Dikke Zoenen

Dikke zoen van een neger

Vroeger maakten we ons gelukkig niet druk om de kleur van Zwarte Piet, zwart was gewoon zwart.
Net zoals Negerzoenen gewoon Negerzoenen waren, en Jodenkoeken gewoon Jodenkoeken.
Alhoewel…dat van die negerzoenen is nog wel een dingetje, er zijn namelijk ook Dickmann’s!
Dat zijn nog eens zoenen zeg.
Van gewone negerzoenen krijg je een klein petieterig kusje, niets vergeleken bij de dikke vette smakkerd van een Dickmann’s.
Whhaaaa, als zo’n doos eenmaal open is…

Stel je voor, het ritueel van de Dickmann’s Negerzoen;
Van tevoren heb ik al water op gezet, de mooie Royal Albert theepot is gevuld en koestert zich in het dons van mijn vintage theemuts.
Mijn lievelingsfilm ligt klaar in de speler, ik hoef alleen nog maar op “play” te drukken.

Het lipje van de doos is los, het deksel gaat langzaam open.
Al mijn zintuigen worden geprikkeld…
De aanblik, 12 negerzoenen, alleen voor mij!
De geur van chocolade die vrijkomt na opgesloten te zijn in het prachtige zilver spiegelende karton…
Het water loopt me in de mond, ik moet me bedwingen om niet vast in de keuken zo’n bol uit de doos te grissen en de eerste hap in de knapperende chocola te zetten.
Dat moment wil ik bewaren tot ik me geïnstalleerd heb.
Uit de kast haal ik een prachtig ovaal bord van het servies van Moeder, daar passen die 12 zoenen precies op.
Één voor een til ik ze voorzichtig uit de doos en rangschik ze langs de rand van het bord.
In de hoop niet gestoord te worden
nestel ik me in een hoek van de bank met het bijzetafeltje binnen handbereik.
Op Marokkaanse wijze giet ik de heerlijk geurende Muntthee in mijn mooiste theeglas waarna hét moment…
De eerst hap in een Dickmann’s negerzoen…
In één van de 12!
Wat een heerlijkheid, na de eerste zijn er nog 11!
“Knak” zegt de laag chocola wanneer ik mijn tanden er voorzichtig in zet,en me laat zoenen door deze verrukkelijke neger.
“Knak…”
Binnen in de bol ligt de volgende belofte bloot…wit,schuimig,kleverig en zoet.
Mijn duim en wijsvinger doen ondertussen de chocolade iets smelten, en ik neem de volgende hap.
Rond mijn mond vormt zich als een lipliner wit en bruin…waardoor het plezier alleen maar groter wordt want mijn lippen proeven nu ook naar Dickmann’s.
De volgende zoen besluit ik andersom te eten, eerst het koekje onderaan,de bodem die deze verrukkelijke zoetigheid draagt.
Het maakt dat je vingers nog kleveriger worden,wat ook onderdeel van het genot is.

Maar dan…gatver!
De bel gaat, ik word gestoord in waar ik me al dagen op verheug.
Waarom heb ik de deuren niet op slot gedaan, de gordijnen dicht, de telefoon uit?
Snel druk ik eerst de recorder op pauze, zet het bord met zoenen in de koelkast, houd mijn zoete lippen onder de kraan, lik nog gauw wat chocola van mijn vingers voor ze ook onder de kraan te ontdoen van hun kostbare kleverigheid, en open de deur alsof ik al uren zit te wachten op deze zeer onwelkome onderbreking.
Het is de dominee, notabene…
Zit mijn haar goed, is mijn gezicht echt wel schoon, oh help, mijn jurk zit nog verfomfraaid….grrrrr

Vriendelijk,maar niet tot enige tegenstand van mijn kant bereid staat hij al binnen.
“Waarom moet ik altijd eerst een afspraak maken ” denk ik,” en hij komt zomaar onaangekondigd binnen.”
Ik krijg plotseling spijt van mijn poetsbeurt en wilde wel dat de bruin en witte lipliner nog om mijn mond zat, en ik dominee een kleverig handje kon geven waardoor hij snel zijn hand terug trekt.
Of…mijn fantasie slaat op hol.

Hij vindt het ook lekker zo’n kleverige hand en begint er zijn vingers bij af te likken.
Bij het zien van mijn zoete lipliner gaat zijn tong automatisch rond zijn eigen lippen, om te ontdekken dat die van mij zoeter zijn.
Ho ho Tiny
Nu stoppen…
Hahaha.

