Nog maar weer een keer rouw. (omdat het zo rauw is)

Vorige week had ik me ingeschreven voor een midweek in een pastoraal herstellingsoord.
Het verblijf was 3 dagen met als thema ‘Omgaan met verlies.’
Omdat het programma al vroeg begon en het voor mij bijna 3 uur reizen was, kon ik de avond ervoor logeren bij een bevriend echtpaar.

Alleen al de wetenschap dat iemand me op het station stond op te wachten, verwarmde mijn van verdriet en rouw vereenzaamt hart.
Ondertussen dat de vrouw des huizes een heerlijke maaltijd bereidde, stak de gastheer de haard voor ons aan.
Het geurend knapperend hout deed me herinneren aan een paar jaar geleden toen ik me iedere dag koesterend warmde aan mijn eigen speksteenkachel.
Wat genoot ik van het zelf hakken en kloven van de zo voordelig mogelijk op de kop getikte boomstammetjes.
Tevreden en voldaan stapelde ik daarna mijn houthok vol, vanuit mijn woonkamer een prachtig gezicht.

Terug naar het heden; genietend van de open haard, heerlijk eten, drinken en als kers op de taart een door de heer des huizes voor speciale gelegenheden bereid toetje, genoten we van socializing without distance.
Liefdesbanden zoals alleen onze grote Broer, Jezus Christus, die smeden kan, tilden onze harten op een hemels niveau, alwaar geen klok nog tikt en tijd overgaat in eeuwigheid.
Het fundament van waaruit onze harten samensmolten, was het heimwee naar eens, voor eeuwig en altijd, waardoor een heerlijk voorproefje naar daar waar Jezus alles in allen is, voluit te smaken was.
Tegelijk met het heimwee naar dat eens, ervoer ik een diepe pijn van heimwee naar eens en voorbij.
Tijden waarin Jezus het antwoord was op angst voor de dood en een broederlijke kus of innige omhelzing heling bracht in zielepijn.
Kostbare herinneringen uit een nog maar pas verloren verleden, ingehaald door het heden waarin de voor alle mensen onvermijdelijke dood, ten koste van iedere menselijkheid, buiten de deur gehouden moet worden.
Een allang verloren strijd, waarin koning angst de wereld, maar nog pijnlijker dan dat, de kerk, wijs gemaakt heeft alsnog eigenhandig revanche te nemen.

Na een goede nachtrust werd ik woensdag morgen naar mijn andere bestemming gebracht: de paar dagen waarvan ik hoopte na afloop iets lichter weer naar huis te gaan.
Nog een laatste omhelzing, een laatste kus, een laatste zegenende hand op mijn schouder, waarna ik door de gastheer van het pastoraal oord naar mijn kamer werd gebracht.

En meteen daar begon het al te wringen…
De eerste vraag die me werd gesteld was of ik wel een mondkapje bij me had?
Vanaf afstand de pijlen en een rug van een zwartgehandschoend persoon volgend, werd me door dezelfde zwarte handschoenen de deur van mijn kamer gewezen.
Ik had toen al rechtsomkeerd moeten maken, maar tegen beter weten in bleef ik hopen dat niet angst, maar Jezus heer en meester was in het huis waar ik eerder een herberg voor mijn bezeerd hart gevonden heb.
In tegenstelling tot toen, veranderede het ‘nieuwe normaal’ mijn rouwklacht om de doden, in een veel schrijnender, rauwer en luider rouw om de emotionele afwezigheid van de levenden.
Wellicht meer nog, de geestelijke verbondenheid waaraan ik zo gemis ervaar, is deze dagen in het kwadraat vergroot.
Mijn God, wat heb ik me alleen(gelaten) gevoeld!

Om niet mijn beleving te herhalen kopieer ik een (beetje aangepaste) brief naar de familie waar ik logeerde, als antwoord op het waarom ik op donderdag huilend op de trein naar huis ben gestapt.
Door ervaring ervan uitgaand dat het merendeel het ‘nieuwe normaal’ als noodzakelijk aanvaard, ben ik voorzichtig geworden in gesprekken mijn pijn te delen.
Het ‘papier’ van de smartphone geeft me gelukkig geen zinloze antwoorden op vragen die ik niet stel.
Mijn tranen smeken nl. maar één ding; hou me asjeblieft even vast…

“Lieve Familie,

Om eerlijk te zijn is waar ik zelf ook wel bang voor was, uitgekomen.
Een soort van tegen beter weten in hopen dat het in een pastoraal herstellingsoord anders zou zijn, heeft me opgebroken.

We moesten, of ik zal in de ik vorm spreken, ik moest overal waar ik liep de pijlen volgen.
Al was bv de koffietafel naast me, dan nog mocht ik niet tegen de stroom in lopen, maar moest gemondkapt het rondje van de pijlen volgen.
Pas wanneer ik op mijn 1,5 meter veilige afstand van de andere deelnemers stoel ging zitten mocht het mondkapje af.

In zekere zin had ik daar nog wel mee kunnen leven, ware het niet dat het benadrukt dat er met niemand echt contact te maken was.
Lopend niet, omdat stilstaan de doorstroom belemmerd en het mondkapje zorgt voor onverstaanbaar gemummel.
Bovendien kom je in het eenrichtingsverkeer niemand tegen, tegen iemand opbotsen is al bij voorbaat onmogelijk gemaakt omdat de verbodsborden ‘per ongeluk’ spookrijden beletten.

Ik moet bij het zoeken naar de pijlen altijd denken aan wat Jezus zegt; ‘hef je hoofd omhoog.’
Het hoofd naar beneden en de ogen turend naar waar ik wel of niet lopen mag, zie ik steeds weer een beeld van een in het stof sissend kronkelende slang.

Omdat het zwartgehandschoend personeel me bij ieder hapje en drankje serveren aan doodgravers denken deed, had ik elke keer moeite tussen een huilbui of lachsalvo.
Netjes in de pas, gezicht bedekt kreeg ik vanaf veilige afstand mijn eten opgeschept.
Dat betekende, op veilige afstand werd mijn bord half-in een 3 meter brede tafel geschoven, waarna ik me 1,5 uit strekken mocht om het op mijn eigen gedesinfecteerd dienblad te zetten.

De pijlen volgend mocht ik daarna aan de mij toegewezen tafel zitten gaan, 1,5 meter verwijderd van ieder ander.

Lieve broer en zus, als het niet zo treurig was, is het op en af doen van de mondkapjes gewoon lachwekkend.
Even lopen, bv om nog een glas water te halen, op!
Zitten, het mag weer af…

Wat me uiteindelijk opbrak zijn de samenkomsten gericht op daar waar ik voor kwam, Rouw.
Met 7 andere deelnemers (de groep was in 2en verdeeld) volgde ik de pijlen naar de daarvoor bestemde ruimte, alwaar ik in een kring van 1,5 meter afstand van de ander zitten ging.

Je kunt je voorstellen dat wanneer je verteld waarom je komt, de naam of namen noemt waarover je rouwt, het moeilijk is je tranen binnen te houden.
Mijn God, ik heb dan geen behoefte aan mooie woorden of bijbelteksten, hoe waar ook!
Een arm om mijn schouder is op dat moment het enige waar mijn gepijnigde ziel naar hunkert, om schreeuwt, ja bijna om smeekt!
Helender dan 10000 woorden, genezender dan 10000 bijbelteksten, troostender dan 10000 berichtjes: ‘ik bid voor je hoor!’ 
Gezien worden in je verdriet, mee huilen, gewoon dichtbij, dat is de enige vraag van mijn zoute tranen.

