Samen delen/Voedselbank.

Vorig jaar juni, na mijn wekelijk bezoek aan de Voedselbank, kwam ik er thuis achter dat de bak overrijpe aardbeien en los neergelegde al net zo overrijpe abrikozen en enkele kiwi’s, zich als een fruit-smoothie over de rest van de boodschappen had uitgespreid.
Het was de druppel die de emmer van pijn, vernedering om het handje ophouden, en de eis dankbaar te ‘moeten ‘ zijn, over liet lopen.
Ik heb zo vreselijk gehuild…

Daarna schreef ik het volgende blog wat heden ten dage nog net zo actueel, of misschien nog wel meer actueel is.
Ik heb namelijk nooit een antwoord gekregen op mijn vraag welk getuigenis er van de kerk in het algemeen uit gaat, wanneer ze haar eigen leden naar de Voedselbank laat gaan.
Wanneer je, zoals ik ook in mijn blog schrijf, de gemeente uit Handelingen 4 aanhaalt, moet ik dat zien als een droombeeld zoals een gemeente misschien wel zou moeten zijn, maar als ideaalbeeld toch echt niet haalbaar is.
Zelf zie ik dat anders.
Ik lees de Bijbel niet als droombeeld van hoe het zou moeten zijn, maar als aanmoediging en bemoediging hoe we in verbondenheid met Jezus en elkaar gemeente mogen en kunnen zijn zoals beschreven in Handelingen 4.

Mijn blog haalde zelfs de krant (ND 5 juli 2019) en riep grotendeels iritatie en zelfs openlijke vijandschap op.
Hier en daar was er wat goed bedoelde verontwaardiging en zeiden mensen dat ze het nooit zo bekeken hadden.
Jammergenoeg is deze verontwaardiging en het ongemakkelijk voelen over nood van de naaste meestal maar van korte duur, en blijft alles gewoon bij het oude.

Ik ben overigens daarna niet meer naar de Voedselbank gegaan.
Het was lichamelijk en emotioneel te zwaar.
Ik ben daarbij nog steeds van mening dat de Voedselbank enerzijds een geweldig goed initiatief en anderzijds een groot gevaar voor de volksgezondheid is.
Dit omdat ik zelf ervaren heb dat je wel genoeg te eten krijgt, maar door alle overbodige zoet, zout en vet ondervoed raakt.



Voedselbank

De gemeente uit Hand. 4 :32-34 wordt vaak als een droombeeld van een goed functionerende gemeente gezien.
Ze waren één van hart en geest en deelden al hun bezittingen met elkaar.
Wat was het geheim van de eerste kerk?
Men stond in vuur en vlam voor Jezus en sprak vrijmoedig over Hem.
Vervuld van grote genade, was het niet moeilijk om wat men zelf bezat te delen met elkaar.

Als zogenaamd onder aan de samenleving bungelend kerklid roept het lezen van Hand.4 bij mij de volgende vraag op;
‘welk getuigenis gaat er van de kerk van vandaag uit, wanneer haar eigen broers en zussen naar de Voedselbank moeten gaan om daar op hun beurt wachtend, de door hun eigen kerk gedoneerde boodschappen op te halen?

Ik woon zelf om de hoek van de kerk, net als de meeste van ons, waardoor het afgeven tijdens de maandelijkse inzameling een makkie is.
De Voedselbank is 6 kilometer verderop.
Omdat ik grotendeels afhankelijk ben van de Voedselbank moet ik dus iedere week, weer of geen weer, 12 kilometer fietsen om het pakket op te halen.
Het voedsel pakket bestaat voor het overgrote deel uit blikken soep, blikken groenten, deegwaren, potten sauzen , gezoete ontbijtgranen, chips koekjes, en verder houdbaar eten.
Aangevuld met leftovers uit de supermarkten zoals afgekeurde groenten en fruit, waar degene met een wat meer gevulde portemonnee in de winkel hun neus voor ophalen.
Van wat de Voedselbank mij biedt, kan ik tevens iedere avond te zoete en te vette snacks eten, ware het niet dat ik dit soort boodschappen na het eerste jaar 10 kg. te zijn aangekomen niet meer meeneem.

Ik heb er moeite mee, met de Voedselbank.
Goed bedoeld, daar twijfel ik niet aan, net zomin als aan de welwillende offervaardigheid in de kerk.
Maar ik heb een vraag;
Wie dien je met die offervaardigheid?
Ik vraag dat omdat mij nog nooit gevraagd is wat voor impact het op mezelf heeft dat ik naar de Voedselbank moet gaan.

‘Hoe ervaar je dat als steeds afhankelijk van wat anderen je toebedelen?
Eet je wel gezond met wat je van ons krijgt?’

Ik probeer deze nooit gestelde vragen hier te beantwoorden:
‘Ik ben blij dat jij/u als lid van de kerk mee doet aan de inzameling.
Tegelijk vraag ik me af; voor wie u/jij dat doet?
Voor de kwetsbare medemens of ook voor jezelf?
Begrijp me goed, het gaat niet om goed/fout.
Je medemens dienen is bijbels, maar zelf ook lid van een kerk, voelt het voor mij vaak alsof die paar boodschappen doneren, tevens een soort afkopen is van een fnuikend schuldgevoel over eigen rijkdom en bezit.
Dat baseer ik voorzichtig op de vaak naar mij gemaakte opmerking dat het zo fijn voor míj is dat er in ieder geval nog een Voedselbank is.
En wat als ik er helemaal niet blij mee ben?
U/jij hebt me dat toch nog nooit gevraagd?
Ik vind het nl. verschrikkelijk!
Het is iedere week weer een confrontatie met de onmacht van het onderaan de samenleving bungelen.
Een samenleving waar het haast onmogelijk is zelf beslissingen te nemen over wat ik wel of niet fijn vind, wat er gegeten wordt, en waar mijn geld naar toe gaat.
Een samenleving waar instanties, deurwaarders en ontelbare loketten de baas over mijn leven zijn geworden en daar zelf een dikke boterham aan verdienen.
Deze genadeloze samenleving botst zo met wat Jezus zegt in Handelingen 4, en botst daarom ook zo met wat ik in de kerk zie gebeuren.
‘In de kerk zijn we één grote familie waar we voor elkaar zorgen’ hoor ik dikwijls roepen.
Is dat zo?

Wanneer ik temidden van overwegend Arabisch sprekende mannen en zwart gesluierde vrouwen in de Voedselbank wacht op mijn beurt, maak ik mij juist zorgen om de kerk.
Mijmerend over Hand.4:33 ; ‘de apostelen gaven een krachtig getuigenis van de opgestane Jezus’ verlang ik zó naar dat getuigenis in onze kerken.
Ik geloof dat niet alleen ik, maar velen met mij, dan niet meer elke week 12 kilometer hoeven te fietsen voor de leftovers van de rest van het welvarende land als ons Nederland dat is.
De reden voor geen gebrek verheugd me nog het meest;
Op ieders lippen het krachtig getuigenis van de opstanding van Jezus.

En de menigte van hen, die tot het geloof gekomen waren, was één van hart en ziel, en ook niet één zeide, dat iets van hetgeen hij bezat zijn persoonlijk eigendom was, doch zij hadden alles gemeenschappelijk. En met grote kracht gaven de apostelen hun getuigenis van de opstanding des Heren Jezus, en er was grote genade over hen allen. Want er was ook niet één behoeftig onder hen; want allen, die eigenaars waren van stukken grond of van huizen, verkochten die en brachten de opbrengst van de verkoop en legden die aan de voeten der apostelen; en aan een ieder werd uitgedeeld naar behoefte.’
Handelingen 4:32-35 NBG51
https://www.bible.com/328/act.4.32-35.nbg51


https://www.nu.nl/eten-en-drinken/4949105/klanten-van-voedselbank-eten-ongezonder.amp

Afhankelijk.

Wanneer je in de positie bent dat het niet meer anders kan dan dat je anderen nodig hebt, heb je heel wat onder je voeten te trappen.
Afhankelijk zijn maakt je kwetsbaar, en deze kwetsbaarheid nodigt uit te kwetsen.

Gedurende vele jaren vechten voor mijn relatie werd me in allerlei therapieën het stempel ‘afhankelijk’ opgeplakt.
Toen ik daarentegen ging vechten voor mijn onafhankelijkheid werd ik bewust afhankelijk gemaakt; tengevolge van mijn stap naar onafhankelijkheid ben ik nu afhankelijk van allerlei instanties die me eerst verweten dat ik me in mijn huwelijk te afhankelijk opstelde.

Omdat het niet meer anders kon en kan dan dat ik, met name op financieel gebied, hulp moe(s)t vragen, kan ik niet anders dan concluderen dan dat afhankelijkheid reden lijkt te zijn voor het ongelimiteerd schofferen, negeren en kleineren door minder (financieel) afhankelijke naasten.
Het lijkt op een voortzetting van hoe ik eerder in mijn huwelijk werd behandeld.
Ik kom het regelmatig tegen dat terwijl ik de moed heb me kwetsbaar op te stellen en om hulp vraag, mijn afhankelijkheid ter discussie wordt gesteld.
Alsof mijn afhankelijkheid en mijn vraag om hulp hieruit te komen reden geeft voor nog meer onderdrukking, waardoor ik bewust of onbewust nog meer afhankelijk wordt gehouden of gemaakt.

Er wordt me vaak verteld ‘het achter me te laten’
Wanneer ik vraag me te helpen ‘het achter me te laten’ en hulp vraag naar een leven van onafhankelijkheid, is het antwoord al gauw: ‘ieder is voor zichzelf verantwoordelijk.’
Als ik vervolgens vertel wat zo’n opmerking bij me oproept: ‘ik voel me vreselijk eenzaam omdat ik hiermee zelf wordt achtergelaten’, wordt me verteld dat een ander nu eenmaal niet mijn eenzaamheid oplossen kan.

Is het gek dat ik zo langzamerhand denk: wie heeft wie nou nodig?
Ik heb de maatschappij nodig om onafhankelijk te kunnen zijn, de maatschappij houdt me liever afhankelijk en bepaald voor mij waar ik wel of geen recht op heb, kortom: hoe ik leven moet.
De gedachte komt regelmatig in me op;’ben jij mijn dankjewel nodig om daar zelf een goed gevoel over te krijgen?
Vraag je je ook werkelijk af wat ik daarbij ervaar of voel?’

Elk gevoel of wat ik er zelf over zeggen wil wordt tegen me gebruikt, waardoor je mond steeds verder gesnoerd wordt.
Terwijl ik daar nou juist uit ontsnappen wilde!

Ik ben dankbaar voor alle hulp.
Alleen dat ik afhankelijk van de gunst van anderen alleen hulp krijg bij wat een ander bepaald wat goed voor mij is, daartegen komt mijn vraag om hulp naar een ‘onafhankelijk van anderen leven’ in opstand.
Ik kom ook in opstand tegen de schijnbare machtspositie van al diegenen die mijn afhankelijkheid gebruiken mij voortdurend op mijn eigen verantwoordelijkheid te wijzen.
Omdat het mij overkomt als: ‘ ben ik mijn broeders hoeder?’ is mijn vraag ‘wil je eens nadenken wat dan jou verantwoordelijkheid is naar de naaste in nood?’

Eigen schuld, Jezus’ bult.

De op waarheid gebaseerde tv serie Unbelievable gaat over Marie, een meisje van 12 dat niet geloofd werd nadat ze aangifte deed van een goed voorbereide verkrachting Daardoor verschoof langzamerhand de mening over haar van slachtoffer naar dader.
Als zeer onbetrouwbaar leugenachtig en bestempeld als afhankelijk van negatieve aandacht, werd ze door iedereen in de steek gelaten.
Tot het uiterste in het nauw gedreven verklaarde ze uiteindelijk over de verkrachting gelogen te hebben waarna ze zelf werd aangeklaagd en veroordeeld voor het doen van een valse aangifte.

De dader in dit verhaal waande zich onaantastbaar en ontwikkelde zich als een serieverkrachter die jarenlang het ene na het andere slachtoffer maakte.

Marie veranderde ondertussen van een extrovert en vrolijk jong meisje in een schuw, monddood en het liefst onzichtbaar bang vogeltje.
Ten gevolge van haar veroordeling voor het doen van een valse aangifte moest ze verplicht in therapie waar de therapeut haar de vraag stelde wat ze geleerd had van deze situatie en wat ze doen zou wanneer ze weer met onrecht te maken zou krijgen.
Zou ze dan weer liegen?

Greep haar geschiedenis me al erg aan, het antwoord van Marie deed me dat des te meer:
‘Ik hoor te zeggen dat ik niet zou liegen als ik het over zou moeten doen.
Maar de waarheid is dat ik eerder zou beginnen te liegen.
En beter zou liegen.
Ik zou het zelf uitzoeken.
Alleen.
Hoeveel iemand ook zegt om je te geven, het is niet zo.
Niet genoeg.
Misschien willen ze het, of proberen het, maar andere dingen worden belangrijker.
Dus daar zou ik mee beginnen.
Liegen.
Want zelfs goede mensen, mensen die je min of meer kunt vertrouwen; een waarheid die ze niet past, een waarheid die ze niet uitkomt, geloven ze niet.
Zelfs als ze echt om je geven.
Ze geloven het gewoon niet…’

Waarom deze serie, ‘Unbelievable’ me zo boeide is omdat een verhaal als dat van Marie niet op zichzelf staat.
Het is aan de orde van de dag dat slachtoffers van misdaden op seksueel gebied niet gehoord worden maar daarentegen zelf het stickertje ‘dader’ krijgen opgeplakt.
Vaak niet zo duidelijk zichtbaar zoals in het geval van Marie maar meer onderhuids en daardoor niet minder verwoestend.
Een slachtoffer van seksueel geweld moet gewoon zijn/haar mond houden, daar komt het op neer.
De maatschappij is over het algemeen niet gediend van dit soort verhalen.
Het gevolg daarvan is dat de omgeving medeverantwoordelijk wordt voor de volgende slachtoffers op het voor de dader door de omgeving geëffend pad.
Niet alleen medeverantwoordelijk voor de verwoestende gevolgen in het leven van het eerste maar ook voor de verdere ontwrichting van de maatschappij.
Een volgend slachtoffer ondergaat immers hetzelfde lot, waardoor de cirkel zich niet om de dader, maar om het steeds kleinere wereldje van het slachtoffer sluit.

Het is, zoals Marie het zegt: ‘een ongemakkelijke waarheid.’

In het kader van de serie ‘Unbelieveble’ las ik in een artikel op
https://www.psychologiemagazine.nl/artikel/ze-vroeg-erom/

“Wie slachtoffer is van een misdrijf kan behalve op medeleven ook bijna altijd rekenen op victim blaming, slachtofferbeschuldiging. Want: wie trekt er dan ook zo’n kort rokje aan; wie laat zich nou dronken voeren; wie gaat er dan ook naar zó’n land op vakantie…

◦ THE JUST-WORLD-THEORIE.

De neiging om slachtoffers verantwoordelijk te houden voor het onheil dat hen is overkomen, is een veelgemaakte denkfout en staat te boek als dejust world bias, ofwel de rechtvaardige-wereldfout. Zo’n reactie komt voort uit het vertrouwen dat de wereld een geordende, voorspelbare en rechtvaardige plek is waar iedereen krijgt wat hij verdient. We vinden dit geloof terug in spreekwoorden zoals ‘boontje komt om zijn loontje’, ‘wie goed doet, goed ontmoet’ en ‘wie oogst, zal zaaien.’ Kinderen krijgen dit vertrouwen met de paplepel ingegoten en ook in boeken en films zegeviert uiteindelijk de held van het verhaal en krijgt de boosdoener zijn verdiende straf: hij sterft of verliest zijn vermogen of zijn gezondheid.

De just world bias heeft een functie. Wanneer we het slachtoffer verantwoordelijk houden voor zijn ellende, houden we de illusie in stand dat we zelf controle hebben over de gevolgen van ons gedrag. Het is immers vervelend om te moeten constateren dat je iets doet dat onvoorspelbare consequenties heeft.
( Aldus https://www.volkskrant.nl/auteur/SUZANNE%20WEUSTEN)

In het artikel van https://www.psychologiemagazine.nl/artikel/ze-vroeg-erom/ valt te lezen dat gelukkig niet iedereen aan victim-blaming doet.
“Waarin verschillen zij van de mensen die met een beschuldigende vinger naar het slachtoffer wezen? Laura Niemi, onderzoeker aan de Harvard-universiteit in Massachusetts, publiceerde onderzoek waaruit blijkt dat ‘de meelevers’ andere morele waarden hebben.
Als het om die morele waarden gaat, zijn er grofweg twee groepen. De eerste bestaat uit mensen met overwegend individualiserende waarden. Zij geven prioriteit aan de bescherming van het welzijn en de rechten van individuen. Volgens Niemi denken deze mensen bij delicten aan een slachtoffer en een dader: het slachtoffer wordt iets aangedaan en moet worden beschermd.”

◦ VICTIMBLAMING, NIET IN DE KERK TOCH?

Als Christen, kerkelijk meelevend gemeentelid én slachtoffer van zowel huiselijk als seksueel geweld, ben ik vooral benieuwd naar hoe er in de kerk, de Familie van God, wordt omgegaan met het fenomeen victim-blaming.
Aan welke morele waarde hecht de kerk zich wanneer zij met een ‘ongemakkelijke waarheid’ wordt geconfronteerd?
Tot mijn groot verdriet en herkenning lees ik het volgende:

“De tweede groep bestaat uit mensen met meer bindende waarden: ze zijn loyaal aan de groep, gehoorzaam aan het gezag en ze hebben religieuze en seksuele zuiverheid hoog in het vaandel staan. Uit alle experimenten van de Harvard-onderzoeker bleek dat deze mensen de slachtoffers meer stigmatiseren en de schuld geven. Het groepsbelang staat voor hen ver boven het individuele belang, waardoor ze minder sympathie voor slachtoffers hebben en eerder een hard oordeel vellen over iedereen die zich niet conformeert aan de groepsregels. Deze mensen leven dus minder mee met het slachtoffer, ze richten zich op wat die persoon had kunnen doen om het delict te voorkomen.”
http://www.psychologiemagazine.nl

◦ VICTIMBLAMING NIET IN DE KERK, NEE

Terwijl ik geloof dat kerkleden goedwillende mensen zijn en er niet bewust op uit zijn aan victim-blaming te doen, is wat er uit dit onderzoek naar voren komt erg confronterend.
Kort gezegd komt het erop neer dat een slachtoffer van seksueel/huislijk geweld in de kerk van een kouwe kermis thuiskomt.
Jammergenoeg gebeurt dit in kerken van alle denominaties.

Hoe komt het dat wanneer de kerk religieuze en seksuele zuiverheid hoog in het vaandel heeft, toch maar weinig sympathie op kan brengen voor slachtoffers?
Hoe komt het dat de broers en zussen van Christus een familielid dat het meest bescherming nodig heeft buitensluiten?
Het kan niet anders dan dat zich onder het fenomeen victim-blaming onder gelovigen, een nog veel groter probleem schuilhoudt; nog gemener en nog meer onderhuids.
Dit fnuikend en ondermijnd gegeven heet ‘Schuld.’
Dat wat Paulus in de Romeinenbrief schrijft, niet geloven.

‘Want allen hebben gezondigd en missen de heerlijkheid van God, en worden om niet gerechtvaardigd door Zijn genade, door de verlossing in Christus Jezus.’
Romeinen 3:23-24 HSV
https://www.bible.com/1990/rom.3.23-24.hsv

Om niet zijn we gerechtvaardigd; om niet!
Om niet zijn we verlost, om niet!
Terwijl we door onze zonden de genade verkwanseld hebben, ontvangen we het desondanks om niet, alsof we het zelf verdiend hebben.
‘God freely give away His rightousness’ zegt The Passion Translation

Geloof praat de Schrift na wat Paulus ons in zijn brief aan de Kolossenzen schrijft:

‘En Hij heeft u, toen u dood was in de overtredingen en het onbesneden zijn van uw vlees, samen met Hem levend gemaakt door u al uw overtredingen te vergeven, en het handschrift dat tegen ons getuigde, uit te wissen. Dit handschrift was met zijn bepalingen tegen ons gericht, en Hij heeft dat uit het midden weggenomen door het aan het kruis te nagelen. Hij heeft de overheden en de machten ontwapend, die openlijk te schande gemaakt en daardoor over hen getriomfeerd.’
Kolossenzen 2:13-15 HSV
https://www.bible.com/1990/col.2.13-15.hsv

Geloof zegt dus: ‘Satan, de aanklager is de mond gesnoerd!
Satan is voorgoed ontwapend en voor schut gezet…!

Omdat we het doorgaans maar moeilijk vinden vrijspraak van elke schuld te ontvangen zonder daar zelf iets voor te hoeven doen, noemen we ons vaak; ‘evengoed nog een zondaar.’
Alsof het een nederig offer aan Jezus is, doen we aan victim-blaming naar onszelf en verontschuldigen we onszelf tegelijkertijd vast voor het niet zo nauw nemen van de zonde.
Iedereen die je verteld daarmee de tandloze vijand, de duivel een mond om te spreken geeft zal dat ontkennen, maar dat is toch precies wat er gebeurt?
De Waarheid in Christus een nieuwe schepping te zijn en daarom vrijgekocht uit de macht van de zonde wordt op deze manier een ‘ongemakkelijke waarheid.
Een triest gevolg van het niet om kunnen gaan met deze waarheid, vrij te zijn in Christus, is dat een verhaal zoals dat van Marie zelfs in de kerk een ongemakkelijke waarheid wordt.
Wanneer een kerk of individueel gelovige als victim-blamende kerk weigert te ontvangen ‘om niet’, zal ze daarom een geweldsslachtoffer vooral vertellen wat ze zelf had moeten doen om het geweld te voorkomen.
De kerk die op Golgotha vrijspraak ontving, is vervolgens degene die haar eigen meest hulpeloze leden buiten de poort kruisigt en op dat moment nogmaals Jezus aan de paal nagelt.

Mijn gebed is dat de kerk, Evangelisch, Gereformeerd, Room Katholiek, eens ophoudt het over schuld te hebben.
Ik bid dat omdat Jezus’ offer schuld de mond heeft gesnoerd de kerk diegene die de tanden uit de mond zijn geslagen recht van spreken geeft.
Ik bid dat omdat Jezus tussen hemel en aarde hing degene wie de bodem onder de voeten is weggeslagen, in de kerk op hun voeten worden gezet.
Ik bid dat de kerk de plek is waar Marie niet meer hoeft te liegen.
Waar u/jij niet meer hoeft te liegen.
Waar ik niet mee hoef te liegen…

Voltooid of Volbracht?

Ik ben geschokt, voor de zoveelste keer trouwens.
Wat is er aan de hand?
Wel, Pia Dijkstra heeft uitredding geboden uit de soms eindeloos moedeloze situatie, waarin ik en velen met mij, die als een speelbal van allerlei instanties van het ene loket naar het andere loket worden verwezen en daarna dan weer van het kastje naar de muur worden gestuurd.

Het gevolg van deze figuurlijke enkelband is een langzaam maar zeker vereenzaming, omdat net genoeg geld hebben om niet ondervoed te raken, automatisch uitsluiting van allerlei activiteiten inhoudt.

Maar goed, vandaag lanceerde D66 een nieuw reddingsplan voor de duizenden ouderen, (!?) 55 plussers, die zich door allerlei oorzaken als schulden en opstapelende problemen vaak eenzaam voelen.

Alsof ze het patent heeft op barmhartigheid en mededogen verteld Pia Dijkstra zich in te zetten voor hulp aan deze groep.
Ze zegt dat ze daar recht op hebben, vandaar dat de overheid de zorg op zich neemt deze eenzamen uit hun lastige situatie te verlossen.

Precies de groep waartoe ik zelf behoor dus spits ik mijn oren…
Is er dan eindelijk iemand die bereid is naar mijn klacht te luisteren om daarna in actie te komen?
Hallelujah, er gloort licht nog voor ik de donkere tunnel uitgelopen heb.

Het moet volgens Pia, makkelijker worden zelf te beslissen dat het genoeg is.
Nou, dat is goed nieuws, want ik vind namelijk al jaren dat het genoeg is!
Door de vele teleurstellingen huiverig geworden voor de addertjes onder het gras, ben ik benieuwd naar wat ze verder nog te zeggen heeft.
En ja hoor, meteen bijt de adder me in de hiel, en wordt me door de overheid die zich verplicht heeft haar burgers te beschermen, een voltooid leven aangeboden.
Met andere woorden, ik krijg toestemming mezelf te vermoorden…

Dat ik in een tijd met de verwachting van steeds meer gezonde 100 plussers, als 55 plusser al een oudere wordt genoemd vind ik overigens nogal merkwaardig en hoogst verdacht.
Wordt me nu door Pia aangepraat dat het genoeg is, of heb ik dat zelf beslist?
Volgens Pia ga ik ervan uit dat ik overbodig ben, maar vind ik dat zelf ook?

Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat hier een andere macht aan het werk is, een macht die de overheid aanstuurt een vals signaal van empathie met mensen in nood uit te zenden.
De macht van de slang die al in het Paradijs liet zien hoezeer hij God en de kinderen van die God haat en niets zal schuwen mij te gronde te richten.
De slang die met zijn sluwe bijna-waarheid verleidt tot vernietiging van dat wat God goed gemaakt heeft, zelfs zeer goed!
Als ik niet wist van een een andere macht die in zijn kruisdood de kop van deze adder vermorzeld heeft zou ik er zo maar achteloos in trappen.

Bah, wat word ik hier boos van!
Heilig verontwaardigd vraag ik me af wat er met mijn generatie aan de hand is en waarom ze in plaats van biddend in de bres te staan voor hun kinderen en kleinkinderen zelfmoord boven het leven met De Levende verkiezen.
Tevens dringt de vraag zich op waar de kerk was op het moment dat de ‘ouderen’ van nu zelf nog biddend omringt werden door ouders en grootouders.
Hoe komt het dat zonde steeds minder zonde wordt genoemd en het leger cheerleaders dat de adder als held binnenhaalt steeds groter en groter wordt?
Tot mijn verdriet ook in de kerk…

Mijn lieve broers en zussen, terug, terug naar het getuigenis van Jezus Christus en die gekruisigd.

Kaïn en Abel

Het van kinds af aan vertrouwd zijn met de Bijbel kan er soms voor zorgen dat je niet meer verwondert raakt over de geschiedenis van Gods plan met deze wereld,met u, jij en mij.

Zo las ik vanmorgen over Kaïn en Abel en voor het eerst besefte ik hoe gemakkelijk dit verhaal aan betekenis inboeten kan omdat het al zo overbekend is.
Is dat niet hetzelfde met het nieuws van vandaag?
Berichten over vluchtelingen, stikstof en milieucrisis zijn langzamerhand zo gewoon aan het worden, dat het je steeds minder raakt.

Zo vergaat het ook een beetje de woorden: ‘de laatste dagen’, de tijd voorafgaand aan Jezus’
wederkomst.
Alhoewel zowel Jezus als de apostelen genoeg spreken over de eindtijd, lijkt het haast weinig of geen indruk meer te maken, we zijn er zelfs aan gewend geraakt het af te doen met: ‘het is toch altijd al zo geweest?’

Opmerkelijk genoeg is dat wat betreft alle berichtgeving over oorlogen, moord en doodslag ook werkelijk zo, de mens is vanaf het allereerste begin van nature geneigd tot alle kwaad.

Neem nou het verhaal van Kaïn en Abel.
Zelfs niet christenen weten gelijk waarover het gaat, Kaïn vermoorde zijn broer Abel.
Maar wanneer je deze geschiedenis gaat lezen alsof je aan tafel bij Pauw naar een rechtbankverslag luistert zoals dat dikwijls het geval was in de zaak Holleeder of nu in de zaak Moreno, zou je van de ene verbazing in de andere vallen.
De gruwelen van deze zorgvuldig geplande excecutie doen je de rillingen over de rug lopen en vandaag zouden de kranten erover berichten als over een kille afrekening in het naar de kroon steken van een topcrimineel.
Vol afschuw zou je horen hoe Kaïn,
precies eender de spot drijft met God en zijn bloedeigen broer als Holleeder en Taghi dat doen met hún slachtoffers en de opsporingsdiensten.
Wanneer God aan Kaïn vraagt; ‘waar is Abel, je broer?’ antwoordt hij koud en arrogant met een wedervraag;
‘Is dat soms mijn verantwoordelijkheid? Wat heb ik met Abel te maken?’

Nergens lees je iets van schuldbesef of compassie, eerder het tegenovergestelde: weergaloze gewetenloosheid, kille berekening en een volkomen gebrek aan empathie.
De moord op zijn broer raakt hem niet, hij vraagt zich ook niet af wat dit verschrikkelijk nieuws met zijn ouders doet.
Het enige waarover Kaïn zich zorgen maakt is: welke gevolgen heeft dit voor mezelf?’

Lees nu eens wat Paulus in zijn brief aan Timotheüs schrijft:

‘En weet dit dat in de laatste dagen zware tijden zullen aanbreken.
Want de mensen zullen liefhebbers zijn van zichzelf, geldzuchtig, grootsprekers, hoogmoedig, lasteraars, hun ouders ongehoorzaam, ondankbaar, onheilig, zonder natuurlijke liefde, onverzoenlijk, kwaadsprekers, onmatig, wreed, zonder liefde voor het goede, verraders, roekeloos, verwaand, meer liefhebbers van zingenot dan liefhebbers van God. Zij hebben een schijn van godsvrucht, maar hebben de kracht ervan verloochend.
Keer u ook van hen af.’
‭‭2 Timotheüs‬ ‭3:1-5‬ ‭HSV‬‬
https://www.bible.com/1990/2ti.3.1-5.hsv

Gezien wetenschappelijk onderzoek uitwijst dat narcisme in onze tijd epidemische vormen aanneemt is het daarom op zijn minst bijzonder dat Paulus in zijn waarschuwing voor de verdorvenheid tav de laatste dagen de exacte kenmerken van iemand met een narcistische/ psychopathische persoonlijkheidsstoornis opsomt.

Zijn woorden: ‘keer u van hen af’ zijn nogal revolutionair te noemen en zouden in de huidige tijd zomaar beantwoord kunnen worden met: ‘oordeelt niet opdat gij niet geoordeeld wordt.’

Toch zegt God bij monde van Paulus de gemeente: ‘keer je af van deze leugenaars, deze lastertongen, deze valsspelers, deze veraders, deze geweldenaars, deze grootsprekers, deze Godshaters, weer ze uit je midden omdat ze alleen maar komen om te roven en te verslinden.’

De toon in de vertelling van het Kain en Abel verhaal heeft in mezelf een beeld van Kaïn gecreëerd als van een man waar je medelijden mee hebben moet.
De plaatjes van de beide offers waarbij rook van Kaïn’s offer verticaal en dat van Abel’s offer horizontaal wordt afgebeeld, dragen er zeker toe bij dat je gaat denken dat het nogal logisch is dat Kaïn in een jaloerse bui zijn broer Abel vermoord.
Het Pieter Baan centrum zou Kaïn diagnostiseren als ontoerekeningsvatbaar en geld nog moeite sparen hem weer op het juiste spoor te krijgen.
In tegenstelling daarvan moest Kaïn volgens de vertelling vluchten om niet zelf vermoord te worden.
Toch wel erg zielig voor Kaïn…

Echter; na het lezen van de waarschuwing van Paulus: ‘houd je verre van deze mensen’, begin ik me af te vragen of het niet precies tegenovergesteld is.
De berekenende aanloop naar de moord op zijn broer en de onverschilligheid daarna, geven genoeg aanleiding te concluderen dat Kaïn nooit op het juiste spoor geweest is!
Hoe zou hij daar dan weer op terug te brengen zijn?

Heb ik, hebben wij Kaïn de hand boven het hoofd gehouden?
Zou de kerk van nu de moed hebben Kaïn buiten te zetten?

Zijn sluwe werkwijze volgend kunnen we gerust veronderstellen dat Kaïn de eerste narcist/psychopaat, de eerste Holleeder in de geschiedenis is geweest.
Omdat hij totaal geen wroeging of schuldbesef toont, moet hij daarom ook zeker in staat worden geacht met dezelfde gewetenloosheid zijn eigen ouders, Adam en Eva te vermoorden.
Ik geloof dat God hem daarom zelf verwijderde van zijn familie, niet in de eerste plaats om Kaïn te beschermen, maar omdat Kaïn in de moord op Abel de eerste stappen had gezet het heilsplan van God om zeep te helpen.
Kaïn was als het ware een dodelijk gevaar voor de kerk en werd daarom zelf door de Herder van de kerk verwijderd; de wolf werd van de schapen gescheiden.

Zegt deze geschiedenis iets voor deze tijd?
De doorwerking van het kwaad in deze wereld en in de kerk weg wimpelen met de opmerking; ‘het is toch altijd al zo geweest,’ is allerminst onbijbels wanneer we daarmee onze verantwoordelijkheid ontkennen in het onderscheiden van de geesten en daardoor ijveren in het zuiver en veilig houden van de gemeente.
God geeft in beide Schriftgedeeltes toch genoeg handvatten de in schaapskleren vermomde wolf te herkennen en deze buiten de poort te houden?
In tegenstelling dat daar meteen het stickertje: ‘je mag niet oordelen’ op wordt geplakt zegt Paulus: ‘laat je niet verleiden door de vleierij van deze leugengeesten en de op roof uitgezonden wolven.
Ga niet met hen om!’

Bid daarom om onderscheiding van geesten.
Bid om moed krachtig te handelen wanneer dat nodig is.
Bid om voldoende olie in onze lampjes, zodat we niet overvallen worden door het donker van de nacht.
Bid om bescherming van Abel opdat er een goede geur van de gemeente uitgaat…

‘Zie, Ik kom als een dief. Zalig hij, die waakt en zijn klederen bewaart, opdat hij niet naakt wandele en zijn schaamte niet gezien worde.’
‭‭Openbaring‬ ‭16:15‬ ‭NBG51‬‬
https://www.bible.com/328/rev.16.15.nbg51

Een al te (on)gemakkelijke Waarheid?’

De op waarheid berustte tv serie Unbelievable gaat over Marie, een meisje van 12 dat niet geloofd werd nadat ze aangifte deed van een goed voorbereide verkrachting Daardoor verschoof langzamerhand de mening over haar van slachtoffer naar dader.
Als zeer onbetrouwbaar leugenachtig en bestempeld als afhankelijk van negatieve aandacht, werd ze door iedereen in de steek gelaten.
Tot het uiterste in het nauw gedreven verklaarde ze uiteindelijk over de verkrachting gelogen te hebben waarna ze zelf werd aangeklaagd en veroordeeld voor het doen van een valse aangifte.

De dader in dit verhaal waande zich onaantastbaar en ontwikkelde zich als een serieverkrachter die jarenlang het ene na het andere slachtoffer maakte.

Marie veranderde ondertussen van een extrovert en vrolijk jong meisje in een schuw, monddood en het liefst onzichtbaar bang vogeltje.
Ten gevolge van haar veroordeling voor het doen van een valse aangifte moest ze verplicht in therapie waar de therapeut haar de vraag stelde wat ze geleerd had van deze situatie en wat ze doen zou wanneer ze weer met onrecht te maken zou krijgen.
Zou ze dan weer liegen?

Greep haar geschiedenis me al erg aan, het antwoord van Marie deed me dat des te meer:
‘Ik hoor te zeggen dat ik niet zou liegen als ik het over zou moeten doen.
Maar de waarheid is dat ik eerder zou beginnen te liegen.
En beter zou liegen.
Ik zou het zelf uitzoeken.
Alleen.
Hoeveel iemand ook zegt om je te geven, het is niet zo.
Niet genoeg.
Misschien willen ze het, of proberen het, maar andere dingen worden belangrijker.
Dus daar zou ik mee beginnen.
Liegen.
Want zelfs goede mensen, mensen die je min of meer kunt vertrouwen; een waarheid die ze niet past, een waarheid die ze niet uitkomt, geloven ze niet.
Zelfs als ze echt om je geven.
Ze geloven het gewoon niet…’

Waarom deze serie, ‘Unbelievable’ me zo boeide is omdat een verhaal als dat van Marie niet op zichzelf staat.
Het is aan de orde van de dag dat slachtoffers van misdaden op seksueel gebied niet gehoord worden maar daarentegen zelf het stickertje ‘dader’ krijgen opgeplakt.
Vaak niet zo duidelijk zichtbaar zoals in het geval van Marie maar meer onderhuids en daardoor niet minder verwoestend.
Een slachtoffer van seksueel geweld moet gewoon zijn/haar mond houden, daar komt het op neer.
De maatschappij is over het algemeen niet gediend van dit soort verhalen.
Het gevolg daarvan is dat de omgeving medeverantwoordelijk wordt voor de volgende slachtoffers op het voor de dader door de omgeving geëffend pad.
Niet alleen medeverantwoordelijk voor de verwoestende gevolgen in het leven van het eerste maar ook voor de verdere ontwrichting van de maatschappij.
Een volgend slachtoffer ondergaat immers hetzelfde lot, waardoor de cirkel zich niet om de dader, maar om het steeds kleinere wereldje van het slachtoffer sluit.

Het is, zoals Marie het zegt: ‘een ongemakkelijke waarheid.’

In het kader van de serie ‘Unbelieveble’ las ik in een artikel op
https://www.psychologiemagazine.nl/artikel/ze-vroeg-erom/

“Wie slachtoffer is van een misdrijf kan behalve op medeleven ook bijna altijd rekenen op victim blaming, slachtofferbeschuldiging. Want: wie trekt er dan ook zo’n kort rokje aan; wie laat zich nou dronken voeren; wie gaat er dan ook naar zó’n land op vakantie…

THE JUST-WORLD-THEORIE.

De neiging om slachtoffers verantwoordelijk te houden voor het onheil dat hen is overkomen, is een veelgemaakte denkfout en staat te boek als dejust world bias, ofwel de rechtvaardige-wereldfout. Zo’n reactie komt voort uit het vertrouwen dat de wereld een geordende, voorspelbare en rechtvaardige plek is waar iedereen krijgt wat hij verdient. We vinden dit geloof terug in spreekwoorden zoals ‘boontje komt om zijn loontje’, ‘wie goed doet, goed ontmoet’ en ‘wie oogst, zal zaaien.’ Kinderen krijgen dit vertrouwen met de paplepel ingegoten en ook in boeken en films zegeviert uiteindelijk de held van het verhaal en krijgt de boosdoener zijn verdiende straf: hij sterft of verliest zijn vermogen of zijn gezondheid.

De just-world bias heeft een functie. Wanneer we het slachtoffer verantwoordelijk houden voor zijn ellende, houden we de illusie in stand dat we zelf controle hebben over de gevolgen van ons gedrag. Het is immers vervelend om te moeten constateren dat je iets doet dat onvoorspelbare consequenties heeft.
( Aldus https://www.volkskrant.nl/auteur/SUZANNE%20WEUSTEN)

In het artikel van http://www.psychologiemagazine.nl valt te lezen dat gelukkig niet iedereen aan victim-blaming doet.
“Waarin verschillen zij van de mensen die met een beschuldigende vinger naar het slachtoffer wezen? Laura Niemi, onderzoeker aan de Harvard-universiteit in Massachusetts, publiceerde onderzoek waaruit blijkt dat ‘de meelevers’ andere morele waarden hebben.
Als het om die morele waarden gaat, zijn er grofweg twee groepen. De eerste bestaat uit mensen met overwegend individualiserende waarden. Zij geven prioriteit aan de bescherming van het welzijn en de rechten van individuen. Volgens Niemi denken deze mensen bij delicten aan een slachtoffer en een dader: het slachtoffer wordt iets aangedaan en moet worden beschermd.”

VICTIM-BLAMING; NIET IN DE KERK TOCH?

Als Christen, kerkelijk meelevend gemeentelid én slachtoffer van zowel huiselijk als seksueel geweld, ben ik vooral benieuwd naar hoe er in de kerk, de Familie van God, wordt omgegaan met het fenomeen victim-blaming.
Aan welke morele waarde hecht de kerk zich wanneer zij met een ‘ongemakkelijke waarheid’ wordt geconfronteerd?
Tot mijn groot verdriet en herkenning lees ik het volgende:

“De tweede groep bestaat uit mensen met meer bindende waarden: ze zijn loyaal aan de groep, gehoorzaam aan het gezag en ze hebben religieuze en seksuele zuiverheid hoog in het vaandel staan. Uit alle experimenten van de Harvard-onderzoeker bleek dat deze mensen de slachtoffers meer stigmatiseren en de schuld geven. Het groepsbelang staat voor hen ver boven het individuele belang, waardoor ze minder sympathie voor slachtoffers hebben en eerder een hard oordeel vellen over iedereen die zich niet conformeert aan de groepsregels. Deze mensen leven dus minder mee met het slachtoffer, ze richten zich op wat die persoon had kunnen doen om het delict te voorkomen.”
http://www.psychologiemagazine.nl

Terwijl ik ervan uit ga dat kerkleden goedwillende mensen zijn en er niet bewust op uit zijn aan victim-blaming te doen, is wat er uit dit onderzoek naar voren komt erg confronterend.
Kort gezegd komt het erop neer dat een slachtoffer van seksueel/huislijk geweld in de kerk van een kouwe kermis thuiskomt.
Jammergenoeg gebeurt dit in kerken van alle richtingen en denominaties.

Afwijzing door de maatschappij wordt door slachtoffers van seksueel geweld als een tweede verkrachting ervaren.
Wanneer ook de kerk het slachtoffer als een onzuiver object buitensluit moge duidelijk zijn dat de kerk in deze een zeer grote verantwoordelijkheid op zich laadt.

Hoe is het toch mogelijk dat een organisatie die religieuze en seksuele zuiverheid hoog in het vaandel heeft, maar weinig sympathie op kan brengen voor onschuldige slachtoffers van seksuele onzuiverheid?
Is er een verklaring voor het feit dat broers en zussen van Christus een familielid dat het meest bescherming nodig heeft nog meer beschadigen en buitensluiten?
Het kan niet anders dan dat zich onder het fenomeen victim-blaming in de kerk een nog veel groter probleem schuilt, nog gemener en nog meer onderhuids.

VICTIM-BLAMING IN DE KERK.

Ieder mens heeft een door God ingeschapen geweten, een besef van goed en kwaad.
De verschillende vertalingen van Spreuken 20:27 geven dit prachtig weer.

‘De geest van een mens is een lamp van de HEERE, die alle schuilhoeken van zijn binnenste doorzoekt.’
‭‭Spreuken‬ ‭20:27‬ ‭HSV‬‬
https://www.bible.com/1990/pro.20.27.hsv

‘De ziel des mensen is een lamp des HEEREN, doorzoekende al de binnenkameren des buiks.’
‭‭SPREUKEN‬ ‭20:27‬ ‭SV-RJ‬‬
https://www.bible.com/165/pro.20.27.sv-rj

‘De Heer heeft je een geweten gegeven om je te leiden. Je geweten is een lamp die je laat zien wat er in het diepst van je hart is.’
‭‭SPREUKEN‬ ‭20:27‬ ‭BB‬‬
https://www.bible.com/1276/pro.20.27.bb

Het lampje van je geweten helpt je dus bepaalde keuzes te maken alsook te laten zien wat op de bodem van je hart open of juist verstopt ligt.

Een goed voorbeeld van een open hart met een zuiver geweten is Paulus.
Als vervolger van de gemeente had hij alle reden om zijn eerdere geweldsmisdrijven zoveel mogelijk verborgen te houden, maar in het licht van Gods Genade legde hij zijn zonde open en bloot aan de voet van het kruis en ontving vrijspraak om niet.
Daardoor kon hij tegen iedereen getuigen van een zuiver geweten, Jezus had immers zijn schuld gedragen.
‘The case is closed’ schrijft Paulus in Rom.8:1 zo mooi in de TPT vertaling.

Wanneer je net als Paulus gelooft en belijdt dat in Jezus dood en opstanding je zaak gesloten is, kom je als het ware in het volle licht van Jezus te staan.
Omdat Hij het Licht is ben je in Zijn licht ook zelf Licht der Wereld dat zonder dimmer volop tot Zijn eer schijnen en schitteren mag.

Gods licht legt de zonde namelijk niet bloot om ons voor schut te zetten of om deze onder het zand te schoffelen maar onder het reinigend bloed van Jezus te brengen.
Hij nodigt ons uit tot een geweldige deal, in ruil voor onze ongerechtigheid op Hem, legt hij Jezus’ gerechtigheid op ons.

‘Want God nam Christus, die geen zonde gedaan had, en belastte Hem met onze zonden. In ruil daarvoor rekent God de rechtvaardigheid van Christus aan ons toe.’
‭‭2 Korinthiërs‬ ‭5:21‬ ‭HTB‬‬
https://www.bible.com/75/2co.5.21.htb

Met Zijn gerechtigheid omkleed mag je dus vrijmoedig en met een zuiver geweten in het volle licht staan.
Dat heet Vrije Genade!

Je zou denken dat we nu massaal in de rij staan om in dat Licht alles wat er aan troep onder het zand verstopt ligt onder Jezus bloed te brengen.
Dat waaraan het geweten ons voortdurend als een zeurende zere kies herinnert, open en bloot voor de Heer neer te leggen om daarna verlost van deze last als vrij en vergeven mens verder te mogen leven.

Alleen, er is buiten God nog een speler in het spel, een valsspeler; de duivel.
Hij wordt in de Bijbel de aanklager van de beginne genoemd, de slang, de tegenstander van God en daarom ook van ons.
Zijn werkwijze is uiterst sluw en geslepen, maar nog steeds eender als die waarmee hij Eva verleidde tot het eten van de verboden vrucht.
Om ons tot zonde te verleiden zet hij je eerst een verklein-brilletje op, daarna legt hij de zonde onder het vergrootglas en verteld je dat je zelf ook nog een beetje je best moet doen om vergeving te kunnen ontvangen.
Hij gebruikt het door God gegeven geweten om ons daarin voortdurend aan te klagen.
‘Wat vrije Genade: Voor wat hoort wat.’
Omdat we van nature al niet in staat zijn te ontvangen om niet, wordt de Waarheid van het Kruis zodoende een ongemakkelijke waarheid.
Gevangen in het net van schuld en schaamte begint iedere keer wanneer het geweten ons aanklaagt een rood alarm licht te flikkeren en zetten we wanhopig nog een tandje bij in het ons uiterste best doen voor God.

Elk goed werk wordt op die manier een poging God een beetje tevreden te stellen, maar is in feite niets anders dan de zonde van ongeloof met zand bedekken en gladstrijken.

Ongeloof over het volkomen verzoenend offer van Jezus is luisteren naar de victim-blaming uit de hel en daarom levensgevaarlijk.
Des te langer je er naar luistert des te meer verhard zich je hart voor de boodschap van Genade en begin je deze stem zelfs na te praten: ‘we zijn en blijven immers zondaars?’
Vaak met een vroom sausje overgoten zodat het net lijkt alsof gebukt gaan onder je zondelast een aan God gewijd offer is om bij Hem in een goed blaadje te komen.

EIGEN SCHULD, DIKKE BULT?

Ik hoorde eens een bekend spreker op het terrein van de bewustzijnswetenschap uitleggen hoe het proces van het door de maatschappij isoleren en stigmatiseren van een slachtoffer werkt

Zodra namelijk een slachtoffer van welk geweld aanklopt om recht, doet diegene tevens een beroep op de verantwoordelijkheid van de hoorder het slachtoffer tegen de dader in bescherming te nemen.
Als hoorder wordt je op dat moment voor de keus gesteld het wel of niet op te nemen voor het slachtoffer.

Maar stel dat je zelf, al is dat maar één keer, eens een pornosite bezocht hebt (dit systeem werkt overigens in elk niet gereinigd geweten, ongeacht de aard van de zonde) en deze zonde niet bij het kruis hebt achtergelaten…?
Dan is de roep om verantwoordelijkheid te nemen tegen een dader van seksueel geweld een roodflikkerend alarm dat je herinnert aan je eigen zonden.

En verdorie, heb je al die tijd zo hard je best gedaan dat onder het zand te scheppen, je hebt er zelfs een mooi kasteeltje op gebouwd, er wappert een mooi vroom vlaggetje op, komt daar iemand met haar slachtoffer verhaal met één grote golf je bouwwerk wegspoelen…
In allerijl begin je zo hoog mogelijke dammetjes aan te leggen en zo diep mogelijk geultjes te graven want er dreigt gevaar!
Uit angst dat iedereen kan zien wat er onder je zandkasteel verstopt ligt moet de bedreiging zo snel mogelijk buitengesloten worden, dus trek je haastig je ophaalbrug op.
Tot de tanden bewapend bescherm je je fort en bent desnoods bereid de mond van de hulproeper op je hakblok het zwijgen op te leggen!

Met andere woorden, je sust de stem van je geweten en zegt: ‘ik hou me er buiten want ik ben zelf immers ook maar een arme zondaar?
Verblind door angst, schuld en schaamte heb je niet eens in de gaten dat je eigen kantelen ook kantelen…

Dat dit proces ook in de kerk, of moet ik zeggen; zelfs in de kerk plaatsvind is niet in de eerste plaats een negeren van de hulpvraag door een slachtoffer van welk geweld dan ook, (alhoewel het bij seksueel geweld het meest voorkomt) het is vooral een minachting van Jezus’ dood aan het kruis en opstanding uit het graf.

De kerk is toch bij uitstek de plek waar een ‘veilig thuis’ geboden zou moeten worden?
De plek waar iedere zondag het geheimenis van het kruis uit de doeken wordt gedaan; het geheimenis van het kruis waaraan Jezus elke zonde in zichzelf opgenomen heeft en in Zijn dood en opstanding uit het graf de aanklager de mond heeft gesnoerd.
Satan is voorgoed ontwapend en voor schut gezet…!

‘En Hij heeft u, toen u dood was in de overtredingen en het onbesneden zijn van uw vlees, samen met Hem levend gemaakt door u al uw overtredingen te vergeven, en het handschrift dat tegen ons getuigde, uit te wissen. Dit handschrift was met zijn bepalingen tegen ons gericht, en Hij heeft dat uit het midden weggenomen door het aan het kruis te nagelen. Hij heeft de overheden en de machten ontwapend, die openlijk te schande gemaakt en daardoor over hen getriomfeerd.’
Kolossenzen 2:13-15 HSV
https://www.bible.com/1990/col.2.13-15.hsv

Een triest gevolg van het niet om kunnen gaan met deze waarheid, vrij te zijn in Christus, is dat een verhaal, zoals dat van Marie zelfs in de kerk een ongemakkelijke waarheid wordt.
Wanneer een kerk of individueel gelovige als victim-blamende kerk weigert te ontvangen ‘om niet’, zal ze daarom een geweldsslachtoffer vooral vertellen wat ze zelf had moeten doen om het geweld te voorkomen.
De kerk die op Golgotha vrijspraak ontving, is vervolgens degene die haar eigen meest hulpeloze leden buiten de poort kruisigt en op dat moment nogmaals Jezus aan de paal nagelt.

Mijn gebed is dat de kerk de ongemakkelijke Waarheid van het kruis omarmt, zodat we als het zout der aarde en het licht van de wereld een thuishaven zijn voor ieder die snakt naar dat wat we in Christus te bieden hebben.
Ik bid dat omdat Jezus’ offer iedere aanklacht de mond heeft gesnoerd de kerk diegene die de tanden uit de mond zijn geslagen recht van spreken geeft.
Ik bid dat omdat Jezus tussen hemel en aarde hing degene wie de bodem onder de voeten is weggeslagen in de kerk op hun voeten worden gezet.
Ik bid dat de kerk de plek is waar Marie niet meer hoeft te liegen.
Waar u/jij niet meer hoeft te liegen.
Waar ik niet mee hoef te liegen…

Het hele werk van genade is immers van God en God alleen uitgegaan. Hij heeft jou en mij aangenaam gemaakt in Zijn Zoon Christus Jezus.
Efeze 1: 6 tot lof van de heerlijkheid zijner genade, waarmede Hij ons begenadigd heeft in de Geliefde.

Vechtscheiding (twee kijven, twee schuld)

Wanneer een relatie eindigt in een echtscheiding, is dat een hele schok.
Ideaal is wanneer zo’n proces in alle redelijkheid verloopt en beide echtelieden hun best doen voor de eventuele kinderen en verdere familie de schade zoveel mogelijk te beperken.

Sinds 2007 is het woord Vechtscheiding in de Dikke van Dale opgenomen.
‘Men spreekt van vechtscheiding wanneer een echtscheiding niet alleen gepaard gaat met negatieve gevoelens naar de (ex-)partner, maar ook met acties met de bedoeling de andere partner schade toe te brengen. In de uiterste gevallen is men bereid eventuele zelfbeschadiging of nadeel bij derden op de koop toe te nemen. De term vechtscheiding wordt ook (en vooral) gehanteerd als de kinderen daar (grote) nadelen van ondervinden.’
Gevonden op http://nl.wikipedia.org/wiki/Vechtscheiding

Omdat ik zelf een dergelijk scheiding heb meegemaakt heb ik ondervonden hoeveel schade alleen al het woord ‘vechtscheiding’ aanricht.
Het suggereert namelijk dat een eerder zo verliefd stel elkaar tijdens de scheiding probeert kapot te maken.
Dat is in de meeste gevallen een volkomen misvatting en doet groot onrecht aan tenminste één vechter in een ‘vechtscheiding’, voor het overgrote deel de vrouw en of moeder.
Zij vecht namelijk voor haar plicht en het recht haar kinderen tegen hun vader te beschermen.
Wanneer er bij de man of vader sprake is van een persoonlijkheidsstoornis als narcisme of psychopathie zal deze geen enkel middel schuwen zijn vrouw en zelfs eigen kinderen tot het einde te bevechten en desnoods te vernietigen.
Deze onthutsende waarheid is in dit soort situaties nou juist de reden waarom de vrouw/moeder echtscheiding heeft aangevraagd.

Omdat een narcist buiten de deur charmant en charismatisch overkomt, zal hij iedereen in de omgeving manipuleren en om de tuin te leiden.
Het gevolg is een oneerlijk gevecht van een wanhopig om hulp roepende vrouw tegen een man die door sluwheid, leugen en bedrog de hele omgeving achter zich krijgt.
Het lukt hem daarom in de meeste gevallen de ander tot spot en hoon van iedereen te isoleren en ruïneren.
Omdat zelfs de hulpverlening niet voldoende kennis heeft van narcisme en psychopathie gebeurt het niet zelden dat hoewel men de vrouw zou moeten beschermen, zij zich daarentegen in laten zetten door de narcist.
Ze worden daardoor medeverantwoordelijk voor het ruïneren van een radeloos om hulp schreeuwende vrouw en moeder.
Alles wat zij aan verschrikkelijke ervaringen zal vertellen keert zich uiteindelijk tegen haar als laster van een rancuneus wraakzuchtige ex.

Niet alleen de term ‘vechtscheiding’ is in dit soort schrijnende situaties enorm kwetsend en misleidend, het algemeen wijd verbreid gezegde: ‘twee kijven twee schuld’ is dat ook.
Bij ‘vechtscheidingen’ is er namelijk meestal maar één schuldige aan te wijzen en dat is de narcist/psychopaat.
Kil en berekenend viert hij gewetenloos zijn overwinning op een vaak voor de rest van haar leven getraumatiseerde ex-echtgenoot en moeder van zijn kinderen.

Het spijt me te moeten zeggen dat het in de meeste gevallen bij het pastoraat in de kerk niet beter gesteld is qua kennis en inzicht in de zichzelf verheffende psyche van een narcist.
In de kerk leren we immers niet te oordelen en: ‘onze naaste lief te hebben als onszelf?’
Het is het tweede gebod na: ‘heb de Heer uw God lief boven alles.’

De onkunde en de eenzijdige benadering van niet mogen oordelen maken de kerk de meest welkome plek voor een narcist.
Daardoor ontstaat in de kerk een zó onveilige sfeer waardoor slachtoffers van, in dit geval narcisme vooral in de kerk nog verder worden getraumatiseerd.
Terwijl Jezus zelf het niet schuwt scherpe woorden te spreken over zonde en oordeel, verschuilt de kerk in deze kwesties zich achter de woorden van Jezus, de naaste lief te hebben als jezelf en de beginwoorden uit Mattheüs 7: ‘gij zult niet oordelen.’
Maar leert de Schrift niet zelf dat niet iedereen te redden is ‘daar sommigen hun geweten hebben dicht geschroeid?’

Een narcist is er op uit chaos, verwarring en verderf te zaaien, hij kan en wil niet anders en beleeft daarin zelfs een duivels genoegen.
Wanneer de leiding van de kerk en het pastoraat dit niet doorziet en daarom niet optreed laat ze zich door de narcist gebruiken de hele kerk tegen het onschuldig slachtoffer op te zetten, te veroordelen en buiten te sluiten.
Terwijl het andersom zou moeten zijn worden slachtoffers van narcisten zelf als dader gebrandmerkt waardoor de werkelijke dader in zijn valse slachtoffer rol wordt bevestigd.
Bovendien geeft de kerk toestemming aan de narcist op zoek te gaan naar een nieuw slachtoffer.
In deze hartverscheurende kwesties wordt uiteindelijk de hele gemeente slachtoffer van een door de hel opgestookt vuurtje.

Ik begrijp dat dit moeilijke kost is,
maar als ervaringsdeskundige durf ik deze woorden spreken.
Meer nog: Jezus zelf geeft me hier in Zijn Woord toestemming voor.

Jammer genoeg zijn er nog maar weinig kerkelijk leiders en pastoraal medewerkers bereid zich te verdiepen in dit steeds grotere gevaar in kerk en samenleving.
Gelukkig zijn er onder de weinigen die dit bederf leren zien steeds meer pastors en kerkelijk werkers die hierin de geest van Izebel herkennen en dientengevolge handelen.

In mijn eigen situatie heeft de Heer me duidelijk gemaakt dat de vijand niet mijn man maar deze geest van Izebel was, die zich weliswaar bediende van de narcist.
Het schokt me dat wanneer ik dit aan gelovigen vertel, er meestal met ontkenning, ongeloof en onwil gereageerd wordt.
Mijn en veel andere ervaringen op dit terrein zou in de kerk een lering kunnen zijn, maar spijtig genoeg houdt angst voor oordelen nog steeds de deur open voor juist datgene waarover geoordeeld moet worden: de manipulatie en leugen van de in zich van de narcist/psychopaat bedienende geest van Izebel.

Wanneer een kerk daarom weigert de tucht te handhaven en in dit geval de oren en ogen sluit voor de sluwheid van narcisme, stelt ze zichzelf onder het oordeel.
In mijn eigen geval heeft dit ertoe geleid dat de kerk waarin mijn waarschuwing werd genegeerd zelf haar deuren heeft moeten sluiten…

Er is me destijds vaak gezegd dat het erg lastig is om in kwesties als deze waarheid van leugen te onderscheiden.
Ook nu is dit naast: ‘oordeelt niet’ de meest gehoorde opmerking.
Ik ben van mening dat wanneer we Mattheüs 7 verder uit laten spreken daarin genoeg handvatten te vinden zijn hoe de wolven van de schapen te scheiden.
Wanneer het dan nog steeds lastig en moeilijk is, luister dan eens naar Jezus wanneer hij zegt ‘je hebt toch de Heilige Geest ontvangen?
Die zal je in alle waarheid leiden.’

Als de door Jezus aangestelde herder is het een heilige plicht de kudde tegen de wolf te beschermen.
Het kan toch niet zo moeilijk zijn dat wanneer er naar de Heilige Geest wordt geluisterd een herder zich rustig neerlegt; de deurposten zijn immers bestreken met het bloed van het Lam..?

Ja maar of gaan?

Een tijdje geleden hoorde ik een spreker zeggen dat je in Israel beter de naam van Jezus niet noemen kunt, want daarmee jaag je Joden tegen je in het harnas.
Notabene onder het volk van God roepen christenen andere christenen op te zwijgen over Jezus, en de Naam der namen niet op je lippen te nemen.
De voorganger in kwestie haalde Mattheus 10 aan waar Jezus zelf zegt dat wanneer je als Christen bang bent voor de naam van Jezus uit te komen je het niet waard bent Christen genoemd te worden.

Is het alleen in Israel zo, dat we zo ‘voorzichtig’ zijn geworden de naam van Jezus aan te roepen?
Zijn we nog wel trotst op die naam, Jezus, de Messias, de Redder der wereld?
Durven we nog uitkomen voor die geweldige naam?

Op internet wordt me over allerlei namen het volgende verkondigt:
’Wen er maar aan dat steeds meer mensen zichzelf identificeren met hun seksuele voorkeuren die afwijken van de norm.’
Vervolgens worden me 20 seksuele voorkeuren uitgelegd.
Om ons heen is er totaal geen schaamte meer allerlei borden omhoog te houden en luidkeels te roepen wat je bent.
Om een paar van de meest bekende te noemen:
’Ik ben homo,
ik ben lesbienne
ik ben transgender,
ik ben bisexueel
ik ben interseks’

Jezus roept ons in Matteus 10 ook op een bord omhoog te houden wanneer Hij zegt je kruis op te nemen en achter Hem aan te gaan.
Durven we als Zijn naamdragers dat kruis nog wel omhoog te steken tussen al die andere borden die de wereld ons voor houdt?
Durven wij, tussen al die anderen die ons toeschreeuwen wat ze zijn, te zeggen wie we zijn ?
Zijn we nog wel trots op onze identiteit in Christus?
Zijn we ons voldoende bewust welke macht en kracht we in ons meedragen?
Beseffen we nog wel dat het kruis van Golgotha ieder ander kruis lichter te dragen maakt?
Zijn we genoeg bewogen met de, zowel in kerk als samenleving steeds meer onder allerlei kruizen gebukt gaande wereld om ons heen?

In Hosea 4:6 lezen we Gods hartverscheurende klacht t.a.v. de priesters van het volk Israel:
‘Mijn volk komt om doordat het met Mij niet vertrouwd is.
Jij wilde het niet met Mij vertrouwd maken , daarom wil Ik niets meer met jou te maken hebben, je zult Mij niet meer als priester dienen.’

Petrus zegt in 2:1 dat we in Jezus Christus “een koninklijk priesterschap zijn, een uitverkoren geslacht een heilige natie, een volk dat God zich verworven heeft om de grote daden te verkondigen van Hem die ons uit de duisternis naar Zijn wonderbaarlijk licht geroepen heeft.”

Wanneer ik deze twee tekstgedeelten naast elkaar leg en op me in laat werken word ik bang te moede over onze schroom voor Jezus uit te komen.
Is het terecht dat we deze angst met een vroom woord ‘voorzichtigheid’ noemen?

Al dit soort vragen gaan door me heen wanneer we bijv. zoals onlangs, in de kerk luisteren naar een preek over Lukas 14;
‘En het gebeurde, toen Hij in het huis van een van de leiders van de Farizeeën gekomen was op een sabbat om brood te eten, dat zij scherp op Hem letten.
En zie, voor Hem stond iemand die leed aan waterzucht.
En Jezus antwoordde en zei tegen de wetgeleerden en Farizeeën: Is het geoorloofd op de sabbat gezond te maken?
Maar zij zwegen. En Hij greep [hem] vast, genas hem en liet [hem] gaan.
En Hij zei, terwijl Hij Zich tot hen richtte: Wie van u zal, wanneer zijn ezel of os in een put valt, deze er niet meteen uittrekken op de dag van de sabbat?
En zij konden Hem daarop geen antwoord geven.’

Naar goede gewoonte wordt na de preek de gemeente uitgenodigd een dank of gebedspunt in te brengen; zo ook deze keer.
Een van de gemeenteleden vroeg gebed omdat hij komende tijd een aantal onderzoeken moest ondergaan i.v.m. vocht vasthouden in de benen.
De dienstdoend ouderling ging ons voor in gebed…

Op momenten als deze kan ik me maar moeilijk verenigen met de kerk en vraag me verbaasd af wat we nu eigenlijk aan het doen zijn.
In het gelezen hoofdstuk lezen we dat Jezus iemand met waterzucht geneest en in andere gedeeltes dat hij de discipelen uitzendt het Koninkrijk der hemelen te verkondigen waarbij hij hen macht geeft boze geesten uit te drijven en zieken te genezen.
(Marcus 16:17-18)

‘En hen die geloofd zullen hebben, zullen deze tekenen volgen: in Mijn Naam zullen zij demonen uitdrijven; in vreemde talen zullen zij spreken; slangen zullen zij oppakken; en als zij iets dodelijks zullen drinken, zal het hen beslist niet schaden; op zieken zullen zij de handen leggen en zij zullen gezond worden.’

In Johannes 14:12 belooft Jezus:
‘Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Wie in Mij gelooft, zal de werken die Ik doe, ook doen, en hij zal grotere doen dan deze, want Ik ga heen naar Mijn Vader.’

In het ter sprake brengen van bovengenoemde situatie, en de vraag hoe anderen hier over denken is het antwoord meestal: ‘maar we hebben er toch voor gebeden?”
‘Maar wijs mij dan de plek eens aan waar staat dat Jezus ons opdraagt te bidden voor de zieken?
Ik kan het over het hoofd zien, maar ik lees alleen dat Jezus ons opdraagt de zieken de handen op te leggen en te genezen…’

Gesprekken over onderwerpen die te maken hebben met de opdracht van Jezus en de belofte daaraan verbonden, verlopen meestal op de volgende manier:
‘Maar stel je voor dat we dat gaan doen, dan zijn er altijd mensen die daar erg van schrikken omdat we het niet gewend zijn’
‘Maar Jezus zegt: ‘angst voor mensen is een valstrik, wie op de Heer vertrouwt, wordt beschermd.’ (Spreuken 29:25)
‘Ja maar, we zijn gewoon nog niet zo ver.’
‘Maar bij Jezus is het al tweeduizend jaar zo ver! Hij zegt: ‘Laat de goedheid die hij u bewijst niet tevergeefs zijn. Nu is de tijd daarvoor gekomen, nu is de dag van de redding.’ (2 Korintiërs 6:1-2).’
‘Maar ik ben bang dat er dan misschien wel mensen weggaan.’
‘Maar Jezus zegt: ‘Ik verzeker jullie: iedereen die broers of zusters, moeder, vader of kinderen, huis of akkers heeft achtergelaten omwille van mij en het evangelie, zal het honderdvoudig ontvangen: in deze tijd broers en zusters, moeders en kinderen, huizen en akkers, al zal dat gepaard gaan met vervolging, en in de tijd die komt he eeuwige leven.’ (Marcus 10: 29-30)
‘Ja, maar is dat nog wel voor deze tijd?’
Maar Jezus zegt: ‘Ik Ben gisteren en heden tot in eeuwigheid’(Hebreeën 13:8)
‘Ja, je hebt wel gelijk, maar toch denk ik…’
Maar Jezus zeg: ‘wie mijn woorden hoort en ernaar handelt, kan vergeleken worden met een verstandig man, die zijn huis bouwde op een rots.’ (Mattheus 7:24)
‘Maar ja, ik ben Jezus niet.’
Maar Jezus zegt: ‘hoewel je nog in de wereld bent, ben je als Jezus.’ (1 Johannes 4:17)

‘Maar hoe weet ik of ik daar geschikt voor ben?’
‘Gewoon omdat Jezus dat zegt!’
‘Ja, nou ja, jij bent altijd zo lekker (en soms irritant) radicaal, ik durf dat niet.’
Maar in Romeinen 8:11 staat een geweldige bemoediging: ‘dezelfde Geest die Jezus deed opstaan uit de dood woont in jou en mij.’
En gelukkig, je hoeft niet mij te volgen, je moet Jezus volgen; wat zegt Hij?
‘Ga in Mijn naam…’
‘Maar ik moet daar toch ook een soort gevoel bij krijgen om te weten dat ik dat moet doen?’
‘Jezus zegt: ‘wees niet bang want Ik ben met je…Ga!’

Mijn gebed is:
‘Heer, vergeef ons onze ongehoorzaamheid, ongeloof en eigengerechtigheid.
Vergeef ons de vrees voor mensen Heer en vervul ons met vrees voor U.
U zegt toch zelf dat de Vreze des Heren wijs maakt en ten leven lijdt.
Vergeef ons Heer dat we Uw Geest bedroeven.
Maak ons gewillig Uw vuur te ontvangen.’

Doe ik het goed Pa?

‘Doe ik het goed Pa?’

Sinds een paar weken volg ik op BBCfirst een spannend drama: ‘MotherFatherSon’
De hoofdpersonen zijn Max, eigenaar van één van de invloedrijkste media-imperiums ter wereld, Katryn, de ex-vrouw van Max en hun zoon Caden, jongste editor van Max’s zeer gewaardeerd dagblad ’The Nationals.’
Om onder de druk van zijn vaders’ verwachtingen uit te komen verdooft Caden zijn pijn met cocaïne en allerlei uitspattingen.
Als gevolg van dit buitensporig leven wordt Caden getroffen door een zware beroerte en verandert in een hulpeloos kind.
Op dat moment ontstaat tussen Max en Katryn een gevecht om de ziel van hun zoon, daar Katryn hierin een kans ziet om weer contact te maken met de gevoelige jongen, die Max bij haar vandaan heeft gerukt.