Beide benen weer op de grond, trek onopvallend je jurkje recht( hoe doe je dat trouwens onopgemerkt?)
en bedenk ondertussen razendsnel wat je nu doen moet…

Ik hoor mezelf zeggen dat “het helemaal niet uit komt dominee.”
Warempel, ik hoor echt mijn eigen stem dingen eruit flappen die ik daarvoor alleen nog maar durfde denken.
Maar ja, wat denkt hij wel dat hij mijn hemels moment met mijn 12 negers verstoren kan?
Die staan daar nu te bibberen in de koeling terwijl ze zich net in een keurige wachtrij opgesteld hadden mij één voor één met hun volle lippen te zoenen!
Ik hoor ze verlangend roepen en ben bang dat wanneer ik ze te lang laat wachten, hun heerlijke vulling voor straf krimpt van de kou.
Of dat hun strakke sixpack van liefdesverdriet barst zodat bij het zoenen de ” knak” jammerlijk verloren gaat.

“Eerwaarde dominee, ik had me zojuist in de hemel geïnstalleerd, waar ik door 12 negers verwend ga worden, ik hoop dat u begrijpt dat het niet uit komt!”

Verbouwereerd staart hij me aan, waarbij zijn blik niet meer verbergen kan dat hij het nu zeker weet:”ik ben verloren !”
Tot nog toe had hij enige hoop me te kunnen redden van de ondergang, maar dat is voorgoed ijdel gebleken!
Al zijn werk aan mijn ziel, het was voor niets, de talloze brieven van “verontruste broeders en zusters”op de kerkenraad over mijn losbandigheid zijn terecht geschreven geweest, hij heeft zijn best gedaan, het is maar beter dat hij dit goddeloze huis verlaat!
Hier is geen eer aan te behalen…

Zijn rug gebogen onder een zware last, alsof hij de 2 stenen tafelen niet naar beneden maar zelf boven op de top van de berg Sinaï moet brengen, draait hij zich om en gaat.

Opgelucht doe ik de deur achter hem op slot, sluit alle gordijnen, leg de telefoon van de haak, snel naar de koeling waar de smachtende negers me liefdevol opwachten, en nestel me weer in de bank.
Mijn thee is gelukkig nog heet, ik installeer me weer in de hemel.
Het bord verleidelijke negers lacht me tevreden tegemoet, in afwachting op hun beurt me te bekoren met hun zalige zoen.

De film Mary Magdalene kan weer op play…
De vrouw waarmee ik me mee vereenzelvig in haar vraag ” is het dit nou” en haar verlangen naar meer.
Waarna Hij, die deze hunkering zelf gezaaid heeft, haar op zoekt om haar dorst te lessen en tegelijkertijd een verlangen naar meer en meer in haar hart aanwakkert.
Dezelfde Jezus, nam haar teder in Zijn armen en bracht haar liefdevol naar het hart van zijn Vader.

Die Jezus, die de tafels van de kooplui omkeerde en met een zweep de handelaren en het vee verjoeg uit het huis van Zijn Vader.
Die Jezus,die in heilige verontwaardiging het uit schreeuwde naar de vrome Farizeeën :” hebben al die offers het hart verandert?”

Deze Jezus, mijn Heer, die ons leerde bidden;

“Onze Vader die in de hemelen zijt,
Uw naam worde geheiligd,
Uw Koninkrijk komen,
Gelijk in de hemel alzo ook op de aarde…”

Dank U Vader dat U gebeden hoort en verhoort…
” Knakkk”

Drie keer toeteren.

Ondanks dat ik veel ooms,tantes nichtjes en neefjes heb, was mijn verjaardag vroeger een eenzaam gebeuren.
Mijn ouders zijn niet familiair ingesteld en hadden weinig behoefte aan veel volk over de vloer en al helemaal niet aan verjaardagsfeestjes.
Ik kan me daarom niet herinneren dat er ooit een oom of tante op mijn verjaardag kwam,net zomin als dat er vriendinnetjes kwamen.
Niet dat ik er onder leed, ik wist niet beter, dus mistte ik ook niets.