Nog meer dan eerder heb ik in de afgelopen dagen ontdekt dat rouwen om de levenden die geregeerd door angst voor de dood afstand houden, mijn grootst verdriet is.
In dit geval angst voor een onzichtbare vijand, waarvoor in de strijd deze buiten te houden, iedere menselijkheid opgeofferd 
is op het altaar ‘jij bent medeverantwoordelijk voor mijn gezondheid’

Ik kwam in de hoop en verwachting gezien te worden in mijn rouw om de dood van geliefden.
Angst voor de dood en het bestrijden van die dood heeft de maatschappij blind gemaakt, voor de rouwenden die in deze tijd of in het verleden iemand aan de dood verloren.
De hulpvraag van de op veilige afstand levende rouwende, is in het zoute tranen natte mondkapje gesmoord en gedood.
Wanneer ik doodga aan Corona moet er een contactonderzoek komen en gaat iedereen in mijn omgeving bijna dood van paniek.
Stel je voor dat ik de schuld ben aan hun ziekte en dood! 
Wanneer ik zeg dood te gaan van eenzaamheid en verdriet worden de schouders opgehaald; het is nu eenmaal niet anders, we moeten het er maar mee doen.
‘We?’ denk ik dan?
Wie zijn die ‘We?’
‘Jullie/jij  bedoelt/bedoelen  toch niet anders dan dat jullie besloten hebben dat ik het er maar mee moet doen?’

Wat me zeer doet is allereerst de eenzaamheid van de (on)veilige afstand.
Maar mij op afstand houden, betekent veel meer dat diegene zelf ook niet meer aan te raken is en ongenaakbaar geworden is.
De leugen dat dit om veiligheid gaat breekt mijn hart.
Ik heb er nl. niet om gevraagd als potentieel gevaar behandeld te worden.

Dat we dit als kinderen Gods zijn gaan geloven is mijn diepste rouw.

Kortom, ik kwam om te rouwen om de dood  van geliefden.
Maar daar waar de dood zelf heerst lacht die dood je recht in het gezicht uit.
Zo heb ik het althans ervaren…

Alsof er geen kruisdood geweest is zijn we weer terug in het Oude Testament, alwaar we gehoorzaam aan een goddeloze overheid de ratel ‘gevaar gevaar’ ratelen.
Kwam Jezus niet om deze vloek op te heffen?
Was Hij het niet die de melaatse tegemoet trad en aanraakte?
Wat gebeurde er nadat een bloedvloeiende (vervloekte) vrouw hem aanraakte?
De pijn van 12 jaar eenzaamheid werd geheeld in dat ene simpele liefdesgebaar, Jezus draaide zich om!
Hij maakte contact!”

Vrij

Afgelopen week werd ik uitgenodigd op een bijbelstudie groepje.
Omdat ik niemand van hen ken, was ik toch wel een beetje huiverig daar heen te gaan.
Niet omdat ik moeite heb met contact maken, maar omdat ik al zo vaak teleurgesteld ben in vooral christelijke contacten.
Ik hou mezelf daarom voor op m’n hoede te zijn en eerst maar eens de kat uit de boom te kijken.
Ik vertelde mijn schroom aan een vriendin waarop ze zei niet bang te zijn omdat ‘je niet op je mondje gevallen bent.’
Laat dat nou net de echte reden zijn waarom ik op het laatst bijna m’n jas weer aan de kapstok hing.
Ik ben inderdaad niet op m’n mondje gevallen, vooral niet wanneer ik christenen allerlei redeneringen hoor verdedigen die niets met vrije genade te maken hebben.
Ik kan dan op een gegeven moment niet meer zwijgen en weet al bij voorbaat dat me dat niet in dank afgenomen wordt.

Zo ging het ook deze keer.
We lazen een paar gedeeltes uit Rom. 7 en 8, de wet versus genade.

Nu is het zo dat ik jaren geleden op een Bijbelschool leerde wat het betekent de rechtvaardigheid Gods in Christus Jezus te zijn omdat zoals Rom.8:1 zegt, er geen schuld meer is.
Er ontplofte een bom in mij, het gaf eindelijk antwoord op mijn levenlange vraag hoe ik God tevreden stellen moest.
Mij was immers geleerd dat je niet zomaar zeggen kan een kind van God te zijn, daar moet eerst wel het één en ander aan vooraf gaan.
Als kind wist ik instinctief al dat dat een leugen is, maar hoe het dan wel moest kwam ik maar niet achter.

‘Want Hem Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij zouden worden gerechtigheid van God in Hem.’
‭‭2 Korinthe‬ ‭5:21‬ ‭HSV‬‬
https://www.bible.com/1990/2co.5.21.hsv

is een geweldig hulpmiddel geweest me eindelijk vrij te weten.
En inderdaad, eer dat ik me een kind van God kon noemen, is daar heel wat aan vooraf gegaan!
Maar niet iets van mijn kant, het kwam van God Zelf.
Om de straf op mijn zonde en die van de hele wereld weg te nemen, nam Jezus die in Zichzelf op en stierf aan het kruis op Golgotha een meest smadelijke dood.
Gelukkig bleef het daar niet bij,
Zijn opstanding verzegelde mijn redding uit de macht van zonde en schuld.
Deze waarheid veranderde mijn leven.
Ik ben vrij en niets of niemand kan mij nog scheiden van de liefde van God.

Glorie halleluja, Heppy de peppy zou je denken!
Maar juist deze vrijheid is het meest moeilijk aan te nemen.
Ook ik wil nog zo graag zelf wat inbrengen en dan vooral iets erg christelijks en vroom klinkend bv. schuld belijden over een zonde.
Ondanks dat we Rom. 8:1 gelezen hadden, ging het in de groep van afgelopen week ook deze kant op.

Allerlei zondes kwamen voorbij: een fiets stelen omdat je eigen fiets ook gestolen is bv.
Of als je geen geld voor boodschappen hebt is het evengoed zonde dat je een brood steelt.
Inderdaad, dan heb je schuld en is God niet blij!
Pas wanneer je je zonde aan Hem hebt opgebiecht, is het weer goed tussen jou en God!
Toch?
En ja, iedereen knikt en is het ermee eens…

Tijdens zo’n redenatie verbaas ik me erover hoe graag christenen het over zonde en schuld hebben.
Het liefst had ik mijn jas aangetrokken en was naar mijn eigen veilige huisje gegaan, maar stelde op een gegeven moment de vraag: ‘wat is zonde?’

Tja, dat van dat brood stelen, of zoals iemand opperde: ‘wanneer je weet dat die man met mij getrouwd is en jij toch met hem naar bed gaat!Of vind jij dat als je deze zonde gedaan hebt jij dat niet hoeft te belijden?’

Mijn hemel, ik kan wel aan de gang blijven met zonden belijden, want ik doe niet anders dan zondigen.
Alleen al mijn zondige gedachten, hoe ik me bv. zit op te vreten over een in mijn ogen ontzettend onnozel gesprek over allerlei zonden en de braafheid en zelfgenoegzaamheid over het weer met God in orde maken door het belijden daarvan.
Ik kan tevens tot in eeuwigheid blijven dolen in de hof van zelfveroordeling over eigen arrogantie als enige de waarheid in pacht denken te hebben.

