Veiligheid binnen de omheining van de gemeente.

Deze week las ik een aantal artikelen rond de moord op een moeder van kinderen in Mijdrecht.
Twee dingen vielen me vooral op:
0. De burgermeester zegt al bij voorbaat dat er geen fouten gemaakt zijn…
Huh?
Terwijl hij zich haast om zijn handen in onschuld te wassen, ligt een door haar ex vermoorde vrouw en moeder van kinderen aan zijn voeten, en op zijn bureau ligt een dik dossier van door dezelfde vrouw gedane aangiftes van stalking en bedreiging…

0. De kerk opent een avond de deuren voor troost.
Dat is natuurlijk prachtig, een open kerk.
Alle deuren wijd open…
Maar bij mij borrelen er dan tevens allerlei vragen.
Één avond maar?
De kerk hoort toch altijd open te zijn?
En waar was de kerk vóór de moord?

Ook één dezer dagen hoorde ik op een kerkelijke bijeenkomst tevens de term “hulp bij vechtscheidingen” voorbij komen.
Daarmee wordt bedoelt:’ het bij kinderen zoveel mogelijk schade zien te voorkomen, temidden van de elkaar de tent uitvechtende ouders/ ex-partners’
Niet alleen in het kader van de moord in Mijdrecht, maar niet in het minst persoonlijk, raakt deze bewoording mij erg.
Het plakkertje ‘vechtscheiding’ onderstreept de heersende mening:
‘twee kijven, twee schuld’, waarom het in de hulpverlening direct al mis gaat, zowel van professionele kant als aan de zijde van de naaste omgeving van beide partners.

In haast alle gevallen zal vooral één van de partijen blij zijn met deze onjuiste constatering, waarbij de andere partij voornamelijk onnoemelijk te lijden heeft van dit oordeel.
De suggestie twee kijven, twee schuld is nou juist bij ‘vechtscheidingen’ funest, en zal de situatie alleen maar verergeren.
De vechtende ouders vechten wel allebei, maar ieder op een heel ander niveau en daarom ook met ieder een ander doel.

(Om het wat gemakkelijker begrijpbaar te maken noem ik het vervolgens ‘de man’ en ‘de vrouw of moeder’
Het zal omgekeerd alhoewel minder vaak, ook plaats vinden)

De man zal in een ‘vechtscheiding’ nietsontziend geen poging onbenut laten de ex-partner, de vrouw en vaak moeder van zijn kinderen te ruïneren, terwijl deze moeder alles in het werk probeert te stellen een veilig heenkomen voor haar en haar kinderen te vinden.
Dat is ook haar plicht, omdat ze na jaren binnenshuis terreur niet meer anders kan dan vluchten, al was het alleen al om de kinderen in veiligheid te brengen.
In plaats dat deze moeder hulp krijgt, wordt wat ze eindelijk durft vertellen meestal niet gelooft, waardoor ze steeds radelozer op allerlei deuren bonst.

De man zal zijn spel van buitenshuis charmeur voort zetten, en iedereen om de tuin leiden.
Hij windt de hele omgeving om de vingers en zal de buitenwereld vertellen wat een hysterica zijn ex-vrouw is.
Omdat de radeloze moeder steeds harder gaat schreeuwen, komt deze ‘voorspelling’ uit en begint de omgeving de moeder te mijden en de rug toe te draaien.
Met maar één winnaar, de ten oorlog getrokken ex-man, die door de omgeving de hand boven het hoofd wordt gehouden, en daardoor onbewust hulp krijgt van degene die de vrouw en kinderen zouden moeten beschermen.
Het gevolg is dat de omgeving, betrokken in het meedogenloze spel van deze man, mede verantwoordelijk wordt voor de ‘vechtscheiding’ en het ruïneren van de wanhopige moeder.
Terwijl de radeloze vrouw en moeder recht heeft op bescherming, keert men zich tegen haar, en sluiten de deuren, ogen, oren en harten zich op haar hulpgeroep.

Dat dit ook in de kerk kan gebeuren is het meest schokkend.
De reden waarom het daar gebeurt is de, naar mijn mening, ontstane cultuur van niet mogen oordelen.
Oordelen is onder gelovigen welhaast de grootste zonde geworden, waardoor juist in deze omgeving een rover zo welkom geheten zal worden.
Terwijl we in de kerk leren dat Satan rond gaat als een briesende leeuw, onderkennen we niet dat dezelfde Satan daar mensen voor gebruikt, en dan vooral op het grondgebied van zijn vijand, Jezus.
Omdat we eenzijdig leren liefde te moeten betonen is de in schaapskleren vermomde wolf in onze schaapskudde een meer dan welkom gast, waardoor een ontwrichting zoals in een ‘vechtscheiding’ beschreven ook in de kerk niet onderkend wordt.

