Gezichtsbedrog; een psalm, een lied, een klacht om recht.

Ik ben zo ontzettend van slag Heer.
Is mijn leven gewoon voor niets?
Is waarvan ik dacht dat ik dat moest doen dan zo zinloos geweest Heer?
Is dat wat ik voor waar achtte alleen maar mijn eigen leugen geweest?
Is dat wat ik als bedrog zie dan toch waarheid?
Is dat wat ik waarneem en bestrijd dan toch de echte wereld?
Heeft dat waar mijn bestaan op rustte nooit recht op bestaan gehad?
Zijn het mijn eigen kreupele knieën die mijn wereld op zijn grondvesten wankelen doet?
Was het dan toch recht me de benen onder mijn leven weg te schoppen?
Is dat wat aan leugen ten tonele wordt opgevoerd dan toch de waarheid?
Is ontrouw het nieuwe trouw?
Is vuil het nieuwe rein?
Is het spel wat er me wordt gespeeld dan toch gewoon zoals het altijd al hoorde te zijn?

Zijn de regels dan verandert Heer?
Had me dat dan gezegd, dan had ik geweten wat u bedoelde met krom recht en recht krom…
Dan ga ik lachen om waar ik nu nog mijn kussen om nat huil.
Dan ga ik huilen om het gemis aan dat wat ik nooit als vermaak heb kunnen zien.

Als het spel nieuwe regels heeft vertel me die dan alstublieft Heer, zodat ik niet langer zelf het spel ben.

Vertel me alstublieft uw gedachten Heer, zodat mijn eigen gedachten tot rust kunnen komen.
Als u zegt dat leugen nu waarheid is dan geloof ik dat.
Als u zegt dat zwart nu wit is, pas dan neem ik dat aan.
Als u zegt dat bedrog beloont moet worden, dan geef ik mij gewonnen aan dat bedrog.
Als u zegt dat wat mijn herinnering heeft bevuilt mijn eigen verkeerd gevormde waarneming is, help me dan mijn herinneringen in uw licht te zien.
Als u dat wat ik abnormaal vind zelf normaal noemt, pas dan ga ik het ook zo noemen.
Als ik het licht voor donker aan zie en het donker voor licht, bezorg me dan alstublieft een nieuwe schakelaar Heer!

Als u zegt dat ik mijn leven voor niets op het spel heb gezet, herstel dan alstublieft dat wat er dood is gegaan.

Pas dan, als u het zegt, pas dan ga ik mee spelen met dat wat ik nu nog als vals spelen zie,
pas dan ga ik recht praten wat ik nu nog krom vind,
pas dan pas ik mijn werkelijkheid aan, als dat dan maar uw werkelijkheid is.

Maar toch Heer, zeg me alstublieft dat leugen niet de nieuwe waarheid is.
Zeg me alstublieft dat dat wat vuil is nog steeds vuil is.
Zeg me alstublieft dat ontrouw nog steeds ontrouw is.
Zeg me alstublieft dat trouw nog steeds trouw is.
Alstublieft Heer, vertel me de waarheid…

Vermalen.

Na jaren in een fout huwelijk gevangen te hebben gezeten had ik eindelijk de moed me daaruit los te maken.
Nadat een psychiater me de ogen opende door me te vertellen dat mijn man een narcist was, brak pas echt de hel los in wat ik daarvoor al als een hel ervaarde.

Binnenhuis leefde ik een eenzaam bestaan.
Ik werd geminacht, genegeerd en mishandeld.
Toen ik eindelijk de moed had daar buitenshuis over te vertellen gebeurde precies het tegenovergestelde van wat je verwachten zou.
De gelederen sloten zich, omdat niemand geloofde wat ik aan afschuwelijke dingen te vertellen had.

Alhoewel de recherche me waarschuwde voor de wraakneming van de narcist was ik niet voorbereid op de genadeloze afrekening van de man die me eens had beloofd trouw te zijn tot de dood.
Ik werd doelbewust geïsoleerd, totdat zelfs de kerk me buitensloot.

Doordat iedereen mijn waarschuwing in de wind sloeg werd de narcist de mogelijkheid geboden me totaal te ruïneren.
Ik ondervond zelf hoe het is om asielzoeker te zijn in eigen land.

Nadat ik ver weg uit die situatie een eigen huisje kreeg kwam ik erachter dat ik nog lang niet van deze man af was.
Met deze verschrikkelijke gevolgen moet ik iedere dag dealen.