Zucht…
Nee, mijn vermeend overspel en de ergernissen in mijn gedachten is niet zonde.
Ik ga niet verloren omdat ik een fiets gestolen heb, of omdat ik met Jan en alleman, (of jouw man) getrouwd of niet getrouwd, naar bed ga.
Ik ben ook niet pas gered wanneer ik al die zonden aan God opbiecht.

Verloren zijn is wanneer ik niet geloof dat Jezus voor ál mijn zonden gestorven is.
Schuld?
Schuld is niet geloven dat alle schuld is weggedaan.
Geen ‘Amen’ zeggen op ‘het is volbracht’ en denken zelf nog wat in te brengen hebben, dát is zonde.

Belijden dat mijn oude mens met Jezus is meegestorven en mijn nieuwe mens met Hem mee opgestaan is, dat alleen is grond voor mijn redding.
Omdat al mijn schuld aan het kruis genageld is, kan en mag ik belijden de gerechtigheid Gods in Christus te zijn!
God is nooit meer boos op mij, Hij kan dat niet eens, door Jezus bloed is het in orde tussen God en mij.

‘Nou, dat is makkelijk!
Dan kun je dus zomaar lekker zondigen!’
Oh ja?
Wanneer ik weet wat het Jezus gekost heeft, zondig ik echt niet goedkoop of ‘zomaar lekker.’
Ik ben immers een nieuwe schepping?

‘Ja maar ik ken iemand die zegt bekeerd te zijn en toch is hij alcohol verslaafd.
Dan moet hij die zonde toch iedere keer belijden?’
En, heeft het voortdurend belijden alweer in de fout te gaan al geholpen?
Is diegene nu bevrijd van deze verslaving?
Het gaat immers nooit lukken zelf deze wet te vervullen?
Alleen wanneer je blijft belijden de gerechtigheid Gods in Christus te zijn, ben je in Hem overwinnaar over ieder andere macht.

‘Ja maar, we kunnen evengoed de Heilige Geest bedroeven en Hij kan van je wijken…’
Inderdaad, wanneer kind van God zijn, én het kruis én nog een beetje van mezelf is, bedroeven we de Heilige Geest.

Omdat de Heilige Geest met mijn geest getuigd dat ik een kind van God ben, kan ik ontzettend verdrietig worden van dit soort gesprekken waarin het net lijkt alsof iets heel heiligs afgepakt wordt.
Hoe komt het dat de boodschap van vrije Genade zo veel weerstand oproept?
Zelf doen is een way of holy life geworden die te vuur en te paard verdedigd lijkt te moeten worden.

Ik bid dat iedere christen beseft door inwoning van de Heilige Geest de Waarheid in pacht te hebben en ophoudt met navelstaren en zoeken naar onbeleden zonden.
Pas dan wordt Christus in ons verheerlijkt, wanneer belijden danken wordt een gered kind van Vader te zijn!
Ondanks alles wat mis gaat!
Volgens mij wordt het dan ook veel leuker op Bijbelstudie…

Lampionnetjes optocht.

Het is absoluut geen verdienste van mijn kant, maar een groot kado, van kleins af aan bezig te zijn met Jezus’ wederkomst.
Ik wilde er alles over weten, maar moest het vooral hebben van mijn (heilige)verbeelding en de weinige platen daarover.
Mij werd alleen maar verteld dat ik me bekeren moest, maar hoe, daar kwam ik maar niet achter.
Het had voor mijn kinderlijk brein in ieder geval niets te maken met hoe het mij voorgesteld werd als dat een bekeerd meisje geen broek aantrekt.
Ook niet met het zondagse hoedje of het feit dat we geen tv, hadden, iets wat al helemáál t(en) v(erderve was.

Ik mocht op zondag niet handwerken, ook daar hing meteen een oordeel aan vast, want; een zondags-steek houdt geen week.
Alsof de rokjes en jurkjes op zondag genaaid je door de week in je onderbroek zouden laten staan, omdat zo opeens de goddeloze zondags-steken los scheurden.

Buiten dat ik graag hoedjes draag, wist ik vanbinnen wel dat mijn mooie rokjes, jurkjes en hoedjes voor naar de kerk niks met bekering te maken hadden.

Maar wat verlangde ik er naar bekeerd te zijn!
Daarbij fantaseerde en droomde ik veel over Jezus wederkomst.
Niet op de manier van; als je op dat moment voor de tv zat of in een bar of de bioscoop, dan was je onherroepelijk verloren…
Veel meer zoals een kind een buik vol gezonde spanning heeft wanneer het op schoolreisje gaat, zo zag ik uit naar die vol mysteries omsluierde dag.

Één van de feestelijkheden waarbij ik me daarom inbeelde dat dat speciaal was ingelast om Jezus’ terugkomst te vieren was de lampionnetjes optocht.
Vandaar dat ik zo trots als een pauw mijn lampionnetje droeg, enkel en alleen voor de Here Jezus!

Of wanneer op koninginnedag de drumband door Urk marcheerde hostte ik er achteraan, vol verwachting en hoop dat we dat enkel en alleen maar deden om de Here Jezus welkom te heten.
In ieder geval was dat voor mezelf de enige reden waarom ik uitgelaten mee rende en niets wilde missen.

In gedachten loop ik daar weer, alleen maar ter ere van Hem, het Lam op de troon, mijn Verlosser en allerbeste Vriend.
Door het frêle vouwpapier van mijn doorzichtig en op de adem van de Geest dansend lampionnetje heen, schijnt mijn lieflijk flakkerend vlammetje alle kleuren van de regenboog.
Maar oh nee, net op dat moment scheuren de naden van mijn jurkje los en voor het oog van heel het dorp sta ik in mijn ondergoed.
Meteen weet iedereen hoe goddeloos ik ben want het kan niet anders, mijn jurkje is een zondags-steken jurkje…

Ach, ik geloof dat Jezus verschrikkelijk zal moeten lachen!
Hij zal mijn hand in die van Zijn voorvader David leggen en samen dansen we voor de Ark des Verbonds, schaamteloos en van geen schuld bewust.
Mijn lampionnetje zal verbleken in het schitterend licht van de Genadetroon, maar mijn trotse bruidegom zal het aannemen als het meest kostbare liefdesoffer ooit aan Hem gegeven.

Kom Here Jezus kom…

Het teken van het beest.

Af en toe ga ik in ons dorp bij bakker Tijsterman een kopje koffie drinken.
Zo ook vanmiddag.
Het personeel droeg een mondkap en één van hen kwam met een lijst in de hand vragen of ik me al aangemeld en geregistreerd had.
Ik zei dat ik dat niet gedaan had omdat het nl. niet verplicht is.
Het meisje zei dat ze me dat ik dan niets bestellen mocht.
Rustig vertelde ik haar dat ze dan zelf in overtreding is, omdat ze niemand mag dwingen die lijst in te vullen en ze me wettelijk gezien ook niet weigeren mag te bedienen.

Het is volgens mij een ingestudeerd zinnetje geworden; ‘ik ga hierover niet met u in discussie’.
Ik zei; ‘dan blijf ik hier gewoon een tijdje zitten’, waarna er vervolgens net gedaan werd alsof ik niet bestond.

