Goed verzekerd voor de beste Vaccinatie.

Omdat de eenzaamheid ten gevolge van een maatschappij op slot me af en toe zo naar de keel grijpt, belde ik s’nachts een keer de ‘JeBentNietAlleen’ lijn.

Petje af voor de inspanningen en goede intenties van de vele vrijwilligers aan de andere kant van het virtuele draadje, maar na het gesprekje zat ik toch met een kater.
Want wat was ik verder gekomen dan het advies de andere dag de huisarts te bellen, misschien dat ik medicatie nodig had…

Eerlijk, door de sneltreinvaart aan ontwikkelingen in de wereld van vandaag ben ik behoorlijk van slag.
Het troost me bitterzoet dat dat misschien het enige is wat me nog aan de ander bindt, een gezamenlijke, ieder in zijn eigen huisje soms onverdragelijke eenzaamheid.
Of wanneer je buiten bent, het alleen zijn in je eigen anderhalvemeter-cocon waarin knuffelen op straffe van een boete van €390 en een strafblad op zak, verboden is.
De dagen zijn vaak niet meer te duiden, zondag is een dag als alle andere dagen geworden.

Met mij zijn vele mensen van slag, ik ben ‘gelukkig’ niet de enige.
Vandaar dat de berichten over de toegenomen belangstelling voor religieuze beleving en de kerk mijn bijzondere aandacht trekt.
Ik lees dat online preken meer dan voor het lockdown bekeken of beluisterd worden, en zo zegt men, er wordt opvallend veel meer door niet kerkelijke mensen op gereageerd.

Het is logisch dat kerken deze toename aan belangstelling als hoopvol nieuws vermelden.
Allereerst word ik er zelf ook blij van, omdat ik ervan overtuigd ben dat de kerk het antwoord heeft op alle levensvragen, en we daarom niet bang hoeven zijn voor de spreekwoordelijke mond vol tanden.

Toch vermengt de vreugde over de toegenomen vragen aan de kerk zich met een schrijnend zeer.
Want, zo vraag ik mij af, wanneer de kerk van vandaag roept dat het nu tijd is kleur te bekennen en het verschil te maken welk zichtbaar en hoorbaar verschil maakt dan de kerk?
Persoonlijk voel ik me behoorlijk in de steek gelaten door de kerk.
Vandaar dat ik zelf weinig anders kleur ervaar dan dezelfde donkere wolken die de anderhalvemeter-maatschappij van ‘het nieuwe normaal’ aan de blauwe lucht stapelt en het zonlicht belet door te breken.

Buiten de onderling verdeeldheid over de rol man/vrouw en de tijdens deze crisis oplaaiende discussies over Avondmaal en Doop wel of niet in de wacht, wel of niet gewoon thuis, wat heeft de kerk de mens in deze vreselijke tijd anders te bieden dan dat het RIVM, Mark Rutte en o.a. Ab Osterhaus ons aanreiken?

Welke boodschap heeft de kerk voor de groeiende groep in armoede vervallende naasten die bv geen geld meer hebben om fatsoenlijk boodschappen te doen?
Nodigen we de hongerigen aan onze eigen tafel?
Nee toch, dat mag niet van Rutte, en omdat we het goede voorbeeld geven de overheid gehoorzaam te zijn, verwijzen we naar de Voedselbank.
Onze eigen deur zit, net als de deur van de kerk, op slot, knuffelen, aanraken en zegend de hand leggen verboden!

En welke troost biedt de kerk na het belletje van een zieke?
Wellicht raden we een Bijbelapp en wat bemoedigingde teksten aan, waarna we de telefoon weer neerleggen.
Maar wanneer een dag later een klop op de deur klinkt doen we dan open?
Iemand heeft nl. gelezen bij ziekte de oudsten te roepen en snakt naar de zegen van elkaar zonde belijden en zalving met de heilige olie.
Wat doen we dan als kerk?

Onze naaste in nood heeft geen behoefte aan mooie woorden, en beeldbuis gesprekjes, hoe waar deze woorden ook zijn mogen.
Hoe luid en duidelijk onze woorden op zondagmorgen klinken als een klok, het zal in de oren van een radeloos mens klinken als schel metaal.
De bodem van het bestaan is voor veel mensen is al niet meer anders dan een lockdown, waarin nog maar één behoefte schreeuwt: een hand die je uit de put omhoog trekt.

Jij zal maar dik in de modder op de bodem van de put zitten, terwijl om je heen iedereen zich aan de anderhalfmetermaatregel houdt…
Nog net voor je onder de derrie verdwijnt gooit iemand een touw, maar op veilige afstand laat men je bungelen.
Niemand heeft behoefte je hand te pakken om je het laatste stukje over de rand te trekken…
Anderhalvemeter tussen jou en je naaste bespaart de ander immers een boel geld!

Wanneer je het nieuws volgt zou je verwachten dat het de eenzaamheid van een schijnbaar nog weinig overgebleven gezonde iemand is die me vaak de keel dicht knijpt.
Of een griezelige verlatenheid tussen enorme rijen opgestapelde doden en voorbij trekkende begrafenisstoeten.
Maar dat is niet wat zo schrijnt.
Mijn ouders en familie breng ik iedere morgen onder het beschermend bloed van Het Lam dat geslacht is, dus heb ik ook geen trauma’s of verdriet om het gebod geliefden in eenzaamheid te moeten laten sterven.