In de aflevering van afgelopen week speelt zich de volgende zeer dramatisch scène af:
Caden ondergaat een intensieve revalidatietherapie maar zal nooit meer de oude worden.
Zijn rechterarm en rechterbeen zijn gedeeltelijk verlamd, zijn gedrag is onvoorspelbaar, zijn geheugen kort, zijn mond staat scheef en hij kwijlt.
Om allerlei speculaties de kop in te drukken belegt men een persconferentie waarin Caden op het hart wordt drukt niet op vragen in te gaan.

Na afloop van de persconferentie vraagt Caden aan Max: ‘Pa, hoe deed ik het?’
Na een korte stilte antwoord Max: ‘Je deed het goed,’

Katryn gaat er ondanks de blijvende beperking van haar zoon van uit dat Caden binnen niet al te lange tijd weer gewoon aan het roer van Max’s imperium zal staan.
Alles zal volgens haar snel weer zoals vanouds zijn, alsof er niets gebeurt is.

Wanneer Caden terug is in het revalidatiecentrum vraagt Katryn aan Max wat er is?
M. ‘Niets’
K. ‘Komt het door hoe hij bewoog?
Door wat hij zei?
Zijn geheugen?’
M. ‘Het ligt niet aan wat hij zei.
Het is niet zijn geheugen en
niet zijn spraak.’
K. ‘Wat dan?’
M. ‘Hij vroeg hoe hij het deed.’
Niet begrijpend vraagt Katryn: ‘Hij vroeg…?’
M. ‘Hij vroeg, hoe deed ik het?’
K. ‘Dus?’
M. ‘Ik loop een kamer binnen, ik
zeg: ‘zo gaan we het doen’
Ik vertel je: ‘zo heb ik het
gedaan, ‘ ik vraag niet: ‘hoe
deed ik het?’ Dat weet ik al.
En als ik daar niet zeker van
ben, dan moet ik een andere
baan zoeken.’
K. ‘Wat? Kan hij niet voor je
werken?’
M. ‘Nee.’
K. ‘Echt niet?’
M. ‘Absoluut niet.’
K. ‘Maar hij wordt beter, hij doet
zijn best!’
M. ‘Het ligt niet aan zijn
beroerte.’
K. ‘Waaraan dan wel, wat is het?’
M. ‘Al runt hij mijn zaak vanuit
een rolstoel, dat zou niet erg
zijn.
Het zou niet erg zijn als hij
moeilijk sprak als hij
geschikt was geweest.
Maar dat is hij niet.
Dat is niet omdat hij anders
is, er is niets verandert.
Het is dezelfde man.
Ik zag een man die vraagt:
‘hoe deed ik het?’
Hij is een medewerker, geen
leider.
Hij vroeg of hij het goed
deed…’

Ik zag prachtige paralellen met God de Vader en God de Zoon;
Vader God die al in het begin een plan had de mens te redden: ‘zo doe ik het.’
Volkomen één met de wil van Zijn Vader vroeg Jezus nooit: ‘doe ik het wel goed Pa?’
Hangend aan het kruis deed Hij dat waarvan Hij altijd al wist: ‘zo doe Ik het.’
Volkomen zeker van Zijn zaak riep Hij : ‘het is volbracht,’ waarna Hij het hoofd buigend Zijn geest over gaf aan Vader.

Welke parallel in het verhaal van Max en zijn zoon Caden en onze verhouding tot Vader God zou er te vinden zijn?
Is dat die waarin we ons in allerlei bochten wringen om door Hem goedgekeurd te worden?
De houding van een werknemer die na gedane arbeid verwacht beloont te worden?
Is de buitenkant mooi opgepoetst maar innerlijk zijn we niets verandert?
Proberen we God te sussen met: ‘ik ben nu eenmaal een zondaar’ omdat we als slaaf bang zijn voor straf?

Of zeggen we:
Jezus’ offer heeft me bevrijd uit de macht van de slavernij van de zonde, ik ben voor eeuwig vrij.
In die vrijheid ben ik geen werknemer die loon verdiend, maar uitgekozen om dienend te volgen waar Hij ook gaat.
Mijn naam staat opgeschreven in het boek van de levenden, daarom hoef ik niet mijn best te doen in een goed blaadje te komen, door zijn verzoenend sterven sta ik dat al!
Van mezelf ben ik naakt, maar Hij heeft me Zijn koninklijke mantel der gerechtigheid omgehangen.
Van oorsprong draaien mijn gedachten alleen om mezelf, maar Hij zuivert ze van elke eigengerechtigheid.
Onbekwaam tot enig goed geef ik mijn tijd aan Hem, waarna ik alle tijd heb Hém te aanbidden te loven en prijzen.

Door het offer van de Zoon ben ik niet maar gewoon een werknemer maar Zijn geliefde kind in wie Hij een welbehagen heeft.
Zoals Hij het licht der wereld is, zo ben ik in Hem het licht der wereld.
Zoals Hij en de Vader één zijn, zo ben ik één met Hem,
mijn Heer, mijn Heiland, mijn Jezus…

Ja maar of gaan?

Wie betaalt, bepaalt?

Op tv zag ik eens een fragmentje van de uitreiking van één of andere grote geldprijs.
De reactie van de winnaars op de vraag van de verslaggever: ‘wat gaat u ermee doen?’ was amusant ad rem: ‘dat gaat niemand wat aan.’
En gelijk hebben ze!

Een soortgelijke situatie, en naar mijn persoonlijke mening nóg pijnlijker onbeschaamd doet zich voor wanneer je weinig geld te besteden hebt.
Eerder schreef ik al over mijn ervaringen t.a.v. de Voedselbank, een artikel dat door diverse lezers negatief ontvangen is en me verschillende vijanden heeft opgeleverd.
Maar dat niet alleen, van een enkeling hoorde ik zeggen dat het hun ogen heeft geopend en ze nu toch wat anders naar armoede en/of de voedselbank kijken.
Mijn blog van vandaag is een ongewild vervolg.

Het is bekend dat ineens een groot geldbedrag winnen iets met je doet, logisch natuurlijk!
Tevens doet het iets met de omgeving, opeens wil iedereen vriendjes zijn met de nieuwe rijken, waarom terecht begeleiding wordt geboden hoe met de nieuwe status om te gaan.

Armoede doet ook iets met je, ten eerste met je status.
Geen leuke uitstapjes, niet naar de sportschool, niet aansluiten bij één of andere klup, het betekent een zeker isolement waar je niet zelf voor gekozen hebt.
Schaamte en iedere keer moeten zeggen dat je geen geld hebt, plaatsen je langzaam maar zeker buiten de kring.

De reden waarom ik dit blog schrijf is om een nog andere, zo niet pijnlijker vorm van isolement.
Armoede van de één verandert in zekere zin namelijk ook de ander in je omgeving.

Mijn maatschappelijke status de komende jaren is dat ik onder bewind sta, en iedere stap aan de rechtbank moet verantwoorden.
Ik heb daar moeite mee, erg veel moeite.
Gelukkig heeft Vader enkele mensen in mijn leven geplaatst die me regelmatig wat toestoppen, waardoor ik mezelf af en toe mee uit neem, iets nieuws kan kopen, het lampje van de afzuigkap kan verwisselen of mezelf trakteer op een kopje koffie bij LaPlace.

In principe moet ook hier verantwoording over worden afgelegd, alsof overal je gangen worden nagegaan.
Op iedere straathoek van mijn leven hangen als het ware camera’s om vast te leggen of er niet ergens verborgen geld ligt.
Wat ik steeds vaker tegenkom is dat buiten de controle van de rechtbank, ook de omgeving ongevraagd meekijkt en verantwoording eist.

Dat gaat dan bijvoorbeeld zo: “je hebt anders wel een heel dure fiets.”
Of: “hoe komt het dat je dit of dat dan wel betalen kunt?”
Of: “oh, en wie betaalt dat dan voor je?”
Of: “ik kan anders niet aan je zien dat je naar de Voedselbank moet.”
Of je hoort via via dat je niet genoeg dankjewel gezegd hebt voor iets wat je gekregen hebt…
Wanneer ik in mijn naïviteit mijn blijdschap deel over een onverwachts extraatje zijn er genoeg mensen die oprecht blij voor en met me zijn, maar ik kijk er ook niet meer van op dat er zeer negatief gereageerd wordt met: ‘mooi makkelijk hè dat een ander alles voor je betaald.’
Het heeft me zelfs vriendschappen gekost…

Ik kan nog veel meer voorbeelden van dit soort opmerkingen noemen, waarvan je al heel snel de ondertoon leert herkennen.
Het gevolg van dit voortdurend controleren is dat maar gewoon thuis blijven het meest veilig lijkt
waardoor je uiteindelijk niemand meer ziet en het contact met de buitenwereld nog verder verliest.

Eerlijk, ik begin steeds meer moeite te krijgen met al die ongevraagde bemoeizucht.
Ik ben een mensenmens maar merk dat het steeds lastiger wordt open en zonder oordeel naar de omgeving te zijn dus ik vraag wat hulp van die omgeving.

Zou je daarom alsjeblieft wat moeite willen doen je af te vragen wat je voor de arme medemens zou kunnen betekenen?
(niet persé voor mij, er zijn er veel meer dan je denkt)
Een tip kan b.v. zijn:
wanneer je je bijdrage aan de voedselbank aflevert, vraag je zelf dan eens af wie je in een meer persoonlijk contact aan je tafel nodigen kunt.
Probeer zonder oordeel eens te bedenken dat elke voor jou zo gewone boodschap, dokters of tandartsbehandeling, reparatie, onderhouds of knipbuurt, vakanties en uitjes, lidmaatschappen en abonnementen misschien voor een bepaald lid van je familie, je buren of een lid van de gemeente niet te betalen zijn.
Durf je dat aan; niet weg te kijken van de om je heen toenemende armoede en de gevolgen die dat voor je medemens heeft?

Durf je écht te kijken om te zien?

De vraag aan mezelf is: durf je het aan om kwetsbaar en open je armoede en rijkdom te (blijven) delen?
Zonder een oordeel te hebben over het groeiend onbegrip…

Link naar mijn blog over de Voedselbank

Voedselbank