Aantrekkingskracht.

Ik heb een VNO!
Hoe ik daar achter kwam?

Afgelopen week was ik in het ziekenhuis voor een afspraak bij de KNO arts.
Eerst had ik een kort intake gesprek met de arts assistente, waarna ik in de spreekkamer van de Keel Neus en Oorarts werd uitgenodigd.
Allerlei beelden uit het verleden kwamen boven, alsof ik in de bioscoop naar een film van het kleine meisje dat ik vroeger was, zat te kijken.
Een altijd bang en onzeker kind, dat op de één of andere manier zeker wist dat ze nergens bang voor hoefde zijn, omdat er Iemand móest zijn die haar zag…
Wie dat was, God wist het, maar dat te zeggen was in mijn jeugd al vloeken!
Maar toch wist ik dat God het wist!
Het was mijn houvast te weten dat ik door Hem geschapen was, terwijl ik verder niet veel fraais over God hoorde.
Hij was vooral boos op me…
Hij toornde de (God)gansche dag over mij en zou me, indien ik me niet bekeerde, in de hel werpen, de plek van wening en knersing der tanden.
Hoe ik me bekeren moest wist ik niet, alhoewel ik dat nou juist zo graag wilde, me bekeren!
Terwijl me de noodzaak van dat bekeren werd verteld, vertelde niemand me hoe dat dan moest.

Waarschijnlijk zoals bij Paulus, die op zijn weg naar Damascus door Jezus gegrepen werd, terwijl hij notabene in Damascus de christenen gevangen wilde nemen om ze in Jeruzalem voor het gerecht te brengen.
Maar hij werd ” gegrepen” en stond oog in oog met degene die hij vervolgde; Jezus!
Dat was dus bekering, gegrepen worden door Jezus!
Ik vroeg me af of je dan dus eerst héél erge zonden moest doen, om “gegrepen ” te worden.
Want wat verlangde ik ernaar om bij die Jezus, die Paulus gegrepen had, te horen, maar dan liever wel op een wat vriendelijker manier.
Maar ja, God was boos, dus hoe het ooit goed me me moest komen was me een, tot radeloos en wanhopig makend, raadsel.

Het bange meisje dat ik was, zat, omdat ik maar moeilijk lucht kon krijgen, vaak met moeder bij de KNO arts, die vaststelde dat mijn neustussenschotje scheef stond en een operatie voorstelde om dat schotje recht te zetten.
Had hij toen maar geweten dat mijn zesde zintuig aangaf dat zich in mijn neus een écht zevende zintuig bevindt, een zintuig van vlees en bloed, namelijk het vomeronaal orgaan, afgekort met het VNO.

Je zult zeggen, wat heeft bovenstaand verhaal over een “Paulus bekering” met het VNO te maken?
Nou, niets…
En toch alles!

Op mijn afspraak deze week, wilde de KNO arts via mijn neus een kijkje nemen in mijn keel.
Eerst bekeek hij welk neusgat het meest ruim is, waarna hij met een minuscuul camera’tje aan een, gelukkig zeer flexibel kabeltje naar binnen ging.
Als een detective op zoek naar de meest kwetsbare plek van het huis, om je daarna allerlei veiligheidswaarschuwingen te geven, omdat inbrekers anders vrij spel hebben, zo zocht de arts met zijn fel verlichte kabeltje een weg naar mijn keel.
En nu komt het; halverwege stopte hij omdat hij iets tegenkwam wat hem in opperste staat van opwinding bracht.
Zoals Columbus op zijn wereldreizen verrukt en verwonderd eindelijk het nieuwe land ontdekte, zo verrukt was de jonge arts, bij wat hij in de duisternis van mijn neus ontdekte, het vomeronaal orgaan!

Deze ontdekking stokte zijn gang naar mijn keel, waarna hij de arts assistente uitnodigde ook eens te kijken.
” Dit kom je niet vaak tegen”zei hij, ” dus hier leer je wat van”
Ondertussen vroeg ik me verbaasd af wat het kabeltje op weg naar mijn keel in Gods naam dan wel tegen gekomen was…
Het was in ieder geval iets wat meestal niet goed te zien is, en daarom vrij bijzonder begreep ik.
Zó bijzonder dat de arts assistent er nog nooit van gehoord had en de arts zelf zijn ontdekking graag met de arts in opleiding wilde delen.