Ik ervaar vooral een verschrikkelijke eenzaam en verlatenheid onder de levenden waarvan ik anders hoopte en verwachtte.
Met de mond wordt beleden; ‘Jezus is Heer,’ maar wanneer je daar op veilige afstand over in gesprek gaat, overstemmen de overleggingen achter het eigen ‘jamaar’ het ‘Jamaar’ van de Levende.
De eerste zondag in lockdown zong en beleed heel christelijk Nederland gezamenlijk: ‘Jezus Overwinnaar, Naam boven alle namen!’
Ik vraag me sindsdien voortdurend af; ‘wat we de wereld toezingen, geloven, we dat zelf (nog) wel?’

Het verdriet me te moeten zeggen dat ik onder gelovigen weinig anders aan bemoediging en uitzicht ervaar dan wat het RIVM, Mark Rutte en Ab Osterhaus te zeggen hebben.
Terwijl ik geloof dat het andersom moet zijn, is wat ik (over het algemeen) om me zie en hoor, afgestemd op het Corona nieuws.
Niet de kroon van Jezus heerst maar Corona heerst.
Niet wij zwaaien de scepter van Heil, Voorziening en Genezing, het Coronavirus zwaait de scepter over de arme wereld.

Hoe zou het zijn wanneer vanavond in plaats van Ab Osterhaus of Mark Rutte, één van onze voorgangers een persconferentie geeft op tv?!
Wat een opwinding wanneer hij/zij, jij/ik, of wie ook maar, aanschuift bij Pauw of Jinek!
De kerk, die geen blad voor de mond neemt om over dé oplossing, hét antwoord op ziekte en dood te getuigen; Jezus Christus en die gekruisigd!
Wat een verassing voor de wereld, te vertellen over een vaccinatie die allang klaar en voor iedereen beschikbaar is.

Het is nog gratis ook, want de rekening is tweeduizend jaar geleden al vereffend…

Gooi open die poort!

Afgelopen week zag ik beelden van zieke bejaarden in verzorgingshuizen.
Één van de geïnterviewde verzorgenden vertelde, dat wanneer ze bij het bed van een ziek en stervend mens komt, het eerste wat deze mens in nood doet is; de hand van de ander grijpen.
Het beeld van een zoekend naar aanraking smachtende hand brandde zich in op mijn netvlies.

Toen God de mens schiep zag Hij al meteen dat het niet goed is voor de mens alleen te zijn.
God de Schepper is de bedenker van contact, de creator van het normaal.
Zonder achterdocht genoten Adam en Eva van elkaar en van de vrije omgang met God.
En Hij zag dat het zeer goed was!

Satan was er als de kippen bij tussen dit verbond een stokje te steken.
Door de leugen van Satan te geloven dat God iets voor ons achterhield, is er een muur van schuld en schaamte tussen ons ingezet.
Het maakte ons vijanden van elkaar, we werden elkaars bedreiging.
Dit wantrouwen scheidde ons niet alleen van elkaar maar ook van de God en Vader die ons alles al gegeven had!

Door de zondeval werden we een tegen zichzelf verdeeld huis, een gebouw waarin muren noodzakelijk leken om ons voor elkaar te beschermen.
Dat wat God als het ‘normaal’ bedacht heeft, open contact met Hem en elkaar, maakte Satan het ‘abnormaal.’

Gelukkig is het niet zo gebleven, God wilde omgang met ons en zorgde zelf voor het middel de muur tussen ons en Hem in naar beneden te halen.

In Efeze 2 verteld Paulus de gemeente dat het bloed van Jezus de scheidingswand tussen Joden en Heidenen afgebroken heeft.

‘Maar thans in Christus Jezus zijt gij, die eertijds veraf waart, dichtbij gekomen door het bloed van Christus. Want Hij is onze vrede, die de twee één heeft gemaakt en de tussenmuur, die scheiding maakte, de vijandschap, weggebroken heeft, doordat Hij in zijn vlees de wet der geboden, in inzettingen bestaande, buiten werking gesteld heeft, om in Zichzelf, vrede makende, de twee tot één nieuwe mens te scheppen, en de twee, tot één lichaam verbonden, weder met God te verzoenen door het kruis, waaraan Hij de vijandschap gedood heeft.’
‭‭Efeziërs‬ ‭2:13-16‬ ‭NBG51‬‬
https://www.bible.com/328/eph.2.13-16.nbg51

Ik geloof dat het ook staat voor de muur van vijandschap tussen mensen onderling.
De muur die ons doet geloven elkaars bedreiging te zijn is weggehaald, het is weer zoals God het bedoeld heeft.
Het bloed van Jezus heeft ons samengesmeed, zijn bloed is het cement dat ons als levende stenen aan elkaar verbindt.
God zelf is in Jezus de betaling voor het ‘normaal’; zonder schuld en schaamte mogen we van Hem en elkaar genieten.

Het schrijnt me daarom zo dat het ‘nieuwe normaal’ zelfs onder gelovigen geaccepteerd wordt als veiligheid en bescherming van en voor elkaar.
Het ‘abnormaal’ van Satan, afstand en wantrouwen naar elkaar, is binnen een paar weken zelfs in de kerk ‘normaal’ geworden.