Later werd dat anders.
Eenmaal op mezelf werd mijn verjaardag een speciale dag die ik met zoveel mogelijk mensen vieren wilde.
Vooral sinds ik alleen ben heb ik deze dag als een heel speciale mij-dag gevierd.
Deze mij-dag was pas een mij-dag wanneer zoveel mogelijk gasten mijn verjaardag met me mee beleefden en het tot een samen-dag maakten.
Als een kind zo blij en opgewonden klonk de bel me als muziek in de oren, en opende ik verwachtingsvol de deur, benieuwd wie mijn verjaardag belangrijk genoeg vindt tot een speciale dag te maken.

Meestal is een rond-getal-verjaardag een dag waarop je, als markering in de tijd, een nog specialer dan anders feestje geeft.
Een dag die je je de volgende 10 jaar herinnert als extra feestelijk en bijzonder.
Op het bord waarop je leeftijd staat vermeld, worden voorbijgangers opgeroepen te toeteren zodat iedereen weet dat je jarig bent.

Mijn zestigste verjaardag afgelopen week, is ook een markering in de tijd.
Niet omdat mijn huis vol was, maar omdat ik me nooit eerder op mij-dag zo alleen heb gevoeld.

De voorbereiding van mij-dag voelde al onzeker.
Kon ik wel mensen uitnodigen?
Gezien het ‘nieuwe normaal’ waarin ik persoonlijk de ‘veilige afstand’ als extreem onveilig ervaar, besloot ik geen uitnodigingen te doen.
Liever geen hoofdbrekens hoe ik mijn huisje anderhalvemeterveiligeafstandproof maken moet, liever geen afwijzing op mijn uitnodiging en liever geen gestoetel van ‘hoe moet ik je nu feliciteren?’
Dat allemaal liever en me het gewoon herinneren van vorige verjaardagen waarop het normaal was elkaar stevig de hand te schudden of te omhelzen.
Waarop ik de kopjes koffie en schoteltjes gebak uitdeelde zonder dat de ander zich angstig afvroeg of ik mijn handen wel genoeg gewassen had.
De mij-dagen waarop het ondenkbaar was dat dicht op elkaar gepropt niet gezellig, maar onveilig zou zijn.
Waarop we op mijn balkonnetje genoten van de frisse buitenlucht, zonder dat iemand op veilige afstand roept dat dat niet mag en vervolgens de klik-telefoon belt.
De mij-dagen waarop je je nog niet bang afvroeg of de voorbij rijdende politieauto stopt om je te bekeuren voor de verboden mij-dag gezelligheid.

Ondanks dat ik als kind een huilbaby was en mijn moeder van me zei;’die jankt eeuwig’ kan ik me niet herinneren dat ik op mijn verjaardag huilde omdat er geen bezoek kwam.
Dat was deze dag anders.
Mijn zestigste verjaardag is een marketing in de tijd waarop ik aan het eind van de dag mijn droge niet vochtig gekuste wangen schraal huilde van de zilte en bittere eenzaamheids-tranen.

Niet omdat er niemand geweest is, maar om de muur van veilige-afstand om de enkele die er wel was en dientengevolge de veilige-anderhalvemeter-afstand felicitaties.
Om de afwachtende houding van beide kanten: mag ik je vasthouden/hou me asjeblieft even vast.
Om het tegennatuurlijke van elkaar zo nodig zijn en tegelijkertijd elkaar als mogelijk gevaar voor eigen gezondheid behandelen.

Maar meer dan dat, om het algemeen aanvaard nieuw normaal van deze veilige afstand…

Veilig in Jezus armen.

Er zijn van die momenten waarop machteloze woede om aanhoudend onrecht me plotseling kan overvallen.
Niet maar zo opeens natuurlijk, de oorzaak is vaak een stapeling van duwtjes en prikjes, het druilerige weer en gek genoeg net zo goed een heel mooie reden, zoals bijv. een vriendelijk gebaar of het teken van Gods trouw aan het firmament..

‘Laat het achter je’ is dan zo vreselijk goedkoop, want hoe kun je iets achter je laten als je dat maar blijft achtervolgen?
Het klinkt in mijn oren als: ‘wanneer je hier maar over blijft zeuren laat ik jou achter me.’
Daarom is het goed met David de harp te pakken en mee te brullen naar God.
Waar anders is mijn woede om wat was en nog steeds is, veiliger dan bij mijn God en Vader?

‘Voor de leider van het koor.