Joeghee, kom eens kijken, het VNO!
Omdat hij zo blij was begreep ik gelukkig al wel dat er niet iets ernstig mis met me was, maar in zijn uitgelatenheid ontschoot het hem mij te vertellen wat hij zo graag aan de arts assistent had laten zien.

Na de bezichtiging van het open huis in mijn reukorgaan, wilde ik natuurlijk wel erg graag weten welke ontdekking hij gedaan had, dus vroeg ik hem wat hij op zijn rondgang gezien had.
Hij vertelde me alleen het eind van de tour, namelijk wat hij in mijn keel waargenomen had.
Maar dat was niet wat ik bedoelde, ik wilde weten wat hij de arts assistent persé wilde laten zien.
Dat onverwachte dingetje halverwege.
Kom op zeg, het was toch mijn neus!

Nou vooruit, in een soort verlegenheid vertelde de jonge arts dat hij het vomeronaal orgaan aan de arts assistent had laten zien.
“Ja en?
Wat is daar zo bijzonder aan dan?”
vroeg ik.
Dat wilde de arts assistent toen ook wel weten…
Met het vomeronaal orgaantje kun je feromonen waarnemen, vertelde hij.
Ik dacht gelijk ” oh, dat heeft alles te maken met sex…”( 😳)
De arts assistent vroeg verbaasd wat dat dan zijn, feromonen?

De jonge KNO arts wist zich even geen raad, en stamelde wat over aantrekkingskracht tussen mannen en vrouwen, en ” nou ja, zoiets”

Ondertussen verkneukelde ik me bijzonder over mijn duidelijk waarneembaar VNO.
Vooral omdat ik net het verhaal
“wat ruik je lekker” had geschreven.

Het vomeronaal orgaantje is een aan de bodem van het neustussenschot doodlopend buisje bekleed met zintuigcellen, dat slechts een zeer kleine opening naar de neusholte heeft (0,2 tot 2 millimeter in doorsnee) en daarom maar moeilijk valt waar te nemen.
Het neemt geen geuren waar maar vluchtige stoffen die het menselijk gedrag beïnvloeden.
En dan vooral op het gebied van aantrekkingskracht tussen man en vrouw.

Had de arts uit mijn kindertijd nou maar geweten van dit orgaantje, maar destijds ” bestond” het nog niet in de medische literatuur.

Natuurlijk is het bijzonder interessant het nu over het waarom we als man en vrouw speciale aantrekkingskracht beleven bij de één en niet bij de ander.

Voor mij is het vooral buitengewoon grappig het te betrekken op de aantrekkingskracht die Jezus altijd al heeft gehad op mij.
Met mijn VNO heb ik zijn feromonen altijd al waargenomen omdat mijn zintuigen vanaf mijn geboorte al gespitst waren op Hem.
Alsof mijn VNO hartje allerlei antennes had uitgezet in een voortdurend peilen en zoeken naar signalen van Gods goedheid.

Gelukkig was ik op een gegeven moment op de goede plek en kwam er op dat moment een explosieve samensmelting van het beladen met schuld en schaamte wanhopige meisje dat ik was, en Jezus, de Zoon van God, die aan het kruis al mijn schuld en schaamte in zich zelf had opgenomen, waardoor ik in Hem en Hij in mij nu volkomen één zijn.
Ik ben door Hem gegrepen…

Sjonge
Wat ruikt hij lekker!

</blockquote

Het doet zeer, dat stuk ijzer in mijn lijf.

Het is nu drie weken na de operatie en ik ben moedeloos.
Het lijkt alsof mijn angst voor het niet slagen van de operatie steeds meer waarheid wordt.
Nadat ik 8 jaar geleden mijn eerste heupprothese kreeg, en deze ingreep mislukte, waarna een tweede (revisie) operatie volgde, ging ik anders deze derde operatie in.
Wat als het nu weer mis ging?
Dan kan iemand anders me proberen op te beuren, mooie woorden spreken, ik moest het zelf ondergaan.
Omdat ik erg veel pijn had, en mijn versleten heup mijn leven behoorlijk beperkte, had ik geen andere keus dan me weer te laten opereren.
Erop vertrouwend dat het nu wel goed zou gaan, omgeven door een muur van gebed, op 4 october ging ik onder het mes.
Een dag later ging ik met ontslag, terwijl ik ren uurtje eerder steeds meer pijn kreeg.
En dat is nog steeds zo.
Het is sinds vorige week donderdag wel iets minder geworden, maar niet over.