Daarom brandde het beeld van die zoekende hand me op het netvlies.
Dat is nl. hoe God het bedoeld heeft, Hij bedacht zelf dit snakkend contact en aanraking van elkaar.
Jezus droeg het ons zelfs op elkaar aan te raken in het zegenend elkaar de hand opleggen!

Door het beeld van de zoekende hand begon in mijn hoofd het volgende filmpje te draaien:
‘Ik lag doodziek in een quarantaine tent het ziekenhuis naar adem te happen en op veilige afstand stond de dominee me toe te roepen: ‘hou vol, de Heer is met je.’
Door alle apparatuur rond mijn bed kon ik niet horen wat hij riep, maar was daar ook niet zo in geïnteresseerd.
Met mijn laatste krachten smeekte ik hem toch op te houden met dat geschreeuw en me asjeblieft even aan te raken, precies zoals de Here Jezus ons dat opdroeg.’

Omdat ik geloof dat het bloed van Jezus niet alleen reinigt van zonde en schuld, maar tevens onze bescherming is tegen de gevolgen van zonde en schuld, doet het me bijzonder pijn dat zelfs gelovigen elkaar benaderen als gevaar voor besmetting.
Deze angst noemen we notabene elkaar beschermen…

Mijn broers en zussen in Christus, de muur van welke vijandschap ook is in Christus afgebroken!
Zijn bloed heeft ons tot levende stenen van een heilig huis gemaakt, een huis zonder scheidingswanden en voor elkaar beschermende muren.
Een huis met open vensters naar de hemel.
Een huis waar de radeloos naar contact smachtende naaste schuilen kan.
Een huis waar we zelf mogen schuilen.
Een huis waarin het getuigenis klinkt:

‘Waar U verschijnt wordt alles nieuw
Want U bevrijdt en geeft leven
Elke storm verstild door de kracht van Uw stem
Alles buigt voor Koning Jezus

U bent de held die voor ons strijdt
U baant de weg van overwinning
Elke vijand vlucht, ieder bolwerk valt neer
Naam boven alle namen, Hoogste Heer

De duisternis licht op door U
De duivel is door U verslagen
Dood waar is je macht, waar is je prikkel gebleven?
Jezus leeft en ik zal leven!

De schepping knielt in diep ontzag
De hemel juicht voor onze Koning
En de machten van de hel weten wie er regeert
Naam boven alle namen, Hoogste Heer

Voor eeuwig is Uw heerschappij
Uw troon staat onwankelbaar
Ongeëvenaarde kracht ligt in Uw grote Naam
Jezus, Overwinnaar.’

Naam boven alle namen: Jezus Overwinnaar!’

In naam van deze naam, gooi open die poort!

Doe dit!

In de kerkelijke traditie waarin ik ben opgevoed, is het niet gebruikelijk vrijmoedig deel te nemen aan het Heilig Avondmaal.
Eerder het tegenovergestelde, omdat niet aangaan juist getuigenis geeft van een goed christelijk besef zondaar te zijn tegenover een heilig en verterend God.
In deze kerken is het een vroom en heilig teken dat de banken vol zitten met ‘zondebelijdenaars’ en de stoelen aan de Avondmaalstafel onbezet blijven.
De kan met wijn wordt na de dienst leeggegoten in de gootsteen en het gebroken brood aan de eendjes gevoerd.

In de verdere ontwikkeling van mijn geloofsloopbaan leerde ik een heel andere visie op het Heilig Avondmaal, een visie die duidelijk meer mijn hart raakte dan waar ik in opgevoed was.
Ik leerde op een nieuwe ongedwongen manier gewoon thuis de maaltijd van de Heer gebruiken, alleen maar omdat Hij zelf gezegd heeft: ‘doe dit tot mijn gedachtenis.’

Thuis Avondmaal vieren is een way of life geworden die niet altijd in de kerk begrepen, of nog erger, zelfs afgekeurd wordt.
Ook daar waar de Maaltijd van de Heer niet zo zwaar beladen is als waarin ik opgevoed ben.
Ik zou haast zeggen, was het dat maar iets meer, in die zin dat het soms een soort van periodieke kerkelijke gewoonte geworden is, die alleen dan plaats mag vinden wanneer de dominee het bedient, waarbij vooraf een kerkelijk opgesteld artikel tot de bediening van het Heilig Avondmaal door de voorganger wordt voor gelezen.
Voorwaarde tot deelnemen aan de Maaltijd is dan ook nog dat er eerst belijdenis des Geloofs afgelegd moet worden en afhankelijk van welk kerkelijk genootschap je lid bent, mag je als vrouw geen broek maar een rok dragen en is een hoofdbedekking verplicht.
Wannneer je gescheiden bent betekent dat in veel kerken zelfs dat het Lichaam van Jezus voor de rest van je leven verboden kost geworden is…

Ik zal niet zeggen dat het kerkelijk Avondmaalsformulier onzin is, maar wat ik me wel afvraag is: ‘hoe komt het dat we niet genoeg hebben aan alleen de eenvoudige woorden van Jezus; ‘doe dit tot mijn gedachtenis!’
Voor mij persoonlijk is dat de beste aansporing tot het mezelf waardig achten Avondmaal te vieren, gewoon omdat Hij me dat opdraagt.
Hij maant me simpelweg mijn dagelijks medicijn niet te minachten of te vergeten!