Een prachtig lied van David, op de wijs van: ‘Dood mij niet.’
Koningen en heersers, zijn jullie wel rechtvaardig?
Spreken jullie inderdaad recht? Nee! Jullie zijn juist kwaad van plan.
Jullie doen allerlei slechte dingen. Mensen die zich niets van God aantrekken, zijn al vanaf hun geboorte ontrouw aan God.
Ze liegen vanaf de dag dat ze zijn geboren.
Hun slechtheid is als slangengif.
Ze zijn zo doof [ voor God ] als een slang die niet wil luisteren naar de slangenbezweerder, al speelt deze nog zo goed op zijn fluit.
Ze zijn zo gevaarlijk als leeuwen. God, maak hen machteloos!
Zorg dat ze niets meer kunnen doen met hun klauwen en hun tanden! Laat hen helemaal verdwijnen, zoals water dat wegzakt in de grond.
En als ze op me willen schieten, breek dan hun pijlen in stukken.
Laat hen verdwijnen, als een slak waar je zout op strooit.
Laat hen sterven, als een te vroeg geboren kind.
Hij blaast hen weg, zoals doorntakken onder een pot worden weggeblazen door de wind.
Hij blaast ze weg, zowel de groene als de dorre takken, vóórdat de pot op het vuur de hitte heeft kunnen voelen.
De mensen die leven zoals U het wil, zullen blij zijn als ze zien hoe U de slechte mensen straft: ze zullen door het bloed kunnen waden!
Ze zullen zeggen: “Er is dus tóch een beloning voor de mensen die leven zoals God het wil. Er is dus tóch een rechtvaardige God!”’
‭‭PSALMEN‬ ‭58:1-12‬ ‭BB‬‬
https://www.bible.com/1276/psa.58.1-12.bb

Vanmorgen luisterde ik een preek over Micha 7:7.
Bemoedigend, omdat het over de trouw van mijn God en Vader gaat en tegelijk zeer pijnlijk omdat het verlangen naar recht zo herkenbaar zeer doet.

‘Maar ik zal uitzien naar de Here, ik zal wachten op de God mijns heils; mijn God zal mij horen.’
‭‭Micha‬ ‭7:7‬ ‭NBG51‬‬
https://www.bible.com/328/mic.7.7.nbg51

Met Habakuk zing ik de woorden van zijn hoopvolle lofzang mee:

‘Zelfs als de vijgenbomen niet zullen bloeien, en er geen één druif in de wijngaarden te vinden zal zijn,
en we geen enkele olijf van de olijfbomen zullen kunnen oogsten, en er niets meer op de akkers zal groeien,
en alle schapen uit de stallen zullen worden geroofd,
en alle koeien verdwenen zullen zijn,
zelfs dan (!) zal ik tóch nog juichen over de Heer, blij jubelen over de God die voor mij zorgt.
Want de Heer is mijn kracht.
Dankzij Hem zal ik rondspringen als een hert. Hij zal ervoor zorgen dat ik stevig blijf staan.”’
‭‭HABAKUK‬ ‭3:17-19‬ ‭BB‬‬
https://www.bible.com/1276/hab.3.17-19.bb

Evenzo zing ik met David de woorden van psalm 23:

‘Ja, heil en goedertierenheid zullen mij volgen al de dagen van mijn leven;
ik zal in het huis des Heren verblijven tot in lengte van dagen.’
‭‭Psalmen‬ ‭23:6‬ ‭NBG51‬‬
https://www.bible.com/328/psa.23.6.nbg51

Over stalken gesproken!
Zijn goedheid en genade (achter) volgen mij dag aan dag.

Gelukkig mag het allemaal naast elkaar staan, woede, roep om recht, roep om wraak, verdriet, pijn, verlangen en vertrouwen.
Bij Hem ben ik veilig.

‘Hij heeft mij verlost uit de macht der duisternis en overgebracht in het Koninkrijk van de Zoon zijner liefde, in wie ik de verlossing heb, de vergeving der zonden.’
‭‭Kolossenzen‬ ‭1:13-14‬ ‭NBG51‬‬
https://www.bible.com/328/col.1.13-14.nbg51

‘God is goed!
Altijd!’

Ik ga me nog weer een keer laten bemoedigen door de preek.
Luister je mee?

https://kerkdienstgemist.nl/stations/363/events/recording/157700520000363

Mijn mooiste ketting.