Zelf onderdeel van zo’n ‘vechtscheiding’ heb ik in en door mijn toenmalige kerk het grootste trauma van deze situatie opgedaan.
Niet mogen oordelen veroordeelt wanhopige ex-partners tot isolatie en in sommige gevallen tot de dood door (zelf)moord.
Daarom houd ik mijn hart vast wanneer ik in de kerk het woord ‘vechtscheiding’ en de daarachter gelegen motivatie hoor.
Ik huil om de vrouwen en moeders van kinderen die de moed hebben te ontsnappen aan de terreur van de voor de buitenwereld vaak oh zo charmante ex-partner, waarop hen door de omgeving oordeel en buitensluiting te wachten staat.
Ik zal daarom waar het kan mijn stem laten horen in de hoop dat men de ogen opent voor wat er werkelijk speelt in een ‘vechtscheiding’
Niet alleen in de samenleving op zich, maar vooral in de kerk, dé plek waar we het meest waakzaam moeten zijn voor de rover, en deze buiten moeten sluiten.
Dé plek waar een radeloze vrouw en moeder asiel verdient binnen de omheining van de schaapskooi van Jezus.

Leaving Neverland.

Na het zien van de documentaire ‘Leaving Neverland’ is de wereld in twee groepen verdeeld.
In het AD van vanmorgen staat te lezen dat de reacties op de ‘pedodocu’ ook in Nederland zeer divers zijn.
Vol ongeloof het afschuwelijk onbegrijpbare toch moeten geloven, of vol ongeloof het afschuwelijk onbegrijpbare ontkennen.
Beide reacties zijn te verklaren.

De reacties van slachtoffers van sexueel misbruik zijn niet meer of minder heftig dan die van degene die het misbruik door the King of Pop ontkennen.
Tussen beide groepen zijn verschillende overeenkomsten,allereerst het roepen om aandacht.

Schuld en schaamte over ‘Het geheimpje’ heeft slachtoffers de mond gesnoerd, totdat het niet meer anders kan dan vol schroom dat wat vanbinnen kapot vreet naar buiten te brengen.
Vervolgens wordt hun de mond gesnoerd door het andere kamp, degene die zich geroepen voelen the King of Pop, Michael Jackson, (of welke andere dader ook)te verdedigen.

In één van de ontkennende reacties staat: ‘knap dat je dat allemaal nog precies weet, ik herinner me bijna niets meer van toen ik zeven was.’
Geloof me, misbruik is tot op detail te herinneren.
Het is als een tot op de komma nauwkeurig in de ziel opgetekend verhaal.

De Bijbel geeft het antwoord op de vraag waarom seksuele zonde zo diep ingrijpt, en daarom van een heel andere orde is, sexuele zonde is een zonde tegen het eigen vlees.
Het is een aantasting van het eigen ik, daarom is sexueel misbruik zo vernietigend en desastreus.
Het is een geweldsmisdaad die het eigen ik van het slachtoffer kapot maakt.

Daarmee is iets van de verwarring en heftigheid te verklaren aan beide kanten.
Voor de slachtoffers, omdat zij in hun diepste ‘zijn’ zijn aangetast, voor de ontkenners omdat iemand die dit zelf niet heeft meegemaakt nog niet een millimeter bevatten kan wat de ander voelt.

Voor beide is het net zo schokkend te geloven wat er gebeurt is.
Van slachtoffers is het daarom te begrijpen dat men het zelf ook eerst jaren lang ontkent.
Het is té erg, dat wat er gebeurt is.
Omdat het té erg is, wordt het in veruit de meeste gevallen door de omgeving met ongeloof ontvangen.
Zelfs weg gehoond en bespot.
Omdat de omgeving liever de andere kant op kijkt, blijven slachtoffers niet zelden geïsoleerd achter.
Ook daar zit dus een overeenkomst, het slachtoffer heeft zich jarenlang van zich zelf afgewend, vervolgens wendt de hoorder zich af, wanneer het slachtoffer niet anders meer kan dan voor de waarheid van zijn/haar geschiedenis aandacht vragen.

Een andere schokkende overeenkomst is: in beide groepen zitten zowel slachtoffers als daders.
Wat nog erger is, slachtoffers worden vaak zelf dader en maken op hun beurt weer nieuwe slachtoffers.
Een algemeen bekende uitspraak is:’ Hurt people, hurt people.’
( bezeerde mensen bezeren mensen’)
Ten diepste scharen de hoorders die zich afwenden zich bij de daders, omdat niemand ingrijpt om verder misbruik van de oorspronkelijke dader te voorkomen.

De eerder genoemde overeenkomsten komen beide voort uit schuld en schaamte.
Het antwoord van de omgeving is meestal: ‘ ieder heeft zijn eigen verantwoordelijkheid.’
Daarmee wassen we onze handen in onschuld, waarmee we in feite de schuld bij de ander leggen, die vervolgens ook zijn handen weer in onschuld wast, waardoor de kring rond is.

De waarheid is dat we allemaal zowel dader als slachtoffer zijn van wat we wel of juist niet hebben gedaan en daarom ieder persoonlijk gevangen zitten in een macht waartegen we niet zelf opgewassen zijn.
Beide,zowel het slachtoffer als de ontkenner of dader kunnen er niets aan doen.
Elkeen zit gevangen in een macht groter dan zichzelf waarin de confrontatie met eigen schuld en schaamte zeer pijnlijk is.
Omdat we niet in de gaten hebben dat we gevangen zitten, houdt de gevangenisbewaarder, Satan, dat wat we liever vermijden in stand.
Omdat we zelf onmachtig zijn de cirkel van schuld en schaamte te doorbreken, zal deze zich steeds meer en meer sluiten.