Naar aanleiding van het sluiten van de kerk i.v.m. het coronavirus, doet het me daarom verdriet dat we geleerd hebben alleen dan Avondmaal te (mogen) vieren wanneer een dominee ons daarin voorgaat.
Mag ik hardop vragen of, in welke kerk we ook zitten, licht of zwaar, deze met regels omgeven manier van Avondmaal vieren niet een ontzettend tekort doen is aan het verzoenend offer van Jezus?
Hebben we in het afzweren van de Rooms Katholieke manier van Avondmaal vieren, met het badwater ook niet gelijk het Kind weggegooid?
Zou het kunnen dat we in de regels en toelatingseisen tot de Maaltijd van de Heer, de kracht van het eten van Jezus’ lichaam en het drinken van Jezus’ bloed onderschat en ingeperkt hebben tot daar waar we het zelf toelaten of tolereren?
Passend gemaakt in ons religieus hoofddenken heeft het dan nog weinig met een kwetsbaar en open hartrelatie te maken.
Is het niet nét dat wat Paulus bedoelt met ‘het onwaardig eten en drinken van het Lichaam van Jezus?’
(1 Korinthe 11)

Hoe mooi zou het zijn wanneer temidden van een wereld in nood onze huizen de kerkjes van nu zijn!
Huizen waarin de kinderen van God hun positie van priesterschap innemen en vrijmoedig het Heilige der Heiligen betreden, om als gezin of alleen de gemeenschap der heiligen te betrachten in het vieren van het Heilig Avondmaal.
Ontdaan van alle franje van de formulieren simpelweg eten en drinken van het verbroken en geslacht Lichaam van Jezus omdat Hij zelf ons daartoe de opdracht gaf: ‘doe dit!’
Ik ben er van overtuigd dat de wereld waarin we leven er dan heel anders uit zal gaan zien.

Hommel.

Als alleenstaand ben ik maar al te goed gaan begrijpen dat er door eenzaamheid en niet meer aangeraakt worden, mensen dood gaan aan huidhonger.
Ik snak naar aanraking, en ik geloof niet dat dat nou zo abnormaal is.
We zijn gemaakt omwille van niet alleen zijn en onderlinge gemeenschap en contact.
Ik weet nog precies wanneer iemand me voor het laatst echt aanraakte, zó bijzonder is dat, wat de normaalste zaak van de wereld zou moeten zijn geworden…

In deze tijd van steeds meer afgezonderde isolatie en eenzaamheid, krijg ik af en toe een appje met een virtuele knuffel.
Bah, ik kan er eerlijk gezegd niet meer tegen en klik ze het liefst gelijk naar de prullenbak.
(Sorry goedbedoelende mensen die op dat moment even willen laten weten dat je aan je denkt, maar het is niet genoeg!)

Afgelopen zondag hoopte ik even een luchtje te scheppen maar ben gillend weer naar huis gegaan, zo verschrikkelijk vond ik de denkbeeldige melaatsheid en de angst voor te dichtbij komen.
Ik vroeg Vader me aan te raken en dat deed Hij.
Door de open balkondeur kwam een dikke hommel binnen vliegen.
Terwijl hij vrij van iedere angst te dichtbij te komen zoemend door mijn kamer danste, showde hij me trots zijn prachtige bontmanteltje.
Brommend van genoegen verkondigde dit vliegend schepseltje de vrolijkheid van de lente, waarin dat wat dood leek weer groeien en bloeien gaat.
Ik was diep geraakt…

Hou me vast…

Afgelopen zondag was het de tweede zondag dat de kerken gesloten bleven.
Alhoewel er diverse prachtige initiatieven worden ontwikkeld, zoals diensten via tv en internet zitten we als gelovigen in zekere zin al weken in een lockdown.
De deuren van de kerk zitten dicht en voorlopig zal dat ook zo blijven.
Op zondag psalm 122 zingen: ‘kom ga met ons en doe als wij’ klinkt opeens heel vreemd, omdat op dat in het openbaar doen straf volgt.
We mogen niet meer bij elkaar komen, dus zitten we massaal voor de tv of luisteren via internet een preek.
Onze voorgangers, pastors en dominees zijn een soort van lange afstand relatie geworden, het zal voor hen ook erg moeilijk zijn.
Preken in een lege kerk, tegen lege stoelen en banken, muziek op een bandje, het is alsof we van de ene op de andere dag ingemetselde nonnen en monniken zijn geworden.
Het deprimeerd me ontzettend.
En natuurlijk, ik ben (nog) niet ziek, ik lig niet op de IC naar adem te happen, maar toch ervaar ik de sfeer alleen al als erg verstikkend.

Door de week via internet een preek luisteren is een bewuste keuze waar ik vaak dagelijks heel veel bemoediging uit put.
Maar terwijl we al jaren gewaarschuwd worden voor contact zonder contact is het contact via datzelfde platte beeldschermpje aan een oplaadkabeltje in het stopcontact, vandaag nog het enige contact.

Bah, ik haat het.
Het maakt me boos en soms ook wel bang.
Niet bang om zelf ziek te worden, maar ik ontkom er niet aan dat mijn keel soms dicht knijpt van wat er allemaal om me heen gebeurt.
Is het al erg eenzaam en alleen in mijn huisje, op straat vliegt het me nog meer aan.
Iedereen loopt in zijn eigen bubbel, en owee als je te dicht bij komt…vreselijk!

