All Lives Matters

Wereldwijd heerst onder mensen een enorme woede, op dit moment tot uiting komend in de Black Lives Matters beweging.

Deze beweging begon met de hashtag “#BlackLivesMatter” nadat George Zimmerman in 2013 werd vrijgesproken voor de dood van de Afro-Amerikaanse jongere Trayvon Martin het jaar ervoor.
De recente protesten van deze groeiende beweging zijn een antwoord op de door politiegeweld omgekomen George Floyd.

De boodschap van deze wereldwijde demonstraties is; ‘we pikken het geweld niet langer, samen staan we sterk, wees niet langer beleefd.
Zwarte Piet overleefd het dit jaar niet meer, en enpassant, mogen we de liefde beleven met wie we dat zelf willen.’

Uiteindelijk is de boodschap van iedere betoging tegen dat waar je het niet mee eens bent en specifiek nu aan de blanke mens: ‘schaam je!’

Als ik naar de beelden kijk moet ik automatisch denken aan het Pinksterfeest.
Zeven weken daaraan vooraf, had zich de meest gewelddadige moord ter wereld afgespeeld.
Een moord die in gruwelijkheid en onrecht nooit eerder had plaats gevonden en in die mate ook nooit overtroffen zal worden;
de moord op de Zoon van God en mensen, Jezus Christus.

Hij, die weldoend het heilige Israël doorkruist had, werd door zijn eigen volk uitgeleverd in de handen van heidense Romeinen.
Als een hinderlijk insect waarvan je eigen bloed tegen het plafond gepetst wordt, hing hij vastgepind aan het kruis.
Hij, wiens handen de zieken genazen, doden opwekten, de handen die duizenden voeden met brood, de handen die de kinderen koesterden, deze handen werden genadeloos vastgespijkerd aan het hout op Golgotha.
De voeten van hem die ons genade en heil verkondigden, ze werden doorboord op Golgotha’s voetenbankje.

Na zijn glorieuze opstanding en Hemelvaart volgde Pinksteren.
Duizenden mensen van over heel de wereld waren op het tempelplein van Jeruzalem samengekomen.
Net als op de pleinen van vandaag dromden ze samen in de hoop op een betere tijd.
Net als Akwasi op de Dam het woord nam, nam ook toen iemand het woord, Petrus, de discipel die Jezus drie maal verloochent had.
Net als Akwasi begon Petrus zijn speech met een aanlacht; ‘júllie hebben Jezus, de zoon van God gekruisigd!’

Het raakt me iedere keer weer diep in het hart, Petrus die het aandurft de menigte te beschuldigen van de moord op Jezus!
Had hij niet zelf de grootste schuld?
Hij die Jezus drie jaar gevolgd had en tot de intimi van Jezus behoorde, deze Petrus die toen het erop aan kwam het voor Jezus op te nemen, liet Jezus in de de steek en zwoer Hem niet te kennen!

En toch gooit deze verloochenaar de zweep erover; ‘jullie hebben Jezus gekruisigd!’
Had hij dan zelf totaal geen besef van schuld?
Schoof hij zijn eigen schuld dan maar mooi af op de ‘kruisigt Hem, kruisigt Hem’ schreeuwende meute?

De vrijmoedigheid waarmee Petrus zijn speech begon had een heel andere oorzaak en reden, dan de menigte opzadelen met schuld en schaamte over de dood van Jezus !
Petrus had het mysterie van deze dood ontdekt, de dwaasheid van het kruis, de vrolijke ruil!
Hij was tot de erkenning gekomen: Petrus’ ongerechtigheid op Jezus, Jezus’ gerechtigheid op Petrus!
Hij schoof al zijn schuld af op Jezus, het was Jezus’ eigen schuld!

Daarom kon hij zonder schaamte zeggen; ‘jullie hebben Jezus gekruisigd’ om als voorbeeld van de goedheid van God, daarna het Evangelie van vrije Genade te kunnen verkondigen!
Drieduizend mensen kwamen op die dag tot geloof, drieduizend schuldigen aan de dood van Christus ontvingen net als Petrus vrijspraak!
Drieduizend zondaren kwamen tot de erkentenis van eigen schuld afschuiven op de gekruisigde Jezus, waarna ze net als Petrus schaamteloos het Evangelie verder verspreiden.

Wat een contrast met de betogingen van nu!
Was de boodschap op Pinksteren er één van ‘vrij van schuld en schaamte’ de boodschap van vandaag in welke betoging ter wereld ook, is erop gericht schuld en schaamte af te dwingen van die ander.

Efeze 2 zegt
‘Want Hij is onze vrede, die de twee één heeft gemaakt en de tussenmuur, die scheiding maakte, de vijandschap, weggebroken heeft,’
‭‭Efeziërs‬ ‭2:14‬ ‭NBG51‬‬
https://www.bible.com/328/eph.2.14.nbg51

Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat in de wereld van nu de ene crisis de andere inhaalt.
De wereld zucht en kreunt als een vrouw in barensnood en net als bij een natuurlijke geboorte volgen de weeën elkaar steeds sneller op.
De in zichzelf en elkaar verdeelde en elkaar veroordelende wereld snakt naar een redder, in welke vorm dan ook!

Wordt de wereld er mooier, liever, zachter, meelevender op als we elkaar de schuld geven van eigen ongeluk?
Worden zwarte mensen gelukkiger wanneer blanke mensen zich kapot gaan schamen over het geweld naar hun zwarte medemens?
En andersom?
Wanneer schuld en schaamte onze drijfveer is de ander hoger te achten dan onszelf, gaat de wereld er dan beter uitzien?
Zouden we dan eindelijk vrede hebben?

Petrus laat zien dat dat een leugen is!
Schuld heeft een een heel andere naam; ‘Jezus Christus en die gekruisigd!’
Schaamte heeft een andere naam; ‘Jezus, de opgestane Heer!’
Vrede heeft één heerlijke naam; ‘Jezus de Messias!’

Onschuldig aan welke vorm van geweld nam Hij elke zonde in zich op en stierf daaraan.
Gelukkig maar, want daardoor is elke schuld met Christus gekruisigd en begraven, voor eeuwig en altijd!

Vraagje: ‘zou het kunnen dat satan, de mensenmoordenaar van de beginne, donders goed in de gaten heeft dat zijn einde nadert?
Zou het zo kunnen zijn dat de elkaar steeds sneller opvolgende crisissen bedoelt zijn de aandacht af te leiden van de echte nood waarin mensen verkeren?
Is het zo dat in het geen middel schuwende schreeuwen om eigen gelijk de angst uit de hel steeds duidelijk wordt?
De altijd en eeuwig durende siddering van satan voor de Waarheid van het Evangelie van vrije Genade ten toon wordt gespreid in wat er in de wereld van nu gaande is?

Gelukkig hoeven we net als Petrus niet bang te zijn voor de schaamteloze schaamte waarmee satan ons opzadelt.
We hebben Jezus en Zijn komst is aanstaande!
Het vrederijk waarnaar Akwasi snakt is dichterbij dan ooit.
De enige voorwaarde dat koninkrijk binnen te mogen gaan is overgave aan degeen die elke schuld de bek heeft gesnoerd; Jezus Christus, Zoon van God en mensen, Koning der Koningen, Verzoenig van al onze zonden!

Het vaandel van Jezus is daarom een heel andere dan Black Lives Matters;
‘All Lives matters, I deid for you!’

Drie keer toeteren.

Ondanks dat ik veel ooms,tantes nichtjes en neefjes heb, was mijn verjaardag vroeger een eenzaam gebeuren.
Mijn ouders zijn niet familiair ingesteld en hadden weinig behoefte aan veel volk over de vloer en al helemaal niet aan verjaardagsfeestjes.
Ik kan me daarom niet herinneren dat er ooit een oom of tante op mijn verjaardag kwam,net zomin als dat er vriendinnetjes kwamen.
Niet dat ik er onder leed, ik wist niet beter, dus mistte ik ook niets.

Later werd dat anders.
Eenmaal op mezelf werd mijn verjaardag een speciale dag die ik met zoveel mogelijk mensen vieren wilde.
Vooral sinds ik alleen ben heb ik deze dag als een heel speciale mij-dag gevierd.
Deze mij-dag was pas een mij-dag wanneer zoveel mogelijk gasten mijn verjaardag met me mee beleefden en het tot een samen-dag maakten.
Als een kind zo blij en opgewonden klonk de bel me als muziek in de oren, en opende ik verwachtingsvol de deur, benieuwd wie mijn verjaardag belangrijk genoeg vindt tot een speciale dag te maken.

Meestal is een rond-getal-verjaardag een dag waarop je, als markering in de tijd, een nog specialer dan anders feestje geeft.
Een dag die je je de volgende 10 jaar herinnert als extra feestelijk en bijzonder.
Op het bord waarop je leeftijd staat vermeld, worden voorbijgangers opgeroepen te toeteren zodat iedereen weet dat je jarig bent.

Mijn zestigste verjaardag afgelopen week, is ook een markering in de tijd.
Niet omdat mijn huis vol was, maar omdat ik me nooit eerder op mij-dag zo alleen heb gevoeld.

De voorbereiding van mij-dag voelde al onzeker.
Kon ik wel mensen uitnodigen?
Gezien het ‘nieuwe normaal’ waarin ik persoonlijk de ‘veilige afstand’ als extreem onveilig ervaar, besloot ik geen uitnodigingen te doen.
Liever geen hoofdbrekens hoe ik mijn huisje anderhalvemeterveiligeafstandproof maken moet, liever geen afwijzing op mijn uitnodiging en liever geen gestoetel van ‘hoe moet ik je nu feliciteren?’
Dat allemaal liever en me het gewoon herinneren van vorige verjaardagen waarop het normaal was elkaar stevig de hand te schudden of te omhelzen.
Waarop ik de kopjes koffie en schoteltjes gebak uitdeelde zonder dat de ander zich angstig afvroeg of ik mijn handen wel genoeg gewassen had.
De mij-dagen waarop het ondenkbaar was dat dicht op elkaar gepropt niet gezellig, maar onveilig zou zijn.
Waarop we op mijn balkonnetje genoten van de frisse buitenlucht, zonder dat iemand op veilige afstand roept dat dat niet mag en vervolgens de klik-telefoon belt.
De mij-dagen waarop je je nog niet bang afvroeg of de voorbij rijdende politieauto stopt om je te bekeuren voor de verboden mij-dag gezelligheid.

Ondanks dat ik als kind een huilbaby was en mijn moeder van me zei;’die jankt eeuwig’ kan ik me niet herinneren dat ik op mijn verjaardag huilde omdat er geen bezoek kwam.
Dat was deze dag anders.
Mijn zestigste verjaardag is een marketing in de tijd waarop ik aan het eind van de dag mijn droge niet vochtig gekuste wangen schraal huilde van de zilte en bittere eenzaamheids-tranen.

Niet omdat er niemand geweest is, maar om de muur van veilige-afstand om de enkele die er wel was en dientengevolge de veilige-anderhalvemeter-afstand felicitaties.
Om de afwachtende houding van beide kanten: mag ik je vasthouden/hou me asjeblieft even vast.
Om het tegennatuurlijke van elkaar zo nodig zijn en tegelijkertijd elkaar als mogelijk gevaar voor eigen gezondheid behandelen.

Maar meer dan dat, om het algemeen aanvaard nieuw normaal van deze veilige afstand…

Gooi open die poort!

Afgelopen week zag ik beelden van zieke bejaarden in verzorgingshuizen.
Één van de geïnterviewde verzorgenden vertelde, dat wanneer ze bij het bed van een ziek en stervend mens komt, het eerste wat deze mens in nood doet is; de hand van de ander grijpen.
Het beeld van een zoekend naar aanraking smachtende hand brandde zich in op mijn netvlies.

Toen God de mens schiep zag Hij al meteen dat het niet goed is voor de mens alleen te zijn.
God de Schepper is de bedenker van contact, de creator van het normaal.
Zonder achterdocht genoten Adam en Eva van elkaar en van de vrije omgang met God.
En Hij zag dat het zeer goed was!

Satan was er als de kippen bij tussen dit verbond een stokje te steken.
Door de leugen van Satan te geloven dat God iets voor ons achterhield, is er een muur van schuld en schaamte tussen ons ingezet.
Het maakte ons vijanden van elkaar, we werden elkaars bedreiging.
Dit wantrouwen scheidde ons niet alleen van elkaar maar ook van de God en Vader die ons alles al gegeven had!

Door de zondeval werden we een tegen zichzelf verdeeld huis, een gebouw waarin muren noodzakelijk leken om ons voor elkaar te beschermen.
Dat wat God als het ‘normaal’ bedacht heeft, open contact met Hem en elkaar, maakte Satan het ‘abnormaal.’

Gelukkig is het niet zo gebleven, God wilde omgang met ons en zorgde zelf voor het middel de muur tussen ons en Hem in naar beneden te halen.

In Efeze 2 verteld Paulus de gemeente dat het bloed van Jezus de scheidingswand tussen Joden en Heidenen afgebroken heeft.

‘Maar thans in Christus Jezus zijt gij, die eertijds veraf waart, dichtbij gekomen door het bloed van Christus. Want Hij is onze vrede, die de twee één heeft gemaakt en de tussenmuur, die scheiding maakte, de vijandschap, weggebroken heeft, doordat Hij in zijn vlees de wet der geboden, in inzettingen bestaande, buiten werking gesteld heeft, om in Zichzelf, vrede makende, de twee tot één nieuwe mens te scheppen, en de twee, tot één lichaam verbonden, weder met God te verzoenen door het kruis, waaraan Hij de vijandschap gedood heeft.’
‭‭Efeziërs‬ ‭2:13-16‬ ‭NBG51‬‬
https://www.bible.com/328/eph.2.13-16.nbg51

Ik geloof dat het ook staat voor de muur van vijandschap tussen mensen onderling.
De muur die ons doet geloven elkaars bedreiging te zijn is weggehaald, het is weer zoals God het bedoeld heeft.
Het bloed van Jezus heeft ons samengesmeed, zijn bloed is het cement dat ons als levende stenen aan elkaar verbindt.
God zelf is in Jezus de betaling voor het ‘normaal’; zonder schuld en schaamte mogen we van Hem en elkaar genieten.

Het schrijnt me daarom zo dat het ‘nieuwe normaal’ zelfs onder gelovigen geaccepteerd wordt als veiligheid en bescherming van en voor elkaar.
Het ‘abnormaal’ van Satan, afstand en wantrouwen naar elkaar, is binnen een paar weken zelfs in de kerk ‘normaal’ geworden.

Daarom brandde het beeld van die zoekende hand me op het netvlies.
Dat is nl. hoe God het bedoeld heeft, Hij bedacht zelf dit snakkend contact en aanraking van elkaar.
Jezus droeg het ons zelfs op elkaar aan te raken in het zegenend elkaar de hand opleggen!

Door het beeld van de zoekende hand begon in mijn hoofd het volgende filmpje te draaien:
‘Ik lag doodziek in een quarantaine tent het ziekenhuis naar adem te happen en op veilige afstand stond de dominee me toe te roepen: ‘hou vol, de Heer is met je.’
Door alle apparatuur rond mijn bed kon ik niet horen wat hij riep, maar was daar ook niet zo in geïnteresseerd.
Met mijn laatste krachten smeekte ik hem toch op te houden met dat geschreeuw en me asjeblieft even aan te raken, precies zoals de Here Jezus ons dat opdroeg.’

Omdat ik geloof dat het bloed van Jezus niet alleen reinigt van zonde en schuld, maar tevens onze bescherming is tegen de gevolgen van zonde en schuld, doet het me bijzonder pijn dat zelfs gelovigen elkaar benaderen als gevaar voor besmetting.
Deze angst noemen we notabene elkaar beschermen…

Mijn broers en zussen in Christus, de muur van welke vijandschap is in Christus afgebroken!
Zijn bloed heeft ons tot levende stenen van een heilig huis gemaakt, een huis zonder scheidingswanden en voor elkaar beschermende muren.
Een huis met open vensters naar de hemel.
Een huis waar de radeloos naar contact smachtende naaste schuilen kan.
Een huis waar we zelf mogen schuilen.
Een huis waarin het getuigenis klinkt:

‘Waar U verschijnt wordt alles nieuw
Want U bevrijdt en geeft leven
Elke storm verstild door de kracht van Uw stem
Alles buigt voor Koning Jezus

U bent de held die voor ons strijdt
U baant de weg van overwinning
Elke vijand vlucht, ieder bolwerk valt neer
Naam boven alle namen, Hoogste Heer

De duisternis licht op door U
De duivel is door U verslagen
Dood waar is je macht, waar is je prikkel gebleven?
Jezus leeft en ik zal leven!

De schepping knielt in diep ontzag
De hemel juicht voor onze Koning
En de machten van de hel weten wie er regeert
Naam boven alle namen, Hoogste Heer

Voor eeuwig is Uw heerschappij
Uw troon staat onwankelbaar
Ongeëvenaarde kracht ligt in Uw grote Naam
Jezus, Overwinnaar.’

Naam boven alle namen: Jezus Overwinnaar!’

In naam van deze naam, gooi open die poort!

Doe het Licht aan…

Vorig jaar zag ik de musical Soldaat van Oranje.
Wat me het meest aangreep was hoe leden van een hechte Leidse vrienden-studentenkring binnen no time elkaars vijanden waren en bereid elkaar te verraden.
Dit fenomeen staat niet op zichzelf, de geschiedenis leert dat er niet zo heel veel nodig is voor broedermoord.
Mijn eigen opa zat tijdens de Tweede W.O in het verzet, terwijl zijn broer een aanhanger van de NSB, en naaste buurman zijn grootste vijand was.
Na de Tweede WO hebben er in de wereld meer burgeroorlogen gewoed als daarvoor, oorlogen waarin familie en vrienden elkaar met het grootste gemak verraden of zelfs vermoorden.

Ik moest daar aan denken toen ik las over de kliktelefoon.
Een speciaal in het leven geroepen lijn met als doel te klikken wanneer je ziet dat je buren zich niet aan de anderhalvemeter-afstandsregel houden.
In sommige steden was de kliktelefoon zo’n succes dat hij dezelfde dag nog door overbelasting crashte, waarmee bewezen is hoezeer men bereid is te klikken.
De overbelasting legt de overheid daarentegen uit als dat de kliklijn aan een behoefte voldoet…

Boven de stranden, pleinen en natuurgebieden hangen drones om ons in de gaten te houden.
We verwelkomen lachend en zwaaiend deze complete inbreuk op onze privacy, de overheid dankend onze veiligheid zo goed te bewaken.
Wat we niet in de gaten hebben is dat u, jij en ik het vermeende gevaar voor elkaar geworden zijn, waardoor u,jij en ik op overtreding voor de anders veiligheid worden gecontroleerd.

Kinderen die vorige week nog gewoon op het schoolplein een balletje trapten, werden dit weekende door snel aan een baan geholpen boa’s, om de anderhalvemeter afstandsovertreding, uiteengejaagd en beboet met € 400 per kind.
Het is onthutsend hoe snel dit soort maatregelen als beschermend en nu eenmaal hartstikke noodzakelijk geduid worden.

Wellicht komt het mede omdat ik door de WSNP een soort van eigendom van de staat ben, en me voor iedere stap verantwoorden moet, waarom ik me verbaas over de gewilligheid van de mensen om me heen, zich over te leveren aan de overheid.
Een uitspraak van Einstein is: ‘Wanneer je onder het volk maar genoeg angst zaait, kun je ze daarna alles wijsmaken.’
Ik zie het overal om me heen gebeuren, het volk smeekt zelf om opgesloten te worden.

Iedereen zal in de situatie waarin we ons bevinden schade opdoen.
Is het niet financieel dan wel psychisch.
Daardoor zullen we aan het eind van deze corona-crisis allemaal van de overheid, de banken en/of de hulpinstanties afhankelijk zijn.
Met andere woorden: de overheid kan straks met ons doen wat ze wil.

Wat me zo verbijsterd is dat de roep om deze afhankelijkheid gezien wordt als dat de overheid ons beschermt, waarom we willoos gehoorzamen aan alles wat ons opgedragen wordt, ja zelfs smeken om nóg strengere beperking van onze vrijheid.

Maar wat me het meest verbaasd is; de christelijke lauwheid en gelatenheid.
Het verbijsterd me dat, voor zover ik dat in mijn eigen omgeving waarneem, het net lijkt alsof alles gewoon doorgaat.
Wel op een andere manier, zonder echt contact, ‘maar ach…dat is nu eenmaal even nodig.
We moeten de overheid toch gehoorzaam zijn?’
Het is zelfs zo dat vragen daarover als te ver gezocht en als sterk overtrokken beoordeeld worden.

Toen de Paus onlangs opriep tot een wereldwijd gezamenlijk het Onze Vader bidden, was ik zo blij daaraan mee te kunnen doen.
Daarna zag ik een filmpje waarin een zeer gerespecteerd voorganger dit gezamenlijk Onze Vader bidden duidde, als dat we ons op deze manier misschien wel net zo voor schut zetten als toen Israël in hun strijd tegen de Filistijnen de Ark des Verbonds in hun midden meenam.
Ik voelde me haast schuldig anderen ‘meegetrokken’ te hebben in de ogenschijnlijke dwaasheid samen het Onze Vader te bidden.

Aan de andere kant wordt me van verschillende zijde steeds benadrukt de tijd waarin we leven niet zo te willen duiden, maar het gewoon te ondergaan als een periode die ook wel weer voorbij gaat.