Het geniepige van Satans’ tactiek is ons voortdurend op onze eigen verantwoordelijkheid te wijzen, door ons iedere keer onze schuld voor te houden.
Daarna biedt hij ons een waskommetje waarin we onze schuldige handen in onschuld wassen kunnen.
Even voelen we ons weer wat beter, eventjes maar.
Daarna begint het ritueel weer overnieuw.
Een ritueel waarvan Satan nooit moe zal worden maar ons volledig uitput.

Wat is het antwoord op de vraag: ‘hoe dan wel?’
Dat is een Persoon, Jezus!
Hij keek niet weg maar ging de confrontatie aan met de macht achter onze schuld en schaamte.
Hij keek het monster achter deze vloek, die ontkenning en isolatie teweeg brengt in de bek, en werd daardoor zelf ontkend, geïsoleerd en verslonden.

Het kostte Jezus, de Zoon van God, alles om Satan zijn miezerige waskommetje uit handen te slaan, om ons in het badwater van geloof volledig rein te wassen.
Helemaal!
Niet maar voor even, maar voorgoed.
Hij was ook de enige die dit kon, omdat Zijn macht die van Satan oneindig ver overstijgt.

Op Golgotha droeg Jezus elke schuld, Hij stierf er zelfs aan.
Ogenschijnlijk ging Hij ten onder aan deze vloek, maar het omgekeerde is waar.
Het Evangelie van Jezus Christus is een geschiedenis met een nieuw begin!
In Zijn dood werd de dood zijn macht ontnomen, in Zijn opstanding begon een nieuw leven.
In Zijn Neverland wordt never en nooit meer gepraat over schuld en schaamte.
Eigen verantwoordelijkheid betekent daar nog maar één ding:
‘aanvaard je dat Jezus ook voor jou schuld en schaamte betaald heeft of draag je het liever zelf mee?’

Voor wie de verantwoordelijk aan Jezus geeft begint een nieuwe overeenkomst:
‘Jezus droeg mijn schuld’
‘Jezus droeg mijn schaamte’
Alleen Hij kan écht helen, wat voor schuld je nu ook meedraagt, welke schaamte je nu nog neerdrukt!
Er is door Zijn offer namelijk geen schuld meer, de prijs is betaald.
Alleen wanneer we ons, slachtoffer én dader, buigen aan de voeten van Jezus, kunnen we als geheelde mensen anderen helen.

Welk een vriend is onze Jezus,
The King of Freedom…

The Sycaminetree

Wanneer Jezus het thema van de onderlinge vergeving aan snijdt, zegt Hij zeven maal zeven maal te vergeven.
Als reactie antwoorden de apostelen; ‘geef ons geloof’
Met andere woorden: zonder geloof is het onmogelijk zeven maal zeven maal te vergeven.
Ze stellen het voor alsof voor het vergeven van dat wat een ander je heeft aangedaan, vast een groot geloof nodig is.
Vandaar de vraag; ‘geef ons geloof om zó te vergeven zoals u het ons opdraagt.’
Zeven maal zeven maal…ik geef het je te doen.

Krenking kan enorm veel pijn doen.
Alles is ons roept om vergelding en wraak.
Omgaan met pijn ons aangedaan is vaak zo confronterend, dat we om de pijn maar niet te voelen een dikke muur om die pijn heen bouwen.
In plaats van ermee omgaan worden we boos en bitter.
Voor ons gevoel is boosheid, wrok en bitterheid gemakkelijker te hanteren dan pijn, en vaak vinden we dat we recht hebben op die bitterheid.
Het gevolg is desastreus, omdat de bitterheid ons het zicht verblind.
Zonder het te beseffen, houdt de ander en dat wat de ander ons heeft aangedaan gegijzeld.
Of liever gezegd, de macht die achter de krenking zit houdt ons gevangen.
We koesteren, vaak onbewust, onze pijn die daardoor uitgroeit in wrok en bitterheid.
En dat is nou juist de bedoeling van de macht die ons gevangen houdt, Satan.
Zijn doel is dat we voortdurend in beslag genomen worden met dat wat ons is aangedaan, waardoor we uiteindelijk verzuren en verbitteren.
Deze bitterheid gaat vervolgens anderen om ons heen pijn doen.
Bezeerde mensen bezeren op hun beurt andere mensen.

Dan kan het zomaar gebeuren dat in de gemeente tien bezeerde mensen zelf weer tien mensen bezeren, die op hun beurt ook weer tien mensen bezeren.
Totdat we een gemeenschap zijn waar we de liefde van Jezus wel hoog in het vaandel hebben, maar het een holle frase is geworden.
We belijden ons geloof in Jezus als de Zoon van God, maar leven dat geloof niet.
Onmachtig zelf deze muren te doorbreken kunnen we ons gebrek aan geloof zelfs aanwenden als een excuus voor onvergevingsgezindheid.
Wanneer we ervan uitgaan een groot geloof nodig te zijn om zeven maal zeven maal te vergeven, zouden we ons met een zeker recht achter dit excuus verschuilen kunnen.
‘ Heer, U vraagt dat nu wel van mij, maar U begrijpt toch wel dat ik dat niet opbrengen kan?
Weet U wel wat me is aangedaan en hoe diep dat zeer zit?’