Juist deze operatie is meest succesvol omdat de pijn van voor de operatie meteen weg is, als het goed gaat.
Ik ben moedeloos, bang, en heb veel pijn.

De foto’s laten geen afwijking zien, maar vanbinnen voelt het voor mij niet oké.
Het is een echo uit acht jaar geleden.

Het is erg fijn een mooi blog te schrijven om te bemoedigen of op te vrolijkten, en dat doet het mezelf ook, maar vandaag zit ik er wel een beetje doorheen.
Vandaar dit minder leuke blog.

Ik hoop dat ik me over een tijdje afvraag waar ik me zo druk om maakte, dat ik gewoon weer lopen kan, en mijn rondjes fietsen kan.

Genacht…

Ik heb het op mijn heupen.

Vanmiddag was ik in het ziekenhuis voor een paar pré-operatieve afspraken I.v.m. een heupoperatie .

Wat gebeurt er dan ondertussen veel in mijn hoofd, ziel, gedachten.
Soms is er niet meer nodig dan een gebaar, geur, woordje, herinneringen die ik liever vergeet, om me soms als een kleine rimpeling, soms als een golf te overspoelen.
Er helpt geen lieve moedertje aan, het gebeurt, omdat het nu eenmaal een deel van mijn leven is.
De dingen niet meer te voelen zou voor mij betekenen dat ik mijn eigen bestaan in de geschiedenis ontken.

Ik zit dus in de wachtkamer, alleen.
Dat is een bewuste keuze geweest, alleen verder te gaan, en dat zou ik weer doen.
Maar wat is op dat moment alleen, dan ook erg alleen…
Terwijl ik me bedenken kan dat ik ook niet meer met degene in het ziekenhuis zou willen zijn die geschiedenis voor me is geworden.
En dat is het nou net; geschiedenis wis je niet maar zo even uit, het is deel van mij, ik ben er zelf deel van.

Dus begint de film zich in flarden af te spelen.
Terwijl ik mijn gedachten bij de gesprekken moet houden, dringen zich in mijn herinnering beelden op waar ik liever niet meer aan denk.

Een man die aan het voeteneind van mijn ziekenhuisbed zit, om vooral een vreemde voor me te blijven en geniet van mijn radeloosheid en smeken dichterbij te komen.
” Wie ben jij nou eigenlijk” de steeds terugkerende vraag…

Plop Plop Plop
De ene na de andere herinnering komt naar boven alsof het gordijn van het toneel open en dicht schuift met steeds een ander dramatisch tafereel.
Het ene nog schokkender dan het andere.
De eenzaamheid in het niet gehoord worden in een huwelijk en in het pastoraat van de kerk valt op dat moment als een verstikkende deken over me heen.

“Wie zou me nu geloven?” ook zo’n vraag die ik me vaak stel, en waar ik maar liever het antwoord niet op weten wil.
Omdat ik bang ben voor dat antwoord.
Vorige week zei iemand in mijn kerk van nu tegen me; ” iedereen is voor zichzelf verantwoordelijk”
Het klinkt mij in de oren als :” ben ik mijn broeders hoeder?” en berooft me van een illusie, waar ik zo graag zelf in geloof, nl. dat we in de gemeente voor elkaar verantwoordelijk zijn in de verbondenheid van het kruis.

De afgelopen dagen is het me al vele keren gezegd; hoe gelukkig ik me nu moet voelen nu ik geopereerd word.
Iedereen kent wel één of meerdere mensen met een succesverhaal en die daarom zó blij waren na de operatie!

Heeft deze opmerking ook een beetje te maken met hoe fijn het is dat het ziekenhuis verantwoordelijk is voor mijn genezing en u/jij daarom aan de zijlijn kunt blijven staan?
Dat zijn vragen die me bezig houden omdat. wanneer er geen ruimte voor het verhaal vol trauma’s is, het me, zo ervaar ik het, tevens zo alleen laat.

(Laat ik voorop stellen, ja, ik ben dankbaar voor het ziekenhuis en de chirurg die het ziet zitten me te opereren!)

Het woelt nogal in mijn binnenste.
In situaties als deze is alleen erg alleen.
En besef ik weer des te meer dat pijn van eenzaamheid vooral de pijn is van heimwee naar het volmaakte.
Heimwee naar Hem, mijn bruidegom,heimwee naar de enige troost in leven en sterven.
Degene die mij dezelfde vraag stelt als aan de Emmaüs gangers:
” Wat dan?”
Jezus!