Vallen en Vliegen.

Vanmorgen zag en luisterde ik een interview met de schrijfster Manon Uphof n.a.v.haar nieuwe boek; Vallen is als vliegen.
Om te vertellen waarover het boek gaat blokkeert me meteen.
Na iets verteld te hebben over het gesprek met Manon zal ik je zeggen waar mijn eigen blokkade zit.

De aanleiding voor Manon om dit boek te schrijven is de zelfgekozen dood van haar zusje.
Manon Uphof zegt daarover dat dit overlijden voor haar zelf niet meer dan een mededeling was.
Daarna ging ze op zoek naar de reden waarom ze de emoties rond de dood van haar zus niet binnen liet komen.

Ze verteld daarover dat ze in dat proces overvallen werd door een overweldigende hoeveelheid verdriet omdat ze niet in de gaten heeft gehad dat ze haar zus allang uit haar leven had weggedaan.
Ze had haar zus op veilige afstand gezet omdat ze niet geconfronteerd wilde worden met het verhaal van die zus.
Het was namelijk haar eigen geschiedenis.
Een verleden van seksueel misbruik en intimidatie in het gezin waarin ze opgroeide, wat ze het liefst zo ver mogelijk van zich af wilde stoten.

Door deze ontdekking werd weer een andere nog pijnlijker laag bloot gelegd.
Manon zegt: ‘Wanneer je niet in staat bent je eigen geschiedenis onder ogen te zien brokkelt ook je vermogen om verbinding met de levende buitenwereld te maken af.’

Ze zegt over slachtofferschap dat
slachtoffers zelf ook zo’n afkeer van het slachtoffer zijn hebben.
Er is weinig eer aan te behalen.
Je krijgt al gauw het verwijt: ‘verschans of verschuil je niet in je slachtoffer rol’
Ten tweede: De ander wil je vaak graag in de slachtofferrol houden, en geeft je geen ruimte om daarbuiten nog iets anders te zijn dan dat slachtoffer.
In beide gevallen lijkt men een excuus te hebben zich te distantiëren van het slachtoffer.

Ik herkende veel in wat ze vertelde.
Het is inderdaad zo dat de woorden van je verhaal hardop uitspreken niet alleen voor jezelf een confrontatie is met een verleden dat je het liefst ontkend, het is tevens een confrontatie met de buitenwereld die vaak ook het liefst je verhaal ontkent.

Wanneer dat verhaal wordt ontkend ontkend men in feite je bestaan.
Angst voor die ontkenning doet je daarom zwijgen, waarmee je je zelf ontkend.

In beide situaties gaat het om ontlopen van een bepaalde verantwoordelijkheid.
Naar jezelf om je eigen angst en schaamte onder ogen te zien en daar wat mee te doen.
Voor de ander om zijn verantwoordelijkheid je broeders hoeder te zijn.

Waarom ik niet meteen met de deur in huis val waarover het boek van Manon gaat is, omdat ik weet dat het overgrote deel van de lezers meteen afhaakt wanneer je de woorden ‘seksueel misbruik’ in de mond neemt.

Ondanks dat recherche, opsporingsdiensten en de media meer bevoegdheid en openheid proclameren, zwijgt men er het liefst over.
Niet alleen in de maatschappij, ook in de kerk.
Ik zeg dit omdat ik het zelf ondervind.

Wanneer ik mijn eigen angst voor afwijzing voorbij ben durf ik soms iets over mijn verleden met een pedofiele echtgenoot te vertellen.
Vaak is het zo dat dan meteen de sfeer verkilt.
Haast niemand wil het weten.
Het is een te schokkende waarheid die men het liefst ontkend.
Ik ook, alleen deze wereld is ongevraagd mijn leven binnen gedenderd.

Wat bijzonder pijnlijk is;
het afwijzen van een verhaal als dat van mij en duizenden anderen met mij, is een afwijzing van mij als persoon.
Net zoals Manon haar zus weg deed word je als slachtoffer van seksueel misbruik, in welke vorm dan ook, weg gedaan.
Het gevolg daarvan is, dat het probleem blijft bestaan.
Dit is niet alleen een bedreiging van míjn bestaan, maar ook van de net-doen-alsof-het-niet-bestaat dove hoorder.

Laat ik een klein maar heftig voorbeeld noemen.
Ivm het voortdurend achtervolgd worden door mijn verleden, schreef ik een gebedsverzoek blog.
Ik vertel in het kort wat er speelt, en waarom ik een muur van gebed om me heen nodig heb.
Er zijn mensen die voor en met me willen bidden, maar er zijn er ook genoeg die daar geen gehoor aan geven.
Al dan niet gewoon tegen me gezegd, wat al een klap in het gezicht is, of stilzwijgend negeren.
Ik vraag me af; ‘ is de oorzaak voor het negeren van mijn vraag om gebed, negeren van eigen pijn en emoties?’
Ik vermoed het, waardoor ik daarom zelf op de knieën ga voor meer openheid tussen broers en zussen in Christus.

Ik schreef laatst een blog over klagen.
Dit n.a.v. een preek van Ds.Robert Roth over Psalm 88.
Wat ik in het praten daarover tegenkom is, dat er maar weinig mensen zijn die met je mee willen klagen.
Mee gaan huilen.
‘Je moet stoppen met klagen want je moet niet zo in je slachtofferrol blijven hangen,’ is een veel gehoorde reactie.

Wat Manon Uphof beschrijft komt op hetzelfde neer als wat ik zelf ervaar.
Vandaar dat het me zo raakte.
Het is mijn eigen zoektocht naar wat ik aan emoties mag en durf voelen.
Het is mijn eigen confrontatie met de hardheid van een wereld waarin veel ruimte is voor verhalen van bv oorlogsslachtoffers(en terecht)
Een zielig oorlogs of helden verhaal is veel gemakkelijker aan te horen omdat het zich meestal buiten het eigen veilige huisje-boompje-beestje leven afspeelt.
In werkelijkheid is er maar bitter weinig ruimte voor het verhaal van een meisje dat door haar vader, broer, opa, oom of leraar seksueel misbruikt is.
Terwijl deze gebeurtenissen zich misschien in je eigen huis afspelen, maar zeker in dat van één van je eigen familieleden of buren in de straat.
En, ook in de kerk…

Manon deed een zeer opmerkelijke uitspraak;
‘ sexueel misbruik is een bezetting van het eigen denken en functioneren.
Het is een verdergaande intimiteit dan elke andere intimiteit’
Het is een zeer pijnlijke waarheid…

Toch staat boven deze afschuwelijke waarheid de Waarheid zelf.
Deze Waarheid is niet maar zo een bewering of quote, het is een persoon; Jezus Christus en die gekruisigd.

Het doet me daarom des te meer verdriet dat we als broers en zussen, de familie in Jezus, eigen pijn en elkaars pijn negeren.
In feite wordt daarmee het heilzaam offer van onze Heer en Heiland genegeerd en afgewezen.

De intimiteit van het leven met Hem, de Gekruisigde en opgestane Heer, het Lam op de troon, doet elke andere intimiteit, goed of slecht, verbleken.

Onbetaalbaar voor niks.

Het kan je benauwen of verheugen dat voor de Heer onze God niets verborgen is.
Persoonlijk ben ik er erg blij om omdat daarin tevens Gods Genade zo zichtbaar wordt.

Dat Genade niet vanzelfsprekend is bewijst de volgende geschiedenis.

Het overspel van David met Bathseba is een bekend verhaal.
Uit angst dat zijn zonde aan het licht kwam liet koning David Uria, de man van Bathseba zelfs doden!

Stel dat deze opstapeling van zonde verborgen was gebleven, dan had David daar zelf voor moeten boeten.
Maar gelukkig; God kon dit niet over zijn kant laten gaan.
In het Paradijs had Hij al beloofd de zonde de nek om te draaien dus toen David zijn zonde onder het spreekwoordelijke kleed veegde, gedacht God aan Zijn verbond met de mens.
Hij was het aan Zichzelf verplicht David op het matje te roepen, niet om David de nek om te draaien, maar een voorproefje te laten zien van zijn belofte Satan de kop te vermorzelen.

Stel je voor dat je net als Nathan van de Heer de opdracht krijgt de koning op zijn zonde te wijzen.
De Here God geeft je als het ware een bezem om het verstopte vuil vanonder het tapijt tevoorschijn te vegen.
Dat gebeurd ook in het paleis van koning David.

Dan sta je als de machtigste man van het volk behoorlijk in je hemd!
Niet letterlijk, zoals toen hij zonder schaamte dansend van vreugde voor de ark van het verbond uit ging.
Net zomin letterlijk als toen David zijn koninklijke mantel in de hoek gooide en zich schaamteloos overgaf aan zijn wellust voor de vrouw van een ander.

Wat zal David zich naakt gevoeld hebben toen Nathan’s beschuldigende vinger naar hém wees; ‘gij zijt die man!’

Maar oh, wat begint hier Gods genade al te schitteren.

Paulus schrijft vele jaren later:

‘Waar de zonde meerder geworden is, daar is de genade veel meer overvloedig geweest;’
‭‭ROMEINEN‬ ‭5:20‬ b. SV-RJ‬‬
https://www.bible.com/165/rom.5.20

Genade is geen bezem waarmee het vuil onder het kleed geveegd wordt, genade is juist het tegenovergestelde.
De bezem moet erdoor!
Waar zonde geen zonde meer genoemd wordt, hollen we ook de genade uit.
Genade betekent niet zand erover.
Genade eist bloed.

Dat zien we ook bij David.
Wanneer hij zijn zonde belijdt kantelt de geschiedenis zoals die al in Jezus kruisdood voorzegd was.

We lezen:

‘Toen zei David tegen Nathan: Ik heb gezondigd tegen de HEERE. En Nathan zei tegen David: De HEERE heeft ook uw zonde weggenomen; u zult niet sterven.’
‭‭2 Samuel‬ ‭12:13‬ ‭HSV‬‬
https://www.bible.com/1990/2sa.12.13

Wat een genade; God was niet uit op de dood van Zijn vriend David, God was uit op de dood van Zijn eigen eniggeboren Zoon; Jezus.
Hij stierf als de beloofde Messias uit het geslacht van David de meest smadelijke dood en betaalde daarmee de prijs voor Davids zonde.
Jezus hing zelf naakt aan het kruis, om daarmee de naaktheid van zijn aartsvader David met de mantel der gerechtigheid te bedekken, koninklijker dan elk hermelijnen gewaad van welke vorst ook.

Genade is niet goedkoop!
Genade is als een kostbaar geslepen diamant.
In het donker is het een gewoon stukje glas, maar pas wanneer het licht van de zon haar spel met de facetten speelt, beneemt de schittering je de adem.
Zo is het ook met de zonde.
Wanneer zonde niet in het licht wordt gezet, blijft de schittering van Genade verborgen en blijven we zelf in het donker dolen.
Zonde van haar betekenis ontdoen, ontdoet ook Genade van haar betekenis.

Zonde is je doel missen, voorbij gaan aan de liefde van Jezus.
Wanneer zonde geen zonde meer is, beroven we onszelf van het mysterie van de Goddelijke Genade, en wordt Genade een holle klank.
God zelf nam de zonde zo serieus dat het Iemand de dood moest kosten, Zijn eigen Zoon.

Genade betekent ook dat God ieder mens zelf de keus laat.
Gelukkig koos David voor Genade om niet.
Zijn zonde op Jezus;
Jezus gerechtigheid op David.

Mijn zonde op Jezus;
Zijn gerechtigheid op mij…

De Processierups en het Kruis.

Biologen zeggen het allang, omdat we de waarschuwingen van de natuur in de wind hebben geslagen, daarom hebben we nu een processierups plaag.
En dat is nog maar één voorbeeldje van hoe we de verkondiging en waarschuwingen van natuurminnende predikers in de wind hebben geslagen.
Het één is het gevolg van het ander, daarom; omdat we niet geluisterd hebben krabben we ons massaal de huid stuk deze zomer.
Azaron heeft alleen maar een tijdelijke verdovende werking, het probleem blijft gewoon bestaan.

Daarom en omdat zijn aanwijzende voegwoorden, ze geven een reden aan.
Deze aanwijzende voegwoorden staan ook vaak in de Bijbel.
Zou het daarom zijn, dat omdat ze ons misschien een ongemakkelijk gevoel geven we er daarom gemakkelijk overheen lezen?

In allerlei verschillende vertalingen van Romeinen 1, het hoofdstuk waarin Paulus ontucht een zonde tegen het eigen vlees noemt, staat ook een paar keer, omdat en daarom.
Lees het maar eens na,
In de HSV staat:

Daarom ook heeft God hen in de begeerten van hun hart overgegeven aan de onreinheid om hun lichamen onder elkaar te onteren.’
‭‭Romeinen‬ ‭1:24‬ ‭HSV‬‬
https://www.bible.com/1990/rom.1.24.hsv

Daarom heeft God hen overgegeven aan schandelijke hartstochten, want ook hun vrouwen hebben de natuurlijke omgang vervangen door de tegennatuurlijke.’
‭‭Romeinen‬ ‭1:26‬ ‭HSV‬‬
https://www.bible.com/1990/rom.1.26.hsv

‭‭En omdat het hun niet goeddacht God te erkennen, heeft God hen overgegeven aan verwerpelijk denken, om dingen te doen die niet passen.’
‭‭Romeinen‬ ‭1:28‬ ‭HSV‬‬Q
https://www.bible.com/1990/rom.1.28.hsv

Wat zegt Gods woord ons in Romeinen 1?
Omdat de mens Gods liefde veronachtzaamd heeft, daarom heeft God mannen en vrouwen tegen elkaar in liefde doen ontbranden.
Omdat God niet de eer krijgt die Hem toekomt, daarom heeft God de mens overgegeven aan de zonde van tegennatuurlijke sex.

Over het algemeen weten we ons in de kerk geen raad met homofilie.
In het verleden is het zonder genade veroordeelt, vandaag wordt het zonder genade omarmd.

In beide gevallen gaat het om veronachtzaming van de genade.
Zou het komen dat omdat we de verkondiging van het kruis verschraald hebben tot een eenzijdig Evangelie van liefde voor zondaren, we daarom de volledige betekenis van wat er in en door die Liefde aan het kruis plaatsvond, niet meer kunnen of willen verdragen?
Is het daarom dat we zo wereldgelijkvormig zijn geworden?

In principe weten we ons geen raad met Genade…

Omdat onze eigen gedachten lijnrecht tegenover Gods gedachten staan, is ons zalfje van overal liefde op te smeren een tijdelijke verdoving voor de pijn van de eenzaamheid van een leven zonder volledige toewijding aan God.
Hoe nodig is het daarom dat we onze lampjes vullen met de olie van de Heilige Geest, zodat we in deze tijd van verzoeking waakzaam kunnen, durven en moeten zijn.

Denkt u, jij ook niet dat we terug moeten naar de heuvel Golgotha om daar aan de voet van het kruis eerbiedig neer te knielen?
Wanneer we gezamenlijk ootmoedig onze zonde van minachting van het offer van Jezus Christus belijden, zal God ons vergeven, omdat Hij in Zijn Zoon allang afgerekend heeft met de zonde.
Elke zonde!
Juist dan, omdat we in ootmoed de diepte van Liefde en Genade gaan begrijpen, openbaart Vader ons elk antwoord op de vraag; ‘wat moeten we doen Heer?’

Wanneer we het omdat en daarom van Gods heilzaam woord in de wind slaan zijn we niet ver verwijderd van een Pedo-processie.
Luister het nieuws daarover en open je ogen voor het zachtjes in masseren en de ogen sluiten voor de volgende zonde tegen het eigen vlees.
Lees daarnaast hoofdstuk 1 van de brief aan de Romeinen en vraag God zelf om een openbaring van de betekenis van Zijn levenbrengend woord.

Paulus zegt in vs. 25 van datzelfde hoofdstuk dat onze Schepper is te prijzen tot in eeuwigheid.
Waarom?
Daarom; omdat aan het hout van de boom op Golgotha elke processie van de zonde de pas is afgesneden en voorgoed vernietigd.
Amen!

Is dat nou wel echt zo?

Van Johannes weten we dat hij zichzelf ‘de apostel die Jezus lief heeft’ noemt.
Zó onder de indruk van de toewijding van zijn Meester, wist hij zich door Jezus intens geliefd en bemind.
‘The beloved’ zegt de Engelse vertaling; een geweldig woord dat in de klank zelf al een prachtige liefdes melodie is.
The beloved John…

Al eerder lezen we dat bij Zijn doop in de Jordaan de hemel zich opende en de Heilige Geest als een duif op Jezus neerdaalde.
Tegelijkertijd sprak uit de hemel Vaders’ luide stem; ‘Deze is mijn geliefde Zoon in wie Ik een welbehagen heb.’
Dit gebeurde niet in het geheim maar in het openbaar met veel toeschouwers er omheen.

Het zal je maar gebeuren dat de God van hemel en aarde vanuit de hemel roept dat je de Geliefde bent.
En niet alleen dat, God doet er nog een schepje bovenop door er achteraan te zeggen; ‘in Wie Ik een welbehagen heb,’
Om met woorden van deze tijd te spreken; Vader gaat uit zijn dak van euforische blijdschap over zijn Zoon!

Wat is de reden van dit welbehagen, deze euforie?
Hoe bizar en ongelooflijk dit ook klinkt, de reden van Vaders’ blijdschap is het lijden en sterven van deze Zoon.
Omdat in dat lijden en sterven zoals in Genesis 1 een nieuwe schepping geboren wordt.
Een nieuw begin, een nieuwe mens van wie God zegt dat het zeer goed is.
Een mens waarover God euforisch blij is, waarvan Hij uit zijn dak gaat van uitbundige vreugde, zó blij is God over deze compleet nieuw geschapen mens.

Die nieuwe mens zijn u, jij en ik wanneer we tot bekering komen.
De Bijbel, het Levend Woord van God zegt dat we mét Christus gestorven en begraven zijn.
Daar blijft het niet bij, want Jezus stond op uit de dood, en wij als nieuwe schepping mét en ín Hem stonden ook op uit die dood.

Dat is geweldig nieuws toch?
Vader God ziet ons in Christus aan alsof we zelf voor onze zonde en ongerechtigheid betaald hebben!
Alsof we zelf als een hinderlijk zoemend insect aan het kruis gepind werden…
God lag er als het ware wakker van, het hield Hem uit de slaap, zo hinderde Hem de zonde!
Zijn liefde voor ons liet het er niet bij zitten, Hij moest en zou de zonde verpletteren en teniet doen zodat Hij weer rust had.
Pats, bloed aan het plafond!
Niet óns bloed.
En toch ín Jezus óns bloed!

Petrus zegt:
‘Gij echter zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, een volk (Gode) ten eigendom, om de grote daden te verkondigen van Hem, die u uit de duisternis geroepen heeft tot zijn wonderbaar licht:’
‭‭1 Petrus‬ ‭2:9‬ ‭NBG51‬‬
https://www.bible.com/328/1pe.2.9.nbg51

In hemels naam, wat bezielt ons als uitverkoren, koninklijk, priesterlijk en heilige mensen dan om te verkondigen dat we toch nog zondaren zijn?
Hebben we dan wel goed begrepen wat er in de kruisdood van Gods Zoon gebeurde?

Te zeggen dat we toch nog zondaar zijn en blijven lijkt zo vroom, maar zegt ten diepste dat we het met de zonde niet zo nauw nemen.
Terwijl God niet eerder rustte dan dat de macht van de zonde gebroken werd, liggen wij er niet echt wakker van.
Het kindschap Gods heeft ons niet echt verandert, de verkondiging van Zijn grote daden is niet onze eerste prioriteit.

Wat is het geheim van Jezus volkomen toewijding aan Zijn Vader?
Het antwoord daarop is kinderlijk eenvoudig; Hij wist zich niet alleen de Zoon van Vader, Hij wist zich de Geliefde Zoon van Vader.
Zonder dat had Hij nooit kunnen doen waarvoor Hij geroepen was.

Terwijl Jezus in Zijn wandel op aarde nog geen enkele prestatie geleverd heeft, bezegelde God Hem bij Zijn doop als de Geliefde Zoon!
Vader God zette Jezus daarmee in Zijn positie als Redder van de wereld.
Het is daarom opvallend dat Satan Jezus daarna tot zonde probeert te verleiden door Hem de zoon van God te noemen.
Maar omdat Jezus zich de Geliefde Zoon van God wist, bleef Hij zondeloos.

Heeft dat ons vandaag iets te zeggen?
Ja, dat zegt ons dat we als nieuwe schepping pas in onze voorbestemde positie komen te staan wanneer we ons gaan noemen wie we zijn; Geliefde kinderen van God in wie Hij een welbehagen heeft.

Satan was er alles aan gelegen Jezus te laten zondigen waardoor Hij Zijn positie als Redder van de wereld verliezen zou.
Net zo is het Satan erom te doen dat wij onze voorbestemde positie als heilige natie niet innemen.
Te zeggen dat we toch nog zondaren zijn maakt ons geloof krachteloos.
Deze leugen van Satan belet ons vervolgens de grote daden Gods te verkondigen, Hem die ons uit de duisternis in het Licht heeft gebracht!

Mijn gebed is dat wat Paulus ook bezielde:

‘Daarom houden ook wij sedert de dag, dat wij dit gehoord hebben, niet op voor u te bidden en te vragen, dat gij met de rechte kennis van zijn wil vervuld moogt worden, in alle wijsheid en geestelijk inzicht, om de Here waardig te wandelen, Hem in alles te behagen, in alle goed werk vrucht te dragen en op te wassen in de rechte kennis van God. Zo wordt gij met alle kracht bekrachtigd naar de macht zijner heerlijkheid tot alle volharding en geduld, en dankt gij met blijdschap de Vader, die u toebereid heeft voor het erfdeel der heiligen in het licht. Hij heeft ons verlost uit de macht der duisternis en overgebracht in het Koninkrijk van de Zoon zijner liefde, in wie wij de verlossing hebben, de vergeving der zonden.’
‭‭Kolossenzen‬ ‭1:9-14‬ ‭NBG51‬‬
https://www.bible.com/328/col.1.9-14.nbg51

Ga eens voor de spiegel staan en oefen het maar.
Zeg gewoon tegen jezelf de woorden die God ook over je spreekt; ‘jij bent de Geliefde Zoon, Dochter van God in wie Hij een welbehagen heeft!’

Omdat God het zegt is het echt zo!

Ik heb de wijsheid in pacht! (en jij ook)

Een spannende tijd van voorbereiden breekt aan wanneer je als vrouw in ‘blijde verwachting’ bent.
Waar ga ik bevallen, thuis of in het ziekenhuis?
Elke babywinkel wordt bezocht om voor je kindje de meest mooie babykamer in te richten waarbij kosten nog moeite gespaard worden.
Omdat ik dit wonder zelf mee heb mogen maken kan ik erover mee praten hoe je nieuwsgierig en verlangend uit kunt zien naar de geboorte van het kleine wezentje in je buik.
Hoe zal het eruit zien, is het een jongen of een meisje, hoe gaan we het noemen?

Iedere vrouw die ooit een kind gebaard heeft weet tevens welk een vlijmende pijn aan de geboorte van een kind vooraf gaat.
Het is alsof je lijf uiteen scheurt om het kind de ruimte te geven de baarmoeder te verlaten.
Het woordje ‘nood’ verklaart al dat een barende vrouw het vaak uitgilt van de pijn.
Het maakt totaal niet meer uit of de hele wereld om haar bed staat, zonder schaamte kreunt en schreeuwt een barende vrouw het kindje haar lijf uit.

In Romeinen 8 gaat het ook over het verlangend uitzien naar een geboorte.

‘Want wij weten dat heel de schepping gezamenlijk zucht en gezamenlijk in barensnood verkeert tot nu toe.’
‭‭Romeinen‬ ‭8:22‬ ‭HSV‬‬

Een paar verzen eerder dan in Rom.8:22 staat het volgende
‘Met reikhalzend verlangen immers verwacht de schepping het openbaar worden van de kinderen van God.’
‭‭Romeinen‬ ‭8:19‬ ‭HSV‬‬

Wat mij daarom bijzonder interesseert is dat er al enige tijd onderzoek wordt gedaan naar een geheimzinnig brommend en kreunend geluid uit de ruimte en in de aarde.
Van deze geluiden zijn zelfs geluidsopnamen waarmee de wetenschap voor de zoveelste keer de Bijbel bewijst.
Alhoewel wereldwijd steeds meer wetenschappers deze stelling onderschrijven, is veel wetenschappelijk onderzoek er naar mijns inziens vooral op gericht te bewijzen dat er geen God is.

De woorden van Jezus klinken als muziek in mijn oren wanneer Hij zegt;
‘Ik dank U, Vader, Heer des hemels en der aarde, dat Gij deze dingen voor wijzen en verstandigen verborgen hebt, doch aan kinderkens geopenbaard.’
‭‭Matteüs‬ ‭11:25‬ ‭NBG51‬‬

Ik reken mij graag onder die kinderkens…
Een kind van God naar wie de in barensnood zuchtende schepping reikhalzend uitziet.
En niet alleen dat, de schepping verwácht het openbaar worden van de kinderen Gods zelfs!
In dat verwachten zit iets van het zeker weten dat degene op wie je wacht ook echt komen gaat, waarom degene die verwacht wordt geen excuus meer aan durft dragen niet op te komen dagen.
Er wordt immers reikhalzend naar je uitgezien!
Je wordt verwacht!

Wat me nu zo opvalt is dat we ons als christenen zo vaak schamen voor het kindschap Gods, en daarvoor allerlei voor ons zelf mooi klinkende excuus hebben bedacht.

bv: we moeten natuurlijk niet denken dat wij nou de wijsheid in pacht hebben…’
Waarom zouden we dat niet denken dan?
Wanneer Jezus in ons woont hébben we toch de Wijsheid in pacht?
De gelijkenis van de talenten (Matt:25) laat zien dat ieder van ons talenten te pacht heeft gekregen.
Wat doen we daarmee?
Net zoals de dienaar uit de gelijkenis begraven, omdat we onszelf wijs maken de wijsheid niet in pacht te hebben?
Maar Jezus zelf spreekt dat excuus tegen wanneer Hij ons de Heilige Geest beloofd, die wanneer we niet meer weten wat we zeggen moeten door ons heen gaat spreken.
Het is zelfs zeer wenselijk het zelf niet meer te weten, dan krijgt de Geest tenminste de ruimte!
Stoppen wij Zijn mond dan toe door de leugen ‘de Wijsheid niet in pacht te hebben?’
Dan ontkennen we daarmee toch Degene die in ons woont?

Nog zo’n excuus:
‘we moeten het de ander niet door de strot duwen.’
Dat zal waar zijn, maar het is vaak genoeg een excuus voor dat er geen enkel getuigenis over onze opgestane Heer meer over onze lippen komt.
Wanneer we daar tegenover zetten dat er eens een tijd komt dat die ander tot in alle eeuwigheid zijn strot schor schreeuwen zal omdat Satan hem de hel door de strot geduwd heeft…?
Zouden we dan nog zwijgen over onze gekruisigde en opgestane Heer Jezus Christus?

Wie zou ons zo vriendelijk en welwillend al deze excuses hebben ingegeven?
Wie zou ons wijs gemaakt hebben dat we op moeten passen zelf een belachelijk figuur te slaan, en ons daarom de wijsheid in pacht gegeven heeft niet te denken dat wij de wereld veranderen kunnen?
Omdat de verheerlijkte Jezus in de hemel is heeft Hij ons aangesteld als Zijn werkers in de wereld, Zijn wijngaard.
Wij zijn hier Zijn mond, handen en voeten.
Het is ons toch een eer Hem straks een rijke oogst aan te bieden?

Wat te denken van: ‘we moeten natuurlijk niet denken het allemaal beter te weten.’
Huh…?
We weten het toch ook beter?
Eer we Jezus leerden kennen, waren we allemaal op een punt het zelf niet meer te weten.
Dat is toch precies waarom we Jezus nodig hadden?
Omdat Hij nu in ons woont weten we we nu toch beter dan wie ook waar de ganse schepping reikhalzend naar uitziet en kreunend als in barensnood op wacht?
Op het openbaar worden van de kinderen Gods, u, jij en ik!

Kom op, als echte wereldverbeteraars doen we onze mond wijd open, want omdat we de Wijsheid in pacht hebben weten we het allemaal beter!
We hebben Jezus…

Kerk en Voedselbank 2

Onlangs schreef ik een blog over de Voedselbank dat in het Nederlands Dagblad van 5 juli 2019 geplaatst is.
n.a.v. Handelingen 4 stelde ik daarin de vraag; ‘zijn we net als in de eerste gemeente ook vol van het krachtig getuigenis van onze opgestane Heer?’
Als Voedselbank klant stelde ik vervolgens de daaruit voortvloeiende vraag: ‘welk getuigenis gaat er van de kerk uit wanneer we als kerkfamilie onze mede broeders en zusters naar de Voedselbank laten gaan?’

Allereerst reageerde de Voedselbank met een verdedigend artikel in de krant van de volgende dag.
De stelling die daarin vooral naar voren komt is dat ik de medewerkers van de Voedselbank een klap in het gezicht gegeven heb.
Ik kan deze bewering wel begrijpen, alleen is mijn als ervaringsdeskundige schrijven niet gericht naar de Voedselbank zelf, maar aan de kerk in Nederland.
Ik heb daarom ook geen behoefte mijn blog naar de Voedselbank
te verdedigen.

Waar ik meer waarde aan hecht is het reageren vanuit de kerk.
Via een doos verse boodschappen, persoonlijke mail of telefoon kreeg ik enkele hartverwarmende reacties die mij diep ontroeren.
De volgende reactie is: ‘er verandert immers toch niets…’
Dit zegt mijns inziens veel over de murw geslagen zielen van christenen die het hopen en bidden opgegeven hebben.
Ik vind dat erg zorgwekkend en een belangrijker agendapunt dan wat voor activiteit we nu weer eens gaan organiseren.
Daartegenover staat de stilte, niet reageren, net doen alsof het er niet is…
Vooral in beide twee laatste reacties ervaar ik een enorm groot gemis.
Ze benadrukken nog meer het belang van de vraag:’ hoe is het in onze kerken gesteld met het getuigenis van onze opgestane Heer?’
‘Wat zegt het offer van onze Heer Jezus ons nog in het leven van alle dag?’
Jezus zelf zegt; ‘zal ik nog geloof vinden?’

Ik bid dat we als kerk het gemeenteleven zoals we dat lezen in Hand.4 niet als een utopie zien, een onbereikbaar droombeeld, maar meer en meer verlangen niet alleen met de mond Jezus als opgestane Heer te belijden, maar Hem in alle vezels van ons bestaan te léven.
Hij is het zo vreselijk waard!

Opgerold en uitgerold.

Gistermorgen ging ik naar een dienst even verderop, waardoor ik eerder dan op andere zondagen om half tien op de fiets zat.
In het half uur onderweg deed ik veel inspiratie op voor een verhaaltje.

Ik fietste achter een jonge vrouw waarvan ik hoopte dat ze ook op weg was naar het zondagse feestje, totdat ik door het opgerold matrasje onder haar arm begreep, dat zij voor een heel ander partijtje dan ik haar wekker had gezet.
We waren allebei op weg naar een spirituele oefening, zij naar Yoga, ik naar de kerk.
We hadden ons er ook allebei op gekleed, tenminste aan haar kleding was buiten het matje, duidelijk te zien waar ze naar toe ging.
Op van die rubberen slippertjes stapte ze parmantig voor me uit; ze had er zin in, net als ik!

Het beeld van dat opgerolde matje bleef hangen bij mij.
Ik stelde me voor hoe je als lid van het Yoga clubje s’morgens je voorbereidingen treft om met het matje onder de arm op pad te gaan.
Erop gekleed om je zo soepel mogelijk te kunnen bewegen, rol je het matje uit, om je daarna op blote voeten in allerlei bochten te wringen in een poging jezelf te verenigen met het goddelijke.

Op zíjn matje in de moskee even verderop, doet de moslim precies hetzelfde.
In zijn lange gewaad knielt hij blootsvoets neer om aan zijn god te laten zien dat hij zijn uiterste best doet om goed te leven en zo een plaatsje in de hemel te verdienen.

Al fietsend, op weg naar de Oud Katholieke Kerk sloeg mijn fantasie op hol.
Een droom voortkomend uit een diep verlangen naar een gemeenteleven zoals dat beschreven is in de Handelingen der Apostelen.

In mijn droom zie ik hoe we op zondag allemaal met een opgerold matje onder de arm naar de kerk gaan.
Zingend; ‘kom ga met ons en doe als wij’ leggen we de matjes zij aan zij om ons daarna eensgezind voor de Koning der Koningen neer te buigen.
Stel je voor, even geen vergaderingen over welke activiteiten we nu weer eens kunnen organiseren om de jeugd binnen te houden, geen speciaal belegde Synode over vrouw in het ambt, geen geneuzel over hoedjes, tv en de kleur van bruidsjurken…geen onenigheid over twee of drie e’s…
Gewoon simpel allemaal op de knieën, bloot of bedekt, wat maakt het uit!
Als ze zich maar buigen voor Degene die zich in allerlei bochten gewrongen heeft om zondaren weer te verenigen met de God van hemel en aarde.
Hij verlangde zo naar die eenheid dat Hij zich kapot geslagen als een insect vast liet pinnen aan het kruis.
Stervend rolde Hij daarmee een compleet nieuwe wereld aan onze voeten uit.
Hoe waard is Hij het dat we in eerbied en ontzag voor Hem neer knielen!

Die jonge vrouw met haar opgerold matje onder de arm heeft het zo gek nog niet bekeken.
Net zo min als de moslim met zijn kleedje toch?
Nu wij nog…
Zullen we hen voordoen welke kant je op knielen moet?

Middelvinger.

(True story)

In de stad op de fiets van A naar B is soms een levensgevaarlijke bezigheid.
In een paar maanden tijd hadden jullie, als lezer al diverse ter aarde bestellingen van mijn persoontje mee kunnen maken, en andersom waarschijnlijk ook!

Even terzijde,
maak er asjeblieft een feestje van wanneer het zover is, steek de vlag uit, hang de slingers op, eet heeeeel veel gebakjes, en hef het glas op mijn thuiskomst, waar Jezus me welkom heette.
Hij had al een lekker kopje thee voor me gezet, hing mijn jas aan de kapstok, en zit nu gezellig met mij aan tafel te keuvelen; “ hoe was je dag schat, vertel…”
In de Le Creuset pannen sudderen malse runderriblapjes en stoofpeertjes en in de koelkast staat een romige chipolata pudding met felgekleurde stukjes sucade en in rum geweekte rozijntjes op te stijven.
Een andere mooie schaal in de koeling is gevuld met vers geklopte slagroom, genoeg voor op de pudding straks, en het advocaatje bij de met de hand gezette gezette koffie na de maaltijd.
Zoiets dus…

Nou goed, fietsen in de stad.
Onlangs moest ik van A naar B.
Toen ik nog een auto had, vond ik het behoorlijk irritant dat zo weinig fietsers richting aangeven.
Soms fladdert er ergens een hand, met een voor zijn bestaan verontschuldigend wijsvingertje, waar ik als autobestuurder dan weer geen wijs uit weet.
“ steek je hand toch eens fatsoenlijk uit” mopperde ik dikwijls.
Vandaar, ik geef ook voor mijn eigen veiligheid, van te voren richting aan.
Niet sorry dat ik besta, vergeef me dat ik een andere kant op wil dan u, nee;
‘dit stukje weg is van mij, ik verwacht dat u mij daar de ruimte geeft, en bovendien , ik denk niet dat u bloed op de voorruit wilt’

De auto achter me, de bestuurder dan hè, kan dan ruim van te voren anticiperen in het verkeer. ( zo noem je dat toch?)
Meestal gaat het goed.
Ik moet eerlijk zijn, soms gaat het net níet goed…
Omdat ik dan zelf niet anticipeer, en geen besef heb van het stukje weg waarop ik mijn fiets van A naar B voort trap.
Dan zit ik met mijn hoofd in de wolken en droom ik van dat advokaatje met slagroom.
Ik dwaal alweer af…

Onlangs, van A naar B.
Met een paar auto’s ver genoeg achter me, zodat wanneer ik met mijn recht uitgestoken arm, richting aangeef ze me daar ook de gelegenheid voor kunnen geven.
De eerste auto scheurt nog snel om me heen, waarna de bestuurster in de auto daarachter, niet voldoende anticiperend, bot op de rem moet, omdat ze in de flow van de vorige auto ook om me heen wil.
Ik schrik, zij schrikt.
Raampje open, duidelijk vingertje opgeheven, begint ze me de les te lezen.
Ik zeg: “ mevrouw, ik heb ruim van te voren richting aangegeven.”
Wat stellig door de vrouw in kwestie ontkend wordt, want ze had niks gezien.
Tja, achteraf kan ik nu ook wel bedenken dat ze hoogstwaarschijnlijk ook droomde van een een prins die haar een advokaatje met slagroom aanbiedt.
Jammergenoeg op dat moment niet.
Iemand met een weerzinwekkende klauw krabde mijn “oude mens” en ik haalde haar uit de kast,.
Na wat heen en weer welles nietes stak ik mijn in felgeel gehandschoende middelvinger op…
Echt waar!
Erg hè?
Stel je voor, mijn oude ik is veilig in de kast opgeborgen, dood als een pier.
Niks meer in te brengen, ze moet haar bek houden!
Ik weet het, en toch doe ik de kast open en wek dat skelet op.
Ik geloof niet dat Jezus dat bedoelde toen Hij zei dat we zoveel opstandingskracht in ons hebben, om zelfs doden op te wekken!
Jammergenoeg zijn we als kinderen van God bijzonder goed in het op die manier de doden op laten staan, door het skelet steeds uit de kast te halen.
Gelukkig besefte ik dat op dat moment ook, ik schaamde me dood.
Ik wilde dat de grond onder me zich opende en me verzwolg als in een sinkhole.
En toen…

Thank God, zijn Geest woont in mij, en ook Hij stak een vinger op.
Een wijsvinger naar mij, om me net als die mevrouw de les te lezen?
Een middelvinger die me precies zo als ik naar de ander deed, oordeelde?
Nee!
Geen “sorry dat ik besta vingertje”maar een duidelijke richtingaanwijzer naar het kruis.
“Hier, deze kant op!
Ik wacht wel achter je”
De richtingaanwijzer wees me naar de geweldige tekst uit 2 Korinthe 5:21
“Ik ben de gerechtigheid Gods in Jezus Christus!”
Omdat ik zelf zo goed ben?
Nee, omdat Jezus, die geen zonde gekend heeft zonde voor mij geworden is.
Hij hing tussen hemel en aarde, door Vader verlaten, en wérd zonde!
Op dat moment kwam Zijn gerechtigheid op mij.
Ik werd rechtvaardig verklaard.
Wat Hij verdiende, kreeg ik.
Wat ik verdiende kreeg Hij!
Een zeer vrolijke ruil…

Daar stond ik dus, een “keurige oudere mevrouw” met mijn middelvinger felgeel opgestoken, midden op een kruispunt.
Welke afslag zou ik nemen?
Die van de zelfveroordeling en de dood, of die van het leven door de rechtvaardigheid in Christus?

Ik stapte weer op mijn fiets en stak in gedachten mijn middelvinger weer op!
Naar die vuile aanklager die een gat voor me groef, waar hij me briesend ALS een leeuw wilde verslinden.
Belijdend :” ik ben de gerechtigheid Gods in Jezus Christus, ik ben rechtvaardig verklaard in Zijn bloed” ben ik weer verder de snelweg van het leven op gefietst.
Even verderop zag ik een sinkhole , er omheen een metershoge omheining.
Boven de ingang hing een levensgroot bord
“ Verboden toegang”
Engelen met vlammende zwaarden beletten me de toegang waardoor ik veilig verder fietsen kon.
In mijn ooghoek zag ik nog net een ter aarde bestelling van een felgeel gehandschoend handje .
Ze zwaaide vrolijk en stak een duimpje naar me op…

Geloven: over vertrouwen, twijfel en vragen

Geloven: over vertrouwen, twijfel en vragen

https://robertrothblog.wordpress.com/2019/06/10/geloven-over-vertrouwen-twijfel-en-vragen/
— Lees op robertrothblog.wordpress.com/2019/06/10/geloven-over-vertrouwen-twijfel-en-vragen/

Prachtig getuigenis van een levensveranderende ontdekking.

Glorie aan het Lam!