Het antwoord van Jezus laat zien dat Hij, juist Híj, exact weet hoe diep de pijn zit!
Hij begrijpt het volkomen.
Hij weet dat we ons onmogelijk zelf bevrijden kunnen uit de gijzeling van pijn en zeer.

Luister maar naar wat Hij zegt:
‘Wanneer je het geloof van een mosterdzaadje hebt, zeg je tot de Moerbeiboom; ‘wordt ontworteld en werp u in de zee’ en hij zou u gehoorzamen!’

Nu wordt de moerbeiboom meerdere malen in beeldspraak genoemd in de Bijbel.
In de KingJames vertaling wordt in dit gedeelte gesproken over de Sycaminetree.
Om niet in een bomenuitleg over de uitgebreide familie moerbeibomen te belanden, veroorloof ik me de vrijheid deze Sycaminetree te vertalen als ‘de Ziekmaakboom.’
Jezus heeft het hier namelijk over een boom die ogenschijnlijk een Vijgenboom lijkt, maar waarvan de vruchten bitter zijn, en alleen gegeten worden door arme mensen.
De wortels van deze Ziekmaakboom hebben van alle bomen één van de diepste wortelstelsels.
Het hout van de Ziekmaakboom werd vooral gebruikt voor het maken van doodskisten…!
Wat de Ziekmaakboom verder onderscheidt is; hij wordt niet zoals alle andere vruchtbomen in de wereld bevrucht door de bijen maar door de angel van de wesp…!

We begrijpen nu des te meer waarom Jezus als antwoord op de vraag; ‘geef ons meer geloof, want het is zo verschrikkelijk moeilijk om te vergeven’ zegt; ‘het geloof van een mosterdzaadje is genoeg de Ziekmaakboom te gebieden te ontwortelen en zich in zee te werpen.

De wortels van deze boom vreten zich steeds dieper in ons leven in en houden ons gevangen in een binding met datgene wat ons zo gekwetst heeft.
De bittere vruchten van deze boom maken ons ziek en houden ons geestelijk arm wanneer we daar van blijven eten.
De bitterheid maakt zo ziek dat het ons ‘sixfeet under’ brengt omdat het ons leven vergald en verkort.
Iedere keer wanneer we het erover hebben of het in gedachten brengen verstoord het onze rust en jaagt het ons, als door een wesp gestoken op.
Onze emoties schieten heen en weer, de adem stokt ons in de keel en doet onze hartslag versnellen.

Maar Halleluja Amen, Jezus geeft ons het antwoord op deze vergiftiging.
Hij zegt dat geloof zo klein als een mosterdzaadje al genoeg is om te kunnen vergeven.
Oorspronkelijk staat er ‘loslaten’
De pijn loslaten.
‘ Let it Go’
Dat maakt dat de binding met de pijn verbroken wordt, de muren van bitterheid die ons hart doen verstenen vallen neer.
We kunnen helen van de pijn ons aangedaan.

Daar is dus geen groot geloof voor nodig, maar geloof zo klein als het mosterdzaadje is genoeg, omdat Jezus daar kracht aan verleend.

Heb je moeite met deze Ziekmaakboom?
De oplossing vind je in een andere boom, de boom op Golgotha.
Zie hoe de Zoon van God hangend aan het hout van deze boom Zijn leven gaf en elke bitterheid meenam in het graf.
Ook jou bitterheid.
Ook mijn bitterheid.
Op de derde dag stond Hij op uit de dood en nam ons met zich mee in die opstanding.
Hij zoekt jou en mijn hand om al wandelend het graf achter te laten en in de Olijfhof de rijke volle vruchten van de boom des Levens te eten.

Wanneer we ons met Zijn helende olie laten zalven, worden we zelf een bron van vreugde die anderen in Zijn naam helen kunnen.
Zo gemeente te zijn, wat een kracht gaat daar vanuit!

Het begint door in (mosterdzaadjes) geloof te gaan spreken tegen de Ziekmaakboom…

‘Ziet toe op uzelf! Indien uw broeder zondigt, bestraf hem, en indien hij berouw heeft, vergeef hem. En zelfs indien hij zevenmaal per dag tegen u zondigt en zevenmaal tot u terugkomt en zegt: Ik heb berouw, zult gij het hem vergeven. En de apostelen zeiden tot de Here: Geef ons meer geloof. De Here zeide: Indien gij een geloof hadt als een mosterdzaad, gij zoudt tot deze moerbeiboom zeggen: Word ontworteld en in de zee geplant, en hij zou u gehoorzamen.’
‭‭Lucas‬ ‭17:3-6‬ ‭NBG51‬‬
https://www.bible.com/328/luk.17.3-6.nbg51

‘And the Lord said, If ye had faith as a grain of mustard seed, ye might say unto this sycamine tree, Be thou plucked up by the root, and be thou planted in the sea; and it should obey you.’
‭‭Luke‬ ‭17:6‬ ‭KJV‬‬
https://www.bible.com/1/luk.17.6.kjv

Niemand mag ze hin’dren

Wat snakte ik als kind naar dat stukje brood dat Jezus me aanbood waarna de volwassenen het mij weigerden.
Met begerige ogen zag ik aan hoe dominee het van te voren in reepjes gesneden bood brak en de brokjes in de spiegelend zilveren schaal legde, wachtend om leeg gegrist te worden.
Mijn kinderhart hunkerde naar de zoete smaak van die witte lekkernij ver weg op de tafel voorin de kerk; het brood dat het gebroken lichaam van een verzoenend God symboliseerde.
Zo onbereikbaar als de maaltijd des Heren voor een klein meisje als ik was, versperd door regeltjes van de “grote mensen”, zo onbereikbaar werd me Zijn heil ook voorgesteld.
Terwijl alles in me schreeuwde naar deel te zijn van Hem;Jezus, verstomde mijn roepen en werd mijn hartje gevuld met wanhoop en angst.
Wat dorstte ik naar dat slokje dieprode wijn, de warme gloed in mijn lijfje, die de kou van de leugen verdrijven zou, zijn greep op mijn denken verbreken en de knoop van verwarring ontrafelen zou.
Glinsterend zag ik het door dominee als vloeibare Robijnen klokkend vanuit de karaf in de beker gegoten worden; het bloed van Jezus, dat reinigt van alle zonden.
Want dat was ik, een zondaar.
Iedere gelegenheid werd aangegrepen om mij te verzekeren van mijn verdorven hartje.
Waarom werd me het bloed van Jezus dan toch onthouden?
Waarom bleef de beker onaangeroerd staan terwijl ik zo’n dorst had?

Zou het kunnen dat de niet gestilde honger en leegheid van mijn kindschap me later in de armen van een man dreven, die mijn kinderlijk verlangen naar vervulling misbruikte voor zijn eigen plezier?
Ook hem was vroeger onthouden wie hij het meest nodig had;Jezus.
Was ík voor hem datgene wat alleen brood en wijn aangeboden door de doorboorde handen van het Lam konden geven?

Had het brood me kunnen behoeden voor latere misstappen, die ik alleen maar deed omdat een macht groter dan mezelf me gevangen hield?
Een macht die al aan het kruis verbroken was in de verbrijzeling van het lichaam van Jezus, degene die van zichzelf zegt:” Ik ben het brood des Levens”
Had wijn, voorstellend het reinigend bloed van Het Offerlam, maar me als klein meisje onthouden, me later kunnen behoeden voor zonden, begaan omdat ik nu eenmaal toch al een zondaar was?

Ondanks dat alles, de wanhoop en eenzaamheid, de eindeloze stroom van vragen waarop maar geen antwoord kwam is Jezus altijd het antwoord geweest.
Diep van binnen sprak zijn Geest in mij zijn troostend woord over het Vaderhart van God.
Onder de bedelaars vodden en lompen van de halve waarheden over Degene waar ik zo graag bij wilde horen, had Hij mij al in moeders schoot de mantel van gerechtigheid omgehangen.

Was het daarom dat het lied:

‘Volle verzeek’ring, Jezus is mijn
Wat schenkt dat rust aan ’t volgzaam gemoed
In Hem zal ‘k zalig, zalig steeds zijn
wedergeboren door Jezus’ bloed’

me de eerste keer dat ik het hoorde zo raakte?
‘Volle verzekering!’
Het bevestigde wat verborgen op de bodem van mijn hart borrelde;
Ik ben van Hem!
Altijd al…

Hoe mooi zou het geweest zijn wanneer me dat als kind niet onthouden was!
Hoe kostbaar is het wanneer we dat nu onze kinderen ruimhartig doorgeven.

Klankschaal.

Onlangs heb ik op Marktplaats een paar laarsjes gekocht.
Splinternieuwe cowboy Sendra’s, waar ik heel blij mee ben, omdat mijn andere zwarte laarsjes lek zijn.
Ik bof maar weer, dure laarsjes voor een heel klein prijsje.

Maar daar gaat het in dit verhaal helemaal niet om, ” Lets now talk about Jesus”
Ik complimenteerde de jonge vrouw die de laarsjes verkocht met haar leuke huisje, waarop ze vertelde dat ze verhuizen moest omdat ze door een ziekte niet meer trap kon lopen en binnenkort invalide zou zijn.

Ik weet niet hoe het jou vergaat, maar mijn bloed begint dan te koken.
Nou is dat niet zo verwonderlijk want ik ben een kind van de Allerhoogste, en heb daarom heilig bloed door mijn aderen stromen.
Dat bloed getuigt van Jezus wiens striemen ons genezing zijn geworden.
Dat wil zeggen dat Hij in zijn lijden en sterven alle ziekte in zich opgenomen heeft, en daardoor onze genezing is!

Een paar weken na zijn dood en opstanding gaf Hij vlak voor zijn Hemelvaart, zijn volgelingen een geweldige belofte:

‘Als tekenen zullen deze dingen de gelovigen volgen: in mijn naam zullen zij boze geesten uitdrijven, in nieuwe tongen zullen zij spreken, slangen zullen zij opnemen, en zelfs indien zij iets dodelijks drinken, zal het hun geen schade doen; op zieken zullen zij de handen leggen en zij zullen genezen worden.’
‭‭Marcus‬ ‭16:17-18‬ ‭NBG51‬‬

Al eerder lezen we nadat Jezus zijn volgelingen uitzend:

‘En zij vertrokken en predikten, dat zij zich zouden bekeren. En zij dreven vele boze geesten uit en zalfden vele zieken met olie en genazen hen.’
‭‭Marcus‬ ‭6:12-13‬ ‭NBG51‬‬

