Niemand mag ze hin’dren

Wat snakte ik als kind naar dat stukje brood dat Jezus me aanbood waarna de volwassenen het mij weigerden.
Met begerige ogen zag ik aan hoe dominee het van te voren in reepjes gesneden bood brak en de brokjes in de spiegelend zilveren schaal legde, wachtend om leeg gegrist te worden.
Mijn kinderhart hunkerde naar de zoete smaak van die witte lekkernij ver weg op de tafel voorin de kerk; het brood dat het gebroken lichaam van een verzoenend God symboliseerde.
Zo onbereikbaar als de maaltijd des Heren voor een klein meisje als ik was, versperd door regeltjes van de “grote mensen”, zo onbereikbaar werd me Zijn heil ook voorgesteld.
Terwijl alles in me schreeuwde naar deel te zijn van Hem;Jezus, verstomde mijn roepen en werd mijn hartje gevuld met wanhoop en angst.
Wat dorstte ik naar dat slokje dieprode wijn, de warme gloed in mijn lijfje, die de kou van de leugen verdrijven zou, zijn greep op mijn denken verbreken en de knoop van verwarring ontrafelen zou.
Glinsterend zag ik het door dominee als vloeibare Robijnen klokkend vanuit de karaf in de beker gegoten worden; het bloed van Jezus, dat reinigt van alle zonden.
Want dat was ik, een zondaar.
Iedere gelegenheid werd aangegrepen om mij te verzekeren van mijn verdorven hartje.
Waarom werd me het bloed van Jezus dan toch onthouden?
Waarom bleef de beker onaangeroerd staan terwijl ik zo’n dorst had?

Zou het kunnen dat de niet gestilde honger en leegheid van mijn kindschap me later in de armen van een man dreven, die mijn kinderlijk verlangen naar vervulling misbruikte voor zijn eigen plezier?
Ook hem was vroeger onthouden wie hij het meest nodig had;Jezus.
Was ík voor hem datgene wat alleen brood en wijn aangeboden door de doorboorde handen van het Lam konden geven?

Had het brood me kunnen behoeden voor latere misstappen, die ik alleen maar deed omdat een macht groter dan mezelf me gevangen hield?
Een macht die al aan het kruis verbroken was in de verbrijzeling van het lichaam van Jezus, degene die van zichzelf zegt:” Ik ben het brood des Levens”
Had wijn, voorstellend het reinigend bloed van Het Offerlam, maar me als klein meisje onthouden, me later kunnen behoeden voor zonden, begaan omdat ik nu eenmaal toch al een zondaar was?

Ondanks dat alles, de wanhoop en eenzaamheid, de eindeloze stroom van vragen waarop maar geen antwoord kwam is Jezus altijd het antwoord geweest.
Diep van binnen sprak zijn Geest in mij zijn troostend woord over het Vaderhart van God.
Onder de bedelaars vodden en lompen van de halve waarheden over Degene waar ik zo graag bij wilde horen, had Hij mij al in moeders schoot de mantel van gerechtigheid omgehangen.

Was het daarom dat het lied:

‘Volle verzeek’ring, Jezus is mijn
Wat schenkt dat rust aan ’t volgzaam gemoed
In Hem zal ‘k zalig, zalig steeds zijn
wedergeboren door Jezus’ bloed’

me de eerste keer dat ik het hoorde zo raakte?
‘Volle verzekering!’
Het bevestigde wat verborgen op de bodem van mijn hart borrelde;
Ik ben van Hem!
Altijd al…

Hoe mooi zou het geweest zijn wanneer me dat als kind niet onthouden was!
Hoe kostbaar is het wanneer we dat nu onze kinderen ruimhartig doorgeven.

Klankschaal.

Onlangs heb ik op Marktplaats een paar laarsjes gekocht.
Splinternieuwe cowboy Sendra’s, waar ik heel blij mee ben, omdat mijn andere zwarte laarsjes lek zijn.
Ik bof maar weer, dure laarsjes voor een heel klein prijsje.

Maar daar gaat het in dit verhaal helemaal niet om, ” Lets now talk about Jesus”
Ik complimenteerde de jonge vrouw die de laarsjes verkocht met haar leuke huisje, waarop ze vertelde dat ze verhuizen moest omdat ze door een ziekte niet meer trap kon lopen en binnenkort invalide zou zijn.