In mijn brein liggen gebeurtenissen en ervaringen opgeslagen waarvan ik de meest waardevolle als kostbare kralen aan een herinneringsketting rijg.
Iedere kraal heeft zijn eigen vorm en kleur, de een mooi rond, de andere wat ongelijker of hoekiger van vorm, maar elk even schitterend en uniek.
Het kan zo maar zijn dat een bepaalde geur, een geluid, muziekstuk of klein gebaar me de kralen als een rozenkrans door de vingers doen glijden.
Tastend naar de vorm roept iedere kraal zijn eigen gevoelens en emoties boven, waarbij het memoriseren niet automatisch een glimlach op mijn gezicht tevoorschijn hoeft te roepen.
Het gebeurt al te vaak dat een bepaalde herinnering mijn ziel als een scherpsnijdend zwaard doorklieft.
Gaat het dan om een herinnering die trauma heeft nagelaten?
Geenszins, het zijn juist de meest kostbare kralen, kralen die zó waardevol zijn, dat ze me door het gemis en heimwee naar die persoon of situatie de adem benemen.
Dit heimwee en gemis doen deze kralen des te meer het alleen zijn als een soms ondraaglijk zeer ervaren.
Ze onderstrepen de eenzaamheid als brengt het mijn klok van slag waardoor ik als het ware even stil moet gaan staan bij toen…

Wanneer ik bij het door de vingers gaan van deze kralen mijn kussen nat huil, is daar steevast iemand anders die onder míjn streep een andere streep trekt.
Terwijl ik mijn van pijn gekromde ziel ophef om te zien wie deze dubbele streep heeft gezet, zie ik niemand anders dan Jezus alleen die mij uitnodigt met zíjn ogen te kijken naar mijn eenzaamheid en gemis.
Hij laat me vervolgens zien en beseffen dat de kraal aan mijn ketting juist daarom zeer doet omdat deze kraal iets zeer kostbaars en waardevols in zich bergt.
Niet om daarmee het zeer te verhullen, maar veelmeer om beide emoties te laten bestaan; pijn en dankbaarheid, vreugde en gemis.
Jezus verbindt zich aan mijn pijn en aan mijn vreugde, mijn blijdschap en mijn verdriet.

Vol liefde en mededogen houdt hij vervolgens zijn doorboorde handen op en wacht tot ik mijn ketting erin leg.
Het maakt hem niet uit dat de kralen glibberen van mijn snot en zoute tranen, mijn ketting is hem des te meer waardevol.
Uit één van zijn doosjes haalt hij een kraal, rood als bloed, en vraagt me of hij deze aan mijn ketting rijgen mag.
Zijn vingers strelen mijn natgehuilde wangen, waarna hij zonder er ook maar eentje over te slaan al mijn tranen in een flesje giet.
Ik volg met belangstelling zijn voorzichtige beweging waarmee hij mijn ketting om de hals van zijn flesje hangt en zie in zijn ogen opeens dezelfde heimwee als die mij zo pijn doet.
‘Kijk nog eens goed mijn lief,’ zegt hij teder.
Ik kijk in zijn gezicht vol ontfermend mededogen en doe een verbijsterende ontdekking.
De pijn van gemis naar dat wat was blijkt door zijn ogen een heimwee naar het nog niet maar in hem absoluut zeker en vast.
Hij glimlacht om mijn verbazing en vraagt me: ‘Je wist het toch al wel dat ik net zo naar jou verlang als jij dat naar mij doet?’
Natuurlijk weet hij dat ik het soms even kwijt ben, maar wat is hij lief dat hij het niet tegen me houdt.
Ik kan alleen nog maar zeggen: ‘ja Heer, ik weet het toch altijd al!’

‘Kom’ zegt hij, ‘we gaan naar de juwelier.
Daar mag je een mooie nieuwe kraal uitzoeken…’

Wifi en breien.

Mijn kleindochtertje Yinthe is deze week te logeren, en wat hebben we het gezellig!
Waar ik zo blij van ben is vooral dat Yinthe zelf het zo leuk vindt, omdat ik eerst nog wel wat zorgen had of ze zich niet na twee of drie dagen zou gaan vervelen.