Het frustrende van deze situatie is, het gebeurt legaal!
Mijn enige misdaad is dat ik in gemeenschap van goederen getrouwd was.
Op die manier kan een expartner zich legaal en dus ongestraft wreken op de ander.
Toen ik me los maakte uit de geweldsspiraal van mijn huwelijk met een narcist en pedofiel kreeg ik te maken met een falend rechtssysteem dat me geen enkele bescherming bood.
Dit zelfde systeem werd mijn volgende gevangenis, en zet me al jaren het mes op de keel door me te blijven achtervolgen met de concequenties van hun eigen falen me niet te beschermen tegen deze man.
Omdat toen niemand me hielp, is me bewust en weloverwogen een enorme schuld opgelegd.
Het toen falende systeem weet nu wel míjn deur te vinden en wanneer ik niet open doe trappen ze die gewoon in.
Ik heb als het ware geen deur meer, de schuldeisers zijn in feite de baas over mijn huis, bankrekening en brievenbus.
Ik overdrijf niet wanneer ik zeg dat ik een rechtenloos iemand geworden ben.
Het systeem dat de deur dicht deed toen ik hun hulp nodig had, biedt me nu hulp door me afhankelijk van hun systeem te maken.
Mijn enig recht is de hand op te houden en ‘dankuwel’ te zeggen.
Door me van loket naar loket te verwijzen ben ik in een systeem van stapelingeproblematiek terecht gekomen, waarvan het de bedoeling is steeds meer afhankelijk van dat systeem te worden.
Bewust!
Er wordt namelijk veel geld aan me verdiend!
Achter elk loket zit iemand die aan mijn nood naar de Voedselbank te moeten zelf een dikke boterham verdiend.

Van mij wordt verwacht dat ik murw geslagen mijn hoofd buig voor dit systeem.
Maar ik kan dat niet!
Ondanks dat ik door iedere instantie die ik nu om hulp vraag gewaarschuwd word me niet tegen het systeem te verzetten, weiger ik me te voegen in deze nieuwe wurggreep.

Laatst zei iemand;’ vecht er niet tegen, want je wint het toch niet.
Laat het systeem voor jou werken!’

Dat zou dus betekenen dat ik als afhankelijk van het systeem gemaakt me nu moet onderwerpen aan degene die me destijds lieten stikken.
Het gevolg is dan toch dat ik me in een alsmaar ronddraaiende cirkel van manipulatie bevind?
Destijds in dat van een narcistische partner, nu in dat van een falend rechtssysteem.
In beide gevallen ben ik de verliezer.

Het feit dat ik me een kind van God weet versterkt mijn verzet tegen dit onbarmhartig genadeloos kille systeem.
Ik weiger me te buigen voor dit beeld, omdat ik maar voor één God door de knieën ga, de God en Vader van de Here Jezus Christus.

Waar ik om bid is dat het systeem zich voor mijn God zal buigen.
Omdat ik Zijn kind ben verwacht ik dat Hij me uit deze gevangenis bevrijden zal.

Ik moet me binnenkort weer verantwoorden bij de rechtbank.
Ik bid dat ik eindelijk eens gehoord word en de rechter zíjn verantwoordelijkheid neemt en me vrij spreekt van een misdaad die ik niet begaan heb.

Bid met me mee alsjeblieft.
Bid voor me dat ik tussen de molenstenen van dit falend rechtssysteem niet vermalen word.
Bid om genade en vergeving voor degene die me met liefde tussen hun kaken verslinden willen.
Bid om recht.
Dank vooral, omdat God goed is!

Psalm 56
Wees mij genadig, o God, want de sterveling wil mij opslokken; de hele dag onderdrukt mij de bestrijder. Mijn belagers willen mij de hele dag opslokken, want ik heb veel bestrijders, o Allerhoogste!
Op de dag dat ik vrees, vertrouw ík op U.
In God prijs ik Zijn woord, op God vertrouw ik, ik vrees niet; wat zou een schepsel mij kunnen doen?
De hele dag verdraaien zij mijn woorden; al hun gedachten zijn tegen mij ten kwade.
Zij scholen samen, zij verbergen zich; zij letten op mijn voetstappen, omdat zij loeren op mijn leven.
Zouden zij bij zoveel onrecht vrijuit gaan? Stort de volken neer in toorn, o God! Ú hebt mijn omzwervingen geteld; doe mijn tranen in Uw kruik.
Staan zij niet in Uw register? Dan zullen mijn vijanden terugdeinzen, op de dag dat ik roep.
Dit weet ik: dat God met mij is. In God prijs ik het woord, in de HEERE prijs ik het woord.
Ik vertrouw op God, ik vrees niet; wat zou de mens mij kunnen doen?
O God, op mij rusten geloften, aan U gedaan; ik zal ze aan U met dank zegging nakomen.
Want U hebt mijn ziel gered van de dood – hebt U niet mijn voeten voor struikelen behoed? – zodat ik voor Gods aangezicht zal wandelen in het licht van de levenden.’

‭‭Psalm‬ ‭56:2-14‬ ‭HSV‬‬
https://www.bible.com/1990/psa.56.2-14.hsv