Dit gebeuren staat niet op zichzelf, het is aan de orde van de dag zo behandelt te worden wanneer je iets anders dan de mainstream in het leven staat.
Toen ik naar huis liep bedacht ik me hoe Joden zich gevoeld moeten hebben in de vooravond van en tijdens W.O.2
Het was een heel andere setting, en er zullen er zijn die het schandalig vinden deze vergelijking te trekken.
Over het algemeen vindt men dat je je gewoon aan de regels houden moet waarom het principe steeds hetzelfde is;
Op grond van wat dan ook eigent iemand anders zich het recht toe je buiten te sluiten.

Het meest schokkende aan dit voorval vind ik wel dat het een voorbereiding is tot het ontvangen van het teken van het beest.
In heel veel winkels mag alleen nog met pin betaald worden, bij bakkerij Tijsterman wordt je zonder registratie niet bediend.

Het is nog maar een half jaar geleden dat de apotheek mijn medicijnen weigerde omdat ik alleen kontant betalen kon.
Toen ik met sommigen deelde dat ik het zag als een voorproefje op het niet meer kunnen kopen of verkopen wanneer je het teken van het beest weigert te ontvangen, werd ik ietwat meewarig bekeken.

Vooral dat verbaasd me zo.
Je ziet het om je heen gebeuren, het overkomt jezelf, het Jeugdjournaal bericht onze kinderen openlijk over een spannend chipje in je lijf en in allerlei documentaires op internet waarschuwen verontruste artsen van over heel de wereld voor het nieuwe vaccin.
En toch vindt het overgrote deel voor wie de Bijbel het belangrijkste boek van de wereld is, het overdreven en hysterisch te geloven wat de Bijbel zegt over het teken van het beest.
in ieder geval niet iets waarvan de eerste voorbodes zich al aankondigen.

Ik geloof het zelf blindelings.
Niet omdat ik het nu al een paar keer persoonlijk ervaren heb, maar omdat wat ik ervaar, de waarschuwing uit Gods Woord bevestigd: zonder het teken van het beest kun je niet meer kopen of verkopen.
Ik geloof het ook omdat Jezus ons waarschuwt voor de haat uit de hel tegen Zijn uitverkorenen.
Het zal Satan worst wezen hoe hij misleiden kan, of dat nu door geloof of ongeloof is.
Ongeloof heeft lauwheid en blindheid voor de misleiding tot gevolg.
Geloof en oplettendheid voor de tekenen van de tijd betekent stille en steeds meer openlijke vervolging, smaad en buitensluiting.
En ook dat heeft de Heer ons voorspelt.

Ik bid mijn Heer het hoofd omhoog te heffen naar de hemel, van waaruit ik Hem verwacht om mij tot zich te trekken.
Wat een dag van lachen zal dat zijn…

Aanvulling 5-10-2020

Ik heb Tijsterman een klachten mail gestuurd. Vanmorgen kreeg ik een excuus mail omdat ze erg geschrokken zijn van deze gang van zaken.
Het personeel moet vragen of je je registreren wilt, maar omdat het niet verplicht is mogen ze je niet weigeren te bedienen.

Maranatha!!

Een paar jaar geleden kon ik met bewijs in handen aantonen dat ik met een pedofiel getrouwd was.
Ik werd uitgelachen, bespot, genegeerd en geïsoleerd.
Wat ik daarvan geleerd heb is dat eer je bereid bent geloof te hechten aan wat normaal gesproken onvoorstelbaar en afschrikwekkend erg is, je moet WILLEN geloven in wat zich duidelijk voor je ogen afspeelt.
Omdat aan het willen geloven een prijskaartje hangt, draaide mijn hele omgeving zich om waardoor ik zelf alles verloor wat me lief was.
Wat voelde ik me machteloos!
Ik wist dat wat ik vertelde waarheid is, en toch verklaarde iedereen me voor gek.

Meer nog dan de buitensluiting door familie, vrienden, instanties en recherche, is het de laffe houding van de kerk, die me het meest pijnlijke trauma van alle bezorgde.
Terwijl ik er van uitging dat daar waar de Heilige Geest woont, de leugen snel ontmaskerd zou worden, is het de manipulatieve geest van Izebel geweest die er voor zorgde dat deze leugen bedekt en ook vandaag nog steeds in stand gehouden wordt.

Datzelfde gevoel van machteloosheid en eenzaamheid bekruipt me ook nu steeds meer.
Vanaf het begin van de Corona crisis ben ik er nl. van overtuigd dat er een plan achter dit alles zit en er een spel met ons wordt gespeeld.
Het is helemaal niet vreemd dat ik dat geloof, ik ben geen hysterica of godsdienstwaanzinnige, het staat gewoon in de Bijbel!
Het moet komen tot een nieuwe wereldorde, waarin satan zich als god zal laten vereren.

Dit plan voor een nieuwe wereldorde komt niet maar zo als donderslag bij heldere hemel, het bestaat al sinds het allereerste begin van de schepping toen Satan de oorlog verklaarde aan God en mensen.
Als willoos instrument staan de machthebbers van deze wereld zelf ook onder een macht, de macht van satan.
Vandaar dat de nieuwe wereldorde al decennia lang het belangrijkste agendapunt is op door wereldleiders georganiseerde vergaderingen, waar op hoog niveau tot in de puntjes uitgedacht is hoe deze nieuwe wereldorde vorm te geven.

Wat nog ontbrak is een geloofwaardige reden om het gewone volk zoet te houden en zo ver te krijgen dat het zelf smeekt om een verlosser uit de nood.
Welnu, wat is het beste middel het gepeupel in die hoek te krijgen?
Je creëert een vijand.
Wat is de beste vijand?
Een onzichtbare vijand.
Wat is de oogst?
Angst!!

Een quote van Joseph Goebbels is:
‘Vertel een leugen vaak genoeg, luid genoeg, en lang genoeg en het volk zal je gaan geloven.’

Als kind van God geloof ik heilig in het complot uit de hel om de door angst verblinde wereld onder de macht van het beest uit de afgrond te brengen.
Angst voor een virus heeft ons, in plaats van dat we dit jaar 75 jaar bevrijding vieren, zelf doen smeken; ‘sluit ons asjeblieft op.’
Nu deze opsluiting de wereld de keel uit hangt jaagt satan de op drift geraakte mensheid de straat op in de Black Lives Matters beweging. Dit alles met maar één doel, burgers tegen elkaar opzetten en verdeeldheid zaaien, zodat ondertussen in stilte verder gebouwd kan worden aan een economische dictatuur van de wereld.

Maar net als toen ik een paar jaar geleden door mijn kerk meewarig voor gek versleten werd, zo is dat nu ook het geval wanneer je medechristenen probeer te waarschuwen voor de leugen en het doel van de anderhalvemeter samenleving.

Niet voor niets zegt God in zijn woord: ‘mijn volk gaat ten onder door gebrek aan kennis!’
Het hoeft daarom niet te verbazen dat onder het mom van ‘God zegt toch zelf dat niemand die dag weet,’ kinderen van God weinig bezig zijn met ‘het laatste der dagen’
Gering of zelfs geen geloof meer hechten aan het bestaan van de duivel, heeft de geest van Izebel alle ruimte gegeven de kerk te misleiden en als vijand van het nieuwe wereldrijk monddood gemaakt.