Alsof het zijn reddingsboei was, liep deze week vlak voor me een man een stapel closetrollen, waar hij nog net overheen kijken kon mee te zeulen, terwijl hij tegelijk ieder contact vermeed.
Ik wist niet of ik er nu om lachen of om huilen moest.
Net zoals ik me heel tijd afvraag waarom, eer ook maar iets op slot ging, de kerken hun deuren al toesloten.
Daar zullen vast allerlei verstandig en rationele antwoorden op te geven zijn, maar steeds meer bekruipt me de vraag: ‘trappen we er nu zo gemakkelijk met open ogen in?’

Het is immers altijd al de bedoeling van Satan geweest de deuren van de kerk dicht te spijkeren?
Het is toch zijn doel dat we net als destijds de discipelen in plaats van als welkomscomitee bij het graf te zitten, ons achter gesloten deuren verschuilen en daardoor onzichtbaar worden?
Terwijl Jezus ons opdraagt zegenend en handoplegend erop uit te gaan, is de kerk de eerste geweest die opgedragen werd samenkomsten af te lasten om zodoende aanraking te vermijden.

Ik voel me in deze rare tijd, waarin het steeds meer lijkt dat de angst regeert, eenzamer dan ooit waarbij de vragen over de rol van mij als gelovige en de rol van de kerk me erg bezig houden.

Bij alle vragen weet ik één ding zeker; mijn Koning en Heer, mijn Verlosser, Bruidegom en grote Broer, popelt om me op te halen en voor altijd samen te zijn.
Wat zie ik er naar uit voor eeuwig alles in Hem te zijn…

Goed nieuws tussen de lege schappen.

Wat een spannende tijd!
Exiting zegt het Engelse woord zo mooi!
Een tijd met geweldige kansen om het goede nieuws over een goede God te vertellen.
Je hebt geen sinaasappelkistje nodig, geen luidspreker of microfoon, een preekbevoegdheid van de TU is ook geen noodzaak, of je nu man of vrouw bent, jong of oud, geleerd of ongeletterd, licht of zwaar, evangelisch of reformatorisch, baptist of gereformeerd, rok of broek, wel of geen hoedje, tegen of voor vrouw in in het ambt, homo of hetero, gehuwd of alleenstaand, rijk of arm…

Het enige wat je hoeft te doen is je jas van de gerechtigheid en je schoenen van de bereidheid om het goede nieuws van de vrede met God bekend te maken, aan te trekken en naar buiten te gaan.
Bewust van je positie in Christus, verlicht je lamp de duisternis om je heen en trek je automatisch mensen naar je toe.
Zomaar in de supermarkt een vraag van een onbekende of jij ook zo bang bent voor dat virus, is een opeens mooie gelegenheid over de Viruskiller Himself te getuigen en de ander te zegenen met de rust en vrede van het Lam.

Wees niet bang, sta op en schitter, Jezus-mensen!
Nu is het de tijd!
Preach yourself happy and spread the good news…

All I want for Christmas is You!

Als klein meisje kon ik ontzettend uitzien naar mijn verjaardag.
Eer het zover was werden de nog te slapen nachtjes ongeduldig afgeteld en weggestreept tot het eindelijk 13 mei was: mijn dag!
‘Dat je maar gauw een grote meid mag worden,’ zei men vaak.
Nu ben ik groot en nog net als vroeger geniet ik van mijn verjaardag, maar toch anders; ik ben niet meer het onbevangen kind van toen maar zo wel zo blij als het kind van toen.

Precies zo zag ik als klein meisje uit naar de viering van Jezus’ geboortedag, het Kerstfeest.
Wat was het nog heerlijk onbezorgd, Moeder haalde de ballen en lichtjes van zolder, Vader zorgde voor een boom, en wij kinderen mochten hem volhangen met wat men nu vintage versiering noemt.
Vooral de vogeltjes op het knijpertje en het zilverkleurig klokje met een echt klepeltje hadden een enorme bekoring.
Af en toe mocht ik het klokje zijn betoverend klingeltje laten rinkelen, wat in mijn oren als de uitnodiging van de zondagse kerkklokken klonk.
‘Welkom, welkom, welkom.’
Naarmate de boom langer in ons door de kolenkachel verwarmd huis stond, werden de takken steeds kaler wanneer mijn klokje zijn welkom klingelde.
Dat was ook de reden dat zodra het 27 december was Moeder de boom weer opruimde en Vader deze aan de waslijn hing om pyromaantje te spelen.
De vlammen vlogen soms boven het dak uit…wat hadden we een pret.

Kerst, het feest van Jezus’ geboorte…
Denkbeeldig zat ik op mijn knietjes voor de kribbe en bewonderde het kindje Jezus dat me vriendelijk toelachte.
Net zoals de in doeken gewikkelde baby, zo was ook de volle betekenis van zijn komst in nevelen gehuld.
Het was genoeg dat het kind gekomen was, ook voor mij.

Naarmate ik ouder werd, groeide Jezus met me mee in de onthulling van het geheimenis van lijden, smadelijke dood aan het kruis en glorieuze opstanding uit het graf.
Alhoewel ik geloof over een eeuwigheid nog slechts een fractie van de noodzakelijkheid van Zijn komst te bevatten, in het kleine beetje weten van nu groeit een steeds groter en dieper ontzag voor Jezus Christus de Zoon van God, de Redder van de wereld; mijn Heiland.