Aan elke opdracht van Jezus kleeft tegelijk een belofte; ” ga, en in mijn naam zal het gebeuren”

Daarom, omdat wij zijn volgelingen zijn, en omdat Hij het zegt, en zijn Geest mijn bloed laat koken van heilige verontwaardiging, vroeg ik aan de jonge vrouw; ‘zal ik voor je bidden?’
Ja, dat mocht…
Na de vraag of ik haar aan mocht raken, gewoon in haar piepkleine halletje, legde ik mijn handen op haar en bad voor genezing.
Zomaar met iemand die je niet kent, beleef je dan een kostbaar en heilig moment.
De jonge vrouw was erg geraakt en ik fietste zingend weer naar huis, blij met mijn laarsjes, blij met mijn Heer.
Want ik hoef verder niets, genezing is niet van mij afhankelijk, ik mocht alleen maar doen wat Hij van mij vraagt.
Jezus is dus in zekere zin van mijn gehoorzaamheid afhankelijk…

Wanneer ik dit soort verhalen als bemoediging of aanmoediging wel eens aan andere broers en zussen vertel, is de reactie veelal:
‘ ja, maar ja, niet iedereen heeft dat zomaar in zich, daar moet je ook het type voor zijn’
‘dan moet je op dat moment ook wel duidelijk weten of je dat moet doen.’
‘En niet iedereen wil dat ook…’
En de situatie moet er ook wel een beetje toe zijn’

Toch durf ik te zeggen dat we als kind van God dit allemaal in ons hebben, als Jezus in je woont ben je precies het juiste type!
Iemand verteld je van ziekte, dus het moment is ook altijd de juiste tijd!
De situatie is dat iemand in nood is, dus je bent op de goede tijd op de goede plek!
En wanneer iemand niet voor zich gebeden wil hebben, ook prima!

De discipelen van Jezus waren ook allemaal verschillend, Petrus en Johannes gingen gewoon op pad, net als de anderen.
Jezus zei niet:” jij kunt dat wel, en jij niet”
Hij zond ze uit en ze gingen, om daarna met prachtige getuigenissen verder de wereld in te gaan.

De schatkamers van onze Koning staan wagenwijd open, alles heeft Hij ons door zijn Geest ter beschikking gesteld.
Dat houden we toch niet achter, dan delen we toch rijkelijk van zijn schatten?
Trots op de goedheid van onze Heer, is het een eer om als zijn volgeling te doen wat Hij ons voordeed, en waar Hij ons zelf de macht voor gegeven heeft.
Leg daarom alle schijterigheid aan de kant, en je zal zien dat je het juiste type bent!
Je lijkt namelijk op Hem…

Om mijn laarsjes te kunnen kopen had ik eerst zelf mijn klankschaal verkocht.
Weliswaar met pijn in mijn hart, maar wanneer ik mijn voeten in de laarsjes gestoken op plekken zet, om daar de goede boodschap te brengen, galmt de klank van Jezus goedheid iedere dag echoënd na!

Door genade zijn we zelf een klankschaal, die maar even aangeraakt hoeft te worden, en het prachtige geluid doet de atmosfeer trillen!

‘Hoe liefelijk zijn op de bergen de voeten van de vreugdebode, die vrede aankondigt, die goede boodschap brengt, die heil verkondigt, die tot Sion spreekt: Uw God is Koning.’
‭‭Jesaja‬ ‭52:7‬ ‭NBG51‬‬

Jezus kruisdood en de malariamug.

Sommige insecten zijn een groot gevaar voor de volksgezondheid.
Malaria b.v. is een infectieziekte die veroorzaakt wordt door parasieten die op mensen overgebracht wordt door de malariamug.
Een parasiet is een organisme of een virus dat zich ten koste van een ander organisme waarmee hij samenleeft (de gastheer)in stand houdt en vermenigvuldigt.

Twintig procent van de kindersterfte in Afrika kan worden toegeschreven aan malaria.
Zwangere vrouwen lopen een groot risico om te overlijden als gevolg van complicaties van malaria, maar ook bestaat het risico op een miskraam of vroegtijdige geboorte. Er bestaat tevens het gevaar van bloedarmoede bij de vrouw en als gevolg daarvan baby’s met een te laag geboortegewicht.

Vanwaar deze informatie over de malariamug?

Stel je voor, we staan in gedachten op Golgotha, de heuvel net buiten de heilige stad Jeruzalem.
Juist op dat moment zijn we getuige van een vreselijk schouwspel; de kruisiging van een misdadiger.
Terwijl de hamerslagen oorverdovend echoën vragen we aan de beul wat de reden is om deze man ter dood te brengen.
De botten in zijn lijf liggen bloot door eerdere geseling, zijn gezicht is onherkenbaar bloeddoorlopen vanwege een, naar het lijkt spottende kroning met een doornenkroon.

” Vraag het maar aan de hogepriesters en wetgeleerden, ik doe alleen maar mijn werk” antwoord de beul, ons daarmee verwijzend naar de even verderop staande Synode van Jeruzalem.
De deftig geklede mannen broeders buitelen over elkaar heen in hun haat over de misdadiger, en maken ons luid en duidelijk kenbaar dat de grootste zonde van deze man godslastering is.
Inderdaad, het dringt ook tot ons door dat dit wezen, die notabene durft beweren dat hij de zoon van God is, gedood moet worden!

Terwijl het kruis rechtop wordt gezet, zien we hoe zijn lijf hangend aan de spijkers de ene martelende schok na de andere moet verdragen.
Maar ook wij vinden dat hij dat verdiend heeft.
Weg ermee, dit smerige insect moet vernietigd worden, eer het ons met zijn verderfelijke leer besmet!
De woede van de Synode slaat op ons over en doet ons bloed koken: inderdaad eer dit insect ons leeg zuigt zullen we hem weg meppen.
Zíjn bloed, niet dat van ons, nee zíjn bloed aan de muur!
Vol afschuw kunnen we niet anders dan ons afwenden van dit afgrijselijk ding, dit…
Deze niemand,
Dit niets!

En dat was precies het doel van Zijn komst.
Jezus de Zoon van de levende God kwam om gekruisigd te worden.
Een niemand te worden…

Wat we zien hangen is zonde in eigen persoon.
Mijn zonde, jou zonde…
Daarom is de man met de hamer de hand van God zelf die de zonde vastpinde zodat het geen kant meer opkon en leeg moest bloeden.
Het was de hand van God zelf die daarmee tegelijk het handschrift dat tegen ons getuigde kruisigde.
Jezus’ zwijgen op het schavot snoerde de hel voorgoed de mond.
Zijn bloed dat de grond doordrenkte hief de vloek van de dorens voortbrengende aarde op.
De striemen in Zijn afgeranseld lijf bracht ons lichaam genezing.
Zijn dorst gaf ons een bron van fris en levendmakend water.
In zijn drinken van de naar Hem opgeheven spons azijn rijkt Hij ons een beker vol zoete wijn, en heft daarmee de generatie vloek op.
Zijn dood schiep een nieuwe wereld, Gods Koninkrijk van recht en gerechtigheid.
Zijn graf werd de plek waar zonde en ons oude leven begraven werd.
Zijn opstanding is onze opstanding als een nieuwe schepping.
Zijn afschuwelijke lijden verbrak voorgoed de macht van Satan.
Zijn door lijden afzichtelijk aanzien ontmaskerde de machten van de hel en liet daarmee het ware gezicht van Satan zien.
In de onttroning als Zoon van God, onttroonde Hij de machten van het kwaad, waarmee ze niet meer anders konden dan afdalen naar de plek waar ze horen, de hel!

Door Zijn kruisdood heen, verwierf Jezus een nieuwe schepping.
Uit zijn niets meer zijn werd Hij alles, en wij met Hem.

Wat heeft dat te maken met de malariamug?
Doordat Jezus als een mug vastgepind tussen hemel en aarde hing, was Hij als het ware zelf het beste bestrijdingsmiddel tegen een ziekmakende mug;zonde.
We hoeven niet meer bang te zijn dat deze mug ons ziek maakt, hij is verslagen.
De dood is teniet gedaan.

Maar nu las ik tevens het volgende;

‘Voor de Tweede Wereldoorlog zaaide de malariamug ook dood en verderf in Nederland. In principe kan malaria terugkomen in Nederland. De specifieke mug – de overbrenger van de ziekte – is er al. Sterker nog, hij is nooit weggeweest, en is zelfs in ons “schone” landje een toenemend gevaar voor de volksgezondheid.’

Er zijn biologen die ons t.a.v. de volksgezondheid ernstig waarschuwen er niet automatisch van uit te gaan dat de malariamug in het westen uitgeroeid is.
De malariamug gedijt op stinkend stilstaand water, in gierkelders en oude rioolbuizen, vandaar dat zij aan raden gierkelders te dichten en overal waar in oude rioolbuizen stilstaand water aanwezig is, een laagje glycerine op dat water aan te brengen, zodat de eitjes van de malariamug geen kans meer hebben zich te ontwikkelen.

In de kerk kunnen we ook in zo’n situatie terecht komen.
Satan is verslagen, dus waarom zou ik me druk maken over zijn spelletjes en tactieken.
De Bijbel daarentegen spreekt herhaaldelijk over hem, omdat hij een bestaand wezen is dat uit is op verwarring en vernietiging.
De Heidelberger Catechismus, één van de belijdenis geschriften in de Protestantse kerken, spreekt amper over Satan en zijn woonplaats, de hel.
In veel Evangelische kerken is men zó blij vrij te zijn van de wet,
dat men haast niet meer gelooft dat Satan bestaat.

Het gevaar dat we geloven beschermd te zijn tegen malaria, en dat de malariamug ons niet meer ziek kan maken, is hetzelfde gevaar als dat we geloven dat we niet meer op onze hoede hoeven te zijn voor onze vijand, Satan.
Wanneer we een eenzijdig Evangelie geloven en verslappen in onze relatie met de Heer, begeven we ons juist in de positie waarin hij meer welkom is dan ooit.
We worden minder waakzaam en laks, waardoor we onze autoriteit ‘to reign in life’ uit handen geven aan Satan.
Waarschuwt Jezus ons niet zelf goed op te letten, wakker te blijven, omdat Satan rond gaat als een briesende leeuw, zoekende wie hij verslinden kan.
Dat doet hij toch vooral in de kerk?
Want wanneer we niet meer zo duidelijk rekening met onze vijand houden, doorzien we daardoor zijn tactieken niet meer.

We belanden in stilstaand water waar Satan ons denken gaat beïnvloeden.
Het wapen waar hij het meest succes mee heeft is zelfveroordeling.
Het is als de steek van de malariamug die ons infecteert met een parasiet die ons ziek maakt.
Zelfveroordeling maakt dat het verzoenend werk van Jezus zijn uitwerking in ons dagelijks leven mist, en dat is precies het doel van de leugen van Satan.
De bron, die Jezus ons belooft zelf te zijn, komt stil te staan en wordt een stinkende put die ons zicht op Jezus vertroebelt.
De parasiet neemt ons denken over en tenzij we de Heilige Geest zijn laagje heilige olie op dit stinkend water laten gieten, verliezen we ons in ‘ dode werken’

Hoe belangrijk is het om ons te verdiepen in wie Jezus is, wat Zijn geboorte, dood en opstanding voor ons betekent, en dagelijks intimiteit met Hem te beleven.

Salomo zegt :

‘Maar de basis van alle kennis is het eerbiedig ontzag voor de Here. Alleen dwazen schatten Gods lessen en wijsheid niet op hun waarde.’
‭‭Spreuken‬ ‭1:7‬ ‭HTB‬‬

Amen, inderdaad, Satan macht is door de dood en opstanding van Jezus verbroken.
Amen, inderdaad, wees daarom waakzaam omdat hij rond gaat als een briesende leeuw, zoekende wie hij verslinden kan.

Zodra zelfveroordeling je denken gaat beïnvloeden, belijdt en spreek over jezelf uit;
“ ik ben de Rechtvaardigheid Gods in Christus Jezus”
Dit is het beste wapen waarmee je de vijand elk recht op aanklacht ontneemt!

Wie knielt tussen de viooltjes?

Het boek” knielen op een bed violen” van Jan Siebelink, roept bij sommige lezers zoveel weerzin op dat het na een paar hoofdstukken verbijstering verder ongelezen aan de kant wordt gegooid.
De bizarre Godsbeleving van het hoofdpersonage en daardoor de vervreemding van zijn gezin en verdere omgeving, schetsen een wereld die te onwerkelijk voor “normaal” denkende mensen is.
Daarbij komt dat elk voor je eigen beleving bizar verhaal van de ander, het eigen bewustzijn zo opschudden kan dat het veiliger lijkt je te distantiëren van iets wat voor je zelf ongrijpbaar is.

De schijnbaar buiten de realiteit van het gewone leven staande wereld van de vader van Jan Siebekink, is daarentegen voor deze man het “normale christelijke leven” en daardoor voor weer veel andere lezers van dit boek een blik in hun verleden.
Erkenning en herkenning van een opvoeding waar angst voor God met de paplepel ingegoten is.
Niet bewust en kwaadwillend, maar vanuit een vaak diepe eerbied en ontzag voor God.
Deze eerbied en ontzag kunnen nou juist de voedingsbodem worden waarin Satan het zaad van angst en beven zaait, dat vermengt met religiositeit God nooit als Vader zal kunnen zien.

De barmhartigheid en ontferming van een God die Zijn Zoon gaf omdat hij zondaren lief heeft, lijkt in deze streng gereformeerde wereld lijnrecht tegenover een toornend God die de zonde niet ongestraft laat, te staan.
De werkelijkheid is dat het allebei waar is!

God kan inderdaad de zonde niet ongestraft laten, dat is onmogelijk.
Tegelijkertijd toont dat nou juist zijn barmhartigheid en ontferming!
Omdat zijn toorn de zonde en de macht daarachter treft, niet de zondaar zelf.
De zondaar mag juist rekenen op Gods genadige ontferming, omdat het onmogelijk is dat Hij géén barmhartigheid bewijst aan een zondaar die zich bekeert.

Het wonder van de genade is dat God het zichzelf onmogelijk gemaakt heeft níet barmhartig te zijn.
Hij heeft zichzelf in het nauw gedreven om zondaren in de ruimte te zetten.
Waarom?
Omdat zijn liefde voor zondaren, mensen die het compleet verbruid hebben, zó groot is, dat Hij zelf de oorzaak van het zondeprobleem heeft aangepakt.
De veroorzaker van dit kwaad is niet de mens maar Satan de tegenstander van God en daardoor ook van u, jou en mij.
Doordat Jezus als God en mens aan het kruis alle zonde droeg en onder die last een vreselijke dood stierf, is Satan en zijn macht verslagen.
Door Zijn opstanding uit de dood heeft Jezus bewezen sterker dan elke andere macht in hemel en op aarde te zijn!
Daarom, alleen daarom mogen we rekenen op Gods genade en goedheid.
Hij heeft het zichzelf verplicht genadig te zijn!

Dat wetend is er geen enkele reden meer voor angst en beven, we zouden het offer van Jezus tekort doen.
Tegelijkertijd eren we hem wanneer we in diep ontzag voor de Majesteit van God door de knieën gaan, om daarna door deze Koning van hemel en aarde overeind gezet te worden.

Een Koning die met over zijn arm een handdoekje en in zijn handen een waskom met naar viooltjes geurend water, voor me neerknielt om mij het stof van mijn voeten te wassen.
Wat een Koning…

Waarom het kruis?

Verslaafd