Ik weet niet hoe het jou vergaat, maar mijn bloed begint dan te koken.
Nou is dat niet zo verwonderlijk want ik ben een kind van de Allerhoogste, en heb daarom heilig bloed door mijn aderen stromen.
Dat bloed getuigt van Jezus wiens striemen ons genezing zijn geworden.
Dat wil zeggen dat Hij in zijn lijden en sterven alle ziekte in zich opgenomen heeft, en daardoor onze genezing is!

Een paar weken na zijn dood en opstanding gaf Hij vlak voor zijn Hemelvaart, zijn volgelingen een geweldige belofte:

‘Als tekenen zullen deze dingen de gelovigen volgen: in mijn naam zullen zij boze geesten uitdrijven, in nieuwe tongen zullen zij spreken, slangen zullen zij opnemen, en zelfs indien zij iets dodelijks drinken, zal het hun geen schade doen; op zieken zullen zij de handen leggen en zij zullen genezen worden.’
‭‭Marcus‬ ‭16:17-18‬ ‭NBG51‬‬

Al eerder lezen we nadat Jezus zijn volgelingen uitzend:

‘En zij vertrokken en predikten, dat zij zich zouden bekeren. En zij dreven vele boze geesten uit en zalfden vele zieken met olie en genazen hen.’
‭‭Marcus‬ ‭6:12-13‬ ‭NBG51‬‬

Aan elke opdracht van Jezus kleeft tegelijk een belofte; ” ga, en in mijn naam zal het gebeuren”

Daarom, omdat wij zijn volgelingen zijn, en omdat Hij het zegt, en zijn Geest mijn bloed laat koken van heilige verontwaardiging, vroeg ik aan de jonge vrouw; ‘zal ik voor je bidden?’
Ja, dat mocht…
Na de vraag of ik haar aan mocht raken, gewoon in haar piepkleine halletje, legde ik mijn handen op haar en bad voor genezing.
Zomaar met iemand die je niet kent, beleef je dan een kostbaar en heilig moment.
De jonge vrouw was erg geraakt en ik fietste zingend weer naar huis, blij met mijn laarsjes, blij met mijn Heer.
Want ik hoef verder niets, genezing is niet van mij afhankelijk, ik mocht alleen maar doen wat Hij van mij vraagt.
Jezus is dus in zekere zin van mijn gehoorzaamheid afhankelijk…

Wanneer ik dit soort verhalen als bemoediging of aanmoediging wel eens aan andere broers en zussen vertel, is de reactie veelal:
‘ ja, maar ja, niet iedereen heeft dat zomaar in zich, daar moet je ook het type voor zijn’
‘dan moet je op dat moment ook wel duidelijk weten of je dat moet doen.’
‘En niet iedereen wil dat ook…’
En de situatie moet er ook wel een beetje toe zijn’

Toch durf ik te zeggen dat we als kind van God dit allemaal in ons hebben, als Jezus in je woont ben je precies het juiste type!
Iemand verteld je van ziekte, dus het moment is ook altijd de juiste tijd!
De situatie is dat iemand in nood is, dus je bent op de goede tijd op de goede plek!
En wanneer iemand niet voor zich gebeden wil hebben, ook prima!

De discipelen van Jezus waren ook allemaal verschillend, Petrus en Johannes gingen gewoon op pad, net als de anderen.
Jezus zei niet:” jij kunt dat wel, en jij niet”
Hij zond ze uit en ze gingen, om daarna met prachtige getuigenissen verder de wereld in te gaan.

De schatkamers van onze Koning staan wagenwijd open, alles heeft Hij ons door zijn Geest ter beschikking gesteld.
Dat houden we toch niet achter, dan delen we toch rijkelijk van zijn schatten?
Trots op de goedheid van onze Heer, is het een eer om als zijn volgeling te doen wat Hij ons voordeed, en waar Hij ons zelf de macht voor gegeven heeft.
Leg daarom alle schijterigheid aan de kant, en je zal zien dat je het juiste type bent!
Je lijkt namelijk op Hem…

Om mijn laarsjes te kunnen kopen had ik eerst zelf mijn klankschaal verkocht.
Weliswaar met pijn in mijn hart, maar wanneer ik mijn voeten in de laarsjes gestoken op plekken zet, om daar de goede boodschap te brengen, galmt de klank van Jezus goedheid iedere dag echoënd na!

Door genade zijn we zelf een klankschaal, die maar even aangeraakt hoeft te worden, en het prachtige geluid doet de atmosfeer trillen!

‘Hoe liefelijk zijn op de bergen de voeten van de vreugdebode, die vrede aankondigt, die goede boodschap brengt, die heil verkondigt, die tot Sion spreekt: Uw God is Koning.’
‭‭Jesaja‬ ‭52:7‬ ‭NBG51‬‬

Jezus kruisdood en de malariamug.

Sommige insecten zijn een groot gevaar voor de volksgezondheid.
Malaria b.v. is een infectieziekte die veroorzaakt wordt door parasieten die op mensen overgebracht wordt door de malariamug.
Een parasiet is een organisme of een virus dat zich ten koste van een ander organisme waarmee hij samenleeft (de gastheer)in stand houdt en vermenigvuldigt.

Twintig procent van de kindersterfte in Afrika kan worden toegeschreven aan malaria.
Zwangere vrouwen lopen een groot risico om te overlijden als gevolg van complicaties van malaria, maar ook bestaat het risico op een miskraam of vroegtijdige geboorte. Er bestaat tevens het gevaar van bloedarmoede bij de vrouw en als gevolg daarvan baby’s met een te laag geboortegewicht.

Vanwaar deze informatie over de malariamug?

Stel je voor, we staan in gedachten op Golgotha, de heuvel net buiten de heilige stad Jeruzalem.
Juist op dat moment zijn we getuige van een vreselijk schouwspel; de kruisiging van een misdadiger.
Terwijl de hamerslagen oorverdovend echoën vragen we aan de beul wat de reden is om deze man ter dood te brengen.
De botten in zijn lijf liggen bloot door eerdere geseling, zijn gezicht is onherkenbaar bloeddoorlopen vanwege een, naar het lijkt spottende kroning met een doornenkroon.

” Vraag het maar aan de hogepriesters en wetgeleerden, ik doe alleen maar mijn werk” antwoord de beul, ons daarmee verwijzend naar de even verderop staande Synode van Jeruzalem.
De deftig geklede mannen broeders buitelen over elkaar heen in hun haat over de misdadiger, en maken ons luid en duidelijk kenbaar dat de grootste zonde van deze man godslastering is.
Inderdaad, het dringt ook tot ons door dat dit wezen, die notabene durft beweren dat hij de zoon van God is, gedood moet worden!

Terwijl het kruis rechtop wordt gezet, zien we hoe zijn lijf hangend aan de spijkers de ene martelende schok na de andere moet verdragen.
Maar ook wij vinden dat hij dat verdiend heeft.
Weg ermee, dit smerige insect moet vernietigd worden, eer het ons met zijn verderfelijke leer besmet!
De woede van de Synode slaat op ons over en doet ons bloed koken: inderdaad eer dit insect ons leeg zuigt zullen we hem weg meppen.
Zíjn bloed, niet dat van ons, nee zíjn bloed aan de muur!
Vol afschuw kunnen we niet anders dan ons afwenden van dit afgrijselijk ding, dit…
Deze niemand,
Dit niets!

En dat was precies het doel van Zijn komst.
Jezus de Zoon van de levende God kwam om gekruisigd te worden.
Een niemand te worden…

Wat we zien hangen is zonde in eigen persoon.
Mijn zonde, jou zonde…
Daarom is de man met de hamer de hand van God zelf die de zonde vastpinde zodat het geen kant meer opkon en leeg moest bloeden.
Het was de hand van God zelf die daarmee tegelijk het handschrift dat tegen ons getuigde kruisigde.
Jezus’ zwijgen op het schavot snoerde de hel voorgoed de mond.
Zijn bloed dat de grond doordrenkte hief de vloek van de dorens voortbrengende aarde op.
De striemen in Zijn afgeranseld lijf bracht ons lichaam genezing.
Zijn dorst gaf ons een bron van fris en levendmakend water.
In zijn drinken van de naar Hem opgeheven spons azijn rijkt Hij ons een beker vol zoete wijn, en heft daarmee de generatie vloek op.
Zijn dood schiep een nieuwe wereld, Gods Koninkrijk van recht en gerechtigheid.
Zijn graf werd de plek waar zonde en ons oude leven begraven werd.
Zijn opstanding is onze opstanding als een nieuwe schepping.
Zijn afschuwelijke lijden verbrak voorgoed de macht van Satan.
Zijn door lijden afzichtelijk aanzien ontmaskerde de machten van de hel en liet daarmee het ware gezicht van Satan zien.
In de onttroning als Zoon van God, onttroonde Hij de machten van het kwaad, waarmee ze niet meer anders konden dan afdalen naar de plek waar ze horen, de hel!

Door Zijn kruisdood heen, verwierf Jezus een nieuwe schepping.
Uit zijn niets meer zijn werd Hij alles, en wij met Hem.

Wat heeft dat te maken met de malariamug?
Doordat Jezus als een mug vastgepind tussen hemel en aarde hing, was Hij als het ware zelf het beste bestrijdingsmiddel tegen een ziekmakende mug;zonde.
We hoeven niet meer bang te zijn dat deze mug ons ziek maakt, hij is verslagen.
De dood is teniet gedaan.

Maar nu las ik tevens het volgende;

‘Voor de Tweede Wereldoorlog zaaide de malariamug ook dood en verderf in Nederland. In principe kan malaria terugkomen in Nederland. De specifieke mug – de overbrenger van de ziekte – is er al. Sterker nog, hij is nooit weggeweest, en is zelfs in ons “schone” landje een toenemend gevaar voor de volksgezondheid.’

Er zijn biologen die ons t.a.v. de volksgezondheid ernstig waarschuwen er niet automatisch van uit te gaan dat de malariamug in het westen uitgeroeid is.
De malariamug gedijt op stinkend stilstaand water, in gierkelders en oude rioolbuizen, vandaar dat zij aan raden gierkelders te dichten en overal waar in oude rioolbuizen stilstaand water aanwezig is, een laagje glycerine op dat water aan te brengen, zodat de eitjes van de malariamug geen kans meer hebben zich te ontwikkelen.

In de kerk kunnen we ook in zo’n situatie terecht komen.
Satan is verslagen, dus waarom zou ik me druk maken over zijn spelletjes en tactieken.
De Bijbel daarentegen spreekt herhaaldelijk over hem, omdat hij een bestaand wezen is dat uit is op verwarring en vernietiging.
De Heidelberger Catechismus, één van de belijdenis geschriften in de Protestantse kerken, spreekt amper over Satan en zijn woonplaats, de hel.
In veel Evangelische kerken is men zó blij vrij te zijn van de wet,
dat men haast niet meer gelooft dat Satan bestaat.

Het gevaar dat we geloven beschermd te zijn tegen malaria, en dat de malariamug ons niet meer ziek kan maken, is hetzelfde gevaar als dat we geloven dat we niet meer op onze hoede hoeven te zijn voor onze vijand, Satan.
Wanneer we een eenzijdig Evangelie geloven en verslappen in onze relatie met de Heer, begeven we ons juist in de positie waarin hij meer welkom is dan ooit.
We worden minder waakzaam en laks, waardoor we onze autoriteit ‘to reign in life’ uit handen geven aan Satan.
Waarschuwt Jezus ons niet zelf goed op te letten, wakker te blijven, omdat Satan rond gaat als een briesende leeuw, zoekende wie hij verslinden kan.
Dat doet hij toch vooral in de kerk?
Want wanneer we niet meer zo duidelijk rekening met onze vijand houden, doorzien we daardoor zijn tactieken niet meer.

We belanden in stilstaand water waar Satan ons denken gaat beïnvloeden.
Het wapen waar hij het meest succes mee heeft is zelfveroordeling.
Het is als de steek van de malariamug die ons infecteert met een parasiet die ons ziek maakt.
Zelfveroordeling maakt dat het verzoenend werk van Jezus zijn uitwerking in ons dagelijks leven mist, en dat is precies het doel van de leugen van Satan.
De bron, die Jezus ons belooft zelf te zijn, komt stil te staan en wordt een stinkende put die ons zicht op Jezus vertroebelt.
De parasiet neemt ons denken over en tenzij we de Heilige Geest zijn laagje heilige olie op dit stinkend water laten gieten, verliezen we ons in ‘ dode werken’

Hoe belangrijk is het om ons te verdiepen in wie Jezus is, wat Zijn geboorte, dood en opstanding voor ons betekent, en dagelijks intimiteit met Hem te beleven.

Salomo zegt :

‘Maar de basis van alle kennis is het eerbiedig ontzag voor de Here. Alleen dwazen schatten Gods lessen en wijsheid niet op hun waarde.’
‭‭Spreuken‬ ‭1:7‬ ‭HTB‬‬

Amen, inderdaad, Satan macht is door de dood en opstanding van Jezus verbroken.
Amen, inderdaad, wees daarom waakzaam omdat hij rond gaat als een briesende leeuw, zoekende wie hij verslinden kan.

Zodra zelfveroordeling je denken gaat beïnvloeden, belijdt en spreek over jezelf uit;
“ ik ben de Rechtvaardigheid Gods in Christus Jezus”
Dit is het beste wapen waarmee je de vijand elk recht op aanklacht ontneemt!

Wie knielt tussen de viooltjes?

Het boek” knielen op een bed violen” van Jan Siebelink, roept bij sommige lezers zoveel weerzin op dat het na een paar hoofdstukken verbijstering verder ongelezen aan de kant wordt gegooid.
De bizarre Godsbeleving van het hoofdpersonage en daardoor de vervreemding van zijn gezin en verdere omgeving, schetsen een wereld die te onwerkelijk voor “normaal” denkende mensen is.
Daarbij komt dat elk voor je eigen beleving bizar verhaal van de ander, het eigen bewustzijn zo opschudden kan dat het veiliger lijkt je te distantiëren van iets wat voor je zelf ongrijpbaar is.

De schijnbaar buiten de realiteit van het gewone leven staande wereld van de vader van Jan Siebekink, is daarentegen voor deze man het “normale christelijke leven” en daardoor voor weer veel andere lezers van dit boek een blik in hun verleden.
Erkenning en herkenning van een opvoeding waar angst voor God met de paplepel ingegoten is.
Niet bewust en kwaadwillend, maar vanuit een vaak diepe eerbied en ontzag voor God.
Deze eerbied en ontzag kunnen nou juist de voedingsbodem worden waarin Satan het zaad van angst en beven zaait, dat vermengt met religiositeit God nooit als Vader zal kunnen zien.

De barmhartigheid en ontferming van een God die Zijn Zoon gaf omdat hij zondaren lief heeft, lijkt in deze streng gereformeerde wereld lijnrecht tegenover een toornend God die de zonde niet ongestraft laat, te staan.
De werkelijkheid is dat het allebei waar is!

God kan inderdaad de zonde niet ongestraft laten, dat is onmogelijk.
Tegelijkertijd toont dat nou juist zijn barmhartigheid en ontferming!
Omdat zijn toorn de zonde en de macht daarachter treft, niet de zondaar zelf.
De zondaar mag juist rekenen op Gods genadige ontferming, omdat het onmogelijk is dat Hij géén barmhartigheid bewijst aan een zondaar die zich bekeert.

Het wonder van de genade is dat God het zichzelf onmogelijk gemaakt heeft níet barmhartig te zijn.
Hij heeft zichzelf in het nauw gedreven om zondaren in de ruimte te zetten.
Waarom?
Omdat zijn liefde voor zondaren, mensen die het compleet verbruid hebben, zó groot is, dat Hij zelf de oorzaak van het zondeprobleem heeft aangepakt.
De veroorzaker van dit kwaad is niet de mens maar Satan de tegenstander van God en daardoor ook van u, jou en mij.
Doordat Jezus als God en mens aan het kruis alle zonde droeg en onder die last een vreselijke dood stierf, is Satan en zijn macht verslagen.
Door Zijn opstanding uit de dood heeft Jezus bewezen sterker dan elke andere macht in hemel en op aarde te zijn!
Daarom, alleen daarom mogen we rekenen op Gods genade en goedheid.
Hij heeft het zichzelf verplicht genadig te zijn!

Dat wetend is er geen enkele reden meer voor angst en beven, we zouden het offer van Jezus tekort doen.
Tegelijkertijd eren we hem wanneer we in diep ontzag voor de Majesteit van God door de knieën gaan, om daarna door deze Koning van hemel en aarde overeind gezet te worden.

Een Koning die met over zijn arm een handdoekje en in zijn handen een waskom met naar viooltjes geurend water, voor me neerknielt om mij het stof van mijn voeten te wassen.
Wat een Koning…

Waarom het kruis?

Verslaafd