij de daders, omdat niemand ingrijpt om verder misbruik van de oorspronkelijke dader te voorkomen.

De eerder genoemde overeenkomsten komen beide voort uit schuld en schaamte.
Het antwoord van de omgeving is meestal: ‘ ieder heeft zijn eigen verantwoordelijkheid.’
Daarmee wassen we onze handen in onschuld, waarmee we in feite de schuld bij de ander leggen, die vervolgens ook zijn handen weer in onschuld wast, waardoor de kring rond is.

De waarheid is dat we allemaal zowel dader als slachtoffer zijn van wat we wel of juist niet hebben gedaan en daarom ieder persoonlijk gevangen zitten in een macht waartegen we niet zelf opgewassen zijn.
Beide,zowel het slachtoffer als de ontkenner of dader kunnen er niets aan doen.
Elkeen zit gevangen in een macht groter dan zichzelf waarin de confrontatie met eigen schuld en schaamte zeer pijnlijk is.
Omdat we niet in de gaten hebben dat we gevangen zitten, houdt de gevangenisbewaarder, Satan, dat wat we liever vermijden in stand.
Omdat we zelf onmachtig zijn de cirkel van schuld en schaamte te doorbreken, zal deze zich steeds meer en meer sluiten.

Het geniepige van Satans’ tactiek is ons voortdurend op onze eigen verantwoordelijkheid te wijzen, door ons iedere keer onze schuld voor te houden.
Daarna biedt hij ons een waskommetje waarin we onze schuldige handen in onschuld wassen kunnen.
Even voelen we ons weer wat beter, eventjes maar.
Daarna begint het ritueel weer overnieuw.
Een ritueel waarvan Satan nooit moe zal worden maar ons volledig uitput.

Wat is het antwoord op de vraag: ‘hoe dan wel?’
Dat is een Persoon, Jezus!
Hij keek niet weg maar ging de confrontatie aan met de macht achter onze schuld en schaamte.
Hij keek het monster achter deze vloek, die ontkenning en isolatie teweeg brengt in de bek, en werd daardoor zelf ontkend, geïsoleerd en verslonden.

Het kostte Jezus, de Zoon van God, alles om Satan zijn miezerige waskommetje uit handen te slaan, om ons in het badwater van geloof volledig rein te wassen.
Helemaal!
Niet maar voor even, maar voorgoed.
Hij was ook de enige die dit kon, omdat Zijn macht die van Satan oneindig ver overstijgt.

Op Golgotha droeg Jezus elke schuld, Hij stierf er zelfs aan.
Ogenschijnlijk ging Hij ten onder aan deze vloek, maar het omgekeerde is waar.
Het Evangelie van Jezus Christus is een geschiedenis met een nieuw begin!
In Zijn dood werd de dood zijn macht ontnomen, in Zijn opstanding begon een nieuw leven.
In Zijn Neverland wordt never en nooit meer gepraat over schuld en schaamte.
Eigen verantwoordelijkheid betekent daar nog maar één ding:
‘aanvaard je dat Jezus ook voor jou schuld en schaamte betaald heeft of draag je het liever zelf mee?’

Voor wie de verantwoordelijk aan Jezus geeft begint een nieuwe overeenkomst:
‘Jezus droeg mijn schuld’
‘Jezus droeg mijn schaamte’
Alleen Hij kan écht helen, wat voor schuld je nu ook meedraagt, welke schaamte je nu nog neerdrukt!
Er is door Zijn offer namelijk geen schuld meer, de prijs is betaald.
Alleen wanneer we ons, slachtoffer én dader, buigen aan de voeten van Jezus, kunnen we als geheelde mensen anderen helen.

Welk een vriend is onze Jezus,
The King of Freedom…

The Sycaminetree

Wanneer Jezus het thema van de onderlinge vergeving aan snijdt, zegt Hij zeven maal zeven maal te vergeven.
Als reactie antwoorden de apostelen; ‘geef ons geloof’
Met andere woorden: zonder geloof is het onmogelijk zeven maal zeven maal te vergeven.
Ze stellen het voor alsof voor het vergeven van dat wat een ander je heeft aangedaan, vast een groot geloof nodig is.
Vandaar de vraag; ‘geef ons geloof om zó te vergeven zoals u het ons opdraagt.’
Zeven maal zeven maal…ik geef het je te doen.

Krenking kan enorm veel pijn doen.
Alles is ons roept om vergelding en wraak.
Omgaan met pijn ons aangedaan is vaak zo confronterend, dat we om de pijn maar niet te voelen een dikke muur om die pijn heen bouwen.
In plaats van ermee omgaan worden we boos en bitter.
Voor ons gevoel is boosheid, wrok en bitterheid gemakkelijker te hanteren dan pijn, en vaak vinden we dat we recht hebben op die bitterheid.
Het gevolg is desastreus, omdat de bitterheid ons het zicht verblind.
Zonder het te beseffen, houdt de ander en dat wat de ander ons heeft aangedaan gegijzeld.
Of liever gezegd, de macht die achter de krenking zit houdt ons gevangen.
We koesteren, vaak onbewust, onze pijn die daardoor uitgroeit in wrok en bitterheid.
En dat is nou juist de bedoeling van de macht die ons gevangen houdt, Satan.
Zijn doel is dat we voortdurend in beslag genomen worden met dat wat ons is aangedaan, waardoor we uiteindelijk verzuren en verbitteren.
Deze bitterheid gaat vervolgens anderen om ons heen pijn doen.
Bezeerde mensen bezeren op hun beurt andere mensen.

Dan kan het zomaar gebeuren dat in de gemeente tien bezeerde mensen zelf weer tien mensen bezeren, die op hun beurt ook weer tien mensen bezeren.
Totdat we een gemeenschap zijn waar we de liefde van Jezus wel hoog in het vaandel hebben, maar het een holle frase is geworden.
We belijden ons geloof in Jezus als de Zoon van God, maar leven dat geloof niet.
Onmachtig zelf deze muren te doorbreken kunnen we ons gebrek aan geloof zelfs aanwenden als een excuus voor onvergevingsgezindheid.
Wanneer we ervan uitgaan een groot geloof nodig te zijn om zeven maal zeven maal te vergeven, zouden we ons met een zeker recht achter dit excuus verschuilen kunnen.
‘ Heer, U vraagt dat nu wel van mij, maar U begrijpt toch wel dat ik dat niet opbrengen kan?
Weet U wel wat me is aangedaan en hoe diep dat zeer zit?’

Het antwoord van Jezus laat zien dat Hij, juist Híj, exact weet hoe diep de pijn zit!
Hij begrijpt het volkomen.
Hij weet dat we ons onmogelijk zelf bevrijden kunnen uit de gijzeling van pijn en zeer.

Luister maar naar wat Hij zegt:
‘Wanneer je het geloof van een mosterdzaadje hebt, zeg je tot de Moerbeiboom; ‘wordt ontworteld en werp u in de zee’ en hij zou u gehoorzamen!’

Nu wordt de moerbeiboom meerdere malen in beeldspraak genoemd in de Bijbel.
In de KingJames vertaling wordt in dit gedeelte gesproken over de Sycaminetree.
Om niet in een bomenuitleg over de uitgebreide familie moerbeibomen te belanden, veroorloof ik me de vrijheid deze Sycaminetree te vertalen als ‘de Ziekmaakboom.’
Jezus heeft het hier namelijk over een boom die ogenschijnlijk een Vijgenboom lijkt, maar waarvan de vruchten bitter zijn, en alleen gegeten worden door arme mensen.
De wortels van deze Ziekmaakboom hebben van alle bomen één van de diepste wortelstelsels.
Het hout van de Ziekmaakboom werd vooral gebruikt voor het maken van doodskisten…!
Wat de Ziekmaakboom verder onderscheidt is; hij wordt niet zoals alle andere vruchtbomen in de wereld bevrucht door de bijen maar door de angel van de wesp…!

We begrijpen nu des te meer waarom Jezus als antwoord op de vraag; ‘geef ons meer geloof, want het is zo verschrikkelijk moeilijk om te vergeven’ zegt; ‘het geloof van een mosterdzaadje is genoeg de Ziekmaakboom te gebieden te ontwortelen en zich in zee te werpen.

De wortels van deze boom vreten zich steeds dieper in ons leven in en houden ons gevangen in een binding met datgene wat ons zo gekwetst heeft.
De bittere vruchten van deze boom maken ons ziek en houden ons geestelijk arm wanneer we daar van blijven eten.
De bitterheid maakt zo ziek dat het ons ‘sixfeet under’ brengt omdat het ons leven vergald en verkort.
Iedere keer wanneer we het erover hebben of het in gedachten brengen verstoord het onze rust en jaagt het ons, als door een wesp gestoken op.
Onze emoties schieten heen en weer, de adem stokt ons in de keel en doet onze hartslag versnellen.

Maar Halleluja Amen, Jezus geeft ons het antwoord op deze vergiftiging.
Hij zegt dat geloof zo klein als een mosterdzaadje al genoeg is om te kunnen vergeven.
Oorspronkelijk staat er ‘loslaten’
De pijn loslaten.
‘ Let it Go’
Dat maakt dat de binding met de pijn verbroken wordt, de muren van bitterheid die ons hart doen verstenen vallen neer.
We kunnen helen van de pijn ons aangedaan.

Daar is dus geen groot geloof voor nodig, maar geloof zo klein als het mosterdzaadje is genoeg, omdat Jezus daar kracht aan verleend.

Heb je moeite met deze Ziekmaakboom?
De oplossing vind je in een andere boom, de boom op Golgotha.
Zie hoe de Zoon van God hangend aan het hout van deze boom Zijn leven gaf en elke bitterheid meenam in het graf.
Ook jou bitterheid.
Ook mijn bitterheid.
Op de derde dag stond Hij op uit de dood en nam ons met zich mee in die opstanding.
Hij zoekt jou en mijn hand om al wandelend het graf achter te laten en in de Olijfhof de rijke volle vruchten van de boom des Levens te eten.

Wanneer we ons met Zijn helende olie laten zalven, worden we zelf een bron van vreugde die anderen in Zijn naam helen kunnen.
Zo gemeente te zijn, wat een kracht gaat daar vanuit!

Het begint door in (mosterdzaadjes) geloof te gaan spreken tegen de Ziekmaakboom…

‘Ziet toe op uzelf! Indien uw broeder zondigt, bestraf hem, en indien hij berouw heeft, vergeef hem. En zelfs indien hij zevenmaal per dag tegen u zondigt en zevenmaal tot u terugkomt en zegt: Ik heb berouw, zult gij het hem vergeven. En de apostelen zeiden tot de Here: Geef ons meer geloof. De Here zeide: Indien gij een geloof hadt als een mosterdzaad, gij zoudt tot deze moerbeiboom zeggen: Word ontworteld en in de zee geplant, en hij zou u gehoorzamen.’
‭‭Lucas‬ ‭17:3-6‬ ‭NBG51‬‬
https://www.bible.com/328/luk.17.3-6.nbg51

‘And the Lord said, If ye had faith as a grain of mustard seed, ye might say unto this sycamine tree, Be thou plucked up by the root, and be thou planted in the sea; and it should obey you.’
‭‭Luke‬ ‭17:6‬ ‭KJV‬‬
https://www.bible.com/1/luk.17.6.kjv