Thuis heeft ze al aan Mama gevraagd of ik wel Wifi heb, wat natuurlijk meteen na aankomst ingesteld wordt zodat ze via bluetooth onbeperkt YouTube luisteren kan.
Ik bedenk me dat de wereld erg verandert is en me zelf vroeger niet voor kon stellen dat we nu allemaal in een schermpje gevangen zitten.
Wifi en bluetooth?
Ook ik kan niet meer zonder!
Maar gelukkig, Yinthe is toch ook wel benieuwd naar het kneuterige van mijn ‘vroeger’ en vraagt:
‘Bessien hoe noem je dat dat je iets maakt op van van die stokjes, breien toch?’
‘Ja liefie dat is breien.’
Of ik haar dat leren wil?
Ze kan me geen groter plezier doen want wat is er nou leuker voor een Bessien dan haar kleindochter het genot van handwerken bij te brengen.
Bolletjes wol genoeg en meteen maar op de modernere manier, de rondbreinaald.
En warempel, ze heeft er slag van; insteken, omslaan, doorhalen, af laten gaan…zo trots al een pauw zit ze in mijn bank te breien en vraagt af en toe of ik de eerste steek weer even brei.
Ze tikt met de naalden een melodietje en vraagt zich af of ze later ook zo snel kan breien als Bessies’ dat doen.
Ondertussen groeit haar sjaal gestaag en trots verteld ze me dat ze volgende week aan haar klas laat zien dat ze breien kan.
Ik bedenk me: zonder Wifi of met WiFi, het toneel blijft hetzelfde, alleen de spelers veranderen.

Qua fantasie en beelddenken herken ik veel van mezelf in haar, het is soms net alsof ik naar mijn eigen kleine meisjes-ik zit te kijken
Precies eender als ik denkt ze ook in plaatjes en wil niets liever dan al die plaatjes met me delen.
Ze staat (ook) altijd aan!

Al breiende doet ze een geweldige ontdekking die ze natuurlijk niet vóór zich houden kan, dat moet onmiddellijk aan mij verteld worden…
‘Bessien, weet je waar het op lijkt?’ zegt ze.
‘Nou, vertel,’
‘Het is net alsof de steken een wedstrijdje houden om van het ene breistokje op het andere te komen.’
Hahaha, ik hoor mezelf praten; ‘ het is net alsof…’ waarna als vanzelf het filmpje in woorden wordt uitgebeeld.

Toen ze afgelopen zaterdag gebracht werd vertelde ze me alvast dat we iedere avond onder het knuffeldekentje tegen elkaar aan gingen zitten om een filmpje te kijken; ‘Toch Bessien?’
En zo gebeurt het ook.
Wanneer ik nog aan tafel zit wat huiswerk te doen roept ze dat het tijd is voor de film, waarna ze vast thee zet en het dekentje aan de stekker legt.
‘Kom je Bessien, het kleedje is al lekker warm.’
Daarna kijken we een film die ze zelf al een keer gezien heeft, maar waarvan ze het ze leuk vindt om die mij ook te laten zien.
Bij spannende of hilarische momenten zegt ze: ‘let op hoor Bessien, dit moet je zien!’
Ondertussen hoopt ze dat de dag geen einde heeft, zo gezellig is het!
Toch komt er een moment waarop ik zeg dat het bedjestijd is, en ze haar tanden poetsen moet.
Eerst pruilt ze nog wat maar wanneer ik haar beloof dat ik zo meteen uit de Bijbel kom voorlezen ligt ze binnen no time onder de wol.
Ik kom naast haar zitten en lees over Jozef en zijn avontuur met de Heer en vertel haar dat die God ook zo veel van haar houdt.

Ze drinkt de woorden in en verwondert vraag ik me af hoe het toch komt dat de oude verhalen nooit aan kracht verliezen.
Zou het kunnen zijn dat God al op de eerste scheppingsdag Wifi, bluetooth en het rondzingend melodietje op de tikkende breinaalden heeft bedacht?

Gezichtsbedrog; een psalm, een lied, een klacht om recht.

Ik ben zo ontzettend van slag Heer.
Is mijn leven gewoon voor niets?
Is waarvan ik dacht dat ik dat moest doen dan zo zinloos geweest Heer?
Is dat wat ik voor waar achtte alleen maar mijn eigen leugen geweest?
Is dat wat ik als bedrog zie dan toch waarheid?
Is dat wat ik waarneem en bestrijd dan toch de echte wereld?
Heeft dat waar mijn bestaan op rustte nooit recht op bestaan gehad?
Zijn het mijn eigen kreupele knieën die mijn wereld op zijn grondvesten wankelen doet?
Was het dan toch recht me de benen onder mijn leven weg te schoppen?
Is dat wat aan leugen ten tonele wordt opgevoerd dan toch de waarheid?
Is ontrouw het nieuwe trouw?
Is vuil het nieuwe rein?
Is het spel wat er me wordt gespeeld dan toch gewoon zoals het altijd al hoorde te zijn?

Zijn de regels dan verandert Heer?
Had me dat dan gezegd, dan had ik geweten wat u bedoelde met krom recht en recht krom…
Dan ga ik lachen om waar ik nu nog mijn kussen om nat huil.
Dan ga ik huilen om het gemis aan dat wat ik nooit als vermaak heb kunnen zien.

Als het spel nieuwe regels heeft vertel me die dan alstublieft Heer, zodat ik niet langer zelf het spel ben.

Vertel me alstublieft uw gedachten Heer, zodat mijn eigen gedachten tot rust kunnen komen.
Als u zegt dat leugen nu waarheid is dan geloof ik dat.
Als u zegt dat zwart nu wit is, pas dan neem ik dat aan.
Als u zegt dat bedrog beloont moet worden, dan geef ik mij gewonnen aan dat bedrog.
Als u zegt dat wat mijn herinnering heeft bevuilt mijn eigen verkeerd gevormde waarneming is, help me dan mijn herinneringen in uw licht te zien.
Als u dat wat ik abnormaal vind zelf normaal noemt, pas dan ga ik het ook zo noemen.
Als ik het licht voor donker aan zie en het donker voor licht, bezorg me dan alstublieft een nieuwe schakelaar Heer!

Als u zegt dat ik mijn leven voor niets op het spel heb gezet, herstel dan alstublieft dat wat er dood is gegaan.

Pas dan, als u het zegt, pas dan ga ik mee spelen met dat wat ik nu nog als vals spelen zie,
pas dan ga ik recht praten wat ik nu nog krom vind,
pas dan pas ik mijn werkelijkheid aan, als dat dan maar uw werkelijkheid is.

Maar toch Heer, zeg me alstublieft dat leugen niet de nieuwe waarheid is.
Zeg me alstublieft dat dat wat vuil is nog steeds vuil is.
Zeg me alstublieft dat ontrouw nog steeds ontrouw is.
Zeg me alstublieft dat trouw nog steeds trouw is.
Alstublieft Heer, vertel me de waarheid…

Vermalen.

Na jaren in een fout huwelijk gevangen te hebben gezeten had ik eindelijk de moed me daaruit los te maken.
Nadat een psychiater me de ogen opende door me te vertellen dat mijn man een narcist was, brak pas echt de hel los in wat ik daarvoor al als een hel ervaarde.

Binnenhuis leefde ik een eenzaam bestaan.
Ik werd geminacht, genegeerd en mishandeld.
Toen ik eindelijk de moed had daar buitenshuis over te vertellen gebeurde precies het tegenovergestelde van wat je verwachten zou.
De gelederen sloten zich, omdat niemand geloofde wat ik aan afschuwelijke dingen te vertellen had.

Alhoewel de recherche me waarschuwde voor de wraakneming van de narcist was ik niet voorbereid op de genadeloze afrekening van de man die me eens had beloofd trouw te zijn tot de dood.
Ik werd doelbewust geïsoleerd, totdat zelfs de kerk me buitensloot.

Doordat iedereen mijn waarschuwing in de wind sloeg werd de narcist de mogelijkheid geboden me totaal te ruïneren.
Ik ondervond zelf hoe het is om asielzoeker te zijn in eigen land.

Nadat ik ver weg uit die situatie een eigen huisje kreeg kwam ik erachter dat ik nog lang niet van deze man af was.
Met deze verschrikkelijke gevolgen moet ik iedere dag dealen.