Ik vraag me af of dat terecht is.
Als ik de Bijbel lees dan zie ik dat God al vanaf het begin profeten aanstelde om de soms abnormale omstandigheden, crisissituaties, oorlogen en rampen ten tijde van toen te duiden.
Neem bv. Noach.
Hij bouwde 120 jaar aan een schip op het droge.
Ik geloof dat hij al die jaren ook geduid heeft waarom.
Wanneer je verder leest spreken de door God aangewezen richters en profeten steeds duiding uit over waarom het niet goed ging met het volk Israël.
Een profeet als Jeremia nam geen blad voor de mond het volk Israël de wegvoering naar ballingschap als gevolg van hun zondige levenswandel te duiden.
Jezus, de Zoon van God, onthoudt zich ook niet van duiding over de tijd waarin Hij leefde, sterker nog, ook niet over onze tijd!
Op vele plekken lezen we hoe Hij ons waarschuwt voor zeer zware tijden van chaos, verwarring en vervolging.
Een tijd waarin de wereld zal smeken om iemand die ons verlossen zal uit de wereldwijde crisis, angst en radeloosheid.
Deze leider zal rust brengen in de chaos en als god aanbeden worden.

Maar wij, de kinderen van God weten wel beter, het is Satan zelf, de antichrist.
Jezus is daar in Openbaring heel duidelijk over, waarom Hij ons ook zo dringend waarschuwt in deze moeilijkheden en beproevingen standvastig te blijven en uit te zien naar zijn komst.
Tegelijk uit Hij de klacht: ‘zal ik nog geloof vinden?’

Ik hou daarom mijn hart vast bij de uitdrukking: ‘we moeten de overheid toch gehoorzamen?!’
Hoe ver verwijderd zijn we dan om gehoorzaam het teken van het beest in ontvangst te nemen?
Bil Gates steekt momenteel al miljarden eigen kapitaal in een wereldwijd aan te brengen merkteken, allemaal voor onze veiligheid…

Ik vraag me bezorgd of er vanuit de kerk en onze voorgangers juist niet meer duiding moet komen over de vreselijke tijd waarin we leven.
We hebben het Woord van God waarin toch genoeg gezegd wordt waakzaam te zijn en niet in slaap te vallen, maar iedere tijd te duiden als dichter bij de voltooiing van Gods eeuwig Koninkrijk?
Dat daar een vreselijke tijd aan vooraf zal gaan is de Bijbel ook niet geheimzinnig over.
Als kinderen van God zijn we het toch aan onszelf verplicht het licht van Gods Woord over rampen,als die nu over de wereld gaan te laten schijnen en elkaar aan te moedigen trouw te blijven tot het eind?
Bovendien hebben we voor de in duisternis dolende wereld toch wel een andere Koning voor te stellen als de koning die ons nu in zijn greep houdt?

In plaats van de vraag tot minder duiding vraag ik onze kerkleiders om meer duiding, precies zoals de profeten dat vroeger deden.
Ik vraag u:
‘Laten we het Licht aandoen….’

Doe dit!

In de kerkelijke traditie waarin ik ben opgevoed, is het niet gebruikelijk vrijmoedig deel te nemen aan het Heilig Avondmaal.
Eerder het tegenovergestelde, omdat niet aangaan juist getuigenis geeft van een goed christelijk besef zondaar te zijn tegenover een heilig en verterend God.
In deze kerken is het een vroom en heilig teken dat de banken vol zitten met ‘zondebelijdenaars’ en de stoelen aan de Avondmaalstafel onbezet blijven.
De kan met wijn wordt na de dienst leeggegoten in de gootsteen en het gebroken brood aan de eendjes gevoerd.

In de verdere ontwikkeling van mijn geloofsloopbaan leerde ik een heel andere visie op het Heilig Avondmaal, een visie die duidelijk meer mijn hart raakte dan waar ik in opgevoed was.
Ik leerde op een nieuwe ongedwongen manier gewoon thuis de maaltijd van de Heer gebruiken, alleen maar omdat Hij zelf gezegd heeft: ‘doe dit tot mijn gedachtenis.’

Thuis Avondmaal vieren is een way of life geworden die niet altijd in de kerk begrepen, of nog erger, zelfs afgekeurd wordt.
Ook daar waar de Maaltijd van de Heer niet zo zwaar beladen is als waarin ik opgevoed ben.
Ik zou haast zeggen, was het dat maar iets meer, in die zin dat het soms een soort van periodieke kerkelijke gewoonte geworden is, die alleen dan plaats mag vinden wanneer de dominee het bedient, waarbij vooraf een kerkelijk opgesteld artikel tot de bediening van het Heilig Avondmaal door de voorganger wordt voor gelezen.
Voorwaarde tot deelnemen aan de Maaltijd is dan ook nog dat er eerst belijdenis des Geloofs afgelegd moet worden en afhankelijk van welk kerkelijk genootschap je lid bent, mag je als vrouw geen broek maar een rok dragen en is een hoofdbedekking verplicht.
Wannneer je gescheiden bent betekent dat in veel kerken zelfs dat het Lichaam van Jezus voor de rest van je leven verboden kost geworden is…

Ik zal niet zeggen dat het kerkelijk Avondmaalsformulier onzin is, maar wat ik me wel afvraag is: ‘hoe komt het dat we niet genoeg hebben aan alleen de eenvoudige woorden van Jezus; ‘doe dit tot mijn gedachtenis!’
Voor mij persoonlijk is dat de beste aansporing tot het mezelf waardig achten Avondmaal te vieren, gewoon omdat Hij me dat opdraagt.
Hij maant me simpelweg mijn dagelijks medicijn niet te minachten of te vergeten!

Naar aanleiding van het sluiten van de kerk i.v.m. het coronavirus, doet het me daarom verdriet dat we geleerd hebben alleen dan Avondmaal te (mogen) vieren wanneer een dominee ons daarin voorgaat.
Mag ik hardop vragen of, in welke kerk we ook zitten, licht of zwaar, deze met regels omgeven manier van Avondmaal vieren niet een ontzettend tekort doen is aan het verzoenend offer van Jezus?
Hebben we in het afzweren van de Rooms Katholieke manier van Avondmaal vieren, met het badwater ook niet gelijk het Kind weggegooid?
Zou het kunnen dat we in de regels en toelatingseisen tot de Maaltijd van de Heer, de kracht van het eten van Jezus’ lichaam en het drinken van Jezus’ bloed onderschat en ingeperkt hebben tot daar waar we het zelf toelaten of tolereren?
Passend gemaakt in ons religieus hoofddenken heeft het dan nog weinig met een kwetsbaar en open hartrelatie te maken.
Is het niet nét dat wat Paulus bedoelt met ‘het onwaardig eten en drinken van het Lichaam van Jezus?’
(1 Korinthe 11)

Hoe mooi zou het zijn wanneer temidden van een wereld in nood onze huizen de kerkjes van nu zijn!
Huizen waarin de kinderen van God hun positie van priesterschap innemen en vrijmoedig het Heilige der Heiligen betreden, om als gezin of alleen de gemeenschap der heiligen te betrachten in het vieren van het Heilig Avondmaal.
Ontdaan van alle franje van de formulieren simpelweg eten en drinken van het verbroken en geslacht Lichaam van Jezus omdat Hij zelf ons daartoe de opdracht gaf: ‘doe dit!’
Ik ben er van overtuigd dat de wereld waarin we leven er dan heel anders uit zal gaan zien.

Hou me vast…

Afgelopen zondag was het de tweede zondag dat de kerken gesloten bleven.
Alhoewel er diverse prachtige initiatieven worden ontwikkeld, zoals diensten via tv en internet zitten we als gelovigen in zekere zin al weken in een lockdown.
De deuren van de kerk zitten dicht en voorlopig zal dat ook zo blijven.
Op zondag psalm 122 zingen: ‘kom ga met ons en doe als wij’ klinkt opeens heel vreemd, omdat op dat in het openbaar doen straf volgt.
We mogen niet meer bij elkaar komen, dus zitten we massaal voor de tv of luisteren via internet een preek.
Onze voorgangers, pastors en dominees zijn een soort van lange afstand relatie geworden, het zal voor hen ook erg moeilijk zijn.
Preken in een lege kerk, tegen lege stoelen en banken, muziek op een bandje, het is alsof we van de ene op de andere dag ingemetselde nonnen en monniken zijn geworden.
Het deprimeerd me ontzettend.
En natuurlijk, ik ben (nog) niet ziek, ik lig niet op de IC naar adem te happen, maar toch ervaar ik de sfeer alleen al als erg verstikkend.

Door de week via internet een preek luisteren is een bewuste keuze waar ik vaak dagelijks heel veel bemoediging uit put.
Maar terwijl we al jaren gewaarschuwd worden voor contact zonder contact is het contact via datzelfde platte beeldschermpje aan een oplaadkabeltje in het stopcontact, vandaag nog het enige contact.

Bah, ik haat het.
Het maakt me boos en soms ook wel bang.
Niet bang om zelf ziek te worden, maar ik ontkom er niet aan dat mijn keel soms dicht knijpt van wat er allemaal om me heen gebeurt.
Is het al erg eenzaam en alleen in mijn huisje, op straat vliegt het me nog meer aan.
Iedereen loopt in zijn eigen bubbel, en owee als je te dicht bij komt…vreselijk!

Alsof het zijn reddingsboei was, liep deze week vlak voor me een man een stapel closetrollen, waar hij nog net overheen kijken kon mee te zeulen, terwijl hij tegelijk ieder contact vermeed.
Ik wist niet of ik er nu om lachen of om huilen moest.
Net zoals ik me heel tijd afvraag waarom, eer ook maar iets op slot ging, de kerken hun deuren al toesloten.
Daar zullen vast allerlei verstandig en rationele antwoorden op te geven zijn, maar steeds meer bekruipt me de vraag: ‘trappen we er nu zo gemakkelijk met open ogen in?’

Het is immers altijd al de bedoeling van Satan geweest de deuren van de kerk dicht te spijkeren?
Het is toch zijn doel dat we net als destijds de discipelen in plaats van als welkomscomitee bij het graf te zitten, ons achter gesloten deuren verschuilen en daardoor onzichtbaar worden?
Terwijl Jezus ons opdraagt zegenend en handoplegend erop uit te gaan, is de kerk de eerste geweest die opgedragen werd samenkomsten af te lasten om zodoende aanraking te vermijden.

Ik voel me in deze rare tijd, waarin het steeds meer lijkt dat de angst regeert, eenzamer dan ooit waarbij de vragen over de rol van mij als gelovige en de rol van de kerk me erg bezig houden.

Bij alle vragen weet ik één ding zeker; mijn Koning en Heer, mijn Verlosser, Bruidegom en grote Broer, popelt om me op te halen en voor altijd samen te zijn.
Wat zie ik er naar uit voor eeuwig alles in Hem te zijn…

Samen delen/Voedselbank.

Vorig jaar juni, na mijn wekelijk bezoek aan de Voedselbank, kwam ik er thuis achter dat de bak overrijpe aardbeien en los neergelegde al net zo overrijpe abrikozen en enkele kiwi’s, zich als een fruit-smoothie over de rest van de boodschappen had uitgespreid.
Het was de druppel die de emmer van pijn, vernedering om het handje ophouden, en de eis dankbaar te ‘moeten ‘ zijn, over liet lopen.
Ik heb zo vreselijk gehuild…

Daarna schreef ik het volgende blog wat heden ten dage nog net zo actueel, of misschien nog wel meer actueel is.
Ik heb namelijk nooit een antwoord gekregen op mijn vraag welk getuigenis er van de kerk in het algemeen uit gaat, wanneer ze haar eigen leden naar de Voedselbank laat gaan.
Wanneer je, zoals ik ook in mijn blog schrijf, de gemeente uit Handelingen 4 aanhaalt, moet ik dat zien als een droombeeld zoals een gemeente misschien wel zou moeten zijn, maar als ideaalbeeld toch echt niet haalbaar is.
Zelf zie ik dat anders.
Ik lees de Bijbel niet als droombeeld van hoe het zou moeten zijn, maar als aanmoediging en bemoediging hoe we in verbondenheid met Jezus en elkaar gemeente mogen en kunnen zijn zoals beschreven in Handelingen 4.

Mijn blog haalde zelfs de krant (ND 5 juli 2019) en riep grotendeels iritatie en zelfs openlijke vijandschap op.
Hier en daar was er wat goed bedoelde verontwaardiging en zeiden mensen dat ze het nooit zo bekeken hadden.
Jammergenoeg is deze verontwaardiging en het ongemakkelijk voelen over nood van de naaste meestal maar van korte duur, en blijft alles gewoon bij het oude.

Ik ben overigens daarna niet meer naar de Voedselbank gegaan.
Het was lichamelijk en emotioneel te zwaar.
Ik ben daarbij nog steeds van mening dat de Voedselbank enerzijds een geweldig goed initiatief en anderzijds een groot gevaar voor de volksgezondheid is.
Dit omdat ik zelf ervaren heb dat je wel genoeg te eten krijgt, maar door alle overbodige zoet, zout en vet ondervoed raakt.



Voedselbank

De gemeente uit Hand. 4 :32-34 wordt vaak als een droombeeld van een goed functionerende gemeente gezien.
Ze waren één van hart en geest en deelden al hun bezittingen met elkaar.
Wat was het geheim van de eerste kerk?
Men stond in vuur en vlam voor Jezus en sprak vrijmoedig over Hem.
Vervuld van grote genade, was het niet moeilijk om wat men zelf bezat te delen met elkaar.

Als zogenaamd onder aan de samenleving bungelend kerklid roept het lezen van Hand.4 bij mij de volgende vraag op;
‘welk getuigenis gaat er van de kerk van vandaag uit, wanneer haar eigen broers en zussen naar de Voedselbank moeten gaan om daar op hun beurt wachtend, de door hun eigen kerk gedoneerde boodschappen op te halen?

Ik woon zelf om de hoek van de kerk, net als de meeste van ons, waardoor het afgeven tijdens de maandelijkse inzameling een makkie is.
De Voedselbank is 6 kilometer verderop.
Omdat ik grotendeels afhankelijk ben van de Voedselbank moet ik dus iedere week, weer of geen weer, 12 kilometer fietsen om het pakket op te halen.
Het voedsel pakket bestaat voor het overgrote deel uit blikken soep, blikken groenten, deegwaren, potten sauzen , gezoete ontbijtgranen, chips koekjes, en verder houdbaar eten.
Aangevuld met leftovers uit de supermarkten zoals afgekeurde groenten en fruit, waar degene met een wat meer gevulde portemonnee in de winkel hun neus voor ophalen.
Van wat de Voedselbank mij biedt, kan ik tevens iedere avond te zoete en te vette snacks eten, ware het niet dat ik dit soort boodschappen na het eerste jaar 10 kg. te zijn aangekomen niet meer meeneem.

Ik heb er moeite mee, met de Voedselbank.
Goed bedoeld, daar twijfel ik niet aan, net zomin als aan de welwillende offervaardigheid in de kerk.
Maar ik heb een vraag;
Wie dien je met die offervaardigheid?
Ik vraag dat omdat mij nog nooit gevraagd is wat voor impact het op mezelf heeft dat ik naar de Voedselbank moet gaan.

‘Hoe ervaar je dat als steeds afhankelijk van wat anderen je toebedelen?
Eet je wel gezond met wat je van ons krijgt?’

Ik probeer deze nooit gestelde vragen hier te beantwoorden:
‘Ik ben blij dat jij/u als lid van de kerk mee doet aan de inzameling.
Tegelijk vraag ik me af; voor wie u/jij dat doet?
Voor de kwetsbare medemens of ook voor jezelf?
Begrijp me goed, het gaat niet om goed/fout.
Je medemens dienen is bijbels, maar zelf ook lid van een kerk, voelt het voor mij vaak alsof die paar boodschappen doneren, tevens een soort afkopen is van een fnuikend schuldgevoel over eigen rijkdom en bezit.
Dat baseer ik voorzichtig op de vaak naar mij gemaakte opmerking dat het zo fijn voor míj is dat er in ieder geval nog een Voedselbank is.
En wat als ik er helemaal niet blij mee ben?
U/jij hebt me dat toch nog nooit gevraagd?
Ik vind het nl. verschrikkelijk!
Het is iedere week weer een confrontatie met de onmacht van het onderaan de samenleving bungelen.
Een samenleving waar het haast onmogelijk is zelf beslissingen te nemen over wat ik wel of niet fijn vind, wat er gegeten wordt, en waar mijn geld naar toe gaat.
Een samenleving waar instanties, deurwaarders en ontelbare loketten de baas over mijn leven zijn geworden en daar zelf een dikke boterham aan verdienen.
Deze genadeloze samenleving botst zo met wat Jezus zegt in Handelingen 4, en botst daarom ook zo met wat ik in de kerk zie gebeuren.
‘In de kerk zijn we één grote familie waar we voor elkaar zorgen’ hoor ik dikwijls roepen.
Is dat zo?

Wanneer ik temidden van overwegend Arabisch sprekende mannen en zwart gesluierde vrouwen in de Voedselbank wacht op mijn beurt, maak ik mij juist zorgen om de kerk.
Mijmerend over Hand.4:33 ; ‘de apostelen gaven een krachtig getuigenis van de opgestane Jezus’ verlang ik zó naar dat getuigenis in onze kerken.
Ik geloof dat niet alleen ik, maar velen met mij, dan niet meer elke week 12 kilometer hoeven te fietsen voor de leftovers van de rest van het welvarende land als ons Nederland dat is.
De reden voor geen gebrek verheugd me nog het meest;
Op ieders lippen het krachtig getuigenis van de opstanding van Jezus.

En de menigte van hen, die tot het geloof gekomen waren, was één van hart en ziel, en ook niet één zeide, dat iets van hetgeen hij bezat zijn persoonlijk eigendom was, doch zij hadden alles gemeenschappelijk. En met grote kracht gaven de apostelen hun getuigenis van de opstanding des Heren Jezus, en er was grote genade over hen allen. Want er was ook niet één behoeftig onder hen; want allen, die eigenaars waren van stukken grond of van huizen, verkochten die en brachten de opbrengst van de verkoop en legden die aan de voeten der apostelen; en aan een ieder werd uitgedeeld naar behoefte.’
Handelingen 4:32-35 NBG51
https://www.bible.com/328/act.4.32-35.nbg51


https://www.nu.nl/eten-en-drinken/4949105/klanten-van-voedselbank-eten-ongezonder.amp

Afhankelijk.

Wanneer je in de positie bent dat het niet meer anders kan dan dat je anderen nodig hebt, heb je heel wat onder je voeten te trappen.
Afhankelijk zijn maakt je kwetsbaar, en deze kwetsbaarheid nodigt uit te kwetsen.

Gedurende vele jaren vechten voor mijn relatie werd me in allerlei therapieën het stempel ‘afhankelijk’ opgeplakt.
Toen ik daarentegen ging vechten voor mijn onafhankelijkheid werd ik bewust afhankelijk gemaakt; tengevolge van mijn stap naar onafhankelijkheid ben ik nu afhankelijk van allerlei instanties die me eerst verweten dat ik me in mijn huwelijk te afhankelijk opstelde.

Omdat het niet meer anders kon en kan dan dat ik, met name op financieel gebied, hulp moe(s)t vragen, kan ik niet anders dan concluderen dan dat afhankelijkheid reden lijkt te zijn voor het ongelimiteerd schofferen, negeren en kleineren door minder (financieel) afhankelijke naasten.
Het lijkt op een voortzetting van hoe ik eerder in mijn huwelijk werd behandeld.
Ik kom het regelmatig tegen dat terwijl ik de moed heb me kwetsbaar op te stellen en om hulp vraag, mijn afhankelijkheid ter discussie wordt gesteld.
Alsof mijn afhankelijkheid en mijn vraag om hulp hieruit te komen reden geeft voor nog meer onderdrukking, waardoor ik bewust of onbewust nog meer afhankelijk wordt gehouden of gemaakt.

Er wordt me vaak verteld ‘het achter me te laten’
Wanneer ik vraag me te helpen ‘het achter me te laten’ en hulp vraag naar een leven van onafhankelijkheid, is het antwoord al gauw: ‘ieder is voor zichzelf verantwoordelijk.’
Als ik vervolgens vertel wat zo’n opmerking bij me oproept: ‘ik voel me vreselijk eenzaam omdat ik hiermee zelf wordt achtergelaten’, wordt me verteld dat een ander nu eenmaal niet mijn eenzaamheid oplossen kan.

Is het gek dat ik zo langzamerhand denk: wie heeft wie nou nodig?
Ik heb de maatschappij nodig om onafhankelijk te kunnen zijn, de maatschappij houdt me liever afhankelijk en bepaald voor mij waar ik wel of geen recht op heb, kortom: hoe ik leven moet.
De gedachte komt regelmatig in me op;’ben jij mijn dankjewel nodig om daar zelf een goed gevoel over te krijgen?
Vraag je je ook werkelijk af wat ik daarbij ervaar of voel?’

Elk gevoel of wat ik er zelf over zeggen wil wordt tegen me gebruikt, waardoor je mond steeds verder gesnoerd wordt.
Terwijl ik daar nou juist uit ontsnappen wilde!

Ik ben dankbaar voor alle hulp.
Alleen dat ik afhankelijk van de gunst van anderen alleen hulp krijg bij wat een ander bepaald wat goed voor mij is, daartegen komt mijn vraag om hulp naar een ‘onafhankelijk van anderen leven’ in opstand.
Ik kom ook in opstand tegen de schijnbare machtspositie van al diegenen die mijn afhankelijkheid gebruiken mij voortdurend op mijn eigen verantwoordelijkheid te wijzen.
Omdat het mij overkomt als: ‘ ben ik mijn broeders hoeder?’ is mijn vraag ‘wil je eens nadenken wat dan jou verantwoordelijkheid is naar de naaste in nood?’

Eigen schuld, Jezus’ bult.

De op waarheid gebaseerde tv serie Unbelievable gaat over Marie, een meisje van 12 dat niet geloofd werd nadat ze aangifte deed van een goed voorbereide verkrachting Daardoor verschoof langzamerhand de mening over haar van slachtoffer naar dader.
Als zeer onbetrouwbaar leugenachtig en bestempeld als afhankelijk van negatieve aandacht, werd ze door iedereen in de steek gelaten.
Tot het uiterste in het nauw gedreven verklaarde ze uiteindelijk over de verkrachting gelogen te hebben waarna ze zelf werd aangeklaagd en veroordeeld voor het doen van een valse aangifte.

De dader in dit verhaal waande zich onaantastbaar en ontwikkelde zich als een serieverkrachter die jarenlang het ene na het andere slachtoffer maakte.

Marie veranderde ondertussen van een extrovert en vrolijk jong meisje in een schuw, monddood en het liefst onzichtbaar bang vogeltje.
Ten gevolge van haar veroordeling voor het doen van een valse aangifte moest ze verplicht in therapie waar de therapeut haar de vraag stelde wat ze geleerd had van deze situatie en wat ze doen zou wanneer ze weer met onrecht te maken zou krijgen.
Zou ze dan weer liegen?

Greep haar geschiedenis me al erg aan, het antwoord van Marie deed me dat des te meer:
‘Ik hoor te zeggen dat ik niet zou liegen als ik het over zou moeten doen.
Maar de waarheid is dat ik eerder zou beginnen te liegen.
En beter zou liegen.
Ik zou het zelf uitzoeken.
Alleen.
Hoeveel iemand ook zegt om je te geven, het is niet zo.
Niet genoeg.
Misschien willen ze het, of proberen het, maar andere dingen worden belangrijker.
Dus daar zou ik mee beginnen.
Liegen.
Want zelfs goede mensen, mensen die je min of meer kunt vertrouwen; een waarheid die ze niet past, een waarheid die ze niet uitkomt, geloven ze niet.
Zelfs als ze echt om je geven.
Ze geloven het gewoon niet…’

Waarom deze serie, ‘Unbelievable’ me zo boeide is omdat een verhaal als dat van Marie niet op zichzelf staat.
Het is aan de orde van de dag dat slachtoffers van misdaden op seksueel gebied niet gehoord worden maar daarentegen zelf het stickertje ‘dader’ krijgen opgeplakt.
Vaak niet zo duidelijk zichtbaar zoals in het geval van Marie maar meer onderhuids en daardoor niet minder verwoestend.
Een slachtoffer van seksueel geweld moet gewoon zijn/haar mond houden, daar komt het op neer.
De maatschappij is over het algemeen niet gediend van dit soort verhalen.
Het gevolg daarvan is dat de omgeving medeverantwoordelijk wordt voor de volgende slachtoffers op het voor de dader door de omgeving geëffend pad.
Niet alleen medeverantwoordelijk voor de verwoestende gevolgen in het leven van het eerste maar ook voor de verdere ontwrichting van de maatschappij.
Een volgend slachtoffer ondergaat immers hetzelfde lot, waardoor de cirkel zich niet om de dader, maar om het steeds kleinere wereldje van het slachtoffer sluit.

Het is, zoals Marie het zegt: ‘een ongemakkelijke waarheid.’

In het kader van de serie ‘Unbelieveble’ las ik in een artikel op
https://www.psychologiemagazine.nl/artikel/ze-vroeg-erom/

“Wie slachtoffer is van een misdrijf kan behalve op medeleven ook bijna altijd rekenen op victim blaming, slachtofferbeschuldiging. Want: wie trekt er dan ook zo’n kort rokje aan; wie laat zich nou dronken voeren; wie gaat er dan ook naar zó’n land op vakantie…

◦ THE JUST-WORLD-THEORIE.

De neiging om slachtoffers verantwoordelijk te houden voor het onheil dat hen is overkomen, is een veelgemaakte denkfout en staat te boek als dejust world bias, ofwel de rechtvaardige-wereldfout. Zo’n reactie komt voort uit het vertrouwen dat de wereld een geordende, voorspelbare en rechtvaardige plek is waar iedereen krijgt wat hij verdient. We vinden dit geloof terug in spreekwoorden zoals ‘boontje komt om zijn loontje’, ‘wie goed doet, goed ontmoet’ en ‘wie oogst, zal zaaien.’ Kinderen krijgen dit vertrouwen met de paplepel ingegoten en ook in boeken en films zegeviert uiteindelijk de held van het verhaal en krijgt de boosdoener zijn verdiende straf: hij sterft of verliest zijn vermogen of zijn gezondheid.

De just world bias heeft een functie. Wanneer we het slachtoffer verantwoordelijk houden voor zijn ellende, houden we de illusie in stand dat we zelf controle hebben over de gevolgen van ons gedrag. Het is immers vervelend om te moeten constateren dat je iets doet dat onvoorspelbare consequenties heeft.
( Aldus https://www.volkskrant.nl/auteur/SUZANNE%20WEUSTEN)

In het artikel van https://www.psychologiemagazine.nl/artikel/ze-vroeg-erom/ valt te lezen dat gelukkig niet iedereen aan victim-blaming doet.
“Waarin verschillen zij van de mensen die met een beschuldigende vinger naar het slachtoffer wezen? Laura Niemi, onderzoeker aan de Harvard-universiteit in Massachusetts, publiceerde onderzoek waaruit blijkt dat ‘de meelevers’ andere morele waarden hebben.
Als het om die morele waarden gaat, zijn er grofweg twee groepen. De eerste bestaat uit mensen met overwegend individualiserende waarden. Zij geven prioriteit aan de bescherming van het welzijn en de rechten van individuen. Volgens Niemi denken deze mensen bij delicten aan een slachtoffer en een dader: het slachtoffer wordt iets aangedaan en moet worden beschermd.”

◦ VICTIMBLAMING, NIET IN DE KERK TOCH?

Als Christen, kerkelijk meelevend gemeentelid én slachtoffer van zowel huiselijk als seksueel geweld, ben ik vooral benieuwd naar hoe er in de kerk, de Familie van God, wordt omgegaan met het fenomeen victim-blaming.
Aan welke morele waarde hecht de kerk zich wanneer zij met een ‘ongemakkelijke waarheid’ wordt geconfronteerd?
Tot mijn groot verdriet en herkenning lees ik het volgende:

“De tweede groep bestaat uit mensen met meer bindende waarden: ze zijn loyaal aan de groep, gehoorzaam aan het gezag en ze hebben religieuze en seksuele zuiverheid hoog in het vaandel staan. Uit alle experimenten van de Harvard-onderzoeker bleek dat deze mensen de slachtoffers meer stigmatiseren en de schuld geven. Het groepsbelang staat voor hen ver boven het individuele belang, waardoor ze minder sympathie voor slachtoffers hebben en eerder een hard oordeel vellen over iedereen die zich niet conformeert aan de groepsregels. Deze mensen leven dus minder mee met het slachtoffer, ze richten zich op wat die persoon had kunnen doen om het delict te voorkomen.”
http://www.psychologiemagazine.nl

◦ VICTIMBLAMING NIET IN DE KERK, NEE

Terwijl ik geloof dat kerkleden goedwillende mensen zijn en er niet bewust op uit zijn aan victim-blaming te doen, is wat er uit dit onderzoek naar voren komt erg confronterend.
Kort gezegd komt het erop neer dat een slachtoffer van seksueel/huislijk geweld in de kerk van een kouwe kermis thuiskomt.
Jammergenoeg gebeurt dit in kerken van alle denominaties.

Hoe komt het dat wanneer de kerk religieuze en seksuele zuiverheid hoog in het vaandel heeft, toch maar weinig sympathie op kan brengen voor slachtoffers?
Hoe komt het dat de broers en zussen van Christus een familielid dat het meest bescherming nodig heeft buitensluiten?
Het kan niet anders dan dat zich onder het fenomeen victim-blaming onder gelovigen, een nog veel groter probleem schuilhoudt; nog gemener en nog meer onderhuids.
Dit fnuikend en ondermijnd gegeven heet ‘Schuld.’
Dat wat Paulus in de Romeinenbrief schrijft, niet geloven.

‘Want allen hebben gezondigd en missen de heerlijkheid van God, en worden om niet gerechtvaardigd door Zijn genade, door de verlossing in Christus Jezus.’
Romeinen 3:23-24 HSV
https://www.bible.com/1990/rom.3.23-24.hsv

Om niet zijn we gerechtvaardigd; om niet!
Om niet zijn we verlost, om niet!
Terwijl we door onze zonden de genade verkwanseld hebben, ontvangen we het desondanks om niet, alsof we het zelf verdiend hebben.
‘God freely give away His rightousness’ zegt The Passion Translation

Geloof praat de Schrift na wat Paulus ons in zijn brief aan de Kolossenzen schrijft:

‘En Hij heeft u, toen u dood was in de overtredingen en het onbesneden zijn van uw vlees, samen met Hem levend gemaakt door u al uw overtredingen te vergeven, en het handschrift dat tegen ons getuigde, uit te wissen. Dit handschrift was met zijn bepalingen tegen ons gericht, en Hij heeft dat uit het midden weggenomen door het aan het kruis te nagelen. Hij heeft de overheden en de machten ontwapend, die openlijk te schande gemaakt en daardoor over hen getriomfeerd.’
Kolossenzen 2:13-15 HSV
https://www.bible.com/1990/col.2.13-15.hsv

Geloof zegt dus: ‘Satan, de aanklager is de mond gesnoerd!
Satan is voorgoed ontwapend en voor schut gezet…!

Omdat we het doorgaans maar moeilijk vinden vrijspraak van elke schuld te ontvangen zonder daar zelf iets voor te hoeven doen, noemen we ons vaak; ‘evengoed nog een zondaar.’
Alsof het een nederig offer aan Jezus is, doen we aan victim-blaming naar onszelf en verontschuldigen we onszelf tegelijkertijd vast voor het niet zo nauw nemen van de zonde.
Iedereen die je verteld daarmee de tandloze vijand, de duivel een mond om te spreken geeft zal dat ontkennen, maar dat is toch precies wat er gebeurt?
De Waarheid in Christus een nieuwe schepping te zijn en daarom vrijgekocht uit de macht van de zonde wordt op deze manier een ‘ongemakkelijke waarheid.
Een triest gevolg van het niet om kunnen gaan met deze waarheid, vrij te zijn in Christus, is dat een verhaal zoals dat van Marie zelfs in de kerk een ongemakkelijke waarheid wordt.
Wanneer een kerk of individueel gelovige als victim-blamende kerk weigert te ontvangen ‘om niet’, zal ze daarom een geweldsslachtoffer vooral vertellen wat ze zelf had moeten doen om het geweld te voorkomen.
De kerk die op Golgotha vrijspraak ontving, is vervolgens degene die haar eigen meest hulpeloze leden buiten de poort kruisigt en op dat moment nogmaals Jezus aan de paal nagelt.

Mijn gebed is dat de kerk, Evangelisch, Gereformeerd, Room Katholiek, eens ophoudt het over schuld te hebben.
Ik bid dat omdat Jezus’ offer schuld de mond heeft gesnoerd de kerk diegene die de tanden uit de mond zijn geslagen recht van spreken geeft.
Ik bid dat omdat Jezus tussen hemel en aarde hing degene wie de bodem onder de voeten is weggeslagen, in de kerk op hun voeten worden gezet.
Ik bid dat de kerk de plek is waar Marie niet meer hoeft te liegen.
Waar u/jij niet meer hoeft te liegen.
Waar ik niet mee hoef te liegen…

Voltooid of Volbracht?

Ik ben geschokt, voor de zoveelste keer trouwens.
Wat is er aan de hand?
Wel, Pia Dijkstra heeft uitredding geboden uit de soms eindeloos moedeloze situatie, waarin ik en velen met mij, die als een speelbal van allerlei instanties van het ene loket naar het andere loket worden verwezen en daarna dan weer van het kastje naar de muur worden gestuurd.

Het gevolg van deze figuurlijke enkelband is een langzaam maar zeker vereenzaming, omdat net genoeg geld hebben om niet ondervoed te raken, automatisch uitsluiting van allerlei activiteiten inhoudt.

Maar goed, vandaag lanceerde D66 een nieuw reddingsplan voor de duizenden ouderen, (!?) 55 plussers, die zich door allerlei oorzaken als schulden en opstapelende problemen vaak eenzaam voelen.

Alsof ze het patent heeft op barmhartigheid en mededogen verteld Pia Dijkstra zich in te zetten voor hulp aan deze groep.
Ze zegt dat ze daar recht op hebben, vandaar dat de overheid de zorg op zich neemt deze eenzamen uit hun lastige situatie te verlossen.

Precies de groep waartoe ik zelf behoor dus spits ik mijn oren…
Is er dan eindelijk iemand die bereid is naar mijn klacht te luisteren om daarna in actie te komen?
Hallelujah, er gloort licht nog voor ik de donkere tunnel uitgelopen heb.

Het moet volgens Pia, makkelijker worden zelf te beslissen dat het genoeg is.
Nou, dat is goed nieuws, want ik vind namelijk al jaren dat het genoeg is!
Door de vele teleurstellingen huiverig geworden voor de addertjes onder het gras, ben ik benieuwd naar wat ze verder nog te zeggen heeft.
En ja hoor, meteen bijt de adder me in de hiel, en wordt me door de overheid die zich verplicht heeft haar burgers te beschermen, een voltooid leven aangeboden.
Met andere woorden, ik krijg toestemming mezelf te vermoorden…

Dat ik in een tijd met de verwachting van steeds meer gezonde 100 plussers, als 55 plusser al een oudere wordt genoemd vind ik overigens nogal merkwaardig en hoogst verdacht.
Wordt me nu door Pia aangepraat dat het genoeg is, of heb ik dat zelf beslist?
Volgens Pia ga ik ervan uit dat ik overbodig ben, maar vind ik dat zelf ook?

Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat hier een andere macht aan het werk is, een macht die de overheid aanstuurt een vals signaal van empathie met mensen in nood uit te zenden.
De macht van de slang die al in het Paradijs liet zien hoezeer hij God en de kinderen van die God haat en niets zal schuwen mij te gronde te richten.
De slang die met zijn sluwe bijna-waarheid verleidt tot vernietiging van dat wat God goed gemaakt heeft, zelfs zeer goed!
Als ik niet wist van een een andere macht die in zijn kruisdood de kop van deze adder vermorzeld heeft zou ik er zo maar achteloos in trappen.

Bah, wat word ik hier boos van!
Heilig verontwaardigd vraag ik me af wat er met mijn generatie aan de hand is en waarom ze in plaats van biddend in de bres te staan voor hun kinderen en kleinkinderen zelfmoord boven het leven met De Levende verkiezen.
Tevens dringt de vraag zich op waar de kerk was op het moment dat de ‘ouderen’ van nu zelf nog biddend omringt werden door ouders en grootouders.
Hoe komt het dat zonde steeds minder zonde wordt genoemd en het leger cheerleaders dat de adder als held binnenhaalt steeds groter en groter wordt?
Tot mijn verdriet ook in de kerk…

Mijn lieve broers en zussen, terug, terug naar het getuigenis van Jezus Christus en die gekruisigd.