Kerst, het feest van de geboorte van het Christuskind…
Ik wilde wel dat het nog net zo onschuldig en eenvoudig was als vroeger.
Eerste Kerstdag 2 keer naar de kerk, tweede Kerstdag het Kerstfeest van de Zondag-school.
We aten peertjes of witlof, koevlees of rollade, we maakten hangop met perzik uit blik en kregen ter ere van Kerstfeest een met melk aangelengd advocaatje met slagroom.
We zaten rond de tafel en ik liet me betoveren door de door kaarsvlammetjes ronddraaiende engeltjes.
Stille nacht, heilige nacht
Ere zij God, in mensen een welbehagen.

Wat kan ik een heimwee hebben naar Kerstfeest, zonder al die toeters en bellen van nu.
Zonder Hohoho en kerstmannen met dikke buiken, geen Jinglebel Jinglebel en lange rijen voor de kassa’s in de overvolle winkels, maar gewoon een familiefeest om de geboortedag van een bijzonder broertje.
Een verjaardagsfeestje waar Hij gekroond op de stoel mag staan en we Hiep Hiep Hoera Hoera schreeuwen en juichen, zo hard dat Vader het ook horen kan.
Een fuif waar niet de kalkoen maar het Lam in het middelpunt staat, Hij, mijn grote broer Jezus:
Waar we dansen op het lied;
‘All I want for Christmas is Him!’ en meezingen met het engelenkoor: ‘Heilig heilig heilig, is de Heer God Almachtig.’

Ik zie uit naar de dag, die grote dag waarop de bazuinen zullen schallen en het alleen nog maar om Hem zal gaan, Jezus Overwinnaar.
De dag waarop Hij alles in allen zal zijn…

Kerst, het geheim in doeken.
Hier, kijk dan, hier ligt Hij, de Zoon van God…
Luister dan, hier klopt het Vaderhart, hier tussen die doeken…
Hoor je het in de hamerslagen op Golgotha?
‘De schuld betaald, de schuld betaald…’
Kom naar het open graf.
Zie je de uit de doeken gewikkelde dwaasheid van het kruis?
Hoor je het bloed roepen?
‘Ik hou van je, Ik hou van je!’
Kijk dan, Hij is opgestaan,
Hij is niet dood
Hij leeft!!

Kerst, invasie uit de Hemel…

Veilig in Jezus armen.

Er zijn van die momenten waarop machteloze woede om aanhoudend onrecht me plotseling kan overvallen.
Niet maar zo opeens natuurlijk, de oorzaak is vaak een stapeling van duwtjes en prikjes, het druilerige weer en gek genoeg net zo goed een heel mooie reden, zoals bijv. een vriendelijk gebaar of het teken van Gods trouw aan het firmament..

‘Laat het achter je’ is dan zo vreselijk goedkoop, want hoe kun je iets achter je laten als je dat maar blijft achtervolgen?
Het klinkt in mijn oren als: ‘wanneer je hier maar over blijft zeuren laat ik jou achter me.’
Daarom is het goed met David de harp te pakken en mee te brullen naar God.
Waar anders is mijn woede om wat was en nog steeds is, veiliger dan bij mijn God en Vader?

‘Voor de leider van het koor.

Een prachtig lied van David, op de wijs van: ‘Dood mij niet.’
Koningen en heersers, zijn jullie wel rechtvaardig?
Spreken jullie inderdaad recht? Nee! Jullie zijn juist kwaad van plan.
Jullie doen allerlei slechte dingen. Mensen die zich niets van God aantrekken, zijn al vanaf hun geboorte ontrouw aan God.
Ze liegen vanaf de dag dat ze zijn geboren.
Hun slechtheid is als slangengif.
Ze zijn zo doof [ voor God ] als een slang die niet wil luisteren naar de slangenbezweerder, al speelt deze nog zo goed op zijn fluit.
Ze zijn zo gevaarlijk als leeuwen. God, maak hen machteloos!
Zorg dat ze niets meer kunnen doen met hun klauwen en hun tanden! Laat hen helemaal verdwijnen, zoals water dat wegzakt in de grond.
En als ze op me willen schieten, breek dan hun pijlen in stukken.
Laat hen verdwijnen, als een slak waar je zout op strooit.
Laat hen sterven, als een te vroeg geboren kind.
Hij blaast hen weg, zoals doorntakken onder een pot worden weggeblazen door de wind.
Hij blaast ze weg, zowel de groene als de dorre takken, vóórdat de pot op het vuur de hitte heeft kunnen voelen.
De mensen die leven zoals U het wil, zullen blij zijn als ze zien hoe U de slechte mensen straft: ze zullen door het bloed kunnen waden!
Ze zullen zeggen: “Er is dus tóch een beloning voor de mensen die leven zoals God het wil. Er is dus tóch een rechtvaardige God!”’
‭‭PSALMEN‬ ‭58:1-12‬ ‭BB‬‬
https://www.bible.com/1276/psa.58.1-12.bb

Vanmorgen luisterde ik een preek over Micha 7:7.
Bemoedigend, omdat het over de trouw van mijn God en Vader gaat en tegelijk zeer pijnlijk omdat het verlangen naar recht zo herkenbaar zeer doet.