Ik heb afgelopen weken ervaren hoe deze misleiding medebroeders en zusters niet alleen op anderhalve meter, maar in geestelijk opzicht mijlenver van je verwijdert.
Ik verbaas me er daarom al niet meer over dat het getuigenis van mijn opgestane Heer verdraaid wordt als rebellie en lak hebben aan de Corona richtlijnen van het RIVM.
Alhoewel het ongelooflijk pijn doet hoeft het ook niet te verwonderen dat medebroeders en zusters zeggen moe te worden van een andere boodschap dan die waarmee de WHO deze zelf gecreëerde crisis denkt op te lossen.

Broedermoord vindt al plaats in het begin van Genesis en komt het gruwelijkst tot uiting in de kruisdood van Jezus, de Zoon van God.
Het hoeft daarom ook niet te verbazen dat zelfs je beste vrienden bereid zijn de kliktelefoon te bellen, zodra je je niet aan de door hen zelf strikt opgevolgde regels van het nieuw normaal houdt.

En toch ben ik van slag van de lauwheid van de meeste van mijn medechristenen.
Verbijsterd beluister ik de volgens richtlijnen van het RIVM op gepaste afstand ‘ja maar’s en what if’s’ en zie met bloedend hart hoe de kerk zelf oplossingen bedenkt deze leugen van schijnveiligheid in stand te houden.
De veilige afstand heeft de bruid van Christus naar binnen gericht, in plaats van in de wereld te getuigen van haar heerlijk en begeerlijke Bruidegom Jezus Christus.

Mijn lieve broers en zussen, ook aan zwijgen en net doen alsof er niets aan de hand is hangt een prijskaartje!
Kom op, word toch wakker!
Ontdek opnieuw hoe onze Heer en Heiland in zijn herhaald spreken over de tekenen van de tijd opriep zijn wederkomst te verwachten.
Het klopt, we weten de dag niet, maar wel de tijd waarin deze dag plaats zal vinden.
Bekeer je toch asjeblieft van je overspel met de vijand en maak je klaar je Bruidegom te ontmoeten.

Zing je mee?

Ps.98:4
Laat al de stromen vrolijk zingen,
De handen klappen naar omhoog;
’t Gebergte vol van vreugde springen
En hupp’len voor des HEEREN oog:
Hij komt, Hij komt, om d’ aard’ te richten,
De wereld in gerechtigheid;
Al ’t volk, daar ’t wreed geweld moet zwichten,
Wordt in rechtmatigheid geleid.

Ps.45:7
Straks leidt men haar in statie, uit haar woning,
In kleding, rijk gestikt, tot haren Koning;
Zo treedt zij voort met al den maagdenstoet,
Die haar verzelt, U vrolijk tegemoet.
Zij zullen blij, geleid met lofgezangen,
De vreugde voên, die afstraalt van haar wangen,
Tot zij, daar elk gewaagt van haren lof,
Ter bruiloft treên in ’t koninklijke hof.

Shirt gevonden op:

All Lives Matters

Wereldwijd heerst onder mensen een enorme woede, op dit moment tot uiting komend in de Black Lives Matters beweging.

Deze beweging begon met de hashtag “#BlackLivesMatter” nadat George Zimmerman in 2013 werd vrijgesproken voor de dood van de Afro-Amerikaanse jongere Trayvon Martin het jaar ervoor.
De recente protesten van deze groeiende beweging zijn een antwoord op de door politiegeweld omgekomen George Floyd.

De boodschap van deze wereldwijde demonstraties is; ‘we pikken het geweld niet langer, samen staan we sterk, wees niet langer beleefd.
Zwarte Piet overleefd het dit jaar niet meer, en enpassant, mogen we de liefde beleven met wie we dat zelf willen.’

Uiteindelijk is de boodschap van iedere betoging tegen dat waar je het niet mee eens bent en specifiek nu aan de blanke mens: ‘schaam je!’

Als ik naar de beelden kijk moet ik automatisch denken aan het Pinksterfeest.
Zeven weken daaraan vooraf, had zich de meest gewelddadige moord ter wereld afgespeeld.
Een moord die in gruwelijkheid en onrecht nooit eerder had plaats gevonden en in die mate ook nooit overtroffen zal worden;
de moord op de Zoon van God en mensen, Jezus Christus.

Hij, die weldoend het heilige Israël doorkruist had, werd door zijn eigen volk uitgeleverd in de handen van heidense Romeinen.
Als een hinderlijk insect waarvan je eigen bloed tegen het plafond gepetst wordt, hing hij vastgepind aan het kruis.
Hij, wiens handen de zieken genazen, doden opwekten, de handen die duizenden voeden met brood, de handen die de kinderen koesterden, deze handen werden genadeloos vastgespijkerd aan het hout op Golgotha.
De voeten van hem die ons genade en heil verkondigden, ze werden doorboord op Golgotha’s voetenbankje.

Na zijn glorieuze opstanding en Hemelvaart volgde Pinksteren.
Duizenden mensen van over heel de wereld waren op het tempelplein van Jeruzalem samengekomen.
Net als op de pleinen van vandaag dromden ze samen in de hoop op een betere tijd.
Net als Akwasi op de Dam het woord nam, nam ook toen iemand het woord, Petrus, de discipel die Jezus drie maal verloochent had.
Net als Akwasi begon Petrus zijn speech met een aanlacht; ‘júllie hebben Jezus, de zoon van God gekruisigd!’

Het raakt me iedere keer weer diep in het hart, Petrus die het aandurft de menigte te beschuldigen van de moord op Jezus!
Had hij niet zelf de grootste schuld?
Hij die Jezus drie jaar gevolgd had en tot de intimi van Jezus behoorde, deze Petrus die toen het erop aan kwam het voor Jezus op te nemen, liet Jezus in de de steek en zwoer Hem niet te kennen!

En toch gooit deze verloochenaar de zweep erover; ‘jullie hebben Jezus gekruisigd!’
Had hij dan zelf totaal geen besef van schuld?
Schoof hij zijn eigen schuld dan maar mooi af op de ‘kruisigt Hem, kruisigt Hem’ schreeuwende meute?

De vrijmoedigheid waarmee Petrus zijn speech begon had een heel andere oorzaak en reden, dan de menigte opzadelen met schuld en schaamte over de dood van Jezus !
Petrus had het mysterie van deze dood ontdekt, de dwaasheid van het kruis, de vrolijke ruil!
Hij was tot de erkenning gekomen: Petrus’ ongerechtigheid op Jezus, Jezus’ gerechtigheid op Petrus!
Hij schoof al zijn schuld af op Jezus, het was Jezus’ eigen schuld!

Daarom kon hij zonder schaamte zeggen; ‘jullie hebben Jezus gekruisigd’ om als voorbeeld van de goedheid van God, daarna het Evangelie van vrije Genade te kunnen verkondigen!
Drieduizend mensen kwamen op die dag tot geloof, drieduizend schuldigen aan de dood van Christus ontvingen net als Petrus vrijspraak!
Drieduizend zondaren kwamen tot de erkentenis van eigen schuld afschuiven op de gekruisigde Jezus, waarna ze net als Petrus schaamteloos het Evangelie verder verspreiden.

Wat een contrast met de betogingen van nu!
Was de boodschap op Pinksteren er één van ‘vrij van schuld en schaamte’ de boodschap van vandaag in welke betoging ter wereld ook, is erop gericht schuld en schaamte af te dwingen van die ander.

Efeze 2 zegt
‘Want Hij is onze vrede, die de twee één heeft gemaakt en de tussenmuur, die scheiding maakte, de vijandschap, weggebroken heeft,’
‭‭Efeziërs‬ ‭2:14‬ ‭NBG51‬‬
https://www.bible.com/328/eph.2.14.nbg51

Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat in de wereld van nu de ene crisis de andere inhaalt.
De wereld zucht en kreunt als een vrouw in barensnood en net als bij een natuurlijke geboorte volgen de weeën elkaar steeds sneller op.
De in zichzelf en elkaar verdeelde en elkaar veroordelende wereld snakt naar een redder, in welke vorm dan ook!

Wordt de wereld er mooier, liever, zachter, meelevender op als we elkaar de schuld geven van eigen ongeluk?
Worden zwarte mensen gelukkiger wanneer blanke mensen zich kapot gaan schamen over het geweld naar hun zwarte medemens?
En andersom?
Wanneer schuld en schaamte onze drijfveer is de ander hoger te achten dan onszelf, gaat de wereld er dan beter uitzien?
Zouden we dan eindelijk vrede hebben?

Petrus laat zien dat dat een leugen is!
Schuld heeft een een heel andere naam; ‘Jezus Christus en die gekruisigd!’
Schaamte heeft een andere naam; ‘Jezus, de opgestane Heer!’
Vrede heeft één heerlijke naam; ‘Jezus de Messias!’

Onschuldig aan welke vorm van geweld nam Hij elke zonde in zich op en stierf daaraan.
Gelukkig maar, want daardoor is elke schuld met Christus gekruisigd en begraven, voor eeuwig en altijd!

Vraagje: ‘zou het kunnen dat satan, de mensenmoordenaar van de beginne, donders goed in de gaten heeft dat zijn einde nadert?
Zou het zo kunnen zijn dat de elkaar steeds sneller opvolgende crisissen bedoelt zijn de aandacht af te leiden van de echte nood waarin mensen verkeren?
Is het zo dat in het geen middel schuwende schreeuwen om eigen gelijk de angst uit de hel steeds duidelijk wordt?
De altijd en eeuwig durende siddering van satan voor de Waarheid van het Evangelie van vrije Genade ten toon wordt gespreid in wat er in de wereld van nu gaande is?

Gelukkig hoeven we net als Petrus niet bang te zijn voor de schaamteloze schaamte waarmee satan ons opzadelt.
We hebben Jezus en Zijn komst is aanstaande!
Het vrederijk waarnaar Akwasi snakt is dichterbij dan ooit.
De enige voorwaarde dat koninkrijk binnen te mogen gaan is overgave aan degeen die elke schuld de bek heeft gesnoerd; Jezus Christus, Zoon van God en mensen, Koning der Koningen, Verzoenig van al onze zonden!

Het vaandel van Jezus is daarom een heel andere dan Black Lives Matters;
‘All Lives matters, I deid for you!’

Goed verzekerd voor de beste Vaccinatie.

Omdat de eenzaamheid ten gevolge van een maatschappij op slot me af en toe zo naar de keel grijpt, belde ik s’nachts een keer de ‘JeBentNietAlleen’ lijn.

Petje af voor de inspanningen en goede intenties van de vele vrijwilligers aan de andere kant van het virtuele draadje, maar na het gesprekje zat ik toch met een kater.
Want wat was ik verder gekomen dan het advies de andere dag de huisarts te bellen, misschien dat ik medicatie nodig had…

Eerlijk, door de sneltreinvaart aan ontwikkelingen in de wereld van vandaag ben ik behoorlijk van slag.
Het troost me bitterzoet dat dat misschien het enige is wat me nog aan de ander bindt, een gezamenlijke, ieder in zijn eigen huisje soms onverdragelijke eenzaamheid.
Of wanneer je buiten bent, het alleen zijn in je eigen anderhalvemeter-cocon waarin knuffelen op straffe van een boete van €390 en een strafblad op zak, verboden is.
De dagen zijn vaak niet meer te duiden, zondag is een dag als alle andere dagen geworden.

Met mij zijn vele mensen van slag, ik ben ‘gelukkig’ niet de enige.
Vandaar dat de berichten over de toegenomen belangstelling voor religieuze beleving en de kerk mijn bijzondere aandacht trekt.
Ik lees dat online preken meer dan voor het lockdown bekeken of beluisterd worden, en zo zegt men, er wordt opvallend veel meer door niet kerkelijke mensen op gereageerd.

Het is logisch dat kerken deze toename aan belangstelling als hoopvol nieuws vermelden.
Allereerst word ik er zelf ook blij van, omdat ik ervan overtuigd ben dat de kerk het antwoord heeft op alle levensvragen, en we daarom niet bang hoeven zijn voor de spreekwoordelijke mond vol tanden.

Toch vermengt de vreugde over de toegenomen vragen aan de kerk zich met een schrijnend zeer.
Want, zo vraag ik mij af, wanneer de kerk van vandaag roept dat het nu tijd is kleur te bekennen en het verschil te maken welk zichtbaar en hoorbaar verschil maakt dan de kerk?
Persoonlijk voel ik me behoorlijk in de steek gelaten door de kerk.
Vandaar dat ik zelf weinig anders kleur ervaar dan dezelfde donkere wolken die de anderhalvemeter-maatschappij van ‘het nieuwe normaal’ aan de blauwe lucht stapelt en het zonlicht belet door te breken.

Buiten de onderling verdeeldheid over de rol man/vrouw en de tijdens deze crisis oplaaiende discussies over Avondmaal en Doop wel of niet in de wacht, wel of niet gewoon thuis, wat heeft de kerk de mens in deze vreselijke tijd anders te bieden dan dat het RIVM, Mark Rutte en o.a. Ab Osterhaus ons aanreiken?

Welke boodschap heeft de kerk voor de groeiende groep in armoede vervallende naasten die bv geen geld meer hebben om fatsoenlijk boodschappen te doen?
Nodigen we de hongerigen aan onze eigen tafel?
Nee toch, dat mag niet van Rutte, en omdat we het goede voorbeeld geven de overheid gehoorzaam te zijn, verwijzen we naar de Voedselbank.
Onze eigen deur zit, net als de deur van de kerk, op slot, knuffelen, aanraken en zegend de hand leggen verboden!

En welke troost biedt de kerk na het belletje van een zieke?
Wellicht raden we een Bijbelapp en wat bemoedigingde teksten aan, waarna we de telefoon weer neerleggen.
Maar wanneer een dag later een klop op de deur klinkt doen we dan open?
Iemand heeft nl. gelezen bij ziekte de oudsten te roepen en snakt naar de zegen van elkaar zonde belijden en zalving met de heilige olie.
Wat doen we dan als kerk?

Onze naaste in nood heeft geen behoefte aan mooie woorden, en beeldbuis gesprekjes, hoe waar deze woorden ook zijn mogen.
Hoe luid en duidelijk onze woorden op zondagmorgen klinken als een klok, het zal in de oren van een radeloos mens klinken als schel metaal.
De bodem van het bestaan is voor veel mensen is al niet meer anders dan een lockdown, waarin nog maar één behoefte schreeuwt: een hand die je uit de put omhoog trekt.

Jij zal maar dik in de modder op de bodem van de put zitten, terwijl om je heen iedereen zich aan de anderhalfmetermaatregel houdt…
Nog net voor je onder de derrie verdwijnt gooit iemand een touw, maar op veilige afstand laat men je bungelen.
Niemand heeft behoefte je hand te pakken om je het laatste stukje over de rand te trekken…
Anderhalvemeter tussen jou en je naaste bespaart de ander immers een boel geld!

Wanneer je het nieuws volgt zou je verwachten dat het de eenzaamheid van een schijnbaar nog weinig overgebleven gezonde iemand is die me vaak de keel dicht knijpt.
Of een griezelige verlatenheid tussen enorme rijen opgestapelde doden en voorbij trekkende begrafenisstoeten.
Maar dat is niet wat zo schrijnt.
Mijn ouders en familie breng ik iedere morgen onder het beschermend bloed van Het Lam dat geslacht is, dus heb ik ook geen trauma’s of verdriet om het gebod geliefden in eenzaamheid te moeten laten sterven.

Ik ervaar vooral een verschrikkelijke eenzaam en verlatenheid onder de levenden waarvan ik anders hoopte en verwachtte.
Met de mond wordt beleden; ‘Jezus is Heer,’ maar wanneer je daar op veilige afstand over in gesprek gaat, overstemmen de overleggingen achter het eigen ‘jamaar’ het ‘Jamaar’ van de Levende.
De eerste zondag in lockdown zong en beleed heel christelijk Nederland gezamenlijk: ‘Jezus Overwinnaar, Naam boven alle namen!’
Ik vraag me sindsdien voortdurend af; ‘wat we de wereld toezingen, geloven, we dat zelf (nog) wel?’

Het verdriet me te moeten zeggen dat ik onder gelovigen weinig anders aan bemoediging en uitzicht ervaar dan wat het RIVM, Mark Rutte en Ab Osterhaus te zeggen hebben.
Terwijl ik geloof dat het andersom moet zijn, is wat ik (over het algemeen) om me zie en hoor, afgestemd op het Corona nieuws.
Niet de kroon van Jezus heerst maar Corona heerst.
Niet wij zwaaien de scepter van Heil, Voorziening en Genezing, het Coronavirus zwaait de scepter over de arme wereld.

Hoe zou het zijn wanneer vanavond in plaats van Ab Osterhaus of Mark Rutte, één van onze voorgangers een persconferentie geeft op tv?!
Wat een opwinding wanneer hij/zij, jij/ik, of wie ook maar, aanschuift bij Pauw of Jinek!
De kerk, die geen blad voor de mond neemt om over dé oplossing, hét antwoord op ziekte en dood te getuigen; Jezus Christus en die gekruisigd!
Wat een verassing voor de wereld, te vertellen over een vaccinatie die allang klaar en voor iedereen beschikbaar is.

Het is nog gratis ook, want de rekening is tweeduizend jaar geleden al vereffend…

Gooi open die poort!

Afgelopen week zag ik beelden van zieke bejaarden in verzorgingshuizen.
Één van de geïnterviewde verzorgenden vertelde, dat wanneer ze bij het bed van een ziek en stervend mens komt, het eerste wat deze mens in nood doet is; de hand van de ander grijpen.
Het beeld van een zoekend naar aanraking smachtende hand brandde zich in op mijn netvlies.

Toen God de mens schiep zag Hij al meteen dat het niet goed is voor de mens alleen te zijn.
God de Schepper is de bedenker van contact, de creator van het normaal.
Zonder achterdocht genoten Adam en Eva van elkaar en van de vrije omgang met God.
En Hij zag dat het zeer goed was!

Satan was er als de kippen bij tussen dit verbond een stokje te steken.
Door de leugen van Satan te geloven dat God iets voor ons achterhield, is er een muur van schuld en schaamte tussen ons ingezet.
Het maakte ons vijanden van elkaar, we werden elkaars bedreiging.
Dit wantrouwen scheidde ons niet alleen van elkaar maar ook van de God en Vader die ons alles al gegeven had!

Door de zondeval werden we een tegen zichzelf verdeeld huis, een gebouw waarin muren noodzakelijk leken om ons voor elkaar te beschermen.
Dat wat God als het ‘normaal’ bedacht heeft, open contact met Hem en elkaar, maakte Satan het ‘abnormaal.’

Gelukkig is het niet zo gebleven, God wilde omgang met ons en zorgde zelf voor het middel de muur tussen ons en Hem in naar beneden te halen.

In Efeze 2 verteld Paulus de gemeente dat het bloed van Jezus de scheidingswand tussen Joden en Heidenen afgebroken heeft.

‘Maar thans in Christus Jezus zijt gij, die eertijds veraf waart, dichtbij gekomen door het bloed van Christus. Want Hij is onze vrede, die de twee één heeft gemaakt en de tussenmuur, die scheiding maakte, de vijandschap, weggebroken heeft, doordat Hij in zijn vlees de wet der geboden, in inzettingen bestaande, buiten werking gesteld heeft, om in Zichzelf, vrede makende, de twee tot één nieuwe mens te scheppen, en de twee, tot één lichaam verbonden, weder met God te verzoenen door het kruis, waaraan Hij de vijandschap gedood heeft.’
‭‭Efeziërs‬ ‭2:13-16‬ ‭NBG51‬‬
https://www.bible.com/328/eph.2.13-16.nbg51

Ik geloof dat het ook staat voor de muur van vijandschap tussen mensen onderling.
De muur die ons doet geloven elkaars bedreiging te zijn is weggehaald, het is weer zoals God het bedoeld heeft.
Het bloed van Jezus heeft ons samengesmeed, zijn bloed is het cement dat ons als levende stenen aan elkaar verbindt.
God zelf is in Jezus de betaling voor het ‘normaal’; zonder schuld en schaamte mogen we van Hem en elkaar genieten.

Het schrijnt me daarom zo dat het ‘nieuwe normaal’ zelfs onder gelovigen geaccepteerd wordt als veiligheid en bescherming van en voor elkaar.
Het ‘abnormaal’ van Satan, afstand en wantrouwen naar elkaar, is binnen een paar weken zelfs in de kerk ‘normaal’ geworden.

Daarom brandde het beeld van die zoekende hand me op het netvlies.
Dat is nl. hoe God het bedoeld heeft, Hij bedacht zelf dit snakkend contact en aanraking van elkaar.
Jezus droeg het ons zelfs op elkaar aan te raken in het zegenend elkaar de hand opleggen!

Door het beeld van de zoekende hand begon in mijn hoofd het volgende filmpje te draaien:
‘Ik lag doodziek in een quarantaine tent het ziekenhuis naar adem te happen en op veilige afstand stond de dominee me toe te roepen: ‘hou vol, de Heer is met je.’
Door alle apparatuur rond mijn bed kon ik niet horen wat hij riep, maar was daar ook niet zo in geïnteresseerd.
Met mijn laatste krachten smeekte ik hem toch op te houden met dat geschreeuw en me asjeblieft even aan te raken, precies zoals de Here Jezus ons dat opdroeg.’

Omdat ik geloof dat het bloed van Jezus niet alleen reinigt van zonde en schuld, maar tevens onze bescherming is tegen de gevolgen van zonde en schuld, doet het me bijzonder pijn dat zelfs gelovigen elkaar benaderen als gevaar voor besmetting.
Deze angst noemen we notabene elkaar beschermen…

Mijn broers en zussen in Christus, de muur van welke vijandschap is in Christus afgebroken!
Zijn bloed heeft ons tot levende stenen van een heilig huis gemaakt, een huis zonder scheidingswanden en voor elkaar beschermende muren.
Een huis met open vensters naar de hemel.
Een huis waar de radeloos naar contact smachtende naaste schuilen kan.
Een huis waar we zelf mogen schuilen.
Een huis waarin het getuigenis klinkt:

‘Waar U verschijnt wordt alles nieuw
Want U bevrijdt en geeft leven
Elke storm verstild door de kracht van Uw stem
Alles buigt voor Koning Jezus

U bent de held die voor ons strijdt
U baant de weg van overwinning
Elke vijand vlucht, ieder bolwerk valt neer
Naam boven alle namen, Hoogste Heer

De duisternis licht op door U
De duivel is door U verslagen
Dood waar is je macht, waar is je prikkel gebleven?
Jezus leeft en ik zal leven!

De schepping knielt in diep ontzag
De hemel juicht voor onze Koning
En de machten van de hel weten wie er regeert
Naam boven alle namen, Hoogste Heer

Voor eeuwig is Uw heerschappij
Uw troon staat onwankelbaar
Ongeëvenaarde kracht ligt in Uw grote Naam
Jezus, Overwinnaar.’

Naam boven alle namen: Jezus Overwinnaar!’

In naam van deze naam, gooi open die poort!

Doe dit!

In de kerkelijke traditie waarin ik ben opgevoed, is het niet gebruikelijk vrijmoedig deel te nemen aan het Heilig Avondmaal.
Eerder het tegenovergestelde, omdat niet aangaan juist getuigenis geeft van een goed christelijk besef zondaar te zijn tegenover een heilig en verterend God.
In deze kerken is het een vroom en heilig teken dat de banken vol zitten met ‘zondebelijdenaars’ en de stoelen aan de Avondmaalstafel onbezet blijven.
De kan met wijn wordt na de dienst leeggegoten in de gootsteen en het gebroken brood aan de eendjes gevoerd.

In de verdere ontwikkeling van mijn geloofsloopbaan leerde ik een heel andere visie op het Heilig Avondmaal, een visie die duidelijk meer mijn hart raakte dan waar ik in opgevoed was.
Ik leerde op een nieuwe ongedwongen manier gewoon thuis de maaltijd van de Heer gebruiken, alleen maar omdat Hij zelf gezegd heeft: ‘doe dit tot mijn gedachtenis.’

Thuis Avondmaal vieren is een way of life geworden die niet altijd in de kerk begrepen, of nog erger, zelfs afgekeurd wordt.
Ook daar waar de Maaltijd van de Heer niet zo zwaar beladen is als waarin ik opgevoed ben.
Ik zou haast zeggen, was het dat maar iets meer, in die zin dat het soms een soort van periodieke kerkelijke gewoonte geworden is, die alleen dan plaats mag vinden wanneer de dominee het bedient, waarbij vooraf een kerkelijk opgesteld artikel tot de bediening van het Heilig Avondmaal door de voorganger wordt voor gelezen.
Voorwaarde tot deelnemen aan de Maaltijd is dan ook nog dat er eerst belijdenis des Geloofs afgelegd moet worden en afhankelijk van welk kerkelijk genootschap je lid bent, mag je als vrouw geen broek maar een rok dragen en is een hoofdbedekking verplicht.
Wannneer je gescheiden bent betekent dat in veel kerken zelfs dat het Lichaam van Jezus voor de rest van je leven verboden kost geworden is…

Ik zal niet zeggen dat het kerkelijk Avondmaalsformulier onzin is, maar wat ik me wel afvraag is: ‘hoe komt het dat we niet genoeg hebben aan alleen de eenvoudige woorden van Jezus; ‘doe dit tot mijn gedachtenis!’
Voor mij persoonlijk is dat de beste aansporing tot het mezelf waardig achten Avondmaal te vieren, gewoon omdat Hij me dat opdraagt.
Hij maant me simpelweg mijn dagelijks medicijn niet te minachten of te vergeten!

Naar aanleiding van het sluiten van de kerk i.v.m. het coronavirus, doet het me daarom verdriet dat we geleerd hebben alleen dan Avondmaal te (mogen) vieren wanneer een dominee ons daarin voorgaat.
Mag ik hardop vragen of, in welke kerk we ook zitten, licht of zwaar, deze met regels omgeven manier van Avondmaal vieren niet een ontzettend tekort doen is aan het verzoenend offer van Jezus?
Hebben we in het afzweren van de Rooms Katholieke manier van Avondmaal vieren, met het badwater ook niet gelijk het Kind weggegooid?
Zou het kunnen dat we in de regels en toelatingseisen tot de Maaltijd van de Heer, de kracht van het eten van Jezus’ lichaam en het drinken van Jezus’ bloed onderschat en ingeperkt hebben tot daar waar we het zelf toelaten of tolereren?
Passend gemaakt in ons religieus hoofddenken heeft het dan nog weinig met een kwetsbaar en open hartrelatie te maken.
Is het niet nét dat wat Paulus bedoelt met ‘het onwaardig eten en drinken van het Lichaam van Jezus?’
(1 Korinthe 11)

Hoe mooi zou het zijn wanneer temidden van een wereld in nood onze huizen de kerkjes van nu zijn!
Huizen waarin de kinderen van God hun positie van priesterschap innemen en vrijmoedig het Heilige der Heiligen betreden, om als gezin of alleen de gemeenschap der heiligen te betrachten in het vieren van het Heilig Avondmaal.
Ontdaan van alle franje van de formulieren simpelweg eten en drinken van het verbroken en geslacht Lichaam van Jezus omdat Hij zelf ons daartoe de opdracht gaf: ‘doe dit!’
Ik ben er van overtuigd dat de wereld waarin we leven er dan heel anders uit zal gaan zien.

Hommel.

Als alleenstaand ben ik maar al te goed gaan begrijpen dat er door eenzaamheid en niet meer aangeraakt worden, mensen dood gaan aan huidhonger.
Ik snak naar aanraking, en ik geloof niet dat dat nou zo abnormaal is.
We zijn gemaakt omwille van niet alleen zijn en onderlinge gemeenschap en contact.
Ik weet nog precies wanneer iemand me voor het laatst echt aanraakte, zó bijzonder is dat, wat de normaalste zaak van de wereld zou moeten zijn geworden…

In deze tijd van steeds meer afgezonderde isolatie en eenzaamheid, krijg ik af en toe een appje met een virtuele knuffel.
Bah, ik kan er eerlijk gezegd niet meer tegen en klik ze het liefst gelijk naar de prullenbak.
(Sorry goedbedoelende mensen die op dat moment even willen laten weten dat je aan je denkt, maar het is niet genoeg!)

Afgelopen zondag hoopte ik even een luchtje te scheppen maar ben gillend weer naar huis gegaan, zo verschrikkelijk vond ik de denkbeeldige melaatsheid en de angst voor te dichtbij komen.
Ik vroeg Vader me aan te raken en dat deed Hij.
Door de open balkondeur kwam een dikke hommel binnen vliegen.
Terwijl hij vrij van iedere angst te dichtbij te komen zoemend door mijn kamer danste, showde hij me trots zijn prachtige bontmanteltje.
Brommend van genoegen verkondigde dit vliegend schepseltje de vrolijkheid van de lente, waarin dat wat dood leek weer groeien en bloeien gaat.
Ik was diep geraakt…