Het frustrende van deze situatie is, het gebeurt legaal!
Mijn enige misdaad is dat ik in gemeenschap van goederen getrouwd was.
Op die manier kan een expartner zich legaal en dus ongestraft wreken op de ander.
Toen ik me los maakte uit de geweldsspiraal van mijn huwelijk met een narcist en pedofiel kreeg ik te maken met een falend rechtssysteem dat me geen enkele bescherming bood.
Dit zelfde systeem werd mijn volgende gevangenis, en zet me al jaren het mes op de keel door me te blijven achtervolgen met de concequenties van hun eigen falen me niet te beschermen tegen deze man.
Omdat toen niemand me hielp, is me bewust en weloverwogen een enorme schuld opgelegd.
Het toen falende systeem weet nu wel míjn deur te vinden en wanneer ik niet open doe trappen ze die gewoon in.
Ik heb als het ware geen deur meer, de schuldeisers zijn in feite de baas over mijn huis, bankrekening en brievenbus.
Ik overdrijf niet wanneer ik zeg dat ik een rechtenloos iemand geworden ben.
Het systeem dat de deur dicht deed toen ik hun hulp nodig had, biedt me nu hulp door me afhankelijk van hun systeem te maken.
Mijn enig recht is de hand op te houden en ‘dankuwel’ te zeggen.
Door me van loket naar loket te verwijzen ben ik in een systeem van stapelingeproblematiek terecht gekomen, waarvan het de bedoeling is steeds meer afhankelijk van dat systeem te worden.
Bewust!
Er wordt namelijk veel geld aan me verdiend!
Achter elk loket zit iemand die aan mijn nood naar de Voedselbank te moeten zelf een dikke boterham verdiend.

Van mij wordt verwacht dat ik murw geslagen mijn hoofd buig voor dit systeem.
Maar ik kan dat niet!
Ondanks dat ik door iedere instantie die ik nu om hulp vraag gewaarschuwd word me niet tegen het systeem te verzetten, weiger ik me te voegen in deze nieuwe wurggreep.

Laatst zei iemand;’ vecht er niet tegen, want je wint het toch niet.
Laat het systeem voor jou werken!’

Dat zou dus betekenen dat ik als afhankelijk van het systeem gemaakt me nu moet onderwerpen aan degene die me destijds lieten stikken.
Het gevolg is dan toch dat ik me in een alsmaar ronddraaiende cirkel van manipulatie bevind?
Destijds in dat van een narcistische partner, nu in dat van een falend rechtssysteem.
In beide gevallen ben ik de verliezer.

Het feit dat ik me een kind van God weet versterkt mijn verzet tegen dit onbarmhartig genadeloos kille systeem.
Ik weiger me te buigen voor dit beeld, omdat ik maar voor één God door de knieën ga, de God en Vader van de Here Jezus Christus.

Waar ik om bid is dat het systeem zich voor mijn God zal buigen.
Omdat ik Zijn kind ben verwacht ik dat Hij me uit deze gevangenis bevrijden zal.

Ik moet me binnenkort weer verantwoorden bij de rechtbank.
Ik bid dat ik eindelijk eens gehoord word en de rechter zíjn verantwoordelijkheid neemt en me vrij spreekt van een misdaad die ik niet begaan heb.

Bid met me mee alsjeblieft.
Bid voor me dat ik tussen de molenstenen van dit falend rechtssysteem niet vermalen word.
Bid om genade en vergeving voor degene die me met liefde tussen hun kaken verslinden willen.
Bid om recht.
Dank vooral, omdat God goed is!

Psalm 56
Wees mij genadig, o God, want de sterveling wil mij opslokken; de hele dag onderdrukt mij de bestrijder. Mijn belagers willen mij de hele dag opslokken, want ik heb veel bestrijders, o Allerhoogste!
Op de dag dat ik vrees, vertrouw ík op U.
In God prijs ik Zijn woord, op God vertrouw ik, ik vrees niet; wat zou een schepsel mij kunnen doen?
De hele dag verdraaien zij mijn woorden; al hun gedachten zijn tegen mij ten kwade.
Zij scholen samen, zij verbergen zich; zij letten op mijn voetstappen, omdat zij loeren op mijn leven.
Zouden zij bij zoveel onrecht vrijuit gaan? Stort de volken neer in toorn, o God! Ú hebt mijn omzwervingen geteld; doe mijn tranen in Uw kruik.
Staan zij niet in Uw register? Dan zullen mijn vijanden terugdeinzen, op de dag dat ik roep.
Dit weet ik: dat God met mij is. In God prijs ik het woord, in de HEERE prijs ik het woord.
Ik vertrouw op God, ik vrees niet; wat zou de mens mij kunnen doen?
O God, op mij rusten geloften, aan U gedaan; ik zal ze aan U met dank zegging nakomen.
Want U hebt mijn ziel gered van de dood – hebt U niet mijn voeten voor struikelen behoed? – zodat ik voor Gods aangezicht zal wandelen in het licht van de levenden.’

‭‭Psalm‬ ‭56:2-14‬ ‭HSV‬‬
https://www.bible.com/1990/psa.56.2-14.hsv