‘Maar ik zal uitzien naar de Here, ik zal wachten op de God mijns heils; mijn God zal mij horen.’
‭‭Micha‬ ‭7:7‬ ‭NBG51‬‬
https://www.bible.com/328/mic.7.7.nbg51

Met Habakuk zing ik de woorden van zijn hoopvolle lofzang mee:

‘Zelfs als de vijgenbomen niet zullen bloeien, en er geen één druif in de wijngaarden te vinden zal zijn,
en we geen enkele olijf van de olijfbomen zullen kunnen oogsten, en er niets meer op de akkers zal groeien,
en alle schapen uit de stallen zullen worden geroofd,
en alle koeien verdwenen zullen zijn,
zelfs dan (!) zal ik tóch nog juichen over de Heer, blij jubelen over de God die voor mij zorgt.
Want de Heer is mijn kracht.
Dankzij Hem zal ik rondspringen als een hert. Hij zal ervoor zorgen dat ik stevig blijf staan.”’
‭‭HABAKUK‬ ‭3:17-19‬ ‭BB‬‬
https://www.bible.com/1276/hab.3.17-19.bb

Evenzo zing ik met David de woorden van psalm 23:

‘Ja, heil en goedertierenheid zullen mij volgen al de dagen van mijn leven;
ik zal in het huis des Heren verblijven tot in lengte van dagen.’
‭‭Psalmen‬ ‭23:6‬ ‭NBG51‬‬
https://www.bible.com/328/psa.23.6.nbg51

Over stalken gesproken!
Zijn goedheid en genade (achter) volgen mij dag aan dag.

Gelukkig mag het allemaal naast elkaar staan, woede, roep om recht, roep om wraak, verdriet, pijn, verlangen en vertrouwen.
Bij Hem ben ik veilig.

‘Hij heeft mij verlost uit de macht der duisternis en overgebracht in het Koninkrijk van de Zoon zijner liefde, in wie ik de verlossing heb, de vergeving der zonden.’
‭‭Kolossenzen‬ ‭1:13-14‬ ‭NBG51‬‬
https://www.bible.com/328/col.1.13-14.nbg51

‘God is goed!
Altijd!’

Ik ga me nog weer een keer laten bemoedigen door de preek.
Luister je mee?

https://kerkdienstgemist.nl/stations/363/events/recording/157700520000363

Fladderende vogeltjes.

Vandaag is het 24 november, de verjaardag van mijn oudste dochter en tweede zoon.
Twee heel verschillende baby’s toen ze geboren werden, Joke, klein, blank en rossig, Jelle-Dirk, een spek-rug, en donker.
Het liefst vierde ik samen met mijn kinderen hun verjaardag en ik weet wel zeker dat ook zij die wens hebben, maar het is anders gelopen.
Om niet te verdrinken in de put van eenzaamheid, verdriet, schuld en schaamte ben ik naar LaPlace gegaan om een gebakje te eten en zo de verjaardag van mijn kinderen te vieren.

Om het tafeltje waaraan ik mijn feestje vier staan 4 stoelen waardoor het alleen zijn extra benadrukt wordt.
Terwijl allerlei herinneringen en beelden van toen om aandacht vragen, kijk ik om me heen naar al die mensen die samen zijn en soms komen vragen of ze bij een stoeltekort één van mijn stoelen weg mogen pakken.
Er bevangt me een soort van ‘ik gun het jullie, maar ook mezelf zo hevig’ jaloezie tot mijn blik de pas inhoudt bij het tafeltje tegenover me.
Aan de ring om de vinger van het, naar ik schat iets oudere echtpaar dan ik, is te zien dat ze niet alleen zijn, ze horen bij elkaar, ze zijn samen.
Gebiologeerd staar ik naar de spiegeling van de prachtige sfeerverlichting in de bolling van het gouden verbondsteken van deze twee mensen.

Verdrietig bedenk ik me dat ik ook een paar keer zo’n kostbaar glimmend teken van het huwelijksverbond omgeschoven heb gekregen.
‘Ja, dat beloof ik,’ klonk daaraan vooraf.
Nog voor de film van vroeger op repeat staat, kruist mijn blik die van de vrouw en zie in één oogopslag dat het enige wat dit echtpaar aan het tafeltje tegenover me nog bindt, dat gouden bandje om hun ringvinger is.
Aan de oorverdovende stilte hoor ik dat ze elkaar niets (meer) te zeggen hebben.
Ik sla mijn blik beschaamd neer, alsof ik iets gezien heb waar ik eigenlijk niet kijken mocht.

Omdat ik me zo herken in deze vrouw, bomvol binnengehouden woorden toestemming smekend gezegd en gehoord te worden, begint er toch een film te draaien en ik laat het maar gewoon toe.
Ik kijk in een hart vol liefde, gedachten en verlangens naar de ander, jarenlang opgesloten en gevangengehouden door de wrede vuist van de hand die dezelfde ring draagt als de hare.
Woorden die recht hebben van spreken, maar door het verbod om te zeggen wat vanbinnen leeft het zwijgen zijn opgelegd.
In de ineengedoken houding van de vrouw herken ik een uitgedoofd kaarsje dat eens met haar flikkering nog hoopte het leven van de ander iets meer warmte en kleur te geven.
De handen in haar schoot vertellen het verhaal van een ongelijke strijd, waardoor ze de handdoek maar in de ring heeft gegooid.
Er waren geen oren om te horen wat ze te vertellen had dus deed ze er het zwijgen maar toe.

Ach, wat heb ik een medelijden met deze vrouw, eens een dartelend jong vogeltje dat haar vleugels in de wijde wereld uitsloeg, fluitend en zingend, vervult van blijde hoop en verwachting.
In de vaste overtuiging dat de man tegenover haar dezelfde hoop en verwachting koesterde, liet ze zich verlokken op zijn mooie stokje neer te strijken en daar te blijven.
Ze was thuis, dacht ze en liet zich ringen.
In de euforie van het ‘samen voor altijd’ uit vrije wil verbonden, bemerkte ze al snel dat om het houten stokje een kooitje werd gesmeed
Of zat het er altijd al en had ze door de roze bril van verliefd zijn het doel, haar aan handen en voeten te binden over het hoofd gezien?

Wanneer haar ogen de mijne nogmaals kruisen zie ik een walmend vlaswiekje, nog niet helemaal gedoofd.
Ik vraag me af of zij soms ook jaloers is op mij?
Zou zij denken: ‘wat heerlijk dat die vrouw aan het tafeltje tegenover me met niemand rekening hoeft te houden.
Wat benijd ik het dat je zomaar alleen een gebakje kan gaan eten.
Zou die vrouw aan het vierpersoons-tafeltje wel genoeg beseffen hoe fijn het is alleen te zijn?
Niet geringd en gekortwiekt?
Je niet af te hoeven vragen of dat wat je wilt zeggen wel gehoord wordt?’

In mijn hart is een stil gebed voor de kinderen uit mij geboren en voor deze vrouw:
‘Vader, lok deze bange fladderende vogeltjes naar het houtje op Golgotha en mag ik degene zijn die Uw kruis omhoog houd?’

Mijn mooiste ketting.

In mijn brein liggen gebeurtenissen en ervaringen opgeslagen waarvan ik de meest waardevolle als kostbare kralen aan een herinneringsketting rijg.
Iedere kraal heeft zijn eigen vorm en kleur, de een mooi rond, de andere wat ongelijker of hoekiger van vorm, maar elk even schitterend en uniek.
Het kan zo maar zijn dat een bepaalde geur, een geluid, muziekstuk of klein gebaar me de kralen als een rozenkrans door de vingers doen glijden.
Tastend naar de vorm roept iedere kraal zijn eigen gevoelens en emoties boven, waarbij het memoriseren niet automatisch een glimlach op mijn gezicht tevoorschijn hoeft te roepen.
Het gebeurt al te vaak dat een bepaalde herinnering mijn ziel als een scherpsnijdend zwaard doorklieft.
Gaat het dan om een herinnering die trauma heeft nagelaten?
Geenszins, het zijn juist de meest kostbare kralen, kralen die zó waardevol zijn, dat ze me door het gemis en heimwee naar die persoon of situatie de adem benemen.
Dit heimwee en gemis doen deze kralen des te meer het alleen zijn als een soms ondraaglijk zeer ervaren.
Ze onderstrepen de eenzaamheid als brengt het mijn klok van slag waardoor ik als het ware even stil moet gaan staan bij toen…

Wanneer ik bij het door de vingers gaan van deze kralen mijn kussen nat huil, is daar steevast iemand anders die onder míjn streep een andere streep trekt.
Terwijl ik mijn van pijn gekromde ziel ophef om te zien wie deze dubbele streep heeft gezet, zie ik niemand anders dan Jezus alleen die mij uitnodigt met zíjn ogen te kijken naar mijn eenzaamheid en gemis.
Hij laat me vervolgens zien en beseffen dat de kraal aan mijn ketting juist daarom zeer doet omdat deze kraal iets zeer kostbaars en waardevols in zich bergt.
Niet om daarmee het zeer te verhullen, maar veelmeer om beide emoties te laten bestaan; pijn en dankbaarheid, vreugde en gemis.
Jezus verbindt zich aan mijn pijn en aan mijn vreugde, mijn blijdschap en mijn verdriet.

Vol liefde en mededogen houdt hij vervolgens zijn doorboorde handen op en wacht tot ik mijn ketting erin leg.
Het maakt hem niet uit dat de kralen glibberen van mijn snot en zoute tranen, mijn ketting is hem des te meer waardevol.
Uit één van zijn doosjes haalt hij een kraal, rood als bloed, en vraagt me of hij deze aan mijn ketting rijgen mag.
Zijn vingers strelen mijn natgehuilde wangen, waarna hij zonder er ook maar eentje over te slaan al mijn tranen in een flesje giet.
Ik volg met belangstelling zijn voorzichtige beweging waarmee hij mijn ketting om de hals van zijn flesje hangt en zie in zijn ogen opeens dezelfde heimwee als die mij zo pijn doet.
‘Kijk nog eens goed mijn lief,’ zegt hij teder.
Ik kijk in zijn gezicht vol ontfermend mededogen en doe een verbijsterende ontdekking.
De pijn van gemis naar dat wat was blijkt door zijn ogen een heimwee naar het nog niet maar in hem absoluut zeker en vast.
Hij glimlacht om mijn verbazing en vraagt me: ‘Je wist het toch al wel dat ik net zo naar jou verlang als jij dat naar mij doet?’
Natuurlijk weet hij dat ik het soms even kwijt ben, maar wat is hij lief dat hij het niet tegen me houdt.
Ik kan alleen nog maar zeggen: ‘ja Heer, ik weet het toch altijd al!’

‘Kom’ zegt hij, ‘we gaan naar de juwelier.
Daar mag je een mooie nieuwe kraal uitzoeken…’

%d bloggers liken dit: