Verbod op wc-tikken

Een paar weken nadat we in de kerk herdachten dat Luther zijn 95 stellingen schreef en die aan de deur van de Slotkapel in Wittenberg spijkerde, hing er in onze flat ook een pamflet.
Met kordate woeste letters werd ons het volgende meegedeeld;

Wc-tikker
Wil degene die iedere morgen op de wc staat te tikken daarmee stoppen?
Het is door de hele flat te horen!

Ik kan het niet helpen dat ik onbedaarlijk moet lachen om dit wc-tikverbod.
In mijn hoofd draait zich vervolgens het volgende filmpje af.

Eerste bedrijf, Flat A

Omdat hij ervan baalt iedere morgen gewekt te worden door een niet te stoppen innerlijk proces heeft de bewoner van deze flat gisteravond zo weinig mogelijk gegeten.
Toch komt hij er ook deze dag niet onderuit, zonder genade dringt de aandrang hem vlak voor de klok 4 uur wijst klaarwakker, waarop de niet voor de Big Bang onderdoende, door heel de flat galmende Bim Bam van zijn buurman bevestigd: ‘ja hoor, het is weer zo laat!’
Een vergeefse poging zich nog even om te kunnen draaien mislukt ook deze vroege morgen jammerlijk; dwingend als de toeter van de stadsomroeper, roept zijn knorrend binnenste ook deze dag om verlossing van haar last.
Alsof de wind zelf hem op de hielen zit eindigt zijn uitslaappoging in een met dicht geknepen billen sprintje naar de pot alwaar zijn binnenste zich zuchtend van genot ontlast van de overblijfselen van de gisteren genuttigde maaltijd.
Eer zijn ecologisch kunstwerk haar zwanenzang door de grijze afvoerbuizen van het riool aanvangt, werpt hij nog een trotse blik naar het torentje in de porseleinen pot.
Wanneer hij een forse ruk aan het touwtje van de stortbak geeft voelt de producent van het in de diepte verdwijnend werkstuk zich oppermachtig, als is hij hoofdpersoonlijk eigenaar van de Niagara-watervallen.
Maar dan; verdorie, het zo vernuftig in elkaar gedraaid vormsel heeft toch nog wat sporen nagelaten op het wit van de porseleinen pot…
Geen nood, daar heeft onze flatbewoner de volgende meest lumineuze uitvinding voor aangeschaft: de wc-borstel!
En juist daar begint het gedonder in de glazen, of liever gezegd, het wc-tikken…
Na de noodzakelijke rondgang van de borstel kan deze namelijk niet maar zo plassend weer in zijn houder gezet worden, waarom mijn medeflatbewoner hem droog tikt op de rand van zijn net gereinigd toilet.
Opgelucht dat dit klusje ook weer geklaard is kruipt hij nog even lekker onder de wol…

Tweede bedrijf, Flat B

Net als bovengenoemde flatbewoner is een van de andere medeflatbewoners gisteravond ook naar bed gegaan.
Hij hoopt net als zijn buurman eens een keertje uit te kunnen slapen, maar weet nu al dat dat ijdele hoop is.
Iedere morgen wordt hij namelijk gewekt door een wc-tikker, een medebewoner die na toiletbezoek steevast de wc-borstel droog tikt op het randje van de wc-pot.
De groeiende ergernis hierover houdt hem al bij voorbaat uit de slaap, waarom hij ieder uur aftelt.
Het is zo langzamerhand een gewoonte geworden, dat nog eer zijn klok met een niet voor de Big Bang onderdoende Bim Bam 4 uur slaat, hij allang van tevoren weet: ‘ja hoor, het is weer zo laat!’
En inderdaad, als een selffulfillig prophecy hoort hij even later de hamerslag van het wc-tikken door de flat galmen.
Gefrustreerd en zijn emoties tot het kookpunt opgezweept draait en woelt deze flatbewoner zich een slag in de rondte, totdat de lakens hem als in een kunstig en vernuftig gevormde cocon gevangen houden.
Plotseling begint zijn binnenste aan te dringen op toiletbezoek, maar mijn hemel, hoe bevrijdt hij zich op tijd uit zijn eigen gedraaide dwangbuis?
Te laat, het kwaad is al geschiedt…
Als de baby van vroeger, tot aan zijn nek zijn luiertje vol gepoept zoekt zijn woede zich een uitweg uit deze door de wc-tikker veroorzaakte vernedering.
Wanneer hij even later bevrijdt en schoongeborsteld als het wit van porselein, de wasmachine vult met vuile was, weet hij opeens wat hij doen moet; net als Maarten Luther gaat ook hij een pamflet opstellen.
Een toilet-hervormings plan voor wc-tikkers!
En zo kan het gebeuren dan deze medeflatbewoner driftig tikkend zijn al eerdergenoemd pamflet fabriceert en dit nog dezelfde dag aan het prikbord hamert.

Is het daarmee afgelopen, mijn beste lezers?
Welnee, er volgt nog een clifhanger.

Derde bedrijf, Flat C

Een medebewoonster van desbetreffend flatgebouw kan het niet helpen dat ze verleidt door het verbod op wc-tikken iedere morgen een deuntje tikt op haar eigen mooie porseleinen plee’tje.
Grinnikend vraagt ze zich af: ’vroeger leefde ik zonder een wet op het wc-tikken. Maar toen ik die wet leerde kennen ontdekte ik dat wc-tikken een zonde is.
Zonder die wet had ik nog nooit wc-getikt, maar nu roept die wet de begeerte in mij op tot wc-tikken…
Mijn doen en laten zijn voor mezelf een raadsel, want ik doe niet wat ik graag wil, nee, ik doe waar ik een hekel aan heb.
Ik doe dus wat ik niet wil en daaruit blijkt dat ik het eens ben met de wc-tik wet.
In mijn diepste wezen wil ik helemaal niet wc-tikken maar ik zie dat mijn doen en laten daarmee volledig in tegenspraak is.
Wat ben ik er ellendig aan toe!
Wie verlost mij van deze wc-tik-tic?

Wifi en breien.

Mijn kleindochtertje Yinthe is deze week te logeren, en wat hebben we het gezellig!
Waar ik zo blij van ben is vooral dat Yinthe zelf het zo leuk vindt, omdat ik eerst nog wel wat zorgen had of ze zich niet na twee of drie dagen zou gaan vervelen.

Thuis heeft ze al aan Mama gevraagd of ik wel Wifi heb, wat natuurlijk meteen na aankomst ingesteld wordt zodat ze via bluetooth onbeperkt YouTube luisteren kan.
Ik bedenk me dat de wereld erg verandert is en me zelf vroeger niet voor kon stellen dat we nu allemaal in een schermpje gevangen zitten.
Wifi en bluetooth?
Ook ik kan niet meer zonder!
Maar gelukkig, Yinthe is toch ook wel benieuwd naar het kneuterige van mijn ‘vroeger’ en vraagt:
‘Bessien hoe noem je dat dat je iets maakt op van van die stokjes, breien toch?’
‘Ja liefie dat is breien.’
Of ik haar dat leren wil?
Ze kan me geen groter plezier doen want wat is er nou leuker voor een Bessien dan haar kleindochter het genot van handwerken bij te brengen.
Bolletjes wol genoeg en meteen maar op de modernere manier, de rondbreinaald.
En warempel, ze heeft er slag van; insteken, omslaan, doorhalen, af laten gaan…zo trots al een pauw zit ze in mijn bank te breien en vraagt af en toe of ik de eerste steek weer even brei.
Ze tikt met de naalden een melodietje en vraagt zich af of ze later ook zo snel kan breien als Bessies’ dat doen.
Ondertussen groeit haar sjaal gestaag en trots verteld ze me dat ze volgende week aan haar klas laat zien dat ze breien kan.
Ik bedenk me: zonder Wifi of met WiFi, het toneel blijft hetzelfde, alleen de spelers veranderen.

Qua fantasie en beelddenken herken ik veel van mezelf in haar, het is soms net alsof ik naar mijn eigen kleine meisjes-ik zit te kijken
Precies eender als ik denkt ze ook in plaatjes en wil niets liever dan al die plaatjes met me delen.
Ze staat (ook) altijd aan!

Al breiende doet ze een geweldige ontdekking die ze natuurlijk niet vóór zich houden kan, dat moet onmiddellijk aan mij verteld worden…
‘Bessien, weet je waar het op lijkt?’ zegt ze.
‘Nou, vertel,’
‘Het is net alsof de steken een wedstrijdje houden om van het ene breistokje op het andere te komen.’
Hahaha, ik hoor mezelf praten; ‘ het is net alsof…’ waarna als vanzelf het filmpje in woorden wordt uitgebeeld.

Toen ze afgelopen zaterdag gebracht werd vertelde ze me alvast dat we iedere avond onder het knuffeldekentje tegen elkaar aan gingen zitten om een filmpje te kijken; ‘Toch Bessien?’
En zo gebeurt het ook.
Wanneer ik nog aan tafel zit wat huiswerk te doen roept ze dat het tijd is voor de film, waarna ze vast thee zet en het dekentje aan de stekker legt.
‘Kom je Bessien, het kleedje is al lekker warm.’
Daarna kijken we een film die ze zelf al een keer gezien heeft, maar waarvan ze het ze leuk vindt om die mij ook te laten zien.
Bij spannende of hilarische momenten zegt ze: ‘let op hoor Bessien, dit moet je zien!’
Ondertussen hoopt ze dat de dag geen einde heeft, zo gezellig is het!
Toch komt er een moment waarop ik zeg dat het bedjestijd is, en ze haar tanden poetsen moet.
Eerst pruilt ze nog wat maar wanneer ik haar beloof dat ik zo meteen uit de Bijbel kom voorlezen ligt ze binnen no time onder de wol.
Ik kom naast haar zitten en lees over Jozef en zijn avontuur met de Heer en vertel haar dat die God ook zo veel van haar houdt.

Ze drinkt de woorden in en verwondert vraag ik me af hoe het toch komt dat de oude verhalen nooit aan kracht verliezen.
Zou het kunnen zijn dat God al op de eerste scheppingsdag Wifi, bluetooth en het rondzingend melodietje op de tikkende breinaalden heeft bedacht?

Een gat in de lucht

Liggend op mijn rug in de met wilde bloemen bedekte dijk aan het IJsselmeer geniet ik van alle geuren en kleuren waarmee de natuur me omringd.
Het pas gemaaide gras kriebelt vriendelijk mijn rug en benen en lijkt daar oprecht plezier in te hebben.
Aan mijn voeten bloeit uitbundig
een dikke bos felgele Paardebloemen, terwijl mijn hoofd wordt omkranst door lieflijk geurende Madeliefjes.
Met mijn ogen volg ik het zachte zoemen van een ijverige bij en pluk ondertussen één van zijn favoriete bloemen, de rode Klaver.
Net als het vliegend wollige bolletje zwart-geel en bruin zuig ik voorzichtig het zoet uit de blaadjes van dit prachtig bloeiende suikerbloempje.
Wanneer ik mijn ogen tot spleetjes knijp worden de wuivend witte Klaverbloemen vrolijk huppelende schaapjes temidden van de kleurige uitbundigheid van alles wat op de dijk groeit en bloeit.
Mijmerend over Jezus en zijn lang voorzegd komen op de wolken tuur ik de hemel af, hopend op een teken van zijn komst.
De wonderlijke kleurschakering van de hemel, het spel van de voortdurend van vorm veranderende wolken en het goud van de daar tussendoor piepende zonnestralen neemt me mee in een onvoorstelbaar mooi visioen.

Opeens ben ik in de hemel.
Het is net het moment van het dagelijks ritueel; (voor zover je in de eeuwigheid nog van tijd spreken kunt) het spelletje met het smoelenboek.
Vader God bladert samen met zijn zoon Jezus door het boek.
De engelen spelen het spel mee en giechelen van opwinding over wat er komen gaat.
Vader en Zoon laten de spanning behoorlijk oplopen doordat ze blijkbaar maar niet kunnen kiezen welke foto vandaag aan de beurt is.
Dan eindelijk houdt Vader het boek omhoog en toont de engelen één van de foto’s.
Eer ik me overbuig om de foto ook te kunnen zien klapt Vader, schaterend van het lachen om mijn beduusde blik resoluut het boek dicht.
Nu is het de beurt van de engelen de spanning hoog op te drijven door net te doen alsof ze de naam van dit favoriete kind allang vergeten zijn.
Uren lang overleggen ze geheimzinnig fluisterend wat ze antwoorden zullen, totdat ze eindelijk aan Vader om een hint vragen.
‘zullen we het doen Jezus, geven we ze een hint?’
‘nou vooruit, voor deze ene keer, maar dat is dan wel meteen de laatste keer hoor!’
Daarop noemt Vader het aantal haren van degene waarvan de naam geraden moet worden.
Eindelijk, na weer urenlang gedebeleer zijn de engelen eruit.
Het noemen van de naam doet Vader juichen van uitbundige vreugde.
Hij danst, zingt en joelt van pure blijdschap.
Met Jezus voorop bereiden de duizenden engelen zich voor om met die naam op de lippen in reidans en zang langs het luchtruim te gaan.
Plotseling gebaart Vader stilte en vraagt mij of ik het ook goed gehoord heb?
‘Nou, om eerlijk te zijn niet Here God’ zeg ik bedremmeld.
‘noem de naam nog een keer’ zegt Vader waarop uit duizenden kelen mijn eigen naam gescandeerd wordt.
Ik heb geen tijd me te verbazen want Vader lijkt het wel voor de eerste keer te horen.
Nog blijer dan daarvóór springt hij met een luide knal een enorm gat in de lucht waardoor ik weer in het gras van de dijk neer duikel.

Beduusd over alles wat ik gehoord en gezien heb moet ik even bijkomen van dit hemelse ommetje.
Heb ik dit nou echt meegemaakt of droomde ik?
Opeens voel ik een zacht ruisende windvlaag vanwaar uit een mysterieus gegiechel mijn naam gelispelt wordt.
Ik weet het zeker, het zijn de engelen in hun reidans rond het hoge hemelruim!
Met vernieuwde ogen staar ik naar de zonnestralen tussen de gaten in de wolken en begrijp ineens de soms onverklaarbare knallen in de lucht.

Ze kunnen me wat met hun uitleg over een vliegtuig dat door de geluidsbarrière knalt, vanaf nu weet ik beter!!

Kermis in de Kerk.

Ik ben een sneeuwwit duifje dat jullie meeneemt naar de Kermis, waar we in het reuzenrad en op de bont gekleurde paardjes van de draaimolen rondjes draaien gaan.
We gaan zorgeloos zwieren in de schommels zonder misselijk te worden van de vele suikerspinnen en warm verorberde oliebollen.

Maar eerst vertel ik je wat er 10 dagen geleden gebeurde.
Wat een belevenis!
Jezus was met zijn volgelingen,mannen en vrouwen,op de olijfberg.
De trouwe Maria van Magdala,en Zijn nog altijd jonge lieve moeder Maria.
Met hen en vele andere aanwezigen sprak Hij met hen over de tijd die komen ging.
Hij beloofde hun dat ze nooit meer alleen zouden zijn,en dat wanneer ze het goede nieuws zouden vertellen,iedereen aan de tekenen en wonderen zou zien dat ze de waarheid spraken.
Demonen uitdrijven,zieken genezen,ja,zelfs doden opwekken.
Een grote kracht gaat hun vervullen,beloofde Jezus.
Wat een geweldig uitzicht hè?
Daarna zegende Hij zijn vrienden waarna Hij opgenomen werd en de ere plaats naast Vader in mocht nemen.
Daar zit Hij nu op de troon,rustend aan Vader’s rechterhand!

In Jeruzalem zijn de vrienden eensgezind aan het bidden,in afwachting van de grote dingen die komen gaan.
En nu,vandaag is het Pinksteren,50 dagen na Pesach.
Het altijd durende jubeljaar zal worden ingeluid!
Een eeuwig durende grote verzoendag vangt op deze allang van te voren door de profeten aangekondigde dag aan.
Oh,deze dag zal de geschiedenis van de hele wereld beïnvloeden en op zijn grondvesten doen schudden.
Deze dag,waarop de geweldige gebeurtenissen op de berg Sinaï herdacht worden,zal een nog grotere impact hebben dan die dag.
Nu zal het doel,waarvoor de Wet gegeven is duidelijk worden.
Deze dag gaat het bewijs worden van de vrijheid en liefde die Vader vanaf de schepping bedoeld heeft.
Nu gaat ingezien worden dat Vader geen slaven wil maar kinderen!
Kom,laat je meeslepen in de karavaan “der dwaasheid”
Ik,een sneeuwwit duifje,de verteller van Het Verhaal,ben ook terug in Jeruzalem,waar het een drukte van jewelste is.
Uit de omringende landen zijn veel toeristen toegestroomd,om het feest mee te maken.
Oh,straks wanneer iedereen terug zal keren naar zijn eigen land,zullen ze heel wat te vertellen hebben!
Deze dag,gaat geweldig worden.
Deze dag zal de majesteit van Jezus de heilige stad dronken van plezier maken.
Ik mag…
Ik mag naar de vrienden gaan.
Het is tijd!
Mijn prachtige vleugeltjes klapwieken in een sierlijke cadans en elegantie,terwijl mijn duivenborstje zwelt van geluk.
De vrienden zien me aan komen vliegen en kijken verrukt naar me op.
Van blijdschap over mijn gratie en schittering door de Morgenster,stoten ze elkaar aan en heffen hun hoofden omhoog.
Nu,ja nu!
Nu mag ik mijn kracht loslaten.
Alsof ik afgeschoten wordt,en vanaf een duikplank een 1000 dubbele salto maak,laat ik alle kracht in me los.
Met een luid roekoooee open ik mijn snaveltje en blaas het vuur,wat in me is over hen uit.
Ik ben een vuurspuwend duifje!

Mijn voorbeeld zal over de hele wereld na gedaan worden.
In een zwakke imitatie zullen vuurspuwers hun monden met een brandbaar goedje vullen,en aansteken.
De omstanders zullen verbaasd oh,en ah roepen,maar verder dan dat zal het niet reiken.
Het zal zal niets zijn in vergelijking met mijn vuur.
Mijn vlammen,worden door Vader zelf aangestoken.

De vrienden van Jezus roepen het uit.
Op elk van hen zijn vurige vlammetjes te zien,maar het verteert hen niet.
Er is een heerlijke geur merkbaar in plaats van de penetrante brandlucht van verschroeide haren.
Het is een vuur,dat anderen weer aan zal steken om het goede nieuws te vertellen.
Het is een vuur,zo krachtig,dat het alles in een ander licht zet.
Dat zie je nu al.
In talen,waarvoor ze geen diploma of bachelor hebben behaald beginnen de vrienden luid te getuigen van hun opgestane Jezus.
Het geluid gonst door heel Jeruzalem.
Het is als toen Salomo,de vredevorst de tempel in gebruik nam.
Zo trilt de hele atmosfeer van de grootheid en macht uit de hemel.
De mensen stromen toe,nieuwsgierig aangetrokken door het mysterie van het vuur.
Iedereen hoort in zijn eigen taal,hoe de vrienden getuigenis geven van Jezus.
Dit is nog nooit vertoond.
Deze kakofonie van geluid is haast hysterisch te noemen.
Het is een kermis van blijde dansende mensen!
Volwassenen die kinderen worden.
Deftige profesoren laten elke schroom varen,en in de stoeltjes van de draaimolen zwieren ze gillend en uitgelaten van pret steeds hoger en hoger rond.
Afgestudeerde academici staan zij aan zij met eenvoudige ongelettereden in de rij bij de botsautootjes,waarna ze gierend van pret elkaar de pas afsnijden in hun felgekleurde voertuigen.
Het reuzenrad draait zijn rondjes zoals nog nooit eerder vertoond.
Niemand maalt erom dat de bakjes veel te vol geladen zijn,en schommelen op een manier die gisteren nog levensgevaarlijk was.
De gekleurde paardjes draaien rond,en hinniken luid omdat ze nog niet eerder zulke vrolijke lasten hebben gedragen.
De grijpmachines,die anders de uit de Action vergaarde prullen nooit prijs gaven,zijn nu gevuld met de prachtigste gouden sieraden,bezet met diamanten,saffieren en smaragd.
De klauwen van de grijpers laten hun schatten automatisch los bij de aanblik van de glundering in de ogen van jong en oud.
Ik zie Rebekka verbijsterd haar doffe oude ringen,armbanden en neuspiercing weg smijten,flabbergasted over de schoonheid van haar nieuwe sieraden.
Om zich niet te laten verblinden door de glans en schittering draagt ze een peperdure Guichi zonnebril,haar aangereikt door Eliëzer,
De koningin van Sheba begrijpt nu pas dat de rijkdom en wijsheid van Salomo niet meer dan een schaduw was,van hetgeen er nu ten toon wordt gespreid.
Ik zie Jozef,die zich door zijn broers luid schreeuwend van uitgelaten pret in de echoput laat gooien,waarna zijn familie verkleed in korenschoven zich buigen voor hun dromen dromend broertje.
Rachab staat trots en fier boven op een berg opgestapelde bierkratten,in haar handen een lang karmozijn roden koord,waarmee ze het spel verspiedertje vangen speelt.
De schatten van de wijzen uit het Oosten verbleken wanneer ze uit de hand van Petrus zakken vol mirre en specerijen ontvangen.
Een aanhangwagen beladen met goustaven,staat klaar om wanneer ze weer terug zijn in het Oosten,uitgedeeld te gaan worden aan het gewone volk.
Simson wappert koket met zijn lange pijpenkrullen en speelt samen met Leah,gepassioneerd het toneel spel”Simson en Delilah.”
Zoals prins Claus zich bevrijdde van zijn knellende stropdas,rukken door hun overgewicht door de kansel gezakte Reformatorische dominees hun witte bef af,die hen onderscheide van de graatmagere Evangelische in spijkerbroek en T-shirt geklede pastors,
Heupwiegend met de handen hoog in de lucht,bewegen ze zich samen naar het Schommelschip waar men eensgezind het net aan de andere kant uitgooid.
Vandaag kan alles!
De hele wereld staat in Jeruzalem op zijn kop!
Oliebollen,rijk bestoven,worden met tientallen opgesmikkeld.
Het vet vermengt met de poedersuiker,loopt in smalle witte stroompjes langs de mond van de etende smulpapen, en vormt een plasje in de plooitjes en holte van hun keel.
Met de overgebleven oliebollen worden gooi en smijt wedstrijdjes gehouden,al spoedig gevolgd door het elkaar bekogelen.
De felgekleurde suikerspinnen vinden gretig aftrek,in alle kleuren van de regenboog.
Groot en klein smeert het goedje in elkaars haren en giert het uit!
Spuitbussen worden uitgedeeld,waaruit neon kleurig poeder de kleverige kleding en haren van de mensen er nog grotesker uit laat zien!
Iedereen omarmt elkaar en blijft aan de ander plakken.
Het maakt niet meer uit.
#metoo heeft een hemelse betekenis gekregen.
Alles is omgedraaid.
Hier hebben de mensen van gedroomd,weer kind te zijn,en je te kunnen laten gaan zonder enige gêne.
Niet meer na te hoeven denken over wat een ander er van denkt of zegt.
Want die ander is net zo!
De schaamte voorbij!
“Hier ben ik voor gemaakt”zo voelt het voor iedereen!
“We zijn broertjes en zusjes en spreken dezelfde taal!
We klinken anders,maar toch hetzelfde.”
Lachend vertellen ze het elkaar:
“Eindelijk is het verlangen vervuld,één te zijn.
Zoals bij de bouw van de toren van Babel.
Toen wilden we één zijn door zelf naar de hemel op te klimmen,nu zijn we één omdat vanuit de hemel God af daalde naar ons.
Wat zal God gelachen hebben om onze dwaasheid,toen hij neerkeek op ons.
Toen spraken we een taal in dezelfde klanken,waarbij we elkaar niet begrepen,nu loeien we als koeien een taal in een kakofonie van onverstaanbare klanken zonder Babylonische spraakverwarring!”
Vol zelfspot bekijken ze elkaar in de lachspiegels,en slaan elkaar joelend op de borst,om hun idiote verwaandheid,te denken dat ze door een toren te bouwen,de hemel in bezit konden nemen.
Wat een hilariteit.
“Wat zijn we dom geweest luitjes.”
Het grappige is dat ze er om grinniken kunnen,en als bevrijde mensen plezier hebben in wat hun eerder onmogelijk leek
Drieduizend mensen…hetzelfde aantal als de grote stapel doden,die bij de Sinaï omkwamen na het dansen om het gouden kalf.
Achtergebleven in de haastig gedelfde graven,om vruchteloos te verteren en één te worden met het het stof van de woestijn.
En nu…
Drieduizend mensen,die dansen om de overwinning,behaald door het sterven en opstaan van Jezus…
Drieduizend mensen in het badwater van geloof ondergedompeld beleven een bevrijding waar ze al naar hunkerenden vanaf hun vormeloos begin.
De ervaring opnieuw geboren te zijn is een niet te bevatten werkelijkheid geworden.
Drieduizend mannen en vrouwen,die de woestijn waar ze voortaan hun voeten zullen zetten,laten veranderen in een bloeiende rozentuin.

En daar zie ik Zijn moeder,Maria,alsof ze weer maagd is.
Dromerig als in trance laat ze zich eindeloos rond draaien op een van de felgekleurde paardjes.
Het meisje,dat ik bevrucht heb,en vandaag Jezus voor de tweede maal in haar binnenste geboren heeft laten worden,om Hem nu voor altijd mee te mogen dragen,voor eeuwig en eeuwig!
Het meisje,nu een vrouw,die de woorden sprak:”mij geschiede naar Uw woord”
Vertederd door haar schoonheid laat ik me landen in haar open handen.
Ontroering doen haar ogen blijdschap tranen.
Precies in het midden van het kermisterrein staat een reusachtge boom,die met frisse groene bladeren verkoelend schaduw biedt aan degeen die even rusten wil.
De sappige oranjeappeltjes mogen vrij geplukt worden,daar de slang niet meer is dan een pluchen tochtstrip.
Wat een uitbundige stemming heeft mijn vuur teweeg gebracht.
Iedereen die zijn ik kwijt was heeft zijn oorspronkelijkheid terug gevonden in mijn levend brengende opstandingskracht.
Alle scherven van het leven,die slapeloze nachten,vol van wanhopige schuld,schaamte,pijn en verdriet tot gevolg hadden,het past allemaal weer in elkaar.
Als porseleinen kop en shotels,die in duizend stukken op de grond lagen en door een onzichtbare hand opgeraapt,met bloedrode lijm weer in elkaar zijn gezet.
Als kapot gesmeten kristallen vazen,die met hun glassplinters bloedende wonden gaven.
Wonderbaarlijk geheeld van hun butsen,staan ze nu gevuld met witte rozen welriekend te pronken in de huizen,waar men elkaar eerder nog de hersens insloeg.
Het deert ons niet,dat de vrome Farizeeën en Schrifgeleerden de spot met mij en de mensen die ik met mijn vuur heb aangestoken drijven.
Laat ze toch lachen en spotten.
Laat hen in de waan dat we vol zoete wijn zijn.
Dat zijn we ook,het bloed van Jezus stroomt als vreugde gevende wijn door onze aderen.
Laat hen maar zeggen dat we dwazen zijn.
Dat zijn we ook,het woord dat ik met mijn vuur kracht bijzet is ook dwaas.
Het heeft alles omgedraaid.
Wat hiervoor nog normaal was is nu abnormaal geworden.
En andersom ook.
De dwaasheid van het Evangelie zal tot vrolijke en bevrijde harten leiden.

Oh,wat ben ik gelukkig!
Laat er zang en dans zijn in de huizen.
Laat de vrede en vreugde des Heeren de kracht zijn waarmee het leven zijn bestemming krijgt.
Dit is mijn doel,vanaf het begin!
Ik,een sneeuwwit duifje,in de hemel bewaard en nu losgelaten.
Zoals ik losgelaten werd door Noach,en uiteindelijk een rustplaats vond om,om een nest te bouwen in een nieuwe wereld.
Zo zoek ik ook nu steeds een rustplaats in de harten van degene die zijn opgestaan in een nieuw leven,en verlangen naar mijn vuur.
Waarin ik met onuitsprekelijke verzuchtingen Abba,Abba fluister,Abba Abba…daarmee de wetten in hun hart schrijvend.
Soms zie ik andere nesten op de hoofden van mensen.
Het nest van roofvogels,die stinkende rotte eieren gelegd hebben.
De bedorven eieren verhard hun hart,zodat ik geen toegang meer heb voor mijn nestje.
Zonder het zelf te willen, gooit men voor elkaar de glazen in,zelf machteloos bloedend in duizend stukken uiteen vallend.
Maar ik geef het nooit op.
Tot aan het einde van deze tijd blijf ik een vuurspuwend sneeuwwit duifje.
Zoekend naar iemand die zich op wil laten rapen.
Speurend naar een porseleinen kop en schotel,dat smeekt weer in elkaar gezet te worden om daarna feest te vieren op de tafel van een high tea vol geurige vers gezette thee en zoete lekkernijen.
Tot de dag komt,die grote dag…
De dag van de voltooiing.
De kroningsdag van Jezus waarbij Hij alle heerschappij uit handen van Vader ontvangen zal.
De huwelijksdag van bruid en bruidegom!
Ik,het sneeuwwitte duifje, jullie gids in dit verhaal, wacht op die dag.
Ik zie uit.
Jij ook?

En ik leefde nog lang en gelukkig…

Afgelopen week zat ik aan het Oegstgeester kanaal te genieten in de stralen van het zomerzonnetje in de herfst.
Ik waande me midden in een schilderij van Monet.
De glinstering op het vriendelijk kabbelend water, de in herfsttooi gestoken bomen weerspiegelend, en af en toe een voorbijvarend bootje, ik genoot.

(Alhoewel, wanneer zo’n bootje vol blije mensen voorbij vaart kan ik ook stikjaloers zijn…)

Om de hoek zwemmend kwamen papa en mama zwaan me hun puberkroost showen.
Fier en koninklijk, hun veren wit als sneeuw, omringden ze trappelend van trots hun nog donzig grijs nageslacht.
De broertjes en zusjes, zich van geen door sprookjesschrijver Hans Christian Andersens’ bedachte lelijkheid bewust, lieten zich gewillig meevoeren, in het spel van zien en gezien worden.
Het volgende sprookje speelde zich letterlijk af:

“Kijk Zwaantje” zegt papa zwaan, “zie je die mevrouw daar op dat bankje?”
” Waar, waar, Gijs? Ik zie zoveel bankjes en zoveel vrouwen.”
snatert mama.
Papa foetert wat en brengt zijn gezin dichterbij.
“Die mevrouw, kijk die met dat wagentje op wieltjes.
Kom we gaan haar ons kroost voorstellen”
Als de familie van Trapp zwemmen de kinderen in het gelid, van het eerst uit het ei gekropen jong tot de laatste, die daarbij wat geholpen moest worden en daardoor met de helm op geboren is.
” Nou vertel maar hoe jullie heten” zegt papa Gijs.
De oudste kijkt me brutaal aan, die is duidelijk niet van plan iets weg te geven voor hij zelf iets gekregen heeft.
” Eerst jij zeggen”
Hahaha, ik schater het uit.
” Trientjen heet ik, Trientjen”
Meteen ontstaat in de von Trapp opstelling enige reuring daar het jongste lid van de familie opgewonden met haar vleugels op het hoogopspattend water begint te klappen en vrolijk, en duidelijk voor haar beurt roept: “ik ook, ik ook!
Ik heet ook Trientjen”
Nou, wat een toevalligheid.
Ik voel meteen een lijntje naar mijn naamsgenoot, en zou haar wel even op willen pakken om te knuffelen en kusjes te geven.
Vader zwaan hersteld snel de orde,
waarbij moeder zwaan hem gemoedelijk in zijn oor toefluisterd “ach Gijs, het zijn toch nog maar kinderen.
Laat ze een beetje…”
Vertederd knikt ze naar mij en haar eigen kleine Trientjen.
In goede orde, stelt het jonge grut zich vervolgens aan me voor.
Arie, Truus, Robert, Monique en Trientjen!

Trientjen popelt om me nog wat te vragen ze ik.
” Wil je nog iets van me weten Trientjen?”
” Ja, waarom heb je zo’n wagentje op wielen?”
Ik vertel haar dat ik pas geopereerd ben en dat dat een rollator is.
” Die helpt me om niet te vallen, want mijn been doet een beetje zeer”
“Oh, doe jij dan niet ook fladderen met je pootjes” vraagt ze.
Ik gier het uit, terwijl haar broertje en zusje haar uitlachen,” gekkie, mensen hebben geen fladderpoten net als wij”
Trientjen is nog niet tevreden, ” wil je het niet een keertje proberen, net als ons te fladderen?
Dan zal zal het je wel leren”

“Weet je wat” denk ik, “wat kan het mij schelen, ik doe het!”
Mijn rollator achterlatend laat ik me voorzichtig in het water glijden.
De hele familie toetert van plezier, Trientjen mijn naamsgenoot het meest uitgelaten van allen.
Voorzichtig begin ik ook te fladderen en zowaar, als een zwaan fier rechtop als de andere zwanen, ontdek ik een nieuwe wereld.
Gijs zwaan klopt me bemoedigend met zijn vleugels op de schouders terwijl Zwaantje haar kroost tegen houdt me niet allemaal van dolle pret te bespringen.
Het fladderen gaat me steeds beter af waardoor ik me opeens een ander mens voel.
Mijn naamsgenootje wijkt niet van mijn zij, en snatert het uit in een lange stroom van uitgelaten blijheid en verwantschap.
” Ben je nu mij nieuwe tante” vraagt ze.
” Weet je wat, ik ben je Bessien, mag dat?”
“Bessien? Wat is dat dan?”
” Dat is een Urks woord voor Oma, daar ben ik geboren, leuk hè?”
“Mama mama, ik heb een Bessien!
Bessien Trientjen ” gilt ze luid kirrend naar Zwaantje.
Truus en Monique vragen bedremneld of ik dan ook hún Bessien wil zijn.
” Ja natuurlijk, ik ben ook jullie Bessien.Van jullie allemaal”
“Mogen we je een kusje geven?” vraagt Truus verlegen.
Wat maak ik wat mee, onder luid gespetter zoenen en knuffelen we elkaar verbaasd toegelachen door de zon, die toch al wat in de war is.
” Het moet niet gekker worden” zegt ze.”Het komt vast door mij deze vrolijkheid.
Ik kan er ook geen genoeg van krijgen jullie te kussen met mijn warmte”
Gekoesterd door zon en water, glijdt ik sierlijk verder, in de cadans van mijn nieuwe familie.

Nou, lieve mensen, als jullie me missen, zoek me in het Oegstgeester Kanaal.
Daar fladder ik voortaan tussen de familie Zwaan.
Nog lang en gelukkig…