De Processierups en het Kruis.

Biologen zeggen het allang, omdat we de waarschuwingen van de natuur in de wind hebben geslagen, daarom hebben we nu een processierups plaag.
En dat is nog maar één voorbeeldje van hoe we de verkondiging en waarschuwingen van natuurminnende predikers in de wind hebben geslagen.
Het één is het gevolg van het ander, daarom; omdat we niet geluisterd hebben krabben we ons massaal de huid stuk deze zomer.
Azaron heeft alleen maar een tijdelijke verdovende werking, het probleem blijft gewoon bestaan.

Daarom en omdat zijn aanwijzende voegwoorden, ze geven een reden aan.
Deze aanwijzende voegwoorden staan ook vaak in de Bijbel.
Zou het daarom zijn, dat omdat ze ons misschien een ongemakkelijk gevoel geven we er daarom gemakkelijk overheen lezen?

In allerlei verschillende vertalingen van Romeinen 1, het hoofdstuk waarin Paulus ontucht een zonde tegen het eigen vlees noemt, staat ook een paar keer, omdat en daarom.
Lees het maar eens na,
In de HSV staat:

Daarom ook heeft God hen in de begeerten van hun hart overgegeven aan de onreinheid om hun lichamen onder elkaar te onteren.’
‭‭Romeinen‬ ‭1:24‬ ‭HSV‬‬
https://www.bible.com/1990/rom.1.24.hsv

Daarom heeft God hen overgegeven aan schandelijke hartstochten, want ook hun vrouwen hebben de natuurlijke omgang vervangen door de tegennatuurlijke.’
‭‭Romeinen‬ ‭1:26‬ ‭HSV‬‬
https://www.bible.com/1990/rom.1.26.hsv

‭‭En omdat het hun niet goeddacht God te erkennen, heeft God hen overgegeven aan verwerpelijk denken, om dingen te doen die niet passen.’
‭‭Romeinen‬ ‭1:28‬ ‭HSV‬‬Q
https://www.bible.com/1990/rom.1.28.hsv

Wat zegt Gods woord ons in Romeinen 1?
Omdat de mens Gods liefde veronachtzaamd heeft, daarom heeft God mannen en vrouwen tegen elkaar in liefde doen ontbranden.
Omdat God niet de eer krijgt die Hem toekomt, daarom heeft God de mens overgegeven aan de zonde van tegennatuurlijke sex.

Over het algemeen weten we ons in de kerk geen raad met homofilie.
In het verleden is het zonder genade veroordeelt, vandaag wordt het zonder genade omarmd.

In beide gevallen gaat het om veronachtzaming van de genade.
Zou het komen dat omdat we de verkondiging van het kruis verschraald hebben tot een eenzijdig Evangelie van liefde voor zondaren, we daarom de volledige betekenis van wat er in en door die Liefde aan het kruis plaatsvond, niet meer kunnen of willen verdragen?
Is het daarom dat we zo wereldgelijkvormig zijn geworden?

In principe weten we ons geen raad met Genade…

Omdat onze eigen gedachten lijnrecht tegenover Gods gedachten staan, is ons zalfje van overal liefde op te smeren een tijdelijke verdoving voor de pijn van de eenzaamheid van een leven zonder volledige toewijding aan God.
Hoe nodig is het daarom dat we onze lampjes vullen met de olie van de Heilige Geest, zodat we in deze tijd van verzoeking waakzaam kunnen, durven en moeten zijn.

Denkt u, jij ook niet dat we terug moeten naar de heuvel Golgotha om daar aan de voet van het kruis eerbiedig neer te knielen?
Wanneer we gezamenlijk ootmoedig onze zonde van minachting van het offer van Jezus Christus belijden, zal God ons vergeven, omdat Hij in Zijn Zoon allang afgerekend heeft met de zonde.
Elke zonde!
Juist dan, omdat we in ootmoed de diepte van Liefde en Genade gaan begrijpen, openbaart Vader ons elk antwoord op de vraag; ‘wat moeten we doen Heer?’

Wanneer we het omdat en daarom van Gods heilzaam woord in de wind slaan zijn we niet ver verwijderd van een Pedo-processie.
Luister het nieuws daarover en open je ogen voor het zachtjes in masseren en de ogen sluiten voor de volgende zonde tegen het eigen vlees.
Lees daarnaast hoofdstuk 1 van de brief aan de Romeinen en vraag God zelf om een openbaring van de betekenis van Zijn levenbrengend woord.

Paulus zegt in vs. 25 van datzelfde hoofdstuk dat onze Schepper is te prijzen tot in eeuwigheid.
Waarom?
Daarom; omdat aan het hout van de boom op Golgotha elke processie van de zonde de pas is afgesneden en voorgoed vernietigd.
Amen!

Is dat nou wel echt zo?

Van Johannes weten we dat hij zichzelf ‘de apostel die Jezus lief heeft’ noemt.
Zó onder de indruk van de toewijding van zijn Meester, wist hij zich door Jezus intens geliefd en bemind.
‘The beloved’ zegt de Engelse vertaling; een geweldig woord dat in de klank zelf al een prachtige liefdes melodie is.
The beloved John…

Al eerder lezen we dat bij Zijn doop in de Jordaan de hemel zich opende en de Heilige Geest als een duif op Jezus neerdaalde.
Tegelijkertijd sprak uit de hemel Vaders’ luide stem; ‘Deze is mijn geliefde Zoon in wie Ik een welbehagen heb.’
Dit gebeurde niet in het geheim maar in het openbaar met veel toeschouwers er omheen.

Het zal je maar gebeuren dat de God van hemel en aarde vanuit de hemel roept dat je de Geliefde bent.
En niet alleen dat, God doet er nog een schepje bovenop door er achteraan te zeggen; ‘in Wie Ik een welbehagen heb,’
Om met woorden van deze tijd te spreken; Vader gaat uit zijn dak van euforische blijdschap over zijn Zoon!

Wat is de reden van dit welbehagen, deze euforie?
Hoe bizar en ongelooflijk dit ook klinkt, de reden van Vaders’ blijdschap is het lijden en sterven van deze Zoon.
Omdat in dat lijden en sterven zoals in Genesis 1 een nieuwe schepping geboren wordt.
Een nieuw begin, een nieuwe mens van wie God zegt dat het zeer goed is.
Een mens waarover God euforisch blij is, waarvan Hij uit zijn dak gaat van uitbundige vreugde, zó blij is God over deze compleet nieuw geschapen mens.

Die nieuwe mens zijn u, jij en ik wanneer we tot bekering komen.
De Bijbel, het Levend Woord van God zegt dat we mét Christus gestorven en begraven zijn.
Daar blijft het niet bij, want Jezus stond op uit de dood, en wij als nieuwe schepping mét en ín Hem stonden ook op uit die dood.

Dat is geweldig nieuws toch?
Vader God ziet ons in Christus aan alsof we zelf voor onze zonde en ongerechtigheid betaald hebben!
Alsof we zelf als een hinderlijk zoemend insect aan het kruis gepind werden…
God lag er als het ware wakker van, het hield Hem uit de slaap, zo hinderde Hem de zonde!
Zijn liefde voor ons liet het er niet bij zitten, Hij moest en zou de zonde verpletteren en teniet doen zodat Hij weer rust had.
Pats, bloed aan het plafond!
Niet óns bloed.
En toch ín Jezus óns bloed!

Petrus zegt:
‘Gij echter zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, een volk (Gode) ten eigendom, om de grote daden te verkondigen van Hem, die u uit de duisternis geroepen heeft tot zijn wonderbaar licht:’
‭‭1 Petrus‬ ‭2:9‬ ‭NBG51‬‬
https://www.bible.com/328/1pe.2.9.nbg51

In hemels naam, wat bezielt ons als uitverkoren, koninklijk, priesterlijk en heilige mensen dan om te verkondigen dat we toch nog zondaren zijn?
Hebben we dan wel goed begrepen wat er in de kruisdood van Gods Zoon gebeurde?

Te zeggen dat we toch nog zondaar zijn en blijven lijkt zo vroom, maar zegt ten diepste dat we het met de zonde niet zo nauw nemen.
Terwijl God niet eerder rustte dan dat de macht van de zonde gebroken werd, liggen wij er niet echt wakker van.
Het kindschap Gods heeft ons niet echt verandert, de verkondiging van Zijn grote daden is niet onze eerste prioriteit.

Wat is het geheim van Jezus volkomen toewijding aan Zijn Vader?
Het antwoord daarop is kinderlijk eenvoudig; Hij wist zich niet alleen de Zoon van Vader, Hij wist zich de Geliefde Zoon van Vader.
Zonder dat had Hij nooit kunnen doen waarvoor Hij geroepen was.

Terwijl Jezus in Zijn wandel op aarde nog geen enkele prestatie geleverd heeft, bezegelde God Hem bij Zijn doop als de Geliefde Zoon!
Vader God zette Jezus daarmee in Zijn positie als Redder van de wereld.
Het is daarom opvallend dat Satan Jezus daarna tot zonde probeert te verleiden door Hem de zoon van God te noemen.
Maar omdat Jezus zich de Geliefde Zoon van God wist, bleef Hij zondeloos.

Heeft dat ons vandaag iets te zeggen?
Ja, dat zegt ons dat we als nieuwe schepping pas in onze voorbestemde positie komen te staan wanneer we ons gaan noemen wie we zijn; Geliefde kinderen van God in wie Hij een welbehagen heeft.

Satan was er alles aan gelegen Jezus te laten zondigen waardoor Hij Zijn positie als Redder van de wereld verliezen zou.
Net zo is het Satan erom te doen dat wij onze voorbestemde positie als heilige natie niet innemen.
Te zeggen dat we toch nog zondaren zijn maakt ons geloof krachteloos.
Deze leugen van Satan belet ons vervolgens de grote daden Gods te verkondigen, Hem die ons uit de duisternis in het Licht heeft gebracht!

Mijn gebed is dat wat Paulus ook bezielde:

‘Daarom houden ook wij sedert de dag, dat wij dit gehoord hebben, niet op voor u te bidden en te vragen, dat gij met de rechte kennis van zijn wil vervuld moogt worden, in alle wijsheid en geestelijk inzicht, om de Here waardig te wandelen, Hem in alles te behagen, in alle goed werk vrucht te dragen en op te wassen in de rechte kennis van God. Zo wordt gij met alle kracht bekrachtigd naar de macht zijner heerlijkheid tot alle volharding en geduld, en dankt gij met blijdschap de Vader, die u toebereid heeft voor het erfdeel der heiligen in het licht. Hij heeft ons verlost uit de macht der duisternis en overgebracht in het Koninkrijk van de Zoon zijner liefde, in wie wij de verlossing hebben, de vergeving der zonden.’
‭‭Kolossenzen‬ ‭1:9-14‬ ‭NBG51‬‬
https://www.bible.com/328/col.1.9-14.nbg51

Ga eens voor de spiegel staan en oefen het maar.
Zeg gewoon tegen jezelf de woorden die God ook over je spreekt; ‘jij bent de Geliefde Zoon, Dochter van God in wie Hij een welbehagen heeft!’

Omdat God het zegt is het echt zo!

Ik heb de wijsheid in pacht! (en jij ook)

Een spannende tijd van voorbereiden breekt aan wanneer je als vrouw in ‘blijde verwachting’ bent.
Waar ga ik bevallen, thuis of in het ziekenhuis?
Elke babywinkel wordt bezocht om voor je kindje de meest mooie babykamer in te richten waarbij kosten nog moeite gespaard worden.
Omdat ik dit wonder zelf mee heb mogen maken kan ik erover mee praten hoe je nieuwsgierig en verlangend uit kunt zien naar de geboorte van het kleine wezentje in je buik.
Hoe zal het eruit zien, is het een jongen of een meisje, hoe gaan we het noemen?

Iedere vrouw die ooit een kind gebaard heeft weet tevens welk een vlijmende pijn aan de geboorte van een kind vooraf gaat.
Het is alsof je lijf uiteen scheurt om het kind de ruimte te geven de baarmoeder te verlaten.
Het woordje ‘nood’ verklaart al dat een barende vrouw het vaak uitgilt van de pijn.
Het maakt totaal niet meer uit of de hele wereld om haar bed staat, zonder schaamte kreunt en schreeuwt een barende vrouw het kindje haar lijf uit.

In Romeinen 8 gaat het ook over het verlangend uitzien naar een geboorte.

‘Want wij weten dat heel de schepping gezamenlijk zucht en gezamenlijk in barensnood verkeert tot nu toe.’
‭‭Romeinen‬ ‭8:22‬ ‭HSV‬‬

Een paar verzen eerder dan in Rom.8:22 staat het volgende
‘Met reikhalzend verlangen immers verwacht de schepping het openbaar worden van de kinderen van God.’
‭‭Romeinen‬ ‭8:19‬ ‭HSV‬‬

Wat mij daarom bijzonder interesseert is dat er al enige tijd onderzoek wordt gedaan naar een geheimzinnig brommend en kreunend geluid uit de ruimte en in de aarde.
Van deze geluiden zijn zelfs geluidsopnamen waarmee de wetenschap voor de zoveelste keer de Bijbel bewijst.
Alhoewel wereldwijd steeds meer wetenschappers deze stelling onderschrijven, is veel wetenschappelijk onderzoek er naar mijns inziens vooral op gericht te bewijzen dat er geen God is.

De woorden van Jezus klinken als muziek in mijn oren wanneer Hij zegt;
‘Ik dank U, Vader, Heer des hemels en der aarde, dat Gij deze dingen voor wijzen en verstandigen verborgen hebt, doch aan kinderkens geopenbaard.’
‭‭Matteüs‬ ‭11:25‬ ‭NBG51‬‬

Ik reken mij graag onder die kinderkens…
Een kind van God naar wie de in barensnood zuchtende schepping reikhalzend uitziet.
En niet alleen dat, de schepping verwácht het openbaar worden van de kinderen Gods zelfs!
In dat verwachten zit iets van het zeker weten dat degene op wie je wacht ook echt komen gaat, waarom degene die verwacht wordt geen excuus meer aan durft dragen niet op te komen dagen.
Er wordt immers reikhalzend naar je uitgezien!
Je wordt verwacht!

Wat me nu zo opvalt is dat we ons als christenen zo vaak schamen voor het kindschap Gods, en daarvoor allerlei voor ons zelf mooi klinkende excuus hebben bedacht.

bv: we moeten natuurlijk niet denken dat wij nou de wijsheid in pacht hebben…’
Waarom zouden we dat niet denken dan?
Wanneer Jezus in ons woont hébben we toch de Wijsheid in pacht?
De gelijkenis van de talenten (Matt:25) laat zien dat ieder van ons talenten te pacht heeft gekregen.
Wat doen we daarmee?
Net zoals de dienaar uit de gelijkenis begraven, omdat we onszelf wijs maken de wijsheid niet in pacht te hebben?
Maar Jezus zelf spreekt dat excuus tegen wanneer Hij ons de Heilige Geest beloofd, die wanneer we niet meer weten wat we zeggen moeten door ons heen gaat spreken.
Het is zelfs zeer wenselijk het zelf niet meer te weten, dan krijgt de Geest tenminste de ruimte!
Stoppen wij Zijn mond dan toe door de leugen ‘de Wijsheid niet in pacht te hebben?’
Dan ontkennen we daarmee toch Degene die in ons woont?

Nog zo’n excuus:
‘we moeten het de ander niet door de strot duwen.’
Dat zal waar zijn, maar het is vaak genoeg een excuus voor dat er geen enkel getuigenis over onze opgestane Heer meer over onze lippen komt.
Wanneer we daar tegenover zetten dat er eens een tijd komt dat die ander tot in alle eeuwigheid zijn strot schor schreeuwen zal omdat Satan hem de hel door de strot geduwd heeft…?
Zouden we dan nog zwijgen over onze gekruisigde en opgestane Heer Jezus Christus?

Wie zou ons zo vriendelijk en welwillend al deze excuses hebben ingegeven?
Wie zou ons wijs gemaakt hebben dat we op moeten passen zelf een belachelijk figuur te slaan, en ons daarom de wijsheid in pacht gegeven heeft niet te denken dat wij de wereld veranderen kunnen?
Omdat de verheerlijkte Jezus in de hemel is heeft Hij ons aangesteld als Zijn werkers in de wereld, Zijn wijngaard.
Wij zijn hier Zijn mond, handen en voeten.
Het is ons toch een eer Hem straks een rijke oogst aan te bieden?

Wat te denken van: ‘we moeten natuurlijk niet denken het allemaal beter te weten.’
Huh…?
We weten het toch ook beter?
Eer we Jezus leerden kennen, waren we allemaal op een punt het zelf niet meer te weten.
Dat is toch precies waarom we Jezus nodig hadden?
Omdat Hij nu in ons woont weten we we nu toch beter dan wie ook waar de ganse schepping reikhalzend naar uitziet en kreunend als in barensnood op wacht?
Op het openbaar worden van de kinderen Gods, u, jij en ik!

Kom op, als echte wereldverbeteraars doen we onze mond wijd open, want omdat we de Wijsheid in pacht hebben weten we het allemaal beter!
We hebben Jezus…

Kerk en Voedselbank 2

Onlangs schreef ik een blog over de Voedselbank dat in het Nederlands Dagblad van 5 juli 2019 geplaatst is.
n.a.v. Handelingen 4 stelde ik daarin de vraag; ‘zijn we net als in de eerste gemeente ook vol van het krachtig getuigenis van onze opgestane Heer?’
Als Voedselbank klant stelde ik vervolgens de daaruit voortvloeiende vraag: ‘welk getuigenis gaat er van de kerk uit wanneer we als kerkfamilie onze mede broeders en zusters naar de Voedselbank laten gaan?’

Allereerst reageerde de Voedselbank met een verdedigend artikel in de krant van de volgende dag.
De stelling die daarin vooral naar voren komt is dat ik de medewerkers van de Voedselbank een klap in het gezicht gegeven heb.
Ik kan deze bewering wel begrijpen, alleen is mijn als ervaringsdeskundige schrijven niet gericht naar de Voedselbank zelf, maar aan de kerk in Nederland.
Ik heb daarom ook geen behoefte mijn blog naar de Voedselbank
te verdedigen.

Waar ik meer waarde aan hecht is het reageren vanuit de kerk.
Via een doos verse boodschappen, persoonlijke mail of telefoon kreeg ik enkele hartverwarmende reacties die mij diep ontroeren.
De volgende reactie is: ‘er verandert immers toch niets…’
Dit zegt mijns inziens veel over de murw geslagen zielen van christenen die het hopen en bidden opgegeven hebben.
Ik vind dat erg zorgwekkend en een belangrijker agendapunt dan wat voor activiteit we nu weer eens gaan organiseren.
Daartegenover staat de stilte, niet reageren, net doen alsof het er niet is…
Vooral in beide twee laatste reacties ervaar ik een enorm groot gemis.
Ze benadrukken nog meer het belang van de vraag:’ hoe is het in onze kerken gesteld met het getuigenis van onze opgestane Heer?’
‘Wat zegt het offer van onze Heer Jezus ons nog in het leven van alle dag?’
Jezus zelf zegt; ‘zal ik nog geloof vinden?’

Ik bid dat we als kerk het gemeenteleven zoals we dat lezen in Hand.4 niet als een utopie zien, een onbereikbaar droombeeld, maar meer en meer verlangen niet alleen met de mond Jezus als opgestane Heer te belijden, maar Hem in alle vezels van ons bestaan te léven.
Hij is het zo vreselijk waard!

Opgerold en uitgerold.

Gistermorgen ging ik naar een dienst even verderop, waardoor ik eerder dan op andere zondagen om half tien op de fiets zat.
In het half uur onderweg deed ik veel inspiratie op voor een verhaaltje.

Ik fietste achter een jonge vrouw waarvan ik hoopte dat ze ook op weg was naar het zondagse feestje, totdat ik door het opgerold matrasje onder haar arm begreep, dat zij voor een heel ander partijtje dan ik haar wekker had gezet.
We waren allebei op weg naar een spirituele oefening, zij naar Yoga, ik naar de kerk.
We hadden ons er ook allebei op gekleed, tenminste aan haar kleding was buiten het matje, duidelijk te zien waar ze naar toe ging.
Op van die rubberen slippertjes stapte ze parmantig voor me uit; ze had er zin in, net als ik!

Het beeld van dat opgerolde matje bleef hangen bij mij.
Ik stelde me voor hoe je als lid van het Yoga clubje s’morgens je voorbereidingen treft om met het matje onder de arm op pad te gaan.
Erop gekleed om je zo soepel mogelijk te kunnen bewegen, rol je het matje uit, om je daarna op blote voeten in allerlei bochten te wringen in een poging jezelf te verenigen met het goddelijke.

Op zíjn matje in de moskee even verderop, doet de moslim precies hetzelfde.
In zijn lange gewaad knielt hij blootsvoets neer om aan zijn god te laten zien dat hij zijn uiterste best doet om goed te leven en zo een plaatsje in de hemel te verdienen.

Al fietsend, op weg naar de Oud Katholieke Kerk sloeg mijn fantasie op hol.
Een droom voortkomend uit een diep verlangen naar een gemeenteleven zoals dat beschreven is in de Handelingen der Apostelen.

In mijn droom zie ik hoe we op zondag allemaal met een opgerold matje onder de arm naar de kerk gaan.
Zingend; ‘kom ga met ons en doe als wij’ leggen we de matjes zij aan zij om ons daarna eensgezind voor de Koning der Koningen neer te buigen.
Stel je voor, even geen vergaderingen over welke activiteiten we nu weer eens kunnen organiseren om de jeugd binnen te houden, geen speciaal belegde Synode over vrouw in het ambt, geen geneuzel over hoedjes, tv en de kleur van bruidsjurken…geen onenigheid over twee of drie e’s…
Gewoon simpel allemaal op de knieën, bloot of bedekt, wat maakt het uit!
Als ze zich maar buigen voor Degene die zich in allerlei bochten gewrongen heeft om zondaren weer te verenigen met de God van hemel en aarde.
Hij verlangde zo naar die eenheid dat Hij zich kapot geslagen als een insect vast liet pinnen aan het kruis.
Stervend rolde Hij daarmee een compleet nieuwe wereld aan onze voeten uit.
Hoe waard is Hij het dat we in eerbied en ontzag voor Hem neer knielen!

Die jonge vrouw met haar opgerold matje onder de arm heeft het zo gek nog niet bekeken.
Net zo min als de moslim met zijn kleedje toch?
Nu wij nog…
Zullen we hen voordoen welke kant je op knielen moet?

Middelvinger.

(True story)

In de stad op de fiets van A naar B is soms een levensgevaarlijke bezigheid.
In een paar maanden tijd hadden jullie, als lezer al diverse ter aarde bestellingen van mijn persoontje mee kunnen maken, en andersom waarschijnlijk ook!

Even terzijde,
maak er asjeblieft een feestje van wanneer het zover is, steek de vlag uit, hang de slingers op, eet heeeeel veel gebakjes, en hef het glas op mijn thuiskomst, waar Jezus me welkom heette.
Hij had al een lekker kopje thee voor me gezet, hing mijn jas aan de kapstok, en zit nu gezellig met mij aan tafel te keuvelen; “ hoe was je dag schat, vertel…”
In de Le Creuset pannen sudderen malse runderriblapjes en stoofpeertjes en in de koelkast staat een romige chipolata pudding met felgekleurde stukjes sucade en in rum geweekte rozijntjes op te stijven.
Een andere mooie schaal in de koeling is gevuld met vers geklopte slagroom, genoeg voor op de pudding straks, en het advocaatje bij de met de hand gezette gezette koffie na de maaltijd.
Zoiets dus…

Nou goed, fietsen in de stad.
Onlangs moest ik van A naar B.
Toen ik nog een auto had, vond ik het behoorlijk irritant dat zo weinig fietsers richting aangeven.
Soms fladdert er ergens een hand, met een voor zijn bestaan verontschuldigend wijsvingertje, waar ik als autobestuurder dan weer geen wijs uit weet.
“ steek je hand toch eens fatsoenlijk uit” mopperde ik dikwijls.
Vandaar, ik geef ook voor mijn eigen veiligheid, van te voren richting aan.
Niet sorry dat ik besta, vergeef me dat ik een andere kant op wil dan u, nee;
‘dit stukje weg is van mij, ik verwacht dat u mij daar de ruimte geeft, en bovendien , ik denk niet dat u bloed op de voorruit wilt’

De auto achter me, de bestuurder dan hè, kan dan ruim van te voren anticiperen in het verkeer. ( zo noem je dat toch?)
Meestal gaat het goed.
Ik moet eerlijk zijn, soms gaat het net níet goed…
Omdat ik dan zelf niet anticipeer, en geen besef heb van het stukje weg waarop ik mijn fiets van A naar B voort trap.
Dan zit ik met mijn hoofd in de wolken en droom ik van dat advokaatje met slagroom.
Ik dwaal alweer af…

Onlangs, van A naar B.
Met een paar auto’s ver genoeg achter me, zodat wanneer ik met mijn recht uitgestoken arm, richting aangeef ze me daar ook de gelegenheid voor kunnen geven.
De eerste auto scheurt nog snel om me heen, waarna de bestuurster in de auto daarachter, niet voldoende anticiperend, bot op de rem moet, omdat ze in de flow van de vorige auto ook om me heen wil.
Ik schrik, zij schrikt.
Raampje open, duidelijk vingertje opgeheven, begint ze me de les te lezen.
Ik zeg: “ mevrouw, ik heb ruim van te voren richting aangegeven.”
Wat stellig door de vrouw in kwestie ontkend wordt, want ze had niks gezien.
Tja, achteraf kan ik nu ook wel bedenken dat ze hoogstwaarschijnlijk ook droomde van een een prins die haar een advokaatje met slagroom aanbiedt.
Jammergenoeg op dat moment niet.
Iemand met een weerzinwekkende klauw krabde mijn “oude mens” en ik haalde haar uit de kast,.
Na wat heen en weer welles nietes stak ik mijn in felgeel gehandschoende middelvinger op…
Echt waar!
Erg hè?
Stel je voor, mijn oude ik is veilig in de kast opgeborgen, dood als een pier.
Niks meer in te brengen, ze moet haar bek houden!
Ik weet het, en toch doe ik de kast open en wek dat skelet op.
Ik geloof niet dat Jezus dat bedoelde toen Hij zei dat we zoveel opstandingskracht in ons hebben, om zelfs doden op te wekken!
Jammergenoeg zijn we als kinderen van God bijzonder goed in het op die manier de doden op laten staan, door het skelet steeds uit de kast te halen.
Gelukkig besefte ik dat op dat moment ook, ik schaamde me dood.
Ik wilde dat de grond onder me zich opende en me verzwolg als in een sinkhole.
En toen…

Thank God, zijn Geest woont in mij, en ook Hij stak een vinger op.
Een wijsvinger naar mij, om me net als die mevrouw de les te lezen?
Een middelvinger die me precies zo als ik naar de ander deed, oordeelde?
Nee!
Geen “sorry dat ik besta vingertje”maar een duidelijke richtingaanwijzer naar het kruis.
“Hier, deze kant op!
Ik wacht wel achter je”
De richtingaanwijzer wees me naar de geweldige tekst uit 2 Korinthe 5:21
“Ik ben de gerechtigheid Gods in Jezus Christus!”
Omdat ik zelf zo goed ben?
Nee, omdat Jezus, die geen zonde gekend heeft zonde voor mij geworden is.
Hij hing tussen hemel en aarde, door Vader verlaten, en wérd zonde!
Op dat moment kwam Zijn gerechtigheid op mij.
Ik werd rechtvaardig verklaard.
Wat Hij verdiende, kreeg ik.
Wat ik verdiende kreeg Hij!
Een zeer vrolijke ruil…

Daar stond ik dus, een “keurige oudere mevrouw” met mijn middelvinger felgeel opgestoken, midden op een kruispunt.
Welke afslag zou ik nemen?
Die van de zelfveroordeling en de dood, of die van het leven door de rechtvaardigheid in Christus?

Ik stapte weer op mijn fiets en stak in gedachten mijn middelvinger weer op!
Naar die vuile aanklager die een gat voor me groef, waar hij me briesend ALS een leeuw wilde verslinden.
Belijdend :” ik ben de gerechtigheid Gods in Jezus Christus, ik ben rechtvaardig verklaard in Zijn bloed” ben ik weer verder de snelweg van het leven op gefietst.
Even verderop zag ik een sinkhole , er omheen een metershoge omheining.
Boven de ingang hing een levensgroot bord
“ Verboden toegang”
Engelen met vlammende zwaarden beletten me de toegang waardoor ik veilig verder fietsen kon.
In mijn ooghoek zag ik nog net een ter aarde bestelling van een felgeel gehandschoend handje .
Ze zwaaide vrolijk en stak een duimpje naar me op…

Geloven: over vertrouwen, twijfel en vragen

Geloven: over vertrouwen, twijfel en vragen

https://robertrothblog.wordpress.com/2019/06/10/geloven-over-vertrouwen-twijfel-en-vragen/
— Lees op robertrothblog.wordpress.com/2019/06/10/geloven-over-vertrouwen-twijfel-en-vragen/

Prachtig getuigenis van een levensveranderende ontdekking.

Glorie aan het Lam!

In vuur en vlam.

Vorige week was ik op het Hemelvaartsconvent van CWN, waar we o.a. luisterden naar een lezing van Samuel Wells.
Hij sprak over het over het verschil tussen For/With.
Iets doen voor iemand of iets doen met iemand.
Het doen voor elkaar, of iets doen voor God, zit ons meer in het bloed dan dat we iets doen met elkaar,of stil zijn en luisteren naar God omdat Hij er zo naar verlangt met ons te zijn.
Vanmorgen in de dienst kwamen deze woorden For/With Voor/Met in mijn gedachten voorbij, t.a.v. de Pinksterviering.

Op de dag waarop de Joden van het Oude Testament vieren dat Mozes op de Berg Sinaï, de tien geboden ontving, op diezelfde dag viert de kerk van het Nieuwe Testament Pinksteren, het feest van de uitstorting van de Heilige Geest.

Over deze twee gebeurtenissen zijn zowel verschillende overeenkomsten als verschillen te noemen.
In beide gevallen gaat het vooral over God die bij de mensen wil wonen.

Het volk Israël had na hun bevrijding uit Egypte aan geen ding gebrek in de woestijn.
Iedere keer wanneer ze klaagden over water, brood en vlees zorgde God voor overvloed in wat ze misten.
Er viel niet één dode, omdat God hun Zijn vriendelijk aangezicht toonde en niet moe werd hun goed te doen.
Kortom, God liet hun de aard van Zijn wezen zien; Zijn verlangen de mens genade en goedheid te bewijzen.
Toch was het volk deze genade, iets ontvangen om niet, op een gegeven ogenblik spuugzat.
Ze eisten God zelf iets terug te willen doen.
Daarop trok God zich terug, en gaf hun de tien geboden.
Wederom kregen ze waar zo om vroegen, de wet, waarop ze overmoedig riepen dat ze álles zouden doen wat God hun in die wet gebood.

Waar het mis ging was precies dat waar Samuel Wells de vinger op legde.
God bevrijdde het volk Israël uit de slavernij van Egypte en trok met hun op naar het beloofde land.
Het volk kon de afhankelijkheid van een God met hun niet langer verdragen, waarop ze eigen verantwoordelijkheid en onafhankelijkheid opeisten.
Die kregen ze van God, waarop zoals om de berg Sinaï een hek geplaatst werd, er ook denkbeeldig een afscheiding kwam tussen God en het volk.
Met God werd door het volk ingeruild voor voor God.

Hoe desastreus dit uitwerkte werd onmiddellijk duidelijk toen het volk zelfs het aanbidden van God inruilde voor het dansen om een gouden kalf.
Kort tevoren nog hadden ze geroepen alles te doen wat God hun gebood te doen…
Omdat ongehoorzaamheid aan de wet genoegdoening eist, kon God niet anders dan straffen.
Als gevolg van het overtreden van het eerste gebod:’ Gij zult de Here uw God liefhebben boven alles,’ stierven er drieduizend mensen.

Vele eeuwen later verliet de zoon van God de hemel om als mens onder ons te wonen.
Hij kwam op aarde omdat Hij als enige in staat was Gods wil te doen en zo de wet van Mozes te vervullen.
Door Zijn verschrikkelijke dood aan het kruis verbrak Hij de macht van de zonde en bevrijdde ons van de aanklacht van de wet.
Deze wet was het wapen van Satan om ons voortdurend aan te klagen;’zie je wel dat je dat niet kunt?’
En hij had gelijk!
We kunnen de tien geboden niet gehoorzamen, zelfs niet één gebod.

Gods reddingsplan is er altijd op gericht geweest met ons te zijn.
Toen Jezus er voor koos om met ons te zijn kon het niet anders dan dat Hij hangend aan het kruis één werd met onze zonde.
Hij dróeg niet alleen onze zonde, Hij werd zonde, en wij, we lieten Hem alleen.
We konden ook niet anders dan Hem alleen laten, omdat we onmogelijk dragen konden wat Hij op dat moment Zelf op zich nam.
Omdat God de zonde niet verdragen kan, kon ook Hij niet anders dan Zijn Zoon alleen laten, en daarmee koos God onze kant.

In Kollosenzen 2 staat dat God Zelf de zonde,Jezus, én de aanklacht van dat wat tegen ons getuigde, de wet, aan het kruis nagelde en daarmee Satan het zwijgen oplegde.

Na zijn opstanding beloofde Jezus ons na Zijn Hemelvasrt niet alleen te laten, maar ons Zijn Geest te sturen, het bewijs van Zijn verlangen om met ons te zijn.
Het Immanuel, God met ons, bij de aankondiging van Jezus’ geboorte uitgesproken door de engel Gabriël, is in Zijn dood, opstanding en Hemelvaart bezegeld met de uitstorting van de Heilige Geest.
Elke belemmering om tot God te gaan is weggenomen omdat in het offer van Jezus elk wapen dat tegen ons gebruikt werd krachteloos is geworden.

En zie wat er gebeurde:
Bij de Sinaï, daar waar de mens koos om voor God te gaan werken, vielen drieduizend doden.
Op de Pinksterdag, de dag waarop God bewees het contact met
ons te hebben hersteld komen drieduizend mensen tot geloof.

Wat een wonderschone hereniging van God met allereerst Zijn volk Israël en daarna de andere volken.
Het was niet voor niets dat de uitstorting van de Heilige Geest juist op dát moment plaats vond.
Heel Israël en de mensen uit de omringende volken waren op de been om feest te vieren in Jeruzalem.
God de Vader liet zien dat het heil voor alle volken is.
Vier je het feest van de Geest mee op het Tempelplein?

Link naar de lezing van Samuel Wells:

Link naar de site van het Chatismstisch Werkverband Nederland
https://www.cwn-cwj.nl/

Kermis in de Kerk.

Ik ben een sneeuwwit duifje dat jullie meeneemt naar de Kermis, waar we in het reuzenrad en op de bont gekleurde paardjes van de draaimolen rondjes draaien gaan.
We gaan zorgeloos zwieren in de schommels zonder misselijk te worden van de vele suikerspinnen en warm verorberde oliebollen.

Maar eerst vertel ik je wat er 10 dagen geleden gebeurde.
Wat een belevenis!
Jezus was met zijn volgelingen,mannen en vrouwen,op de olijfberg.
De trouwe Maria van Magdala,en Zijn nog altijd jonge lieve moeder Maria.
Met hen en vele andere aanwezigen sprak Hij met hen over de tijd die komen ging.
Hij beloofde hun dat ze nooit meer alleen zouden zijn,en dat wanneer ze het goede nieuws zouden vertellen,iedereen aan de tekenen en wonderen zou zien dat ze de waarheid spraken.
Demonen uitdrijven,zieken genezen,ja,zelfs doden opwekken.
Een grote kracht gaat hun vervullen,beloofde Jezus.
Wat een geweldig uitzicht hè?
Daarna zegende Hij zijn vrienden waarna Hij opgenomen werd en de ere plaats naast Vader in mocht nemen.
Daar zit Hij nu op de troon,rustend aan Vader’s rechterhand!

In Jeruzalem zijn de vrienden eensgezind aan het bidden,in afwachting van de grote dingen die komen gaan.
En nu,vandaag is het Pinksteren,50 dagen na Pesach.
Het altijd durende jubeljaar zal worden ingeluid!
Een eeuwig durende grote verzoendag vangt op deze allang van te voren door de profeten aangekondigde dag aan.
Oh,deze dag zal de geschiedenis van de hele wereld beïnvloeden en op zijn grondvesten doen schudden.
Deze dag,waarop de geweldige gebeurtenissen op de berg Sinaï herdacht worden,zal een nog grotere impact hebben dan die dag.
Nu zal het doel,waarvoor de Wet gegeven is duidelijk worden.
Deze dag gaat het bewijs worden van de vrijheid en liefde die Vader vanaf de schepping bedoeld heeft.
Nu gaat ingezien worden dat Vader geen slaven wil maar kinderen!
Kom,laat je meeslepen in de karavaan “der dwaasheid”
Ik,een sneeuwwit duifje,de verteller van Het Verhaal,ben ook terug in Jeruzalem,waar het een drukte van jewelste is.
Uit de omringende landen zijn veel toeristen toegestroomd,om het feest mee te maken.
Oh,straks wanneer iedereen terug zal keren naar zijn eigen land,zullen ze heel wat te vertellen hebben!
Deze dag,gaat geweldig worden.
Deze dag zal de majesteit van Jezus de heilige stad dronken van plezier maken.
Ik mag…
Ik mag naar de vrienden gaan.
Het is tijd!
Mijn prachtige vleugeltjes klapwieken in een sierlijke cadans en elegantie,terwijl mijn duivenborstje zwelt van geluk.
De vrienden zien me aan komen vliegen en kijken verrukt naar me op.
Van blijdschap over mijn gratie en schittering door de Morgenster,stoten ze elkaar aan en heffen hun hoofden omhoog.
Nu,ja nu!
Nu mag ik mijn kracht loslaten.
Alsof ik afgeschoten wordt,en vanaf een duikplank een 1000 dubbele salto maak,laat ik alle kracht in me los.
Met een luid roekoooee open ik mijn snaveltje en blaas het vuur,wat in me is over hen uit.
Ik ben een vuurspuwend duifje!

Mijn voorbeeld zal over de hele wereld na gedaan worden.
In een zwakke imitatie zullen vuurspuwers hun monden met een brandbaar goedje vullen,en aansteken.
De omstanders zullen verbaasd oh,en ah roepen,maar verder dan dat zal het niet reiken.
Het zal zal niets zijn in vergelijking met mijn vuur.
Mijn vlammen,worden door Vader zelf aangestoken.

De vrienden van Jezus roepen het uit.
Op elk van hen zijn vurige vlammetjes te zien,maar het verteert hen niet.
Er is een heerlijke geur merkbaar in plaats van de penetrante brandlucht van verschroeide haren.
Het is een vuur,dat anderen weer aan zal steken om het goede nieuws te vertellen.
Het is een vuur,zo krachtig,dat het alles in een ander licht zet.
Dat zie je nu al.
In talen,waarvoor ze geen diploma of bachelor hebben behaald beginnen de vrienden luid te getuigen van hun opgestane Jezus.
Het geluid gonst door heel Jeruzalem.
Het is als toen Salomo,de vredevorst de tempel in gebruik nam.
Zo trilt de hele atmosfeer van de grootheid en macht uit de hemel.
De mensen stromen toe,nieuwsgierig aangetrokken door het mysterie van het vuur.
Iedereen hoort in zijn eigen taal,hoe de vrienden getuigenis geven van Jezus.
Dit is nog nooit vertoond.
Deze kakofonie van geluid is haast hysterisch te noemen.
Het is een kermis van blijde dansende mensen!
Volwassenen die kinderen worden.
Deftige profesoren laten elke schroom varen,en in de stoeltjes van de draaimolen zwieren ze gillend en uitgelaten van pret steeds hoger en hoger rond.
Afgestudeerde academici staan zij aan zij met eenvoudige ongelettereden in de rij bij de botsautootjes,waarna ze gierend van pret elkaar de pas afsnijden in hun felgekleurde voertuigen.
Het reuzenrad draait zijn rondjes zoals nog nooit eerder vertoond.
Niemand maalt erom dat de bakjes veel te vol geladen zijn,en schommelen op een manier die gisteren nog levensgevaarlijk was.
De gekleurde paardjes draaien rond,en hinniken luid omdat ze nog niet eerder zulke vrolijke lasten hebben gedragen.
De grijpmachines,die anders de uit de Action vergaarde prullen nooit prijs gaven,zijn nu gevuld met de prachtigste gouden sieraden,bezet met diamanten,saffieren en smaragd.
De klauwen van de grijpers laten hun schatten automatisch los bij de aanblik van de glundering in de ogen van jong en oud.
Ik zie Rebekka verbijsterd haar doffe oude ringen,armbanden en neuspiercing weg smijten,flabbergasted over de schoonheid van haar nieuwe sieraden.
Om zich niet te laten verblinden door de glans en schittering draagt ze een peperdure Guichi zonnebril,haar aangereikt door Eliëzer,
De koningin van Sheba begrijpt nu pas dat de rijkdom en wijsheid van Salomo niet meer dan een schaduw was,van hetgeen er nu ten toon wordt gespreid.
Ik zie Jozef,die zich door zijn broers luid schreeuwend van uitgelaten pret in de echoput laat gooien,waarna zijn familie verkleed in korenschoven zich buigen voor hun dromen dromend broertje.
Rachab staat trots en fier boven op een berg opgestapelde bierkratten,in haar handen een lang karmozijn roden koord,waarmee ze het spel verspiedertje vangen speelt.
De schatten van de wijzen uit het Oosten verbleken wanneer ze uit de hand van Petrus zakken vol mirre en specerijen ontvangen.
Een aanhangwagen beladen met goustaven,staat klaar om wanneer ze weer terug zijn in het Oosten,uitgedeeld te gaan worden aan het gewone volk.
Simson wappert koket met zijn lange pijpenkrullen en speelt samen met Leah,gepassioneerd het toneel spel”Simson en Delilah.”
Zoals prins Claus zich bevrijdde van zijn knellende stropdas,rukken door hun overgewicht door de kansel gezakte Reformatorische dominees hun witte bef af,die hen onderscheide van de graatmagere Evangelische in spijkerbroek en T-shirt geklede pastors,
Heupwiegend met de handen hoog in de lucht,bewegen ze zich samen naar het Schommelschip waar men eensgezind het net aan de andere kant uitgooid.
Vandaag kan alles!
De hele wereld staat in Jeruzalem op zijn kop!
Oliebollen,rijk bestoven,worden met tientallen opgesmikkeld.
Het vet vermengt met de poedersuiker,loopt in smalle witte stroompjes langs de mond van de etende smulpapen, en vormt een plasje in de plooitjes en holte van hun keel.
Met de overgebleven oliebollen worden gooi en smijt wedstrijdjes gehouden,al spoedig gevolgd door het elkaar bekogelen.
De felgekleurde suikerspinnen vinden gretig aftrek,in alle kleuren van de regenboog.
Groot en klein smeert het goedje in elkaars haren en giert het uit!
Spuitbussen worden uitgedeeld,waaruit neon kleurig poeder de kleverige kleding en haren van de mensen er nog grotesker uit laat zien!
Iedereen omarmt elkaar en blijft aan de ander plakken.
Het maakt niet meer uit.
#metoo heeft een hemelse betekenis gekregen.
Alles is omgedraaid.
Hier hebben de mensen van gedroomd,weer kind te zijn,en je te kunnen laten gaan zonder enige gêne.
Niet meer na te hoeven denken over wat een ander er van denkt of zegt.
Want die ander is net zo!
De schaamte voorbij!
“Hier ben ik voor gemaakt”zo voelt het voor iedereen!
“We zijn broertjes en zusjes en spreken dezelfde taal!
We klinken anders,maar toch hetzelfde.”
Lachend vertellen ze het elkaar:
“Eindelijk is het verlangen vervuld,één te zijn.
Zoals bij de bouw van de toren van Babel.
Toen wilden we één zijn door zelf naar de hemel op te klimmen,nu zijn we één omdat vanuit de hemel God af daalde naar ons.
Wat zal God gelachen hebben om onze dwaasheid,toen hij neerkeek op ons.
Toen spraken we een taal in dezelfde klanken,waarbij we elkaar niet begrepen,nu loeien we als koeien een taal in een kakofonie van onverstaanbare klanken zonder Babylonische spraakverwarring!”
Vol zelfspot bekijken ze elkaar in de lachspiegels,en slaan elkaar joelend op de borst,om hun idiote verwaandheid,te denken dat ze door een toren te bouwen,de hemel in bezit konden nemen.
Wat een hilariteit.
“Wat zijn we dom geweest luitjes.”
Het grappige is dat ze er om grinniken kunnen,en als bevrijde mensen plezier hebben in wat hun eerder onmogelijk leek
Drieduizend mensen…hetzelfde aantal als de grote stapel doden,die bij de Sinaï omkwamen na het dansen om het gouden kalf.
Achtergebleven in de haastig gedelfde graven,om vruchteloos te verteren en één te worden met het het stof van de woestijn.
En nu…
Drieduizend mensen,die dansen om de overwinning,behaald door het sterven en opstaan van Jezus…
Drieduizend mensen in het badwater van geloof ondergedompeld beleven een bevrijding waar ze al naar hunkerenden vanaf hun vormeloos begin.
De ervaring opnieuw geboren te zijn is een niet te bevatten werkelijkheid geworden.
Drieduizend mannen en vrouwen,die de woestijn waar ze voortaan hun voeten zullen zetten,laten veranderen in een bloeiende rozentuin.

En daar zie ik Zijn moeder,Maria,alsof ze weer maagd is.
Dromerig als in trance laat ze zich eindeloos rond draaien op een van de felgekleurde paardjes.
Het meisje,dat ik bevrucht heb,en vandaag Jezus voor de tweede maal in haar binnenste geboren heeft laten worden,om Hem nu voor altijd mee te mogen dragen,voor eeuwig en eeuwig!
Het meisje,nu een vrouw,die de woorden sprak:”mij geschiede naar Uw woord”
Vertederd door haar schoonheid laat ik me landen in haar open handen.
Ontroering doen haar ogen blijdschap tranen.
Precies in het midden van het kermisterrein staat een reusachtge boom,die met frisse groene bladeren verkoelend schaduw biedt aan degeen die even rusten wil.
De sappige oranjeappeltjes mogen vrij geplukt worden,daar de slang niet meer is dan een pluchen tochtstrip.
Wat een uitbundige stemming heeft mijn vuur teweeg gebracht.
Iedereen die zijn ik kwijt was heeft zijn oorspronkelijkheid terug gevonden in mijn levend brengende opstandingskracht.
Alle scherven van het leven,die slapeloze nachten,vol van wanhopige schuld,schaamte,pijn en verdriet tot gevolg hadden,het past allemaal weer in elkaar.
Als porseleinen kop en shotels,die in duizend stukken op de grond lagen en door een onzichtbare hand opgeraapt,met bloedrode lijm weer in elkaar zijn gezet.
Als kapot gesmeten kristallen vazen,die met hun glassplinters bloedende wonden gaven.
Wonderbaarlijk geheeld van hun butsen,staan ze nu gevuld met witte rozen welriekend te pronken in de huizen,waar men elkaar eerder nog de hersens insloeg.
Het deert ons niet,dat de vrome Farizeeën en Schrifgeleerden de spot met mij en de mensen die ik met mijn vuur heb aangestoken drijven.
Laat ze toch lachen en spotten.
Laat hen in de waan dat we vol zoete wijn zijn.
Dat zijn we ook,het bloed van Jezus stroomt als vreugde gevende wijn door onze aderen.
Laat hen maar zeggen dat we dwazen zijn.
Dat zijn we ook,het woord dat ik met mijn vuur kracht bijzet is ook dwaas.
Het heeft alles omgedraaid.
Wat hiervoor nog normaal was is nu abnormaal geworden.
En andersom ook.
De dwaasheid van het Evangelie zal tot vrolijke en bevrijde harten leiden.

Oh,wat ben ik gelukkig!
Laat er zang en dans zijn in de huizen.
Laat de vrede en vreugde des Heeren de kracht zijn waarmee het leven zijn bestemming krijgt.
Dit is mijn doel,vanaf het begin!
Ik,een sneeuwwit duifje,in de hemel bewaard en nu losgelaten.
Zoals ik losgelaten werd door Noach,en uiteindelijk een rustplaats vond om,om een nest te bouwen in een nieuwe wereld.
Zo zoek ik ook nu steeds een rustplaats in de harten van degene die zijn opgestaan in een nieuw leven,en verlangen naar mijn vuur.
Waarin ik met onuitsprekelijke verzuchtingen Abba,Abba fluister,Abba Abba…daarmee de wetten in hun hart schrijvend.
Soms zie ik andere nesten op de hoofden van mensen.
Het nest van roofvogels,die stinkende rotte eieren gelegd hebben.
De bedorven eieren verhard hun hart,zodat ik geen toegang meer heb voor mijn nestje.
Zonder het zelf te willen, gooit men voor elkaar de glazen in,zelf machteloos bloedend in duizend stukken uiteen vallend.
Maar ik geef het nooit op.
Tot aan het einde van deze tijd blijf ik een vuurspuwend sneeuwwit duifje.
Zoekend naar iemand die zich op wil laten rapen.
Speurend naar een porseleinen kop en schotel,dat smeekt weer in elkaar gezet te worden om daarna feest te vieren op de tafel van een high tea vol geurige vers gezette thee en zoete lekkernijen.
Tot de dag komt,die grote dag…
De dag van de voltooiing.
De kroningsdag van Jezus waarbij Hij alle heerschappij uit handen van Vader ontvangen zal.
De huwelijksdag van bruid en bruidegom!
Ik,het sneeuwwitte duifje, jullie gids in dit verhaal, wacht op die dag.
Ik zie uit.
Jij ook?

%d bloggers liken dit: